7 20240425 Ontwerpbestemmingsplan Herendijk 6-8 Lieshout
Tekst van het document
3) Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.
Legger
De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.
Keur
De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij een toename van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het Waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel.
Met behulp van een eenvoudige rekenregel uit de Algemene Regel (Artikel 15 Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak), behorend bij de Keuren van de drie Brabantse waterschappen, kan de vereiste compensatie voor een specifieke locatie berekend worden. Deze rekenregel geldt voor een toename van het verhard oppervlak van tenminste 500 m2 en maximaal 10.000 m2.
Sprake is van een toename verhard oppervlak van 900 m². Met het aanleggen van de zaksloot wordt het hemelwater van de bestaande bebouwing naar de zaksloot geleid.
Bestaande situatie waterhuishouding
In de bestaande situatie wordt het hemelwater van de bedrijfsgebouwen naar de zaksloot geleid en infiltreert ter plaatse in de bodem. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op het riool. Het bedrijfsafvalwater gaat naar de mestkelder.
Toekomstige situatie waterhuishouding
Het hemelwater afkomstig van het nieuw verhard oppervlak vloeit af naar achterliggende landbouwgrond waar het infiltreert in de bodem. De erfverharding en daken van de bebouwing worden zorgvuldig schoongehouden zodat het hemelwater niet verontreinigd wordt en het zonder problemen kan infiltreren. 26
4.11 Natuur Onderstaand worden diverse aspecten met betrekking tot natuur- en groene wetgeving getoetst. De effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op natuuraspecten worden hiermee in kaart gebracht.
Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000 gebied betreft Strabrechtse Heide op circa 12 kilometer. Voor de huidige situatie is een omgevingsvergunning beperkte milieutoets met een verklaring van geen bedenkingen op grond van de Wet natuurbescherming verleend op 21 januari 2019. De bedrijfsactiviteiten wijzigen niet. Gezien voorgaande zijn significante effecten op deze gebieden uitgesloten. Het meest nabij gelegen gebied behorende tot Natuurnetwerk Nederland en Brabant is gelegen op circa 222 meter ten westen van het plangebied. Zie hiervoor onderstaande afbeelding. De nieuwe ontwikkeling zorgt niet voor verlies van oppervlakte, versnippering of andere negatieve effecten op het gebied.
Afbeelding 15: Ligging Natuurnetwerk Nederland (bron: kaartbank.brabant.nl)
Flora en Fauna
In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de ontwikkeling. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoringen tijdens bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven:
Vogels Dit betreffen alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb) en de onder de voormalige Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geld dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het 27
geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken.
Internationaal beschermde soorten
Dit betreffen alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb);
Overige beschermde soorten
Dit betreffen soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraad 3.3. van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de voormalige Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd). Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Te allen tijde is sprake van een zorgplicht. Deze is opgenomen in artikel 1.11 Wnb en voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Het betreft niet alleen dieren en planten van soorten waarvoor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn specifieke beschermingsmaatregelen eisen, maar alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. In het kader van de vereiste kwaliteitsverbetering wordt beplanting gerealiseerd. Dit biedt extra mogelijkheden als leef- en vestigingsplaatsen voor beschermde diersoorten. De erfverharding tuin, inrit en sloot zijn reeds gerealiseerd, de zorgplicht is hierbij in acht genomen.
4.12 Bodem Wettelijke basis
Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of projectbesluit.
Aanleiding en doel
Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Beoordeeld dient te worden of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Aanleiding van de bodemtoets vormt vergroting van het bestemmingsvlak.
Huidige situatie en toekomstige situatie
In de bestaande situatie, voor realisatie, wordt het plangebied gebruikt als landbouwgrond voor het telen van gewassen. In de toekomstige situatie wordt een deel gebruikt als erf, tuin en inrit. 28
Bodemloket
In het Bodemloket is geen informatie over de locatie bekend.
Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaarten
Op 15 december 2022 heeft de gemeenteraad de Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaarten vastgesteld. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig (Landbouw/natuur)’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur. Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: a. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. b. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. c. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast.
De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen: - Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000). - Klasse Wonen. - Klasse Industrie. - Klasse Niet toepasbaar. Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): - Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. - De overschrijding mag maximaal tweemaal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. - De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: - De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: - De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. - De norm voor klassegrens Industrie wordt niet overschreden.
29
Klasse Niet toepasbaar: - De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden.
Conclusie
Zoals op onderstaande afbeeldingen te zien is de bodemfunctieklasse ter plaatse ‘Overig (Landbouw/natuur)’. Dit komt overeen met de ontgravingsklasse en toepassingsklasse. Met de ontwikkeling wordt geen gevoelige bestemming/object toegevoegd. De grond is voorheen enkel in gebruik geweest als landbouwgrond. Verontreiniging waardoor de gronden niet geschikt zijn als tuin en parkeerplaats is derhalve niet te verwachten. Het uitvoeren van bodemonderzoek is in het kader van dit plan heeft geen meerwaarde.
Afbeelding 16: Uitsnede bodemfunctieklassekaart gemeente Laarbeek 2022
30
Afbeelding 17: Uitsnede ontgravingskaart boven- en ondergrond gemeente Laarbeek 2022
Afbeelding 18: Uitsnede toepassingskaart boven- en ondergrond gemeente Laarbeek 2022
31
5 Uitvoerbaarheid en procedure Uit voorgaande toetsing is gebleken dat de gewenste ontwikkeling past binnen het beleid en de wettelijke kaders. Hierna wordt de uitvoerbaarheid en de te volgen planologische procedure toegelicht.
5.1 Economische uitvoerbaarheid Initiatiefnemer betreft een particuliere partij. Deze particuliere partij draagt zorg voor de kosten welke gepaard gaan met de voorgenomen ontwikkeling. De financiële uitvoering van de ontwikkeling is daarmee geborgd. De Wet ruimtelijke ordening geeft gemeenten meer regie en sturing op de ruimtelijke ontwikkelingen op lokaal niveau. De nieuwe wetgeving maakt het mogelijk voor gemeenten om de kosten met betrekking tot het plan te verhalen op diegene die de ontwikkeling initieert. Hiertoe wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Gezien voorgaande zijn risico’s aangaande dit aspect voor de gemeente dan ook uitgesloten.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid vindt daarnaast een kennisgeving van het besluit volgens formele weg plaats. Het complete bestemmingsplan, regels, verbeelding en toelichting inclusief bijlagen worden voor eenieder ter inzage gelegd. Tevens wordt het ontwerpbesluit toegezonden aan de provincie en het waterschap.
5.3 Te volgen procedure Ten behoeve van de wijziging van de bestemming wordt een planologische procedure doorlopen op basis van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Op de voorbereiding van het bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Na vooroverleg en eventuele aanpassingen wordt het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage gelegd en vindt op formele wijze een kennisgeving van het ontwerpbesluit plaats. Gedurende deze periode krijgt iedereen de mogelijkheid een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan te geven. Het bestemmingsplan kan eventueel worden aangepast. De gemeenteraad beslist binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging omtrent vaststelling van het bestemmingsplan. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld wordt het plan gepubliceerd. Een kennisgeving van het besluit vindt plaats conform wettelijke voorwaarden. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt.
32
6 Conclusie Uit voorgaande toetsing blijkt dat de gewenste ontwikkeling past binnen het rijksbeleid, beleid van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Laarbeek. Het plan voldoet tevens aan de gestelde eisen op het gebied van milieu en levert geen beperkingen op ten aanzien van ruimtelijke aspecten. Daarnaast is tevens de uitvoerbaarheid voldoende gegarandeerd.
33
Bijlagen Situatietekening Landschappelijk inpassingsplan
34
Situatietekening
dij k 2102
He
ren
dij k ren He
8
8
2102
2100 2100
6
6
UITBREIDING BOUWBLOK
2101
2101
BOUWBLOK bestemming bedrijf , Opp. = ± 10.930 m2. BESTAANDE GEBOUWEN Opp. = 2.730 m2. SITUATIE : Gemeente LIESHOUT SECTIE : I nr. 2100-2101-2102
BESTAAND
VERHARDING Opp. = ± 5.500 m2.
SITUATIE : Gemeente LIESHOUT SECTIE : I nr. 2100-2101-2102
BOUWBLOK bestemming bedrijf, Opp. = ± 13.960 m2.
NIEUW
BESTAANDE GEBOUWEN Opp. = 2.730 m2.
Functieaanduiding TUIN , Opp. = ± 2.030 m2.
VERHARDING Opp. = ± 6.400 m2.
SITUATIETEKENING BESTAAND - NIEUW Opdrachtgever : Veehandel M.A. van Rooi, Herendijk 6 , 5737 RA Lieshout SCHAAL 1 : 1000
DATUM : 27-10-2021
FORMAAT : A3
Getekend : G. van de Rijt
Landschappelijk inpassingsplan
Toelichting landschappelijk inpassingsplan
Herendijk 6 te Lieshout
In 2003 heeft de gemeente het Landschapsontwikkelingsplan Laarbeek opgesteld. Hierin wordt aan de hand van landschapstypen het plangebied opgedeeld in zeven deelgebieden en drie doorsnijdende lijnen. De indeling is gebaseerd op overeenkomstige landschapselementen die buiten waarneembaar zijn, danwel potentie hebben om een bijdrage te leveren aan de identiteit van het deelgebied (de esthetische waarde). Daarbij wordt vooropgesteld dat aanwezige waarden zoals cultuurhistorische elementen behouden blijven en indien mogelijk worden hersteld. Onderhavige locatie is gelegen in deelgebied Lieshoutse Beemden. Kenmerkend voor dit gebied is de grote diversiteit aan activiteiten die in het buitengebied plaatsvinden en de verschillende landschapselementen. Gewenste ontwikkeling: Variatie; Grootschalig; Oriëntatie door middel van beplanting.
Afbeelding: Streefbeelden Lieshoutse Beemden Variatie
Evenals in het deelgebied ’t Lieshouts Broek wordt de identiteit gezocht in de variatie die reeds in het gebied aanwezig is. De belangrijkste dragers worden gevormd door de bebouwingslinten en de beken Donkervoortse en Heieindsche Loop. Deze dienen extra geaccentueerd te worden. Ze onderscheiden zich van de overige elementen in het gebied, waardoor oriëntatie in het gebied mogelijk wordt. Daar waar de beken de wegen kruisen zijn zichtlijnen door het landschap.
Grootschalig
In tegenstelling tot het deelgebied ’t Lieshouts Broek is het landgebruik grootschaliger van karakter. Grote onregelmatig geblokte percelen, die kenmerkend zijn voor de hoge dekzandruggen, bepalen het beeld. De ontwikkelingen landbouw en natuur zijn met elkaar verweven. Grote bedrijven zoals Bavaria dragen bij aan dit landschapsbeeld.
Oriëntatie door middel van beplanting
Opgaande begroeiingen in de vorm van lanen, beekbeplanting en kavelbeplanting dragen bij aan de behoefte van oriëntatie in het gebied. Beplanting die past bij hoger gelegen dekzanden is uitgangspunt.
Locatie
Rondom de woning is een siertuin gelegen waarvan een gedeelte nieuw is aangelegd. Aan de zijde van de bedrijfsbebouwing is reeds een bomenrij aanwezig welke de inrit naar achtergelegen parkeerterrein scheidt van de rest van het bedrijfsterrein. De zuidzijde van het parkeerterrein en een gedeelte van de bebouwing wordt ingepast met een struweelstrook met hoofdbomen. Vanaf de straatzijde gezien loopt de bestaande bomenrij optisch over in de houtsingel. Daarmee wordt de verkaveling haaks op de weg geaccentueerd.
Nieuw aan te planten struweelstrook met hoofdbomen Afmeting
Lengte: circa 137 meter en 75 meter Breedte: 5-10 meter
Soorten
Struikvormers: zwarte els, kornoelje, hazelaar, sleedoorn, veldesdoorn of vergelijkbaar Boomvormers: zwarte els, ruwe berk, gewone beuk, hollandse linde of vergelijkbaar
Aantal
Boomvormers: 13 Struikvormers: circa 500
Plantverband
Struikvormers: driehoeksverband 1,25 m x 1,25 m. in 3 rijen. Boomvormers: evenredig verdeeld over de lengte
Plantmaten
Boomvormers 12 – 14 Struikvormers 60 - 80
Onderhoud
Struweel: éénmaal per jaar verjongingssnoei toepassen. Nieuw aan te planten bomenrij
Afmeting
Lengte: circa 30 meter
Soorten
Zwarte els, ruwe berk, gewone beuk of hollandse linde of vergelijkbaar
Aantal 9
Plantverband
In een rij op 10 meter afstand van elkaar
Plantmaten 12 – 14
Onderhoud
Om het jaar opkronen
Berekening kwaliteitsverbetering Herendijk 6‐8 Bestaand Agrarisch Agrarisch Totaal
3030 € 2500 €
5,00 € 7,91 € €
15.150,00 19.783,50 34.933,50
Beoogd Bedrijf Natuur Totaal
3030 € 2500 €
80,00 € 1,19 € €
242.400,00 2.967,53 245.367,53
Waardeverschil
€
210.434,03
Vereiste bijdrage 20%
€
42.086,81
Aanleg beplanting Bosplantsoen Beukenbomen Totaal
2000 25
€ 2,00 € 78,47
€ 4.000,00 € 1.961,75 € 5.961,75