7 20211117 Nota van beantwoording en wijziging Omgevingsvisie Buitengebied (geanonimiseerde versie).pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording en wijziging Omgevingsvisie buitengebied Notitie met betrekking tot de ingebrachte zienswijzen inzake de ontwerpomgevingsvisie buitengebied Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht heeft met ingang van maandag 5 juli 2021 tot en met zondag 12 september 2021 voor een ieder de ontwerp-omgevingsvisie buitengebied ter inzage gelegen. In verband met de vakantieperiode is de wettelijke terinzagetermijn van zes weken verlengd met vier weken (totaal tien weken). De tervisielegging is overeenkomstig het bepaalde in de voornoemde wetsartikelen bekendgemaakt in de editie van het Gemeenteblad van vrijdag 2 juli 2021, in de Mooi Laarbeek-krant van donderdag 1 juli 2021 en donderdag 5 augustus 2021 (de verlenging) en langs elektronische weg (op de website van de gemeente Laarbeek en www.ruimtelijkeplannen.nl). Daarbij is mededeling gedaan van de bevoegdheid van een ieder gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk dan wel mondeling een zienswijze kenbaar te maken omtrent de ontwerp-omgevingsvisie buitengebied. Inzake de ontwerp-omgevingsvisie buitengebied zijn 35 schriftelijke zienswijzen ontvangen. Twee zienswijzen zijn door meerdere reclamanten ingediend (nr. 34 en 35). Alle zienswijzen zijn als ontvankelijk aangemerkt.
De volgende reclamanten hebben een zienswijze kenbaar gemaakt: 1. Stichting Geloof, Hoop en Liefde, Wevestraat 37 te Helmond; 2. Provincie Noord-Brabant, Brabantlaan 1 te ’s-Hertogenbosch; 3. De heer Dennis en mevrouw Esther de Jong, De Hei 29 te Mariahout; 4. De heer Christian Bakker en mevrouw Debby Gevers, De Hei 57 te Mariahout; 5. Familie Bouw, Sluisweg 4 te Lieshout; 6. Stichting Middengebied, Dorpsstraat 30G te Aarle-Rixtel; 7. L.A.M. Biemans - Corsten en F.H.G. Biemans, Beukendreef 4 te Mariahout; 8. F.M.J. Biemans, Beukendreef 4 te Mariahout; 9. ZLTO Afdeling Laarbeek - Onderwijsboulevard 225 te ‘s-Hertogenbosch; 10. De heer B.L.A. Leenders, Vossenberg 5 te Mariahout; 11. De heer Paul Sneijers, Karstraat 11 te Beek en Donk; 12. Familie Manders, De Hei 51 te Mariahout; 13. Cedrus Vastgoed, Geeneindseweg 12 te Helmond; 14. De heer Richard de Beer, De Hei 43A te Mariahout; 15. Pluimveebedrijf Mariahout v.o.f., De Hei 25A te Mariahout; 16. De heer Jos van Zeeland, Herendijk 17 te Lieshout; 17. De heer Jan de Jong van Beek en Donk en mevrouw Marcelle de Jong van Beek en Donk Van Geel, Kasteellaan 2 te Beek en Donk; 18. De heer Corné van de Ven, De Hei 43 te Mariahout; 19. Mevrouw R. van Berlo / mevrouw M.J. Kobussen / mevrouw M. van Niele / mevrouw G. de Vos, Deense Hoek 23 / Eksterlaan 15 / Spechtlaan 11 / Deense Hoek 20 te Lieshout; 20.
Croyse Loop BV / KVV Vastgoed BV / Beheermaatschappij Verschure-Vogelsangs BV / Pieter Verschure en Maria Verschure-Vogelsangs, Bosscheweg 110 te Aarle-Rixtel; 21. Mevrouw Thea Ceelen, Deense Hoek 15 te Lieshout; 22. De heer Michel en mevrouw Tanja van de Ven - Vogels, Lagedijk 5 te Beek en Donk; 23. De heer Bert Lemmens, Phaffstraat 28 te Aarle-Rixtel; 24. Sneijers Boomkwekerij BV, Lagedijk 3A te Beek en Donk; NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
2
25. Missiezusters van het kostbaar bloed, Kloosterdreef 7 te Aarle-Rixtel; 26. Zorg om het Dorp Mariahout, Ginderdoor 23 te Mariahout; 27. IVN Laarbeek, Ribbiusstraat 1 te Lieshout; 28. De heer Harry van der Heijden, Raadhuisplein 2 te Beek en Donk; 29. J.J.M. van Hout, Lekerstraat 12 te Beek en Donk; 30. J.L.H. Bekx, Sluisweg 3 te Lieshout; 31. Tennet, Utrechtseweg 310 te Arnhem; 32. De heer Mark van Zutphen, De Hei 55 te Mariahout; 33. M.P. Vesters, De Hei 49 te Mariahout; 34. A. van Zandvoort - Van den Boogaard / René Billekens / John van de Hurk / Frank van Esch / Willy van Lankveld, De Hei 21 / De Hei 25 / De Hei 23 / De Hei 35 / De Hei 19 te Mariahout; 35. Guus en Elke Tilburgs, Havenweg 6 / M. Barenbrug / Rianne Driessen / Ingrid en Marcel Zijp, Albers Pistoriusstraat 5 / Jeroen Manders / Henraath, Havenweg 12 / J.G. Leimberger, Havenweg 18 / Meinhardt, Havenweg 10 / Meinhardt, Havenweg 16 / Karel Meinhardt, Havenweg 14 / Meinhardt, Havenweg 8 / Henraath, Havenweg 22 / P. Meinhardt, Havenweg 20 / Corno en Jolanda van Lankveld, Albers Pistoriusstraat 10 / E.
van de Wijst / Diane Burgers, Albers Pistoriusstraat 8 / Walter Beekmans, Albers Pistoriusstraat 12 / Joost Wijdeven, Albers Pistoriusstraat 24 / Familie van Keulen / Familie Nouwen - Romanesco, Albers Pistoriusstraat 9 / Ellie van Kemenade, Albers Pistoriusstraat 7 / Tim Schaper / Breg, Albers Pistoriusstraat 9A / Piet de Ponti, Albers Pistoriusstraat 1 / Jorg Appelhof, Albers Pistoriusstraat 4 / R. van Melis.
Onderstaand wordt samenvattend de ingebrachte zienswijze weergegeven en direct aansluitend van een reactie voorzien. Het feit dat de zienswijze gecomprimeerd is weergegeven betekent niet dat die onderdelen van de zienswijze die niet expliciet worden genoemd, niet in de beoordeling zijn betrokken. De zienswijze is geheel beoordeeld. De onderstreepte passages geven aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie buitengebied. Deze aanpassingen zijn tevens verzameld in het aangehechte overzicht van de voorgestelde wijzigingen. 1. Stichting Geloof, Hoop en Liefde, Wevestraat 37 te Helmond Zienswijze A. De stichting onderschrijft het belang van het behoud en conservering van het kasteel en het omringende landschap. De stichting gaat ervan uit dat de gemeente ook haar verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van de duurzame instandhouding van de lanenstructuur rondom het kasteel en de Croylaan. Deze bomen zijn grotendeels eigendom van de gemeente Laarbeek. B. Reclamant onderschrijft het weren van grootschalige ontwikkelingen op het gebied van zonneparken en windmolens binnen het ‘Historisch landschap’. C. De biologische en innovatieve varianten van landbouw van landbouw mogen niet dwingend worden opgelegd. Ze moeten namelijk wel passen binnen de economische haalbaarheid van de agrarische ondernemers. D.
Teeltondersteunende voorzieningen hoger dan 1,5 meter moeten in de toekomst mogelijk blijven voor zowel bestaande als nieuwe voorzieningen. Voor de stichting is het essentieel dat de gebruikers van haar landbouwgronden een economisch rendabele bedrijfsvoering kunnen voeren zonder dat daar beperkingen aan worden gesteld. Zonder deze agrarische ondernemers kan het landgoed niet in stand worden gehouden. E. De stichting acht het van groot belang dat de gemeente naast het faciliteren van nieuwe zorgboerderijen, ook andere niet-agrarische functies toestaat. Een ruime wijzigingsbevoegdheid voor agrarische bedrijfsgebouwen waarbij de huidige agrarische bestemming kan worden omgezet naar andere bestemmingen (zoals wonen, alternatieve NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
3
F.
G.
woonvormen en andere bedrijfsbestemmingen e.a.) is essentieel voor het voortbestaan en de instandhouding van het landgoed. De wegen rondom landgoed Croy worden veel gebruikt voor het plaatselijk verkeer. Het deel van de Croylaan vanaf Laag Strijp tot aan de Goorloop zou kunnen worden ingericht als fietsstraat waarbij de auto te gast is. Hiermee kunnen ook de bijzondere omgeving en waarden rondom het kasteel worden benadrukt. Het realiseren van de gepresenteerde visie, zoals de bescherming van de cultuurhistorie, het realiseren van kringlooplandbouw en het aantrekkelijk houden van het buitengebied, vraagt om een nauwe samenwerking van alle betrokkenen. De stichting is graag bereid om hierin actief te participeren.
Reactie A. De gemeente Laarbeek is eigenaar van diverse lanen rond kasteel Croy. Vanzelfsprekend neemt de gemeente haar verantwoordelijkheid als het gaat om behoud, beheer, onderhoud en veiligheid van de bomen. Dit doet de gemeente conform het gemeentelijke bomenbeleidsplan. Mocht vervanging van bomen op enig moment noodzakelijk zijn, dan wordt ingezet op behoud van het karakteristieke beeld en daarvoor nieuwe bomen planten. De grootte van de huidige bomen in relatie tot de smalle berm is wel een aandachtspunt. B. Fijn dat reclamant de bescherming van het historisch landschap rond Croy tegen grootschalige ontwikkelingen kan waarderen. C. Deze alternatieve vormen van landbouw worden niet dwingend opgelegd. De bestaande rechten van agrarisch ondernemers - o.a. vastgelegd in het bestemmingsplan - worden immers niet aangetast. Maar agrariërs die de overstap naar alternatieve landbouw wél willen maken, worden door de gemeente planologisch ondersteund. D. De gemeente vindt hogere teeltondersteunende voorzieningen in een kleinschalig historisch landschap niet passend. Het is naar de mening van de gemeente niet mogelijk om enerzijds het landschap te beschermen tegen visuele verstoring en anderzijds de economische bedrijfsvoering van agrarische bedrijven alle ruimte te bieden. Er dienen keuzes te worden gemaakt.
Ook met lagere teeltondersteunende voorzieningen is een n rendabele bedrijfsexploitatie mogelijk. E. Het is de essentie van de beoogde brede plattelandsbestemming om meerdere functies met een directe titel in het omgevingsplan toe te staan, niet alleen zorgboerderijen. Deze omzetting zal samen met de provincie Noord-Brabant worden vormgegeven. De reikwijdte van de brede plattelandsbestemming zal met name afhankelijk zijn van de beleidsruimte die de provincie Noord-Brabant zal bieden. F. De gemeente begrijpt de reactie van reclamant. Een fietsstraat wordt overwogen op trajecten waarbij het aandeel fietsverkeer vele malen hoger is dan het aandeel gemotoriseerd verkeer. Dat is in de omgeving van Croy niet het geval. Bovendien moet in deze omgeving ook rekening worden gehouden met landbouwverkeer en toeleverend vrachtverkeer. De gemeente schat in dat met de introductie van een fietsstraat schijnveiligheid wordt gecreëerd voor de (recreatieve) fietser. G. De gemeente waardeert de aangeboden hulp van de stichting. 2. Provincie Noord-Brabant, Brabantlaan 1 te ’s-Hertogenbosch Zienswijze A. De ontwerp-omgevingsvisie is beoordeeld aan de hand van de provinciale Interim Omgevingsverordening (IOV) en Ontwerp-Omgevingsverordening. De doelen en ambities in de gemeentelijke omgevingsvisie sluiten veelal goed aan bij de provinciale doelen en ambities.
De gemeentelijke omgevingsvisie heeft een duidelijke opzet en werkwijze. De gehanteerde gebiedsindeling en de bijbehorende typeringen van de gebieden zijn op hoofdlijnen herkenbaar. De gekozen vorm, werkwijze en systematiek zijn toegankelijk, overzichtelijk en burgergericht. B. In de visie gaat de gemeente ervan uit dat de Omgevingswet in werking treedt per 1 januari 2022. Dat wordt zoals het er nu naar uitziet, 1 juli 2022. NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
4
C.
D.
E.
F. G.
H.
I.
J.
De visie is niet van toepassing op de vier kernen van Laarbeek. Door de sterke verwevenheid van stad en platteland spelen op het snijvlak, op de overgang van stad (kern) naar land, echter de nodige vraagstukken. De landelijke en stedelijke opgaven zijn daardoor niet in samenhang met elkaar bezien, denk aan de uitwerking van de verhoogde bouwopgave. Ook wordt aandacht gevraagd voor de gemeentegrens-overstijgende ontwikkelingen en deze af te stemmen met de aangrenzende gemeenten. De visie stelt zich ten doel het karakter van het buitengebied te behouden en te versterken. De landelijke signatuur van Laarbeek is - volgens de visie - gebaat bij duidelijk onderscheidbare kernen. De bebouwingsvrije zone tussen de kernen past in die gedachte. Nieuwe Ruimte voor Ruimte-woningen evenals nieuwe woonvormen zijn uitsluitend toelaatbaar aan de rand van kernen. Ook wordt de gebiedsvisie van bebouwingsconcentraties ingetrokken, teneinde de kwaliteit van historische bebouwingsconcentraties te behouden en onnodige verdere verdichting te voorkomen. Deze beleidswijzigingen passen binnen het provinciaal beleid en zijn een goed voorbeeld van zorgvuldig ruimtegebruik. In de visie wordt een ‘brede plattelandsbestemming’ geïntroduceerd om invulling te geven aan de transformatie van het buitengebied.
De brede plattelandsbestemming is een katalysator om functieverandering in het buitengebied te bevorderen. Het gaat om een verregaande vorm van functiemenging, afgestemd op de kenmerken van het gebied. Pas als deze bestemming in een omgevingsplan is uitgewerkt, ontstaan er rechtsgevolgen en kan pas echt worden aangegeven hoe deze bestemming zich verhoudt met het provinciale ruimtelijke beleidskader. Vanuit provinciaal oogpunt is het zaak de vinger aan de pols te houden. Enerzijds om eventuele strijdigheid met de Omgevingsverordening tijdig op te merken en anderzijds om te bezien hoe de uitwerking van een dergelijke bestemming kan worden ondersteund. Het verkeerslichtmodel verschaft een goed overzicht van de ontwikkelkansen binnen de acht gebieden. De provincie merkt op dat het overzicht in paragraaf 7.10 ten aanzien van het historisch landschap, niet overeenstemt met de ‘oranje categorie’ in paragraaf 7.8. Voor de functies in de oranje categorie dient in een later stadium alsnog een afweging plaats te vinden. De provincie ziet het als een uitdaging om de oranje categorie zo beperkt mogelijk te houden en de ruimtelijke afweging naar voren te halen. Reclamant verzoekt daar zoveel mogelijk invulling aan te geven. Twee gebieden zijn aangewezen als zogenaamde ‘toekomstbestendige agrarische ontwikkelgebieden’.
Ten aanzien hiervan wordt opgemerkt dat het provinciaal landbouwbeleid vooralsnog ongewijzigd is en maatvoering en ontwikkelmogelijkheden begrensd zijn (1,5 hectare en in activiteiten). Ten tweede wordt opgemerkt dat de landbouwkundige opgave, de energieopgave, de waterhuishoudkundige situatie en de cultuurhistorische waarden binnen deze gebieden mogelijk met elkaar in conflict kunnen komen. Dat geldt met name voor de inzet van kwalitatief goede agrarische gronden ten behoeve van zonnevelden. De provincie verzoekt het samenvallen van de diverse functies zorgvuldig bij de afweging te betrekken. In de visie wordt beoogd het buitengebied met toepassing van een sloopregeling te ontstenen. De bekostiging vindt plaats via een aantal genoemde regelingen. Hiervan is de Bio-regeling inmiddels komen te vervallen. Ten behoeve van de verdere ontwikkeling wijst de provincie op de Bouw-sloopregeling zoals opgenomen in de OntwerpOmgevingsverordening, maar ook op de mogelijkheid van ‘losse bepalingen’ waarin de sloop van bebouwing wordt verlangd. De gemeentelijke ‘Visie voor grootschalige opwek van duurzame energie’ (oktober 2019), vormt de basis voor de uitvoering van het energiebeleid. In de omgevingsvisie komt de gemeente tot een indeling van overweegbare landschappen voor windmolens en zonneparken, met name toegestaan in het noordelijk deel van Laarbeek.
Het is nu echter niet duidelijk of dit gebied in overeenstemming is met de resultaten van de Regionale Energie Strategie (RES). De provincie gaat ervan uit de uitkomsten van de RES bij de afweging voor het buitengebied worden betrokken. De provincie gaat ervan uit dat de zonneladder (of een gemeentelijke variant daarop) in de praktijk als instrument wordt gebruikt. De provincie verzoekt ook om - naast de windmolens en zonneweiden - ook
NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
5
K.
L. M.
N.
O.
P. Q.
andere vormen van warmtetechnologie, elektriciteitsnetwerken, buurtbatterijen en laadpaaltjes bij het opstellen van het energiebeleid te betrekken. Met betrekking tot kwaliteitsverbetering landschap zijn in de omgevingsvisie twee acties opgenomen: het handhaven van LIR afspraken uit het verleden en het opstellen van een ‘beeldend handboek kwaliteitsverbetering’. De provincie onderschrijft het belang van deze actiepunten. In het geval er bij de doorvertaling van de visie in omgevingsplannen strijdigheden ontstaan met provinciale belangen, zal de provincie hierop in het kader van het betreffende omgevingsplan ingaan. Verder heeft de provincie de ontwerp-omgevingsvisie nog getoetst aan de hand van de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. De omgevingsvisie is in zijn algemeenheid een goed leesbaar stuk waar meer dan gemiddeld aandacht is voor het Brabants Erfgoed. Het valt op dat de historische groenstructuren weinig of geen rol van betekenis spelen binnen de deelgebieden. Akkercomplex ’t Hof valt samen in de deelgebieden Boslandschap en Lintenlandschap. Landgoed Eyckenlust is in het Aa-landschap opgenomen, terwijl het logischer zou zijn om dit in het Historisch landschap op te nemen. Dat geldt ook voor het klooster Heilig Bloed.
In de gemeentelijke omgevingsvisie is meer dan voldoende aandacht voor de cultuurhistorische waarden van erfgoed, maar het valt op dat deze vooral conserverend en beschermend van aard zijn. De provincie adviseert ook te kijken waar de erfgoedwaarden versterkt kunnen worden. Hier liggen kansen in relatie tot landschapsherstel, klimaatadaptatie en kwaliteitsimpuls landschap. In het buitengebied gaat het om landgoed Eyckenlust, Kasteel Croy en Klooster Het Heilig Bloed en om de volgende cultuurhistorische vlakken: akkercomplex ’t Hof, akkercomplex De Hooge Akker, Beemdgronden De Beemd en Het Laar, Landgoed Croy, Akkercomplex Strijp en de Beekdal van de Goorloop. Het toestaan van zonnevelden in cultuurhistorisch waardevolle gebieden is in beginsel niet wenselijk. Zo zijn op landgoed Eyckenlust zonnevelden overweegbaar. Windturbines zijn tot vlak bij het landgoed onder voorwaarden mogelijk. Ook het cultuurhistorisch gebied akkercomplex komt onder voorwaarden in aanmerking voor kleinschalige zonneparken. De provincie verzoekt om dit te herzien. De provincie heeft de indruk dat de beeldbepalende panden zoals opgenomen op de kaart op pagina 90, partieel afwijkt van de lijst die op de provinciale CHW-lijst staat. De provinciale interim-omgevingsverordening laat de splitsing van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing toe.
Vaak gaat het om historische boerderijen die geen beschermde status hebben. De provincie acht het van belang dat ook de omgevingsvisie een uitspraak doet over het splitsen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing.
Reactie A. Hartelijk dank voor het compliment. B. Dit is uiteraard bekend bij de gemeente. Voor de gemeente is de datum van inwerkingtreding immers een belangrijke deadline om diverse zaken op orde te krijgen. En deze verschuiving in tijd wordt daarom op de voet gevolgd. De ontwerpomgevingsvisie is echter over een langere periode geschreven. De eerste hoofdstukken met daarin de onjuiste datum van inwerkingtreding is ingehaald door de tijd. In een laatste controle van het document is deze foutieve datum over het hoofd gezien. De datum wordt aangepast. C. De gemeente is zich bewust van de noodzaak om bij het schrijven van de omgevingsvisie voor de vier kernen (vermoedelijk 2022 en 2023), deze afstemming op het snijvlak van dorp naar buitengebied alsnog tot stand te brengen. D. Fijn dat de visie de toets aan het provinciaal beleid op dit onderdeel kan doorstaan. E. De provincie is uitgenodigd om de uitwerking van de brede plattelandsbestemming en de vertaling in een omgevingsplan mede gestalte te geven in een ateliersessie. Daarbij zal de toets aan het provinciaal ruimtelijk beleidskader een belangrijke component zijn, waarbij de gemeente wél hoopt dat de provincie ook bereid is om buiten de kaders te denken. Dit is namelijk nodig om beweging te krijgen in de soms onbedoeld rigide en
NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
6
F. G.
H.
I. J.
K. L. M.
N.
complicerende regelgeving. Zonder ruimte geen beweging. Gelukkig biedt de provincie zelf ook aan om te bezien hoe een plattelandsbestemming ‘kan worden ondersteund’. Dit is een zeer juiste constatering. Hartelijk dank daarvoor. Het verkeerslichtmodel in paragraaf 7.10 (het overzicht) is juist. Het verkeerslichtmodel in paragraaf 7.8 wordt aangepast. Dit is inderdaad ons nobel streven, echter, de oranje categorie biedt de gemeente ook de mogelijkheid om bij complexere aanvragen en wringende belangen maatwerk te kunnen bieden. Het verkeerslichtmodel is daarin ook een communicatie-instrument voor de initiatiefnemer. Oranje betekent dat de initiatiefnemer zich dient te realiseren dat eventuele honorering van het verzoek ook afhankelijk is van de invulling van een aantal nadere voorwaarden. Maar de gemeentelijke houding dient ‘ja, mits’ te zijn. Deze conflicten kunnen zich inderdaad voordoen en het is aan de gemeente om hierin een zorgvuldige afweging te maken. In de vastgestelde beleidsnota ‘grootschalige opwek van duurzame energie’ (2019) is deze afweging ook zorgvuldig geborgd. De beleidsnota is daarin meer genuanceerd dan de (meer op hoofdlijnen geredigeerde) omgevingsvisie. In paragraaf 9.3 wordt dan ook naar de onderliggende beleidsnota verwezen. Hartelijk dank voor de tip. De Bio-regeling wordt geschrapt uit de omgevingsvisie.
Ten tijde van het verschijnen van de Omgevingsvisie Buitengebied is de RES 1.0 nog niet vastgesteld, deze kan dus niet als formeel kader worden genomen. Wel volgt de Omgevingsvisie de principes en kaders van de concept-RES, zo zijn de landschapstegels die de basis vormen voor RES-zoekgebieden ook te herkennen in onze landschapstypen. De kaarten in de Omgevingsvisie wijzen meer gebieden aan als mogelijk geschikt dan de RES aanwijst als zoekgebieden, de RES kan als verfijning worden gezien. Ook in de RES wordt opgemerkt dat ook buiten zoekgebieden ontwikkelingen mogelijk zijn op basis van lokaal beleid. Daarmee blijven de lokale kaarten ook relevant na het formeel vaststellen van de RES 1.0. Uiteraard betrekt de gemeente de resultaten uit de RES 1.0 bij de besluitvorming over concrete aanvragen voor grootschalige opwek. Ook de zonneladder wordt in de praktijk als instrument gebruikt, dit staat niet in de Omgevingsvisie vermeld maar wel in de Visie Grootschalige Opwek die als toetsingsinstrument wordt gebruikt. Tenslotte verzoekt de provincie om het opnemen van andere technologieën voor duurzame stroom en warmte in het lokale energiebeleid, naast zon en wind. Hier staat de gemeente positief tegenover, zoals vastgelegd in onze Visie Grootschalige Opwek, en hierover zal een zin worden toegevoegd aan de Omgevingsvisie.
Dit wordt in de toekomst onder andere nader uitgewerkt in de Transitie Visie Warmte (te verschijnen december 2021). Omdat deze technologieën een sterk variërende landschappelijke impact hebben, behandelt de gemeente deze verzoeken individueel en kan zij niet bij voorbaat landschappen aanwijzen waar deze ontwikkelingen wel of niet passend zijn. Goed dat de provincie de noodzaak van beide actiepunten inziet. De gemeente is zich bewust van de verantwoordelijkheid en de toetsende rol van de provincie bij de doorvertaling naar het omgevingsplan. De begrenzing van de landschappen is grotendeels gebaseerd op het oorspronkelijke landschap dat aanwezig en de algemene dragers in het huidige landschap. Indien de huidige groenstructuren als uitgangspunt worden genomen, zal dit tot versnipperingen in de gekozen landschappen leiden. De vraag rijst dan ook of ook andere puntlocaties of ensembles tot een ander landschap moeten behoren. Indien deze denkwijze wordt doorgezet, is de gekozen strategie op basis van landschappen moeilijk hanteerbaar. Daarbij is de ontwikkelingsrichting in een landschap altijd locatiegebonden en dient er rekening te worden gehouden met de aanwezige waarden zoals cultuurhistorie.
Het versterken van de erfgoedwaarden in relatie tot landschapsherstel en kwaliteitsimpulsen komt in zijn algemeenheid naar voren in de omgevingsvisie, bijvoorbeeld in de verkeerslichtmodellen van de verschillende landschappen. Dit wordt verder uitgewerkt in de het handboek kwaliteitsverbetering buitengebied en het omgevingsplan, omdat het detailleringsniveau te hoog is voor de omgevingsvisie. De koppeling tussen klimaatadaptatie en erfgoedwaarden is gebonden aan specifieke locaties. Hierdoor is de gemeente afhankelijk is van de (grond)eigenaren om klimaatadaptatie-opgaven hier een plek te geven en te combineren met versterking van de erfgoedwaarden. Niettegenstaande zal de gemeente het versterken van de
NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
7
O.
P.
Q.
erfgoedwaarden als voorwaarde stellen bij eventuele planvorming ter plekke van locaties met hoge erfgoedwaarde. De Visie Grootschalige Opwek, waar nadrukkelijk naar wordt verwezen, betoogt dat er vier stappen zijn in het beoordelen van een locatie op geschiktheid voor grootschalige energie. Geschiktheid van het globale landschapstype is slechts de eerste stap: binnen dat landschap zullen nog steeds veel locaties ongeschikt zijn. Een tweede stap is de geschiktheid van de precieze beoogde locatie, daarna wordt nog gekeken naar de inrichting van het plan en meervoudig ruimtegebruik. Locaties op of vlak nabij Eyckenlust vallen in beginsel in een geschikt landschapstype. De precieze locatie zal echter, vanwege de nabijheid van Eyckenlust, waarschijnlijk als ongeschikt worden beoordeeld. Er is bijvoorbeeld een minimale afstand opgenomen tot Rijksmonumenten (Visie Grootschalige Opwek; pagina 10). Ons beleid volgt daarmee de kaders en denkrichting van de Provincie. Ten slotte merkt de Provincie op dat zonneparken wellicht mogelijk zijn op cultuurhistorisch gebied akkercomplex. In Laarbeek vallen alle cultuurhistorische akkercomplexen in gebiedstypen waar zonneparken niet zijn toegestaan, behalve één: akkercomplex Heereind.
Omdat deze is opgenomen in onze catalogus cultuurhistorische inventarisatie erfgoedkaart gemeente Laarbeek (2012) zal deze locatie als ongeschikt worden beoordeeld voor een zonnepark. Ook hierin volgt de gemeente dus de voorkeur van de Provincie. Er zal een opmerking in de Omgevingsvisie worden toegevoegd die aangeeft dat ook in overweegbare landschappen lang niet alle locaties geschikt zijn voor grootschalige opwek. De lijst van beeldbepalende panden wijkt inderdaad partieel af van de panden die (zijn aangeduid als ‘Overige bouwkunst’) in de CHW. Dit is te wijten aan het verschil in gebruik van bronnen. De provinciale lijst is gebaseerd op de erfgoedinformatie uit de CHW 2006. De gemeentelijke lijst is gebaseerd op het Bestemmingsplan buitengebied Laarbeek 2010 en Herziene welstandsnota gemeente Laarbeek 2012. Deze lijsten zijn actueler dan de CHW 2006. Panden die bijvoorbeeld niet meer aanwezig zijn, zoals Pater de Leeuwstraat nummer 61, zijn niet meer opgenomen als cultuurhistorisch waardevol object of beeldbepalend pand. Gemeente Laarbeek werkt op dit ogenblik mee aan boerderijsplitsingen indien er sprake is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en een goede omgang met deze cultuurhistorische waarden wordt gewaarborgd in de ruimtelijke onderbouwing cq. bestemmingsplan.
In de omgevingsvisie zal worden vermeld dat Laarbeek medewerking verleent aan splitsingen op basis van deze voorwaarden.
3. De heer Dennis en mevrouw Esther de Jong, De Hei 29 te Mariahout Zienswijze A. Als bewoner van het aangewezen zoekgebied voor grootschalige opwek van duurzame energie, maakt reclamant zich zorgen over de gezondheidseffecten op de omwonenden. Gezondheidsbescherming mag dan ook niet los worden gezien van de nadelige gevolgen van de plaatsing van windturbines. De gemeente dient daarom te kijken naar andere mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie. B. Sinds een tijdje heeft de gemeente de kernen afgesloten voor vrachtverkeer. Reclamant ondervindt daarvan de directe gevolgen door een grote toename van vrachtverkeer in de straat. In combinatie met erg hard rijdend sluipverkeer en brede tractoren, veroorzaakt dit regelmatig gevaarlijke situaties voor fietsers en wandelaars. C. Hoe kan de gemeente verantwoorden waarom inwoners van het buitengebied glasvezel zelf hebben moeten bekostigen, terwijl de gemeente hier binnen de kernen wel een bijdrage aan levert? D. Er loopt een oliepijpleiding onder de straat door. Kan deze pijpleiding überhaupt samen gaan met de plannen die er liggen voor het buitengebied. E. Bij de voorwaarden voor het toepassen van grootschalige opwekkers van duurzame energie wordt gemist dat de opwek niet schadelijk mag zijn voor de gezondheid van de omwonenden en de kwaliteit van leven.
Denk hierbij aan voelbare lage tonen, slagschaduw, horizonvervuiling en de vermindering van de waarde van woningen. NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
8
F.
De gemeente dient eisen te stellen aan de behuizing van arbeidsmigranten en de hoeveelheid migranten per woning. Reclamant ziet namelijk dat er regelmatig teveel migranten in één huis worden ondergebracht, wat voor de nodige overlast kan zorgen voor omwonenden. Ook moet het helder zijn voor omwonenden waar ze kunnen aankloppen bij overlast.
Reactie A. Bij afgifte van een vergunning voor een of meer windturbines wordt altijd een onderzoek gedaan naar mogelijke negatieve effecten op de volksgezondheid. Hierin volgt Laarbeek de landelijke richtlijnen. Dat wil niet zeggen dat windturbines bij voorbaat onmogelijk zijn: als uit onderzoek blijkt dat een ingediend plan geen negatieve effecten heeft op de volksgezondheid die de richtlijnen hiervoor overschrijden, dan is het toch overweegbaar. B. De gemeente is bekend met de hoge rijsnelheid op De Hei. In 2022 worden snelheidsremmende maatregelen genomen. Hopelijk maken deze maatregelen De Hei minder aantrekkelijk voor sluipverkeer. C. De gemeente heeft in de kernen geen financiële bijdrage geleverd aan de aanleg van glasvezel. Door de hoge dichtheid van aansluitingen worden de hoge aanlegkosten voor de provider hier afgedekt door de inkomsten. In het buitengebied is dat niet het geval. Het is dus voor het glasvezelbedrijf een zuiver bedrijfseconomische afweging. Overigens, de gemeente heeft in het buitengebied de leges voor de graafwerkzaamheden sterk gereduceerd, zodat de providers een lagere aansluitingsprijs in rekening konden brengen. Zonder deze verlaagde legeskosten zouden de aansluitkosten dus nog hoger zijn geweest. Het tegendeel is dus juist: de gemeente heeft in de kernen geen bijdrage geleverd en in het buitengebied wél. D. De N.V.
Rotterdam Rijn pijpleiding maatschappij is verantwoordelijk voor het beheer van hun leiding. Er worden diverse lekdetectiesystemen ingezet om opgetreden lekkages en zwakke plekken te kunnen opsporen. Ook wordt de leiding twee-wekelijks per helikopter geïnspecteerd op graafwerkzaamheden in de nabijheid van de leiding. De gemeente heeft alle vertrouwen in een veilig ondergronds transport van de olie en ziet geen belemmeringen voor bestaande en nieuwe functies in dit gebied. Bij de door reclamant aangehaalde ontploffing van een explosief zijn de procedures inderdaad niet gevolgd. Naar aanleiding hiervan is aan de noordwestzijde van Laarbeek een plofveld aangewezen. De Explosieven Opruimingsdienst schrijft immers voor dat explosieven binnen de gemeentegrenzen waar de vondst heeft plaatsgehad, tot ontploffing dienen te worden gebracht. E. Volksgezondheid wordt niet genoemd in de Omgevingsvisie in relatie tot zonneparken of windmolens, maar maakt uiteraard wel onderdeel uit van de toetsing van een aanvraag. Hiervoor zijn landelijke richtlijnen met betrekking tot toegestane geluidshinder, hinder door slagschaduw en dergelijke waaraan wordt getoetst. Naar horizonvervuiling wordt gekeken bij de toetsing van plaatsing in het landschap (zie §2.2 Visie Grootschalige Opwek).
Waardevermindering van woningen speelt pas rondom concrete projecten en is bij deze Omgevingsvisie nog niet van toepassing. Mocht er een project worden vergund, dan is de planschadeprocedure daarop van toepassing. F. Zoals ook in de ontwerp-omgevingsvisie aangekondigd, is de gemeente gestart met de herziening van het beleid ten aanzien van de huisvesting van arbeidsmigranten. Hierbij zullen de woonomstandigheden en het beheer (bereikbaarheid) nadrukkelijk worden betrokken. 4. De heer Christian Bakker en mevrouw Debby Gevers, De Hei 57 te Mariahout Zienswijze A. Het plaatsen van windmolens gaat ten koste van het weidse uitzicht. Horizonvervuiling, geluidsoverlast, nadelig voor flora en fauna. Het plaatsen van enkele windturbines weegt niet op tegen het plaatsen van een groot aantal op zee. Daarnaast doet het afbreuk aan onze Laarbeekse uitstraling.
NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
9
B. C.
Een andere mogelijkheid is het benutten van het water in de kanalen voor energieopbrengst. Ook het instandhouden van de energiecentrales is zeer wenselijk. Reclamant kan zich niet vinden in het plaatsen van een windmolenpark. Wat is de toegevoegde waarde om arbeidsmigranten in het buitengebied onder te brengen? Zij hebben ook belang bij het meedraaien en het vinden van aansluiting. Ze verdienen het ook om voor medelander door te mogen gaan. Isolatie in het buitengebied draagt daar niet aan bij. Onbekend maakt onbemind. De arbeidsmigranten vinden op deze manier geen aansluiting en de kloof blijft groeien.
Reactie A. In het Klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategie is vastgelegd dat alle gemeenten een bijdrage leveren aan de opwek van grootschalige duurzame energie, ook Laarbeek neemt daarin haar verantwoordelijkheid. De gemeente probeert dat wel op een zorgvuldige manier te doen, bijvoorbeeld door gebieden bij voorbaat uit te sluiten. Dit zijn de gebieden waarvan de gemeente meent dat de ‘Laarbeekse uitstraling’ bescherming behoeft, zoals historisch landschap. De gemeente erkent dat windmolens mogelijk nadelen met zich meebrengen zoals verandering in de horizon, geluidsoverlast of nadelige effecten op de natuur. De Omgevingsvisie en Visie Grootschalige Opwek dienen juist om een zorgvuldig toetsingskader te maken waarin deze nadelen afgewogen kunnen worden tegen het voordeel van duurzame energie opwek en het invullen van onze verplichting om bij te dragen aan de energietransitie. B. Naar het gebruiken van water in de kanalen voor stroom en warmte (waterkracht en aquathermie) wordt onderzoek gedaan, dit maakt onder andere deel uit van onze Transitie Visie Warmte (verschijnt naar alle waarschijnlijkheid in december 2021). Als dit een haalbare optie is, wordt het verder uitgewerkt voor de gemeente: zon en wind zijn zeker niet de enige opties die worden overwogen.
Wel zijn zon en wind de meest bewezen en economisch haalbare technologieën op het moment, dus dient de gemeente daar zorgvuldig mee om te gaan. Dat doet zij door beleidskaders op te stellen in de Omgevingsvisie en de Visie Grootschalige Opwek. Ten slotte heeft Laarbeek geen invloed op het in stand houden van energiecentrales. Wel voert de gemeente regulier overleg met Enexis over de stroomvoorziening en -zekerheid in de regio. Er wordt een opmerking toegevoegd in de Omgevingsvisie waarin wordt benoemd dat de gemeente openstaat voor andere technologieën dan zon en wind, en dat de beoordeling daarvan altijd maatwerk is. C. De gemeente is het helemaal met reclamant eens. En heeft de noodzaak om de arbeidsmigrant als medelander te zien dan ook omschreven in paragraaf 9.9 van de ontwerp-omgevingsvisie. Deze constatering en de wens om niet alleen het buitengebied aan te wijzen voor huisvesting van arbeidsmigranten, zal in de nieuwe beleidslijn worden meegenomen. Deze beleidsvisie voor de huisvesting van arbeidsmigranten is thans onder constructie. 5. Familie Bouw, Sluisweg 4 te Lieshout Zienswijze A. In de visie staat dat grootschalige landbouw alleen is toegestaan rondom Mariahout en het Aa-landschap aan de noordzijde van Beek en Donk. Wat wordt precies met grootschalige landbouw bedoeld? Is uitbreiding niet meer mogelijk voor ons? B.
Waarom wordt het agrarisch bedrijf in een divers gebied geplaatst terwijl het aan de rand van het gebied is gesitueerd met in de wijde omgeving geen woningen of natuur. Als ergens uitbreiding van agrarische activiteiten mogelijk is, dan is dat wel in deze hoek. Reactie A. De bestaande rechten van een agrarisch bedrijf zoals onder andere vastgelegd in het geldende bestemmingsplan, worden te allen tijde geëerbiedigd. Indien de bestaande rechten al een bepaalde mate van grootschalige doorgroei mogelijk maken, dan zal gemeente hierin geen wijzigingen aanbrengen. Het doorgroeien boven de bestaande NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
10
B.
rechten uit - iets wat in de praktijk overigens aan diverse zware randvoorwaarden is gebonden - behoort binnen het lintenlandschap niet meer tot de mogelijkheden. In de omgevingsvisie is ervoor gekozen om op basis van landschapstypologie en uitstraling, beleid te formuleren voor het toekomstperspectief van de agrarische sector. De concrete situatie is dan inderdaad niet leidend. Overigens, indien wordt gekozen voor alternatieve vormen van landbouw, zal de gemeente uitbreiding alleen maar promoten en ondersteunen.
6. Stichting Middengebied, Dorpsstraat 30G te Aarle-Rixtel Zienswijze A. Reclamant is zeer teleurgesteld in de wijze waarop aan de participatie gestalte is gegeven. De stichting is niet tijdig - tijdens de ontwerpfase - in de gelegenheid gesteld om input te leveren. De enige keer dat men met de gemeente in contact is geweest, was op een bijeenkomst op 3 augustus 2021 in het gemeentehuis. Deze bijeenkomst voldeed in geen enkel opzicht aan de voorwaarden van een serieuze participatie. Reclamanten zijn er vanuit gegaan dat vooraf input kon worden geleverd en daarvoor ook uitgenodigd zouden worden. De Stichting kan een zienswijze kenbaar maken, maar het kwaad is al geschied. Dit betekent dat de stichting zich extra kritisch moet opstellen, wanneer het ontwerp-omgevingsplan in procedure wordt gebracht. B. Het thema natuur en landschap wordt in de omgevingsvisie tamelijk fragmentarisch en versnipperd weergegeven. Dat maakt het lastig om een helder beeld te krijgen. De ambities zijn bovendien erg beperkt. Niet duidelijk is of hierbij wordt gedoeld op gemeentelijke of particuliere eigendommen. Ook wordt het begrip ‘herstellen van’ gemist. C. Reclamant pleit voor een gebiedsgerichte benadering waarbij per deelgebied het ambitieniveau wordt aangegeven. D.
In de zienswijze worden tien belangrijke landschapsclusters genoemd waarvoor per cluster een integrale gebiedsvisie zou moeten worden ontwikkeld, vergelijkbaar met de gebiedsvisie voor Croy. Het behoud en herstel hiervan dient formeel vastgelegd te worden in het omgevingsplan. E. Buiten de tien landschapsclusters bevinden zich in Laarbeek ook talloze cultuurhistorische en natuurhistorische landschappen, alsmede kleinschalige natuurgebieden. Ook voor deze gebieden dient een visie te worden opgesteld voor bescherming, herstel en ontwikkeling, waarbij ook actieve handhaving noodzakelijk is. F. De gebiedsgerichte benadering wordt ten aanzien van toerisme en recreatie wel erg letterlijk genomen. Er is slechts één gebied concreet in beeld: het gebied tussen de N270 en de oostelijke buitengrens van De Biezen en het Gulden Land. Ook in de omgeving van de Brabantse Kluis en het missieklooster zou aandacht gevestigd kunnen worden op de aanleg van educatieve en recreatieve voorzieningen. De stichting beveelt aan om een gemeente-brede visie te ontwikkelen. G. De Brabantse Kluis heeft grote negatieve invloed op het nabijgelegen natuurgebied De Biezen en omgeving. De horecagelegenheid beschouwt voornoemd natuurgebied als haar eigen voortuin. Reclamant is voorstander van natuurbeleving, maar er zijn grenzen. De Biezen is totaal niet geschikt voor de grote aantallen bezoekers.
Dit brengt onrust en stress voor de natuur met zich mee. Helaas weigert Staatsbosbeheer mee te werken aan passende maatregelen zoals het deels afsluiten van het gebied en periodieke afsluiting voor recreanten tijdens het broed- en werpseizoen. Dit geldt ook voor een aantal andere gebieden zoals de Ruweeuwsels, de Moorselen/Keelgras. Minder schadelijk is het faciliteren van de recreatie in de wat drogere productiebossen, echter ook kent de recreatieve druk zijn grenzen. H. Ook de voorgenomen plannen op de kop van Aarle (Het Gulden Land) baren zorgen. Tot op heden is hier sprake van een stiltegebied. Dit gebied zal sterk in waarde inboeten wanneer een horecazaak en recreatieve voorzieningen worden aangelegd. De aanleg van een recreatieplas is onwenselijk vanwege de aantrekking van meer recreanten en de aanwezigheid van ijzeroer in de bodem. Reclamant pleit voor een duurzame
NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
11
I.
J. K.
L.
M. N.
natuurontwikkeling, waarbij de recreant vanuit de periferie dit gebied kan observeren, maar niet betreden. In ons land heeft Zuidoost Brabant een slechte reputatie met betrekking tot de luchtkwaliteit, hetgeen voornamelijk te wijten is aan de vele intensieve, industriële veeteeltbedrijven. De druk om aan deze scheefgroei een einde te maken wordt steeds groter. De stichting zou het zeer op prijs stellen als de gemeente een optimale inspanning zal doen, om de nog aanwezige vervuilende bedrijven een andere toekomst te bieden. Hierbij ziet reclamant geen toekomst meer voor schaalvergroting van de industriële veeteelt. Gepleit wordt voor schaalverkleining in heel Laarbeek. In de omgevingsvisie wordt een visie op dierenwelzijn gemist. Het idee dat bewoners in het buitengebied zelf de mogelijke geurhinder hebben opgezocht om ruimtelijk vrij te kunnen wonen geeft een onjuist beeld van de werkelijke situatie. Voor het overgrote deel betreft het families die er vaak al generaties lang wonen, waarbij de luchtverontreiniging is overkomen. Voorgesteld wordt om deze tekst te schrappen. De aanwijzing van historische bebouwingsconcentraties is een positief voornemen. Hierbij zijn echter enkele hiaten waarneembaar. De Maltezer Hoeve ontbreekt.
De begrenzing van Hoog Strijp, het Achterbosch, de Deense Hoek en het Hof zou mogen worden uitgebreid waarbij de ommelanden ook onbebouwd moeten blijven. Het is positief dat het behoud en herstel van de zandpaden in deze omgevingsvisie wordt meegenomen. Echter naast zandpaden zijn ook perceelsgrenzen, grensbomen, houtwallen, steilranden, hoogten en depressies het behouden waard. Actieve handhaving schiet tot nu toe schromelijk tekort. Nog te vaak blijven overtredingen en misstanden onopgemerkt of blijft handhaving achterwege. Het ontbreekt aan de nodige menskracht, met name bij de omgevingsdiensten.
Reactie A. Communicatie verloopt in twee richtingen. Reclamant was zich zeer wel bewust van de totstandkoming van een omgevingsvisie voor het buitengebied en had dus zelf ook contact kunnen opnemen met de gemeente. Op het vlak van natuur en landschap zijn de lokale IVN Laarbeek en Laarbeeks Landschap de vaste gesprekspartners voor de gemeente. De bijeenkomst van 3 augustus 2021 waaraan wordt gerefereerd, had niets van doen met de omgevingsvisie buitengebied. Deze avond stond in het teken van algemene burgerparticipatie in het kader van de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet. De goed bezochte informatie-avond voor de omgevingsvisie buitengebied heeft plaatsgevonden op 8 september 2021. Deze avond is duidelijk aangekondigd op de gemeentelijke pagina’s in de Mooi Laarbeek Krant. B. Inherent aan de opzet van de omgevingsvisie is dat de omschrijvingen van de verschillende landschapstypen ‘verspreid’ staan in het document. Per landschapstype is de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkelrichting omschreven. Het landschap is leidend bij (nagenoeg) alle keuzes die gemaakt worden. In paragraaf 9.8 wordt (los van de benoemde deelgebieden) uitgebreid ingegaan op de specifieke ambities op het vlak van natuur en landschap. Bij het vaststellen van de ambities is niet alleen gekeken naar wat wenselijk is, maar ook wat realistische gezien in tijd haalbaar is.
De omgevingsvisie wordt in de toekomst periodiek bijgesteld, dat biedt de mogelijkheid om ook ambities mee te laten ontwikkelen. De ambities hebben betrekking op de totale gemeente, niet alleen op het gemeentelijk eigendom. Voor dat laatste zijn beheerplannen het geëigende instrument. Het klopt dat het ‘herstellen van’ niet is opgenomen in de tekst. Dit valt wat ons betreft wel onder het ruimte geven aan natuur in het agrarisch gebied. Daarom de passage bovenaan de 2e kolom op pagina 93 aanpassen naar ‘door ontwikkeling en herstel van bredere bermen, akkerranden, sloot- en beekkanten, overhoekjes en overige kleine landschapselementen’. C. De omgevingsvisie is al gebaseerd op een gebiedsgerichte benadering. Alleen is die gebaseerd op het totale ruimtelijk spectrum en niet alleen op het thema natuur en landschap.
NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
12
D.
E.
F.
G.
H.
I.
J.
Het voert in het kader van deze omgevingsvisie te ver om specifieke landschapsclusters te benoemen en daarvoor allemaal integrale gebiedsvisies te maken. Een dergelijke opzet is meer passend bij het Landschapsontwikkelingsplan. Hoewel dit zeker nuttig kan zijn, geeft de gemeente op dit moment de voorkeur aan het daadwerkelijk uitvoeren van natuur- en landschapsprojecten boven het opstellen van 10 nieuwe gebiedsvisies. Zie antwoord bij D. Ook hiervoor geldt dat een visie per natuurgebiedje veel te ver voert in deze omgevingsvisie. Voor alle natuurgebiedjes en landschapselementen die eigendom van de gemeente zijn, is er een beheerplan met visie en bijbehorende beheermaatregelen. Voor gebiedjes die geen gemeentelijk eigendom zijn is het niet aan de gemeente om daarvoor een visie/beheerplan te schrijven, maar aan de eigenaar. De gemeente onderschrijft de opmerking over handhaving. Beleid kan alleen goed functioneren als bijbehorende handhaving goed georganiseerd is. Daarom wordt in hoofdstuk 10 in de omgevingsagenda de tekst onder I1 ‘verbreed’ naar ‘Het handhaven van LIR-afspraken uit het verleden en de instandhouding van groen, landschapselementen en zandpaden’. De mogelijkheden voor recreatief-toeristische ontwikkelingen beperken zich niet tot het Biezenlandschap.
In het verkeerslichtmodel en de visie per landschap staat recreatieftoeristische ontwikkeling bij bijna alle landschappen vermeld. Alleen bij het Biezenlandschap ligt hier meer nadruk op dan bij andere landschappen. Tot dit landschap behoren ook het Missieklooster en de Brabantse Kluis. De geplande beleidsactualisatie recreatie en toerisme zal dieper ingegaan op wensen en mogelijkheden in het buitengebied wat betreft dit onderwerp. De gemeente realiseert zich dat de recreatieve druk op het natuurgebied De Biezen de laatste jaren is toegenomen. Dit is een terecht aandachtspunt. Reclamant geeft aan dat Staatsbosbeheer als eigenaar hier te weinig tegen doet. Toch is dat de primaire partij om af te wegen hoeveel recreatiedruk men toestaat in hun natuurgebieden. Voor de gemeente geldt dat goed wordt gekeken hoe toekomstige ontwikkelingen zich verhouden tot de aanwezige kwetsbare natuur. Daarin moet een goede balans zijn waarbij recreatieve ontwikkelingen niet ten koste gaan van natuurwaarden. Ook bij overige bosen natuurgebieden is het belangrijk om de natuurwaarden en recreatieve wensen goed op elkaar af te stemmen. De gemeente realiseert zich dat er een grens zit aan wat de natuur ‘kan dragen’. Bij de eigen gemeentelijke bos- en natuurgebieden kan de gemeente zelf de grenzen stellen, bij gebieden van andere terreinbeheerders is dat lastiger.
De Kop van Aarle-Rixtel is nu grotendeels in gebruik als landbouwgebied. Circa 17 hectare zal omgevormd worden tot natuur. In de vastgestelde integrale visie voor ’t Gulden land is de wens opgenomen om bij de kanalensplitsing een publiekstrekker (bijvoorbeeld in de vorm van horeca) toe te voegen. De aard en vorm moesten nog verder verkend worden. Dit is ook vermeld in de omgevingsvisie. Op dit ogenblik wordt een haalbaarheidsstudie naar een passende vorm van horeca uitgevoerd. Afgesproken is dat de natuurontwikkeling niet negatief mag worden beïnvloed door de publiekstrekker bij de kanalensplitsing. Voor wat betreft de natuurontwikkeling: hiervoor is een ontwerp gemaakt waarbij rekening is gehouden met ruimte voor natuurontwikkeling, in duurzame samenhang met recreatief bezoek. Met de introductie van een brede plattelandsbestemming poogt de gemeente om een deel van de agrarische bedrijven meer toekomstperspectief te bieden in andere sectoren. Deze intentie draagt op termijn hopelijk bij aan de gewenste functieverandering in het buitengebied. De bestaande rechten blijven geëerbiedigd. Schaalvergroting zal onder de huidige regelgeving geen sinecure zijn. De omschreven alternatieve vormen van landbouw worden gepromoot en ondersteund, maar bieden helaas (nog) geen toekomstbestendig verdienmodel.
In deze transformatieperiode is het daarom onontkoombaar om gebiedsgericht nog enig economisch perspectief te bieden voor schaalvergroting. People, planet maar ook profit! De gemeente heeft niet de illusie met deze visie alle relevante of minder relevante aspecten in het buitengebied te hebben benoemd.
NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
13
K. L.
De passage in de omgevingsvisie is inderdaad onvoldoende genuanceerd. De tekst wordt verwijderd. Historische bebouwingsconcentraties zijn in samenspraak met de Laarbeekse heemkundekringen gedefinieerd. Als vertrekpunt voor de benoeming van historische bebouwingsconcentraties zijn de gehuchten uit de ‘Catalogus Cultuurhistorische inventarisatie erfgoedkaart gemeente Laarbeek (2012)’ gehanteerd. De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant heeft bijhorend kaartmateriaal beschikbaar gesteld middels de Erfgoedkaart Laarbeek (https://odzob.nl/kaarten-erfgoed-archeologie). In de laag ‘Historisch landschap’ is de sublaag ‘Oude infrastructuur, doorgaande lokale wegen, gegraven waterlopen en gehuchten’ opgenomen. Voor een nadere begrenzing van de huidige situatie van deze gehuchten is daarna gekeken naar: • een natuurlijke/logische begrenzing (door landschapselementen en (oude) infrastructuur); • herkenbaarheid van de historische situatie (situering van aanwezige historische panden/elementen) en de ontwikkeling van de bebouwingsconcentratie; • de functionele relatie met het buitengebied (typologie en functie van de bebouwing); • de bebouwingsdichtheid (beleving van een aaneengesloten bebouwingsconcentratie). Tevens zijn zichtlijnen vanuit en op de bebouwingsconcentratie bekeken in de afweging van de begrenzingen.
Met het bovenstaande in acht genomen, zijn de bebouwingsconcentraties begrensd zoals weergegeven in de Omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek. Bij de begrenzing is tevens de definitie voor bebouwingsconcentratie van de provincie Noord-Brabant in acht genomen. De provincie splitst de definitie van een bebouwingsconcentratie in drie varianten: 1. Kernrandzone, is een overgangszone van bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies; 2. Bebouwingslint, is een min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg, geheel of gedeeltelijk, in landelijk gebied; 3. Bebouwingscluster, is een vlakvormige verzameling van bebouwing, geheel of gedeeltelijk, in landelijk gebied. Zowel in de catalogus als de erfgoedkaart wordt de Malthezerhoeve niet vermeld als gehucht. Tevens valt het niet onder de definitie van de provincie aangezien het hier over een solitaire hoeve gaat met bijhorende landerijen en niet over een bebouwingscluster van meerdere bebouwde erven.
M.
N.
Vooropgesteld moet worden dat nieuwe bebouwing in het buitengebied nooit zondermeer mogelijk is. Zowel de provincie Noord-Brabant als de gemeente zelf voeren hiervoor een streng regime. In de omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek is daarom onder hoofdstuk 5 historische en niet historische bebouwingsconcentraties een bebouwingsregime opgenomen. Hierin is te lezen dat er alleen bebouwing mogelijk is binnen de bestaande bouwvlakken in het overige buitengebied. Dit betekent dat gronden aangrenzend aan een bebouwingsconcentratie alleen bebouwd kunnen worden wanneer op deze gronden een bouwvlak aanwezig is in het huidige bestemmingsplan Buitengebied. Daarom ziet de gemeente ook geen aanleiding om de begrenzingen van historische bebouwingsconcentraties op basis van het argument van reclamant aan te passen. De gemeente onderschrijft deze stelling. Deze landschapselementen verdienen bescherming en veelal zijn ze ook beschermd via het bestemmingsplan of de Groene Kaart. Echter ook hier geldt dat de praktijk soms weerbarstig is en een goede en consequente handhaving belangrijk is. Daarom wordt in hoofdstuk 10 in de omgevingsagenda de tekst onder I1 ‘verbreed’ naar ‘het handhaven van LIR-afspraken uit het verleden en de instandhouding van groen, landschapselementen en zandpaden’. Actieve handhaving en capaciteit zijn inderdaad een aandachtspunt.
NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
14
7. L.A.M. Biemans - Corsten en F.H.G. Biemans, Beukendreef 4 te Mariahout Zienswijze A. Bestemmingen en functies in het bestemmingsplan buitengebied mogen niet gehinderd worden door de introductie van de nieuwe brede plattelandsbestemming. Bestaande rechten moeten worden geëerbiedigd. Ook onder de nieuwe brede plattelandsbestemming dient ruimte te zijn voor in het verleden aan de bestemming agrarisch toegekende functies, zoals kampeerboerderij en paardenhouderij. B. De raad dient zich te realiseren dat hij wel gebonden is aan de instructieregels die onder andere door de provincie zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. C. Het is niet evident dat een overwegend landelijke gemeente als Laarbeek als visie uitdraagt dat het ‘in de toekomst zelfs als energieleverancier voor de stad zou moeten dienen’. Er moet voor worden opgepast dat de gemeente Laarbeek zich committeert aan een overmatig grote bijdrage aan de opwek van duurzame energie voor de MRE. Wat betreft opwek van duurzame energie dienen stedelijke gebieden primair zelf voor deze opwek te zorgen, bijvoorbeeld op daken, bedrijventerreinen en bij infrastructuur. D. Opwek van duurzame energie staat op gespannen voet met de doelstelling om een aantrekkelijk buitengebied te creëren met een goed woon- en leefklimaat.
Het plaatsen van windturbines leidt immers tot geluidsoverlast, slagschaduw, trilling, horizonvervuiling, lichtvervuiling, aantasting van de natuur en verstoring van draadloze ethersignalen. Door de bouw van een windpark daalt de waarde van de woningen binnen een afstand van twee kilometer sterk. E. De mogelijkheden van de thans in het bestemmingsplan buitengebied Laarbeek toegekende rechten en mogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven moeten worden geëerbiedigd. F. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen die onder de categorie ‘groen’ vallen in het verkeerslichtmodel, is het van belang dat de gemeente altijd een zorgvuldige belangenafweging maakt waarbij alle relevante feiten en belangen worden afgewogen. De Algemene wet bestuursrecht en Algemene beginselen van behoorlijk bestuur blijven ook onder de nieuwe Omgevingswet van toepassing. De leefomgeving en de omgevingskwaliteit spelen hierbij uitdrukkelijk een rol. G. Er wordt een negatief beeld geschetst van de huidige staat van het buitengebied van Laarbeek. Reclamanten herkennen zich niet in deze analyse. Zo is er van verpaupering maar op geringe schaal sprake. H. De omgevingsvisie stelt dat grenzen tussen gebieden streng worden getrokken en gehanteerd. Van deze scherpe gebiedsafbakening kan niet worden afgeweken, omdat deze afwijking ontegenzeggelijk leidt tot willekeur. Hier mist de omgevingsvisie flexibiliteit.
Indien er goede argumenten zijn om van de oorspronkelijke gebiedsafbakening af te wijken, dit goed kan worden gemotiveerd en deze niet leidt tot een onevenredige en/of onbehoorlijke belangenafweging, zou afgeweken moeten kunnen worden. I. Het in 2005 aangewezen Landbouw Ontwikkelingsgebied (LOG) was alleen gevestigd ten noordwesten van Mariahout (Jekschot). Dit gebied is veel kleiner dan het in de omgevingsvisie aangewezen Pionierslandschap. J. Bij nieuwe, toekomstige grootschalige ontwikkelingen in het pionierslandschap dient ook rekening te worden gehouden met (verblijfs)recreatieondernemingen en vakantiewoningen. Ook moet de externe werking van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) door middel van een verstoringsafstand betrokken worden. K. Wat betreft windenergie geldt dat er in Laarbeek zeer weinig mogelijkheden zijn om windturbines te realiseren. Onder andere het radarverstoringsgebied rond vliegbasis Volkel en de daarvoor geldende bouwhoogtebeperking in combinatie met de 500voetszone leveren een zeer ernstige belemmering op. Bovendien verdraagt zich de ruimtelijke functie kampeerboerderij niet met windturbines omdat er geen aanvaardbaar woon-, leef- en verblijfsrecreatieklimaat blijft bestaan. L. Om de doelstelling van 800 Tj te kunnen behalen dient veel landbouwgrond te worden ingezet als zonnepark.
De landbouwstructuur van het buitengebied van Laarbeek wordt dan ernstig aangetast. NOTA VAN BEANTWOORDING EN WIJZIGING
15
M.
N.
Op de kaart op pagina 86 wordt een overzicht gegeven van toerisme en recreatie in Laarbeek. Hierop ontbreken onterecht de in Laarbeek gevestigde kampeerboerderijen / groepsaccommodaties, o.a. groepsaccommodatie De Strohalm (Beukendreef 4 in Mariahout). Voor wat betreft het fietsnetwerk is geen rekening gehouden met de route die loopt over de Schaapsdijk richting Meijerijstad. Bij toepassing van de omgevingsdialoog blijft de gemeente verantwoordelijk voor een zorgvuldige en juridisch correcte belangenafweging. Hierbij dienen ook de belangen die (nog) niet in de omgevingsdialoog zijn betrokken, te worden afgewogen.
Reactie A. De bestaande rechten van agrarische bedrijven (en recreatiebedrijven) worden gerespecteerd. En met de introductie van de brede plattelandsbestemming hoopt de gemeente juist méér flexibiliteit en ruimte te kunnen bieden voor bedrijven in het buitengebied. B. De gemeente is zich bewust van de sturende en regisserende rol van de provincie in het buitengebied. Vandaar dat de uitwerking van de brede plattelandsbestemming in nauw overleg met de provincie zal plaatsvinden. C. In de Omgevingsvisie wordt niet benoemd of Laarbeek in een deel van de energiebehoefte van omliggende gemeenten moet voorzien. Het energieverbruik van Laarbeek zelf wordt genoemd (3133TJ) en daarvan wordt als tussendoel een deel van het eigen verbruik genoemd (818TJ) dat duurzaam opgewekt zou moeten worden. De gemeente committeert zich dus niet aan een bijdrage aan de regio voorbij de eigen behoefte. De opmerking waaraan reclamant refereert is gemaakt in hoofdstuk 5, een algemeen geformuleerde uiteenzetting over trends en ontwikkelingen. D. In het buitengebied van Laarbeek concurreren verschillende functies om ruimte. Leefklimaat voor bewoners wordt belangrijk gevonden, maar ook andere functies die belangrijk zijn voor de Laarbeekse samenleving moeten worden ingepast, waaronder ook grootschalige energie.
De Omgevingsvisie beoogt deze functies zo zorgvuldig mogelijk in te passen, zodat de genoemde nadelen tot een minimum worden beperkt en binnen aanvaardbare grenzen blijven. De gemeente toetst bijvoorbeeld aan overlast door licht en geluid en volgen daarbij de landelijke normen. Van daling van woningwaarde is nu nog geen sprake, dat is pas aan de orde als er werkelijk een windproject zou worden vergund. Mocht er een project worden vergund, dan is de planschadeprocedure daarop van toepassing. E. De bestaande rechten van een agrarisch bedrijf zoals onder andere vastgelegd in het geldende bestemmingsplan, worden te allen tijde geëerbiedigd. Indien de bestaande rechten al een bepaalde mate van grootschalige doorgroei mogelijk maken, dan zal gemeente hierin geen wijzigingen aanbrengen. F. De categorie ‘groen’ betekent niet dat de initiatiefnemer zonder vergunning aan de slag kan gaan. En bij de vergunningverlening dient inderdaad een ruimtelijke basisafweging plaats te vinden. Maar wél met de intentie om het initiatief mogelijk te maken. G. Verpaupering speelt in Laarbeek inderdaad nog geen grote rol. Maar met de voortschrijdende daling van het aantal agrarische bedrijven liggen verpaupering, verrommeling en criminaliteit wel op de loer. Waakzaamheid is dus geboden. De in de visie genoemde verpaupering moet dus in belangrijke mate worden gelezen als ‘dreigende verpaupering’. H.
De gebiedsindeling wordt streng gehanteerd. Het gemotiveerd afwijken van de gebiedsindeling leidt op termijn tot precedenten op een glibberig pad dat niet meer kan worden hersteld. De gemeente kent de praktijk. I. Dit is correct, maar de gemeente beweert ook niet dat het Landbouw Ontwikkelings Gebied (LOG) als reconstructiewetzone leidend is geweest voor de aanwijzing van de twee ‘toekomstbestendige agrarische ontwikkelgebieden’. Leidend is de weidse, grootschalige uitstraling van het pionierslandschap en het Aa-landschap waarin de gemeente kansen ziet voor agrarische doorontwikkeling. Maar uiteraard altijd met inachtneming van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, de volksgezondheid en de natuur.