CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

6 20231123 Bestemmingsplan Heuvelsche Velden Toelichting

Raadsvergadering 23 november 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Heuvelsche Velden20.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Heuvelsche Velden

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding van de ruimtelijke ontwikkeling 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

4 4 4 5 5 6

Hoofdstuk2 Bestaande situatie en programma 2.1 Historie 2.2 Huidige situatie functionele en ruimtelijke structuur 2.3 Plangebied 2.4 Stedenbouwkundig ontwerp

7 7 9 10 11

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Algemeen 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal / regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie beleidskader

18 18 18 20 35 39

Hoofdstuk4 Verantwoording 4.1 Bodem 4.2 Ecologie 4.3 Water 4.4 Archeologie, cultuurhistorie en aardkundige waarden 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Spuitzone 4.7 Geluid 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Geurhinder 4.10 Externe veiligheid 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Kabels en leidingen 4.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.14 Conclusie

40 40 41 43 45 49 50 52 53 54 56 57 58 59 59

Hoofdstuk5 Wijze van bestemmen 5.1 Inleiding 5.2 Verbeelding 5.3 Regels

60 60 60 60

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

63 63 63

Heuvelsche Velden Pagina 2 van 64

Toelichting

Heuvelsche Velden Pagina 3 van 64

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding van de ruimtelijke ontwikkeling

Voorliggend plan betreft het bestemmingsplan Heuvelsche Velden van de gemeente Laarbeek. Ten westen van de kern Beek en Donk is de ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte voornemens maximaal 65 woningen en een nieuwe natuurontwikkeling te realiseren. Het plan voorziet in de behoefte aan bouwkavels waar particulieren hun eigen woning kunnen realiseren, twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen. Bij de ontwikkeling is zoveel mogelijk rekening gehouden met reeds aanwezige geldende planologische toetsingskaders en stedenbouwkundige principes. Binnen het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Gemeente Laarbeek' is de gewenste ontwikkeling niet mogelijk. Om de ontwikkeling van het woongebied mogelijk te maken, is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied Heuvelsche Velden is gelegen aan de Pater Becanusstraat en de Oostbeemdweg. Aan de rand van het projectgebied loopt de beek de Goorloop, die in de omgeving van Boerdonk uitmondt in de Aa. De locatie ligt ten westen van de kern Beek en Donk. Ten noordwesten van het plangebied ligt een voetbalvereniging. Ten noordoosten zijn agrarische percelen gelegen en ten oosten ligt de woningbouwlocatie 'Pater Becanusstraat'. Deze woningbouwlocatie wordt ook ontwikkeld door de ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1-1.

Figuur 1.1 Ligging en globale begrenzing plangebied (wit omlijnd)

Heuvelsche Velden Pagina 4 van 64

1.3

Bij het plan behorende stukken

Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerende beleid inhoudt en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.

1.4

Geldend bestemmingsplan

De gronden zijn gelegen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Gemeente Laarbeek', vastgesteld door de gemeenteraad van Laarbeek op 6 juli 2010. De gronden hebben in dat bestemmingsplan de enkelbestemming 'Agrarisch - 1' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. De voorgenomen ontwikkeling is in het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Voorliggend bestemmingsplan wordt opgesteld om te voorzien in de planologische mogelijkheid tot deze ontwikkeling.

Figuur 1.2 Uitsnede plangebied vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Gemeente Laarbeek'

Heuvelsche Velden Pagina 5 van 64

1.5

Leeswijzer

Na hoofdstuk 1, inleiding, staat hoofdstuk 2 in het teken van de bestaande situatie en het beoogde programma. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in het op het plangebied van toepassing zijnde beleidskader. Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van de resultaten van de onderzoeken die zijn gedaan naar de mogelijke planeffecten in de omgeving van het plangebied. In hoofdstuk 5 is de juridische planopzet beschreven, waarbij is uiteengezet op welke wijze de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkelingen juridisch zijn vertaald. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan, zowel economisch als maatschappelijk.

Heuvelsche Velden Pagina 6 van 64

Hoofdstuk 2

2.1

Bestaande situatie en programma

Historie

De locatie is gelegen ten westen van de kern Beek en Donk van de gemeente Laarbeek. De locatie bedraagt ca: 7 ha. De globale ligging is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Globale ligging van het plangebied (wit omcirkeld)

Beek en Donk heeft twee historische centra: het Heuvelplein en het Piet van Thielplein. Beek en Donk ligt ingeklemd tussen het dal van de Goorloop in het westen en het dal van de Aa in het oosten, terwijl daar bovendien de Zuid-Willemsvaart loopt. De Goorloop heeft, hoewel ze eerder gekanaliseerd werd, voor een deel weer glooiende oevers gekregen. Historie De streek waar Beek en Donk gelegen is, kende al menselijke bewoning vanaf het Mesolithicum, uit welk tijdvak archeologische vondsten stammen. De voorgangers van de huidige nederzettingen ontstonden in de Merovingische tijd, omstreeks 650, op wat hogere delen van het dekzandlandschap rond de huidige Oude Toren te Beek en bij de huidige buurtschap Heereind, ten westen van Donk. Vanuit hier breidde de bewoning zich van 1300 tot 1500 uit tot lager gelegen delen, zoals Broekkant, Donkersvoort, Donk, Bemmer en de Heuvel te Beek. Op 4 december 1329 werden aan de bevolking de gemeenterechten uitgegeven door Hertog Jan III van Brabant. In 1392 werd de heerlijkheid Beek en Donk, samen met de heerlijkheden Stiphout en Aarle, in leen gegeven aan Dirk de Rovere.

Heuvelsche Velden Pagina 7 van 64

In 1482 kwam de heerlijkheid in het bezit van Jan Oudart. Omstreeks 1400 werd Beek een zelfstandige parochie en uit die tijd dateert de Oude Toren. In 1422 werd te Donk, waar zich ook een edelmanswoning bevond, de Sint-Leonarduskapel gesticht, welke in 1753 werd afgebroken en in 1979 herbouwd. Bestuurlijk was Beek en Donk een geheel met Aarle en Rixtel. In 1642 werd de heerlijkheid Beek en Donk heruitgegeven en werd Beek en Donk gescheiden van Aarle en Rixtel. Industriële bedrijvigheid kwam op gang na de opening van de Zuid-Willemsvaart in 1825. Vanaf 1842 ontwikkelde zich te Donk het bedrijf van Van Thiel, dat spijkers (draadnagels, gaas en later bouwstaal) vervaardigde en wat later Nedschroef en Thibodraad zou worden. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een bedrijventerrein bij Beek (Beekerheide ten oosten van de Oranjelaan) en op 1 januari 1997 ging de gemeente Beek en Donk op in de fusiegemeente Laarbeek.

Figuur 2.2 Historische kaart omstreeks 1900

De benaming van Beek en Donk komt enerzijds, van de dekzandruggen die in de geologische lagen terug te vinden zijn en anderzijds omdat hij omringt is door water. Beek en Donk is ontstaan op de hoge zandgronden tussen de twee beekdalen van de Lieshoutsche beek (nu Goorloop) en de Trekgraaf. Rondom Beek ontstonden de buurtschappen Heereind, Broekkant, Donkersvoort, Donk, Bemmer en de Heuvel. Tot op heden zijn deze buurtschappen als ensemble zichtbaar en beleefbaar in het open landschap. Tussen de buurtschappen liepen de ontginningswegen zoals de Pater Becanusstraat die Heereind met Beek verbond op de hogere delen. Langs deze wegen ontwikkelde zich akkercomplexen met daartussen enkele boerderijlinten zoals de Molenweg. Ter hoogte van het plangebied stroomt de Goorloop door een hogere rug heen, waardoor het beekdal smal is. Vlak ten noorden van het plangebied komen de Goorloop en Trekgraaf samen. De Goorloop heeft, hoewel ze eerder gekanaliseerd werd, voor een deel weer glooiende oevers gekregen. Vroeger liep deze door het plangebied heen, waarna hij gekanaliseerd werd en uiteindelijk om het perceel is heen gelegd (figuur 2.3).

Heuvelsche Velden Pagina 8 van 64

Figuur 2.3 Historische kaart omstreeks 1975

2.2

Huidige situatie functionele en ruimtelijke structuur

Het plangebied is gelegen tussen woonwijk de Hoge Regt en het beekdal van de Goorloop. De overgang tussen de hoge gronden en het lager gelegen beekdal is duidelijk zichtbaar in het hoogteverschil in het maaiveld van ongeveer 1,5 m (figuur 2.4).

Figuur 2.4 Hoogtekaart plangebied

Beekdal Goorloop Het beekdal van de Goorloop vormt de doorlopende lijn rondom het plangebied, van zuidwest naar noordoost. De beekloop is in de huidige vorm gekanaliseerd en om het plangebied heen geleid. Heuvelsche Velden Pagina 9 van 64

Ten zuiden van het plangebied is het beekdal in samenhang met de aangrenzende woonwijken meer natuurlijk ingericht met ruimte voor natuur en waterberging. Pater Becanusstraat De Pater Becanusstraat is de oude agrarische ontsluitingsweg van Beek naar Heereind. De weg wordt begeleid door een fraaie bomenlaan, maar vormt een rommelige overgang tussen dorp en buitengebied. De Hoge Regt De recente dorpsuitbreiding van Beek met sterke integratie dorpsrand - buitengebied. Groene inprikkers vanuit beekdal komen tot diep in de wijk, waardoor het een groen karakter heeft. De laatste fase van de wijk is momenteel in ontwikkeling. Groene long/Lage Regt De Groene Long vormt de groene dooradering tussen Beek en Donk in het beekdal van de Trekgraaf. Het is een recreatieve hoofdstructuur met diverse functies zoals een park, vijver, dierenweide, scouting, volkstuinen, meerdere scholen en het zwembad (figuur 2.5).

Figuur 2.5 Bestaande functionele structuren

2.3

Plangebied

Huidige situatie Het plangebied bedraagt ca. 7 hectare en is in gebruik als akker. Het gebied wordt aan de westen noordzijde begrensd door het beekdal van de Goorloop. Aan de noordoostzijde ligt de Pater Becanusstraat en de nieuwe wijk de Hoge Regt begrenst de zuidzijde. Het plangebied is nagenoeg vrij van beplantingen op een erfbeplanting met boomsingel en boomgroepen na rond het voormalige agrarische erf van Molenweg 45. Recente ontwikkelingen Aan de zuidoostzijde van het plangebied worden op dit moment een zestal Ruimte voor Ruimtekavels ontwikkeld. Deze zullen tezamen met het plangebied ontsloten worden middels een nieuwe ontsluitingsweg vanaf het kruispunt Pater Becanusstraat - IJsweg

Heuvelsche Velden Pagina 10 van 64

2.4

Stedenbouwkundig ontwerp

2.4.1

Concept

Het ruimtelijk concept volgt de historische landschappelijke karakteristieken van de plek; met wonen op de hoge en droge gronden, aansluitend aan de kern en meer ruimte voor het beekdal op de lage en natte gronden. Hierdoor wordt de landschappelijke overgang beleefbaar en het natuurlijke systeem hersteld.

Figuur 2.6 Conceptkaart

Het beekdal krijgt de ruimte zodat de huidige flessenhals omgevormd kan worden tot een robuuste, ruime natuurzone die de Laarsche Velden met de Lage Regt verbindt. De huidige kunstmatig aangelegde akker komt daarmee te vervallen en wordt teruggegeven aan het beekdal. In de oksel van de Goorloop ontstaat daardoor ruimte voor natte natuur, zoals natte hooilandjes en poelen. Tevens wordt hierdoor een 'missing link' in de recreatieve padenstructuur ingevuld, zodat een fijnmazig netwerk van natuur en paden ontstaat en de Laarsche Velden met de Groene Long verbonden worden. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om via het beekdal over de gehele rand van Beek te recreëren. De woonontwikkeling op de hoge grond sluit hierbij aan en zorgt voor een fraaie overgang tussen dorp en buitengebied. Deze woningbouw vormt de afronding van de Heuvelsche Velden Pagina 11 van 64

dorpsrand en volgt de natuurlijke begrenzing van de Goorloop.

Figuur 2.7 Landschappelijke duiding

2.4.2

Visie woongebied

Een interne rondgang vormt de hoofdontsluiting van het woongebied, een tussenliggende structuur is ingericht als parkzone met woonpad. Alle woningen worden hierop ontsloten. Met enkele doorzichten en doorsteken wordt het beekdallandschap direct beleefbaar vanuit de wijk. De rondgaande hoofdonsluiting sluit aan op de nieuwe laan vanaf kruispunt de Pater Becanusstraat IJsweg. Deze laan vormt bovendien een vrijliggende recreatieve route tussen de IJsweg/Groene Long en het beekdalpark van de Goorloop. Op de overgang tussen de wijk en het beekdal komt een klein erf, die een knipoog vormt naar de historische erven die op deze locatie bij archeologisch onderzoek zijn gevonden. Het erf zorgt voor een informele en landschappelijke overgang tussen de wijk en het beekdal. De achterkanten van de woonkavels zijn naar het landschap gekeerd en worden robuust landschappelijk ingepast met struweel en houtsingels. Een steilrand markeert hier de bijzondere overgang tussen beekdal en hogere gronden. 2.4.3

Visie natuurgebied

De omgeving van Beek en Donk kent een sterke groenblauwe mantel. Deze groenblauwe mantel is het minst sterk ter plaatse van het plangebied, mede vanwege het huidige agrarisch gebruik. Daarnaast heeft deze groenblauwe mantel een sterke recreatieve en maatschappelijke functie binnen Beek en Donk. Door de beoogde ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zal niet alleen de groenblauwe mantel versterkt worden, maar wordt ook de recreatieve en maatschappelijke verbinding van Beek en Donk doorgetrokken naar dit gebied. Dit zorgt voor een mooie afronding van het dorp. Tevens is aandacht voor de waterbelangen in het gebied. Met de beoogde ontwikkeling van de natuurzone kan meer water worden vastgehouden in het gebied. Dit is in lijn met de visie van waterschap Aa en maas om te komen tot robuuste watersystemen.

Heuvelsche Velden Pagina 12 van 64

De verschillende kenmerken van het plangebied vormen de basis voor de visie op het natuurgebied. Deze kenmerken omvatten verschillende biotische en abiotische factoren zoals: hoogteverschillen, de aanwezigheid van een ondiepe klei-/leemlaag, verschil in afgezette lagen door de tijd heen en het historisch gebruik van het land. Zo is de grond rijk aan nutriënten door een agrarisch verleden en de rivierafzettingen laten zien dat het vroeger een nat gebied was waar de oude meander overstroomde. Deze verschillende kenmerken vormen de basis voor de toekomstige situatie. Daarnaast worden de ontwikkelingen in het meer recente verleden ook meegenomen. Zo wordt de kans om de reeds ingerichte ecologische verbindingszone te versterken, de recreatieve routes in de buurt aan te sluiten op het plangebied en de mogelijkheid van het versterken van de groenblauwe mantel aangegrepen. Grofweg worden drie doelen onderscheiden: 1. Versterken van robuuste natuur (ecologische verbindingszone, biodiversiteit); 2. Bijdragen aan de groenblauwe mantel van Beek en Donk en recreatieve kansen binnen Beek en Donk; 3. Terugbrengen van de cultuurhistorische waarden. Op de bodemkaart is te zien dat het noordoostelijke deel van het plangebied tot de hoge zwarte enkeerdgronden behoort. Het zuidwestelijke deel hoort tot de beekeerdgronden.

Beekeerdgronden bestaan uit een humusrijke bruingekleurde laag grond, het esdek. Het esdek is hier tenminste vijftig centimeter dik. De beekeerdgronden behoren binnen de Nederlandse bodemclassificatie tot de hydrozandeerdgronden. De bodem bestaat uit een voedselrijke humuslaag die overgaat in een voedselarme laag van dekzand. Beekeerdgrond komt voor in gebieden met een fluctuerende grondwaterstand. In de bodem treedt daardoor oxidatie op. De ligging van het gebied waar de natuurontwikkeling plaatsvindt is relatief lager dan het gedeelte van het plangebied waar de woningen geplaatst gaan worden. Daardoor is dit gebied een stuk natter, met een relatief hogere grondwaterstand. Deze omstandigheden lenen zich bij uitstek voor de ontwikkeling van het natuurdoeltype Vochtig Hooiland. Het projectgebied heeft de daarnaast potentie om de groenblauwe mantel in de omgeving te versterken. De doorgaande groenblauwe structuur is op zijn smalst ter hoogte van het plangebied. Het gebied fungeert nu als een flessenhals en is beperkend in de groenblauwe verbinding. Verbreding is noodzakelijk. Daarnaast ontbreken ter hoogte van het plangebied momenteel recreatieve verbindingen tussen kern en landschap én tussen de groene long ten noorden van de ontsluitingsweg en het heringerichte beekdalgebied ten zuiden van het plangebied.

Het plangebied is momenteel een alleenstaande akker, terwijl het een belangrijke natuurlijke schakel kan vormen voor de omgeving. Binnen het plan is gekozen voor duidelijke scheiding tussen recreatie en natuur. Dit is terug te zien in de inrichtingsschets in figuur 2.8 en Bijlage 2. De recreatiezone ligt ten oosten van het rechterwandelpad en dient tevens als waterbergingszone voor het woondeel bij hevige regenval (lichtgroene kleur). Het hele gebied ten westen van dit wandelpad wordt als natuur ingericht en bestemd. Vanaf het rechter wandelpad wordt er glooiend afgegraven richting het linker wandelpad, tot aan de klei-/leemlaag. Hierdoor wordt het natuurdoeltype Vochtig Hooiland gerealiseerd. De uitgangssituatie van het plangebied leent zich uitstekend voor dit natuurdoeltype vanwege de aanwezigheid van een ondiepe klei-/leemlaag. Dit is een natuurdoeltype dat een hoge biodiversiteit herbergt en goed aansluit bij de historie van het gebied en de omliggende omgeving. Gradueel wordt er vervolgens minder diep afgegraven richting het linker wandelpad. Hierdoor ontstaat een overgang van het natuurdoeltype Vochtig Hooiland naar het natuurdoeltype Kruidenen faunarijk grasland. Tussen het linker wandelpad en de Goorloop is dit ook het natuurdoeltype.

De graduele overgang van Vochtig Hooiland naar Kruiden- en Faunarijk grasland is ook van toepassing in het noordelijke deel in de richting van de Pater Becanusstraat. Bij het afgraven zal gekeken worden naar de lokale omstandigheden en diepte van de klei-/leemlaag. Hierdoor ontstaat centraal binnen het natuurgebied feitelijk een grote, dieper gelegen zone met het natuurdoeltype Vochtig Hooiland met daarom zones met Kruiden- en Faunarijk grasland. De overgang van het woongebied naar het natuurdeel is in een indicatief dwarsprofiel weergegeven

Heuvelsche Velden Pagina 13 van 64

in figuur 2.9. De overgang is integraal benaderd, waarbij de struweelrand langs de woningen de eerste groene afscheiding vormt en vervolgens op een eenduidige manier overgaat in het natuurgebied. De vormgeving zorgt ervoor dat er een duidelijke grens van de dropsrand van Beek en Donk ontstaat met een eenduidige overgang richting het natuurgebied dat aansluit op de reeds aanwezige ecologische verbindingszone langs de Goorloop. De ontwikkeling vormt daarmee tevens de afronding van de dorpsrand en ontmoedigt vanwege de vormgeving met een integraal natuurgebied en de Goorloop als harde landschappelijke barrière verdere uitbreiding richting de toekomst.

Heuvelsche Velden Pagina 14 van 64

Heuvelsche Velden Pagina 15 van 64

Figuur 2.8 Inrichtingsschets natuurontwikkeling

Figuur 2.9 Principeprofiel overgang woongebied naar natuurgebied

2.4.4

Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteit

Voor het plan is een uitgebreid stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 1. Het plan is een integraal document om de ruimtelijke verschijningsvormen en kwaliteit, in de looptijd van het project, te waarborgen en vormt het kader voor de ontwikkeling van de locatie. Daarnaast geldt in algemene zin ook de welstandsnota van de gemeente Laarbeek (herziene versie 2012). De planlocatie is gelegen in het gebied waarvoor een welstandstoets verplicht is. De algemene welstandscriteria zijn daarbij van toepassing, aangevuld met de gebiedsgerichte criteria uit het beeldkwaliteitsplan. 2.4.5

Omgeving en privacy

Er is een integrale afweging gemaakt voor de ontwikkeling van het gebied, waarbij het belang van nieuwe woningen, de realisatie van nieuwe natuur en recreatieve verbindingen, maar ook de belangen van omwonenden zijn meegenomen in de afweging. Gedurende het planvormingsproces is op twee momenten gelegenheid voor omwonenden geweest om te reageren op het plan. Op 10 november 2021 en 22 maart 2022 zijn er informatieavonden geweest voor omwonenden en belanghebbenden. Naar aanleiding van de eerste avond in november zijn er ook ontwerpsessies op 8 en 14 december 2021 geweest met de direct omwonenden. Zie voor het overzicht van het participatieproces Bijlage 14. Aspecten die, mede naar aanleiding van het participatieproces, een plek binnen het plan hebben gekregen: De hoofdontsluiting binnen het plangebied is aangepast, waarbij de impact op bestaande bewoners is verminderd: 1. Het wegprofiel is gespiegeld, waardoor vanuit de bestaande woningen (Pater Becenusstraat en Den Hoek) gezien de bomenlaan dichterbij is komen te liggen en de ontsluitingsweg op grotere afstand; 2. De interne verkeerstructuur binnen het plangebied is zodanig aangepast dat er zo min mogelijk nieuwe verkeersbewegingen langs Den Hoek ontstaan. Rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen zijn centraal in het plangebied gepositioneerd en niet aan de randen.

Er is meer afstand gecreëerd tussen de bestaande woningen en de nieuwe woningen die met het plan mogelijk worden gemaakt. In de huidige planopzet is sprake van een ruime afstand van ca. 50 meter gehanteerd tussen de woningen aan Den Hoek en de nieuwe Heuvelsche Velden Pagina 16 van 64

woonbestemmingen. Het gebied tussen de bestaande woningen aan Den Hoek en de nieuwbouwwoningen binnen het plan Heuvelsche Velden wordt groen ingericht, waarbij de landschappelijke inpassing als voorwaardelijke verplichting is vastgelegd in het bestemmingsplan. Er is gekozen voor een lagere bouwhoogte (9 in plaats van 11 meter) voor de woningen die het dichtste bij de bestaande woningen van Den Hoek zijn gepositioneerd. In het algemeen is binnen de planopzet gekozen voor een ruime opzet met zachte, groene overgangen richting omwonenden. Nadelige gevolgen van de ontwikkeling zijn hiermee zoveel mogelijk gemitigeerd. De belangen van de omwonenden zijn daarmee zorgvuldig afgewogen en verwerkt in het voorliggende plan.

Heuvelsche Velden Pagina 17 van 64

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt het relevante Rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke structuur en de functionele structuur opgenomen.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

In de nationale omgevingsvisie, de NOVI, word een lange termijnvisie weergegeven over de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. De Novi heeft 4 verschillende prioriteiten die op de lange en op de korte termijn maatregelingen nodig hebben. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Er zijn in totaal 21 nationale belangen waar de NOVI zich op richt: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving.

9. Zog dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit) 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Toetsing Heuvelsche Velden Pagina 18 van 64

Onderhavige ontwikkeling heeft niet specifiek betrekking op een van nationale belangen zoals beschreven in de NOVI. De woningbouwontwikkeling is niet in strijd met de NOVI en het plangebied maakt geen onderdeel uit van een NOVI-gebied. 3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit procesvereiste is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Het Rijk heeft ervoor gekozen om, gedeeltelijk gebaseerd op de al langer geldende SER-ladder uit 1999, het procesvereiste vorm te geven als een determinerend-cumulatief werkende motivatieverplichting. De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is per 1 juli 2017 gewijzigd. De motiveringsplicht blijft, de nieuw ladder bevat echter geen treden meer.

De voormalige treden zijn samengevoegd tot één lid: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De Ladder geldt alleen voor 'nieuwe' stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er volgens het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of gerealiseerd kon worden. Toetsing Voor de ontwikkeling is een laddertoets opgesteld (Bijlage 3). Hierin wordt de behoefte aan de ontwikkeling en bijbehorend woningbouwprogramma onderbouwd. Tevens wordt hier ingegaan op de locatiekeuze. Concluderend kan worden gesteld dat er behoefte is aan het beoogde woningbouwplan Heuvelsche Velden. De beoogde programmering is regionaal afgestemd en past binnen de regionale verstedelijkingsafspraken. Tevens is sprake van een uitbreidingslocatie die ruimtelijk gezien aanvaardbaar is en weloverwogen tot stand is gekomen. De locatie sluit op logische wijze aan op het bestaand stedelijk gebied en vormt een heldere afronding hiervan.

Er is sprake van een duidelijke afbakening richting het buitengebied. Door de opzet en structuur van de ontwikkeling is verdere uitbreiding van het stedelijk gebied onlogisch en zeer onwaarschijnlijk richting de toekomst. Daarmee is sprake van een duurzame stedelijke afronding van de kern. 3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het "Besluit algemene regels ruimtelijke ordening" (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen; mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie Heuvelsche Velden Pagina 19 van 64

hoofdwegen en landelijke spoorwegen elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Toetsing Geen van de nationale belangen heeft betrekking op het plangebied. Het Barro staat de ontwikkeling niet in de weg.

3.3

Provinciaal / regionaal beleid

3.3.1

Structuurvisie ruimtelijke ordening

Op 1 oktober 2010 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Structuurvisie ruimtelijke ordening vastgesteld. Op 1 januari 2011 is deze Structuurvisie in werking getreden en in maart 2014 is een partiele herziening van kracht geworden. De provinciale ruimtelijke belangen zijn in vier structuren onderverdeeld: 1. De groenblauwe structuur: hier wordt gekozen voor functieontwikkeling in combinatie met de ontwikkeling van een robuust raamwerk met landschappelijke kwaliteit. Deze structuur bestaat uit de bestaande natuur, watersystemen en gebieden die geschikt zijn voor de ontwikkeling van nieuwe natuur. 2. Het landelijk gebied: dit is een multifunctioneel gebied waarbij de agrarische productieruimte wordt behouden in delen van het gebied waar de landbouw bepalend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. De stedelijke structuur: er is sprake van twee perspectieven binnen deze structuur. De eerste zijn de stedelijke concentratiegebieden waar de stedelijke groei wordt opgevangen. Op deze manier blijven de groene gebieden tussen de steden open. De tweede zijn de kernen in het landelijk gebied die zoveel mogelijk worden ontzien van verdere verstedelijking. Hier zijn ontwikkelingen voor wonen, werken en voorzieningen mogelijk wanneer deze voorzien in de eigen verstedelijkingsbehoefte. 4.

De infrastructuur: gekozen wordt voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische kennisclusters in de provincie Noord-Brabant. Uit de Structuurvisie blijkt dat de provincie het wonen zoveel mogelijk in kernen wil concentreren om op deze manier ook het voorzieningenniveau in de kleinere kernen op peil te houden. Leefbaarheid is dan ook een belangrijk aandachtspunt. Samen met de bewoners wordt in de dorpen in het landelijke gebied gezocht naar mogelijkheden om gemeenschappelijke voorzieningen voor de kernen te behouden. Het plangebied valt onder de groenblauwe mantel. De groenblauwe structuur omvat de samenhangende gebieden in Noord-Brabant, waaronder de ecologische hoofdstructuur, waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. Behoud en ontwikkeling van natuurwaarde in en buiten natuurgebieden is hier belangrijk. De gebieden van de groenblauwe mantel in de nabijheid van stedelijke omgeving richten zich vooral op het recreatieve gebruik en de beleving van het groenblauwe gebied dichtbij de stad. Stad en land komen hier nadrukkelijk samen, de gebieden zijn de groenblauwe dragers van het “stadteland”.

Heuvelsche Velden Pagina 20 van 64

Figuur 3.1

Uitsnede Structurenkaart Provincie Noord-Brabant

Toetsing De provincie heeft de ambitie om het wonen zoveel mogelijk in de kernen te concentreren. Bij voorliggend plan is sprake van ontwikkeling direct aansluitend op de kern Beek in Donk. Binnen de kern zelf is onvoldoende ruimte beschikbaar om een woningbouwontwikkeling van vergelijkbaar formaat en met een vergelijkbare woningtypologie mogelijk te maken. De locatie waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft sluit direct aan op het bestaand stedelijk weefsel en vormt de schakel tussen het noorden en zuiden van Beek en Donk, zonder inbreuk te maken op de kenmerkende Groene Long tussen deze twee delen van Beek en Donk. De ontwikkeling versterkt de ruimtelijke structuur door de afronding van het verstedelijkt gebied van het dorp grenzend aan de Groene Long en het accentueren van de overgang van verstedelijkt gebied naar het landelijk gebied achter de Goorloop. Op het plangebied liggen daarnaast groenblauwe ambities (o.a. groenblauwe mantel, robuuste verbindingszone langs de beek, vasthouden water). Het plangebied vormt nu echter een solitaire akker opgespannen tussen beek de Goorloop, de hoofdontsluitingsstructuur en het stedelijk gebied van Beek en Donk. Door deze inrichting zijn er geen waardevolle, relevante kenmerken en waarden met betrekking tot natuurkwaliteit of landschapsstructuur in het plangebied aanwezig.

De bestaande, doorgaande groenblauwe structuur is op zijn smalst ter hoogte van het plangebied, het fungeert nu als een flessenhals en is beperkend in de groenblauwe verbinding. Verbreding hiervan is derhalve noodzakelijk. Daarbij ontbreken ter hoogte van het plangebied verbindingen tussen kern en landschap én tussen de Groene Long ten noorden van de ontsluitingsweg en het heringerichte beekdalgebied ten zuiden van het plangebied. Op dit moment worden de kansen vanuit de groenblauwe ambities dus niet benut. Met de voorgenomen ingreep zal daarom, naast Heuvelsche Velden Pagina 21 van 64

de ontwikkeling van woningen, een recreatieve, groene structuur worden gerealiseerd, die aansluit op het bestaande Natuurnetwerk Brabant (NNB). Hiermee wordt het beekdal beleefbaar gemaakt. Ook wordt het cultuurhistorisch landschap terug gebracht, wat tevens de belevingswaarde van het beekdal verhoogt. Daarnaast wordt het watersysteem hersteld en robuuster gemaakt. De natuurontwikkeling binnen het plangebied is daarmee overeenkomstig met de voorwaarden met betrekking tot ontwikkelingen in de Groenblauwe mantel. Ter plaatse van de voorziene woningbouw is de aanduiding Groenblauwe Mantel aanwezig. Het aandeel Groenblauwe Mantel waarop ruimtebeslag plaats vindt, wordt in oppervlakte gecompenseerd als nieuw te ontwikkelen natuur binnen hetzelfde plangebied. Per saldo is daarmee sprake van een verbetering van de natuurkwaliteiten ter plaatse. Momenteel is het plangebied immers in gebruik als agrarische grond. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de provinciale ruimtelijke belangen vanuit de structuurvisie. 3.3.2

Omgevingsvisie Noord-Brabant

De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. Volgens de laatste informatie treedt de nieuwe Omgevingswet in 2022 of begin 2023 in werking. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op het gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort vanuit de basis.

Basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit Hoofdopgave I: werken aan de Brabantse energiestransitie Hoofdopgave II: werken aan een klimaatproof Brabant Hoofdopgave III: werken aan de slimme netwerkstad Hoofdopgave IV: werken aan een concurrerende, duurzame economie Toetsing: Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. Uitbreiding van het bestaande stedelijke gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De kwalitatieve overwegingen die ten grondslag liggen aan voorliggende ontwikkeling zijn onder andere omschreven in paragraaf 3.3.1. Daarnaast is in de laddertoets de concrete marktvraag van de woningen en vrije kavels aangetoond. Hiermee past voorliggend plan binnen de kaders van de Omgevingsvisie.

Heuvelsche Velden Pagina 22 van 64

3.3.3

Interim Omgevingsverordening

Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Iov) vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is in werking getreden op 5 november 2019 en bevat regels voor de fysieke leefomgeving. De meest recente actualisatie betreft de geconsolideerde versie van 1 augustus 2023. De regels hebben betrekking op ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening heeft een aantal provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte, vervangen. Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen.

Werkingsgebieden in het plangebied Het plangebied van het bestemmingsplan 'Heuvelsche Velden' is vrijwel volledig aangewezen als 'landelijk gebied' met de aanduiding 'groenblauwe mantel' (zie figuur 3.2). De Goorloop en de reeds aanwezige ecologische verbindingszone zijn onderdeel van het werkingsgebied 'Natuur Netwerk Brabant' (zie figuur 3.3) en vallen binnen de werkingsgebieden 'behoud en herstel van watersystemen' en 'attentiezone waterhuishouding'. Direct ten oosten van het plangebied en ten noorden van het plangebied en de Groene Long zijn de gronden aangewezen als 'stedelijk gebied' met de aanduiding 'landelijke kern' (zie figuur 3.4). Op de volgende figuren zijn de relevante werkingsgebieden uit de Iov weergegeven.

Heuvelsche Velden Pagina 23 van 64

Figuur 3.2

Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Landelijk Gebied

Heuvelsche Velden Pagina 24 van 64

Figuur 3.3 Uitsnede Kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Natuur Netwerk Brabant

Heuvelsche Velden Pagina 25 van 64

Figuur 3.4 Uitsnede Kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Stedelijk Gebied

Herbegrenzing De ontwikkeling is op één onderdeel strijdig met de Iov. Afdeling 3.5 van de Iov bevat de regels voor een stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.42, eerste lid bepaalt dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het werkingsgebied 'stedelijk gebied' ligt. Het plangebied ligt echter binnen het 'landelijk gebied'. Om de volledige ontwikkeling van het plangebied Heuvelsche Velden mogelijk te maken, moet ook aan het oostelijk deel van het plangebied, ter plaatse van de woningbouw, het werkingsgebied 'stedelijk gebied' worden toegekend. De provincie Noord-Brabant is daarom verzocht om voor het oostelijk deel van Heuvelsche Velden de huidige werkingsgebieden 'landelijk gebied' en 'groenblauwe mantel' gemotiveerd te wijzigen naar het werkingsgebied 'stedelijk gebied'. Dit verzoek is gedaan op grond van de onderbouwing, zoals hieronder opgenomen. Het besluit tot herbegrenzing dient vóór vaststelling van dit bestemmingplan door de provincie genomen te worden. De provincie is daarbij bevoegd om op grond van artikel 5.3 van de Interim omgevingsverordening de grens van de aanduiding 'stedelijk gebied' te wijzigen (door middel van een herbegrenzing), wanneer één of meer van de volgende gevallen zich voordoet (artikel 5.3 lid 1): a. b. c. d. e.

de wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering; de wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen; de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening; er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing; de begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld. Heuvelsche Velden Pagina 26 van 64

Het herbegrenzingsverzoek wordt in dit geval gedaan op grond van sub a, b en c. Ad a) De grens van het werkingsgebied 'stedelijk gebied' wordt aangepast door het werkingsgebied in westelijke richting te vergroten. Hierdoor wordt het mogelijk om de woningbouwlocatie conform de huidige stedenbouwkundige opzet te ontwikkelen en daarmee één van de sleutelprojecten vanuit de Woondeal Zuidoost Brabant mogelijk te maken. Dit draagt bij aan een doelmatige uitvoering van het gebiedsontwikkeling Heuvelsche Velden en zorgt voor een logische afronding van het dorp aan de westzijde. Ad b) De wijziging van het werkingsgebied 'stedelijk gebied' draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen, namelijk het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied, op gronden waar de stedelijke ontwikkeling vanuit uit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is. Ad c) Op grond van de motivatie aan de hand van de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functie, zoals in onderstaande paragraaf opgenomen, wordt de ontwikkeling in lijn geacht met de uitgangspunten en basisprincipes van de Iov.

Vergroting van het werkingsgebied 'stedelijk gebied', om zodoende het hele plangebied te kunnen ontwikkelen, past dan ook binnen het hoofdprincipe van de Iov: een evenwichtige toedeling van functies waarbij invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.

Basisprincipesvoor een evenwichtige toedeling van functies Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 van de verordening gekeken naar een concrete invulling.

Artikel 3.5: Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3.5 is opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Door de ontwikkeling van Heuvelsche Velden transformeert een monofunctioneel agrarisch gebied naar een nieuwe multifunctioneel gebied, waar ruimte is voor wonen, natuur, water en recreatie. Het gebied sluit daarbij in het oosten aan op het bestaande dorp en realiseert nieuwe recreatieve verbindingen tussen de Groene Long en de ecologische verbindingszone rondom de Goorloop. De natuurontwikkeling aan de westzijde sluit aan op de karakteristieken van de Goorloop en levert nieuwe natuurwaarden op en een versterking van het aanwezige NNB. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de kwaliteiten en karakteristieken van het bestaande dorp en van de locatie. Het doel is om Heuvelsche Velden te ontwikkelen als een aantrekkelijk nieuw woon, leef- en natuurgebied, met veel ruimte voor groen en water en een gevarieerd woningbouwprogramma. In het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan is veel aandacht voor de totstandkoming van een goede omgevingskwaliteit. Uit verschillende (milieu)onderzoeken die ten grondslag zijn gelegd aan het bestemmingsplan blijkt bovendien dat sprake is van een veilige, gezonde leefomgeving.

Waar nodig zijn maatregelen (bijvoorbeeld voorwaarden voor de realisering van voldoende waterberging en de aanleg van de landschappelijke structuur) geborgd in het bestemmingsplan. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving moet rekening worden gehouden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn nader toegelicht in artikel 3.6, 3.7 en 3.8. De motivatie aan de hand van deze artikelen is hieronder opgenomen.

Heuvelsche Velden Pagina 27 van 64

Artikel 3.6: Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 is opgenomen wat zorgvuldig ruimtegebruik betekent. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel; d. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag, zoals door meervoudig ruimtegebruik of door verticale bouw, zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling. Ad a) Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied 'stedelijk gebied' of een bestaand bouwperceel. Bij voorliggende ontwikkeling is ná de herbegrenzing voor het woondeel sprake van een een ontwikkeling die valt onder het werkingsgebied 'stedelijk gebied'. Daarbij wordt de ontwikkeling in voorliggend hoofdstuk getoetst aan de relevante artikelen uit de Iov.

Ad b) Hier wordt aan voldaan. De laddertoets is opgenomen in Bijlage 3. Ad c) In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor de verschillende bestemmingen binnen het plangebied. Die regels stellen beperkingen aan het maximaal aantal te realiseren woningen en regelen wat voor bebouwing mag worden opgericht. Er zijn regels opgenomen voor (onder meer) de goot- en bouwhoogte en afstanden tot de perceelsgrenzen voor zowel hoofdgebouwen als bijbehorende bouwwerken. Daarnaast zijn de woonbestemmingen binnen het plan geconcentreert op de hoger gelegen gronden binnen het plangebied, aansluitend op de bestaande kern. Ad d) De locatie waarop de ontwikkeling plaatsvindt is momenteel agrarische grond. Intensivering van bestaand ruimtebeslag is daarmee niet aan de orde. De locatie leent zich stedenbouwkundig niet voor verticale bouw. Wel is er rekening gehouden met meervoudig ruimtegebruik: zo zijn toegangsroutes tevens recreatieve verbindingen, is er sprake van een waterbergingszone die enerzijds dient als buffer bij hevige regenval en anderzijds onderdeel uitmaakt van het natuurgebied en levert de ontwikkeling van het natuurgebied meerwaarde op voor zowel biodiversiteit als recreanten. Tevens wordt een deel van het natuurgebied uitgegraven, waardoor ook blauwe opgaven (meer waterbergingscapaciteit) worden bediend.

Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) en meerwaardecreatie (artikel 3.8) Artikel 3.7 bepaalt dat een bestemmingsplan aan de hand van de lagenbenadering de ontwikkeling dient te beschouwen. Artikel 3.8 bepaalt dat er bij een ontwikkeling sprake is van een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten in het gebied. Daaronder valt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De provincie pakt complexe maatschappelijke uitdagingen integraal en samen met publieke, private en maatschappelijke partners aan. Door verschillende doelen met elkaar te verweven en slimme combinaties te maken, ontstaat een grotere meerwaarde voor het gebied. De provincie richt zich op het verknopen en verweven van opgaven en het zoeken naar synergie en meerwaarde. Daarbij wordt vanuit verschillende richtingen gekeken naar een ontwikkeling. Dit verwoordt de provincie als volgt: Een ‘diepe’ manier van kijken: we kijken niet alleen naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar betrekken hierin de dynamiek en randvoorwaarden die de onderste lagen

Heuvelsche Velden Pagina 28 van 64

meegeven. Daarbij kijken we op verschillende schaalniveaus naar gelang een vraagstuk daarom vraagt en benutten we de factor tijd actief. Hierbij kijken we ook naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek, en naar (effecten in) de toekomst. Een ‘ronde’ manier van kijken: we kijken niet sectoraal maar combineren opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Vanuit een gebiedsgerichte insteek. Een nieuwe ronde manier van kijken met een balans tussen people, planet en profit. Een ‘brede’ manier van kijken: we kijken niet vanuit één gezichtspunt maar betrekken daar veel partijen bij, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. Diep In paragraaf 2.1 en 2.2 is ingegaan op de historie en huidige situatie van het gebied. Op basis van de lagenbenadering is het concept voor dit gebied ontwikkeld. De lagenbenadering wordt vaak gebruikt om een locatie en haar omgeving te analyseren. Hier worden de drie lagen afzonderlijk van elkaar geanalyseerd. Aan de hand van de uitkomsten van de lagenbenadering kunnen vervolgens afwegingen en keuzes gemaakt worden voor ruimtelijke ontwikkelingen op de locatie. Laag 1: ondergrond Het plangebied is deels gelegen op hogere zandgronden en deels in het beekdal van de Goorloop.

Vroeger liep de Goorloop door het plangebied heen, door ruilverkaveling en agrarisch gebruik is deze om het perceel heen gelegd. Voor een deel zijn de glooiende oevers weer hersteld. Door het beekdal te herinrichten tot een stuk nieuwe natuur als ecologische verbinding en zone voor extensieve recreatie, wordt de oude situatie zoveel mogelijk in ere hersteld. De huidige kunstmatig aangelegde akker komt daarmee te vervallen en wordt teruggegeven aan het beekdal. In de oksel van de Goorloop ontstaat daardoor ruimte voor natte natuur, zoals natte hooilandjes en poelen. Op de hogere gelegen zandgronden (het hoogteverschil in het gebied is ca. 1,5m), is de woningbouwontwikkeling beoogd. Deze ontwikkeling zorgt voor een duidelijke overgang van kern naar buitengebied en een heldere begrenzing en afronding van het stedelijke gebied. Laag 2: netwerken Het plangebied is gelegen aan de Pater Becanusstraat, van origine een ontginningsweg die Heereind verbond met Beek. Langs deze wegen ontwikkelden zich akkercomplexen. De Pater Becanusstraat leidt naar het centrum van Beek en Donk, vanwaar de provinciale wegen richting omliggende dorpen snel bereikbaar zijn. Door de ontwikkeling wordt tevens invulling gegeven aan de recreatieve padenstructuur, zodat een fijnmazig netwerk van natuur en paden ontstaat en de Laarsche Velden met de Groene Long verbonden worden.

Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om via het beekdal over de gehele kernrand van Beek te recreëren. Laag 3: cultuurhistorie, occupatie en landschap In paragraaf 2.1 en 4.4.2 wordt uitgebreid ingegaan op cultuurhistorie en occupatie. Het plangebied is al lange tijd geleden bewoond geweest. Door in het stedenbouwkundig plan met een knipoog te verwijzen naar het verleden met een boerenerf wordt recht gedaan aan de cultuurhistorische en archeologische waarden in het gebied. Op landschappelijk vlak draagt de ontwikkeling bij aan afronding van de kern Beek en Donk. Het perceel is tot heden in gebruik als akkerbouwperceel. Door het ruimtelijk concept dat de historische landschappelijke karakteristieken van de plek volgt, wordt de landschappelijke overgang beleefbaar en tevens het natuurlijke systeem hersteld. Rond De planontwikkeling betreft een integrale natuur- en woningbouwontwikkeling, waarbij meerwaardecreatie het basisuitgangspunt is. Het plan is bij uitstek gebaseerd op de pijlers people, planet, profit. Het initiatief draagt enerzijds bij aan de woningbouwopgave, maar voegt anderzijds ook recreatieve mogelijkheden toe voor huidige en toekomstige inwoners door de recreatieve invulling die bestaande gebieden met elkaar verbindt (people). Kansen voor natuurinclusiviteit worden zoveel mogelijk benut.

Dit uit zich in de groene opzet van het plan met ruimte voor water en bomen passend in de omgeving. Tevens wordt een plan voor natuurinclusief

Heuvelsche Velden Pagina 29 van 64

bouwen opgesteld waardoor niet alleen de natuurontwikkeling een bijdrage levert aan de biodiversiteit maar ook de woningbouwontwikkeling zelf (planet). Door de realisatie van woningen en natuur biedt het tevens werkgelegenheid (profit). Breed Bij de ontwikkeling zijn al vroegtijdig diverse partijen betrokken, waaronder het waterschap, de provincie en diverse lokale belangenpartijen. Tevens is de omgeving van het plangebied meegenomen middels een omgevingsdialoog (zie 6.1). Door partijen vroegtijdig mee te nemen in de planvorming zijn andere meningen, gezichtspunten, wensen, ideëen en belangen zoveel als mogelijk meegenomen in de planvorming. Artikel 3.9: Kwaliteitsverbetering landschap In artikel 3.9 'Kwaliteitsverbetering landschap' staat dat een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in 'landelijk gebied' bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Hoewel de woningbouwontwikkeling na herbegrenzing plaatsvindt binnen de aanduiding 'stedelijk gebied', wordt de natuurontwikkeling wél binnen 'landelijk gebied' gerealiseerd. Er is voor gekozen om voor de gehele ontwikkeling toepassing te geven aan artikel 3.9. Dit is ook onderdeel van de meerwaardecreatie die is genoemd in artikel 3.8 van de Iov.

De gemeente Laarbeek heeft de landschapsinvesteringsregeling die ingaat op welke ontwikkelingen in welke mate bij moeten dragen aan de kwaliteit van het landschap. Rekening houdend met de impact op de omgeving worden categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden. Afhankelijk van de impact wordt bepaald hoe invulling wordt gegeven aan de kwaliteitsverbetering landschap: Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro's (op basis van forfaitaire bedragen). Voorliggende ontwikkeling past binnen categorie 3. De minimale inspanningsverplichting betreft in elk geval een goede landschappelijke inpassing, afhankelijk van de normering is aanvullend een investering nodig. Er kan op meerdere wijze geïnvesteerd worden in kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit kan betreffen een: a. landschappelijke inpassing van bebouwing- en bestemmingsvlakken; b. aanleg of herstel van natuur- en landschapselementen ter versterking van de landschapsstructuur; c.

aanleg recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik(bankjes, wandelpaden, bebording, etc.); d. fysieke inrichtingsmaatregelen gericht op behoud en herstel van cultuurhistorie en archeologie; e. sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen/stallen/kassen en verwijderen verharding; f. verkleinen/opheffen van bestemmingsvlakken/bouwvlakken; g. fysieke bijdrage aan realisering van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en ecologische verbindingszones (EVZ's). De kwaliteitsverbetering betreft voor voorliggend plan de aanleg van natuur ter versterking van de landschapsstructuur, de aanleg van recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en de fysieke bijdrage aan realisering van het Natuur Netwerk Brabant, in de vorm

Heuvelsche Velden Pagina 30 van 64

van de versterking van de reeds aanwezige EVZ. Overeenkomstig de regionale uitgangspunten voor kwaliteitsverbetering landschap (d.d. 20 juni 2022) is de basisinspanning voor een landschappelijke tegenprestatie bepaald per m2 op 1% van de uitgifteprijs van de gronden. Dit bedrag wordt geïnvesteerd in de landschappelijke inpassing van het natuurgebied (het groen binnen de toekomstige woonwijk telt daarbij niet mee), te weten de aanleg van de natuurdoeltypen 'vochtig hooiland' en 'kruiden- en faunarijk grasland'. Dit betreft de realisatie van het natuurgebied, zoals weergegeven in figuur 2.8, waarbij de groene stuweelrand aan de westzijde van de woningen tevens als kwaliteitsverbetering kan worden aangemerkt, als onderdeel van de totale landschappelijke inpassing. De totale benodigde investering voor de ontwikkeling van dit gebied (waaronder niet limitatief de aanleg van de groene struweelrand langs de woningen, het grondwerk, de inrichting van waterbergingszone, de realisatie van de recreatieve verbindingen en de inrichting/aanplant van het natuurgebied) overstijgt de benodigde tegenprestatie ruimschoots. Onder paragraaf 2.4.3 en 3.3.1 is gemotiveerd hoe de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan de gewenste verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het plangebied en de omgeving.

De realisatie van een stuk nieuwe natuur als ecologische verbinding en zone voor extensieve recreatie is daar nader toegelicht en tevens indicatief weergegeven in figuur 3.5. Dit bestemmingsplan borgt de juridische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. De kosten voor realisatie zijn voor rekening van de initiatiefnemer Ruimte voor Ruimte. Daartoe is een anterieure overeenkomst met de gemeente Laarbeek afgesloten. Daarmee is ook de financiële uitvoerbaarheid zeker gesteld. Om te borgen dat de investering wordt uitgevoerd, is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.

Figuur 3.5 Natuurontwikkeling binnen het plangebied

Stedelijke ontwikkeling De Iov bevat, naast de algemene regels voor een evenwichtige toedeling van functies, ook specifieke regels voor een stedelijke ontwikkeling. Deze regels zijn opgenomen in afdeling 3.5 van de Iov, waarbij voor de ontwikkeling Heuvelsche Velden enkel artikel 3.42 relevant is. Hieronder

Heuvelsche Velden Pagina 31 van 64

worden lid 1 en 2 van dit artikel behandeld. Lid 3 is niet relevant voor dit plan. Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Het bestemmingsplan Heuvelsche Velden betreft een ontwikkeling voor een woonlocatie, die na de herbegrenzing is gelegen binnen het werkingsgebied 'stedelijk gebied'. Ad a) In het kader van de Woonafspraken De Peel is de woningbouwontwikkeling Heuvelsche Velden ambtelijk behandeld en goedgekeurd in het regionaal overleg van de Peelgemeenten: Gemert-Bakel, Deurne, Asten, Someren en Laarbeek. Daar is geconcludeerd dat de uitbreidingslocatie kwantitatief past binnen de kaders van de Woonafspraken De Peel 2022. Kwalitatief zijn (nog) geen woonafspraken gemaakt voor De Peel. De aangegeven koppeling van locaties (financieel en kwalitatief) voor de gemeentelijke woningbouwprogrammering klinkt logisch en passend.

Tevens is de ontwikkeling naar aanleiding van deze goedkeuring ter kennisname geagendeerd in het bestuurlijk overleg van 20 oktober 2022, en is de locatie nadien ook als een van de sleutelprojecten opgenomen in de Woondeal Zuidoost Brabant. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken. Ad b) Dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling wordt nader onderbouwd onder lid 2 hieronder. Lid 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=952c6a85-62cb-49c1-a20e-841923ba9eac