CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

6 20220518 Anterieure en samenwerkingsovereenkomst geanonimiseerd.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 18 mei 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot afgifte definitieve Verklaring van Geen Bedenkingen voor aanvraag zonnepark Vossenberg34.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

daardoor in de toekomst steeds belangrijker worden. Een batterij-opslagcontainer biedt hiervoor bij een zonnepark als tijdelijke opslag van elektriciteit. Het zonnepark-initiatief Vossenberg zal mogelijk met een batterijopslagsysteem werken om het elektriciteitsnet in de regio te ontlasten.

2.2.6 OruotRxouo Het zonnepark is een beveiligde energiecentrale. Dat betekent dat er geen vrije toegang is voor het publiek en dat toegang voor onderhoud, begrazing en eventuele rondleidingen strikt geregeld zal ziin. Naar verwachting zal het aantal verkeersbewegingen niet toenemen. Eventuele struweel- en boomomzomingen behoeven weinig onderhoud. Het struweel wordt eens in de 4 jaar afgezet (50% per 2 jaar om de zichtbeperking te behouden), en wordt eenmaal per 2 iaar gesnoeid om het onderhoudspad begaanbaar te houden. Regelmatig zal er een inspectie van het terrein plaatsvinden, waarbij eventueel aanvullend benodigd groenonderhoud kan worden geïnitieerd (incidenteel bijzaaien, maaien, snoeien etc.). Dit wordt verder uiteengezet in Bijlage B: Landschappelijk inpassingsplan. Technisch beheer: de installatie wordl 2417 op afstand gemonitord. Bij geconstateerde gebreken wordt de gecontracteerde lokale onderhoudsinstallateur ingeschakeld. Bij eventuele calamiteiten kan het veld volledig worden uitgeschakeld. Voor onderhoud en beheer zullen bij voorkeur lokale partijen worden ingeschakeld.

2.2.7 AFBRAAK, TTJDEUJKHEtD EN RECYCLING TPSolar werkt volgens circulair economische principes, waarbij zij ernaar streeft om zo veel mogelijk hoogwaardig

recyclebare materialen te gebruiken. Een voorbeeld hiervan zijn de draagconstructies van de zonnepanelen, deze worden gemaakt van gegalvaniseerd staal. Deze constructies zijn volledig recyclebaar, waarbij het staal hoogwaardig hergebruikt kan worden zonder verlies van functionaliteit. TPSolar bouwt en werkt volledig conform WEEE/AEEA-specificaties (Europese recyclingwetgeving). TPSolar is lid van Stichting Open middels de grootste Nederlandse zonnepaneelrecycling organisatie ZRN (stichting Zonne-

energie Recycling Nederland), deze organisatie regelt centraal de recycling van E-waste in Nederland waaronder zonnepanelen. De looptijd van het zonnepark betreft 25 jaar. Aan het einde van de looptijd wordt de grond weer opgeleverd

zoals hij voor gebruik werd verkregen, dit wordt geborgd in de anterieure overeenkomst met gemeente Laarbeek. Na 25 jaar zal het zonnepark bij voorkeur door een lokale partij worden afgebroken.

RU IMTELIJ KE ON DERBOUWING I Zonnepark

Vossenberg

t4

3. Brtrto ln dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid dat van toepassing is

op de beoogde activiteit.

3.1 Eunopees EN RtJKsBETEtD 3.1.1 VN Kr-luanraKKooRD Het Klimaatakkoord Parijs 2020-2050 is een internationaal verdrag waarbij afspraken zijn gemaakt tussen 195 landen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Dit akkoord is in december 2015 gepresenteerd tijdens de VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. Nederland heeft het Klimaatakkoord in 2016 geratificeerd. De belangrijkste punten

van het akkoord zijn onder andere, de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2'C. Met inspanningen om de stijging verder te beperken tot 1,5"C. Het Klimaatakkoord trad in 2020, in werking. Het Klimaatakkoord vraagt van landen om nationale klimaatplannen op te stellen. De Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs 2075 zijn op 28 juni gepubliceerd in het klimaatakkoord.

3.1".2 Eunopees BELETDSKADER vooR Klrunnr EN ENERGTE (2020-2030) Al in 2009 hebben de lídstaten van de Europese Unie afgesproken de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer te beperken. Beschikking 406/2009/EG verplicht lidstaten broeikasgassen met 30% te reduceren tegen 2020 ten opzichte van het niveau van 1990. Aangezien een toename van de opwekking van elektriciteit uit

hernieuwbare energiebronnen een bijzonder belangrijk middel is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, streven de lidstaten hiernaar in het kadervan Richtlijn 2oog/28/EG van het Europees parlement

en de Raad van 23 april 2009 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen. Deze richtlijn stelde dat het aandeel hernieuwbare energie in de EU tenminste 27% moesïzijn in2O2O.

3.1.3 ErurRerenxrooRD EN KLIMAATAKKooRD. ln september 20L3 werd het Energieakkoordavoor duurzame groei gesloten. Het akkoord heeft als doel het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparingen met gemiddeld I,S% per jaar, het terugdringen van het gebruik van aardgas en een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar I4To in 2O2O en \6% in 2023. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land, wind op zee, diverse vormen van lokale opwekking zoals zonne-energíe, en de inzet van biomassa. ln 2019 is het klimaatakkoord tot stand gekomen uit onder andere het energieakkoord en op 28 juni 2019 is het

gepresenteerd door het kabinet. ln het akkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Hierin ligt de nadruk op CO2-reductie. ln het klimaatakkoord (hoofdstuk C5.5) wordt zonneenergie, samen met wind op land, benoemd als een van de primaire manieren van energieopwekking op land. Onderhavig project draagt bij aan deze doelstellingen.

3.1.4 SrnucruunvlstE lNFRAsrRUcruuR EN RuIMTE ln de Structuurvisie lnfrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 204Q, door deze te vertalen naar een aantal Nationale Belangen. ln het tweede geformuleerde belang (paragraaf 3.1 van het svlR) is gesteld dat er voorzien dient te zijn in ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Voor de economische ontwikkeling op de lange termijn is een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig, zowel vanwege

RU I MTELU KE ON DERBOUWING I Zonnepark Vossenberg a http://www.energieakkoordser.nllenergieakkoord.aspx.

15

geopolitieke verhoudingen en uitputting van fossiele brandstoffen als vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot. Daarbij zijn de Europese doelstellingen op het gebied van energietransitie het uitgangspunt.

ln het SVIR is gesteld dat het primair de taak is van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening zoals zonne-energie en biomassa. Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid

nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis.

3.1.5 GronnoscooE ZoN oP LAND ln november 2019 heeft Holland Solar, binnen een consortium met meerdere landelijke natuurorganisaties en projectontwikkelaars (waaronder huidig initiatiefnemer TPSolar zelf, Greenpeace, Vogelbescherming, Milieudefensie en Natuurmonumenten) een gedragscode opgesteld. Naar eigen zeggen een "Code voor de fysieke en procesmatige wijze van ontwikkeling, inpassing, vormgeving en beheer van zon op land projecten". Er worden principes geschetst die bij de vormgeving en totstandkoming van een zonnepark in acht genomen dienen te worden. Drie principes zijn daarbij leidend a

Samenwerking met stakeholders;

Meerwaarde voor de omgeving; Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk. Elk van deze drie principes zijn vanaf het begin van de planvorming meegenomen in het werkproces. De initiatiefnemer is met omwonenden en andere stakeholders, zoals het waterschap en gemeente in gesprek gegaan om draagvlak te creëren voor het zonnepark. De wensen van de omwonenden zijn meegenomen in de verdere uitwerking van het plan. De participatie bij het verdere proces bestaat uit o.a. het actief informeren van stakeholders en omwonenden

en het ophalen van input over het project, dit door nauw contact met de stakeholders en omwonende te onderhouden. Bij beëindiging van het zonnepark (25 jaar ingaand vanaf de datum van ingebruikname van het zonnepark), wordt deze volledig ontmanteld en is de locatie wederom geschikt voor volledig agrarisch gebruik' Onderhavig project is aldus volgens de principes van de Gedragscode Zon op Land ontwikkeld.

3.1.6 LnoorR vooR DUURZAME vERSTEDELIJKING ln het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de 'SERladder') vastgelegd. Hieruit volgt de verplichte motivering die moet worden opgenomen bij ieder plan voor een nieuwe stedelijk ontwikkeling, waarbij het initiatief aan de ladder wordt getoetst. Per 1 juli 2017 bestaat de ladder niet meer uit'treden', maar is de tekst van art. 3.1.6. lid 2 Bro als volgt:

"De toelichting bij een bestemmingsplon dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevot een beschrijving van de behoefte oan dÍe ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplon die ontwikkeling mogeliik moakt buiten het bestoond stedetijk gebied, een motivering woorom niet binnen het bestoond stedeliik gebied in die behoefte kon worden voorzien."

De behoefte aan de nieuwe ontwikkeling moet worden onderzocht. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied is voorzien, moet eerst worden onderzocht of de ontwikkeling niet (deels) binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

16

Een zonnepark is niet te kwalificeren als stedelijke ontwikkeling volgens artikel 3.1.6 van het Bro. Bovendien kan een grote behoefte aan hernieuwbare energieopwekking, gezien de omvang van de opgave op gebied van

energietransítie en het zonnepark in kwestie, niet worden opgevangen c.q. gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied.

?.1,.7 RES-ornrcnve Vanuit Europa verplicht de Renewable Energy Directive (RES-directive), oftewel de EU-richtlijn Hernieuwbare energie, lidstaten om met duurzame energie aan de slag te gaan. De EU heeft als doel om de uítstoot van broeikasgassen in de EU-landen te verminderen en om andere landen te bewegen om hetzelfde te doen. Eén van de doelstellingen van deze richtlijn is tegen 2O3O het aandeel duurzame energie, waaronder zonne-energie, te verhogen lot32Yovan het totale energieverbruik in de EU. Hierbij zit een clausule voor een mogelijke verhoging van de doelstelling tegen 2023. ln het, september 2013, ondertekende Energieakkoord, heeft Nederland zich gecommitteerd aan een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar L4 procent in 2020 en

16 procent in 2023.

3.1.8 Cotrrclusrr EuRopres EN RtJKsBELEtD Het voornemen past binnen de Europese en nationale ambities om te komen tot een meer duurzame vorm van

energievoorziening. Middels de treden van de Ladder van duurzame verstedelijking is gemotiveerd dat het

initiatief voorziet in een behoefte op een daartoe geschikte locatie. Er is geen sprake van strijdigheid met Europees of Rijksbeleid.

3.2 Pnovtruclnnr EN REGIoNAAT BETEID 3.2.L lrureRrru OrueevrruesvERoRDENtNG Orroern 2019 Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en de lnterim omgevingsverordening Noord-Brabant (lOV). De lnterim Omgevingsverordening Oktober 2019 (lOV) vervangt in aanloop naar de nieuwe omgevingswet de tot nu toe geldende provinciale plannen en regels op het gebied van ruimtelijke ordening, waaronder de Structuurvisie ruimtelijke ordening, de Verordening Ruimte en de provinciale Milieu Verordening.

Zonneporken ln de IOV heeft de provincie Noord-Brabant artikel 3.41 gewijd aan het toestaan van zonneparken in landelijk gebied. ln het eerste lid van dit artikel ís vastgelegd dat zonneparken in landelijk gebied zijn toegestaan als: a

Uít onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in stedelijk gebied op bestaande bouwpercelen - en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie

a

- onvoldoende is, zie paragraaf Zonneladder; De vestiging van een zonnepark past in het onderzoek naar geschikte locatÍes voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. De locatie is aangewezen door gemeente Laarbeek als mogelijke planlocatie (zie Figuur 5) en er wordt biodiversiteit

stimulerende landschappelijke inpassing aangeplant ter ondersteuning van struweelvogels en een 0,6 hectare grote fruitboomgaard/ecologische zone wordt aangeplant; a

De ontwikkeling van het zonnepark qua omvang inpasbaar ís in de omgeving. Het zonnepark wordt landschappelijke ingepast door de bestaande lijn structuren te versterken en terug te laten komen;

De ontwikkeling van het zonnepark een maatschappelijke meerwaarde geeft. Door onze burgerparticipatie mogelijkheden o.a. het gebiedsfonds wat TPSolar opricht en de financiële participatiemogelijkheden. Creëert dit zonnepark initiatief aantoonbare maatschappelijke meerwaarde; a

Tijdelijk karakter: Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 wordt een Omgevingsvergunning in afwijkingvan het bestemmingspla n verleend voor de duur van 25 jaar, waa rna het zonnepark weer wordt afgebroken

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

17

en de oorspronkelijke situatie wordt hersteld. Ter borging worden door gemeente en initiatiefnemer nadere afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst. De ontwikkeling van het zonnepark op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten (zie paragrafen

3.2.2 & 3.3.2.) en de netbeheerder (zie paragraaf 2.1.5 & 3.2.2) gelet op de ontwikkeling van overige duurzameenergie-initiatieven in de omgeving. Gedurende het gehele proces heeft en zal TPSolar met alle betrokken

partijen samenwerken en overleggen.

ln het tweede lid van het artikel over zonneparken wordt de maatschappelijke meerwaarde van zonneparken onderbouwd vanuit de mate van meervoudig ruimtegebruik, de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

3.2.2 OrueevtrucsvERoRDENt NG NooRD-BRABANT (co NcEPT) Naar verwachting zullen Provinciale Staten in februari 2022 de Omgevingsverordening Noord-Brabant vaststellen, vanwege de verplichting uit de Omgevingswet. De Omgevingsverordening treedt gelijkmatig met de Omgevingswet in werking.

Zonneporken

ln de Omgevingsverordening Noord-Brabant heeft de provincie artikel 5.54 gewijd aan het toestaan van zonneparken in landelijk gebied. Hierin is vastgelegd dat zonneparken in landelijk gebied zijn toegestaan als:

a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: L door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie;

2. binnen Stedelijk gebied; 3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouwpercelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied.

b. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken;

c. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project;

d. is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 iaar, wordt toegelaten; e. juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn de opstelling voor zonne-energie en de daarbij behorende voorzieningen, worden verwijderd;

f.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en

g. de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder. Op de volgende wijze is bij dit initiatief rekening gehouden met de bepalingen uit artikel 5.54 van de Omgevingsverordening Noord-Braba nt:

a. zie paragraaf Zonneladder bij 3.3 Gemeentelijk beleid; b. gemeente Laarbeek bepaald in haar beleid een visie van haar (buiten)gebied. Het gaat om een denkrichting welke functies passen in de te onderscheiden gebieden met een bepaling van omvang. Hierbij worden diverse aspecten die van belang (kunnen) zijn, inzichtelijk. Hierbij wordt ook aandacht geschonken aan grote opgaven die spelen zoals duurzame energie, klimaatadaptatie en woningbouw. ln het ontwerp omgevingsvisie buitengebied Laarbeek is het noordelijke deel van de gemeente bestemd voor grootschalige opwek van duurzame energie, waaronder deze planlocatie aan de Vossenberg. Het ontwerp omgevingsvisie buitengebied Laarbeek geeft onder andere richting aan in welke gebieden het

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

18

wel en niet wenselijk is dat grootschalige zonne- en windenergie wordt ontwikkeld, afgezet tegen andere ruimtelijke vraagstukken.

c. voor het zonnepark is een participatieplan opgesteld waarin een toelichting is gegeven welke stappen op het gebied van participatie er zijn gezet om te komen tot het huidige ontwerp (zie hoofdstuk 5 Participatie & uitvoerbaarheid). Hierin is zowel inhoudelijke participatie als financiële participatie meegenomen. Hiermee voldoet het initiatief aan de hierboven genoemde voorwaarde.

d. het betreft een tijdelijk park met een maximale exploitatietermijn van 25 jaar, gerekend vanaf het moment dat het park in werking wordt genomen. Dit wordt vastgelegd in de omgevingsvergunning;

e. in de anterieure overeenkomst wordt juridisch en financieel geborgd dat na het verstrijken van de f.

termijn de opstelling voor zonne-energie en de daarbij horende voorzieningen, worden verwijderd; het belang van regionale samenwerking wordt steeds groter. De opgaven die op Nederland en dus ook Brabant afkomen zijn groot. Om de doelen te realiseren is samenwerking nodig. Samenwerking tussen overheden en samenwerking met de maatschappij. Vanwege het belang van samenwerking organiseert de provincie een regionaal overleg, samen met de gemeenten en waterschappen in het gebied. Tijdens

het regionaal overleg ontmoeten de bestuurders vanuit de regio (gemeenten en waterschappen) en provinciale bestuurders elkaar. Het gaat om integraal samenwerken op de beleidsterreinen ruimte, mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie en verduurzaming van het landelijk gebied. Het maken van afspraken hoeft niet altijd binnen dit door Gedeputeerde Staten georganiseerde overleg plaats te vinden. Bijvoorbeeld ook in het kader van de Regionale Energie Strategieën worden regionale afspraken gemaakt. De planlocatie valt binnen zoekgebied 2 in de RES 1.0 van de RES Metropoolregio Eindhoven. Er heeft dus regionale afstemming plaatsgevonden.

g. de offerte voor de netaansluiting is getekend bij Enexis. Momenteel wordt de route van de aansluiting door Enexis verder in detail uitgewerkt en wordt het park samen aangesloten met een nabij liggend zonnepark Rooijseweg. lnitiatiefnemer heeft regelmatig overleg hierover met de aangewezen Relatiemanager Energieontwikkelaars van Enexis.

3.2.3 OuervlruesvtstE PRovtNctE NooRD-BRABANT 'Ruimte voor duurzame energie' is één van de 14 ruimtelijke pijlers uit de structuurvisie van de provincie. De IOV geeft vervolgens regels voor zonneparken in gemengd landelijk gebied. Het gaat om: r

Tijdelijk karakter: Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 wordt een Omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend voor de duur van 25 jaar, waarna het zonnepark weer wordt afgebroken en de oorspronkelijke situatie wordt hersteld. Ter borging worden door gemeente en initiatiefnemer

r

nadere afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst; Bijdrage aan maatschappelijke doelen:

o

De initiatiefnemer biedt de lokale gemeenschap de mogelijkheid om te participeren in het zonnepark via crowdfunding en/of via de lokale energie coóperatie;

o o

Er wordt met de energie-afnemer afspraken gemaakt over lokale stroomafname;

De initiatiefnemer gaat via een gebiedsfonds duurzaamheidsprojecten in de omgeving stimuleren. Hiervoor zal een jaarlijkse bijdrage geleverd worden van 0,5 €/MWh opwek gedurende de SDE-subsidie periode van L5 jaar. Dit komt neer op ongeveer 60.000 €.

Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 5 Participatie & uitvoerbaarheid.

3.2.4 RES MrrnopoolREGto Erruouovrrrr Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het klimaatakkoord gepubliceerd. Het klimaatakkoord bevat een samenhangend pakket aan maatregelen dat moet resulteren in een forse CO2-reductie. Dertig verschillende regio's in Nederland zijn als gevolg hiervan bezig met het opstellen van de RES: Regionale Energie Strategie. De RES is een instrument

om met maatschappelijke betrokkenheid te komen tot regionale keuzen voor:

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

19

1. De opwekking van duurzame elektriciteiu 2. De warmtetransitie in de gebouwde omgeving; 3. De daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur ln de RES staat beschreven welke strategie de RES-regio hanteert om lokale en regionale energiedoelstellingen

te bepalen en te behalen. Gemeente Laarbeek valt samen met twintig andere Brabantse gemeenten onder de RES Regio Metropoolregio

Eindhoven. De RES van metropoolregio Eindhoven is vrijgegeven voor besluitvorming.

Met de ambities van de gemeenten levert RES Metropoolregio Eindhoven een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse opgave, namelijk ten minste 2 TWh. Dat is ongeveer 6Yovan de Nederlandse opgave tot 2030. Hiervan heeft de Metropoolregio momenteel 1,15 TWh gerealiseerd of in ontwikkeling.

Ook dienen de inwoners aan de voorkant bij het proces betrokken te worden middels een goed opgezet participatieproces en streeft Metropoolregio Eindhoven naar 50% lokaal eigendom in elk energieproject. Voor het zonnepark Vossenberg is zorgvuldig gekeken hoe het zonnepark kan worden ingepast in het landschap en hoe meerdere functies kunnen worden gecombineerd. Daarnaast zal het park voor een meerwaarde zorgen voor de natuur, zoals insecten en diverse vogelsoorten.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het verankerde

(toekomstige) provinciaal ruimtelijk beleid en het beoogde plan bijdraagt aan het behoud en het ontwikkelen van de ruimtelijke kwaliteit conform de eisen en wensen van provincie Noord-Brabant en RES Metropoolregio Eindhoven. Daarnaast streeft TPSolar naar het bereiken van 5O% lokaal eigendom middels obligatie verstrekkingen en/of samenwerking met een lokale energie coóperatie.

3.3 GrurerurelrJKBELEID 3.3.1 LnruoscrapsoNTWtKKELtNGsPLAN Het landschap is geen statisch, maar een dynamisch geheel, dat voortdurend aan verandering onderhevig is. Om

nieuwe ontwikkelingen een plaats te kunnen geven in het buitengebied heeft de gemeente de kernkwaliteiten van het buitengebied benoemd. Dit zijn de grote verscheidenheid aan landschapstypen, de diversiteit in groenelementen welke voor de natuur waardevol zijn en tevens als 'mooi en prettig' worden ervaren en de cultuurhistorische waarden, die op verschillende plekken duidelijk waarneembaar aanwezig zijn. E col ogi sch e kw ol ite ite n

Binnen de gemeentegrenzen zijn een drietal gebieden te onderscheiden met ieder een eigen ecologische kwaliteit. Deze gebieden zijn: a

De hoogst gewaarde ecologische kwaliteiten bevinden zich in de randen van de bossen, struwelen, landgoederen en de ecologische verbindingen langs watergangen en wegen;

a

Diverse groene elementen in het buitengebied vormen een fijn netwerk in en tussen de verschillende

a

landschapstypen in het plangebied en vormen de basiskwaliteit; De kernen zijn compact en hebben een lage ecologische waarde.

Het plangebied ligt in het gebied: Middel agrarisch structuurrijk landschap, zie Figuur 11.

RU I MTELIJ KE ON DERBOUWI NG I Zonnepark

Vossenberg

20

Fteuun 11: EcoLoGtscHE KWALTTEtTEN LAARBEEK, GRoEN HoGE EcoroctscHE wAARDE, ucHTGRoEN MTDDEL EcotoGlscHE WAARDE EN IN HET GEEL DE BEWONINGSKERNEN

MET EEN LAGE ËcoLoGIScHE WAARDE. HET PTANGEBIED Is INDICATIEF AANGTGEVEN

IN HET RooD. BRoN: LOP GEMEENTE LAARBEEK.

?.3.2 Vlslr op GRoorscHALrGE opwEK vAN DUURZAME ENERGTE lN IAARBEEK 2019 De gemeente kent een bijzondere ruimtelijke kwaliteit, die ontleend wordt aan het gevarieerde landschap met hoge, landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Met de visie op grootschalige opwek van

duurzame energie Laarbeek geeft de gemeente helderheid hoe zij duurzame energie willen opwekken en welke gebieden als kansrijk worden gezien. De visie met bijbehorende zoekgebieden is afgestemd met omliggende

gemeenten. Deze visie ligt ten grondslag aan het ontwerp van het beoogde Zonnepark Vossenberg. Het plangebied ligt in het Pionierslandschap wat een zoekgebied ís waar grootschalige zonnevelden op land mogelijk zijn, zie Figuur 5.

Opgave Gemeente Laarbeek staat qua duurzame opwek voor een lokale opgave van 940 TJ. De gemeente verwacht

hiervanl22TJopdakentekunnenrealiseren.Hierdoorblijfternogeenopgaveovervanruim800TJ.

Ditkan

volgens de gemeente gerealiseerd worden met 24 windmolens (4MW) of 382 hectare zonnepark. Als eerste start de gemeente met maximaal 5 zonneparken en onderzoekt de mogelijkheden voor 1 windpark.

Zonneladder Zoals hierboven wordt berekend is de capaciteit van de daken in Laarbeek onvoldoende om te komen tot verduurzaming van de energievoorziening in Laarbeek. ln de RES Metropoolregio Eindhoven (MRE)wordt dit nog eens onderstreept en wordt uitgegaan van maximaal 75% van de behoefte die door zon op dak kan worden

opgewekt. Daarom is regionaal, provinciaal en landelijk afgesproken dat de zonneladder weliswaar een goede leidraad is, maar dat ook op 'lagere' treden van de ladder ontwikkelingen nodig zijn om tot een duurzame energiemix te komen. ln de RES staat hierover het volgende (RES 1.0 MRE, bijlage 5.2)

RU IMTELIJ KE ONDERBOUWTNG

I Zonnepark Vossenberg

2T

"We willen in totoal 2 TWh bijdragen oan het opwekken von grootschalige duurzame energie in 2030. Ten tiide van het schrijven ven de concept RES 1.0 komen we met de projecten die ol gerealiseerd zijn, in de piipliin zitten en de no-regret maotregelen gezamenlijk uitkomen op 1,46 TWh. ln de gereoliseerde projecten en de proiecten in de pijptijn zitten ook grondgebonden zonnevelden en windturbines. Wat we zien is dat we vqn díe 7,46 TWh nog 0,28 TWh aon energie via de no-regret maatregelen kunnen opwekken. Voor de resterende 0,57 TWh zoeken we, mede met behulp von het milieueffectenropport, naar zoekgebieden voor zonnevelden en windturbines. .Hiervoor verwijzen we naor de bijloge met de tussenresultoten vqn het planMER"' Hierbij wordt met 'no-regret maatregelen' gerefereerd aan projecten die hoger op de zonneladder staan, zoals zon op grote daken. ln de planMER is vervolgens gekeken naar een zorgvuldige prioritering en programmering

van de grootschalige ontwikkelingen die moeten volgen. Een van de criteria daarbij is de locatie in een zoekgebied waarbij uit de planMER blijkt dat er een geringe impact is op natuur en landschap. Dat is voor Zonnepark Vossenberg het geval.

ln conclusie, de berekening van geschikt dakoppervlak in Laarbeek (benoemd in de Visie) laat zien dat er onvoldoende geschikt dakoppervlak is om in de gemeentelijke behoefte te voorzien en in Laarbeek is er daarnaast onvoldoende stedelijk gebied is om de opgave binnen of nabij het stedelijk gebied te realiseren. Ook toont de RES aan dat dit ook op regionale schaal het geval is en dat van landelijke gemeenten, zoals Laarbeek, een surplus aan duurzame energieopwekking wordt verwacht. Om tot een zorgvuldige locatiekeuze te komen is een planMER uitgevoerd die gebíeden heeft aangewezen. De aanvraag valt in een van deze gebieden, zoekgebied

2. Hierdoor kan er uitgeweken worden naar de onderste trede van de zonneladder, grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied. Dit bekent dat Zonnepark Vossenberg volgens de zonneladder gerealiseerd ontwikkeld is.

Vier typen voorwaarden Gemeente Laarbeek wil graag de regie houden bij de uitvoering van duurzame energieprojecten. Doormiddel van het opstellen van verschillende typen voorwaarden wil de gemeente deze zorgvuldigheid borgen. De gemeente heeft gebaseerd op landelijke en provinciale regels en eigen inbreng hiervoor vier verschillende type opgesteld namelijk:

1. Voorwaarden voor landschappelijke inpassing; 2. Voorwaarden voor maatschappelijke meerwaarde; 3. Participatievoorwaarden; 4. Procedurele en technische voorwaarden. Voorwaarden voor londschappelijke inpassing Veranderingen in het landgebruik kan men vaak op grote afstand zien. Dat maakt een goede landschappelijke inpassing extra belangrijk. Voor grootschalige duurzame opwek zijn niet alle gebieden in gemeente Laarbeek geschikt. Voor de ontwikkeling van grootschalige opwekking van duurzame energie betekent dat het beoogde

project dient aan te tonen dat: Het ligt in een geschikt landschapstype; a

De geschiktheid van de precieze locatie;

a

De wijze van landschappelijke inpassing van het project, welke dient te passen in de omgeving;

a

De wijze en onderbouwing van dubbelgrondgebruik.

Het plangebied ligt in het geschikte landschapstype het Pionierslandschap, zie Figuur 5. Daarnaast past het plan

op de specifieke locatie in het gebied. Dit komt doordat er al bestaande landschappelijke elementen en agrarische bebouwing rondom het plangebied staan. Hierdoor valt het beoogde plan deels weg tegen de al bestaande landschappelijke elementen. Hierdoor past het initiatief binnen de bestaande structuren van de omgeving.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

22

De gronden welke momenteel op een monocultuur manier bewerkt worden zullen verrijkt worden door diverse landschappelijke en ecologische zones en akkerflora (welke op extensieve wijze beheerd worden). Dit geeft

invulling aan andere uitdagingen van gemeente Laarbeek, dan enkel duurzame opwek. ln en rondom het plangebied wordt de biodiversiteit versterkt door een leefgebied voor insecten, inheemse bijen, vlinders en struweel- en akkervogels te creëren. Tevens zal de inpassing in combinatie met de bestaande landschappelijke elementen het directe zicht op het zonnepark minimaliseren,

voorwaorden voor moatschoppelijke meerwoorde & participotievoorwaarden Het beoogde project dient zo te worden vormgegeven dat dat de inwoners van Laarbeek kunnen profiteren van

het project. Er dient een zowel een ruimtelijke bijdrage/meerwaarde als de mogelijkheid om financieel te participeren in het project te worden gerealiseerd. De ruimtelijke bijdrage/meerwaarde is in het voorgaande hoofdstuk en in de voorgaande paragraaf beschreven en in het hoofdstuk Participatie & uitvoerbaarheid van deze ruimtelijke onderbouwing worden de (financièle) participatiemogelÍjkheden beschreven.

Procedurele en technische voorwaorden Dit zijn voorwaarden met de betrekking tot het doorlopen van de juiste procedures, van de aanvraag, de bouw, het beheer en de afbraak van het project. Daarnaast worden in deze voorwaarden veiligheidseisen aan het project gesteld. Deze eisen en voorwaarden zullen TPSolar en gemeente Laarbeek borgen in de anterieure

overeenkomst.

3.3.3 Corrrcr-uslr ln het buitengebied van Laarbeek liggen mogelíjkheden voor de opwekking van duurzame energie. Met alleen kleinschalige opwekking kan Laarbeek niet energieneutraal worden, ook meer grootschalige opwekking van duurzame energie is nodig. Echter moet er bewust worden omgegaan met de beschikbare ruimte in het buitengebied en de aanwezige landschappelijke waarden. De voorgestelde inrichting van het beoogde Zonnepark Vossenberg past binnen het beleid van gemeente Laarbeek en de zonneladder van de RES MRE en het draagt bij aan de duurzame energietransitie van de gemeente en omgeving.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWTNG I Zonnepark Vossenberg

23

4. OTUcTVINGSASPECTEN

4.t Ecoloerr Bescherming in het kader van de natuur is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. De soortenbescherming is sinds 1 januari 2017 geregeld in de nieuwe Wet Natuurbescherming. De gebiedsbescherming is geregeld in de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waarbinnen onder meer de Natura 2000-gebieden vallen.

4.L.1, GeetrossrscHERMtNG Natura 2000 Er liggen geen Natura 200O-gebieden in de omgeving van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied is Strabrechtse Heide en Beuven is circa 16 km verwijderd van de planlocatie. Gezien de aard en schaal van de ingreep is een AERIUS-calculatie nodig, zie Bijlage D: AERIUS-calculatie. Het resultaat van de AERIUS-calculator luidt als volgt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/iaar. Dit

betekent dat het aanleggen en exploiteren van Zonnepark Vossenberg in Mariahout in gemeente Laarbeek geen effect zal hebben op omliggende Natura 2000-gebieden.

Natuur Netwerk Nederland íNNN/ De planlocatie ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De dichtstbijzijnde gebieden

liggen op circa 1 kilometer ten zuiden van de planlocatie. De ingrepen vinden plaats buiten deze provinciaal beschermde gebieden en hebben geen effect op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Negatieve effecten op N NB zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Een N N B-Toets met compensatieplicht is niet aan de orde. Nader onderzoek naar externe effecten is niet nodig.

Conclusie De ingrepen behorend tot het project leiden niet tot effecten op beschermde natuurgebieden, zoals aantasting

van kernkwaliteiten of doelstellingen van het Natuurnetwerk Nederland of externe effecten op Natura 2000gebieden. Dit is geconcludeerd in de QuickScan flora en Íauna die TPSolar heeft laten uitvoeren door het ecologisch bureau Otte Groenadvies, zie Bijlage C: Quickscan flora en fauna.

4.1.2 SooRrrNerscHERMtNG Om te beoordelen of het voorgenomen plan voldoet aan de Wet Natuurbescherming is een veldbezoek uitgevoerd door Otte Groenadvies. De conclusies zijn als volgt (Bijlage C: Quickscan flora en fauna) a

a

Tijdens een 2d" inventarisatie zijn een aantal dassenpijpen aangetroffen. Om te weten of deze dassenpijpen nog bezocht worden, wordt er nader ecologisch onderzoek gedaan in het begin van2O22. Boven de planlocatie wordt mogelijk gefoerageerd door vleermuizen. Hier is echter geen sprake van een foerageergebied welke van essentieel belang is. Tevens valt niet te verwachten dat het zonnepark

negatieve invloed heeft op eventueel aanwezige vlieg- en foerageerroutes van vleermuizen. Er wordt

a

gewerkt met vleermuisvriendelíjke verlichting en de verlichting is dynamisch. Te allen tijde moet de verlichting naar beneden gericht zijn om verstoring door middel van strooilicht te voorkomen; De omgeving van het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels. Het plangebied biedt mogelijkheden voor nestlocaties. Tijdens de inventarisatie zijn geen nesten, nestactiviteiten en/of nestrestanten op de planlocatie en de erfbeplanting langs de planlocatie aangetroffen;

a

Om schade aan broedsels te voorkomen, wordt geadviseerd om buiten het broedseizoen te werken. De piek van het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

24

komen voor. Het is mogelijk om tijdens het broedseizoen te werken wanneer maatregelen zijn genomen om broedgevallen te voorkomen of wanneer een inspectie uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn;

Het inrichten van een zonnepark heeft op de genoemde locatie geen negatieve invloed op amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden. Er dient nader onderzoek te worden gedaan naar de aangetroffen dassenpijpen. Dit onderzoek wordt begin 2022

afgerond.

4.2 Ancneoloele De gronden voor het zonnepark zijn volgens de Archeologische Verwachtingen- en Waardenkaart gemeente Laarbeek gecategoriseerd als middelhoge verwachtingswaarde wel is een groot gedeelte van het gebied mogelijk verstoord, zie Figuur 12. lndien over een totale oppervlakte van 2.500 m2 of meer grond wordt geroerd, is een

archeologisch vooronderzoek verplicht. La!Èída

fi r*tr trit'sJLqiFi'. \r-iÍdSnr

\

w

ir U/;ai;r1,/.,'i:: t .1,t j :.:

-è

.

I

;i : t /.!44:.t ;1

'4!y/1.'it:rj qêBEN

lerrnrlo rs'lq6 í.S{d{t(h

I I

r

tblr ttusrrtu!!Àd0.q-

*xt

iar*riljiFri

líddrlb}aÈ

w#'te

a#rjrF keh

w.í'rilig

4i*n*ue*rÍhlitl

d 14 trNoglcn. rvirdr€

FTGUUR 12: UtTsNEDE ARCHEoLoctscHE

vERwAcHTTNGswAARDE KAART vAN GEMEENTE LAARBEEK, ME TtN HET RooD AANGEGEvEN

HET zoNNEpARK tNtflATtEF VoSSENBERG. Bnoru: Gtrutrrure Laangtrr,

ln Tabel 2 zijn alle werkzaamheden opgenomen die voor grondverstoring zorgen

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

25

TABET 2: VERsTooRDE

Betreft Bekabeling

Poort Hekwerk Pan eelconstructie Tra nsformatorstation Overige funderingen

Onderhoudspad en

parkeer en opslag

Mr cRoND BtJ Bouw vAN Zotrtruepnnr VoSSENBERG

Werkzaamheden lnsraven bekabeline Betonfundering 2 poortstaanders (80x80 cm) 460 palen 1.750 H-constructies Fundering transformatorstation

Hoekpalen (1 m'), inkoopstation (5 m'), cameramast (0,5 m'z) Afgraven toplaag onderhoudspaden

voor

f un dering

Werkdiepte

Verstoorde m2

60-100 cm 80 cm 80 cm 150 cm 80 cm 60 cm

77,7

20-30 cm

800

1,,3

7,3 7,3 3,3

6,s

gelegenheid 897,4

Totaal aantal te verstoren m2

Voor het realiseren van Zonnepark Vossenberg wordt naar schatting 890 m2 verstoord, hetgeen binnen de grens van 2.500 m2. Hierdoor is geen archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Het aspect archeologie levert op deze locatie geen belemmering op voor de aanleg van Zonnepark Vossenberg'

4.3 CulruunnrsroRrE Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast archeologische ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een bestemmingsplanwijziging. Het landschap is zeer dynamisch door

de vele (ruimtelijke) ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden. Deze aanpassing hangt samen met de veranderende betekenis die aan het landschap wordt toegekend. Tot in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd het landschap met name als agrarisch productiegebied gezien, nu wordt het landschap in toenemende mate beschouwd als uitloopgebied voor de stedeling, als cultuurhistorisch erfgoed en leefgebied voor flora en fauna. Tot op heden leggen grootschalige ontwikkelingen, zoals nieuwe industrieterreinen en woonwijken hun claim op

het landschap. Ook door ruilverkaveling neemt de verscheidenheid in maatvoering van het landschap af. Ondanks de vele ruimtelijke ontwikkelingen, is de structuur en functie van het plangebied daarentegen nauwelijks aan invloed onderhevig geweest. Het oorspronkelijke karakter van het landschap is nog duidelijk zichtbaar in het plangebied. Figuur 13 & Figuur 14 laten in tijd de ruimtelijke ontwikkelingen van het plangebied en omgeving zien.

De ontwikkelingslocatie ligt in een open jong heideontginningslandschap, welke sinds L950 steeds systematischer en grootschaliger is geworden. Waarin veelal blokvormige verkaveling, verspreide bebouwingsblokken en rechte wegen voorkomen. De functie van het plangebied is nauwelijks veranderd.

I i/

tff,\ít,r:,íl'

rti

1r r\,

\;.;

FTGUUR 13: PLANGEBTED EN oMGEvtNG RoND 1950. BRoN: ToPorllDREls.NL

RUIMTËLllKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

26

FTGUUR 14: PIANGEB|ED EN oMGEVtNG RoND 1975. Bnoru: ToporrroRsrs.rur

Op basis van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart van provincie Noord-Brabant zijn er op de planlocatie en in de directe omgeving van de planlocatie geen cultuurhistorische waardevolle gebieden te vinden.

Met het beoogde plan voor Zonnepark Vossenberg worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.

4.4 Boornn 4.4.L Booruoruornzoe x Uit het bodemloket moet blijken of er al bodemonderzoeken zijn uitgevoerd op de planlocatie. Er zijn geen gevallen van bodemverontreiniging bekend. Er kan dus worden geconcludeerd dat de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Het aspect bodemverontreiniging levert op deze locatie geen belemmering op voor de voorgenomen bestemmingswijziging.

4.4.2 Boornnrwnrrre rr Het zonnepark wordt gebouwd op agrarische grond. Na afloop van de exploitatietermijn wordt het park opgeruimd en de materialen gerecycled waarna de grond weer voor agrarische toepassingen kan worden gebruikt. Dat de bodemkwaliteit na 25 jaar gebruik als zonnepark veranderd is, is te verwachten. De bodemsamenstelling van de agrarische percelen is zand. Er zijn een aantal factoren bekend die invloed hebben op de bodemkwaliteits: licht, lucht, water en organische stof. Op basis hiervan worden de volgende maatregelen genomen: De panelen staan aan de voorzijde op ca. 70 cm hoogte vanaf de grond en aan de achterzijde ca. 300 cm hoogte vanaf de grond. Hierdoor is er genoeg ruimte voor directe en indirecte lichtinval en indirecte neerslag (regen die door de wind wordt meegevoerd) om de bodem onder de panelen te bereiken; De panelen worden in een zuidopstelling geplaatst (dus niet oost-west, omdat daarbij de grond vrijwel

volledig wordt afgedekt); Tussen elke paneelrij is circa 2,5 tot 3 meter vrije ruimte; De panelen worden niet strak tegen elkaar aan gemonteerd, maar met een kleine tussenruimte van 2 cm zodat regenwater niet alleen aan de voorzijde maar ook tussen de panelen door op de bodem terecht komt. Dit vermindert de kans op gronderosie aan de voorzijde van de paneelrijen (er valt veel

minder water op één plek) en voorkomt verdroging van de bodem onder de panelen. Het vocht in de bodem onder de panelen verdampt minder door de schaduwwerkíng waardoor het ook met minder neerslag toe kan;

Onder en tussen de panelen wordt bijgezaaid met bloemrijk/kruidenrijk grasland. Op die manier voorkomen we het dichtslaan en uitdrogen van de bodem, en bodemerosie; RU IMTELIJ KE ON DERBOUWING s prof.dr. W.H. van der Putten

I Zon nepark Vossenberg et al (2017) 'Zonneparken en bodemafdekking', Bodem,4, p.Ig-ZI

27

-

Uitgebloeide bloemen, zaadhulzen, afgevallen boombladeren en ander organisch materiaal kan zich door de wind goed over het park verspreiden. Dat zorgt er in elk geval voor dat er ook nieuwe toevoer van organische stof naar de bodem plaatsvindt.

Voldoende licht, lucht en vocht onder de panelen houdt niet alleen het gras in stand, maar is ook belangrijk voor het leven in de bodem dat weer van invloed is op de bodemkwaliteit. Uit Nederlands onderzoek door CLMonderzoek en advies6 blijkt dat zuidgeoriënteerde zonneparken de negatieve effecten van panelen op de bodem

kunnen compenseren. ln een zuidopstelling ontstaan verschillende microklimaten. Dit zorgt voor een rijk biodiversiteitsaanbod op het gebied van flora. Deze verschillende soorten vegetatie hebben baat bij verschillende omstandigheden en zorgen voor een diepe beworteling over het gehele plangebied. Hierdoor wordt er meer organische stof vastgelegd in de bodem. Het uitblijven van bewerking en bemesting van de bodem leidt tot de verbetering van de bodemkwaliteit door een toename aan micro-organismen, schimmels en regenwormen. Regenwormen houden namelijk niet van felle zon en zullen dus onder de panelen juist beter kunnen gedijen dan op open land. Dit verbetert de structuur van de bodem en daardoor neemt de bodem meer organische stof op. Daarnaast zorgt de toename aan biodiversiteit in de bodem voor minder uitspoeling, een beter ziektewerend vermogen en een groter herstellend vermogen bij een eventuele verstoring.

Met als gevolg dat de voorgestelde gevarieerde beplanting onder een zuidopstelling, een vergelijkbaar bodemkwaliteitsevenwicht bereikt als een perceel met dezelfde beplanting zonder panelen.

4.5 Mlt-reuerrrcrRAPPoRTAGE ln bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordeling-plichtig zijn. Een zonnepark komt niet voor in bijlage 7 C en D en valt daardoor niet onder de reikwijdte van het Besluit m.e.r..

4.6 Mrueuzoruenrrue Om hinder en gevaar te voorkomen, bepaalt de overheid minimale afstanden tussen woningen en bedrijfsactiviteiten. Hiervoor wordt meestal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin per bedrijfscategorie richtafstanden voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Dit zonnepark zal ongeveer 8,5 MW aan elektriciteit opwekken. De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel worden transformators en omvormers geplaatst. Deze worden echter níet aan de randen van het plangebied gesitueerd. ln de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering'valt dit onder de activiteit 'elektriciteitsdístributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA. Het betreft hier een milieucategorie 2-inrichting met een richtafstand van 30 meter vanwege geluid. Voor de omvormers is dezelfde richtafstand geldig. ln dit plan zullen de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen op een grotere afstand liggen. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg 5 Keuskamp, J. A. (2018). Zonneparken in agrarisch gebied : effecten op bodemkwallteit Zonneparken in agrarisch gebied : effecten op bodemkwaliteit. 7

Zie ook de uitspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2O19:277O d.d. 14 augustus 2019.

28

4.7 Lucnrrwnlrrelr Projecten die'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden Setoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van NIBM, zijn vastgelegd in de AMvB-NlBM. ln de AMvB-NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Ng/m3 Noz of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Voorliggend plan beoogt het realiseren van een zonnepark. Een dergelijke functie heeft, met uitzondering van verkeer in verband met onderhoudswerkzaamheden, geen verkeer aantrekkende werking. De verkeersgeneratie van de nieuwe functie is dan ook nihil. Het project moet derhalve worden beschouwd als een N|BM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.

4.8 Wnrrn Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan

worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor

de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder en gemeente. Het project is op 17 december 2020 voorgelegd aan het waterschap Aa en Maas via de digitale watertoets. Waarna er via mailwísselingen afstemming met het waterschap Aa en Maas over dit project heeft plaatsgevonden. W ate rbe h e e rp I a n 20 76-202 7

ln het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016

- 2021' en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord-Brabant om een waterbeheerplan op te stellen.

ln het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma's: a

Veilig en bewoonbaar;

Voldoende water en robuust watersysteem; a

Schoon water;

a

Gezond en natuurlijk water;

Het leveren van maatschappelijke meerwaarde. Deze programma's zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden

onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.

Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequentÍes hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels.

Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen

behorende bij de regels van de Keurvast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

RU IMTELIJ KE ON DERBOUWING I Zonnepark

Vossenberg

29

4.8.1 WnrrRrorrc Versnelde afstroming hemelwater Er zal geen (grote) verandering zijn ten opzichte van de huidige situatie. De paneelrijen staan circa 2,5-3 meter uit elkaar en de panelen staan op een minimale hoogte van 70 cm. Tussen de individuele panelen is bovendien rondom een ruimte van 2 cm, zodat het afstromende water steeds beperkt blijft tot de hoeveelheid die opgevangen wordt door één paneel. Onder de panelen blijft groene bodembedekking, en door de genoemde opstelling komt er in de praktijk voldoende licht, lucht en water onder de panelen om de kwaliteit van deze bodembedekking te handhaven, Daardoor zal er ook niet of nauwelijks sprake zijn van gronderosie daar waar het water van de panelen afstroomt. Ook wordt er gebouwd met relatief licht materieel op rupsbanden, dus de grond wordt niet meer verdicht dan het geval is bij landbouwtrekkers. Hierdoor zal het projectgebied niet verdicht worden tijdens de aanlegfase van het project. Gedurende de exploitatiefase zal er geen groot materieel het terrein betreden. Het terrein wordt niet opgehoogd, noch afgegraven. Voor dit plan is de toename van enige vorm van (semi-)verhard oppervlakte 842 m2. Het park zal bestaan uit de volgende (semi-)verharde oppervlakte: Terel 3: (serul)VenulnotNG ToEGEvoEGD AAN PTANGEBIED T.o.v. HUIDIGE SlruATlE.

Onderhoudspad

570 m2

Semi-verhard

Parkeer- en opslagruimte

230 m'z

Semi-verhard

lnkoopstation

9m2

Verhard

Tra nsformator en omvormerstation

33 m2

Verhard

Totaal semi-verhard

800 m2

Semi-verhard

Totaal verhard

42 m2

Verhard

lnfiltratie Het onderhoudspad en parkeer en opslagruimte zal een infiltratiecapaciteit hebben van +- 0.173 m/etmaal of

2*10^-6 m/s. Er zal gebuikt gemaakt gaan worden van geo-textile foil met een laag gecertificeerd bouwpuin granulaat c.q. gecertificeerd niet-teerhoudend asfalt granulaat als onderhoudspad. Het pad zal 4 meter breed worden. Zie

onderstaand ontwerp.

drï

FTGUUR 15: scHEMATIscH oNïwERP vAN oNDERHoUDSwEGEN zoNNEPARK VosseNsrne

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

30

ln het bovenstaande schematische ontwerp zal D1 zal +- 10 cm zijn en D3(in het midden van de weg, 2 meter uit elke kant) ongeveer 14 cm. Hierdoor loopt het pad iets af naar beiden kanten waardoor een gedeelte van het

water op deze maniervan het pad afstroomt en kan infíltreren in de omlÍggende meters rond het pad. D2 en daarmee de exacte samenstelling van het pad is nog afhankelijk van nog uit te voeren bodemonderzoek,

wat altijd voor de bouw uitgevoerd wordt om zo de dimensionering van de onderconstructie van de panelen, fundering van het transformator station en het onderhoudspad te berekenen.

Watergangen Langs het plangebied ligt een A-watergang en een beschermingszone van een A-watergang, zie Figuur 6. ln de plannen wordt te allen tijde meer dan de vereiste afstand van 5 meter gehouden tussen de inrichting en de Awatergangen. Daarnaast grenst het plangebied aan een B-watergang, hiervoor geldt een beschermingszone van 1 meter. Hier wordt in het ontwerp ten alle tijden rekening mee gehouden.

WateÍkwaliteit Binnen dit project worden geen wooneenheden gerealiseerd. Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten

verharding aangelegd en er is geen hemelwateropvang. Het regen- of smeltwater kan dus vrij in de grond weglopen. Compensatie van verharding is daardoor ook niet aan de orde. De panelen en de constructie worden uitgevoerd met materialen die geen afvalstoffen afscheiden (niet-uitlogend). Er komt geen afvalwater vrij, ook niet tijdens het bouwproces. Er worden geen nieuwe watergangen aangelegd en er is geen sprake van uitstoot van stikstof en/of fosfaat.

Riolering en zuiveringswerken ln het plangebied ligt geen rÍoolwaterpersleiding van het waterschap

4.9 Venreen EN pARKEREN Er zal in de bouwperiode van ca. 2-3 maanden periodiek vracht/bouwverkeer via de N279, Hool, Jekschotstraat/Veghelsedijk en de Vossenberg naar het terrein rijden. TPSolar schat dat het tijdens de bouwpiek (circa 1 maanden) om ca. 60 vrachtwagenladingen zal gaan (in korte tijd) en dagelijks om 5 10 busjes en

-

personenwagens van de installatieploeg, zie het AERIUS-rapport in Bijlage D: AERIUS-calculatie. De verwachting is dat dit niet zal leiden tot verkeers- of geluidsoverlast voor omwonenden.

Voor de aansluiting van het zonnepark op het openbare elektriciteitsnetwerk zal de netbeheerder een aparte

stroomkabel moeten trekken naar de percelen. Hiervoor zal klein graafmaterieel worden ingezet, en deze werkzaamheden zullen lokaal mogelijk enkele dagen beperkte verkeershinder opleveren. Het zonnepark is een beveiligde energiecentrale. Dat betekent dat er geen vrije toegang is voor het publiek en dat toegang voor onderhoud, begrazing en eventuele rondleidingen strikt geregeld zal zijn. Naar verwachting zal

het aantal verkeersbewegingen in de omgeving door het zonnepark niet toenemen. Gedurende de bouw en wanneer het zonnepark in bedrijf is kan er op de planlocatie zelf geparkeerd worden.

4.10 ElerrnouecNETtscHEVEIDEN Uitsluitend bij de omvormers en de transformatoren zullen enige elektromagnetische velden vrijkomen. De rest

van de installatie is gelijkstroom en daarbij komen er geen elektromagnetische velden vrij. Voor elektromagnetische velden bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een grens van 0,4 microTesla (gT).

De GGD-en adviseren om ook bij andere bronnen van ELF-EM-velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonnepark door de afstand van een zonnepark tot woningen en gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 pT te laten komen. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

31

De opgewekte straling in het zonnepark blijft hier zeer ver onder. Bovendien staan de omvormers en transformatoren midden in de installatie, dus op flinke afstand van de randen. Het aspect elekffomagnetische velden levert geen belemmering op voor het zonnepark.

4.tl Geluro De Wet geluidhinder (Wgh) vormt een belangrijk juridisch kader voor het Nederlandse geluidbeleid. Hierin staat

dat inzichtelíjk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen,

geluidsbelasting

ziekenhuizen en verpleeghuizen. Voor de geluidgevoelige objecten moeten bepaalde grenswaarden in acht worden gehouden. Er zijn enkele woningen in de buurt van het zonnepark.

Bij het zonnepark is nauwelijks sprake van geluidsproductie. Er is bijna alleen laagspanning op de gehele installatie (<1.OOOV), waardoor de geluiden zoals bekend van hoogspanningsinstallaties (brommen/zoemen) alleen voorkomen bij de trafostations, die midden op het park staan. Dit geluid is op een paar meter afstand al niet meer hoorbaar. De gebruikte omvormers, trafostations en regelapparatuur worden niet actief gekoeld en zijn dus stil. Er zal dan ook buiten het zonnepark geen geluid te horen zijn. Er is ook geen sprake van geluidsreflectie van bijvoorbeeld weg-, trein of vliegverkeer naar de omgeving. Hoewel

de panelen wel geluid reflecteren, zal dit door de hellingshoek naar de lucht zijn gericht, zie ook paragraaf Lichtreflectie. Hierdoor - en door het omringende groen (demping) - zal er geen waarneembare geluidsreflectie voor de omgeving zijn. Het aspect geluid levert dus geen belemmering op voor het zonnepark.

4.12 Exrrnrur vErucHElD Bij het plan moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen. Er loopt naast het plangebied een buisleiding van Gasunie, met aanduidingZ-542-01, zie Figuur 16. Het zonnepark zal op een afstand van meer dan 80 meter beginnen, echter zal het inkoopstation op ongeveer 20 meter van de buisleiding geplaatst worden. Het inkoopstation wordt aangelegd buiten de belemmeringstrook van de gasleidÍng. Hierover zal nadere afstemming met Gasunie volgen.

Nabij het zonnepark is geen sprake van het transport van gevaarlijke stoffen, niet over de weg, water noch spoor. Tevens zal er een KLIC-melding gedaan worden

I

/.

I t,

I I

l

I

{ t

FIGUUR 16: RISICoKAART, PLANGEBIED AANGEGEvEN IN HET BI.AUW, BUISLEIDING Z-542-OL AANGEGEVEN IN HET ROOD. BRON RtstcoKAART. Nr

Er zijn nabij de planlocatie geen besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) gelegen' RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

32

4.tg Lrcnrnrrlrcrre Er zijn twee verklaringen waarom de omgeving van het zonnepark geen last zal hebben van spiegeling/ weerkaatsing van het zonlicht in de panelen: natuurkundig en technisch.

Natuurkundig Als er al reflectie is, dan is deze bij een zonnepark altijd naar de hemel gericht. Dit kan met een beetje natuurkunde worden uitgelegd. Bij reflectie op gladde oppervlakken, zoals op zonnepanelen, geldt in de natuurkunde dat de hoek van inval gelijk is aan de hoek van uitval. Op 21 juni staat de zon op zijn hoogst en heeft dan een instralingshoek van 61,5". De panelen worden geplaatst onder een hoek van circa 15" richting het zuiden, zie Figuur 15. De hoek van inval is in de zomer dan 61,5'+ 15'= 76,5'ten opzichte van het zonnepaneel. De hoek van uitval is dan ook 76,5'ten opzichte van het zonnepaneel (bijna recht omhoog). Op 21 december staat de zon op zijn laagst, en dan valt het licht onder een hoek van 14" op de panelen, wat een invalshoek en uitvalshoek van

14'+ 15'= 29" oplevert (schuin omhoog). Omdat de zon opkomt in het oosten, en dan via het zuiden weer ondergaat in het westen, komt het zonlicht overdag vooral uit zuidelijke richting. Daardoor zal de reflectie dus het hele jaar door omhoog en naar het noorden zijn gericht.

Zon op

hoogstê punt {zomer)

reflectierichting {zomcr}

Zon op laagst€ punt

r4!E tf:-,D

reÍlectie.achting

Íafi.ctiË

{wlnt€r}

(wínter)

hêtj.ff hsen

FTGUUR 17: LtcHTwEERKAATS|NG op zoNNEpaNELEN

Technisch Er is met de huidige generaties zonnepanelen niet echt sprake meer van reflectie. Zonnepanelen nemen zoveel mogelijk (meer dan 95%) van het invallende zonlicht op, om dit te kunnen omzetten in energie. Weerkaatst

zonlicht zou ten koste gaan van de productie en wordt dus op alle mogelijke manieren voorkomen. Hiervoor zorgt allereerst een antireflectie coating op het bovenglas dat door een chemisch proces met het glas wordt 'versmolten' en daardoor even lang meegaat als het glas zelf. Daarnaast is er een bewerking aan de binnenzijde van het bovenglas, dat een beetje hetzelfde effect oplevert als een doorkijkspiegel: het licht kan er in één richting

vrij doorheen, maar als het wordt teruggekaatst (door de fotocellen) kan het er niet meer uit. Een modern zonnepaneel reflecteert dan ook nog minder dan een mat tv- of laptopscherm en verstrooit bovendien het kleine beetje weerkaatste licht, waardoor er geen schittering optreedt.. Ook de frames van de panelen zijn mat en

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

33

schitteren niet. Verder is er ook bij neerslag of condensatie er geen schittering. De panelen worden al snel enigszins warm ih de zon waardoor ochtenddauw geen kans krijgt; neervallend regenwater zal direct van de panelen afdruipen (zelfs bij motregen) en het eventuele restant zal bij een beetje zonneschijn al snel verdampen (bij bewolkt weer is er natuurlijk sowieso geen schittering).

ln de praktijk Dat een zonnepark geen spiegeling oplevert is ook in de praktijk bewezen. Voor de bouw van Zonnepark Hoogveld Uden, naast luchtmachtbasis Volkel, zijn op verzoek van Defensie reflectietesten uitgevoerd. Hierbij is op zonnige dagen een groot aantal testvluchten uitgevoerd boven een proefopstellingvan zonnepanelen, waarbij onder verschillende hoeken over droge en bevochtigde panelen werd gevlogen. De uitkomst van deze testen was dat er geen waarneembare reflectie werd geconstateerd voor de militaire laagvliegroute, waarna Defensie

goedkeuring verleende aan de bouw van het zonnepark. Het enige zichtbare effect op zeer zonnige dagen is dat de van dichtbij donkerblauw of zwart gekleurde panelen door het kleine beetje strooilicht van een afstand van kleur veranderen en lichtgrijs lijken. Het aspect

lichtreflectie speelt dus geen rol bij dit initiatief.

RUIMTELUKE ONDERBOUWING I Zonnepark Vossenberg

34

5. PRRnctpATtE & uITvoERBAARHEID

5.1 Owlworueruoeru/BeuTGHEBBENDEN De initiatiefnemer hecht groot belang aan het inpassen van de wensen van de direct omwonenden. Daarom zijn de direct omwonenden en overige belanghebbenden allereerst in kaart gebracht: a

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=88bb24ce-636f-48e1-956a-52e4d8f24d9a