CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

4 20220216 RIB Rapportage natuurmonitoring 2021 Bijlage.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 16 februari 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen16.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.4.3. Weidevogeltellingen Laarbeeks Landschap De natuurwaardescore gebaseerd op de weidevogeltellingen neemt gestaag af (Figuur 16). Van alle vier de soorten kievit, scholekster, grutto en wulp is het totaal aantal nesten afgenomen en van kievit en grutto is daarnaast ook het percentage uitgekomen nesten afgenomen ( Figuur 19).

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

33

Resultaten

Figuur 19: Aantal nesten (linker as) en percentage uitgekomen nesten (rechter as) van de getelde weidevogels kievit, scholekster, grutto en wulp.

3.4.4. Monitoring nestkasten De nestkasten laten na een initiële daling in natuurwaardescore gelukkig weer een stijging zien (Figuur 16). Zowel steenuil als kerkuil doen het in de afgelopen periode weer wat beter dan in de periode daarvoor. Torenvalk laat echter een nog doorgaande dalende lijn zien.

Figuur 20: Natuurwaardescore gebaseerd op de monitoring van nestkasten van steenuil, kerkuil en torenvalk.

3.4.5. Dagvlinders ’t Hof Ook de dagvlinders bij ’t Hof zijn hard achteruit gegaan (Figuur 21). Van een goede natuurwaardescore in de periode van 1999 tot en met 2005, is deze vervolgens gestaag achteruit gegaan naar een redelijke natuurwaardescore in de eerste periode van het monitoringplan naar een slechte natuurwaarde in de periode 2015 tot en met 2020. Alleen in 2019 lijkt weer een kleine opleving te zijn, maar de oorzaak hiervan is onduidelijk en heeft zich ook niet doorgezet.

34

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

Figuur 21: Ontwikkeling van de natuurwaardescore gebaseerd op de NEM dagvlinderroute 't Hof vanaf 1999.

3.4.6. Provinciale monitoring vaatplanten De monitoring van vaatplanten van de provincie laat een vrij stabiele, maar lage natuurwaardescore van de planten zien (Figuur 22). De meest voorkomende soorten zijn gestreepte witbol, grote brandnetel, mannagras, grote kattenstaart, gladde witbol, liesgras en glanshaver. Typische leukere soorten van een waardevol agrarisch landschap als adderwortel, echte koekoeksbloem, echte valeriaan, grote wederik, holpijp, moerasspirea, moerasrolklaver, penningkruid, pinksterbloem en veldrus komen maar weinig voor.

Figuur 22: Natuurwaardescore gebaseerd op de provinciale monitoring vaatplanten.

3.4.7. Conclusie en aanbevelingen Uit de verschillende monitoringprojecten blijkt dat de natuurwaarde in het agrarisch gebied vrij laag is en bovendien nog steeds achteruit gaat. Met name de achteruitgang bij de vogels

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

35

Resultaten

is zorgelijk. Deze soortgroep wordt breed gemonitord en laat daarin een structurele achteruitgang zien. Hoewel er lokale successen worden geboekt door bijvoorbeeld het plaatsen van een oeverzwaluwwand en nestkasten, of goed beheer van de bermen (zie paragraaf 3.7) zijn deze positieve effecten kwetsbaar en kunnen ook snel weer verdwijnen, zoals bijvoorbeeld te zien is bij de dagvlinders van de zandwegen (paragraaf 3.8). De gemeente beschikt daarnaast over een redelijk aantal kleine landschapselementen, maar deze blijken onvoldoende om de natuurwaarde te verbeteren, vermoedelijk door de toch relatief kleine oppervlakten en de negatieve effecten vanuit de omgeving. Om structurele verbeteringen te bewerkstelligen en agrarische soorten die dreigen te verdwijnen te kunnen behouden, zijn ingrijpendere maatregelen nodig: het omvormen van de agrarische sector naar biologisch of natuurinclusief, met een kleinere veestapel, een minimaal gebruik van herbiciden en pesticiden en veel meer ruimte voor de landschapselementen als beken en beekoevers, zandpaden, houtwallen, bosjes, bermen en akkerranden.

Ook de gemeente kan hieraan bijdragen door bijvoorbeeld biologische of natuurinclusieve landbouw te stimuleren, vergunningen voor de veehouderij af te bouwen, meer te controleren op het overtreden van de milieuwetgeving en te beboeten, akkerranden te subsidiëren, het aantal kleine landschapselementen uit te breiden en gronden langs beken aan te kopen.

36

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

3.5. Natuurwaarde poelen en stilstaande wateren Voor de beoordeling van de stilstaande wateren is gebruik gemaakt van de gegevens van de waterwerkgroep van IVN Laarbeek. Er is hierbij gebruik gemaakt van de inventarisatie op amfibieën van een groot aantal stilstaande wateren. De gegevens zijn geanalyseerd op het niveau van de gemeente als geheel: er is gekeken hoeveel soorten er zitten en hoe wijd verbreid ze zijn. De gegevens per water zijn niet volledig genoeg om op dat niveau te analyseren.

3.5.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De natuurwaardescore van de wateren voor amfibieën is redelijk (2,6) en is over de verschillende perioden ook redelijk stabiel gebleven (Figuur 23). In het grootste deel van de wateren zijn groene kikker en kleine watersalamander aanwezig. Bruine kikker, gewone pad en alpenwatersalamander zijn echter maar in een beperkt aantal wateren waargenomen. De zeldzamere heikikker, kamsalamander en vinpootsalamander zijn slechts een enkele keer waargenomen gedurende de monitoring.

Figuur 23: natuurwaardescore van de stilstaande wateren gebaseerd op de amfibieënwaarnemingen van de IVN waterwerkgroep.

3.5.2. Conclusie en aanbevelingen De stilstaande wateren omvatten op het gebied van amfibieën een redelijke en constante natuurwaarde in de gemeente. Opmerkelijk is wel de beperkte aanwezigheid van de algemene bruine kikker en gewone pad in de wateren. Het is echter onduidelijk waar dit aan ligt en of dit een zich voortzettende trend betreft. Dit zal in de komende jaren duidelijk worden. Om de huidige natuurwaarde vast te houden is het van belang om te blijven zorgen voor voldoende geschikte voortplantingswateren en wateren te blijven beheren. Voor een verdere verhoging van de score is het nodig specifieke aandacht te besteden aan de zeldzamere soorten kamsalamander, heikikker en vinpootsalamander. Door in de poelen waar deze soorten aanwezig zijn het beheer op deze soorten te richten, en in de omgeving poelen geschikt te maken voor deze soorten, kunnen deze zich handhaven en verder uitbreiden.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

37

Resultaten

3.6. Natuurwaarde bebouwde kom Er worden binnen de bebouwde kom alleen vogels geteld. Er is gebruik gemaakt van de volgende projecten:  MUS-telling Beek en Donk, Lieshout en Aarle-Rixtel.  Huiszwaluwtellingen (Lieshout en Mariahout)  Gierzwaluwtellingen (pastorie Beek en Donk) De MUS-tellingen van Beek en Donk zijn in 2017 voor het laatst geteld. Vanaf 2020 zijn er wel weer nieuwe MUS-tellingen van Aarle-Rixtel beschikbaar gekomen, het is echter nog niet duidelijk of deze monitoring weer structureel uitgevoerd gaat worden.

3.6.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De natuurwaardescore van vogels in de bebouwde kom is nog net redelijk (2,0), maar is geleidelijk aan gedaald met 0,3 punten gedurende de monitoring (Figuur 24). De daling in de laatste periode wordt veroorzaakt door een flinke daling in de natuurwaardescore voor de gierzwaluwen.

Figuur 24: Natuurwaardescore van de bebouwde kom volgens de verschillende monitoringprojecten en de ontwikkeling daarin over de verschillende perioden.

3.6.2. MUS-tellingen De MUS-tellingen (Meetnet Urbane Soorten) betreft vogeltellingen in de bebouwde kom van Lieshout, Beek en Donk (tot en met 2017) en Aarle-Rixtel (van 2007 tot en met 2010 en in 2020). De gemiddelde natuurwaardescore gebaseerd op deze monitoring blijft min of meer gelijk, maar is ten opzichte van de beginperiode wel iets gedaald (Figuur 24). De natuurwaardescore van Beek en Donk lijkt vanaf 2012 sterk gedaald (Figuur 25). Dit wordt echter veroorzaakt door het wegvallen van een aantal telpunten en niet door een reële natuurwaardedaling.

38

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

Figuur 25: Natuurwaardescore gebaseerd op de MUS-tellingen. Lieshout: 3 telpunten. Aarle-Rixtel: 9 telpunten, Beek en Donk In 2007 t/m 2010 11 telpunten, vanaf 2012 8 telpunten in Beek.

Indien alleen de 8 overgebleven punten worden bekeken blijft de waarde ongeveer gelijk (onderbroken lijn in Figuur 25). De lagere score van Lieshout houdt ook samen met een beperkt aantal (3) telpunten. Bij een vergelijking van de drie kernen met een gelijk aantal telpunten is de natuurwaardescore ongeveer hetzelfde. Vooralsnog is er nog geen duidelijke trend te zien.

3.6.3. Monitoring gier- en huiszwaluw De gierzwaluwpopulatie bij de pastorie van Beek en Donk was jaren stabiel op een redelijk hoog niveau, maar heeft in 2019 een flinke klap gehad doordat het kerkbestuur een groot deel van de nesten had dichtgemaakt. Inmiddels zijn deze grotendeels weer open gemaakt en kunnen weer door de vogels bezet worden. In Figuur 26 is te zien dat dit ook weer gebeurt, maar nog niet op het niveau is van voor het dichtmaken. Ook van de huiszwaluwen blijft het aantal nesten min of meer gelijk, deze schommelt op een matig niveau. In de laatste periode lijkt er een wat structurelere stijging te zien te zijn in het aantal nesten. Een zorgelijke ontwikkeling is echter wel dat het aantal locaties waar nesten worden gezien steeds kleiner wordt. Waren het aantal nesten eerst nog verdeeld over 7 tot 9 locaties en in de periode voor 2011 zelfs over 10 tot 15 locaties, inmiddels zijn de nesten geconcentreerd op slechts 2 locaties. Dit maakt de populatie zeer kwetsbaar.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

39

Resultaten

Figuur 26: Natuurwaardescore gebaseerd op de monitoring van gier- en huiszwaluwen.

3.6.4. Conclusie en aanbevelingen De natuurwaarde van vogels in de bebouwde kom is in de afgelopen periodes langzaam gedaald, maar dit wordt veroorzaakt door een dip in de natuurwaardescore bij de MUStellingen in de tweede periode en een dip in de gierzwaluwen in de derde periode. Er lijkt dus geen structurele daling gaande. Beide dorpen zijn behoorlijk groen, met veel bomen en struiken. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren zijn ook belangrijke stappen gezet om het groen bloemrijker te maken, met gemeentelijk groen met vaste bloeiende planten, waar veel insecten en insecteneters van kunnen profiteren. Het dichtstoppen van de gierzwaluwnesten bij de pastorie van Beek en Donk en het verdwijnen van huiszwaluwlocaties geeft wel aan dat door goede voorlichting nog wel wat gewonnen kan worden. Hierbij kan ook aandacht besteed worden aan het toepassen van meer bloemrijk groen in tuinen en het verminderen van verstening. De gemeente heeft daarnaast diverse zwaluwtillen geplaatst waardoor het verdwijnen van nesten gedeeltelijk opgevangen kan worden, maar het blijft van belang dat er ook gebouwen geschikt blijven voor de gebouw bewonende soorten gierzwaluw, huiszwaluw en huismus. Hiervoor kunnen ook artificiële nesten worden gebruikt.

40

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

3.7. Verschralingsbeheer bermen In de gemeente worden kansrijke bermen ecologisch beheerd, waarbij het maaisel wordt afgevoerd, bermen verschralen en hierdoor bloemrijker worden. Dit ecologische beheer is in 2010 vastgelegd in het beleid (Brands, 2010), maar veel bermen werden al langer op deze manier beheerd. Het IVN heeft in de afgelopen jaren 103 proefvlakken geïnventariseerd, waarvan voor de helft inmiddels 3 herhalingen beschikbaar zijn, voor de andere helft zijn er 2 herhalingen beschikbaar. Voor de analyse zijn de bermen die driemaal zijn geïnventariseerd met elkaar vergeleken (2011/2012, 2015/2016 en 2019/2020) en zijn de bermen uit de perioden 2017/2020 en 2013/2016 met elkaar vergeleken.

3.7.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De bermen die inmiddels driemaal zijn geïnventariseerd, zijn na een initiële dipje weer in natuurwaarde gestegen en hebben inmiddels net de klasse redelijk bereikt (2,0) (Figuur 27).

Figuur 27: Natuurwaardescore en ontwikkeling hierin van de bermen die inmiddels drie maal zijn geïnventariseerd.

De gemiddelde natuurwaardescore van de bermen die in de laatste periode (2017/2020) zijn geïnventariseerd is matig (1,8). Indien we deze bermen vergelijken met de periode ervoor (2013/2016) blijkt de natuurwaarde licht gestegen te zijn met 0,13 punten. Er is echter een duidelijkere vooruitgang te bespeuren als we kijken naar de verschillende klassen van bermen. Het aandeel slechte bermen is gedaald van 22 naar 12%, terwijl het aandeel redelijke bermen is gestegen van 27 naar 34% en het aantal matige en goede bermen (vrijwel) gelijk is gebleven (Figuur 28). Het lijkt er dus op dat het beheer gemiddeld genomen de natuurwaarde van de bermen weet te verhogen, maar nog niet zodanig dat het aandeel goede bermen stijgt. Wanneer we kijken naar de individuele bermen zien we vooral bermen die een wisselend beeld laten zien, maar ook bermen die vooruitgaan en bermen die achteruit gaan. Het aantal bermen dat vooruit gaat is echter hoger dan het aantal bermen dat achteruit gaat. Het algehele beeld is er dus één van vooruitgang.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

41

Resultaten

Figuur 28: Verdeling van de geïnventariseerd bermen in de categorieën slecht, matig, redelijk en goed, weergegeven in percentages en een vergelijking tussen de perioden 2013/2016 (links) en 2017/2020 (rechts).

3.7.2. Conclusie en aanbevelingen De bermen zijn in de afgelopen periode vooruitgegaan in natuurwaarde. Dit geeft aan dat het huidige ecologisch bermbeheer zijn vruchten lijkt af te werpen, mogelijk met hulp van de afgelopen droge zomers, waardoor dominantie van grassen makkelijker doorbroken wordt. Het advies is dan ook het huidige beheer te continueren.

42

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

3.8. Extensief beheer zandwegen Vanaf 2010 worden diverse specifiek geselecteerde zandwegen in de gemeente extensiever beheerd, waardoor zich hier bloemrijke ruigte en struweel kan ontwikkelen (Brands, 2010). Voor de beoordeling van deze extensief beheerde zandwegen is gebruik gemaakt van de volgende monitoringprojecten:  Monitoring dagvlinders zandwegen  VAS-telling: relevante proefvlakken (1, 2, 4, 6, 9, 10, 12, 16). Hierbij worden zowel punten meegenomen die op een zandweg liggen, als die waarin een zandweg binnen de radius van het telpunt liggen.

3.8.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De natuurwaardescore van de zandwegen bedraagt gemiddeld 1,9 en is daarmee een klasse gezakt van redelijk (2,1 in de eerste periode en 2,4 in de tweede periode) naar matig (Figuur 29). Deze daling wordt veroorzaakt door een daling in zowel de dagvlinders als de vogels.

Figuur 29: Natuurwaardescore van de zandwegen en de ontwikkeling hierin gebaseerd op de verschillende monitoringprojecten.

3.8.2. Monitoring Dagvlinders De natuurwaarde van de zandwegen voor wat betreft dagvlinders is gedaald van redelijk (2,4) naar matig (1,7) (Figuur 30). Deze daling komt na een initiële stijging in natuurwaarde in 2016. Alle zandwegen laten over de afgelopen periode een daling zien (Figuur 30). Deze daling wordt met name veroorzaakt door een flinke daling in de aantallen dagvlinders die tijdens de monitoring zijn aangetroffen. De aantallen dagvlinders die op de routes zijn waargenomen zijn in 2020 meer dan gehalveerd ten opzichte van 2016. Het koevinkje is het hardst achteruit gegaan van 153 exemplaren in 2016 naar slechts 7 in 2020. Maar ook bont zandoogje, boomblauwtje, citroenvlinder, groot dikkopje, landkaartje, oranje zandoogje, oranjetipje en de kleine koolwitjes zijn meer dan gehalveerd. Alleen atalanta, hooibeestje en kleine parelmoervlinder zijn in aantallen toegenomen. Deze daling is vermoedelijk veroorzaakt

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

43

Resultaten

door: 1) verdroging van de zandwegen door de afgelopen droge zomers, 2) het verdwijnen van aanliggende akkerranden en 3) het schaven van de bermen van een aantal van de zandwegen.

Figuur 30: Natuurwaardescore van de zandwegen en de ontwikkeling hierin gebaseerd op de dagvlinders.

Het aantal soorten is nog min of meer gelijk gebleven, maar bij verdere achteruitgang in de aantallen dreigen ook soorten uit de bermen te verdwijnen en zal de score nog sneller achteruit gaan.

3.8.3. Monitoring Vogels De natuurwaardescore van de zandwegen gebaseerd op de vogels is redelijk (2,1) (Figuur 31). De natuurwaarde is gedurende de gehele monitoringperiode ongeveer gelijk gebleven.

Figuur 31: Natuurwaardescore van de zandwegen en de ontwikkeling hierin gebaseerd op de VAStelling van de locaties gelegen bij zandwegen.

44

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

Het gemiddeld aantal soorten dat is waargenomen over de verschillende perioden is licht gestegen van 56 soorten in 2011/2012, via 57,8 soorten in de periode 2013/2016, naar 58,5 soorten in de periode 2017/2020. Bonte vliegenvanger, boomvalk, grote zilverreiger, kneu, ooievaar, slechtvalk, steenuil en houtsnip, maar ook mantelmeeuw, soepeend, Canadese gans en nijlgans zijn in de laatste periode verschenen. Patrijs en bosrietzanger zijn sinds 2016 niet meer waargenomen en veldleeuwerik is in 2012 voor het laatst gezien. Boomkruiper is in 2019 voor het eerst niet meer waargenomen. Het aantal vogels is echter structureel afgenomen over de verschillende perioden. In de eerste periode waren dit er nog gemiddeld 1834,5 per jaar, in de laatste periode is dit gedaald naar gemiddeld 1347 exemplaren.

3.8.4. Conclusies en aanbevelingen De zandwegen zijn in natuurwaarde achteruit gegaan door een afname in de aantallen dagvlinders, maar ook het aantal vogels is afgenomen, hoewel dit nog niet naar voren komt in een lagere natuurwaardescore voor deze soortgroep. Door de geringe variatie langs de zandwegen in zowel abiotische (met name vocht) als biotische (vegetatie) factoren zijn insectenpopulaties extra kwetsbaar voor veranderende omstandigheden. Het is daarom extra belangrijk om hier bij het beheer rekening mee te houden door gefaseerd te maaien en te zorgen voor zoveel mogelijk structuurvariatie, door bijvoorbeeld plaatselijk (braam)struweel te laten staan. Het schaven van de weg, waarbij ook de berm wordt meegenomen, heeft een direct negatief effect op de aanwezige dagvlinders, maar biedt ook ruimte aan pioniersoorten. Door de maatregel gefaseerd uit te voeren (maar een beperkt aantal zandwegen tegelijk) en een groter deel van de berm te sparen kunnen directe negatieve effecten verminderd worden. Ook de aanwezigheid van akkerranden of ecologisch beheerde sloten (gefaseerd maaien) kan bijdragen aan een verbetering van de natuurwaarde. Daarnaast wordt een mogelijke toename in natuurwaarde vermoedelijk beperkt door de aanliggende intensieve agrarische percelen. Bij Keelgras heeft de invasieve exoot Japanse duizendknoop zich verder uitgebreid.

Het is van belang bij het beheer rekening te houden met deze exoot door er ruim omheen te maaien of de soort te gaan bestrijden.

Figuur 32: Ooievaarsweg voor (links) en na (rechts) schaven.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

45

Resultaten

3.9. Bossen en bosranden Voor de beoordeling van de bossen is gebruik gemaakt van de volgende gegevens:  Monitoring dagvlinders natuurgebieden (Ruweeuwsels, Clerxbos en De Biezen)  SNL-Monitoring beheertypen bossen De natuurwaarde voor de dagvlinders is bepaald op basis van de gehele dagvlinderroutes, welke niet geheel door bos lopen. Voor De Biezen en Ruweeuwsels betreft het routes door bos en over de daarin gelegen graslandjes. Voor Clerxbos gaat de route een klein deel door het bos, maar voornamelijk langs het bos en door het aanwezige graslandje.

3.9.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De natuurwaardescore van de bossen scoort deze periode net redelijk (2,1) en is ten opzichte van de vorige periode (1,7) gestegen (Figuur 33). Beide monitoringprojecten laten deze stijging in natuurwaarde zien, maar er is wel een duidelijk verschil in beoordeling van de bossen op basis van de dagvlinders en het SNL. De lagere gemiddelde score in tweede en derde periode is toe te schrijven aan het toevoegen van de SNL-Monitoring en betreft geen reële natuurwaardedaling ten opzichte van de eerste periode.

Figuur 33: Natuurwaardescore bossen en bosranden en de ontwikkeling hierin volgens de verschillende monitoringprojecten.

3.9.2. Natuurwaarde dagvlinders De natuurwaardescore bepaald op basis van de dagvlinders is gedurende de monitoring geleidelijk toegenomen en is op weg naar de klasse goed (Figuur 34). Hoewel een deel van de toename in waarde te danken is aan een toename in de graslandvlinders (zie ook paragraaf 3.2) zijn ook de bossen voor dagvlinders in natuurwaarde vooruit gegaan. Zowel in De Biezen als Ruweeuwsels is de vrij zeldzame kleine ijsvogelvlinder opgedoken. Hopelijk zal deze soort zich hier gaan vestigen. Ook andere bos- of bosrandvlinder zoals bont zandoogje, boomblauwtje en groot dikkopje, zijn in de laatste periode toegenomen. In de Ruweeuwsels is het oranjetipje toegenomen, en hoewel dit een soort is van vochtige graslanden, is hij hier vooral te zien op de grazige zonnige bospaden.

46

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

Alleen de natuurwaarde van het Clerxbos en omgeving is in de laatste periode afgenomen. Dit is te wijten aan een flinke afname van de aantallen dagvlinders op deze route (zie ook paragraaf 3.10.3). Een zorgelijke ontwikkeling is de afname van koevinkje in de gebieden. Deze soort van vochtige zoom- en bosrandvegetaties heeft sterk te lijden onder verdroging en het behoud van vochtige zones, ook onder incidenteel droge omstandigheden, is cruciaal voor het behoud van deze soort.

Figuur 34: Natuurwaardescore van de bossen en de ontwikkeling hierin op basis van de dagvlindermonitoringroutes. Voor de score van De Biezen is het gemiddelde genomen van de routes gelopen voor de gemeente en voor de NEM.

3.9.3. SNL-monitoring De huidige natuurwaardescore van de bossen op basis van de SNL-monitoring is matig (1,4), maar wel een klasse gestegen ten opzichte van de vorige periode (Figuur 35). Alle typen bos, met uitzondering van hoog- en laagveenbos, deze is gelijk gebleven, zijn gestegen in natuurwaarde. Van het beheertype N14.01 rivier- en beekbegeleidend bos komt verspreid over de gemeente een flink aantal verschillende, kleinere gebieden voor. Het type scoort, met een 0,5, slecht. Doelsoorten voor dit type bestaan uit vogels en planten en binnen de gemeente is slechts 1 doelsoort aangetroffen (kleine bonte specht) en 1 aanvullende Rode Lijstsoort (gele luzernevlinder). Het type hoeft pas geïnventariseerd te worden wanneer het oppervlak minimaal 5 ha bedraagt, waardoor vrijwel alle rivier- en beekbegeleidende bossen binnen de gemeente niet gemonitord hoeven te worden. Slechts 1 bosgebied, ten noorden van AarleRixtel, tegen het Wilhelminakanaal aan, is net iets groter dan 5 ha. Ook dit gebied lijkt echter niet geïnventariseerd te zijn. De natuurwaardescore is derhalve niet representatief en is verder niet opgenomen in de beoordeling. Het beheertype N14.02 hoog- en laagveenbos komt met name voor in De Biezen en in het bosgebied ten zuiden van de waterzuiveringsinstallatie.

Er komen hier slechts vier broedvogeldoelsoorten voor: boomkruiper, grote bonte specht, gekraagde roodstaart en kleine bonte specht. Dit type scoort hiermee slecht (0,8). Het bosgebied bij de zuiveringsinstallatie lijkt in de afgelopen periode niet onderzocht te zijn in het kader van het SNL, of de gegevens zijn nog niet (goed) in de NDFF ingeladen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

47

Resultaten

Figuur 35: Natuurwaardescore van de bossen en de ontwikkeling hierin gebaseerd op de SNLMonitoring.

Het beheertype N14.03 haagbeuken- essenbos komt alleen voor in Ruweeuwsels en ten noordoosten van Mariahout. Dit type is beoordeeld als matig, met de aanwezigheid van zes van de planten- en broedvogeldoelsoorten: zwarte specht, boomklever, groene specht, kleine bonte specht, wielewaal en bleeksporig bosviooltje. In de vorige perioden waren nog geen doelsoorten aangetroffen, waarschijnlijk doordat het beheertype toen niet is geïnventariseerd. Ook hier wordt hoogstwaarschijnlijk alleen Ruweeuwsels geïnventariseerd. Het andere bosgebiedje is echter net iets groter dan 5 ha, waardoor dit ook geïnventariseerd zou kunnen worden. Het beheertype N15.02 dennen-, eiken- en beukenbos scoort net redelijk. Naast broedvogels behoren ook planten hier tot de doelsoorten. Dit type bos komt verspreid in kleine oppervlaktes in de gemeente voor; onder andere Clerxbos en delen van Ruweeuwsels behoren tot dit type. Er komen 9 doelsoorten voor, waaronder bosanemoon, dubbelloof, dalkruid, geelgors en middelste bonte specht. Het aantal doelsoorten dat hier voorkomt is voldoende, alleen het percentage oppervlakte waarop deze voorkomen is te laag om een hogere score te halen. Dit kan mede ook veroorzaakt worden doordat maar een klein gedeelte van de gebieden zijn onderzocht. Binnen de gemeente wordt waarschijnlijk alleen Ruweeuwsels gemonitord.

Clerxbos is echter groot genoeg om in het kader van het SNL ook gemonitord te worden. Ten opzichte van de vorige periode is de kwaliteit van dit type gestegen, doordat er in de laatste periode meer doelsoorten zijn aangetroffen: dalkruid, middelste bonte specht, boomklever, groene specht, zwarte specht. Appelvink is afgelopen periode niet meer aangetroffen. Mogelijk is dit type in de eerste periode minder goed onderzocht. Van het beheertype N16.01 droog bos met productie komen grote stukken voor in het zuidwesten van de gemeente bij Achterbosch en in het Mariahouts bos, maar kleinere gebieden ook bij de Mosbulten en de waterzuiveringsinstallatie. Doelsoorten voor dit type bestaan net als bij vochtig bos met productie, uit verschillende vrij algemene tot zeldzame broedvogels waaronder appelvink, boomklever, boomleeuwerik, groene specht, raaf, vuurgoudhaan, wielewaal en zwarte specht. Dit type wordt als matig beoordeeld; er zijn 3 broedvogeldoelsoorten aangetroffen: boomklever, groene specht en zwarte specht. Het is onduidelijk in hoeverre dit beheertype is onderzocht op broedvogels. Een flink deel van de aangewezen gebieden is wel groot genoeg om in het kader van het SNL te onderzoeken.

48

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

Het beheertype N16.02 vochtig bos met productie komt verspreid over de gemeente voor, onder andere bij Eyckenlust, kasteel Croy en De Hei. In dit beheertype zijn geen doelsoorten aangetroffen. Doelsoorten voor dit type bestaan uit verschillende broedvogels, waaronder ook vrij algemene soorten zoals boomkruiper, boomklever, groene specht en grote bonte specht. Het betreft verschillende kleinere gebieden waar vermoedelijk geen vogelinventarisatie heeft plaatsgevonden. Op basis van het SNL zijn de genoemde gebieden echter wel voldoende groot om te inventariseren. Het gebied bij De Hei is in particulier bezit, maar de andere gebieden kunnen mogelijk wel geïnventariseerd worden, waardoor een beter beeld over de natuurwaarde van dit type ontstaat. Momenteel kan echter weinig over de kwaliteit van dit beheertype worden gezegd. Dit type is derhalve niet meegenomen in de analyse.

3.9.4. Conclusies en aanbevelingen De natuurwaardescore van de bosgebieden is toegenomen en scoort inmiddels een redelijk. De wat lagere score voor de SNL-typen wordt gedeeltelijk veroorzaakt doordat het slechts kleine oppervlakten betreft en het daarmee samenhangende gebrek aan gegevens. Bij het Clerxbos kunnen de bosranden nog wat beter ontwikkeld worden door bij het zandpad vanaf de Kampenweg bij het beheer goed te letten op de ontwikkeling van een structuurrijke vegetatie met zowel grazige vegetatie als ruigte en struweel en deze gefaseerd te beheren. Aan de westrand van het Clerxbos is de omgevormde bosrand dicht aan het groeien met Amerikaanse vogelkers. Hier is actief beheer nodig om een gevarieerde bosrand te ontwikkelen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

49

Resultaten

3.10. Nieuwe natuurgebieden Voor de beoordeling van de nieuwe natuurgebieden is gebruik gemaakt van de volgende monitoringprojecten:  Plantenmonitoring nieuwe natuurgebieden: Clerxbos eo, De Hut en Laag Strijp  Dagvlindermonitoring natuurgebieden: Clerxbos eo  VAS-telling vogelwerkgroep IVN Laarbeek (Relevant proefvlak 5: Stater)  SNL-Monitoring Laag Strijp en Clerxbos eo  Amfibieënmonitoring (waterwerkgroep; NDFF 13 oktober 2021)

3.10.1.

Totale natuurwaarde en ontwikkeling

De natuurwaardescore van de nieuwe natuurgebieden is redelijk (2,4), maar is in de loop van de monitoring na een initiële stijging (van 2,2 naar 2,7) weer in natuurwaarde gedaald (Figuur 36). De natuurwaarde volgens de SNL-Monitoring is alleen in de laatste periode berekend, aangezien de gebieden eerder niet, of niet volledig voor het SNL zijn geïnventariseerd.

Figuur 36: Natuurwaardescore van de nieuwe natuurgebieden en de ontwikkeling daarin volgens de verschillende monitoringprojecten.

50

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

3.10.2.

VAS-telling Stater

In het proefvlak Stater van de VAS-telling zijn in 2019 30 soorten vogels waargenomen. Interessante aangetroffen soorten zijn onder meer grasmus, groene specht, holenduif, kievit, scholekster en torenvalk. Struweelvogels ontbreken helaas nog steeds grotendeels, terwijl hier wel kansen lijken te liggen. De natuurwaardescore van proefvlak Stater is redelijk stabiel gebleven gedurende de jaren en schommelt rond de 2,5 (Figuur 37). Het aantal soorten varieert tussen de 29 en 39 soorten over de jaren, maar blijft gemiddeld over de verschillende tijdsperioden van 4 jaar ongeveer gelijk. De aantallen waargenomen vogels nemen echter wel structureel af. Waren dat er in de periode 2011 tot en met 2013 nog gemiddeld 199 exemplaren per jaar, in de daarop volgende periode (2014 t/m 2016) was dat al gedaald naar 172 exemplaren gemiddeld per jaar en in de laatste periode (2017 t/m 2019) waren dat er nog maar 130 gemiddeld per jaar. Soorten als gierzwaluw, grasmus, houtduif, kauw, kievit, roek, witte kwikstaart en zanglijster worden steeds minder gezien, groene specht, pimpelmees, roodborst en zwarte kraai nemen juist toe. Het lijkt een kwestie van tijd voordat soorten helemaal verdwijnen en daarmee ook de natuurwaardescore structureel af gaat nemen.

Figuur 37: Ontwikkeling natuurwaardescore bij vogelproefvlak Stater.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

51

Resultaten

3.10.3.

Clerxbos e.o.

De totale natuurwaardescore van het Clerxbos en omgeving is net redelijk (2,2) en na een initiële stijging weer in natuurwaarde gedaald (Figuur 38).

Figuur 38: Natuurwaardescore van het Clerxbos en omgeving en de ontwikkeling daarin volgens de verschillende monitoringprojecten.

Dagvlinders De dagvlinders bij het Clerxbos laten een redelijke natuurwaardescore zien; 2,6 (Figuur 38). Er zijn 17 soorten dagvlinders waargenomen, waaronder de karakteristieke graslandsoorten bruin zandoogje, hooibeestje, oranjetipje en zwartsprietdikkopje en de zoomsoorten groot dikkopje en oranje zandoogje. De natuurwaardescore is ten opzichte van de vorige periode (3,1) gedaald, maar toegenomen ten opzichte van de nulmeting (2,0). De dalende waarde wordt veroorzaakt door een lager aantal waargenomen exemplaren en een afname van het aantal soorten; distelvlinder, eikenpage en koevinkje zijn dit jaar niet waargenomen. Het bruin zandoogje heeft zich in 2016 weten te vestigen en heeft zich ook weten te handhaven in 2020, maar is niet in aantallen toegenomen. Ook het groot dikkopje is na een initiële toename in 2016 verder ongeveer gelijk gebleven. Hooibeestje, oranjetipje en zwartsprietdikkopje zijn wel verder toegenomen in 2020. De toename van deze graslandsoorten duidt erop dat het grasland goed beheerd wordt, hoewel deze soorten ook landelijk vooruitgaan en de toename gedeeltelijk te danken is aan de veranderde klimatologische omstandigheden. Het bruin zandoogje, groot dikkopje en zwartsprietdikkopje gaan landelijk gezien achteruit.

Het stand houden van bruin zandoogje en de toename van het zwartsprietdikkopje in het grasland bij het Clerxbos is een opsteker voor het beheer, waarbij goed gefaseerd wordt gemaaid en gedeeltes grasland ’s winters blijven overstaan waardoor zwartsprietdikkopje kan overwinte- Figuur 39: Zwartsprietdikkopje. ren.

52

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

De aantallen witjes en oranje zandoogjes zijn echter flink gedaald in de laatste periode. De afname van witjes heeft vermoedelijk te maken met een afname van de aanwezigheid van bloemrijke akkerranden in de omgeving ten opzichte van 2016. De afname van oranje zandoogjes wordt vermoedelijk veroorzaakt door een te eenvormig beheer van de bermen langs het zandpad vanaf de Kampenweg. Oranje zandoogjes houden van een wat ruigere vegetatie en wanneer deze in één keer wordt gemaaid of teruggesnoeid kan dit een negatief effect hebben op deze soort. Planten Bij het Clerxbos worden 3 proefvlakken op planten gemonitord: Eén proefvlak op het grasland en twee proefvlakken bij de twee aanwezige poelen. De gemiddelde natuurwaarde van de planten bij het Clerxbos is afgenomen (Figuur 40). De floristische waarde van het grasland is ten opzichte van 2016 gelijk gebleven op een matig niveau (Figuur 40). Door de gesloten grasmat ontwikkelt de vegetatie zich niet verder, maar blijft steken op een vrij soortenarme vegetatie met een dominantie van gestreepte witbol. Zachte dravik en gewone hoornbloem komen verder veel voor, gecombineerd met lage abundanties van soorten als gewoon biggenkruid, jakobskruiskruid, gewoon reukgras, veldereprijs en smalle weegbree. De natuurwaarde bij de poelen is verder afgenomen (Figuur 40). Proefvlak P1 was in 2016 al in natuurwaarde afgenomen.

Deze poel langs de zandweg wordt volledig gedomineerd door riet, met een beperkte aanwezigheid van andere ruige soorten waaronder gele lis, gewone smeerwortel, grote brandnetel, grote lisdodde, hennegras, koninginnekruid en akkerdistel. Een dergelijke ruige moerasvegetatie heeft ook zeker natuurwaarde, met name voor vogels en insecten, maar laat op planten een lage waarde zien. De andere poel P2, in het grasland, laat ook een flink lagere natuurwaarde voor planten zien. Het aantal soorten is hier afgenomen door het verder dichtgroeien van de vegetatie. Soorten als blaaszegge, egelboterbloem, gewone waterbies, grote lisdodde, grote waterranonkel, grote waterweegbree, kranswier, moerasrolklaver, ruw walstro en schildereprijs zijn afgenomen of verdwenen, moeraszegge en hennegras zijn juist toegenomen.

Figuur 40: Natuurwaardescore van de planten in de verschillende proefvlakken bij Clerxbos. G: Grasland, P1: poel bij zandpad, P2: Poel in grasland.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

53

Resultaten

SNL-monitoring Voor het SNL scoort het kruidenrijke grasland redelijk (2,3) (Figuur 38) met 6 doelsoorten en een goede verspreiding van een deel van deze soorten: echte koekoeksbloem, zwarte zegge, bruin zandoogje, groot dikkopje, hooibeestje en zwartsprietdikkopje. Aangezien het bos niet geïnventariseerd lijkt te zijn, is dit niet meegenomen bij de beoordeling. Amfibieën In het gebied zijn de 5 algemene soorten amfibieën aangetroffen, wat de natuurwaardescore voor de amfibieën op een redelijk (2,5) brengt (Figuur 38). Deze score is gedurende de hele monitoring gelijk gebleven.

3.10.4.

Laag Strijp

De gemiddelde natuurwaardescore voor Laag Strijp bedraagt redelijk (2,5) en is na een initiele stijging weer in natuurwaarde gedaald (Figuur 41).

Figuur 41: Natuurwaardescore Laag Strijp en de ontwikkeling hierin volgens de verschillende natuurmonitoringprojecten.

Planten De gemiddelde natuurwaarde van de planten in Laag Strijp is na een initiële toename weer gezakt naar de oorspronkelijke waarde van 2,1 (redelijk) (Figuur 42). De grote vijver heeft de hoogste natuurwaarde en scoort net goed met soorten als blaasjeskruid, schildereprijs en gewone waterbies. De score is ook min of meer stabiel al is het aantal soorten wel wat afgenomen in de laatste periode. Ook één van de proefvlakken in het grasland is gelijk gebleven op een net redelijke natuurwaarde. Dit proefvlak wordt gekarakteriseerd door het algemeen voorkomen van gestreepte witbol, gewone hoornbloem, zachte dravik, gewoon biggenkruid, gewoon reukgras en veldzuring met nog wat minder frequent voorkomende soorten. Het andere graslandproefvlak is echter achteruitgegaan in waarde. Grote ratelaar, biezenknoppen, gewoon struisgras, grasmuur en moerasrolklaver zijn verdwenen. Ook het proefvlak bij de poel is weer in natuurwaarde achteruit gegaan. Biezenknoppen, drijvend fonteinkruid, gewoon struisgras, kleine lisdodde en ruw walstro zijn verdwenen en

54

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

gewone waterbies en kattenstaart zijn achteruit gegaan. Blaaszegge, grote wederik en hazenzegge zijn echter vooruit gegaan.

Figuur 42: Natuurwaardescore en de ontwikkeling daarin van de verschillende plantenproefvlakken in Laag Strijp. G1 en G2 zijn graslandproefvlakken. P1 betreft de poel en V1 de grote vijver.

SNL-monitoring Voor het SNL scoort het kruidenrijke grasland net goed (3,0) (Figuur 41) met 6 doelsoorten en een goede verspreiding van een deel van deze soorten: gewone margriet, grote ratelaar, knoopkruid, bruin zandoogje, hooibeestje en zwartsprietdikkopje. Amfibieën In het gebied zijn de 5 algemene soorten amfibieën aangetroffen, wat de natuurwaardescore voor de amfibieën op een redelijk (2,5) brengt (Figuur 41). Dit is een afname ten opzichte van vorige periode, aangezien toen ook poelkikker is waargenomen.

3.10.5.

De Hut

De natuurwaarde van de plantenproefvlakken bij de Hut zijn in de afgelopen periode weer iets gedaald naar een score van 2,1 (redelijk) (Figuur 43). Deze lichte daling wordt veroorzaakt door een lichte daling in waarde in de verschillende proefvlakken. In de graslandproefvlakken zijn gewone margriet, gewoon biggenkruid, gewoon struisgras, kantig hertshooi, kleine klaver en rode klaver afgenomen, maar zachte dravik is toegenomen en ook verschillende negatieve indicatoren zoals akkerdistel, boerenwormkruid, gewone berenklauw, kropaar, ridderzuring en ruw beemdgras zijn afgenomen. Bij de poel zorgt met name de toename van riet en de afname van gewone koekoeksbloem voor de lichte natuurwaardedaling.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

55

Resultaten

Figuur 43: Natuurwaardescore plantenproefvlakken De Hut

3.10.6.

Conclusies en aanbevelingen

De natuurwaarde van de nieuwe natuurgebieden wordt beoordeeld als redelijk en draagt hiermee zeker bij aan de natuurwaarde binnen de gemeente. De wateren voldoen als voortplantingswater voor de algemene amfibieën en de kruidenrijke graslanden dragen bij aan het behoud van de graslandvlinderpopulaties. Het standhouden van de bruine zandoogjes en de toename van zwartsprietdikkopjes in het grasland bij Clerxbos toont aan dat goed beheer negatieve landelijke trends lokaal kan ombuigen. De floristische ontwikkeling van de graslanden blijft wat achter, maar mogelijk dat hierin met het gericht kleinschalig ploegen verandering in aangebracht kan worden. Bij Clerxbos wordt hier inmiddels mee geëxperimenteerd en dit kan bij de volgende inventarisatie geëvalueerd worden. De natuurwaarde van dergelijke kleine natuurgebiedjes kan verder vergroot worden door goed berm- en akkerrandbeheer. Graslandsoorten kunnen zich via dergelijke bermen verplaatsen en nieuwe gebieden bereiken. Het is dan van belang naar een goede structuurvariatie te streven en gefaseerd te beheren. Daarnaast bieden goed beheerde bermen en akkerranden extra voedsel voor dagvlinders en tal van andere insecten. Het is dan wel van belang dat negatieve effecten van bestrijdingsmiddelen op deze locaties geminimaliseerd worden.

Om de steeds verdergaande achteruitgang van de vogels te stoppen zijn vermoedelijk grootschaligere maatregelen nodig. Naast het ontwikkelen van kleine natuurgebiedjes is ook regulering/hervorming van de huidige landbouw belangrijk. Vermindering van bemesting en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, verkleining van de veestapel en daarmee de stikstofuitstoot en het terugbrengen van kleine landschapselementen zijn hierbij essentieel. Mogelijk dat de gemeente hier met gericht beleid meer op kan sturen. Om de floristische waarde bij de poel in het grasland bij Clerxbos te behouden moet dit goed meegemaaid worden met het grasland, om verder dichtgroeien te voorkomen. Indien ook voor de andere poel bij Clerxbos een meer open en diversere vegetatie is gewenst dient de oever van deze poel vaker gemaaid te worden. De huidige vegetatie in stand houden is echter ook een verdedigbare keuze. Bij het SNL valt op dat de houtsingels rond en in het graslandje bij Clerxbos zijn geclassificeerd als vochtig bos met productie. Dit kan wellicht beter omgezet worden in type L01.02 houtwal en houtsingel of L01.16 Bossingel, afhankelijk van het beoogde doeltype.

56

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Conclusies en aanbevelingen

4 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 4.1. Conclusies Uit de monitoring komt een wisselend beeld naar voren wat betreft de ontwikkeling van de natuurwaarde van de verschillende aandachtsgebieden. De natuurwaarde van beken is matig en is gedurende de monitoring structureel achteruit gegaan. Zowel de stromingsminnende vissen, maar ook de vogels gaan in aantallen achteruit. Verdroging, een geringe variatie in stroomsnelheid en profiel, te weinig begeleidende landschapselementen en vermestende en toxische effecten van de intensieve landbouw zijn de grote knelpunten bij dit aandachtsgebied. Het beekherstelproject van de Goorloop heeft deze trend vooralsnog niet weten te keren. Inmiddels zijn er echter ook plannen voor beekherstel van de Boerdonkse Aa en is de betonnen oeverzwaluwwand bij Bavaria eindelijk door de oeverzwaluwen in gebruik genomen, wat positieve ontwikkelingen zijn. Ook de bijzondere natuurgebieden scoren matig, maar zijn in natuurwaardescore vooruit gegaan door een toename in de natuurwaarde voor dagvlinders. Dit is te danken aan een beter beheer, maar ook de hogere temperaturen van de afgelopen jaren hebben een positief effect op deze soortgroep. Voor de andere soortgroepen, vogels en planten, is de trend nog onduidelijk doordat gegevens uit de vorige periode niet volledig waren. De achteruitgang van de natuurwaarde in de Moorselen is zorgelijk.

Dit gebied heeft te lijden onder verruiging door verdroging en vermesting. De bossen zijn ook in natuurwaarde toegenomen en scoren inmiddels redelijk. Ook hier gaan de dagvlinders vooruit en zijn de ontwikkelingen op planten en vogels nog onduidelijk. Het Torrenven en de omringende heide scoren matig, maar zijn in de laatste periode wel in natuurwaarde gestegen. Grootste knelpunt in dit gebied was het geringe oppervlak, waardoor een redelijke totale natuurwaardescore eigenlijk niet mogelijk was. Inmiddels is echter het Vossenbergven hersteld en is het heidegebied vergroot, waarmee een verder verbetering in natuurwaarde mogelijk wordt gemaakt. De natuurwaardescore van de nieuwe natuurgebieden is in de laatste periode achteruit gegaan, maar scoort nog steeds redelijk en levert daarmee en relevante bijdrage aan de natuurwaarden binnen de gemeente. Alle soortgroepen (planten, dagvlinders, vogels en amfibieën) laten in de laatste periode echter een achtergang zien. Door hun geringe omvang ondervinden deze gebieden een sterke invloed vanuit de omgeving. De afname in dagvlinders en vogels wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de afnemende trend van deze soortgroepen in het omliggende agrarische gebied. Voor de planten is een verder dichtgroeien van de vegetatie een belangrijke reden.

De toename in graslandvlinders bij het Clerxbos laat echter wel de positieve effecten van het ecologische maaibeheer hier zien. Daarnaast wordt gekeken of het ploegen van het grasland de trend bij de planten weer kan ombuigen. De natuurwaarde in het agrarisch gebied gaat het hardst achteruit en is gedurende de monitoring met een klasse in natuurwaardescore gedaald: van redelijk naar matig. De weidevogels en

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

57

Conclusies en aanbevelingen

andere agrarische vogelsoorten gaan nog steeds achteruit en ook de dagvlinders laten in dit gebied een achteruitgang zien. Belangrijkste oorzaken zijn de vermestende en toxische effecten van de intensieve landbouw en de beperkte aanwezigheid van kleine landschapselementen als brede bermen, slootkanten, struweel en houtwallen. Er zijn echter ook positieve ontwikkelingen te zien. De natuurwaarde van de poelen en stilstaande wateren is voor de amfibieën stabiel op een redelijk niveau. De ecologisch beheerde bermen zijn in de laatste periode in natuurwaarde vooruit gegaan. Dit is te danken aan het gevoerde beheer in combinatie met de droge zomers van de afgelopen periode. De zandwegen zijn echter in natuurwaarde achteruit gegaan van een redelijke naar een matige score. De dagvlinders laten hier een lagere natuurwaardescore zien en ook de vogels gaan achteruit. Deze smalle zones ondervinden een sterke negatieve invloed van aanliggende agrarische percelen en zijn gevoelig voor verdroging en ongefaseerd uitgevoerde beheermaatregelen. De natuurwaardescore van de bebouwde kom is volledig gebaseerd op vogels en scoort nog net redelijk. Dit aandachtsgebied laat een achteruitgang zien door een achteruitgang in de aantallen gierzwaluwen bij de pastorie in Beek, door het dichtstoppen van de nestkasten hier.

De huiszwaluwen laten juist een stijging zien, mede door het plaatsen van huiszwaluwtillen. De afname van het aantal locaties met huiszwaluwen zijn echter wel zorgelijk. Het verder vergroenen van de dorpen met vaste, bloeiende planten is een positieve ontwikkeling. Specifieke maatregelen van de gemeente en andere organisaties kunnen dus zeker een positief effect hebben op de natuurwaarde binnen de gemeente. De monitoring laat echter ook zien dat het effect van dergelijke maatregelen ook snel weer teniet gedaan kan worden: het schaven van de wegen waarbij een groot deel van de berm verdwijnt en het verdwijnen van akkerranden had een direct negatief effect op de dagvlinders, het instorten van de eerdere oeverzwaluwwand zorgde voor het lokaal verdwijnen van de populatie en het dichtstoppen van een groot aantal nestkasten van de gierzwaluwen bij de pastorie zorgde hier direct voor een kleiner broedsucces. Daarnaast blijken op andere gebieden de inspanningen nog geen vruchten af te werpen: De natuurwaarde in het agrarisch gebied gaat nog steeds achteruit, ondanks het beschermen en ecologisch beheren van de verschillende landschapselementen, waaronder de zandwegen. En in de beken hebben de vissen die afhankelijk zijn van voldoende stroming het moeilijk door lagere waterstanden en stagnatie door de afgelopen droge zomers, ondanks allerlei beekontwikkelingsprojecten.

Bovenstaande geeft aan dat ondanks de lokale successen die door het nemen van maatregelen kunnen worden geboekt, de huidige agrarische bedrijfsvoering een sterk negatief effect heeft op de natuurwaarden binnen de gemeente.

4.2. Aanbevelingen De belangrijkste aanbeveling is dan ook het stimuleren van de omvorming van het agrarisch systeem naar natuurinclusieve of biologische landbouw, waarbij rekening gehouden wordt met en gebruik gemaakt wordt van aanwezige natuurwaarden, voldoende ruimte is voor de verschillende landschapselementen waaronder akkerranden, beken, bermen, bosjes en houtsingels, gewasbeschermingsmiddelen worden vermeden, mestgift en stikstofuitstoot worden

58

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Conclusies en aanbevelingen

verminderd en water wordt vastgehouden in laats van zo snel mogelijk afgevoerd. Deze omvorming zal ook grote positieve effecten hebben op de andere aandachtsgebieden. Daarnaast is het aanpakken van de verdroging een belangrijk thema. Naast het verminderen van wateronttrekkingen is het vasthouden van water hierbij de belangrijkste maatregel. Voor de beken zijn beekherstel projecten belangrijk om droogval of stagnatie te voorkomen, het stromingsprofiel te verbeteren en ruimte te bieden aan beekbegeleidende landschapselementen. In de Moorselen is intensiever beheer nodig om verruiging tegen te gaan, maar bij voorkeur worden ook de oorzaken van vermesting en verdroging vanuit de omgeving aangepakt. Voor de bebouwde kom is het van belang om te zorgen voor voldoende beschikbaarheid van nestgelegenheid voor gebouwbewonende soorten. Hier kan voor gezorgd worden door standaard gebruik te maken van natuurinclusief bouwen en door het plaatsen van nestkasten bij al aanwezige gebouwen. Daarnaast moet niet vergeten worden de lokale bewoners of gebruikers goed voor te lichten. Voor de vennen en het omringende heidegebied is het van belang om maatregelen kleinschalig uit te voeren. Om de natuurwaarde in de stilstaande wateren op amfibieën verder te verbeteren zijn specifieke maatregelen nodig gericht op het stimuleren van de bijzondere soorten.

In de nieuwe natuurgebieden is goed beheer nodig om verruiging van de vegetatie tegen te gaan. De invloed van het omringende landschap op deze gebieden is groot en ecologische verbetering van het agrarische gebied zal ook op deze gebieden zijn positieve effecten hebben.

4.3. Methode Het gebruik van gegevens van derden levert een schat aan informatie op en maakt het mogelijk iets te zeggen over veel verschillende aandachtsgebieden, maar heeft ook een aantal nadelen. Wanneer projecten opgezet zijn met een ander doel voor ogen geven de data maar een beperkt en mogelijk vertekend beeld. Daarnaast zijn gegevens niet altijd compleet of gemakkelijk te verkrijgen. Ook mist bij het gebruik van gegevens van derden belangrijke achtergrondinformatie uit het veld, waardoor de redenen van achteruitgang lastiger te achterhalen zijn. Daarnaast worden projecten regelmatig stopgezet. Met name bij afnemende natuurwaarden wordt monitoring deprimerend en haken vrijwilligers af. Zorgen voor positieve resultaten is hiervoor dus de beste remedie!

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

59

Bronnen

BRONNEN 

Albers, K. en Bleeker M. (2010): Natuurmonitoring gemeente Laarbeek. Monitoringplan. Ecologica.

Brands, M. (2010): Beheerplan bermen en sloten 2010. Gemeente Laarbeek.

Bleeker, M. en Albers, K. (2012): Natuurmonitoring gemeente Laarbeek. Resultaten 2011. Ecologica.

Bleeker, M. (2017): Natuurmonitoring gemeente Laarbeek. Resultaten 2017. Ecologica.

Bleeker, M. en Tim Faasen (2017): Natuurmonitoring Gemeente Laarbeek 2017. Actualisatie monitoringplan en beoordelingsmethode. Ecologica.

De Vlinder en libellenstand 2021. De Vlinderstichting

Kleppe, R (2019). KRW Visstandonderzoek Aa en Maas 2018. ATKB.

Spier, J. L. en Broeckx, P.B. (2017). KRW Visstandonderzoek Aa en Maas. Monitoring 2016. Bureau Waardenburg Rapportnr. 16-228. Bureau Waardenburg, Culemborg.

Simons, K. (2020). KRW Visstandonderzoek Aa en Maas 2020. ATKB.

60

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Bijlage

BIJLAGE: AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN EVZ

Ecologische verbindingszone

IVN

Instituut voor natuurbeschermingseducatie

MUS

Meetnet Urbane Soorten (vogels)

NDFF

Nationale Database Flora en Fauna

NEM

Netwerk Ecologische Monitoring

NNB

Natuur Netwerk Brabant: Het Brabantse deel van het NNN

NNN

Natuur Netwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur

SNL

Subsidiestelsel Natuur en Landschap. Subsidie van provincies voor het beheer van natuurgebieden.

SNL-Monitoring

Verplichte Monitoring in het kader van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap.

Sovon

Sovon Vogelonderzoek Nederland (oorspronkelijk: Stichting Ornithologisch Veldonderzoek Nederland, later: Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland)

VAS-telling

Vogeltelling Agrarische Soorten

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=7257e1da-ff70-4f50-b612-49e745508667