CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

4 20220216 RIB Rapportage natuurmonitoring 2021 Bijlage.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 16 februari 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen16.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurmonitoring Gemeente Laarbeek Resultaten 2021 Gemeente Laarbeek

Natuurmonitoring Gemeente Laarbeek Resultaten 2021

Door: Maartje Bleeker Collegiale toets: Johan Zwanenburg

In opdracht van: Gemeente Laarbeek

Januari 2022

Colofon Door: Ecologica Rondven 22 6026 PX Maarheeze tel: 0495 - 46 20 70 fax: 0495 - 46 20 79 info@ecologica.eu www.ecologica.eu In opdracht van: Gemeente Laarbeek Postbus 190 5740 AD Beek en Donk Projectnummer: P2021/59 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en auteurs. Ecologica is niet aansprakelijk voor directe of gevolgschade die voortvloeit uit toepassing van de conclusies, aanbevelingen en resultaten uit dit rapport en overige werkzaamheden van Ecologica. Opdrachtgever vrijwaart Ecologica in deze tevens voor aanspraken van derden.

Inhoudsopgave

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ............................................................................................................... 5 Voorwoord ..................................................................................................................... 6 Samenvatting ................................................................................................................. 7 1

2

3

4

Inleiding ............................................................................................................ 11 1.1.

Doelstelling....................................................................................................... 11

1.2.

Werkwijze......................................................................................................... 11

1.3.

Leeswijzer ......................................................................................................... 12

Methode ........................................................................................................... 13 2.1.

Gegevens .......................................................................................................... 13

2.2.

Beoordeling ...................................................................................................... 13

Resultaten ........................................................................................................ 14 3.1.

Natuurontwikkeling beken............................................................................... 14

3.2.

Bijzondere natuurgebieden ............................................................................. 19

3.3.

Natuurherstel vennen ...................................................................................... 28

3.4.

Natuurwaarde agrarisch gebied....................................................................... 31

3.5.

Natuurwaarde poelen en stilstaande wateren ................................................ 37

3.6.

Natuurwaarde bebouwde kom ........................................................................ 38

3.7.

Verschralingsbeheer bermen ........................................................................... 41

3.8.

Extensief beheer zandwegen ........................................................................... 43

3.9.

Bossen en bosranden ....................................................................................... 46

3.10.

Nieuwe natuurgebieden .............................................................................. 50

Conclusies en aanbevelingen ........................................................................... 57 4.1.

Conclusies......................................................................................................... 57

4.2.

Aanbevelingen.................................................................................................. 58

4.3.

Methode........................................................................................................... 59

Bronnen........................................................................................................................ 60 Bijlage: Afkortingen en Begrippen ............................................................................... 61

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

5

Voorwoord

VOORWOORD De gemeente Laarbeek heeft in 2010 een monitoringplan op laten stellen om wat betreft natuurwaarden binnen de gemeente te kunnen sturen op doelen. In 2011 is deze monitoring opgestart. Elke vier jaar vindt een analyse van de resultaten plaats, welke worden gepresenteerd in een rapportage. De huidige rapportage omvat de resultaten tot en met 2020. Een groot deel van de veldgegevens zijn verzameld door IVN Laarbeek: de vogelwerkgroep, plantenwerkgroep en waterwerkgroep, met als contactpersoon Bert Lemmens. Daarnaast is dankbaar gebruik gemaakt van de gegevens van een flink aantal andere partijen: Provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer, Bosgroep Zuid-Nederland, Brabants Landschap, Laarbeeks Landschap, De Vlinderstichting en Sovon (Vogelonderzoek Nederland). De aansluiting van de gemeente bij de Nationale Database Flora en Fauna (NDDF) van Bij12 zorgde ervoor dat een deel van deze gegevens ook gemakkelijk toegankelijk waren. Opdrachtgever binnen de gemeente Laarbeek is Michel Brands, beleidsmedewerker Groen. Het project is uitgevoerd door Maartje Bleeker van Ecologica.

6

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Samenvatting

SAMENVATTING De gemeente Laarbeek heeft in 2011 een monitoringplan op laten stellen om de natuurwaarden in de gemeente te kunnen volgen en evalueren. In deze monitoring wordt de ontwikkeling van de natuurwaarde in 10 aandachtsgebieden gevolgd. Het betreft de volgende thema’s: 1. Natuurontwikkeling beken 2. In stand houden bijzondere natuurwaarden 3. Natuurherstel vennen 4. Toename natuurwaarde agrarisch gebied 5. Behoud en verdere ontwikkeling natuurwaarde poelen en stilstaande wateren 6. Toename natuurwaarde bebouwde kom 7. Toename natuurwaarde ecologische bermen 8. Toename natuurwaarde extensief beheerde zandwegen 9. Behoud en ontwikkeling natuurwaarde bossen en bosranden 10. Behoud en ontwikkeling natuurwaarde nieuwe natuurgebieden Er is hierbij enerzijds gebruik gemaakt van bestaande monitoring, maar daarnaast zijn door IVN Laarbeek gericht diverse monitoringprojecten opgestart om de natuurwaarde in deze aandachtsgebieden te volgen en is er door Ecologica aanvullende monitoring uitgevoerd. De huidige rapportage geeft een beeld van de natuurwaardescore in de gemeente in de periode 2017/2020 en de ontwikkelingen van deze natuurwaarden vanaf 2011. Hiervoor zijn diverse beoordelingssystemen opgezet voor de verschillende monitoringprojecten (Bleeker en Faasen, 2017).

Bij deze systemen zijn de resultaten van de monitoring gekwantificeerd en zijn cijfermatige scores berekend, die vervolgens zijn opgedeeld in de 4 categorieën slecht, matig, redelijk of goed. De natuurwaarden van de verschillende aandachtsgebieden binnen de gemeente scoren matig tot redelijk (Figuur 1). Beken De natuurwaarde van de beken is gedaald van redelijk naar matig. De oeverzwaluwen zijn verdwenen door het instorten van de oude zwaluwwand bij Aarle-Rixtel in 2015 en het uitblijven van kolonisatie van de nieuwe wand bij Bavaria. Inmiddels is de oeverzwaluwwand wel door de zwaluwen in gebruik genomen en wordt weer een stijging in de natuurwaardescore voor de oeverzwaluwen verwacht. De vissen laten een daling in natuurwaardescore zien door een daling in het aantal en aandeel stroomminnende soorten en een toename in het aantal exoten. De natuurwaardescore voor vogels is redelijk, maar de aantallen nemen wel af. De natuurwaardescore voor de planten is laag. De wat meer bijzondere beeklibellen hebben zich nog niet weten te vestigen. Verdroging, met name tijdens droge zomers, een geringe variatie in stroomsnelheid en profiel, te weinig begeleidende landschapselementen en vermestende en toxische effecten van de intensieve landbouw zijn de grote knelpunten bij dit aandachtsgebied.

Het beekherstelproject bij de Goorloop is een positieve factor, maar niet voldoende om de dalende trend om te buigen. Gelukkig zijn er inmiddels ook gevorderde plannen om ook de Boerdonkse Aa te gaan herstellen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

7

Samenvatting

Figuur 1: Overzicht van de ontwikkeling van de natuurwaarden van de verschillende natuurdoelstellingen. Score 0-1: Klasse slecht, Score 1-2: Klasse matig, Score 2-3: Klasse redelijk, Score 3-4 Klasse goed. Let op: Vanaf de tweede periode is de SNL-Monitoring (Subsidiestelsel Natuur en Landschap) toegevoegd, welke over het algemeen relatief laag scoort. Een lagere totale score (gemiddelde over de verschillende monitoringprojecten) in de tweede periode en derde periode bij de bijzondere natuurgebieden, vennen en bossen wordt grotendeels veroorzaakt door het meenemen van de SNL-Monitoring, maar er hoeft dus geen sprake te zijn van een reële natuurwaardedaling.

Bijzondere natuurgebieden De natuurwaardescore van de bijzondere gebieden is matig, maar in de afgelopen periode gestegen tot een bijna redelijke score. Deze toename is te danken aan een toename van de dagvlinders. Dit wordt mede veroorzaakt door de warmere en drogere zomers, maar ook goed beheer heeft hieraan bijgedragen. Daarnaast is de score voor planten en vogels toegenomen, maar dit kan ook gedeeltelijk zijn veroorzaakt door een gebrek aan gegevens in de voorgaande periode. De natuurwaarde voor planten in de graslanden blijft nog achter, hier zijn schralere omstandigheden nodig. In De Moorselen is een verontrustende daling in natuurwaardescore te zien, door een afname in bijzondere plantensoorten. Vennen De vennen vertonen een matige natuurwaardescore, maar deze is in de laatste periode wel weer vooruit gegaan, na een initiële daling door het afnemen van levendbarende hagedis. Belangrijkste knelpunt hier was het geringe oppervlak, waardoor de potentiële natuurwaarde gering was. Met het herstellen van het Vossenbergven en het uitbreiden van de heide, is het de verwachting dat de natuurwaarden verder kunnen stijgen.

8

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Samenvatting

Agrarisch gebied Ook de natuurwaarde van het agrarisch gebied is matig, maar laten bovendien een structurele daling van de natuurwaardescore zien. Er zijn veel projecten die dit gebied monitoren en vrijwel alle projecten laten een daling of al lage score zien. De vogels vertonen een zorgelijke dalende trend, in zowel weidevogels maar ook in de aantallen van andere typische boerenlandsoorten en ook de dagvlinders zijn hard achteruit gegaan. De planten laten een lage natuurwaardescore zien. Er zijn ook positieve ontwikkelingen: De ecologisch beheerde bermen laten een stijgende natuurwaarde zien, waarbij steeds meer bermen een redelijke natuurwaardescore behalen. En de natuurwaardescore van de stilstaande wateren is redelijk en vrijwel stabiel, met het stabiel voorkomen van de verschillende algemene soorten amfibieën in de gemeente. De zandwegen lieten bij het aangepaste ecologisch beheer eerst een stijging in natuurwaardescore zien, maar in de laatste periode is deze weer gedaald door het schaven van de wegen, het verdwijnen van akkerranden en enkele droge zomers, waardoor weer minder dagvlinders zijn gezien. Ook de vogels zijn structureel in aantal gedaald. Het zorgvuldig beheren van landschapselementen in het agrarisch gebied zoals bermen, zandwegen, bosjes en houtsingels is blijkbaar niet genoeg om de achteruitgang in het agrarische gebied te stoppen.

De intensieve landbouw drukt een te zware stempel op dit gebied en heeft bovendien ook een negatief effect op de omgeving, waardoor ook daar het halen van de natuurdoelstellingen wordt bemoeilijkt. Bebouwde kom De natuurwaardescore van de bebouwde wordt volledig bepaald door vogels en is nog net redelijk, maar gedurende de monitoring wel gedaald. De lagere score wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een wijziging in monitoringmethode, maar ook door een lager aantal gierzwaluwen in de laatste periode. Dit is veroorzaakt door het dichtstoppen van nesten bij de pastorie in Beek en Donk. Inmiddels zijn de nesten grotendeels weer toegankelijk en nemen ook de gierzwaluwen toe, maar zijn deze nog niet op het oorspronkelijke niveau. De huiszwaluwen laten een stijging van de aantallen zien, maar het afnemen van locaties waar de soort aanwezig is maakt deze erg kwetsbaar. De overige vogels vertonen een vrij stabiele trend. De gemeente heeft verschillende initiatieven ontplooid om de natuurwaarde te behouden door het gebruik van bloemrijke borders, de aanleg van zwaluwtillen en het behouden van het groene karakter van de kernen. Dit lijkt de natuurwaarde vooralsnog stabiel te houden. Bossen De bossen zijn in natuurwaardescore toegenomen en scoren redelijk. Het ontdekken van de bijzondere kleine ijsvogelvlinder in de Ruweeuwsels en De Biezen is een opsteker voor deze gebieden.

De trend voor de vogels en planten is nog onduidelijk door een gebrek aan gegevens in de vorige periode. Nieuwe natuurgebieden De nieuwe natuurgebieden scoren redelijk, maar laten na een initiële stijging weer een lichte daling in natuurwaardescore zien. Deze achteruitgang in natuurwaardescore wordt veroorzaakt door een achteruitgang in planten, dagvlinders en vogels. Door hun geringe omvang ondervinden deze gebieden een sterke invloed vanuit de omgeving. Het verder dichtgroeien van de vegetatie en de lagere aantallen dagvlinders en vogels in het omliggende agrarische gebied zijn waarschijnlijk de belangrijkste oorzaken van de gedaald natuurwaardescore. In Clerxbos is echter wel een toename in graslandvlinders te zien door

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

9

Samenvatting

een goed gefaseerd maaibeheer. Daarnaast wordt bekeken of met ploegen de afname in plantensoorten kan worden omgebogen. Aanbevelingen Belangrijkste aanbeveling is het stimuleren van de omvorming van de huidige intensieve agrarische bedrijfsvoering naar natuurinclusieve landbouw met structureel meer ruimte voor akkerranden, beken, bermen, bosjes en houtsingels en waarbij bovendien gewasbeschermingsmiddelen worden vermeden, mestgift en stikstofuitstoot worden verminderd en water wordt vastgehouden in plaats van afgevoerd. Dit zal positieve effecten teweeg brengen voor alle aandachtsgebieden. Voor de beken kan hierop vooruitgelopen worden door beken te herstellen, waarbij beken meer ruimte krijgen, het stromingsprofiel verbetert en meer ruimte is voor beekbegeleidende landschapselementen. Voor de bebouwde kom is het belangrijk te zorgen voor voldoende nestgelegenheid door natuurinclusief bouwen en het plaatsen van nestkasten bij al aanwezige gebouwen. Daarnaast is het voorlichten van bewoners en gebruikers belangrijk. Verder is het van belang bij de vennen en heide beheermaatregelen kleinschalig en gefaseerd uit te voeren. De Moorselen en de nieuwe natuurgebieden dienen intensiever beheerd te worden om verruiging tegen te gaan. Met specifieke maatregelen voor de bijzondere amfibieënsoorten kan de natuurwaarde in de poelen en stilstaande wateren nog verder verbeteren.

Conclusie Concluderend kan gesteld worden dat er verschillende positieve ontwikkelingen zijn gesignaleerd en dat met gerichte maatregelen de natuurwaarde kan verbeteren, maar dat deze successen kwetsbaar zijn en maar een beperkt effect hebben. Er zijn ook nog steeds duidelijke signalen van stagnatie of achteruitgang van de natuurwaarde. Voor een structurele stijging in natuurwaarde is de omvorming van de huidig gangbare intensieve agrarische bedrijfsvoering nodig naar een werkwijze die minder belastend is voor de natuur in het agrarisch gebied zelf en de aanliggende natuurgebieden.

10

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Inleiding

1 INLEIDING De gemeente Laarbeek is in 2011 gestart met een monitoring van natuurwaarden binnen de gemeente en toetst daarmee het gevoerde natuurbeleid op effectiviteit. Deze monitoring is gebaseerd op het voor dat doel opgezette monitoringplan uit 2010 (Albers en Bleeker, 2010). Hierbij wordt gebruik gemaakt van monitoringprojecten van derden, specifiek hiervoor opgezette monitoring van IVN Laarbeek en aanvullende monitoring door Ecologica. De eerste resultaten van deze monitoring zijn gerapporteerd in 2012 (Bleeker en Albers, 2012) en vervolgens in 2014 en 2017 (Bleeker, 2014; Bleeker 2017). De huidige rapportage geeft de resultaten van de monitoring in de periode 2017 tot en met 2020 en geeft de ontwikkelingen in de natuurwaarden binnen de gemeente weer vanaf 2011 (voor zover deze is af te leiden uit de beschikbare gegevens).

1.1. Doelstelling Doelstelling van het huidige project is de analyse van de huidige toestand van de natuurwaarden binnen de gemeente Laarbeek en de ontwikkelingen daarin sinds 2011. Om een genuanceerd beeld te kunnen vormen van de natuurwaarde binnen de gemeente is de ontwikkeling van 10 aandachtsgebieden gevolgd: 1. Natuurontwikkeling beken 2. In stand houden bijzondere natuurwaarden 3. Natuurherstel vennen 4. Toename natuurwaarde agrarisch gebied 5. Behoud en verdere ontwikkeling natuurwaarde poelen en stilstaande wateren 6. Toename natuurwaarde bebouwde kom 7. Toename natuurwaarde ecologische bermen 8. Toename natuurwaarde extensief beheer zandwegen 9. Behoud en ontwikkeling natuurwaarde bossen en bosranden 10. Behoud en ontwikkeling natuurwaarde nieuwe natuurgebieden Deze rapportage geeft een beeld van de huidige toestand van deze 10 aandachtsgebieden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een cijfermatige beoordeling die opgedeeld wordt in de 4 categorieën slecht, matig, redelijk of goed. Daarnaast wordt voor zover mogelijk de trend van de 10 natuurdoelstellingen over de afgelopen jaren bepaald.

1.2. Werkwijze Er is gebruik gemaakt van een groot aantal verschillende monitoringprojecten. Welke monitoringprojecten zijn gebruikt is weergegeven in de actualisatie van het monitoringplan (Bleeker en Faasen, 2017). Voor alle monitoringprojecten zijn beoordelingsmethoden opgezet om de waarnemingen te kunnen gebruiken voor de bepaling van de natuurwaarde in het kader van de beleidsevaluatie voor de gemeente. Een nadere beschrijving van deze beoordelingsmethode is te vinden in de rapportage van het geactualiseerde monitoring-

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

11

Inleiding

plan (Bleeker en Faasen, 2017). Bij de huidige uitwerking zijn kleine wijzigingen aangebracht om de analyse verder te optimaliseren.

1.3. Leeswijzer In Hoofdstuk 2 is beknopt de methode van monitoring en beoordeling weergegeven. In Hoofdstuk 3 worden de resultaten besproken. Per aandachtsgebied is kort aangegeven welke monitoringprojecten gebruikt zijn voor de evaluatie. Vervolgens worden de resultaten besproken, waarbij grafisch is weergegeven wat de huidige toestand van de natuurwaarde is en hoe deze zich heeft ontwikkeld in de afgelopen jaren. Per aandachtsgebied worden aanbevelingen voor verdere verbetering aangegeven. In Hoofdstuk 4 volgen de conclusies en aanbevelingen. Ten slotte is in de bijlage een lijst met gebruikte afkortingen en begrippen opgenomen.

12

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Methode

2 METHODE 2.1. Gegevens In deze rapportage zijn alle beschikbare gegevens gebruikt tot en met 2020. Het gaat hierbij deels om gegevens die speciaal voor dit doel zijn verzameld: diverse projecten van de IVN Laarbeek en inventarisaties uitgevoerd door Ecologica. Daarnaast is gebruik gemaakt van bestaande monitoringsprojecten van Provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer, Bosgroep Zuid-Nederland, Brabants Landschap, Laarbeeks Landschap, Sovon en De Vlinderstichting. Voor een volledig overzicht van de gebruikte monitoringprojecten wordt verwezen naar de Actualisatie van het monitoringplan (Bleeker en Faasen, 2017). Bij de analyse wordt uitgegaan van een vierjarige cyclus van beoordelen. De huidige rapportage geeft een beoordeling van de monitoring tot en met 2020, waarbij de gemiddelde natuurwaardescore over de perioden 2009 tot en met 2012, 2013 tot en met 2016 en 2017 tot en met 2020 met elkaar vergeleken worden.

2.2. Beoordeling Voor alle monitoringprojecten is een cijfermatige beoordelingsmethode opgezet om de natuurwaarde van de verschillende proefvlakken te beoordelen (Bleeker en Faasen, 2017). Met deze beoordeling wordt een score berekend van 0 tot en met 4 en deze is in 4 klassen verdeeld: slecht matig redelijk goed

score 0 tot 1,0 score 1,0 tot 2,0 score 2,0 tot 3,0 score 3,0 tot 4,0

De beoordelingsmethode is uitgewerkt in de actualisatie van het monitoringplan (Bleeker en Faasen, 2017). Over het algemeen zijn deze methoden gebaseerd op het voorkomen van bijzondere of karakteristieke soorten en de mate van voorkomen van deze soorten. In de huidige rapportage is de natuurwaarde van de aandachtsgebieden met behulp van deze score weergegeven per monitoringproject. Daarnaast is, voor zover nu reeds mogelijk, de ontwikkeling van de natuurwaarde per monitoringproject geanalyseerd. Voor het bepalen van de totale natuurwaardescore per aandachtsgebied zijn de verschillende relevante monitoringprojecten gemiddeld.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

13

Resultaten

3 RESULTATEN In dit hoofdstuk worden de resultaten per aandachtsgebied behandeld. Er wordt eerst een beeld gegeven van de huidige natuurwaarde, gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen vierjarige periode (2017 tot en met 2020). Vervolgens wordt deze, voor zover mogelijk, vergeleken met eerdere perioden en wordt een ontwikkeling van de natuurwaarden gegeven. De resultaten worden toegelicht en er worden aanbevelingen gegeven voor verbeteringen.

3.1. Natuurontwikkeling beken In dit aandachtsgebied gaat het om de natuurwaarde van beken en de ontwikkeling hiervan: de beek met oevers en met eventuele ecologische verbindingszones en poelen. Het betreft de volgende beken in de gemeente Laarbeek: Aa, Goorloop, Heieindsche loop, Donkervoortsche loop, Snelle loop, Boerdonksche Aa en Broek Aa. Voor de analyse van de natuurwaarde van de beken is gebruik gemaakt van de volgende monitoringprojecten:  Provinciale Monitoring Vaatplanten: Boerdonk (Boerdonksche Aa: secties 1, 2, 3, 6, 7, 28, 29, 30, 31, 41, 42)  Plantenmonitoring nieuwe natuurgebieden: De Hut  Vogeltelling Agrarische Soorten (VAS)(Relevante proefvlakken: 5, 6, 8, 13, 15, 17, 18)  Monitoring Oeverzwaluw  Visstandmonitoring Aa en Maas Vervallen  Oevermonitoring Aa en Maas De oevermonitoring van Aa en Maas wordt niet langer structureel uitgevoerd en is derhalve niet meer meegenomen in de analyse. Vanaf 2020 wordt ook de provinciale monitoring vaatplanten bij Boerdonk niet meer gelopen (laatste inventarisatie in 2018). De VAS-tellingen zijn in 2020 niet uitgevoerd in verband met corona. Bij de huidige monitoringprogramma’s mist nog een soortgroep die interessant zou zijn om te beoordelen in het kader van de natuurontwikkeling van beken: libellen.

Een aantal beekgebonden soorten kan zich snel weer vestigen als de waterkwaliteit en het stromingsprofiel van de beek verbetert. Voor deze soortgroep is gebruik gemaakt van de NDFF (Nationale Database Flora en Fauna) om een beeld te krijgen van de aanwezigheid en ontwikkeling van aan beken gebonden libellensoorten (NDFF, 13 oktober 2021). De soortgroep is echter (nog) niet opgenomen in de score en analyse, aangezien een structurele monitoring ontbreekt. Voor amfibieën zijn met name de poelen langs beken interessant. De natuurwaarde van de gemeente voor deze soortgroep wordt echter al geanalyseerd bij aandachtsgebied 5: Natuurwaarde van stilstaande wateren en poelen (paragraaf 3.5) en is derhalve hier niet opgenomen, mede door het ontbreken van een structurele monitoring van de wateren langs de beken.

14

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

3.1.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De natuurwaardescore van de beken is op het moment matig (1,4) en is sinds het begin van de monitoring met 0,2 punten per periode achteruit gegaan (Figuur 2). Dit wordt met name veroorzaakt door de achteruitgang van de vissen en de oeverzwaluwen. De ontwikkeling van De Hut wordt besproken in paragraaf 3.10.5, hier zijn alleen de resultaten weergegeven.

Figuur 2: Natuurwaarde van de beken en de ontwikkeling daarin, gebaseerd op de verschillende monitoringprojecten.

3.1.2. Visstandmonitoring Aa en Maas De beken De Aa, Goorloop en Snelle Loop/Esperloop zijn in de periode 2016/2020 op de KRW-maatlat voor beken beoordeeld. De Biezenloop is als stilstaand water beoordeeld en is derhalve niet meegenomen in de beoordeling van de beken. Alle beken zijn in beoordeling achteruit gegaan van een matige (1,3) naar een slechte (0,6) score (Figuur 2). Dit wordt met name veroorzaakt door de achteruitgang van het aantal en aandeel rheofiele soorten (bermpje en riviergrondel). Dit zal waarschijnlijk enerzijds te wijten zijn aan een aantal zeer droge zomers in de afgelopen jaren en anderzijds aan de toename van exoten.

3.1.3. Monitoring Oeverzwaluw Er had zich een populatie oerzwaluwen in de gemeente gevestigd na het aanleggen van een oeverzwaluwwand in 2005. Nadat deze in 2015 volledig was ingestort, was ook de populatie oeverzwaluwen uit de gemeente verdwenen. In 2016 is een betonnen oeverzwaluwwand aangelegd langs de Goorloop op het terrein van Bavaria. Deze is tot en met 2018 onbewoond gebleven, maar in 2019 zijn de eerste nesten verschenen en ook in 2020 is er in de wand gebroed (Figuur 3). Het is dan ook de verwachting dat de natuurwaardescore voor deze soort weer verder op gaat lopen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

15

Resultaten

Figuur 3: Natuurwaarde gebaseerd op de monitoring van de oeverzwaluw.

3.1.4. VAS-telling De natuurwaarde gebaseerd op de VAS-telling is gedurende monitoring ongeveer gelijk gebleven op een redelijk niveau (Figuur 4). Ook het gemiddeld aantal soorten is per periode van 4 jaar ongeveer gelijk gebleven op ongeveer 60 soorten, waaronder blauwborst, boomkruiper, boompieper, fitis, grasmus, groenling, heggenmus, pimpelmees, kleine karekiet, rietgors, waterhoen, wilde eend, zanglijster en zwartkop. Overigens zijn blauwborst en boompieper het laatste jaar (2019) niet meer waargenomen.

Figuur 4: Natuurwaardescore gebaseerd op de VAS-tellingen.

Het aantal individuen dat is geteld lijkt echter wel structureel afgenomen van gemiddeld 1441 exemplaren in 2011/2012, naar 1426 exemplaren in 20013/2016, naar gemiddeld 1214 exemplaren in de laatste periode. Er lijkt dus toch een achteruitgang gaande bij de vogels. Soorten die achteruit lijken te zijn gegaan betreffen boomvalk (verdwenen na de eerste peri-

16

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

ode), geelgors, gierzwaluw, grasmus, grauwe gans, kievit, kokmeeuw, patrijs (na 2014 niet meer gezien), vink en winterkoning. Nijlgans, een invasieve exoot, is gelukkig ook afgenomen. Buizerd, groene specht, groenling, grote bonte specht, kauw, meerkoet, putter, roek en zwarte kraai zijn juist toegenomen.

3.1.5. Provinciale Monitoring Vaatplanten: Boerdonksche Aa De natuurwaarde gebaseerd op de plantenmonitoring van de provincie laat een stabiele, lage score zien, schommelend op de grens van de klassen slecht en matig (Figuur 5). Er is geen duidelijke ontwikkeling in de oevervegetatie te ontdekken. Positieve indicatoren waaronder blaaszegge, gewone margriet, pinksterbloem, doorgroeid fonteinkruid en snavelzegge duiken af en toe her en der op, maar weten zich niet structureel tehandhaven. Ruigtesoorten zoals fluitenkruid, gewone berenklauw, grote brandnetel, liesgras en riet domineren. De invloed van de aanliggende landbouwpercelen drukt een zware stempel op deze beek.

Figuur 5: Natuurwaardescore gebaseerd op de plantenmonitoring van de provincie van de secties gelegen langs de Boerdonksche Aa.

3.1.6. Libellen In de NDFF is gekeken naar de libellen. Van de beekgebonden libellen; weidebeekjuffer, blauwe breedscheenjuffer metaalglanslibel, beekrombout en bosbeekjuffer komen alleen de minst kritische weidebeekjuffer en blauwe breedscheenjuffer verspreid over de gemeente voor. Het aantal waarnemingen is vrij laag voor dergelijk algemene, maar wel aan stromend water gebonden soorten. Ook van metaalglanslibel zijn maar een beperkt aantal waarnemingen binnen de gemeente. Weidebeekjuffer lijkt alleen algemeen aanwezig in de Snelle Loop in De Biezen en in het zuiden van de Goorloop. Het is onduidelijk of deze geringe verspreiding veroorzaakt wordt door een gebrek aan waarnemers, of dat de aanwezigheid echt beperkt is; een structurele monitoring ontbreekt. Vermoedelijk speelt met name dat laatste een rol, aangezien van deze drie soorten wel waarnemingen beschikbaar zijn op de locaties

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

17

Resultaten

van de oevermonitoring van Aa en Maas. De algemene indruk is dat deze soorten aan het toenemen zijn. De zeldzamere beeklibellen zijn landelijk met een opmars bezig. Beekrombout is echter nog niet in de gemeente gezien, maar bevindt zich inmiddels wel in de directe omgeving. De bosbeekjuffer is in 2019 op de grens van Laarbeek met Helmond waargenomen, in de Aa bij de zuiveringsinstallatie en in de Goorloop. Dit geeft een verbeterde kwaliteit van de beken weer en hopelijk zet de opmars van deze soorten zich door in de gemeente.

3.1.7. Conclusie en aanbevelingen De beken vormen een redelijke leefomgeving voor broedvogels. De oeverzwaluw heeft zich weer weten te vestigen en zal hopelijk nog in aantal toenemen. Uit de VAS-tellingen blijkt dat de beken ook geschikt biotoop bieden aan een redelijke verscheidenheid aan vogels. Het betreft met name soorten van begeleidende landschapselementen zoals ruigten, natte graslanden en (moeras)bosjes. De aantallen vogels lijken echter wel structureel achteruit te gaan. Op kleine schaal valt verbetering te verwachten door actief in te zetten op het vergroten van het aantal, de omvang en de kwaliteit van dergelijke beekbegeleidiende landschapselementen. Uit de plantenmonitoring van de provincie blijkt dat de Boerdonksche Aa bij Boerdonk nog weinig ruimte biedt aan gevarieerde oeverbegroeiingen. De beek ligt hier strak tussen de aanliggende agrarische percelen. Door deze beek meer ruimte te bieden kan zich hier ook een betere oevervegetatie ontwikkelen. Deze vormt toch vaak de basis van de natuurwaarden. Inmiddels zijn hier de nodige gronden door het waterschap verworven voor de realisatie van een ecologische verbindingszone (EVZ) met beekherstel. Een positieve ontwikkeling dus, welke een positieve invloed zal hebben op de natuurwaarde hier. In de afgelopen jaren is ook op andere plaatsen al hard gewerkt om dergelijke maatregelen te nemen.

Met name bij de Goorloop zijn al veel inrichtingsmaatregelen genomen om natuurwaarden meer kans te geven. In de beken zelf kan gezocht worden naar mogelijkheden om te komen tot een meer gevarieerd stromingsprofiel, met ruimtelijke variatie in stroomsnelheid, waterdiepte, bodemsubstraat en oeverexpositie (inclusief steilkanten waarin soorten als de ijsvogel hun nesten kunnen bouwen). Een consistente verbetering vereist echter een meer systeemgerichte aanpak waarbij op stroomgebiedniveau gekeken wordt naar de mogelijkheden om verdroging aan te pakken, maar ook om vermesting en de invloed van gewasbeschermingsmiddelen structureel te verminderen.

18

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

3.2. Bijzondere natuurgebieden Bij deze natuurdoelstelling wordt gekeken naar de meer bijzondere natuurgebieden in de gemeente en of hier de soorten stand weten te houden of dat zich nieuwe bijzondere soorten kunnen vestigen. Het gaat om de volgende gebieden: Moorselen, Ruweeuwsels (Brabants Landschap) en De Biezen (Staatsbosbeheer). Het Torrenven komt in paragraaf 3.3 aan bod. Daarnaast wordt bij deze beoordeling gekeken naar de gebieden van het natuurnetwerk Brabant (NNB). Voor deze beoordeling is gebruik gemaakt van de volgende gegevens:  Dagvlinders Natuurgebieden: Ruweeuwsels en De Biezen  SNL-Monitoring  Dagvlinders NEM (Netwerk Ecologische Monitoring) De Biezen (data vanaf 2014) Afgevallen monitoringprojecten  Dagvlinders NEM Moorselen is vanaf 2017 niet meer gelopen en derhalve niet meer meegenomen in de beoordeling.

3.2.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De huidige gemiddelde natuurwaarde voor de bijzondere natuurgebieden bedraagt 1,95 (nog net matig, maar bijna redelijk) en is ten opzichte van de vorige periode (1,6) omhoog gegaan (Figuur 6). De initiële daling van de totale natuurwaardescore wordt veroorzaakt door het toevoegen van de SNL-Monitoring en geeft dus geen reële natuurwaardedaling weer.

Figuur 6: Natuurwaardescore van de bijzondere natuurgebieden en de ontwikkeling hierin in de verschillende perioden.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

19

Resultaten

3.2.2. Ruweeuwsels De Ruweeuwsels is een vrij klein natuurgebiedje dat bestaat uit vochtig tot droger gemengd bos, met enkele graslanden en akkers. De natuurwaardescore bedraagt redelijk (2,3) en is ten opzichte van de vorige periode gestegen met 1,0 punten (Figuur 7).

Figuur 7: Natuurwaardescore voor de Ruweeuwsels en de ontwikkeling daarin, gebaseerd op de verschillende monitoringprojecten.

Dagvlinders Ruweeuwsels De dagvlinders die worden gemonitord in het kader van Monitoring Laarbeek laten in dit gebied een positief beeld zien: De score is na een lichte daling in de eerste periode toegenomen en scoort nu redelijk, maar bijna een goed (Figuur 7). De aantallen zijn na een dip in 2016 weer op het niveau van 2011. Ook het aantal soorten is na een initiële dip gestegen van 19 soorten in 2011, via 17 soorten in 2016 naar 23 soorten in 2020. De bruine zandoogjes, een typische graslandvlinder, zijn enorm toegenomen, na enkele exemplaren in 2011 en 2016 naar bijna 80 exemplaren nu. Ook groot dikkopje en oranjetipje zijn in aantallen toegenomen. Kleine parelmoervlinder, icarusblauwtje en kleine vos zijn in 2020 voor het eerst waargenomen op de route. Het icarusblauwtje, ook een typische graslandvlinder, was vanaf 1992 niet meer waargenomen in het gebied (NDFF, 5 oktober 2021). Ook de kleine ijsvogelvlinder, een vrij zeldzame soort van vochtige bossen met kamperfoelie, is nieuw in het gebied. Deze soort was hier sinds 1982 niet meer gezien (NDFF, 5 oktober 2021). De soort is ditmaal voor het eerst met twee exemplaar waargenomen langs het pad in het zuidelijke deel van het gebied. De kleine ijsvogelvlinder is zich lande- Figuur 8: Kleine ijsvogelvlinder lijk sterk aan het uitbreiden en zijn Rode Lijststatus is afgelopen jaar dan ook veranderd van Bedreigd in Kwetsbaar.

Desalniettemin een

20

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

zeer leuke nieuwe soort voor dit vochtige bosgebied! Met het koevinkje gaat het echter minder goed. Deze soort van vochtige, structuurrijke graslanden en zoomvegetaties is flink afgenomen van 23 naar 1 exemplaar en dreigt uit het gebied te verdwijnen. SNL Ruweeuwsels Voor het SNL zijn de percelen getypeerd als Kruiden- en faunarijk grasland, Kruiden- en faunarijke akker, Haagbeuken- essenbos en Dennen-, eiken- en beukenbos. Het gebied scoort gemiddeld genomen over alle aanwezige typen matig (1,6). De score is in de afgelopen periode duidelijk toegenomen (met 1,0 punten), maar dit wordt vermoedelijk veroorzaakt door een gebrek aan gegevens over de vorige periode. De verschillende beheertypen laten uiteenlopende scores zien (Figuur 9).

Figuur 9: Natuurwaardescore en de ontwikkeling daarin gebaseerd op de SNL-Monitoring.

Het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland scoort matig, er is maar een beperkt aantal doelsoorten gezien: de dagvlindersoorten bruin zandoogje, hooibeestje, kleine parelmoervlinder, groot dikkopje en slechts één plantensoort: gewone brunel. De score is echter wel verbeterd ten opzichte van de vorige periode: kleine parelmoervlinder en hooibeestje zijn nieuwe soorten, de doelsoort echte koekoeksbloem is echter verdwenen, vermoedelijk door de droge zomers van de afgelopen periode. Het type is nog te voedselrijk om tot een betere score te kunnen komen; de doelsoorten van schrale omstandigheden ontbreken nog. Door verdere verschraling zouden deze soorten zich hier wel kunnen vestigen, waardoor de score verder zou kunnen verbeteren. Vaker maaien kan hieraan bijdragen, maar er moet dan wel een gedeelte blijven staan, om de nu aanwezige insectenpopulaties te kunnen handhaven. Overigens is er wel al een toename in de soorten die afhankelijk zijn van minder productieve vegetaties, gezien het toenemen van het aantal bruine zandoogjes en het verschijnen van kleine parelmoervlinder en hooibeestje, maar in hoeverre dit te danken is aan echt schralere omstandigheden of aan de droge zomers van de afgelopen jaren is onduidelijk. Het type kruiden- en faunarijke akker scoort slecht. Er zijn geen doelsoorten aangetroffen.

Doelsoorten voor dit type bestaan uit akkervogels zoals geelgors, patrijs en veldleeuwerik en akkeronkruiden waaronder bolderik, korenbloem, ruige klaproos en vroege ereprijs. Het type Haagbeuken-essenbos scoort matig (1,3). Er zijn zes doelsoorten aangetroffen: boomklever, groene specht, kleine bonte specht, wielewaal, zwarte specht en bleeksporig

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

21

Resultaten

bosviooltje. Het type is wel in natuurwaarde toegenomen: in de vorige perioden waren nog geen doelsoorten aangetroffen, maar vermoedelijk is dit veroorzaakt doordat het gebied toen niet geïnventariseerd is, of de gegevens in ieder geval niet zijn opgenomen in de NDFF. Het type Dennen-, eiken- en beukenbos scoort met de aanwezigheid van 8 doelsoorten uit 2 soortgroepen en 6 wijd verspreide doelsoorten goed. Bosanemoon, dalkruid, dubbelloof, gewone salomononszegel, boomklever, groene specht, kleine bonte specht en zwarte specht zijn alle in dit type aangetroffen. In de vorige periode zijn een stuk minder doelsoorten aangetroffen, maar ook dit is vermoedelijk te wijten aan het gebrek aan gegevens over deze periode.

3.2.3. De Biezen Natuurgebied De Biezen wordt gevormd door de vochtige bossen en graslanden gelegen langs de Snelle Loop. De natuurwaardescore is nog net matig (1,9) en is ten opzichte van de vorige periode licht vooruit gegaan (Figuur 10). Ook hier wordt de initiële daling veroorzaakt door het toevoegen van de SNL-Monitoring.

Figuur 10: Natuurwaardescore en de ontwikkeling daarvan in de Biezen gebaseerd op de verschillende monitoringprojecten. Voor de Totale waarde zijn eerst de dagvlinders gemiddeld en vervolgens de dagvlinders met het SNL samengenomen.

Dagvlinders De Biezen Zowel de NEM-monitoring als de voor de gemeente opgezette monitoring geven een redelijke score voor de dagvlinders aan (Figuur 10). Deze is in de afgelopen periode niet veranderd, maar gestegen ten opzichte van de nulmeting (met 0,8 punten). Zowel de aantallen als het aantal soorten ligt op een redelijk niveau. De score voor de gemeentelijke monitoring ligt wat hoger door het aantreffen van spiegeldikkopje in 2016 en van kleine ijsvogelvlinder in 2020. Het spiegeldikkopje bleek een zwerver, maar hopelijk kan kleine ijsvogelvlinder zich wel in het gebied vestigen. Opvallende veranderingen zijn verder het verschijnen van bruin blauwtje en zwartsprietdikkopje op de routes en de toename van bruin zandoogje, oranje zandoogje en oranjetipje. Kleine vuurvlinder, koevinkje en landkaartje zijn echter achteruitgegaan, waarbij het koevinkje zelfs uit het gebied dreigt te verdwijnen.

22

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

SNL Volgens de SNL-typologie bestaat het gebied De Biezen voornamelijk uit hoog- en laagveenbos en kruiden- en faunarijk grasland. Daarnaast zijn nog vochtige hooilanden en haagbeuken- en essenbosjes aanwezig. Enkele kleine percelen zijn getypeerd als rivier- en beekbegeleidend bos en een enkel perceel als wilgengriend en vochtig bos met productie, deze laatste drie typen zijn verder niet meegenomen in de beoordeling. Het gebied scoort op basis van de SNL-Monitoring net matig (1,0) over de afgelopen periode (Figuur 11). De score is ten opzichte van de vorige periode iets gestegen. De plantengegevens van afgelopen jaar lijken te missen in de NDFF. Hierdoor kunnen de scores zoals berekend volgens de rekenmodule lager uitvallen.

Figuur 11: Natuurwaardescore en de ontwikkeling hierin op basis van de SNL-Monitoring in De Biezen.

Het beheertype vochtig hooiland scoort slecht (0,2) met slechts 1 doelsoort: moerassprinkhaan. In de vorige periode waren nog 2 doelsoorten aanwezig, behalve moerassprinkhaan ook de plantensoort bosbies. Aangezien de plantengegevens lijken te ontbreken in de nieuwste gegevens is deze achteruitgang mogelijk niet reëel, maar een resultaat van ontbrekende gegevens. De natuurwaarde van kruiden- en faunarijk grasland is in de afgelopen periode sterk gestegen van matig naar net goed. Dit is te danken aan de toename van het aantal doelsoorten van 4 naar 6. Behalve hooibeestje, bruin zandoogje, groot dikkopje en zwartsprietdikkopje zijn afgelopen jaar ook kleine parelmoervlinder en bruin blauwtje aangetroffen en de Rode Lijst soort gele luzernevlinder. De natuurwaarde van hoog- en laagveenbos is in de afgelopen periode wat achteruit gegaan van net matig (1,0) naar slecht (0,8). In de periode 2013/2016 zijn 5 doelsoorten aangetroffen: kleine bonte specht, grote bonte specht, boomkruiper, matkop en wielewaal, in de laatste periode waren er dat nog maar vier: kleine en grote bonte specht, boomkruiper en gekraagde roodstaart. De natuurwaarde van het haagbeuken- essenbos is slecht en is achteruit gegaan van een 0,4 naar 0,0. Hier zijn de twee doelsoorten boomklever en groene specht niet langer aangetroffen.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

23

Resultaten

3.2.4. Moorselen De Moorselen is een bijzonder vochtig gebiedje dat momenteel alleen voor het SNL wordt gemonitord. Het gebied bestaat uit nat schraalland, met kleine gedeeltes vochtig hooiland en rivier- en beekbegeleidend bos. Dit laatste type hoeft door het gering oppervlak niet gemonitord te worden voor het SNL en ontbreekt dus verder ook in de analyse. In het gebied staan diverse soorten orchideeën; vleeskleurige orchis komt er massaal voor. Toch scoort het gebied slecht (0,7) en is het in de laatste periode achteruit gegaan ( Figuur 12). Het beheertype nat schraalland scoort slecht (0,8) met maar 4 doelsoorten: rietorchis, moeraskartelblad, vleeskleurige orchis en moerassprinkhaan. In de vorige periode waren dat nog 7 doelsoorten; gevlekte orchis/bosorchis, heidekartelblad en schildereprijs zijn tijdens de laatste inventarisatie niet aangetroffen. Ook het vochtig hooiland is in score achteruitgegaan. Van de vier doelsoorten rietorchis, vleeskleurige orchis, dotterbloem en moerassprinkhaan die in de vorige periode aanwezig waren is in de laatste periode dotterbloem verdwenen. Het gebiedje kampt met verruiging door stikstofdepositie en verdroging. De droge zomers van de afgelopen jaren hebben hier niet bij geholpen. Daarnaast wordt de lage score gedeeltelijk veroorzaakt door de geïsoleerde ligging van het terrein wat de vestiging van doelsoorten bemoeilijkt.

Ondanks zijn slechte score op SNL-criteria, is de natuurwaarde nog steeds hoger dan bijvoorbeeld een goed scorend kruiden- en faunarijk grasland.

Figuur 12: Natuurwaardescrore van de Moorselen en de ontwikkeling hierin op basis van de SNLMonitoring in de periodes 2013-2016 en 2017-2020

3.2.5. SNL-Monitoring Natuurnetwerk Brabant In de gemeente Laarbeek liggen 13 SNL-beheertypen die beoordeeld kunnen worden op flora en fauna. De meeste typen scoren slecht, alleen het beheertype Haagbeuken- essenbos en Droog bos met productie scoren matig, Dennen-, eiken- en beukenbos en Kruiden- en faunarijke grasland scoren redelijk (Figuur 13). Vier typen zijn in score vooruit gegaan, vijf zijn gelijk gebleven en 2 typen zijn achteruit gegaan. Een groot aantal van de beheertypen

24

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

worden in andere paragrafen uitgebreid behandeld. Hier wordt dan alleen het voorkomen van het doeltype binnen de gemeente besproken en verder verwezen naar die paragraaf voor de analyse van de gegevens.

Figuur 13: Beoordeling van de flora en fauna van de SNL-beheertypen.

Het type N06.05 zwakgebufferd ven komt alleen voor in het Mariahouts bos en betreft een recent hersteld ven net ten noordoosten van het Torrenven. Het bevindt zich nog in de pionierfase en er zijn nog geen doelsoorten aangetroffen. Het is daarom nog buiten de analyse gehouden en niet weergegeven in Figuur 13. Dit type wordt in paragraaf 3.3. verder besproken. Het beheertype N06.06 zuur ven en hoogveenven is toegekend aan verschillende wateren bij Molenheide, Broek en twee vennen in het Mariahouts bos, waaronder het Torrenven en het voormalige Heideven. Van de wateren in de villawijk in Molenheide is onduidelijk in hoeverre deze het karakter hebben van een ven. Ze zullen vermoedelijk niet gemonitord worden in het kader van het SNL en hebben mogelijk ook meer het karakter van een vijver. Daarnaast is er nog een ven gelegen in de Mosbulten in de gemeente en, naast het Torrenven, is er nog een gebied in het Mariahouts bos geclassificeerd als ven. Dit betreft echter het voormalige Heideven, dat wel is vrijgesteld, maar niet hersteld aangezien een nabijgelegen waterloop verhindert dat dit ven waterhoudend zou blijven. Ook dit gebied zal niet als ven gemonitord worden voor het SNL. Het beheertype scoort met slechts drie doelsoorten, tengere pantserjuffer, koraaljuffer en venwitsnuitlibel, slecht (0,75). Waarschijnlijk wordt alleen het Torrenven gemonitord.

Dit ven wordt in paragraaf 3.3 verder besproken.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

25

Resultaten

Het beheertype N07.01 droge heide is aanwezig bij het Torrenven. Het type scoort slecht (0,25) met een gering aantal doelsoorten (hooibeestje en blauwvleugelsprinkhaan). Dit type wordt in paragraaf 3.3 verder besproken. Het beheertype N10.01 nat schraalland komt alleen in Moorselen voor en is in de vorige paragraaf al besproken. Met vier doelsoorten scoort het slecht (0,8). Het beheertype N10.02 vochtig hooiland komt met name in De Biezen en Moorselen voor en verder nog enkele snippers in de rest van de gemeente. Met slechts drie doelsoorten scoort dit type slecht. Dit type is in de vorige paragrafen al besproken. Het beheertype N12.02 kruiden- en faunarijk grasland komt met name in De Biezen voor, maar ook in Ruweeuwsels, bij Strijp en bij Mariahout. Er komen maar liefst 12 doelsoorten voor, maar het oppervlak waarop deze soorten voorkomen is nog net te laag om een goede kwalificatie te verdienen. Het grootste deel van de graslanden wordt wel via het SNL gemonitord. De beoordeling is in de laatste periode vooruit gegaan. Soorten als kleine parelmoervlinder, bruin blauwtje, grote ratelaar en zwarte zegge zijn nieuw aangetroffen. Het beheertype N12.05 kruidenrijke akker komt met name voor bij Ruweeuwsels. In dit type zijn drie doelsoorten aangetroffen, korenbloem, bolderik en geelgors, wat echter nog een slechte score oplevert (0,0).

In dit type moeten minimaal drie doelsoorten voorkomen om als kruidenrijke akker te classificeren. Van het beheertype N14.01 rivier- en beekbegeleidend bos komen verspreid over de gemeente een flink aantal verschillende, kleinere gebieden voor. Het type lijkt niet geïnventariseerd te zijn en is derhalve niet opgenomen in de beoordeling. In paragraaf 3.9 worden de bostypen verder besproken. Het beheertype N14.02 hoog- en laagveenbos komt met name voor in De Biezen en in het bosgebied ten zuiden van de waterzuiveringsinstallatie. Dit type scoort slecht (0,8) en wordt verder besproken in paragraaf 3.9. Het beheertype N14.03 haagbeuken- essenbos komt alleen voor in Ruweeuwsels en ten noordoosten van Mariahout. Dit type is beoordeeld als matig en wordt verder besproken in paragraaf 3.9. Het beheertype N15.02 dennen-, eiken- en beukenbos scoort net redelijk. Dit type bos komt verspreid in kleine oppervlaktes in de gemeente voor. Het type wordt in paragraaf 3.9 verder besproken. Van het beheertype N16.01 droog bos met productie komen grote stukken voor in het zuidwesten van de gemeente bij Achterbosch en in het Mariahouts bos, maar kleinere gebieden ook bij de Mosbulten en de waterzuiveringsinstallatie. Het type scoort matig (1,5) en wordt verder besproken in paragraaf 3.9.

Het beheertype N16.02 vochtig bos met productie komt verspreid over de gemeente voor, onder andere bij Eyckenlust, kasteel Croy en De Hei. In dit beheertype zijn geen doelsoorten aangetroffen en vermoedelijk ook niet geïnventariseerd voor het SNL. Het type wordt verder besproken in paragraaf 3.9.

3.2.6. Conclusie en aanbevelingen De natuurwaarde van de bijzondere natuurgebieden is gemiddeld genomen matig, maar is de afgelopen periode toegenomen en heeft al bijna de klasse redelijk bereikt. De natuurwaarde van zowel de Ruweeuwsels als De Biezen is toegenomen, maar de situatie van de Moorselen is zorgelijk. Met name de dagvlinders van de kruidenrijke graslanden doen het goed. Dit zal enerzijds te danken zijn aan de droge zomers van de afgelopen jaren, waardoor graslanden qua structuur en diversiteit meer overeenkomsten kregen met een schralere situatie, maar ook goed gefaseerd maaibeheer zal hier aan bijgedragen hebben. Bruin zandoogje vertoont landelijk een negatieve trend (Vlinderstand 2021), maar vertoont in deze gebieden een duidelijke

26

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

toename. De floristische waarde van deze graslanden valt echter tegen. De redelijk goede score is vrijwel alleen te danken aan de aanwezigheid van dagvlinderdoelsoorten. Voor de vestiging van nieuwe plantendoelsoorten zijn schralere omstandigheden nodig, open plekjes in het grasland en de aanwezigheid van een zaadbank of bronpopulaties in de buurt. De natuurwaarde van de Moorselen is afhankelijk van de floristische waarde. Dagvlinderdoelsoorten voor de aanwezige beheertypen zijn zeer zeldzaam en hier niet te verwachten. Om de natuurwaarde hier niet verder te laten verslechteren is het nodig de hydrologische situatie op orde te brengen. Het gebied heeft verder te lijden onder verruiging, wat met wat intensiever gefaseerd maaibeheer tegengegaan kan worden, maar bij voorkeur worden ook vermestende effecten vanuit de omgeving aangepakt. Ook voor de overige gebieden is verdroging een belangrijk thema, dat met de toenemend droge zomers extra belangrijk wordt. Ook hier is het dus van belang er voor te zorgen dat de hydrologie op orde is. Verder lijken de lage scores van de SNL-Monitoring gedeeltelijk te komen door een gebrek aan monitoring of ontsluiting van de gegevens via de NDFF. Voor het Heideven wordt aanbevolen het beheertype te veranderen in vochtige heide.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

27

Resultaten

3.3. Natuurherstel vennen Er ligt maar een beperkt aantal vennen in de gemeente en tot nu toe was alleen het Torrenven in het Mariahouts bos meegenomen in de beoordeling. Onlangs is echter ook het Vossenbergven in dit bos hersteld en deze wordt nu ook conform het SNL gemonitord. Bij de beoordeling is ook de directe omgeving van het ven meegenomen; dit betreft droge heide. Behalve het herstellen van het Vossenbergven is ook een flink stuk extra bos gekapt, ten gunste van de ontwikkeling van heide. Momenteel betreft het echter nog een vrij kale kapvlakte. Voor de beoordeling van de vennen en de heide is gebruik gemaakt van de volgende monitoringprojecten:  SNL-monitoring beheertypen zuur ven, zwak gebufferd ven en droge heide  Reptielen Torrenven Vanuit de SNL-monitoring worden in deze beheertypen dagvlinders, sprinkhanen, libellen en planten gemonitord. Daarnaast zijn de reptielen in een apart monitoringproject meegenomen. Het Torrenven blijkt in de laatste periode niet meer geïnventariseerd te zijn op amfibieën en er zijn ook maar enkele waarnemingen (alleen van groene kikker) in de NDFF aanwezig in deze periode. De amfibieën zijn daarom in deze beoordeling buiten beschouwing gelaten.

3.3.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De gemiddelde natuurwaardescore van het Torrenven en omgeving komt uit op matig (1,5) en is gestegen ten opzichte van de vorige periode (1,2)(Figuur 14). De SNL-Monitoring laat een fors lagere natuurwaardescore zien dan de natuurwaardescore gebaseerd op de aanwezige levendbarende hagedissen. Voor levendbarende hagedis is de score redelijk (2,4), volgens de SNL-Monitoring slecht (0,5).

Figuur 14: Natuurwaardescore en de ontwikkeling hierin van het Torrenven en omgeving op basis van de twee monitoringprojecten.

28

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

3.3.2. Monitoring reptielen Op basis van de monitoring van de levendbarende hagedis is de natuurwaardescore van het Torrenven en omgeving gedurende de hele periode van de monitoring redelijk gebleven (Figuur 14). De aantallen waren in de tweede periode flink omlaag gegaan, vermoedelijk door een te grootschalig maaien van de oude heide in 2014, maar inmiddels hebben de hagedissen zich weer enigszins hersteld, al zijn de aantallen nog niet terug op het niveau van 2011. Wel zijn er weer meer juvenielen. Het is dan ook de verwachting dat de aantallen verder omhoog zullen gaan. Door de uitbreiding van het areaal heide wordt het leefgebied bovendien groter en kan een grotere en minder kwetsbare populatie ontstaan. Het zal echter nog wel even duren voordat de nieuw te ontwikkelen heide geschikt leefgebied vormt.

3.3.3. SNL-Monitoring Natuurnetwerk Brabant Voor het SNL wordt het Torrenven en omgeving gemonitord op de beheertypen droge heide, zuur ven en zwakgebufferd ven. De droge heide scoort in beide perioden slecht (0,25), met de aanwezigheid van slechts 2 doelsoorten (Figuur 15). In 2014 waren dat blauwvleugelsprinkhaan en stekelbrem, in 2020 heeft het hooibeestje zich weten te vestigen maar is stekelbrem niet gezien. Door de uitbreiding van het areaal heide ontstaan er meer kansen voor het zich vestigen van soorten en zal de natuurwaarde voor het gebied hopelijk verder omhoog gaan. Maar ook met de huidige lage SNL-score betreft het voor de gemeente een uniek stukje natuur, dat van toegevoegde waarde is voor de natuurwaarde van de gemeente als geheel. Het Torrenven zelf is geclassificeerd als zuur ven en scoort als zodanig slecht (0,75), met drie aanwezige doelsoorten: venwitsnuitlibel, koraaljuffer en tengere pantserjuffer (Figuur 15). In de vorige periode was tengere pantserjuffer niet aangetroffen, maar in de periode daarvoor wel in het ven aanwezig. Waarschijnlijk heeft deze soort te lijden gehad van de schoningsmaatregelen uit 2014, maar gelukkig heeft hij zich weer weten te herstellen. Het ven heeft een diepe ligging en lijkt invloed van grondwater te ondervinden. De classificatie als zwakgebufferd ven lijkt hier dan ook toepasselijker.

Bij de beoordeling van het ven als zwakgebufferd ven krijgt het een matige score (1,5) vanwege de aanwezigheid van 6 doelsoorten: bruine winterjuffer, koraaljuffer, tengere pantserjuffer, duizendknoopfonteinkruid, moerashertshooi en veelstengelige waterbies.

Figuur 15: Natuurwaardescore Torrenven en omgeving en de ontwikkeling daarin op basis van de SNL-Monitoring in de periodes 2013/2016 en 2017/2020.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

29

Resultaten

Het nieuw herstelde Vossenbergven bevindt zich nog in de pionierfase. Er zijn in 2020 nog geen doelsoorten aangetroffen en er is derhalve voor gekozen om dit ven nog niet mee te nemen in de beoordeling van natuurwaarde van de vennen. Het ven heeft als beheertype zwak gebufferd ven gekregen. Het is nog afwachten hoe dit ven zich verder zal gaan ontwikkelen.

3.3.4. Conclusie en aanbevelingen De natuurwaarde van het Torrenven en de omliggende heide wordt beoordeeld als matig. Volgens de monitoring van levendbarende hagedis scoort het gebiedje redelijk, maar dit wordt omlaag getrokken door de lage score gebaseerd op het SNL. Dit werd met name veroorzaakt door het geringe oppervlak van het gebied, waardoor het oppervlak van en variatie in aanwezige habitats gering is en daarmee de mogelijke vestiging van nieuwe soorten beperkt. De toevoeging van een hersteld ven en het vergroten van het oppervlak van de heide kan hierin verandering brengen en hopelijk zullen zich dan ook enkele nieuwe doelsoorten in het gebied vestigen. Daarnaast worden populaties ook minder kwetsbaar voor beheermaatregelen, en natuurlijk optredende variaties in bijvoorbeeld weer en waterpeil. De natuurwaarde van het gebied is in de afgelopen periode wel wat gestegen, maar deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door het herstel van de beheermaatregelen die in 2014 waren uitgevoerd. Om dergelijke terugvallen in natuurwaarde te voorkomen is het van belang om beheermaatregelen kleinschalig en gefaseerd uit te voeren en ervoor te zorgen dat er te allen tijde voldoende begroeide oevers en oude heide aanwezig is. Het Torrenven wordt momenteel beoordeeld als zuur ven. Het heeft echter meer het karakter van een zwak gebufferd ven.

Er wordt daarom aanbevolen het beheertype van dit ven aan te passen naar zwakgebufferd ven.

30

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

3.4. Natuurwaarde agrarisch gebied Een groot gedeelte van de gemeente bestaat uit agrarisch gebied. De natuurwaarde van dit gebied vormt dan ook een belangrijk deel van de totale natuurwaarde van de gemeente. Daarnaast heeft de gemeente ook relatief veel mogelijkheden om in dit gebied maatregelen te nemen. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de volgende monitoringprojecten:  VAS-telling  Provinciale Monitoring Vaatplanten Mariahout en Boerdonk  Dagvlinders ’t Hof (NEM)  Monitoring oeverzwaluw  Monitoring nestkasten steenuil, kerkuil en torenvalk  Weidevogeltelling Laarbeeks Landschap  Dagvlinders zandwegen  Plantenmonitoring bermen De bermen en zandwegen worden ook in aparte natuurdoelstellingen beoordeeld en worden hier derhalve niet uitgebreid besproken. De oeverzwaluw is al besproken bij de beken (paragraaf 3.1). Om een beeld te geven hoe deze elementen scoren ten opzichte van de andere monitoringprojecten worden ze echter wel nog even kort weergegeven bij de totale natuurwaarde. De provinciale Monitoring Vaatplanten van Mariahout en Boerdonk zijn na 2018 vervallen. De nestkasten zijn in 2020 niet geteld in verband met Corona. In 2019 zijn ook de nestkasten van de torenvalk niet gemonitord in verband met onvoldoende vrijwilligers.

Van de andere kasten zijn alleen de bebroede kasten geteld, waardoor er over dit jaar ook geen natuurwaardescore kan worden bepaald. Deze wordt namelijk gebaseerd op het aantal uitgevlogen jongen. De VAS-tellingen zijn in 2020 niet uitgevoerd in verband met corona. Daarnaast zijn er te weinig vrijwilligers en is er te weinig motivatie door ‘de bedroevende stand van de boerenlandvogels’ om deze monitoring nog langer uit te voeren. Het onderzoek zou nog 1 maal uitgevoerd worden in 2021.

3.4.1. Totale natuurwaarde en ontwikkeling De totale natuurwaardescore van het agrarisch gebied is in de afgelopen perioden gestaag achteruit gegaan van net redelijk (2,1), naar matig (1,4) (Figuur 16). Vrijwel alle projecten laten een achteruitgang zien ten opzichte van de nulmeting, alleen de planten van de bermen zijn iets vooruit gegaan. De agrarische vogels scoren over de gehele periode al vrij slecht.

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

31

Resultaten

Figuur 16: Natuurwaardescore van het agrarisch gebied gebaseerd op de verschillende monitoringprojecten.

3.4.2. VAS-telling De agrarische vogels doen het al jaren vrij slecht en de score schommelt op de grens van slecht en matig (Figuur 17). Het gemiddeld aantal agrarische soorten per telpunt per jaar schommelt tussen de 6 en 7 soorten.

Figuur 17: Natuurwaardescore gebaseerd op de Vogeltelling Agrarische soorten (VAS).

Het totaal aantal agrarische soorten is licht gezakt van gemiddeld 21 soorten per jaar in de eerste periode naar gemiddeld 20 soorten in de laatste periode. Het aantal exemplaren van agrarische soorten is echter veel sterker afgenomen, van 1003 exemplaren in 2011, naar 638 in 2019 (Figuur 18).

32

Natuurmonitoring gemeente Laarbeek: Resultaten 2021

Resultaten

Figuur 18: Het totaal aantal exemplaren van agrarische vogelsoorten in de jaren 2011 tot en met 2019, zoals geteld in de VAS-telling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=7257e1da-ff70-4f50-b612-49e745508667