CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

4 20210225 RIB Uitvoeringsprogramma VTH 2021 Bijlage 1.pdf

Vergadering commissie Algemene Zaken 25 februari 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen10.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsprogramma VTH 2021 Gemeente Laarbeek

Titel: Team: Vastgesteld door college op:

Uitvoeringsprogramma VTH 2021 Toetsing en Handhaving 26 januari 2021

Dit uitvoeringsplan is vastgesteld door het college van de gemeente Laarbeek op dinsdag 26 januari 2021. Het vastgestelde uitvoeringsplan 2021 wordt bekend gemaakt aan de gemeenteraad en aan de Provincie Noord-Brabant. Het uitvoeringsplan is ook gepubliceerd op de website van de gemeente Laarbeek.

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemeen 1.1 Aanleiding 1.2 Juridische grondslag en bestuurlijke verantwoordelijkheden 1.2.1 Rol college 1.2.2 Rol burgemeester 1.2.3 Rol gemeenteraad 1.2.4 Rol provincie 1.2.5 Handhaving strafrechtelijk als bestuursrechtelijk 1.3 Uitganspunten en doel van het uitvoeringsplan 1.3.1 Actieve wederkerigheid 1.4 Reikwijdte 1.5 Borging uitvoeringsprogramma en IBT 1.6 Interne en externe samenwerking 1.7 Omgevingsdienst en VRBZO 1.7.1 Samenhang uitvoeringsprogramma omgevingsdienst 1.7.2 Samenhang uitvoeringsprogramma VRBZO 1.8 Andere belangrijke partners 1.8.1 Team Toetsing en Handhaving 1.8.2 Peelland Interventie Team (PIT) 1.8.3 Openbaar Ministerie 1.8.4 Overige partners 1.9 Prioriteitenstelling 1.9.1 Specifieke prioriteit Hoofdstuk 2 Vergunningverlening 2.1 Beleidsdoelstellingen Vergunningverlening 2.2 Nieuwe ontwikkelingen 2021 Vergunningverlening 2.2.1 Omgevingswet en Kwaliteitsborging voor het bouwen 2.2.2 Bijna energie neutrale gebouwen 2.2.3 Vergunningverlening APV, DHW en andere bijzondere wetgeving 2.2.4 Actualiseren wegsleepverordening 2.2.5 Actualiseren reclamebeleid 2.2.6 Actualiseren Evenementenbeleid 2.2.7 Klachten en meldingen Hoofdstuk 3 Toezicht en Handhaving 3.1 Beleidsdoelstellingen voor Toezicht en Handhaving 3.2 Nieuwe ontwikkelingen 2021 Toezicht en Handhaving 3.2.1 Toezicht en Handhaving 3.2.2 Informatie gestuurd handhaven 3.2.3

Omgevingswet 3.2.4 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Laarbeek 3.2.5 Bibob-beleid 3.2.6 Verbinden van zorg, veiligheid en handhaving 3.2.7 Damocles, overlast en ondermijning 3.2.8 Themagericht toezicht (bestuurlijke prioriteiten)

4 4 4 5 5 6 6 6 6 7 7 8 8 9 10 10 10 10 11 11 12 12 13 14 14 15 15 15 15 15 15 16 16 17 17 18 18 18 19 19 19 19 20 20

Pagina 2 van 29

3.2.9 Taskforce Intensivering Toezicht veehouderijen Hoofdstuk 4 Taken en uitvoering 2021 4.1 Taken en uitvoering ODZOB en VRBZO 4.1.1 Taken van de ODZOB 4.1.2 Taken en middelen VRBZO 4.2 Taken en uitvoering gemeente 4.2.1 Taken en uitvoering Toezicht en Handhaving 4.2.2 Team Toetsing en Handhaving (11 FTE) 4.2.3 Gemeentelijke taken voor 2021 4.2.4 Uitvoeringstaak gemeentelijke vergunningverlening 4.2.5 Uitvoeringstaak aanpassen handhavingsinstrumentarium 4.2.6 Uitvoeringstaak Toezicht en Handhaving Arbeidsmigranten 4.2.7 Uitvoeringstaak Evenementen 4.3 Verbeteren van de uitvoeringscyclus

20 21 21 21 22 23 23 23 25 27 28 28 28 29

Pagina 3 van 29

Hoofdstuk 1 Algemeen 1.1

Aanleiding

Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2021 van de gemeente Laarbeek (hierna: Uitvoeringsprogramma VTH). In het Uitvoeringsprogramma VTH leest u hoe de gemeente Laarbeek in 2021 uitvoering geeft aan de diverse vergunning- en handhavingstaken met betrekking tot de fysieke leefomgeving, Drank- en Horecawet en de APV. Het gaat hierbij om onderwerpen gerelateerd aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), zoals bouwen, slopen, bestemmingsplannen, brandveiligheid en milieu. Met het uitvoeringsprogramma beoogt de gemeente een beeld te schetsen van doelen, activiteiten en prioriteiten die voor 2021 zijn vastgesteld. Het opstellen en vaststellen van een jaarlijks uitvoeringsprogramma is een wettelijke plicht op grond van de Wabo en het daarbij behorende Besluit omgevingsrecht (Bor). De gemeente is verantwoordelijk voor vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van wet- en regelgeving. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn onderdeel van het geheel aan maatregelen die de gemeente inzet om beleidsdoelstellingen en maatschappelijk effect te realiseren. Hierbij zijn samenwerking, partnerschap en wederkerigheid belangrijke sleutelbegrippen.

Een groot gedeelte van de geplande uren bij toezicht en juridische handhaving is gericht op de uitvoering van het Damoclesbeleid, Bibob-beleid, voorkomen van overlast en ondermijning. Het vakgebied vergunningverlening, toezicht en handhaving blijft ook de komende jaren sterk in ontwikkeling. Wetswijzigingen volgen elkaar snel op. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Omgevingswet vragen opnieuw om invulling te geven aan de veranderende maatschappij. Deze wetten zullen naar verwachting 1 januari 2022 in werking treden. Het uitvoeringsplan vloeit voort uit het ‘VTH-beleid gemeente Laarbeek 2020-2023’ en het ‘Beleid vergunningverlening 2020-2024’. In dit beleidsplan heeft het college aangegeven welke doelen en prioriteiten het stelt en welke activiteiten het daartoe zal uitvoeren. Dit programma is afgestemd met in- en externe partners binnen de verschillende vakgebieden. In 2021 worden verschillende thema’s behandeld die we door de coronacrisis in het jaar 2020 niet hebben kunnen behandelen. Daarnaast is op 14 augustus 2018 het beleid tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten vastgesteld. Vanuit vergunningverlening wordt inzet gepleegd op dit beleid. Dit in navolging op het toezicht- en handhavingsproject zoals dat in 2020 is uitgevoerd. Bovendien zal Covid-19 in 2021 voor de VTH-taken consequenties hebben, zij het dat die consequenties op dit moment niet helder zijn.

1.2

Juridische grondslag en bestuurlijke verantwoordelijkheden

De kwaliteitseisen voor handhaving op grond van de Wabo zijn opgenomen in hoofdstuk 7 van het Bor en hoofdstuk 10 van de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor).

Pagina 4 van 29

Hierin wordt voorgeschreven dat het handhavingsbeleid jaarlijks in een uitvoeringsprogramma moet worden uitgewerkt (artikel 7.3 Bor). Het uitvoeringsprogramma beschrijft welke van de voorgenomen activiteiten het bestuursorgaan het komende jaar uitvoert en wat de daarvoor benodigde en beschikbare personele middelen zijn. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma moet onder andere rekening worden gehouden met het vastgestelde VTH-beleid. Het uitvoeringsprogramma moet volgens artikel 7.3 lid 2 van het Bor worden afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Daarnaast moet het uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt in werkplannen voor de betrokken onderdelen van de organisatie. Volgens artikel 7.5 van het Bor moet systematisch worden nagegaan of voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn. Indien nodig, moeten de middelen worden aangevuld of een aanpassing van het uitvoeringsprogramma en de werkplannen plaatsvinden. Het programma wordt jaarlijks vastgesteld en geëvalueerd door het college. De verbetermaatregelen die voortkomen vanuit de evaluatie worden gebruikt als aanscherping en verbetering van de prioriteiten. Dit vormt de VTH-cyclus. Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor uitvoering van de VTH-cyclus.

De bevoegd- en verantwoordelijkheden zijn als volgt verdeeld: 1.2.1 Rol college Het vaststellen van het Uitvoeringsprogramma VTH op grond van de Wabo is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Het college is verantwoordelijk voor zowel de Wabo vergunningverlening als het toezicht en handhaving en vormt het bestuursorgaan dat bestuursrechtelijk optreedt. Door het college moeten prioriteiten worden gesteld, zowel op beleidsniveau als op zaakniveau. Het college beslist over de vaststelling en toepassing van het Uitvoeringsprogramma VTH. Jaarlijks wordt verslag gedaan door het college aan de gemeenteraad van de inspanningen en de resultaten in een zogenoemde jaarrapportage. Deze vormt dan weer de input voor aanpassing of bijsturing van het Uitvoeringsprogramma VTH en/of het gevoerde beleid. 1.2.2 Rol burgemeester De burgemeester is als bestuursorgaan bevoegd om vergunningen te verlenen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) met betrekking tot openbare orde en veiligheid en de Drank- en Horecawet. Hij heeft eigenstandige handhavingsbevoegdheden op het gebied van algemeen bestuur, openbare orde en veiligheid. Anderzijds is de burgemeester, als lid van het college, portefeuillehouder handhaving en toezicht en eerste verantwoordelijke voor het handhavingsbeleid.

Hij zorgt er als coördinerend bestuurder ook voor dat daar waar nodig op bestuurlijk niveau afstemming plaatsvindt. Het management en de beleidsmedewerkers hebben regelmatig overleg met bestuurders om beleidsmatige en lopende zaken te bespreken. Tot slot heeft de burgemeester het gezag over de politie als zij optreedt ter handhaving van de openbare orde en ter uitvoering van de hulpverleningstaak.

Pagina 5 van 29

1.2.3 Rol gemeenteraad De raad heeft geen wettelijke bevoegdheden waar het gaat om handhaving en het houden van toezicht binnen het fysieke domein. De raad wordt wel in de gelegenheid gesteld om op basis van het eerdere uitvoeringsprogramma en jaarverslag en eventuele signalen aan te geven of er aanleiding is de bestaande prioritering en de daaraan gekoppelde capaciteit aan te passen. De gemeenteraad heeft 6 december 2018 een Integraal Veiligheidsplan (hierna: IVP) vastgesteld. In dit IVP zijn de doelen vastgesteld op het terrein van veiligheid. Het IVP is daarmee een goede basis voor de operationele inzet op lokale veiligheidsprioriteiten door de gemeente, politie en andere organisaties. Omdat de gemeenteraad het IVP vaststelt is de raad in de gelegenheid om sturing te geven aan de uitvoering van het veiligheidsbeleid. De burgemeester heeft op het terrein van het veiligheidsbeleid bijzondere wettelijke bevoegdheden. Hierover legt de burgemeester jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad. Ook deze inventarisatie en analyse heeft een directe relatie naar het IVP en raakt het VTHbeleid voor de fysieke leefomgeving. Relevante onderdelen zijn integraal afgewogen in het VTH-beleid. 1.2.4 Rol provincie De provincie heeft een wettelijke regierol met betrekking tot (milieu)handhaving.

In het kader van de vernieuwde interbestuurlijke verhoudingen is een bestuursovereenkomst afgesloten over de wijze waarop het interbestuurlijke toezicht vorm krijgt. Het vastgestelde uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks ter beoordeling aan de provincie toegezonden. 1.2.5 Handhaving strafrechtelijk als bestuursrechtelijk Bij niet naleving worden juridische stappen ondernomen om het naleefgedrag te bevorderen. Dit kan zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk. Waar overtreding van (wettelijke) voorschriften plaatsvindt, treden wij handhavend op. Handhaving is gericht op het ongedaan maken, opheffen of voorkomen van een strijdige handeling of situatie. Binnen de handhaving leggen we zowel bestuursrechtelijke maatregelen als strafrechtelijke sancties op. Bestuursrechtelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld: het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang, het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning / ontheffing en de bestuurlijke boete. Een voorbeeld van een strafrechtelijke sanctie is de bestuurlijke strafbeschikking.

1.3

Uitganspunten en doel van het uitvoeringsplan

In het algemeen geldt dat bij het bestaan van normen en wetten ook controle daarop plaatsvindt. De overheid ziet er op toe dat de regels en wetten die zij voorschrijft ook worden nageleefd. Als er een consequent, transparant en solide handhavingsbeleid wordt gevoerd laten burgers zich ook op die verantwoordelijkheid aanspreken. Dat regels worden nageleefd is immers de verantwoordelijkheid van de inrichting- en/of vergunninghouder of eigenaar dan wel gebruiker. Ieder jaar wordt bezien wat er gedaan is om de gestelde doelen te behalen. Dat gebeurt in ieder geval door regelmatig evalueren. Daarnaast kijken we ook vooruit naar de voor VTH

Pagina 6 van 29

van belang zijnde ontwikkelingen welke we jaarlijks bezien op de consequenties. Door te evalueren en naar de toekomst te kijken brengen we in beeld of we op de goede weg zijn, hoe we de VTH-werkzaamheden kunnen verbeteren en efficiënter kunnen inrichten en waar we meer, minder of geen extra aandacht aan gaan besteden. Uiteindelijk geeft dat ook een inzicht in wat we daarvoor nodig hebben aan capaciteit en middelen. Aantallen zijn hierbij niet altijd van belang. Zij geven immers geen indicatie van kwaliteit of bijdrage aan de doelen. Het gaat om de output die van belang is om in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Daarnaast is er niet in alle gevallen een indicatie van aantallen te geven omdat het vooral over aanspreken gaat en zichtbaar zijn om te komen tot een preventieve werking door toezicht. Met name het toezicht op de naleving van regels in de openbare ruimte leent zich maar beperkt voor een programmering in aantallen. Daarnaast gaat het ook om houding en gedrag van medewerkers en de samenwerking met interne en externe partners. Uiterlijk 1 mei 2021 zal het evaluatieverslag van het uitvoeringsprogramma handhaving 2020 gereedkomen. 1.3.1 Actieve wederkerigheid De gemeente faciliteert de samenwerking tussen veiligheidspartners, maatschappelijke instellingen en burgers, zowel onderling als met de gemeente.

Daarnaast nodigt de gemeente uit om samen en individueel veiligheidsproblemen tegen te gaan of te voorkomen. Gemeenschappelijk belang is dat veiligheid een belangrijke basisbehoefte is voor mens, bedrijf, vereniging en samenleving. De gemeente nodigt burgers uit om zelfredzaam te zijn. De mate van eigen verantwoordelijkheid onder de inwoners en ondernemers van Laarbeek kent duidelijke grenzen. Wanneer de veiligheid van onze inwoners, bezoekers en ondernemers in gevaar komt, staan wij als gemeente samen met ketenpartners klaar om hierop in te grijpen. De gemeente verwacht hierin actieve wederkerigheid, zo zijn de inwoners in eerste instantie medeverantwoordelijk voor hun eigen veiligheid.

1.4

Reikwijdte

Het uitvoeringsplan heeft een brede reikwijdte. Dit komt doordat er sprake is van vergunningverlenende- en handhavingstaken op verschillende werkgebieden en beleidsterreinen. Het Uitvoeringsprogramma VTH is van toepassing op de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van: Bouw, ruimtelijke ordening, Brandveiligheid, Inrichting gebonden milieu, Bodem en Bijzondere wetten. Onder deze domeinen valt een breed scala aan landelijke en gemeentelijke regelgeving zoals de Woningwet, Wet ruimtelijke ordening, Wet bodembescherming, Wabo, Wet Milieubeheer, Drank en Horecawet etc. De vergunningen hebben betrekking op: 1. Vergunningen en meldingen omgevingsrecht 2. Vergunningen en meldingen APV en bijzondere wetten.

Pagina 7 van 29

De handhavingstaken zijn onderverdeeld in drie handhavingsgebieden, te weten: 1. Omgevingsrecht (bouwen, slopen, gebruik en milieu) 2. Leefbaarheid (kleine ergernissen en overlast) 3. Bijzondere onderwerpen (o.a. ondermijning, horeca, BRP, etc.)

1.5

Borging uitvoeringsprogramma en IBT

De Wabo en het Bor verankeren wettelijk een programmatische uitvoering en waarborging van de VTH-taken. Dat betekent dat er borging van de uitvoering van de taken moet zijn in de zin van personeel, waaronder kwaliteit (Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht), tijd en middelen. De uitvoering van de VTH-taken die in die uitvoeringsprogramma zijn opgenomen is volgens de begroting van de gemeente Laarbeek. Daarmee is de uitvoering geborgd en wordt voldaan aan de aanbeveling uit het Interbestuurlijk Toezicht (door de provincie). De kwaliteitseisen op het VTH-gebied omtrent minimale kennis, kunde en capaciteit, zijn vastgelegd in de kwaliteitsverordening en deze eisen zijn gebaseerd op de kwaliteitscriteria 2.2. Op 12 december 2019 is de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Laarbeek in werking getreden. Elk jaar geven wij aan in het jaarverslag of en in welke mate wij hebben voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.

1.6

Interne en externe samenwerking

Een juiste afstemming met interne en externe (handhavings)partners is essentieel om het VTH-beleid 2020-2023 en het uitvoeringsprogramma VTH 2021 goed uit te kunnen voeren. Om die reden is er ook voor de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma afstemming gezocht met diverse partners. Bij afstemming met externe partners kunt u denken aan partners die belast zijn met strafrechtelijke handhaving (politie en OM), de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) en de brandweer. Om een veilige, gezonde en duurzame samenleving te kunnen waarborgen worden steeds meer teams binnen Laarbeek betrokken bij het tot stand komen van vergunningen en bij het houden van toezicht en handhaving. De laatste jaren zijn er flinke stappen gezet met betrekking tot de interne samenwerking. Binnen de gemeente is een vaste structuur opgezet waar mogelijke signalen worden besproken en beoordeeld. Belangrijk onderdeel daarvan is de uitwisseling van informatie tussen (overheids)partners. Voor 2021 zijn er in ieder geval de volgende specifieke afspraken gemaakt: -

Er vinden wekelijks werkoverleggen plaats met de Toezichthouders bouw/ro en de medewerkers ruimtelijke ordening om bouwplannen te bespreken welke mogelijk strijdig zijn met het bestemmingsplan;

-

Er vindt wekelijks een integraal juridischoverleg plaats, waarin nieuwe zaken worden gedeeld en besproken;

Pagina 8 van 29

-

Met de burgemeester, afdelingsmanager en beleidsmedewerker Handhaving vindt iedere 2 weken portefeuillehoudersoverleg plaats om informatie uit te wisselen;

-

Er vinden wekelijks afstemming plaats met de toezichthouders bouw/ro en de handhavingsjuristen, waarin nieuwe en lopende zaken worden gedeeld en besproken;

-

Er vindt maandelijks een overleg plaats met de BOA’s en politie waarin de lopende signalen in de wijk, hotspots en nieuwe projecten worden gedeeld en besproken;

-

Met de burgemeester, politie, veiligheidsmedewerker en de juridisch beleidsmedewerker Handhaving vindt tweewekelijks een overleg plaats om informatie uit te wisselen af te stemmen;

-

Met de handhavingscoördinator van de ODZOB, de afdelingsmanager en de juridisch beleidsmedewerker Handhaving zijn er maandelijks afstemmingsmomenten;

-

Er vindt tweemaandelijks afstemming plaats met het basisteamdriehoek;

-

Bij ruimtelijke afwegingen die vallen onder de uitgebreide procedure wordt afstemming gezocht met de provincie Noord-Brabant;

-

Bij ruimtelijke afwegingen die vallen onder de uitgebreide procedure en die van invloed zijn op het oppervlaktewater wordt afstemming gezocht met het Waterschap AA en Maas;

-

Met de burgemeester en de veiligheidscoördinator Zorg vindt er 3 wekelijks overleg plaats.

-

Binnen verschillende teams binnen de gemeente vindt twee maandelijks een Lokaal Informatie overleg Ondermijning (LIO) plaats voor het uitwisselen van informatie;

-

Zes wekelijks vindt er ondermijningsoverleg plaats.

-

Twee wekelijks is er PIT overleg (zie: 1.8.2.)

1.7

Omgevingsdienst en VRBZO

De ODZOB en de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (hierna: VRBZO) voeren, in mandaat een pakket van taken uit op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. In het Bor is wettelijk vastgelegd welke taken de ODZOB namens het college uitvoert. De taken van de VRBZO zijn vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Naast de repressieve taak, het blussen van branden, voert de VRBZO ook andere taken uit zoals advisering bij vergunningen en het toezicht op brandveiligheidsvoorzieningen. Voor uitvoeringstaken van de ODZOB is een regionaal kader opgesteld om tot een regionaal uitvoeringsniveau te komen.

Pagina 9 van 29

1.7.1 Samenhang uitvoeringsprogramma omgevingsdienst Een groot deel van de uitvoering van de VTH-taken wordt door de ODZOB gedaan. Als eigenaar en opdrachtgever moet de gemeente een actieve rol nemen in de samenwerking met de omgevingsdienst bij het opstellen/bijstellen van een regionale beleid en uitvoeringsprogramma. De deelnemers van een omgevingsdienst dragen gezamenlijk zorg voor een uniform uitvoeringsprogramma voor de taken. Het uitvoeringsprogramma vloeit voort uit het door het Algemeen Bestuur vastgesteld beleid. Op ODZOB niveau betreft dit het ROK milieutoezicht en het ROK vergunningverlening. Het Bor vereist dat ieder bestuursorgaan met taken in het omgevingsrecht een beleid voert voor de bestuursrechtelijke uitvoering en handhaving. Voor de taken die op regionale schaal worden uitgevoerd, zoals door de ODZOB, is voorgeschreven dat er één gezamenlijk, regionaal en uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid wordt gevoerd. Dit geldt dus voor het wettelijk verplichte basistakenpakket van de omgevingsdienst, zoals vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht, artikel 7.1 en daarbij behorende bijlage IV (deze komen neer op de taken op gebied van milieu, inclusief bodem en Brzo).

In feite omvat dit de regionale VTH-strategie, die bedoeld is om afspraken te kunnen maken tussen de regionaal samenwerkende bestuursorganen en de ketenpartners over de regionale doelen, activiteiten en monitoringsindicatoren. Voor de uitvoering van milieutoezicht en -handhaving en vergunning verlening heeft de ODZOB het ROK Milieutoezicht en het ROK Vergunningverlening opgesteld. In 2019 zijn deze ROK’s door de raad vastgesteld. Zij maken ongewijzigd onderdeel uit van het Uitvoeringsprogramma VTH. 1.7.2 Samenhang uitvoeringsprogramma VRBZO Met de veiligheidsregio wordt samengewerkt binnen het domein brandveiligheid en rampenbestrijding. Het college van burgemeester en wethouders is belast met de brandweerzorg, de rampenbestrijding en de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Prioriteiten voor de veiligheidsregio komen tot uiting in de meerjarenbegroting van de VRBZO. Voor dit uitvoeringsprogramma is aangesloten bij de kaderbrief 2021.

1.8

Andere belangrijke partners

In deze paragraaf is een opsomming gegeven van andere belangrijke partners in handhaving op het gebied van bouwen, milieu, APV, bijzondere wetten en brandveiligheid. Om het werk goed te kunnen doen hebben we andere partijen nodig. Deze partners zijn vaak specialisten en beschikken over kennis en capaciteit die aanvullend is op hetgeen we zelf in huis hebben. Integrale samenwerking bevordert de kwaliteit van onze producten, de omgang met onze klanten en het optimaal inzetten van de juiste kennis en kunde op het juiste moment in het proces. 1.8.1 Team Toetsing en Handhaving Het team Toetsing en Handhaving bestaat uit medewerkers in de rol van buitengewoon opsporingsambtenaar, toezichthouder bouw/RO, vergunningverlening APV (DHW en bijzondere wetten), beleidsmedewerker (o.a. openbare orde en veiligheid en ondermijning) en juridisch adviseur. Handhavingstaken op grond van de onder andere APV en bijzondere

Pagina 10 van 29

wetten worden uitgevoerd door dit team. Dit betekent dat de activiteiten beschreven in dit plan worden uitgevoerd door het gehele team en niet alleen bijvoorbeeld de inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren betreft. Team Toetsing en Handhaving maakt gebruik van een digitaal systeem (CityControl) ter ondersteuning van de handhaving. Ook wordt er doormiddel van een Excellijst de monitoring van handhavingszaken bijgehouden. Dit wordt het Dashboard Handhaving genoemd. Handhaving wordt hiermee efficiënter uitgevoerd. Daarnaast is het makkelijker om inzicht te krijgen in de hoeveelheid en locaties van ons handhavend optreden. Door ook achteraf deze informatie te onderzoeken, kunnen ook andere middelen worden ingezet. 1.8.2 Peelland Interventie Team (PIT) Het Peelland Interventie Team (PIT) is een interventieteam onder regie van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Someren, en Laarbeek. Het Peelland Interventie Team is opgericht in 2016 nadat op 20 oktober in dat jaar een overeenkomst is getekend door de zes colleges van B&W van de zes gemeenten in de Peel, Politie-eenheid Oost Brabant, de VRBZO en Senzer. Het doel is de integrale samenwerking bevorderen en uitwisseling van gegevens mogelijk te maken.

Het PIT is geen aparte organisatie maar een samenwerking tussen gemeente, politie en waterschap, waarin (niet limitatief) GGD, NVWA, Enexis, ISZW, Senzer (sociaal domein), VRBZO en ODZOB participeren op basis van inhoud. Er is wel een vaste projectleider/coördinator. Het team kan worden ingezet voor een combinatie van taken, Daarbij worden de bevoegdheden van de samenwerkende deelnemers gecombineerd. Het PIT heeft geen vastgesteld programma, maar wordt als daarvoor aanleiding is ingezet voor bijvoorbeeld (niet limitatief): • vermoedelijke illegale, evt. in combinatie met strafbare praktijken c.q. fraude; • ernstige overlastsituaties; • gevaarlijke situaties of verwaarlozing. De totale kosten van het PIT worden gedeeld door de zes gemeenten gezamenlijk. Er wordt door het PIT een jaarverslag uitgebracht wat wordt toegezonden aan het college van burgemeester en wethouders. De begroting van Laarbeek voorziet in de bijdrage aan het PIT. Omschrijving programmaleider aanpak ondermijning pit-coördinator programmaleiding integrale aanpak criminaliteit Totaal

Kosten 12.000 16.000 11.000 39.000

1.8.3 Openbaar Ministerie Zowel het strafrecht als het bestuursrecht richten zich op het bevorderen van normconform gedrag. De bestuursrechtelijke instrumenten die ter beschikking staan, zijn vooral toegesneden op het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van de overtreding en op het herstel van de situatie. De strafrechtelijke instrumenten zijn vooral toegesneden op het straffen van de overtreder, veranderen van diens gedrag, schadeherstel en op het wegnemen van door de dader wederrechtelijk genoten

Pagina 11 van 29

(concurrentie)voordeel. Beide typen instrumenten dienen daarnaast tot ontmoediging (preventie). Bij overtreding van het stelsel van de omgevingsvergunning of het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde kunnen vrijwel al deze aspecten aan de orde zijn. Handhavend optreden door bestuur en OM dient dan ook in samenspel plaats te vinden. Dit samenspel komt voornamelijk tot uiting in het driehoeksoverleg, met als achterliggend doel de permanente bescherming van de samenleving. 1.8.4 Overige partners Het team Toetsing en Handhaving werkt nauw samen met de politie. De politie heeft als taak te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. Binnen de provincie is er een brede samenwerking met SSIB (Samen Sterk in Brabant) daarin zetten gemeenten, provincie, politie, waterschappen en meer partijen zich in voor het Brabantse buitengebied vrij te houden van illegale afvalstortingen, stroperij en wildcrossen. Laarbeek is met de provincie en 42 andere gemeenten actief binnen het Project Intensivering Toezicht veehouderijen. Dit project heeft als doel de naleving van de regels op het gebied van milieu, bouwen en natuurbescherming te verbeteren en daartoe worden alle IV-bedrijven bezocht.

Naast onze eigen ambtelijke inbreng is op diverse complexe dossiers ook extra externe juridische ondersteuning van onder andere onze huisadvocaat mogelijk. Met de NVWA wordt incidenteel samengewerkt, dit gebeurt doorgaans in samenspraak met de ODZOB of het PIT. Naast de bovengenoemde partners wordt er ook samengewerkt met Waterschap Aa en Maas wordt vooral op projectbasis en naar aanleiding van incidenten samengewerkt.

1.9

Prioriteitenstelling

De objecten met de grootste risico’s en hinderlijkheid krijgen de meeste aandacht. Dit betekent echter niet dat objecten met een lager risico in het geheel geen aandacht krijgen. Het is mogelijk dat bij de controle en het toezicht op de objecten met de grote(re) risico’s tevens de lagere risico’s in die controle kunnen worden meegenomen. De inspanningen op het gebied van handhaving zullen dan ook primair moeten worden gericht op de objecten met de grootste risico’s. Secundair verdienen de objecten met een beperkt risico de aandacht. Idealiter worden direct alle problemen aangepakt en opgelost. Dit is echter niet altijd mogelijk, omdat daartoe de capaciteit niet toereikend is of omdat handhaving een langdurig traject is. Gelet hierop moeten keuzes worden gemaakt en moeten prioriteiten worden gesteld. Prioriteren houdt in dat er taken wel worden uitgevoerd maar ook dat er taken niet of in beperkte mate worden uitgevoerd. De leidraad bij het bepalen van de prioriteiten wordt gevormd door de verschillende aspecten, die in de wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving zijn neergelegd en daarin ook bescherming genieten. Het

Pagina 12 van 29

gaat vooral om veiligheid, gezondheid, natuur en milieu en leefomgeving. Bij deze aspecten speelt verder mee dat deze een impact van bepaalde omvang hebben. Grote(re) en meervoudige overtredingen hebben immers een grotere uitwerking en aantasting dan kleine overtredingen. Dit neemt echter niet weg dat ook kleine(re) overtredingen aandacht behoeven en ook zullen worden opgepakt. Het gaat dan om de zogenaamde ‘kleine ergernissen’ zoals hondenpoep, parkeeroverlast en zwerfafval. 1.9.1 Specifieke prioriteit In 2020 is er veel inzet gepleegd op toezicht van de noodverordening. Zolang de noodsituatie van kracht blijft zal hier in 2021 opnieuw een hoge prioriteit worden gegeven aan de toezicht op de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19. Deze wet vervangt de noodverordening.

Pagina 13 van 29

Hoofdstuk 2 Vergunningverlening Milieu- en natuurregelgeving is deels in nationale en Europese wet- en regelgeving en daarnaast in een groot aantal richtlijnen vastgelegd. De werkzaamheden voor vergunningverlening zijn overwegend vraag gestuurd en afhankelijk van initiatieven van bedrijven en burgers. De inschatting van het jaarlijks aantal te verlenen vergunningen komt tot stand door extrapolatie van de verleende vergunningen van voorgaande jaren. De diepte waarop aanvragen getoetst worden is, net als toezicht, risicogericht. De risicomatrix is terug te vinden in het VTH beleid. In dit onderdeel van het Uitvoeringsprogramma VTH 2021 zijn de inspanningen beschreven voor het onderdeel vergunningverlening voor het omgevingsrecht (fysieke leefomgeving) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals bouwen, slopen, bestemmingsplannen, brandveiligheid en milieu.

2.1

Beleidsdoelstellingen Vergunningverlening

Voor vergunningverlening zijn een aantal doelstellingen in het beleidsplan geformuleerd die in de uitvoering worden nagestreefd. Deze zijn: •

Voldoen aan de wettelijke Wabo kwaliteitsverplichtingen, zoals vastgelegd in het Bor en het Mor en het leveren van een minimaal benodigd adequaat niveau van Wabovergunningen. 100% Toelichting: Het is verplicht om aan de minimale kwaliteitseisen te voldoen. Het niveau van de verleende vergunningen wordt gemeten door een vergelijking met het minimum adequate niveau. •

Met gebruikmaking van de beschikbare instrumenten rond vergunningverlening wil de gemeente Laarbeek criminele activiteiten tegengaan. 100% Toelichting: De gemeente heeft mogelijkheden om barrières op te werpen, waarmee kan worden voorkomen dat criminele organisaties of personen misbruik maken van legale structuren of zich weten te vestigen in de regio. Dit betekent dat de gemeente kritisch is bij vergunningverlening en het vastgestelde Bibob-beleid consequent toepast. •

Minimaal percentage verleende vergunningen binnen de wettelijke beslistermijn. 98% Toelichting: Een klein risico is ingebouwd, omdat vergunningverlening afhankelijk is van de advisering door derden. Om de gevoeligheid van dossiers en andere specifieke aandachtspunten tijdens de procedure in beeld te houden/krijgen vindt periodiek afstemming plaats met de handhavingsregisseur van de ODZOB. •

Het maximale percentage van rechtswege verleende vergunningen. 2%

• Het maximale percentage gegronde bezwaarschriften op een vergunning. 5% Toelichting: We streven naar kwalitatief goede besluiten. In een zeer gering aantal gevallen (gesteld op maximaal 5%) kan het nog voorkomen dat een bezwaarschrift gegrond is.

Pagina 14 van 29

•

Het beleid en de verordeningen ten behoeve van vergunningen is actueel. 100%

2.2

Nieuwe ontwikkelingen 2021 Vergunningverlening

2.2.1 Omgevingswet en Kwaliteitsborging voor het bouwen De Omgevingswet vraagt om integraal samenwerken in de gehele keten en in een gebied. Dat vraagt een andere manier van werken en een andere rol van toezicht en handhaving. Het betrekken van lokale kennis en informatie wordt steeds belangrijker. Toezichthouders en handhavers worden steeds meer betrokken bij planvorming. Het Rijk en de VNG zijn het eens over de noodzaak van een nieuw stelsel van bouwtoezicht dat de bouwkwaliteit verhoogt, het aantal incidenten vermindert en de positie van de consument versterkt. Ook zijn partijen het eens over de voorwaarden waaronder de gemeente in het nieuwe stelsel hun taken kunnen vervullen en de voorwaarden waaronder het stelsel kan worden ingevoerd. Daarover is een bestuursakkoord tussen het Rijk en de VNG gesloten. Het streven is om het nieuwe stelsel tegelijk met de Omgevingswet in te laten gaan. Het vernieuwde toezicht geldt in eerste instantie voor eenvoudige bouwwerken in de laagste risicoklasse. In samenspraak met de ODZOB kijken we naar de invulling van de rol van toezicht en handhaving bij de Omgevingswet en de kwaliteitsborging. 2.2.2 Bijna energie neutrale gebouwen Voor alle nieuwebouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG).

Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Deze BENG, waarvan de eisen nu in het Staatsblad zijn gepubliceerd, zou in eerste instantie al op 1 juli 2020 in werking treden, maar gelet op het nog niet gereed zijn van de software om de BENG berekeningen te maken is voor uitstel gekozen tot 1 januari 2021. 2.2.3 Vergunningverlening APV, DHW en andere bijzondere wetgeving Binnen het team Toetsing en Handhaving vindt vergunningverlening op het gebied van de APV, de Drank- en Horecawet en andere bijzondere wetgeving plaats. Hierbij is sprake van nauwe samenhang met de Algemene Plaatselijke Verordening. Deze APV wordt in 2021 geactualiseerd (zie: 3.2.4). 2.2.4 Actualiseren wegsleepverordening De huidige wegsleepregeling dateert van 2003 en is verouderd. Belangrijke veranderingen vanaf 2020 zijn onder meer: De prijsaanpassingen voor het wegslepen en in bewaring nemen van voertuigen. Verder is het wettelijk verplicht de bewaarplaats te vermelden en de opname van procedurele voorwaarden. 2.2.5 Actualiseren reclamebeleid Onze leefomgeving wordt in toenemende mate beïnvloed door reclame. Steeds vaker worden reclame boodschappen verspreid. Reclame moet passen in het straatbeeld en mag de omgeving niet ernstig verstoren. Hierdoor wordt het straatbeeld overzichtelijker en rustiger.

Reclame kan kortdurend zijn (bijvoorbeeld voor de aankondiging van evenementen, open dagen en dergelijke), zonder dat hiervoor een omgevingsvergunning

Pagina 15 van 29

nodig is. Reclame, voornamelijk bij winkels en andere bedrijven, kan ook permanent aanwezig zijn. Hierop zijn de regels uit de Wabo van toepassing. Hierin zal onder andere de afstemming worden gezocht met de provincie. Door regels op te stellen voor reclame wordt duidelijkheid verschaft omtrent de wijze waarop een aanvraag/verzoek tot reclame in voorkomende gevallen wordt getoetst. Ook voor een goede afronding van een eventueel te volgen handhavingstraject is het van belang om voor de van toepassing zijnde toetsingscriteria te kunnen verwijzen naar een vastgestelde beleidslijn. Gelet op ontvangen signalen en afwegingen onzerzijds hebben we besloten ons huidige reclamebeleid te actualiseren. De planning is om in 2021 geactualiseerd reclamebeeld vast te stellen. 2.2.6 Actualiseren Evenementenbeleid Het huidige Evenementenbeleid is in 2018 vastgesteld. Na de vaststelling zijn er diverse ontwikkelingen geweest die het noodzakelijk maken dat het beleid wordt geactualiseerd in 2021. Geconstateerd is dat er steeds kritischer wordt gekeken naar verleende evenementenvergunningen door belanghebbenden. Dit heeft aanleiding gegeven tot aanpassing van het evenementenbeleid. Hiermee willen we meer duidelijkheid creëren in het werkproces voor zowel organisatoren als voor evenementendoorlooptijd zonder onder te doen van kwaliteit en professionaliteit.

Door de ontwikkelingen van Covid-19 kan het betekenen zijn dat er minder vergunningen worden aangevraagd dan normaal. 2.2.7 Klachten en meldingen Als inwoners overlast ervaren, kan men een melding doen bij de Milieu Klachten Centrale. Deze milieuklachten gaan bijvoorbeeld over geluid, geur, bodem- of luchtverontreiniging. De ODZOB controleert of het bedrijf zich aan de milieuregels houdt. De insteek is om meer gebruik te maken van de beschikbare informatie vanuit de Milieu Klachten Centrale en hiermee beter onderscheid te maken tussen incidentele klachten en de meer structurele aandachtbedrijven per gemeente. De inzet is dan ook gericht op het tijdig en meer structureel in beeld krijgen van lokale probleembedrijven, de situatie van het bedrijf op inrichtingsniveau, het formuleren van doelen hierbij en het gezamenlijk bepalen van vervolgacties.

Pagina 16 van 29

Hoofdstuk 3 Toezicht en Handhaving In het kader van onder andere de Wabo, Drank- en Horecawet, APV en bijzondere wetten is de gemeente bevoegd om toe te zien op de regels die op grond van deze wetten zijn gesteld en daarop te handhaven. Dit betreft onder andere de onderdelen milieu, bouw, ruimtelijke ordening, evenementen, kermisterreinen, parkeren, bouwen, planologisch strijdig gebruik, in- en uitritten, kappen en slopen, natuur en milieuactiviteiten. Ook activiteiten in en aan monumenten vallen hieronder. Onze uitgangspunten voor toezicht hebben we vastgelegd in het beleidskader VTH. De gemeente heeft op grond van de Wabo de taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving. Daarover moeten gegevens verzameld en vastgesteld worden. Verder is het een wettelijke taak om klachten te behandelen die betrekking hebben op de naleving van de regels. Toezicht en handhaving is keuzes maken. Er zal nooit capaciteit beschikbaar zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. Daarom zijn in het VTH-beleidsplan 2020-2023 van de gemeente Laarbeek prioriteiten, de strategieën en doelen voor toezicht en handhaving opgenomen. Deze zijn nog steeds leidend bij de uitvoering van de werkzaamheden. In de beleidsstukken zijn daarom ook keuzes gemaakt in prioritering op basis van een risico inschatting.

De prioritering heeft gevolgen voor de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag en de mate van toezicht.

3.1

Beleidsdoelstellingen voor Toezicht en Handhaving

Voor toezicht en handhaving zijn doelstellingen in het beleidsplan geformuleerd die in de uitvoering nagestreefd worden in het gehele proces van toezicht en handhaving. Deze zijn: • Een veilige en gezonde leefomgeving. Toelichting: Voor de vergunningverlening betekent dit dat waar mogelijk wordt ingezet op de best beschikbare technieken en emissie-eisen worden opgelegd, de brandveiligheidstoets zorgvuldig wordt uitgevoerd en zelfcontrole wordt gestimuleerd. Dit conform wettelijke regelgeving. Voor het toezicht betekent dit speciale aandacht voor gevaarlijke en zeer zorgwekkende stoffen, toezien op een goede staat van voorgeschreven voorziening en sturen op het gedrag van de vergunninghouder. • We weten wat er in onze gemeente gebeurt. Toelichting: Door middel van interactie met de samenleving, veldtoezicht, gevelcontroles e.d., en het ITV-project, maar ook op basis van signalen houden we grip op het gebruik van panden op bedrijventerreinen, in woonwijken en in het buitengebied. • We beschermen onze waarden. Toelichting: Dit kunnen bijvoorbeeld archeologische-, erfgoed- of natuur en landschapswaarden zijn. Bij de vergunningverlening doen we dit door vooraf te toetsen op mogelijke aantasting en als voorkomen niet mogelijk is mitigerende voorwaarden te stellen. Bij het toezicht doen we dit met name door veldtoezicht gericht op illegale praktijken.

Pagina 17 van 29

• We bestrijden overlast. Toelichting: Dat doen we door adequaat te reageren op klachten en door toezicht op bijvoorbeeld het hondenuitlaatgedrag en toezicht op evenementen. We verwachten hierin actieve wederkerigheid vanuit de samenleving. • Bedrijven en andere doelgroepen moeten voldoen aan wettelijke regels. Toelichting: Daarvoor voeren we regulier bouw- en milieutoezicht uit, en staan onze ogen en oren open als we in het veld zijn. •

Emissies van milieubezwaarlijke en zorgwekkende stoffen en emissies die kunnen leiden tot gezondheidsschade moeten tot een minimum worden beperkt.

3.2

Nieuwe ontwikkelingen 2021 Toezicht en Handhaving

3.2.1 Toezicht en Handhaving Algemeen doel voor toezicht en handhaving is dat naast de sturing op basis van een inschatting van risico’s, steeds meer gestuurd wordt op basis van (nalevings)informatie. De focus ligt uiteraard op de taken met hoge prioriteit en juist op die taken moet naleving worden verbeterd. Toezichtstaken zijn vraag gestuurd als het om toezicht op verleende vergunningen gaat. Ook een melding of een verzoek om handhaving kan aanleiding zijn voor het uitvoeren van een controle. Bij handhaving vormt het waarnemingsrapport van een toezichthouder de basis voor het aanleggen van een handhavingsdossier. Met uitzondering van verzoeken om handhaving, kan de handhavingscapaciteit vooral worden ingezet op overtredingen waarvoor het beleid prioriteiten stelt. Vanuit een oplossingsgerichte in plaats van proceduregerichte aanpak en houding wordt eerst het gesprek aangegaan met de overtreder. Zo mogelijk wordt de doorlooptijd van handhavingsdossiers korter, waarbij de kwaliteit in het oog wordt gehouden. De handhavingsvoorraad loopt niet onnodig op, waarbij achterstanden worden voorkomen door tijdig bij te sturen. 3.2.2 Informatie gestuurd handhaven De inzet van de toezichtcapaciteit wordt grotendeels bepaald door het aantal verleende omgevingsvergunningen, ingediende meldingen voor sloop, brandveilig gebruik en milieu(vergunningentoezicht).

De inzet van de handhavingscapaciteit (zowel juridisch als toezicht) is afhankelijk van het aantal handhavingsverzoeken, klachten en meldingen, het aantal daaruit voortvloeiende overtredingen, het aantal overtredingen bij het vergunningentoezicht en periodiek toezicht, projecten of thema’s en bezwaar- en beroepsprocedures. Aandachtspunt is dat we steeds meer gebruik gaan maken van informatie gestuurde handhaving. Belangrijk is daarbij dat de systemen “op orde zijn” en gekoppeld zijn dan wel worden met systemen van handhavingspartners (zoals de Omgevingsdienst) en onze basisregistratie. Het delen van informatie binnen de organisatie moet verder worden vormgegeven om tot betere ontsluiting, advisering en dienstverlening.

Pagina 18 van 29

Om de deze aanpak effectief te laten verlopen, is verantwoordelijkheidsgevoel op het gebied van veiligheid onder inwoners, ondernemers, scholen, verenigingen etc. van groot belang. Een actieve houding in de maatschappij zorgt voor een hogere mate van zelfredzaamheid en geeft tegelijkertijd een stimulans op het veiligheidsgevoel. Een goed voorbeeld op het gebied van actieve wederkerigheid zijn de KVO’s, Meld Misdaad Anoniem (MMA), WhatsApp groepen (62 stuks), Buurtpreventieteams en Dorpsraden met werkgroepen. Het werken met platforms zorgt ervoor dat problematiek via verschillende invalshoeken wordt bekeken. Zo vinden er regelmatig bijeenkomsten plaats waarin het gesprek wordt aangegaan met inwoners en ondernemers. Dit zorgt voor een gezamenlijke aanpak van veiligheidsproblematiek, een stimulans op de onderlinge verhoudingen tussen burgers en draagt positief bij aan de sociale kwaliteit in de wijken. 3.2.3 Omgevingswet Het jaar 2021 is een belangrijk jaar voor de gemeente om voorbereid te zijn op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting per 1 januari 2022. Deze wet betekent nieuwe instrumenten zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en een ingrijpende stelselwijziging. De Omgevingswet heeft een grote impact op de organisatie van de gemeente als het gaat om procedures, werkprocessen en digitale systemen in het brede fysieke domein.

Daarmee heeft de wet ook invloed op hoe wij als gemeente onze dienstverlening en de uitvoering van de VTH-taken organiseren. Dat betekent in 2021 meer inzet van de medewerkers voor opleidingen en om de processen op orde te krijgen, terwijl het regulieren werk ook doorgaat. We geven hier hoge prioriteit aan en zullen dit goed monitoren en zo nodig aanvullende maatregelen nemen. De gemeenteraad stelt jaarlijks €100.000 beschikbaar voor implementatie van de Omgevingswet. Hiervoor is aanvullend structureel tevens een formatieplaats beschikbaar gesteld (1FTE) voor medewerker Omgevingswet. 3.2.4 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Laarbeek Op aangeven van de VNG en de ambtelijke organisatie wordt de APV in 2021 geactualiseerd. Deze zal naar verwachting in het derde kwartaal van het jaar aan onze gemeenteraad worden voorgelegd. 3.2.5 Bibob-beleid Op grond van artikel 7 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob) kunnen het college en de burgemeester bij de behandeling van een aanvraag om vergunning, een advies vragen aan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen op basis waarvan de vergunning mogelijk geweigerd kan worden. Om te komen tot een eenduidige en effectieve uitvoering van de bevoegdheden van de wet Bibob is eind 2019 het gemeentelijke Bibob-beleid vastgesteld.

Het Bibob-beleid is de laatste jaren aangepast op het onderdeel Wabo, Milieu en subsidies waardoor Bibob (specifieker) toegepast kan worden. Om hierop te anticiperen heeft er ook een uitbreiding qua uren plaatsgevonden. In 2021 wordt dit verder ingevuld. 3.2.6 Verbinden van zorg, veiligheid en handhaving In de zoektocht naar een goede balans tussen repressie, zorg en preventie, speelt de positie van veiligheid en handhaving een belangrijke rol. Wij willen een veilige omgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers om te wonen, werken en te verblijven. Dit met de doelstellingen:

Pagina 19 van 29

1. Verhogen van het gevoel van leefbaarheid en veiligheid 2. Vergroten van het veiligheidsbewustzijn en zelfredzaamheid van inwoners en ondernemers. 3. Anders en slimmer toezicht houden en handhavend optreden in aandachtsgebieden. Om voornoemde doelstellingen te bereiken gaan we in 2021 veiligheid en handhaving nadrukkelijker met elkaar verbinden. 3.2.7 Damocles, overlast en ondermijning Een groot gedeelte van de geplande uren bij toezicht en juridische handhaving is gericht op de uitvoering van het Damoclesbeleid, voorkomen van overlast en ondermijning. Dit zijn uiteenlopende taken zoals opvolging meldingen, opvolging bestuurlijke rapportages van de politie, opvolging van klachten maar ook het daadwerkelijk sluiten van panden, houden van toezicht en overgaan tot bestuurlijke handhaving. Daarnaast natuurlijk zichtbaar zijn op straat maar ook bij evenementen. Het thema ondermijning een hoge prioriteit. Bij reguliere controles (milieu, bouwen, ruimtelijke ordening, BRP, BAG), klachten en meldingen worden signalen voor ondermijnende criminaliteit altijd in een lokaal informatieoverleg besproken. Ondermijning gaat verder dan alleen drugs maar bestaat uit diverse activiteiten. In verband met de aanpak zijn diverse afspraken vastgelegd. Dit om mogelijke terechte signalen in vroeg stadium te kunnen volgen of actie op uit te zetten.

Dat kan via de verschillende strategieën en is natuurlijk afhankelijk van de aanpak. Integraal en daadkrachtig optreden tegen ondermijning gaat in samenwerking met de politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst, het RIEC en overige overheidspartners 3.2.8 Themagericht toezicht (bestuurlijke prioriteiten) Er is in het ROK Milieutoezicht aandacht voor de aanpak en invulling van bestuurlijke prioriteiten en bestuurlijke sensitiviteit. Deze bestuurlijke prioriteiten kunnen vanuit lokaal, regionaal dan wel provinciaal of via rijksniveau op de agenda komen. De afgelopen jaren is vanuit de samenwerking met andere (handhaving)partners en onder andere vanuit het provinciale toezichtprogramma ervaring opgedaan met een aantal themagerichte projecten. Daarnaast zijn door de bestuurders met het tot stand komen van het ROK al enkele bestuurlijke prioriteiten genoemd. Deze thema’s zijn gebundeld en krijgen verder vorm volgens een projectmatige aanpak. 3.2.9 Taskforce Intensivering Toezicht veehouderijen Als gevolg van de versnelling van de transitie van de veehouderij hebben de omgevingsdiensten in Noord-Brabant extra VTH werkzaamheden voor deze diensten in de periode 2020 t/m 2022 in beeld gebracht. Dit heeft geleid tot een maatregelenpakket opgenomen in het zogenoemde ITV-project ‘Intensivering Toezicht veehouderijen’. Wij zien dit als een branchegerichte aanvulling van de ROK’s.

Pagina 20 van 29

Hoofdstuk 4 Taken en uitvoering 2021 4.1

Taken en uitvoering ODZOB en VRBZO

4.1.1 Taken van de ODZOB De ODZOB verzorgt de planning voor de te bezoeken bedrijven, met inachtneming van het beschikbare budget (vastgelegd in het Werkplan ODZOB 2021) en onze prioriteiten. Tevens pakt de ODZO een deel van de juridische handhaving omtrent milieu overtredingen op zich. De deelnemers binnen de ODZOB hebben in 2019 voor het toezicht van agrarische en industriële bedrijven een Regionaal operationeel kader (ROK) vastgesteld en in 2020 ingevoerd. Met de invoering van dit ROK is de relatie van de beleidscyclus en uitvoeringscyclus gerealiseerd. Wij hebben voor vergunningverlening werkafspraken met de ODZOB. Sinds 2018 rapporteert de ODZOB hierover zodat tijdig kan worden geanticipeerd op ontwikkelingen en zo nodig via de kadernota daarop kan worden bijgestuurd. In het kader van de implementatie van de Omgevingswet worden de bestaande werkafspraken en werkprocessen met de ODZOB in 2021 geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Wij gaan de bestaande werkafspraken met de ODZOB evalueren en zullen daarbij aansturen op een monitoring en evaluatie van projecten die recht doet aan de prioriteiten die wij gesteld hebben en de doelstellingen die wij hebben geformuleerd. Onze insteek daarbij is dat projecten worden uitgevoerd op basis van projectplannen met een zodanig format, dat het eindverslag bruikbare resultaten oplevert.

Wij realiseren ons daarbij dat we niet de werkprocessen van de ODZOB kunnen bepalen of wijzigen. Wij hebben voor vergunningverlening en toezicht meer of minder gedetailleerde werkafspraken met de ODZOB. Sinds 2018 rapporteert de ODZOB over de door haar uitgevoerde taken. Wij gaan de bestaande werkafspraken met de ODZOB evalueren en zullen daarbij aansturen op een monitoring en evaluatie van projecten die recht doet aan de prioriteiten die wij gesteld hebben en de doelstellingen die wij hebben geformuleerd. Tabel 1: taken (basis en verzoek) en beschikbare middelen voor de ODZOB. Taak

Prio

Product nr. Soort Aantal Aantal WP ODZOB toezicht objecten controles

€

Bouwtoezicht Toezicht bouw tot € 100.000,Toezicht bouw € 100.000,tot € 1.000.000 Toezicht bouw boven € 1.000.000,-

206

Sloopmeldingen

206

Toezicht op naleving van specifieke voorwaarden bij omgevingsvergunningen

O O

225

O

200 186.300

118 O

n.b

Pagina 21 van 29

Taak

Prio

Product nr. Soort Aantal Aantal WP ODZOB toezicht objecten controles

Toezicht aanpassing monumenten Vergunningsvrije bouwwerken Milieutoezicht Toezicht op risicovolle bedrijven

201

Toezicht op IPPC-installaties Toezicht op intensieve veehouderijen Toezicht op overige veehouderijbedrijven Toezicht op overige type C bedrijven Toezicht op overige type B bedrijven

O

n.b

O

6

O

pm

O

pm

€

pm O

pm

O

pm

O

pm

Toezicht op type A bedrijven

O

Klachtenbehandeling Toezicht grondstromen en kwaliteit gronddepots (Besluit bodemkwaliteit) Toezicht op asbestverwijdering met melding

K

193.693

100

204 O/V

5.940

O

17.800

206

* O = Objectgericht, V= veldtoezicht, G = gebiedsgericht, K = na klachten

Het aantal controles in rood is een schatting gebaseerd op de praktijk van de achterliggende jaren.

Volledigheidshalve geven we aan dat voor de WABO vergunningverlening een bedrag van € 255.468 is gereserveerd (2580 uren). Dit inclusief de interne advisering bij de ODZOB over aspecten als geluid, erfgoed, etc. Dit op basis van extrapolatie van voorgaande jaren.

4.1.2 Taken en middelen VRBZO De middelen die voor de VRBZO beschikbaar zijn worden volgens de door de VRBZO opgestelde systematiek verdeeld. Daarmee hebben wij ingestemd en over de achterliggende jaren heeft de uitvoering onze instemming. Wel gaan wij in overleg met de VRBZO om de rapportage meer op inhoud te krijgen. De VRBZO levert jaarlijks een uitvoeringsplan en een verslag aan op basis waarvan wij kunnen evalueren aan de hand van de gestelde prioriteiten en doelen. Het uitvoeringsplan van de VRBZO maakt als bijlage onderdeel uit van het Uitvoeringsprogramma VTH. De bijdrage van de VRBZO betreft in hoofdzaak advisering op het gebied van brandveiligheid en het uitvoeren van toezicht op de brandveiligheid. De VRBZO voert twee soorten controles uit: de opleveringscontrole en reguliere controles voor activiteiten vallen onder categorie B en C bij evenementen. Voor de categorie A worden door de

Pagina 22 van 29

gemeente de eerste controles uitgevoerd. Wanneer expertise nodig is wordt de VRBZO ingeschakeld. Een belangrijk doel van brandveiligheidscontroles is natuurlijk het voorkomen van incidenten met brand doordat voldaan wordt aan de voorschriften die in dat kader gesteld worden in weten regelgeving. Dit komt tot uiting in het toezichtprogramma van de gemeente en de VRBZO. De taken op het gebied van brandveiligheid worden in samenwerking met de VRBZO uitgevoerd. De financiële middelen hiervoor zijn vastgelegd in de begroting van de Veiligheidsregio. De bijdrage aan de veiligheidsregio is opgenomen in onze begroting. De middelen die voor de VRBZO beschikbaar zijn worden volgens de door de VRBZO opgesteld systematiek verdeeld. Daarmee hebben wij ingestemd en over de achterliggende jaren heeft de uitvoering onze instemming. Wel gaan wij in overleg met de VRBZO om de rapportage meer op inhoud te krijgen.

4.2

Taken en uitvoering gemeente

4.2.1 Taken en uitvoering Toezicht en Handhaving Covid-19 heeft in 2020 flinke impact gehad op de uitvoering van toezicht en handhaving. Hierdoor zijn prioriteiten verlegd. Er is veel aandacht uitgegaan naar handhaving en de voorlichting van de noodverordening en Tijdelijke wet maatregelen Covid-19. Voor 2021 is voor dit moment nog niet duidelijk in hoeverre de extra aandacht Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 gevolgen heeft voor het (reguliere)handhavingsprogramma. Bij de planning van onze taken proberen wij grotendeels aansluiting te zoeken bij programma zoals we deze oorspronkelijk in 2020 hadden gepland. Daarbij rekening houdende met de zaken die wel gewoon zijn doorgegaan in 2020. 4.2.2 Team Toetsing en Handhaving (11 FTE) In deze paragraaf leest u hoe de personeelsformatie binnen het cluster VTH is opgebouwd en welke persoon/personen (op functieniveau), welke taak/activiteit uit het uitvoeringsplan uitvoert/uitvoeren. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat 1fte gelijk staat aan 1527 productieve uren. Van de beschreven activiteiten uit dit uitvoeringsplan, wordt het grootste gedeelte uitgevoerd door de medewerkers van het team Toetsing en Handhaving. Het team houdt toezicht op het gebied van ruimtelijke ordening, bijzondere wetten, openbare ruimte en APV. Ook wordt er bestuursrechtelijke uitwerking gegeven aan het PIT.

Cluster Juridisch VTH (4,3 FTE) Het cluster juridisch VTH bieden juridische ondersteuning voor de toezichthouders APV/Bijzondere wetten en, toezichthouders ro. Zij zorgen ervoor dat geconstateerde overtredingen een juridisch vervolg krijgen. Het cluster Juridisch VTH komt in beeld als uit het toezicht blijkt dat burgers of bedrijven de wet niet naleven. Het team bestaat uit een vijftal juristen. • Het voeren van (juridische) handhavingsprocedures (mede conform de strategieën uit het VTH-plan). Juridische procedures: zienswijzen, bezwaar, beroep, hoger beroep en “mediation-oplossingen”;

Pagina 23 van 29

• •

• •

Algemene juridische en beleidsadvisering op het gebied van de fysieke leefomgeving; Het voeren van de regie op toezicht en handhaving als het toezicht wordt uitgevoerd door een van onze partners. Dat zijn met name de Omgevingsdienst (milieu en bouwen), de brandweer (brandveiligheid), de politie (Opiumwet) en Peel Interventie team (PIT); Uitvoeringsbeleid maken en actueel houden en; Bijhouden kennis (cursussen, jurisprudentie, actualiteit wetgeving en implementatie).

Het cluster Juridisch VTH heeft in 2021 een vaste formatie van 4,3 FTE. Waarvan 1 FTE beschikbaar is gesteld voor implementatie van de Omgevingswet. (Dit staat los van het structureel beschikbaar gestelde bedrag voor implementatie van de Omgevingswet) Cluster toezichthouders bouw/ro (2,4 FTE) Het cluster Toezicht ruimtelijke ordening bestaat uit “2 Toezichthouders RO”. De regisseur ODZOB is de schakel tussen de gemeente en de Omgevingsdienst op het gebied van vergunningverlening en toezicht (bouw en milieu) tevens vallen de woonwagenzaken onder zijn takenpakket (0,75 FTE). Het cluster heeft de volgende taken • Toezicht op Handelen in strijd met ruimtelijke regels; • Uitvoeren en rapporteren van handhavingscontroles; • Behandelen van klachten en meldingen van inwoners onder andere: • Controles uitvoeren naar aanleiding van meldingen uit de BAG; • Onderzoek uitvoeren en actie ondernemen n.a.v. landelijke ontwikkelingen. • Nazorg bij calamiteiten op bouwtechnisch vlak; • Bouwtoezicht op bestaande bouwwerken en; • Toezicht op bestaande bouw. Cluster BOA (2 FTE) De werkzaamheden van de BOA’s bestaan in hoofdzaak uit het toezicht houden op o.a. de APV en de DHW. Indien er overtredingen zijn, treden zij handhavend op. • Afhandelen van alle handhavingsverzoeken, meldingen en klachten.

Dit zijn doorgaans meldingen/verzoeken omtrent: zwerfafval, foutief aanbieden huishoudelijke afval, honden, jeugdoverlast, uitstallingen en parkeren, etc.; • Extra controles naar aanleiding van handhavingsverzoeken, meldingen of klachten indien er sprake is van politieke gevoeligheid of onrust bij omwonenden of bedrijven; • Actief en preventief toezicht houden op, en handhaven van, de hoogste prioriteiten uit het handhavingsbeleid welke binnen de bevoegdheden van de BOA’s vallen; • Toezicht op blauwe zone, foutief parkeren en het onterecht innemen van een invalideparkeerplaats zonder vergunning. Cluster Vergunningverlening, APV, Bijzondere wetten (1,3 FTE) Dit cluster bestaat uit 2 medewerkers. Zij zijn werkzaam op het gebied van: • De Algemene Plaatselijke Verordening; • Horeca-wetgeving zoals de Drank & Horecavergunning;

Pagina 24 van 29

• • •

Exploitatievergunning; Bibob: uitvoering bibob beleid, bibob toets, bibob advies aanvragen, vertaling in besluiten en; Een aantal andere specifieke wetgeving.

Medewerker Integrale Veiligheid (1 FTE) De medewerker integrale veiligheid vertegenwoordigt het gemeentelijk integraalveiligheidsbeleid en is ondersteuner van het bestuur. De medewerker fungeert zowel voor veel interne partijen als voor externe organisaties als aanspreekpunt op het gebied van veiligheid en ondermijning. 4.2.3 Gemeentelijke taken voor 2021 Voor de gemeentelijke taken is in de onderstaande tabel inzichtelijk gemaakt hoe de beschikbare middelen zijn verdeeld. Gezien de impact die Covid 19 heeft gehad op het de uitvoering van onze taken op het gebied van handhaving en toezicht is het lastig geweest om conclusies te trekken uit de evaluatie 2020 en bijstelling door te voeren voor 2021. Het programma 2021 laat daarom ten opzichte van 2020 op het onderdeel gemeentelijke taken in de uitvoering weinig wijzigen zien. Met handhavingsthema openbare orde en veiligheid heeft het voorkomen van overlast en leefbaarheid een gemiddeld prioriteit. Deze heeft een samenhang met overtredingen van de APV. Ten aanzien van de openbare ruimte komen er wel veel klachten en meldingen binnen. Het toezicht met betrekking tot het gebruik van de openbare ruimte en eigendommen en het toezicht met betrekking tot parkeerproblemen ligt grotendeels bij de BOA’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=ed996c8c-ff39-411d-9849-a01a0751d80f