CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

19 20231221 Bestemmingsplan Regels Toelichting Buitengebied Herendijk 22-24 te Beek en Donk

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Herendijk 22-24 Beek en Donk26.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Conform de kaart ‘Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ van de Iov is binnen de planlocatie geen NNB aanwezig, zie navolgende afbeelding. De beoogde ontwikkelingen hebben daarom geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016. Daarbij wordt opgemerkt dat door de aanleg van de zorgvuldige landschappelijke inpassing de ecologische waarden in de omgeving versterkt zullen worden. Zoals te zien in de volgende figuur is de locatie niet in het NNN gelegen. Het dichtstbijzijnd NNN gebied is gelegen op een afstand van ongeveer 600 meter.

Uitsnede kaart NNN. Bron: Provincie Brabant (iov) 48

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

4.3.1 Archeologie Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veilig gesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Gemeenten stellen, ter bescherming van mogelijk voorkomende archeologische waarden, een eigen beleid op, waarbij de kans op het aantreffen van archeologische resten in de bodem is weergegeven in een archeologische verwachtingskaart. Afhankelijk van de verwachtingswaarde stelt de gemeente Laarbeek voorwaarden voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek.

Zoals te zien in de volgende figuur is de locatie vanuit de archeologische verwachtingskaart gelegen in een gebied dat is aangemerkt als 'Hoge archeologische verwachting' en 'Middelhoge archeologische verwachting'. Op de plek van de argeologische verwachtingen zullen geen werk of werkzaamheden worden uitgevoerd. Op de plek van de agrarische bebouwing is er geen archeologische verwachting meer. Daarnaast worden ter plaatse geen werken en werkzaamheden uitgevoerd die de voorwaarden uit het bestemmingsplan overschrijden.

Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Laarbeek 2021 Bron: Gemeente Laarbeek. De gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde hebben de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5.1' gekregen. Ten aanzien van deze gebieden stelt de gemeente in haar beleid dat nader 49

onderzoek nodig is bij ingrepen van meer dan 500 m² en dieper dan 0,3 centimeter onder maaiveld. De gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6.1' gekregen. Ten aanzien van deze gebieden stelt de gemeente in haar beleid dat nader onderzoek nodig is bij ingrepen van meer dan 2.500 m² en dieper dan 0,3 centimeter onder maaiveld. Bij de voorgenomen ontwikkeling is een omschakeling van de bestemming van 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' naar 'Wonen'. Er vindt geen uitbreiding van het bebouwing plaats. Hiermee kan worden gesteld dat een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Mogelijk voorkomende archeologische resten zullen niet worden geschaad. 4.3.2 Cultuurhistorie Het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland bestaat uit monumentale panden, historische zichtlijnen, kenmerkende landschappen en waardevolle lijn- en/of vlakelementen. Het cultuurhistorisch erfgoed geeft een beeld van de geschiedenis van het landschap. Daarom is bescherming van deze elementen van belang. De cultuurhistorische waarden van een gebied zijn in kaart gebracht in de zogenaamde cultuurhistorische waardenkaart. Deze wordt door de provincies beheerd. Zoals te zien in de volgende figuur zijn nabij de locatie geen cultuurhistorisch waardevolle elementen gelegen.

Uit snede kaart 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' Bron: Viewer Iov (ruimtelijkeplannen.nl) 50

Gezien de locatie niet nabij cultuurhistorisch waardevolle elementen is gelegen zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van onevenredige aantasting van cultuurhistorisch waardevolle elementen.

4.4

Verkeer en parkeren

4.4.1 Verkeersbewegingen Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een herziening van het bestemmingsplan. Er zullen bij de beoogde situatie voornamelijk personenvervoersmiddelen van en naar de projectlocatie gaan. De verkeersbewegingen zullen vele malen lager liggen dan dat het geval is bij een agrarisch bedrijf. De verkeersbewegingen van een camperplaats zijn bovendien seizoensgebonden. Overeenkomstig de brochure 'toekomstbestendig parkeren' van het CROW mag er bij een camping uitgegaan worden van 0,4 verkeersbewegingen per standplaats per dag. Dit komt tijdens het kampeerseizoen overeen met 20*0,4 = 8 verkeersbewegingen per dag. In dezelfde brochure wordt voor een vrijstaande woning 8,2 verkeersbewegingen per dag aangehouden. Dit aantal is zo gering dat er geen sprake zal zijn van negatieve effecten op de verkeersveiligheid of toenemende overlast aan de omgeving. 4.4.2 Infrastructuur en parkeren Een goede ontsluiting is gerealiseerd op de Herendijk. De locatie is voorzien van meerdere inritten welke aansluiten op de openbare weg. Hierbij heeft het inkomend en vertrekkend verkeer voldoende ruimte om het bedrijf te betreden en verlaten, waardoor geen onnodige verkeershinder op de openbare weg zal plaatsvinden. Op het terrein zelf is voldoende gelegenheid voor personenauto's en vrachtwagens om te keren.

Hierbij hoeft niet op de openbare weg alsnog gekeerd te worden, waardoor geen achteruit rijdende personenauto's en/of vrachtwagens de openbare weg op hoeven rijden. Dit bevordert de verkeersveiligheid. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal uitsluitend gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. Hierbij zal rekening worden gehouden met de capaciteit van de ontsluitingsweg, zodat geen situatie ontstaat waarbij meer verkeer over de ontsluitingsweg rijdt dan dat deze kan verwerken. Hiermee kan worden gesteld dat geen sprake is van aantasting van de bestaande infrastructuur. Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 heeft de gemeente Laarbeek op 7 juni 2018 de paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen Laarbeek' vastgesteld. Dit bestemmingsplan betreft een paraplubestemmingsplan waarbij het vigerende Parkeerbeleidsnota 2014 (en diens rechtsopvolger(s)) van de gemeente Laarbeek wordt ingepast in de vigerende bestemmingsplannen van de gemeente Laarbeek. Hierdoor wordt het voor de gemeente mogelijk om bij nieuwbouwplannen of wijzigingen van het gebruik eisen te kunnen (blijven) stellen aan het aantal parkeerplaatsen en hierbij te toetsen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Uit het hierboven genoemde bestemmingsplan en de Parkeerbeleidsnota 2014 volgt dat voor een vrijstaande woning in het buitengebied een norm geldt van 2,0-2,8 parkeerplaatsen per woning.

Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in minimaal drie privé parkeerplaatsen. In de huidige situatie vindt het parkeren geheel op eigen terrein plaats. Bij de voorgenomen ontwikkeling is het vereist dat het parkeren ook na realisatie van het project geheel op eigen terrein plaatsvindt. Ook na realisatie van het project zal er op eigen terrein voldoende gelegenheid zijn voor zowel vracht- als personenauto's om te kunnen parkeren. Hiermee zal parkeren, ook na realisatie van het project, geheel op eigen terrein plaatsvinden.

4.5

Wateraspecten

Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.a.) voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Met ingang van 3 juli 2003 is een watertoets in de vorm van een waterparagraaf en de toelichting hierop een verplicht onderdeel voor ruimtelijke plannen en projecten van provincies, regionale openbare lichamen en gemeenten. De watertoets is verankerd in de Waterwet (Wtw). Dit houdt in dat de toelichting bij het 51

ruimtelijk plan of project een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Dit beleid is voortgezet in het huidige Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In dit besluit wordt het begrip “waterhuishouding” breed opgevat. Aangesloten wordt bij de definitie zoals die is opgenomen in de Wtw. Zowel het oppervlaktewater als het grondwater valt onder de zorg voor de waterhuishouding. Bij de voorbereiding van een waterparagraaf dienen alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten beoordeeld te worden. De locatie valt onder het werkgebied van het waterschap Aa en Maas (hierna: het waterschap). Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling vinden er veranderingen van de bouwwerken en verhardingen plaats. De sheds met de nodige verharding wordt gesloopt. Dit komt ten goede van de waterhuishouding op de locatie. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal het verhard oppervlak niet toenemen. Hiermee is geen aanvullende compensatie vereist en zal met de voorgenomen ontwikkeling sprake zijn van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. In de huidige situatie wordt het hemelwater afgekoppeld op de omliggende sloten. Omdat de verharding afneemt zal de hoeveelheid water wat naar de sloten wordt afgevoerd, worden verminderd. Het hemelwater wordt afgekoppeld op de omliggende sloten.

Tevens grenst het plangebied aan een A-watergang en een beschermingszone die wordt beheerd door het waterschap Aa en Maas. In het onderstaande figuur is de ligging van deze watergang weergegeven. De beschermingszone strekt zich uit over een afstand van 5 meter vanaf de insteek van de watergang. Om de ongehinderde doorstroming van de A-watergang te waarborgen en om de ruimte te vrijwaren voor beheer en onderhoud, zal de beschermingszone onverstoord en vrij van obstakels blijven.

Uitsnede actuele leggerkaart waterschap Aa en Maas Bron: waterschap Aa en Maas De bestemming wordt gewijzigd van 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' naar 'Wonen' en 'Agrarisch'. 52

53

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het project. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaar van het project. Een tweede bepaling omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van projectkosten. In principe dient bij vaststelling van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van projectkosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeente een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Bro zijn deze bouwplannen nader omschreven: "Artikel 6.2.1 Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e.

de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte." Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een in het betreffende artikel genoemde bouwplan, waarmee geen exploitatieplan nodig is. Kosten voor het uitvoeren en doorlopen van de procedure zijn daarnaast voor rekening van de initiatiefnemer. Gemaakte kosten door de gemeente worden middels het heffen van leges op de initiatiefnemer verhaald, zoals is opgenomen in de legesverordening van de gemeente Laarbeek. Hiermee kan worden gesteld dat het project financieel haalbaar wordt geacht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voorliggend plan betreft een herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied" van gemeente Laarbeek en wordt opgesteld conform de Uniforme Voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In het kader van deze procedure wordt eenieder tijdens de terinzagetermijn in de gelegenheid gesteld zienswijzen op het plan in te dienen. Wanneer het plan ter inzage ligt wordt gepubliceerd in de gemeentelijke bladen, op de gemeentelijke website en in het digitale Gemeenteblad. Tevens wordt het plan voor eenieder digitaal raadpleegbaar gesteld via www.ruimtelijkeplannen.nl.

5.3

Zienswijzen

Het plan is ter beoordeling voorgelegd aan zowel de provincie Noord-Brabant als het waterschap Aa en Maas. Op 21 juli heeft het waterschap Aa en Maas een zienswijze ingediend. In deze zienswijze benadrukte het waterschap het belang van het beschouwen van de nabijgelegen A-watergang en de bijbehorende beschermingszone. Deze opmerking is in acht genomen en geïntegreerd in het plan. In bijlage 6 is de Nota van Zienswijzen opgenomen, waarin de zienswijze en de daaropvolgende aanpassingen beschreven zijn in het voorgenomen plan.

54

5.4

Handhaving

Een bestemmingsplan en/of een omgevingsvergunning is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Laarbeek vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van een ruimtelijk project heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van een bestemmingsplan of een vrijstelling.

55

Hoofdstuk 6 6.1

Wijze van bestemmen

Doel en reikwijdte

Het bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. In artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat twee begrippen centraal staan. Dit zijn: 1. goede ruimtelijke ordening; 2. uitvoerbaarheid. Als een plan aan deze twee eisen voldoet, voldoet het aan de wet. Via een bestemmingsplan worden functies aan gronden gegeven. Vanuit de Wro volgt een belangrijk principe, namelijk toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder, etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan bepaalt uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en; 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsregels zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en kan daarbij regels geven voor: 1. het bebouwen van de gronden; 2.

het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is niet het enige instrument. Andere wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Monumentenwet 1988, de Algemeen Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitvoeren van het ruimtelijk beleid. Via overeenkomsten kan de gemeente met betrokken partijen aanvullende afspraken maken voor zover dat niet via het bestemmingsplan geregeld kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het zeker stellen dat bepaalde activiteiten ook werkelijk verricht worden om zo het toelatingskarakter van een bestemmingsplan aan te scherpen.

6.2

Onderdelen van een bestemmingsplan

Een bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen. Dit zijn de toelichting, de planregels en de verbeelding (plankaart).

6.2.1 De toelichting De toelichting wordt opgesteld volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hier staat, in het kort, dat in de toelichting verslag gedaan moet worden van de gemaakte keuzes in het plan. Voor een ontwikkelingsgericht plan vraagt dat een andere motivatie dan voor op beheer gerichte plannen (een plan kan ook zowel ontwikkelingsgericht zijn voor het ene deel en voor een ander deel beheergericht). Ook moet ingegaan worden op het aspect water, de afstemming met andere overheden (indien nodig), het onderzoek voor zover nodig voor de uitvoerbaarheid en de wijze waarop inspraak is verricht (indien nodig). Als er bij het bestemmingsplan een milieu-effect rapport is gemaakt hoeft niet ingegaan te worden op monumentale en/of andere waarden in het plangebied noch de milieukwaliteit in het gebied, want dat gebeurt in dat geval in het milieu-effect rapport. Via de toelichting wordt zo inzicht gegeven in de twee eisen uit artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 56

Centraal in de toelichting moet staan waarom de functies als opgenomen op de plankaart, met de bijhorende regels, de mogelijkheden bieden en waarom dit past op die locatie. Bijlagen bij de toelichting: Bij de toelichting kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan zelf. Omdat ze een onlosmakelijk onderdeel zijn van het bestemmingsplan kan de toelichting zelf kort van tekst blijven omtrent het desbetreffende onderwerp. Hierdoor blijft de toelichting zelf kort en daarmee leesbaar. Algemene beleidsdocumenten hoeven vanwege het algemeen geldende karakter niet als bijlage opgenomen te worden bij het bestemmingsplan. Denk aan verschillende sectorale beleidsdocumenten als ook structuurvisies. Een toelichting moet, voor zover het beleidsstuk relevant is voor het plan, aangeven wat de relatie is tussen het bestemmingsplan en dat beleidsdocument.

6.2.2 De planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Deze begrippen zijn soms erg belangrijk voor een goed inzicht in de gebruiksmogelijkheden. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald; 2. Bestemmingsregels: In dit hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Als er voorlopige bestemmingen, nog uit te werken bestemmingen en/of dubbelbestemmingen zijn, worden die ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels opgenomen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving, vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Ten slotte zijn (eventuele) omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden opgenomen, aangevuld met mogelijke wijzigingsbevoegdheden. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden.

Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld; 3. Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter die gelden voor het hele plan. Deze moeten daarom altijd goed gelezen worden voordat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Voorbeelden van algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen (een binnenplanse afwijking is, zoals het woord het al zegt, een afwijkingsmogelijkheid van de regels in het bestemmingsplan zelf, dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingen). In de algemene regels kunnen erg belangrijke bepalingen zijn opgenomen; 4. Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Bijlagen bij de planregels: Bij de regels kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de regels.

6.2.3 De verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen zoals gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc.. Via de bijhorende regels in de planregels wordt bepaald wat hier wel en niet is toegestaan. 57

De verbeelding wordt ook wel plankaart genoemd. Dan wordt hetzelfde bedoeld. Belangrijk te weten is dat een digitaal bestand (een '.gml-bestand') leidend is. Dat digitaal bestand bepaalt waar welke bestemming ligt en waar welke aanduidingen etc.. Een afgeleide van dat digitale bestand is bijvoorbeeld een '.pdf-bestand' of een papieren (analoge) verbeelding. Bij twijfel over een '.pdf-bestand' of een papieren versie van de verbeelding geeft het digitale bestand de juridische doorslag.

6.3

Voorliggend plan

Voorliggende herziening van het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduiding: Enkelbestemming 'Wonen' Enkelbestemming 'Agrarisch' Dubbelbestemming 'Leiding' Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5.1' Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5.2' Functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bestaande bebouwing' Functieaanduiding 'specifiek vorm van agrarisch - camperplaats' Bouwvlak De enkelbestemming 'Wonen' is gelegd op de gronden die primair toebehoren aan de woning van de Herendijk 22.

Dit betreffen de ondergrond van de gebouwen, bijgebouwen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en de tuin. Binnen de bestemming 'Wonen' is één woning toegestaan met bijbehorende voorzieningen. Tevens is ter plaatse van de enkelbestemming 'Wonen' een bouwvlak opgeomen, zoals dat ook gebruikelijk was in het bestemmingpslan Buitengebied. De overige gronden binnen het plangebied hebben de enkelbestemming 'Agrarisch' toegekend gekregen. Deze gronden zijn gelegen aansluitend aan de enkelbestemming 'Wonen', maar kennen geen woonfunctie. Deze gronden zijn in beginsel bestemd voor agrarisch gebruik, maar ook landschappelijke inpassing en overige bijbehorende voorzieninge. Middels de functieaanduiding 'specifiek vorm van agrarisch camperplaats' is aansluitend aan het bestemmingsvlak 'Wonen' een camperplaats toegestaan voor maximaal 20 campers. Overeenkomstig de systematiek van het bestemmingsplan Buitengebied is kleinschalig kamperen toegestaan op of aansluitend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van het agrarische bedrijf óf woning. De camperplaats mag uitsluitend in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober geopend zijn en afwijkend van het beleid van kleisnchalig kamperen is de camperplaats alleen bedoeld voor campers en niet voor andere kampeermiddelen.

Binnen de enkelbestemming 'Agrarisch' mogen buiten de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bestaande bebouwing' geen gebouwen worden opgericht. Nieuwbouw binnen deze functieaanduiding is wel toegestaan. De voorzieningen van de camperplaats die gebouwgebonden zijn, moeten dan ook binnen de begrenzing van de functieaanduding 'specifieke vorm van agrarisch - bestaande bebouwing' worden gerealiseerd. Niet-gebouwgebonden voorzieningen zijn toegestaan binnen de begrenzing van de aanduiding ''specifiek vorm van agrarisch camperplaats'.

58

Naast de enkelbestemmingen zijn er op delen van het plangebied de dubbelbestemmingen 'Leiding', 'Waarde - Archeologie 5.1' en 'Waarde - Archeologie 5.2' gelegd. De begrenzing van de dubbelbestemming 'Leiding' is overgenomen van het bestemmingsplan Buitengebied. In afwijking van het bestemmingsplan Buitengebied zijn de begrenzingen van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 5.1' en 'Waarde Archeologie 5.2' overgenomen van het bestemmingsplan Parapluplan Archeologie en monumenten gemeente Laarbeek, dat later vastgesteld is dan het bestemmingsplan Buitengebied. De dubbelbestemmingen hebben als doel om de rioolleiding bescherming te bieden en de archeologische waarden er plaatse van de gronden voorzien van de dubbelbestemmingen. Tot slot is middels een voorwaardelijke verplichting in de algemene gebruiksregels geborgd dat het landschappelijke inpassingsplan zoals dat onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan binnen 12 maanden tot uitvoering worden gebracht en voor onbepaalde tijd in stand wordt gehouden. Als dit niet het geval is dan mag de woning niet als burgerwoning worden bewoond en mag de camperplaats niet geëxploiteerd worden. Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht (Bro).

59

60

Bijlagen bij de toelichting

61

Bijlage 1

Landschappelijk inrichtingsplan

62

CAMPERS AAN DE HERENDIJK

LANDSCHAPPELIJKE VERANTWOORDING 4 AUGUSTUS 2023

PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.

PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.

COLOFON

INHOUDSOPGAVE

Titel document:

1 Inleiding

3 3

2

Landschap

5 6 7

3 Uitgangspunten

10

4 Landschapsplan

11 11 12 14

1.1

CAMPERS AAN DE HERENDIJK Datum: 4 augustus 2023

Status: Landschappelijke verantwoording

Document: Enkelzijdig A4 liggend

Opdrachtgever: Mevr. M. Elzinga Herendijk 22 Beek en Donk E info@bedoma.info

Auteur/Adviseur: VAN DOOREN LANDSCHAP Derpt 15, 4576 VW Vorstenbosch T 06-26949922

2

E info@vandoorenlandschap.nl

Locatie

2.1 Historie 2.2 Huidige situatie

4.1 Woning 4.2 Camping 4.3 Beplantingsplan

Bijlage I Bijlage II Bijlage III

1 INLEIDING

Familie Van den Broek is eigenaar van de voormalige pelsdierhouderijlocatie aan de Herendijk 22 en 24 te Beek en Donk. Tot voor kort exploiteerde familie Elzinga de bedrijfsactiviteiten met betrekking tot het houden van nertsen. Deze activiteiten zijn niet meer aan de orde, waardoor leegstand in de sheds is ontstaan. Het voornemen bestaat om de locatie te herontwikkelen. Familie Elzinga (initiatiefnemer) heeft de wens om het bedrijf om te zetten naar woonbestemming met een camping als onderschikte nevenactiviteit.

Opgave De initiatiefnemer is voornemens om de

geconcentreerd rondom de resterende

pelsdierhouderlocatie om te schakelen

bebouwing van het pelsdierhouderij-

naar een woonbestemming, waarbij de

bedrijf.

bedrijfswoning omgeschakeld wordt naar een burgerwoning. Daarbij zullen

De nieuwe situatie moet landschappelijk

de pelsdierverblijven worden gesloopt,

worden ingepast. Deze notitie is daar

evenals alle overige voor zieningen

een uitwerking van.

als mestopslagen, spuitplaat s en

Campers aan de Herendijk

overtollige erfverharding.

3

In de beoogde situatie zal er sprake zijn

1.1

Locatie

Het plangebied is gelegen aan de

van een burgerwoning aan de Herendijk

Herendijk 22 en 24 te Beek en Donk

22. Daarnaast wenst initiatiefnemer

in de gemeente Laarbeek. Het staat

een kleinschalige boerencamping

kadastraal bekend als gemeente Beek

te ontwikkelen ter plaatse van het

en Donk, sectie I met nummers 1365,

voormalige pelsdierhouderijbedrijf. De

1366 en 1367.

camping zal plaats gaan bieden aan maximaal 20 plaatsen die geschikt zijn

De percelen liggen buiten de bebouwde

voor mobiele kampeermiddelen als

kom aan een doorgaande weg van Beek

bijvoorbeeld caravans en campers. De

en Donk naar Lieshout.

camping, circa 1 hectare groot, wordt

Figuur 1. Locatie aangeduid op topografische ondergrond (bron:Topotijdreis.nl)

LANDSCHAPSANALYSE

2 LANDSCHAP Om de kwaliteiten en kansen van de huidige situatie goed te kunnen beoordelen, is een analyse gemaakt van het gebied. Aan de hand van topografische kaarten worden de landschappelijke kenmerken en structuren van het gebied aangeduid en beschreven. Daarna is aan de hand van een veldinventarisatie beoordeeld welke

Campers aan de Herendijk

kansen en kwaliteiten in de huidige situatie aanwezig zijn.

5

Figuur 2. Luchtfoto met omgeving (plangebied paars omkaderd)

2.1

Historie

De gemeente Beek en Donk is gesitueerd in oostelijk Noord-Brabant. Naast de kerkdorpen Beek en Donk, inmiddels door voortschrijdende nieuwbouw nagenoeg met elkaar vergroeid, heeft de gemeente enkele buurtschappen met ver spreide agr arische bebouwing; Heereind, Donkersvoort, Bemmer en Broekkant. Beek en Donk kenmerkt zich door laagland omgeven donken en de eveneens hoger gelegen zandruggen. Sinds lange tijd is het gebied in gebruik voor agrarische activiteiten. In de tweede helft van de 19e eeuw met de opkomst van de metaalindustrie, kreeg het gebied een groei-impuls. Beek en Donk is gesitueerd in het gebied van de fijnzandige gronden tussen de Dommel en Aa. Dit gebied is gelegen tussen de Peelhorst en De Kempen. De afzetting bestaat

Figuur 3. Topografische kaart 1850 (bron: Topotijdreis.nl) plangebied aangeduid in paars

Figuur 4. Topografische kaart 1900 (bron: Topotijdreis.nl) plangebied aangeduid in paars

Figuur 5. Topografische kaart 1980 (bron: Topotijdreis.nl) plangebied aangeduid in paars

Figuur 6. Topografische kaart 2022 (bron: Topotijdreis.nl) plangebied aangeduid in paars

hoofdzakelijk uit een pakket dekzanden. De hogere delen werden in gebruik genomen als bouwland, waardoor een cultuurlaag op deze hoger gelegen zandgrond kwam te liggen (Enkeerdgrond). Het plangebied bevindt zich aan de rand van zo’n oude cultuurlaag, als onderdeel van een

Campers aan de Herendijk

gemeenschappelijke esgrond.

6

Ten zuidoosten van het plangebied liggen de lagere broekontginningen. Deze zijn herkenbaar door de langgerekte, haaks op de wegen staande percelen met veel randbeplanting. De randen van de agrarische percelen waren veelal begroeid met singels en struweelhagen. Deze dienden als afscheiding van percelen (men had destijds geen prikkeldraad) en voor nut en gerief (kruiden voor de dieren en gerief voor de mens). De agrarische erven met langgevelboerderijen en ondergeschikte schuren concentreerde zich op de hogere delen nabij

kruising van wegen, zoals bij Heereind. De erven waren rond 1900 aangeplant met hagen, bomen, bosjes en hoogstamfruitboomgaarden.

5.

In de loop der tijd zijn veel van de karakteristieke landschapselementen van de streek verdwenen. Met name tijdens

jk

ndi Here

de ruilverkaveling waren deze groenelementen van weinig nut en zijn veel elementen verloren gegaan. De meeste groenstructuren zijn nu te vinden als laanbomen langs de

4.

asfalt- en zandwegen met hier en daar nog singels en bosjes vrijliggend in het landschap.

2.2

1.

Huidige situatie

Ter plaatse zijn een bedrijfswoning met een gekoppeld bijgebouw, diverse pelsdierverblijven en twee bedrijfsge-

3.

2.

bouwen voor het pelzen, opslag van pelzen, werktuigen en overige aanverwante zaken en diverse overige voorzieningen als mestopslagen, een spuitplaats, erfverharding en dergelijke. De bedrijfswoning betreft een vrijstaande boerderette uit 1988. Deze is onlangs verbouwd. Achter de woning ligt een tuin. De achtergrens wordt gemarkeerd door een haag van beuken. Deze grens ligt naast een zandpad (Staartweg)

Campers aan de Herendijk

en watergang. Het zandpad wordt ter hoogte van de tuin begeleid door knotwilgen en ten zuiden van de tuin met

7

Rondom deze bedrijfsgebouwen staan de sheds. De sheds

St

aa

rt

we g

populieren. De watergang naast de Staartweg is aangemerkt als een A-watergang met een 5m beschermingszone aan weerszijde. De twee bedrijfsgebouwen zijn in goede staat en worden nu gebruikt voor opslag van agrarisch werktuig en werkgarage. zijn vanaf de Herendijk afgeschermd met een haag van hulst.

Figuur 7. Luchtfoto van de huidige situatie. Plangebied aangeduid in wit en een aanduiding van de genomen foto’s van pagina 9.

Aan de oostzijde staat een haag van laurier. De achtergrens wordt bepaalt door een rij eiken bomen. Achter de sheds liggen enkele paardenvelden. Hier staat voornamelijk gras. De entree naar het zakelijke gedeelte gaat via een eigen inrit aan de Herendijk.

Beeld 2. Bestaand zandpad Staartweg

Beeld 4. Bestaande entree naar zakelijk terrein

Beeld 5. Bestaande oostgrens bedrijfsperceel

Campers aan de Herendijk

Beeld 1. Huidige bedrijfswoning

8

Beeld 3. Bestaande sheds met afscherming hulsthaag

VOORSTEL

3 UITGANGSPUNTEN Op de locatie van de pelsdierhouderij wenst de initiatiefnemer een kleinschalige boerencamping te ontwikkelen, direct aansluitend aan de woonbestemming van de woning aan Herendijk 22. De camping zal plaats gaan bieden aan maximaal 20 plaatsen die geschikt zijn voor mobiele kampeermiddelen als bijvoorbeeld caravans en campers. De camping wordt geconcentreerd rondom de resterende bebouwing van het pelsdierhouderijbedrijf. De best aande bedrijfsinrit wordt behouden en zal de camping ontsluiten

Campers aan de Herendijk

op de Herendijk. De camping zal de

10

volgende voorzieningen bieden: • Ontvangstruimte met kantoor, sanitaire voorzieningen en een onderhoudswerkplaats; • Huiskamer met koffie- en theefaciliteiten, speel- en ontspanningsruimte, toiletgroep; • Sanistation voor het lozen van afvalwater; • Hemelwateropslag ten behoeve van het beregenen van het

• • • • • •

campingterrein; Een spoelplaats voor campers; 13 parkeerplaatsen voor auto’s 5 parkeerplaatsen voor doortrekkende campers. Deze staan hier maximaal 1 avond; Een centrale spleeplek voor jong en oud; Een pluktuin voor groente, kruiden en bloemen voor zowel eigen gebruik als gasten; Milieubewuste inrichting door hergebruik van materialen, zoals verharding.

Een kleine camping passend in de landelijke agrarische omgeving aan de rand van Beek en Donk.

4 LANDSCHAPSPLAN Op de locatie van de huidige sheds wordt een nieuwe landelijke camping ontwikkeld in combinatie met agrarische weides voor het hobbymatig houden van dieren. De huidige schuren blijven gehandhaafd en worden geïntegreerd in het plan. De bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning. De woning met tuin en bijgebouw wordt door middel van landschappelijke elementen gekoppeld aan de camping.

Campers aan de Herendijk

4.1

11

Woning

De woning is onlangs verbouwd naar een

Ten oosten van de woning wordt de

landelijke buitenwoning. Het erf wordt

nieuwe camping ont wikkeld. Er is

ontsloten via een inrit vanaf de Herendijk

een verbinding via een pad naar deze camping.

Rondom de woning ligt een groene ver zorgde tuin. De achter tuin ter hoogt e v an de St aar t weg wordt afgeschermd met een bestaande hoge beukenhaag. Binnen de tuin staan enkele landschapsbomen van inheemse soort.

Versterken landelijk buitenverblijven door landschappelijke elementen

4.2

Camping

Via de bestaande zakelijke inrit is de nieuwe camping vanaf de Herendijk te bereiken. Via een lange inrit rijdt men door naar de camping. De inrit wordt begeleid door een rij bomen. De bestaande verharding wordt zoveel mogelijk hergebruikt. Dit leidt tot een orthogonale opzet van de verenigingsstructuur. Rondom het voorzieningengebouw liggen 20 campeerlocaties. Deze zijn uitgevoerd in gestabiliseerd gras om het landelijke gevoel zo dicht mogelijk tot de kampeerders te laten komen. Daarnaast heeft iedere kampeerder vanaf zijn kampeerplek zicht op het omringende landschap met weides. De campeerplekken worden afgeschermd door een lage gemengde haag van inheemse beplanting. Binnen de campeerplekken liggen diverse voorzieningen voor de camping. Een speelgelegenheid in de vorm van een trapveldje, speelplek en Jeu de Boulesbaan. Deze elementen worden groen aangekleed met boerenerfbeplanting. De opstal wordt afgeschermd met een rij bomen, zodat het

Campers aan de Herendijk

zicht vanaf de Herendijk op de opstal minimaal wordt. In de randen van de camping wordt een botanisch mengsel

12

parkeervoorziening voor trekkende campers in halfver-

gezaaid. Hierdoor blijft de open structuur van het landschap behouden, maar geeft het de camping een meer landelijke uitstraling. Achter de loods nabij de entree kunnen auto’s van gasten worden geparkeerd op halfverharding. Deze zijn afgeschermd door een brede houtsingel van inheemse beplanting. Aan de westzijde van de entree ligt een tijdelijke Figuur 8. Landschapsplan (Zie bijlage I voor voorstel op maatvaste ondergrond en legenda)

harding. Deze wordt afgeschermd met de bestaande hulsthaag parallel aan de Herendijk. In het verlengde van de ze parkeervoorziening ligt een pluktuin voor groente, kruiden en bloemen. De pluktuin wordt omgeven door de bestaande hulsthaag en een nieuwe gemengde haag. Als landschappelijke verbinding tussen de woning en de camping een hoogstamfruitgaard aangelegd. De overige ruimte rondom de camping wordt ingericht als weides voor kleindieren. De weides worden afgeschermd met onbehandelde palen met draad en/of gaas. De landschapsbomen in de rand van het agrarisch perceel b1lijven gehandhaafd. Parallel aan de Staartweg wordt een rij nieuwe knotwilgen aangeplant als landschapsversterking voor de overgang van Beeld 10. Referentie gemengde haag rondom het kampeerterrein

Campers aan de Herendijk

de hogere rug naar de lagere broekgronden.

13

Beeld 11. Referentie overhoekjes met erfbeplanting in het centrale gedeelte

4.3

Beplantingsplan

In het beplantingsplan worden de nieuwe aan te leggen en bestaande landschapselementen benoemd, beschreven en gemaatvoerd. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van het beheer van het element. Bij het element is aangegeven of het onderdeel vormt van de landschappelijke inpassing (LIP) of tot een extra investering behoort in het kader van kwaliteitsverbetering landschap (KL).

HAAG HOOG LIP bestaand - 165 meter beuk en hulst

Campers aan de Herendijk

Afbakening • Een knip- of scheerheg is een vrij liggend lijnvormig landschapselement, met een aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen en/of struiken, dat wordt geknipt of geschoren.

14

Beheervoorschriften • Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. • De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 1 jaar gesnoeid (geknipt/geschoren). Na het knippen of scheren heeft de haag een minimale hoogte van 0,8 meter en maximaal 2,0m. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee.

Figuur 9. Beplantingsplan (Zie bijlage II voor voorstel op maatvaste ondergrond en legenda)

GEMENGDE HAAG LAAG

HOUTSINGEL

LIP - 340 meter –1.360 stuks

LIP - 60x6,25 -240st

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element • Aanplant 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen in groepsverband (5 stuks bij elkaar) met de volgende soorten: 1. 25% Carpinus betulus (Haagbeuk) 2. 25% Cornus mas (Gele kornoelje) 3. 25% Fagus sylvatica (Groene beuk) 4. 25% Acer campestre (Veldesdoorn) • Het betreft een éénrijig of tweerijig element. • Plantafstand: 4 stuks per meter

Afbakening • Een houtwal of houtsingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken. • Het doel van het beheer van het element is het behoud van de karakteristieke uitstraling en natuurlijke waarde door het element als hakhout te beheren en het periodiek afzetten van het element (cyclisch beheer). De cyclus varieert tussen de 10 en 25 jaar.

Beheervoorschriften • Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. • De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 1 jaar gesnoeid (geknipt/geschoren). Na het knippen of scheren heeft de haag een minimale hoogte van 0,8 meter en maximaal 1,2m. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee.

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element • Aanplant met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen. Het volgende assortiment toepassen: -

15%

Acer campestre (Veldesdoorn)

-

15%

Crataegus monogyna (Meidoorn)

-

15%

Rhamnus frangula (Vuilboom)

-

5%

Prunus avium (Zoete kers)

-

5%

Sorbus aucuparia (Lijsterbes)

-

15%

Ilex aquifolium (Hulst)

-

15%

Viburnum opulus (Gelderse roos)

-

15%

Amelanchier lamarckii (Krentenboompje)

Campers aan de Herendijk

•

15

•

Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter (4 rijen) in kruisverband. Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt.

Beheervoorschriften • Ten minste 75% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd. De gemiddelde diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op 1 m boven de hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte dienen afgezet te worden). • Er mag maximaal één overstaander per 100m2 worden behouden. • Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 15 maart; takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid. • Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element.

BOMEN

HOOGSTAMFRUITBOMEN

LIP - 20 stuks nieuw

LIP - 16 stuks

LIP - 13 stuks bestaand

Afbakening • Een hoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 1,5 meter hoog, waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie (geen gazon). • Maximaal 25% van de bomen bestaat uit walnoten.

Afbakening • Een bomenrij/solitaire boom is een vrij liggend landschapselement van inheemse loofbomen.

Campers aan de Herendijk

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element • Aanplant landschapsboom, minimaal maat 10-12 en goed verankeren. Onderstaand assortiment toepassen. Code refereert naar de locatie op de kaart. Aanpassen van de soort of groep mogelijk, mits inheems: 1. Tp - Tilia platyphyllos (Linde) - 3st 2. Jr - Juglans regia (Okkernoot) - 2st 3. Cs - Castanea sativa (Tamme kastanje) - 2st 4. Cb - Carpinus betulus (Haagbeuk) of Tilia cordata (linde) - 13st

16

Beheervoorschriften • Gedurende de 10 jaar worden de bomen minimaal éénmaal gesnoeid. Na het snoeien beslaat de kroon minimaal 50% van de lengte van de boom. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in de beheereenheid. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element • Aanplant inheemse fruitbomen met minimale maat 8-10. Keuze uit soorten die zijn opgenomen in BIJLAGE III in combinatie met de soort Okkernoot (Juglans regia). Planten naar eigen inzicht op aangewezen locatie in landschapsplan. • Plantafstand minimaal 8 x8 meter en maximaal 15 x 15 meter. • Rond jonge bomen boomkorf aanbrengen indien perceel wordt beweid. Beheervoorschriften • Appel en peer snoeien dat de kroon open blijft en de waterloten verwijderen in de maanden november tot februari. Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren. • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart (behalve ruwe berk, zie bovenstaand). Bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. • Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt. • Chemische bestrijdingsmiddelen worden niet gebruikt. • Bij schade aan het landschapselement wordt de schade hersteld.

BOTANISCHE WEIDE

KNOTWILGEN

LIP - 16 are

KL - 12 st

Afbakening • Een botanische weide is een rand op blijvend grasland die niet wordt bemest en bespoten.

Afbakening • Een knotboom is een inheemse loofboom, waarvan de stam periodiek op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven maaiveld wordt afgezet (geknot). • Het doel van het beheer van het element is het behoud van de karakteristieke eigenschap van het element. Ten behoeve daarvan worden de knotboom cyclisch geknot.

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element • De rand eenmalig ingezaaid met een zaadmengsel waarin minimaal de volgende indicatorsoorten in opgenomen zijn: duizend- blad, knoopkruid, gewone margriet, gewone rolklaver, witte klaver.

Campers aan de Herendijk

Beheervoorschriften • De rand wordt gemaaid na 1 juli en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. • De rand wordt niet beweid. • De rand wordt niet bemest. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop.

17

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element • Een 3-jarige onbewortelde wilgenstek met een lengte van ca. 2,5 meter wordt gebruikt voor de aanplant van nieuwe knotwilgen. De stek wordt ondersteund door een paal voor goede verankering. • De knotbomen staan minimaal 5m uit de watergang (gemeten vanaf bovenzijde talud) Beheervoorschriften • Knotwerkzaamheden worden minimaal 1 keer in de 5 jaar verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart; • De stam van een knotboom wordt minimaal op een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld afgezet (geknot). • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden.

BIJLAGE I

Campers aan de Herendijk

LANDSCHAPPELIJK VOORSTEL OP MAATVASTE ONDERGROND

18

BIJLAGE II

Campers aan de Herendijk

BEPLANTINGSVOORSTEL OP MAATVASTE ONDERGROND

19

appels Brabantse Bellefleur Bramley's Seedling Dubbele Bellefleur Glorie van Holland Gravensteiner Groninger Kroon Jasappel Lemoenappel Lombarts Calville Notarisappel Schone van Boskoop Sterappel Yellow Transparant Zigeunerin Zoete Ermgaarde

rasnaam

naam: adres postcode, woonplaats tel.nr emailadres

Kersen Dubbele meikers Mierlose zwarte Morel Udense spaanse Varikse zwarte Hedelfinger

1 2 3 4 5 6 7

1 2 3 4 5 6

wordt bestoven door nr:

pluktijd aug. aug. begin aug. juli- aug. aug. sept. aug.-sept.

okt--nov. dec-febr. sept. okt.-jan nov.-dec. dec-febr. sept. okt-nov nov-jan nov.-mrt. jan-apr

dec.-mrt nov-jan nov-jan nov-febr sept-okt nov-jan nov-mrt nov-jan nov-jan okt-dec okt-mrt okt-dec aug-sept sept nov-mrt

bijzonderheden

H S H H,P H S H,S,I,P,D H,P S S S

1,2,3,4 rood kokend rood kokend perenbomen

totaal

4,3 z,1 1,4 z,1,2 3 z 1,3

z,5,13 4 5,13 6 3,10,14 z 1,5,6 6,10,14 3 12,14 4,,6,14 1,4,17 6,10,12 z 1,13 totaal:

sappig zoet sappig sappig zeer goede smaak rood kokend wit vruchtvlees tamelijk saprijk

H,M,B zacht-zuur M,B,(H) moesappel S zacht-zuur H zacht-zuur H fris aroma H,M,S,(B) zacht-zuur S zoet H aromatisch H,M aromatisch H zeer goede smaak H fris zuur H speciaal aroma H,M zacht zuur H zacht zuur M zoet appelbomen

gebruik

0

0

0

0

te bestellen aantal prijs per stuk totaal €

kleur z groot rood-blauw 5,7 blauw z groot groengeel z paars roodgeel z,2,7 groengeel 2,5,7 klein groengeel z,3,5 langwerpig rood totaal pruimenbomen pluktijd kleur z,2,5 28 juni rood 4,5 6 juli donker z 22 juli zuur 1,2 19 juli geel met rood 1,2 5 juli zwart 1 15 juli groot donker totaal kersebomen iedere boom moet bij het planten voorzien worden van minimaal 1 boompaal boombeschermer wanneer de boomgaard beweid wordt: pantanetgaas 180cm hoog. 1 zak 20 kg groencompost per plantgat toevoegen (aanschaf door aanvrager) totaal aantal hoogstamfruitbomen aantal boompalen

X XXX XX XX XX XX XXX XXX XX XX XXX XX XX X XXX

bewaarb aar gebruikstijd

:……………………………………………………… :……………………………………………………… :……………………………………………………… :………………………………………………………

uitleg H Handappel/peer M Moesappel S Sapappel/peer 0 B bakappel I inmaak P perensap z zelfbestuiver indien soorten niet voorradig zijn, behoudt de projectorganisatie zich het recht voor een vervangende soort te leveren levering geschiedt pas als het verschuldigde bedrag is overgemaakt op rek.:

pruimen Belle de Louvain Eldense blauwe Ontario Opal Reine Claude dOullins Reine claude Verte Victoria

peren 1 Beurre Hardy 2 Brederode 3 Clapp's Favourite 4 Conferance 5 Doyenne du comice 6 Gieser wildeman 8 Juttepeer 9 Maagdenpeer 10 Pondspeer 11 Saint remy 12 Winterjan

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 12 13 14 15 17

nr.

20 Verzamelstaat en bestellijst hoogstamfruitbomen van:

Campers aan de Herendijk

BIJLAGE III

FRUITSOORTEN

CAMPERS AAN DE HERENDIJK

Opdrachtgever: mevr. M. Elzinga Auteur/Adviseur: Van Dooren Landschap

PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.

Bijlage 2

Aerius realisatiefase

86

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Bedoma B.V. Herendijk 22-24, 5741 RA Beek en Donk B211412 aanlegfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S3efrsowWyxu 03 november 2023, 12:05 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

S3efrsowWyxu (03 november 2023)

2023 -

88,2 g/j

98,6 kg/j

2/7

Projectberekening

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Sloopfase 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Verhardingen 5 Anders... | Anders... | Stationaire bronnen sloopfase 6 Anders... | Anders... | Stationaire Verhardingen  Verkeersnetwerk

S3efrsowWyxu (03 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

17,8 g/j 4,1 g/j 48,3 g/j 1,1 g/j 16,9 g/j

72,2 kg/j 16,6 kg/j 7,6 kg/j 1,8 kg/j 0,5 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S3efrsowWyxu (03 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

S3efrsowWyxu (03 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Aanlegfase, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

aan en afvoer X:169535,83 Y:393661,01 1.638,18 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

Naam

Sloopfase X:170169,1 Y:394116,66 1,41 ha

Stageklasse

0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

Rupskraan groot (slopen)

Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

Trekker (in depot zetten)

Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

821 l/j

71 u/j

Shovel groot (egaliseren)

Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

365 l/j

31 u/j

Shovel groot (aanvullen)

Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

246 l/j

21 u/j

S3efrsowWyxu (03 november 2023)

939 l/j

81 u/j

25,9 g/j 6,9 g/j 0,0 kg/j

In file

0,0 /jaar 0,0 /jaar 64,0 /jaar 0,0 /jaar

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

0,4 kg/j 0,1 kg/j 16,7 g/j

In file

240,0 /jaar 0,0 /jaar 64,0 /jaar 0,0 /jaar

manoeuvreren binnen inrichting X:173082,89 Y:409386,05 Type scherm 53,93 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

72,2 kg/j 17,8 g/j Stof Emissie

NOₓ

28,6 kg/j NH₃ 7,0 g/j NOₓ 25,0 kg/j NH₃ 6,2 g/j NOₓ 11,1 kg/j NH₃ 2,7 g/j NOₓ 7,5 kg/j NH₃ 1,8 g/j

6/7

Projectberekening

4

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Verhardingen X:170169,09 Y:394116,66 1,41 ha

Stageklasse

shovel klein (aanbrengen Stage-I, <= 2001, 75-560 kW, verharding) diesel, SCR: nee 5

Anders... | Anders...

Naam Stationaire bronnenUittreedhoogte sloopfase Warmteinhoud Locatie X:170169,09 Spreiding Y:394116,66 Oppervlakte 1,41 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 6

Anders... | Anders...

Naam Stationaire Uittreedhoogte Verhardingen Warmteinhoud Locatie X:170169,09 Spreiding Y:394116,66 Oppervlakte 1,41 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

546 l/j

Draaiuren AdBlue verbruik

47 u/j

16,6 kg/j 4,1 g/j Stof Emissie

NOₓ NH₃

16,6 kg/j 4,1 g/j

0,0 m 0,000 MW 0m

NOₓ NH₃

7,6 kg/j 48,3 g/j

0,0 m 0,000 MW 0m

NOₓ NH₃

1,8 kg/j 1,1 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

S3efrsowWyxu (03 november 2023)

7/7

Bijlage 3

Aerius gebruiksfase

94

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Bedoma B.V. Herendijk 22-24, 5741 RA Beek en Donk B211412 aanlegfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S3efrsowWyxu 03 november 2023, 12:05 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

S3efrsowWyxu (03 november 2023)

2023 -

88,2 g/j

98,6 kg/j

2/7

Projectberekening

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Sloopfase 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Verhardingen 5 Anders... | Anders... | Stationaire bronnen sloopfase 6 Anders... | Anders... | Stationaire Verhardingen  Verkeersnetwerk

S3efrsowWyxu (03 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

17,8 g/j 4,1 g/j 48,3 g/j 1,1 g/j 16,9 g/j

72,2 kg/j 16,6 kg/j 7,6 kg/j 1,8 kg/j 0,5 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S3efrsowWyxu (03 november 2023)

4/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=b8696ddf-5f89-4da6-bff5-cf70df2f3766