CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

18 20231012 Ruimtelijke onderbouwing_ ontwerp_01

Raadsvergadering 12 oktober 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot realisatie nieuw tankstation aan de Bosscheweg Beek en Donk19.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Pagina | 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk Gemeente Laarbeek

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 3

VERANTWOORDING EN STATUS Titel:

Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek)

Opdrachtgever: Contactpersoon:

Vissers Energy Group BV, Stationsstraat 90 te 5961 HS Horst G.E.J.P. Vissers

Aantal pagina’s:

59

1e concept: 2e concept: 3e concept: 4e concept: 5e concept: 6e concept: Ontwerp: Definitief:

16 mei 2019 08 juli 2019 26 oktober 2020 4 november 2020 3 december 2021 17 december 2021 30 juni 2023

Opsteller:

mr. A.W.C.M. Jansen

paraaf:

Controleur:

mr. J.C.M.G. Beusmans

paraaf:

COLOFON BEUSMANS & JANSEN Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Post- en kantooradres: Steeg 12 5975 CE Sevenum T/F: 077-3744817 M: 06-30202996 E: I:

beusmans-jansen@kpnplanet.nl www.beusmans-jansen.nl

© 2023 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worde n verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 4

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING

6

HOOFDSTUK 2 PROJECTGEBIED EN PROJECTBESCHRIJVING

7

2.1 2.2 2.3 2.4

Ligging en beschrijving projectgebied Korte historische schets Ruimtelijke en functionele structuur Projectbeschrijving

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Afweging beleidskader

HOOFDSTUK 4

ONDERZOEKSASPECTEN

4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Geluidhinder 4.3 Bodem- en grondwaterkwaliteit 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Externe veiligheid 4.6 Milieuzonering en geurhinder 4.7 Cultuurhistorie en archeologie 4.8 Ecologie 4.9 Verkeerkundige aspecten 4.10 Waterhuishouding 4.11 Niet gesprongen explosieven (NGE)

HOOFDSTUK 5

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID EN KOSTENVERHAAL

BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Ladder Duurzame Verstedelijking Bijlage 3: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek en nulsituatie Bijlage 5: Luchtkwaliteit Bijlage 6: Externe veiligheid en beperkte groepsrisicoverantwoording Bijlage 7: Archeologisch onderzoek Bijlage 8: Stikstofonderzoek-Aerius Calculator Bijlage 9: Quickscan flora en fauna Bijlage 10: Verkeerskundig onderzoek en rijcurves Bijlage 11: Waterdoorlatendheid ondergrond Bijlage 12: Waterparagraaf

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

7 8 9 10

18 18 20 27 27 32

33 33 35 35 36 38 42 43 45 49 53 55

56 57

Pagina | 5

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 6

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Vissers Energy Group BV, gevestigd aan de Stationsstraat 90 te 5961 HS Horst (hierna ook te noemen: initiatiefnemer) heeft op 2 mei 2017 een verzoek tot principe-medewerking ingediend bij het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Laarbeek om op een locatie langs de N279 en Bosscheweg te Beek en Donk een verkooppunt voor motorbrandstoffen annex winkelruimte, wasboxen en een wasstraat (hierna ook te noemen: tankstation) te realiseren. Bij het nieuwe tankstation kan Euro 95, Diesel, Diesel High Speed, Adblue en ook Blauwe diesel (duurzame diesel) getankt worden. LPG en CNG worden niet doorgezet. Er zal wel voorzien worden in nieuwe alternatieve brandstoffen, zoals snellaadpunten voor elektrisch aangedreven auto’s. Verder wordt een waterstof (diwaterstof H2) tankinstallatie gerealiseerd. Dit nieuwe tankstation moet een bestaand tankstation van de initiatiefnemer in het centrum van Beek en Donk (op de hoek Heuvelplein-Pater Vogelsstraat) gaan vervangen. Dit ‘oude’ tankstation zal worden gesloten en gesloopt en op deze locatie zal tot een wooninvulling worden overgegaan. De projectlocatie valt onder het bestemmingsplan Buitengebied gemeente Laarbeek, is daarin bestemd als ‘Agrarisch’ en kent een gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone-extensiveringsgebied’.

De planregels van deze bestemmingen staan de bouw en exploitatie van een tankstation op deze locatie echter niet toe. Daarnaast gelden de bestemmingsplannen ‘Parkeernormen Laarbeek’ en ‘Parapluplan Archeologie en monumenten gemeente Laarbeek’. Via deze plannen worden de in acht te nemen parkeernormen en de bescherming van archeologische waarden en verwachtingsgebieden in Laarbeek gereguleerd. Bij besluit van 18 juli 2017 heeft het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Laarbeek aangegeven – onder een aantal voorwaarden - positief te staan ten opzichte van de realisatie van het beoogde tankstation. Het nieuw te realiseren tankstation mag niet direct ontsluiten op de N279, maar op de Bosscheweg. Gemotiveerd moet worden dat het klanten-en bevoorradingsverkeer van en naar het tankstation via deze aansluiting veilig afgewikkeld kan worden. Verder moet gemotiveerd worden dat met de vestiging van het nieuwe tankstation in combinatie met de sluiting en sloop van het oude tankstation aan het Heuvelplein een groot maatschappelijk belang gemoeid is. Tenslotte zal het bestaande en te verplaatsen tankstation aan het Heuvelplein-Pater Vogelsstraat ook juridisch wegbestemd moeten worden en moet de nieuwe wooninvulling inbestemd worden.

De woonontwikkeling op de locatie Heuvelplein-Pater Vogelsstraat zal in een afzonderlijk bestemmingsplan planologisch-juridisch geregeld worden. De bouw en het gebruik van het nieuwe tankstation zal via een omgevingsvergunning voor het bouwen evenals voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1 lid 1 onder a en c jo. artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo) worden geregeld. De omgevingsvergunning dient – onder meer - een ruimtelijke onderbouwing te bevatten waarin (op basis van artikel 5.1.3 Besluit ruimtelijke ordening) zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4. 5.

een verantwoording van de in de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan gemaakte keuze van bestemmingen; een beschrijving van de wijze waarop in de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; de uitkomsten van het overleg met andere (overheids-)instanties; de uitkomsten van alle noodzakelijke onderzoeken; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan zijn betrokken (voor zover relevant).

Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden het projectgebied en het bouwplan zelf beschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleidskader aan de orde. In hoofdstuk 4 komt de toetsing aan de milieu-planologische- en overige onderzoeksaspecten aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de economische uitvoerbaarheid en het kostenverhaal.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 7

HOOFDSTUK 2 2.1

PROJECTGEBIED EN PROJECTBESCHRIJVING

Ligging en beschrijving projectgebied

Het projectgebied ligt tussen het dorp Boerdonk en Beek en Donk-Noord. Het projectgebied ligt in het buitengebied. Ten westen ligt de Zuid Willemsvaart, ten noorden de N 279 en ten oosten en zuiden loopt de Bosscheweg richting Beek en Donk. Het projectgebied ligt in de ‘oksel’ van de bocht van de N279 naar de Bosscheweg. Het projectgebied is kadastraal bekend als gemeente Beek en Donk, sectie F nrs. 2497, 2498, 2499 en 2500 en is plaatselijk bekend als Bosscheweg (ong.). Het projectgebied heeft een oppervlakte van ca. 2.54 ha.

globale aanduiding van het projectgebied (bron: Google Maps)

Het projectgebied is op dit moment een geheel onbebouwd en onverhard terrein dat als akkerland en weiland wordt gebruikt ten behoeve van vollegrondsakkerbouw en de weidegang van dieren.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 8

luchtfoto projectgebied e.o.

2.2

Korte historische schets

Het projectgebied e.o. is gelegen in de Meijerij en de Peelrand. De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Binnen het cultuurlandschap van de Peelrand ligt een historisch geografisch waardevol vlakelement aangeduid als de broekontginningen langs de Aa en de Snelle Loop. Het gebied is redelijk gaaf en de ontginningsstructuur met landbouwgronden, bossen en lanen is goed herkenbaar. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes en wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Karakteristiek voor de Meierij zijn de relatief kleine dorpen, landgoederen en buitenplaatsen en dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen. Vondsten uit de steentijd en de Romeinse tijd zijn bekend uit zowel de beekdalen en de beek zelf, als uit de bijbehorende oeverwallen. De basis voor het huidige landschap is echter gelegd in de Middeleeuwen.

Gedurende de geschiedenis werden op beperkte schaal ingrepen in het watersysteem ondernomen om de wateroverlast te verminderen en de gebruiksmogelijkheden van het water te vergroten. Al in 1498 waren er klachten over een onvoldoende ontwatering van het gebied door de Aa. Om aan deze klachten tegemoet te komen werd de rivier uitgediept, verbreed en waar nodig verlegd. Aan het begin van de 17e eeuw werd de Aa verder aangepast om deze bevaarbaar te maken voor platte schuiten. Een grote ingreep in het landschap vond plaats toen in 1826 de Zuid-Willemsvaart werd gegraven, ten behoeve van de scheepvaart (transport over water). Landschappelijke structuren en patronen werden doorsneden door een nieuw element. Waar de Aa op veel plaatsen relatief makkelijk was over te steken, ontstond nu een barrière van een andere orde. De Zuid - Willemsvaart vormt een belangrijke herkenbare structuur en historisch geografisch lijnelement van hoge waarde. Langs het kanaal zijn nog deels als zandpaden uitgevoerde jaagpaden aanwezig, waaroverheen vroeger schuiten werden voorgetrokken.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 9

In de periode 1960 – 1980 hebben in het projectgebied e.o. twee ruilverkavelingen plaatsgevonden. Het oppervlaktewatersysteem is tijdens deze ruilverkavelingen ingrijpend aangepast. Bestaande waterlopen zijn rechtgetrokken (genormaliseerd) en soms verlegd. Er zijn veel sloten gegraven om de natte gronden beter te ontwateren. Ook de toegankelijkheid van het landschap en de locatie van boerderijen is aangepast aan de agrarische bedrijfsvoering van nu. Door de groei van agrarische bedrijfsbebouwing en de groei van de steden en dorpen is de verstening binnen het projectgebied en de nabije omgeving toegenomen. Het gebied wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap.

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

2.3.1 Ruimtelijke hoofdstructuur Een ruim deel van de N279 tussen Veghel en Asten is parallel gelegen aan het kanaal Zuid-Willemsvaart. Het tracé begint aan de noordzijde te Veghel. Naast het kanaal aan de ene zijde van de weg, bevindt zich aan de andere zijde met name industriegebied en in mindere mate woongebied. Ten zuiden van Veghel blijft de N279 evenwijdig aan het kanaal lopen met uitzicht op de Aa. Bij Keldonk is het gebied te kenmerken als een open landschap met daarbij laanbeplantingen. Daarna volgt een meer besloten bosrijkere omgeving, voordat de N279 Boerdonk passeert. Na Boerdonk is de provinciale weg tevens niet meer gelegen aan de ZuidWillemsvaart. Ten noorden van Beek en Donk is er weer sprake van een open landschap.

2.3.2 Verkeer De N279 Veghel - Asten is een gebiedsontsluitingsweg type II (buiten de bebouwde kom). Een gebiedsontsluitingsweg is een weg die is ontworpen of aangewezen om een gebied aan te sluiten op wegen van hogere orde. Type II is meest voorkomend en bestaat uit één rijbaan met daarop voor beide rijrichtingen één rijstrook. De snelheidslimiet is 80 kilometer per uur. De N279 heeft, met uitzondering van enkele vrije fietsverbindingen, geen langzaam verkeerfunctie.

2.3.3 Landschap Het traject van de N279 Veghel – Asten is deels gelegen in de landschappen ‘Meierij’ en in ‘Peelrand’. De Meierij bestaat voornamelijk uit vlakke tot licht golvende zandgronden, die vooral in de Peel, de Kempen en de stroomgebieden van de Aa en de Dommel voorkomen. Peelrand wordt gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. In grote lijnen is het landschap dat door de N279 Veghel-Asten in de huidige situatie doorsneden wordt, te onderscheiden in de volgende twee landschappelijke hoofdstructuren: het gevarieerde landschap van beken, essen, kampen, heideontginningen van Helmond tot aan A67. Het betreft vooral een heideontginningsgebied, waarvan een groot deel nog ontginningsbos is. Landschappelijk is dit bos wel karakteristiek, maar minder bijzonder. Het zijn hier vooral de overgangen naar beekdalen, en de open beekdalen zelf, zoals de Astense Aa, die relevant zijn; het relatief open rationele broeklandschap circa ten noorden van Helmond tot aan Veghel. Dit gebied is onderdeel van een regionaal landschapssysteem dat nauw verbonden is met het watersysteem van de Aa. In het open broeklandschap zijn dichter bewoonde en besloten historische dekzandruggen te herkennen. Op een groot deel van dit tracé ligt de N279 hier direct naast het kanaal. Het projectgebied maakt hier deel van uit.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 10

2.3.4 Water In de omgeving van het projectgebied bevinden zich diverse oppervlaktewatersystemen zoals het kanaal Zuid-Willemsvaart, de Aa en een aantal beken en waterlopen die het water van de hoger gelegen Peelhorst in noordwestelijke richting afvoeren. Een aantal van deze watersystemen is aangewezen als (al dan niet nog in te richten) ecologische verbindingszone (de Aa, Bakelse Aa, Astense Aa en de Zuid-Willemsvaart). Er is een reserveringsgebied waterberging in het dal van de Boerdonkse Aa.

2.3.5 Functies Bedrijvigheid De N279 is een belangrijke verbinding voor de bedrijfsterreinen bij o.a. Beek en Donk (Bemmer). In het landschap zijn vele agrarische bedrijven nabij het tracé aanwezig. Naast het centrale doel van de opwaardering van de N279 – namelijk een omleiding om Helmond en het ongelijkvloers maken van de bestaande kruisingen – zijn het behoud van toegankelijkheid en efficiënte vormen van kavels na aanleg van uitvoering van het inpassingsplan belangrijke uitgangspunten. Recreatie Het gevarieerde landschap nabij het tracé is zeer geschikt als recreatief uitloopgebied voor wandelaars en fietsers. Er is een uitgestrekt fiets- en wandelnetwerk aanwezig. Het netwerk bevindt zich parallel aan - en op afstand van de N279. Tevens verzorgt het netwerk op enkele plekken een verbinding tussen de woonkernen aan de noord- en zuidzijde van de Zuid-Willemsvaart.

2.4

Projectbeschrijving

2.4.1 Stand van zaken reconstructie N279 en aansluiting N279-Bosscheweg De N279 tussen Veghel en Asten is in de huidige situatie een gebiedsontsluitingsweg, bestaande uit twee rijstroken met een maximumsnelheid van 80 km/uur. De bestaande N279, verder ook N279 Veghel - Asten genoemd, loopt vanaf de A50 door Veghel, via Keldonk, Beek en Donk en Helmond naar de A67 bij Asten. De N279 tussen Veghel en Asten is van grote betekenis voor de economische kracht van Zuidoost-Brabant en verbindt verschillende woon- en werklocaties met elkaar. Om deze krachtige positie te behouden en de regio leefbaar te houden, is het belangrijk dat de doorstroming op de weg verbetert en dat de verkeersveiligheid toeneemt. Daardoor verbetert de bereikbaarheid van kernen en bedrijventerreinen en de leefbaarheid van het gebied. De provincie Noord-Brabant en alle betrokken gemeenten (waaronder Laarbeek) zijn een nieuwe zogenoemde brede belangenbenadering gestart om de gebiedsopgave rond de N279 opnieuw vast te stellen. Dat is nodig omdat de Raad van State het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) ‘N279 Veghel – Asten’ in december 2021 heeft vernietigd1. Uit een recente analyse van de verkeerscijfers (quick scan) blijkt echter dat het verkeer nog sneller groeit dan verwacht.

Daardoor kan het oorspronkelijke PIP niet meer dienen als basis voor de toekomstige aanpak van deze belangrijke verkeersader in het oosten van Brabant. In overleg met alle betrokken overheden heeft de provincie eerst de reikwijdte en aanpak vastgesteld, waarbij bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak centraal staat. Tempo, zorgvuldigheid en betrokkenheid zijn belangrijk bij dit project dat helaas vertraging heeft opgelopen, maar het moet ook haalbaar, duurzaam en toekomstbestendig zijn. Eerst worden nu de belangen van de verschillende partners en de opgaven in het gebied op en rond de provinciale weg verkend. Op 8 december 2022 is een Plan van aanpak N279 Veghel - Asten vastgesteld.

1

Uitspraak AbRvS 15 december 2021 (PIP N279 Veghel-Asten), zaaknr. 201900309/1/R2 (ECLI:NL:RVS:2021:2782)

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 11

De Stuurgroep N279 maakt in dit plan van aanpak een groot aantal keuzes, waaronder de keus voor: 1. een brede belangenbenadering. Er moet bij de planvorming N279 continu een balans gezocht worden tussen leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Dit vraagt om een zorgvuldige belangenafweging met en tussen partijen; 2.

3.

het behoud van de bestaande (boven)regionale functie van de N279. Er wordt ingezet op een N279 die de functie behoudt van een (boven)regionaal verbindende weg en de bereikbaarheid van de regio garandeert. Hiermee wordt geëxpliciteerd dat de N279 niet de functie van een rijksweg krijgt en niet gelijkwaardig is of moet worden aan de A50/A2 en de A67; het niet uitsluiten van enige infrastructurele oplossingen. Dit wordt pas gedaan als uit onderzoek blijkt dat bepaalde mogelijkheden ongewenst zijn. Er wordt derhalve in deze fase van heroriëntatie uitgegaan van een brede band aan mogelijkheden, namelijk ‘van niets doen tot 2x2’. Het proces gaat dus de volgende fase in met een brede scope van: - geen uitbreiding van configuratie en geen aanvullende maatregelen treffen; - verbetering van het bestaande 1x2 tracé; - grotere infrastructurele maatregelen in de vorm van bijvoorbeeld het aanleggen van omleidingen of uitbreiding van configuratie door 2x2 over het gehele tracé, al dan niet in combinatie met het oplossen van één of meer specifieke opgaven.

4.

Dit wordt gedaan met aandacht voor een aantal specifieke vraagstukken, waar naast de belangen op het regionale schaalniveau ook lokale belangen heel nadrukkelijk een rol spelen. Op dit moment zijn dit voor de gemeente Laarbeek de oversteek Beekse Brug bij Beek en Donk en de aansluitingen bij Beek en Donk op de N272 en N615.

Aansluiting N279-Bosscheweg Ter hoogte van het onderhavige projectgebied stond onder de oude PIP ook een reconstructie van de N279 gepland. De huidige rotonde N279-Bosscheweg-Middenweg (gelijkvloerse aansluiting) zou omgebouwd worden tot een ongelijkvloerse aansluiting waarbij de N279 over de Bosscheweg-Middenweg heen zou lopen. Onderdeel van deze reconstructie was dat er twee opritten en twee afritten zouden worden aangelegd om de N279 en de Bosscheweg en Middenweg met elkaar te verbinden, zodat het verkeer vanaf de N279 snel het bedrijventerrein ‘Bemmer’, Beek en Donk-Noord en Boerdonk kon bereiken. Het beoogde nieuwe tankstation zou gerealiseerd worden naast de nieuw te realiseren afrit van de N279 naar de Bosscheweg.

bestaande verkeerssituatie kruising N279-Bosscheweg

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 12

2.4.2 Realisatie nieuw tankstation Bosscheweg Beëindiging en sloop bestaand tankstation hoek Heuvelplein-Pater Vogelsstraat De initiatiefnemer exploiteert op dit moment een tankstation op de hoek Heuvelplein-Pater Vogelsstraat te Beek en Donk. De exploitatie van een tankstation op deze locatie vindt al sinds 1971 plaats. De laatste jaren zijn er evenwel de nodige problemen gerezen aangaande de bedrijfsvoering op deze locatie: 1.

Het tankstation is gelegen in het centrum van Beek en Donk en in de directe nabijheid van woningen. Dit is uit een oogpunt van milieuhinder (m.n. door geluidoverlast en verminderde luchtkwaliteit door uitlaatgassen) en externe veiligheid geen ideale situatie.

2.

De bestaande locatie is qua oppervlakte erg beperkt. Vrachtauto’s hebben nauwelijks ruimte om het tankstation te bereiken en ook voor autoverkeer is het – vooral op de piekmomenten - moeilijk om ter plaatse te tanken. Doordat het tankstation volledig ‘ingebouwd’ is in het centrum, is er nauwelijks ruimte aanwezig om het tankstation uit te breiden.

3.

Op piekmomenten ontstaan er wachtrijen en congestie op de straten rondom het tankstation. Dit is uit oogpunt van een goede verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid geen wenselijke situatie.

4.

De locatie is gelegen in het centrum van Beek en Donk. De grote verkeersstromen van auto- en vrachtverkeer vinden echter er plaats over de N279 om Beek en Donk heen. Een tankstationlocatie langs de N279 en bij de route van en naar het bedrijventerrein ‘Bemmer’, is door dit ruimere verkeersaanbod een veel betere plek om een tankstation te exploiteren.

5.

De bedrijfsgebouwen en technische installaties beginnen het einde van hun levensduur en afschrijvingstermijn te naderen

De initiatiefnemer heeft derhalve besloten om het bestaande tankstation aan het Heuvelplein-Pater Vogelsstraat te sluiten en te verplaatsen naar de locatie aan de N279-Bosscheweg. Alle bedrijfsbebouwing (m.u.v. de bestaande boerderij (= voormalige bedrijfswoning)) en installaties zullen worden gesloopt. Op deze locatie zal vervolgens door een derde-partij een wooninvulling plaatsvinden in de vorm van 6 levensloopbestendige grondgebonden woningen. In de buitenplanse omgevingsvergunning van de initiatiefnemer zal via een vergunningvoorschrift expliciet worden geborgd dat het tankstation op de oude locatie moet zijn beëindigd en gesloopt alvorens de nieuwe locatie in gebruik mag worden genomen.

Nieuw tankstation Bosscheweg Op de locatie aan de Bosscheweg wordt een nieuw duurzaam bemand tankstation gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een verkooppunt voor motorbrandstoffen bestaande uit 4 afleverzuilen voor Euro 95, Diesel, Diesel High Speed, Adblue, blauwe diesel (duurzame diesel) en waterstof (diwaterstof H2). LPG en CNG worden niet doorgezet. De afleverzuilen worden geplaatst onder een luifel van 363 m2. De luifel van het tankstation wordt voorzien van zonnepanelen om ter plekke ook groot deel van stroombehoefte zelf op te wekken. De luifel zal een onderdoorrijhoogte hebben van 4,75 en de bouwhoogte zal 6 meter bedragen Verder zal er worden voorzien in 5 snellaadpunten voor elektrisch aangedreven auto’s. Daarnaast zal er een winkelruimte/tankshop van 283 m2 BVO met een bouwhoogte van 4,10 meter gerealiseerd worden. Deze shop bestaat een winkel (van ca. 173 m2 v.v.o) met een bakkerij (voor broodjes enz.,), zitgedeelte, kassabox, kantoor, magazijn/opslagruimte, toiletten, keuken en een vries- en koelcel. Verder wordt er een gebouw met 5 wasboxen en een wasstraat (mechanische ‘roll-over carwash’) van 307,5 m2 en een bouwhoogte van 4,5 meter gerealiseerd. Er wordt verder ook nog voorzien in 4 stofzuigerplaatsen. Ook wordt de bouw van een reclamemast beoogd. Deze zal een bouwhoogte hebben van maximaal 12 meter.

Deze reclamemast bevat het logo van het tankstation zelf.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 13

Tenslotte zullen op het perceel 29 parkeerplaatsen worden gerealiseerd, waarvan 5 voorzien van elektrische oplaadpunten t.b.v. elektrische auto’s en 2 opstelplaatsen voor een vrachtauto of bestelbus ten behoeve van het laden en lossen. Van het projectgebied (2.54 ha.) zal ca. 27 % worden verhard (6951 m2) door bedrijfsbebouwing en erfverharding ten behoeve van de afwikkeling van het vracht- en personenautoverkeer en het parkeren. Voor de overige 73% blijft het projectgebied onverhard en wordt het met name vormgegeven door groen- en watervoorzieningen.

inrichtingsontwerp tankstation (VO)

Het beoogde nieuwe tankstation zal gerealiseerd worden naast een nieuw te realiseren afrit van de N279 naar de Bosscheweg (t.b.v. het verkeer komend vanuit Veghel/Keldonk richting Beek en Donk/Helmond).De directe ontsluiting van het tankstation geschiedt door één in-en uitrit ter plaatse van de Bosscheweg. Onderstaand een uitsnede van het Referentie Ontwerp (RO) N279 Veghel-Asten ter plaatse van de aansluiting Boerdonk. Op onderstaande afbeelding geven de rode pijltjes de locatie van de (toekomstige) in-/uitritten weer. Voor wat betreft de hoogte van de Bosscheweg ter plaatse van de uitrit/inrit tankstation (rode pijltje en rood omcirkeld) is de huidige situatie/huidige grondniveau in principe leidend.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 14

.

uitsnede van het Referentie Ontwerp (RO) N279 Veghel-Asten

Mocht er door de uitwerking van het tracé in een Voorlopig Ontwerp en een Definitief Ontwerp toch sprake zijn van niveauverschil, dan zal er voor worden zorggedragen dat een niveauverschil in hoogte tussen de kruin van de Bosscheweg en die van de in-en uitrit ter plaatse van het terrein van het tankstation, wordt overbrugd door de in-en uitrit zeer geleidelijk op het niveau van de openbare weg te laten aansluiten. De inrichting van het terrein kent een ruime opzet zodat zowel personenauto’s als bussen en vrachtverkeer (waaronder bevoorradingsverkeer) zich eenvoudig en veilig over het terrein kunnen bewegen. Al het verkeer zal zich via een éénrichtingsstructuur over het terrein moeten bewegen. Dat wordt met bebording aangegeven. Er zijn twee specifieke opstelplaatsen voor vrachtauto’s/bestelbussen die het tankstation resp. de tankshop bevoorraden. Deze zijn op zodanige plaatsen op het terrein gelegen dat deze de bewegingen van het overige verkeer niet belemmeren.

2.4.4 Landschappelijke inpassing en - kwaliteitsverbetering Investering in de landschappelijke inpassing en -kwaliteitsverbetering Onderdeel van de bouw en de exploitatie van het tankstation is de realisatie van een goede landschappelijke inpassing van het terrein en de bebouwing. Uit artikel 3.9 (Kwaliteitsverbetering landschap) van de Interim omgevingsverordening (IOV) Noord-Brabant vloeit voort dat een planologisch besluit (bestemmingsplan of buitenplanse omgevingsvergunningaanvraag (met ruimtelijke onderbouwing)) waarin respectievelijk waarmee een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt wordt in Landelijk Gebied voorziet in een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Het bestemmingsplan (of buitenplanse vergunningaanvraag (met ruimtelijke onderbouwing)) motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd doordat:

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 15

a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.

In onderhavig geval wordt toepassing gegeven aan onderdeel a. Voor de realisatie van kwaliteitsverbetering van het landschap en het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Laarbeek sinds 2017 de Landschapsinvesteringsregeling Laarbeek. Hierin worden drie categorieën onderscheiden: Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basis inspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s (op basis van forfaitaire bedragen). Het aan de orde zijnde project is te kwalificeren als een categorie 3 ontwikkeling. Hieruit volgt dat voor deze ontwikkeling het perceel landschappelijk moet worden ingepast en dat aan de hand van de berekende meerwaarde van de gronden een bijdrage van 20% van die meerwaarde aan kwaliteitsverbetering moet worden gedaan. Gelet op het projectbeschrijving kan de volgende berekening van de bijdrage in het kader van de kwaliteitsverbetering van het landschap worden gemaakt:

huidige planologische situatie

agrarisch (onbebouwd)

25.440 m2 (2.544 ha.)

€ 5,00 / m2

€ 127.200

toekomstige planologische situatie

niet-agrarische bedrijfsbestemming

6951 m2

€ 80,00/ m2

€ 556.080

agrarisch (onbebouwd)/groen

18.489 m2 (1.8489 ha.)

€ 5,00 / m2

€ 92.445

meerwaarde na planologische wijziging Bijdrage LIR

€ 521.325

20% van € 521.325

€ 104.265

Er kan op meerdere wijze geïnvesteerd worden in kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit kan – onder meer - betreffen een landschappelijke inpassing van bebouwing- en bestemmingsvlakken en/of de sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen/stallen/kassen en verwijderen verharding. Voor de verantwoording van deze omvang van de (extra) kwaliteitsverbetering is door NieuwBlauw stedenbouw en landschap en door BT Hoveniers een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierin is mede onderbouwd op welke wijze deze bijdrage wordt ingezet om de omgevingskwaliteit extra te versterken. De volgende uitgangspunten zijn in acht genomen bij de landschappelijke inpassing en landschappelijke inrichting: Landschappelijke inpassing Relict Bosscheweg met talud en beplanting herkenbaar houden. Geen dichte opgaande beplanting direct tegen bestaande beplanting aan de randen; Transparante beplanting zodat er zicht blijft op het relict van de Bosscheweg; Driehoekige vorm van de locatie blijft herkenbaar;

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 16

Toevoegen bloemenweides voor insecten zoals bijen en vlinders; Toevoegen gradiënten van droog naar minder droog;

landschappelijke inpassing en – inrichting projectgebied

landschappelijke inrichting en voorgestelde beplanting Open structuur met bloemenweides (1); Strooksgewijze verlagingen geven extra gradiënten tussen droog en minder droog. Daarnaast benadrukken zij de oude verkavelingsrichting en haken aan op het relict van de Bosscheweg (2); Transparante, open beplanting (3); Gestrooid patroon van meerstammige berken geven een herkenbaar beeld aan het terrein van het tankstation (3); Hagen rondom de parkeerhavens markeren de noord-oost grens van het terrein (4); Wadi t.b.v. waterberging ca. 400 m² (5).

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 17

Het landschappelijk inpassingsplan bevat een specifiek beplantingsvoorstel met zo veel mogelijk gebiedseigen beplanting.

beplantingsvoorstel

Voor het volledige landschappelijk inpassingsplan wordt verwezen naar het plan dat als bijlage 1 integraal deel uitmaakt van deze ruimtelijke onderbouwing.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 18

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Het NOVI loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld: In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

• dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: a. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. b. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.

Afweging Het project is, op nationaal niveau, dermate kleinschalig dat het geen wezenlijke invloed heeft op nationale belangen. Verstedelijkingsbeleid en beleid rondom regionale of provinciale infrastructuur met een bijbehorend voorzieningenniveau (zoals een tankstation) laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten zelf. De realisatie van dit project leidt niet tot strijdigheden met de uitgangspunten uit het NOVI.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 19

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Vanaf 1 juli 2017 moeten ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken worden getoetst aan de nieuwe Ladder Duurzame Verstedelijking. De grondslag voor de nieuwe Ladder-toets is het nieuwe artikel 3.1.6 lid 2 Bro. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Voor 'andere stedelijke voorzieningen' wordt in een overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017:ECLI:NL:RVS:2017:1724) gesteld, dat voor deze stedelijke functies als bedoeld in artikel 1.1.1 artikel 1 onder i van het Bro in de vorm van een terrein 'in beginsel' geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. Bestaat de andere stedelijke voorziening uit de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een brutovloeroppervlakte van minder dan 500 m2. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is ook een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' gegeven. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving.

Uit jurisprudentie blijkt dat de Afdeling bij beantwoording van de vraag of sprake is van bestaand stedelijk gebied - onder meer - ook kijkt naar de functie- en bouwmogelijkheden die het eerdere bestemmingsplan bood. Indien deze stedelijk van aard zijn dan is in veel gevallen sprake van bestaand stedelijk gebied (zie hiervoor o.a. ABRvS 28 april 2015, 201408996/1/R6). Afweging Het nieuwe tankstation heeft een bruto vloeroppervlak van 6951 m2 (dat wil zeggen het totaal van de bedrijfsgebouwen, de luifel en alle verhardingen). Het project is derhalve zodanig grootschalig dat er sprake is van een nieuwe stedelijke voorziening waarbij een toetsing aan de Ladder Duurzame Verstedelijking noodzakelijk is. Voor dit project heeft een toetsing aan de Ladder Duurzame verstedelijking plaatsgevonden. Binnen deze toetsing is het markt- c.q. verzorgingsgebied bepaald. Daarna is vastgesteld dat deze ontwikkeling voorziet in een economische behoefte binnen de regio en is vastgesteld dat deze ontwikkeling redelijkerwijs niet (langer) binnen bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden. Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. Voor de volledige LDV wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 2 integraal deel uitmaakt van deze ruimtelijke onderbouwing.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 20

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ((Barro) voorheen ook genoemd: AMvB Ruimte) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro bevat alle ruimtelijke rijksbelangen uit de eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB’s) en geeft middels regels en plankaarten (juridisch) de mogelijkheid om de rijksbelangen veel directer door te laten werken in de ruimtelijke plannen van andere overheden. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nationale landschappen, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. De Zuid-Willemsvaart tussen Veghel en de Maas is een rijksvaarweg van de zogenaamde CEMT klasse IV. Het Barro stelt dat langs dergelijke rijksvaarwegen een vrijwaringszone ligt. Een vrijwaringszone wordt gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg zoals opgenomen in de legger, bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet.

De breedte van een vrijwaringszone, gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg, bedraagt 25 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg van CEMT-klasse IV, V of VI. (artikel 2.1.2 Barro). Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van het bepaalde in het Barro inzake rijksvaarwegen, geldende bestemmingsplan, wordt rekening gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor:

a. b. c. d. e.

de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg (artikel 2.1.3 Barro).

Afweging De locatie van het beoogde tankstation (terrein en bebouwing) ligt op ruim 30 meter van de rijksvaarweg (Zuid-Willemsvaart) en derhalve ook buiten de vrijwaringszone. Het Barro legt derhalve geen belemmeringen op aan ruimtelijke ontwikkelingen op deze afstand.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Op 14 december 2018 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) vastgesteld. De Omgevingsvisie is overheidbindend en loopt vooruit op de invoering van de Omgevingswet in 2022. In de Omgevingsvisie verwoordt de provincie haar visie op de toekomst van Brabant tot aan 2050. Met de Brabantse Omgevingsvisie wordt met de hoofdopgaven aangesloten bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Met de Omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 21

De Omgevingswet heeft als doel een balans te vinden tussen beschermen (veilig, gezond met waarborg voor omgevingskwaliteit inclusief natuur) en benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen). Met deze visie wordt aangegeven wat vanuit provinciaal oogpunt belangrijk wordt gevonden voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van de leefomgeving van de inwoners van Brabant. De focus ligt daarbij op de vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Extra focus op deze hoofdopgaven is nodig om een goede basis met een goede omgevingskwaliteit te behouden. De basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Het doel voor 2050 is dat Brabant een goede leefomgevingskwaliteit heeft doordat op alle aspecten beter wordt gepresteerd dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Een minder vergaand doel 2030 is dat Brabant een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit heeft doordat er voor alle aspecten wordt voldaan aan de wettelijke normen.

Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energieen klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak. Afweging De hoofdopgave die in het kader van dit project van belang is, is hoofdopgave 3: Werken aan de slimme netwerkstad. Daarover stelt het POVI het volgende: “Doel 2050: Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers-en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur. Doel 2030: Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant.

Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeersen vervoersysteem.” De realisatie van een hoogwaardig tankstation waar waterstof (diwaterstof H2) getankt kan worden past in de provinciale ambitie om – onder meer – in Zuidoost-Brabant een netwerk van goede verkeersverbindingen met alle bijbehorende voorzieningen in stand te houden c.q. te realiseren ter bevordering van een duurzaam en fossielvrij verkeerssysteem.

3.2.2 Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan en Brabants Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport De provincie kiest voor een deur tot deur benadering, waarbij alle vervoer over weg, water en spoor in samenhang wordt bekeken (ook OV en fiets). Per gebied wordt een passende invulling gegeven aan mobiliteit. Elk gebied is anders en per gebied legt de provincie andere accenten. Het PVVP schetst onder andere de ambities om voldoende ruimte te houden voor aanleg van nieuwe infrastructuur, gegarandeerde en betere sociale bereikbaarheid met keuzemogelijkheden voor de reiziger, verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en bescherming / ontwikkeling van natuur en landschap bij inpassing van nieuwe infrastructuur.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 22

Afweging In het Brabants Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport, het uitvoeringsprogramma van het PVVP, is het opwaarderen van de verbinding als project opgenomen. De realisatie van een hoogwaardig tankstation waar waterstof (diwaterstof H2) getankt kan worden past in de provinciale ambitie om – onder meer – in Zuidoost-Brabant een netwerk van goede verkeersverbindingen met alle bijbehorende voorzieningen in stand te houden c.q. te realiseren ter bevordering van een duurzaam en fossielvrij verkeerssysteem.

3.2.3 Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening bevat de provinciale regels en randvoorwaarden met een bindende werking over de fysieke leefomgeving. Deze vloeien voort uit de in de Omgevingsvisie genoemde doelen. De Interim Omgevingsverordening is opgesteld naar de gedachtegang van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking zal treden. De Interim omgevingsverordening (IOV) heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen. Voor onderhavig plan zijn in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen "Instructieregels aan gemeenten" aan de orde. De afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid): afdelingen 3.5 tot en met 3.7: de toedeling van functies (stedelijke ontwikkelingen, mobiliteit, vitaal platteland en rood voor groen); afdelingen 3.2 tot en met 3.4: de bescherming van gebiedskenmerken (natuur, water, landschap, aardkundige waarden en cultuurhistorie) ; afdeling 3.1: de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Toedeling van functies Het projectgebied is gelegen binnen landelijk- en gemengd-landelijk gebied; buiten stedelijk gebied en ook buiten een landelijke kern, maar wel in een gebied waarin verstedelijking afweegbaar is.

Verder valt het projectgebied binnen het gebied waarin een verbod uitbreiding veehouderij geldt en valt het projectgebied binnen een stalderingsgebied.

uitsnede kaart IOV

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 23

In beginsel dient de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen stedelijk gebied te liggen, waar een daartoe strekkend bestemmingsplan onder voorwaarden mogelijk is (artikel 3.42 IOV). Artikel 3.43 IOV (afwijkende regels verstedelijking afweegbaar) stelt echter dat - in afwijking van artikel 3.42 IOV - een bestemmingsplan ter plaatse van ‘Verstedelijking afweegbaar’ ook mag voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a.

binnen stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is;

b.

transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort;

c.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;

d.

de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied

Afweging Ad a Er zijn voor de ontwikkeling van deze specifieke locatie weinig andere (ruimtelijke en bedrijfseconomische) vergelijkbare locaties beschikbaar. Deze locatie is de gelegen in de oksel van een rotonde waarmee de N279 wordt verbonden met de Bosscheweg en de Middenweg. Daarmee ligt het beoogde tankstation op een locatie binnen het belangrijkste ontsluitingsgebied voor auto- en (vooral!) vrachtverkeer van en naar de N279 en het bedrijventerrein ‘Bemmer’ (I,II,III en IV). Dit vrachtverkeer vormt de belangrijkste doelgroep voor het nieuwe tankstation. Bovendien wordt met de vestiging van dit tankstation op deze locatie voorgesorteerd om een toekomstige reconstructie van de N279/Bosscheweg/Middenweg tot een ongelijkvloerse kruising met afzonderlijke op- en afritten ter hoogte van Beek en Donk. Het toekomstige tankstation zou direct naast de nieuwe afrit …komen te liggen. Dat maakt deze locatie een unieke plek voor de vestigen van een modern tank- c.q. energiestation. Verder is het een onbebouwde (vrije) kavel en zijn er in de wijdere omgeving weinig kwetsbare objecten (woningen en bedrijfsgebouwen) aanwezig, wat een belangrijk aspect voor de bedrijfsontwikkeling in de toekomst is (denk hierbij aan de ontwikkelingen rondom de levering van waterstof (diwaterstof H2) als nieuwe, schone brandstof).

Een locatie op bedrijventerrein ‘Bemmer’ zelf is geen optie omdat daar een vergelijkbare markttechnische en strategisch gunstige locatie niet gevonden kan worden. Bovendien is daar een bedrijfskavel met een oppervlakte van de benodigde 1,3 ha niet beschikbaar. Een locatie binnen het bestaande stedelijk (woon-of centrum)gebied van Beek en Donk is vanwege de potentieel belastende milieu-planologische aspecten zoals externe veiligheidsrisico’s, luchtkwaliteit en verkeerstromen (door met name vrachtauto’s) en geluidhinder ruimtelijk niet wenselijk. Juist om deze redenen wordt ook de huidige locatie van het tankstation op de hoek Heuvelplein/Pastoor Vogelsstraat beëindigd en gesloopt. Ad b Gelet op de omvang en de aard van het project (mede gelet op alle benodigde voorzieningen en de (vracht)verkeersaantrekkende werking van een tankstation) is de vestiging van een dergelijke bedrijfsfunctie binnen cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet aan de orde. Dergelijke vastgoed is in Beek en Donk thans ook feitelijk niet aanwezig.

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 24

Ad c Er zijn op regionaal niveau geen specifieke afspraken gemaakt over solitaire bedrijfsvestigingen zoals in casu. De afweging om een dergelijke functie toe te staan ligt dan ook bij de gemeente en de provincie. Ad d De inrichting van het tankstation is vormgegeven met in acht name van de adviezen van de stedenbouwkundige van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed voor wat betreft de welstandsaspecten. Beiden zijn akkoord met het huidige ontwerp van het tankstation zelf en het perceel. Verder wordt het tankstation op een robuuste wijze landschappelijk ingepast in zijn omgeving. Verwezen wordt hier naar het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in paragraaf 2.4.4 en bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing. bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van het projectgebied gelden de gebiedskenmerken ‘verbod uitbreiding veehouderij’ en 'Stalderingsgebied'. De artikelen 3.51 en 3.52 IOV stellen regels en beperkingen aangaande de ontwikkeling van veehouderijen. Afweging Dit project heeft geen betrekking op een uitbreiding, vestiging of omschakeling van veehouderijen. Er hoeft derhalve geen nadere toetsing plaats te vinden.

Hoofdstuk 3 IOV In hoofdstuk 3 (paragraaf 3.1) van de IOV zijn ook algemene (basis) instructieregels aan gemeenten geformuleerd voor een evenwichtige toedeling van functies, waarbij toegezien moet worden op een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Om dit te bewerkstelligen moet rekening worden gehouden met het bepaalde in de volgende artikelen: Artikel 3.5

Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit

Lid 1. Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Lid 2. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie.

Artikel 3.6

Zorgvuldig ruimtegebruik

Lid 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a.

de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan;

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 25

b. c.

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.

Lid 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Afweging Het projectgebied ligt weliswaar buiten het stedelijk (dorps) gebied van Beek en Donk, maar hoofdstuk 3 (artikel 3.43) van het IOV bevat de mogelijkheid om ter plaatse van gronden die behoren tot het gebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ – onder voorwaarden - ook te voorzien in de nieuwvestiging van duurzame stedelijke ontwikkelingen buiten stedelijk gebied. Het onderhavige projectgebied is in de IOV ook gekwalificeerd als gebied waar ‘Verstedelijking afweegbaar’ is. In deze ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd dat dit plan voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.43 IOV (verwezen wordt naar pagina’s 22 en 23 van deze ruimtelijke onderbouwing). Met betrekking tot dit project heeft verder een laddertoetsing duurzame verstedelijking plaatsgevonden. De resultaten van deze laddertoetsing zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2 en bijlage 2 van deze ruimtelijke onderbouwing. Artikel 3.7

Toepassing van de lagenbenadering

Lid 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Afweging De 'lagenbenadering' is een aspect dat standaard in alle bestemmingsplannen en in ruimtelijke onderbouwing wordt beschreven, om tot een evenwichtige en goede functietoedeling te komen, zonder dat hiermee andere functies of waarden onaanvaardbaar worden aangetast. In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing worden deze lagen uitgebreid beschreven.

Artikel 3.8

Meerwaardecreatie

Lid 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder:

| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |

Pagina | 26

a. b.

de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Lid 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Afweging De nieuwvestiging van het tankstation langs de N279 (in het buitengebied) is noodzakelijk om het bestaande tankstation aan het Heuvelplein/ Pater Vogelsstraat (binnen de bebouwde kom van Beek en Donk) te kunnen sluiten, te slopen en te saneren. Hierdoor wordt een bedrijfsfunctie verwijderd die meer hinder en veiligheidsrisico’s voor de omringende woonomgeving met zich kan meebrengen, dan het nieuwe tankstation op de nieuwe locatie. Tevens dient de ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Hiertoe is een uitgebreid landschappelijk inpassingsplan opgesteld en als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Deze inpassing is in overleg met de provincie NoordBrabant opgesteld, vanwege het feit dat de landschapsbeheertypen zijn aangepast om het project enerzijds aan te laten sluiten op de feitelijke kwaliteiten van het gebied en anderzijds het project ook uitvoerbaar te houden.

Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in landelijk gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd doordat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=6238c90c-cc19-40b7-a04a-f0f6f96be6dd