CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

16 20210520 Bijlage Concept RES 1.0.pdf

Raadsvergadering 20 mei 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot vaststelling van de zienswijze op de Regionale Energiestrategie (RES) 1.016.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3. Energie ten dienste van andere opgaven en doelen

van het onderhoud van de wegen. Door zijn snelwegen op deze manier vorm

De derde categorie gaat over de mogelijkheden om energie in te zetten ten

te geven, kan Noord-Brabant zijn imago als slimme regio van Nederland

behoeve van een andere opgave. De energieopgave staat hier ten dienste

versterken en ook inspiratie bieden voor een landelijk beleid.

van (de) andere gebiedsopgaven, zoals bijvoorbeeld beekdalherstel. In elke gemeente in de regio kunnen kansen liggen voor deze toepassing van energieopwekking, passend bij de landschappelijke kenmerken van het

Energie voor de versterking van de agrarische economie

gebied en andere gebiedsopgaven die daar spelen.

Zoals aangegeven willen we onze regio versterken, ook op het gebied van de agrarische economie. De landbouw staat namelijk aan de vooravond

Energie voor natuurinclusief boeren

van grote veranderingen. In de jonge grootschalige ontginningen zijn er

Energie biedt kansen voor natuurinclusief boeren. Energieopwekking

in onze regio kansen voor de versterking van de agrarische economie en

maakt hierbij integraal deel uit van nieuw te ontwikkelen agrarische

de landbouwstructuur. Ook landschappelijk zijn deze gebieden het beste te

bedrijfsmodellen die zijn gericht op omgevingskwaliteit (landschaps-,

verenigen met grootschalige zonne- en windturbineparken. Windturbines

ecosysteem- en waterdiensten), voedselproductie en energieproductie.

en zonnevelden kunnen in combinatie met landbouw bijdragen aan het

De inkomsten uit duurzame energieopwekking dragen bij aan voldoende

behoud van een vitale toekomstbestendige agrarische sector in onze regio.

stabiele bedrijfsinkomsten om de extensivering van de agrarische functie te kunnen opvangen. Het ontwikkelen van deze bedrijfsmodellen is het meest

Energie voor natuurontwikkeling

urgent in de gebieden waar de grootste opgaven liggen. Een voorbeeld ligt

We streven in onze regio naar een veerkrachtig natuurlijk systeem.

in de groenblauwe mantel rondom de beschermde veengebieden in de Peel.

Energie kunnen we inzetten om bestaande bossen en natuurgebieden uit

Zonnevelden moeten dan ook ter plekke gecombineerd worden met bodem-,

te breiden en met elkaar te verbinden. Uiteraard zal dat zorgvuldig moeten

water- en biodiversiteitsdiensten.

gebeuren in relatie tot de bestaande natuurgebieden. Afhankelijk van het

Energie als kans voor andere opgaven.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

31

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

32

Figuur 4.8 - No regret maatregelen

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

33

Figuur 4.9 - Zoekgebieden voor grootschalige energie-opwek

34 4.3 Wat is al gerealiseerd of gepland?

Energie als kans voor landschapsherstel

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

Energie kan ingezet worden om bijvoorbeeld beschadigde beekdalsystemen zoveel mogelijk in hun oorspronkelijke staat terug te brengen, waarbij water

Voor de regio is in beeld gebracht wat er al aan grootschalige opwek is

zo lang mogelijk wordt vastgehouden en als spons kan fungeren. Veel

gerealiseerd en welke grootschalige hernieuwbare elektriciteitsprojecten

beekdalen zijn immers, door bijvoorbeeld ruilverkaveling ten behoeve van

(groter dan 15 kWh) nu in de pijplijn zitten. Voor de projecten en plannen in de

de landbouw, ingericht om water zo snel mogelijk af te voeren. Met beekdal

pijplijn zijn we er - op basis van eerdere ervaringscijfers - van uitgegaan dat

bedoelen we hier het totale beekdallandschap (gemiddelde breedte van

50% van de beschikte SDE+ subsidie zon-op-dak en zonnevelden daad-

een paar honderd meter, vaak tussen de beek begeleidende wegen). Nader

werkelijk gerealiseerd wordt. Daarmee komen we uit op een totale hoeveel-

onderzoek is nodig, gelet op mogelijke beleidsmatige beperkingen. Een

heid van 0,7 TWh aan bestaande projecten en geplande projecten.

historische kaart kan dienen als referentiekader tot hoever de oorspronkelijke beekdallandschappen

reikten.

Energie

is

hierbij

nadrukkelijk

een

financieringsmogelijkheid om de opgaven te kunnen realiseren; intacte delen van beekdalen zijn uitgesloten van energieopwekking.

Huidige stand realisatie + pijplijn (50% SDE beschikt) Zon, gerealiseerd

Wind, gerealiseerd

Zon, in ontwikkeling

Wind, in ontwikkeling

Energie in stedelijke uitloopgebieden Energie kan helpen om uitloopgebieden van de stedelijke regio’s te transformeren naar aantrekkelijke gebieden voor recreatie, met ruimte voor nieuwe woonmilieus. Dit kan in combinatie met concepten zoals

0 GWh

herenboeren, voedselbossen, natuurboeren of stadsboeren, die produceren

1 GWh = 0,001 TWh

via korte ketens en die diensten aanbieden aan de stad. Energie kan hierbij

500 GWh

1.000 GWh

1.500 GWh

2.000 GWh

Figuur 4.10

onderdeel zijn van het verdienmodel. De zone die zich hiervoor leent bevindt zich voornamelijk rond Eindhoven, Helmond en Veldhoven. Mogelijk dat in deze gebieden ook zonthermie kan worden ingezet met opslag ten behoeve

4.4 Onze bijdrage richting 2030

van de warmtetransitie. Dit moet nader onderzocht worden. We hebben al veel stappen genomen om te komen tot de concept-RES, maar we zijn nog niet klaar. We kunnen in deze concept-RES een inschatting geven van onze bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh en in welke zoekgebieden de projecten in potentie zouden kunnen landen. Voordat

35 we concrete zoekgebieden aanwijzen is echter aanvullend onderzoek nodig.

aanbevelingen van de doorrekening van het concept RES-bod van 2 TWh aan

We kijken daarom eerst naar wat bekend is. We weten dat we 0,7 TWh aan

de hand van de aangeleverde set van zoekgebieden en daaraan gekoppelde

bestaande en geplande projecten in de regio hebben. Aanvullend kijken we

opwekvermogens en stations. Bijlage 8 bevat de doorrekening zelf.

van bedrijven en grote stallen. Daarnaast gaan we een deel van de potentie

Beschrijving van situatie doorrekening

van de zoekgebieden (met een significante bijdrage en ten dienste van) die in

Enexis Netbeheer heeft het scenario voor 2 TWh aan grootschalige opwek

deze concept-RES zijn opgenomen benutten. We verwachten dat we in totaal

in de regio doorgerekend en de netimpact hiervan bepaald. Hierbij is

2 TWh kunnen bijdragen aan grootschalige duurzame energie-initiatieven

specifiek gekeken naar de impact op 13 Hoogspanning-/ Middenspanning

in 2030.

(HS/MS)-stations. Hiervan liggen 10 spanningsstations in het gebied van de Metropoolregio Eindhoven en 3 in omliggende RES-regio’s. Voor een deel van

4.5 Impact op het elektriciteitsnetwerk

de opgenomen zoekgebieden zijn aansluitingen nodig op HS/MS-stations die net buiten de RES-regio van de Metropoolregio Eindhoven liggen.

De verduurzaming van de energie-opwek vraagt ook om aanpassingen aan

Algemene conclusies doorrekening

het elektriciteitsnet. Het is belangrijk dat we deze uitbreidingen efficiënt en

In afbeelding 4.11 is weergegeven of en wanneer er knelpunten ontstaan bij

in samenhang aanpakken. Dat is nodig om genoeg capaciteit te hebben om de

HS/MS-stations uitgaande van het doorgerekende scenario van 2 TWh. Bij

initiatieven voor duurzame opwek aan te kunnen sluiten, de energie hiervan

dit scenario ontstaan vóór 2030 knelpunten in het net. Voor het aanpakken

te transporteren en om de maatschappelijke kosten daarvan te beperken. De

van deze knelpunten zijn twee nieuwe stations nodig en uitbreiding van 11

zoekgebieden met de daaraan gekoppelde potentie aan opwekvermogens

bestaande stations, met de volgende aandachtspunten:

zijn doorgerekend door Enexis Netbeheer. Onderzocht is wat de impact is van de verschillende zoekgebieden voor grootschalige duurzame opwek via zon en wind op het net met betrekking op tijd, geld en ruimtebeslag.

• De individuele doorlooptijden van deze aanpassingen aan het netwerk zijn zo’n 6-8 jaar voor nieuwe HS/MS-stations en 4-6 jaar voor uitbreidingen van bestaande stations. Uiteindelijk is TenneT de doorslaggevende partij bij het

Het aanpassen van de elektriciteitsinfrastructuur vraagt om grote

bouwen van nieuwe stations. Zonder de goedkeuring en samenwerking

investeringen. De netbeheerders onderzoeken daarom samen met de

met TenneT kan er door Enexis geen nieuw HS/MS-station geplaatst

partners de mogelijkheden om de bestaande infrastructuur beter te benutten

worden. Bij het bouwen van een nieuw station dient er een substantiële

en geven aan waar op de korte en middellange termijn uitbreidingen nodig

opwekpotentie te zijn (te denken valt aan minimaal 300 MW aan opwek);

zijn. Hieronder volgen eerst de belangrijkste bevindingen, conclusies en

We verwachten dat we in totaal 2 TWh kunnen bijdragen aan grootschalige duurzame energie-initiatieven in 2030.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

als eerste naar het realiseren van no-regret maatregelen, zoals zon op daken

36 Figuur 4.11 - Knelpunten

• Voor de realisatie van 2 nieuwe HS/MS-stations is 3 tot 8 hectare aan ruimte nodig. Daarnaast is er ruimte nodig om bestaande HS/MSstations uit te breiden, evenals ruimte voor de tracés tussen locaties voor grootschalige opwek en het betreffende HS/MS-station;

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

• De maatschappelijke kosten die nodig zijn om deze knelpunten bij de HS/ MS-stations aan te pakken bedragen tussen de 153 en 196 miljoen euro. Dit is exclusief de kosten voor aanpassingen aan het hoogspanningsnet door TenneT en exclusief de kosten voor het onderliggend net.

Specifieke conclusies en aanbevelingen Op alle 12 HS/MS-stations waarop de potentie van de zoekgebieden wordt geprojecteerd vanuit dit RES-bod verwachten we voor of in 2030 een knelpunt. Dit betekent dat voor het realiseren van dit RES-bod bij al deze stations uitbreidingen nodig zijn of nieuwe stations gebouwd moeten worden. • Voor de stations Helmond Zuid in De Peel en Hapert in De Kempen geldt dat er op termijn geen uitbreidingen meer op deze stations mogelijk zijn om alle initiatieven vanuit dit RES-bod aan te sluiten en dat voor De Peel en De Kempen nieuwe stations nodig zijn. Aanbevolen wordt daarom om daar eerst te kijken naar initiatieven die direct aangesloten kunnen worden en deze voor de korte termijn te prioriteren. Daarnaast is en blijft er overleg

Geen knelpunt verwacht

0 stations

Knelpunt verwacht na 2025 vanuit bod RES MRE

8 stations

Knelpunt verwacht in 2025 of eerder vanuit bod RES MRE

3 stations

Er is nu een knelpunt vanuit bod RES MRE

1 stations

Geen impact vanuit bod RES MRE

1 stations

nodig tussen Enexis, TenneT en de betrokken gemeenten over het plaatsen van nieuwe stations ten behoeve van de gebieden De Peel en De Kempen. Aanbevolen wordt om rekening te houden met deze ontwikkelingen bij het

nodig om het ingediende RES-bod vanuit de MRE helemaal te realiseren.

nader specificeren van gebieden voor opwek via zon en wind.

Ook hier zal daarom rekening gehouden moeten worden met een langere realisatietijd van een deel van de initiatieven die aan deze stations

• Voor de HS/MS-stations Aarle-Rixtel, Best, Eindhoven Noord/Oost/Zuid/ West, Helmond Oost, Maarheeze, Eerde en Weertheide zijn uitbreidingen

gekoppeld zijn. Dit betekent dat initiatieven goed gefaseerd moeten worden.

Voordat we een definitieve keuze maken, brengen we de (milieu)effecten van windturbines en zonnevelden in

37 8 van de 12 stations waar knelpunten gaan ontstaan bij de realisatie van

Algemene aandachtspunten duurzame opwek i.r.t. het elektriciteitsnetwerk

2 TWh. Hierdoor is er tijd om een belangrijk deel van de uitbreidingen en

• B  espaar! Wat je niet verbruikt hoef je ook niet op te wekken.

nieuwe stations voor te bereiden en te realiseren voordat er knelpunten

• Onderzoek de mogelijkheden van zon op dak (of gevel). Een deel van de

optreden, waarmee 2 TWh een redelijk maakbaar bod is. Echter, om dit in

opgewekte elektriciteit, wordt dan namelijk al direct verbruikt, waardoor

de praktijk te kunnen waarmaken dienen de intenties richting RES 1.0 ook

een kleiner deel op het (bestaande) net terechtkomt.

geconcretiseerd en nader gespecificeerd te worden voordat Enexis daar kan

• Kies voor opwek een locatie in de buurt van een bestaand of gepland

gaan investeren. Zodra er zekerheid is rondom de initiatieven kan Enexis

station, of in de buurt van een locatie met een hoge elektriciteitsvraag;

op tijd handelen en ruimte bieden om de initiatieven te faciliteren. Overleg

houd rekening met de beschikbare capaciteit en de mogelijkheden voor

en afstemming over de programmering van de duurzame opwek en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod zijn en blijven van groot belang. (zie bijlage 8, doorrekening Enexis)

afname. • Het is aan te bevelen meerdere windturbines en/of grotere zonnevelden rond één locatie te clusteren, omdat zo hoge netinvesteringen worden voorkomen. • Combineer zon- en windprojecten. Zorg voor een energiemix die aansluit op de vraag naar energie. ​ • S  tem initiatieven voor opwek af met buur-RES-regio’s. • Ga samen op zoek naar de juiste vorm van samenwerking en programmering van opwek in de tijd.

4.6 Vervolg Het uitgangspunt is om te starten bij no-regret maatregelen. We zijn ons er echter van bewust dat we ook windturbines en grondgebonden zonnevelden moeten realiseren. Voordat we een definitieve keuze maken waar en onder welke voorwaarden we dit willen doen, brengen we de milieu- en andere effecten van windturbines en zonnevelden in die gebieden eerst verder in beeld, onder andere met een planMER. Dit geeft bovendien aan inwoners, belangenorganisaties en andere stakeholders de mogelijkheid (formeel en informeel) om hierover mee te denken. Daarnaast kunnen we op basis

die gebieden eerst verder in beeld.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

De analyse laat zien dat veel knelpunten pas na 2025 ontstaan; dit betreft

38 daarvan kaders en instrumenten ontwikkelen om sturing te geven aan het inpassen van grootschalige wind- en zonne-energie en het voorkomen en beperken van ongewenste (milieu)effecten. Door het uitvoeren van een milieueffectenonderzoek en het bezien van Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

andere effecten van grootschalige opwek blijven we de gekozen lijn van een zorgvuldige afweging bewandelen. We gaan nog dieper in op de verschillende belangen, zoals landschap, natuur en leefomgeving. Nu de mogelijke zoekgebieden bekend zijn kunnen we bovendien het participatietraject intensiveren. Met alle (milieu)effecten in beeld en de uitkomsten van het participatieproces kunnen we een weloverwogen keuze maken waar windmolenparken en zonnevelden wenselijk zijn. Ook andere ruimtelijke, economische, sociale en politiek-bestuurlijke overwegingen worden in beeld gebracht. De Kempengemeenten hebben voor hun beleid ‘Grootschalige zonne- en windenergie in De Kempen’ al een milieueffectenonderzoek uitgevoerd. De ervaringen van De Kempen nemen we mee in het proces van de RES. We hebben de RES Metropoolregio Eindhoven ook als pilotregio aangemeld (landelijke pilot van NP RES en Commissie m.e.r.) voor het uitvoeren van een milieueffectenonderzoek (planMER), zodat een goede vertaling van de RES in de gemeentelijke omgevingsvisie en -plannen kan plaatsvinden. Daarnaast biedt het belanghebbenden ook de mogelijkheid om op regionaal niveau een zienswijze te geven op de keuzes en afwegingen.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

39

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

40

5

Op dit moment is de warmtevraag voor woningen en bedrijven in Zuidoost-

werken de gemeenten en hun partners de plannen voor duurzame warmte

Brabant 5,81 TWh (20,9 PJ6). In een groot deel daarvan wordt voorzien door

verder uit in de zogeheten Transitievisies Warmte (TVW), die uiterlijk eind

middel van fossiel aardgas. In de nabije toekomst willen we overstappen

2021 gereed moeten zijn.

op een toekomstbestendige warmtevoorziening door de inzet van mogelijk duurzame warmtebronnen. De daadwerkelijke toepassing van deze bronnen is van veel zaken afhankelijk en vraagt om onderzoek, samenwerking en afstemming. Als onderdeel van de RES stellen we daarom een Regionale

5.1 W  armtevraag en potentie van duurzame warmtebronnen

Structuur Warmte (RWS) op waarin regionale afspraken staan over hoe we in de nabije toekomst om willen gaan met de beschikbare bronnen, ruimte

De huidige warmtevraag voor woningen en bedrijven in de Metropoolregio

en infrastructuur voor onze warmtevoorziening. De resultaten tot op dit

Eindhoven bedraagt 5,81 TWh. In 2050 komt de warmtevraag naar

moment zijn opgenomen in de concept-RSW. Deze is op dit moment nog

verwachting uit op 4,4 TWh per jaar bij een besparing van 24%. Mogelijke

vooral inventariserend van aard. (bijlage 9)

duurzame warmtebronnen zijn geothermie, lage temperatuur aardwarmte (LTA), warmte-koudeopslag (WKO), all-electric, zonthermie, aquathermie,

De (concept) RSW geeft inzicht in de regionale warmtevraag, de potentie van

restwarmte, biomassa en biogas.

de beschikbare warmtebronnen, de huidige warmte-infrastructuur en de mogelijkheden voor samenwerking tussen gemeenten in het realiseren van

Het totaal energetisch (theoretisch) potentieel van deze duurzame

duurzame warmte. De stakeholders in de regio zijn voor deze (concept)-RSW

warmtebronnen is maar liefst 15,4 TWh en overstijgt het in theorie

in kaart gebracht en geïnformeerd tijdens verschillende bijeenkomsten.

ruimschoots de (toekomstige) vraag naar warmte van de gebouwde

Vanwege de complexiteit en de grote verscheidenheid in stakeholders

omgeving in de regio. Het daadwerkelijk toepasbare potentieel (dat wil

is er rondom biomassa een aparte bijeenkomst georganiseerd. In deze

zeggen het maatschappelijk en economisch potentieel) zal echter vele malen

bijeenkomsten is geïnventariseerd waar stakeholders kansen en knelpunten

lager uitkomen als gevolg van beperkende factoren zoals ruimte, kosten,

zien in de verduurzaming van de warmtevoorziening in de regio.

draagvlak en locatie. We zetten daarom ook als eerste in op besparing. Het daadwerkelijk toepasbare potentieel is momenteel niet bekend en bovendien

Richting de definitieve RES 1.0 wordt vervolgonderzoek verricht en wordt

locatie- en tijdsafhankelijk: wat technisch- of financieel nu niet haalbaar is,

de vertaling gemaakt naar concrete acties en afspraken. Op lokaal niveau

kan over 5 jaar wel haalbaar zijn. Dit vereist nog vervolgonderzoek richting

We maken afspraken over hoe we om willen gaan met de beschikbare bronnen, ruimte en infrastructuur voor onze warmtevoorziening. 6 E  en joule is een natuurkundige eenheid voor energieverbruik. Een MJ is een miljoen joule. Een gemiddeld huishouden verbruikt jaarlijks 54 MJ energie aan warmte. Een PJ is een biljard joule. Het totale energieverbruik (elektriciteit en warmte) in Nederland is ongeveer 3000 PJ per jaar.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

5

41

5. Duurzame Warmte

42

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

Energetisch potentieel

Praktisch potentieel

Figuur 5.1 - Verschillende vormen van potentie (ter illustratie), waarbij het huidige maatschappelijke potentieel kleiner is dan de verwachte vraag in 2050. In de loop van de tijd kan het maatschappelijk potentieel toenemen tot meer dan de behoefte.

termijn zijn inspanningen nodig om te komen tot een versnelling in zowel besparingsmaatregelen als in toepassing van duurzame bronnen gericht op een volledige verduurzaming van de warmtevraag in 2050.

5.2 I nfrastructuur in de Metropoolregio Eindhoven: gas-, elektriciteits- en warmtenet De huidige infrastructuur in de Metropoolregio Eindhoven bestaat voornamelijk uit het gas- en het elektriciteitsnet, die beheerd worden door Enexis Netbeheer. Het gas- en elektriciteitsnet tellen ieder ongeveer

Maatschappelijk potentieel

350.000 aansluitingen. Daarnaast zijn er twee middelgrote warmtenetten, in Eindhoven en Helmond, en een aantal kleinere warmtenetten in Asten en Waalre. Bij elkaar hebben de huidige warmtenetten in de Metropoolregio Eindhoven op dit moment nog maar een relatief beperkt aandeel

Warmtevraag In 2050

van ongeveer 16.500 aansluitingen. In het traject naar een duurzame warmtevoorziening zien we in relatie tot de infrastructuur nog een aantal relevante aandachtspunten en ontwikkelingen:

RES 1.0 en 2.0 en verdere inzet op innovatie. In figuur 5.1 is de relatie tussen de typen potentie voor de gebouwde omgeving weergegeven.

• Toepassing van een warmtenet is vooral interessant in stedelijk gebied met een hoge dichtheid aan woningen. Warmtenetten maken het mogelijk om verschillende (duurzame) bronnen op verschillende locaties met

We verwachten dat de ontwikkeling van duurzame warmte langzaam zal

elkaar te verbinden. Momenteel vindt onderzoek plaats naar de potentie

opstarten, ingegeven door de huidige onzekerheden en onbekendheden in

van de middelgrote netten in Eindhoven en Helmond voor de rest van de

relatie tot de warmtebronnen en hun toepassing. We verwachten echter

regio en naar verduurzaming van de gebruikte bronnen. Daarnaast vindt

ook dat het intensiveren van onderzoek, het aangaan van experimenten

onderzoek plaats naar de huidige en toekomstige toepasbaarheid van de

en het toepassen in de praktijk nieuwe kennis en ervaring opleveren

kleinere warmtenetten in het initiatief ‘Warme kernen’ in samenwerking

die op hun beurt weer leiden tot een versnelling in het proces. Op korte

met Enpuls.

43

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

Figuur 5.2

• Verduurzamen van het huidige gasnetwerk door grootschalige toepassing

• H  et overschakelen op duurzame warmte betekent, afhankelijk van de

van duurzaam gas, bijvoorbeeld groen gas of waterstof, is op termijn te

toegepaste duurzame warmtebron, meestal ook een toename in het gebruik

realiseren maar vindt nu nog niet plaats in de Metropoolregio Eindhoven.

van elektrische (hulp)energie en leidt daarmee tot een extra belasting van

Bij het realiseren van een aardgasvrije warmtevoorziening of aardgasvrije

het elektriciteitsnet. Afhankelijk van de gekozen bronnen en technieken zal

wijken zou het huidige aardgasnet op die manier een belangrijke rol

de elektriciteitsvraag (in TWh) ten gevolge van de duurzame warmtetransitie

kunnen blijven spelen. Hiervoor is nader onderzoek noodzakelijk.

met gemiddeld 33% toenemen. Als de gehele warmtevraag gedekt kan

44 worden door duurzame warmtebronnen moet gemiddeld genomen een derde van deze warmteproductie komen uit elektriciteit. In 2050 is dat dus een derde van de verwachte warmtevraag van 4,4 TWh ofwel 1,5 TWh aan elektriciteit. Dit betekent dat er een forse toename is van de belasting op het elektriciteitsnet7. Op sommige plekken in de regio zal de warmtevraag Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

komen uit volledig elektrische oplossingen (met individuele warmtepompen bijvoorbeeld), wat betekent dat de belasting op het net op deze locaties nog hoger zal zijn. • Met de inzet van laagwaardige duurzame energiebronnen en zonthermie zal meer gebruik gemaakt gaan worden van de opslag van warmte en koude in de bodem via open of gesloten systemen, individueel of collectief uitgevoerd. Deze ontwikkeling geeft een druk op het gebruik van de ondergrond en verhoogt het risico op het behoud van de grondwaterkwaliteit. Dit vraagt om een goede risicobeheersing bij de verdere ontwikkeling en uitrol van de warmtetransitie.

5.3 Vervolg De opgestelde RSW (bijlage 9), behorend bij de concept-RES, is voornamelijk inventariserend van aard. In het proces naar de RES 1.0 doen we verder onderzoek naar technische mogelijkheden, maar ook naar samenwerkingsmodellen (governance), exploitatiemogelijkheden en sociale innovatie. In de aanloop naar de RES 1.0 organiseren we (een) verdiepende sessie(s) met stakeholders. Hierbij gaan we nader in op de vraag hoe de betrokkenheid er in de toekomst uit kan/zal zien. De resultaten daarvan komen terug in de RES 1.0.

7 T  er vergelijking was het elektriciteitsverbruik van alle woningen in de Metropoolregio Eindhoven in 2017 ongeveer 1,08 TWh (volgens Klimaatmonitor).

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

45

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

46

6

Het succes van de RES is afhankelijk van de samenwerking met partijen die

6.1 Borging in beleid en regels

de regionale strategie tot uitvoering moeten brengen. Een belangrijk aspect daarbij is de uitvoering van de strategie met concrete plannen en projecten.

De RES 1.0 wordt in alle gemeenteraden van de deelnemende gemeenten en de

Zo is in het Klimaatakkoord afgesproken dat vergunningen voor projecten

algemeen besturen van de waterschappen Aa en Maas en De Dommel vastgesteld

zoveel mogelijk voor 2025 worden verleend. Het is daarom van belang om

als beleidskader. Daarnaast wordt de RES vastgesteld door Gedeputeerde Staten

afspraken te maken over de uitwerking van de concept-RES en de verankering

van Noord-Brabant. De afspraken en leidende principes uit de RES worden in

van onze leidende principes in lokaal en provinciaal beleid, over sociale en

beleid en regels opgenomen. Dat betekent dat:

financiële participatie, over de uitvoering van het energiebesparingsplan en

•  gemeenten en stakeholders afspraken uit het energiebesparingsplan

over de monitoring van de resultaten die we boeken. Natuurlijk vraagt de uitvoering ook belangrijke bijdragen en inspanningen van het Rijk en de provincie.

Punt van aandacht voor de RES is om in de aanloop naar 2030 zo min mogelijk onomkeerbare, belemmerende ruimtelijke besluiten of maatregelen te nemen.

opnemen in hun beleid; • gemeenten de zoekgebieden voor wind die in 2030 ingevuld moeten zijn, verankeren in hun omgevingsbeleid. Ook de provincie en de waterschappen bieden deze ruimte in hun beleid; • gemeenten beleid voor zonne- en/of windenergie maken of actualiseren en dit eveneens verankeren in hun omgevingsbeleid; •  provincie

en

gemeenten

zich

inspannen

om

procedures

voor

vergunningverlening voor wind- en zonprojecten uit deze strategie voor 2025 af te ronden. De provincie is bevoegd gezag voor windprojecten (tussen

Dit om de realisatie van de opgave voor de lange termijn 2050 haalbaar te

5 en 100 MW) en gemeenten zijn bevoegd gezag voor zonneprojecten (tot 50

maken.

MWp). Zij zijn dus verantwoordelijk voor de afwikkeling van procedures over RES-projecten voor 2025;

In de volgende fase werken we samen met de netbeheerder en de diverse

• gemeenten uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte vaststellen. Deze

stakeholders de gemaakte afspraken uit tot een uitvoeringsprogramma RES.

stemmen zij in regionaal verband op elkaar af. De provincie ondersteunt

Dit programma bevat de wijze waarop de inzet voor besparing, opwekking

dit via de adviseurs Aardgasvrije Wijken.

van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag wordt uitgevoerd en geeft inzicht in de

De manier waarop 21 gemeenten beleid maken verschilt onderling. Er is

consequenties voor de energie-infrastructuur;

ruimte voor lokaal maatwerk. We spreken wel samen af dat de ruimtelijke principes en afspraken uit de RES daadwerkelijk in gemeentelijk beleid worden vastgelegd.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

6

47

6. Van strategie via beleid naar uitvoering

48 Borging van RES 1.0 door:

voor de opwekking van duurzame elektriciteit, energiebesparing en de

• G  emeente en provincie in het ruimtelijk omgevingsbeleid;

warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde

• W  aterschappen in de waterbeheerplannen en gebiedsplannen;

energie-infrastructuur. We zetten daarom in op een grotere mate van

• Enexis Netbeheer en TenneT (of de netbeheerders) gericht op aansluiting

participatie van de lokale omgeving bij duurzame energie.

van grootschalige opwek in hun meerjaren investeringsagenda; Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

• M  aatschappelijke organisaties in hun jaar- en bedrijfsplannen.

We onderscheiden verschillende vormen van participatie: • Maatschappelijke participatie bij de energietransitie en de RES: betrokkenheid van maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en inwoners bij het ontwikkelen van de RES. Denk hierbij aan milieuorganisaties, VNO-NCW/

Omgevingsbeleid

bedrijfsleven, ZLTO, woningcorporaties, energiecoöperaties, groenpartijen,

Met de Omgevingswet bundelt de overheid de regels voor ruimte, wonen,

onderwijs en burgerinitiatieven;

infrastructuur, energie, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de

•  Volksvertegenwoordiging: het tijdig in de juiste positie brengen van

basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in

colleges, gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene besturen van de

het omgevingsbeleid. De volgende verbeterdoelen worden zo bereikt: • Verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, energie, milieu en natuur zijn beter op elkaar afgestemd.

waterschappen; • Participatie  bij energieprojecten: via lokaal eigenaarschap en financiële participatie.

• Duurzame projecten, zoals zonnevelden, windparken, warmtebronnen en daarvoor benodigde kabels en leidingen en andere energie-infrastructuur

Het doel van maatschappelijke participatie binnen de RES is om draagvlak

worden gestimuleerd.

voor de energietransitie in de Metropoolregio Eindhoven te creëren.

• B  esluitvormingsprocessen worden verbeterd en versneld.

We werken in de regio samen in ambtelijke werkgroepen, waarbij we stakeholders in de regio betrekken om mee te denken over specifieke

6.2 Participatie

aspecten van de RES. Hiermee maken de werkgroepen gebruik van de inhoudelijke kennis uit de regio, maar bouwen ze ook aan draagvlak door stakeholders te betrekken bij keuzes die worden gemaakt. Het initiatief om

Door de energietransitie gaat ons landschap er de komende jaren anders

maatschappelijke participatie met inwoners te organiseren ligt met name bij

uitzien. Met de komst van energiebronnen als zon en wind wordt de

gemeenten zelf. De regio biedt indien gewenst ondersteuning.

duurzame energievoorziening steeds zichtbaarder. Draagvlak en acceptatie onder omwonenden en andere inwoners en bedrijven uit de omgeving

Het strategisch inzetten van communicatie draagt bij aan een gedragen

van projecten zijn daarbij van cruciaal belang. Het doel van de RES van de

RES. Met als ambitie om de grote diversiteit aan belanghebbenden daarin

Metropoolregio Eindhoven is om tot regionaal gedragen keuzes te komen

een eigen plek en waar nodig verantwoordelijkheid te geven. Op zo’n manier

49 dat kennis, ideeën en ervaringen van betrokken mensen en organisaties zo goed mogelijk worden benut. Hierbij volgen we de volgende vier sporen: 1. het informeren en betrekken van gemeenteraden en colleges van B&W; 2. het informeren en betrekken van de ambtelijke organisaties; 4. het ondersteunen van gemeenten bij het informeren van inwoners en het vormen van maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie. De communicatie-aanpak is verder toegelicht in bijlage 3.

6.3 Bijdrage van het Rijk en de provincie De RES’en in Nederland ontstaan op basis van de samenwerking en aan de voorkant zijn geen afspraken gemaakt met het Rijk over randvoorwaarden. Denk hierbij aan het opheffen van belemmeringen die er zijn door weten regelgeving, maar ook wat we als regio(’s) (aanvullend) nodig hebben van het Rijk om de RES in onze regio te verwezenlijken. De regio’s zijn inmiddels met het Rijk in gesprek over verschillende onderwerpen waar ze belemmeringen zien, waarbij we gezamenlijk zoeken naar oplossingen. Het uitgangspunt bij deze aanpak is dat het lastig is om op korte termijn generieke wetswijzigingen te realiseren, maar dat het Rijk ondersteunt bij het zoeken naar ‘ruimte’ in wet- en regelgeving om in de regio’s te komen tot maatwerkoplossingen. Ook de provincies werken hieraan mee.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

3. het gebruiken van kennis en ideeën van ‘hoog betrokkenen’;

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

50

Voor een succesvolle uitvoering van de RES zijn dan ook aanvullende

• A  fspraken over collectieve warmte gemaakt, waarbij we - waar het zinvol

instrumenten, regels en middelen van het Rijk en de provincie noodzakelijk

is - komen tot nieuwe warmtesystemen. Onder andere door het wegnemen

om de projecten en afspraken uit deze RES tot stand te kunnen brengen. Het

van financiële belemmeringen waar gemeenten nu tegenaan lopen bij de

gaat daarbij onder meer om de volgende elementen:

aanleg van warmtenetten.

• E  en pakket aan financiële stimulering voor grootschalige- en kleine

• We komen tot een gezamenlijk kader voor de verdeling van de schaarse

energieprojecten (subsidie, fiscale regelingen, gebouwgebonden financie-

netcapaciteit en het bieden van extra mogelijkheden om te kunnen sturen

ring, saldering), gericht op het betaalbaar maken/houden van de energie-

op de netcapaciteit, onder andere door:

transitie wordt gegarandeerd tot 2030.

• het wettelijk mogelijk te maken elektriciteitsbronnen op piekmomenten af te koppelen;

•  Voldoende budget voor scholing van onder andere installateurs en uitvoeringscapaciteit bij netbeheerders, gemeenten, waterschappen, energiecoöperaties, woningbouwcorporaties, omgevingsdienst etc. In de RES 1.0 gaan wij dit vanuit de regio nader specificeren.

• h  et mogelijk maken van een flexibele inzet van de reservecapaciteit in de stations en het net; • het mogelijk maken van ‘Meerdere Leveranciers Op Een Aansluiting (‘Mloea’), bijvoorbeeld voor de combinatie van zonnepark en windpark; • het wettelijk mogelijk maken om nieuwe bronnen op een ‘wachtlijst voor

• Het opereren als één overheid, dus ook op Rijksniveau (o.a. Rijkswater-

aansluiting’ te zetten.

staat, Defensie, Rijksvastgoedbedrijf) is afstemming nodig in relatie tot het behalen van de energiedoelstellingen. Zoals bij het vernieuwen

• H  et extra stimuleren van ‘zon op dak’ door:

van Rijkswegen, om die opgave breder te trekken en te benaderen

• s ubsidie te verlenen voor ‘niet-aan-het-net-leveren’;

als infrastructuur in de brede zin van het woord: voor verkeer en als

• ‘zon op bedrijfsdaken’ te stimuleren door verplichtingen bij nieuwbouw

energiecorridor.

en financiële impulsen bijvoorbeeld; • het voor particulieren aantrekkelijk te maken om meer zonne-energie op

• De haalbaarheid en betaalbaarheid voor de samenleving op basis van

te wekken dan voor eigen gebruik nodig is.

onder meer het onderzoek naar de mate, spreiding en clustering van woonlastenneutraliteit bij verschillende woningtypen en warmteoplossingen, wordt geborgd.

• Besparen van energie in de gebouwde omgeving willen we stimuleren door de markt op grote schaal woningen te laten isoleren. Dit kan met een provinciaal programma, gefinancierd met maatschappelijk kapitaal

• I nstrumenten die het mogelijk maken de energierekening in te zetten als

(pensioenfondsen en opbrengsten participatie windturbines). In het

investering voor het energiezuinig maken van de woning en afkoppeling van

verlengde vragen we het Rijk de heffingskorting voor woningcorporaties

het aardgas (bijvoorbeeld woninggebonden financiering of een energiefonds).

te vervangen door een isolatie-/duurzaamheidssubsidie.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

51

52 •  Windturbines hebben naar verwachting te maken met beperkingen

6.4 Na de concept-RES

vanwege radarinstallaties voor vliegverkeer. Dit kan soms worden ondervangen met lagere turbines die alleen (technisch-financieel) haal-

De eerstvolgende stappen na de concept-RES zijn:

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

baar zijn als het Rijk er voldoende subsidie voor beschikbaar stelt. De radar voor vliegverkeer heeft in onze regio mogelijk veel gevolgen voor het

Verwerking reacties raden en Rijk

realiseren van windturbines.

De RES 1.0 is de uitwerking van concept-RES. De reacties op de concept-RES worden verwerkt, evenals de terugkoppeling van het Rijk na doorrekening

• R  egels en middelen die leiden tot financieel aantrekkelijke business-cases voor warmte(net)projecten.

van het PBL. Verder vinden een nadere uitwerking en verdieping plaats van de thema’s besparing, grootschalige opwek en warmte en zullen er bestuurlijke keuzes worden gemaakt over een aantal bespreekpunten, zoals bijvoorbeeld

•  We verzoeken het Rijk om, in samenspraak met provincies en netbeheerders, een uniforme toetsings-/monitoringstool voor alle RES-

het al dan niet toestaan van solitaire windturbines. Ook werken we in deze periode de leidende principes uit naar beleid en uitvoeringsrichtlijnen.

regio's, te ontwikkelen door het Rijk in samenspraak met provincies en netbeheerders.

Uitvoeren van een planMER We bepalen het kader voor de planMER en brengen vervolgens de (milieu-)

Met de andere Brabantse regio’s en de provincie heeft afstemming

effecten van windturbines en zonnevelden in de zoekgebieden verder in

plaatsgevonden over de randvoorwoorden. Deze lijst met randvoorwaarden

beeld, onder andere op basis van de planMER. Naast de formele zienswijze

wordt vanuit de RES regio’s en de Provincie aan het Rijk meegegeven bij de

procedure volgens de Wet milieubeheer, die is gekoppeld aan de Notitie

indiening van de concept-RES’en. Mogelijk dat er in de komende periode nog

Reikwijdte en Detailniveau en aan het Milieueffectenrapport, zetten we

andere randvoorwaarden naar voren komen.

ons eigen participatieproces voort om alle belanghebbenden en andere geïnteresseerden te betrekken bij het RES-proces.

De stap naar uitvoering De RES-organisatie gaat verder aan de slag om gemeenten, waterschappen, Enexis Netbeheer, provincie en andere stakeholders richting uitvoering te faciliteren. Onderwerpen die richting de RES 1.0 opgepakt worden zijn onder andere:

53 • Een energiebesparingsplan - Uitwerken van het plan en voorbereiden en borgen van de uitvoering. • F  inanciële participatie - In beeld brengen hoe het streven naar maximale participatie wordt gerealiseerd. Wat is de behoefte bij gemeenten? Wat is

en TenneT (deze zijn namelijk niet regio- of gemeentegebonden), het effect van energieprojecten aan de regiogrenzen en landsgrens en de mogelijke inzet van warmtebronnen. Ook tussen buurgemeenten in de verschillende regio’s vindt deze afstemming inmiddels plaats.

haalbaar? Welke instrumenten kunnen worden ingezet? nadelen van actief grondbeleid in relatie tot de energietransitie samen met gemeenten en provincie. • Organisatie van de uitvoering - Wat is er nodig aan kennis en capaciteit om de RES-opgave te kunnen realiseren? • Bestaande netwerken - Gebruik maken van bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden voor bestaande opgaven. Bij welke bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden kunnen we aansluiten die een deel van de opgave kunnen uitvoeren? • Regionaal energiefonds - We verkennen de mogelijkheden voor een regionaal energiefonds. •  Arbeidsmarkt- en onderwijsbeleid - Het ontwikkelen van proactief en afgestemd arbeidsmarkt- en onderwijsbeleid in de Metropoolregio Eindhoven. • E  lectriciteitsnetwerk - Samen met Enexis en andere partners concretiseren en afstemmen van de intenties op het gebied van duurzame opwek.

Afstemming met buurregio’s De energietransitie stopt niet bij de regiogrenzen en de landsgrens. Naast de andere Brabantse regio’s is er afstemming met de regio Noord-Midden Limburg en met België. Afstemming wordt gezocht over gebieden die regiogrenzen overschrijden, zoals De Peel, de aansluiting op stations van Enexis Netbeheer

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

• Actief grondbeleid - Verkenning naar de mogelijkheden en voor- en

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

Bijlagen 54

Ter verduidelijking van de begrippen en ander jargon die in de concept-RES regelmatig worden gebruikt, is de onderstaande begrippenlijst opgesteld.

Bio-energie en biomassa Energie die gewonnen wordt uit biomassa heet bio-energie. Biomassa bestaat uit hout en organisch afval, zoals planten, groente- en fruitresten. Bij de verbranding van deze materialen komt energie vrij en die energie

Aardgasvrij

noemen we bio-energie.

Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet gasloos; er kan groen gas worden toegepast.

Biogas Biogas is een gasmengsel dat ontstaat als gevolg van gisting van biologisch

Adaptatie

materiaal, zoals GFT-afval, mest of rioolslib. Het gas kan gebruikt worden

Adaptatie omvat het aanpassen aan de gevolgen van een probleem,

als brandstof in warmtekrachtcentrales, of worden bijgemengd in het

bijvoorbeeld aan veranderende omstandigheden zoals een veranderend

aardgasnet. Wanneer dit laatste gebeurt, spreken we van ‘groen gas’.

klimaat. Onder klimaatadaptatie valt ook het verminderen van de kwetsbaarheid van de samenleving voor klimaatverandering of het

Broeikaseffect

profiteren van de kansen die een veranderend klimaat kan bieden.

Het broeikaseffect is de werking van gassen in de atmosfeer die warmte op aarde vasthouden. Zonder broeikaseffect is leven op aarde niet mogelijk. Het

Afwegingskader

zou hier namelijk gemiddeld zo’n -30 graden Celsius zijn. Broeikasgassen

Afwegingen en keuzes ten aanzien van de RES worden gemaakt op basis

zijn onder andere methaan, koolstofdioxide en waterdamp. Door verbranding

van een afwegingskader. Dit omvat een viertal onderdelen:

van fossiele brandstoffen worden er meer broeikasgassen uitgestoten,

• K  wantitatieve bijdrage

die bijdragen aan de klimaatverandering. Dit noemt met het versterkte

• R  uimtelijke kwaliteit

broeikaseffect.

• Energiesysteemefficiëntie • B  estuurlijk en maatschappelijke draagvlak

Cultuurhistorische waarden en kenmerken Waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband

Een nadere uitwerking hiervan staat in de concept-RES beschreven.

houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende

Aquathermie Bij aquathermie wordt gebruik gemaakt van de temperatuur van het water voor de verwarming en/of koeling van gebouwen. De warmte en/of koude wordt daarbij gewonnen uit oppervlaktewater (zoals meren, rivieren en kanalen), uit (gezuiverd)afvalwater of uit drinkwater.

en verwachte archeologische waarden.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

n

55

Bijlage 1 - Begrippenlijst RES A - Z

56 Duurzame energie

Energietransitie

Duurzame energie of groene energie is energie die is opgewekt met behulp

De energietransitie omvat het omschakelen van fossiele energiebronnen

van duurzame, hernieuwbare energiebronnen. Bij winning en omzetting van

naar duurzame energiebronnen, zoals overeengekomen in het Parijs-

duurzame energie zijn er nauwelijks schadelijke effecten voor het klimaat.

akkoord.

Voorbeelden zijn windenergie of zonne-energie. Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

Gebouwde omgeving Ecologisch verbindingszone (EVZ)

De verzameling van alle gebouwen, waaronder woningen en maatschappelijk

De ecologische verbindingszones vormen een essentiële bouwsteen van

en commercieel vastgoed (incl. bedrijfsgebouwen). Bedrijfsprocessen in

het Natuurnetwerk Brabant. Door groene verbindingen te leggen tussen de

de industrie en landbouw maken geen onderdeel uit van de gebouwde

natuurgebieden zorgen zij ervoor dat dieren en planten niet geïsoleerd raken.

omgeving.

Energie infrastructuur

Geothermie

De energie infrastructuur omvat het gehele netwerk van opwek en transport

Dit wordt ook vaak aardwarmte genoemd. Bij geothermie wordt gebruik

van energie, van de energiebron via de leidingen, verdeelinstallaties naar

gemaakt van warmte uit de grond. Warm water wordt hieruit omhoog

de gebruiker. Dit kan per energietype worden uitgesplitst, bijvoorbeeld

gepompt om bijvoorbeeld water in een warmtenet te verwarmen. Dit kan als

elektriciteitsinfrastructuur en warmte-infrastructuur.

alternatief dienen voor aardgas.

Energiecorridor

Groene energie

Zone (bijvoorbeeld een snelweg) waarlangs veel duurzame/groene energie

Groene energie of duurzame energie is energie die is opgewekt met behulp

wordt opgewekt.

van duurzame energiebronnen. Duurzaam betekent dat de energiebron onuitputtelijk is, dat de groene energie schoon en betrouwbaar is en dat er bij

Energieneutraal

winning en omzetting nauwelijks schadelijke effecten voor het klimaat zijn.

Dit houdt in dat alle gebruikte energie uit duurzame/hernieuwbare bronnen wordt opgewekt.

Grootschalige opwek Binnen de concept-RES is dit de opwek van schone/duurzame energie op grote schaal, met name zonneparken en windparken.

Joule

Klimaattafels

Een joule is de natuurkundige eenheid voor energieverbruik. Een megajoule

Circa 150 partijen overlegden in het kader van het Klimaatakkoord aan vijf

(MJ) is een miljoen joule. Een gemiddeld huishouden verbruikt circa 1.500

klimaattafels over Elektriciteit, Industrie, Gebouwde Omgeving, Landbouw

m3 gas en 3.300 KWh. Dit staat gelijk aan jaarlijks 54.000 MJ aan warmte en

en Landgebruik en Mobiliteit. Daarnaast en ten dienste van die tafels hebben

11.880 MJ aan elektriciteit. In totaal gebruikt dus een huishouden 65.880 MJ

vele werkgroepen en taakgroepen gewerkt aan onderdelen van sectoren

aan energie. Een petajoule (PJ) is een biljard joule. Het totale energieverbruik

en aan gemeenschappelijke thema’s zoals innovatie, financiering en de

(elektriciteit en warmte) in Nederland is ongeveer 3.000 PJ per jaar.

arbeidsmarkt.

Voor de leesbaarheid van de RES is er gekozen om alle informatie aan te

Kilowattuur

duiden in TWh.

In Nederland wordt elektrische energie veelal uitgedrukt in het aantal Watt per uur. Bijvoorbeeld van een machine met een vermogen van 1.000 Watt (1

Klimaatakkoord

kW) en die een uur draait, is het energieverbruik 1 kilowattuur (kWh). Het

Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd en

gemiddelde Nederlandse huishouden gebruikt jaarlijks ongeveer 3.300 kWh

zijn we begonnen met de uitvoering. In het akkoord staan meer dan 600

aan elektriciteit en 15.000 KWh aan warmte. Het elektriciteitsverbruik wordt

afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Op regionaal

op nationaal en regionaal niveau vaak uitgedrukt in terrawattuur (TWh). Dit

niveau wordt onder andere via de RES vorm gegeven aan de afspraken in

is 1 miljard kWh. Om 1 TWh op te wekken zijn er circa 50/60 windturbines

het Klimaatakkoord. De RES gaat over de klimaattafels gebouwde omgeving

van 5,6 MW of 110/130 windturbines van 3 MW of 1100 tot 1500 HA zonnepark

en elektriciteit.

nodig. Het bod voor grootschalige opwek van elektriciteit is op basis van TWh.

Klimaatneutraal

Voor de leesbaarheid van de RES is er gekozen om de meeste cijfers daarom

Dit betekent dat bij het opwekken van de energie die gebruikt wordt geen

aan te duiden in TWh. Als uitgangspunt is gehanteerd dat 1 TWh gelijk staat

broeikasgassen worden uitgestoten, waardoor deze opwek niet bijdraagt aan

aan 3,6 Petajoule.

de klimaatverandering.

Landschappelijke waarden en kenmerken Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

57

58 Leidende principes De

concept-RES

wordt

kader

van

Samenhangend

afspraken

en

internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met

hoofdlijnen: dit zijn de leidende principes. Voor de Metropoolregio Eindhoven

de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur-

zijn de volgende leidende principes benoemd:

en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te

1. Een toekomstgerichte strategisch visie;

ontwikkelen natuurwaarden.

(maatschappelijke)

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

Natuur Netwerk Brabant uitgewerkt

uitgangspunten,

op

basis

van

een

richtinggevende

netwerk

van

natuurgebieden

van

nationaal

en

2. Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij; 3. Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit;

Netbeheerder

4. De energietransitie als kans voor de regio;

Het bedrijf verantwoordelijk voor het beheer van het elektriciteitsnet. Voor

5. Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal.

de provincie Noord-Brabant is dit Enexis.

Meekoppelkansen

Opgave

Meekoppelkansen zijn de kansen die zich aandienen om de RES te koppelen

De landelijke opgave is om voor 2030 ten minste 35 TWh aan schone

aan andere projecten, waardoor er een win-win situatie ontstaat. Denk

elektriciteit op te wekken.

hierbij aan bouwprojecten, waarin klimaatmaatregelen mee kunnen worden genomen.

Regionale Structuur Warmte (RSW) Dit is een onderdeel van de RES. Hierin maken gemeenten, waterschappen

Mitigatie

en de netbeheerder in de Metropoolregio Eindhoven op hoofdlijnen regionale

Mitigatie omvat het aanpakken van een probleem door de oorzaak weg

afspraken over hoe in de nabije toekomst om te gaan met de beschikbare

te nemen. In het geval van het klimaat omvat dit maatregelen om de

bronnen, ruimte en infrastructuur ten aanzien van warmte. De RSW wordt

opwarming van de aarde tegen te gaan, door bijvoorbeeld de uitstoot van

door gemeenten op lokaal en wijkniveau vertaald naar een transitievisie

broeikasgassen te reduceren via besparing en duurzame opwek.

warmte.

Natura 2000

Restwarmte

Om kwetsbare natuurgebieden te beschermen is er Natura 2000. Dit is een

Restwarmte is warmte-energie die overblijft bij een energieomzetting.

Europees netwerk van beschermde natuurgebieden.

Bijvoorbeeld warmte die ontstaat bij een productieproces. Deze warmte kan worden opgevangen en nuttig worden ingezet door koppeling met een warmtenet.

59 Ruimtelijke kwaliteit

Warmtenet

De kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed

Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waardoor warm

samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en

water stroomt. Dat warme water wordt gebruikt om huizen en gebouwen

toekomstwaarde.

te verwarmen. Het water in een warmtenet kan verwarmd worden door

SDE

Daardoor hoeft er niet meer in ieder huis een cv-ketel te hangen die op

Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie. Dit omvat subsidies voor

aardgas brandt.

het realiseren van schone en duurzame energiebronnen. Deze subsidie kent verschillende latere versies zoals SDE+. Vanaf 2020 heet deze regeling SDE++.

Zoekgebieden

De regeling richt zich met name op bedrijven en (non-profit) organisaties.

Gebieden die potentieel in aanmerking kunnen komen om grootschalige opwek door zonneparken en windparken te realiseren. De zoekgebieden in

Terrawattuur (TWh)

concept-RES zijn tot stand gekomen door de maximale potentie te bepalen

Het elektriciteitsverbruik wordt op nationaal en regionaal niveau vaak

op basis van de geldende restricties, technische haalbaarheid en ruimtelijke

uitgedrukt in terrawattuur (TWh). Dit is 1 miljard kWh. Om 1 TWh op te

onderbouwing. De zoekgebieden worden in het vervolgproces naar RES 1.0

wekken zijn er circa 50/60 windturbines van 5,6 MW of 110/130 windturbines

verder op milieueffecten gewogen door middel van een PlanMER. Ook wordt

van 3 MW of 1100 tot 1500 HA zonnepark nodig.

het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak getoetst met gemeenteraden en inwoners.

Transitievisies Warmte (TVW) Naar aanleiding van de RES werken de gemeenten met hun partners op

Zonthermie

lokaal niveau de plannen voor duurzame warmte verder uit in de zogeheten

Zonthermie is het opwarmen van water met behulp van zonlicht. Dit gebeurt

Transitievisies Warmte (TVW). Hierin staat de aanpak omschreven hoe

door zonnecollectoren. Zie dit als zonnepanelen die de energie van de zon

een gemeente, onder andere op wijkniveau, de overstap naar een duurzame

niet omzetten in elektriciteit, maar in warmte.

warmtevoorziening wil realiseren.

Zonne-energie Bij zonne-energie wordt zonlicht opgevangen op zonnepanelen en direct omgezet in elektriciteit. Zonne-energie is een duurzame energiebron.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

duurzame warmtebronnen zoals zonthermie, geothermie en aquathermie.

Concept Regionale Energiestrategie | Metropoolregio Eindhoven

60

Concept Regionale Energiestrategie (RES) Metropoolregio Eindhoven April 2020

Metropoolregio Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=3e5ac234-a37f-4acd-8365-feb9a6e6d985