CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

16 20210520 Bijlage Concept RES 1.0 bijlagen.pdf

Raadsvergadering 20 mei 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot vaststelling van de zienswijze op de Regionale Energiestrategie (RES) 1.022.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

9

REGIO IN BEELD

Transportschaarste in zuidelijk Enexis gebied ®

Op het kaartje is te zien waar in het zuidelijk Enexisgebied momenteel schaarste is op ons energienet.

®

Op dit moment zijn er vier HS/MS-stations in zuidelijk Enexisgebied waar nog maar beperkt transportcapaciteit voor teruglevering beschikbaar is. Dit betekent dat we mogelijk niet alle aanvragen voor teruglevering kunnen realiseren. Het gaat om de stations Cuijk, Haps, Gennep en Hapert.

®

Wat betreft station Hapert willen we hier alvast vooruitlopen op de volgende sectie en de aangeleverde gegevens uit het RES-bod bespreken. Het is ons namelijk opgevallen dat er een verschil bestaat tussen het RES-bod en de situatie die wij in de markt zien. Wij hebben al zoveel aanvragen op station Hapert binnengekregen dat er momenteel transportschaarste is afgekondigd. Als we ons alleen op het RES-bod hadden gebaseerd, was dit knelpunt pas later ontstaan.

®

Vooralsnog is bij de bepaling van het schaarsteniveau in NoordBrabant en Limburg de capaciteit op het net van TenneT niet meegenomen.

®

De informatie op deze kaart is een indicatie; hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. De kaarten worden regelmatig geactualiseerd, maar specifieke situaties in ons net kunnen afwijken van wat u op de kaart ziet. Voor de actuele situatie en meer informatie over transportschaarste wordt verwezen naar: https://www.enexis.nl/zakelijk/duurzaam/beperktecapaciteit/gebieden-met-schaarste

10

3. AANGELEVERDE GEGEVENS

AANGELEVERDE GEGEVENS

Door RES-regio Metropoolregio Eindhoven en NP RES Om een inschatting te kunnen maken van de impact van het regionale RES-bod zijn data nodig over het energie aanbod, de energievraag en de energie infrastructuur. Informatie over de energie infrastructuur is afkomstig van Enexis, Gasunie en TenneT. Informatie over het energie aanbod en de energievraag is gebaseerd op de door u aangeleverde gegevens. Zoals in onderstaande tabel weergegeven zijn over de (voor deze regio verwachte toename in) elektriciteitsvraag geen gegevens beschikbaar gesteld. Waar u geen informatie heeft aangeleverd, maken we gebruik van de back-up gegevenssets van NP RES voor zover die beschikbaar zijn. Naarmate de RES vordert worden er meer back-up files meegenomen. Hieronder ziet u wat wel en niet is meegenomen in de doorrekening.

Aanbod Elektriciteit

Gas

Waterstof

Vraag

Wind op land

ü

Grootschalige zonnevelden

Nieuwbouw woningen

û

ü

Nieuwbouw utiliteit

û

Grootschalig gebouw-gebonden zon

ü

Bestaande utiliteit

û

Kleinschalige zon (<15 kWp)

¨

Elektrisch vervoer

û

Overige duurzame opwek

û

Landbouw/glastuinbouw

û

Datacenters

û

Industrie

û

Utiliteit

û

Industrie

û

Landbouw/glastuinbouw

û

Vervoer

û

Totale vraag

û

Groengas

Waterstof

ü Data aangeleverd door RES-regio

û

û

¨ Data gebruikt uit back-up gegevens set

Elektriciteit

Gas

Waterstof

û Data niet aangeleverd door RES-regio en niet gebruikt in de doorrekening

12

AANGELEVERDE GEGEVENS

Beschrijving scenario aangeleverd uit de regio

Wind op land

Grootschalige zonnevelden

Grootschalig gebouwgebonden zon

Scenario 2025

Scenario 2030

Gebieden zonder restricties, waarbij restricties de volgende kunnen zijn: (1) veiligheid, (2) vliegroutes, (3) natuur en (4) geluid waaronder dat bij molenaarswoningen

Gebieden zonder restricties, waarbij restricties de volgende kunnen zijn: (1) veiligheid, (2) vliegroutes, (3) natuur en (4) geluid waaronder dat bij molenaarswoningen

2025: 16,67% van de totale potentie

2030: 100% van de totale potentie

Grondgebonden zonnepanelen op basis van geschikte gronden: no regret, langs infrastructuur, voor natuur en voor versterking agrarische economie

Grondgebonden zonnepanelen op basis van geschikte gronden: no regret, langs infrastructuur, voor natuur en voor versterking agrarische economie

2025: evenredig verdeeld 16,67% van de totale potentie

2030: evenredig verdeeld 100% van de totale potentie

Benutting van 50% van alle geschikte daken (groter dan 500 m2) in de regio. Maximale kans 60% van de schuine daken en 52% van de platte daken.

Benutting van 50% van alle geschikte daken (groter dan 500 m2) in de regio. Maximale kans 60% van de schuine daken en 52% van de platte daken.

2025: 28,5% van de totale potentie

2030: 100% van de totale potentie

13

AANGELEVERDE GEGEVENS

Kaartbeeld zoekgebieden opwek zon en wind

14

AANGELEVERDE GEGEVENS Scenario - 2030

Grootschalige zonnevelden

HS/MS STATION

Locatie

MW

Aarle-Rixtel

Groene vlekken 5, 6, 7 (Oost), 17 en 18 en gele vlekken 21, 22 en 23

30.4

Best

Groene vlek 8, potentie roze lijntjes gemeente Oirschot

11.2

Boxtel

-

0.0

-

Eerde

Groene vlek 7 (West) en gele vlek 24

20.0

Groene vlek 7 (West) en gele vlek 24

9.4

Eindhoven Noord

-

0.0

BIC en Eindhoven Airport

10.6

Eindhoven Oost

Blauwe vlek 2 Noord

7.2

Blauwe vlek 2 Noord

0.1

Eindhoven West

Blauwe vlek 1

2.4

Blauwe vlek 1 en potentie zoekgebieden de Kempen gemeente Eersel

2.1

Eindhoven Zuid

Groene vlekken 12 en 13 en gele vlekken 27, 28 en 29

20.8

Groene vlekken 12 en 13 en gele vlekken 27, 28 en 29

0.3

Hapert Helmond Oost

Potentie roze lijntjes gemeente Reusel, Bladel, Eersel en Bergeijk Blauwe vlek 2 (Oost) en groene vlekken 14 (Noord), 15 en 16 en gele vlek 30

Helmond Zuid

Blauwe vlekken 3 en 4 en groene vlek 14 (Zuid)

49.6

Blauwe vlekken 3 en 4 en groene vlek 14 (Zuid)

16.7

Maarheeze

Blauwe vlek 2 (Zuid) en groene vlekken 9, 10, 11 en 19 en gele vlekken 20, 25 en 26

56.0

Blauwe vlek 2 (Zuid) en groene vlekken 9, 10, 11 en 19 en gele vlekken 20, 25 en 26

34.4

Weertheide

-

0.0

Airport Budel en Zinkfabriek

11.3

214.2 8.0

Locatie

Grootschalig gebouw-gebonden zon

Groene vlekken 5, 6, 7 (Oost), 17 en 18 en gele vlekken 21, 22 en 23 Groene vlek 8, potentie zoekgebieden de Kempen gemeente Oirschot

Potentie zoekgebieden de Kempen gemeente Reusel, Bladel en Bergeijk Blauwe vlek 2 (Oost) en groene vlekken 14 (Noord), 15 en 16 en gele vlek 30

MW 25.5 14.8

23.9 16.2

Locatie

MW

Benutting van 50% van de grootschalige daken in de regio (maximaal 60% van de schuine daken en 52% van de platte daken wordt geschikt geacht).

Wind op land

91.3 84.7 0.0 0.0 72.5 76.4 63.8 50.7 107.9 68.8 135.6 60.2 0.0

Totaal RES-bod

419.9

165.4

812.0

Bestaand opgesteld vermogen*

19.6

48.1

134.2

TOTAAL

439.5

213.5

946.2

* Zie voor toelichting op ‘bestaand opgesteld vermogen’ de volgende sectie ‘Impact Regionaal Bod’

15

4. IMPACT REGIONAAL BOD

IMPACT REGIONAAL BOD

Werkwijze bepaling netimpact ®

Bij het bepalen van de impact van grootschalige opwek op het net, is er op dit moment gefocust op de impact op de HS/MS-stations in de RES Metropoolregio Eindhoven. In een later stadium zullen wij het zuidelijk Enexis gebied als geheel beschouwen om daarin gezamenlijk slimme keuzes te maken ten aanzien van netuitbreiding.

®

Alleen de impact van de extra opwek, zoals voorgesteld via de scenario’s in het kader van het RES-bod, is doorgerekend; 2019 is hierbij gebruikt als het nul-scenario waarvoor de gegevens zijn aangeleverd door CE Delft en Generation.Energy in opdracht van NP RES. Meer informatie over de basisgegevens voor 2019 is gegeven in de ‘Verdieping & Bijlagen’.

®

De indicatie van de impact is beoordeeld vanuit het huidig wettelijk kader. Voorgestelde wijzigingen of maatregelen voor het creëren van extra wettelijke ruimte zijn hierin nog niet meegenomen. Deze kunnen wel helpen om de realisatie van de ambities te mogelijk te maken of te versnellen. We willen niet vooruitlopen op de mogelijke impact van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die in dit kader is voorgesteld. Meer informatie over deze maatregelen en hoe deze bij kunnen dragen kunt u vinden via: https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Postition_paper_rondetafel_netcapaciteit_28_november_2019_162.pdf

®

Het bestaand opgesteld vermogen wordt meegenomen om het totaal opgesteld vermogen vast te stellen. Hiermee wordt door PBL berekend of het nationale doel van tenminste 35 TWh grootschalig hernieuwbare opwek op land in 2030 wordt gehaald.

®

Bij het bepalen van de impact van grootschalige opwek, wordt er gekeken waar en wanneer knelpunten optreden op de HS/MSstations. Hiertoe zijn de aangeleverde gegevens geprojecteerd op het HS/MS-station van welke de plannen in het verzorgingsgebied liggen. Om in de energievraag en het energie-aanbod richting 2030 te kunnen voorzien, moeten deze knelpunten opgelost worden. Het is van belang om Enexis en Tennet te blijven betrekken in dit proces, om samen tot oplossingen te komen.

®

Bij het bepalen van de impact van het RES bod is enkel gekeken naar de informatie in de aangeleverde scenario’s. Dit kan verschillen met interne informatie waarmee Enexis haar Investeringsplan opzet. Voor meer informatie over dit punt zie de sectie ‘Verdieping & Bijlagen’.

®

Op basis van de aangeleverde scenario’s ontstaat er op een aantal stations voor 2030 een knelpunt, aangezien hier meer opwek geprojecteerd wordt dan er capaciteit beschikbaar is. Om deze knelpunten op te lossen dienen enkele stations uitgebreid en enkele nieuwe stations gebouwd te worden. Hierna wordt de impact van ieder scenario besproken.

17

IMPACT REGIONAAL BOD Indicatie impact aangeleverde scenario

In de afbeelding is weergegeven of en wanneer er knelpunten ontstaan bij HS/MSstations uitgaande van het aangeleverde scenario. Om de knelpunten in het netwerk op te lossen is het bij dit scenario nodig om 11 HS/MS-stations uit te breiden (Aarle-Rixtel, Best, Eindhoven Noord/Oost/Zuid/West, Helmond Oost/Zuid, Maarheeze, Eerde en Weertheide) en 2 stations te bouwen op nieuwe locaties (t.b.v. Helmond Zuid/De Peel en Hapert/De Kempen). Voor station Boxtel is de impact vanuit dit RES-bod van de MRE verwaarloosbaar en is daarom niet meegenomen in deze doorrekening. De indicatie van de impact hiervan is beschreven in onderstaande tabel. De bij dit scenario voorziene uitbreidingen van de bovengenoemde stations kunnen op de huidige locatie worden gerealiseerd. Het merendeel van de stations zal na deze ‘eerste’ uitbreiding echter niet meer op de huidige locatie uit te breiden zijn en dan dient er gekeken te worden naar andere oplossingen.

#

€

m2

Uitbreiding HS/MSstation

11

103M – 146M

x

Nieuw HS/MS-station

2

~25M per station

30.000 - 80.000

Alternatieve oplossingen

Totaal

x

x

153M – 196M

x

Geen knelpunt verwacht vanuit bod RES MRE

0 stations

Knelpunt verwacht na 2025 vanuit bod RES MRE

8 stations

Knelpunt verwacht in 2025 of eerder vanuit bod RES MRE

3 stations

Er is nu een knelpunt vanuit bod RES MRE

1 stations

Geen impact vanuit bod RES MRE

1 stations

Voor de cellen met een x is het niet mogelijk een indicatie te geven, hiervoor is de afhankelijkheid van de plannen van TenneT te groot. Meer hierover in de sectie ‘Verdieping & Bijlagen’.

18

IMPACT REGIONAAL BOD OP BASIS VAN DE SCENARIO’S Regiospecifieke bevindingen ®

Op alle 12 HS/MS-stations waarop initiatieven worden geprojecteerd vanuit dit RES-bod verwachten we voor 2030 een knelpunt. Dit betekent dat voor het realiseren van het huidige RES bod op ieder station uitbreidingen gedaan dienen te worden of nieuwe stations gebouwd moeten worden. Vanzelfsprekend brengt dit de nodige doorlooptijd en kosten met zich mee, waarover in de komende slides meer uitgeweid wordt.

®

Op station Hapert is volgens de transportschaarstekaart (zie sectie ‘Regio in Beeld’) beperkt transportcapaciteit beschikbaar, daarom zien we dit station ook op rood staan: er is nu al een knelpunt. Als we ons alleen op het RES-bod hadden gebaseerd zou dit knelpunt pas later aan de orde zijn geweest. Binnen Enexis hebben wij echter veel aanvragen voor grootschalige duurzame opwek voor station Hapert binnengekregen zodat er momenteel al transportschaarste voor dit station is afgekondigd.

®

Voor de stations Best, Helmond Zuid, Hapert en Maarheeze komen op dit moment veel aanvragen voor het aansluiten van duurzame opwek bij Enexis binnen. Ook vanuit het aangeleverde bod worden hier de meeste vermogens op voorzien. Blijkbaar zijn dit - vanuit de markt en overheid bezien gewilde locaties voor duurzame opwek. Bij het prioriteren van uitbreidingen houdt Enexis ook rekening met dit soort ontwikkelingen.

®

Overleg tussen Enexis, TenneT en betrokken gemeenten over het mogelijk plaatsen van een/enkele nieuwe HS/MS-stations ten behoeve van de gebieden de Peel en De Kempen is en blijft van belang.

®

Veel knelpunten zien we pas na 2025 ontstaan (8 van de 12 stations met een knelpunt). Hierom lijkt het aangeleverde bod vanuit de RES MRE een maakbaar bod: er is tijd om het merendeel van de uitbreidingen en nieuwe stations voor te bereiden en te realiseren voordat een knelpunt optreedt. Echter, om dit ook in de praktijk te kunnen waarmaken dienen de intenties ook geconcretiseerd en nader gespecificeerd te worden voordat Enexis kan investeren. Zodra er zekerheid is rondom de initiatieven kan Enexis op tijd handelen en ruimte bieden om de initiatieven te faciliteren.

19

IMPACT REGIONAAL BOD

Vergelijking impact scenario’s: tijd Hiernaast is weergeven welke individuele doorlooptijden verwacht kunnen worden bij het realiseren van een nieuw HS/MS-station en bij het uitbreiden van een bestaand HS/MS-station. Belangrijk hierbij is het woord ‘individueel’. Deze indicatie van doorlooptijden voor individuele projecten moet gezien worden als de doorlooptijd, als ware dit het enige project dat door Enexis uitgevoerd wordt. Natuurlijk zal er in werkelijkheid grote onderlinge afhankelijkheid zijn van de beschikbaarheid van technisch personeel en materieel. Het werkpakket van Enexis loopt op door de energietransitie; in 2020 verwachten we een stijging van bijna 50% ten opzichte van 2015. Het uitvoeren van het toenemende werkpakket in combinatie met een tekort aan technisch personeel, vormt een uitdaging voor Enexis. We zullen slim en efficiënt moeten werken, om zo ook het uitvoeren van het werkpakket voor 2020 haalbaar te maken. Het versnellen van de energietransitie blijft één van onze prioriteiten.

Nieuw HS/MS-station

6-8 jaar

De doorlooptijd is ook afhankelijk van vergunningstrajecten; denk aan het wijzigen van een bestemmingsplan voor bijvoorbeeld bomenkap, het plaatsen van nieuwe gebouwen en dergelijke, ten behoeve van de uitbreiding van HS/MSstations.

Uitbreiding HS/MS-station

4-6 jaar

Realiseert u zich ook dat los van de plannen die door de RES-regio’s gemaakt worden, de energiemarkt in beweging is. Zo kunnen projectontwikkelaars met initiatieven komen die - mits vergund - mogelijk de gepresenteerde situatie op de stations verandert. Het delen van plannen en afstemmen van initiatieven, om zo een bepaalde fasering te realiseren, is hierbij cruciaal om het gewenste resultaat voor 2030 te bereiken.

20

IMPACT REGIONAAL BOD Impact scenario’s: ruimte

In de figuur rechts wordt een overzicht gegeven van de extra ruimte die nodig is voor nieuwe infrastructuur, behorende bij de aangeleverde scenario’s. Hierbij is op dit moment alleen de benodigde ruimte voor eventuele nieuwe HS/MS-stations weergegeven.

Hierbij is belangrijk dat deze oplossingen in goed overleg met o.a. TenneT bepaald moeten worden. Zo worden bijvoorbeeld beslissingen voor het aankopen van grond eerst uitvoerig met hen en andere betrokkenen besproken en afgewogen. De aanpassingen aan de netinfrastructuur vergen sowieso ruimte, zowel boven- als ondergronds. Te denken valt hierbij aan kabel- en leidingstroken en ruimte voor stations. In dit kader willen we meegeven dat het in de meeste gevallen niet verstandig is om de ruimte direct aangrenzend aan stations te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen. Bij uitbreidingen van stations is deze ruimte mogelijkerwijs nodig, bijvoorbeeld om extra kabeltracés te kunnen realiseren. Het vergeven van deze ruimte, aan bijvoorbeeld zon-initiatieven, kan daarom een beperkend effect hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van een station.

200 180 160 140

x1000 m2

Wat betreft het ruimtebeslag van uitbreidingen van bestaande HS/MSstations kan worden gemeld dat deze uitbreidingen allemaal op de huidige locatie kunnen worden uitgevoerd. Daarna dient er per station gekeken te worden wat de eventuele vervolgoplossing is. Dit zal meestal uitwijken naar een andere locatie zijn. Dat betekend dan een ander bestaand station of een nieuw station dat gebouwd dient te worden.

Ruimte

120 100 80 60 40 20 0

Scenario

21

IMPACT REGIONAAL BOD Impact scenario’s: kosten

In de figuur rechts wordt een indicatie gegeven van de maatschappelijke kosten, behorend bij het aangeleverde scenario. Hierbij zijn alleen de investeringskosten aan de Enexis-kant van het HS/MS-station meegenomen. TenneT zal ook kosten moeten maken bij bijvoorbeeld het plaatsen en aanleggen van een nieuw HS/MS-station. Daarnaast zijn er nog kosten voor de aanpassingen aan de midden- en laagspanningsnetten, meer hierover in de sectie ‘Verdieping & Bijlagen’.

Meer informatie vindt u hierover via: https://www.enexis.nl/over-ons/watbieden-we/documenten-en-publicaties/jaarverslagen-eninvesteringsplannen

300 250

miljoen €

We willen u er ook graag op wijzen dat Enexis een wettelijke verplichting heeft om elke 2 jaar haar investeringsplannen in te dienen bij de toezichthouder ACM (Autoriteit Consument en Markt). In die plannen staat zo concreet mogelijk welke investeringen Enexis gaat doen en op welke verwachtingen die zijn gebaseerd.

Kosten

200 150 100 50 0

Scenario

22

IMPACT REGIONAAL BOD Sectoranalyse

We streven ernaar een integraal beeld te geven van de impact van het regionale (concept) RES-bod. In volgende doorrekeningen willen we per sector duiden wat de grootste belemmeringen c.q. uitdagingen zijn voor de Metropoolregio Eindhoven. Zoals eerder aangegeven, hebben we ons voor de doorrekening van dit concept bod beperkt tot de impactbepaling van grootschalige opwek op onze HS/MS-stations. Deze pagina mag dus gezien worden als een vooruitwijzing naar de terugkoppeling die we bij een volgende doorrekening wensen te geven. We zijn hierbij ook afhankelijk van de informatie vanuit de RES-regio.

Landbouw

Mobiliteit

Industrie

Gebouwde omgeving

23

5. AANBEVELINGEN

24

AANBEVELINGEN

Belangrijke overwegingen om mee te nemen ®

Op alle 12 HS/MS-stations waarop initiatieven worden geprojecteerd vanuit het RES-bod voor de MRE verwachten we voor 2030 een knelpunt. Dit betekent dat voor het realiseren van dit RES-bod op ieder station uitbreidingen gedaan dienen te worden of nieuwe stations gebouwd moeten worden. Dit heeft impact op de bijbehorende ruimtevraag, doorlooptijden en kosten. Concreet betreft het: ®

Voor de stations Helmond Zuid en Hapert geldt dat er uiteindelijk geen uitbreidingen op de stations meer mogelijk zijn om alle initiatieven vanuit dit RES-bod aan te sluiten. Hiervoor zijn nieuwe stations nodig, waarbij we willen aanbevelen de gesprekken voor nieuwe stations met de betrokken gemeenten uit de Kempen en de Peel, Tennet en Enexis te voeren. Daarom moet er ook rekening gehouden worden met een langere realisatietijd van de initiatieven die aan deze stations gekoppeld zijn. Aanbevolen wordt daarom ook om eerst te kijken naar initiatieven die daar direct aangesloten kunnen worden en deze te prioriteren.

®

Voor de HS/MS-stations Aarle-Rixtel, Best, Eindhoven Noord/Oost/Zuid/West, Helmond Oost, Maarheeze, Eerde en Weertheide zijn uitbreidingen nodig om het ingediende RES MRE bod geheel te realiseren. Voor een aantal initiatieven treedt hier al een knelpunt voor 2025 op (Best en Maarheeze). Ook hier moet daarom rekening gehouden worden met een langere realisatietijd van de initiatieven die aan deze stations gekoppeld zijn.

®

In de analyse zien we wel veel knelpunten pas na 2025 ontstaan (8 van de 12 stations met een knelpunt). Hierdoor lijkt het aangeleverde bod vanuit de RES MRE een maakbaar bod: er is tijd om het merendeel van de uitbreidingen en nieuwe stations voor te bereiden en te realiseren voordat een knelpunt optreedt. Echter, om dit ook in de praktijk te kunnen waarmaken dienen de intenties richting RES 1.0 verder geconcretiseerd en gespecificeerd te worden. Zodra er zekerheid is rondom de initiatieven kan Enexis op tijd handelen en ruimte bieden om de initiatieven te faciliteren.

®

Wij zien op dit moment initiatieven bij Enexis binnen komen vanuit de regio MRE, waarbij aan sommige stations meer initiatieven zijn gekoppeld dan er in dit RES-bod opgenomen zijn. Bij onder andere station Hapert zien we een verschil in de huidige initiatieven vanuit de markt en de geplande RES-initiatieven. Daarom willen we aanbevelen om in het proces richting RES 1.0 goed te kijken of het RES-bod de ambities in de regio juist reflecteert.

®

Voor de stations Best, Helmond Zuid, Hapert en Maarheeze komen op dit moment veel aanvragen voor het aansluiten van duurzame opwek bij Enexis binnen. Ook vanuit het aangeleverde bod blijken hier de meeste vermogens op aangesloten te worden. Blijkbaar zijn dit - vanuit de markt en overheid bezien - vooralsnog gewilde locaties voor duurzame opwek. Bij het prioriteren van uitbreidingen houdt Enexis ook rekening met dit soort ontwikkelingen.

25

AANBEVELINGEN

Algemene aandachtspunten ®

Het is aan te bevelen eerst de mogelijkheden van zon op dak te onderzoeken alvorens de mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden worden onderzocht. Een deel van de opgewekte elektriciteit bij zon op dak wordt namelijk lokaal al verbruikt, waardoor een kleiner deel op het (bestaande) net terechtkomt. Toch is het wel van belang te realiseren dat er juist daar waar veel klanten op het laagspanningsnet zijn aangesloten, de ontwikkeling van kleinschalige opwek uit zon (op dak) grote impact kan hebben op de daadwerkelijk beschikbare netcapaciteit.

®

Het is aan te bevelen meerdere windturbines en grotere zonnevelden rond één locatie te clusteren. Kies hiervoor een locatie in de buurt van een bestaand of gepland HS/MS-station, of in de buurt van een locatie met een hoge elektriciteitsvraag. We zien liever één groot cluster, dan een verspreiding van projecten, omdat zo hoge netinvesteringen worden voorkomen. Hierbij helpt het ook om zon- en windprojecten te combineren. Het cluster van projecten kan direct aangesloten worden op een HS/MS-station. Op deze manier houden we ruimte vrij op de lagere netvlakken, voor bijvoorbeeld zon op dak en nieuwbouwwijken.

®

Het is aan te bevelen stations in binnensteden te ontlasten, daar waar het aankomt op windparken en zonnevelden. De aanpassingen aan de netinfrastructuur vergen veel ruimte, zowel boven- als ondergronds. Te denken valt hierbij aan kabel- en leidingstroken en ruimte voor stations. Deze ruimte is er vaak niet bij stations in binnensteden. Daarbij is het nodig om de beschikbare capaciteit op deze stations vrij te houden voor de opwek uit zon op dak.

®

Het is in de meeste gevallen niet verstandig om de ruimte direct aangrenzend aan stations te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen. Bij uitbreidingen van stations is deze ruimte mogelijkerwijs nodig, bijvoorbeeld om extra kabeltracés te kunnen realiseren. Het vergeven van deze ruimte, aan bijvoorbeeld zoninitiatieven, kan daarom een beperkend effect hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van een station.

®

De verwachting is dat het ook nodig zal zijn om de stations in ons midden- en laagspanningsnet uit te breiden, welke veelal in woonwijken staan. Het is daarom aan te bevelen het ‘snippergroen’ rond deze stations te behouden, om zo de uitbreidmogelijkheden van deze stations niet te beperken.

®

Het is gewenst om afspraken te maken met betrekking tot het vergeven van vergunningen voor zowel projecten als de bijbehorende infrastructuur. Hierbij wordt aanbevolen enkel vergunningen voor projecten uit te geven wanneer er ook vergunningen voor de daarvoor benodigde infrastructuur uitgegeven worden. Enexis opteert ervoor om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven voor duurzame energieproductie gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur.

®

Onderling overleg en afstemming is essentieel om het RES-bod te behalen. Stem initiatieven voor opwek af met Enexis, TenneT, tussen de partijen betrokken bij de formulering van het RES-bod, met buur-RES-regio’s en binnen gemeenten, waarbij er samen gezocht wordt naar mogelijkheden en oplossingen. Ga samen op zoek naar de juiste vorm van samenwerking. Samen maken we de plannen concreet, gaan we op zoek naar passende locaties en programmeren we de plannen in de tijd. Dit voorkomt verkeerde investeringen in het net.

26

DISCLAIMER DISCLAIMER Dit document is met veel zorg samengesteld. Het geeft een indicatie van de impact van de regionale plannen voor grootschalige duurzame opwek voor de energie-infrastructuur. De vertaalslag naar concrete aanpassingen en oplossingen vergt verdere uitwerking. Het is van belang een aantal zaken in acht te nemen bij het lezen van dit document: ®

Aan de informatie in dit document kunnen geen rechten worden ontleend. Enexis geeft met het delen van deze informatie geen advies, maar een zo goed mogelijke duiding vanuit beschikbare informatie. Ook kan niets in dit document worden gezien als het geven van een positieve transportindicatie.

®

De doorrekening is uitgevoerd op basis van de huidige beschikbare informatie vanuit de RES. Het moet daarom worden gezien als een momentopname.

®

Voor de doorrekening zijn gegevens gebruikt die door de RES-regio zijn aangeleverd. In deze doorrekening is voor de impact van grootschalige opwek bepaald: wind op land, grootschalige zonnevelden en grootschalig gebouw-gebonden zon, op basis van de daarvoor ingevulde 3 formulieren. Voor de impact van kleinschalige opwek zijn de back-up gegevens voor de groei van kleinschalige zon meegenomen zoals opgezet vanuit het NP RES.

®

Het NP RES stelt vanaf het eind van 2019 voor de resterende 16 van de 19 invulformulieren back-up gegevenssets beschikbaar. Deze (exclusief kleinschalige zon) zijn voor de RES Metropoolregio Eindhoven nog niet meegenomen. Zo is bijvoorbeeld de veranderende vraag richting 2030 niet meegenomen in de netimpact-bepaling.

®

Bij het bepalen van de impact van grootschalige opwek op het net, is er op dit moment gefocust op de impact op de HS/MS stations voor de RES Metropoolregio Eindhoven. Hierbij zijn de plannen van de omliggende RES-regio’s niet meegenomen, terwijl deze ook een impact kunnen hebben op de HS/MS-stations in en rondom de regio Metropoolregio Eindhoven.

®

Naast de plannen van de omliggende RES-regio’s, zullen ook de plannen van TenneT hun weerslag hebben op de mogelijkheden op de HS/MS-stations. TenneT heeft aangegeven de netimpact van de RES-biedingen in de loop van 2020 door te rekenen. De RES Metropoolregio Eindhoven mag hiervoor één scenario aanleveren. De uitkomst daarvan is in dit document dus nog niet meegenomen. Te zijner tijd kan met de informatie van deze doorrekening het RES-bod verder aangescherpt worden.

®

Uiteindelijk is TenneT de doorslaggevende partij bij het bouwen van nieuwe stations. Zonder de goedkeuring en samenwerking met TenneT kan er door Enexis geen nieuw HS/MS-station geplaatst worden. Bij het bouwen van een nieuw station dient er een substantiële opwek potentie te zijn (te denken valt aan minimaal 300MW aan opwek).

®

Dit document bevat een indicatie van de effecten van het RES-bod op drie aspecten: tijd, ruimte en kosten. Bij de terugkoppeling op het aspect tijd is alleen rekening gehouden met de individuele projectdoorlooptijden, terwijl hierbij veel onderlinge afhankelijkheden bestaan. Ook hier zullen de plannen van omliggende RES-regio’s en TenneT van invloed zijn op de tijd die nodig is om het RES-bod te realiseren. In dit document is hier nog geen rekening mee gehouden.

27

6. VERDIEPING & BIJLAGEN

VERDIEPING & BIJLAGEN

TenneT transportnet 2020 (omgeving Metropoolregio Eindhoven)

Bron: https://www.tennet.eu/nl/bedrijf/nieuws-en-pers/pers/netkaarten/

29

VERDIEPING & BIJLAGEN

Basisgegevens 2019 - Wind op land De opwek van elektriciteit uit windenergie is op buurtniveau en OS-niveau berekend en weergegeven in MWpiek. Data ®

Opgesteld vermogen in kW(piek) uit ‘Analysekaarten NP RES – versie 2.0’, bron: windstats.nl* (februari 2019).

Rekenmethode ® Het opgesteld vermogen van alle windturbines (op februari 2019) is bekend. Het individuele opgestelde vermogen per turbine is op CBSbuurt en OS-niveau gesommeerd.

* https://windstats.nl/statistieken/

Bron verantwoording basisgegevens: Back-up Data Doorrekening RES Netbeheerders, Verantwoording Bronnen en Methoden, Versie 1.0 – 29 Oktober 2019

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=83074cd8-1853-4d8f-b78e-7e82651e3329