CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

16 20210520 Bijlage Concept RES 1.0 bijlagen.pdf

Raadsvergadering 20 mei 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot vaststelling van de zienswijze op de Regionale Energiestrategie (RES) 1.022.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Concept Regionale Energiestrategie (RES) Metropoolregio Eindhoven

Bijlage 2 Organisatiestructuur RES Metropoolregio Eindhoven

Metropoolregio Eindhoven

Bijlage 2: Organisatiestructuur RES Metropoolregio Eindhoven In het kader van de RES hebben de partners in de Metropoolregio Eindhoven een werk- en governancestructuur ingericht:

Stuurgroep RES

Programmateam

Werkgroep Communicatie & Participatie

Werkgroep Besparing

Werkgroep Warmte

Werkgroep Grootschalige opwek Elektriciteit

(sub)Werkgroep Financiële Participatie

Stuurgroep RES De Stuurgroep is verantwoordelijk voor de aan- en bijsturing van het proces naar de RES. De Stuurgroep wordt gevormd door: - Bestuurlijke vertegenwoordigers namens de subregio’s Kempen, De Peel, A2-gemeenten en het Stedelijk Gebied Eindhoven; - Bestuurlijk vertegenwoordigers namens de gemeente Eindhoven en Helmond; - Bestuurlijk vertegenwoordiger namens de provincie Noord-Brabant; - Bestuurlijk vertegenwoordiger namens de Waterschappen; - Een vertegenwoordiger van Enexis in de rol van adviseur; - Tevens zijn de procesregisseur en inhoudelijk projectleider aanwezig bij de stuurgroepbijeenkomsten. Deze partijen vervullen een schakelfunctie naar de eigen subregio c.q. organisatie. De verbinding met alle wethouders in de regio Zuidoost-Brabant verantwoordelijk voor energietransitie is georganiseerd via het Poho Energietransitie van de Metropoolregio Eindhoven. In aanvulling worden waar nodig partijen uitgenodigd om deel te nemen aan vergaderingen van de Stuurgroep, in een adviserende rol. Programmateam en Werkgroepen RES De werkgroepen Grootschalige opwek, Besparing, Warmte en Communicatie & Participatie dragen de verantwoordelijkheid om voor hun thema de vereiste werkzaamheden te verrichten om uiteindelijk tijdig tot de juiste input voor de RES te komen. De werkgroep Communicatie & Participatie kent overigens een meer procesmatige verantwoordelijkheid.

De 21 gemeenten in de Metropoolregio, Enexis en de waterschappen participeren in een of meerdere werkgroepen. Het programmateam vormt de verbindende schakel tussen de werkgroepen en de stuurgroep. Het programmateam wordt gevormd door de trekkers van de vier werkgroepen, de ambtelijke verbinding met de subregio’s, de inhoudelijk overall projectleider en de procesregisseur van de Metropoolregio Eindhoven. Een uitgebreide omschrijving van taken en verantwoordelijkheden is opgenomen in een memo ‘governance proces RES’, die is opgesteld op basis van een advies van Berenschot.

Concept Regionale Energiestrategie (RES) Metropoolregio Eindhoven

Bijlage 3 Aanpak communicatie en participatie

Metropoolregio Eindhoven

Bijlage 3: Aanpak communicatie en participatie De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten verbindt aan andere infrastructurele of sociale opgaven. Het komende jaar gaan we graag met elkaar aan de slag voor een RES die samenhang laat zien, kansen in beeld brengt en uitnodigt om hier met elkaar de echte omslag te gaan maken naar een duurzame samenleving. Dat vraagt om een heldere communicatie naar alle betrokkenen om te werken aan een regio die klaar is voor de toekomst. Fase concept-RES Het communicatieplan richt zich op de fase in aanloop naar het indienen van de concept RES, nadat de startnotities door de gemeenteraden zijn vastgesteld. Opzet communicatieplan Het communicatieplan bevat zowel de communicatiemomenten die automatisch onderdeel zijn van het RES-proces, als de meer specifieke communicatie naar verschillende doelgroepen waar de communicatiewerkgroep gericht aandacht aan besteedt. Voor het complete beeld zijn beiden in het plan opgenomen. Het onderscheid wordt in het plan duidelijk gemaakt. Doelen voor communicatie Het strategisch inzetten van communicatie draagt bij aan een gedragen RES. Met als ambitie om de grote diversiteit aan belanghebbenden daarin een eigen plek en waar nodig verantwoordelijkheid te geven.

Op zo’n manier dat kennis, ideeën en ervaringen van betrokken mensen en organisaties zo goed mogelijk worden benut. Hierbij hebben we de volgende doelen: 1. Informeren en betrekken van gemeenteraden en colleges van B&W 2. Informeren en betrekken van de ambtelijke organisaties 3. Kennis en ideeën van hoog betrokkenen gebruiken 4. Gemeenten ondersteunen bij het informeren van inwoners en het vormen van maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie Uitgangspunten Bij het inrichten van sterke communicatie hanteren we de volgende uitgangspunten: - Zorg voor een procesopzet waarin alle direct betrokken partijen aan bod komen en zich herkennen. - Communicatie is essentieel voor een goede regionale samenwerking en om binnen deze korte tijdspanne te komen tot een breed gedragen RES.

-

Zorg voor een gelijk en actueel informatieniveau bij alle betrokkenen op de verschillende aggregatieniveaus gedurende het hele proces. Zorg voor een eenduidige kernboodschap vanuit betrokkenen (raadsleden, bestuurders, ambtenaren, medewerkers, etc) omtrent de RES naar buiten. Communicatie met inwoners ligt bij gemeenten en wordt waar nodig ondersteund door de regio. Zorg voor een optimale afstemming met andere thema’s dan energie in de regio. Faciliteer gemeenten (ambtelijk en bestuurlijk) optimaal in de onderlinge communicatie omtrent de RES. Bijeenkomsten hebben het karakter van co-productie. Samen werken aan de RES en niet alleen afstemmen.

Doelgroepen Onderstaande belanghebbenden spelen een rol in de totstandkoming van de RES: - Programmateam & werkgroepen RES Metropoolregio Eindhoven + meedenkers De medewerkers van de gemeenten in de regio, de provincie, de waterschappen, de netbeheerder en de Metropoolregio Eindhoven die werken aan de energietransitie. Tot de meedenkers behoren onder andere medewerkers van woningcoöperaties en lokale energiecoöperaties. - Gemeenteraden, colleges B&W De mensen die de besluiten nemen in de raden en colleges. - Ambtelijke organisaties en andere overheden - Het MT, de gemeentesecretarissen, collega afdelingen en betrokken personeel. - Inwoners in de Metropoolregio Eindhoven. Zij spelen een belangrijke rol in de totstandkoming tot een gedragen RES. Het is van belang dat zij kunnen participeren in het proces zodat de uitwerking en uitvoering van de RES draagvlak heeft. - Bedrijven en organisaties in de MRE Daarnaast zijn er vele bedrijven en organisatie in de omgeving van de Metropoolregio Eindhoven die belangen hebben, denk hierbij in ieder geval aan ZLTO en de industrie. Ook zij kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan de totstandkoming van de RES. - Opleidingsinstituten op alle niveaus. Zij dragen bij door het tijdig klaarstomen vakmensen tot ingenieurs die zorgen voor de realisatie van maatregelen van de Energiestrategie.

Aanpak voor communicatie Het complexe aan het RES proces is niet alleen het groot aantal betrokken partijen, maar ook het verschil in werkwijze en belevingsniveau. Sommigen zijn al actief aan de slag, waar anderen nog echt bewust moeten worden van de opgave. Er worden vier sporen gevolgd die voortvloeien uit de vier doelen voor communicatie. Per spoor en situatie kan bekeken worden wat wordt ingezet. Hiervoor is onder andere een participatie- en communicatietoolbox ontwikkeld.

Organisatie van de communicatie Zoals al eerder benoemd is communicatie en participatie één van de kritische succesfactoren voor een gedragen RES. Er is daarom een communicatieteam dat bestaat uit de collega’s uit de 21 gemeenten. Een aantal van deze collega’s vormen hierbinnen het kernteam. De rest van de collega’s worden door het kernteam geïnformeerd over de voortgang. De samenstelling van het kernteam rouleert tussen de 21 gemeenten in de verschillende fasen van het proces.

Concept Regionale Energiestrategie (RES) Metropoolregio Eindhoven

Bijlage 4 Resultaten flitspeiling

Metropoolregio Eindhoven

Flitspeiling februari 2020 | 1464 respondenten ▪ 46 x

Asten

▪ 49 x

Helmond

▪ 70 x

Bergeijk

▪ 51 x

Laarbeek

▪ 96 x

Best

▪ 89 x

Nuenen

▪ 58 x

Bladel

▪ 80 x

Oirschot

▪ 69 x

Cranendonck

▪ 27 x

Reusel-De Mierden

▪ 69 x

Deurne

▪ 54 x

Someren

▪ 28 x

Eersel

▪ 66 x

Son en Breugel

▪ 100 x Eindhoven

▪ 69 x

Valkenswaard

▪ 68 x

Geldrop-Mierlo

▪ 96 x

Veldhoven

▪ 71 x

Gemert-Bakel

▪ 70 x

Waalre

▪ 73 x

Heeze-Leende

Energiebesparing Uitkomsten

Hoe belangrijk vind je het om je huis energiezuiniger te maken?

40%

39%

6% 4%

9%

3%

Wat zit er al in je huis? Je mag meer dingen aankruisen:

1. Triple / HR++ glas (9x) 2. HR ketel (5x) 3. Ik weet het niet (5x) 4. Winddelen / windenergie (5x) 5. Vloer- / wandverwarming (4x)

88%

70%

68%

49%

42%

6%

4%

4%

4%

Inwoners van Helmond en Geldrop-Mierlo hebben al de meeste energiebesparende dingen in huis.

Zou je nog meer dingen aan je huis willen doen qua energiebesparing?

45% 36%

1. Zonnepanelen (229x) 2. (Dak/muur/vloer) isolatie (177x) 3. Warmtepomp (84x) 4. Zonneboiler (32x) 5. Dubbelglas (30x) 6. HR ++/triple glas (23x)

20%

Duurzame energie Zonnepanelen

Een gemiddelde gemeente kan zo’n 10-15% van zijn eigen energieverbruik duurzaam opwekken door alle geschikte daken – van woningen, bedrijfspanden en andere gebouwen – vol te leggen met zonnepanelen. Vind je dat een goed idee?

79%

21%

Ook in of bij natuurgebieden zouden we zonnepanelen kunnen plaatsen als ze zorgvuldig worden ingepast in de natuur. Dan liggen ze verder weg van de bebouwde kom. Met één voetbalveld vol zonnepanelen wekken we genoeg stroom voor zo'n 170 huishoudens. Goed idee?

50%

50%

Inwoners van Geldrop-Mierlo vinden het het vaakst een goed idee om in of bij natuurgebieden zonnepanelen te plaatsen als ze zorgvuldig worden ingepast in de natuur.

Heb jij ze al eens gezien? Op verschillende plekken in Nederland zijn zonnepanelen geplaatst op geluidswallen langs de snelweg. Of op kavels direct langs de weg. Wat vind jij, een goed idee voor jouw gemeente?

79%

21%

Inwoners van Veldhoven vinden het het vaakst een goed idee om zonnepanelen te plaatsen op geluidswallen langs de snelweg of op kavels direct langs de weg.

Duurzame energie Windmolens

Met windmolens kan je veel energie opwekken: 1 molen van 150m hoog levert genoeg groene stroom voor minstens 2500 huishoudens. In weilanden is veel ruimte en staan de windmolens wat verder weg van de bebouwde kom, maar vallen ze vaak wel meer op. Vind jij het een goed idee om windmolens in een weiland te plaatsen?

55% 45%

Met windmolens kan je veel energie opwekken: 1 molen van 150m hoog levert genoeg groene stroom voor minstens 2500 huishoudens. Ze worden vaak in rijen langs de snelweg gezet. Zie je liever windmolens langs de snelweg dan in een weiland of een bos?

79%

21%

Inwoners van Veldhoven zien het vaakst liever windmolens langs de snelweg dan in een weiland of een bos.

Met windmolens kan je veel energie opwekken: 1 molen van 150 meter hoog → minstens 2500 huishoudens. Je zou windmolens ook kunnen plaatsen in het bos, zodat ze van een afstandje minder opvallen. Maar misschien pakt het minder goed uit voor de wandelaar of de natuur. Vind je dit een goed idee, windmolens boven bos?

87%

13%

Inwoners van Geldrop-Mierlo vinden windmolens boven bos het vaakst een goed idee, inwoners van Veldhoven vinden het vaakst van niet.

Duurzame energie Mestvergister

Het klinkt misschien gek, maar ook uit (koeien)mest kan je duurzame energie halen. Met een mestvergister halen we warmte en biogas uit mest. Hier moet uiteraard aandacht besteed worden aan uitgangspunten zoals geur en het ontwerp van de locatie. Een installatie op boerderij-schaal kan op die manier energie leveren aan zo’n 50 huishoudens. Vind je dit een goed idee?

77%

23%

Inwoners van Geldrop-Mierlo vinden duurzame energie uit (koeien)mest halen het vaakst een goed idee, inwoners van Helmond vinden het vaakst van niet.

Concept Regionale Energiestrategie (RES) Metropoolregio Eindhoven

Bijlage 5 Het energieverbruik in de Metropoolregio Eindhoven

Metropoolregio Eindhoven

Bijlage 5: Het energieverbruik in de Metropoolregio Eindhoven De opgave De Metropoolregio Eindhoven is een regio van contrasten. Het energieverbruik en de opgave onderstreept dit. Er is geen eenduidige blauwdruk te maken van de regio. Er zijn grote verschillen tussen subregio’s in de opgaves door de diversiteit in de industriële sector en landbouw. Er is dus sprake van een regionale opgave die door geen enkele gemeente hetzelfde ervaren wordt. Energieverbruik Bij het energieverbruik is het belangrijk om rekening te blijven houden met het verschil tussen elektriciteit en warmte. De opgave voor de elektriciteit is maar 39% van het energieverbruik in de regio (excl. mobiliteit). Toch veroorzaakt elektriciteitsopwekking meer CO² door de afhankelijkheid van kolen en het energieverlies dat plaatsvindt bij de omzetting van de energiebron (kolen, gas, wind of zon) naar de energiedrager (elektriciteit). De verduurzaming van elektriciteit door wind- en zonenergie zorgt zodoende percentueel gezien voor meer CO² winst.

Energieverbruik Metropoolregio Eindhoven Elektriciteit (TWh)

Warmte (TWh) 8,7 5,55

4,25 1,56

1,08

1,52

Woningen

Utiliteiten

2,67

1,64

Industrie

0,28

1,25

Landbouw

Totaal

Bron: Klimaatmonitor energieverbruik 2017 *Er is bewust gekozen om mobiliteit niet mee te nemen in de RES. Het energieverbruik van de mobiliteit ontbreekt dus in dit overzicht.

Gebouwde omgeving De gebouwde omgeving (woningen en utiliteiten) zijn samen verantwoordelijk voor 59% van de totale opgave van de MRE. De woningbouw is de grootste verbruiker en is alleen al verantwoordelijk voor 39% van de totale opgave. Wat belangrijk is om hierbij te vernoemen is dat in de woningbouw vooral de warmteopgave groot is, doordat het bijna de helft van de totale warmteopgave is van de regio. In de utiliteitsbouw (bijvoorbeeld kantoren, detailhandel, logistiek of zorg) is er sprake van een veel gelijkmatigere opgave voor zowel elektriciteit als warmte. Industrie Het energieverbruik van de industrie in de Metropoolregio Eindhoven is beperkt ten opzichte van de grote energie verbruikende clusters van Nederland De industrie in onze regio verbruikt circa 30% van de opgave t.o.v. 41% van de landelijk (CBS 2018). Voor de regio dat zich profileert als technologieregio is dat misschien verrassend. De oorzaak is High Tech geen sterk energie verbruikende sector is. Traditionele productieketens zoals de chemie, metaal, voedsel of raffinaderijen verbruiken veel meer energie. Daarbij is de elektriciteitsvraag in de industrie groter dan de warmtevraag. De industrie verbruikt circa evenveel elektriciteit als de gebouwde omgeving samen. De industriële energievraag is ook geografisch onevenredig verdeelt.

Gemeenten met grote bedrijventerreinen (vooral in het Stedelijk Gebied, Cranendonck en Asten) hebben de grootste industriële vraag naar energie. Landbouw Landbouw is qua energieverbruik relatief beperkt en concentreert zich in een beperkt aantal gemeenten. De grootste vraag komt vanuit de kastuinbouw in de Peel. Asten en Someren zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor 55% van de totale energievraag. Belangrijk is om hierbij te vermelden dat in tegenstelling tot andere sectoren, in de landbouw andere broeikasgassen leiden tot meer CO2-uitstoot dan energie. De overige broeikasgassen zorgen voor circa 75% van de broeikasgassen (denk bijvoorbeeld aan de methaanuitstoot van koeien of moerasgrond door inklinking).

Concept Regionale Energiestrategie (RES) Metropoolregio Eindhoven

Bijlage 6 Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

Metropoolregio Eindhoven

R U I M T E L I J K E A N A LY S E T E N B E H O E V E V A N C O N C E P T- R E S METROPOOLREGIO EINDHOVEN

H+N+S Landschapsarchitecten

ONTWERPEND ONDERZOEK (HET ONDERZOEKEN EN DEFINIËREN VAN DE OPGAVE, HET VERBINDEN VAN BELANGHEBBENDEN EN HET VERKENNEN EN VERBEELDEN VAN MOGELIJKE TOEKOMSTEN) IS EEN INSTRUMENT OM DEZE MEERDUIDIGE OPGAVEN, DWARS DOOR HIËRARCHIE EN SECTOREN HEEN, TE ONDERZOEKEN EN OVERKOEPELENDE OPLOSSINGEN TE VINDEN.

INHOUD

1 INLEIDING - RES EN RUIMTE IMPACT

2.3

RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN MET ZOEKGEBIEDEN (DERDE WERKATELIER) 22

2.3.1 OVERKOEPELENDE VISIE: METROPOOLREGIO EINDHOVEN ALS INNOVATIEVE 1.1

AANLEIDING

5

1.2

ONTWERPEND ONDERZOEK

6

22

2.3.2

RESULTATEN DERDE WERKATELIERS - RUIMTELIJKE DENKRICHTINGEN

22

2.4

VIERDE RUIMTELIJKE WERKATELIER: KANSRIJKE ZOEKGEBIEDEN

26

2

PROCES – AANPAK ONTWERPEND ONDERZOEK RUIMTELIJKE ANALYSE

8

2.4.1

KANSRIJKE ZOEKGEBIEDEN

26

2.1

LANDSCHAPPELIJKE ANALYSE (EERSTE WERKATELIER)

8

2.4.2

BEPERKINGEN WIND EN ZON

27

2.1.1

LANDSCHAPSTYPEN

10

2.4.3

RESULTATEN VIERDE WERKATELIER - KANSRIJKE ZOEKGEBIEDEN

27

2.1.2

RUIMTELIJKE STRUCTUREN

13

2.1.3

RESULTATEN EERSTE WERKATELIER - LANDSCHAP EN ENERGIE

13

3

VERVOLG RICHTING RES 1.0

2.2

ENERGIEBOUWSTENEN EN LANDSCHAPSSTRATEGIEEN (TWEEDE

VANUIT DEZE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

WERKATELIER)

13

2.2.1 ENERGIEBOUWSTENEN

13

2.2.2 LANDSCHAPSSTRATEGIEEN

14

2.2.3 ENERGIETRANSITIE IN RELATIE TOT ANDERE MAATSCHAPPELIJKE VRAAGSTUKKEN (MAJEURE OPGAVEN)

16

2.2.4 MATRIX LANDSCHAPSTYPEN, LANDSCHAPSSTRATEGIEEN, ENERGIEBOUWSTENEN, MAJEURE OPGAVEN

16

2.2.5 RESULTATEN TWEEDE WERKATELIER - VERKENNING PER SUB-REGIO

H+N+S Landschapsarchitecten

REGIO

18

30

D E R E A L I S AT I E VA N G R O OTS C H A L I G E ENERGIEPROJECTEN DIE IN DE RES W O R D E N B E N O E M D, G A A N I M PA C T H E B B E N O P H E T L A N D S C H A P. HET RES-PROCES BIEDT NÚ DE MOGELIJKHEID OM WELOVERWOGEN KEUZES TE MAKEN.

4

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

1 I N L E I D I N G - R E S E N R U I M T E I M PA C T 1.1

AANLEIDING

Grootschalige energieopwekking (en opslag en transport van die

De RES vraagt daarom om het maken van zorgvuldige keuzes

energie) wordt zeer zichtbaar in het landschap, waarbij opgemerkt

over ruimtelijke inpassing van grootschalige opwek van duurzame

dat

moet worden dat de impact (vooral qua beleving) enorm is, maar

elektriciteit. Ruimtelijke inpassing van de energietransitie is een

klimaatverandering (opwarming van de aarde) beperkt moet worden.

de vorm mogelijk tijdelijk van aard. Met name grote installaties

zoektocht: een zoektocht die via ‘ontwerpend ‘onderzoek invulling

Deze afspraken zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord.

voor de opwek van elektriciteit zoals windturbines en grootschalige

gegeven kan worden.

zonnevelden hebben een effect op het landschap en de beleving

De Metropoolregio Eindhoven heeft bewust gekozen voor de

In het Klimaatakkoord is onder andere afgesproken dat 30

daarvan. Zij hebben impact op de leesbaarheid, de openheid,

methode van ontwerpend onderzoek. Er is nadrukkelijk niet gekozen

energieregio’s elk een bijdrage moeten leveren aan de opwek van

de schaal, de verhouding tussen ruimtes en de ruimtevormende

om de ‘RES-opgave’ op te delen per gemeente, of omgekeerd, de

35 TWh aan hernieuwbare energie op land. Hoe groot de bijdrage

elementen en zichtlijnen in het landschap.

gemeentelijke doelstellingen op te tellen tot een regionaal bod.

van elke regio moet zijn, is niet benoemd. Daarmee ligt er een

Het RES-proces biedt nú de mogelijkheid om weloverwogen keuzes

abstract geformuleerde opgave voor de Metropoolregio Eindhoven;

te maken. Kies je als Metropoolregio Eindhoven voor het verspreiden

één van de 30 energieregio’s. De Metropoolregio Eindhoven staat

van de projecten of juist voor clustering? Kies je voor een beperkt

voor de uitdaging om te komen tot een gedragen en bestuurlijk

aantal grote projecten, of juist voor een relatief groter aantal kleine

vastgestelde Regionale Energiestrategie (RES). In de RES beschrijft

projecten? Hoe kun je rekening houden met het landschap? Is het

de Metropoolregio Eindhoven hoeveel duurzame elektriciteit zij kan

mogelijk om landschappelijke kwaliteiten te behouden en nivellering

en wil opwekken in 2030 en waar zij dat wil gaan doen. Daarnaast

tegen te gaan door landschappelijke structuren te versterken?

In

Nederland

hebben

we

met

elkaar

afgesproken

beschrijft de Metropoolregio Eindhoven hoe zij een aardgasvrije gebouwde omgeving wil gaan realiseren.

Leidende principes De kunst is om de energietransitie te benutten om de regio te

In de Metropoolregio Eindhoven werken 21 gemeenten, twee

versterken volgens de volgende leidende principes:

waterschappen en de provincie Noord-Brabant aan het opstellen

1. RES is een toekomstgerichte strategische visie.

van de RES. De regionale afspraken zijn nieuw, maar op lokaal

2. Gezamenlijke opgave waaraan iedereen bijdraagt.

niveau hebben de meeste gemeenten al wel eigen klimaat- en

3. De focus bij de RES ligt op het maximaal behouden van de

energiedoelstellingen vastgesteld. Daar zit volop energie op en er worden stevige stappen gezet.

ruimtelijke kwaliteit. 4. Energietransitie is een kans voor de regio. 5. Centraal bij de uitvoering van de RES staan maatschappelijk

De energietransitie en daarmee de RES is een complexe opgave

draagvlak en bewustzijn

die al snel gemeentegrenzen overstijgt. Technisch, organisatorisch, financieel en maatschappelijk vraagt dit om afstemming. Een

De Metropoolregio Eindhoven heeft daarom gekozen om de inpassing

integrale analyse is nodig waarbij naast ruimtelijke inpassing, ook

van energieprojecten uit de RES te verkennen vanuit het landschap;

rekening gehouden moet worden met andere belangen zoals onder

vanuit het besef dat het mooie Brabants Mozaïeklandschap

andere natuurkwaliteit, landbouw, woningbouwopgave, industrie,

behouden moet blijven, aangezien het landschap vanuit meerdere

infrastructuur en recreatie.

perspectieven waardevol is. De Metropoolregio Eindhoven wil de RES inzetten als hefboom voor kwaliteitsverbetering op ruimtelijk-, economisch-, ecologisch- en sociaal (zie ook paragraaf 2.2 van de concept-RES). 5

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

1.2

ONTWERPEND ONDERZOEK

bepaald. De regio heeft vijf ontwikkelrichtingen vastgesteld om de

belemmering zijn voor de ontwerpstudie). Aan de deelnemers in het

regio te versterken.

ontwerpproces wordt gevraagd om vrij te denken.

Het landschap waarin we leven verandert als gevolg van keuzes die

Dat is uiteraard makkelijk gezegd, maar lastig gedaan. Immers, er

we maken. Ook de energietransitie vraagt van ons om nieuwe keuzes,

3. Verkennen van mogelijke toekomsten: convergeren en divergeren

ontstaat snel spanning wanneer oplossingen worden voorgesteld

maar niet alleen de energietransitie. Ook andere maatschappelijke

is eigen aan ontwerpers/adviseurs van Over Morgen/HNS: niet

die niet passen binnen de keuzes die eerder lokaal, provinciaal of

opgaven vragen om ons na te denken over onze leefomgeving.

denken vanuit een vast beeld, maar op zoek gaan naar mogelijke

landelijk zijn gemaakt. Daarnaast geldt dat, wanneer voorstellen

Verschillende belangen vragen om ruimte.

toekomstbeelden/oplossingsrichtingen. Elke dag opnieuw kijken.

worden gedaan, deze getoetst worden op politieke en financiële

Onze maatschappij is ook zelf aan het veranderen. In toenemende

Het gaat niet om het vinden van waarschijnlijke toekomstbeelden of

haalbaarheid. In de handreiking RES, die door het NPRES, is

mate willen burgers, bedrijven en maatschappelijk organisaties zelf

wenselijke toekomstbeelden. Ontwerpend onderzoek maakt gebruik

opgesteld, worden daarom naast de ruimtelijke inpassing, ook

initiatief nemen en direct betrokken worden bij de inrichting van

van verbeelding om te inspireren en combinaties te verkennen die

netwerksysteemefficiëntie (lees: financiële haalbaarheid) kwantiteit

ons land. Dit vraag om andere structureren, door hiërarchie en over

eerder niet als vanzelfsprekend werden gezien. In ontwerpend

(lees: wat levert het op aan energie?) en politiek/maatschappelijke

sectoren heen.

onderzoek worden alle stakeholders uitgedaagd om nieuwe

draagvlak genoemd.

Oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken kunnen niet

mogelijkheden te verkennen, collectief te leren en te participeren.

Zoals gezegd is in het Klimaatakkoord afgesproken dat 30

door één (overheids) partij worden gerealiseerd. Samenwerking is

Ontwerpend onderzoek is een methode die complementair is aan

energieregio’s elk een bijdrage moeten leveren aan de opwek van 35

nodig. Ontwerpend onderzoek biedt een methodologie om met de

‘harde’ analyses die bijvoorbeeld worden gedaan om de impact van

TWh aan hernieuwbare energie op land. Hoe groot de bijdrage van

grote vraagstukken van deze tijd aan de slag te gaan.

grootschalige opwek op de netinfrastructuur te bepalen.

elke regio moet zijn, is niet benoemd. Daarmee ligt er een abstract geformuleerde opgave voor de Metropoolregio Eindhoven. Juist

1. Definiëren van de opgave en de actoren: in tegenstelling tot

4. Betrekken van expertise uit verschillende disciplines: frisse blikken

in dit soort situaties is ontwerpend onderzoek geschikt. Immers,

traditionele aanpak voor gebiedsontwikkeling, waarbij vanuit een vaste

zijn nodig in ontwerpend onderzoek. Door verschillende disciplines te

de opgave is nog niet vastgesteld en wordt via de ontwerpstudie

opgave (bijvoorbeeld de energietransitie) een steeds specifiekere

betrekken wordt de kans vergroot om nieuwe combinaties te vinden.

gedefinieerd. Ontwerpend onderzoek is spannend, omdat de meeste

uitwerking voor een gebied tot stand komt (convergerend),

Buiten de gebaande paden denken gaat makkelijker met mensen die

mensen graag werken vanuit heldere opgaven met gedetailleerde

gaat ontwerpend onderzoek via afwisselend convergentie en

niet allemaal uit dezelfde sector komen. Verschillende disciplines

programma’s van eisen en meetbare doelstellingen.

divergentie, juist op zoek naar andere gebiedsopgaven naast de

houden zich bezig met verschillende schaalniveaus. Interdisciplinaire

Doel van het ontwerpend onderzoek in de Metropoolregio Eindhoven

energietransitie, waardoor nieuwe combinaties/nieuwe inzichten

samenwerking vergroot de kennis van wat je waar en op welke

is het opstellen van een verhaallijn die in de regio gevolgd begrepen

worden samengebracht. Dit moet leiden tot een completere en

schaalniveau het beste kunt oplossen. Nieuwe verbanden leggen en

wordt en richting geeft aan het vervolg van het proces richting RES

juistere definitie van de gebiedsopgaven en de partijen die betrokken

het in beeld krijgen van gedeelde belangen is van groot belang bij

1.0. Deze verhaallijn is opgebouwd door in de aanpak te werken

moeten zijn bij de uitwerking van de gebiedsontwikkeling waarin

zoeken naar oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken.

vanuit grote lijnen en steeds meer te verfijnen, maar ook door niet

energietransitie één van de opgaven is.

In het RES-traject hebben we daarom gekozen om specialisten

alleen te kijken vanuit het perspectief van de energietransitie,

Energietransitie is in zichzelf een complexe opgave. Tegelijkertijd

vanuit verschillende sectoren/beleidsterreinen uit te nodigen deel te

maar juist ook verbinding te zoeken met andere maatschappelijke

geldt dat het zinvol is om te onderzoeken of energieprojecten een

nemen aan de werkateliers. De stakeholders zijn uitgenodigd door

vraagstukken (zie hoofdstuk 2). Het verder concretiseren van

(deel van de) oplossing kunnen zijn voor andere gebiedsopgaven

de projectorganisatie van de regio. De werkateliers zijn gefaciliteerd

‘abstracte’ zoekgebieden naar potentiële zoeklocaties vindt bij

zoals het tegengaan van verdroging (klimaatadaptatie), het versterken

door HNS/Over Morgen.

voorkeur plaats via gebiedsdialogen met relevante stakeholders,

of herstellen van het landschap (beekdalherstel, aanleg bossen),

waarbij de verschillende vraagstukken integraal kunnen worden

natuurontwikkeling, landbouwtransitie, stifstofproblematiek, etc.

5. Ontwerpend onderzoek vraagt om een open blik: ontwerpend

Juist vanwege deze verscheidenheid aan thema’s in ontwerpend

onderzoek is spannend. Het is een zoektocht en de uitkomst is

onderzoek zinvol.

onzeker. Het risico bestaat dat gaandeweg het onderzoekstraject

bezien (zie hoofdstuk 3).

1.3

PROCES

de wens ontstaat om toch de traditionele route te volgen, omdat 2. Bepalen van een gedeeld doel: met relevante stakeholders

die bekend is, zekerheid lijkt te bieden en het gevoel ontstaat dat

Het ontwerpend onderzoek hebben we vormgegeven in het volgende

gezamenlijk mogelijke ruimtelijke oplossingen verkennen. Om te

ontwerpend onderzoek niet snel genoeg leidt tot heldere keuzes en

proces. In figuur 1 zijn de processtappen opgenomen die we via

voorkomen dat ruimtelijke inpassing van zonnevelden en windturbines

ruimtelijke inpassing.

werkateliers met professionele stakeholders hebben gezet. In

een technocratisch traject wordt, waarin op alle locaties waar er geen

6

juridische belemmeringen zijn, windturbines en zonnevelden worden

Bij de start van het ontwerpend onderzoek in dit RES-traject is

ingetekend, wordt in ontwerpend onderzoek eerst een gedeeld doel

gekozen om beleidsluw te handelen (bestaand beleid mag geen

deze

stappen

hebben

energiebouwstenen ontwikkeld.

we

na

een

landschapsanalyse

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

FIGUUR 1: PROCES ONTWERPEND ONDERZOEK 7

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

2 P R O C E S – A A N PA K O N T W E R P E N D O N D E R Z O E K - R U I M T E L I J K A N A LY S E 2.1 L A N D S C H A P P E L I J K E A N A LY S E ( E E R S T E W E R K AT E L I E R )

van de) oplossing kunnen zijn voor andere gebiedsopgaven zoals het tegengaan van verdroging (klimaatadaptatie), het versterken of herstellen van het landschap (beekdalherstel, aanleg bossen),

De energietransitie landt in de fysieke leefomgeving. Het is daarom

natuurontwikkeling, de landbouwtransitie, de stikstofproblematiek,

logisch om te starten met een analyse van het landschap van de

etc.

regio om te weten wat de ruimtelijke kwaliteiten zijn. Het koppelen van vraagstukken kan de realisatie haalbaarder Binnen de Metropoolregio Eindhoven was al veel gedetailleerd

maken (financieel), maar ook helpen om acceptatie en draagvlak

materiaal met betrekking tot het Brabantse landschap beschikbaar.

te creëren bij omwonenden en belanghebbenden (leidend principe:

Figuur 2 toont het resultaat van een eerdere landschapsanalyse voor

maatschappelijk draagvlak en bewustzijn). Daarbij kan werk worden

de provincie Noord-Brabant. Deze kaart is gebruikt om het landschap

gemaakt van slim en meervoudig ruimtegebruik.

van de Metropoolregio Eindhoven in de provinciale context te plaatsen.

De regio heeft deze koppelkansen in de regio en de verschillende sub-regio’s verkend (zie hoofdstuk 2). Per sub-regio blijken er naast

Vanuit de verschillende documenten die er in de Metropoolregio

overeenkomsten tussen de vraagstukken, ook duidelijke verschillen.

Eindhoven bestonden over de landschapstypen in de regio, is

De vraagstukken in De Peel zijn anders, en soms urgenter, dan de

toegewerkt naar een gevalideerde landschapstypen kaart voor de

vraagstukken in het stedelijk gebied.

hele Metropoolregio Eindhoven regio (zie figuur 8). Vervolgens is onderzocht wat het type landschap betekent voor de wijze waarop je wilt en kunt omgaan met grootschalige energieprojecten en wat de draagkracht is van een bepaald landschapstype. Zoals gezegd vraagt de RES om het maken van zorgvuldige keuzes over ruimtelijke inpassing van grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Ruimtelijke inpassing betekent ook dat er oog moet zijn voor andere relevante, soms urgente, maar vaak complexe maatschappelijke vraagstukken. Het klinkt paradoxaal, maar door het complexe vraagstuk van de energietransitie te koppelen aan andere complexe vraagstukken, komen mogelijke oplossingen eerder in beeld. Intuïtief is de neiging vaak om complexe vraagstukken kleiner te maken door ze op te knippen, maar in het geval van de RES is het juist verstandig om te onderzoeken of de energieprojecten een (deel 8

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

FIGUUR2: LANDSCHAPSKAART PROVINCIE NOORD-BRABANT 9

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

2.1.1 L A N D S C H A P S T Y P E N In het eerste ruimtelijke werkatelier is verkend hoe energiemaatregelen

OUDE ONTGINNINGEN: KAMPENLANDSCHAP/

JONGE ONTGINNINGEN: HEIDEONTGINNINGSLANDSCHAP/

in het landschap ingepast kunnen worden. Gekeken is of er bepaalde

ESSENLANDSCHAP

HEIDE-BEBOSSINGSLANDSCHAP

•

•

landschappen zijn die uitgesloten moeten worden voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit en of er ruimtelijke dragers zijn waarlangs de energieprojecten juist geordend of gestructureerd kunnen worden.

De dragers zijn essen, kampen, oude erven (al dan niet geclusterd) en weidegronden langs beken.

•

kleinschalige grillige verkaveling (Behalve op de essen),

De jonge zandontginningen krijgen hun huidige karakteris tieken van ontwikkelingen vanaf 1850.

•

deels omzoomd door houtwallen.

Ze zijn grootschaliger en minder kenmerkend dan de oude zandontginningslandschappen.

Een landschappelijk analyse is uitgevoerd. Het Brabantse landschap

•

Essen zijn opvallende grote ruimten in het landschap.

is een zogenaamd mozaïeklandschap. Het landschap vormt een even

•

Wegen veelal krom.

rechte waterwegen, boomrijen, en boerenerven, grote

omvangrijk als bont mozaïek, met vele vormen van grondgebruik

•

Beek kronkelend door het landschap.

percelen, en zijn kenmerkend door openheid.

in hoge en lage dichtheden, met steden en dorpen, intensieve

•

Bouwland hogerop, weiland bij de beek.

landbouw en veel kleine industrie, en met veel natuurlijk en water.

•

Afwisseling van coulissen (houtwal, bosjes en lanen) en

zandruggen en zijn dus droog met stukken natuur van heide

open ruimtes.

en dennen.

Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die elk hun eigen ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten hebben. De volgende landschapstypen zijn onderscheiden: 1.

Oude ontginningen: Kampenlandschap/ Essenlandschap

2.

Jonge ontginningen: Heideontginningslandschap/ Heide-

•

•

•

De grote percelen hebben rationele strokenverkaveling met

De heide- en bosontginninglandschappen liggen op hoge

Microreliëf door essen & kampen, soms in de vorm van een steilrand.

bebossingslandschap 3.

Peelkernontginningen (incl. veengebied)

4.

Peelrandontginningen

5.

Beek, beekdal, beekdallandschap (bovenloop, benedenloop)

Per landschapstype zijn hieronder de ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten beschreven.

FIGUUR 3: LANDSCHAPSTYPE OUDE ONTGINNING 10

FIGUUR 4: LANDSCHAPSTYPE JONGE ONTGINNINGEN

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

PEELKERNONTGINNINGEN (INCL. VEENGEBIED)

PEELRANDONTGINNINGEN

BEEK, BEEKDAL, BEEKDALLANDSCHAP ( B O V E N L O O P, B E N E D E N L O O P )

• • • •

•

•

Rationeel ingericht met een rastervormige wegen- en

•

De Peelrand is een overwegend oud en gevarieerd •

De Kempen maakt onderdeel uit van het zwak golvende

waterlopenstructuur.

zandlandschap met een kralensnoer van agrarische

Verkaveling bestaat uit regelmatig gevormde blokken of

nederzettingen,

dekzandplateau dat doorsneden wordt door de bovenlopen

stroken.

akkercomplexen, weilanden en bossen.

van de beeksystemen Grote en Kleine Dommel, Beerze en

Het westelijk gedeelte is begrenst met het open Aa

Reusel.

Monumentale en grootschalig hoofdstructuur gevormd door

•

•

“Delen van de Dommel en de Beerze zijn cultuurhistorisch

voormalig veenontginning.

beeklandschap en is na WWII sterk verstedelijkt. De oude

Was vroeger een belangrijke inzijgingsgebied, maar door de

dorpen

gave beeklandschappen. Het beeklandschap van de

ontginningen werd het water afgevoerd via rechtgetrokken

omringen en kijken uit naar het voormalig hoogveengebied

Dommel ligt ten zuiden van Eindhoven (Belvedèregebied).

beken en nieuwe waterlopen.

met jonge ontginningen en boscomplexen er tussen.

Kenmerkend zijn vloeiweiden en viskwekerijen,

Er zijn veel kloostercomplexen, kerken en processieparken.

watermolens, omvangrijke bossen met heidevelden en

maisteelt en een toeneming van graszoden, boomteelt en

Met cultivatie kwam meer waterregulatie. Bestaande beken

vennen en aangrenzend cultuurlandschap. Het

vollegrond tuinbouw) met bebouwing en grootschalig

werden rechtgetrokken en stroomopwaarts verlengd en er

cultuurhistorisch gave beeklandschap van de Beerze ligt

bossen.

zijn tal van nieuwe waterlopen gegraven.

in het noordelijke deel van de Kempen en maakt deel uit

Afwisseling tussen uitgestrekte akkers (hoofdzakelijk

•

Intensieve veehouderijen en glastuinbouw hebben zich

van het Nationale Landschap Het Groene Woud. De

ontwikkeld in dit gebied.

identiteit wordt bepaald door bossen met heide en vennen en nieuwe natuur in het beekdal.”

FIGUUR 5: LANDSCHAPSTYPE PEELKERNONTGINNING

FIGUUR 6: LANDSCHAPSTYPE PEELRANDONTGINNING

FIGUUR 7: LANDSCHAPSTYPE BEEKDAL 11

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

FIGUUR 8: LANDSCHAPSTYPENKAART 12

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

2.1.2 R U I M T E L I J K E S T R U C T U R E N

Sporen en kanalen lopen namelijk door rustige groene landschappen.

Naast bovengenoemde landschapstypen kent het landschap

Energiemaatregelen passen beter in de dynamische landschappen

een aantal grootschalige structuren en stedelijke gebieden die

bij snelwegen. Sporen en kanalen zijn daarom niet meegenomen als

ook aanleiding kunnen geven voor het inpassen van de energie

bouwsteen in de zoekgebieden.

maatregelen. Voor de Metropoolregio Eindhoven zijn dat onder

VLIEGVELD(EN)

andere:

Rondom het vliegveld is de inpassing van molens wegens veiligheidsredenen uitgesloten. Wel is er rondom het vliegveld ruimte

1.

Snelwegen en provinciale wegen.

2.

Kassenclusters, stedelijk gebied, bedrijventerreinen

3.

Sporen en kanalen

2.1.3 R E S U LTAT E N E E R S T E W E R K AT E L I E R - L A N D -

4.

Vliegveld(en)

SCHAP EN ENERGIETRANSITIE

voor de inpassing van zonnevelden.

S N E LW E G E N E N P R O V I N C I A L E W E G E N

Op basis van de beschreven ruimtelijke kenmerken en kwaliteiten

De snelwegen A2, A50, A67 en A58 zijn arbitraire structuren en vormen

per landschapstype leent het ene landschap zich beter dan het

dynamische landschappen die dwars door het landschap in de regio

andere voor het inpassen van energiemaatregelen. De kleinschalige

lopen. Juist door de dynamiek van het voortrazende verkeer kan er

landschappen zoals de oude ontginningen, de peelrandontginningen

een aanleiding zijn voor het plaatsen van molens. Dynamiek wordt

en de beekdalenlandschappen kennen zeer hoge landschappelijke

dan gecombineerd met dynamiek. Gezien het mozaïeklandschap

kwaliteiten. Daarom is het verstandig om deze landschappen zoveel

waar de snelwegen doorheen lopen is een cluster patroon van

mogelijk te vrijwaren van grootschalige energieprojecten. Het zou wel

molens wellicht beter inpasbaar dan een lijnopstelling. Opstelling van

zo kunnen zijn dat bepaalde gebieden binnen deze landschapstypen

zonnepanelen langs deze infrastructuur kan het uitzicht belemmeren,

door bijvoorbeeld ruilverkaveling of andere ontwikkelingen in de

maar juist ook kansen bieden wanneer zonnepanelen ook als of op

loop der tijd hun ruimtelijke kwaliteiten hebben verloren. Mits

geluidswerende schermen worden benut.

zorgvuldig ingepast kunnen energieprojecten behulpzaam zijn om oorspronkelijke kwaliteiten in het landschap terug te brengen. Hierbij

K A S S E N C L U S T E R S , S T E D E L I J K G E B I E D,

valt te denken aan landschapsherstel.

BEDRIJVENTERREINEN Met name in de Peel staan een aantal kassenclusters. Een deel

De

jongere

ontginningslandschappen

hiervan is vernieuwd wegens schade door extreem weer (hagel).

Heideontginningslandschap en

Innovaties zoals integratie van collectoren in glas wordt daarom

maar ook de peelkernontginningen zijn rationele landschappen

niet als haalbaar gezien aangezien het glas reeds vervangen is.

met meer ruimte voor grootschalige maatregelen zoals molens en

Uiteindelijk is besloten dat om die reden de kassengebieden geen

grootschalige zonnevelden mits aansluitend op de kavelstructuur.

de

zoals

de

Heide-bebossingslandschap

significante bijdrage kunnen leveren en daarom niet opgenomen zijn als bouwsteen in de zoekgebieden.

Op

De grote daken van bedrijventerreinen of op daken van grote stallen

landschapstypenkaart opgesteld (figuur 8). Deze vormde in het

zijn aanleiding voor grootschalig zon op dak. Zon op dak is daarom

verdere proces de basis van de verdere verkenning.

basis

van

de

verschillende

landschapstypen

is

een

verwerkt als bouwsteen en meegenomen in de verkenning. Zonnepanelen op pauzelandschappen of braakliggende terreinen kunnen ook goed. SPOREN EN KANALEN Sporen en kanalen zijn in de eerste sessies verkend als bouwsteen. Stakeholders gaven aan dat zij het niet wenselijk vinden om deze ruimtelijke structuren te accentueren met energiemaatregelen. 13

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

2.2

ENERGIEBOUWSTENEN EN LANDSCHAPSSTRA-

T E G I E Ë N ( T W E E D E W E R K AT E L I E R ) 2.2.1 E N E R G I E B O U W S T E N E N Om vanuit de landschappelijke analyse de relatie te leggen met de

Door te werken vanuit een abstracte weergave van het landschapstype

3.

blijkt het makkelijk om met elkaar het gesprek aan te gaan over waar

Wanneer de vraagstukken in een gebied zo groot zijn dat het nodig is

welke bouwsteen het beste past in het landschap. In een aantal

om de fysieke ruimte drastisch anders in te richten, spreken we over

ruimtelijke werkateliers is vanuit een integraal perspectief verkend

transformatie. Grootschalige landschappen krijgen een nieuwe betekenis.

waar kansen liggen voor grootschalige opwek van duurzame

De impact van transformatie is groot. Deze landschappen lenen zich

elektriciteit.

beter voor grootschalige energiemaatregelen. Een voorbeeld van een sub-

energietransitie en andere maatschappelijke vraagstukken heeft

regio waar op plaatsen sprake kan zijn van transformatie is De Peel. Daar

de regio integrale energie-bouwstenen ontwikkeld. Een energie-

Deze schematische energie-bouwstenen passen in een bepaald

spelen veel vraagstukken die vragen om ingrijpende keuzes. Dit is ook in

bouwsteen is een abstracte weergave van een landschapstype of

landschap of bij een ruimtelijke structuur, maar zijn nog niet op een

de Nationale Omgevingsvisie onderkend.

gebiedsopgave waarbinnen de energiemaatregelen zijn geschetst.

concrete plek gesitueerd. De energievorm (zon, wind), de ruimtelijke

Het gaat dus nadrukkelijk om de integraliteit van de bouwsteen.

kenmerken en de mogelijke meekoppelkansen zijn in de bouwstenen

Een energiebouwsteen kan gericht zijn op inpassing van energie

verwerkt.

in het bestaande landschap, op aanpassing van het bestaande landschap in combinatie met energie of op transformatie naar een

De energie-bouwstenen zijn vervolgens in een matrix (figuur

nieuw landschap met energie. De regio heeft 33 energie-bouwstenen

14) geordend naar de manier waarop en mate waarin ze in

ontwikkeld en daarmee haar gereedschapskist gevuld.

een bepaald landschap toegepast kunnen worden o.b.v. drie verschillende landschapsstrategieën, die helpen te verkennen om de

Enkele voorbeelden van energie-bouwstenen:

energiemaatregelen in het landschap in te passen. 2.2.2 L A N D S C H A P S S T R AT E G I E Ë N Voor de inpassing van de bouwstenen in de zoekgebieden hanteren wij drie landschapsstrategieën: inpassen, aanpassen en transformeren. Deze strategieën helpen om de verschillende bouwstenen uit de matrix te categoriseren en om ze vervolgens op de juiste locatie en in de juiste context in de zoekgebieden te laten landen. Hieronder worden deze verder beschreven:

FIGUUR 9: Bouwsteen Windbos

1.

Inpassen:

Inpassen is een strategie waarbij in kleinschalig landschap met veel ruimtelijke kwaliteiten kleinschalige energieprojecten worden geplaatst. De kwaliteiten van het landschap veranderen niet. 2.

Aanpassen:

Bij aanpassen zijn de ingrepen in het landschap groter. De ingrepen FIGUUR 10: BOUWSTEEN DRIJVEND ZONNEVELD

passen bij het landschap, maar de ingreep heeft wel impact op het landschap. Deze verandering is gewenst, omdat in dat gebied vraagstukken spelen die vragen om een landschappelijke aanpassing, bijvoorbeeld het herstel van landschap (beekdalherstel) of het verbeteren van bestaande structuren en ruimtelijke kwaliteit toe te voegen.

Figuur 11: BOUWSTEEN ZONNEVELD IN OKSEL INFRASTRUCTUUR 14

Transformeren:

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

FIGUUR 12: LANDSCHAPSSTRATEGIEEN 15

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

FIGUUR 13: KLIMAATGEVOELIGHEID EN WATERBEHEER

16

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

2.2.3 E N E R G I E T R A N S I T I E I N R E L AT I E T OT A N D E R E

K L I M A ATA D A P TAT I E

2.2.4 M AT R I X L A N D S C H A P S T Y P E N , L A N D S C H A P S -

M A AT S C H A P P E L I J K E V R A A G S T U K K E N ( M A J E U R E

Het zandige landschap, met name het zuidelijke deel van het RES

S T R AT E G I E , E N E R G I E B O U W S T E N E N , M A J E U R E O P G A -

O P G AV E N )

gebied is onderhevig aan verdroging (zie figuur 13).

VEN De ontwikkelde energiebouwstenen zijn opgenomen in een matrix. In

In de Metropoolregio Eindhoven spelen verschillende complexe

De laatste droge zomers hebben dit probleem verergerd. Het huidige

deze energiebouwstenenmatrix staat per landschapstype beschreven

maatschappelijke gebiedsvraagstukken. Deze vraagstukken en het

watersysteem dat is ingericht om zo snel mogelijk water af te voeren

of zij zich leent voor inpassing, aanpassing en/of transformatie van

vraagstuk van de energietransitie vragen om oplossingen. Door de

moet daarom herzien worden naar een systeem dat zoveel mogelijk

het landschap ten behoeve van energieopwekking.

vraagstukken in samenhang te bekijken kunnen meekoppelkansen in

water vast kan houden.

beeld worden gebracht.

Tijdens een tweede werkatelier hebben professionele stakeholders Dit kan ten koste gaan van het verdienvermogen van agrariërs.

het gesprek gevoerd over het systeem van energiebouwstenen en

Enkele majeure gebiedsopgaven binnen de Metropoolregio Eindhoven

Energieproductie kan daar, onder de juiste voorwaarden, een

de eerste versie van de energiebouwstenenmatrix. Vervolgens is de

zijn:

mogelijke oplossing voorbieden. Te denken valt aan inpassing van

matrix samen met de stakeholders verder ingevuld. Bouwstenen zijn

1.

Landbouwtransitie

zonneparken in combinatie met een hoger waterpeil. De provincie

verbeterd en nieuwe bouwstenen zijn toegevoegd. Er is veel aandacht

2.

Klimaatadaptatie

heeft zogenaamde Groen blauwe mantels aangewezen als rondom

geweest voor het ontwikkelen van bouwstenen waarbij meerdere

3.

Milieuverbetering (stikstofreductie)

waardevolle natuurgebieden. Deze gebieden zijn verwerkt als

gebiedsopgaven tegelijk worden aangepakt.

4.

Natuurontwikkeling

zoekgebied waarin verhoging waterpeil, biodiversiteitsverhoging en stikstof reductie centraal staan.

LANDBOUWTRANSITIE

De schematische bouwstenen passen in een bepaald type landschap of bij een ruimtelijke structuur, maar zijn nog niet op een concrete plek

Een groot deel van de agrariërs vraagt zich af of zij in de niet al te verre

MILIEUVERBETERING

gesitueerd. De energievorm (zon, wind), de ruimtelijke kenmerken en

toekomst nog in staat zijn om hun bedrijf draaiend te kunnen houden.

In het hele Metropoolregio Eindhoven-gebied liggen veehouderijen

de mogelijke meekoppelkansen zijn in de bouwstenen verwerkt.

De stikstofproblematiek en het gebrek aan opvolging spelen daarbij

dicht bij stikstofgevoelige natuurgebieden. Hierdoor staan zowel

een belangrijke rol. Het is reëel te verwachten dat veel agrariërs zich

natuurwaarden als de landbouw onder druk. Met name in De Peel

De bouwstenen zijn in de matrix geordend naar de manier waarop en

genoodzaakt zien hun bedrijf te beëindigen.

is de situatie nijpend. Tijdens de ruimtelijke werkateliers is daarom

mate waarin ze in een bepaald landschap toegepast kunnen worden

Tegelijkertijd is het belangrijk om te beseffen dat er agrariërs zijn die

verkend hoe de energietransitie een bijdrage kan leveren aan zo goed

o.b.v. drie verschillende strategieën, die helpen te verkennen hoe de

graag door willen gaan met boeren. Hiervoor moet ook ruimte zijn en

mogelijk toekomstperspectief.

energiemaatregelen in het landschap in te passen:

blijven. Ondanks dat gaan genoemde ontwikkelingen leiden tot vrijkomende

N AT U U R O N T W I K K E L I N G

agrarische bebouwing (VAB) en vrijkomende agrarische percelen

Begin 2020 heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-

(VAP). Veel loodsen en stallen (o.a. met asbestdaken) komen leeg

Brabant een Brabantse Bossenstrategie vastgesteld. De provincie

te staan. Verloedering en criminele activiteiten (ondermijning) liggen

gaat het areaal bos vergroten, de kwaliteit ervan verbeteren en de

op de loer.

afzet verduurzamen. Het gaat zowel over realisatie van natuurlijke

Een deel van de vrijkomende agrarische percelen zal beschikbaar

corridors met natuurlijke en recreatieve waarden als aanleg van

moeten blijven voor agrarisch gebruik om extensivering van de

productiebos waar de agrariër een belangrijke rol in kan spelen. In de

landbouw mogelijk te maken. Daarnaast is het interessant te

Brabantse Bossenstrategie staan vijf thema’s centraal:

onderzoeken of, en zo ja hoe, energietransitie kan helpen bij de

1.

Klimaatadaptatie en bos

transitie richting een duurzame toekomstbestendige landbouw.

2.

Klimaatmitigatie en bos

Voor agrariërs die willen stoppen bestaan soms uitkoopregelingen,

3.

Herstel en ontwikkeling van bosbiodiversiteit

maar die zijn alleen een oplossing om van de stallen af te komen.

4.

Luchtkwaliteit en leefomgeving

Uitkoopregelingen bieden geen verdienmodel voor de toekomst.

5.

Bosproducten als duurzame grondstof

Energieproductie kan, onder de juiste voorwaarden, een (deel van een) mogelijke oplossing bieden.

17

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

ENERGIEBOUWSTENEN - MATRIX

ENERGIE POTENTIE

Landschapstype

Aanpassing

Inpassing

Hieronder zijn de ruimtelijke uitgangspunten per landschapstype weergegeven waarmee de karakteristieken en kwaliteiten van de verschillende landschapstypen behouden en herkenbaar blijven. Deze uitgangspunten helpen om de impact van energietransitie te kunnen bepalen en om keuzes ten aanzien van de locatie en het ontwerp te maken.

OUDE ZANDONTGINNING • • • • • •

Kleinschalig, met een onregelmatige verkavelings structuur Besloten karakter Essen zijn opvallende grote ruimten in het landschap Wegen veelal krom Opgaande beplanting tussen parcelen en rond erven: houtwallen, bosjes, hagen Akkerbouw, zowel intensief als extensief

• • • • •

Grotere windturbines uitgesloten Grotere windparken uitgesloten Dorpsmolen (15 m) mits buiten de dorpskernen, echter gebiedsspecifiek bekijken Kleinere zonneparken mits ingepast binnen verkavelingsstructuur, echter gebiedsspecifiek bekijken Energiemaatregelen op essen uitgesloten

•

Beek kronkelend door het landschap Dieper gelegen beek met het omliggende beekdal, de aangrenzende flanken en de hoger gelegen (zand)gronden Lopend door zowel stedelijke gebieden als agrarische en natuurgebieden Aangrenzende vloeiweiden en viskwekerijen, watermolens, omvangrijke bossen met heidevelden en vennen

Kleinschalige interventies

NNB gebieden verbinden

Energiemaatregelen uitgesloten

Daar waar landschappelijke kwaliteiten/ identiteit is verdwenen kunnen dorpsmolens en kleinschalige zonneparken worden ingezet voor landschapsherstel (bv opzetten van een gebiedsfonds gedeeltelijk gefinancierd vanuit RES ism andere fondsen voor biodiversiteit en landschapsherstel)

Agrariers met land grenzend aan natuurgebieden krijgen ruimte voor extensivisering/ natuurontwikkeling/ N reductie (eventueel tijdelijk) voor zon of wind productie zodat ze extra revenuen ontvangen waarmee ze derving kunnen compenseren. • Positief effect op aangrenzende natuur. • Icm EU biodiversiteits subsidie. • vermindering stikstof uitstoot • koppelkans is verdroging tegengaan: waterpeil kan omhoog waardoor verdroging van natuurgebied wordt tegengegaan • van monocultuur engels raaigras naar plas-dras situatle met kruidenvegetatie • houd rekening met fourageer mogelijkheden van dieren op de akkers

Rationeel grootschalig open landschap Grootschalig produktiebossen Rechte wegen met vrijliggende bebouwing aan de weg Rechtlijnige beplanting langs wegen en kavelgrenzen Veelal intensieve landbouw

PEELKERN

• • • • • •

Verspreid liggende kassen en geconcentreerde kassengebieden Rationeel ingericht met rastervormige wegen en waterlopen Intensieve landbouw (varkens) Waterafvoer in rechtgetrokken beken om gebied te draineren Grootschalig productie bossen Veengebieden

NNB/ N2000 gebied (verdroging)

Zonnevelden in de hogere gebieden

VRIJKOMENDE AGRARISCHE BEDRIJVEN (VAB):

VRIJKOMENDE AGRARISCHE GEBOUWEN:

Relatief groot aantal boeren is voornemens te gaan stoppen oa door gebrek aan opvolging. Houd wel rekening dat er verschil is tussen verschillende soorten agrariers. Kan de RES een financieel alternatief vormen voor deze groep agrariers?

Leegstaande gebouwen kan verloedering in de hand werken (oa criminele activiteiten in stallen).

ENERGIEBOER: •

Recreatieve paden

• • • •

agrarisch medegebruik tussen stellages productie van biomassa combinatie met waterberging

• PEELRAND

• • •

•

Gevarieerd landschap bestaande uit agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen Het westelijk gedeelte grenzend aan het Aa beeklandschap Er zijn veel kloosterkomplexen, kerken en processieparken Intensief en extensieve landbouw en recreatief gebruik

• • •

•

BOS EN HEIDE (nat)

• •

Liggend op de drogere dekzandruggen Grote, rationele strokenverkaveling zonder een hoofdrichting Rechte waterwegen, boomrijen, boerenerven, kenmerkend door openheid met percelen naaldbossen voor bosbouw Losse boerderijen en linten. Bebouwing vaak voorzien met erfbeplanting. Het verschil tussen natte en droge heideontginning is bijna niet herkenbaar, maar in de nattere delen zijn er meer sloten en andere vegetatie zoals elzen en wilgen.

• • •

Gelegen op verspoelde dekzandvlaktes, laagten, en beekoverstroomingsvlaktes. Lager gelegen dan heideontginningen. Hierdoor vind je veel populieren, wilgen, en natte delen binnen de natuurgebieden. Open en rationeel verkaveling, afgewisseld door verspreid liggende kleinere bosgebieden, oude zandwegen, boom- en singelbeplanting en verspreid voorkomende bebouwing.

URBANE GEBIEDEN • • • • • • •

Vertrekkend vanuit uitgangspunt dat bosranden de hoogste biodiversiteit kennen krijgen agrariers met percelen langs bosranden ruimte voor zonneparken met de volgende uitgangspunten: • 40 % ruimte voor meekoppelkansen / 60% zonnepanelen • liefst hekwerken uitsluiten, gebruik van sloten of hekwerken beplanten met meidoorn/inheemse beplanting • juiste dichtheid zonnepanelen ivm biodiversiteit bodem • struweel/ kruidenvegetatie • eventueel uitbreidend met recreatieve routing (energie park, ref. Hengelo) • sloten krijgen natuurvriendelijke flauwer profiel • bosrand heeft ook hoge landschappelijke waarde, houd daarom rekening met zicht op bosrand Ruimte voor berging afgekoppeld regenwater

?

Snelwegen

Zonneveld in de oksels van infraknooppunten

Zonnepanel langs geluidscherm

FIGUUR 14: GEREEDSCHAPSKIST: ENERGIE-BOUWSTENEN EN LANDSCHAPSTYPEN

in landschappelijk aantrekkelijke gebieden kan de agrarische kavel worden omgevormd tot aantrekkelijk woonmilieu kans voor energie/ zelfvoorzienendheid van de kavel ruimte voor groen/ blauwe diensten en landschapsherstel

Wind + natuur

BOS

Recreatieve paden

Natuur ontwikkeling

Recreatieve paden

Zoekgebieden voor stedelijke transformaties

Energie maatregelen irt kunstwerken

Historische kavel patroon versterken

Zonnepanelen op overdekte parkeerplaatsen bij Infra Hubs met ruimte laadpunten en deelauto’s

GLASTUINBOUW:

Drijvende zonnepanelen op gietwater basins

Vanuit de redenering dat kleinere glastuinbouwbedrijven op termijn zullen verdwijnen en grotere industriele glastuinbouwclusters transformeren naar energie parken Bij het verdwijnen van kleinere glastuinbouw kan stoppende agrarier zonnepanelen plaatsen met ruimte voor biodiversiteit: kruidenvegetatie, meidoornhagen ter financiele overbrugging. WIND EN ZON GEKOPPELD AAN INFRASTRUCTUUR: Voor verschillende snelwegen zijn herstel/ uitbreidingsplannen. Kunnen er in die ontwikkeling energiemaatregelen worden gekoppeld. Lokaal kan er aan compensatie worden gedaan zoals landschapsherstel (bv beken onder snelweg extra ruimte geven)

18

Agrarische activiteiten worden gecombineerd met energie productie Zonnepanelen op permanente teelt ondersteunende voorzieningen (tunnelkassen) Waterberging

Nieuwe functie Geldstromen komend vanuit energiemaatregelen inzetten om een nieuwe functie aan stallen te geven.

Windbos richt zich op de uitbreiding van bestaand bos (CO2 compensatie, biomassa en houtproductie). Agrarisch land kan worden beplant met bos, gefinancierd door molens.

Recreatieve paden

stad-land relatie verbeteren (stedelijke uitloopgebieden)

INFRASTRUCTUUR Transfer hubs

?

WINDBOS + TRANSFORMATIE NIEUWE BOSSEN:

BESTAAND SITUATIE:

Als de stad-land relatie (rommelige stadsranden of doorsnijding door infra) ontbreekt kunnen energiemaatregelen worden ingezet om de stadsranden te verbeteren en stad-land relatie te verbeteren (stedelijke uitloopgebieden)

Stad-land relatie, vaak afgesneden door infrastructuur Woningbouwopgave Behoefte vanuit stedeling om te recreeeren in buitengebied Hoge druk vanuit stedelijke programma’s. Ontwikkeling kassencomplexen Industriele gebieden Bedrijventerrein

Spoor

Stal slopen Geldstromen komend vanuit energiemaatregelen inzetten om stallen te slopen om verloedering tegen te gaan

TRANSFORMATIE NAAR NIEUWE WOONMILEUS:

• •

BOS EN HEIDE (droog)

assets op boeren bedrijven bieden mogelijkheden voor warmte en energievoorziening in nabije omgeving eventueel in cooperatieve vormen met verschillende agrariers

COMBINATIE ENERGIE, AGRARISCH ACTIVITEITEN & GROEN BLAUWE DIENSTEN •

•

Geen ruimte voor transformatie strategie

Historische kavel patroon versterken

meandering beken terugbrengen beken ontdiepen

• • • • •

Geen ruimte voor transformatie strategie

Historische kavel patroon versterken

BESTAAND SITUATIE:

JONGE ZANDONTGINNING

Grootschalige intensieve infrastructuur (windmolen laan, lang rijen van windmolen, grooteschallige zonneveld) • zonnepanelen, wind grid, zonneakkers) • eventueel introduceren van nieuwe identiteit/ structuren • eventueel introduceren van nieuwe landschappen

Verschillende beken zijn in loop der tijd rechtgetrokken tbv landbouw. Vanuit klimaatadapatie, biodiversiteit, recreatie is op aantal plekken landschapherstel van de beekdalen wenselijk. Financiering vanuit RES + co-financiering) Voor het meanderen van beken zijn reeds financiele middelen beschikbaar gesteld. Willen beekdalen echt een belangrijke sponswerking krijgen is dat aanname dat er meer ruimte moet worden gezocht voor klimaatadaptatie binnen Recreatieve paden beekdalen ten koste van intensieve landbouwgronden.

BEEKDALEN • • • •

Transformatie

Grootschalige infrastructuur (windmolen laan, lange rijen van zonnepanelen, wind grid, zonneakkers) • gebruik landschappelijke hoofdstructuur (dijk, lijnen, ...) om bij te dragen aan grotere structuren • creeer synergie met gebiedsopgaven zoals recreatie en agricultuur • herstel/behoud schaal van het landschap: volg verkavelingsprincipe • herstel/behoud bestaande openheid en dichtheid van het landschap: gebruik bestaande vegetatie

Kleinschalige infrastructuur (kleinschalige zonneparken, kleine individuele windmolens) • • bestaande kwaliteiten/ gebiedsidentiteit leidend • • minimale impact op het landschap: acupunctuur/puntgewijze implementatie • • behoud schaal van het landschap: volgen van verkaveling, • • landschappelijke hoofdstructuur van het landschap

+

INDUSTRIE

Tijdelijk plaatsen van zonnevelden binnen pauze landschappen.

Industriele gebieden transformeren naar energielandschappen: grootschalig zon op daken en restruimtes, ruimte voor windmolens en daarmee lokaal energie (warmte en electriciteit) leverend en gebieden zelfvoorzienend te maken

?

Industriele clusters met windmolens (energie park)

Windmolens langs Windmolens accentueren markante infralijnen locaties

PAUZE LANDSCHAP

Overkluizing infra met zonnepanelen

Zonnepanelen op taluds & geluidschermen infrastructuur

Zonnepanelen koppelen aan energie infrastructuur

Zonnepanelen op ‘rest’ locaties zoals stortplaatsen

?

Drijvende zonnepanelen (eventueel roterend met de zon mee) op zand afgravingen

Ruimtelijke analyse ten behoeve van concept-RES Metropoolregio Eindhoven

2.2.5 R E S U LTAT E N T W E E D E W E R K AT E L I E R S - VERKENNING PER SUB-REGIO In het eerste werkatelier hebben de aanwezigen per sub-regio verkend welke majeure opgaven er per sub-regio spelen en welke energie-bouwstenen dan ingezet kunnen worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kennis over landschapstype en de landschapsstrategie. De gereedschapskist werd benut. Door deze stap te zetten werd het gesprek gevoerd op een integraal niveau. Nieuwe vragen over de draagkracht van het landschap ontstonden. Bijvoorbeeld welk percentage van de oppervlakte binnen een bepaald landschapstype benut zou kunnen worden voor het opwekken en duurzame elektriciteit. Deze inzichten bleken later in het proces zeer nuttig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=83074cd8-1853-4d8f-b78e-7e82651e3329