CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

13 20251002 1742505-0019 IHP Laarbeek.1

Raadsvergadering 2 oktober 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling van Integraal Huisvestingsplan onderwijs14.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 24 van 39

Kindcentrum de Raagten Bestuur: Denominatie:

Eenbes Rooms-Katholiek

Scenario – korte termijn Het schoolbestuur heeft aangegeven dat voor de Raagten tijdelijk een aanname stop wordt ingesteld. Kinderen die hierdoor niet op de Raagten terecht kunnen worden doorverwezen naar ’t Otterke.

Huidige situatie Het gebouw waarin Kindcentrum De Raagten is gehuisvest, is gerealiseerd in 2013 en daarmee relatief jong. Het bestaat uit een bouwdeel van twee lagen. De kwaliteit van het gebouw is in lijn met de leeftijd goed, en er zijn geen significante bouwkundige problemen vastgesteld. De Raagten beschikt over een moderne indeling die doorgaans goed aansluit op hedendaagse onderwijsconcepten. Echter, de school heeft aangegeven dat het gebouw niet voorziet in voldoende ruimtes voor individueel werk of kleinschalige groepsactiviteiten. Bovendien leidt het toenemende ruimtetekort ertoe dat ruimtes worden gebruikt voor activiteiten waarvoor ze oorspronkelijk niet bedoeld waren. Scenario – lange termijn Conform de quickscan komt Kindcentrum De Raagten na 20 jaar in aanmerking voor een levensduur verlengende renovatie of nieuwbouw (buiten de termijn van het IHP). Actuele situatie leerlingenaantallen – ervaren ruimtetekort De school heeft aangegeven een ruimtetekort te ervaren. Om deze reden is gekeken naar de oktobertelling van 2024. Het actuele aantal leerlingen is inderdaad hoger dan wat volgens de prognose is te verwachten. Echter laat de feitelijke analyse zien dat ook bij de toegenomen leerlingenaantallen er nog steeds sprake is van een ruimteoverschot.

Indien het aantal leerlingen de komende jaren sneller groeit dan in de prognose is aangegeven kan in de Raagten eerder een ruimtetekort ontstaan dan nu te verwachten is.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 25 van 39

6.1.5 Beek en Donk - zuid Basisschool de Muldershof: Bestuur: Denominatie:

Eenbes Rooms-Katholiek

Huidige situatie Basisschool De Muldershof bestaat grotendeels uit een bouwdeel dat in 1979 is opgeleverd. In de loop der tijd zijn er uitbreidingen gerealiseerd (1/3 bouwdeel in 2000 en één klaslokaal en renovatie in 2009), die vanwege hun omvang en integratie in het gebouw niet afzonderlijk zijn beoordeeld. Hoewel er geen grote bouwkundige problemen zijn, vertoont het gebouw, passend bij het bouwjaar, tekenen van veroudering.

10 jaar in aanmerking moeten komen voor een levensduur verlengende renovatie of nieuwbouw. Deze interventie zal in de tweede of derde termijn binnen het IHP worden opgenomen. Actuele situatie leerlingenaantallen – ervaren ruimtetekort De school heeft aangegeven een ruimtetekort te ervaren. Om deze reden is gekeken naar de oktobertelling van 2024. Het actuele aantal leerlingen is inderdaad hoger dan wat volgens de prognose is te verwachten. Echter laat de feitelijke analyse zien dat ook bij de toegenomen leerlingenaantallen er nog steeds sprake is van een ruimteoverschot. Een verklaring kan mogelijk gevonden worden in de + klas die in de Muldershof is gehuisvest. Met deze + klas is geen rekening gehouden in de ruimtebehoefte bepaling. Indien er een ruimtetekort ontstaat kan de + klas worden verplaatst. Daarnaast kan worden onderzocht of er tijdelijk extra capaciteit kan worden gerealiseerd in de vorm van noodlokalen.

De indeling van het schoolgebouw is hoofdzakelijk klassikaal, met op diverse plekken leerpleinen. Uit overleg met de schooldirectie blijkt dat deze indeling goed aansluit bij de onderwijskundige visie. Tegelijkertijd geeft de school aan behoefte te hebben aan meer ruimtes voor kleinschalig groepswerk en ervaart men een tekort aan ruimte. Toekomstige ontwikkelingen In verband met de ontwikkelingen in de nieuwbouwwijk ‘Beekse Akkers’ gaat de gemeente onderzoeken of het wenselijk is om een school te bouwen in de nieuwbouwwijk ‘Beekse Akkers’. Het is op dit moment nog onduidelijk of dit een nieuwe school of verplaatsing van een van de bestaande scholen betreft. Bij de herijking van het IHP zullen deze ontwikkelingen verder in kaart worden gebracht. Bij de herijking van het IHP zal daarnaast worden gekeken naar het effect van een extra school in de nieuwbouwwijk ‘Beekse Akkers’ op het leerlingenaantal van De Muldershof en het Klokhuis. Voorkeursscenario Conform de uitkomsten van de quickscan en de ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwbouwwijk ‘Beekse Akkers’ zou Basisschool De Muldershof in de periode van 5 tot

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 26 van 39

Basisschool ‘t Klokhuis:

Bestuur: Denominatie:

het IHP zullen deze ontwikkelingen verder in kaart worden gebracht. Bij de herijking van het IHP zal daarnaast worden gekeken naar het effect van een extra school in de nieuwbouwwijk ‘Beekse Akkers’ op het leerlingenaantal van De Muldershof en het Klokhuis.

Platoo Openbaar

Huidige situatie Basisschool 't Klokhuis, gerealiseerd in 2009, is aangrenzend aan basisschool de Muldershof gelegen. Het schoolgebouw bestaat uit een twee-laags bouwdeel. In lijn met het bouwjaar is vastgesteld dat de school geen grote bouwkundige gebreken vertoont. Een aanzienlijk deel van het gebouw wordt verhuurd aan een kinderopvangorganisatie, die voorziet in de behoefte van beide scholen. De school is ruim opgezet en beschikt over een combinatie van klaslokalen en werkruimtes buiten de klaslokalen. De school heeft een groot normatief ruimteoverschot. Het schoolbestuur heeft aangegeven dat dit overschot actief wordt benut, zowel door de school zelf als door externe partijen. Voorkeursscenario Basisschool ’t Klokhuis is conform de quickscan na 20 jaar toe aan levensduur verlengende renovatie of nieuwbouw (buiten termijn IHP). ’t Klokhuis heeft te maken met een structureel ruimte overschot. Momenteel wordt het ruimteoverschot ingevuld door verschillende onderwijs gerelateerde partners en wordt er geen ruimteoverschot ervaren. Daarnaast kan ’t Klokhuis mogelijk een rol spelen in het voorzien van een tijdelijke oplossing voor het ervaren ruimtetekort op de Muldershof. Toekomstige ontwikkelingen In verband met de ontwikkelingen in de nieuwbouwwijk ‘Beekse Akkers’ gaat de gemeente onderzoeken of het wenselijk is om een school te bouwen in de nieuwbouwwijk ‘Beekse Akkers’.

Het is op dit moment nog onduidelijk of dit een nieuwe school of verplaatsing van een van de bestaande scholen betreft. Bij de herijking van

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 27 van 39

6.2. Voorstel programmering 6.2.1 Termijn 1: 0-4 jaar • •

Permanente uitbreiding de Sprankel (ter vervanging Mariaschool) Permanente uitbreiding OBS de Driehoek en Breinplein (i.v.m. ruimtetekort)

6.2.2 Termijn 2: 5 - 8 jaar • •

Nieuwbouw/ levensduur verlengende renovatie Bernadetteschool Nieuwbouw/ levensduur verlengende renovatie ’t Otterke

6.2.3 Termijn 3: 8 - 12 jaar •

Nieuwbouw/ levensduur verlengende renovatie de Muldershof

6.2.4 Buiten het IHP • • • • •

Rekening houdend met de doorlooptijden van een project (4 tot 6 jaar) en de onzekerheid van een prognose (risico), is het een overweging om deze opgave naar voren te halen. Daarmee investeert de gemeente in toekomstbestendige huisvesting en voorkomt mogelijke incidentele hoge kosten voor tijdelijke huisvesting. Toekomstige ontwikkelingen Bij de herijking van het IHP wordt integraal bekeken wat de invloed is van de groei van de nieuwbouwwijk ‘Beekse Akkers’ op het scholenlandschap. Er wordt onderzocht of het noodzakelijk is om een onderwijsvoorziening toe te voegen in de nieuwe wijk en wat de invloed is op de huidige locaties de Muldershof en ’t Klokhuis. Daarnaast wordt tijdens de herijking onderzocht of nieuwbouw/ leversduurverlengende renovatie van de Muldershof in termijn 3 passend is of dat dit in relatie tot de gebouwkwaliteit en de ontwikkelingen van de nieuwbouwwijk ‘Beekse Akkers’ versneld moet worden.

Nieuwbouw/ levensduur verlengende renovatie Driehoek Nieuwbouw/ levensduur verlengende renovatie Breinplein Nieuwbouw/ levensduur verlengende renovatie De Sprankel Nieuwbouw/ levensduur verlengende renovatie de Raagten Nieuwbouw/ levensduur verlengende renovatie ‘t Klokhuis

Capaciteit ’t Otterke en de Raagten Met de groei binnen de kern Beek en Donk Noord ontstaat er een capaciteitsprobleem bij de Raagten en op termijn bij ’t Otterke. Op basis van de prognose gaat er een capaciteitstekort ontstaan vanaf 2032-2033. 3 Basisschool 't Otterke

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2] bvo Opvang [m2]

59 1972 1.138 0

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

4 Kindcentrum De Raagten

QuickScan Bouwjaar bvo Onderwijs [m2]

78 2013 1.641

bvo Opvang [m2]

57

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Leerlingenprognose Ruimtebehoefte Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs [m2] Tekort/overschot Onderwijs & Opvang [m2]

2031 2032 2033 173 177 179 1.070 1.090 1.100 68 48 38 68

48

38

2031 2032 2033 286 294 297 1.639 1.679 1.694 59 19 4 2

-38

-53

Pagina 28 van 39

7. Financiële vertaling en CO2-reductie De in hoofdstuk 5 gepresenteerde scenario’s voor het PO zijn in dit hoofdstuk voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op het kwaliteitsniveau en de gehanteerde kostenkengetallen. Er is aangegeven hoe deze kwaliteit tussen gemeente en schoolbesturen is verdeeld. Vervolgens wordt het meerjaren investeringsraming gepresenteerd.

•

•

•

Frisse scholen: optimale prijs-kwaliteit verhouding voor onderdelen zoals ventilatiecapaciteit, lichtinval, akoestiek en temperatuur. Dit betreft in wezen de impact op gezondheid door het gebouw (conform bijlage III). Duurzaam bouwen (circulair): geen financiële middelen om het schoolgebouw meer circulair te realiseren, er wordt gestreefd naar kostenneutrale circulaire toepassingen. Vergroten zichtlijnen (binnen) zorgt voor extra transparantie voor o.a. kinderopvang en onderwijs.

7.2. Aanvullende kwaliteit: •

•

Exploitatiegericht bouwen: toepassen van onderhoudsarme vloer- en wandafwerking en aluminium kozijnen om hoge exploitatiekosten te voorkomen. Aanvullende kosten Energieneutraal (ENG) schoolgebouw.

De gemeente en schoolbesturen willen gezamenlijk nader in de haalbaarheidsonderzoeken (businesscases) onderzoeken hoe de stap van BENG naar ENG gefinancierd kan worden: energieneutraliteit. Recente ontwikkelingen maken dat dit niet langer vanzelfsprekend is door o.a. netcongestie, onzekerheid omtrent de salderingsregeling en terughoudendheid van de schoolbesturen door hogere onderhoudskosten bij ENG installaties. Figuur 6-1 Kwaliteitsniveaus nieuwbouw

7.3. Verdeling Kwaliteit 7.1. IHP Kwaliteit Passend bij de ambitie (bouwstenen) en argumenten is onderstaande IHP-kwaliteit bepaald (zie bijlage II voor een uitgebreidere toelichting op energieprestaties en kwaliteitsniveau): • Wettelijk minimum (besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit 2021, inclusief BENG). • Herindeelbaar gebouw: flexibiliteit door niet-dragende wanden en ventilatie in verkeersruimten zodat ruimtelijke- en functie wijzingen gedaan kunnen worden. • Esthetische kwaliteit: meer gevel- en gevelopeningen en een goed afwerkingsniveau. Er kan beter rekening gehouden worden met de stedelijke context.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

De gemeente en de schoolbesturen hebben de intentie uitgesproken om gezamenlijk de gewenste kwaliteit te realiseren. Daarbij streven de schoolbesturen ernaar om binnen hun financiële mogelijkheden een bijdrage aan de projecten te leveren volgens de principes van Total Cost of Ownership (TCO). Hierbij maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding (mi-vergoeding) die zij ontvangen van het rijk. De aanvullende kwaliteit wordt bijvoorbeeld gefinancierd vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw en een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in de lopende meerjarenonderhoudsplanning). De schoolbesturen geven aan dat zij aan de voorkant voorzichtig zijn in het toezeggen van bijdragen aan Total

Pagina 29 van 39

Cost of Ownership. De hoogte van de onderhoudskosten voor ENG-gebouwen is hierbij een belangrijk argument. Daarnaast spelen ook de volgende argumenten een rol: • De aanzienlijke tekorten op de vergoeding voor materiële instandhouding. • De onzekerheid over het overheidsbeleid ten aanzien van de vergoeding voor materiële instandhouding. • De beperkte eigen financiële middelen en liquiditeit. Tijdens het opstellen van het IHP hebben gemeente en schoolbesturen een afspraak gemaakt over verdeling van de kosten. In de volgende paragraaf is per sector weergegeven (PO, VO en (V)SO) welke investeringskosten tot de basiskwaliteit horen en daarmee voor rekening van gemeente komen (excl. bijkomende kosten). Daarvoor heeft de gemeente de basiskwaliteit voor onderwijshuisvesting gedefinieerd en gewaarborgd. Het betreffen die onderdelen die essentieel zijn voor een goed schoolgebouw en daarom niet afhankelijk dienen te zijn van een bijdrage van een schoolbestuur. De schoolbesturen kunnen er voor kiezen bij te dragen aan aanvullende kwaliteit.

7.4. Kosten De bepaling van de kwaliteitsambitie en verdeling van deze kwaliteit leidt tot indicatieve investeringsbedragen per m² brutovloeroppervlakte (bvo). Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Deze methodiek maakt onderscheid naar type onderwijs (PO/VO/(V)SO) en gebouwgrootte (aantal leerlingen). De ervaring leert dat het kostenkengetal van een kleine school hoger ligt dan van een grote school (schaalvoordelen en aantal bouwlagen; compact bouwen). De kostenconfigurator is een actueel rekenmodel dat rekening houdt met de verschillende wet- en regelgevingen binnen de onderwijshuisvesting en ambities binnen het IHP.

Kostenconfigurator HEVO PO 1-1-2025 Aantal leerlingen Uitganspunt bouwlagen Norm bvo

Primair Onderwijs 200 300 1 2 1206 1709

100 1 703

Onderdeel Bouwbesluit + BENG Marsh eisen Ambitieniveau Esthetische Kwaliteit Toekomstbestendig gebouw Herindeelbaar gebouw Werkplekken in verkeersruimten Vergroten zichtlijnen Frisse Scholen kwaliteitsadvies HEVO Kosten basiskwaliteit

Basiskwaliteit Kosten per vierkante meter € 3.312 € € € € 108 € € 175 € € 125 € € 50 € € 28 € € 309 € € 3.932 €

Onderdeel

3.125 96 173 125 48 28 295 3.717

€ € € € € € € € €

2.835 103 173 125 48 28 273 3.412

€ € € € € € € € €

2.786 97 173 125 48 28 268 3.352

109 115 224

€ € € € €

107 113 220

3.636 €

3.572

Aanvullende kwaliteit

Kosten per vierkante meter Aanvullende kosten ENG € 131 € Duurzaam bouwen (circulair) € € Aanvullende kwaliteit € € Exploitatiegericht bouwen € 116 € Kosten aanvullende kwaliteit (optie) € 247 € Totale kosten (excl. Regiotoeslag)

400 2 2212

€

4.179 €

130 110 240

€ € € € €

3.957 €

Tabel 3: Kostenkengetal nieuwbouw voor PO

Deze investeringsniveaus sluiten aan bij de in paragraaf 6.1. omschreven kwaliteit. De investeringsniveaus zijn weergegeven in de tabellen. Er ontstaan schaalvoordelen bij het bouwen van een school met een grotere omvang. Opmerking regiotoeslag: In de praktijk ziet men dat bouwkosten per regio (kunnen) verschillen. De kostenconfigurator gaat in de basis uit van projecten gerealiseerd in regio ’s-Hertogenbosch. Voor de regio Laarbeek is geen regiotoeslag noodzakelijk.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 30 van 39

7.5. Financiële Uitgangspunten

meebrengt. Dit is met name afhankelijk van de noodzaak tot tijdelijke huisvesting. Deze zijn in dit IHP geschat op 20%. Per scenario worden deze na het IHP nader gespecificeerd en onderbouwd in de haalbaarheidsonderzoeken.

De overzichten op de volgende pagina’s tonen de investeringskosten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.

2.

3.

De kostenconfigurator uit 2025 is gehanteerd en is inclusief btw, prijspeil 1 januari 2025. Periodieke indexatie op basis van kadernota als basis voor de financiële vertaling van dit IHP is noodzakelijk. Het prijsniveau is gebaseerd op de regio van de gemeente. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio. De kostenconfigurator gaat uit van normale marktomstandigheden voor wat betreft beschikbaarheid van materialen en inschrijvingen van aannemers bij projecten. In de investeringskosten zijn ook diverse honoraria en vaste aanvullende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria voor ontwerpteamleden architect, installatieadviseur, constructeur, bouwfysicus en projectmanager (niet voor interne projectleider gemeente), aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, beperkte risicoverrekening en onvoorzien. De aanvullende kosten zijn gebaseerd op een eenvoudig gebouw met een compacte gebouwvorm en een daarbij passende voorbereidings- en uitvoeringsplanning. Bijkomende kosten die locatie gebonden zijn, of anderszins niet vallen onder de bouwkosten en bijkomende kosten voor de realisatie van een schoolgebouw, zijn niet opgenomen in de kengetallen. Per scenario komen er nog diverse kosten bij, dit kan sterk verschillen.

De kosten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder andere kosten voor tijdelijke huisvesting, grondkosten, locatie gebonden kosten, kosten voor bouw- én woonrijp maken, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur bijvoorbeeld voor adviezen of projectbegeleiding, kosten voor organisatorische ondersteuning, voorfinanciering kinderopvang, inrichtingskosten (losse inrichting) en verhuiskosten. Ook financieringskosten zoals rentekosten, startkosten of faseringskosten zijn niet opgenomen. Deze kosten kunnen hoog oplopen, zeker als tijdelijke huisvesting benodigd is. Gemiddeld gezien betreft het op een totaalprogramma van een gemeente (dus over alle schoolgebouwen berekend) 20% van de investeringskosten uit het IHP. Het kan echter zijn dat voor het ene schoolgebouw slechts 10% nodig is en het volgende schoolgebouw 50% aan extra kosten met zich

Referentie: 1742505-0019.1.0.

4.

Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van het geprognosticeerde leerlingenaantal in 2039 (over 15 jaar) uit de prognose van Prognosemaker; de prognoses worden twee jaarlijks geactualiseerd. In de haalbaarheidsonderzoeken, voorafgaand aan het afgeven van een voorbereidingskrediet, wordt het leerlingenaantal nogmaals herijkt.

5.

Binnen de financiële vertaling zijn de verwachte indicatieve investeringskosten per periode van 4 jaar opgenomen (0-4 jaar, 5-8 jaar, 8-12 jaar en 13-16 jaar).

6.

Vooralsnog is voor de investeringskosten voor iedere vervangings- en uitbreidingsopgave uitgegaan van nieuwbouw. In de haalbaarheidsonderzoeken zal de afweging tussen (ver)nieuwbouw en renovatie plaatsvinden en worden de daadwerkelijke kosten in beeld gebracht.

7.

Het streven is om projecten te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in een of meerdere projecten, blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken.

Pagina 31 van 39

7.6. Meerjaren investeringsraming Op basis van de kwaliteit- en capaciteitsanalyse is benoemd welke programmering passend is voor de gemeente, uitgaande van de wettelijke taak (BENG). Onderstaand overzicht laat de programmering binnen het IHP zien. In bijlage IV is de Meerjaren investeringsraming opgenomen. Schoolnaam

Gebouwmaatregel

STARTDATUM OPLEVERJAAR

Basisschool Breinplein

Uitbreiding

2025

2028

OBS De Driehoek

Uitbreiding

2025

2028

Bredeschool - basisschool de Sprankel

Uitbreiding

2026

2029

Mariaschool Basisschool

Afstoten

2026

2029

Basisschool 't Otterke

Nieuwbouw BENG

2027

2030

Basisschool Bernadette

Nieuwbouw BENG

2029

2032

Basisschool De Muldershof

Nieuwbouw BENG

2031

2034

2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041

A A A A

A A A A A

A A A A A

A A A A

A A

A A

A A

A

A

De doorlooptijd voor een nieuwbouw of renovatieproject bedraagt in totaal 4 jaar: • 1 jaar haalbaarheidsonderzoek • 3 jaar ontwerp en realisatie. Op basis van bovenstaande programmering zijn de investeringskosten voor IHP Laarbeek doorgerekend, deze doorrekening is in onderstaande tabel weergegeven.

Figuur 2: overzicht investeringskosten incl. btw-prijspeil 1 januari 2025

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 32 van 39

7.7. Kapitaalslastenberekening

7.8. Status IHP Kosten

De meerjaren investeringsraming is vertaald naar een kapitaallasten berekening voor de gemeente. Bij de kapitaallastenberekening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Ruimtebehoefte bepaling referentiejaar 2039 • Kengetal Nieuwbouw conform kostenconfigurator incl. btw, prijspeil januari 2025 • Afschrijvingsmethodiek Nieuwbouw 50 jaar en Renovatie 40 jaar • Bijkomende kosten 20% • Rentepercentage 2% • Kapitaallasten starten bij oplevering • Investeringskosten starten bij begin project. • Er wordt gerekend met een restwaarde van 20% (conform gemeentelijk beleid) • Boekwaarden zijn niet meegenomen

In het IHP en in de daaropvolgende uitvoering zijn de kwaliteitsuitgangspunten taakstellend. Deze zijn in samenspraak tussen gemeente en schoolbesturen vastgesteld. De gemeente en schoolbesturen maken zich hard voor deze kwaliteitsuitgangspunten, die zijn omschreven in de visie op onderwijshuisvesting. Het IHP geeft vervolgens een doorkijk naar wat dit betekent voor de investeringskosten. Deze investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgave en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgave. Na afronding van het IHP worden voor de individuele projecten, op het moment dat deze actueel worden, haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. In deze haalbaarheidsonderzoeken worden de investeringskosten opnieuw berekend. In deze fase wordt immers duidelijk voor hoeveel leerlingen en hoeveel vierkante meters daadwerkelijk gebouwd wordt, op welke locatie, in hoeveel bouwlagen etc. Ook ontstaat meer grip op de bijkomende kosten. Na het haalbaarheidsonderzoek zijn naast de kwaliteitsuitgangspunten uit het IHP ook de berekende investeringskosten taakstellend. Vervolgens kan het project daadwerkelijk starten met de definitiefase en daarna de ontwerpfase.

Het kan voorkomen dat op basis van investeringskostenramingen en/of aanbestedingen gedurende de realisatie het taakstellend budget ontoereikend blijkt te zijn. In dit geval is het mogelijk om het benodigd budget te herijken en terug te gaan naar de gemeenteraad. Dit kan alleen wanneer duidelijk onderbouwd kan worden dat het taakstellend budget uit de haalbaarheidsstudie ontoereikend is om de taakstellende kwaliteitsuitgangspunten te realiseren.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 33 van 39

8. Vervolg IHP 8.1. Opstellen uitvoeringsprogramma Na vaststelling van het IHP starten gemeente en schoolbesturen met het opstellen van een uitvoeringsprogramma. Dit programma bestaat uit twee hoofdonderdelen: 1.

2.

Afspraken programmaniveau: afspraken die gelden voor het gehele programma, ofwel voor alle projecten als genoemd in de eerste termijn (0 tot 4 jaar). Deze afspraken gaan over (1) het inrichten van een organisatie voor het realiseren van het uitvoeringsprogramma (2) het ontwikkelen van een financiële werkwijze voor uniformiteit tussen projecten en (3) het maken van samenwerkingsafspraken. Afspraken projectniveau: er wordt een planning gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, tijdelijke huisvesting en het bundelen van projecten op onderdelen zoals Technische en Ruimtelijk Functionele programma’s van eisen.

8.2. Opstellen Haalbaarheidsonderzoeken Wanneer het uitvoeringsprogramma is vastgesteld kan worden gestart met de initiatieffase van projecten door haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren. In de haalbaarheidsonderzoeken worden projecten geconcretiseerd en geactualiseerd. Dit is de fase voordat een project wordt opgestart. Optioneel kan ervoor worden gekozen om de haalbaarheidsonderzoeken onderdeel te maken van het uitvoeringsprogramma, zodat de afspraken projectniveau (zie punt 2 van par. 7.1.) nog concreter gemaakt kunnen worden.

•

is noodzakelijk om de toekomstige financierbaarheid van het beoogde kwaliteitsniveau voor onderwijshuisvesting te garanderen. Daarbij wordt concreet gestuurd op clustering met woningbouw of ander vastgoed. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek wordt verkend of, en op welke wijze inclusief onderwijs gefaciliteerd wordt op de nieuwe locatie.

Zoals omschreven in de bouwsteen Regie wordt na de haalbaarheidsstudie ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd. Daarna starten de volgende fasen: Definitiefase, Ontwerpfase, Prijsvorming en realisatie en Exploitatie- of gebruiksfase.

8.3. Verbeteringen Duurzaamheid en Binnenmilieu Door vaststelling van het IHP krijgen schoolbesturen zicht op de vervangingstermijnen van hun gebouwen. Dit stelt schoolbesturen in staat om vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie te investeren in duurzaamheid en het binnenklimaat. Daarbij kan met name worden ingezet op duurzaamheidsmaatregelen waarbij de terugverdientijden de vervangingstermijn niet overschrijden. Zo gaan investeringen in duurzaamheid niet ten koste van middelen voor onderwijs. Ook kunnen schoolbesturen het binnenklimaat verbeteren. De tussentijdse verduurzaming en verbetering van schoolgebouwen is daarmee een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen, dit kan worden verwerkt in de meerjarenonderhoudsplanning van de gebouwen. Voor onderzoek en aanpassing van het binnenmilieu heeft de gemeente formeel geen zorgplicht. Gemeente kiest ervoor een reservering op te nemen voor het uitvoeren van nadere onderzoeken ten behoeve van het binnenmilieu in een aantal gebouwen.

8.4. Disclaimer De haalbaarheidsonderzoeken hebben o.a. als doel om: • Een keuze te maken tussen nieuwbouw, vernieuwbouw of renovatie • De definitieve leerlingenaantallen per project te bepalen. • De totale kosten verder te specificeren (o.a. de bijkomende kosten en Total Cost of Ownership) • De verbinding te leggen met doelgroepen als kinderopvang, overige maatschappelijke partners en eventueel docenten, leerlingen, ouders, bedrijven, de wijk etc. • Tijdens het haalbaarheidsonderzoek wordt vastgesteld op welke wijze het project kan worden geïntegreerd met andere gemeentelijke ontwikkelingen. Dit

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van het opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.

Pagina 34 van 39

Bijlage I: Wettelijke en beleidskaders Dit hoofdstuk gaat in op de beleidskaders die gelden voor het IHP: de wettelijke taak van gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld. Hetzelfde geldt voor vernieuwbouw. Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het primair onderwijs (artikel 102), de Wet op de expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen.

De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. Eigendom Schoolbesturen hebben het (juridisch) eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw om niet terug in het juridisch eigendom van de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in

Referentie: 1742505-0019.1.0.

medegebruik (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel. Verhuren is mogelijk als de gemeente daar, met inachtneming van de verordening, voorafgaand toestemming voor geeft. Kinderopvang Op 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden. Daarbij zijn kinderopvang en peuterspeelzalen geharmoniseerd, waardoor men tegenwoordig spreekt van peuteropvang. Voor de peuteropvang is daarbij een landelijk kwaliteitskader ingevoerd dat grotendeels gelijk is aan de kinderopvang. De GGD is aangesteld als toezichthouder op de kwaliteit voor zowel de kinderopvang als peuterspeelzalen. Daarnaast is er met de invoering van de Wet OKE voor gemeenten een verplichting gekomen om voldoende aanbod vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) te realiseren, waarbij de financiële drempels voor ouders van doelgroepkinderen zo laag mogelijk moeten zijn. Huidig stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken.

Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie/vernieuwbouw niet geregeld zijn. Wetsvoorstel stelselwijziging Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Inmiddels is het

Pagina 35 van 39

voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd. Het voorstel is in 2018 formeel aan de minister aangeboden. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: • De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar. • De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. • Het investeringsverbod voor het PO en (V)SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het voortgezet onderwijs.

PO- en (V)SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. • De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.

doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-productie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990. • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin aangeboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. De doelstellingen zijn als volgt: Doelstelling CO2-reductie 2030 CO2-productie 2030 CO2-reductie 2050 CO2-productie 2050

Referentiejaar 1990 49,0% 51,0% 95,0% 5,0%

Vooruitlopend op de kaders van de vigerende wetgeving streeft de gemeente ernaar mee te gaan met deze ontwikkeling. Ontwikkeling klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening uitgevoerd. Deze

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 36 van 39

Bijlage II: Energieprestaties

Bijlage III: Kwaliteitsadvies Frisse Scholen

Onderstaand de verschillende definities van energieprestaties van gebouwen: BENG (bijna energieneutraal gebouw) Bij een BENG-gebouw worden gebouwgebonden energieverbruik en energieopwekking met elkaar vergeleken. Een BENG-gebouw kent een hoger energieverbruik in verhouding tot de energieopwekking. Door de toepassing van de norm NTA8800 wordt getoetst of het gebouw voldoet aan wetgeving voor BENG, die vanaf 1 januari 2021 wettelijk verplicht is. ENG (energieneutraal gebouw) Het gebouw heeft een EPC volgens NEN 7120 van nul. Alleen het gebouwgebonden energieverbruik op jaarbasis telt mee en is nul3. NOM (Nul op de Meter) Om een NOM-gebouw te realiseren moet er naast de energie die benodigd is voor de gebouwgebonden installaties ook gekeken worden naar het algemeen energieverbruik door de gebruikers. Bij een NOM-gebouw zijn het totale energieverbruik en energieopwekking in balans. Door verschillen in de kosten voor inkoop van energie en vergoeding voor teruglevering aan het net kent een NOM-gebouw alsnog kosten voor energie. Klimaatneutraal Klimaatneutraal wil zeggen dat bepaalde activiteiten (al dan niet binnen een bepaald gebied of op een bepaalde plek) geen positief of negatief effect hebben op het klimaat.

Het begrip ‘klimaatneutraal’ wordt vooral gebruikt om aan te geven dat bepaalde activiteiten geen negatief effect hebben op het klimaat, waarmee men wil zeggen: geen emissie van CO2 en andere broeikasgassen4.

3

https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/algemenebegrippen

Referentie: 1742505-0019.1.0.

4

https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/algemenebegrippen

Pagina 37 van 39

Bijlage IV Meerjaren investeringsraming Termijn 1

2026

School Gebouwmaatregel Totaal termijn 1 Basisschool Breinplein Uitbreiding OBS De Driehoek Uitbreiding Bredeschool - basisschool de Sprankel Uitbreiding Mariaschool Basisschool Afstoten Termijn 2 School Totaal termijn 2 Basisschool 't Otterke Basisschool Bernadette

Termijn 3 School Totaal termijn 3 Basisschool De Muldershof

Referentie: 1742505-0019.1.0.

2030

2029 Omvang [m2 bvo] Opleverjaar 49 168 178 0

Stichtingskosten Waarvan de stap BENG Aanvullende kosten (basis) gemeente naar ENG (extra) Bijkomende kosten € 2.091.000 € - € - € 418.000 2028 € 260.000 € - € - € 52.000 2028 € 890.000 € - € 178.000 2029 € 941.000 € - € 188.000 2029 € € - € -

2033

Gebouwmaatregel

Omvang [m2 bvo] Opleverjaar

Nieuwbouw BENG Nieuwbouw BENG

1105 1025

2034

2037

Gebouwmaatregel

Omvang [m2 bvo] Opleverjaar

Nieuwbouw BENG

1684

Stichtingskosten Waarvan de stap BENG Aanvullende kosten Bijkomende kosten (basis) gemeente naar ENG (extra) scenario 1 € 8.376.000 € - € 247.000 € 1.675.000 2030 € 4.346.000 € - € 128.000 € 869.000 2032 € 4.030.000 € - € 119.000 € 806.000

Stichtingskosten Bijkomende kosten Waarvan de stap BENG Aanvullende kosten (basis) gemeente naar ENG (extra) scenario 1 € 6.259.000 € - € 185.000 € 1.252.000 2034 € 6.259.000 € - € 185.000 € 1.252.000

Pagina 38 van 39

Colofon Uitgave: Datum:

HEVO B.V. 17 april 2025

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch

Burg. Roelenweg 40 8021 EW Zwolle

T 073 - 6 409 409 info@hevo.nl

T 038 - 4 258 101

www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 39 van 39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=5e49537a-6681-4a13-87cc-ba8fb6351061