CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

13 20251002 1742505-0019 IHP Laarbeek.1

Raadsvergadering 2 oktober 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling van Integraal Huisvestingsplan onderwijs14.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IHP Laarbeek

Opdrachtgever Gemeente Laarbeek Datum 17 april 2025 Referentie 1742505-0019.1.0 Auteur(s) Bas Verkerk - HEVO B.V. Louk Linders - HEVO B.V. Sander Troost - HEVO B.V.

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

5223 LA 's-Hertogenbosch

T 073 - 6 409 409

info@hevo.nl

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

KvK Brabant 16029774

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Burg. Roelenweg 40

8021 EW Zwolle

T 038 - 4 258 101

ISO 9001-gecertificeerd

BTW 0011.60.461.B01

Inhoudsopgave

7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8.

IHP Kwaliteit Aanvullende kwaliteit: Verdeling Kwaliteit Kosten Financiële Uitgangspunten Meerjaren investeringsraming Kapitaalslastenberekening Status IHP Kosten

29 29 29 30 31 32 33 33

8. 8.1. 8.2. 8.3. 8.4.

Vervolg IHP Opstellen uitvoeringsprogramma Opstellen Haalbaarheidsonderzoeken Verbeteringen Duurzaamheid en Binnenmilieu Disclaimer

34 34 34 34 34

1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Inleiding Landelijke Context Lokale Context Doelstelling Aanpak Leeswijzer

3 3 3 4 4 4

2. 2.1. 2.2. 2.3.

Aanbod Onderwijs en Kinderopvang Primair Onderwijs Voortgezet Onderwijs Aanbod Kinderopvang

5 5 5 5

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Beleid en Visie Landelijk Beleid Lokaal Beleid Visie op Onderwijs en Kinderopvang Visie op Onderwijshuisvesting

6 6 6 7 8

Bijlage I: Wettelijke en beleidskaders

35

Bijlage II: Energieprestaties

37

Bijlage III: Kwaliteitsadvies Frisse Scholen

37

4. 4.1. 4.2.

Methodiek Capaciteitsanalyse Onderwijs Kwaliteitsanalyse Onderwijs

14 14 14

Bijlage IV Meerjaren investeringsraming

38

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4.

Analyse en opgave Capaciteit Onderwijs Kwaliteit Onderwijs: Quickscans Scholenlandschap Gemeente Reflectie op de Opgave

15 15 18 19 20

6. 6.1. 6.2.

Scenario’s Scenario’s Onderwijs Voorstel programmering

20 21 28

7.

Financiële vertaling en CO2-reductie

29

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 2 van 39

1. Inleiding De gemeente heeft samen met de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties voorliggend Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld voor de onderwijshuisvesting van het Primair Onderwijs (PO) en Voorgezet Onderwijs (VO). In dit plan worden de kaders bepaald waarbinnen de gemeente de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties samenwerken aan goede, toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Goede onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed onderwijs. De noodzaak tot samenwerking komt voort uit de gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting: de gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting voor onder andere nieuwbouw en uitbreiding en schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud en exploitatie. In dit IHP worden beide verantwoordelijkheden op elkaar afgestemd. Kinderopvang maakt steeds vaker deel uit van onderwijshuisvesting in Integrale Kindcentra (IKC’s). Ondanks dat de gemeente geen formele verantwoordelijkheid heeft voor de huisvesting van kinderopvang zijn zij een belangrijke schakel in de ontwikkeling van kinderen. De kinderopvangorganisaties zijn daarom ook betrokken.

1.1. Landelijke Context Het IHP sluit aan op de landelijke context. Door nu een strategisch IHP te ontwikkelen spelen gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties in op, onder andere, de volgende landelijke ontwikkelingen: • De wettelijke status van IHP’s en renovatie (naar aanleiding van het wetsvoorstel van VNG, VO-raad en PO-raad). • De verbeterslag die gemaakt dient te worden op het gebied van de kwaliteit van onderwijshuisvesting. • De duurzaamheidsambities die voortvloeien uit de afspraken binnen het Klimaatakkoord. • De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

1.2. Lokale Context In de gemeente Laarbeek liggen 9 scholen voor het Primair Onderwijs (PO) en 1 school voor het Voortgezet Onderwijs (VO). Het Commanderij College (VO) is in 2018 voorzien van een uitbreiding. Binnen het PO wordt nagedacht over uitbreidingen en verduurzamingsmaatregelen. Het is wenselijk om vanuit de visie op de onderwijshuisvesting toe te werken naar een lange termijn doorkijk voor de vernieuwingsopgave van het PO met oog voor de doelstellingen binnen het Klimaatakkoord. Belangrijke onderlegger is de leerlingenprognose, met aandacht voor de verschillende woningbouwontwikkelingen in de regio. (Bouwplan ‘Beekse Akkers’ is een uitbreiding die in de 2e fase in totaal 414 woningen toevoegt en waar in fase 3a nog 128 woningen worden toegevoegd en de woningaantallen voor fase 3b zijn nog onbekend. De gemeente wil inzetten op een betere aansluiting van de kinderopvang op het onderwijs (doorgaande leerlijn) en heeft oog voor de verschillende kernen. Het opzetten van (Integrale) Kindcentra is daarbinnen een mogelijkheid, met aandacht voor eenduidige beheermodellen. Vanuit het onderwijs spelen daarnaast de thema’s rondom inclusief onderwijs (thuis nabij) en nieuwkomer onderwijs. Het is wenselijk om deze thema’s op een goed manier te borgen binnen het reguliere onderwijs. De gemeente bestaand uit de kernen Beek en Donk, Aarle Rixtel, Lieshout en Mariahout.

Binnen iedere kern zijn 1 of meerdere scholen gevestigd. De scholen zijn verdeeld over twee schoolbesturen voor PO; Stichting De Eenbes (hierna Eenbes) en Platoo. Daarnaast is er een school voor VO van schoolbestuur Onderwijsgroep Oost Brabant. Voor het speciaal onderwijs maakt de gemeente gebruik van het samenwerkingsverband Helmond-Peelland.

Pagina 3 van 39

1.3. Doelstelling Het IHP is een strategisch plan waaraan gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zich conformeren. Gezamenlijk wordt toegewerkt naar een toekomstbestendig opgroeiklimaat met bijbehorende huisvesting voor onderwijs en kinderopvang. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de Verordening Onderwijshuisvesting (in het vervolg ‘verordening’), wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid binnen de gestelde financiële kaders. Het IHP: • Sluit aan op de beleidskaders van de gemeente op het gebied van onderwijs. • Geeft aan op welke wijze de gemeente zij haar zorgplicht wenst in te vullen. • Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken en proactief beleid te voeren. • Stelt de kaders waarbinnen de gemeente, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting. • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings-)beleid van de gemeente en schoolbesturen kan worden afgestemd; • Vormt het beleidskader voor onderwijshuisvesting voor vier jaar (2026,2027,2028 en 2029) en geeft een doorkijk voor de langere termijn van 16 jaar (2030 t/m 2044). Het IHP wordt elke vier jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.

De verankering van het IHP kan verdeeld worden over het strategisch, tactisch en operationeel niveau. Dit IHP is daarin het strategisch kader. Na vaststelling van het IHP

Beleid

Strategisch IHP

wordt een uitvoeringsprogramma vastgesteld waarin de eerste termijn van het IHP wordt uitgewerkt. Dit is het tactisch niveau. De uitvoering van de projecten is onderdeel van het operationeel niveau.

1.4. Aanpak Het IHP is samen met gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties ontwikkeld. Daarbij zijn gezamenlijk de volgende stappen doorlopen: 1. Om te komen tot een gezamenlijke visie zijn in diverse bijeenkomsten met de gemeente, de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties uitgangspunten gedefinieerd. 2. Er heeft een uitgebreide analyse plaatsgevonden van de onderwijsgebouwen in de gemeente. Er is onder andere gekeken naar capaciteit en kwaliteit. Aan de hand van de analyse is de opgave in beeld gebracht 3. Op basis van de gezamenlijke visie en de uitkomsten van de analyse zijn de scenario’s (uitbreiding/nieuwbouw/renovatie) die invulling geven aan de opgave in interactieve sessies geformuleerd. 4. De scenario’s zijn financieel vertaald. 5. De vier bovenstaande deelproducten zijn samengevoegd in voorliggend IHP, waarbij tevens de vervolgstappen zijn benoemd.

1.5. Leeswijzer Na dit eerste inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 het onderwijslandschap van de gemeente. Hoofdstuk 3 gaat in op de gezamenlijke visie en uitgangspunten. Hoofdstuk 4 introduceert de gehanteerde methoden voor de analyse de opgave die in hoofdstuk 5 worden gepresenteerd. Hoofdstuk 6 beschrijft de scenario’s die invulling geven aan de opgave. Hoofdstuk 7 voorziet de scenario’s uit hoofdstuk 6 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling. In hoofdstuk 7 is het vervolgproces na het IHP omschreven.

Tactisch Uitvoeringsprogramma

Operationeel Projecten

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 4 van 39

2.2. Voortgezet Onderwijs

2. Aanbod Onderwijs en Kinderopvang Dit hoofdstuk biedt inzicht in het onderwijs- en kinderopvangaanbod in de gemeente. Het gaat hier voor het onderwijs om het PO, VO en (V)SO en voor kinderopvang om kinderdagopvang (KDV) en buitenschoolse opvang (BSO) en Peuterwerk.

De gemeente Laarbeek kent één school voor voortgezet onderwijs (VO) met twee locaties (Commanderij college Laarbeecke en het Juniorcollege). Het VO in de gemeente wordt verzorgd door Onderwijsgroep Oost Brabant. Het schoolbestuur biedt onderwijs aan vijfhonderdtweeënvijftig leerlingen (xxllnc Sociaal, 2024).

2.1. Primair Onderwijs

Schoolbestuur

De gemeente Laarbeek kent in totaal acht scholen voor primair onderwijs (PO). Het PO in de gemeente Laarbeek wordt verzorgd door een tweetal schoolbesturen, te weten Platoo en Eenbes. De schoolbesturen bieden onderwijs aan duizend vijfhonderdzesentachtig (1586) leerlingen (xxllnc Sociaal, 2024).

Platoo

OBS de Driehoek

Openbaar

Platoo

OBS het Klokhuis

Openbaar

Aantal % leerlingen 11% 175 12% 192

Eenbes

Bernadetteschool

Rooms-Katholiek

135

9%

1977/

247

16%

2013 2016

Schoolbestuur

Eenbes

Schoolnaam

De Sprankel

Denominatie

Rooms-Katholiek

Schoolnaam

Onderwijsgroep Commanderij College Oost Brabant Laarbeecke

Denominatie Algemeen bijzonder

Totaal Tabel 2: Overzicht VO.

Aantal leerlingen 552 552

%

Bouwjaar

2013/ 100% (Juniorcollege 2018) 100%

Bouwjaar 2016 2009

Eenbes

Breinplein

Rooms-Katholiek

180

11%

Eenbes

‘t Otterke

Rooms-Katholiek

156

10%

1972

2.3. Aanbod Kinderopvang

16%

2013

15%

1979/ 2000/ 2009

In de gemeente Laarbeek zijn meerdere kinderopvangorganisaties actief, onder andere Spring kinderopvang organisatie en GOO Opvang en Onderwijs. Op alle basisscholen met uitzondering van ’t Otterke wordt kinderopvang (0 tot 4 of 2 tot 4 jaar) aangeboden.

Eenbes

De Raagten

Rooms-Katholiek

258

Eenbes

De Muldershof

Rooms-Katholiek

243

Totaal 1586 100% Tabel 1: Overzicht PO, leerlingenaantal conform leerlingenprognose xxllnc Sociaal, 2024.

Op drie scholen na zijn de afgelopen 15 jaar alle schoolgebouwen binnen de gemeente Laarbeek vervangen. De gemeente kent hiermee een relatief jong scholenbestand.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 5 van 39

3. Beleid en Visie De gemeente, de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties streven gezamenlijk naar een toekomstbestendig omgeving om in op te groeien. Het doel is om kinderen in de gemeente de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst. Daarbij is het van belang dat het onderwijs- en kinderopvangaanbod toegankelijk, divers en goed gespreid is en aansluit op de vraag van de maatschappij. Dit hoofdstuk behandelt landelijk en lokaal beleid en visie op onderwijs en kinderopvang en onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting omvat daarbij ook eventuele ruimte voor kinderdagopvang (KDV), buitenschoolse opvang (BSO) en Peuterwerk in schoolgebouwen.

3.1. Landelijk Beleid De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, constructiefouten en eerste inrichting. Hiervoor ontvangt de gemeente een algemene uitkering in het gemeentefonds. De verantwoordelijkheid voor instandhouding (onderhoudskosten aan binnen- en buitenkant) en de exploitatie (o.a. energie- en schoonmaakkosten) van schoolgebouwen ligt bij de schoolbesturen, tenzij hiervan is afgeweken. Hiervoor ontvangen de schoolbesturen een lumpsumvergoeding vanuit het Rijk. Het huidige stelsel vertoont diverse tekortkomingen. Deze zijn onder andere benoemd in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek 1 . Er zijn bijvoorbeeld geen eenduidige eisen voor onderwijshuisvesting, er is een gebrek aan koppeling tussen bouwkosten en budgetten, er is onvoldoende expertise bij schoolbesturen en gemeenten en het ontbreekt aan een gesloten beleidscyclus door met name een gebrek aan toezicht, monitoring en evaluatie. Daarnaast worden strengere eisen aan schoolgebouwen gesteld, zoals eisen aan energieneutraliteit en Frisse Scholen. In het Klimaatakkoord is wettelijk vastgelegd dat de CO2-reductie van de schoolgebouwen met 55% gereduceerd dient te worden ten opzichte van 1990 in 2030 en 95% in 2050. Ondanks deze ontwikkelingen blijft de 1

IBO Onderwijshuisvesting funderend onderwijs, Een vak apart - Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel (2021)

Referentie: 1742505-0019.1.0.

indexering van zowel het gemeentefonds als de lumpsumvergoeding achter op de marktontwikkelingen (bouw- en exploitatiekosten). Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: 1. Gemeenten en schoolbesturen worden verplicht om een IHP op te stellen. 2. De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. 3. Het investeringsverbod voor het PO en (V)SO wordt opgeheven. Voor meer informatie zie bijlage I.

3.2. Lokaal Beleid Kernen – Laarbeek zet in op het behoud van de eigen identiteit van de vier Laarbeekse Kernen. Accommodatiebeleid - De gemeente streeft naar multifunctionele accommodaties en werkt toe naar een accommodatiebeleid om het beheer en eigendom beter te organiseren. Het voorzieningenniveau van Laarbeek is van een uitstekend kwaliteit. De gemeente heeft hierin de laatste jaren flink in geïnvesteerd en dit niveau wil de gemeente behouden. Inzet van bewoners en organisaties zijn hierbij onontbeerlijk. Woonbeleid - Laarbeek is een landelijke en zelfbewuste gemeente die haar positie binnen de brainportregio benut door te werken aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Groei van het aantal woningen en inwoners is voor Laarbeek geen doel op zich. Binnen de regio heeft Laarbeek afgesproken om tot en met 2030 minimaal 735 woningen 2 te bouwen. Daarbij staat centraal dat de woningen bijdragen aan de leefbaarheid en de vitaliteit van de kernen. Dit vraagt om een divers woonprogramma passend bij de maat en schaal van Laarbeek. Bouwplan ‘Beekse Akkers’ is een 2 Beleidskader wonen – Visie op Wonen in Laarbeek horizon 2030.

Pagina 6 van 39

uitbreiding die in de 2e fase in totaal 414 woningen toevoegt en waar in fase 3a nog 128 woningen worden toegevoegd en de woningaantallen voor fase 3b zijn nog onbekend. De ontwikkelingen in de wijk Beekse Akkers leiden mogelijk tot een vraag voor een onderwijsvoorzieningen in de wijk.

Hierdoor ligt de nadruk op praktische vaardigheden en opleidingsrichtingen die relevant zijn voor de regio, wat ervoor zorgt dat leerlingen beter voorbereid zijn op de toekomstige beroepsmogelijkheden in hun eigen omgeving en dat de regionale economie ondersteund wordt.

Routekaart verduurzaming - De gemeente heeft circa negentig gemeentelijke objecten in beheer. Deze worden via planmatig onderhoud beheerd aan de hand van een meerjaren-onderhoudsprogramma. In het licht van het klimaatakkoord zijn er doelstellingen op het gebied van verduurzaming maatschappelijk vastgoed bijgekomen. In 2023 heeft gemeente Laarbeek de Routekaart verduurzaming gemeente Laarbeek vastgesteld. In de routekaart verduurzaming wordt ingegaan op de (kern)portefeuille bestaande uit 22 gebouwen van de gemeente Laarbeek (waaronder 5 onderwijslocaties).

Flexibiliteit: In de visie op ontwikkelingen in het PO zit de flexibiliteit hem in het personeel, en niet in het gebouw. Dit betekent dat scholen zich richten op het vermogen van leraren en ander personeel om zich aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen en veranderingen binnen het onderwijs. In plaats van dat het fysieke schoolgebouw de manier van lesgeven bepaalt, ligt de nadruk nu op de vaardigheden en het aanpassingsvermogen van het personeel om binnen de bestaande huisvesting mee te bewegen met ontwikkelingen. Deze benadering stelt scholen in staat om meer wendbaar te zijn en sneller in te spelen op onderwijstrends, zonder beperkt te worden door de vaste structuur van het gebouw. Hierdoor kunnen ze innovatief blijven en onderwijs op maat bieden dat beter aansluit bij de behoeften van hun leerlingen. Dat neemt niet weg dat er te allen tijde voldoende huisvesting moet zijn voor de kinderen in de gemeente Laarbeek.

3.3. Visie op Onderwijs en Kinderopvang In overleg met de schoolbesturen, Kinderopvang en gemeente Laarbeek zijn binnen het IHP-traject kernpunten voor de onderwijsvisie opgesteld. Deze kernpunten vormen de basis voor de bouwstenen van beleid voor de huisvesting. Kerngericht Primair Onderwijs (PO): In Laarbeek is het primair onderwijs ruimtelijk georganiseerd rond de dorpskernen. Dit betekent dat elk dorp binnen de gemeente zijn eigen basisschool heeft, wat aansluit bij het streven naar leefbare en hechte dorpsgemeenschappen. Er wordt ook gezocht naar kansen voor samenwerkingen tussen scholen onderling en flexibiliteit in het bieden van opvang. Sociaal en Zorgzaam Onderwijs: Het onderwijs in Laarbeek is sociaal en zorgzaam ingericht, met een nadruk op een warme en betrokken sfeer. Dit sluit aan bij het sociale en zelfbewuste karakter van de gemeente Laarbeek. De lokale cultuur is nuchter en “doe maar gewoon”. Regionale Verbondenheid van Voortgezet Onderwijs (VO): De middelbare school in Laarbeek heeft een sterk regionaal karakter en biedt een breed profiel als uitstroommogelijkheid die aansluit bij de diverse behoeften van leerlingen. De school kiest bewust het D&P-profiel (Dienstverlening & Producten), dat niet alleen brede uitstroommogelijkheden biedt, maar ook goed aansluit op de lokale arbeidsmarkt.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

(I)KC vorming: De visie op (Integraal) Kindcentrum ((I)KC) in Laarbeek richt zich op het creëren van een geïntegreerde en samenhangende omgeving voor kinderen van 0 tot 14 jaar. In de ogen van de betrokken partijen is het vormen van een (I)KC eerder een must dan een wens. In een (I)KC werken onderwijs, kinderdagopvang, Buitenschoolse opvang en Peuterwerk en eventueel andere ondersteunende diensten, intensief samen onder één dak. De focus ligt op een doorlopende leerlijn en het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen in een veilige, stimulerende en vertrouwde omgeving. Hierbij wordt gekeken naar de behoeften van de lokale gemeenschap en hoe een (I)KC kan bijdragen aan het versterken van de leefbaarheid en sociale samenhang in de dorpen van Laarbeek. In de praktijk betekent dit dat Laarbeek streeft naar nauwe samenwerking tussen verschillende instellingen, waarbij de wens om kinderen een soepele overgang te bieden tussen verschillende ontwikkelingsfasen en zorgvormen centraal staat. Dit sluit aan bij de bredere visie van de gemeente op leefbare dorpskernen en het belang van een sterke, sociale infrastructuur voor gezinnen. Overdracht PO naar VO: De overdracht tussen het PO en het VO in de gemeente Laarbeek is goed georganiseerd dankzij de korte lijnen tussen de betrokken scholen. Dit

Pagina 7 van 39

wordt vergemakkelijkt door het compacte karakter van het onderwijsaanbod in de gemeente, waar slechts één VO-school en acht PO scholen aanwezig zijn. Deze nabijheid bevordert een sterk netwerk tussen de scholen, waardoor er al vroeg in het leertraject contact wordt gelegd tussen de VO-school en de PO-scholen. Dit zorgt voor een soepele overgang voor leerlingen, waarbij hun behoeften en voortgang goed worden afgestemd tussen de onderwijsniveaus. Thuisnabij onderwijs: De visie op thuisnabij onderwijs, zoals vastgelegd in het samenwerkingsverband (SWV), benadrukt dat passend onderwijs voor alle kinderen in de gemeente beschikbaar moet zijn. Dit houdt in dat kinderen zoveel mogelijk binnen het reguliere onderwijs in hun eigen omgeving worden opgevangen, met als doel het minimaliseren van vervoer naar verder gelegen scholen. Thuisnabij onderwijs omvat ook thuisnabije opvangmogelijkheden. Voor het VMBO betekent dit een school binnen de gemeente, terwijl voor HAVO, VWO en praktijkonderwijs (PRO) een school op max. 8 km fietsafstand als ideaal wordt beschouwd. Zo wordt gestreefd naar onderwijs en opvang die dicht bij huis plaatsvinden, wat bijdraagt aan een sterkere lokale gemeenschap en meer gemak voor gezinnen. Kansengelijkheid: Kansengelijkheid voor kinderen en jongeren in de gemeente Laarbeek is van groot belang.

Dit betekent dat zo veel mogelijk kinderen, ongeacht achtergrond of omstandigheden, in het reguliere onderwijs en de opvang kan blijven en daarbij de nodige ondersteuning krijgt voor eventuele aanvullende behoeften. De focus ligt hierbij op het benutten van kansen in plaats van het benadrukken van problemen, met als doel het beste voor elk kind te realiseren binnen de gestelde kaders. Kansengelijkheid houdt ook in dat knelpunten bespreekbaar worden gemaakt en genormaliseerd, in plaats van genegeerd. Deze openheid strekt zich uit tot het onderwijs, de gemeente en maatschappelijke organisaties. Het onderwijs speelt hierin een belangrijke rol door signalen van bijvoorbeeld financiële problemen op te vangen en te fungeren als schakel tussen verschillende maatschappelijke partners, om zo gezamenlijk oplossingen te vinden.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

3.4. Visie op Onderwijshuisvesting De visie op onderwijs en kinderopvang van de gemeente, de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties stelt eisen aan onderwijshuisvesting. De gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties hebben de visie op onderwijshuisvesting uitgewerkt in vier thema’s: de bouwstenen: 1. Vraag & Aanbod. 2. Samenwerking. 3. Kwaliteit en duurzaamheid 4. Regie. Ieder thema omvat verschillende beleidsuitgangspunten. Het IHP is erop gericht om, binnen de mogelijkheden van de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties deze uitgangspunten zoveel als mogelijk te realiseren.

3.4.1 Bouwsteen 1: Vraag en Aanbod Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties nastreven. Het gewenste aanbod van onderwijs is bepalend voor de scenario’s. Gemeente Laarbeek is tevreden over het onderwijsaanbod. Binnen iedere kern is een PO-onderwijsvoorziening. Daarnaast bestaat er een spreiding van onderwijsconcepten, denominaties (onderscheid tussen openbaar onderwijs verschillende categorieën van bijzonder onderwijs zoals rooms-katholieke, protestantschristelijke etc.) en onderwijsniveaus over de gemeente, waarbij voorop staat dat Laarbeek een aantrekkelijke gemeente voor iedereen wil zijn. De wens is het huidige onderwijsaanbod te behouden en waar mogelijk te versterken. Algemeen 1. Trend van de prognose: De prognoses voor het PO onderwijs binnen de gemeente Laarbeek laten in de eerste periode tot 2033 een stijging zien van het aantal leerlingen. Hierna vlakt de stijging af en na een aantal jaren wordt een licht daling van het aantal leerlingen ingezet. Het VO-onderwijs laat eerst een daling van het aantal leerlingen zien en vanaf 2033 stijgt het aantal leerlingen.

Pagina 8 van 39

2.

Prognose en frequentie: de leerlingenprognoses worden eens in de twee jaar opgesteld door extern bureau, vergeleken met het IHP (monitoren groei) en vastgesteld in het OOGO. In de prognose is er aandacht voor de demografische ontwikkelingen incl. actualisatie van de woningbouwontwikkelingen in de regio en wordt een herkomstanalyse uitgevoerd. Jaarlijks wordt de actuele situatie gemonitord aan de hand van de geboortecijfers.

PO: 1. Opheffings- en stichtingsnorm: de landelijk vastgestelde opheffingsnorm zijn respectievelijk 82 en 200 kinderen. Indien een school niet voldoet aan deze norm dan wordt in overleg met het schoolbestuur besloten of de school toekomstbestendig is en de kwaliteit gewaarborgd kan worden. De gemeente Laarbeek prevaleert het hebben van een PO-onderwijsvoorziening in iedere kern boven de opheffingsnorm waardoor de identiek van de kernen behouden wordt. 2.

Het schaalniveau voor de ontwikkeling van de scenario’s: Voor de analyse en scenario-ontwikkeling voor het PO is dit het dorpsniveau naar kernen. Voor de grootste dorpskern Beek- en Donk is een verdeling gemaakt tussen noord- en zuid.

3.

Samenwerkingsverband Helmond-Peelland PO: Gemeente Laarbeek maakt onderdeel uit van samenwerkingsverband Helmond-Peelland. Het samenwerkingsverband werkt samen met de ketenpartners aan het realiseren van passend en steeds inclusiever onderwijs. Dit onderwijs is afgestemd op de diversiteit aan ondersteuningsvragen die kinderen met zich meebrengen.

4.

Omvang kinderopvang (KDV en BSO) en Peuterwerk: Kinderopvangorganisatie zorgen samen met de schoolbesturen voor een kinderopvangaanbod passend bij de vraag. De omvang heeft te maken met de sociaal demografische eigenschappen van een dorp of wijk.

VO: 1. Het schaalniveau voor de ontwikkeling van de scenario’s: Binnen de gemeente Laarbeek kunnen leerlingen terecht voor een kaderberoepsgerichte en gemengd/theoretische leerweg. Voor ander profielen binnen het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen terecht binnen de regio.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Samenwerkingsverband Helmond-Peelland VO: Gemeente Laarbeek maakt onderdeel uit van het samenwerkingsverband Helmond-Peelland VO. SWV Helmond-Peelland VO is een samenwerkingsverband passend onderwijs in het voortgezet onderwijs. Het samenwerkingsverband werkt vanuit de visie dat elke leerling in de regio de best mogelijk passend onderwijsplaats krijgt. Om het voor elkaar te krijgen dat alle leerlingen passend onderwijs kunnen volgen, werken alle voorgezet onderwijs scholen, scholen voor speciaal onderwijs en de (deel) gemeenten Asten, Boekel, Deurne, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze, Laarbeek, Helmond en Someren nauw samen.

3.4.2 Bouwsteen 2: Samenwerking Deze bouwsteen gaat in op samenwerking. Samenwerking betekent dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners (bijvoorbeeld kinderopvang, jeugdzorg, buurtvoorzieningen). Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling. Gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren omdat men elkaar ook daadwerkelijk tegenkomt en biedt exploitatievoordelen (door bijvoorbeeld het delen van ruimten). Het onderwijs staat daarbij centraal en daarmee is een gebouwelijke samenwerking geen verplichting, maar een mogelijkheid. 1.

Samenwerking tussen PO onderling: Schoolbesturen en gemeente onderschrijven de meerwaarde van clustering: samen in één gebouw. Dit biedt flexibiliteit en toekomstbestendigheid. Groei en krimp van scholen kan deels onderling worden opgelost. De schoolbesturen hebben aangegeven om parallel aan het IHP te onderzoeken of samenwerking tussen de scholen binnen hetzelfde gebouw verder kan worden geïntensiveerd.

2.

Samenwerking tussen PO en kinderopvang: gemeente en schoolbesturen streven naar een (I)KC met de wens om kinderen van 0 tot 14 jaar een plek bieden binnen het onderwijs of kinderopvang. De kinderopvang 0 tot 2 jaar is daarin een afweging en de kinderopvang vanaf 2 jaar en buitenschoolse opvang is een streven per onderwijslocatie. In het haalbaarheidsonderzoek worden de uitgangspunten voor de kinderopvang bepaald. Type kinderopvang, capaciteit (gezonde balans in relatie tot onderwijs) en locatie.

Pagina 9 van 39

3.

Voor de bovenbouw is er specifieke aandacht voor de “Tiener” opvang. Bij het vormen van een (I)KC wordt op voorhand goed nagedacht over samenwerkingsvormen en de beheers opzet.

4.

Samenwerking tussen PO, SO: Voor het SO maakt gemeente Laarbeek gebruik van het samenwerkingsverband Helmond – Peelland.

5.

Samenwerking met overige partners. De gemeente en schoolbesturen zien voordelen in het samenwerken met andere (maatschappelijke) partners zoals bijvoorbeeld: Jeugdzorg, Consultatiebureau, Fysiotherapeut, Logopedie, Bibliotheek, Sportverenigingen, Bedrijven. Vanwege de aanwezigheid dorpshuizen binnen de gemeente Laarbeek is het niet wenselijk dat deze partners een vaste plek krijgen binnen de schoolgebouwen. De schoolbesturen zijn daarentegen bereid om de schoolgebouwen na schooltijd in te zetten voor maatschappelijke doeleinden. Medebepalend bij de samenwerking met andere partners is de beheers opzet. De partners moeten aansluiten bij het professionele karakter (beheer en gebruik) van de school.

Gezamenlijk 1. Samenwerking tussen Primair Onderwijs en Voortgezet Onderwijs: De overdracht tussen het PO en het VO in de gemeente Laarbeek is goed georganiseerd dankzij de korte lijnen tussen de betrokken scholen. Door de schoolbesturen is aangegeven dat de huidige manier van samenwerken behouden moet blijven. 2.

Samenwerking tussen VO, VSO: Voor het (V)SO maakt gemeente Laarbeek gebruik van het samenwerkingsverband Helmond – Peelland VO.

3.4.3 Bouwsteen 3: Kwaliteit en Duurzaamheid Deze bouwsteen duidt de kwaliteit en duurzaamheid van onderwijshuisvesting waar de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties naar streven. Deze uitgangspunten zijn het uitgangspunt bij nieuwbouw. Bij vernieuwbouw en renovatie wordt beoogd om deze kwaliteit zo veel mogelijk te realiseren. Voor bestaande bouw ligt de verantwoordelijkheid primair bij de schoolbesturen, maar kan er in overleg met de gemeente worden getreden over verbetermogelijkheden. 1.

Een brede definitie: de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed gebouw en duurzaam gebouw biedt een goede opgroeiomgeving en heeft bovendien een positief effect op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Daarvoor wordt een brede definitie van kwaliteit en duurzaamheid gehanteerd. Deze is uitgewerkt in onderstaande uitgangspunten.

2.

Energieprestatie: de energieprestatie van de onderwijshuisvesting sluit aan op de doelstellingen die zijn geformuleerd in het landelijke klimaatakkoord, de sectorale routekaart en het EU-beleid: 55% CO2 reductie in 2030, en 95% CO2 reductie in 2050. Middels het IHP willen de gemeente en de schoolbesturen invulling geven aan de verduurzamingsopgave voor het onderwijs. In de routekaart verduurzaming 2022 geeft de gemeente aan nieuwe gebouwen zoveel als mogelijk Energieneutraal (ENG) te willen realiseren. Gezien de huidige problemen rondom netcongestie en de mogelijke aankomende beperkingen met betrekking tot terug levering zien de gemeente en schoolbesturen risico’s ten aanzien van de financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid van ENG schoolgebouwen. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek wordt onderzocht of de keuze voor een ENG schoolgebouw realistisch is. Mocht blijken dat het onhaalbaar is om een ENG schoolgebouw te realiseren wordt aangesloten op de wettelijke kaders om een BENG schoolgebouw te realiseren en het gebouw voor te bereiden op een toekomstige stap naar ENG. De gemeente en schoolbesturen streven ernaar om een zo duurzaam mogelijk gebouw te realiseren.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 10 van 39

3.

4.

Gezondheid: er wordt rekening gehouden met alle Frisse Scholen-thema’s (naast energie) voor onderwijshuisvesting: lucht, temperatuur, licht en geluid. Dit is om een prettig en gezond klimaat voor kinderen en medewerkers te realiseren. Voor de Frisse Scholen thema’s wordt gekozen voor een slimme mix van eisen per subonderdeel, waarbij lucht en temperatuur minimaal klasse B scoren (zie bijlage III voor het kwaliteitsniveau)

Er wordt hiermee ingezet op circulaire maatregelen die niet kostenverhogend zijn. Hierbij dient goed te worden gekeken naar de invloed van circulair materiaalgebruik op de investerings- en exploitatiekosten. Circulariteit kan ook gaan over de wijze waarop de school omgaat met het gebruik van materialen na ingebruikname, bijvoorbeeld op het gebied van afvalreductie.

Toekomstbestendigheid: er wordt ingezet op maximale flexibiliteit. Onderwijshuisvesting kan op deze manier meebewegen met groei en krimp van scholen en kinderopvanglocaties en kunnen toekomstige concepten faciliteren. Het gaat zowel om interne flexibiliteit, als om transformatiemogelijkheden van onderwijshuisvesting bij einde gebruik. De (bouw/installatie) technische kwaliteit van de schoolgebouwen is uitstekend en onderhoudsvriendelijk. Dit zorgt ervoor dat gebouwen lang meegaan.

7.

Inclusiviteit: de onderwijshuisvesting in Laarbeek kenmerkt zich als een inclusieve en toegankelijke omgeving. Een toegankelijke omgeving is een omgeving waar kinderen en volwassenen zich zelfstandig door het gebouw kunnen bewegen, zonder hulp van derden. Toegankelijkheid betekent ook dat het gebouw geschikt is voor diverse gebruikersgroepen. Kinderen die iets extra’s nodig hebben worden geholpen in de reguliere onderwijssetting. Binnen de huisvesting wordt hier (extra) ruimte voor gemaakt.

Om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen (uitbreidingsmogelijkheden) wordt rekening gehouden met een voldoende groot buitenterrein.

8.

Multifunctionaliteit: de gebouwen dienen tevens optimaal gebruikt te worden. Multifunctioneel gebruik leidt tot een hogere bezetting en daarmee een duurzaam gebruik van de gebouwen. Dit vraagt wel om aandacht over afspraken ten aanzien van beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen. Dergelijke afspraken dienen te volgen uit de inhoudelijke afspraken die aan de samenwerking ten grondslag liggen. Met name het faciliteren van functies voor (I)KC’s is een belangrijk onderdeel van de gebouwkwaliteit.

5.

Onderwijskundige functionaliteit: onderwijshuisvesting dienen huidige onderwijsconcepten goed te faciliteren. Wanneer er samenwerkingspartners in het gebouw zijn gehuisvest dienen deze eveneens goed gefaciliteerd te worden.

6.

Circulariteit: voor circulariteit wordt er bij onderwijshuisvesting naar gestreefd bewust om te gaan met de toegepaste materialen en waar mogelijk gebruik te maken van natuurlijke, ecologisch vriendelijke en/of herbruikbare materialen. In het geval van nieuwbouw wordt gelet op de basisprincipes van circulariteit, zoals de toekomstige losmaakbaarheid van de gebouwelementen.

Schoolbesturen en gemeente hebben de ambitie om schoolpleinen multifunctioneel te gebruiken, dit betekent dat schoolpleinen buiten schooltijd als wijkvoorziening/speelplaats worden gebruikt. 9.

Bij de sloop en levensduur verlengende renovatie van schoolgebouwen wordt het uitgangspunt van circulariteit toegepast en wordt er in kaart gebracht welke gebouwelementen mogelijk nog bij andere projecten gebruikt kunnen worden of opnieuw in de bouwketen geïntegreerd kunnen worden voor hoogwaardig hergebruik. In welke mate deze circulaire principes kunnen worden toegepast zal nader worden onderzocht tijdens de uitwerking van het haalbaarheidsonderzoek van een project.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Klimaat adaptief: klimaat adaptief betekent het ontwerpen en bouwen van onderwijshuisvesting wat bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dit omvat het integreren van maatregelen om hittegolven, hevige regenval, droogte en andere extreme weersomstandigheden te weerstaan. Ten aanzien van de buitenruimte is de ambitie om groene schoolpleinen te realiseren. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om de 3-30-300 regel toe te passen in de openbare ruimte waaronder bij schoollocaties. Dit bevordert biodiversiteit en klimaatadaptatie. De 330-300 regel schrijft voor dat er 3 volwassen bomen in de directe omgeving staan,

Pagina 11 van 39

c.

30% van de buurt is bedekt met boomkronen en op 300 meter afstand is een verkoelend parkje. 10. Natuur inclusief: hierbij wordt rekening gehouden met biodiversiteit in het ontwerp en de constructie van onderwijshuisvesting. Dit bevordert een gezonde leefomgeving en educatieve kansen voor leerlingen en draagt bij aan het behoud van de natuur. Bijvoorbeeld: nestgelegenheden.

3.

Commitment: Het IHP is in lijn met het wetsvoorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. In de geest van de nieuwe wet wordt het IHP vastgesteld als korte- en lange termijnplan waar gemeente en schoolbesturen zich aan committeren. Schoolbesturen en gemeente spreken af enkel af te wijken van de afspraken in het IHP als daar een zwaarwegende motivatie onder ligt.

4.

Looptijd: het IHP komt tot stand in een apart project met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Het OOGO, het College van Burgemeesters en Wethouders en de Raad stellen het IHP vast voor de eerste vier jaar met in het vierde jaar de herijking. Het IHP heeft doorkijk van zestien jaar. De totale looptijd is totaal 20 jaar. (Voorbeeld: 2026-2029, 2029 is jaar van actualisatie, IHP daarna start in 20230-2033).

5.

Status: het IHP is het investeringskader voor de onderwijshuisvesting en geeft voor de komende 20 jaar een indicatie van benodigde investeringen. Tevens wordt de prioritering van de projecten opgenomen. De Raad stelt de prioritering en planning vast. Er wordt rekening gehouden in de gemeentelijke begroting met het financieren van de projecten in de eerste vijf jaar (het uitvoeringsprogramma, zie punt 7). Hiermee staat de programmering voor termijn één vast. In de basis wordt niet afgeweken van de overeengekomen prioritering en planning voor deze termijn. Alleen in het OOGO kan een wijziging van de plannen doorgevoerd worden.

6.

Aanvraagprocedure: het IHP vervangt voor de eerste vijf jaar de aanvraagprocedure voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen (artikel 2.a lid 1 t/m lid 8 van de verordening). Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de verordening. Dit wordt ook op deze wijze in de verordening vastgelegd. Uitzonderingen zijn de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school, kosten voor

3.4.4 Bouwsteen 4: Regie Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties met elkaar samen de regie voeren op het gebied van onderwijshuisvesting. Dit betreft onder andere het vastleggen van de status van het IHP en hoe hier uitvoering aan wordt gegeven. 1.

2.

Verantwoordelijkheid: de gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie op onderwijshuisvesting. Gemeenten zijn onder andere verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen. De schoolbesturen voeren de regie op het onderwijsaanbod en de diversiteit daarvan. In het OOGO vindt de afstemming van deze regie plaats. Kinderopvangorganisaties worden betrokken daar waar zij onderdeel vormen van onderwijshuisvesting. Renovatie: Het IHP is in lijn met het voorstel van PO-raad, VO-raad en VNG om renovatie op te nemen als voorziening door de gemeente. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is (onder andere artikel 2 verordening). Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie toe te passen. De verschillende definities zijn: a. Nieuwbouw: er wordt uitgegaan van totale sloop en vervanging van het bestaande gebouw. De levensduur van het nieuwe pand dient 50 jaar te zijn. b. Renovatie: er wordt uitgegaan van een integrale levensduur verlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar wordt verlengd.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Vernieuwbouw: deze term wordt aan dit IHP toegevoegd om renovatie verder te verduidelijken. Indien wordt gesproken over vernieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur verlengende ingreep voor 40 jaar. Hierbij wordt het bestaande gebouw vernieuwd waarbij het streven is om de nieuwbouwkwaliteit zo veel mogelijk te realiseren.

Pagina 12 van 39

eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening). 7.

Spoedaanvragen: voor spoedaanvragen of andere zaken die buiten het IHP vallen door onvoorziene omstandigheden (zoals constructiefouten of onvoorziene tijdelijke huisvesting) blijft de aanvraagprocedure van kracht. Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de verordening. Gemeenten en schoolbesturen zullen in overleg bepalen of een situatie een spoedaanvraag vereist.

8.

Uitvoeringsprogramma: na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld voor een termijn van vijf jaar. In het uitvoeringsprogramma worden nadere financiële-, samenwerkings- en planningsafspraken gemaakt. Belangrijk is dat er middels het uitvoeringsprogramma vervolg wordt gegeven aan het IHP.

9.

Kredietverlening: per project verleent de Raad definitief het krediet. Zodra het project actueel wordt zal het project getoetst worden aan de gehanteerde randvoorwaarden uit het IHP. Een dergelijke toets wordt vaak gedaan middels een haalbaarheidsonderzoek, ook wel businesscase genoemd. Vervolgens worden de randvoorwaarden uit het IHP indien nodig geactualiseerd en wordt het definitieve krediet bij de raad aangevraagd. Er kan een budgettaire afwijking zitten tussen het aangevraagde krediet en de budgetten zoals benoemd in financiële hoofdstuk van het IHP. Het is immers mogelijk dat er nog aanvullende tussentijdse (onvoorziene) kosten gesignaleerd worden door de diverse onderzoeken. Deze kredietaanvraag is niet afhankelijk van bijvoorbeeld de 1 februari deadline uit de verordening of de financiële cyclus van de gemeente zoals de voorjaarsnota.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 13 van 39

4. Methodiek 4.1. Capaciteitsanalyse Onderwijs Voor alle schoolgebouwen is de beschikbare capaciteit voor het onderwijs geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt het ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van het onderwijs wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de verordening). Voor het PO is dit bijvoorbeeld 5,03m2 per leerlingen en 200m vaste voet per school. In het VO en (V)SO gelden, afhankelijk van het onderwijsniveau, andere aantallen m2 per leerling. Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: de bruto vloeroppervlakte (bvo). Opmerking: dit is een genormeerde ruimtebehoefteberekening. In de praktijk zijn er efficiënte en minder efficiënte gebouwen. Wanneer een school bijvoorbeeld veel gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Ook wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot medegebruik of verhuur van ruimten. In het IHP is vanwege het beleidsrijke karakter ruimte voor nuance op de resultaten uit deze ruimtebehoefteberekeningen.

Naast het inzichtelijk maken van eventuele ruimtetekorten is de capaciteitsanalyse van belang omdat een eventueel ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Schoolbesturen ontvangen een vergoeding voor materiële instandhouding op basis van het aantal leerlingen en niet op basis van het aantal m² in een school. Bovendien vormen ruimteoverschotten een risico voor de gemeente. Wanneer een gebouw geheel leeg komt te staan, zal de eigenaar (het schoolbestuur) dit terug willen geven aan de gemeente. Daarnaast dient de gemeente (op basis van de verordening) te voorzien in oplossingen voor ruimtetekorten, waarmee kan worden verwezen naar leegstand.

4.2. Kwaliteitsanalyse Onderwijs Op basis van de verordening is alleen de bouwkundige staat een formeel toetsingscriterium. Voor het IHP is het echter niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom naast de bouwkundige staat ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn thema’s voor strategisch vastgoedbeleid.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Figuur 2: Elementen van quickscan-beoordelingsmethodiek.

Op basis van de door HEVO ontwikkelde ‘Quickscan’ en ‘Lightscan’ zijn alle PO gebouwen op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score, die inzicht geeft in de vervangingstermijn. De totaalscore geeft op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduurverlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit: • Bij < 57 punten: binnen 0-5 jaar (rood). • Bij 57 - 63 punten: binnen 5-10 jaar (oranje). • Bij 63 - 69 punten: binnen 10-20 jaar (lichtgroen). • Bij 69 > punten: over meer dan 20 jaar (donkergroen). De Quickscan leidt tot een advies voor de vervangingstermijn, ofwel het ‘natuurlijke vervangingsmoment’ van een schoolgebouw. Daarbij zijn de verantwoordelijkheden van de gemeente en de schoolbesturen afgestemd. Het natuurlijke vervangingsmoment voor schoolgebouwen is cruciaal omdat het van belang is dat bij ingrepen ((ver)nieuwbouw of renovatie) alle thema’s integraal aangepakt kunnen worden. Immers, bijvoorbeeld een energieneutraal gebouw dat onderwijskundig niet geschikt is, is een ongeschikt schoolgebouw. De Quickscanscores zijn input voor de scenario’s. Bij het besluit tot vervanging middels (ver)nieuwbouw/renovatie is bij de scenario’s ook gekeken naar andere overwegingen (H5). Partijen kunnen ook besluiten om op elementniveau (bijvoorbeeld binnenmilieu) los van het natuurlijke vervangingsmoment te investeren.

Pagina 14 van 39

5. Analyse en opgave In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de analyse gepresenteerd en worden de opgaven voor gemeente Laarbeek geformuleerd.

5.1. Capaciteit Onderwijs De basis voor de behoefte aan capaciteit zijn de huidige en toekomstige leerlingenaantallen in de gemeente Laarbeek. Er wordt eerst stilgestaan bij de ontwikkeling van de prognose, alvorens een overzicht te geven van de totale capaciteit.

Bij het opstellen van de leerlingenprognoses zijn de uitbreidingen van Beekse Akkers tot en met fase 2 opgenomen. Als we de leerlingenprognose van alle scholen in het PO uitsplitsen, zien we dat enkele scholen harder groeien, dit heeft mede te maken met de woningbouwontwikkeling van Beek en Donk, o.a. van Beekse Akkers.

Leerlingenprognose In de grafieken in deze paragraaf zijn de leerlingenprognoses van de gemeente te zien voor respectievelijk het PO en VO. De grafieken geven een beeld van hoe de leerlingenaantallen zich in de komende jaren naar verwachting gaan ontwikkelen. De prognose kijkt over een periode van 20 jaar, waarbij de eerste 5 tot 10 jaar een redelijk beeld geven van de ontwikkeling. Bij het lezen van de grafieken moet opgelet worden dat de verticale schaal per grafiek verschilt.

350

Prognose (2024) aantal leerlingen PO Laarbeek

200

Prognose (2024) aantal leerlingen per PO school Laarbeek

300

250

1800 1750

150

1700 1650

2044

2043

2042

2041

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

100

1600 1550 2044

2043

2042

2041

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

1500

Het figuur met de leerlingenprognose voor het PO laat zien dat het totaal aantal leerlingen naar verwachting zal stijgen. Over de gehele periode is er sprake van een netto groei van 141 leerlingen ten opzichte van 2024. Dit betreft een stijging van ongeveer 12%.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

De Muldershof De Raagten De Sprankel

Het Klokhuis Breinplein Bernadette

Het Otterke De Driehoek

Ontwikkelingen Met de concrete plannen voor fase 3a en 3b (+/- 300 extra woningen) van Beekse Akkers is de verwachting dat de leerlingenprognose bij de herijking van het IHP hoger zullen zijn dan de huidige leerlingenprognose.

Pagina 15 van 39

Prognose (2024) aantal leerlingen VO Laarbeek 580 560 540 520 500 480 2044

2043

2042

2041

2040

2039

2038

2037

2036

2035

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

460

Het figuur met de leerlingenprognose voor het VO laat zien dat het totaal aantal leerlingen in eerste instantie zal dalen. Uiteindelijk is voor de gehele periode een groei te verwachten van 1,1% ten opzichte van 2024. De groei van het PO zien we ook terug in het VO (5 tot 10 jaar later). Ondanks de daling op korte termijn blijft het leerlingaantal op de lange termijn (20 jaar) gelijk. Referentiejaar 2039 Uitgaande van de totale doorkijk van de leerlingenprognose waarbij ook de woningbouwontwikkelingen voor de gemeente Laarbeek zijn opgenomen wordt voorgesteld om te rekenen met 2039 (referentiejaar). Het is daarmee belangrijk om de leerlingenprognosesom de twee jaar te herijken en tussentijds de leerlingenprognose te monitoren.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 16 van 39

Capaciteitsanalyse In de tabel in deze paragraaf geeft een overzicht van de ruimtetekorten- en overschotten per schoolgebouw. Algemene gegevens

Schoolbestuur

School

Vergelijking leerlingaantal

Ruimtebehoefte 2025

Ruimtebehoefte referentiejaar 2039

Bouwjaar

m2 BVO

Prognose ‘25

Oktober telling ‘24

Afwijking

Oktober telling ‘24

Ruimtetekort/overschot

Leerlingenaantal

RuimteRuimtetekort/behoefte overschot m2 BVO

Platoo

OBS de Driehoek

2016

942

169

180

+11

1050

-108

181

1110

-168

Platoo

OBS het Klokhuis

2009

1948

191

202

+11

1216

732

221

1312

636

Eenbes

Bernadetteschool

1977/

1353

138

136

-2

884

469

164

1025

328

Eenbes

De Sprankel

2013

1234

237

241

+4

1412

-178

241

1412

-178

Eenbes

Breinplein

2016

1041

171

176

+5

1085

-44

177

1090

-49

Eenbes

‘t Otterke

1972

1138

155

149

-6

949

189

180

1105

33

Eenbes

De Raagten

1641

257

275

+18

1583

58

299

1704

-63

Eenbes

De Muldershof

2013 1979/ 2000/ 2010

1737

245

264

+19

1432

305

295

1684

Totaal

1563

1623

+60

53

5.1.1 Analyse actuele situatie ten opzichte van de prognose Tijdens de werkgroep scenariovorming is geconstateerd dat de leerlingenprognose voor een aantal locaties afwijkt van de actuele situatie. Dit betreffen De Raagten en de Muldershof. Op beide locaties wordt krapte ervaren, terwijl dit in de leerlingenprognose nog niet naar voren komt. Naar aanleiding van dit signaal is besloten om de actuele leerlingenaantallen (oktobertelling 2024) te vergelijken met het jaar 2025, conform de leerlingenprognose. Uit deze analyse blijkt dat het actuele aantal leerlingen voor het totale scholenbestand met in totaal 60 extra leerlingen afwijkt van de prognose voor 2025. De afwijking zit vooral in de scholen in Beek en Donk. Per locatie zal worden beoordeeld hoe hiermee wordt omgegaan.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 17 van 39

5.2. Kwaliteit Onderwijs: Quickscans De figuur in deze paragraaf toont de resultaten van de QuickScans. Kijkend naar de onderstaande figuur komt er een duidelijk beeld van tweedeling naar voren. De portefeuille bestaat voor de helft uit schoolgebouwen uit de jaren ’70 en ’80 (lage quickscan score). Anderzijds is er een groep scholen met bouwjaren vanaf 2009 en daarmee een hogere score.

Veiligheid: Uit het overzicht blijkt dat bij alle scholen geen veiligheidsissues zijn geconstateerd die niet oplosbaar zijn. Binnenmilieu: Het binnenmilieu wordt beoordeeld op basis van de aanwezige luchtbehandelingsinstallaties of de mogelijkheden voor natuurlijke ventilatie. Dit levert een meer divers beeld op. Exploitatie: Over het algemeen scoren alle scholen zwak tot voldoende. Verrassend is de lage score bij enkele nieuwere schoolgebouwen. Dit vraagt mogelijk om een verduurzamingsmaatregel (energiebron toevoegen). Onderwijskundige functionaliteit: De onderwijskundige staat van de verschillende schoolgebouwen vertoont enige variatie. De laagste beoordelingen worden toegekend aan scholen die ook op andere vlakken minder goed presteren.

Toelichting scores Uitstraling: Uit de resultaten blijkt de oudere scholen laag scoren, met uitzondering van het voorste (beeldbepalende) bouwdeel van de Bernadette. Bouwkundige staat: De bouwkundige staat van een gebouw is grotendeels afhankelijk van het bouwjaar, wat duidelijk zichtbaar wordt in het overzicht. Oudere gebouwen scoren aanzienlijk lager.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 18 van 39

5.3. Scholenlandschap Gemeente De verschillende kernen binnen de gemeente Laarbeek zorgen overwegend voor deelgebieden op basis van de verschillende dorpskernen. In Beek en Donk wordt daarnaast een verdeling aangebracht tussen noord- en zuid.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 19 van 39

5.4. Reflectie op de Opgave Binnen het scholenlandschap bestaat een duidelijke tweedeling in het aantal relatief nieuwe scholen en het aantal verouderde scholen. De oudere scholen komen gezien de beoordeling van de technische en functionele kwaliteit in termijn een en twee in aanmerking voor een mogelijke vernieuwing (nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie). Daarnaast zijn er enkele capaciteitsvraagstukken die opgelost dienen te worden binnen de eerste termijn van het IHP.

6. Scenario’s Dit hoofdstuk bespreekt de scenario’s voor de onderwijshuisvesting. De diverse scenario’s worden onderbouwd aan de hand van de quickscanscores, de capaciteitsanalyse en overige criteria. De scenario’s en prioritering zijn tot stand gekomen in samenspraak met de gemeente en de schoolbesturen. Er wordt nog geen afweging gemaakt ten aanzien van nieuwbouw, (ver)nieuwbouw en renovatie. Dit vereist bij de uitvoering van het IHP per locatie een gedegen afweging middels haalbaarheidsonderzoeken.

Samengevat zijn de volgende opgaven geïdentificeerd, welke in de scenarioontwikkeling zijn behandeld (aangepakt): • De Sprankel kampt met een ruimtetekort. Momenteel wordt dit opgevangen door gebruik te maken van de Mariaschool. Hierdoor is een verouderd schoolgebouw (quickscan termijn 1) in gebruik voor 3 lokalen. • Voor de Driehoek en Breinplein moet een oplossing worden gezocht voor het permanente ruimtetekort op beide scholen in Aerle Rixtel. • De Bernadetteschool is verouderd en conform de quickscan in termijn 1 of 2 aan de beurt voor vernieuwing. Gezien de overmaat kan worden onderzocht of het oudste bouwdeel (termijn 1) noodzakelijk is om te behouden. • Basisscholen de Raagten, OBS het Klokhuis en de Muldershof komen binnen het IHP niet in aanmerking voor vernieuwing en hebben vooralsnog niet te kampen met een ruimtetekort. Bij basisscholen de Raagten en de Muldershof wordt daarentegen een ruimtetekort ervaren. Deze scholen liggen allemaal in Beek en Donk.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 20 van 39

6.1. Scenario’s Onderwijs 6.1.1 Lieshout De Sprankel Bestuur: Denominatie:

Eenbes Rooms-Katholiek

Huidige situatie Het gebouw waarin De Sprankel is gehuisvest, is in 2013 opgeleverd en verkeert in goede staat, overeenkomstig de verwachtingen voor een gebouw van deze leeftijd. Er zijn geen significante bouwkundige gebreken geconstateerd. Het gebouw kenmerkt zich door een gebogen vorm en een voornamelijk klassikale indeling. Deze indeling resulteert in een tekort aan ruimtes die geschikt zijn voor individueel of kleinschalig groepswerk, wat een essentieel onderdeel vormt van de onderwijskundige visie. Daarnaast biedt het gebouw onderdak aan een kinderopvang. Voorkeursscenario De Sprankel kampt met een ruimtetekort, dat momenteel wordt opgevangen door gebruik te maken van de Mariaschool (quickscan termijn 1). Hierdoor is een verouderd schoolgebouw volledig in gebruik voor drie lokalen. Volgens de quickscan zal De Sprankel na 20 jaar toe zijn aan een levensduur verlengende renovatie of nieuwbouw, wat buiten de looptijd van het huidige IHP valt. Om te voorzien in de benodigde ruimte en tegemoet te komen aan de wens van de school om op één locatie gehuisvest te zijn, is een permanente uitbreiding noodzakelijk in de eerste termijn van het IHP. Het huidige bestemmingsplan biedt mogelijkheden om de school uit te breiden in westelijke richting.

Deze uitbreiding kan logisch aansluiten op de bestaande gebouwstructuur (in het verleden is al rekening gehouden met uitbreidingsmogelijkheden) en laat voldoende ruimte over om te voldoen aan de normatieve eisen voor de omvang van het schoolplein.

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 21 van 39

6.1.2 Aarle-Rixtel: OBS de Driehoek en Breinplein: OBS de Driehoek Bestuur: Denominatie:

Platoo Openbaar

Breinplein Bestuur: Denominatie:

Eenbes Rooms-Katholiek

betreft (I)KC vorming is het van belang om de kinderopvang bij voorkeur in- of dicht bij de school te houden. In samenspraak tussen de gemeente, beide scholen en de kinderopvang wordt gekeken naar een integrale oplossing voor korte en de lange termijn. Er worden verschillende scenario’s onderzocht waarbij ook het betrekken van de gymzaal tot de mogelijkheden behoort.

Huidige situatie Het gebouw waarin De Driehoek en Breinplein zijn gehuisvest, dateert uit 2016 en is daarmee relatief jong. Zoals verwacht bij een gebouw van dit bouwjaar verkeert het in goede staat en zijn er geen significante bouwkundige gebreken. Naast beide scholen is er in het gebouw ook een kinderopvang gevestigd. De scholen hebben elk een eigen deel van het gebouw, terwijl ze gebruikmaken van gezamenlijke ruimten in het centrale gedeelte. Op het perceel bevindt zich tevens een gymzaal die door beide scholen wordt gebruikt voor bewegingsonderwijs. Voorkeursscenario Beide scholen ondervinden een tekort aan ruimte en komen, op basis van de uitgevoerde gebouwscans, na een periode van 20 jaar in aanmerking voor levensduur verlengende renovatie of nieuwbouw. Om tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte van beide scholen, is het noodzakelijk om in de eerste termijn van het IHP een permanente uitbreiding te realiseren. De mogelijkheden voor een permanente uitbreiding zijn gezien de krapte op het terrein en de gezien de beperkte mogelijkheden binnen het bestemmingsplan lastig realiseerbaar. Een mogelijke oplossing kan gevonden worden in het gebruik maken van de ruimte die is toebedeeld aan de kinderopvangorganisatie. Gezien de visie en wens voor wat

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 22 van 39

6.1.3 Mariahout Basisschool Bernadette Bestuur: Denominatie:

Eenbes Rooms-Katholiek

Huidige situatie Het schoolgebouw van de Bernadette bestaat uit meerdere bouwdelen die over de tijd stapsgewijs zijn aangebouwd. Twee dominante bouwdelen zijn afzonderlijk beoordeeld met de quickscan. Het grootste bouwdeel, gerealiseerd in 1977, kent een bouwkundige kwaliteit die overeenkomt met zijn bouwjaar, ondanks enkele verbeteringen. De quickscan adviseert nieuwbouw of renovatie op een termijn van 5 tot 10 jaar. Het tweede bouwdeel, gesitueerd aan de straatzijde, betreft het oorspronkelijke schoolgebouw uit 1934. Dit deel heeft visuele kwaliteiten die zowel door de school als door de omgeving worden gewaardeerd. Hoewel er in de loop der jaren verbeteringen zijn doorgevoerd, blijven er elementen zoals enkel glas die niet zijn aangepakt. Dit bouwdeel huisvest ook de kinderopvangorganisatie en wordt volgens de quickscanmethodiek aanbevolen voor nieuwbouw of renovatie op een termijn van 0 tot 5 jaar. Voorkeursscenario De Bernadette heeft een structureel ruimteoverschot. Het bouwdeel uit 1934 is volgens de quickscan binnen een termijn van 0 tot 5 jaar toe aan nieuwbouw of een levensduur verlengende renovatie. Het bouwdeel uit 1977 wordt volgens de quickscan binnen een termijn van 5 tot 10 jaar aanbevolen voor nieuwbouw of een levensduur verlengende renovatie.

Gezien het dominante aandeel van het bouwdeel uit 1977 binnen het totale gebouw, wordt de kwaliteit van dit deel als leidend beschouwd. Op basis hiervan dient te worden voorzien in nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie binnen de tweede termijn van het IHP. Gezien het ruimteoverschot wordt in het haalbaarheidsonderzoek onderzocht of bouwdeel 1934 kan komen te vervallen. (Lees: andere functie geven).

Referentie: 1742505-0019.1.0.

Pagina 23 van 39

6.1.4 Beek en Donk - noord Basisschool ‘t Otterke

Bestuur: Denominatie:

Eenbes Rooms-Katholiek

Huidige situatie Basisschool ’t Otterke is gebouwd in 1972 en heeft een bouwkundige staat en uitstraling die passen bij dat bouwjaar. Hoewel er geen grote bouwkundige gebreken zijn, zijn in de loop der tijd diverse kwalitatieve verbeteringen aan het gebouw doorgevoerd. Het gebouw is gelijkvloers en heeft een indeling waarbij lokalen en gangen zijn gesitueerd rondom een centraal speellokaal of aula. Onderwijskundig functioneert de school naar behoren. Wel geeft de school aan behoefte te hebben aan extra ruimtes voor personeel en kleinschalig groepswerk. Daarnaast is ’t Otterke de enige school binnen dit IHP zonder inpandige kinderopvang. De school heeft de wens om kinderopvang in de toekomst binnen het gebouw te realiseren. Voorkeursscenario De school heeft momenteel een structureel ruimteoverschot, waarvan wordt verwacht dat dit in de loop der tijd zal afnemen. Hierdoor ontstaat er op termijn geen significante mismatch in ruimtebehoefte, en is een interventie op dit vlak niet noodzakelijk. Uit de quickscan blijkt een score die leidt tot het advies om nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie uit te voeren binnen een termijn van 5 tot 10 jaar. Dit betekent dat in de tweede of derde termijn van dit IHP moet worden voorzien in renovatie of nieuwbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=5e49537a-6681-4a13-87cc-ba8fb6351061