CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 20250508 Bijlage H Verordeningen met wijzigingen bijhouden

Raadsvergadering 8 mei 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling van beleidsneutrale actualisatie verordeningen fysieke leefomgeving40.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:025801

De Wet op de archeologische monumentenzorg van 21 december 2006 verplicht de raad om, bij de vaststelling van een omgevingsplan bestemmingsplan als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid van de Omgevingswetartikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Het uitgangspunt van deze wet (voortvloeiend uit het Verdrag van Malta) en daarmee ook van deze verordening, is daarom primair dat in het omgevingsplan bestemmingsplan, door middel van een gemeentelijke archeologische waardenkaart, wordt vastgelegd waar zich archeologische waarden in de bodem kunnen bevinden. Dit artikel voorziet in de behoefte aan een overgangsperiode tot het moment dat een omgevingsplanbestemmingplan ´Malta-proof´ is. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart is aangegeven in welke gebieden archeologische waarden zijn te verwachten. In de gebieden waar archeologische waarden zijn aangetoond en waar (zeer) sterke aanwijzingen voor archeologische waarden zijn (respectievelijk gebieden van archeologische waarde en gebieden met een hoge en middelhoge verwachting), mogen diepere graafwerkzaamheden pas worden uitgevoerd als hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Betreft het een archeologisch monument, dan is een monumentenvergunning vereist.

Het verbod in artikel 19 16 lid 1 is niet van toepassing indien de verstoring plaats vindt in een archeologisch waardevol gebied of verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart (art. 19 16 lid 2). De beleidskaart hanteert een vierdeling voor de mate waarin archeologische waarden in de bodem kunnen worden aangetroffen. Deze archeologische verwachtingswaarden zijn gekoppeld aan een bepaalde verstoringsdiepte en een bepaald aantal m2 te verstoren verwachtingsgebied. Hoe lager de verwachte archeologische waarden, hoe groter het aantal m2 kan zijn waarbinnen een verstoring mag plaatsvinden of zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek . Bij een hoge verwachtingswaarde is het aantal m2 waarbinnen een verstoring mag plaatsvinden echter aanzienlijk kleiner. Lid 1 Tot het moment dat een ´Malta-proof´- omgevingsplanbestemmingsplan kan worden vastgesteld, biedt deze verordening bij wijze van artikel 16 de nodige bescherming aan archeologische waarden in de bodem. Het eerste lid van artikel 16 biedt bescherming door het opgenomen verbod om de bodem te verstoren, te beschadigen of te vernielen. Lid 2 In het tweede lid van artikel 16 worden een zeszevental uitzonderingsmogelijkheden gegeven op het eerste lid.

Onderdeel aHet verbod in lid 1 is niet van toepassing, indien de verstoring plaats vindt in een archeologisch monument of verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart.indien een van de voorwaarden in sub a tot en met g van toepassing is.

Lid 3 Onderdeel b a ziet op de situatie dat het omgevingsplanbestemmingsplan wel up-to-date is als bedoeld in de inleidende toelichting bij dit artikel. In dat geval biedt het omgevingsplanbestemmingplan, aan de hand van een bijbehorende archeologische

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:025801

beleidskaart, voldoende bescherming aan de in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. In onderdeel b wordt het verbod niet van toepassing geacht indien er sprake is van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij er voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. In onderdeel c worden een aantal mogelijkheden genoemd die voorheen in de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren opgenomen en nu in artikel 5.18 jo. artikel 5.21 Omgevingswetartikel 2.12 Wabo. Artikel 18. Vergunning archeologische verwachtingsgebieden Artikel 18, tweede lid ziet op situaties buiten de aanvraag als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel c. Op grond van artikel 20 zijn de bepalingen uit hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing verklaard op de beoordeling van het rapport door het bevoegd gezag. Op grond van dit artikel 18, tweede lid, kan het college nadere regels stellen wat betreft de eisen aan de uitvoering van de bodemverstorende werkzaamheden in een archeologisch monument of verwachtingsgebied. Artikel 19. Opgravingen en begeleiding De verplichtingen die in deze bepaling zijn opgenomen kunnen alleen goed functioneren, indien een gemeente hierover actief de archeologische onderzoekers informeert.

Immers, indien een gemeente deze bepaling in haar verordening opneemt, wordt gekozen voor een uitgebreide regiefunctie bij archeologische opgravingen binnen het gemeentelijk grondgebied. Om de regierol mbt archeologie goed te kunnen uitoefenen dient het College een archeologisch programma van eisen vast te stellen waarmee eisen worden gesteld aan de uitvoering en het eindresultaat van archeologisch onderzoek (art. 19). Vervolgens wordt van de opgraver verwacht dat hij in een plan van aanpak weergeeft hoe hij specifiek de gestelde kaders zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan invullen. Op grond van artikel 18 lid 2 en artikel 19 lid 2 kunnen vervolgens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de feitelijke uitvoering (en het toezicht daarop) en de beoordeling van het plan van aanpak. Artikel 203. Procedure Zoals hierboven al is aangegeven is er bij artikel 18, eerste lid, en artikel 19, eerste lid, onder b sprake van een verkapt vergunningstelsel en de uitvoering van een fysiek project. Om deze reden is de OmgevingswetWabo van toepassing verklaard. De bepalingen uit de artikelen 13 en 14, welke zien op de verlening van de omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten, kunnen derhalve van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Voor de toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij deze artikelen. Artikel 21.

Strafbepaling Deze strafbepaling is uitsluitend voor overtreding van de instandhoudingsplicht van artikel 13 en de nadere regels krachtens artikel 14, derde lid, noodzakelijk. De strafbaarstelling van handelen zonder of in strijd met de voorschriften van de omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten is via de OmgevingswetWabo en de Wet op de economische delicten (artikel 1a) geregeld. Langs deze weg is ook overtreding van artikel 14, eerste lid, en 20, eerste lid, van deze verordening strafbaar.

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:025801

Artikel 221. Toezichthouders Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift (artikel 5:11 Awb). Toezichthouders kunnen zowel individueel als categoraal worden aangewezen. In de artikelen 5:15 tot en met 5:19 Awb worden bevoegdheden aan toezichthouders toegekend. Op basis van artikel 5:15 Awb is een toezichthouder bevoegd elke plaats te betreden met uitzondering van woningen zonder toestemming van de bewoner. 'Plaatsen' is daarbij een ruim begrip en omvat niet alleen erven en andere terreinen, maar ook gebouwen (nietwoningen). Uit artikel 18.7 van de Omgevingswet artikel 5.13 van de Wabo volgt dat de ambtenaren die op grond van artikel 18.6 Omgevingswet en artikel 22, eerste lid, van deze verordening

belast zijn met het toezicht op de naleving ter zake van het bepaalde bij of

krachtens de Omgevingswet of deze verordeningWabo, voor zover het betreft activiteiten als bedoeld in artikel 2.2, daarnaast ook bevoegd zijnhem deze bevoegdheid in het besluit tot aanwijzing is toegekend, daarnaast ook bevoegd zijn om met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

Subsidieverordening monumenten gemeente Laarbeek 2021 De raad van de gemeente Laarbeek; gezien het voorstel van burgemeester en wet houders van Laarbeek van [datum invullen] 31 augustus 2021 gelet op gelet op de Gemeentewet, de Monumentenwet Omgevingswet en de Erfgoedwet; gelet op de Erfgoedverordening gemeente Laarbeek 20212025

Besluit: vast te stellen de Subsidieverordening monumenten gemeente Laarbeek 20212025

Inhoudsopgave Subsidieverordening monumenten Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Bevoegdheid Artikel 3 Subsidieplafond Hoofdstuk 2 Indiening Artikel 4 Indiening subsidieaanvraag onderhoud Artikel 5 Indiening subsidieaanvraag restauratie Artikel 6 Indiening subsidieaanvraag isolatiemaatregelen Artikel 7 Aanvullende gegevens Hoofdstuk 3 Subsidiabele kosten Artikel 8 Subsidiabele kosten voor rijksmonumenten Artikel 9 Subsidiabele onderhoudskosten Artikel 10 Subsidiabele restauratiekosten Artikel 11 Subsidiabele kosten isolatiemaatregelen Hoofdstuk 4 Subsidieverlening Artikel 12 Percentage subsidie voor onderhoudskosten Artikel 13 Percentage subsidie voor restauratiekosten Artikel 14 Percentage subsidie voor isolatiemaatregelen Artikel 15 Abonnement op monumentenwacht Artikel 16 Subsidiemaximum Artikel 17 Afwijzingscriteria Hoofdstuk 5 Voorlopige toekenning subsidie Artikel 18 Behandeling aanvragen Hoofdstuk 6 Uitvoering Artikel 19 Uitvoering onderhoud en restauratie Artikel 20 Aanwijzing uitvoering

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

Hoofdstuk 7 Afhandeling en uitbetaling Artikel 21 Gereedmelding Artikel 22 Subsidievaststelling Hoofdstuk 8 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 23 Hardheidsclausule Artikel 24 Overgangsrecht Artikel 25 Intrekken oude verordening Artikel 26 Inwerkingtreding Artikel 27 Citeertitel

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Gemeentelijk monument: onroerende zaak die ingevolge de Erfgoedverordening gemeente Laarbeek 2021 als beschermd monument is aangewezen. Deze panden en objecten zijn opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2.

Rijksmonument: monumenten die zijn opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet.

3.

Eigenaar: degene die in de kadastrale registers als eigenaar en/of zakelijk gerechtigde van een monument is ingeschreven.

4.

College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek.

5.

Gemeentelijke adviescommissie: De door de raad ingestelde adviescommissie zoals bedoeld in artikel 15 van de Monumentenwet 1988 en na inwerkingtreding van de Omgevingswet de door de raad ingestelde commissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet).

6.

Monumentenwacht: de Stichting Monumentenwacht Noord-Brabant.

7.

Onderhoud: werkzaamheden noodzakelijk om een monument in goede staat te houden c.q. als zodanig in stand te houden en/of toekomstig onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te verminderen. Hieronder valt bijvoorbeeld schilderwerk, het bijwerken van voegwerk, reparatie van daken en goten etc.

8.

Restauratie: het treffen van voorzieningen tot opheffing van (bouwtechnische) gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor het in stand houden (of verbeteren) van de cultuurhistorische waarde van het monument. Hieronder valt bijvoorbeeld het vervangen van onderdelen zoals kozijnen, metselwerk, goten en grotere werkzaamheden.

9.

Subsidie: een bijdrage in de kosten van onderhoud en restauratie voor een monument op grond van deze verordening.

10. Redengevende omschrijving: een omschrijving van de monumentale waarde van een gemeentelijk monument op basis waarvan het gemeentelijk monument is aangewezen. 11. Isolatiemaatregelen: isolatiemaatregelen: ingrepen aan of tegen de constructie van een

bestaand gebouw, gericht op het verhogen van de thermische weerstand. Hierdoor ontstaat een beter binnenklimaat waar energiezuiniger wordt verwarmd en kou en tocht geweerd worden. 12. Quickscan verduurzamingsmaatregelen: een beknopt rapport met voorstel voor gebouwspecifieke maatregelen voor energiebesparing en verduurzaming, opgesteld door een verduurzamingsspecialist met monumentenkennis. 13. Monumentenglas: vensterglas met als voornaamste functie een isolerende werking, zonder de uitstraling van een monument aan te tasten. 14. Rd-waarde: warmteweerstand van dichte constructies uitgedrukt in m2 KNV.

Artikel 2 Bevoegdheid 1. Het college is bevoegd op grond van deze verordening subsidie te verlenen voor de kosten van onderhoud en restauratie van gemeentelijke monumenten en van rijksmonumenten. 2.

Het college is bevoegd tot het intrekken of wijzigen van de subsidieverleningbesluiten alsmede tot het geheel of gedeeltelijk terugvorderen van subsidiegelden.

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

Artikel 3 Subsidieplafond De gemeenteraad kan jaarlijks, tegelijk met het vaststellen van de jaarbegroting, een subsidieplafond vaststellen dat voor dat begrotingsjaar bestemd is voor de verlening van subsidie op grond van deze verordening aan natuurlijke- en rechtspersonen.

Hoofdstuk 2 Indiening Artikel 4 Indiening subsidieaanvraag onderhoud 1. Ten hoogste eenmaal in de 5 jaar kan een eigenaar voor een gemeentelijke monument een beroep doen op subsidie door middel van een aanvraag. 2.

Een aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk bij het college ingediend door middel van een daartoe beschikbaar gesteld formulier via de gemeentelijke website.

3.

Voor een subsidieaanvraag voor onderhoud dient de aanvraag naast het onder lid 2 genoemde formulier de volgende bescheiden te bevatten: a. Een gespecificeerde offerte van de met het onderhoud gemoeide kosten. b. Een situatietekening met foto’s die het onderdeel van het monument betreffen dat onderhoud nodig heeft. c.

Naam en adres van de aannemer en uitvoerende bedrijven.

d. Een recent inspectierapport van de bouwkundige staat van Monumentenwacht of gelijkwaardig. Artikel 5 Indiening subsidieaanvraag restauratie 1. Ten hoogste eenmaal in de 5 jaar kan een eigenaar een beroep doen op subsidie door middel van een aanvraag. 2.

Een aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk bij het college ingediend door middel van een daartoe beschikbaar gesteld formulier via de gemeentelijke website.

3.

Voor een subsidieaanvraag voor restauratie dient de aanvraag naast het onder lid 2 genoemde formulier de volgende bescheiden te bevatten: a. Een gespecificeerde offerte voor de met de restauratie gemoeide kosten. b. Een bestek c.q. werkomschrijving. c.

Naam en adres van de aannemers en uitvoerende bedrijven.

d. Een recent inspectierapport van de bouwkundige staat van Monumentenwacht of gelijkwaardig. e. De verleende omgevingsvergunning voor de restauratiewerkzaamheden. Artikel 6 Indiening subsidieaanvraag isolatiemaatregelen 1. Ten hoogste eenmaal in de 5 jaar kan een eigenaar een beroep doen op subsidie door middel van een aanvraag. 2.

Een aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk bij het college ingediend door middel van een daartoe beschikbaar gesteld formulier via de gemeentelijke website.

3.

Voor een subsidieaanvraag voor isolatiemaatregelen dient de aanvraag naast het onder lid 2 genoemde formulier de volgende bescheiden te bevatten: a. Een gespecificeerde offerte voor de met de maatregelen gemoeide kosten. b. Een bestek c.q. werkomschrijving. c.

Naam en adres van de aannemers en uitvoerende bedrijven.

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

d. Een recent inspectierapport van de bouwkundige staat van Monumentenwacht of gelijkwaardig. e. De verleende omgevingsvergunning voor de isolatiemaatregelen, indien de maatregelen worden uitgevoerd aan of bij de monumentale waarden van het pand. Artikel 7 Aanvullende gegevens 1. Indien de aanvraag niet volledig is of niet voorzien is van de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde gegevens dan wel wanneer deze gegevens onvoldoende duidelijk zijn om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag aan te vullen binnen een termijn van 4 weken. 2.

De aanvrager dient binnen de vastgestelde termijn zijn aanvraag aan te vullen of te verduidelijken. Indien de gevraagde gegevens niet binnen deze termijn zijn verstrekt, kan het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.

3.

Van het niet in behandeling nemen van de aanvraag ontvangt de aanvrager schriftelijk een besluit.

Hoofdstuk 3 Subsidiabele kosten Artikel 8 Subsidiabele kosten rijksmonumenten 1. Voor rijksmonumenten kan subsidie verleend worden voor de volgende onderdelen: a. Abonnement op Monumentenwacht. b. Inspectierapport van monumentenwacht. 2. Het subsidiepercentage voor de in lid 1 genoemde onderdelen bedraagt 100% met een maximum van € 1500 per aanvraag. 3. Een aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk bij het college ingediend door middel van een daartoe beschikbaar gesteld formulier. Artikel 9 Subsidiabele onderhoudskosten 1. Subsidiabele onderhoudskosten zijn kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om een gemeentelijk monument, op sobere en doelmatige wijze, als zodanig in stand te houden. 2.

Subsidie kan verleend worden voor de volgende onderhoudskosten: a. Het opstellen van een onderhoudsplan in relatie met werkzaamheden die genoemd zijn onder lid 2c. b. Het voor de aanvraag benodigde inspectierapport. c.

Onderhoud aan de buitenzijde van een monument: daken, goten, schoorstenen, ornamenten, dakkapellen, gevels, kozijnen en ramen, glas, luiken, buitenschilderwerken.

d. Materiaalkosten in geval van zelfwerkzaamheid bij de onder lid 2c genoemde onderdelen. Artikel 10 Subsidiabele restauratiekosten 1. Subsidiabele restauratiekosten zijn kosten die naar het oordeel van het college gemaakt worden om (bouwtechnische) gebreken aan een monument te herstellen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van het monument.

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

2.

Subsidie kan verleend worden voor de volgende restauratiekosten: a. Het verrichten van een bouwhistorisch onderzoek of een haalbaarheidsonderzoek. b. Het opstellen van een restauratieplan in relatie met de werkzaamheden die genoemd zijn in lid 2d tot en met lid 2g. c.

Het voor de aanvraag benodigde inspectierapport.

d. Herstel van het casco. e. Herstel van afzonderlijke monumentale onderdelen aan de gevel. f.

Herstel van afzonderlijke monumentale onderdelen van het interieur die noodzakelijk voortvloeien uit het herstel van het casco of nadrukkelijk omschreven zijn in de redengevende omschrijving van het monument.

g. Reconstructies van verdwenen of gewijzigde onderdelen indien en voor zover deze verdwijning en wijziging afbreuk doet aan de monumentale waarde van het monument. h. Materiaalkosten in geval van zelfwerkzaamheid bij de onder lid 2d tot en met 2g genoemde onderdelen. Artikel 11 Subsidiabele kosten isolatiemaatregelen 1. Subsidiabele isolatiekosten zijn kosten die naar het oordeel van het college gemaakt worden om een monument te isoleren met oog op verduurzaming zonder het aantasten van de monumentale waarde van het monument. 2.

Subsidie kan verleend worden voor de volgende isolatiekosten: a. Quickscan verduurzamingsmaatregelen; b. Het aanbrengen van vloerisolatie met een isolatiewaarde (Rd-waarde) van minimaal 2,5 m2 K/VV; c.

Het aanbrengen van dakisolatie met een isolatiewaarde (Rd-waarde) van minimaal 2,5 m2 KAN, waarbij isolatie van de vloer van niet-verwarmde vliering wordt beschouwd als dakisolatie;

d. het aanbrengen van muurisolatie door middel van: e. het aanbrengen van spouwmuurisolatie in de bestaande spouw; f.

het aanbrengen van andere gevelisolatie waarbij de Rd-waarde minimaal 2,5 m2 K/VV is;

g. het vervangen van bestaand enkel glas door warmte-isolerend monumentenglas; h. Materiaalkosten in geval van zelfwerkzaamheid bij de onder lid 2b tot en met 2g genoemde onderdelen.

Hoofdstuk 4 Subsidieverlening Artikel 12 Percentage subsidie voor onderhoudskosten 1. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele onderhoudskosten genoemd in artikel 9, lid 2 sub a met een maximum van € 500,00 per aanvraag. 2.

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele onderhoudskosten genoemd in artikel 9, lid 2 sub b met een maximum van € 500,00 per aanvraag.

3.

De subsidie bedraagt 25% van de subsidiabele onderhoudskosten genoemd in artikel 9, lid 2c en lid 2d.

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

Artikel 13 Percentage subsidie voor restauratiekosten 1. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele restauratiekosten genoemd in artikel 10, lid 2a en lid 2b, met een maximum van € 2.500,00 per aanvraag. 2.

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele onderhoudskosten genoemd in artikel 10, lid 2 sub d met een maximum van € 500,00 per aanvraag.

3.

De subsidie bedraagt 25% van de subsidiabele restauratiekosten genoemd in artikel 10, lid 2d tot en met lid 2h.

Artikel 14 Percentage subsidie voor isolerende maatregelen 1. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele restauratiekosten genoemd in artikel 11, lid 2 sub a, met een maximum van € 1.000,00 per aanvraag. 2.

De subsidie bedraagt 25% van de subsidiabele isolatiekosten genoemd in artikel 11, lid 2b tot en met lid 2g, met een maximum van € 5.000,00 per aanvraag.

Artikel 15 Abonnement van Monumentenwacht De subsidie op een abonnement van Monumentenwacht bedraagt 100%. Artikel 16 Subsidie maximum Het totale subsidiebedrag per aanvraag is maximaal € 10.000,00, waarvan maximaal de helft (€ 5.000,00) subsidiabele isolatiekosten zijn conform Artikel 14 lid 2. Artikel 17 Afwijzingscriteria De subsidie wordt niet verleend indien een of meerdere van de navolgende situaties zich voordoen: 1. Wanneer door het verlenen van subsidie het in artikel 3 bedoelde subsidieplafond wordt overschreden. 2.

Wanneer een voor de werkzaamheden vereiste vergunning op grond van de Erfgoedverordening Laarbeek dan wel een anderszins vereiste vergunning niet is verleend.

3.

Wanneer de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in redelijke verhouding tot het te verkrijgen resultaat.

4.

Wanneer met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat hiervoor van de gemeente een aanvraag voor subsidie is ingediend.

5.

Wanneer een gedeelte van de kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst zijn gedekt of voor het gedeelte waarvoor de btw verhaalbaar is.

6.

Wanneer de monumentale waarde van een pand wordt aangetast.

7.

Wanneer het pand waaraan de voorzieningen worden getroffen is bestemd om binnen een periode van 10 jaar te worden afgebroken.

8.

Wanneer het bedrijf dat de voorzieningen zal treffen niet is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel tenzij er sprake is van zelfwerkzaamheid.

Hoofdstuk 5 Voorlopige toekenning subsidie Artikel 18 Behandeling aanvragen

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

1.

Aanvragen voor subsidie op grond van deze verordening worden in volgorde van binnenkomst behandeld, voor zover ze het subsidieplafond (artikel 3) niet te boven gaan.

2.

Aanvragen die niet in behandeling genomen kunnen worden omdat het subsidieplafond van artikel 3 overschreden is worden automatisch in het daarop volgende jaar in behandeling genomen.

3.

Burgemeester en wethouders nemen op een aanvraag ingevolge de artikelen 4, 5 en 6 van deze verordening binnen 13 weken na de ontvangst van de aanvraag een besluit.

4.

Ten aanzien van een aanvraag als bedoeld in artikel 5 en 6 kan het college haar beslissing over de voorlopige toekenning eenmaal ten hoogste 8 weken verdagen.

5.

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 6 Uitvoering Artikel 19 Uitvoering onderhoud, restauratie en isolerende maatregelen 1. Met de uitvoering van het onderhoud mag niet eerder worden begonnen dan dat er een besluit genomen is zoals bedoeld in artikel 18 lid 3. 2.

De werkzaamheden, ten behoeve waarvan de subsidie is toegekend, mogen niet afwijkend van de verstrekte gegevens worden uitgevoerd, tenzij met schriftelijke toestemming van het college

Artikel 20 Aanwijzing uitvoering Het college kan aanwijzingen geven met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden. Daartoe dient een door het college aangewezen deskundige desgewenst de gelegenheid te krijgen voor controle op de wijze van onderhoud.

Hoofdstuk 7 Afhandeling en uitbetaling Artikel 21 Gereedmelding 1. Na gereedkomen van de onderhouds- en restauratiewerkzaamheden dan wel isolatiemaatregelen dient de aanvrager, met gebruikmaking van een daartoe door het college beschikbaar gesteld formulier, te verklaren dat de werkzaamheden zijn voltooid. Dit gereedmeldingsformulier dient volledig te zijn ingevuld en vergezeld te gaan van alle gegevens, facturen en betalingsbewijzen als bedoeld in artikel 22, lid 1. 2.

Indien de gereedmelding naar het oordeel van het college niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, doen zij daarvan na ontvangst schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder vermelding van de nog te verstrekken gegevens.

3.

De aanvrager dient binnen de in de mededeling aangegeven termijn zijn gereedmelding aan te vullen met de nog ontbrekende gegevens of deze gegevens desgevraagd te verduidelijken.

4.

De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling van de definitieve subsidie en uitbetaling van de subsidie.

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

5.

Het recht op vaststelling en uitbetaling vervalt, indien niet is voldaan aan het bepaalde in het lid 1 of lid 3. De aanvrager ontvangt hiervan een schriftelijk besluit.

Artikel 22 Subsidievaststelling 1. De definitieve vaststelling van de hoogte van een op grond van deze verordening verleende subsidie vindt plaats nadat: a. de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden conform artikel 18 schriftelijk gereed zijn gemeld onder de indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens; b. de onder lid 1 bedoelde werkzaamheden zijn gecontroleerd en akkoord bevonden; c.

de rekeningen en betalingswijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden alsmede de totale kostenopstelling waarin de verrichte werkzaamheden op dezelfde wijze zijn gerangschikt als in de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde offerte is gecontroleerd en akkoord bevonden.

2.

De definitieve subsidie is gelijk aan de voorlopige subsidie, tenzij de werkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan geraamd dan wel minder voorzieningen zijn getroffen dan in de subsidieaanvraag is aangegeven.

3.

Het besluit tot subsidievaststelling wordt na indiening van de gereedmelding en het verzoek tot subsidievaststelling door het college genomen.

Hoofdstuk 8 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 23 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen en in het belang van de monumentenzorg afwijken van de bepalingen in deze verordening. Artikel 24 Overgangsrecht Aanvragen voor subsidie die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Subsidieverordening Monumenten Laarbeek 20082021.

Artikel 25 Intrekken oude verordening De Subsidieverordening monumenten gemeente Laarbeek 2013 2021 wordt ingetrokken. Artikel 26 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking. Artikel 27 Citeertitel De verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening monumenten gemeente Laarbeek 2021”.

Zaaknummer:

24913-2021

Documentnummer:

24913-2021:010982

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Laarbeek [datum invullen]9 september 2021,

De raad voornoemd, Plv. griffier,

de burgemeester van Laarbeek

J. van den Berg

F.L.J. van der Meijden

Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Laarbeek 20042025

Intitulé Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Laarbeek 2004 Besluit van de raad d.d. 1 mei 2025 12 februari 2004 tot vaststelling van de Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Laarbeek 2004. De raad van de gemeente Laarbeek; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 maart 2025 27 januari 2004; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 10.33 van de Wet milieubeheer en en artikel 2.16 lid 1 van de Omgevingswet; gelet op de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen de Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Laarbeek 20042025.

Artikel 1: Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1.

Aansluitleiding: het particulier riool, het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding tezamen.

2.

Perceelaansluitleiding: het riool en voorzieningen die deel uit maken van dit riool (o.a. de ontstoppingsvoorziening), tussen het openbaar riool en het aansluitpunt, beide in beheer bij de gemeente. de riolering en de voorzieningen in beheer bij de gemeente, gelegen tussen het gemeentelijk riool en het aansluitpunt.

3.

Aansluitpunt: het punt waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten. Dit punt bevindt zich op particulier terrein, op ca. 0,5 meter van de kadastrale eigendomsgrens. Daar waar mogelijk wordt hiervoor een controleputje/ontstoppingsstuk gebruikt.

4.

Bronneringswater: grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand.

5.

Drainagewater: grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend buizensysteem.

6.

Afvalwater: al het water afkomstig van een perceel, met uitzondering van hemelwater en drainagewater

7.

Drainagestelsel: gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor de afvoer van overtollig grondwater, met uitzondering van de aansluitleidingen.

8.

Drukriool: het gemeentelijk riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk.

9.

Gebruiker: de perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het perceel of de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op het gemeentelijk riool.

10.

Gemeente: de gemeente Laarbeek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=1b0b9864-98cd-4761-9212-e43023d700d8