CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 20250206 bijlage b - ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 Beek en Donk1

Raadsvergadering 6 februari 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling van Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) uitbreiding bedrijfsperceel Professor Dondersweg 8, Beek en Donk24.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

(geanoimserd)

Agron advies Ruimtelijke onderbouwing Professor Beek

Dondersweg 8 en

Donk

Projectlocatie Professor Dondersweg 8 Beek en Donk ,

Omschrijving project Uitbreiding bedrijfsbestemming uitbreiding bedrijfsbebouwing en planologisch vastleggen gebruiksactiviteiten ,

Projectnummer HEIJ13. RO01 Datum rapportage 21 november 2024 versie 04 ,

Opdrachtgever Architectenburo Harry van der Heijden Raadhuisplein 2 5741 AX Beek en Donk Opgesteld door Agron Advies B. V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info @agronadvies.nl Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

Inhoud 1. 1. 1 1. 2

Inleiding Algemeen Ligging en begrenzing projectlocatie

1 1 2

2. 2. 1 2. 2

Planbeschrijving Bestaande situatie Gewenste situatie

4 4 5

3. 3. 1 3. 2 3. 3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

7 7 8 17

4. 4. 1 4. 2 4. 3 4. 4

Ruimtelijke aspecten Natuur Landschappelijke inpassing Cultuurhistorie en archeologie Verkeer ontsluiting en parkeren

20 20 23 25 28

5. 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5 5. 6 5. 7 5. 8 5. 9

Milieuaspecten M. e. r. -beoordeling Bodem Water Geurhinder Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid Duurzaamheid

30 30 30 31 31 33 34 36 37 38

6. 6. 1 6. 2 6. 3 6. 4 6. 5

Waterparagraaf Watertoets Waterbeleid Oppervlaktewater Grondwater Afvoer hemelwater

40 40 40 41 42 43

8.

Conclusie

45

,

Bijlagen 1) Situatietekening bestaande en beoogde situatie 2) Uitgangspunten Aeriusberekening 3) Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap 4) Landschappelijk inpassingsplan 5) Rapportage akoestisch onderzoek 6) Rapportage verkennend bodemonderzoek

Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

1.

Inleiding

1. 1

Algemeen

Op de locatie Professor Dondersweg 8 te Beek en Donk (hierna: de projeclocatie) is een loon- en grondwerkbedrijf gevestigd dat wordt geëxploiteerd door Loon- en Grondwerkbedrijf Edward Brouwers (hierna: de initiatiefnemer). Op het perceel is een tweetal loodsen ten behoeve van de stalling van machines en de opslag van materialen. Een deel van het perceel wordt gebruikt voor de buitenopslag van materialen (onder andere zand grind puin en groenafval). ,

,

,

De initiatiefnemer is voornemens het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ te vergroten van 11 hectare naar circa 13 hectare om meer buitenopslag van onder andere zand grind puin en teelaarde mogelijk te maken. Het bestaande bouwvlak (056 hectare) wordt daartoe niet vergroot. Daarnaast wil hij de bestaande noordelijke loods vergroten met circa 200 m² waarin onder andere een kantine en een kantoor ten behoeve van zijn bedrijf worden gevestigd. De uitbreiding van de bebouwing vindt binnen het bestaande bouwvlak plaats. Verder wil initiatiefnemer zijn activiteiten planologisch vastleggen. ,

,

,

,

,

,

Op de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Wijziging bestemmings-/bouwvlak Prof. Dondersweg 8 Beek en Donk’ van toepassing vastgesteld op 10 december 2015. Een gedeelte van de projectlocatie heeft de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met de functie-aanduiding ‘Agrarisch loonbedrijf’. De bedrijfsbestemming heeft een oppervlakte van 11 hectare en een bouwvlak van (056 hectare). De aangrenzende gronden ten noorden en ten oosten van de bedrijfsbestemming hebben de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschaps- en natuurwaarden – 2’ met de functieaanduidingen ‘Specifieke vorm van agrarisch met waarden – cultuurhistorisch waardevol gebied’ ‘Specifieke vorm van agrarisch met waarden – kwetsbare soort(en)’ en ‘Specifieke vorm van agrarisch met waarden – struweelvogels’. Verder is op een gedeelte de dubbelbestemming ‘Leiding’ met ‘hartlijn leiding – hoogspanningsverbinding’ van toepassing. Aan de noord- en noordoostzijde en aan de zuidzijde van de projectlocatie ligt een strook met de enkelbestemming ‘Groen - landschapselement'. ,

,

,

,

,

Het beoogde plan past niet binnen de regels van het bestemmingsplan. De gewenste oppervlakte aan bedrijfsbebouwing (1. 850 m²) overschrijdt de maximale toegestane oppervlakte van 1. 650 m² de buitenopslag buiten het bedrijfsbestemmingsvlak is niet mogelijk en de gewenste functie-aanduiding voor de huidige bedrijfsactiviteiten past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Er dient dan ook een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. ,

Het principeverzoek hiertoe is inmiddels besproken aan de intaketafel met de beleidsadviseurs Ruimtelijke ontwikkeling. Daarbij is besloten het plan met een ‘ja-mits’-advies richting de Omgevingstafel van de gemeente Laarbeek te brengen voor de integrale afweging. 10 oktober 2023 heeft de gemeente aangegeven in principe medewerking te verlenen aan onderhavige ontwikkeling. Onderhavige ontwikkeling wordt middels een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan waarvoor een omgevingsvergunning kan worden verleend mogelijk gemaakt mits in een ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening én de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat kan een omgevingsvergunning op basis van artikel 2. 12 lid 1 sub a onder 3 Wabo worden verleend. ,

,

,

,

Dit rapport vormt de ruimtelijke onderbouwing voor bovenstaand besluit. In deze onderbouwing wordt ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan. Tevens worden andere aspecten die verband hebben met het realiseren van het plan zoals economische uitvoerbaarheid ruimtelijke effecten van het project op de omgeving en milieuaspecten besproken. ,

,

,

,

1 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

1. 2

Ligging en begrenzing projectlocatie

De projectlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Laarbeek op een afstand van circa 16 kilometer ten oosten van de kern van Beek en Donk. Kadastraal staan de percelen waaruit de projectlocatie bestaat bekend als gemeente Beek en Donk sectie F nummer 2071 en 2072 en gemeente Aarle-Rixtel sectie G nummer 37 en 831. ,

,

,

,

,

,

De Professor Dondersweg vormt de westelijke begrenzing van de projectlocatie. Aan de noordzijde wordt de projectlocatie begrensd door de Biezenweg. De zuidzijde van het bedrijf grenst aan een bos dat behoort tot het Natuur Netwerk Brabant. Ten oosten van de projectlocatie bevinden zich akkerbouwgronden. Daarnaast doorkruist een hoogspanningsleiding het oostelijk deel van de projectlocatie. De directe omgeving van de projectlocatie heeft een overwegend agrarisch karakter en wordt gekenmerkt door verspreid liggende agrarische bedrijven bedrijven met niet-agrarische activiteiten en burgerwoningen. ,

De volgende figuren geven de ligging van de projectlocatie weer.

Kern Beek en Donk

Figuur 1: Ligging projectlocatie op topografische kaart (rood omkaderd)

2 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

Figuur 2: Ligging projectlocatie op luchtfoto (rood omkaderd)

Figuur 3: Uitsnede ligging projectlocatie (projectlocatie rood omkaderd)

3 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

2.

Planbeschrijving

2. 1

Bestaande situatie

Op de locatie Professor Dondersweg 8 te Beek en Donk is een loon- en grondwerkbedrijf gevestigd. Op het perceel is een tweetal loodsen ten behoeve van de stalling van machines en de opslag van materialen aanwezig. De beide loodsen zijn georiënteerd op de Professor Dondersweg. Een deel van het perceel wordt gebruikt voor de buitenopslag van materialen (onder andere zand grind puin groenafval). ,

,

,

De volgende figuur geeft een situatieschets van de bestaande situatie. De situatieschets is tevens als bijlage bijgevoegd.

Figuur 4: Situatieschets bestaande situatie

Op de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Wijziging bestemmings-/bouwvlak Prof. Dondersweg 8 Beek en Donk’ van toepassing vastgesteld op 10 december 2015. Een gedeelte van de projectlocatie heeft de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met de functie-aanduiding ‘Agrarisch loonbedrijf’. De bedrijfsbestemming heeft ,

,

4 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

oppervlakte van 11 hectare en een bouwvlak van (056 hectare). De aangrenzende gronden ten noorden en ten oosten van de bedrijfslocatie hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschaps- en natuurwaarden – 2’ met de functieaanduidingen ‘Specifieke vorm van agrarisch met waarden – cultuurhistorisch waardevol gebied’ ‘Specifieke vorm van agrarisch met waarden – kwetsbare soort(en)’ en ‘Specifieke vorm van agrarisch met waarden – struweelvogels’. Verder is op een gedeelte de dubbelbestemming ‘Leiding’ met ‘hartlijn leiding – hoogspanningsverbinding’ van toepassing. Aan de noord- en noordoostzijde en de zuidzijde van de projectlocatie ligt een strook met de enkelbestemming ‘Groen - landschapselement'. een

,

,

,

2. 2

Gewenste situatie

De initiatiefnemer is op 1 januari 1993 gestart met een loonwerkbedrijf en sinds juli 1996 gevestigd op de locatie Professor Dondersweg 8. Door de jaren heen zijn naast deze agrarisch-technische werkzaamheden tevens activiteiten ontplooid die een logisch voortvloeisel zijn van de oorspronkelijke activiteiten. Het gaat dan voornamelijk om grondverzetactiviteiten zoals grondwerk voor bouwen en slopen van bouwwerken en het bestraten van terreinen voor zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven hoofdzakelijk in het buitengebied. Dit betreffen grotendeels activiteiten die formeel niet vallen onder de definitie ‘agrarischtechnisch hulpbedrijf’. Het aandeel van deze activiteiten is in de loop der jaren gegroeid waarmee een verschuiving heeft plaatsgevonden in de verhouding loonwerkbedrijf – grondverzetbedrijf; deze verhouding is momenteel 40% respectievelijk 60%. ,

De vigerende aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ dekt dan ook niet volledig meer de lading en is derhalve niet meer passend. De initiatiefnemer wil de activiteiten die momenteel reeds naast de loonwerkactiviteiten bestaan en uitgevoerd worden planologisch op een goede manier regelen en borgen met het oog op de toekomst. Daarnaast is het voor de onderneming noodzakelijk dat de continuïteit op langere termijn blijft gewaarborgd. Het is voor een efficiënte bedrijfsvoering en met het oog op toekomstige ontwikkelingen dan ook van belang dat sprake is van een optimale situering van bebouwing en opslagmogelijkheden. De initiatiefnemer wil op deze manier zijn bedrijf toekomstbestendig maken voor de opvolgende generatie; zijn zoon (en wellicht beide zoons) is voornemens het bedrijf over te nemen. De initiatiefnemer is dan ook voornemens het bestemmingsvlak te vergroten naar circa 13 hectare om meer buitenopslag van onder andere zand grind puin en teelaarde mogelijk te maken. Binnen de locatie vindt enkel opslag plaats er vinden verder geen handelingen plaatst zoals het breken of verkleinen van stoffen.

De volgende producten worden opgeslagen: • Gele zandgrond circa 200 m³ opslagcapaciteit; • Zwarte teelaarde circa 200 m³ opslagcapaciteit; • Brekerzand circa 15 m³ opslagcapaciteit; • Betongranulaat circa 15 m³ opslagcapaciteit; • Vloerenzand circa 20 m³ opslagcapaciteit; • Straatzand circa 20 m³ opslagcapaciteit; • Grind circa 10 m³ opslagcapaciteit; • Split circa 10 m³ opslagcapaciteit; • Klinkers (bestrating) circa 105 m² opslagcapaciteit. Voor deze activiteiten wordt een melding in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving ingediend. ,

,

,

,

,

,

,

Het bestaande bouwvlak (056 hectare) wordt daartoe niet vergroot. Daarnaast wil hij de bestaande noordelijke loods vergroten met circa 200 m² waarin onder andere een kantine en een kantoor ten behoeve van zijn bedrijf worden gevestigd. De uitbreiding van de bebouwing vindt binnen het bestaande bouwvlak plaats. ,

,

5 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

De uitbreiding van de loods heeft een maximale goothoogte van 50 meter van 90 meter. Dit aansluitend aan de bestaande bebouwing. ,

en een

maximale bouwhoogte

,

Verder bestaat de wens om de toegang tot het bedrijf te verleggen in noordelijke richting aan de Professor Dondersweg. Deze nieuwe inrit wordt zo gesitueerd dat er geen bomen aan de Professor Dondersweg hoeven te worden gekapt. Momenteel loopt de hoofdroute naar de achter de bebouwing gelegen opslagvoorzieningen tussen de bestaande bedrijfsgebouwen door. Aangezien hier zwaar in- en uitgaand transport de interne verkeersbewegingen rondom de bebouwing kruist is deze route vanuit oogpunt van verkeersveiligheid niet ideaal. Door de nieuwe toegang tot het bedrijf is het achterliggende opslagterrein beter bereikbaar en kunnen de in- en uitgaande verkeersbewegingen gescheiden lopen van de interne bewegingen. ,

,

,

De volgende figuur toont situatieschets van de gewenste situatie. De situatieschets is tevens bijgevoegd als bijlage.

Figuur 5: Beoogde situatie projectlocatie

Het beoogde plan past niet binnen de regels van het bestemmingsplan. De gewenste oppervlakte aan bedrijfsbebouwing (1. 850 m²) overschrijdt de maximale toegestane oppervlakte van 1. 650 m² en buitenopslag buiten het bedrijfsbestemmingsvlak is niet mogelijk. Er dient dan ook een ruimtelijke procedure te worden doorlopen ten behoeve van de vergroting van de met bestemming ‘Bedrijf’ ten behoeve van de uitbreiding van de opslagmogelijkheden het verruimen van de maximum oppervlakte aan 2 bedrijfsbebouwing tot een oppervlakte van 1. 850 men het planologisch mogelijk maken van de niet agrarische bedrijfsactiviteiten zoals grondverzet naast het agrarische loonwerk. ,

,

6 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

3.

Beleidskader

3. 1

Rijksbeleid

3. 1. 1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies gemeenten en waterschappen ligt kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. ,

,

,

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling tussen concurrentiekracht en leefbaarheid verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. ,

,

,

,

Onderhavige ontwikkeling is zeer kleinschalig van aard en omvang. De Omgevingsvisie bevat geen specifieke regels voor de ontwikkeling. 3. 1. 2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 1 oktober 2012 is aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat onder andere om de ecologische hoofdstructuur (momenteel Natuurnetwerk Nederland) elektriciteitsvoorziening toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet veiligheid rond rijksvaarwegen. Het Barro bevat geen relevante regels die invloed uitoefenen op onderhavig plan. ,

,

,

,

3. 1. 3

,

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3. 1. 6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden

7 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen werken detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder is van toepassing op plannen die kunnen aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. ,

,

,

Onderhavige ontwikkeling ziet niet op een toename van ruimtebeslag. Er is sprake van uitbreiding van het bestemmingsvlak van 11 naar 13 hectare; het bouwvlak blijft echter ongewijzigd (056 ha). Het maximum bebouwd oppervlak wordt vergroot van 1. 650 m 2 naar 1. 850 m.2 Dit betreft echter een toename aan bebouwing van minder dan 500 m 2 en gebeurt binnen het bestaande bouwvlak. ,

,

,

Daarnaast is er geen sprake van een substantiële functiewijziging. De functie-aanduiding wijzigt van ‘Agrarisch loonbedrijf’ naar ‘Loon- en grondverzetbedrijf’. De activiteiten blijven gelijk: agrarisch technische activiteiten (agrarisch loonwerk) en grondverzetactiviteiten. De verhoudingen zijn echter gewijzigd en de werkzaamheden zijn uitgebreid naar agrarisch en niet-agrarische werkzaamheden. De aanduiding ‘Loon- en grondverzetbedrijf’ dekt de lading van de bestaande activiteiten beter. De ontwikkeling wordt dan ook niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Verdere toetsing aan de Ladder kan buiten beschouwing blijven.

3. 2

Provinciaal beleid

3. 2. 1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant (‘De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie een klimaatproof Brabant Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet die in 2024 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte wonen infrastructuur milieu natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels een samenhangende benadering van de leefomgeving ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. Die visie is zelfbindend dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels de Omgevingsverordening. Aan die regels moeten overheden bedrijven en burgers zich houden. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Onderhavige ontwikkeling is zeer kleinschalig van aard en omvang. De Omgevingsvisie bevat geen specifieke regels voor de ontwikkeling. 3. 2. 2

Omgevingsverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp is opgesteld om te voldoen aan de nieuwe Omgevingswet. De regels in de omgevingsverordening sluiten aan op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De regels sluiten verder aan bij vastgesteld beleid bijvoorbeeld het diep rond en breed kijken uit de Omgevingsvisie. Of de doelen en ambities voor duurzame energie uit de Energie-agenda of bij de uitwerking van beleid in het Regionaal waterprogramma. De Omgevingswet vraagt dat provincies afwegen of het vanuit subsidiariteit nodig is om op provinciaal niveau rechtstreeks werkende (algemene) regels te stellen. In het algemeen geldt dat de inzet van de ,

,

8 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten bijvoorbeeld omdat de provincie vanuit de wet verantwoordelijk is om bepaalde doelen te halen of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. ,

,

Bij het opnemen van instructieregels aan gemeente en waterschap geldt dat deze nodig zijn vanuit de opgaven en ambities uit de omgevingsvisie. Bij het vormgeven van de instructieregels geldt dat waar mogelijk is gewerkt met kaders die ruimte bieden voor eigen beleidsmatige invullingen. Voor enkele onderwerpen zoals het Natuurnetwerk Brabant beleid rondom de veehouderij of het voldoen aan omgevingswaarden is die ruimte beperkt. ,

,

Ten opzichte van de huidige Interim omgevingsverordening is een aantal wijzigingen doorgevoerd. Een van de wijzigingen is dat de gebieden ‘Verstedelijking afweegbaar’ komen te vervallen. Gemeenten zijn daardoor zelf aan zet om gebaseerd op de diep-rond-breed methodiek uit de omgevingsvisie een afweging te maken waar stedelijke ontwikkeling het beste een plek kan krijgen. Het beleid zoals opgenomen in de nieuwe Omgevingsverordening vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 3. 2. 3

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld (geconsolideerd op 1 augustus 2023) vooruitlopend op de Omgevingswet. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte Noord-Brabant. ,

De projectlocatie is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘landelijk gebied’ en ‘groenblauwe mantel’. Daarnaast is de locatie gelegen gedeeltelijk gelegen binnen Natuur Netwerk Brabant en de Attentiezone waterhuishouding (zie volgende figuur).

Figuur 6: Uitsnede ‘Basiskaart landelijk gebied’ IOV Noord-Brabant (projectlocatie rood omkaderd)

9 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen kerngebied groenblauw en het landelijk gebied alsook het stedelijk gebied. De mantel beschermt het kerngebied groenblauw en zorgt voor verbinding met het omliggende gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid in de groenblauwe mantel is voornamelijk gericht op behoud en vooral ontwikkeling van natuur watersystemen en landschap. ,

,

Verder is de locatie gelegen binnen de aanduiding ‘stalderingsgebied’ en gedeeltelijk binnen de aanduiding ‘beperking veehouderij’. Deze aanduidingen zijn gerelateerd aan de veehouderij. Aangezien het hier geen ontwikkeling van de veehouderij betreft zijn deze regels niet van toepassing. ,

De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: • Artikel 3. 5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; • Artikel 3. 6 Zorgvuldig ruimtegebruik; • Artikel 3. 9 Kwaliteitsverbetering landschap; • Artikel 3. 15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant; • Artikel 3. 26 Attentiezone waterhuishouding • Artikel 3. 32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel; • Artikel 3. 60 Bestaand agrarisch-technisch hulp bedrijf/agrarisch-verwant bedrijf in landelijk gebied; • Artikel 3. 73 Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied. Per artikel wordt in cursief aangegeven of het initiatief voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3. 5 zijn regels opgenomen voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Deze zijn opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied.

De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Er vindt uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’’ plaats van 11 ha naar 13 ha. De oppervlakte van het bouwvlak waarbinnen gebouwen mogen worden opgericht blijft gelijk (056 ha); hierbinnen wordt de bestaande bebouwing met 200 m 2 uitgebreid. De locatie wordt op een zorgvuldige manier landschappelijk ingepast zodat zowel de bebouwing als de opslagvoorzieningen op de locatie zoveel mogelijk aan het zicht worden onttrokken. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. ,

,

,

,

,

,

,

Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit waterhuishouding cultuurhistorische waarden ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5). ,

,

,

Er wordt toepassing gegeven aan het principe zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3. 6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de 10 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. ,

,

Er vindt uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’’ plaats van 11 ha naar 13 ha. De oppervlakte van het bouwvlak waarbinnen gebouwen mogen worden opgericht blijft gelijk (056 ha); hierbinnen wordt de bestaande bebouwing met 200 m 2 uitgebreid. De bestaande bebouwing betreft 2 loodsen met een totaal bebouwd oppervlak van 1. 650 m;2 de meest 2 noordelijke loods wordt aan de westzijde met 200 mverlengd waardoor er een totaal bebouwd oppervlak ontstaat van 1. 850. Het betreft een geringe uitbreiding waarbij sprake blijft van een compact geheel. De bebouwingsmogelijkheden worden vastgelegd in het nieuwe bestemmingsplan middels een aangepaste maatvoering: ‘maximum bebouwd oppervlak’. ,

,

,

,

,

Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6 tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3. 1. 2 is gemotiveerd dat een verdere toetsing aan de Ladder niet noodzakelijk is. ,

,

Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit waterhuishouding cultuurhistorische waarden ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5). ,

,

,

Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten. Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap.

Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel juridisch en feitelijk geborgd te worden in het plan ,

,

,

,

Het provinciaal beleid is vertaald in het ‘Landschapsinvesteringsregeling gemeente Laarbeek’ (laatste versie 8 september 2020). Het beleid is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen bijvoorbeeld middels een wijziging toch medewerking kan worden verleend. ,

,

,

,

11 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

Rekening houdend met deze impact op de omgeving worden de ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden in 3 categorieën: Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen; Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing; Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s (op basis van forfaitaire bedragen). Onderhavige ontwikkeling betreft een categorie-3-ontwikkeling (vergroten van het vigerende bestemmingsvlak en uitbreiding van de vigerende bouwmassa). Aan de hand van forfaitaire normen wordt de waardestijging van de ontwikkeling bepaald. Hiervan dient 20% te worden geïnvesteerd in landschappelijke inpasing. Er is sprake van uitbreiding van de niet-agrarische bedrijfsbestemming ten laste van agrarische grond (onbebouwd). Voor agrarische grond (onbebouwd) wordt in de LIR van de Gemeente Laarbeek gerekend met 5 euro per m.2 Voor een niet-agrarische bedrijfsbestemming (onbebouwd) wordt gerekend met 80 euro per m.2 Voor onderhavige ontwikkeling komt dit neer op een waardestijging van het bestemmingsvlak van 107. 550 euro.

De uitbreiding van de bedrijfsgebouwen heeft geen invloed op de waardestijging omdat deze plaats vindt binnen het bestaande bouwvlak. De volledige berekening van de Kwaliteitsinvestering is als bijlage bijgevoegd. Er dient 20% te worden geïnvesteerd in landschappelijke inpassing. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage bijgevoegd. In totaal wordt er een bedrag van 21. 704 euro geïnvesteerd. Financiële juridische en feitelijke verankering De kwaliteitsverbetering van het landschap dient juridisch te worden vastgelegd. De landschappelijke inpassing wordt verankerd in het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Daarmee is ook de feitelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd. ,

Het initiatief voldoet aan de regels met betrekking tot kwaliteitsverbetering van het landschap. Bescherming Natuur Netwerk Brabant In artikel 3. 15 zijn regels opgenomen ten aanzien van ontwikkelingen gelegen in gebieden die zijn aangemerkt als het Natuur Netwerk Brabant die strekken tot het behoud herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van deze gebieden. Er worden regels gesteld ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van deze gebieden. Daarnaast geldt dat zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd de bestaande bebouwing en de bestaande planologische gebruiksactiviteit zijn toegelaten. ,

,

,

De projectlocatie is gedeeltelijk gelegen binnen een gebied dat behoort tot Natuur Netwerk Brabant. Een gedeelte van de meest zuidelijk gelegen loods (de zuidelijke zijgevel) overlapt het NNB-gebied. Verder betreft dit gazon en beplanting annex bos. In de gewenste situatie blijft de bestaande situatie gehandhaafd. De beoogde ontwikkeling betreft uitbreiding van het bestemmingsvlak buiten het NNB-gebied uitbreiding van de bedrijfsgebouwen buiten het NNB-gebied en wijziging van de inrit buiten het NNB-gebied. Daarnaast wenst initiatiefnemer een herformulering van de functie-aanduiding van agrarisch loonbedrijf’ naar ‘Loon- en grondverzetbedrijf’. Door de jaren heen zijn naast de agrarisch-technische werkzaamheden tevens activiteiten ontplooid die een logisch voortvloeisel zijn van de oorspronkelijke activiteiten. Het gaat dan voornamelijk om grondverzetactiviteiten zoals grondwerk voor bouwen en slopen van bouwwerken en het bestraten van terreinen voor zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven hoofdzakelijk in het ,

,

12 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

buitengebied. De nieuwe functie-aanduiding voldoet beter voor de huidige situatie. De aard van de activiteiten blijft daarentegen gelijk waardoor de ontwikkeling geen gevolgen heeft voor het NNB-gebied. ,

In paragraaf 4. 1. 1 wordt dit verder onderbouwd Attentiezone waterhuishouding Doel van de attentiezone waterhuishouding is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door verandering van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding geldt dat overleg met het waterschap nodig is. ,

,

De projectlocatie is gedeeltelijk gelegen binnen de Attentiezone waterhuishouding. Het betreft hetzelfde gedeelte als het gedeelte dat overlapt met het NNB-gebied. Een gedeelte van de meest zuidelijk gelegen loods (de zuidelijke zijgevel); verder betreft dit gazon en beplanting annex bos. De beoogde ontwikkeling vindt plaats buiten de attentiezone waterhuishouding. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de attentiezone waterhuishouding. Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur watersysteem en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor planten diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het Natuur Netwerk Brabant. Binnen de groenblauwe mantel is volop ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of en landbouw passen minder bij het karakter van deze gebieden. Daarom gelden binnen de groenblauwe mantel soms aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies.

De waarden in de groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan het bodem-watersysteem (zoals de aanwezigheid van een kwel) aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen) of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De groenblauwe mantel richt zich niet alleen op het beschermen van die waarden maar juist ook op de ontwikkeling daarvan. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel dat ontwikkelingen bijdragen aan de natuur- en landschapswaarden en het bodem- en watersysteem. Het beleid richt zich ook op een toename van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen passen daarom qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel en houden rekening met omliggende waarden. ,

,

,

,

,

,

De ontwikkeling gaat gepaard met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de groenblauwe mantel: bestaande volgroeide beplanting wordt behouden en voor de nieuwe beplanting wordt aangesloten bij de kenmerken en structuren van het omliggende landschap en de reeds aanwezige beplantingselementen en -soorten in de omgeving. Het voornemen past binnen de doelen behorende bij groenblauwe mantel. Bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Landelijk gebied In artikel 3. 60 zijn regels opgenomen voor bestaande agrarisch-technische hulpbedrijven of agrarischverwante bedrijven in landelijk gebied. Verder zijn in artikel 3. 73 regels opgenomen voor de vestiging van niet-agrarische functies in landelijk gebied. Deze regels zijn van toepassing omdat de grondverzetactiviteiten nog niet planologisch zijn geborgd. Het betreft hier dan ook een vestiging van niet-agrarische activiteiten. Een combinatie van een agrarischtechnisch hulpbedrijf met een niet agrarische functie wordt zo op basis van de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant mogelijk gemaakt. 13 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

Er is sprake van een bestaande bedrijfssituatie waarbij op onderdelen sprake is van een uitbreiding van bepaalde activiteiten als gevolg van een in de loop der jaren aangepaste bedrijfsvoering. Van oprichting of nieuwvestiging van een niet-agrarisch bedrijf is geen sprake. Hiernavolgend wordt aan de regels van artikel 3. 60 getoetst. Cursief wordt een toelichting gegeven met betrekking tot onderhavige ontwikkeling. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaand agrarischtechnisch hulpbedrijf of een bestaand agrarisch-verwant bedrijf die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; De planologische gebruiksactiviteit worden planologisch verankerd middels de functieaanduiding ‘loon- en grondverzetbedrijf’. b.

bepalen dat de omvang ten hoogste 15 hectare bedraagt; De omvang van het huidige bestemmingsvlak bedraagt 11 hectare; de oppervlakte van het beoogde bedrijfsbestemmingsvlak bedraagt 13 hectare. ,

,

,

toename van de gebruiksoppervlakte Er is geen sprake van mestbewerking.

voor mestbewerking

uitsluiten;

c.

een

d.

kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten waaronder mobiliteit agrarische ontwikkeling leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. ,

,

,

,

,

De locatie is gelegen in agrarisch gebied maar is goed ontsloten door de ligging in de nabijheid van een knooppunt van wegen met een hoge verkeersintensiteit. De locatie ligt op minder dan één kilometer van de N272 (Beek en Donk – Gemert) nabij de aansluiting van deze weg (rotonde) op de N279. Dit maakt dat de locatie zeer goed ontsloten is. Gelet op de verkeersbewegingen van het bedrijf is de nabijheid van deze verkeersaders ideaal. Daarnaast is de provincie voornemens de N279 te reconstrueren voor een betere doorstroming van het verkeer wat bijdraagt aan een nog betere ontsluiting van het bedrijf. ,

,

Het agrarisch loon- en grondwerkbedrijf is een bedrijf dat gerelateerd is aan de agrarische sector; de ligging van dit bedrijf in het landelijk gebied ligt dan ook voor de hand. Het bedrijf is dan ook niet passend op een bedrijventerrein voor een doelmatige bedrijfsvoering. Ook worden gronden in de omgeving gehuurd voor het telen van gewassen zoals maïs en gras. De ontwikkeling ziet niet op een vergroting van het bouwvlak; de oppervlakte hiervan blijft gelijk. Wel is behoefte aan meer erfverharding deels als manoeuvreerruimte deels ten behoeve van de opslag van materialen zoals zand grind puin en groenafval. Rondom de locatie wordt beplanting aangebracht die zorgt voor de landschappelijke inpassing van de locatie. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en de groenblauwe mantel waarin het bedrijf is gelegen. ,

,

,

,

De uitbreiding van het loonwerkbedrijf op de locatie veroorzaakt geen onevenredige hinder naar de omgeving. Een loonwerkbedrijf (bedrijfsoppervlak > 500 m²) valt binnen de

14 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

milieucategorie 3. 1. Dit betekent dat de grootste minimale afstand tot gevoelige objecten 50 meter bedraagt. Met name het aspect geluid is hier bepalend. De meest nabijgelegen gevoelige objecten betreffen de agrarische bedrijfswoningen Professor Dondersweg 3 en 6. Deze liggen aan de west- en noordzijde van de bedrijfslocatie. Juist aan deze zijde wijzigt niets aan de afstanden tot de bedrijfsbestemming en het bouwvlak; de vergroting van het bestemmingsvlak vindt aan de zuidzijde van de bestaande locatie plaats. Aan deze zijde is het meest nabijgelegen hindergevoelig object gelegen op circa 240 meter van de locatie (woonbestemming De Biezen 7). Dit betekent dat er voldaan wordt aan de minimale richtafstanden en dat er geen onevenredige hinder naar de omgeving plaatsvindt. Gezien de ligging van de locatie in de nabijheid van hoofdontsluitingswegen en op relatief afstand van omliggende gevoelige functies en het agrarisch-gerelateerde karakter van het bedrijf past deze ontwikkeling in de gewenste vorm en grootte binnen het landelijk gebied. ,

Het bedrijf zal op een zorgvuldige manier landschappelijk worden ingepast waarbij wordt aangesloten bij de kenmerken en structuren van het omliggende landschap en de reeds aanwezige beplantingselementen en -soorten in de omgeving van de projectlocatie. Daarnaast wordt nieuwe bebouwing in het verlengde van de bestaande bebouwing gerealiseerd zodat de impact op omgeving zo klein mogelijk is. ,

,

Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Hiernavolgend wordt aan de regels van artikel 3. 73 met betrekking tot vestiging van een niet-agrarische functie in landelijk gebied getoetst. Cursief wordt een toelichting gegeven met betrekking tot onderhavige ontwikkeling. Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten waaronder mobiliteit agrarische ontwikkeling leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. ,

,

,

,

De locatie is gelegen in agrarisch gebied maar is goed ontsloten door de ligging in de nabijheid van een knooppunt van wegen met een hoge verkeersintensiteit. De locatie ligt op minder dan één kilometer van de N272 (Beek en Donk – Gemert) nabij de aansluiting van deze weg (rotonde) op de N279. Dit maakt dat de locatie zeer goed ontsloten is. Gelet op de verkeersbewegingen van het bedrijf is de nabijheid van deze verkeersaders ideaal. Daarnaast is de provincie voornemens de N279 te reconstrueren voor een betere doorstroming van het verkeer wat bijdraagt aan een nog betere ontsluiting van het bedrijf. ,

,

Het voornemen past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied die als zodanig is weergegeven in de Omgevingsvisie (zie onder kopje ‘Omgevingsvisie Laarbeek’). Het ruimtebeslag dat voor enerzijds de loonwerkactiviteiten en anderzijds niet-agrarische bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt is nauw met elkaar verweven en nauwelijks van elkaar te scheiden. De aspecten die voor de niet-agrarische functies gelden zijn dezelfde als die van toepassing zijn op de uitbreiding van het bestaande loonwerkbedrijf. Derhalve wordt voor 15 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

de onderbouwing waarom deze activiteiten passend zijn verwezen naar de regels van artikel 3. 60 onder d. b.

er vindt geen

splitsing plaats van het bouwperceel; In onderhavige situatie vindt geen afsplitsing plaats van het bouwperceel.

c.

overtollige bebouwing wordt gesloopt; Er vindt geen sloop van gebouwen plaats. Alle gebouwen worden gebruikt ten behoeve van de loonwerk- en grondverzetactiviteiten. Er is dan ook geen sprake van overtollige bebouwing.

d.

de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Van deze activiteiten is in de beoogde situatie geen sprake.

Lid 2. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt borgt dat de functie ook op langere termijn past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publiek aantrekkende werking; De uitbreiding van het bouwperceel ten behoeve van de uitbreiding van opslagvoorzieningen bedraagt slechts 2. 260 m². De oppervlakte van het bouwvlak waarbinnen gebouwen mogen worden opgericht blijft gelijk; hierbinnen wordt de bestaande bebouwing slechts met 200 m² uitgebreid. De locatie wordt op een zorgvuldige manier landschappelijk ingepast zodat zowel de bebouwing als de opslagvoorzieningen op de locatie zoveel mogelijk aan het zicht worden onttrokken. De inrichting trekt weinig tot geen bezoekers aan; het gaat om een arbeids- en bezoekers extensief bedrijf. Het grootste gedeelte van de werkzaamheden vindt elders op locatie van derden plaats. ,

,

,

,

b.

welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd welke gebruiksactiviteiten zijn toegestaan. Voorgesteld wordt om de vigerende aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ te wijzigen in ‘loon- en grondverzetbedrijf’. Deze aanduiding dekt de lading van de bestaande activiteiten beter.

c.

dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Opslag en stalling van materieel vindt plaats binnen de bestaande bebouwing. Opslag van materialen (zoals zand grind e. d. ) vindt in de open lucht plaats. Het terrein wordt zodanig ingericht en ingepast dat het zicht op de inrichting vanuit de omgeving zoveel als mogelijk wordt beperkt. ,

d.

dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Binnen de beoogde oppervlakte in de beoogde situatie kan de initiatiefnemer zijn gewenste activiteiten ontplooien. Naar de toekomst toe geeft deze oppervlakte voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor zijn bedrijf.

Lid 3. Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrijetijd en zorg een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Zie onderbouwing onder lid 1. ,

,

,

16 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3. 3

Gemeentelijk beleid

3. 3. 1

Omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek

De gemeente Laarbeek heeft voor haar buitengebied een Omgevingsvisie opgesteld. Deze Omgevingsvisie ‘Zonder ruimte geen beweging’ is 9 december 2021 vastgesteld. In het buitengebied speelt een groot aantal uitdagingen en complexe opgaven bijvoorbeeld de afname van het aantal agrarische bedrijven en een toename van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen. In de visie zijn de kernkwaliteiten van Laarbeek en de trends en ontwikkelingen benoemd. Daarnaast is Laarbeek in de visie verdeeld in acht samenhangende deelgebieden met elk een eigen verhaal. Het karakter en de verschijningsvorm van elk gebied zijn leidend voor de ruimtelijke mogelijkheden. Deze mogelijkheden zijn samengevat op een visiekaart. Verder is er een groot aantal ruimtelijke thema’s uitgewerkt zoals gezondheid veiligheid en algemene omgevingskwaliteit. In de omgevingsagenda zijn de noodzakelijke en concrete acties opgesomd die uiteindelijk moeten leiden tot het nieuwe toekomstbeeld voor het buitengebied. ,

,

De locatie is gelegen in het deelgebied ‘Biezenlandschap’. Het biezenlandschap maakt deel uit van het langgerekt en noord-zuid gesitueerde Broek (dat doorloopt tot ver in het Aa-landschap) en de Biezen. Het gebied ligt in een overstromingsvlakte die is ontstaan in de laatste ijstijd. Het Biezenlandschap leent zich door het attractieve landschap goed voor verdere recreatieve en toeristische ontwikkeling. Van belang is de kwaliteitsverbetering door herstel van historische elementen en patronen. Gezien het industriële karakter van zonneparken en windmolens en de toeristische aantrekkingskracht van het gebied is het Biezenlandschap verboden terrein voor grootschalige opwek van wind- en zonne-energie. Alternatieve kleinschalige natuurinclusieve en biologische vormen van landbouw zijn wel passend binnen dit deelgebied. ,

,

,

Ten aanzien van ontwikkelingen van een bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf en niet-agrarische bedrijfsactiviteiten als grondverzet zijn geen randvoorwaarden opgenomen in de omgevingsvisie. Een geringe uitbreiding van het agrarisch loonbedrijf vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkelingsrichting die voor het deelgebied is aangegeven. De ontwikkeling past binnen het beleid zoals verwoord binnen de omgevingsvisie. 3. 3. 2

Bestemmingsplan ‘Wijziging bestemmings-/bouwvlak Prof. Dondersweg 8 Beek en Donk’ ,

Op de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Wijziging bestemmings-/bouwvlak Prof. Dondersweg 8 Beek en Donk’ vastgesteld op 10 december 2015 van toepassing. De locatie heeft de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met de aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’. De bedrijfsbestemming heeft een oppervlakte van 11 hectare en een bouwvlak van (056 hectare). De aangrenzende gronden ten noorden en oosten van de bedrijfslocatie hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschaps- en natuurwaarden – 2’ met de functieaanduidingen ‘Specifieke vorm van agrarisch met waarden – cultuurhistorisch waardevol gebied’ ‘Specifieke vorm van agrarisch met waarden – kwetsbare soort(en)’ en ‘Specifieke vorm van agrarisch met waarden – struweelvogels’. Deze gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen en behoud herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor cultuurhistorische waardevolle gebieden natuurwaarden in het algemeen en in het bijzonder voor kwetsbare soort(en) en struweelvogels. Verder is op een gedeelte van de locatie de dubbelbestemming ‘Leiding’ met ‘hartlijn leiding – hoogspanningsverbinding’ van toepassing. (zie volgende figuur). Aan de noord- en noordoostzijde en aan de zuidzijde van de projectlocatie ligt een strook met de enkelbestemming ‘Groen - landschapselement'. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

17 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

Figuur 7: Uitsnede bestemmingsplan ‘Wijziging bestemmings-/bouwvlak Prof. Dondersweg 8 , Beek en Donk’

Conform artikel 3. 2 ‘Uitbreiding bedrijfsvloeroppervlakte’ kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van het maximum bebouwd oppervlak aan bedrijfsgebouwen voor het uitbreiden van de bebouwde oppervlakte mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het bedrijf. In paragraaf 2. 2 is de noodzaak van onderhavige ontwikkeling reeds toegelicht. b. De vergroting dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvlak. De uitbreiding vindt plaats binnen het bestaande bouwvlak. c. Het bedrijf mag uitbreiden met maximaal 25% van de aangegeven bebouwde oppervlakte. De huidige bebouwde oppervlakte bedraagt 1. 650 m.2 De gewenste uitbreiding van 200 m 2 past binnen de toegestane 25%. d. Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een erfbeplantingsplan. De locatie wordt op een zorgvuldige manier landschappelijk ingepast waarbij wordt aangesloten bij de kenmerken en structuren van het omliggende landschap en de reeds aanwezige beplantingselementen en -soorten in de omgeving van de projectlocatie. e. Er mag geen sprake zijn van milieu hygiënische belemmeringen. ,

,

18 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

f.

In hoofdstuk 4 en 5 wordt dit nader toegelicht. Het bouwen dient op een hydrologisch neutrale wijze plaats te vinden. Het extra dakoppervlak wordt gecompenseerd met een hemelwaterbergingsvoorziening.

De overige ontwikkelingen: de uitbreiding van het bestemmingsvlak van 11 ha naar 13 ha en het planologisch mogelijk maken van de gebruiksactiviteiten door wijziging van de functie-aanduiding van ‘agrarisch loonbedrijf’ naar ‘loon en grondverzetbedrijf’ zijn in strijd met de regels van de vigerende bestemmingsplannen. Om de ontwikkelingen mogelijk te maken dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. Het bestemmingsplan moet worden herzien ten behoeve van gewenste ontwikkeling. ,

,

19 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

4.

Ruimtelijke aspecten

4. 1

Natuur

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. Op nationaal niveau is bescherming van natuurgebieden geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). 4. 1. 1

Gebiedsbescherming

Natura2000-gebieden Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen gezien vanuit een Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten gelet op de instandhoudingdoelen nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. ,

,

,

,

Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft de Deurnsche Peel en Mariapeel op een afstand van circa 124 kilometer. Gelet op de aard van de ontwikkeling en de afstand tot het natuurgebied zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van dit gebied en andere Natura2000gebieden te verwachten. ,

Deurnsche Peel & Mariapeel

Figuur 8: Ligging Natura2000-gebieden in omgeving projectlocatie (rood gemarkeerd)

Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is met het rekenprogramma Aerius Calculator een tweetal berekeningen gemaakt van de stikstofdepositie: van de realisatiefase (de uitbreiding van één van de twee loodsen) en van de gebruiksfase van de ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. In de bijlage zijn de uitgangspunten voor de berekeningen en de resultaten toegevoegd. Het resultaat van de berekeningen voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase laat zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 000 mol/ha/jaar. ,

20 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

Natuur Netwerk Brabant Natuur Netwerk Brabant (onderdeel van Natuur Netwerk Nederland) is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Sinds 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit Natuur Netwerk. ,

De projectlocatie is gedeeltelijk gelegen binnen een gebied dat behoort tot Natuur Netwerk Brabant (zie volgende figuur).

NNB

NNB

Figuur 9: Ligging Natuur Netwerk Brabant (projectlocatie rood omkaderd

Een gedeelte van de meest zuidelijk gelegen loods is gelegen in een gebied dat is aangemerkt als Natuur Netwerk Brabant. Verder betreft het een stuk gazon en beplanting annex bos gelegen ten zuiden van de loods. ,

In principe zijn er geen ontwikkelingen mogelijk binnen het NNB. In de beoogde situatie blijft de bestaande situatie gehandhaafd. De loods wordt gebruikt ten behoeve van de stalling van machines en de opslag van materialen. Het gazon en de beplanting worden meegenomen ten behoeve van de landschappelijke inrichting. De beoogde ontwikkeling betreft uitbreiding van het bestemmingsvlak buiten het NNB-gebied uitbreiding van de bedrijfsgebouwen buiten het NNB-gebied en wijziging van de inrit buiten het NNB-gebied. Daarnaast wenst initiatiefnemer een herformulering van de functie-aanduiding van ’Agrarisch loonbedrijf’ naar ‘Loon- en grondverzetbedrijf’. Door de jaren heen zijn naast de agrarisch-technische werkzaamheden tevens activiteiten ontplooid die een logisch voortvloeisel zijn van de oorspronkelijke activiteiten. Het gaat dan voornamelijk om grondverzetactiviteiten zoals grondwerk voor bouwen en slopen van bouwwerken en het bestraten van terreinen voor zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven hoofdzakelijk in het buitengebied. De nieuwe functie-aanduiding voldoet beter voor de huidige situatie. De aard van de activiteiten blijft daarentegen gelijk. ,

,

De bouwactiviteiten voor de verlenging van de noordelijk gelegen bestaande loods zorgen voor een tijdelijke verstoring van de directe omgeving. Permanente verstoring door menselijke activiteiten zoals licht en geluid beperkt blijven tot de directe omgeving van de loods. ,

,

21 Ruimtelijke onderbouwing Professor Dondersweg 8 , Beek en Donk

Licht Er zal gebruik worden gemaakt van LED-verlichting zonder overdadig wattage (minder impact op de omgeving) en de lichtbronnen worden naar binnen en beneden gericht (naar het hart van de inrichting). Op deze manier wordt lichtuitstraling naar de omgeving voorkomen. Verder wordt de projectlocatie zodanig landschappelijk ingepast dat eventuele lichtuitstraling zoveel als mogelijk wordt afgevangen. Geluid Ten aanzien van het aspect geluid kan worden gezegd dat geluiduitstraling als gevolg van de ontwikkeling niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. De gebruiksactiviteiten blijven vergelijkbaar. Conclusie Door onderhavige ontwikkeling is geen sprake van verstoring van de NNB-gebieden als gevolg van licht- en geluiduitstraling. De ontwikkeling brengt geen nieuwe nadelige effecten met zich mee. 4. 1. 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=9608bec9-70c3-4b20-b310-48ce9e0c1239