CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 20210318 Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Hoog Strijp 6 Aarle-Rixtel incl. bijlagen (3).pdf

Raadsvergadering 18 maart 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel21.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2

Water

Het plangebied is gelegen binnen een beschermingszone van een grondwaterwingebied voor de openbare drinkwatervoorziening (boringsvrije zone) (zie volgende figuur).

Plangebied

Figuur 15: Uitsnede kaart ‘Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

In de boringsvrije zone dient de kleilaag in de bodem in tact te worden gelaten ter bescherming van het grondwater. De beoogde ontwikkeling heeft gelet op de kleinschaligheid en omvang geen invloed op deze laag. De boringsvrije zone wordt geborgd op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan. Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering c.q. bedreiging voor de hydrologisch waardevolle en kwetsbare gebieden. De waterhuishoudkundige gevolgen binnen het plan worden behandeld in de waterparagraaf (hoofdstuk 6).

5.3

Geluid

In het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de

26 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

toekomst. In dit kader is onderzocht of de toekomstige ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de omgeving. 5.3.1

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit artikel 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden verricht, indien sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een dergelijke zone. Uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De nieuwe Ruimte-voor-ruimtewoning dient in het kader van de Wgh te worden beschouwd als een nieuw geluidgevoelig object (de bedrijfswoning Hoog Strijp 6 betreft reeds een bestaand geluidgevoelig object; er wijzigt niets aan het beschermingsniveau). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Om de geluidbelasting op de nieuw op te richten Ruimte-voor-ruimtewoning te bepalen en te beoordelen is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd3. Op basis van de beschikbaar gestelde verkeersgegevens is een rekenmodel opgezet waarmee de geluidsniveaus op de toekomstige woning zijn berekend als gevolg van het verkeer van de omliggende wegen. Hierbij is de voorkeursgrenswaarde van 48 dB in beeld gebracht.

De geluidsniveaus inclusief artikel 110 Wgh overschrijden de voorkeurgrenswaarde van 48 dB(A) ter hoogte van de gevels niet. Ter plaatse van de woning bedraagt de geluidbelasting zonder aftrek van artikel 110 g ten hoogste 50 dB(A). Met een gevelwering, welke tenminste 20 dB(A) bedraagt, zal het binnenniveau ten hoogste 30 dB(A) bedragen. Derhalve kan worden voldaan aan de eisen van het bouwbesluit ter plaatse van de woning. Ten aanzien van de buitenruimte en verblijf in de tuin dan wel terras kan verondersteld worden dat er een goede geluidskwaliteit heerst. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede woonen leefklimaat niet in de weg staat. Voor een uitgebreide beschrijving van de resultaten van het onderzoek wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage in bijlage 7. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavige situatie. 5.3.2

Industrielawaai

De agrarische activiteiten worden in de beoogde situatie beëindigd. Derhalve verdwijnt de geluidemissie van de agrarische activiteiten . Ten aanzien van geluid afkomstig van de beoogde niet-agrarische bedrijfslocatie worden de richtafstanden van de VNG aangehouden. In paragraaf 5.6 wordt onderbouwd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat ook voor het aspect geluid sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai voor het oprichten van een woning aan de Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel, G&O

Consult, 13 mei 2020

27 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

5.4

Luchtkwaliteit

Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Niet in betekenende mate bijdragen In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. Toetsing initiatief De huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) bedraagt ter plaatse van het plangebied 17,62 µg/m³. Er wordt voldaan aan de wettelijke normen.

Met behulp van de NIBM-tool is berekend of de ontwikkeling in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijn stof en stikstofdioxide in de buitenlucht. In het rekenmodel is uitgegaan van maximaal 20 dagelijkse voertuigbewegingen van en naar het plangebied. De volgende figuur geeft een overzicht van het resultaat.

Figuur 16: Resultaat berekening bijdrage aan luchtkwaliteit (NIBM-tool)

De ontwikkeling heeft geen significante invloed op de luchtkwaliteit; het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/ verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

5.5

Geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. 28 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: • Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij) (voorgrondbelasting); • Is er ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object) (achtergrondbelasting). Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang veehouderij). Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang geurgevoelig object). Met de realisatie van de nieuwe woning en de wijziging naar een woonbestemming worden geurgevoelige objecten toegevoegd. Voor deze ontwikkeling wordt het aspect geur onderzocht. 5.5.1

Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting)

In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen: • Jonker Karellaan 3 (rundveehouderij): afstand circa 77 meter; • Hoog Strijp 4 (varkenshouderij): afstand circa 250 meter; • Lieshoutseweg 70 (paardenhouderij/manege): afstand circa 480 meter. De ligging van de veehouderijbedrijven is weergegeven in de volgende figuur.

Lieshoutseweg 70 (paardenhouderij/ manege)

Plangebied

Jonker Karellaan 3 (rundveehouderij)

Hoog Strijp 4 (varkenshouderij)

Figuur 17: Ligging dichtstbijzijnde veehouderijbedrijven

Deze veehouderijbedrijven worden beschermd tegen geurgevoelige objecten. Dit betekent dat de rechten van de veehouderijbedrijven die kunnen worden ontleend aan de vigerende vergunning gerespecteerd dienen te worden. Voor veehouderijen met dieren zonder geuremissiefactor (zoals melkveehouderijen) geldt ingevolge de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) een vaste afstand van 50 meter buiten de bebouwde kom die moet 29 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

worden aangehouden tussen een emissiepunt en het dichtstbijzijnde geurgevoelige object. De melkveehouderij Jonker Karellaan 3 ligt op een afstand van circa 77 meter van de Ruimte-voorruimtekavel en voldoet hiermee aan de afstand. Ingevolge artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of een voormalige veehouderij (beëindigd na 19 maart 2000) ten minste 50 meter indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen. De locatie Hoog Strijp 6 betreft in de beoogde situatie een voormalige agrarische bedrijfswoning; hier dient dan ook te worden voldaan aan de vaste afstanden met betrekking tot geur. De afstand van deze woning tot de dichtstbijzijnde veehouderij (Jonker Karellaan 3) bedraagt circa 77 meter. Er wordt dan ook voldaan aan de minimale afstand. Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van omliggende veehouderijbedrijven. Er wordt voldaan aan de wettelijke afstanden. 5.5.2

Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting)

Om het woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur in beeld te brengen, is de cumulatieve geurbelasting in de omgeving in kaart gebracht waarbij de aanwezige andere veehouderijbedrijven in de omgeving van het initiatief meegenomen zijn. In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn voor veehouderijen gelegen in het gemengd landelijk gebied normen gesteld aan de geurbelasting. Bij uitbreiding dient aangetoond te worden dat de kans op cumulatieve geurhinder op gevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij de ontwikkeling van de veehouderij leidt tot een daling van de achtergrondbelasting. Een achtergrondconcentratie van 20 ouE/m³ bij 98-percentiel veroorzaakt maximaal 20% kans op geurhinder in het buitengebied. In de bebouwde kom is een goed woon- en leefklimaat te borgen indien de achtergrondconcentratie niet hoger is dan 10 ouE/m³. Dit komt overeen met een kans op geurhinder die niet hoger is dan 12%. Deze normen komen overeen met de streefwaarden zoals opgenomen in de ‘Gebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij’ van de gemeente Laarbeek. De cumulatieve geurbelasting wordt hier aan getoetst. De bedrijven binnen een straal van 2 kilometer afstand rondom het plangebied zijn meegenomen. Uit deze geurgevoelige objecten is een representatieve selectie gemaakt in de berekening.

De berekening is uitgevoerd middels het programma V-Stacks Gebied. Voor het berekenen van de achtergrondbelasting zijn de gegevens gebruikt van het Bestand Veehouderij Bedrijven (d.d. 21-01-2020). De volgende tabel geeft een overzicht van de resultaten. Tabel 3: Resultaten berekening achtergrondbelasting Receptorpunten

Geurnorm (ouE)

Geurbelasting (ouE/m3)

Hoekpunt 1 Ruimte-voor-ruimtewoning

20

2,9

Hoekpunt 2 Ruimte-voor-ruimtewoning

20

3,5

Hoekpunt 3 Ruimte-voor-ruimtewoning

20

3,0

Hoekpunt 4 Ruimte-voor-ruimtewoning

20

3,3

Hoekpunt 5 woonbestemming Hoog Strijp 6

20

3,5

Hoekpunt 6 woonbestemming Hoog Strijp 6

20

5,4

Hoekpunt 7 woonbestemming Hoog Strijp 6

20

3,4

Hoekpunt 8 woonbestemming Hoog Strijp 6

20

3,8

Hoekpunt 9 woonbestemming Hoog Strijp 6

20

4,6

30 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Beoordeling milieukwaliteit Naast een kwantitatieve weergave van de geurbelasting is er bij deze berekening voor gekozen om de geurbeleving inzichtelijk te maken. Hierbij is bijlage 6 en 7 van de handreiking Wet geurhinder en veehouderij als leidraad gebruikt. In bijlage 7 van de Handreiking is een tabel opgenomen waarin de kans op geurgehinderden vertaald is naar het woon- en leefklimaat, zie de volgende tabel4. Tabel 4: Beoordeling milieukwaliteit Achtergrondbelasting (ouE/m³) Percentage geurgehinderden (%) 1-3 <5 4-8 5-10 9-13 10-15 14-20 15-20 21-28 20-25 29-38 25-30 39-50 30-35 51-65 35-40

Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht

De volgende tabel geeft per receptorpunt het percentage geurgehinderden en de milieukwaliteit. Tabel 5: Milieukwaliteit Geurgevoelig object Hoekpunt 1 Ruimte-voor-ruimtewoning Hoekpunt 2 Ruimte-voor-ruimtewoning Hoekpunt 3 Ruimte-voor-ruimtewoning Hoekpunt 4 Ruimte-voor-ruimtewoning Hoekpunt 5 woonbestemming Hoog Strijp 6 Hoekpunt 6 woonbestemming Hoog Strijp 6 Hoekpunt 7 woonbestemming Hoog Strijp 6 Hoekpunt 8 woonbestemming Hoog Strijp 6 Hoekpunt 9 woonbestemming Hoog Strijp 6

Achtergrondgeurbelasting Percentage geurgehinder- Milieukwaliteit [ouE/m³] den [%] 2,9 5 Goed 3,5 6 Goed 3,0 5 Goed 3,3 5 Goed 3,5 6 Goed 5,4 8 Goed 3,4 5 Goed 3,8 6 Goed 4,6 7 Goed

Uit bovenstaande resultaten volgt de conclusie dat ter plaatse van de ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief.

5.6

Bedrijven en milieuzonering

Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) geeft per bedrijfsactiviteit richtafstanden met betrekking tot geur, fijn stof, geluid en gevaar die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen in de directe omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling binnen aanvaardbare normen te houden. Uitgangspunt hierbij is dat de richtafstand in principe geldt tussen de perceelsgrens van het bedrijf en de grens van het bestemmingsvlak van een hindergevoelig object. De volgende figuur laat de ligging van de bedrijfsactiviteiten en gevoelige objecten zien binnen en in de directe omgeving van het plangebied.

4 SenterNovem, 2007

31 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Hoog Strijp 2 (schildersbedrijf) Plangebied Croylaan 4a (woonzorgboerderij)

Jonker Karellaan 3 (rundveehouderij) Hoog Strijp 4 (varkenshouderij)

Figuur 18: Ligging bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied

De volgende tabel toont het type bedrijfsactiviteiten, de bijbehorende richtafstanden en de werkelijke afstand tussen de grenzen.

32 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Tabel 6: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Croylaan 4a (woonzorgboerderij) Gezondheids- en welzijnszorg Geur Stof Geluid Gevaar Dagverblijf 0 0 10 0 Jonker Karellaan 3 (rundveehouderij) Landbouw en dienstverlening t.b.v. de landbouw Geur Stof Geluid Gevaar Fokken en houden van rundvee 100 30 30 0 Hoog Strijp 2 (schildersbedrijf) Bouwnijverheid Geur Stof Geluid Gevaar Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. < 1000 m² 0 10 30 10 Hoog Strijp 4 (varkenshouderij) Landbouw en dienstverlening t.b.v. de landbouw Geur Stof Geluid Gevaar Fokken en houden van varkens 200 30 50 0

Werkelijke afstand tot plangebied (m) 43

77

130

250

Voor alle aspecten wordt aan de geldende richtafstanden voldaan. Uitzondering vormt de richtafstand voor het aspect geur voor de veehouderij op de locatie Jonker Karellaan 3. Echter, in paragraaf 5.5 is onderbouwd dat voor dit aspect voldaan wordt aan de vaste afstanden en dat daarmee sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geurhinder. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woonbestemmingen. Omgekeerd dienen ook de bedrijfsactiviteiten in de beoogde situatie binnen de woonbestemming Hoog Strijp 6 te worden beoordeeld. Het betreffen hier bedrijfsactiviteiten (opslag, kleinschalige agrarische activiteiten) en voor het uitvoeren van kleine reparaties aan deze werktuigen (werkplaats) is ook ruimte voorzien in de bestaande loods. Dit betreffen kleinschalige bedrijfsactiviteiten tot een maximale milieucategorie 2. Dit betekent dat er rekening dient te worden gehouden met een minimale richtafstand van 30 meter. De werkelijke afstand tussen de loods waar de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden en de Ruimte-voorruimtekavel bedraagt 13 meter. Er wordt dan ook niet direct aan de richtafstand van 30 meter voldaan. Echter, de richtafstanden uit de VNG-publicatie gelden ten opzichte van een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een rustig buitengebied.

Het plangebied is echter gelegen in een bebouwingscluster, waar de omgeving van de locatie kan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’ als bedoeld in de VNG-brochure (functiemenging). Hier zijn agrarische, niet-agrarische bedrijven (onder andere een woonzorgboerderij) en enkele burgerwoningen gelegen, een menging van relatief dicht bij elkaar gelegen functies. De richtafstanden uit de publicatie kunnen dan ook met een afstandstap worden verlaagd. Dit betekent dat de richtafstand voor het bedrijf na verlaging 10 meter betreft. Aan deze afstand wordt voldaan. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.7

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht.

33 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). De eisen ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee samenhangende risico’s zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen die risicovolle stoffen transporteren geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit besluit regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten en geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten. Het dichtstbijzijnde risicovolle object betreft een gasleiding van Gasunie op een afstand van circa 300 meter van het plangebied (zie volgende figuur).

Gasleiding Gasunie

Plangebied

Figuur 19: Uitsnede Risicokaart (www.risicokaart.nl)

Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen binnen de risicocontouren van deze bron. Verder bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied geen inrichtingen of transport die van invloed zijn op de externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.8

Kabels en leidingen

De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in een gebied kunnen de realisatie van eventuele bouwplannen in de weg staan. Buiten de normale huis- en bedrijfsaansluitingen wordt het zuiden van het plangebied doorsneden door een waterleiding met een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden. Hier is de dubbelbestemming ‘Leiding’ van toepassing. In het plan wordt rekening gehouden met de beschermingszone; hierbinnen wordt geen bebouwing opgericht.

34 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

6. Waterparagraaf 6.1

Watertoets

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets de oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan kunnen worden gemaakt.

6.2

Waterbeleid

Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Nationaal Waterplan 2016-2021, Provinciaal Milieu- en Waterplan van de provincie Noord-Brabant, Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas 2016-2021, Keur Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Nationaal bestuursakkoord water en Beleidsbrief regenwater en riolering. Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend: • Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas 2016-2021 In het waterbeheerplan van Waterschap Aa en Maas wordt aangeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe deze doelen bereikt moeten worden. Het plan is afgestemd op het nationale en provinciale waterbeleid en dat van de andere Nederlandse waterschappen. Het doel van het waterbeheerplan is om het watersysteem en de afvalwaterketen op orde te houden. Het beheer van water door het waterschap bepaalt mede dat mensen en dieren in Noordoost-Brabant leven in een veilige, schone en prettige omgeving.

In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende thema’s: • Veilig en bewoonbaar; • Voldoende water en robuust watersysteem; • Schoon water; • Gezond en natuurlijk water; • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Het waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes: • Gescheiden houden van vuilwater en schoon hemelwater; • Doorlopen van de afwegingsstappen: hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer; • Hydrologisch neutraal bouwen; • Water als kans; • Meervoudig ruimtegebruik; • Voorkomen van vervuiling; • Wateroverlastvrij bestemmen; • Waterschapsbelangen. Keur Brabantse waterschappen Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de Keur waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de keur is 35 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Beleidsregel hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse Waterschappen hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2.000 m2, toename van een verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2. Plannen met een verhardingstoename tot 2000 m2 zijn onder de nieuwe keur vrijgesteld van compensatie.

Voor plannen met een verhardingstoename tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 hanteert het waterschap een algemene (reken) regel (benodigde compensatie (in m3) = Toename verhard oppervlak (m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m)). De gevoeligheidsfactor houdt de nominale waarde in die de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie van de locatie uitdrukt. De waarde 0,06 is de waterschijf van 60 mm die overeenkomt met de vastgestelde bovengrens voor de compensatiecapaciteit van 600 m 3/ha.

6.3

Oppervlaktewater

De volgende figuur toont de ligging van de leggerwatergangen in de omgeving van het plangebied, die in beheer zijn bij het waterschap Aa en Maas.

A-watergang

Plangebied

Figuur 20: Ligging leggerwatergangen (https://maps.aaenmaas.nl/portaal/legger_oppervlaktewater/)

Ten noorden van het plangebied is een A-watergang gelegen. De ontwikkeling heeft geen invloed op deze watergang. In het landschappelijk inpassingsplan wordt rekening gehouden met de beschermingszone van 5 meter bij het realiseren van nieuwe beplanting.

36 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

6.4

Grondwater

Via de Bodematlas van de provincie Noord-Brabant zijn gegevens opgevraagd over de grondwaterstand bij de onderzoekslocatie. Uit gegevens is gebleken dat de gemiddelde hoogste waterstand zich rond de 40100 centimeter beneden maaiveld bevindt en de gemiddelde laagste grondwaterstand 200-250 centimeter beneden maaiveld (zie volgende figuren).

Plangebied

Figuur 21: Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) (Bodematlas Noord-Brabant)

Plangebied

Figuur 22: Gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) (Bodematlas Noord-Brabant)

6.5

Afvoer hemelwater

Verhard oppervlak De volgende tabel toont het verhard oppervlak in zowel de huidige als de beoogde situatie.

37 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Tabel 7: Verhard oppervlak huidige en beoogde situatie Verhard oppervlak Huidige situatie (m²) Dakoppervlak 1.170 • Hoog Strijp 6 • Ruimte-voor-ruimtewoning Erfverharding 1.200 • Hoog Strijp 6 • Ruimte-voor-ruimtewoning Totaal 2.370

Beoogde situatie (m²) 540 340 1.050 300 2.230

In totaal is er sprake van een afname van verhard oppervlak in de beoogde situatie van circa 140 m². In de Keur is bepaald dat voor het afvoeren van hemelwater door afkoppelen van verhard oppervlak bij een toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m² en 10.000 m² er compenserende maatregelen dienen te worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. In onderhavige ontwikkeling is geen sprake van een toename groter dan 2.000 m². Op basis van de Keur is de aanleg van een infiltratievoorziening niet noodzakelijk is. Gebruik niet-uitlogende materialen Het gebruik van niet uitlogende materialen is conform het advies van de Dubo-richtlijn (Duurzaam Bouwen). In het Activiteitenbesluit staat dat niet verontreinigd hemelwater in principe in de bodem geïnfiltreerd kan worden of afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater, ook als dat in contact is geweest met oppervlakken als daken. Bij de bouw zal geen gebruik worden gemaakt van onbehandelde uitlogende materialen zoals koper, zink en lood, teerhoudende dakbedekking (PAK’s) en van met verontreinigde stoffen verduurzaamd hout. Doordat het hemelwater niet vervuild is, is het geen probleem om het hemelwater te laten infiltreren. Huishoudelijk afvalwater Het huishoudelijk afvalwater afkomstig van de nieuwe bebouwing wordt afgevoerd middels de gemeentelijke riolering.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan het beleid van Waterschap Aa en Maas inzake de watertoets.

38 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

7. Uitvoerbaarheid 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk plan de volgende procedure conform de artikelen 3.7 tot en met 3.9 van de Wet op de ruimtelijke ordening: 1) Voorbereiding en vooroverleg met diensten van rijk, provincie en waterschap; Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. In het kader van het vooroverleg heeft de provincie Noord-Brabant op 22 oktober middels een schriftelijke reactie te kennen gegeven dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen. 2) Ontwerp: het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen, van 6 november 2020 tot en met 17 december 2020. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Het Waterschap Aa en Maas heeft binnen deze termijn wel per email (d.d. 20 november 2020) een tweetal opmerkingen over het plan gemaakt die middels een ambtshalve wijziging meegenomen zouden moeten worden.

Het gaat om de volgende punten: • het bestemmen van een mogelijk in het plangebied aanwezige A-watergang; • het opnemen op de verbeelding en in de bestemmingsregels dat er sprake is van een boringsvrije zone in het plangebied. Reactie: Ten aanzien van de A-watergang wordt opgemerkt dat deze buiten het plangebied is gelegen en dus niet hoeft te worden opgenomen in het bestemmingsplan. Met betrekking tot de boringsvrije zone is inderdaad juist geconstateerd dat deze zich strekt over het plangebied. Dit is ook beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Abusievelijk is deze zone echter niet opgenomen op de verbeelding en in de regels. De regels en de verbeelding van het bestemmingsplan zijn hierop aangepast. 3) Vaststelling: de gemeenteraad van Laarbeek heeft het bestemmingsplan met een ambtshalve wijziging vastgesteld op 18 maart 2021. Het plan wordt voor een periode van 6 weken ter inzage wordt gelegd voor beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak bij de Raad van State.

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wro rust op de gemeente de verplichting tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit 39 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van hoofdgebouwen van een oppervlak van 1.000 m² of meer. De te verhalen kosten worden limitatief opgesomd in artikelen in de kostensoorten lijst (art. 6.2.4 Bro). Voor het voorliggend plan maakt de gemeente alleen kosten voor het begeleiden van het plan. De noodzakelijke onderzoeken zijn al voor rekening van de aanvrager uitgevoerd. Met initiatiefnemers is een anterieure ontwikkelingsovereenkomst gesloten. In de overeenkomst zijn onder andere de ontwikkelvoorwaarden (waaronder planschade) opgenomen.

40 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

8. Juridische verantwoording 8.1

Algemene opzet

Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) naar het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • De toelichting: een planbeschrijving die een verantwoording van de gemaakte keuzes, een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de handhavings- en uitvoeringsaspecten bevat; • De regels, waarin de bestemmingen en daarbinnen geldende mogelijkheden zijn uitgewerkt. Hierbij is aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en ‘Buitengebied, eerste herziening’; • De verbeelding, die de rol heeft van visualisering van de bestemmingen.

8.2

Toelichting op de verbeelding

Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). Deze vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Op basis van het voorgaande worden in voorliggend bestemmingsplan de volgende bestemmingen en aanduidingen onderscheiden: • • • • • • • • • •

Agrarisch met waarden – Landschapswaarden (enkelbestemming); Wonen (enkelbestemming); Specifieke vorm van wonen – ruimte-voor-ruimte (functieaanduiding); Specifieke vorm van wonen – kleinschalige agrarische activiteiten (functieaanduiding); Specifieke vorm van agrarisch met waarden – cultuurhistorische waarden (functieaanduiding); Milieuzone – boringsvrije zone (gebiedsaanduiding); Waarde – Archeologie 2 (dubbelbestemming); Leiding (dubbelbestemming); Maximum oppervlak (440 m²) (maatvoeringsaanduiding); Hartlijn leiding– water (figuur).

8.3

Toelichting op de regels

De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • •

•

Hoofdstuk 1 “Inleidende Regels” gaat in op de omschrijvingen van de in de voorschriften gehanteerde begrippen en de wijze waarop de vermelde maten worden bepaald. In hoofdstuk 2 “Bestemmingsregels” worden de verschillende bestemmingen met bijbehorende gebruiksbepalingen en bouwvoorschriften beschreven. Hoofdstuk 3 “Algemene regels” geeft een overzicht van de algemene bouw- en gebruiksregels, de regels met betrekking tot afwijken van het bestemmingsplan. Tot slot komen de procedureregels aan bod, die verwijzen naar de wetgeving die in acht moet worden genomen. In hoofdstuk 4 “Overgangs- en slotregels” komen de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de slotregel aan bod.

41 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Bijlage 1

Situatieschets bestaande en beoogde situatie

Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

varkensstallen

garage/berging bijgebouw bij woning (100 m²)

bedrijfswoning Ruimte-voor-

6

woning

Ruimtekavel

Ho

og

Ho

St rijp

og

St rijp

6

Wate rle

iding

loods

(incl.

besc

herm

bestaande loods

ings

Wate rle zone

iding

)

(incl.

besc

herm

ings zone

)

la oy

Cr

an

la

oy

Cr an

Bestaande situatie

Beoogde situatie

LEGENDA Bestaand bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' (9.015 m²) Beoogd bestemmingsvlak 'Wonen' Ruimte-voor-ruimtewoning (1.310 m²) Beoogd bestemmingsvlak 'Wonen' (2.550 m²)

Agron advies

Situatieschets Hoog Strijp 6 Aarle-Rixtel

Agron Advies Koppelstraat 95 5741 GB Beek en Donk Tel.: 0492 347 761 Fax.: 0492 347 754

proj. leider: KW getekend

KW

schaal:

1:1.000

datum:

23-03-2020

gewijzigd: formaat:

A3

werk nr.:

STR01.RO01

Bijlage 2

Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap

Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap Hoog Strijp 6 Aarle-Rixtel Waardevermeerdering van de grond Oppervlakte plangebied Oppervlakte RvR-kavel Oppervlakte woonbestemming

m2 9015 1310 2550

Huidige waarde Agrarisch bouwvlak

Eenheid m2

Aantal 9015

Prijs/eenheid €

Totaal 25,00

€ €

270,00 60,00 80,00 5,00 5,00

€ € € € € €

270.000,00 72.600,00 27.200,00 6.550,00 25.775,00 402.125,00

€

176.750,00

€

35.350,00

subtotaal Toekomstige waarde Wonen (< 1.000 m²) Wonen (> 1.000 m²) Loods (340 m²) Wonen RVR Agrarisch onbebouwd

Eenheid m2 m2 m2 m2 m2

Aantal 1000 1210 340 1310 5155

Prijs/eenheid € € € € €

225.375,00 225.375,00 Totaal

subtotaal Totaal waardevermeerdering

Investering Basisinspanning investering (20%)

Soort investering Sloop overtollige bebouwing Sloop varkensstallen (incl. asbest)

Eenheid m²

Aantal 620

€

Prijs/eenheid (incl. BTW) 35,00

Conform 1 subtotaal

€ €

Aanleg beplanting Aanplant meidoornhaag (115 m) (noord- en westzijde woning; grens nieuw bestemmingsvlak wonen) Aanplant ligusterhaag (50 m) (oostzijde RvR-woning) Aanplant beukenhaag (200 + 105 m) (dubbele rij) (noord-oost-zuidzijde) Aanplant beukenhaag (45 m) (dubbele rij) (westzijde) Aanplant laanbomen: leilinden (rondom RvR-woning) (plantafstand:3-5 m) Aanplant meidoornbomen (11 stuks) (noordzijde woning; grens nieuw bestemmingsvlak wonen) (plantafstand: 10 m) Aanplant bomenrij: meidoornbomen (5 stuks) (zuidzijde loods) Aanplant boomgroepen: amberbomen (8 stuks) (oostzijde loods en zuidzijde RvR-woning)

Eenheid stuks stuks stuks stuks stuks

Aantal 575 250 3050 450 19

€ € € € €

Prijs/eenheid (incl. BTW) 1,66 1,66 1,66 1,66 64,90

Conform 1 1 1 1 1

€ € € € €

954,50 415,00 5.063,00 747,00 1.233,10

stuks stuks stuks

11 5 8

€ € €

64,90 64,90 64,90

1 1 1 subtotaal

€ € € €

713,90 324,50 519,20 9.970,20

subtotaal Verplichte basisinspanning

€

3.679,80 Investering sloop en aanleg beplanting en sloopfonds

€

35.350,00

Resterend bedrag te storten in het gemeentelijk landschapsfonds

TOTAAL 1: Normen Vergoedingsystematiek en -grondslagen, behorende bij Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant

€

Totaal 21.700,00 21.700,00 Totaal

35.350,00

Bijlage 3

Berekening stikstofdepositie Aerius Calculator

Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Onderbouwing invoergegevens Realisatiefase Gedurende enerzijds de sloop van de varkensstallen en anderzijds de bouwwerkzaamheden van de Ruimte-voor-ruimtewoning (realisatiefase) treden er mogelijk effecten op zoals een tijdelijke toename van concentraties aan luchtverontreinigende stoffen. Tijdelijk zal er werkverkeer rijden van en naar de locatie. Het gaat om een aantal verkeersbewegingen samen met de (vaak mobiele) bronnen die bij de bouw gebruikt worden. Deze verkeersbewegingen en de inzet van mobiele bronnen leiden mogelijk tot stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Verkeersgeneratie Het bouwproject genereert voor een periode van circa 6 maanden een toename aan licht, middelzwaar en zwaar verkeer. Er is tevens sprake van verkeersgeneratie als gevolg van de sloop van de stallen. Tijdens de realisatiefase heeft men te maken met de volgende activiteiten waarbij sprake is van verkeer van en naar de inrichting. Tabel: Verkeersbewegingen realisatie (bouw en sloop) Afvoer zand ten behoeve van realisatie woningen Aanvoer bouwmaterialen Afvoer afval bouw Verkeersbewegingen bestelbus personeel bouwbedrijf Verkeersbewegingen met auto diverse Sloopwerkzaamheden stallen Afvoer sloopafval stallen

50 vrachtwagens

5 bestelbussen per dag 2 auto’s per dag Sloopkraan: 10 werkdagen (24 uur; 50% belasting) Laadschop: 10 werkdagen (32 uur; 60% belasting) 20 vrachtwagens

Draaiuren en eigenschappen van mobiele werktuigen Op het terrein zelf worden ten behoeve van bouw verschillende machines ingezet. De precieze cijfers hiervan zijn in deze fase onbekend. Derhalve is een schatting gemaakt van het aantal draaiuren van mobiele werktuigen. Hierbij is uitgegaan van het bouwrijp maken en realiseren van het project. In de navolgende tabel zijn de ingevoerde eigenschappen van de mobiele werktuigen uiteengezet. Tabel: Gebruik mobiele werktuigen realisatie Graafmachine ten behoeve van graafwerkzaamheden realisatie project Hijskraan ten behoeve van realisatie gebouw

5 werkdagen (8 uur per dag), 100% belasting gedurende werkuren 6 maanden (82 werkdagen, 8 uur), 10% belasting gedurende werkuren

Gebruiksfase Voor de gebruiksfase is een berekening gemaakt waarin de stikstofdepositie als gevolg van de verkeersbewegingen van en naar de woningen inzichtelijk is gemaakt. Hierin is uitgegaan van het volgende uitgangspunt: verkeer ten behoeve van de woningen: 20 verkeersbewegingen per dag.

Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Realisatiefase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RUzBLXBWdizi (01 april 2020) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Agron Advies B.V.

Hoog Strijp 6, 5735 PE Aarle-Rixtel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Hoog Strijp 6 Aarle-Rixtel

RUzBLXBWdizi

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

01 april 2020, 18:02

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

201,64 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Wijziging agrarische bestemming naar woonbestemming en realisatie RvR-woning

Realisatiefase

RUzBLXBWdizi (01 april 2020) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Realisatiefase

Emissie Realisatiefase

Resultaten

Bron Sector

Realisatiefase

Emissie NH3

Emissie NOx

Sloopwerkzaamheden stallen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

49,68 kg/j

Verkeersbewegingen afvoer sloopafval Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bouwwerkzaamheden RvR-woning Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

149,77 kg/j

Verkeersbewegingen bouw RvR-woning Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

2,18 kg/j

RUzBLXBWdizi (01 april 2020) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Realisatiefase

NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW AFW

Brandstof verbruik (l/j)

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Sloopkraan

1,5

1,0

0,0 NOx

19,44 kg/j

Laadschop

1,5

1,0

0,0 NOx

30,24 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Realisatiefase

Sloopwerkzaamheden stallen 170887, 391003 49,68 kg/j

Verkeersbewegingen afvoer sloopafval 170895, 390991 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

20,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RUzBLXBWdizi (01 april 2020) pagina 4/6

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW AFW

Brandstof verbruik (l/j)

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Graafmachine

1,5

1,0

0,0 NOx

43,50 kg/j

Mobiele kraan

1,5

1,0

0,0 NOx

106,27 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Standaard

Standaard

Realisatiefase

Bouwwerkzaamheden RvRwoning 170844, 390987 149,77 kg/j

Verkeersbewegingen bouw RvR-woning 170842, 390982 2,18 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

50,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Middelzwaar vrachtverkeer

5,0 / etmaal NOx NH3

2,01 kg/j < 1 kg/j

Licht verkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RUzBLXBWdizi (01 april 2020) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200327_c5ea8671e4 Database versie 2019A_20200327_c5ea8671e4 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Realisatiefase

RUzBLXBWdizi (01 april 2020) pagina 6/6

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RtfHVo58n42r (01 april 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Agron Advies B.V.

Hoog Strijp 6 , 5735 PE Aarle-Rixtel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Hoog Strijp 6 Aarle-Rixtel

RtfHVo58n42r

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

01 april 2020, 17:44

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Wijziging agrarische bestemming naar woonbestemming en realisatie RvR-woning

Gebruiksfase

RtfHVo58n42r (01 april 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Gebruiksfase

Emissie Gebruiksfase

Resultaten

Bron Sector

Gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

Verkeersbewegingen gebruik RvR-woning Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Verkeersbewegingen gebruik woning Hoog Strijp 6 Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RtfHVo58n42r (01 april 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

Gebruiksfase

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

10,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Verkeersbewegingen gebruik RvR-woning 170832, 390977 < 1 kg/j < 1 kg/j

Verkeersbewegingen gebruik woning Hoog Strijp 6 170916, 390991 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

10,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Gebruiksfase

RtfHVo58n42r (01 april 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200327_c5ea8671e4 Database versie 2019A_20200327_c5ea8671e4 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Gebruiksfase

RtfHVo58n42r (01 april 2020) pagina 5/5

Bijlage 4

Rapportage quickscan flora en fauna

Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

22-5-2020

QuickScan flora en fauna Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op en rondom de locatie: Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Colofon: BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl

Opdrachtgever:

Strijp Holding BV Dhr. P. Beniers Hoog Strijp 6 5735 PE Aarle-Rixtel

Status: Versie: Datum: Auteur:

definitief 20041.QFF01 22-5-2020 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)

Pagina

1

Opgesteld door:

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.

Inleiding .............................................................................................3

2.

De ontwikkeling ....................................................................................4

3.

2.1

Ruimte voor ruimtekavel ....................................................................4

2.2

Varkensstallen .................................................................................4

2.3

Garage / berging ..............................................................................5

Bevindingen .........................................................................................7 3.1

Huismussen ....................................................................................7

3.1.1

De varkensstallen ........................................................................7

3.1.2

Garage/ berging .........................................................................7

3.2

Vleermuizen ...................................................................................7

3.2.1 Tussen de golfplaten en isolatieplaten...................................................8 3.2.2 Spouwmuur ...................................................................................8 3.3

Marterachtigen ................................................................................8

3.4

Ruimte voor ruimtekavel ....................................................................8

3.5

Beplantingen ...................................................................................9

Aanbevelingen .................................................................................... 11

5.

Conclusie .......................................................................................... 12

Pagina

2

4.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

1. Inleiding Op verzoek van dhr. P. Beniers, van Strijp Holding BV, is op woensdag 6 mei 2020 een quickscan uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden voor de ontwikkeling aan Hoog Strijp 6 in Aarle-Rixtel. De werkzaamheden betreffen het slopen van drie varkensstallen en het vervangen van het dak van de garage/ berging. Ook wordt er een ruimte voor ruimte woning gerealiseerd op een kavel nabij de te slopen varkensstallen. Deze locatie zal binnen deze quickscan ook meegenomen worden.

Pagina

3

De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2. De ontwikkeling Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen. De ruimte voor ruimte kavel, varkensstallen en garage/ berging, welke bezocht en onderzocht zijn, staan afgebeeld in afbeelding 1, binnen de paarse lijn.

Afbeelding 1: De onderzochte objecten, ruimte voor ruimtekavel, de oude varkensstallen en garage/ berging, staan afgebeeld binnen de paarse lijn. Bron: Kadviewer.map5 11-05-2020

De werkzaamheden betreffen het slopen van drie varkensstallen en het vervangen van het dak van de garage/ berging. Ook wordt er een ruimte voor ruimte woning gerealiseerd op een kavel nabij de te slopen varkensstallen. Deze locatie zal binnen deze quickscan ook meegenomen worden.

2.1 Ruimte voor ruimtekavel Het ruimte voor ruimtekavel is gesitueerd op een bestaand grasland. Hier zal bekeken worden of (beschermde) dier en plantsoorten aanwezig zijn, welke de geplande werkzaamheden in de weg zouden kunnen staan.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

De bestaande varkensstallen (zie afbeelding 2) hebben een spouwmuur en hebben een met golfplaten bedekt dak. Gezien de geplande ontwikkelingen op het terrein gaan de stallen gesloopt worden. Dit betekent dat alle stallen compleet gaan verdwijnen.

4

2.2 Varkensstallen

2.3 Garage / berging

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Afbeelding 2 en 3: De onderzochte objecten, de oude varkensstallen (afbeelding 2) en garage/ berging (afbeelding 3) Bron: Rik Bijvelds, 06-05-2020

5

De garage/ berging (zie afbeelding 3) wordt niet in zijn geheel gesloopt, hier zal alleen het dak vervangen worden. De garage/ berging wordt momenteel gebruikt voor opslag en kluswerkzaamheden. Ook de bestaande isolatie zal vervangen worden voor nieuwe.

Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF (zie tabel 1) geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen de kilometerhokken 170-390 en 170-391. Het belangrijkste wat opviel is dat in het gebied diverse soorten zoogdieren en dan vooral vleermuizen en kleine marterachtigen waargenomen zijn waar we mee te maken kunnen krijgen. Maar natuurlijk ook de vogelsoorten dienen beschermt te worden en dan vooral bewoonde nesten en jaarrond beschermde nesten/ nestlocaties. Gezien de ligging van het perceel (in de buitengebied nabij oude gebouwen/ stallen en waterlichamen, de bestaande bebouwing op het kavel en de aanwezigheid van oude gebouwen en oude beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties.

Pagina

6

Tabel 1. Lijst voorkomende zoogdieren in directe omgeving projectlocatie. Bron: NDFF verspreidingsatlas. Datum: 11-05-2020

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3. Bevindingen Het ruimte voor ruimtekavel, de varkenstallen, garage/ berging en omliggende gronden zijn op woensdag 06-05-2020 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: nesten van (huis)mussen en sporen van kleine marterachtigen en vleermuizen.

3.1 Huismussen Gezien de varkensstallen en garage/ berging belegd zijn met golfplaten is het belangrijk om hier te gaan kijken naar de (mogelijke) aanwezigheid van huismussen. Dit wordt gedaan door te kijken en luisteren naar de aanwezigheid zelf, maar ook de beschermde nesten onder de platen te zoeken.

3.1.1 De varkensstallen Bij de varkensstallen is gekeken onder de dakplaten van buitenaf (zie afbeelding 4, binnen de rode lijn). Er zijn geen nesten van (huis)mussen gezien tijdens de rondgang. Belangrijk is niet om alleen naar nesten te zoeken, maar ook te kijken naar roepende mussen in de dakgoot/ op het dak. In deze tijd van het jaar zijn de huismussen hun territorium aan het verdedigen en de nestplek veilig aan het stellen zijn/ aan het broeden zijn/ met jongen zitten, dit was hier op dit moment niet het geval.

3.1.2 Garage/ berging Ook bij de garage/ berging is gekeken onder de dakplaten van buitenaf (zie afbeelding 4, binnen de paarse lijn). Ook hier zijn geen nesten van (huis)mussen gezien tijdens de rondgang.

Afbeelding 4: Varkensstallen binnen de rode lijn, garage/ berging binnen de paarse lijn. Bron: Rik Bijvelds, 11-05-2020

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Waar ook nadrukkelijk naar gezocht is, is de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Vleermuizen kunnen zich op diverse plaatsen in gebouwen verstoppen. Zo zitten ze vaak in spouwmuren, onder daken of in andere ruimtes waar geen tocht aanwezig is. Tijdens de quickscan zijn de varkensstallen en garage/ berging van binnen en buiten gecontroleerd.

7

3.2 Vleermuizen

3.2.1 Tussen de golfplaten en isolatieplaten Onder de golfplaten van de varkensstallen en garage/ berging is gezocht naar sporen van vleermuizen in de vorm van uitwerpselen/ prooidieren, deze zijn hier niet aangetroffen.

3.2.2 Spouwmuur De varkensstallen en de garage/ berging zijn opgebouwd d.m.v. een spouwmuur. Deze is vanaf de bovenzijde dicht gemaakt zodat hier geen ongedierte in kan komen. Ook heeft de spouwmuur geen open stootvoegen waar vleermuizen/ andere soorten naar binnen kunnen komen. In de spouwmuur is de aanwezigheid van vleermuizen dan ook uitgesloten.

3.3 Marterachtigen Uit deskresearch is gebleken dat in het gebied de steenmarter, wezel en bunzing aanwezig kunnen zijn. De wezel en bunzing zijn in vergelijking met de steenmarter, soorten die geen schade aanbrengen aan woningen en auto’s. De wezel en bunzing zijn soorten welke houden van een half open cultuurlandschap met een afwisseling van ruigten, hooggras- of rietland en bosjes/ houtwallen. Ze zoeken hun voedsel vooral in de nachtelijke uren en zoeken het gebied af naar holtes, nissen en holen. De schuilplekken van deze kleine marterachtigen zijn oude holen van bijvoorbeeld een konijn of mol, maar ook onder steenhopen, houtmijten en onder boomwortels zijn ze te vinden. De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden (de steenmarter is een ‘cultuurvolger’ ). Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. In- en direct grenzend aan de varkensstallen en garage/ berging zijn geen plekken gevonden welke kunnen dienen als vaste verblijfplaats (holen, takkenhopen, steenhopen), voor onder andere het krijgen van jongen.

Ook zijn er verder geen sporen van deze soorten gevonden waardoor de aanwezigheid hier nagenoeg uitgesloten is.

3.4 Ruimte voor ruimtekavel De plek waar het ruimte voor ruimtekavel gerealiseerd gaat worden is grasland aanwezig (zoals te zien is op afbeelding 5) Hier zijn geen beschermde plant- en of diersoorten waargenomen.

Pagina

8

Aan de zuidzijde van het ruimte voor ruimtekavel is een (struweel)haag/ zijn geschoren berken aanwezig, waar momenteel geen vogels aan het nestelen/ broeden waren. Binnen het broedseizoen kan dit natuurlijk t.a.t. veranderen en zal voorafgaand aan de geplande werkzaamheden nogmaals door de initiatiefnemer zelf beoordeeld moeten worden of soorten zich niet alsnog gevestigd hebben.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Afbeelding 5: Locatie ruimte voor ruimte kavel, momenteel grasland zonder beschermde plant- en diersoorten. Bron: R.J.L. Bijvelds 06-05-2020

3.5 Beplantingen Gezien de geplande werkzaamheden en de aanwezige beplantingen nabij de bebouwingen, zijn deze voor de volledigheid ook in de quickscan meegenomen. Deze beplantingen zijn vaak ideale broedplaatsen voor bijvoorbeeld merels en zanglijsters (maar ook andere zangvogels/ duiven).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=52a6549b-9661-4610-a2f6-93f8e94803c8