CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 20210318 Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Hoog Strijp 6 Aarle-Rixtel incl. bijlagen (3).pdf

Raadsvergadering 18 maart 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel21.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel Vastgesteld (NL.IMRO.1659.BPBGHoogStrijp6AR-VG01)

Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Plangebied Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel Plannaam Wijziging agrarische bestemming naar bestemming ‘Wonen’ en oprichting Ruimte-voor-ruimtewoning Projectnummer STR01.RO01 Datum en versie 18 maart 2021, versie 3 Opdrachtgever Familie Beniers Hoog Strijp 6 5735 PE Aarle-Rixtel Opgesteld door Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl

Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3

Inleiding Algemeen Ligging en begrenzing plangebied Opbouw bestemmingsplan

1 1 1 2

2. 2.1 2.2

Planbeschrijving Bestaande situatie Gewenste situatie

4 4 5

3. 3.1 3.2 3.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

6 6 7 13

4. 4.1 4.2 4.3 4.4

Ruimtelijke aspecten Natuur Landschappelijke waarden Cultuurhistorie en archeologie Verkeer, ontsluiting en parkeren

15 15 18 20 22

5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

Milieuaspecten Bodem Water Geluid Luchtkwaliteit Geurhinder en veehouderij Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels en leidingen

25 25 26 26 28 28 31 33 34

6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Waterparagraaf Watertoets Waterbeleid Oppervlaktewater Grondwater Afvoer hemelwater

35 35 35 36 37 37

7. 7.1 7.2

Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

39 39 39

8. 8.1 8.2 8.3

Juridische verantwoording Algemene opzet Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

41 41 41 41

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Situatieschets bestaande en beoogde situatie Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Berekening stikstofdepositie Aerius Calculator Rapportage quickscan flora en fauna Landschappelijk inpassingsplan Rapportage verkennend bodemonderzoek Rapportage akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Invoergegevens en resultaten berekening achtergrondbelasting V-Stacks Gebied Certificaat bouwtitel Ruimte-voor-ruimte

Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

1. Inleiding 1.1

Algemeen

Op de locatie Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel (hierna: het plangebied) is een voormalige varkenshouderij gevestigd. De initiatiefnemer is voornemens de varkenshouderij te beëindigen en de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ met kleinschalige agrarische activiteiten en opslag. Daarnaast wil hij een Ruimte-voor-ruimtewoning oprichten aan de westzijde van de bestaande bebouwing. Op het perceel is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Laarbeek van toepassing (vastgesteld op 6 juli 2010, onherroepelijk op 28 juni 2012). Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Het agrarisch bestemmingsvlak (bouwvlak) heeft een oppervlakte van circa 1,0 hectare. Het voornemen is in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Derhalve dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Het bestemmingsplan maakt de planologische inpassing mogelijk van de ontwikkeling. Het vigerende bestemmingsplan biedt de benodigde juridische basis voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Laarbeek op een afstand van circa 700 meter van de kern Aarle-Rixtel. De percelen waaruit het plangebied bestaat staan kadastraal bekend als gemeente Aarle-Rixtel, sectie C, nummers 4347, 4571 en 4572. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan de weg Hoog Strijp, aan de zuidzijde aan een onverharde weg (zijpad van Hoog Strijp). Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. De noordgrens van het plangebied wordt gevormd door een waterloop. De omgeving van het plangebied is agrarisch van karakter, met enkele (voormalige) agrarische bedrijven en burgerwoningen. De volgende figuren geven een impressie van de ligging van het plangebied in relatie tot de omgeving.

1 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Plangebied Kern Aarle-Rixtel

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied

Plangebied

Figuur 2: Ligging plangebied op luchtfoto

1.3

Opbouw bestemmingsplan

Voorliggende toelichting vormt de basis voor het bestemmingsplan, die de planologische inpassing mogelijk maakt van de beoogde ontwikkeling. Het vigerende bestemmingsplan biedt hiervoor de benodigde juridische basis. 2 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Het bestemmingsplan is vervat in een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn onder meer de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. De regels omvatten de bestemmingsbepalingen van de verschillende bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan; de toelichting is van belang als beleidsdocument.

3 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

2. Planbeschrijving 2.1

Bestaande situatie

Op de locatie Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel (hierna: het plangebied) is een voormalige varkenshouderij gevestigd, De vergunning voor het houden van 459 vleesvarkens is in maart 2020 ingetrokken. Op het perceel is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Laarbeek van toepassing (vastgesteld op 6 juli 2010, onherroepelijk op 28 juni 2012). Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Het agrarisch bestemmingsvlak (bouwvlak) heeft een oppervlakte van circa 1,0 hectare. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ van toepassing en de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Het zuidelijk gedeelte van het agrarisch bestemmingsvlak wordt doorsneden door het tracé van een waterleiding met een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden. Hier is de dubbelbestemming ‘Leiding’ van toepassing. Binnen het vigerend bestemmingsvlak is de volgende bebouwing aanwezig: • Bedrijfswoning: circa 100 m²; • Garage/berging: circa 100 m²; • Varkensstallen: circa 620 m²; • Loods: ten behoeve van de berging van materiaal en materieel (circa 340 m²); De volgende figuur toont de bestaande situatie. Varkensstallen

Waterleiding en beschermingszone

Grens bestaand bestemmingsvlak

Bedrijfswoning

Loods

Figuur 3: Bestaande situatie

4 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

2.2

Gewenste situatie

Het beoogde initiatief bestaat uit een tweetal onderdelen: 1) Wijziging van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar de bestemming ‘Wonen’ met kleinschalige agrarische activiteiten en opslag. De varkensstallen worden gesloopt (circa 620 m²). Een deel van de bedrijfsbebouwing blijft gehandhaafd die zal dienen als bijgebouw bij de woning (100 m²). De bestaande loods (340 m²) blijft gehandhaafd ten behoeve van de kleinschalige agrarische activiteiten. Er is namelijk behoefte om kleinschalige agrarische activiteiten te blijven uitvoeren op de bij de woning behorende agrarische gronden. Voor het stallen/opslaan van landbouwwerktuigen en landbouwproducten (tractor, hooimachine, ploeg, hooi) en het uitvoeren van kleine reparaties aan deze werktuigen (werkplaats) is ook ruimte voorzien in de bestaande loods. Verder wordt in de toekomst voorzien van het hobbymatig houden van dieren (schaap, rund, paard) en de opslag van hooi en stro ter overbrugging van de winterperiode. 2) Oprichting van een Ruimte-voor-ruimtewoning, Aan de westzijde van de woonbestemming wordt een Ruimte-voor-ruimtekavel gerealiseerd. Hiertoe heeft de initiatiefnemer een Ruimte-voor-ruimte bouwtitel aangekocht bij de provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte (ORR). De volgende figuur geeft een impressie van de beoogde ontwikkeling (zie ook bijlage).

Ruimte-voorruimtekavel

Grens bestemmingsvlak ‘Wonen’

Figuur 4: Situatieschets beoogde situatie

5 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

3. Beleid 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Deze visie vervangt een aantal nationale nota’s, waaronder de Nota Ruimte. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke beleid en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: • De concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken (door het creëren van een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat); • De bereikbaarheid verbeteren; • Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De functiewijziging van veehouderij naar wonen zorgt voor een verbetering van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Onderhavige ontwikkeling ondersteunt een leefbare en veilige leefomgeving. Verder schept de SVIR geen directe kaders voor de beoogde ontwikkeling en andersom vormt onderhavige ontwikkeling geen belemmering voor de belangen zoals die zijn gesteld in de landelijke structuurvisie. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 1 oktober 2012 is aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarin rijksregels ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn verzameld, een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat onder andere om de ecologische hoofdstructuur (momenteel Natuurnetwerk Nederland), elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen. Het Barro bevat geen relevante regels die invloed uitoefenen op onderhavig plan. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro). Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke ‘treden’ en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door ‘behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. In de Nota van Toelichting bij het besluit wordt opgemerkt dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, niet gezien worden als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Ook bij een substantiële functiewijziging dient aan de 6 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

ladder te worden getoetst. Bij een ontwikkeling dient dan ook te worden beoordeeld of deze substantieel is. Onderhavig plan ziet op een functiewijziging. Echter, de wijziging van agrarisch naar wonen wordt niet beschouwd als substantieel. Deze wijziging wordt dan ook niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Daarnaast wordt de bouw van één enkele woning ook niet als stedelijke ontwikkeling beschouwd. Verdere toetsing aan de Ladder kan dan ook buiten beschouwing blijven.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant (‘De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels, de Omgevingsverordening.

Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden. De Omgevingsvisie schept geen directe kaders voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied en andersom vormt onderhavige ontwikkeling geen gevaar voor de belangen zoals die zijn gesteld in de visie. 3.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld (geconsolideerde versie, 1 maart 2020), vooruitlopend op de Omgevingswet. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte Noord-Brabant. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘landelijk gebied’, ‘groenblauwe mantel’, ‘boringsvrije zone’ en ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ (zie volgende figuur).

7 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Plangebied

Figuur 5: Uitsnede ‘Basiskaart landelijk gebied’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen kerngebied groenblauw en het landelijk gebied, alsook het stedelijk gebied. De mantel beschermt het kerngebied groenblauw en zorgt voor verbinding met het omliggende gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid in de groenblauwe mantel is voornamelijk gericht op behoud en vooral ontwikkeling van natuur, watersystemen en landschap. Het biedt ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van de natuur, water en landschap. Dit betekent dat ontwikkelingen verplicht een invulling moeten geven aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Tevens is het plangebied gelegen binnen de besluitvakken algemene en rechtstreeks werkende regels voor veehouderijen, voor mestbewerking en stalderingsgebied. Echter, de beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling van een veehouderij (juist een beëindiging ervan), waardoor de bijbehorende regels niet van toepassing zijn.

De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: • Artikel 2.18 Regels voor activiteiten in de bodem boringsvrije zone; • Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; • Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik; • Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; • Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden; • Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel; • Artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied; • Artikel 3.69 Afwijkende regels voor wonen; • Artikel 3.80 Ruimte-voor-ruimte; Regels voor activiteiten in de bodem boringsvrije zone In artikel 2.18 worden regels gesteld aan de maximale diepte voor het verrichten van handelingen in de bodem, zoals boringen, grond- of funderingswerken en regels voor bodemenergiesystemen (warmtetoevoeging en -onttrekking). Deze regels zijn erop gericht dat de beschermende kleilaag niet wordt doorboord. Uit onderzoek is duidelijk op welke diepte deze beschermende lagen liggen. Deze staan weergegeven op de kaart (werkingsgebied) dat bij de regels hoort. Voor het verrichten van werkzaamheden in de bodem op een diepte van tien meter of meer onder het maaiveld zijn regels opgenomen. Onderhavige ontwikkeling ziet niet op grondwerkzaamheden van meer dan 10 meter diepte. De regels zijn dan ook niet van toepassing. Wel wordt de boringsvrije zone vastgelegd op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan.

8 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3.5 zijn regels opgenomen voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Deze zijn opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten, Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Onderhavig plan ziet op de herontwikkeling van een agrarische bedrijfslocatie en de realisatie van een Ruimte-voor-ruimtewoning. De agrarische bestemming wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’. Het betreft een in het buitengebied passende functie. De ontwikkeling draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit door het aanbrengen van beplanting ten behoeve van de bestaande landschappelijke inpassing, die de locatie aan het zicht onttrekt vanuit het omliggende landschap. Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven.

Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht.

Ten aanzien van de wijziging van de agrarische bestemming in een woonbestemming wordt gebruik gemaakt van een bestaand bouwperceel. De ontwikkeling heeft een afname van de oppervlakte bouwperceel en bebouwing tot gevolg. Er wordt voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Ten aanzien van de Ruimte-voor-ruimtewoning wordt een nieuw bouwperceel gecreëerd binnen het bestaande agrarisch bestemmingsvlak. Echter, netto gezien is er sprake van een afname in de totale oppervlakte bebouwing en bebouwingsmogelijkheden. Het plan draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de naaste omgeving. Onderhavige ontwikkeling ziet op de sanering van een varkenshouderij waardoor sprake is van een netto afname van de uitstoot van milieubelastende stoffen (zoals ammoniak, fijn stof en geur). Door de functiewijziging worden de mogelijkheden om een veehouderij te herstarten teniet gedaan. De locatie wordt op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast. Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.2 is gemotiveerd dat een verdere toetsing aan de Ladder niet noodzakelijk is.

Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5). 9 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten. Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap.

Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel, juridisch en feitelijk geborgd te worden in het plan. Dit beleid is vertaald in het ‘Landschapsinvesteringsregeling gemeente Laarbeek’ (april 2017). Het beleid is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen, bijvoorbeeld middels een wijziging, toch medewerking kan worden verleend. Onderhavige ontwikkeling betreft een categorie-3-ontwikkeling, wat betekent dat een investering dient te worden gedaan in de kwaliteitsverbetering van het landschap (basisinspanning). Op basis van de LIR (versie 2017) is een berekening gemaakt van de minimale investering die dient te worden gedaan. De bestemmingswijziging van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’, van ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar ‘Agrarisch’ (onbebouwd) ter plaatse van het plangebied leidt tot een waardevermeerdering van in totaal € 176.750,-. Conform het beleid dient 20% van deze waardevermeerdering van de grond geïnvesteerd te worden in de kwaliteitsverbetering van het landschap, wat overeenkomt met een bedrag van € 35.350,-.

Er wordt geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap door de sloop van de varkensstallen (620 m²); de hoogte van deze investeringskosten bedraagt € 21.700,-. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de aanleg van groenelementen om de bestaande en nieuwe bebouwing landschappelijk in te passen en daarmee de bestaande landschapsstructuur te versterken en te behouden conform het opgestelde landschappelijk inpassingsplan. De investering in de beplanting bedraagt circa € 9.970,-. In totaal wordt een bedrag van circa € 31.670,- geïnvesteerd. Het resterende bedrag wordt in het gemeentelijk landschapsfonds gestort. Hiermee wordt voldaan aan de minimale vereiste basisinspanning. In de bijlage is een onderbouwing van de berekening opgenomen van de investering van de kwaliteitsverbetering van het landschap. Financiële, juridische en feitelijke verankering De kwaliteitsverbetering van het landschap dient juridisch te worden vastgelegd. De landschappelijke inpassing wordt verankerd in het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting. Daarmee is ook de feitelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd.

10 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Cultuurhistorische waarden In artikel 3.29 zijn regels opgenomen voor ontwikkelingen binnen Cultuurhistorisch waardevol gebied. Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart en stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving van het gebied wordt in het plan rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden van het gebied (zie hoofdstuk 4). Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor planten diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het Natuur Netwerk Brabant. Binnen de groenblauwe mantel is volop ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap.

De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of en landbouw passen minder bij het karakter van deze gebieden. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel soms aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies. De waarden in de groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan het bodem-watersysteem (zoals de aanwezigheid van een kwel), aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), of aan het voorkomen van bijzondere planten en dieren. De groenblauwe mantel richt zich niet alleen op het beschermen van die waarden maar juist ook op de ontwikkeling daarvan. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel dat ontwikkelingen bijdragen aan de natuur- en landschapswaarden en het bodem- en watersysteem. Het beleid richt zich ook op een toename van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen passen daarom qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel en houden rekening met omliggende waarden. De ontwikkeling ziet op de wijziging van de agrarische bestemming naar de bestemming ‘Wonen’ en de nieuwvestiging van een woning.

De ontwikkeling gaat gepaard met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken van de groenblauwe mantel door landschappelijke inpassing van de locatie middels het aanbrengen van beplanting en door het beëindigen van een intensieve veehouderij. Door de sanering van een varkenshouderij is er sprake van een netto afname van de uitstoot van milieubelastende stoffen (zoals ammoniak, fijn stof en geur). Dit heeft een positief effect op de natuur- en landschapswaarden van de groenblauwe mantel. Het voornemen past binnen de doelen behorende bij groenblauwe mantel. Wonen in landelijk gebied In artikel 3.68 zijn regels ten aanzien van wonen in landelijk gebied opgenomen. Uitgangspunt is dat in beginsel geen woningen mogen worden toegevoegd in landelijk gebied. Hierop geldt een aantal uitzonderingen, zie artikel 3.69. Afwijkende regels wonen In artikel 3.69 is onder lid c opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en dat overtollige bebouwing wordt gesloopt. In de beoogde situatie wordt de voormalige bedrijfswoning gebruikt als burgerwoning en worden de varkensstallen gesloopt. Verder vindt geen splitsing in meerdere woonfuncties plaats.

11 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Ruimte-voor-ruimte In artikel 3.80 zijn voorwaarden opgenomen voor de ontwikkeling van ruimte-voor-ruimte. Het doel van deze regeling is om aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst te behalen door in ruil voor de beëindigingen van een veehouderij, het inleveren van fosfaatrechten en de sloop van bedrijfsgebouwen de bouw van woningen op een passende locatie toe te staan. In lid 1 is geregeld dat kan worden voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst; Zie onder punt 2. b.

de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; De locatie maakt geen onderdeel uit van een gebied dat in de door de gemeente opgestelde nota gebiedsconcentraties is opgenomen. Echter, de gemeente Laarbeek heeft aangegeven (op het moment van opstellen van deze rapportage) een omgevingsvisie voor het buitengebied voor te bereiden. Hierbij is de actualiteit van de genoemde nota ter discussie gesteld. Het voornemen is reeds voorgelegd aan de provincie. Zij concludeert dat er ter plaatse van de locatie sprake is van een bebouwingscluster. Het realiseren van een Ruimte-voor-ruimtewoning is mogelijk mits deze gesitueerd wordt binnen het bestaande agrarisch bouwvlak. De kavel wordt binnen het agrarisch bestemmingsvlak gesitueerd.

c.

een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; De woning wordt middels het aanbrengen van beplanting landschappelijk ingepast. Deze landschappelijke inpassing wordt vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan.

d.

er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.

Lid 2 bepaalt dat er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voorruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f. de rechten, bedoeld onder e.

moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; 12 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

i.

in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.

Ten behoeve van de realisatie van de Ruimte-voor-ruimte woning is een Ruimte-voor-ruimtetitel verworven. Het certificaat voor de bouwtitel is opgenomen bij deze rapportage als bijlage 9. Hiermee is voldaan aan bovenstaande voorwaarden. De specifieke regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap zijn niet van toepassing (naast de verplichte landschappelijke inpassing). Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie 2010-2020 ‘Groei in Balans’

De gemeentelijke ‘Structuurvisie 2010-2020 ‘Groei in Balans’ vervangt de ‘Structuurvisie+ Laarbeek’ uit 2003. In de ‘Structuurvisie 2010-2020’ staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van het hele grondgebied van Laarbeek en de hoofdzaken van het gemeentelijk beleid tot het jaar 2020. De structuurvisie is op 16 september 2010 vastgesteld. In de structuurvisie wordt ten aanzien van het buitengebied aangegeven dat dit onder druk staat. Door de verreikende transformatie die in de landbouw plaatsvindt, is er een nieuwe positiebepaling gaande waarbij de verschillende belangen om voorrang vechten zoals landbouw, toerisme, bedrijvigheid, infrastructuur, wonen, natuur en water. Onderhavig plan ziet toe op de wijziging van een agrarische bestemming in een woonbestemming, waarbij de voormalige bedrijfswoning wordt gebruikt als burgerwoning. Daarnaast wordt een Ruimte-voorruimtewoning opgericht. Voor deze functies is ruimte in het buitengebied. Deze ontwikkelingen passen binnen het beleid zoals verwoord in de structuurvisie. 3.3.2

Bestemmingsplan ‘Buitengebied’

Op het perceel is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Laarbeek van toepassing (vastgesteld op 6 juli 2010, onherroepelijk op 28 juni 2012). Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Het agrarisch bestemmingsvlak (bouwvlak) heeft een oppervlakte van circa 1,0 hectare. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ van toepassing en de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ Het zuidelijk gedeelte van het agrarisch bestemmingsvlak wordt doorsneden door het tracé van een waterleiding met een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden. Hier is de dubbelbestemming ‘Leiding’ van toepassing (zie volgende figuur).

13 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Plangebied

Figuur 6: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ gemeente Laarbeek

Het voornemen is in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Derhalve dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Het bestemmingsplan maakt de planologische inpassing mogelijk van de ontwikkeling. Het vigerende bestemmingsplan biedt de benodigde juridische basis voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied.

14 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

4.

Ruimtelijke aspecten

4.1

Natuur

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. Op nationaal niveau is bescherming van natuurgebieden geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). 4.1.1

Gebiedsbescherming

Natura2000-gebieden Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Strabrechtse Heide en Beuven op een afstand van circa 9,6 kilometer (zie volgende figuur).

Deurnsche Peel en Mariapeel

Plangebied

Strabrechtse Heide en Beuven

Figuur 7: Ligging Natura2000-gebieden

Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is een tweetal berekeningen gemaakt met het programma Aerius Calculator: • Realisatiefase: berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de realisatiefase van de Ruimtevoor-ruimtewoning en de sloop van de voormalige stallen; • Gebruiksfase: berekening van de stikstofdepositie als gevolg van het gebruik van de Ruimte-voorruimtewoning en voormalige bedrijfswoning.

15 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

In de bijlage zijn de invoergegevens en resultaten van de berekeningen toegevoegd. Het resultaat van de berekeningen voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase laat zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van beide fasen. Natuur Netwerk Nederland Natuur Netwerk Nederland is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 170 meter van de Goorloop, een waterloop behorende tot Natuur Netwerk Nederland (zie volgende figuur). De ontwikkeling leidt niet tot aantasting c.q. doorkruising van dit gebied.

Natuur Netwerk Nederland

Plangebied

Figuur 8: Natuur Netwerk Nederland (bron: kaartbank.brabant.nl)

4.1.2

Soortenbescherming

In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de ontwikkeling. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven:

16 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

• Vogels Dit betreffen alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb) en de onder de voormalige Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. • Internationaal beschermde soorten Dit betreffen alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb); • Overige beschermde soorten Dit betreffen soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de voormalige Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd). Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016).

Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Quick scan flora en fauna Binnen het plangebied is een quick scan flora en fauna uitgevoerd1. Op basis van de bevindingen is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek/ vleermuisonderzoek uit te voeren. Er kan buiten het broedseizoen (globaal voor 15 maart en na 15 juli) zonder voorziene problemen begonnen worden met de sloop- en renovatiewerkzaamheden. Wel dient men ook buiten het broedseizoen te controleren of er geen vogels nog op de nest of met jongen zitten. De aanbevelingen die worden gedaan in de rapportage (maatregelen voor het creëren van nieuwe verblijfplaatsen) dienen te worden meegenomen in het plan.

Worden de werkzaamheden binnen het broedseizoen (globaal tussen 15 maart / 15 juli) uitgevoerd, dan dient er, zeker in de aanwezige beplantingen nabij de varkensstallen en garage/ berging door een ecoloog opnieuw bekeken worden of soorten zich niet als nog gevestigd hebben. Tijdens de werkzaamheden blijft de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Ook wanneer er tijdens het verwijderen van de dakpannen, nesten gevonden worden, dient alsnog een ecoloog ingeschakeld te worden. Hij of zij kan dan de vervolgstappen bepalen. Voor een uitgebreide omschrijving van de bevindingen en de conclusies en aanbevelingen wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage in bijlage 4.

1 QuickScan flora en fauna Hoog Strijp 6 Aarle-Rixtel, BNL Advies, 22 mei 2020

17 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Conclusie De geplande activiteiten leiden niet tot overtredingen van de Wet natuurbescherming. De ontwikkeling op de bedrijfslocatie heeft naar verwachting geen effecten op beschermde dier- en plantensoorten. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.

4.2

Landschappelijke waarden

De gemeente Laarbeek heeft in 2003 een landschapsontwikkelingsplan opgesteld. In het plan worden de kenmerken van het Laarbeekse landschap benoemd en wordt de gewenste ontwikkelingsrichting omschreven. Het gaat dan met name om de ontwikkelingen in het buitengebied. In het landschapsontwikkelingsplan wordt onder meer een visie verwoord op het gebied van natuur, cultuurhistorie en landschap. In het plan is ook aandacht besteed aan herstel, behoud en ontwikkeling op deze vlakken met hieraan gekoppeld uitvoeringsinstrumenten en een budget. Vormgeving van het landschap, het benutten en uitbreiden van bestaande kwaliteiten en waar nodig het toevoegen van nieuwe elementen worden als belangrijke thema’s benoemd. Als kernkwaliteiten voor het buitengebied van Laarbeek worden de verscheidenheid aan landschapstypen, de diversiteit in groenelementen, zowel waardevol voor natuur als voor de recreant, en de op sommige plekken duidelijk waar te nemen cultuurhistorische waarden genoemd. Toets landschapsontwikkelingsplan Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied ‘Hoge Akkers’ (zie volgende figuur).

Plangebied

Figuur 9: Uitsnede kaart deelgebieden Landschapsontwikkelplan

Het buitengebied rondom Aarle-Rixtel heeft hoge cultuurhistorische waarden. In het gebied zijn de relaties tussen de verschillende landschapselementen zoals bolle akkers en de lintbebouwing aan de randen duidelijk herkenbaar. Gewenste ontwikkelingen in dit gebied zijn het versterken van de relaties tussen kern en cultuurhistorische waarden in het buitengebied en de zichtbaarheid hiervan. In het gebied zijn veel verschillende relaties aanwezig tussen de kern Aarle-Rixtel en het omliggende buitengebied. Verschillende bebouwingslinten lopen vanuit de kern door tot in het buitengebied. Op andere 18 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

plaatsen is sprake van een visuele relatie. Deze relaties dienen behouden te blijven. Het verhogen van de zichtbaarheid van de aanwezige cultuurhistorische waarden biedt, regionaal gezien, de mogelijkheid de recreatie een impuls te geven. In feite zijn al heel veel cultuurhistorische elementen aanwezig. Bolle akkers, steilranden, bebouwing, beplanting verwijzen allen naar bepaalde momenten in de cultuurhistorie. Het zichtbaar en beleefbaar maken, in combinatie met verweving met de kern, behoeft aandacht. Dorpsuitbreidingen en het aanbrengen van dichte beplantingen op de resterende bolle akkers vormen een bedreiging, bolle akkers dienen dan ook open te blijven. Door middel van kavelbeplanting in de beekdalen en langs de bolle akkers wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende eenheden waardoor de eenheden afzonderlijk herkenbaar zijn. Ontwikkelingen kunnen slechts plaatsvinden met behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Activiteiten die het landschapsbeeld verstoren en afbreuk doen aan het cultuurhistorische karakter dienen geweerd of verplaatst te worden. Nieuwe plannen mogen de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden niet aantasten. Voor onderhavige ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarin rekening is gehouden met de in het gebied aanwezige landschappelijke kwaliteiten zoals verwoord in het landschapsontwikkelplan.

De volgende figuur toont een uitsnede uit landschappelijk inpassingsplan.

Figuur 10: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan

Het landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd als bijlage.

19 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

4.3 4.3.1

Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorische waarden

Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen binnen de van cultuurhistorisch belang zijn regio ‘Peelrand’ (zie volgende figuur). Peelrand Helmondse akkers

Plangebied

Oud zandlandschap bij Stiphout Hoog Strijp: lijn van redelijk hoge waarde

Figuur 11: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016 provincie Noord-Brabant

De Peelrand is een overwegend oud en gevarieerd zandlandschap met een kralensnoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond het voormalige hoogveengebied. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Het beleid is hier gericht op het behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio en de cultuurhistorische waarden van de Peelrand in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Het plangebied is tevens gelegen binnen het cultuurhistorisch vlak Landgoed Croy. Dit betreft een landgoed van circa 250 hectare, bestaande uit het kasteelcomplex met park, met daaromheen een mozaïek van grasland, bouwland en enkele loofbossen, doorsneden door houtsingels en lanen. Verder bevinden zich hier oude akkers met een esdek, gelegen aan de Goorloop. In het gebied rond het kasteelcomplex staan verschillende oude (langgevel)boerderijen (achttiende-twintigste eeuw). Het wegenpatroon is sinds 1850 vrijwel onveranderd gebleven.

Daarnaast is het plangebied gelegen binnen het archeologisch waardevol landschap Helmondse akkers Dit omvat het sterk gevarieerde landschap tussen het Dommeldal in het westen en de Peelhorst in het oosten. Het gebied wordt van zuid naar noord doorsneden door de Aa en de Goorloop en hun zijbeken. Hierdoor is een mozaïek van kleinere en grotere dekzandgebieden ontstaan die veelal zijn bedekt met oude akkercomplexen en woeste gronden heide, bos). Het gebied kenmerkt zich door een zeer hoge dichtheid aan bekende vindplaatsen.

20 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Het plangebied maakt onderdeel uit van een oud zandlandschap bij Stiphout. Het cultuurhistorisch belang bestaat eruit dat de omgeving van Stiphout een samenhangend en relatief gaaf oud zandlandschap met akkercomplexen en beekdalen is. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is onder andere gericht op het versterken van het contrast tussen oude ontginningen met akkers enerzijds en de voormalig woeste gronden anderzijds en het versterken van het natte karakter van de beekdalen en de (voormalige) vennen. Verder is de weg Hoog Strijp aangewezen als historisch-geografische lijn van redelijk hoge waarde vanwege de ontginningsgeschiedenis van het gebied en de waardevolle laanbeplanting. De volgende figuur toont een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Laarbeek.

Plangebied

Cultuurhistorisch provinciaal vlak

Hoog Strijp: lijn redelijk hoge waarde

Figuur 12: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Laarbeek

Het plangebied is gelegen in een cultuurhistorisch provinciaal vlak. De weg Hoog Strijp en de onverharde zijweg zijn aangemerkt als een historisch geografische lijnen van redelijk hoge waarde. De nieuwe bebouwing wordt op ruime afstand van de historisch geografisch waardevolle lijnen gerealiseerd. Daarnaast wordt verouderde en storende bebouwing in het gebied verwijderd, wat een kwaliteitsverbetering voor het cultuurhistorisch waardevolle landschap oplevert. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden van het gebied. De aan te brengen erfbeplanting versterkt eveneens de aanwezige landschapsstructuren. Onderhavige ontwikkeling vormt dan ook geen belemmering voor het behoud van de aanwezige waarden. 4.3.2

Archeologische waarden

Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart worden gebracht. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Laarbeek is het plangebied gelegen binnen een categorie-3- en categorie-4-gebied: gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde (zie volgende figuur).

21 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Plangebied

Figuur 13: Uitsnede ‘Archeologische beleidskaart’ gemeente Laarbeek

De locatie waar de nieuwe Ruimte-voor-ruimtewoning wordt opgericht is gelegen binnen het categorie-4gebied. Hier geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld of 0,5 m onder maaiveld bij esdek en agrarisch bestemde gronden. De drempelwaarden worden niet overschreden; de oppervlakte van de nieuw op te richten bebouwing en noodzakelijke bodemingrepen beperkt zich tot maximaal 500 m². De woonbestemming Hoog Strijp 6 is grotendeels gelegen in een historische kern/lint. Een archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij ingrepen die groter zijn dan 250 m2 en dieper gaan dan 0,3 meter onder maaiveld. Ter plaatse wordt geen nieuwe bebouwing opgericht; er wordt slechts bebouwing gesloopt (inclusief aanwezige mestkelders). Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.4

Verkeer, ontsluiting en parkeren

4.4.1

Verkeer en ontsluiting

In de huidige situatie wordt het agrarisch bedrijf ontsloten via de weg Hoog Strijp middels een verharde inrit. Deze blijft gehandhaafd en dient in de beoogde situatie als inrit voor de burgerwoning. De Ruimte-voor-ruimtewoning wordt in de beoogde situatie ontsloten op de onverharde zijweg van Hoog Strijp (zie volgende figuur)

22 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Inrit woning Hoog Strijp 6

Inrit Ruimte-voorruimtewoning

Figuur 14: Ligging inritten

De Hoog Strijp betreft een verharde weg waar zich slechts bestemmingsverkeer bevindt. Om het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe ontwikkeling te bepalen wordt uitgegaan van de ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (CROW, 2019). Ten aanzien van de kleinschalige bedrijfsactiviteiten is geen sprake van een noemenswaardig aantal dagelijkse verkeersbewegingen; de werkzaamheden vinden voornamelijk binnen de bestaande loods plaats en worden door de initiatiefnemer verricht. Ten aanzien van de agrarische activiteiten zullen de werkzaamheden voornamelijk in het voorjaar en zomer op de gronden rondom de woning plaatsvinden. Tabel 1: Overzicht functies en kencijfers verkeersgeneratie Functie (beoogd) Type gebied Kencijfer verkeersgeneratie Koop, huis, Niet stedelijk, buitengebied 8,6 per woning vrijstaand

Aantal 2 woningen

Aantal verkeersbewegingen 18

De ontwikkeling genereert in totaal 18 dagelijkse verkeersbewegingen. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename van verkeersbewegingen. Ten opzichte van het verkeer dat de varkenshouderij genereerde is er in de beoogde situatie sprake van minder dagelijkse verkeersbewegingen. 4.4.2

Parkeren

Voor het aspect parkeren in de gemeente Laarbeek is het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen Laarbeek’ (vastgesteld op 7 juni 2018) van toepassing. Het uitgangspunt van het parkeerbeleid van de gemeente Laarbeek is dat een nieuw bouwinitiatief geen parkeerproblemen in de omgeving mag veroorzaken en dat elke initiatiefnemer van bouwplannen zorg draagt voor zijn eigen parkeeroplossing. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte bij de nieuwe ontwikkeling dient te worden uitgegaan van de parkeernormen zoals gepubliceerd door het CROW (zie volgende tabel). Tabel 2: Overzicht functies en parkeernormen Functie (beoogd) Type gebied Parkeernorm (inclusief bezoek) Koop, huis, Niet stedelijk, 2,8 per woning vrijstaand buitengebied

Aantal 2 woningen

Aantal benodigde parkeerplaatsen 6

23 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Dit betekent dat per woning drie parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd. Zowel bij de bestaande woning Hoog Strijp 6 als de nieuwe Ruimte-voor-ruimtewoning is voldoende ruimte voor dit aantal parkeerplaatsen.

24 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

5. Milieuaspecten 5.1

Bodem

In een bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. In artikel 8 van de Woningwet is aangegeven dat een gemeente in de gemeentelijke bouwverordening regels moet opnemen om het bouwen op verontreinigde grond tegen te gaan. De gemeente heeft de taak om alleen een omgevingsvergunning (aspect bouwen) te verlenen als de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Hiertoe toetst de gemeente de informatie omtrent de bodemkwaliteit aan de Circulaire bodemsanering. Als de bouwlocatie daaraan niet voldoet, dan kan de gemeente een aanvraag voor een omgevingsvergunning weigeren, of nadere eisen in de vergunning opnemen. Aanleiding en doel Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Beoordeeld dient te worden of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Aanleiding van de bodemtoets vormt de oprichting van een nieuwe woning op de locatie Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel.

Huidige situatie en toekomstige situatie In de huidige situatie is binnen het plangebied een varkenshouderij gevestigd. In de beoogde situatie wordt een nieuwe woning opgericht binnen het agrarisch bestemmingsvlak. Dit deel van het bestemmingsvlak bestaat uit weidegronden, waar in het verleden geen bebouwing heeft gestaan of andere agrarische activiteiten hebben plaatsgevonden anders dan grondbewerking. Verkennend bodemonderzoek Ter plaatse van de gronden van de toekomstige Ruimte-voor-ruimtekavel is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd2. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn aannames gedaan over het al dan niet aanwezig zijn van potentiële verontreinigingsbronnen en is een onderzoekshypothese opgesteld. Resultaten In het mengmonster van de baksteenhoudende bovengrond zijn gehaltes aan koper en zink gemeten boven de achtergrondwaarden. De gehaltes zijn gerelateerd aan de bijmenging van baksteen en vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. In het mengmonster van de visueel schone bovengrond zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de visueel schone ondergrond zijn eveneens geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden.

In het grondwater ter plaatse van een van de peilbuizen is een gehalte aan barium gedetecteerd boven de streefwaarde. De verhoging aan barium is toe te schrijven aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde en behoeft geen nader onderzoek.

2 Rapport verkennend bodemonderzoek Hoog Strijp 6 te Aarle-Rixtel, Bodeminzicht, 9 juni 2020

25 Toelichting bestemmingsplan Hoog Strijp 6, Aarle-Rixtel

Conclusie en advies De resultaten van het onderzoek stemmen niet geheel overeen met de hypothese. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. De bodem wordt, ondanks de lichte bijmenging van baksteen, niet als asbestverdacht beschouwd. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde oprichting van een Ruimte-voor-ruimtewoning. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit. Voor een uitgebreide beschrijving van de resultaten van het onderzoek wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage in bijlage 6. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=52a6549b-9661-4610-a2f6-93f8e94803c8