RKC Krw - Jeugdzorg - Eindrapport DEF
Tekst van het document
Procesregie: doorontwikkeling loket De gemeente Krimpenerwaard heeft in beeld dat de regierol bij het loket door verschillende partijen wordt gemist en is per januari 2021 met de doorontwikkeling van het loket begonnen. De noodzaak voor deze ontwikkeling is tweeledig; enerzijds gaat het hierbij om het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening, anderzijds om het beheersen van de kosten. De wethouder geeft aan dat meer regie binnen het loket nu een prioriteit is om grip te krijgen op de jeugdzorg: “We zien in de kostenanalyse dat er nu jeugdigen bijzitten met veel verschillende indicaties en veel verschillende hulpverleners. Dat is iets wat we moeten onderzoeken; hoe gaan we dit soort dingen oplossen? Er zit vaak meer achter als iemand meerdere hulpverleners heeft. Dit is nu belegd bij de aanbieder die de meeste zorg levert, maar we zien dat dat niet werkt.” De beleidsmedewerker Jeugd geeft aan dat de gemeente regie gaat houden wanneer de casus domeinoverstijgend is of als de veiligheid in het geding is en dat erop zal worden gestuurd om per casus te kijken naar wat nodig is. Consulenten staan open voor deze vernieuwde rol, maar omdat het kan leiden tot verzwaring van de werklast zijn ze ook benieuwd naar de werkafspraken die hierover zullen worden gemaakt. Een klankbordgroep met afgevaardigden vanuit het loket is actief aan het meedenken over deze nieuwe plannen.
Ad 3. Zichtbaarheid van het loket kan beter Zowel consulenten als professionals werkzaam bij algemene voorzieningen en welzijnswerk geven aan dat het voor een deel van de inwoners niet bekend is dat de gemeente hulp biedt bij vragen rondom zorg en ondersteuning op het gebied van jeugd. De lijnen lopen daarom vaak via de huisarts of school. Een reden die wordt gegeven voor het kiezen voor de huisartsroute is dat deze toegankelijker en beter vindbaar is dan het loket. Daarnaast geeft één van de aanbieders aan dat inwoners vaak snel geholpen worden bij de huisarts en daarom de huisarts benaderen. De consulenten en professionals vinden het wenselijk om als gemeente meer in te zetten op de zichtbaarheid van het loket in de wijken en het onderwijs, zodat ouders en jeugdigen beter weten hoe en waarvoor zij bij het loket terecht kunnen. De zichtbaarheid kan bijvoorbeeld worden vergroot door ouders en jeugdigen van informatie te voorzien door middel van flyers. Een schoolmaatschappelijk werker geeft aan dat er een
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 20/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
stijgende lijn te zien is in het outreachend werken van het loket op scholen, maar dat er ruimte voor verbetering blijft. Ad 4. Laagdrempeligheid van het loket kan beter In diverse gesprekken komt ook ter sprake dat het voor een deel van de inwoners een grote stap is om hulp te vragen via het loket. De drempel is hoog. Zo beschrijft een jongerencoach: “Als ik de route uitleg -je kan via maatschappelijk werk of het CJG-hulpverlening krijgen, maar voor specialistische hulp moet je bellen naar het loket waarna er iemand bij je thuiskomt die zaken gaat uitvragen- dan haakt een deel van de mensen af.” Een GGZ-aanbieder geeft aan dat de toegankelijkheid van het loket in het gedrang kan komen doordat de doelgroep soms overvraagd wordt: “Met betrekking tot de toegang verwacht de gemeente Krimpenerwaard van inwoners dat zij zelf bellen voor het aanvragen van een nieuwe indicatie. Er zijn echter ook ouders in onze doelgroep die dichtslaan. Wij zitten er nu vaak naast om te begeleiden.” Door professionals wordt aangegeven dat de drempel lager kan worden om hulp te vragen als iemand van het loket twee keer in de maand op bijvoorbeeld een school langskomt. “Dan is het voor ouders en leerkrachten ook minder eng om het gesprek aan te gaan”. Ad 5. Samenwerking tussen gemeente en huisartsen kan beter De samenwerking met de huisartsen is belangrijk.
Er wordt aangegeven dat wanneer er in het jeugddomein voor eigen kracht wordt gegaan, huisartsen ook aangehaakt moeten zijn: “Anders leidt het tot instroom op een andere plek, via de huisarts”. Uit een interview komt naar voren dat het lastig wordt bevonden om zicht te hebben op een casus als deze via de huisarts gaat. Er zijn situaties waarin hulp afgebouwd wordt en ouders het er niet mee eens zijn en terugkomen bij de arts, waarna ze weer worden doorverwezen naar een andere aanbieder. “Dat diegene dan eerder bij de gemeente is geweest, is dan niet bekend bij de huisarts. Ik denk dat het voor huisartsen lastig is om in 10 minuten een goede inschatting te maken van de situatie”, aldus een consulent. Eén huisarts geeft aan dat zij niet bij het structurele overleg tussen wijkagenten, jongerenwerk en gemeente betrokken worden, terwijl dit wel van toegevoegde waarde kan zijn om te weten wat er speelt bij gezinnen. Er wordt momenteel gewerkt aan het aanhalen van de banden met de huisartspraktijken. Onder meer met de inzet van een POH-Jeugd (Praktijk Ondersteuner Huisartsenzorg voor de jeugd) wordt samen met de huisartsen gekeken waar behoefte aan is bij inwoners en wat er nodig is om hen goed te helpen.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 21/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
4.4 In hoeverre sluit de toegang tot de jeugdzorg aan bij de gewenste criteria? Criteria toegang tot jeugdzorg
Oordeel toelichting
Snel geholpen worden, met de mogelijkheid voor lichtere vormen van hulp om de scherpe randjes eraf te halen
Voldoet deels: Jeugdigen zijn over het algemeen snel geholpen en krijgen lichtere vormen van hulp van bijvoorbeeld JOS of schoolmaatschappelijk werk. Het is echter niet duidelijk voor iedereen dat lichtere vormen van hulp mogelijk zijn. De wachtlijsten en doorlooptijden voor met name de GGZ zijn vaak lang. Voldoet: Er wordt goed gekeken naar wat een jeugdige nodig heeft en of er passende hulp kan worden geboden. Als de hulp niet aansluit of de klik met de hulpverlener er niet is, is het mogelijk om van zorgaanbieder of hulpverlener te wisselen. Voldoet deels: Vaak is er voldoende kennis op scholen om de behoefte goed in te schatten, al komt het voor dat signalen niet goed en niet op tijd beoordeeld worden door docenten. De laagdrempeligheid en hulp van JOS en de schoolmaatschappelijk werker wordt erg positief ervaren.
Aanpasbaarheid/flexibiliteit van hulp als de hulp niet aansluit of de klik er niet is
Aanwezigheid van gespecialiseerde kennis op scholen om problematiek te kunnen herkennen
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 22/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
5. Partnerorganisaties op het gebied van jeugdzorg en samenwerking In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op deelvraag 3: Wie zijn de (beoogde) partnerorganisaties op het gebied van jeugdzorg? Hoe en waarvoor wordt er samengewerkt met deze partners? Ook wordt een deel van deelvraag 5 en 6 beantwoord als het gaat over belevingen van jeugdigen, ouders en professionals over dit onderwerp. 5.1 Organisatie Consulenten van het gemeenteloket werken met diverse organisaties samen. Het gaat onder meer om partners die vanwege hun ‘reguliere’ rol in het leven van jeugdigen een belangrijke taak vervullen in preventie, signalering, toeleiding naar hulp en het eventueel bieden/inbedden van ondersteuning. Het gaat dan met name om primair en voortgezet onderwijs, JOS, MEE, Kwadraad, jongerenwerk en algemene voorzieningen die ondersteuning bieden, bijvoorbeeld door de inzet van vrijwilligers. De gemeente Gouda verzorgt namens de gemeenten in Midden-Holland de inkoop en het contractmanagement voor Jeugdhulp. Er is dus geen gemeenschappelijke regeling of aparte rechtspersoon opgericht. De afdeling Regionale Dienstverlening Sociaal Domein (RDS) is de afdeling van de gemeente Gouda die dit namens de regio uitvoert. Fysieke Overlegtafel Jeugd De RDS heeft met meer dan 200 zorgaanbieders een contract afgesloten.
Om op hoofdlijnen met de grootste aanbieders in dialoog te treden worden periodiek fysieke overlegtafels georganiseerd waar de beleidsmedewerkers van de 5 gemeenten roulerend bij aanwezig zijn. De Fysieke Overlegtafel Jeugd 20197 bestaat uit de belangrijkste aanbieders waarvan de zorg regionaal is ingekocht en waar de gemeente Krimpenerwaard gebruik van kan maken. Overzicht Fysieke Overlegtafel jeugd 2019
Werkzaamheden
Ad Astra B.V.
Begeleiding en behandeling ontwikkelingsproblematiek Thuiszorg
Dunya Zorg en Welzijn B.V. FortaGroep B.V. Kernkracht (clientvertegenwoordiger) Kinder- en Jeugdpraktijk “Een Stap Voor” Parnassia Groep B.V. Prodeba B.V. Stichting ASVZ
7
Diagnostiek en behandeling psychische en psychiatrische zorg Belangenorganisatie ter bevordering van psychische, sociale en maatschappelijke gezondheid Pedagogische en psychologische hulp voor kind en ouder Geestelijk gezondheidszorg Begeleiding en behandeling ontwikkelingsproblematiek Diagnostiek, behandeling en begeleiding van verstandelijke beperkingen
https://www.nsdmh.nl/jeugd/deelnemers/
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 23/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Stichting Curium, Academisch Centrum Kinder- en Jeugd
Onderzoek en behandeling jeugdpsychiatrie
Stichting De Forensische Zorgspecialisten
Forensische zorg
Stichting De Rading
Specialistische jeugdzorg via pleegzorg, meidenhulp en ambulante hulpverlening Begeleiding en opvang voor psychiatrische problematiek Praktijkgericht kenniscentrum voor christelijk onderwijs Jeugd en opvoedhulp
Stichting DISTINTO Stichting Driestar educatief Stichting Enver Stichting Gemiva-SGV Groep Stichting Horizon Jeugdzorg en Speciaal Onderwijs Stichting Kwintes Stichting Lelie Zorggroep Stichting Pameijer
Tijdelijk of langdurige ondersteuning bij handicap, chronische ziekte of een andere beperking Onderwijs, begeleiding en behandeling bij jeugdigen met complexe problematiek Opvang, begeleiding en activering voor mensen met psychische en psychsociale problematiek Thuiszorg, verpleeghuiszorg en hulpverlening
Vereniging van Zorgboeren
Ondersteuning bij psychosociale of psychiatrische problemen of een (licht) verstandelijke beperking Belangenorganisatie zorgboerderijen
William Schrikker Stichting Pleegzorg
Pleegzorg
Werkgroep ‘Opvoeden en Opgroeien’ De werkgroep ‘Opvoeden en Opgroeien’ is een overleg opgezet door de gemeente waarbij verschillende uitvoeringspartners elkaar ontmoeten, waaronder aanbieders, informele netwerken en de politie. Doel van deze werkgroep is het uitwisselen van informatie, het houden van korte lijnen en naar behoefte, thema’s met elkaar uit te diepen. In dit overleg worden verschillende thema’s besproken en wordt er gekeken naar hoe er afgeschaald kan worden. Een beleidsmedewerker kijkt mee om scherp te krijgen wat er speelt. Regionale samenwerkingen Taken die op regionaal niveau gezamenlijk georganiseerd worden zijn: de maatwerkvoorzieningen voor Jeugd en Wmo, maatschappelijke zorg en samenwerking met de zorgpartners uit andere wettelijke kaders via Gedeelde zorg. Daarbij zullen de colleges van Midden-Holland de komende jaren gebruiken om zich te oriënteren hoe ze de zorg en ondersteuning vanaf 2025 willen organiseren.8
8
Inmiddels is de conceptversie van de “Regiovisie: Scherper aan de wind” beschikbaar. Deze beschrijft welke taken regionaal opgepakt zijn, waaronder de inkoop, het contractmanagement, kwaliteit en toezicht, diverse transformatieprogramma’s, expertisetafels, maar ook bovenregionale samenwerking (GI’s, Veiligheid (veilig thuis)) etc. De regiovisie loopt t/m 2024. Daarna dient een nieuw inkooptraject te volgen vanwege aflopende contracten. Met de oriëntatie op de periode vanaf 2025 wordt bedoeld dat het dan mogelijk is alles in z’n geheel te kunnen overzien (regionale samenwerking, nieuwe aanbesteding etc.).
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 24/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
5.2 Hoe beleven jeugdigen en ouders het aanbod van jeugdzorg? In de beleving van jeugdigen en ouders komen twee belangrijke punten naar voren: 1. Het missen van een doorverwijzing naar passende hulp 2. Aanbod dichtbij huis is wenselijk Ad. 1 Het missen van een doorverwijzing naar passende hulp Omdat ouders soms zoekende zijn naar passend aanbod voor hun kind, is het wenselijk dat het aanbod wel goed in beeld is bij consulenten. “Ik snap dat je in complexe gevallen soms niet direct de juiste behandeling voor ogen hebt, maar het helpt hierbij wel als de gemeentelijke consultenten zo goed mogelijk in kaart hebben welk aanbod er wel is en wat er eventueel nog in ontwikkeling is aan aanbod bij aanbieders, zodat ze ook bij complexe casuïstiek snel kunnen schakelen” aldus een ouder. In dit specifieke geval heeft het voor deze ouder geleid tot een zoektocht langs verschillende aanbieders, waardoor het lang duurde tot het kind passende hulp kon krijgen. De consulenten en huisarts geven inderdaad aan door het grote aantal jeugdzorgaanbieders niet altijd het overzicht te hebben van alle hulp die is ingekocht en daarom vaak bij dezelfde partijen uit te komen (welke soms niet de juiste zorg kunnen bieden).9 Ad. 2 Aanbod dichtbij huis is wenselijk De landelijke aard van Krimpenerwaard wordt door meerdere geïnterviewden genoemd als belemmering om te voorzien in een bepaalde zorgbehoefte.
Voor zware gespecialiseerde zorg moet er al snel buiten Krimpenerwaard worden gegaan, bijvoorbeeld bij zwaardere complexe casuïstiek zoals problematiek rondom zelfmutilatie en complexe GGZ-trajecten. Meer aanbod dichtbij huis is een wens die in verschillende interviews naar voren komt. Zo beschrijft een jongerenwerker de behoefte aan betere toegang tot algemene voorzieningen zoals een soos in onder andere Vlist, Haastrecht en Ouderkerk: “Alle jongeren willen uiteindelijk een plek waar ze vrienden kunnen ontmoeten en bij elkaar kunnen komen”.
Thema’s typerend voor de gemeente Krimpenerwaard Een aantal thema’s komt in de gesprekken naar voren als het gaat om de problematiek die typerend is voor de gemeente Krimpenerwaard. Zo noemt zowel een zorgaanbieder als een jeugdconsulent dat vragen rondom (vecht)scheidingen en hoogbegaafdheid als thema’s eruit springen binnen de gemeente. Jeugdconsulenten krijgen ook veel vragen voor opvoedingsondersteuning. Zo krijgen jeugdconsulenten met regelmaat de vraag van ouders of het gedrag van hun kind ‘normaal’ is, omdat dit anders zou zijn dan het gedrag van hun andere kinderen. In die gevallen wordt samen met de gedragswetenschapper gekeken of opvoedondersteuning nodig is of niet. Daarbij hebben ouders ook vaak de wens om hun kind weerbaarder te maken.
9
Er is een zorgkeuzemodule in Midden-Holland, waarin aanbieders hun aanbod hebben opgenomen (https://www.zorgkeuzemiddenholland.nl/).
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 25/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
5.3 Hoe beleven zorgprofessionals het aanbod van jeugdzorg? Bij de beleving van professionals kwamen de volgende onderwerpen aan bod: - Goede samenwerking tussen partners onderling - Goede samenwerking tussen gemeente en jeugdzorgaanbieders (met een aantal verbeterpunten) Goede samenwerking tussen partners onderling Zowel het loket als de partners geven aan dat de samenwerking onderling over het algemeen goed verloopt. Het loket bestempelt vooral de samenwerking met Kwadraad, JOS en MEE als erg positief, omdat ze elkaar snel en makkelijk weten te vinden. Met het CJG wordt niet veel samengewerkt: “de CJG is in onze gemeente een netwerkorganisatie, maar er is niet zoiets als ‘het’ CJG.” aldus een consulent. De geïnterviewde zorgaanbieders geven aan dat zij in de praktijk veel samenwerken. Wanneer meerdere partijen betrokken zijn bij een casus wordt veel met elkaar afgestemd. Met enige regelmaat verwijzen aanbieders naar elkaar door als een andere aanbieder passender wordt bevonden. Goede samenwerking tussen gemeente en jeugdzorgaanbieders Vanuit gespecialiseerde jeugdzorgaanbieders wordt de samenwerking met de gemeente over het algemeen als positief ervaren. Geïnterviewden geven aan dat met regelmaat contact plaatsvindt tussen de organisatie en een vast contactpersoon van de gemeente. De organisaties en de gemeente kunnen elkaar daardoor goed vinden.
Verder zijn de partijen te spreken over het feit dat de gemeente de inbreng van professionals meeneemt in de beleidsvorming. Geïnterviewden geven aan dat de werkgroep ‘Opvoeden en Opgroeien’ goed is voor de versterking van het netwerk. Er zijn korte lijntjes en professionals zijn op de hoogte van elkaars werkzaamheden. Er wordt een aantal verbeterpunten genoemd: (1) Het is voor professionals soms onduidelijk in hoeverre de besproken zaken worden opgepakt en/of welke ontwikkelingen plaatsvinden binnen de gemeente. Een aandachtspunt hierbij is de regierol die nu bij de aanbieders ligt, waardoor de gemeente minder zicht heeft op hoe de jeugdzorg wordt uitgevoerd. Er ligt momenteel veel verantwoordelijkheid bij de aanbieders en het is onduidelijk in hoeverre grote en kleine aanbieders hun rol pakken. (2) Wat het contact met gespecialiseerde jeugdzorgaanbieders vanuit de gemeente kan bemoeilijken is de grote hoeveelheid aanbieders. Eén van de aanbieders beschrijft deze ontwikkeling: “organisaties schieten als paddenstoelen uit de grond; voor een relatief gemakkelijke doelgroep worden overlappende activiteiten opgezet”. Dit komt doordat keuzevrijheid erg belangrijk is voor de gemeente, aldus een beleidsmedewerker. Omdat het tevens lastig is om op die manier goed contractmanagement te voeren zoekt de gemeente nu uit hoe de keuzevrijheid ook anders kan worden ingevuld.
Verder maakt de veelheid aan aanbieders sturen op kwaliteit lastig. De beleidsmedewerker Jeugd geeft aan: “Er zijn nu honderden aanbieders, dan kunnen we geen goed contractmanagement voeren”. De kans op zogenaamde ‘zorgcowboys’ wordt hiermee groter: aanbieders die meer geld verdienen dan gerechtvaardigd is.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 26/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
(3) De samenwerkingsafspraken en werkafspraken zijn voor sommige professionals niet duidelijk, hierbij gaat het met name over de rollen en taken van professionals.
Samenwerking binnen de regio Midden-Holland De regio Midden-Holland is momenteel bezig met het opstellen van de regiovisie. De vijf gemeenten van de regio (Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas) streven ernaar om de komende jaren in de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo samen te blijven optrekken. Deze regionale samenwerking binnen het sociaal domein gaat volgens de wethouder goed. Tussen de vijf gemeenten wordt goed geschakeld en er is sprake van gelijkwaardigheid. De ervaring leert dat het meerwaarde heeft om de krachten te bundelen in het jeugddomein.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 27/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
5.4 In hoeverre sluit de uitvoering van de jeugdzorg aan bij de gewenste criteria? Criteria uitvoering jeugdzorg
Oordeel toelichting
Betrekken van het netwerk en hierbij als hulpverlener een objectieve en neutrale positie innemen Als hulpverlener echt luisteren en de tijd nemen om de juiste inschatting te maken van de problematiek (maatwerk) Hulp dichtbij huis
Voldoet: Het netwerk wordt goed betrokken bij het hulpverleningsproces.
Toegankelijke/laagdrempelige hulp
Duidelijk aanspreekpunt Reflectie Mogelijkheid om makkelijk hulp te hervatten bij terugval Jeugdzorg met verblijf: Oog voor iedereen in de groep
Jeugdzorg met verblijf: Bieden van een vertrouwde, veilige omgeving
Voldoet: De hulpverlener neemt goed de tijd voor de jeugdigen.
Voldoet deels: Algemene voorzieningen worden dichtbij huis of school aangeboden. Voor specialistische hulp moeten jeugdigen vaak ver reizen, dat wordt als minder prettig ervaren. Voldoet deels: Algemene voorzieningen worden over het algemeen als laagdrempelig ervaren, omdat het vaak via school wordt aangeboden. Specialistische hulp wordt als minder laagdrempelig ervaren vanwege de wachtlijsten en omdat de jeugdigen hiervoor vaak ver moeten reizen. Voldoet: In veel gevallen is er een duidelijk aanspreekpunt. Voldoet: Er wordt in het hulpverleningsproces ruimte geboden voor reflectie. Voldoet: Vaak kunnen jeugdigen weer terecht bij de algemene voorzieningen/aanbieder wanneer dat nodig is. Voldoet niet: Volgens jeugdigen is er een tendens om de jeugdigen met de zwaarste problematiek de meeste aandacht te geven, waardoor andere jeugdigen te weinig aandacht krijgen. Het gebrek aan aandacht verergert daarmee ook de problemen die zij ervaren. Voldoet niet: Volgens jeugdigen draagt de afwisseling tussen begeleiders met daarbij een slechte overdracht onderling bij aan een onveilig omgeving.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 28/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
6. Preventief jeugdbeleid In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op deelvraag 4: Hoe wordt invulling gegeven aan het preventief jeugdbeleid? Ook wordt een deel van deelvraag 5 en 6 beantwoord als het gaat over belevingen van ouders, jeugdigen en professionals op dit onderwerp. 6.1 Organisatie De gemeente Krimpenerwaard is faciliterend als het gaat om de uitvoering van het preventieve jeugdbeleid. Met het faciliteren van preventief jeugdbeleid wordt het volgende bedoeld10: “Het scheppen van voorwaarden voor de pedagogische ‘civil society’11 en de betrokkenheid van familie, buurt en wijk waardoor kinderen en jongeren veilig en gezond op kunnen groeien”. Daarnaast stimuleert de gemeente initiatieven voor samenwerking, of sluit convenanten en uitvoeringsovereenkomsten. De praktijk wordt aan de samenwerkingspartners overgelaten. De wethouder geeft aan dat de gemeente wil investeren in een sterk voorveld: “Je ziet landelijk gebeuren dat er in het voorveld wordt gesneden, dat willen wij vermijden. Wel moeten we kijken wat voor invloed het investeren in het voorveld daadwerkelijk gaat hebben op de sterke groei van de jeugdzorg”. In onderstaand kader staat beschreven dat de gemeente onder andere investeert in de ontwikkeling van een preventieteam12. Investeren in preventie De gemeente Krimpenerwaard wil de inzet op preventie stimuleren.
Zo is de gemeente bezig geweest met de ontwikkeling van een preventieteam. De startfase vond plaats tussen medio 2020 tot en met december 2020. De doorontwikkelfase vindt plaats van januari 2021 tot en met medio 2021. In het preventieteam spelen welzijnsinstellingen, Kwadraad, het CJG, MEE, en het jeugd- en jongerenwerk een rol. Groeipunten die worden benoemd zijn: wanneer verwijzen we iemand vanuit het loket door naar het preventieteam? En andersom: wanneer moet het preventieteam direct doorzetten? De bedoeling is om vanuit het preventieteam ook verbinding te maken met de huisartsen. Ook zullen er consultatie-overleggen plaats gaan vinden tussen het preventieteam en het loket.
10
Notitie Jeugdbeleid in uitvoering Krimpenerwaard 2016-2020 Onder de 'pedagogische civil society' wordt verstaan: gemeenschappelijke activiteiten van burgers rond het grootbrengen van kinderen. Centra voor Jeugd en Gezin kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Zij kunnen initiatieven stimuleren waardoor burgers zich meer betrokken voelen bij de opvoeding van de kinderen in hun omgeving. 12 Projectplan Sociaal Netwerk Preventieteam 2020 11
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 29/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
6.2 Hoe beleven jeugdigen en ouders het preventieve jeugdbeleid? De volgende punten kwamen aan bod bij de beleving van ouders en jeugdigen over het preventieve jeugdbeleid: - Snel in kaart brengen van de zorgbehoefte - School is belangrijk bij het signaleren Snel in kaart brengen van de zorgbehoefte In veel gesprekken wordt aangegeven dat de zorgbehoefte snel in kaart werd gebracht. Er zijn echter uitzonderingen. Eén jongere geeft aan dat de school het signaal dat het heel slecht met haar ging niet oppikte: “In het tweede jaar begonnen de problemen al, halverwege het derde jaar hadden ze door dat er iets aan de hand was”. Een andere jongere geeft aan dat de huisarts haar hulpvraag niet voldoende serieus nam, waardoor er onvoldoende hulp werd ingezet. School is belangrijk bij het signaleren Twee jeugdigen vertellen hoe belangrijk school is geweest in hun situatie en spreken met name over de belangrijke rol die de schoolmaatschappelijk werker innam. Zo konden ze erg snel terecht bij de schoolmaatschappelijk werker, op een laagdrempelige wijze, omdat de gesprekken binnen de schoolmuren plaatsvinden. Ook twee geïnterviewde ouders geven aan dat hulp die op school geboden wordt zorgt voor voordelen als laagdrempeligheid en snelheid.
6.3 Hoe beleven zorgprofessionals het preventieve jeugdbeleid? De volgende punten kwamen aan bod bij de beleving van professionals over het preventieve jeugdbeleid: 1. Samenwerking binnen het preventieve veld gaat goed 2. Preventief aanbod basisonderwijs kan beter 3. Aanwezigheid van gespecialiseerde kennis op scholen van cruciaal belang 4. Effect van preventie is lastig te meten 5. Nog meer investeren in preventie 6. Individueel preventief aanbod is ‘dun’ Ad 1. Samenwerking binnen het preventieve veld gaat goed De samenwerking binnen het preventieve veld wordt over het algemeen als positief ervaren. JOS, Kwadraad, de sociaalpedagogische hulpverleners van Enver en de medewerkers van Stichting MEE hebben een samenwerkingsverband waarbij veel met elkaar wordt geschakeld.13 Daarbij zorgt de werkgroep ‘Opvoeden en Opgroeien’ voor netwerkversterking en betere samenwerking tussen uitvoerende partijen. Deze samenwerking met ketenpartners zorgt er volgens de schoolmaatschappelijk werker voor dat medewerkers van Kwadraad hun rol als overbruggingszorg tot de GGZ goed kunnen invullen. Aanvullend is met name het jongerenwerk in de gemeente Krimpenerwaard goed aangesloten bij het preventieveld, geven professionals aan.
13
JOS zit overigens op het snijvlak van preventief aanbod en geïndiceerde jeugdzorg en Enver is een jeugdzorgaanbieder.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 30/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Verschillende partijen in het voorveld geven aan dat het jongerenwerk een waardevolle bijdrage is binnen het preventieve aanbod van de gemeente Krimpenerwaard. Een jongerenwerker geeft aan dat zij in haar werk zoveel mogelijk inspeelt op de behoeften van jeugdigen met betrekking tot het aanbod: ”Het blijft het verdelen van schaarste in het geval van aanbod. Om de jeugd toch zo goed mogelijk in hun behoefte te voorzien, schakelen wij veel op en af; er bestaat dus niet zoiets als een standaardaanbod”. De jongerenwerker is positief over de ruimte die zij van de gemeente krijgen om hun rol in te vullen. Volgens een GGZ-aanbieder is JOS een goede aanvulling om te ondersteunen op hulpvragen die niet per se een beschikking nodig hebben: “JOS is een stuk goedkoper en laagdrempeliger dan een GGZ-psycholoog. Het werkt heel goed”. Ad 2. Preventief aanbod basisonderwijs kan beter Volgens aanbieders is het van belang om in het basisonderwijs jeugdondersteuning voor vroege signalering in te zetten, om zo op tijd goede samenwerking tot stand te brengen die kan zorgen voor flexibele en laagdrempelige ondersteuning. Binnen het voorgezet onderwijs is JOS inmiddels al vijf jaar actief, maar in het basisonderwijs is hier vooralsnog geen ondersteuning voor.
Voor professionals is het van belang deze lacune op te vullen zodat thuiszittersproblematiek wordt voorkomen en beschikkingsproblematiek wordt voorkomen. Ad 3. Aanwezigheid van gespecialiseerde kennis op scholen van cruciaal belang Scholen hebben beschikking over zorgcoördinatoren en JOS-medewerkers die goed kunnen meekijken, maar een aantal geïnterviewden geeft aan dat mentoren en docenten het lastig vinden om signalen te herkennen en aan de bel te trekken. Volgens een aanbieder worden ernstige problemen regelmatig te laat geconstateerd: “In sommige gevallen wordt zwaardere zorg hierdoor te laat ingezet en is het vertrouwen in het ‘zorgsysteem’ beschadigd.” Ondanks het feit dat docenten het lastig vinden signalen te herkennen, spelen zij wel een belangrijke rol bij het durven en kunnen melden wanneer ze problematiek signaleren, aldus de jongerencoach. Jeugdigen zitten soms al lang thuis, waaruit blijkt dat er niet op tijd contact is gezocht met het loket. “Sommigen zijn al 18 en zitten dan al twee jaar thuis. Dan is de vraag hoe dat kan”. Het is van belang dat signalen goed herkend worden: “Als je autisme mist als oorzaak van gedrag, is de kans groot dat je iets inzet dat het erger maakt”. Hulp kan laagdrempelig zijn, maar het moet wel de juiste hulp zijn en hulp die op tijd komt. In het onderzoek is niet nagegaan naar hoe mentoren en docenten hier zelf naar kijken. Ad 4.
Effect van preventie is lastig te meten De uitdaging voor professionals is dat de werking van preventie lastig is te meten om hun inzet te verantwoorden. Een jongerenwerker geeft aan dat de resultaten in het jongerenwerk wel te benoemen zijn; er lopen trajecten met jeugdigen en hun opgestelde doelen worden behaald. Maar in hoeverre een eventueel effect van het jongerenwerk te relateren is aan minder inzet van jeugdzorg blijft lastig. Ad 5. Nog meer investeren in preventie Meerdere geïnterviewden (jeugdconsulenten) geven aan de indruk te hebben dat er meer op collectieve preventie gebeurt dan voorheen. Hoewel de algemene indruk van de geïnterviewden is dat er veel wordt geïnvesteerd op het gebied van preventie door bijvoorbeeld de investering in het preventieteam (zoals in het eerdere kader aangegeven),
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 31/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
wordt ook aangegeven dat het niet duidelijk is hoe dit verder in de uitvoering naar voren zal komen. Investeren blijft nodig, aldus verschillende geïnterviewden; “Het lijkt alsof alle lijntjes binnen het voorveld aanwezig zijn, maar dat het nog niet op elkaar aansluit.” De beleidsmedewerker Jeugd geeft aan dat uit een eerdere analyse van jeugdzorggebruik in de gemeente Krimpenerwaard blijkt dat in het preventieve domein de universele interventies (preventief aanbod dat voor iedereen geldt zonder klachten) breed aanwezig zijn, maar dat er minder geïndiceerde preventie is (aanbod voor jongeren/ouders die al lichte klachten vertonen of waarvan bekend is dat ze een risicogroep vormen, bijvoorbeeld kinderen van gescheiden ouders, van verslaafde ouders van ouders met psychiatrische problematiek). We weten dat als we vroegtijdig aandacht aan deze groep kinderen geven zij daar veel baat bij hebben. Ad 6. Individueel preventief aanbod is ‘dun’ Er zijn drie vormen van preventief aanbod, namelijk (1) universeel/collectief voor iedereen (2) selectief voor risicogroepen en (3) geïndiceerd voor een inwoner met beginnende klachten (geïndiceerde preventie). Op veel vlakken is het zorgaanbod ruim, vooral op het gebied van universele/collectieve preventie, aldus een beleidsmedewerker. Op bepaalde vlakken is er de wens om een groter zorgaanbod te hebben, zo geven professionals aan.
Een professional geeft aan het individuele preventieve aanbod vrij ‘dun’ te vinden, bijvoorbeeld wat betreft het aanbod voor kinderen van ouders die scheiden. Ook wordt er aangegeven dat er te weinig aanbod is op hoogbegaafdheid en dagbesteding.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 32/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
6.4 In hoeverre sluit het preventief jeugdbeleid aan bij de gewenste criteria? In de criterialijst zijn geen specifieke criteria genoemd voor het preventief jeugdbeleid. Als we kijken naar (de ontwikkeling van) preventief jeugdbeleid van gemeente Krimpenerwaard zien we dat het goed aansluit op een aantal genoemde criteria over de toegang en de uitvoering. Zo wordt door te investeren in het preventieteam onder andere ingezet op het organiseren van (meer) toegankelijke/ laagdrempelige hulp, lichtere vormen van hulp en meer aanwezigheid van gespecialiseerde kennis op scholen. Uit de belevingen is, aansluitend op criteria, met name naar voren gekomen dat de zorgbehoefte van jeugdigen snel in kaart wordt gebracht, en dat de professionals op scholen problematiek snel herkennen en laagdrempelig hulp bieden (enkele uitzonderingen daargelaten). Schematisch ziet dit er als volgt uit. Bevindingen preventief jeugdbeleid t.a.v. algemene criteria Criteria voor toegang
Oordeel toelichting
Snel geholpen worden, met de mogelijkheid voor lichtere vormen van hulp om de scherpe randjes eraf te halen Aanwezigheid van gespecialiseerde kennis op scholen om problematiek te kunnen herkennen
Voldoet: zowel bij beleid als belevingen
Criteria voor uitvoering
Oordeel toelichting
Hulp dichtbij huis
Voldoet deels: zowel bij beleid als bij belevingen
Toegankelijke/laagdrempelige hulp
Voldoet: zowel bij beleid als belevingen
Voldoet: zowel bij beleid als belevingen
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 33/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
7. Casusonderzoek: Overgang van 18min naar 18plus Hierna wordt ingegaan op hoe de overgang van 18min naar 18plus is georganiseerd en uitwerkt in de praktijk. Aan de hand van 4 casussen is bekeken hoe deze overgang in de praktijk verloopt. We starten met een beschrijving van het beleid, daarna volgt de praktijk. 7.1 Beleid overgang 18min naar 18plus Een groep jeugdigen heeft ondersteuning nodig bij de overgang van jeugd naar volwassenheid. Soms vallen deze jeugdigen tussen wal en schip, door de inrichting van het systeem: ze vallen dan bijvoorbeeld niet meer onder de Jeugdwet maar onder de Wmo, wat meer vraagt qua zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Om de continuïteit van zorg en ondersteuning uit de Jeugdwet te waarborgen bij de overgang van jeugdigen van 18min naar 18plus vindt in gemeente Krimpenerwaard uiterlijk zes maanden voordat de jeugdige 18 jaar wordt overleg plaats tussen de consulenten Jeugd en Wmo. Dit overleg is preventief van aard en kan leiden tot een advies aan de jeugdige om een aanvraag tot een indicatie Wmo te doen14. Het is aan de jeugdconsulent om de overdracht aan de Wmo consulent voor te bereiden. Soms kan jeugdzorg voor 18 jaar en ouder verstandig zijn (verlengde jeugdzorg)15. Bijvoorbeeld omdat de behandeling doorloopt. Of omdat de jeugdige nog niet op eigen benen kan staan.
De jeugdzorgaanbieders in de gemeente Krimpenerwaard werken met een Toekomstplan, wat de voorbereiding ondersteunt van de jeugdige op de veranderingen in het leven bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd en waarin eventuele mogelijkheden voor ondersteuning op grond van de Wmo beschreven worden. Het Toekomstplan wordt samen met de jeugdigen opgesteld. Het plan moet voor het 18e jaar klaar zijn, liefst eerder uiteraard. De volgende levensdomeinen komen aan bod in het plan: geestelijke en lichamelijke gezondheid, maatschappelijke hulp en ondersteuning, inkomen, financiën en schulden, huisvesting, onderwijs, werken en dagbesteding, sociaal netwerk, contactpersoon/coach, veiligheid en zelfregie. Door de consulent van de gemeente Krimpenerwaard wordt de jeugdige actief gevraagd naar het Toekomstplan van de jeugdzorgaanbieder. Het initiatief voor het invullen en bespreken ervan ligt bij de aanbieder. Op basis van dit plan wordt samen met de jongere en ouders besproken wat er nodig is in de aanloop naar de 18e verjaardag, welke effecten dit kan hebben op de hulpverlening, en wat er verwacht wordt van de jongere en de ouders zelf.
14
Nadere regels Jeugd Krimpenerwaard 2019 Verlengde jeugdzorg is hulp aan jeugdigen tussen de 18 en 23 jaar. Bijvoorbeeld als nog hulp nodig is en die hulp niet vanuit een andere wet kan worden geleverd. Of omdat de behandeling nog doorloopt. Dan kan de gemeente jeugdzorg toekennen aan een persoon ouder dan 18 jaar. Dit kan omdat in de Jeugdwet onder de definitie van ‘jeugdige’ ook iemand van 18 tot 23 jaar kan vallen. 15
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 34/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
7.2 De overgang van 18min naar 18plus in de praktijk Om te kijken hoe de overgang van 18min naar 18plus in de praktijk gaat zijn er interviews gehouden en zijn er vier casussen geanalyseerd die door het loket Samenleving en Zorg zijn behandeld. Hieronder staan de hoofdlijnen beschreven uit de interviews en de dossiers, waarbij er is gekeken naar hoe er werd samengewerkt tussen relevante stakeholders en wat dit voor effect had op het verloop van de casus. Positieve punten Warme overdracht Jeugdconsulenten geven aan bedacht te zijn op de overgang van 18min naar 18plus en proberen aanbieders mee te nemen in de aandacht voor deze overgang. Daarvoor is een format voor een toekomstplan opgesteld waaraan gerefereerd wordt. Om de verbinding van 18min naar 18plus te maken wordt verlengde jeugdzorg ingezet wanneer dat nodig is. Binnen Wmo en Jeugd bestaan korte lijntjes tussen consulenten, wat zorgt voor een warme overdracht: een casus wordt in een gesprek tussen de consulenten overgedragen en de aandachtspunten worden besproken. Illustratieve casus 1 (NB: deze casus is gebaseerd op een echte casus, waarin verschillende details zijn aangepast om deze niet herleidbaar te maken naar specifieke personen) In 2017 krijgt een meisje met een licht verstandelijke beperking (LVB) een beschikking voor een zorgboerderij en een zorgaanbieder gespecialiseerd in LVB-problematiek.
Wanneer zij 16 is geworden communiceert de jeugdconsulent naar haar ouders om samen met de aanbieder een toekomstplan te maken. Vervolgens komt voor de 18e verjaardag van het meisje een Wmo-consulent langs haar huis. Deze Wmo-consulent blijft betrokken bij de overgang van 18min naar 18plus, waarbij er een contactmoment plaatsvindt tussen de Wmo-consulent en de zorgaanbieder. Doordat de zorgaanbieder naast ondersteuning vanuit jeugd ook ondersteuning vanuit de Wmo geeft, verloopt de overgang van 18min 18plus goed.
Tarieven Jeugd en Wmo hetzelfde Uit de casusanalyse blijkt dat wat betreft het PGB geen administratieve problemen hoeven te ontstaan bij de overgang, omdat hiervoor dezelfde tarieven gelden binnen de Jeugdwet en de Wmo.
Illustratieve casus 2 (NB: deze casus is gebaseerd op een echte casus, waarin verschillende details zijn aangepast om deze niet herleidbaar te maken naar specifieke personen) Een jongen is in behandeling geweest voor anorexia. Zijn ouders hebben contact opgenomen met het loket, omdat zijn toekenningsbeschikking voor een PGB voor een logeeropvang afloopt en zij een nieuwe beschikking willen. De consulent die zij hebben gesproken, heeft in het dossier gezet dat het toekomstperspectief tijdens het huisbezoek besproken moet worden. Tijdens het huisbezoek komen zowel de oude (jeugd)consulent als de nieuwe (Wmo) consulent langs. De ouders zijn benieuwd wat er voor hun zoon gaat veranderen wanneer hij 18 wordt met betrekking tot de indicatie voor de
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 35/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
logeeropvang, werk en opleiding. Tijdens het gesprek geven de consulenten informatie over Kwadraad en cliëntonafhankelijke ondersteuning van stichting MEE. Ook geven zij aan dat er afstemming zal plaatsvinden met de Wmo-afdeling, zodat eventuele zorg in elkaar kan overlopen. Daarbij worden de ouders geadviseerd om contact op te nemen met de jongerencoach van de gemeente om te informeren naar de mogelijkheden voor een uitkering. Vervolgens heeft de jongen na zijn 18e verjaardag een beschikking gekregen voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo. In dit geval was er sprake van een PGB; bij een PGB kan de overgang soepel verlopen omdat de tarieven van de Wmo en Jeugdwet hetzelfde zijn.
FACT team van meerwaarde Verder blijkt uit de casusanalyse dat juist bij complexe casuïstiek de overgang 18min 18plus goed geborgd is omdat deze goed op de radar staat. Bij deze casussen is het FACT16 team vaak betrokken. FACT-teams behandelen en begeleiden mensen die een ernstige psychiatrische aandoening hebben in combinatie met problemen op andere levensterreinen (wonen, werken, sociale contacten, financiën etc.). In een FACT-team werken verschillende hulpverleners nauw met elkaar samen: psychiater/arts, psycholoog, maatschappelijk werker, (sociaal-)psychiatrisch verpleegkundigen, verslavingsdeskundigen, casemanagers en ervaringsdeskundigen, arbeidsconsulenten en woonbegeleiders. Illustratieve casus 3 (NB: deze casus is gebaseerd op een echte casus, waarin verschillende details zijn aangepast om deze niet herleidbaar te maken naar specifieke personen) Een jongen ervaart ernstige problematiek, hij heeft psychotische klanten. Al zijn gezinsleden hebben ook een beperking of psychiatrische problematiek. Hij wordt aangemeld bij het loket om ondersteuning te ontvangen vanuit het FACT-team. FACT richt zicht op mensen met een ernstige psychiatrische aandoening. Een jaar voordat de jongen 18 wordt, meldt het FACT-team dat zij de overgang van 18min naar 18plus oppakken met de jongen.
Echter moet de jongen een paar maanden voor zijn 18 e verjaardag naar een tijdelijke crisisverblijfpek van Ipse de Bruggen. Omdat Ipse de Bruggen niet vanuit de Wmo hulp biedt, wordt verlengde jeugdzorg aangevraagd bij het loket. De verlengde jeugdzorg wordt toegekend (verlengde jeugdzorg kan in principe tot de 23e levensjaar ingezet worden). Normaal gesproken gaat iemand van 18 jaar (of ouder) over naar de gemeente waar zij verblijven, maar door de toekenning van verlengde jeugdzorg blijft de casus bij Krimpenerwaard. Twee maanden na plaatsing bij Ipse de Bruggen wil de jongen niet meer naar Ipse de Bruggen, daarom kan er niet meer verlengde jeugdzorg worden ingezet. De consulenten wegen af wat het handigst is, Wet langdurige zorg (Wlz) of Wmo? Een consulent van Wmo haakt alvast aan om de boel in de gaten te houden.
16
Flexible Assertive Community Treatment
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 36/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Het FACT-team geeft aan een aanvraag voor de jongen te willen doen voor Wlz bij het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). De Wlz indicatie wordt toegekend, maar de jongen en zijn ouders werken niet mee omdat ze geen hulp willen. De regie ligt bij FACT. Verder verloop van de casus is onbekend. De consulent vermoedt dat via Wlz een passende woon/begeleidingsplek is gevonden.
Aandachtspunten Sommige zorgaanbieders hebben geen aanbod voor 18plus Voor een soepele overgang is het prettig dat de aanbieders die bij Jeugd gecontracteerd zijn, ook bij Wmo gecontracteerd zijn. Sommige organisaties hebben echter de keuze gemaakt om geen aanbod meer te hebben voor 18plus vanwege de complexiteit of kosten. Daarom loopt de zorg van jeugdigen soms niet door. Dit geldt bijvoorbeeld voor pedagogische gezinsbehandeling: dit stopt bij 18 jaar, op basis van de Jeugdwet. Op die leeftijd zijn sommige jeugdigen eigenlijk nog niet volwassen, geeft een teamleider pedagogische gezinsbehandeling aan: “Daarom proberen we altijd goed af te ronden en over te dragen, of gebruik te maken van de verlengde Jeugdwet beschikking”. Het komt soms voor dat verlengde jeugdzorg niet op tijd kan worden geregeld, zo geeft een jeugdconsulent aan. Zo was er een casus waarbij een jongere van 17 jaar en 10 maanden oud per direct het huis uit moest wegens omstandigheden, waardoor verlengde jeugdzorg niet op tijd kon worden aangevraagd. Dit staat een soepele overgang in de weg. Weinig zicht op jeugdigen bij de Gecertificeerde Instellingen Op de jeugdigen uit gecertificeerde instellingen is soms weinig zicht: “Als zij 18 worden en toch ondersteuning nodig hebben, dan worden we soms pas op het laatste moment erbij betrokken”, aldus de consulenten.
Als er pas zicht komt op een jeugdige vlak voordat iemand 18 wordt en er is nog niets in gang gezet, kan het dus zijn dat er niet op tijd hulp geboden kan worden. Geen duidelijke rolverdeling met betrekking tot informatievoorziening Het Toekomstplan is een mooi instrument, maar geïnterviewden geven aan dat niet alle aanbieders ermee werken: “Je merkt dat het verplicht stellen [van het plan] er wel is, maar de controle ervan minder. Soms merk je toch dat plannen ontbreken. De verantwoordelijkheid voor de informatievoorziening rondom de 18min 18plus overgang ligt ook bij jeugdzorgaanbieders. We weten niet of dat helemaal goed loopt. Met de regiefunctie bij de gemeente kun je dat veel beter meenemen, krijg je daar meer zicht op”. De verwachting is dat er met procesregie meer zicht komt op het overgangsmoment: “Bijvoorbeeld door een overdrachtsgesprek te plannen een half jaar voor iemand 18 wordt. Dat wordt nu ook wel gedaan, maar dit zou wellicht explicieter kunnen worden opgenomen in procesregie-afspraken”, aldus een consulent. Nu ligt het initiatief en de verantwoordelijkheid bij het gezin om een nieuwe beschikking aan te vragen. Het is veelal de inschatting van de consulent of er een extra reminder nodig is.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 37/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Een beleidsmedewerker beschrijft: “Het onderwerp overgang van 18min naar 18plus is onlangs weer opgepakt. Een medewerker Wmo en een kwaliteitsmedewerker zijn bezig om met dit onderwerp een slag te slaan, door te kijken hoe de overgang van trajecten in de jeugdwet naar Wmo zo goed mogelijk vormgegeven kan worden.”
Meer procesregie zou een gezin ten goede kunnen komen; voor hen is nu niet altijd genoeg informatie beschikbaar over de overgang van 18 min naar 18 plus, geeft onder meer de Adviesraad Sociaal Domein aan. Beperkt zicht op dossiers vanuit de Wmo-consulent Uit de casusanalyse blijkt dat Wmo- en jeugdconsulenten wel binnen hetzelfde systeem werken, maar dat Wmo-consulenten in het kader van de AVG een casus niet eerder in mogen zien dan het 18de levensjaar van de inwoner. Echter, de Wmo-consulent kan wel aan de ouder of jeugdige toestemming vragen om het dossier eerder in te zien (dit kan al voor de overgang naar het 18de jaar). Lange wachttijd Uit de casusanalyse blijkt ook dat een lange wachttijd een aandachtspunt is en invloed heeft op de stappen die inwoners nemen. Zo illustreert casus 4 dat een ouder uiteindelijk via de huisarts hulp heeft gevraagd voor zijn kind vanwege de lange wachttijd van het loket. Illustratieve casus 4 (NB: deze casus is gebaseerd op een echte casus, waarin verschillende details zijn aangepast om deze niet herleidbaar te maken naar specifieke personen) Een meisje van 17 jaar heeft een conversiestoornis en raakt snel overprikkeld bij stress. In december neemt haar vader contact op met de Wmo-consulent die hij eerder heeft gesproken voor zijn eigen hulpvraag. De Wmo-consulent adviseert hem om een jeugd maatwerkvoorziening aan te vragen.
Er wordt gedacht aan de aanbieder BOBA, levensloopbegeleiding en coaching. De vader vindt het wachten op hulp lang duren en besluit naar de huisarts te gaan. In februari krijgt de gemeente een melding dat het meisje via de huisarts is verwezen naar BOBA. Het meisje is bijna 18 en haar vader wordt door BOBA geadviseerd om contact op met het loket. BOBA levert zowel jeugd als Wmo-ondersteuning. Kort na de aanvraag verhuist de jongere naar een andere gemeente.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 38/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
7.4 In hoeverre sluit de overgang 18min naar 18plus aan bij de gewenste criteria?
Criteria 18min 18plus
Oordeel toelichting
Ondersteuning bij overgang 18min/18plus en/of verlengde jeugdzorg Duidelijke informatievoorziening over mogelijkheden na afloop van de Jeugdwet
Voldoet deels: Ondersteuning bij de overgang wordt als persoonsafhankelijk ervaren. De betrokken hulpverlener en/of consulent bepaalt het verloop van deze overgang. Voldoet deels: Duidelijke informatievoorziening wordt als persoonsafhankelijk ervaren. De betrokken hulpverlener en/of consulent bepaalt het verloop van deze overgang.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 39/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
8. Samenvatting van de bevindingen ten aanzien van de gewenste criteria Voor het overzicht wordt hieronder de tabel met alle gewenste criteria getoond en de bevindingen daarbij. De beschrijving van de ervaringen van jeugdigen, ouders en zorgprofessionals is geen brede weergave van wat de gemiddelde Krimpenerwaarder vindt van het jeugdzorgveld. Elke beleving is uiteindelijk gebaseerd op een unieke ervaring binnen een specifiek traject. Desondanks geven deze ervaringen onmisbare kleuring en verdieping aan de feitelijkheden. Criteria toegang tot jeugdzorg
Oordeel toelichting
Snel geholpen worden, met de mogelijkheid voor lichtere vormen van hulp om de scherpe randjes eraf te halen
Voldoet deels: Jeugdigen zijn over het algemeen snel geholpen en krijgen lichtere vormen van hulp van bijvoorbeeld JOS of schoolmaatschappelijk werk. Het is echter niet duidelijk voor iedereen dat lichtere vormen van hulp mogelijk zijn. De wachtlijsten en doorlooptijden voor met name de GGZ zijn vaak lang. Voldoet: Er wordt goed gekeken naar wat een jeugdige nodig heeft en of er passende hulp kan worden geboden. Als de hulp niet aansluit of de klik met de hulpverlener er niet is, is het mogelijk om van zorgaanbieder of hulpverlener te wisselen. Voldoet deels: Vaak is er voldoende kennis op scholen om de behoefte goed in te schatten, al komt het voor dat signalen niet goed en niet op tijd beoordeeld worden door docenten. De laagdrempeligheid en hulp van JOS en de schoolmaatschappelijk werker wordt erg positief ervaren.
Aanpasbaarheid/flexibiliteit van hulp als de hulp niet aansluit of de klik er niet is
Aanwezigheid van gespecialiseerde kennis op scholen om problematiek te kunnen herkennen
Criteria uitvoering jeugdzorg
Oordeel toelichting
Betrekken van het netwerk en hierbij als hulpverlener een objectieve en neutrale positie innemen Als hulpverlener echt luisteren en de tijd nemen om de juiste inschatting te maken van de problematiek (maatwerk) Hulp dichtbij huis
Voldoet: Het netwerk wordt goed betrokken bij het hulpverleningsproces.
Toegankelijke/laagdrempelige hulp
Duidelijk aanspreekpunt
Voldoet: De hulpverlener neemt goed de tijd voor de jeugdigen.
Voldoet deels: Algemene voorzieningen worden dichtbij huis of school aangeboden. Voor specialistische hulp moeten jeugdigen vaak ver reizen, dat wordt als minder prettig ervaren. Voldoet deels: Algemene voorzieningen worden over het algemeen als laagdrempelig ervaren, omdat het vaak via school wordt aangeboden. Specialistische hulp wordt als minder laagdrempelig ervaren vanwege de wachtlijsten en omdat de jeugdigen hiervoor vaak ver moeten reizen. Voldoet: In veel gevallen is er een duidelijk aanspreekpunt.
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 40/41
RadarAdvies | bedreven in beter samenleven
Reflectie Mogelijkheid om makkelijk hulp te hervatten bij terugval Jeugdzorg met verblijf: Oog voor iedereen in de groep
Jeugdzorg met verblijf: Bieden van een vertrouwde, veilige omgeving
Voldoet: Er wordt in het hulpverleningsproces ruimte geboden voor reflectie. Voldoet: Vaak kunnen jeugdigen weer terecht bij de algemene voorzieningen/aanbieder wanneer dat nodig is. Voldoet niet: Volgens jeugdigen is er een tendens om de jeugdigen met de zwaarste problematiek de meeste aandacht te geven, waardoor andere jeugdigen te weinig aandacht krijgen. Het gebrek aan aandacht verergert daarmee ook de problemen die zij ervaren. Voldoet niet: Volgens jeugdigen draagt de afwisseling tussen begeleiders met daarbij een slechte overdracht onderling bij aan een onveilig omgeving.
Bevindingen preventief jeugdbeleid t.a.v. algemene criteria Criteria voor toegang
Oordeel toelichting
Snel geholpen worden, met de mogelijkheid voor lichtere vormen van hulp om de scherpe randjes eraf te halen Aanwezigheid van gespecialiseerde kennis op scholen om problematiek te kunnen herkennen
Voldoet: zowel bij beleid als belevingen
Criteria voor uitvoering
Oordeel toelichting
Hulp dichtbij huis
Voldoet deels: zowel bij beleid als bij belevingen
Toegankelijke/laagdrempelige hulp
Voldoet: zowel bij beleid als belevingen
Criteria 18min 18plus
Oordeel toelichting
Ondersteuning bij overgang 18min/18plus en/of verlengde jeugdzorg Duidelijke informatievoorziening over mogelijkheden na afloop van de Jeugdwet
Voldoet deels: Ondersteuning bij de overgang wordt als persoonsafhankelijk ervaren. De betrokken hulpverlener en/of consulent bepaalt het verloop van deze overgang. Voldoet deels: Duidelijke informatievoorziening wordt als persoonsafhankelijk ervaren. De betrokken hulpverlener en/of consulent bepaalt het verloop van deze overgang.
Voldoet: zowel bij beleid als belevingen
______________________________________________________________________________ Juli 2021 | Rekenkameronderzoek Jeugdzorg | Rekenkamercommissie Krimpenerwaard 41/41