Rapportage IHP Krimpenerwaard 2023 5dec2023
Tekst van het document
www.icsadviseurs.nl
49/73
Het schoolbestuur is tevreden over de kwaliteit van het gebouw en beoordeeld dit ook zo. De gymzalen worden echter wel als minder beoordeeld. Hier is te merken dat dit het oudste deel van het gebouw is. De uitbreiding van school in 2011 is gedaan met semipermanente lokalen. De school is hier nu nog tevreden over maar dat vraagt op de langere termijn wel aandacht. Daarom is het semi permanente deel van de school als project opgenomen in het IHP voor fase 4.
Oplossingsrichtingen voortgezet onderwijs: Alle vijf de schoolgebouwen van het voortgezet onderwijs zijn opgenomen als project in het IHP of zijn een lopend project zoals het Schoonhovens College VW. De noodzaak en het beoogde huisvestingsscenario verschilt echter wel voor de andere vier scholen. Het Driestar College en het Gemini College zijn beide in fase 2 geplaatst. Om de oudere gebouwdelen aan te pakken is gekozen voor de renovatie variant. Hiermee is het mogelijk om deze gebouwdelen te verduurzamen en een kwaliteitsimpuls te geven. Daarnaast geeft deze ingreep de mogelijkheid om de verwachte levensduur van de verschillende bouwdelen gelijk te trekken. Voor het Schoonhovens College AP is ook voor een renovatie gekozen om dezelfde redenen en met hetzelfde doel. Deze is echter geplaatst in fase 3. CSG Willem de Zwijger is voor het op termijn aanpakken van de semipermanente lokalen in fase 4 opgenomen. Hier is vooralsnog gekozen voor vervangende nieuwbouw van semipermanente gebouwdeel, zodat op dat moment kan worden aangesloten bij de werkelijke ruimtebehoefte.
www.icsadviseurs.nl
50/73
6.10 Binnenklimaat scholen Zoals beschreven in paragraaf 5.1 is er een aantal scholen waar het binnenklimaat (ventilatie en temperatuur) in een vragenlijst als slecht is beoordeeld door de schoolbesturen. Een deel van de scholen die hier slecht heeft gescoord, komt voor de rest niet in aanmerking voor een ingreep in het IHP. Dit gaat om de volgende scholen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Basisschool Flora in Krimpen aan de Lek uit 1994; De Eben Haëzer-school in Lekkerkerk uit 2008; De Koningin Wilhelminaschool (PCPO) in Ouderkerk aan den IJssel uit 2014; De Morgenster & samenwerkingschool de Pelikaan in Haastrecht uit 2004; De Oranje Nassau School in Stolwijk uit 1988.
Aan dit overzicht kunnen scholen (of delen van scholen) worden toegevoegd als uit metingen, door de geplaatste CO2-meters, naar voren komt dat het binnenklimaat niet voldoet aan de gestelde eisen. Het verbeteren van het binnenklimaat van de scholen en het behalen van Frisse Scholen Klasse B (t.a.v. luchtkwaliteit en temperatuur) vraagt maatwerk per locatie. Dit betekent dat metingen en maatwerkadvies aan de basis liggen van de gerichte ingrepen. De gemeente heeft hiertoe, in lijn met de wettelijke verplichting, in 2022 CO2-meters bekostigd voor alle scholen. Op basis van het advies over de ingrepen kunnen de kosten pas bepaald worden. Voor dit IHP is dat nog niet mogelijk en daarom komt deze dus ook niet terug in de financiële vertaling. Om dit probleem aan te pakken zal er dus een apart raadsvoorstel moeten komen. Dit project en traject zijn een vervolg op het IHP. De gemeente en schoolbesturen gaan met elkaar in gesprek om kaders te formuleren voor het verbeteren van het binnenklimaat en de kostenverdeling daarbij. Voor het verbeteren van het binnenklimaat van de scholen is het mogelijk dat ze in aanmerking komen voor een subsidie vanuit het rijk, bijvoorbeeld DUMAVA. Het doel is om zoveel mogelijk deze regelingen aan te sluiten. Daarnaast kan Ruimte-OK helpen met een ventilatiescan om inzichtelijk te krijgen hoe het binnenklimaat verbetert kan worden.
www.icsadviseurs.nl
51/73
6.11 De opgave De analyse van de schoolgebouwen per kern resulteert in een aantal projecten met scenario’s dat uitgevoerd dient te worden. Er is een verschil in noodzaak en prioriteit van de verschillende projecten wat verklaart in welke fase ze zijn geplaatst. Figuur 18 geeft een overzicht van de projecten die voortkomen uit dit IHP. In figuur 18 is weergegeven hoe de verschillende fases van de projecten er uit zien. De volgende fases zijn weergegeven om het proces van de projecten te duiden: ▪ ▪
▪
Vooronderzoek: Het vooronderzoek bevat de initiatief – en de definitiefase en via de startnotitie en een businesscase worden de kaders van het project vastgelegd. Ontwerptraject: Tijdens ontwerptraject worden de verschillende fases van een ontwerptraject doorlopen (voorlopig ontwerp, definitief ontwerp, technisch ontwerp) om zo tot een uitvoerbaar ontwerp te komen. Daarnaast vindt de aannemersselectie ook plaats tijdens dit traject. Bouwtraject: Hierin vindt de realisatie van het project plaats.
Figuur 18 laat zien wanneer er bij de projecten begonnen moet worden aan de verschillende onderdelen om er voor te zorgen dat het de realisatie op tijd plaats vindt. Daarnaast laat het zien hoe sommige projecten zich tot elkaar verhouden. Verder geeft deze paragraaf een korte beschrijving van de verschillende fases van het IHP. Lopende projecten Vanuit het huidige IHP zijn er nog een aantal lopende projecten die nog niet afgerond zijn. De verwachting is dat het Schoonhovens College (VW) volgend jaar kan starten met de bouw. De bouw gebeurt in fases dus zal het de nodige tijd in beslag nemen. De overige projecten bevinden zich nu nog in het vooronderzoek. De businesscase bepaalt de kaders van het project. De Kiezel & Kei en de Ark liggen beiden in Bergambacht en worden daarom niet tegelijkertijd gerealiseerd maar na elkaar. Figuur 17 laat de planning van deze projecten zien. Volgens het huidige IHP moesten deze projecten al gerealiseerd zijn. Periodes
School Schoonhovens College VW
Scenario Nieuwbouw
Plaats Schoonhoven
Lopende projecten
De Kromme Draai Kiezel & Kei De Ark
Nieuwbouw Nieuwbouw (Ver)Nieuwbouw
Ammerstol Bergambacht Bergambacht
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Legenda Vooronderzoek Ontwerptraject Bouwtraject Verbetering binnenklimaat scholen
Figuur 17: planning lopende projecten Fase 1 In fase 1 zijn de scholen met de hoogste prioriteit geplaatst die zo snel mogelijk moeten beginnen. Voor de vier scholen uit Schoonhoven die in fase 1 geplaatst is het wenselijk om snel te beginnen met een vooronderzoek om duidelijk te krijgen wat de kaders zijn van de projecten en in welke volgorde de projecten te realiseren zijn. Vervolgens kan het ontwerpproject starten voor de scholen die als eerst aan de beurt zijn. Na de realisatie van de eerste twee scholen kan de realisatie starten van de andere twee scholen. Vanwege de complexe situatie is voor het vooronderzoek meer tijd gerekend. Daarnaast vindt de verbetering van het binnenklimaat van de scholen ook in deze fase plaats. De verdere aanpak hier van wordt buiten dit IHP om verder uitgewerkt. Dan zullen ook de verdere kosten en de afspraken tussen gemeente en schoolbesturen aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
www.icsadviseurs.nl
52/73
Fase 2 De projecten in fase 2 hebben evenals de projecten in fase 1 een hoge prioriteit. Ze zijn alleen minder afhankelijk van andere projecten en staan meer op zichzelf. Voor alle drie de scholen is het renovatie scenario gekozen. Deze projecten hebben minder voorbereidingstijd nodig en kunnen starten zodra de capaciteit en middelen daarvoor beschikbaar zijn. Fase 3 In fase 3 zijn alleen het Schoonhovens College en basisschool Koningin Wilhelmina geplaatst. Dit zijn net als de scholen in fase 2 projecten die op zichzelf staan en minder afhankelijk zijn van andere projecten. Voor het Schoonhovens College (AP) is een renovatie gekozen om de oude gebouwdelen van een kwaliteitsimpuls te voorzien en de levensloop van de verschillende bouwdelen weer gelijk te trekken. Basisschool Koningin Wilhelmina is toe (vervangende) nieuwbouw. Nader onderzoek moet uitwijzen of welke van de twee opties het beste past. Fase 4 In de vierde en laatste fase van het IHP staan nog drie projecten op de planning. Bij Willem de Zwijger gaat dit om het vervangen van de tijdelijke lokalen dit de school nu ter beschikking heeft. Tegen die tijd moet tijdens het vooronderzoek blijken wat hier de beste optie voor is.
Voor de nieuwbouw van het Schateiland geldt dat deze pas plaats kan vinden na de oplevering van Koningin Wilhelmina om er te voorkomen dat er twee bouwprojecten tegelijkertijd plaats vinden in Lekkerkerk. Het derde project in fase 4 is Basisschool Koningin Julianaschool. Hier gaat het om (vervangende) nieuwbouw. Deze paragraaf heeft een overzicht gegeven van de projecten van dit IHP en de planning daarvan. In het volgende hoofdstuk zijn de uitgangspunten en de financiële vertaling van de projecten weergegeven.
www.icsadviseurs.nl
53/73
PeriodesSchool Scenario Plaats De Krullevaar Nieuwbouw Schoonhoven Emmaschool Centrum Nieuwbouw Schoonhoven De Rank Nieuwbouw Schoonhoven Fase 1 De Vlieger Nieuwbouw Schoonhoven Binnenklimaat van de Verbetering Heel Krimpenerwaard scholen binnenklimaat Gemini Collge Renovatie Lekkerkerk Fase 2 Driestar College Renovatie Lekkerkerk Polsstok Renovatie Berkenwoude Schoonhovens College AP Renovatie Schoonhoven Fase 3 Basisschool Koningin (Ver)Nieuwbouw Lekkerkerk Wilhelmina Willem de Zwijger Gedeeltelijke nieuwbouw Schoonhoven Het Schateiland Nieuwbouw Lekkerkerk Fase 4 Basisschool Koningin Juliana Nieuwbouw Ouderkerk a/d IJssel
2022
2023
2024
2025 2026
2027
2028
2029
Figuur 18: weergave van projecten en fasering uit IHP
www.icsadviseurs.nl
54/73
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
7. Financiën In het vorige hoofdstuk is beschreven wat de oplossingsrichting zijn per locatie om te komen tot adequate onderwijshuisvesting. Om een goede integrale afweging te kunnen maken zijn in dit hoofdstuk de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Het hoofdstuk begint met een beschrijving van de financiële uitgangspunten. Daarnaast zijn de totale kosten en de kapitaallasten per jaar weergegeven
7.1 Uitgangspunten Bij het bepalen van de investeringen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Alle bedragen zijn inclusief btw en prijspeil januari 2023; ▪ Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van een bandbreedte voor het stichtingskostenbedrag van € 3.350,tot € 3.750,- per bruto vierkante meter; ▪ De gemeentelijke bijdrage voor vernieuwbouw is gelijk aan de stichtingskosten voor nieuwbouw per bruto vierkante meter. Voor de renovatie variant bedraagt de gemeentelijke bijdrage 30% van de stichtingskosten o.b.v. capaciteit van het betreffende gebouw/gebouwdeel. ▪ Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren; ▪ De gemeente is vanuit wet- en regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen zoals aardgasloos bouwen bij nieuwbouw. In lijn met de visie investeert de gemeente aanvullend in het realiseren van Frisse Scholen Klasse B. ▪ De schoolbesturen dragen bij in de realisatie van voorzieningen via een bijdrage. Deze bijdrage moet per situatie worden bekeken in een businesscase. De bijdrage bestaat uit exploitatiegerichte investeringen met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar en die passen binnen het Onderwijsaccountantsprotocol.
Voor de financiële doorrekening is uitgegaan van een bijdragen van €150,- tot €200,- om van BENG naar 0-op-de-meter te gaan; ▪ Bij (ver)nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar; ▪ Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met tenminste 20 jaar verlengen; ▪ Voor alle investeringen geldt dat deze mede zijn bepaald aan de hand van de laatste prognose. Op het moment van uitvoering wordt op basis van een dan actuele prognose opnieuw de investering bepaald. ▪ Mocht in de toekomst het Bouwbesluit of andere wetgeving met betrekking tot onderwijshuisvesting worden gewijzigd, dan zal het IHP (inclusief financiële uitgangspunten) waar nodig daarop worden aangepast. Daarnaast zijn er ook een aantal kosten die niet vallen onder investeringsbedragen en daarom niet mee zijn genomen in de financiële berekening. Dit is eerder al beschreven in paragraaf 4.4 en gaat om de volgende kostenposten: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Paalfundering Sloopkosten en kosten bouwrijp maken Inrichting buitenterrein groter 600 m² Asbest sanering (indien nodig) Aanpassingen aan infrastructuur (bv. kiss&ride of parkeren) Afschrijven resterende boekwaarde schoolgebouw Meerkosten als gevolg van stedenbouwkundige randvoorwaarden Aansluiting op een warmtenet of elektriciteitsnet Prijsstijging tot start en tijdens de bouw Tijdelijke huisvesting Verhuiskosten Overig
www.icsadviseurs.nl
55/73
7.2 Totale investering Op basis van de scenario’s, zoals deze in het rapport staan beschreven, bedraagt de investering voor de gemeente Krimpenerwaard €72.657.000,- (op basis van het indicatieve bedrag in 2023 inclusief indexeringen). Daar komt nog een investering vanuit de schoolbesturen bij om de duurzaamheidsambities te kunnen behalen van circa €1.815.000,-. De precieze bijdrage en of het halen van de duurzaamheidsambities realistisch is, moet per project bepaald worden. Daarnaast is er nog een investering nodig van €175.000,- voor de eenmalige kosten voor het benodigde vooronderzoek (ten behoeve van de bouwheer). In het IHP zijn deze alleen voor Fase 1 en 2 opgenomen. De genoemde investering betreft uitsluitend de kosten voor onderwijshuisvesting. Figuur 19 geeft de kosten van de gemeentelijke investering van de uitgangspunten en de fasering uit paragraaf 6.11 en 7.1 weer. De kosten van de lopende projecten zijn hier niet in meegenomen. De project specifieke kosten, zoals beschreven in paragraaf 4.4, en de reservering hiervoor zijn niet per project opgenomen maar bij iedere fase toegevoegd.
www.icsadviseurs.nl
56/73
Lopende projecten
FASE
SCHOOL De Kromme Draai
Nieuwbouw
Schoonhovens College V W
Nieuwbouw
Kiezel en Kei De Ark
-
Nieuwbouw
€
-
Nieuwbouw
€
-
€
- €
-
Fase 1
De Rank
Nieuwbouw
€
7.090.000 €
25.000
De V lieger
Nieuwbouw
€
4.880.000 €
25.000
De Krullevaar
Nieuwbouw
€
3.090.000 €
25.000
Emma School (Centrum)
Nieuwbouw
€
3.900.000 €
25.000
De Sterrenboom
Extra (tijdelijke) huisvesting
N.t.b
Reservering
Reservering voor project specifieke kosten (15%)
Fase 2
TOTAAL FASE 1
€
2.844.000
€
21.804.000 €
100.000
Gemini College
Renovatie
€
7.020.000 €
25.000
Driestar College
Renovatie
€
5.640.000 €
25.000
Polsstok
Renovatie
€
1.240.000 €
25.000
Reservering
Reservering voor project specifieke kosten (15%)
TOTAAL FASE 2
Fase 3
Eenmalige investering
€
TOTAAL LOPENDE PROJECTEN
€
2.085.000
€
15.985.000 €
Schoonhoven College AP
Renovatie
€
11.040.000
Basisschool Koningin Wilhelmina
Nieuwbouw
€
6.990.000
Reservering
Reservering voor project specifieke kosten (15%)
TOTAAL FASE 3
Fase 4
Investering gemeente
SCENARIO
€
2.704.500
€
20.734.500 €
Willem de Zwijger
V ervangende Nieuwbouw voor tijdelijke huisvesting
€
3.400.000
Het Schateiland
Nieuwbouw
€
6.000.000
Koningin Julianaschool
Nieuwbouw
€
3.530.000
Reservering
Reservering voor project specifieke kosten (15%)
75.000
-
€
1.939.500
TOTAAL FASE 4
€
14.869.500 €
-
TOTAAL IHP 2023-2037
€
73.393.000 €
175.000
Figuur 19: overzicht van de gemeentelijke investeringskosten Figuur 20 geeft de geschatte kosten weer voor de investering door schoolbesturen op basis van de uitgangspunten en de fasering uit paragraaf 6.11 en 7.1. De investering voor de nieuwbouw bij lopende projecten zijn niet meegenomen. De scholen dragen bij aan het realiseren van de projecten door exploitatiegericht te investeren en daarmee extra duurzaamheidsambities te realiseren. Per situatie moet via een businesscase verder onderzocht worden of deze bijdrage realistisch is.
www.icsadviseurs.nl
57/73
Lopende projecten
FASE
SCENARIO
Investering bestuur
De Kromme Draai
Nieuwbouw
€
-
Schoonhovens College V W
Nieuwbouw
Kiezel en Kei
Nieuwbouw
€
-
De Ark
Nieuwbouw
€
-
€
-
SCHOOL
Fase 1
TOTAAL LOPENDE PROJECTEN De Rank
Nieuwbouw
€
340.000
De V lieger
Nieuwbouw
€
234.000
De Krullevaar
Nieuwbouw
€
144.000
Emma School (Centrum)
Nieuwbouw
€
187.000
De Sterrenboom
Extra (tijdelijke) huisvesting €
905.000
€
-
€
-
€
349.000
€
349.000
Fase 4
Fase 3
Fase 2
TOTAAL FASE 1
TOTAAL FASE 2
Basisschool Koningin Wilhelmina
Nieuwbouw
TOTAAL FASE 3
Willem de Zwijger
V ervangende Nieuwbouw voor tijdelijke huisvesting
€
170.000
Het Schateiland
Nieuwbouw
€
385.000
Koningin Julianaschool
Nieuwbouw
€
165.000
TOTAAL FASE 4
€
720.000
TOTAAL IHP 2023-2037
€
1.974.000
Figuur 20: overzicht van de geschatte investeringskosten van de schoolbesturen
www.icsadviseurs.nl
58/73
7.3 Effect gemeentelijke begroting Bij het bepalen van het effect op de gemeentelijk begroting zijn de nieuwe kapitaallasten als gevolg van de investeringen in beeld gebracht. Bij het berekenen van de kapitaallasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Rekenrente: 0,8%; Prijsindex ten behoeve van bepalen van toekomstige investering: 4% voor de eerste 5 jaar en daarna 2%; Afschrijvingsmethode: lineair; Afschrijftermijnen bij nieuwbouw en vernieuwbouw: 40 jaar; Afschrijftermijn renovatie: 20 jaar.
Nieuwe kapitaallasten ingrepen IHP 2023 -2038 € 3.000.000
€ 2.500.000
€ 2.000.000
€ 1.500.000
€ 1.000.000
€ 500.000
€-
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038
Figuur 21: nieuwe kapitaallasten naar aanleiding van de nieuwe projecten De realisatie van de voorgestelde scenario’s voor het nieuwe IHP betekent dat er de komende 15 jaar gemiddeld ongeveer €1.450.000,- aan nieuwe kapitaallasten gedekt moet worden. Figuur 20 laat hiervan de opbouw zien. Hierbij zijn de huidige projecten en de daarbij behorende nieuwe kapitaallasten buiten beschouwing gelaten. De project specifiek kosten zijn ook niet meegenomen bij het berekenen van de kapitaallasten om dit vaak gaat om eenmalige kosten waar niet op afgeschreven kan worden.
www.icsadviseurs.nl
59/73
8. Bewegingsonderwijs Het bewegingsonderwijs maakt onderdeel uit van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Binnen het IHP is onderzocht hoe het aanbod aan ruimte voor bewegingsonderwijs zich verhoudt tot de normatieve behoefte aan klokuren gym, nu en in de toekomst. Per kern is er gekeken naar het aanbod (uitgedrukt in klokuren gym op basis van het aantal zaaldelen) en de behoefte aan bewegingsonderwijs. Er wordt voor het primair onderwijs uitgegaan van de wettelijke 26 beschikbare klokuren per zaal(deel). Voor het voortgezet onderwijs wordt uitgegaan van 40 beschikbare klokuren per zaal(deel). De huidige en normatieve behoefte is afgeleid uit de leerlingenprognose van Postmus Advies in 2021 en 2022 (voor Bergambacht). In de tabellen is per kern de beschikbare capaciteit afgezet tegen de behoefte aan klokuren gym. Het gebruik van sportvoorzieningen door verenigingen is in dit overzicht niet meegenomen. Het in kaart brengen van deze behoefte valt buiten de scope van dit IHP. Daarnaast is er enkel gekeken naar de normatieve bewegingsonderwijsbehoefte. De behoefte van onderwijsrichting met extra bewegingsonderwijs is hierbij buiten beschouwing gelaten. Uitgangspunt voor het primair – en (voortgezet) speciaal onderwijs is een afstand van 1 kilometer hemelsbreed van de school. Voor het voortgezet onderwijs geldt 2 kilometer hemelsbreed.
Tijdens de analyse voor de capaciteit van bewegingsonderwijs per kern is dit niet meegenomen. Naast het reguliere bewegingsonderwijs zet de gemeente Krimpenerwaard ook in op schoolzwemmen. Met het raadsvoorstel over ‘Schoolzwemmen en vervoer’14 is verzekerd dat alle scholen in de toekomst dezelfde mogelijkheden om schoolzwemmen mogelijk te maken en hier vergoeding voor krijgen. Ammerstol en Bergambacht In Ammerstol is er een gymzaal bij de Kromme Draai. De gymzaal heeft één zaaldeel en dus 26 klokkuren. Deze zaal voorziet de kern van genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs. Dit is nu het geval en in 2038 ook. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. In Bergambacht is één sportvoorziening, namelijk sporthal de Waard. Hier maken zowel de Ark als de Kiezel en Kei gebruik van. De sporthal heeft twee zaaldelen en zowel nu als in 2038 genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs in de kern. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. Tabel 6: bewegingsonderwijs in de kernen Ammerstol en Bergambacht
14 Raadsvoorstel Schoolzwemmen en vervoer – Gemeente Krimpenerwaard (nr. 19313948/10126 van raadsvergadering 15 december 2022)
www.icsadviseurs.nl
60/73
Berkenwoude In Berkenwoude is één sportvoorziening, namelijk gymzaal Cultureel Centrum de Zwaan. CBS de Wegwijzer en De Polsstok maken gebruiken van de gymzaal. De voorziening heeft één zaaldeel en dat is voldoende om de hele kern te voorzien van bewegingsonderwijs. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. Tabel 7: bewegingsonderwijs in Berkenwoude
Krimpen aan de Lek In Krimpen aan de Lek zijn twee sportvoorzieningen, namelijk Sporthal de Walvis en de gymzaal van MFA Krimpen. Deze twee voorzieningen zorgen voor genoeg capaciteit voor het bewegingsonderwijs in de kern, zowel voor nu als in 2038. Het beschikbare aantal klokuren is groter dan de vraag. Tabel 8: bewegingsonderwijs in Krimpen aan de Lek
Lekkerkerk In Lekkerkerk zijn drie sportvoorzieningen voor het bewegingsonderwijs, zie tabel 9. Deze drie voorzieningen moeten de behoefte van vijf scholen voorzien. Bij het Gemini College ligt Sporthal de Bakwetering die de school voorziet in zijn behoefte. De benodigde behoefte van de drie basisscholen kunnen worden voorzien door gymzaal Jan Ligthart. De gymzaal van het Driestart College heeft niet genoeg capaciteit om de school te voorzien van zijn behoefte. Echter heeft sporthal de Bakwetering nog genoeg capaciteit over om dit tekort in capaciteit op te vangen. Het beschikbare aantal klokuren bewegingsonderwijs voor de hele kern is groter dan de vraag. De verdeling van de scholen over de verschillende sportvoorzieningen vraagt echter wel om aandacht. Daarvoor is het ook belangrijk om te kijken naar de afstand die leerlingen moeten afleggen naar de sportvoorziening.
www.icsadviseurs.nl
61/73
Tabel 9: bewegingsonderwijs in Lekkerkerk
Ouderkerk aan den IJssel In Ouderkerk aan den IJssel is één sportvoorziening, namelijk sporthal de Drie Maenen. De capaciteit van de sporthal is groot genoeg om de drie basisscholen te voorzien van capaciteit voor bewegingsonderwijs. Het beschikbare aantal klokluren bewegingsonderwijs voor de hele kern is groter dan de vraag. Voor de Koningin Julianaschool is echter belangrijk om op te merken dat deze niet in de kern Ouderkerk aan den IJssel ligt maar daar buiten. Het is daarom belangrijk om in de gaten te houden of de leerlingen niet te ver moeten reizen voor de sportvoorziening. Tabel 10: bewegingsonderwijs Ouderkerk aan den IJssel
Ouderkerk a/d Ijssel Sporthal de Drie Maenen
School Koningin Wilhelmina School (PCPO)
ll 2022
52
52
2022
2038
252
10,5
10,5 3 7,5
ll 2038
229
Koningin Juliana School (PCPO)
84
91
3
De Schakel
180
180
7,5
Totaal behoefte Capaciteit sportvoorziening Verschil
www.icsadviseurs.nl
21
21
52 31,00
52 31,00
62/73
Gouderak In Gouderak is één sportvoorziening aanwezig, namelijk de Gymzaal MFA het Rak. De gymzaal zit in de MFA waar de Kranepoort en de Bron ook bij zitten. De gymzaal voorziet de behoefte van de twee basisscholen. Het beschikbare aantal klokuren bewegingsonderwijs voor de hele kern is groter dan de vraag. Tabel 11: bewegingsonderwijs in Gouderak
Haastrecht In Haastrecht is één sportvoorziening, namelijk sporthal Concordia. De sporthal heeft genoeg capaciteit om de twee basisscholen te voorzien van bewegingsonderwijs. Het beschikbare aantal klokuren bewegingsonderwijs voor de hele kern is groter dan de vraag. Tabel 12: bewegingsonderwijs in Haastrecht
www.icsadviseurs.nl
63/73
Stolwijk In Stolwijk is één sportvoorziening, namelijk sportzaal de Stolp. De sportzaal heeft genoeg capaciteit om de twee basisscholen te voorzien van bewegingsonderwijs. Het beschikbare aantal klokuren bewegingsonderwijs voor de hele kern is groter dan de vraag. Tabel 13: bewegingsonderwijs Stolwijk
www.icsadviseurs.nl
64/73
Schoonhoven In Schoonhoven zijn op dit moment zeven sportvoorzieningen. Na de realisatie van Schoonhovens College VW zal de gymzaal in het gebouw verdwijnen. Sporthal de Meent heeft in de nieuwe situatie drie zaaldelen. Tabel 14 geeft een overzicht van de sportvoorzieningen in Schoonhoven. Voor bijna alle scholen (basis – en voortgezet onderwijs) is in de buurt voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs. Dit is alleen niet het geval voor Willem de Zwijger omdat de eigen gymzaal niet voldoende capaciteit heeft voor de hele school. Het beschikbare aantal klokuren bewegingsonderwijs voor de hele kern is echter wel groter dan de totale vraag. De verdeling van de scholen over de verschillende sportvoorzieningen vraagt echter wel om aandacht. Tabel 14: bewegingsonderwijs in Schoonhoven
Conclusie Alle kernen in de gemeente Krimpenerwaard hebben genoeg capaciteit bewegingsonderwijs voor de vraag in de kern. Dit is ook het geval in Schoonhoven en Lekkerkerk. Echter zijn er hier wel een aantal scholen die niet direct naast het schoolgebouw een sportvoorziening hebben en er is dus goed gekeken moet worden naar de verdeling over de kern.
www.icsadviseurs.nl
65/73
9. CO2 berekening Nederland heeft grote klimaatambities. In 2030 moet de CO2-uitstoot in Nederland met ten minste 55% zijn gedaald ten opzichte van 1990, als opmaat naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Maatschappelijke organisaties dienen portefeuille routekaarten op te stellen om deze doelen te behalen. Dit geldt ook voor de schoolgebouwen. Een groot deel van vastgoedportefeuilles van gemeentes bestaat uit schoolgebouwen. Het voorliggende IHP vormt een belangrijke opmaat naar dergelijke routekaarten en draagt bij in het terugdringen van de CO2-uitstoot in de gemeente Krimpenerwaard. De nieuwbouw, renovatie en verduurzamingsopgaven die worden voorgesteld in dit IHP dragen immers voor een groot deel bij aan de CO2-reductie. In dit hoofdstuk wordt de huidige CO2-uitstoot van de schoolgebouwen afgezet tegen de verwachte CO2uitstoot als gevolg van de huisvestingsmaatregelen in dit IHP. Hiermee ontstaat inzicht in de verwachte CO2reductie en de opgave die resteert om te gestelde doelen te bereiken. CO2-reductie Onderstaande grafiek (figuur 21) toont de verwachte CO2-reductie als gevolg van de uitvoering van het IHP. De getoonde gegevens betreffen een indicatie. Het daadwerkelijk effect op de CO2-uitstoot is afhankelijk van het uiteindelijk ontwerp en presentaties van het gebouw.
Figuur 22: Uitstoot na uitvoeren plannen IHP De tabel maakt inzichtelijk dat als gevolg van de plannen in het IHP de uitstoot de komende jaren van ca. 2.1 miljoen kg CO2 per jaar in 2018 gereduceerd wordt naar ca. 1,2 miljoen kg CO2 per jaar in 2030. Dit houdt in dat er een CO2-reductie binnen de onderwijsportefeuille van 45% wordt verwacht in 2030 ten opzichte van de uitstoot in 2018. Hiermee wordt niet voldaan aan het landelijke streefdoel van een reductie van 55%,.
www.icsadviseurs.nl
66/73
Het IHP loopt echter verder door dan 2030, namelijk tot 2038. Met de projecten die na 2030 worden gerealiseerd worden, wordt de uitstoot verder gereduceerd naar ca. 960.000 kg CO2 per jaar in 2038. Dat komt uit op een reductie van 54% ten opzichte van de uitstoot in 2018. Dat betekent dat op het einde van dit IHP de doelstelling voor 2030 nagenoeg is gerealiseerd. De doelstelling voor de reductie in 2030 is echter niet de enige opgave. In 2050 moeten namelijk alle gebouw klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat na dit IHP de uitstoot ook nog verder gereduceerd moet worden. Om dit te bereiken, zal bij de overige schoolgebouwen ook de uitstoot gereduceerd moeten worden. Daarnaast is er bij enkele scholen gekozen voor een renovatie scenario. Bij dit scenario is de verwachting dat BENG wordt behaald of benaderd. Dit is echter nog niet klimaatneutraal en daarom zal er voor 2050 nog een ingreep plaats moeten vinden.
www.icsadviseurs.nl
67/73
10. Slotsom en aanbevelingen 10.1 Slotsom Het voorliggende IHP is in een nauwgezet proces in constructief overleg met de gemeente en de schoolbesturen tot stand gekomen. De visie op onderwijshuisvesting, die gezamenlijk is opgesteld, geeft een helder perspectief voor de huisvesting van het onderwijs in de gemeente Krimpenerwaard. Deze visie bevat tevens concrete afspraken voor het proces van de uitvoering van projecten in het IHP. Het IHP geeft een concreet beeld van de projecten en hun fasering. Voor alle projecten is een opzet van de planning meegegeven (met vooronderzoek, ontwerptraject en bouwtraject) om inzichtelijk te maken welke stappen er nodig zijn om op tijd tot realisatie te komen. Fase 1 en 2 geven daarnaast de projecten weer die de meest urgente knelpunten in de onderwijshuisvesting aanpakken. Dit IHP geeft daarmee een kwaliteitsimpuls aan de deels verouderde portefeuille aan onderwijsgebouw. Ook worden er belangrijke stappen gezet op het gebied van verduurzaming en binnenklimaat. In hoofdstuk 9 heeft een overzicht gegeven van CO2 reductie die dit plan met zich mee brengt. Voor een aantal projecten (met name in Schoonhoven) is verdere planvorming en onderzoek nodig om tot concrete scenario’s te komen. Schoolbesturen en gemeente werken, na vaststelling van dit IHP, als partners samen aan deze gezamenlijke opgave.
In dit IHP zijn daar verschillende procesafspraken voor opgenomen. Dit IHP geeft naast de projecten van fase 1 en 2 ook een doorkijk voor de langere termijn met fase 3 en 4. Dit IHP kan dan ook gezien worden als strategisch koersdocument voor de lange termijn.
10.2 Aanbevelingen Onze aanbevelingen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: Proces ▪ Voer om de vier jaar een actualisatie uit van het IHP voor alle schoolgebouwen met een scope van 16 jaar. Maak daarbij duidelijke procesafspraken; ▪ Stel minimaal om de 2 een leerlingenprognose op en monitor vraag en aanbod, mede in relatie tot woningbouwontwikkelingen; ▪ Hanteer de gemaakte factsheets door deze tweejaarlijks te actualiseren qua ruimtegebruik en beoordeling van de gebouwen. De factsheets zijn tevens een mooi instrument om de gemeenteraad op de hoogte te houden van de vorderingen en resultaten van het IHP; ▪ Blijf gezamenlijk werken aan de nadere uitwerking van de duurzaamheidsambities voor de kindvoorzieningen in het IHP waarbij de landelijke en andere gemeentelijke ontwikkelingen (zoals een routekaart) nauwgezet gevolgd worden. Uitvoering visie uitgangspunten ▪ Inventariseer en onderzoek verder welke gebouwen problemen ondervinden met het binnenklimaat en mogelijk gebaat zijn bij de aanpak hiervan; ▪ Stel beleid op voor hoe scholen die problemen ondervinden met het binnenklimaat hierbij geholpen kunnen worden.
Realisatie projecten IHP ▪ Inventariseer, in de definitiefase, van het project, wijkgericht welke mogelijkheden bredere (maatschappelijke) voorzieningen gekoppeld kunnen worden aan het onderwijs; ▪ Stel een uitvoeringsprogramma op waarin staat omschreven welke stappen dienen te worden gezet, wie welke rol daarin heeft en welke (detail)planning wordt aangehouden. In het uitvoeringsprogramma dienen tevens de investeringskosten nauwkeuriger in de tijd te worden gezet op basis van het voorbereidings- en uitvoeringskrediet. Het uitvoeringsprogramma en de voortgang van de realisatie van het huisvestingsplan dienen jaarlijks terugkerend tussen gemeente en schoolbesturen en gemeenteraad te worden besproken;
www.icsadviseurs.nl
68/73
▪
▪ ▪
Stel een businesscase op voor de schoolgebouwen waar meerdere scenario’s, zowel nieuwbouw als vernieuwbouw, worden voorgesteld om te bepalen welk scenario het meest haalbaar is. De businesscase bepaalt de ruimtelijke en financiële kaders voor de verdere ontwikkeling; Stel een Plan van Aanpak op voor het hergebruik of de herontwikkeling van, op termijn, vrijvallende locaties; De realisatie van het huisvestingsplan heeft impact op een groot aantal leerlingen, ouders en bewoners. Communiceer gezamenlijk (gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties) over de plannen en de planning.
Organisatie ▪ Start met het formeren van werkgroepen. Maak daarbij duidelijk procesafspraken over onder anderen ─ Wie is de voorzitter en wie zijn de gegadigden; ─ De communicatie; ─ De frequentie van overleggen; ─ De gespreksagenda; ─ De planning om tot concrete afspraken te komen. ▪ Het invulling geven aan de werkgroepen en de uitrol van de projecten hebben effect op de inzet van de ambtelijke organisatie. Maak de effecten (in benodigd fte.) op de ambtelijke organisatie apart inzichtelijk; ▪ Ook voor de schoolbesturen vraagt de uitvoering van de projecten en de werkgroepen om extra inzet en organisatie. Breng in kaart hoeveel extra personele inzet benodigd is en stuur waar nodig bij.
www.icsadviseurs.nl
69/73
Bijlage 1: Uitgangspunten CO2-uitstoot berekening Om het effect vanuit het IHP op de CO2-uitstoot inzichtelijk te maken worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪
▪
▪ ▪
▪
De CO2-uitstoot wordt weergeven in kg CO2 per jaar; De CO2-uitstoot wordt berekend op basis van het gas- en elektra verbruik van de gebouw-gebonden installaties en het gebruik; Voor de uitstoot in 1990 worden de gegevens uit 2018 gebruikt15. Bron voor deze gegevens zijn ofwel de afrekeningen van de schoolgebouwen of gegevens uit de openbare dashboards ‘energieverbruik maatschappelijk vastgoed’ van het CBS. Dit dashboard toont de energieleveringen t.b.v. het onderwijs per gemeente; De getoonde gegevens betreft de CO2-uitstoot gedurende de levensduur van het gebouw; de CO2uitstoot tijdens de bouw wordt buiten beschouwing gelaten; De getoonde gegevens betreffen zowel het gebouw- als gebruiksgebonden verbruik; Voor de verwachte CO2-uitstoot worden standaard configuraties voor nieuwbouw, vernieuwbouw en renovatie gebruikt. Onderscheid wordt gemaakt tussen een school voor basis- en voortgezet onderwijs.
De gehanteerde aannames per configuratie zijn te vinden in bijlage 1; Indien het gebouw bestaat uit bouwdelen van verschillende bouwjaren wordt het oudste bouwdeel als uitgangspunt genomen, tenzij sprake is van substantiële uitbreiding waarbij de installaties van het totale gebouw zijn aangepast; Indien het gebouw is gerenoveerd en destijds de installaties en de gebouwschil zijn aangepakt wordt het jaar van de renovatie als uitgangspunt genomen in plaats van het initiële bouwjaar; In geval inpandige gymzaal zonder eigen installaties integraal meenemen met het schoolgebouw. In geval van aparte installaties als apart bouwdeel beschouwen. In beide gevallen rekening houden met vereniging gebruik. Inpandige gymzaal bij VO school altijd apart beschouwen. Voor gebouwen zonder ingreep in het IHP wordt aangenomen dat de CO2-uitstoot de komende jaren gelijk blijft aan het huidige niveau.
Voor het berekenen van de CO2-uitstoot wordt gebruik gemaakt van het programma Life Cycle Vision. Op basis van ingevoerde modellen, prestatie-eisen en installatieconcepten genereert het programma gebruiksgegevens zoals de CO2-uitstoot. Onderstaand zijn de aannames samengevat die in Life Cycle Vision gebruikt zijn om de CO2-uitstoot van de IHP ingrepen te berekenen.
15 Planbureau voor de Leefomgeving adviseert uit te gaan zou van 2018 omdat
www.icsadviseurs.nl
dit het meest recente jaartal is waarvan de uitstoot bekend is
70/73
Tabel 15: Uitgangspunten CO2-uitstoot berekening Ingreep Nieuwbouw
Vernieuwbouw levensduurverlening 40 jaar
Renovatie levensduurverlening 20 jaar
Bouwjaar (o.b.v. BB)
Kwaliteit
n.v.t.
ENG
gasloos
Frisse scholen A
behoefte
Voor 1945
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
1946 - 1979
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
1980 – 1991
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
1992 – 2011
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
2012 – 2015
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
2015 – 2018
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
Voor 1945
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
1946 – 1979
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
1980 – 1991
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
1992 – 2011
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
2012 – 2015
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
2015 – 2018
BENG
gasloos
Frisse Scholen B
bestaand
Capaciteit
Installatieconcept (beproefde technieken) Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp Lucht- water warmtepomp
Specificaties gebouwen: ▪ ▪ ▪
Lokaalgrootte van 56 m² fno; t/m 150 leerlingen een eenlaags gebouw. Bij meer dan 150 leerlingen dubbellaags gebouw waarbij 50% van de capaciteit op maaiveld en 50% van de capaciteit op de verdieping; De gebruiksgebonden component is afhankelijk van de grootte van de school.
www.icsadviseurs.nl
71/73
Bijlage 2: Onderbouwing investering vervangende nieuwbouw Deze bijlage is separaat bijgevoegd.
www.icsadviseurs.nl
72/73
De hoogste kwaliteitseisen aan onze dienstverlening. Een goed gebouw begint met het beste idee. Colofon Datum: Auteur(s): Gereviewd door:
9 november 2023 Maarten Groenen en Stijn Olthof
info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27
www.icsadviseurs.nl www.icsadviseurs.nl
73/73 Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV