Rapportage IHP Krimpenerwaard 2023 5dec2023
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2023-2037 Gemeente Krimpenerwaard Versie 7
Opdrachtgever Gemeente Krimpenerwaard
Datum 9 november 2023
Referentienummer 2210429
Auteur Maarten Groenen Stijn Olthof
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave 1.
2.
Inleiding 1.1
Plan van aanpak
5
1.2
Status IHP
6
1.3
Taken en verantwoordelijkheden
6
Visie op onderwijs 2.1
4.
Primair onderwijs
8 8
2.1.1
Doorgaande ontwikkellijn
8
2.1.2
Aanbod
8
2.1.3
Inclusiever onderwijs
8
2.1.4
Beweging
9
2.1.5
Samenwerking en relaties
9
2.2
3.
4
Voortgezet onderwijs
10
2.2.1
Doorgaande leerlijn
10
2.2.2
Aanbod
10
2.2.3
Inclusiever onderwijs
10
2.2.4
Samenwerking en relaties
11
Visie op onderwijshuisvesting
12
3.1
Huisvestingscenario’s
12
3.2
Duurzaamheid
14
3.3
Flexibiliteit
16
3.4
Bredere voorzieningen
16
3.4.1
Kaders ontwikkeling
16
3.4.2
Inclusievere schoolgebouwen
18
Financiële kaders en werkwijze
19
4.1
Investering gemeente
19
4.2
Investering schoolbesturen
20
4.3
Investering binnenklimaat
20
4.4
Project specifieke kosten
21
4.5
Subsidies
21
4.6
Procesafspraken
23
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS adviseurs B.V.
www.icsadviseurs.nl
5.
6.
7.
Inzicht en beoordeling
25
5.1
Het scholenbestand
25
5.2
Nulmeting
26
5.2.1
Kwaliteit
26
5.2.2
Vraag en aanbod
28
Huisvestingscenario’s per kern
30
6.1
Ammerstol & Bergambacht
31
6.2
Berkenwoude
33
6.3
Krimpen aan de Lek
35
6.4
Lekkerkerk
37
6.5
Ouderkerk aan den IJssel
39
6.6
Gouderak en Lageweg
41
6.7
Haastrecht en Stolwijk
43
6.8
Schoonhoven
45
6.9
Voortgezet Onderwijs
48
6.10 Binnenklimaat scholen
51
6.11 De opgave
52
Financiën
55
7.1
Uitgangspunten
55
7.2
Totale investering
56
7.3
Effect gemeentelijke begroting
58
8.
Bewegingsonderwijs
60
9.
CO2 berekening
66
10. Slotsom en aanbevelingen
68
10.1 Slotsom
68
10.2 Aanbevelingen
68
Bijlage 1: Uitgangspunten CO2-uitstoot berekening
70
Bijlage 2: Onderbouwing investering vervangende nieuwbouw
72
www.icsadviseurs.nl
1. Inleiding De gemeente Krimpenerwaard wil graag het huidige Integraal Huisvestingsplan (verder IHP) voor het primair – en voortgezet onderwijs, waar in 2017 aan is gewerkt en vast is gelegd in 2018 actualiseren. Ook in het coalitieakkoord1 zijn enkele speerpunten ten aanzien van het onderwijs en de onderwijshuisvesting benoemd. Het IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en ook kinderopvangorganisaties een hernieuwd beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjarig huisvestingsplan. Uit het huidige IHP zijn echter nog geen projecten afgerond. Daarom moet een inhaalslag gemaakt worden. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang; met als doel het voorzien in duurzame en gezonde onderwijs- en opvangomgevingen voor alle kinderen in de gemeente. Naast de ontwikkelingen van het leerlingenaantal en de technische staat van de gebouwen, komen in dit IHP meer kwalitatieve aspecten van de huisvesting aan de orde, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en opvangvoorzieningen. Het IHP geeft daarmee inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij is tevens aandacht voor zowel korte- als langere termijn oplossingen.
Het voorliggende IHP-rapport is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met alle schoolbesturen voor het primair en voortgezet onderwijs en de gemeente Krimpenerwaard. Het IHP biedt een perspectief voor de schoollocaties voor het primair onderwijs voor de komende zestien jaar en sorteert daarmee voor op de verwachte wetwijziging, die gemeentes verplichten om een IHP te hebben.
1 Coalitieakkoord gemeente Krimpenerwaard 2022-2026 – Vitaal vooruit!
www.icsadviseurs.nl
4/73
Tenslotte schetst het IHP tevens een actueel meerjarenperspectief van de financiële consequenties voor het oplossen van de knelpunten en het realiseren van de ambities.
1.1 Plan van aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen vormt de basis voor de aanpak. De schoolbesturen zijn betrokken bij het IHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. ▪
Actualisatie basisinformatie Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische- en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik van de (onderwijs) capaciteit inzichtelijk gemaakt. De factsheets zijn als bijlage toegevoegd aan de rapportage.
▪
Visie op onderwijs en huisvesting Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijs- en opvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, krimp en groei, gezondheid, duurzaamheid en investeren in kinderopvang zijn behandeld in werksessies.
▪
Situatieschets per kern Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van de gemeente Krimpenerwaard in de vorm van een zogenaamde kansenkaart. Deze kansenkaart geeft de knelpunten per kern in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief opvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen.
▪
Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de situatieschets per kern en de prioritering vormen de input voor huisvestingsscenario’s per locatie. Het huisvestingsscenario is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren.
▪
Financiële vertaling huisvestingsscenario’s Voor de huisvestingsscenario’s worden de verwachte investeringskosten in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt.
▪
Rapportage IHP De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling, zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.
www.icsadviseurs.nl
5/73
1.2 Status IHP Dit IHP is in overleg tussen gemeente en schoolbesturen tot stand gekomen en in het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) vastgesteld. De partijen hebben hiermee een akkoord gegeven over de geformuleerde visie en ambitie op onderwijshuisvesting én de beoogde planvorming. Het vormt daarnaast een perspectief om alle besluiten rondom investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen en wordt (bij voorkeur) iedere vier jaar geactualiseerd. Het IHP is als het ware een koersdocument en geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) behouden. Het is aan alle partijen om te waarborgen dat projecten en daaraan gekoppelde investeringen mogelijk zijn. Het IHP krijgt status met een vaststellingsbesluit vanuit de gemeenteraad. Naast de investering van de gemeente is er ook sprake van investeringen vanuit schoolbesturen in de vorm van een eigen bijdrage. Dit IHP is tevens een toevoeging op het lokaal beleid, dat op sommigen punten verder gaat dan het wettelijk kader en aanvult. Als partijen zich onverhoopt niet aan het IHP (kunnen) houden of er onderling niet uitkomen, dan wordt teruggevallen op de Verordening Voorzieningen Onderwijshuisvesting van de gemeente.
1.3 Taken en verantwoordelijkheden De taken en verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbestuur voor onderwijshuisvesting zijn wettelijk bepaald. De afbeelding hieronder toont het onderscheid in wettelijke taken en verantwoordelijkheden. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs (inclusief bewegingsonderwijs). Deze zorgplicht is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Deze zorgplicht is verder uitgewerkt in de verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Krimpenerwaard. De gemeente is verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Voor de uitvoering van de zorgplicht ontvangt de gemeente jaarlijks ongelabeld budget in het gemeentefonds vanuit het ministerie van binnenlandse zaken. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw. Taken als het onderhouden, exploiteren en het uitvoeren van inpandige (onderwijskundige) aanpassingen zijn belegd bij het schoolbestuur. Voor het in stand houden van de schoolgebouwen ontvangen de besturen jaarlijks vanuit het Rijk een materiële instandhoudingsvergoeding. Ook deze middelen zijn niet (meer) gelabeld. Deze vergoeding wordt gebaseerd op het aantal ingeschreven leerlingen.
De minister werkt aan een wetsvoorstel om een oplossing te bieden voor het grijze gebied tussen ‘ groot onderhoud’ (rekening schoolbestuur) en ‘ nieuwbouw’ (rekening gemeente). Er is hiertoe een wetsvoorstel in voorbereiding om de voorziening renovatie wettelijk te verankeren met daarin naar verwachting een verantwoordelijkheid voor de gemeente. In dit wetsvoorstel is tevens opgenomen dat gemeente verplicht worden om periodiek een integraal huisvestingsplan op te stellen. In 2021 is door het rijk het onderzoek “IBO Onderwijshuisvesting funderend onderwijs - Een vak apart - Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel” uitgevoerd. Mede op basis van dit onderzoek is door de POraad en VO-raad geconcludeerd dat de (rijks)middelen voor onderwijshuisvesting aan gemeenten en schoolbesturen onvoldoende zijn. Het is daarmee extra van belang om via een IHP het beschikbare budget zo efficiënt mogelijk in te zetten.
www.icsadviseurs.nl
6/73
In de onderstaande figuur is de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de onderwijshuisvesting schematisch weergegeven.
Figuur 1: Rolverdeling onderwijshuisvesting
www.icsadviseurs.nl
7/73
2. Visie op onderwijs In dit hoofdstuk is de visie op onderwijs beschreven. De visie op onderwijs vormt een belangrijke basis om goede huisvesting te kunnen realiseren. De gemeente is hierbij verantwoordelijk voor de huisvesting en de schoolbesturen hebben hiertoe vanuit hun verantwoordelijkheid gezamenlijk de onderstaande visie geformuleerd. In de visie op onderwijs wordt aandacht besteed aan de thema’s doorgaande lijnen, het aanbod en de samenwerking. Afzonderlijk is, voor het primair- en voortgezet onderwijs, die visie op deze thema’s omschreven. De visie op onderwijs vormt de basis voor hoofdstuk 3 en 4, waarin de vertaling naar onderwijshuisvesting en de financiële en wettelijke kaders is gemaakt.
2.1 Primair onderwijs Binnen de gemeente Krimpenerwaard zijn 26 scholen in het primair onderwijs verspreid over elf verschillende kernen. Deze paragraaf beschrijft de visie op de verschillende thema’s die spelen in het primair onderwijs, namelijk doorgaande ontwikkellijn, het aanbod, inclusief onderwijs, beweging en samenwerking en relaties.
2.1.1 Doorgaande ontwikkellijn In lijn met de Lokaal Educatieve Agenda 2020-20240 is het streven om, waar mogelijk en gewenst, een doorlopende leerlijn van 0 – 18 jaar aan te bieden. Hierbij is een soepele overgang tussen voorschoolse educatie, peuteropvang, primair onderwijs, buitenschoolse opvang, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs van belang. Bij het realiseren van doorlopende ontwikkellijnen is het van belang dat er onderlinge afstemming plaatsvindt tussen de verschillende partijen rondom het kind. De samenwerking tussen opvang en primair onderwijs vindt per locatie plaats op basis van een eenduidige pedagogische visie waarin de ontwikkeling van het kind centraal staat. Een doorlopende ontwikkellijn kan gerealiseerd worden door het vormen van integrale kind centra (IKC). In een IKC zijn, naast ruimte voor onderwijs, ook kinderopvang en mogelijk andere kindfuncties in hetzelfde gebouw ondergebracht. Het samenbrengen van meerdere kindfuncties onder één dak kan meerwaarde creëren, maar hoeft niet overal op deze manier vormgegeven te worden. Per situatie moet gekeken worden wat haalbaar is en het beste past. De behoefte en financiële haalbaarheid van een IKC wordt per project in een businesscase nader bepaald.
2.1.2 Aanbod Het is de ambitie flexibel om te gaan met groei en krimp van de leerlingaantallen en de behoefte aan onderwijsvoorzieningen. Voor de korte termijn dient de benodigde capaciteit op orde te zijn, zodat voor iedere leerling onderwijsruimte beschikbaar is. Voor de lange termijn dient de capaciteit toekomstbestendig en flexibel zijn. Modulair bouwen kan hieraan bijdragen. Voor het bepalen van de benodigde toekomstige capaciteit zijn de leerling prognoses leidend. Scholen vervullen een centrale functie binnen de verschillende kernen. Met name voor de kleine kernen in Krimpenerwaard is de school bepalend voor de leefbaarheid in de kern. Het is belangrijk om ook hier de kwaliteit van onderwijs te bewaken. Door het verdwijnen van voorzieningen vormt de school een plek waar bewoners op een laagdrempelige manier met elkaar en met maatschappelijke instanties in contact komen. Zolang de kwaliteit wordt geborgd is het van belang in iedere kern tenminste één basisschool te behouden. In de grotere kernen staat het bieden van keuzevrijheid voorop. Het aanbieden van verschillende denominaties en onderwijsconcepten zorgt ervoor dat kinderen en ouders wat te kiezen hebben. Ook in kleinere kernen is de keuzevrijheid belangrijk maar moet de kwaliteit wel bewaard blijven. Om kwalitatief goed onderwijs te kunnen geven is het van belang dat de keuze er is en behouden blijft.
2.1.3 Inclusiever onderwijs Gemeente en schoolbesturen streven naar inclusiever onderwijs, waarbij voor ieder kind een passende plek is binnen het reguliere onderwijs. Hiermee wordt invulling gegeven aan de Wet passend onderwijs, waarin alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Voor ieder kind wordt
www.icsadviseurs.nl
8/73
de ondersteuning en zorg geboden die hij/zij nodig heeft. Het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Midden Holland, Berséba, de schoolbesturen en de gemeente Krimpenerwaard trekken samen op om deze ambitie te realiseren. Gezamenlijk wordt een koppeling gemaakt tussen het onderwijs en zorgverlening, die aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van het kind. Om dit te realiseren is reeds een programma 2 opgezet. Het doel van dit programma is om de komende jaren steeds meer kinderen met een ondersteuningsbehoefte in Krimpenerwaard naar school te laten gaan. Gezocht wordt naar decentrale oplossingen binnen de basisscholen in de gemeente Krimpenerwaard, zodat thuis nabij passende ondersteuning wordt geboden. Specialistische onderwijsvoorzieningen blijven echter bestaan voor de kinderen die dit nodig hebben. Het realiseren van decentrale voorzieningen vraagt enerzijds om het inzetten van de juiste expertise en anderzijds om beschikbare ruimte binnen de schoolgebouwen. Partijen werken nauw samen om dit te bereiken. Gezamenlijk wordt een overzicht gemaakt van de ondersteuningsbehoefte en manieren om in de behoefte te voorzien.
2.1.4 Beweging In de gemeente Krimpenerwaard wordt ieder kind uitgedaagd om veel te bewegen tijdens, maar ook na, schooltijd. Het streven is om, in de nabijheid, van ieder schoolgebouw een gymzaal te hebben zodat het bewegingsonderwijs op een laagdrempelige manier kan worden ingevuld. Dit IHP bevat ook een analyse naar de capaciteit van het bewegingsonderwijs per kern, die is te lezen in hoofdstuk 8. Het streven is dat op iedere school een ‘vakleerkracht’ een gevarieerd en uitdagend gymprogramma verzorgt, passend voor ieder kind en onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Groene en klimaatadaptieve schoolpleinen zorgen ervoor dat de kinderen tijdens pauzes gestimuleerd worden om te bewegen en buiten te zijn. Met goede afspraken worden de schoolpleinen ook na schooltijd zo veel mogelijk gebruikt. Dit vraagt afstemming en is per situatie verschillend. In samenwerking met de buitenschoolse opvang (BSO) wordt er een naschools sportaanbod vormgegeven voor kinderen die extra willen bewegen.
2.1.5 Samenwerking en relaties Een optimale samenwerking tussen kinderopvang, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en maatschappelijke partijen (zoals de bibliotheek) versterkt het netwerk aan voorzieningen rondom de kinderen in Krimpenerwaard. Waar mogelijk en kansrijk kunnen nieuwe samenwerkingen worden aangegaan en bestaande samenwerking inhoudelijk en ruimtelijk worden versterkt. Het samenbrengen van meerdere voorzieningen op één locatie geeft de mogelijkheid om effectief en slim met de ruimte en elkaars expertise om te gaan. Door vanuit het kind en de inhoud te denken en samen te kijken naar de mogelijkheden, kunnen win-win situaties tussen organisaties gecreëerd worden die helpen bij de uitstraling van de gemeente Krimpenerwaard en het versterken van de kernen. Niet alleen op inhoudelijk en ruimtelijk vlak biedt de samenwerking kansen. Ook op organisatorisch vlak worden kansen gezien. Flexibele inzet van het personeel, zoals het slim inzetten van onderwijsassistenten, pedagogisch medewerkers en vakleerkrachten voor het bewegingsonderwijs, biedt een oplossing om met de huidige tekorten om te gaan. Een belangrijke voorwaarde voor een verdergaande samenwerking is goed overleg tussen de partijen. Uit het coalitieakkoord3 van de gemeente Krimpenerwaard komt ook naar voren dat de coalitie wil inzetten op samenwerken.
Het clusteren van onderwijs en andere maatschappelijke voorzieningen kan een boost geven aan de instellingen.
Naar inclusiever onderwijs in de Krimpenerwaard – PCPO, Onderwijs Primair, gemeente Krimpenerwaard, Samenwerkingsverband Regio Midden Holland (juni 2021) 3 Coalitieakkoord 2022 – 2026 Vitaal Vooruit – gemeente Krimpenerwaard 2
www.icsadviseurs.nl
9/73
2.2 Voortgezet onderwijs In Krimpenerwaard zijn 4 scholen met 5 vestigingen in het voorgezet onderwijs verspreid over twee kernen. Deze paragraaf beschrijft de visie op de verschillende thema’s die spelen in het voortgezet onderwijs, namelijk doorgaande leerlijn, inclusief onderwijs en samenwerking en relaties.
2.2.1 Doorgaande leerlijn Een doorgaande ontwikkellijn van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs is van belang. Het is daarbij belangrijk dat die overgang soepel verloopt. Het aanbieden van 10-14 (jarigen) onderwijs is een kans om deze doorgaande leerlijn te versterken. Tevens biedt dit kans om kinderen dichter bij huis onderwijs aan te bieden. Bij het realiseren van 10-14 onderwijs, wat in de praktijk complex te organiseren blijkt, werken het primair- en het voortgezet onderwijs nauw samen. Dit is een landelijke trend, vooral in dichtbevolkte gebieden. Het realiseren van 10-14 onderwijs is een kans om de doorgaande leerlijn te versterken in Krimpenerwaard. Het streven is een soepele overgang van het voorgezet onderwijs naar vervolgopleidingen in het MBO en HBO te realiseren. De overgang naar het MBO vanuit de kader- en basisberoepsgerichte leerweg is al gerealiseerd. Het streven is de overgang verder te versterken. De focus op aantrekkelijk techniekonderwijs is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Uit het oogpunt van efficiency en kostenbesparing is het de ambitie om gezamenlijke techniekfaciliteiten in de nabijheid van het onderwijs te realiseren. Leerlingen komen hier in aanraking met de innovaties en worden uitgedaagd technische vaardigheden te ontwikkelen.
2.2.2 Aanbod Het voortgezet onderwijs in de Krimpenerwaard heeft te maken met een krimp, die naar verwachting ook in de toekomst doorzet. Het behoud van kwalitatief goed VO-onderwijs is ten alle tijden van belang en staat op sommige plekken onder druk. De scholen hebben momenteel allemaal hun bestaansrecht. De verschillende types onderwijs die ze aanbieden komen echter onder druk te staan. Dit vraagt, in het kader van het IHP, om het maken van wel overwogen keuzes van de schoolbesturen over het onderwijsaanbod binnen de gemeente. De druk op de dienstverlening, de personeelstekorten en het bieden van een gevarieerd aanbod worden in de keuzes meegewogen. Ook de vraag of het huidige onderwijsaanbod voor zowel openbaar als bijzonder onderwijs volledig in stand kan worden gehouden, moet hierbij worden beantwoord. Verder is de nabijheid van VO-onderwijs voor de leerlingen belangrijk, maar staat ook dit onder druk. Gezocht wordt naar mogelijkheden om de nabijheid te waarborgen en de afstanden te overbruggen. De oplossing voor het borgen van de nabijheid en het behouden van een gevarieerd onderwijsaanbod is samenwerking.
2.2.3 Inclusiever onderwijs Het voorgezet onderwijs gaat uit van dezelfde principes als in het PO en heeft de ambitie om leerlingen die tussen het speciaal en regulier onderwijs in zitten ook een plaats te geven in Krimpenerwaard. De VO-scholen uit Krimpenerwaard maken onderdeel uit van het samenwerkingsverband Koers VO, Berséba en Samenwerkingsverband Midden Holland & Rijnstreek (MHR) die bezig zijn inclusiever onderwijs te bereiken. Koers VO heeft enkele uitgangspunten en ambities4 geformuleerd op het gebied van inclusiever onderwijs. Iedere school moet kwalitatief onderwijs geven en ondersteuning aan leerlingen zelf kunnen geven, in groepen of individueel. Het samenwerkingsverband heeft de ambitie om passend onderwijs zichtbaar te maken in de school. Dit kan bijvoorbeeld met versterken van de schoolondersteuningsteams. Een nauwere samenwerking tussen onderwijs en zorg kan hier ook verder bij helpen door bijvoorbeeld jeugdhulpverlening binnen de school aan te bieden. Ook wordt, in samenwerking met het samenwerkingsverband, de Leerroute Plus verder vormgegeven en toegepast. Hierin wordt een passende overgang van het voortgezet speciaal onderwijs naar het voortgezet onderwijs gefaciliteerd. De leerroute wordt toegespitst op de persoonlijke behoefte en capaciteiten van de leerling. In het verleden is deze aanpak al heel effectief gebleken.
Het is daarom de ambitie vanuit het 4 Samen bepalen wij de koers - Ondersteuningsplan 2018 – 2022 – Samenwerkingsverband Koers VO
www.icsadviseurs.nl
10/73
onderwijs de Leerroute Plus, die nu op 1 locatie wordt aangeboden, verder uit te breiden en toe te passen.
2.2.4 Samenwerking en relaties Het realiseren van doorgaande leerlijnen en het bieden van aanbod, passend bij de mogelijkheden, vraagt om een verregaande samenwerking tussen verschillende partijen. Samen sta je sterker en bereik je meer. Er liggen kansen om gezamenlijk een inhoudelijk, passend en toekomstbestendig aanbod voor het voortgezet onderwijs vorm te geven. Onderwerpen als keuzevrijheid, gevarieerd aanbod en personele bezetting worden hierin meegenomen. Naast inhoudelijke samenwerking wordt ook de ruimtelijke samenwerking verder verkend. Waar mogelijk worden specifieke faciliteiten met elkaar gedeeld. Het is daarnaast de ambitie om de overgang tussen het VMBO en MBO zo soepel mogelijk te laten verlopen en een doorgaande leerlijn te versterken. Bij het techniek onderwijs is er sprake van een doorlopende leerlijn en worden faciliteiten gedeeld. Tevens wordt gebruik gemaakt van hoogwaardige faciliteiten vanuit het bedrijfsleven. Door deze samenwerking kunnen leerlingen tevens meer thuisnabij naar school. Buiten de onderlinge samenwerking tussen de VO scholen worden ook kansen gezien voor ruimtelijke en mogelijk ook inhoudelijke samenwerking met andere partijen, zoals IKC’s, bibliotheken, verenigingen en het bedrijfsleven.
Voor dit laatste bestaat binnen de gemeente het zogenaamde ‘Triple Helix overleg’, waarbij de gemeente, het onderwijs, ondernemers en het leerwerkbedrijf Krimpenerwaard samenwerking verkennen.
www.icsadviseurs.nl
11/73
3. Visie op onderwijshuisvesting De visie op onderwijshuisvesting borduurt voort op de visie op onderwijs en vertaalt dit in huisvesting gerelateerde thema’s zoals huisvestingscenario’s, duurzaamheid, energie, aardgasvrij, circulariteit, binnenklimaat, flexibiliteit en bredere investeringen. Voor elk thema wordt de gezamenlijke visie en ambitie beschreven. Daarnaast worden deze ambities vertaald in concrete en haalbare spelregels voor de uitvoering. De visie op onderwijshuisvesting houdt echter niet op bij een vertaling van de nationale plannen. Er zitten ook toevoegingen van lokaal beleid bij. Dit gaat bijvoorbeeld over de spelregels voor de huisvestingsscenario’s (renovatie), brede voorzieningen, binnenklimaat en inclusiever onderwijs. Deze lokale thema’s zijn ook beschreven in het hoofdstuk. In het IHP (de planvorming) worden de spelregels omgezet naar een meerjarig investeringsagenda die ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.
3.1 Huisvestingscenario’s Gemeenten en schoolbesturen dienen vanuit een wettelijke zorgplicht te voorzien in adequate huisvesting. De Wet op het Primair en Voortgezet Onderwijs en gemeentelijke Verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs geven de kaders voor de invulling en rolverdeling hierbij. Kortgezegd is de gemeente verantwoordelijk voor het vervangen van schoolgebouwen en zijn schoolbesturen verantwoordelijk voor de instandhouding. In de praktijk zijn er echter meer ingrepen denkbaar om gezamenlijk invulling te geven aan het begrip adequate huisvesting. Ten behoeve van het IHP worden de volgende scenario’s onderscheiden: Het IHP maakt onderscheid in twee type gebouwen, te weten: ▪ ▪
Gebouwen met een vervangingsnoodzaak; Gebouwen zonder vervangingsnoodzaak.
In de eerste categorie vallen gebouwen waarbij uit de inventarisatie naar de kwaliteit, capaciteit en exploitatie blijkt dat vervanging (op termijn) noodzakelijk is. In het geval de noodzaak tot vervanging wordt aangetoond worden drie verschillende huisvestingsscenario’s in het IHP verkend. De scenario's worden in dit hoofdstuk kort beschreven en in hoofdstuk 4 zijn ze financieel verder beschreven. Dit gaat om de volgende scenario’s: ▪ ▪ ▪
Vervangende nieuwbouw (levensduur van minstens 40 jaar); Vernieuwbouw (levensduurverlenging van minstens 40 jaar); Renovatie (levensduurverlenging van minstens 20 jaar)
Voor de schoolgebouwen die nu in het IHP zijn opgenomen voor vervanging geldt dat deze gemiddeld 55 jaar oud zijn op het moment vervanging. Daarnaast zijn de technische kwaliteitseisen van nieuwe schoolgebouwen de afgelopen decennia aanzienlijk verhoogd. Een gemiddelde levensduur van 50 jaar lijkt voor nieuwe schoolgebouwen dan ook realistisch. De gemeente zou kunnen overwegen om de afschrijftermijn voor nieuwe schoolgebouwen te verlengen naar 50 jaar (i.p.v. 40 jaar conform het huidige beleid). Naast gebouwen met een vervangingsnoodzaak zijn er ook gebouwen waar vervanging niet aan de orde is. Bij deze gebouwen wordt het geplande onderhoud uitgevoerd door het schoolbestuur om ervoor te zorgen dat de gebouwen zo veel mogelijk kwaliteit behouden. Bij het uitvoeren van het onderhoud worden zoveel mogelijk verdere verduurzamingsmaatregelen uitgevoerd om deze gebouwen toekomstbestendig te houden c.q. te maken. Met de genoemde huisvestingsscenario’s kan in het IHP maatwerk worden geleverd en op een beleidsrijke wijze invulling worden gegeven aan de zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Al enige jaren is er een wetwijziging in voorbereiding om ook renovatie als formele ingreep (of voorziening) toe te voegen. De verwachting is dat deze in 2025 van kracht wordt. Met de genoemde huisvestingsscenario’s in deze visie wordt hierop al geanticipeerd.
Voor de genoemde huisvestingsscenario’s zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: www.icsadviseurs.nl
12/73
Vervangende nieuwbouw Bij vervangende nieuwbouw gelden de wettelijke eisen uit het bouwbesluit, wat betekent dat het schoolgebouw minstens moet voldoen aan de BENG eisen en gasloos moet zijn. De levensduur van het nieuwe gebouw is minimaal 40 jaar. De omvang van het gebouw wordt bepaald op basis van de normatieve ruimtebehoefte aan de hand van een prognose. Vernieuwbouw Het scenario vernieuwbouw vormt een kwalitatief gelijkwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw. Het bestaande gebouw(deel) wordt, met dezelfde (wettelijke) eisen als bij nieuwbouw, kwalitatief (technisch en functioneel) verbeterd zodat de levensduur minimaal 40 jaar wordt verlengd. Na uitvoering van de ingreep is het gebouw duurzaam en toekomstbestendig. De omvang van het gebouw is in de basis gebaseerd op het bestaande gebouw(deel). Een businesscase wijst uit of vernieuwbouw een beter alternatief vormt voor nieuwbouw o.b.v. een eenduidig afwegingskader. In de businesscase wordt onderzocht of bij vernieuwbouw de technische eisen kunnen worden gerealiseerd en de onderwijskundige visie kan worden ingepast. Renovatie Voor de renovatie geldt dat het bestaande schoolgebouw of gebouwdeel een kwaliteitsimpuls krijgt en daarmee de levensduur wordt verlengd met minimaal 20 jaar.
Vanuit de Rijksbekostiging dienen scholen hun schoolgebouwen in stand te houden, maar is er geen ruimte om de kwaliteit van de schoolgebouwen te Toelichting renovatie: Uitgangspunten: ▪
▪ ▪
▪
De gemeente geeft een financiële bijdrage om het binnenklimaat van het schoolgebouw te verbeteren (doelstelling is Frisse Scholen B) en te verduurzamen. Met deze bijdrage in combinatie met de uitvoering van het reguliere onderhoud door het schoolbestuur wordt de levensduur van het gebouw(deel) met minimaal 20 jaar verlengd. Het schoolbestuur bepaalt als bouwheer welke ingrepen worden gedaan en legt (financiële) verantwoording af aan de gemeente. De financiële bijdrage van de gemeente betreft (maximaal) 30% van de stichtingskosten voor nieuwbouw en wordt gebaseerd op de aanwezige capaciteit van het betreffende gebouw/gebouwdeel (en niet op de normatieve ruimtebehoefte). Daarnaast stelt de gemeente voorafgaand en separaat aan het project € 25.000 beschikbaar ten behoeve van de planvorming door het schoolbestuur. In het geval van renovatie voorziet de gemeente niet in tijdelijke huisvesting tijdens de bouwactiviteiten.
Werkwijze ▪ ▪
▪
▪
Een jaar voordat het project is opgenomen in het IHP vraagt het schoolbestuur een planvoorbereidingskrediet aan bij de gemeente (á € 25.000). Het schoolbestuur maakt een plan of laat een plan maken waarin de maatregelen voor het verbeteren van het binnenklimaat en het verduurzamen van het gebouw zijn uitgewerkt. In het plan zijn tenminste de ingrepen beschreven, de beoogde resultaten en verwachte kosten. Wanneer de verwachte kosten het gemeentelijk budget overschrijden, dan komen de extra kosten voor rekening van het schoolbestuur. Het schoolbestuur geeft tevens aan welke reguliere onderhoudswerkzaamheden eventueel met het plan worden gecombineerd. Het schoolbestuur dient dit plan in bij de gemeente. De gemeente toetst het plan op de uitgangspunten. Indien dit voldoet stelt de gemeente het vastgestelde budget uit het IHP (inclusief indexatie) in het opgenomen jaar beschikbaar. Het schoolbestuur laat de werkzaamheden in het betreffende jaar uitvoeren en zorgt voor een financiële verantwoording. Eventuele meerkosten komen hierbij voor rekening van het schoolbestuur. Indien blijkt dat beschikbaar gestelde middelen niet voor de beoogde doeleinden zijn ingezet, dient het schoolbestuur terug te betalen aan de gemeente.
Na afronding van de werkzaamheden geeft het schoolbestuur een financiële verantwoording aan de gemeente. De gemeente toetst op de middelen in lijn met het plan zijn besteed.
www.icsadviseurs.nl
13/73
verbeteren. Dit betekent dat schoolgebouwen ook bij adequaat onderhoud verouderen en op den duur aan een ingreep toe zijn. Het huisvestingsscenario renovatie geeft hieraan invulling. Met de renovatie draagt de gemeente vanuit haar zorgplicht bij de levensduurverlenging van de schoolgebouwen. Dit scenario kan kansrijk zijn wanneer een schoollocatie bijvoorbeeld uit meerdere gebouwdelen bestaat. Met een renovatie kan de kwaliteit van het gehele gebouw op een gelijk niveau worden getrokken. Hiermee ontstaat er in de toekomst één moment voor een ingreep aan het gehele gebouw. Met de renovatie wordt een impuls gegeven om het binnenklimaat van de school te verbeteren en het schoolgebouw te verduurzamen. Doelstelling hierbij is om zoveel mogelijk te voldoen aan Frisse Scholen klasse B. De plannen voor de renovatie worden door de gemeente beoordeeld om te kijken of het budget ook besteed wordt aan het verbeteren van het binnenklimaat en aan verduurzamen. Dit is een voorwaarde om het budget te krijgen. Indien aanvullende kosten moeten worden gemaakt zoals sloopkosten of kosten voor tijdelijke huisvesting, dan kunnen deze vanuit het budget worden vergoed. Een renovatie zorgt ervoor dat, in combinatie met het reguliere onderhoud, het gebouw een kwaliteitsimpuls krijgt en weer minimaal 20 jaar mee kan.
3.2 Duurzaamheid Schoolbesturen en gemeente streven naar gebouwen die toekomstbestendig zijn voor volgende generaties. In lijn met het Nederlandse Klimaatakkoord (2019) vraagt dit om verantwoord gebruik van beschikbare energiebronnen om de invloed van klimaatverandering te beperken. Gemeente en schoolbesturen zijn samen vanuit hun zorgplicht voor onderwijshuisvesting verantwoordelijk voor de verduurzamingsopgave. Concrete afspraken tussen de gemeente en schoolbesturen zijn nodig om de verduurzaming van schoolgebouwen een impuls te geven en te zoeken naar haalbare en betaalbare oplossingen. Duurzaamheid heeft betrekking op verschillende thema’s die onderstaand worden toegelicht. Binnenklimaat Gezonde schoolgebouwen met een goed binnenklimaat zijn een voorwaarde voor goed onderwijs en een goede werkomgeving. Het belang van een goed binnenklimaat is de afgelopen tijd, mede door COVID-19, nog duidelijker geworden. Een goed binnenklimaat heeft een positief effect op de leerprestaties en verminderd gezondheidsklachten. Het is de ambitie om alle schoolgebouwen in de gemeente Krimpenerwaard van een gezond binnenklimaat te voorzien. Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. Een gezonde school is een schoolgebouw met een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid.
Bij (ver)nieuwbouw dienen de eisen van het bouwbesluit gevolgd te worden die grotendeels aan sluiten bij Frisse Scholen klasse B (van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). De praktijk en ervaring leren echter dat ook relatief nieuwe schoolgebouwen soms een matig binnenklimaat hebben, ondanks de uitgebreide installatiesystemen. Het is daarom van belang om de ervaringen uit die projecten mee te nemen en bij nieuwe projecten te kiezen voor oplossingen die zich hebben bewezen in de praktijk. Het doel is om voor alle scholen (ook de bestaande gebouwen zonder vervangingsnoodzaak) in de gemeente Krimpenerwaard Frisse Scholen Klasse B voor luchtkwaliteit en temperatuur te realiseren. Het verbeteren van het binnenklimaat vraagt maatwerk per locatie. Dit betekent dat metingen en maatwerkadvies aan de basis staan voor gerichte ingrepen. Op basis van deze gerichte ingrepen worden vervolgens afspraken gemaakt over de kostenverdeling tussen gemeente en schoolbesturen. Duurzame energie Op het gebied van duurzame energie hebben de schoolbesturen en de gemeente de gezamenlijke ambitie om een flinke stap te zetten. Onderstaand figuur toont (globaal) de verschillende kwaliteitsniveaus die mogelijk zijn:
www.icsadviseurs.nl
14/73
Figuur 2: kwaliteitsniveaus duurzame energie De gemeente en schoolbesturen hebben de ambitie om, waar mogelijk, bij (ver)nieuwbouw 0-op-de-meter te realiseren. Op deze manier zijn de gebouwen maximaal op een toekomstige aanscherping van de energieeisen voorbereid. Mocht 0-op-de-meter niet haalbaar zijn dan is ENG het streven. De schoolbesturen zijn bereid tot een eigen bijdrage aan deze hoge energie ambities, mits de bijdrage zich in de exploitatie terugverdiend. Bij renovatie van schoolgebouwen is BENG het streven. De financiële vertaling van de kwaliteitsniveaus is te vinden in hoofdstuk 4. Aardgasvrij De gemeente Krimpenerwaard volgt het Nederlandse Klimaatakkoord om in 2050 aardgasvrij te zijn en de CO2 uitstoot te beperken. Voor (ver)nieuwbouw is gasloos bouwen de norm. Ook bij de renovatie dient te worden onderzocht of de stap naar aardgasvrij kan worden gemaakt. Het is belangrijk om natuurlijke momenten te vinden voor wanneer gebouwen van het gas af kunnen. Deze natuurlijke momenten, zoals de plannen uit het IHP, kunnen bijvoorbeeld gekoppeld worden aan het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) of de Warmtevisie Krimpenerwaard. De Warmtevisie beschrijft een gemeente brede aanpak om de gebouwde omgeving gefaseerd van het gas af te gaan tot aan 2050. Het IHP dient rekening te houden met de plannen die zijn ontwikkeld in het kader van de Warmtevisie Krimpenerwaard5.
Circulariteit Bij zowel (ver)nieuwbouw als renovatie projecten zien de gemeente als de schoolbesturen kansen om circulaire principes toe te passen. De ambitie is om per project bij het uitwerken van de plannen, te beoordelen welke circulaire maatregelen genomen kunnen worden. Het toepassen van circulaire principes, waarbij wordt ingezet op hergebruik van materialen, kan van invloed zijn op de restwaarde van het gebouw. Het toepassen van dergelijke principes heeft dus mogelijk ook financiële consequenties. Omdat ervaring en concrete doelen op dit gebied nog ontbreken, kunnen die nog niet uitgedrukt worden in harde cijfers en meetbare resultaten. In dit IHP is geen financiële vertaling opgenomen om de bovenstaande ambities te bereiken. De insteek is dat dit moet gebeuren op projectniveau. Binnen de kaders van projecten zijn er 5 Meer informatie op: https://www.duurzaamkrimpenerwaard.nl/warmtevisie
www.icsadviseurs.nl
15/73
mogelijkheden om met de circulaire ambities aan de slag te gaan, zonder dat deze een (sterk) kostenverhogend effect hebben. Zo kan een materialenpaspoort worden opgesteld of worden gestuurd op losmaakbaarheid in het ontwerp. Als het budget niet of nauwelijks wordt aangetast, moet er gekozen worden voor de meest circulaire optie.
3.3 Flexibiliteit Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in gebruik is het de ambitie om flexibele huisvesting te realiseren. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag. Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet en waar verschillende gebruikers multifunctioneel gebruik van maken. Flexibele gebouwen vragen om een flexibele inrichting, die aanpasbaar is aan het type gebruik. Modulair bouwen biedt de mogelijkheid om een flexibel schoolgebouw te realiseren. Modulair bouwen betekent dat er wordt gewerkt met gestandaardiseerde, geprefabriceerde of demontabele onderdelen. Het grootste voordeel van deze manier van bouwen is de flexibiliteit en de mate van aanpasbaarheid in de toekomst. Het volume van het gebouw is tussentijds aanpasbaar door in- of uit te breiden ten behoeve van het onderwijs en mogelijk andere functies. De toepasbaarheid van modulair bouw dient in de ontwerpfase nader onderzocht te worden.
3.4 Bredere voorzieningen 3.4.1 Kaders ontwikkeling De gemeente Krimpenerwaard onderschrijft de ambitie voor het realiseren van doorlopende leerlijnen in het onderwijs en het zoeken naar samenwerking en verbreding. Deze ambitie vraag bredere voorzieningen, die meer huisvesten dan alleen onderwijs. De gemeente is onder voorwaarden bereid om, naast haar wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting, te investeren in de niet onderwijsruimten binnen deze brede voorzieningen (of IKC’s) door middel van voorfinanciering. In het ‘Afwegingskader Maatschappelijke Voorzieningen’ heeft de gemeente de kaders hiervoor vastgelegd6. Aan een dergelijke investering wordt door de gemeente een aantal voorwaarden benoemd die de financiële risico’s voor de gemeente minimaliseren, te weten: ▪ ▪ ▪ ▪
De investering wordt gedekt door middel van een (minimaal) kostprijs dekkende huur. Onder de investering vallen de totale stichtingskosten voor het realiseren van de voorziening; Een langjarige huurovereenkomst van minimaal 10 tot 15 jaar met opvang- of zorgorganisatie; Samenwerkingsovereenkomst tussen schoolbestuur en opvangorganisatie; Standaardisering van de overeenkomsten tussen gemeente, schoolbesturen en opvangorganisatie ten aanzien van het realiseren en (ver)huren van ruimten in een IKC.
Een integrale samenwerking tussen de partijen bij een brede voorziening of IKC kan op verschillende manier gerealiseerd worden. Ook het eigendom en beheer kan op basis van verschillende modellen worden vormgegeven. Onderstaand worden drie verschillende modellen toegelicht. ▪
Vereniging van eigenaren: Er is er sprake van meerdere eigenaren onder één dak in de vorm van een vereniging van eigenaren (VvE), waarin iedere eigenaar over een eigen appartementsrecht beschikt. Elke eigenaar van een appartementsrecht is van rechtswege lid van de VvE. Het schoolbestuur is juridisch eigenaar (appartementsrecht) van het schoolgedeelte. De gemeente heeft het eigendom over de te verhuren ruimte (voor bijv. kinderopvang) en sluit een huurovereenkomst met de opvangpartij. De beheerstructuur van een VvE is wettelijk voor een groot deel vastgelegd. Iedere eigenaar is verantwoordelijk voor zijn eigen deel en de VvE samen is verantwoordelijk voor de gezamenlijke delen van het gebouw zoals het dak. De VvE is momenteel de meest gebruikte vorm binnen de gemeente.
6 Afwegingskader Maatschappelijke Voorzieningen – Gemeente Krimpenerwaard (vastgesteld op 9-11-2021)
www.icsadviseurs.nl
16/73
▪
Gemeente als eigenaar: De gemeente Krimpenerwaard is volledig eigenaar van de brede voorziening of het IKC. Als eigenaar geeft de gemeente het schooldeel in gebruik aan het schoolbestuur middels een ingebruikgevingsovereenkomst. Voor de ruimte voor de kinderopvang sluit de gemeente een huurovereenkomst met de kinderopvang. Gemeente en schoolbestuur maken afspraken over de uitvoering van de beheertaken.
▪
Schoolbestuur als eigenaar: Het schoolbestuur krijgt het juridisch eigendom over de gehele brede voorziening / IKC. Het economisch claimrecht ligt bij de gemeente Krimpenerwaard en het schoolbestuur gaat als eigenaar een huurrelatie aan met de opvangorganisatie. De gemeente en het schoolbestuur maken aanvullende afspraken over de afdracht van een deel van de huurinkomsten aan de gemeente Krimpenerwaard, ter dekking voor de gedane investering. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beheer ligt bij het schoolbestuur.
De gemeente heeft niet de intentie om eigenaar van het hele IKC te worden. Het schoolbestuur wordt eigenaar van het onderwijsdeel. De gemeente wordt eigenaar van het gedeelte van de kinderopvang en verhuurt dat aan de kinderopvang. Per project moet, voor de realisatiefase, een haalbare structuur voor het eigendom en het beheer worden bepaald. Hoe dit het beste ingericht kan worden, kan per project verschillen en dient daarom nader onderzocht te worden. Aandachtspunt hierbij is het zogenaamde Didam arrest. In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de gemeente, als ze een onroerende zaak wil verkopen, aan potentiële gegadigden de mogelijkheid moet bieden om mee te dingen. De exacte gevolgen van het arrest voor de ontwikkeling van een IKC zijn nog niet uitgekristalliseerd. De verwachting is dat er nog nieuwe jurisprudentie volgt die tot een eenduidig beeld zullen leiden. Kenniscentrum Ruimte-OK en Waarborgfonds & Kenniscentrum Kinderopvang hebben een kennisdocument7 opgesteld om de gevolgen van het Didam-arrest te duiden voor de ontwikkeling van kindcentra. Bij het realiseren van IKC’s is het belangrijk om rekening te houden met de tips en gevolgen uit dit kennisdocument en op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen rondom dit arrest. IKC in kleine kernen De gemeente streeft in ieder kern naar en onderwijs én opvang in iedere kern.
Vanwege de schaal is IKCvorming en het aanbieden van opvang extra lastig in de kleinere kernen. Indien blijkt dat de enige opvangorganisatie in een kern geen sluitende businesscase(meer) kan realiseren, dan kan de gemeente overwegen hier specifiek beleid voor op te stellen. Bij de uitvoering van het IHP wordt per project een businesscases opgesteld (zie 4.3). Deze businesscase wordt tevens gebruikt om te bepalen of de realisatie van een brede voorziening of IKC haalbaar is. Bij het opstellen van deze businesscase is de samenwerking tussen de verschillende partijen ook onderdeel van het gesprek. Als voorwaarde voor de gemeentelijke investeringen en huurovereenkomst vraagt de gemeente een locatie specifieke samenwerkingsovereenkomst (incl. inhoudelijke en pedagogische visie) tussen het schoolbestuur en de opvang- en zorgorganisatie, waaruit blijkt dat een langjarige samenwerking geborgd wordt. Mocht de businesscase financieel niet haalbaar zijn en komt dit doordat de opvang niet rond komt, kan de gemeente overwegen hier specifiek beleid voor op te stellen.
7 Het “Didam-arrest” en de gevolgen voor de ontwikkeling van kindcentra, Kenniscentrum Ruimte-OK en Waarborgfonds & Kenniscentrum
Kinderopvang (oktober 2022)
www.icsadviseurs.nl
17/73
3.4.2 Inclusievere schoolgebouwen Om in lijn met de ambitie het onderwijs inclusiever te maken (zie paragraaf 2.1.3 en 2.2.3), dient er binnen de schoolgebouwen specifieke ruimte voor zorgverlening/begeleiding beschikbaar te zijn. In de huidige schoolgebouwen is er op basis van ruimtelijke normen onvoldoende plek om deze ondersteuning en zorg te verlenen in daarvoor toegespitste ruimten. Daarom gebeurt dit nu vaak in ruimten die daar niet voor bedoeld of geschikt zijn. Om de kinderen optimaal te ondersteunen is het van belang dat er aanvullende ruimten beschikbaar komen. Deze ruimten dienen geschikt te zijn voor individuele begeleiding of te zorgen voor rust en beperkte afleiding. Deze ruimtes zijn multi-inzetbaar maar zullen vooral functioneren als spreek- of behandelkamer. Om te zorgen dat dergelijke ruimten binnen schoolgebouwen voor het basisonderwijs beschikbaar zijn, wordt in het geval van nieuwbouw per school bovenop de bestaande ruimtenormen 20 m² bvo extra opgeteld. Deze aanvullende ruimtenorm is generiek voor alle scholen. Op projectniveau wordt specifiek invulling gegeven aan het realiseren van huisvesting voor inclusiever onderwijs. Indien dit resulteert in een grotere aanvullende ruimtebehoefte wordt deze, inclusief bijbehorende investering, apart aan de gemeenteraad voorgelegd.
Binnen het voorgezet onderwijs is er eveneens binnen de ruimtelijke normen onvoldoende plek om de gewenste ondersteuning en zorg in het kader van inclusief onderwijs te bieden. De behoefte aan aanvullende ruimte wordt hierbij echter bepaald door het profiel van de school en het aantal zorgleerlingen. Het goed faciliteren van inclusief onderwijs vraagt dus binnen het voortgezet onderwijs maatwerk. In het geval van nieuwbouw of een bestaand gebouw zonder (normatieve) leegstand) gaan gemeente en schoolbesturen in gesprek over de benodigde aanvullende ruimten en de bekostiging ervan. Indien er aanvullende ruimten ten behoeve van inclusiever onderwijs worden gerealiseerd ligt de investering hiervan bij de gemeente. Van de schoolbesturen wordt verwacht dat ze deze aanvullende ruimten beheren en exploiteren. Daarnaast dienen er afspraken te worden gemaakt voor wanneer andere partijen (bijvoorbeeld een consultatiebureau of schoolarts) de ruimte willen gebruiken. De schoolbesturen en samenwerkingsverbanden zijn in ieder geval aan zet om samen met de zorgpartners een passende aanbod aan zorg en ondersteuning per locatie te organiseren.
www.icsadviseurs.nl
18/73
4. Financiële kaders en werkwijze Om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting te waarborgen, investeren de gemeente en schoolbesturen vanuit een vast wettelijk kader in schoolgebouwen. Het bekostigen van de opgenomen ambities wordt in deze paragraaf vertaald naar (financiële) uitgangspunten die gehanteerd worden in dit IHP. Er wordt daarbij onderscheidt gemaakt tussen de investering van de gemeente en de investering vanuit het schoolbestuur. De genoemde investeringsbedragen zijn prijspeil maart 2023 en incl. btw.
4.1 Investering gemeente De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van (ver)nieuwbouw en uitbreiding. Het is het uitgangspunt om op basis van het IHP een realistische meerjarenbegroting te maken voor de uitvoering van de plannen. De huidige normvergoeding van de VNG, die in de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs is opgenomen, is echter te laag t.o.v. de daadwerkelijke investeringskosten en wordt zodoende losgelaten. Uitgaande van de beschreven visie ten aanzien van duurzaamheid en binnenklimaat dient in de huidige markt rekening gehouden met de volgende investeringskosten per scenario. Onderscheid wordt hierbij gemaakt tussen een school voor PO en VO. Onderstaande bedragen zijn prijspeil maart 2023 en incl. btw: ▪ ▪ ▪
▪
Nieuwbouw: €3.500,- per m2 bvo (o.b.v. BENG & gasloos (beide wettelijk verplicht) en Frisse Scholen klasse B) Vernieuwbouw: De beschikbare vergoeding vanuit de gemeente is gelijk aan de (norm)vergoeding in het geval van nieuwbouw, €3.500,- per m2 bvo. Renovatie: De gemeente draagt bij aan het verduurzamen van het gebouw en het verbeteren van het binnenklimaat. Voor het uitvoeren van deze ingrepen draagt de gemeente maximaal 30% bij van de vergoeding voor (ver)nieuwbouw o.b.v. de capaciteit van het betreffende gebouw/gebouwdeel. Dit resulteert in een gemeentelijke bijdrage €1.050,- per m2 bvo. In stand houden: De gemeente draagt niet bij aan het in stand houden van de schoolgebouwen. Indien schoolgebouwen in het kader van de energietransitie (Warmtevisie en Wijkuitvoeringsplannen) van het aardgas af moeten gaan gemeente en schoolbesturen in gesprek over een reële kostenverdeling.
De genoemde bedragen betreffen de gemiddelde investeringskosten per type ingreep. Het advies is de investeringskosten te differentiëren naar de omvang van de school. Onderstaand figuur toont de differentiatie voor (ver)nieuwbouw voor zowel het PO als VO. Voor de financiële doorrekening van het IHP zijn de gedifferentieerde bedragen gebruikt. De investeringskosten zijn tijdsafhankelijk en dienen, op het moment van uitvoering, geïndexeerd te worden met de BDB bouwkosten index8. In bijlage 2 is een verdere onderbouwing van het genoemde investeringsbedrag opgenomen.
BENG
Type
Primair Onderw ijs
Voortgezet Onderw ijs
Actueel 2023 (gemiddeld)
I HP (2018) €
2.425
€
2.205
€
1.956
€ €
Actueel 2023 adv ies: gedifferentieerd €
3.750 tot 100 leerlingen
€
3.650 tot 200 leerlingen
€
3.500 tot 300 leerlingen
1.907
€
3.350 300 of meer leerlingen
1.733
€
3.600 VWO/Hav o/VMBO-TL
€
3.500
Figuur 3: investeringskosten (ver)nieuwbouw PO/VO school
8 BDB bouwkosten index: BDB staat voor Bureau Documentatie Bouwwezen. De BDB indexcijfers geven de kostenontwikkeling weer van de
bouw met daarbij de onderwijshuisvesting in het specifiek.
www.icsadviseurs.nl
19/73
4.2 Investering schoolbesturen In het IHP uit 2017 is “met de schoolbesturen afgesproken dat bij nieuwbouw en vernieuwbouw de scholen 10% van de stichtingskosten (gebaseerd op de hierboven beschreven kwaliteit) voor hun rekening nemen. Deze 10% is een algemene afspraak die voor elk schoolbestuur en elke casus geldt. De wijze waarop een schoolbestuur deze eigen bijdrage regelt, is maatwerk en aan de school zelf”. Deze bijdrage was destijds o.a. bedoeld om een hoger kwaliteitsniveau (BENG) te realiseren dan het wettelijke Bouwbesluit. In 2021 zijn de eisen van het Bouwbesluit aangepast en dienen alle nieuwe schoolgebouwen te voldoen aan BENG. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het realiseren van BENG. Wel i s in het kader van het voorliggende IHP eveneens de ambitie geformuleerd om een hogere kwaliteitsniveau te realiseren dan het wettelijke Bouwbesluit en zijn hierover met schoolbesturen afspraken gemaakt. De schoolbesturen dragen, in het geval van nieuwbouw en vernieuwbouw, bij aan het behalen van de gewenste duurzaamheidsambities. Per scenario komt dit uit op de volgende indicatieve bijdrage vanuit het schoolbestuur: ▪
▪
▪
(Ver)nieuwbouw: Aanvullend op de bijdrage van de gemeente dragen de schoolbesturen bij aan het behalen van verdere duurzaamheidsambities (ENG/ 0-op-de-meter). Indicatief dient rekening te worden gehouden met een aanvullende bijdrage van €150-€200,- per m² bvo. De haalbaarheid van de ambities en de kosten die daarbij komen kijken zijn gebouw (en project) specifiek. De hoogte van de bijdrage zal dus per project verschillen. In de basis geldt dat het schoolbestuur hieraan mag bijdragen indien dit vanuit een exploitatievoordeel kan worden gedekt. Hierbij dient zowel naar effecten op de energiekosten, als naar de verwachte onderhoudskosten te worden gekeken. Op basis van een businesscase dient de exacte bijdrage vanuit het schoolbestuur en de te realiseren duurzaamheidsambities inzichtelijk te worden gemaakt en te worden verantwoord. Renovatie: Bij een renovatie wordt verwacht dat onderhoudswerkzaamheden uit het MJOP gekoppeld worden aan het moment van de renovatie. Bij deze gevallen draagt het schoolbestuur bij vanuit het reguliere onderhoudsbudget. In stand houden: Het schoolbestuur is verplicht om vanuit haar materiele instandhoudingsvergoeding (MIvergoeding) het onderhoud en de Erkende Maatregelen (Wet Milieubeheer) uit te voeren.
4.3 Investering binnenklimaat Naast de drie beschreven huisvestingsscenario’s en de investeringen die daaruit volgen voor de gemeente en schoolbesturen, is er nog een categorie investeringen. Deze gaat over de investering ter verbetering van het binnenklimaat van de bestaande schoolgebouwen. Naast de schoolgebouwen die toe zijn aan een ingreep, zijn er ook schoolgebouwen die de komende jaren geen ingreep zullen krijgen, maar wel aanpassingen nodig hebben om het binnenklimaat te verbeteren. Voor deze schoolgebouwen is een investering ter verbetering van het binnenklimaat noodzakelijk. Het doel is om voor het onderwerp ‘Lucht’ en ‘Temperatuur’uit Frisse Scholen alle scholen in de gemeente Krimpenerwaard Klasse B te laten scoren zodat iedere school een goed binnenklimaat heeft. Conform wet- en regelgeving zijn schoolbesturen verantwoordelijk voor het in stand houden van hun schoolgebouwen. Zij zijn daarmee verantwoordelijk voor o.a. het vervangen van een CV-ketel of kozijnen. In beginsel is het schoolbestuur daarmee ook verantwoordelijk voor het binnenklimaat. Echter vanuit de bestaande lumpsum vergoeding vanuit het rijk is er onvoldoende budget om bijvoorbeeld in een bestaand schoolgebouw mechanische ventilatie aan te brengen of een koelingssysteem. Dit betekent in de praktijk dat aanpassingen uitblijven en de knelpunten aanhouden.
Omdat aanpassingen ter verbetering van het binnenklimaat maatwerk vraagt, zal dit per locatie onderzocht moeten worden. De gemeente heeft in 2022, in lijn met de wettelijke verplichting, CO2-meters bekostigd voor alle scholen. Hiermee is na een cyclus van een jaar een goed beeld van welke lokalen of gebouwdelen aangepakt moeten worden.
www.icsadviseurs.nl
20/73
Om tot aanpassingen te komen worden de volgende afspraken gemaakt: ▪
▪ ▪
▪
Het schoolbestuur verricht metingen (naar de luchtkwaliteit en temperatuur) en doet onderzoek naar verbetermogelijkheden. Het schoolbestuur maakt inzichtelijk welke ingrepen nodig zijn en brengt de financiële consequenties in beeld (zowel investering als exploitatie). Het schoolbestuur onderzoekt of aanspraak kan worden gedaan of subsidieregelingen zoals SUVIS. De gemeente en schoolbesturen formuleren buiten het IHP kaders voor het gezamenlijk bekostigen van investeringen ter verbeteren van het binnenklimaat. Denkrichting is hierbij vooralsnog een gelijke kostenverdeling (50%-50%) tussen schoolbestuur en gemeente, na aftrek van subsidies. Het schoolbestuur doet in lijn met de geformuleerde kaders een verzoek aan de gemeente voor een financiële bijdrage voor het verbeteren van het binnenklimaat. Dit verzoek wordt separaat voorgelegd ter besluitvorming.
4.4 Project specifieke kosten De eerder genoemde investeringen van de gemeente betreffen de ‘reguliere’ investering om een ingreep te realiseren. Naast deze reguliere investering zijn er in elk project tal van andere kosten en maatregelen, die de verantwoordelijkheid zijn van de gemeente. Het is belangrijk om ook op deze project specifieke kosten te anticiperen, die niet op basis van normen worden bekostigd. . De volgende kosten of ingrepen, worden in lijn met de huisvestingsverordening, niet uit de genoemde investeringsbedragen bekostigd en worden beschouwd als project specifieke kosten:: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Paalfundering Sloopkosten en kosten bouwrijp maken Inrichting buitenterrein groter 600 m² Asbest sanering (indien nodig) Aanpassingen aan infrastructuur (bv. kiss&ride of parkeren) Afschrijven resterende boekwaarde schoolgebouw Meerkosten als gevolg van stedenbouwkundige randvoorwaarden Aansluiting op een warmtenet of elektriciteitsnet (transformatorhuisje) Prijsstijging vanaf budgetbepaling tot start en tijdens de bouw Tijdelijke huisvesting Verhuiskosten Overig
Voor de project specifieke kosten geldt dat deze pas gedurende definitie- en ontwerpfase concreet en inzichtelijk worden en bij het opstellen van het IHP nog niet duidelijk zijn. We weten dus dat bij elk project dergelijke kosten ontstaan, maar kunnen die in het kader van het IHP nog niet ramen. Om dit financieel te ondervangen hanteren we op elk project een project specifieke toeslag van 15% op de investeringskosten. Tijdens de realisatie van het project dienen de project specifieke toeslag separaat inzichtelijk te worden gemaakt en verantwoord. Deze toeslag kan alleen worden ingezet t.b.v. project specifieke kosten. Kosten voor het realiseren van aanvullende functies (o.a. kinderopvang) worden niet gezien als project specifieke kosten. Om te kijken of de project specifieke toeslag van 15% dekkend9 is, moet dit bij een nieuwe actualisering van IHP nogmaals bekeken worden.
4.5 Subsidies Vooral vanuit de rijksoverheid zijn er de nodige subsidieregelingen om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting een impuls te geven. De aangekondigde regelingen zijn vooral gericht op het verduurzamen van schoolgebouwen en het verbeteren van het binnenklimaat. Het streven is om zoveel mogelijk van deze
9 De project specifieke toeslag van 15% is een inschatting op basis van ervaringen en uitgangspunten in andere gemeenten.
www.icsadviseurs.nl
21/73
subsidieregelingen gebruik te maken om de ambities voor de schoolgebouwen in Krimpenerwaard te realiseren. Hierbij maken gemeente en schoolbesturen de volgende afspraken: ▪ ▪ ▪
Per project wordt door de bouwheer de mogelijkheden van subsidiering onderzocht10; Gemeente en schoolbesturen werken waar nodig samen bij het indienen van de subsidieaanvragen Indien subsidie wordt verkregen is dit subsidiebedrag niet aanvullend op de gemeentelijke bijdrage. Dit betekent dat het subsidiebedrag in mindering kan worden gebracht op de gemeentelijke bijdrage.
De onderstaande subsidieregelingen zijn op dit moment (d.d. 13 september 2022) bekend en kansrijk voor het verbeteren van de kwaliteit van bestaande schoolgebouwen. Tabel 1: overzicht subsidies voor bestaande gebouwen Kenmerken