Nog toegevoegd op verzoek college: Rapport 1990 deel 1.pdf
Tekst van het document
Eindrapport
Integrale studie Hollandsche IJssel
Combinatie GBB: • Grontmij nv • Broekhoven bv C11169
• Joh. Boele bv
ministerie van verkeer en waterstaat
rijkswaterstaat
fftm • V.C» eO • ftfol. l/ooW.'c^t: M
directie zuid-holland
AFS^'-^'P'T
Directeur-Generaal van de Rijkswaterstaat Koningskade 4 2596 AA 's-GRAVENHAGE
uw kenmerk:
rotterdam, 1 9 j(J0 tygf
uw brief van:
ons kenmerk:
onderwerp:
Sanering Hollandsche
IJssel,
APV/39874
verzonden:
bijlage(n):
(In beh. b i j R. v . O t t e r l o o ) H i e r b i j doe ik u toekomen h e t e i n d r a p p o r t van de i n v e n t a r i s a t i e f a s e van het Hollandsche I J s s e l p r o j e c t . Dit r a p p o r t i s op 4 j u l i j l . middels een p e r s c o n f e r e n t i e openbaar gemaakt door de v o o r z i t t e r van de Stuurgroep Hollandsche I J s s e l , H. v . d . V l i s t (Gedeputeerde van het Milieu Zuid-Holland) . De o p l e g n o t i t i e (bedoeld voor v o o r l i c h t i n g aan gemeenteraden en andere r e g i o n a l e bestuurslichamen) i s bijgevoegd. Op b a s i s van d i t r a p p o r t zal in oktober/november 1990 een v o o r l o p i g e s c e n a r i o k e u z e gemaakt worden door de Stuurgroep. De voorliggende maanden worden door de betrokken overheden benut voor i n t e r n e standpuntbepal i n g . Ik zal u in augustus 1990 een v o o r s t e l t . b . v . de R i j k s w a t e r s t a a t standpuntbepaling doen toekomen. De Hollandsche I J s s e l en haar o e v e r s z i j n e r n s t i g v e r o n t r e i n i g d . Deze v e r o n t r e i n i g i n g e n brengen een a a n t a l r i s i c o ' s met zich mee en leggen b e perkingen op aan h e t g e b r u i k , zowel nu a l s in de toekomst. Ook h e t water en de waterbodem z i j n dermate v e r v u i l d , d a t g e b r u i k a l s zwem-, v i s - en recreatiewater n i e t wenselijk i s .
rotterdam postbus 556,3000 AN
telefoon 010-4026200 telefax 010-4047927/4047928
hnnmnlM 900 3011 Y n
nns*hanlrnnmm«r 49R110
rijkswaterstaat blad:
- 2 -
Er zijn ook gevaren voor het milieu. De r i v i e r is ondiep geworden door het g e l e i d e l i j k afzetten van verontreinigd s l i b . Niet alleen de scheepvaart heeft hier l a s t van. Ook de natuurwaarden en de waterkwaliteit worden bedreigd door het telkens weer opwoeien van het s l i b . De waterkwaliteit is van groot belang voor de aangrenzende pold e r s , die in de zomer hun water onttrekken aan de r i v i e r . Tenslotte kan door verspreiding van de verontreinigingen vanuit oevers en waterbodem naar het grondwater een onbeheersbare s i t u a t i e ontstaan. 14 overheden (6 gemeenten, 4 regionale waterbeheerders, 3 ministeries en de provincie Zuid-Holland) verenigd in de Stuurgroep Hollandsche I J s s e l , hebben besloten het probleem aan te pakken. Dit probleem bestaat n i e t alleen uit het schoonmaken van de r i v i e r en haar oevers (41 v e r o n t r e i nigde zellingen) aangezien d i t zo zondermeer niet t o t een duurzaam r e s u l t a a t l e i d t , maar ook uit het wegnemen van de vervuilingsbronnen. Reinigen van het vrijkomende materiaal is bij de huidige stand der techniek niet mogelijk, dus moeten er tevens opslagmogelijkheden worden g e creëerd .
In het eindrapport, dat bedoeld is om een nadere afweging te kunnen maken tussen de r i s i c o ' s en ontwikkelingsmogelijkheden, baten en lasten en inspanningen, worden een d r i e t a l hoofdscenario's beschreven, die elk een verschillend milieuhygiënisch kwaliteitsniveau representeren (basisscenario, groeiscenario, multifunctioneel scenario). Daarnaast worden een d r i e t a l ten behoeve van de toekomstige gebruiksmogelijkheden geoptimaliseerde scenario's gepresenteerd (basis + scenario, groei + scenario, groei ++ scenario) . De s c e n a r i o ' s beschrijven toekomstbeelden, die inliggen tussen de huidige s i t u a t i e en een volledige schoonmaak. De volgende hoofdpunten zijn beschreven: gebruiksmogelijkheden van de r i v i e r en oevers, saneringsmaatregelen en nazorg, kosten, fasering, hoeveelheid vrijkomende verontreinigde grond. Niets doen is onverantwoord. Het basisscenario (kosten c a . 750 miljoen) i s het minimum (in f e i t e de normale saneringsmaatregelen die zowiezo nodig zijn in het kader van de IBS, het RAP en het Programma Waterbodemsanering 1990-2000), waarbij de milieuhygiënische r i s i c o ' s worden teruggebracht t o t een acceptabel niveau, maar er geen meerwaarde t . a . v . het gebruik van de r i v i e r o n t s t a a t .
Het basisscenario l i j k t technisch moeilijk uitvoerbaar voor wat betreft de waterbodem (toplaag wegbaggeren en een schone toplaag aanbrengen). Er moet in d i t scenario 1,8 miljoen m3 waterbodem materiaal verwijderd worden. Het multifunctionele scenario i s vanuit financieel oogpunt waarschijnl i j k niet haalbaar (1650 miljoen). Bovendien kan d i t voor wat de waterbodem betreft pas op de langere termijn (na 2000) worden uitgevoerd, aangezien de achtergrond gehaltes in het Rijn sediment tot de "algemene milieukwaliteit" moeten zijn gedaald wil d i t scenario ook duurzaamheid bezitten.
rijkswaterstaat blad:
- 3 -
Er moet in d i t s c e n a r i o 5 miljoen m3 waterbodem m a t e r i a a l verwijderd worden. Voor wat de waterbodem b e t r e f t i s h e t m u l t i f u n c t i o n e l e s c e n a r i o i d e n t i e k aan het g r o e i ++ s c e n a r i o . Het g r o e i en h e t g r o e i + s c e n a r i o l i j k e n h e t meeste p e r s p e c t i e f t e b i e d e n , (kosten 1000 m i l j o e n ) , aangezien deze zowel een a a n z i e n l i j k e v e r b e t e r i n g van de m i l i e u k w a l i t e i t met zich mee brengen a l s ook een h e r s t e l van de g e b r u i k s f u n c t i e s zwemmen, v i s s e n en r e c r e ë r e n . Deze s c e n a r i o ' s geven tevens ruime mogelijkheden voor toekomstige r u i m t e l i j k e ontwikkel i n g e n l a n g s de o e v e r s van de r i v i e r (in het kader van o . a . 4e nota RO). Er moet in deze s c e n a r i o ' s 3 miljoen m3 waterbodemmateriaal v e r w i j derd worden. De u i t v o e r i n g s d u u r kan worden geraamd op 5 - 1 0 j a a r , aan te vangen in 1991-1992. De kosten voor de waterbodemsanering kunnen zowel voor het b a s i s s c e n a r i o a l s voor h e t g r o e i s c e n a r i o g e s c h a t worden tussen de f. 100 en f. 150 m i l j o e n , i n c l u s i e f de b e r g i n g s k o s t e n . Van de 3 m i l j o e n m3 t e verwijderen waterbodemmateriaal b e s t a a t c a .
0,8 miljoen m3 u i t ( d e e l s a c h t e r s t a l l i g ) n a u t i s c h onderhoudsbaggerwerk. In sommige haventjes en a a n l e g p l a a t s e n i s R i j k s w a t e r s t a a t geen (naut i s c h ) b e h e e r d e r . In deze g e v a l l e n zullen de kosten van de s p e c i e , d i e om n a u t i s c h e redenen verwijderd moet worden, b i j de b e t r e f f e n d e b e h e e r der in rekening worden g e b r a c h t . Conform de u i t s p r a k e n in de r e g e r i n g s b e s l i s s i n g inzake de NW 3 en in de nota "De V e r o n t r e i n i g i n g s h e f f i n g Rijkswateren in de toekomst" zal een b i j d r a g e worden verlangd voor de v e r w i j d e r i n g van de s p e c i e d i e daar om m i l i e u h y g i ë n i s c h e redenen moet worden weggehaald. Voor de berging van het vrijkomende m a t e r i a a l i s een s t o r t l o c a t i e in de r e g i o z e l f een e e r s t e voorwaarde. Buiten de r e g i o z i t niemand te s p r i n gen om de bergingsproblemen op t e l o s s e n . In h e t Hollandsche I J s s e l g e bied worden de baten z i c h t b a a r en moeten dus ook de l a s t e n worden g e d r a g e n . Voor h e t t e bergen s l i b b e t e k e n t d i t een l o c a t i e met een oppervlak van 35-50 h a .
Pas wanneer d u i d e l i j k i s geworden d a t berging in de r e g i o (om f i n a n c i ë l e , t e c h n i s c h e of b e s t u u r l i j k e redenen) n i e t mogelijk i s , of n i e t w e n s e l i j k wordt g e a c h t , kan gedacht worden aan berging buiten de r e g i o . Gezien h e t ( i n t e g r a l e ) k a r a k t e r van het p r o j e c t i s er tevens een b e trokkenheid van het M i n i s t e r i e van VROM. De mogelijkheden voor een p o s i t i e v e p r o f i l e r i n g voor Verkeer en Waterstaat z i j n e c h t e r volop aanwez i g . Ze zouden nog a a n z i e n l i j k worden verhoogd wanneer de sanering van de waterbodem gepaard g a a t met het t r e f f e n van een a a n t a l b e h e e r s - en i n r i c h t i n g s m a a t r e g e l e n . Deze maken ook in v i s u e l e zin d u i d e l i j k d a t R i j k s w a t e r s t a a t "er wat aan d o e t " . H i e r b i j v a l t t e denken aan het e c o l o g i s c h h e r s t e l van een a a n t a l z e l l i n g e n ( a l s i n t e r g e t i j d e g e b i e d ) in het kader van beheersplan Rijkswateren/Ecologisch H e r s t e l R i j n , het p l a a t s e l i j k c r e ë r e n van m i l i e u - v r i e n d e l i j k e o e v e r s , h e t opruimen van wrakken en het c r e ë r e n van f a c i l i t e i t e n voor de opvang van k l e i n - en s c h e e p s a f v a l .
rijkswaterstaat blad:
- 4 -
Voor n a d e r e i n f o r m a t i e k u n t u , d e s g e w e n s t , c o n t a c t o p t e nemen met d r s . R.H. van O t t e r l o o v a n m i j n d i e n s t , t e l . n r . 0 1 0 - 4 0 2 6 3 5 0 . DE HOOFDINGENIEUR-DIRECTEUR, (SOET.) J. W. M. KUUPERS d r s . J.W.M. K u i j p e r s l.H.I.D.
Voor u ligt de eindrapportage van het onderzoek dat in opdracht van de Stuurgroep Hollandsche IJssel is uitgevoerd door de combinatie Grontmij NV, Broekhoven BV, en Joh. Boele BV. in de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd de zes Hollandsche Ussel-gemeenten ( Capelle aan den IJssel, Gouda, Krimpen aan den IJssel, Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel, en Ouderkerk), vier regionale waterbeheerders ( Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden en de Hoogheemraadschappen van de Krimpenerwaard, Schieland en Rijnland), de provincie Zuid-Holland en drie ministeries (Verkeer en Waterstaat, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij). Dit eindrapport is het resultaat van de eerste fase van het onderzoek. De Stuurgroep legt bij deze het eindrapport ter besluitvorming voor aan alle betrokken overheden. De Stuurgroep heeft zich niet tot doel gesteld zelf vooraf een standpunt in te nemen over de hoofdrichting van het project Hollandsche IJssel. De Stuurgroep beschouwt dit rapport als de technische onderlegger voor de besluitvorming. In het eindrapport is de beleidsruimte in beeld gebracht. Met scenario's is inzichtelijk gemaakt welke hoofdkeuzen open staan. De verschillende scenario's onderscheiden zich duidelijk op punten als gebruikskwaliteit van de rivier en oevers, bijbehorende maatregelen en kosten.
De Stuurgroep heeft een aantal afspraken gemaakt over het besluitvormingstraject. Alle leden hebben zich verplicht in de periode september/oktober een standpunt te bepalen over het uit te werken scenario. De reikwijdte van de besluitvorming vraagt op locaal en provinciaal nivo een besluit van het vertegenwoordigende lichaam (gemeenteraad, algemeen bestuur en provinciale staten). Op basis van de standpunten van de afzonderlijke overheden komt de Stuurgroep in de periode november/december tot een gezamenlijke zienswijze op de - verder uit te werken - hoofdrichting van de sanering en ontwikkeling van de Hollandsche IJssel en oevers. Inspraak over dit gezamenlijke standpunt is begin 1991 gepland. De Stuurgroep hecht er aan via deze inspraak het maatschappelijk draagvlak te verkennen van het voorgenomen overheidsbeleid. Deze inspraakronde neemt echter niet de plaats in van (wettelijk) voorgeschreven procedures, inspraak- en beroepsmogelijkheden. Medio 1991 nemen de gezamenlijke overheden een definitief besluit over de hoofdrichting van het project en de hier aan verbonden verplichtingen en inspanningen voor de afzonderlijke overheden. Dit besluit vormt de basis voor vervolg-onderzoek en uitvoering. De Stuurgroep verzorgt de voorlichting en inspraak over het project. Het eindrapport is zelfstandig leesbaar.
De informatie die relevant is voor de nu voorliggende keuzen is hierin opgenomen. Gedetailleerde technische informatie is in de vorm van onderzoeksrapporten beschikbaar voor ambtelijke ondersteuning en uitwerking van de besluitvorming. De bijgevoegde notitie schetst in vogelvlucht de problematiek en de voorgelegde keuzen, maar kan voor de besluitvorming het eindrapport natuurlijk niet vervangen.
ir. H.J. Beltman voorzitter centraal projectteam project integrale aanpak Hollandsche IJssel
- 11. INLEIDING In deze notitie worden in vogelvlucht de problematiek, de denkbare oplossingen en de hiervoor vereiste inspanningen belicht. Eerst worden de huidige situatie en de hier aan verbonden belemmeringen en risico's beschreven. Vervolgens wordt aangegeven dat gewoon maar beginnen met een grote schoonmaak niet tot het gewenste duurzame resultaat leidt. De volgende paragrafen gaan in op aspecten die van groot belang zijn voor een integrale aanpak van sanering en ontwikkeling van de Hollandsche IJssel en haar oevers. De beleidsruimte wordt nader gedefinieerd. Via scenario's is inzichtelijk gemaakt hoe schoon rivier en oevers moeten worden om bijvoorbeeld te kunnen zwemmen en vissen in de rivier en te wonen op de (nu nog) verontreinigde zellingen. De afwegingen die hierbij aan de orde komen worden aangegeven. Vervolgens wordt uiteengezet dat een gezamenlijk ideaalbeeld voor de ontwikkeling van de Hollandsche IJssel en haar oevers een belangrijk referentiekader kan zijn voor de besluitvorming over afzonderlijke zellingen. Tenslotte wordt aandacht besteed aan de noodzaak van voldoende stortcapaciteit en andere inspanningen die in het verlengde liggen van de sanering van de Hollandsche IJssel en oevers.
2. HUIDIGE SITUATIE De Hollandsche IJssel en haar oevers zijn ernstig verontreinigd. Deze verontreinigingen brengen een aantal risico's met zich mee en leggen beperkingen op aan het gebruik. De directe risico's voor de mens door contact via mond en huid zijn bij een aantal ernstig verontreinigde zellingen al weggenomen. De Zellingwijk in Gouderak is bijvoorbeeld gesloopt en voorlopig geasfalteerd. Andere braakliggende gebieden kunnen zonder maatregelen te treffen geen nieuwe bestemming krijgen. Ook het water en de waterbodem zijn dermate vervuild, dat gebruik als zwem-, vis- en recreatiewater niet zondermeer mogelijk is. Er zijn ook gevaren voor het milieu. De rivier is ondiep geworden door het geleidelijk afzetten van verontreinigd slib. Niet alleen de scheepvaart heeft hier last van. Ook natuurwaarden worden bedreigd door het telkens weer opwoeien van dit verontreinigde slib. Zolang geen oplossing is gevonden voor de berging van het slib blijft dit proces van afzetten en opwoeien doorgaan. Regelmatig leidt dit tot zuurstofloosheid van het water en dus sterfte (en wegrotten) van vissen en planten in de Hollandsche IJssel. Ook voor de natuur en landbouw in de aangrenzende polders is de kwaliteit van het water van de Hollandsche IJssel van belang. Deze polders betrekken immers 's zomers hun water uit de rivier.
Met het elimineren van of waarschuwen voor huidige risico's zijn we niet klaar. Door verspreiding van verontreinigingen via het grondwater kan op termijn een onbeheersbare situatie ontstaan.
- 2Bij elkaar opgeteld is het effect dat de hele rivier en een groot aantal opgehoogde zellingen niet of verre van optimaal kunnen worden gebruikt. Daarnaast vormen een aantal milieuhygiënische noodmaatregelen samen met een overdaad aan industrie ook een aanslag op het aanzien van het gebied. Verdergaande verpaupering dreigt wanneer geen nieuw fundament wordt geboden voor investeringen in de toekomst van het gebied.
3. EEN GROTE SCHOONMAAKACTIE Waarom heeft de overheid (6 gemeenten, 4 regionale waterbeheerders, 3 ministeries en de provincie) de Hollandsche IJssel en haar oevers nog niet gewoon schoon gemaakt? Veel handen maken toch licht werk of weet de ene hand niet wat de andere vuil maakt? Kortom waarom niet nu beginnen met een grote schoonmaak van rivier en oevers? Een aantal opgehoogde zellingen is zo grondig vervuild met zo'n diversiteit aan verontreinigende stoffen dat volledig reinigen van de "grond" technisch niet mogelijk is. De proeven met verontreinigd materiaal uit de Zellingwijk te Gouderak wijzen dit uit. Ook de verontreinigde grond van met name de locaties Geitenwei, Schanspolder, Kortenoord, Avia en het EMKterrein zijn bij de huidige stand der techniek niet volledig reinigbaar. Het gaat hierbij om meer dan anderhalf miljoen kubieke meter verontreinigd materiaal. Bij niet-reinigbare grond leidt saneren tot "inpakken" en "bewaren" ter plaatse of "verplaatsen" en "gecontroleerd storten" elders. De voor- en nadelen van beide opties zullen dus moeten worden afgewogen. Voor "verplaatsen" pleit niet alleen dat 41 zellingen vrij kunnen worden ontwikkeld. De verontreinigingen worden ook op een vooraf speciaal daarvoor in te richten locatie geborgen in plaats van (zo goed als mogelijk) ingepakt op 41 verre van ideale plekken.
Sommige zellingen en diepere delen van de waterbodem zijn slechts licht verontreinigd. Hiermee bedoelen we dat wel verontreinigingen aanwezig zijn, maar dat geen onaanvaardbare negatieve invloed is aangetoond op gevoelige (natuur)functies. Schoonmaken van dit materiaal is - nog afgezien van de hoge kosten - niet doelmatig. Uit het oriënterend onderzoek blijkt dat op acht locaties om deze reden maatregelen achterwege kunnen blijven. Het zijn de locaties Goejanverwelledijk, Driehoek, Schielandsehoge Zeedijk, Middelblok klein, Moordrecht centrum, Uiterwaard voetbalveld, De Dikke Boom en Omon. In het bijgevoegde kaartbeeld zijn deze locaties aangegeven. Een grote schoonmaak van het water en de waterbodem van de Hollandsche IJssel op dit moment leidt niet tot een duurzaam resultaat. De rivier staat in open verbinding met de Nieuwe Maas (de Rijn) en ook andere bronnen van verontreiniging, zoals de Gouwe, afvalwaterzuiveringsinstallaties en bedrijven belasten de Hollandsche IJssel. Alleen door een brongerichte aanpak van internationale en locale bronnen kan een doorgaande verontreiniging worden voorkomen. Plaatselijke effectgerichte maatregelen kunnen wel zinvol of noodzakelijk zijn. Dweilen met de kraan open is dom, wachten met dweilen tot de laatste kraan is uitgedrupt is niet verstandig.
Er zijn dus drie hoofdredenen om niet als een nietsontziende witte tornado door het gebied te gaan. Een deel van de "grond" is niet reinigbaar, een deel vormt ook zonder schoonmaak geen bron van gevaar en maatregelen moeten in samenhang worden genomen om herverontreiniging te voorkomen.
- 3 4. SCENARIO'S Een nadere afweging is nodig tussen bijvoorbeeld risico's en ontwikkelingsmogelijkheden^ baten en lasten en mogelijkheden en inspanningen. Het eindrapport bevat het basismateriaal om deze afweging te maken. In het eindrapport zijn per scenario de volgende hoofdpunten beschreven: gebruiksmogelijkheden van rivier en oevers, saneringsmaatregelen en nazorg, kosten, fasering, hoeveelheid vrijkomende verontreinigde grond. In de scenario's worden de "appels en peren" opgedisd maar niet opgeteld. De scenario's beschrijven toekomstbeelden die inliggen tussen de huidige situatie en een volledige schoonmaak. Figuur 1 geeft dit schematisch weer.
Figuur 1.
Schematische weergave beleidsruimte en scenario's
KWALITEIT slecht
* aanvaardbaar
onder- * grens |
huidige situatie
1 zeer goed *
BELEIDSRUIMTE
basis scenario
groei scenario
*
SCENARIO'S
uitmuntend
* boven | grens
multifunct. scenario
grote schoonmaak
*
Niets doen is onverantwoord, de huidige situatie is niet acceptabel. De risico's van de aanwezige verontreinigingen kunnen nu nog worden afgedaan door locale belemmeringen te accepteren. Echter, nu niets doen, leidt tot niet meer beheersbare problemen voor volgende generaties. Sanering van zellingen, water en waterbodem zal tenminste moeten leiden tot het verantwoord "bewaren" van onze erfenis aan verontreinigingen. Deze benadering van de problematiek vormt de ondergrens voor ons handelen. Dan nog moet ten minste 750 miljoen gulden worden uitgegeven. Een en ander is beschreven in het basisscenario. Verantwoord "bewaren" betekent niet dat overal dezelfde maatregelen moeten worden getroffen. De maatregelen worden bepaald door de ernst van de verontreiniging en de mogelijkheden van verspreiding. Een voorbeeld: de risico's van verspreiding worden bepaald door de omvang en aard van de verontreiniging en de doorlatendheid van de (onder)grond. Omdat de verspreiding van verontreinigingen uit de Zellingwijk een veel groter risico vormt dan verspreiding vanuit het ook zwaar verontreinigde Albatrosterrein leidt dit tot verschillende maatregelenpakketten bij een zelfde doelstelling. Eerder is betoogd dat volledig ontgraven van alle opgehoogde zellingen niet zinvol is.
Als bovengrens is gekozen voor verwijdering van al het materiaal uit de opgehoogde zellingen en de waterbodem dat meer dan licht
- 4 is verontreinigd, gecombineerd met het zoveel als technisch mogelijk reinigen van het vrijkomende materiaal. Deze bovengrens maakt overal elk gebruik van rivier en oevers mogelijk. Dit multifunctionele scenario leidt wel tot een miljardenoperatie. Bij de zellingen gaat het om 33 plekken met een totale oppervlakte van 170 hectare en circa 2 miljoen kubieke meter verontreinigde grond.Bij de waterbodem om ongeveer 5 miljoen kubieke meter slib. Ter vergelijking: een voetbalveld is 0,65 hectare. Al het verontreinigde materiaal zou dus opgestapeld op 50 voetbalvelden nog steeds 20 meter boven de grond uitsteken. In het multifunctionele scenario is becijferd dat hiermee alleen al aan saneringsmaatregelen 1650 miljoen gulden zijn gemoeid. Dit zijn niet de totale kosten. Volledig ontgraven houdt in dat aanwezige bebouwing, en dus veel bedrijven, (tijdelijk) een andere plek moeten vinden met alle kosten van dien. Op ongeveer 100 hectare van de in totaal 170 hectare zijn momenteel bedrijven gevestigd. Dertig hectare ligt braak.
5. HOE SCHOON MOET HET ZIJN Tussen onder- en bovengrens, basisscenario en multifunctioneel-scenario, zit nog een hele wereld van milieuhygiënische risico's en ruimtelijke kansen. Ook wanneer technisch bezien plaatselijke verontreinigingen (groten)deels wel reinigbaar zijn is het de vraag tot op welke hoogte dat zinvol is. Wat is nou echt nodig om weer gewoon te kunnen zwemmen en vissen in de Hollandsche ussel, de rivier ecologisch gezond te maken en op de aangrenzende zellingen ongestoord te kunnen wonen en recreëren? De rivier De rivier, water en waterbodem, vormen een samenhangend geheel. Het is niet mogelijk de rivier gedeeltelijk als een riool te behandelen en elders zwemplaatsen in te richten. Gewoon weer kunnen zwemmen en vissen vergt maatregelen, die verder gaan dan het basisscenario en minder ver dan het multifunctionele scenario. Bij de waterbodem leidt dit ertoe dat alle ernstig verontreinigde specie (klasse 3 en 4) moet worden verwijderd, in totaal zo'n 3,3 miljoen kubieke meter slib. Ook de toevloed van verontreinigingen naar het oppervlaktewater van de Hollandsche Ussel moet hier voor worden ingeperkt. Locale lozingen van afvalwaterzuiveringsinstallaties en bedrijven, de bemesting in aangrenzende polders en directe lozingen op het oppervlaktewater vanuit niet gerioleerde gebieden moeten worden aangepakt.
Daarnaast is het schoner worden van de Rijn conform het Rijn Actie Programma noodzakelijk. Milieutechnisch is zeker nog niet volledig uitgedokterd welke maatregelen wanneer moeten zijn genomen en welk uitvoeringstraject tegen de geringste kosten tot het gewenste resultaat leidt. Met zwemmen en vissen als doel voor ogen moet het mogelijk zijn hier gezamenlijk uit te komen. Voor het realiseren van dit doel is geld nodig. De sanering van de waterbodem vergt al gauw zo'n 150 miljoen gulden, de investeringen in en exploitatie van de afvalwaterzuiveringsinstallaties worden (over een periode van 50 jaar) geschat op zo'n 360 miljoen gulden en de aanleg van rioleringen vergt voor de buitendijkse gebieden zo'n 10 miljoen gulden. Ook aan de inrichting van de oevers van de rivier zal het een en ander moeten gebeuren om zwemmen niet alleen mogelijk, maar ook aantrekkelijk te maken.
De kosten en baten van inrichtingsmaatregelen zijn niet becijferd. De saneringskosten liggen zo'n 25 a 50 % boven het basisscenario. Dit zijn de meerkosten die verbonden zijn aan het scheppen van de voorwaarden om in de gehele rivier verantwoord te kunnen recreeren, zwemmen en vissen. Ook het ecosysteem kan zodoende weer tot ontwikkeling komen. De zellingen De saneringsnoodzaak van de zellingen wordt primair bepaald door het gevaar voor mens en milieu van de verontreiniging. Per zelling zal een doelmatige en sobere saneringsmethode moeten worden gekozen. Of een saneringsmethode sober en doelmatig is kan niet uit de ernst van de verontreiniging alleen worden afgeleid. De huidige en tot op zekere hoogte ook de toekomstige functie zijn hierop eveneens van invloed. Dit laat zich het best aan de hand van enkele voorbeelden illustreren. Bij een braakliggend ernstig verontreinigd terrein is de $euze eenvoudig. Het plaatselijke probleem wordt definitief opgelost door Intgraven en verwijderen. De kosten van deze oplossing zijn bovendien yergelijkbaar met isolatie ter plaatse. De enige voorwaarde is dat het vero4treinigde materiaal afgevoerd kan worden naar een gecontroleerde stort. Bij terreinen die braakliggen en minder ernstig zijn verontreinigd is het bedrag dat gemoeid is met volledig ontgraven meestal duidelijk hoger dan de kosten van isoleren.
De kosten van noodzakelijke isolatfiemaatregelen ter plaatse nemen in de regel sneller af dan de kosten vad ontgraven, afvoer en storten van het verontreinigde materiaal. Bij e n integrale aanpak van alle zellingen langs de Hollandsche IJssel is et prijsverschil geringer. De kosten van ontgraven en storten kunnen bij edn doorgaande saneringsoperatie en een stortplaats in de regio belangrijk worden gedrukt. Ook het milieurendement neemt toe bij ontgraven van een groter aantal locaties en afvoer naar een gecontroleerde stortplaats. De milieuhygiënische voordelen van ontgraven, de ruimtelijke inrichtingsvrijheid en daarmee de doelmatigheid van de sa3ering kunnen winnen van soberheid. Een duidelijk beeld van de toekomstige functie, bijvoorbeeld een recreatiepark langs - het zwem- en viswa Hollandsche IJssel kan nog tastbaarder maken dat soberhei duurzame kwaliteit.
!
Bij bedrijfsterreinen ligt de afweging veelal nog complexer. Bij ernstig verontreinigde locaties zijn zowel ontgraven als isolatie ingrijpend. Indien het terrein intensief is bebouwd is ontgraven alleen mogelijk na sloop. Gedeeltelijk ontgraven kan een bevredigende oplossing zijn, maar gaat natuurlijk altijd met overlast gepaard. Isolatie is vaak het minst ingrijpend, maar zal de inrichtingsvrijheid van het terrein blijvend beperken en daarmee het toekomstperspectief van het bedrijf. Naast de aangetroffen bodemverontreiniging bepalen kortom tal van andere overwegingen wat het gewenste eindresultaat is van sanering. Deze complexe weging van belangen zal veelal een duidelijke uitkomst krijgen. Het bedrijf wordt gehandhaafd in combinatie met de milieuhygiënisch gezien tenminste noodzakelijke maatregelen of de locatie wordt volledig ontgraven na verplaatsing van het bedrijf. Een bedrijf verplaatsen en vervolgens zo saneren dat ook aan de nieuwe functie milieuhygienische beperkingen worden opgelegd is weinig aantrekkelijk.
- 6Duidelijk is dat de aangetroffen verontreiniging niet alleen kan bepalen wat een doelmatige en sobere sanering is. Maatregelen die afdoende kunnen zijn voor het blijvend vermijden van contactrisico's bij bedrijven kunnen niet voldoen voor een woongebied of recreatieterrein. Volledige verharding is bij bedrijfsterreinen een denkbare oplossing, woningbouw niet. Bij woningbouw zal bij ernstig verontreinigde locaties tenminste een leeflaag moeten worden aangebracht na gedeeltelijke ontgraving. In Zuid-Holland is bij een aantal bestaande woonwijken (Steendijkpolder, Stadspolders) uiteindelijk hiertoe besloten. Een leeflaag kan dus een aanvaardbare uitkomst zijn. Bewoning is mogelijk omdat directe contactrisico's voor de mens worden vermeden. Ontgraven is echter milieutechnisch beter en zal zeker nieuwe bewoners meer aanspreken. In bijlage 1 is per scenario samengevat welke saneringsmaatregelen op welke plek worden voorgesteld en welke functie de locatie hierdoor kan krijgen. Uit de tabel wordt duidelijk dat in de verschillende scenario's verschillende maatregelen worden getroffen. De vraag wat "schoon" en "veilig" genoeg is, wordt niet alleen voor verschillende functies anders beantwoord maar ook binnen een functie. De leidraad bij het basis(+)scenario is geweest dat de resterende risico's voor mens en milieu aanvaardbaar zijn.
Bij het groei(+/++)scenario zijn de maatregelen zo gekozen dat risico's verwaarloosbaar worden. Het multifunctionele scenario gaat uit van het volledig uitsluiten van risico's. Deze stappen komen ook tot uitdrukking in de kosten van bodemsanering en de hoeveelheid vrijkomend verontreinigd materiaal. De kosten lopen op van 345 a 415 miljoen gulden voor de basisscenario's, naar 515 a 565 miljoen voor de groeiscenario's en 815 miljoen voor het multifunctionele scenario. De hoeveelheid te bergen zellingen grond neemt toe van zo'n 300 a 500.000 kubieke meter (basis), via zo'n 800.000 a 1,1 miljoen kubieke meter (groei) tot dik 2 miljoen kubieke meter materiaal in het multifunctionele scenario. 6. EEN IDEAALBEELD ALS LEIDRAAD Een integrale aanpak van rivier en oevers vraagt om een gezamenlijke visie op de ontwikkeling van de Hollandsche IJssel en haar oevers. Voor de besluitvorming over concrete maatregelen is een gezamenlijk referentiekader nodig. Wat zijn wezenlijke elementen voor een gezamenlijke visie op de ontwikkeling van de Hollandsche IJssel en haar oevers? Voor de gehele rivier, water en waterbodem, zal een keuze gemaakt moeten worden voor de na te streven kwaliteit, het basisscenario leidt tot een duidelijke verbetering van de chemische kwaliteit maar schept niet de voorwaarden voor een gebruiksvriendelijke rivier, hetgeen wel het geval is vanaf het groeiscenario.
De sanering van de zellingen beïnvloedt ook de sanering van de rivier. Indien weinig of geen zellingen een ander, meer op het water georiënteerd gebruik krijgen, worden ook de argumenten zwakker om via een gebiedsgericht beleid (versneld) rivierwater van zwem- en viskwaliteit te realiseren. In het basisscenario versterken alle saneringsoperaties elkaar niet, in het groeiscenario wel. Handhaven van huidige functies is het parool van het basisscenario. Bij het basis+scenario worden wel de ruimtelijke mogelijkheden op het land versterkt. De rivier blijft echter een passief element. Kijken mag, gebruiken niet.
- 7 Aan de andere kant is het zeker niet nodig en wenselijk dat alle zellingen een ander gebruik krijgen. De Hollandsche IJssel is geen verstilde rivier. Veeleer moet gedacht worden aan een verdere ontwikkeling van de Hollandsche IJssel als activiteitenrivier met een evenwichtige afwisseling van wonen, werken, natuur en recreatie. De keuze van de saneringsmethode van de afzonderlijke zellingen wordt beinvloed door het al dan niet beschikbaar zijn van een stortplaats in de regio. De beschikbaarheid van relatief goedkope stortcapaciteit kan eerder doen besluiten tot een verdergaande wijze van saneren. De inpasbaarheid van huidige industrie in het ideaalbeeld zal eerder reden geven voor isolatie ter plaatse. Het middel (ontgraven en verplaatsen bedrijf) kan immers wel eens erger zijn dan de kwaal (verspreidingrisico's). In het eindrapport is het ontwikkelde ideaalbeeld gemotiveerd en per scenario vertaald voor de verschillende zellingen en de rivier. Het basisscenario staat ver af van het ideaalbeeld. Het groeisenario biedt wel een duidelijk ontwikkelingsperspectief, dit geldt nog versterkt voor de plusvarianten van dit scenario. De voornaamste kenmerken van de verschillende scenario's zijn samengevat in figuur 2.
HOOFDKENMERKEN SCENARIO'S
(figuur 2)
scenario
gebruiksmogelijkheden resterend zellingen rivier risico industrie wonen natuur/ scheep- surfen zwem- vissen ecoagrarisch vaart zeilen men systeem
hoeveelheid materiaal (x 1000m3) grond slib
kos ten (x Fl min.)
huidig gebruik
100 ha
20 ha
20 ha
-
-
--
—
—
n.v.t.
basis
95 ha
50 ha
25 ha
+
+
+/-
+/-
+/-
aanvaardbaar
310
1.850
750 -
830
basis +
73 ha
65 ha
32 ha
+
+
+/-
+/-
+/-
aanvaardbaar
500
1.850
820 -
900
groei
78 ha
55 ha
37 ha
+
+
+
+
+
verwaarloosbaar
820
3.300
1.050 - 1.200
groei +
63 ha
70 ha
37 ha
+
+
+
+
+
verwaarloosbaar
960
3.300
1.075 - 1.225
groei ++
50 ha
80 ha
40 ha
+
++
++
++
+
verwaar- 1.085 loosbaar
3.300
1.250 - 1.400
multifunctioneel
50 ha
80 ha
40 ha
+
++
++
++
++
geen
5.100
1.500 - 1.650
2.160
- 87. BERGINGSCAPACITEIT Voor het benaderen van het ontwikkelde ideaalbeeld is meer nodig dan het treffen van saneringsmaatregelen ter plaatse. Een stortlocatie in de regio is een eerste voorwaarde. Buiten de regio zit niemand te springen om onze problemen op te lossen. Dat een groot deel van de verontreinigingen ooit uit hêt Rotterdamse zijn gekomen mag waar zijn, maar doet hier niets aan af". In het Hollandsche IJsselgebied worden de baten zichtbaar en moeten dus oók de lasten worden gedragen. In alle scenario's is behoefte aan stortcapaciteit. De hoeveelheid verontreinigd materiaal uit de opgehoogde zellingen loopt bij de verschillende scenario's op van 0,3 miljoen tot 2,2 miljoen kubieke meter. De hoeveelheid verontreinigd slib neemt toe van 1,8 tot 5,1 miljoen kubieke meter. De omvang van een stortlocatie varieert hierdoor ook van tenminste 8 hectare voor alleen materiaal uit de opgehoogde zellingen volgens het basisscenario, tot 60 a 90 hectare bij berging in de regio van zowel alle zellinggrond als al het slib volgens het multifunctionele scenario. Vooral in de hogere scenario's wordt de omvang van de stortplaats ook bepaald door de mogelijkheden van scheiding en reiniging van het verontreinigde materiaal. In het eindrapport is voor de zellingengrond en het slib nagegaan wat de mogelijkheden zijn van volledige en gedeeltelijke reiniging.
Het overgrote deel van het zellingenmateriaal is technisch niet reinigbaar. Reiniging van het resterende deel is kosten-technisch niet aantrekkelijk. Ook het milieurendement is gering, indien voor het ernstigst verontreinigde materiaal al een oplossing is gevonden in de vorm van gecontroleerd storten. Bij de waterbodem zijn er technisch mogelijkheden om door afscheiding van zand een gedeelte van het materiaal voor hergebruik geschikt te maken. De meest vergaande vorm van scheiden kost ongeveer anderhalf keer zoveel als onbehandeld storten. Ongeveer 15 % van het totale volume komt na scheiding voor hergebruik in aanmerking. Voor beide stromen is nagegaan of en in hoeverre er mogelijkheden zijn om vrijkomend materiaal naar stortlocaties buiten de regio af te voeren. Naar huidig inzicht is voor het zellingenmateriaal geen bestaande of in ontwikkeling genomen stortlocatie beschikbaar. Er zijn dan ook twee redenen om een stortlocatie binnen de regio te ontwikkelen. In de eerste plaats is het weinig aannemelijk dat buiten de kring van de betrokken gemeenten ten behoeve van het project Hollandsche Ussel een stortlocatie wordt ontwikkeld. Naarmate de hoeveelheid vrijkomend materiaal toeneemt neemt ook de kans af dat het materiaal nog ergens "bij kan".In de tweede plaats is afvoer naar een locatie buiten de regio duurder.
Bij alle berekeningen is gecijferd met een kostprijs van zeventig gulden per kubieke meter af te voeren grond. Bij afvoer naar buiten de regio zou dit deel van de saneringskosten met een factor 2 a 3 omhoog kunnen schieten. Terzijde wordt opgemerkt dat deze kostprijs ook niet haalbaar is wanneer de problematiek niet integraal wordt opgepakt, maar per zelling wordt bekeken. Je krijgt dan dus minder sanering voor je geld. In de regio zou een monodeponie voor zellingmateriaal zo'n 8 tot 25 hectare in beslag nemen afhankelijk van het gekozen scenario. Bij de sanering van de waterbodem zijn vergelijkbare overwegingen van belang. Ook hier geldt dat niemand uitziet naar een berg verontreinigd slib, die lange tijd moet rijpen. Een aantal overwegingen kunnen er hier echter toe leiden dat gedeeltelijk ook buiten de regio een oplossing wordt gevonden.
- 9in de eerste plaats is zelfs de minimaal weg te baggeren hoeveelheid zeer fors. Voor berging onder de rivier ontbreekt ten enemale de ruimte. Voor berging elders in de regio zou reeds bij de minimale benadering een zelfde ruimte nodig zijn als bij volledige ontgraving van alle zellingen. Tenslotte wordt op dit moment ook bezien in hoeverre buiten de regio mogelijkheden kunnen worden gecreëerd voor de berging van verontreinigde specie. Eén of enkele grootschalige per schip bereikbare oplossingen elders in het Benedenrivierengebied kunnen aantrekkelijker zijn dan het per regio bergen in kleinschalige locatie's. De verschillen in bergingskosten tussen binnen en buiten de regio bergen bij eenzelfde behandelingswijze lopen bij baggerspecie niet zo sterk uiteen als bij het zellingmateriaal. Binnen de regio komt vooral de Zuidplaspolder tussen de Hollandsche IJssel en de spoorlijn in aanmerking. Technische argumenten en natuurwaarden pleiten voor realisering van een stortlocatie aan deze zijde van de rivier. De locaties die in aanmerking komen liggen grotendeels op het grondgebied van de gemeente Moordrecht. Vanuit onder meer landschappelijke overwegingen gaat binnen dit zoekgebied de voorkeur uit naar een locatie op de gemeentegrens van Moordrecht en Nieuwerkerk en een locatie die grenst aan Gouda.
De keuze van de locatie en definitieve inrichting van de stortlocatie zal in samenhang met andere ruimtelijke ontwikkelingen worden bezien. 8. INRICHTING GEBIED Uit figuur 2 komt naar voren dat forse inspanningen nodig zijn om welk scenario dan ook te realiseren. De kosten spreken voor zich en een ieder mag zich aangesproken voelen voor de oplossing van het gezamenlijke probleem: de realisering van afdoende stortcapaciteit. Andere inspanningen zijn nog minder expliciet aan de orde gekomen. In de scenario's worden alleen de gebruiksmogelijkheden aangegeven die ontstaan na sanering. De exacte invulling is niet nu aan de orde. Het ideaalbeeld en de scenario's vormen een referentiekader voor de besluitvorming, geen volstrekt dichtgetimmerd besluit. De kosten en baten van herinrichting van de gesaneerde zellingen en de oevers van de Hollandsche IJssel zijn niet meegenomen in de becijferingen. De kosten van bedrijfsbeëindiging of verplaatsing van bedrijven evenmin. Een zinnige berekening van kosten en baten is nu niet mogelijk. Uit figuur 2 en meer en detail uit bijlage 1 is wel op te maken in welke orde van grootte moet worden gedacht. In figuur 2 wordt zichtbaar dat op dit moment 100 van de 17 0 hectare aan (ernstig) verontreinigde zellingen in gebruik is als bedrijfsterrein. Op slechts 20 hectare wordt gewoond, terwijl 30 hectare braak ligt.
In het basisscenario worden vooral deze braakliggende terreinen zo gesaneerd dat wederom bewoning mogelijk wordt. In de meest vergaande scenario's heeft 50 hectare bedrijfsterrein een functie gekregen voor wonen of recreëren. Dit gaat niet van zelf. De gemeenten hebben hierbij het voortouw. Ook wanneer de huidige functie wordt gehandhaafd zijn ingrepen nodig. Bijlage 1 geeft globaal inzicht in de saneringsmaatregelen die op de verschillende locaties in de verschillende scenario's moeten worden getroffen. Het mag duidelijk zijn dat de exact te treffen maatregelen nog in vervolg-onderzoek zullen worden uitgewerkt. Ook met (rechtstreeks) belanghebbenden zal natuurlijk op basis van concrete voorstellen overleg worden gevoerd.
- 10 9. TENSLOTTE Na deze vogelvlucht over problemen en oplossingen is het zinnig weer met beide benen op de grond te staan. Wat wil ik? Wat kan ik? Wat mag ik van anderen verwachten? Drie simpele vragen die niet eenvoudig zijn te beantwoorden. Het eindrapport vormt wel een duidelijke steun bij het vin$§n van probleem- en doelgerichte oplossingen. Maar het is ook een kwestie van kiezen of....verliezen. Wanneer iedereen afwacht tot een ander de kastanjes uit het vuur sleept rest er uiteindelijk niets meer dat de moeite waard is.
Blz. 1
HOLLMBSE IJS5B. rWffiCT
! ! BASIS ! BASIS * ! GROEI co ! HUIDK ! IDEAAL IGebruik na! Sanerings- !6ebruik na! Sanerings- IGebruik na! SaneringsGewente/locatie de ! 6EBRUIK ! GEBRUIK ! sanering !«aatregelen ! sanering !«aatregelen ! sanering ! «aatregelen
GROEI + Gebruik na! Saneringssanering ! «aatregelen
GROEI « Gebruik na! Saneringssanering I «aatregelen
IM.TI-FUNCTIONEEL Gebruik na! Saneringssanering ! «aatregelen
OVERIGE OPtfRKINSEN
GRIM
- Zuider IJdijk
1 luonen i
luonen
uonen
i
part.ontgr. luonen t afdichten Inat/agr
part.ontgr. uonen * afdichten nat/agr
ontgraven
ontgraven
- 6oejanvdijk
2 Inat/agr Inat/agr nat/agr
• Driehoek
3 Iwonen/ luonen/ I industrie!
luonen
luonen
'
uonen
• Koudasfalt
4 lindustrieluonen
industrie afdichten (504) uonen
luonen
ontgraven
industrie ipart.ontgr. luonen + afdicht (50*)I luonen uonen
uonen/ ! industrie I
uonen
i
i
i
t
• SchieMse H.Z.D. 6 lindustrieluonen
luonen
uonen
ontgraven
uonen
Inat/agr
nat/agr
nat/agr
luonen
uonen
uonen/
ontgraven (50*)
uonen
ontgraven
huizen thans gesloopt
ontgraven (50*)
ontgraven (50*) (part.Jontgraven vereist ibedrijfsverplaatsing deels terrein Uniche»
part.ontgr. uonen/ + sfdicht(deel)
part.ontgr. + afdichten
OJDBXBK
- Souderaksed
5 wonen/ luonen/ industrie!
- «iddelol Gr - Hiddelbl KI
7 industrie!industrie industrie Iafdichten (20t) 8 industrielnatuur nat/agr ,
- Zellinguijk
9 braak
industrie Iafdichten (20*) nat/agr
- Voetbalveld
part.ontgr. uonen t afdichten 11 nat/agr Inat/agr nat/agr ,part.ontgr. nat/agr + hydr.isol. 12 nat/agr Inat/agr nat/agr nat/agr
- Schanspolder
13 braak
!part.ontgr. uonen + afdicht(dl)
industrie Ipart.ontgr. industrie 1part.ontgr. t afdicht (20*) +afdicht(20t) nat/agr ! nat/agr ,
part.ontgr. uonen Iontgraven •t afdichten part.ontgr. nat/agr 1part.ontgr. + afdichten + afdichten nat/agr I
uonen
ontgraven
nat/agr I part.ontgr. t afdichten nat/agr ,
nat/agr
part.ontgr. + afdichten
nat/agr
ontgraven
nat/agr
nat/agr '
nat/agr
part.ontgr. t afdichten uonen ,part.ontgr. + afdichten industrie part.ontgr. • afdichten industrie part.ontgr. t afdichten uonen
nat/agr
part.ontgr. + afdichten part.ontgr. uonen + afdichten industrie ontgraven
nat/agr
industrie ontgraven
nat/agr
- Dikke Boom
part.ontgr. nat/agr Part.ontgr. nat/agr part.ontgr. + afdichten t afdichten + hydr.isol. 15 uonen luonen part.ontgr. uonen uonen part.ontgr. uonen part.ontgr. t hydr.isol. + hydr.isol. + afdichten 19 industrieInat/agr industrie afdichten industrie afdichten industrie 1 part.ontgr. + afdichten 20 industrie Inat/agr industrie afdichten industrie afdichten industrie part.ontgr. * afdichten 21 uonen luonen uonen uonen uonen !
uonen
uonen
- AVIA
22 industrieluonen
industrie afdichten
uonen
ontgraven
uonen
ontgraven
uonen
ontgraven
uonen
ontgraven
- Ouderkerk C
24 wonen/ luonen/ industrie!
uonen/ part.ontgr. uonen industrie • hydr.isol.
ontgraven
industrie part.ontgr. • afdichten uonen ontgraven
uonen
ontgraven
uonen
ontgraven
uonen/
ontgraven
- Omen
25 wonen
uonen
uonen
uonen
uonen
- watertoren
27 industrieluonen/ Instuur
industrie
industrie
industrie part.ontgr. industrie part.ontgr. uonen/ 4hydr.isol(20t) thydr.isol(20*) nat/agr
-Boele - Heuvelaan
Inat/agr nat/agr
luonen
uonen
,ontgraven
industrie !ontgraven (20*) industrie part.ontgr. + afdicht (20*) nat/agr natuur ontgraven
- IJssellaan
uonen
uonen
wonen
- Geitenuei
ivonen
IPart.ontgr. uonen/ 1afdichten • afdichten industrie I
ontgraven
i part.ontgr. + afdichten nat/agr ontgraven
thans tijdelijk geïsoleerd na sloop (1985) ook enkele woonhuizen aanwezig
klein gedeelte is thans bedrijfsterrein
wonen
ontgraven
uonen part.ontgr. uonen/ + afdicht(20t) natuur
part.ontgr. + afdicht(20*)
(part.lontgraven vereist bedrijfsverplaatsing (part.Jontgraven vereist bedrijfsverplaatsing
(part.lontgraven vereist bedrijfsverplaatsing
Blz. 2
HOLUUPSE IJSSa PKOEXT
HUIDI6 GEBRUIK
Geieente/locatie
• Kortenoord • Blok
GROEI ++ flULTI-FUNCTIONEEL ! BASIS ! r . BASK + I GROEI ! GROEI* IDEAAL {Gebruik nat Sanerings- [Gebruik na! Sanerings- {Gebruik na! Sanertags- IGebruik na! Sanerings- Gebruik na! Sanerings- Gebruik na! SaneringsGEBRUIK ! sanering {laatregelen ! sanering liaatregelen ! sanering ! aastregelen ! sanering ! laatregelen sanering ! laatregelen sanering ! laatregelen
H ! industrieindustrie industrie afdichten 16 !industrie wonen
industrie I
• Onderneiing
17 !industrie vonen
industrie
• Klein Hitland
18 Ibraak
nat/agr
• Groot Hitland
23 {wonen/ nat/agr {industrie
Gr Kitl Strekd. 26 Inat/agr
nat/agr
nat/agr
industrie afdichten
industrie part.ontgr.
vonen
t afdichten part.ontgr. industrie afdichten
vonen
+ afdichten afdichten industrie hydr.isol.
part.ontgr. nat/agr part.ontgr. nat/agr + afdichten • hydr.isol. part.ontgr. ivonen/ wonen/ part.ontgr. wonen/ industrie hydr.isol. industrie + hydr.isol. industrie
nat/aar
nat/agr
part.ontgr. nat/agr • hydr.isol. (30»)
industrie part.ontgr. + afdichten vonen part.ontgr. • afdichten wonen afdichten
industrie Ipart.ontgr. + afdichten wonen |part.ontgr. + afdichten wonen !afdichten
industrie ontgraven vonen
i part.ontgr.
vonen
+ afdichten afdichten
OVERIGE CflERKINGEN
(part.)ontgraven vereist bedrijfsverplaatsing (part.)ontgraven vereist bedrijfsverplaatsing (part.)ontgraven vereist bedrijfsverplaatsing
nat/agr 1 ontgraven nat/agr {part.ontgr. nat/agr 1 part.ontgr. part.ontgr. + afdichten t afdichten + afdichten nat/agr part.ontgr. vonen/ Ipart.ontgr. part.ontgr. vonen/ part.ontgr. + afdichten tafdicht (deel) industrie •afdicht (deel) industrie |•afdicht (deel) afdicht (deel) afdicht (deel) 1afdicht (deel) part.ontgr. nat/agr part.ontgr. nat/agr !part.ontgr. nat/agr part.ontgr. +hydr.isol(30») + afdicht (30») •hydr.isol(30i) +hydr.isol(30t)
aa/tai A/D nssa. - Werf I
28 Ibraak
vonen industrie Ipart.ontgr. industrie ,part.ontgr. industrie part.ontgr. industrie part.ontgr. ontgraven + afdichten • hydr.isol. • hydr.isol. • afdichten - Udijk 109-111 30 {wonen part.ontgr. vonen Ipart.ontgr. vonen {part.ontgr. vonen wonen 1part.ontgr. vonen part.ontgr. wonen wonen + afdichten + afdichten * hydr.isol. + hydr.isol. + afdichten wonen ontgraven vonen ontgraven -Werf II 31 {braak vonen industrie Ipart.ontgr. vonen ontgraven industrie part.ontgr. wonen t hydr.isol. + afdichten ontgraven - «erf III 32 {vonen wonen 'part.ontgr. vonen ontgraven vonen ontgraven vonen vonen {part.ontgr. wonen vonen • afdichten • afdichten part.ontgr. part.ontgr. - Udijk 235-335 34 {wonen vonen vonen vonen vonen {part.ontgr. wonen ,part.ontgr. vonen part.ontgr. vonen + afdichten + afdichten + hydr.isol. t hydr.isol. • afdichten - Udijk 337-365 36 1 industrie vonen wonen 'part.ontgr. industrie 1part.ontgr. industrie 1part.ontgr. wonen ,part.ontgr. vonen 1part.ontgr. vonen i+ afdichten + afdichten * hydr.isol. + hydr.isol. • afdichten part.ontgr. - Zellingstraat 38 1 industrie wonen/ industrie , industrie part.ontgr. industrie industrie { industrie part.ontgr. wonen/ •hydr.isol(25») industrie industrie •hydr.isol(25») •hydr.isol(25*) part.ontgr. - BIK vonen 39 Ibraak wonen wonen {part.ontgr. vonen !afdichten wonen 'part.ontgr.
vonen {afdichten wonen •afdicht (reeds •afdichten + afdichten vonen
uitgevoerd)
ontgraven part.ontgr. • afdichten ontgraven ontgraven
sanering in uitvoering
part.ontgr. + afdichten part.ontgr. + afdichten part.ontgr. !+hydr.isol(25t) afdichting reeds ontgraven gerealiseerd
IWMDSE IJSSa PBUEKT
Geaeente/locatie de
IM.TI-FUNCTI0NEEL ! BASIS ! - BASIS + I GROEI GROEI ++ GROEI * M D I G ! IDEAAL !6ebruik na! Sanerings- iGebruik na Sanerings- IGebruik na! Sanerings- Gebruik na! Sanerings- Gebruik na! Sanerings- Gebruik na! SaneringsGEBRUIK ! GEBRUIK ! sanering [laatregelen ! sanering •aatregelen | sanering ! laatregelen sanering uatregelen sanering ! laatregelen sanering ! laatregelen
ami£A/DUSSEL
- Jachthaven
29 wonen/ !wonen/ natuur !natuur
wonen/ natuur
part.ontgr. wonen/ + hydr.isol. natuur
part.ontgr. wonen/ t hydr.isol. natuur
part.ontgr. + afdichten
wonen/ natuur
part.ontgr. + afdichten
part.ontgr. t afdichten
wonen/ natur
ontgraven
wonen/ natuur
i i
- Loswal III
33 industrielwonen/ wonen/ braak {industrie1 industrie
!wonen/ industrie
wonen/ part.ontgr. wonen/ part.ontgr. wonen/ i part.ontgr. wonen/ i part.ontgr. industrie •hydr.isol(30t) industrie +hydr.isol(30t) industrie '•hydr.isol(30t) industrie + afdicht (30*)
- Dorpstraat-Vuyk 35 wcnen/bralwonen industrie! - Ketensedijk F 37 venen/ Iwonen braak i
vanen
industrie part.ontgr. t hydr.isol.
- Nijverheidsstr 40 industrielindustrie! industrie afdichten
ontgraven
,
wonen
industrie part.ontgr. + afdichten
wonen
- Albatros
41 industrielindustrie industrie/, part.ontgr. industrie braak I braak afdicht.50*
- Hoordrecht C
10 Iwonen/ Iwonen lindustrie!
,
wonen
wonen
ontgraven
wonen
I
ontgraven
industrie part.ontgr. industrie part.ontgr. industrie !ontgraven industrie Ipart.ontgr. + afdichten + afdichten + afdichten part.ontgr. industrie iontgraven (50*) industrie ontgraven (50*) industrie 1 ontgraven (50*) industrie Iontgraven (50*) afdicht.50*
industrie afdichten
t
ontgraven
wonen
«WBfc - de gebruiksvonen 'stedelijke recreatie' en 'wonen' zijn saaengevoegd onder het begrip 'wonen'. - 'natuur' en 'agrarisch gebruik' zijn saiengevoegd onder het begrip 'nat/agr'. - bij de saneringssaatregelen is geen onderscheid geiaakt in het al of niet aanwezig zijn van verticale daawanden.
OVERIGE OPMERKINGEN
BIJLAGE 2 leeswijzer eindrapport De opzet van het rapport is als volgt. De inleiding plaatst het eindrapport in de kontekst van het project. In hoofdstuk 2 wordt een korte schets gegeven van de problematiek van de Hollandsche Ussel en haar oevers en de algemene doelen die de gezamenlijke overheden voorstaan bij dit project. Voorts wordt aangegeven hoe de scenario's tot stand zijn gekomen. De functie van de milieuhygiënische en de ruimtelijke ontwikkelingslijn en de integratie hiervan bij de scenario's worden uiteengezet. De milieuhygiënische lijn wordt in hoofdstuk 3 verder uitgewerkt. De concrete vertaling van algemene beleidsdoelstellingen naar concrete doelstellingen per compartiment ( zellingen, waterbodem, oppervlaktewater) en verspreidingsrisico's is hier te vinden. Niet alleen de afzonderlijke doelstellingen per compartiment zijn van belang. De drie onderscheiden kwaliteitsnivo's vormen de basis voor intern consistente scenario's voor de sanering van de Hollandsche Ussel en oevers. In dit hoofdstuk wordt voorts dieper ingegaan op de saneringsmaatregelen en de mogelijkheden van stort in en buiten de regio. In hoofdstuk 4 wordt de ruimtelijke lijn uitgewerkt. De analyse van het gebied en de rivier leidt tot een "ideaalbeeld" voor de ontwikkeling van de rivier en oevers van de Hollandsche Ussel.
Per scenario is aangegeven in hoeverre dit ideaalbeeld kan worden gerealiseerd. In de verschillende plusscenario's komt tot uiting hoe tegen betrekkelijk geringe meerkosten de potentiële gebruiksmogelijkheden van de landlocaties kunnen worden verruimd. Het basisscenario, het groeiscenario en het multifunctionele scenario worden beschreven in hoofdstuk 5; de verschillende plusscenario's in hoofdstuk 6. bij de beschrijving van elk scenario wordt ingegaan op de volgende hoofdpunten: - gebruiksmogelijkheden van rivier en oevers - saneringsmaatregelen en nazorg - kosten - fasering - hoeveelheid vrijkomende verontreinigde grond In de evaluatie wordt een eerste beschouwing gewijd aan de sterke en zwakke punten van de verschillende scenario's. Deze beschouwing richt zich op de totale baten (kwaliteitverbetering, verruiming gebruiksmogelijkheden en beheersing verspreidingsrisico's) en totale lasten zoals kosten, benodigde bergingscapaciteit en dergelijke. Een afzonderlijke samenvatting is niet in het rapport opgenomen. Hoofdstuk 2 en 7 geven systematiek en resultaten in hoofdlijnen weer.
Integrale studie Hollandsche IJssel SANERINGSSCENAEIO'S Eindrapport
Grontmij nv
De Bilt, mei 1990
X:
u
^
Vc?>
Doe:
Gt4.579
O.N.:
90461/13
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING
1
2
DOELSTELLING EN OPZET ONDERZOEK
4
2.1
Doelstelling en integrale benadering
4
2.2
Ontwikkeling van scenario's
6
2.3
Opzet van het rapport
8
3
MILIEUHYGIËNISCHE ONTWIKKELINGSLIJN
9
3.1
Inleiding
9
3.2
Algemene omschrijving kwaliteitsniveaus
10
3.3
Nadere uitwerking kwaliteitsniveaus
13
3.4
Opgehoogde voormalige zellingen
21
3.5
De waterbodem
37
3.6
Het oppervlaktewater
45
3.7
Inventarisatie bergingsmogelijkheden
51
4
RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGSLIJN
56
4.1
Inleiding
56
4.2
Inventarisatie
56
4.3
Ontwikkelingsvisie
59
5
PRIMAIRE SCENARIO'S
70
5.1
Algemeen
70
5.2
Basisscenario
73
5.3
Groeiscenario
86
5.4
Multifunctioneel scenario
99
INHOUD (vervolg)
Pagina
6
PLUSSCENARIO'S
111
6.1
Inleiding
111
6.2
Basis+scenario
113
6.3
Groei+scenario
115
6.4
Groei++scenario
117
7
EVALUATIE
119
Bijlage 1
Situatie Hollandsche IJssel gebied
Bijlage 2
Samenstelling begeleidingsgroep
Bijlage 3
Samenvatting verricht onderzoek en stand van zaken (tabellen)
Bijlage 4
Risico-aspecten als gevolg van de aanwezige verontreinigingen
-1-
1
INLEIDING In 1987 hebben de zes Hollandsche IJssel-gemeenten (Capelle aan den IJssel, Gouda, Krimpen aan den IJssel, Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel en Ouderkerk) bijzondere aandacht gevraagd voor een integrale aanpak van de milieuproblematiek van de rivier en haar oevers. In 1988 heeft dit initiatief geleid tot het oprichten van de Stuurgroep Hollandsche IJssel. In deze Stuurgroep zijn de zes gemeenten, de drie regionale waterbeheerders (Zuiveringsschap Hollandsche Eilanden en Waarden, Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard en het Hoogheemraadschap van Schieland) en de provincie Zuid-Holland op bestuurlijk niveau vertegenwoordigd. Het Rijk is via drie ministeries eveneens bij de Stuurgroep betrokken.
Door de Stuurgroep is aan de Combinatie G.B.B. (Grontmij nv, Broekhoven b.v. en Joh. Boele b.v.) opdracht verleend voor de startfase van de studie naar de mogelijkheden van een integrale milieuhygiënische sanering van de verontreinigingssituatie ter plaatse van de Hollandsche IJssel en het aangrenzende buitendijks gelegen gebied (zie bijlage 1).
De voorstellen met betrekking tot de saneringsmogelijkheden zijn zodanig uitgewerkt, dat zij de basis kunnen vormen voor de betrokken overheden (Rijk, Provincie, Gemeenten en Regionale waterbeheerders) voor de gezamenlijke besluitvorming inzake de te kiezen oplossingsrichtingen. De totale studie wordt in twee fasen uitgevoerd, te weten een startfase en een vervolgfase. De opdracht beperkt zich in eerste instantie tot de startfase van het project. In deze startfase is de status quo van de rivier vastgesteld, waarbij aandacht is besteed aan alle bronnen van verontreiniging langs de oevers van de rivier, het water en de waterbodem. Tevens zijn de ruimtelijke functies van de rivier onderzocht en de mate waarin deze zijn c.q. worden verstoord door de aanwezige verontreinigingsbronnen.
-2-
Vervolgens zijn per verontreinigingsbron of clusters daarvan de mogelijke alternatieven voor sanering geïnventariseerd. De op deze wijze uitgewerkte saneringsalternatieven zijn, uitgaande van de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied, samengesteld tot saneringsscenario's. De startfase, die is begeleid door de Begeleidingsgroep Hollandsche IJssel (zie bijlage 2), geeft inzicht in de beslissingen die richtinggevend zijn voor het hele project en wanneer elke beslissing aan de orde is. Deze beslissingen betreffen de sanering van verontreinigingsbronnen, de saneringsvarianten voor de verontreinigde locaties en beslissingen over de bergings- en reinigingsmogelijkheden. Op basis van de resultaten van de startfase wordt door de gezamenlijke overheden een beslissing genomen over de hoofdrichting van de sanering en ontwikkeling van de Hollandsche IJssel en haar oevers.
De vervolgfase leidt uiteindelijk tot het feitelijke raamwerk voor de sanering en ontwikkeling van de Hollandsche IJssel en haar oevers. Uitwerking van de startfase heeft plaatsgevonden conform het "Bestek en Voorwaarden voor de studie-opdracht naar de mogelijkheden tot integrale sanering van de Hollandsche IJssel", kenmerk nr. BER. 2499 d.d. 28 april 1989 van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. De in het bestek beschreven werkzaamheden ten behoeve van de startfase zijn opgesplitst in vijf onderzoeksresultaten, te weten: blok 1:
Inventarisatie verontreinigingssituatie;
blok 2:
Inventarisatie saneringsmethoden;
blok 3:
Inventarisatie nazorgmaatregelen;
blok 4:
Ruimtelijke aspecten;
blok 5:
Uitwerking scenario's en eindrapportage.
Elk blok is onderverdeeld in een aantal activiteiten. De resultaten van de verschillende activiteiten zijn per blok samengevat en integraal beschreven in een hoofdrapport.
-3-
Meer in detail zijn de resultaten per activiteit beschreven in deelrapporten. De deelrapporten zijn derhalve op te vatten als een nadere uitwerking van specifieke onderdelen. In dit eindrapport worden, op basis van de resultaten van de uitgevoerde inventarisatiestudies die zijn vastgelegd in de hoofdrapporten zoals vermeld bij blok 1 t/m 4, een zestal hoofdscenario's gepresenteerd voor een integrale sanering van de Hollandsche IJssel en haar oevers.
-4-
2
DOELSTELLING EN OPZET ONDERZOEK
2.1
Doelstelling en integrale benaderjng
In het "Bestek en Voorwaarden voor de studie-opdracht naar de mogelijkheden tot integrale sanering van de Hollandsche IJssel" en de in het kader van de studie met betrekking tot de saneringsmogelijkheden gevoerde vooroverleg met de Begeleidingscommissie Hollandsche IJssel, is, uitgaande van de in het gebied aanwezige zeer ernstige verontreinigingssituatie en de daarmee samenhangende milieurisico's, de volgende algemene saneringsdoelstelling geformuleerd: "Het oproepen van een nieuw elan voor de ontwikkeling van de rivier en haar oevers". In nationaal perspectief is de ontwikkeling van de Hollandsche IJssel van belang als onderdeel van de "natuur en/of toeristisch-recreatieve ontwikkelingszone" tussen het IJsselmeer en de Zuidwestelijke Delta. Dit betekent dat de saneringsmaatregelen niet uitsluitend van lokale, maar tevens van regionale en nationale betekenis kunnen zijn.
In dit licht bezien is de algemene saneringsdoelstelling als volgt gedefinieerd: het herstellen en vervolgens behouden van een nader vast te stellen kwaliteit van grond en grondwater ter plaatse van de opgehoogde buitendijks gelegen terreinen, de waterbodem en het oppervlaktewater (milieucompartimenten); het bieden van nieuwe kansen en ontwikkelingsmogelijkheden voor de verpauperde rivieroevers en de aanliggende dorpskernen; het stimuleren van de ontwikkeling van de zogenaamde "Blauwe Kamer in het Groene Hart" als "schakel tussen de grote wateren van het IJsselmeer en de Delta, voor wat betreft natuur en recreatie", zoals omschreven in de 4 e Nota over de Ruimtelijke Ordening.
Het herstellen en vervolgens behouden van een nader vast te stellen kwaliteit is bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied.
-5-
De huidige verontreinigingssituatie en de daarmee samenhangende risico's, zoals beschreven in Hoofdrapport I, vormen daarbij het uitgangspunt. De aanwezige risico's beperken zich daarbij niet tot de directe contactrisico's voor mens, plant en dier via (in-)direct contact. De risico's van herverontreiniging en de aanwezige verspreidingsrisico's zijn daarbij eveneens zeer belangrijk. In bijlage 4 wordt voor de volledigheid een beknopte samenvatting van de aanwezige risico-aspecten gegeven.
In het kader van dit project worden drie kwaliteitsniveaus onderscheiden, namelijk: een basisniveau, dat milieuhygiënisch als een ondergrens kan worden beschouwd; een maximumniveau, waarbij wordt uitgegaan van multifunctionaliteit; een tussenniveau, gelegen tussen het basisniveau en het maximum niveau, waarbij sprake is van een functionele (lokale) kwaliteitsverbetering van de situatie. Door het onderscheid in kwaliteitsniveaus kan op verschillende wijzen invulling worden gegeven aan de geformuleerde algemene saneringsdoelstelling.
Voor elke kwaliteitsniveau wordt het noodzakelijke maatregelenpakket opgesteld voor de sanering van de opgehoogde zellingen, waterbodem, lozingen en instromingen. De maatregelenpakketten geven inzicht in de technische en financiële inspanningen (lasten) die voortvloeien uit de gewenste ontwikkelingsmogelijkheden (baten) op een bepaald niveau. Na uitwerking van de maatregelenpakketten kan derhalve per kwaliteitsniveau het (milieu)rendement worden bepaald.