Kadernota 2025
Tekst van het document
Kadernota 2025
Zaaknummer: 19311276025
2
Behorend bij raadsbesluit nr: 1370506
Documentnummer: 1372193
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave .............................................................................................................................................. 3 1. Inleiding ..................................................................................................................................................... 5 1.1 Incidentele dekking ten laste van reserves ................................................................................ 7 1.2 Opbouw kadernota ..................................................................................................................... 7 2. Vertrekpunt meerjarenbegroting 2025-2028 ............................................................................................. 8 2.1 Saldo vertrekpunt kaders 2025 .................................................................................................. 8 2.2 Aanpassingen ............................................................................................................................. 9 2.3 Algemene dekkingsmiddelen ..................................................................................................... 9 2.4 Risicobeheersing ...................................................................................................................... 12 3.
Aanpassingen meerjarenbegroting 2024-2027 ....................................................................................... 13 3.1 Bestuur en ondersteuning ........................................................................................................ 13 3.2 Veiligheid .................................................................................................................................. 17 3.3 Verkeer, vervoer en waterstaat ................................................................................................ 18 3.4 Economie .................................................................................................................................. 20 3.5 Onderwijs, sport, cultuur en recreatie....................................................................................... 23 3.6 Sociaal domein ......................................................................................................................... 28 3.7 Volksgezondheid en milieu ....................................................................................................... 34 3.8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing ...................................................... 37 4. Indeling begroting ....................................................................................................................................
41 4.1 Taakvelden ............................................................................................................................... 41 4.2 Paragrafen ................................................................................................................................ 41 5 Kaders voor de begroting 2024 ................................................................................................................ 43 5.1 Financieel toezicht .................................................................................................................... 43 5.2 Uitgaven ................................................................................................................................... 44 5.3 Inkomsten ................................................................................................................................. 44 5.4 Personele lasten ....................................................................................................................... 44 5.5 Investeringen ............................................................................................................................ 45 5.6 Verbonden partijen ...................................................................................................................
47 5.7 Financiering .............................................................................................................................. 48 5.8 Subsidies .................................................................................................................................. 49 5.9 Omgevingswet .......................................................................................................................... 50 6. Lokale heffingen ...................................................................................................................................... 51 6.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) en overige ongebonden heffingen ................................. 51 6.2 Gebonden heffingen ................................................................................................................. 51 3
6.3 Ondernemersfondsen ............................................................................................................... 52 6.4 Overzicht lokale lastendruk ...................................................................................................... 52 7. Structureel sluitende begroting ................................................................................................................ 53 Bijlagen ........................................................................................................................................................ 55 Bijlage 1 - Toelichting op nieuw beleid ........................................................................................... 55 1.1 Exploitatie .................................................................................................................... 55 1.2 Investeringen ............................................................................................................... 61 Bijlage 2 - Nieuw beleid naar categorie .......................................................................................... 65 Bijlage 3 - Mogelijke voorstellen Structureel Sluitende Begroting .................................................. 67
4
1. INLEIDING Conform onze Financiële verordening bieden wij u jaarlijks een kadernota aan met daarin een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor het komende begrotingsjaar. Met het vaststellen van deze kadernota 2025 geeft u als gemeenteraad richting mee aan het college voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2025-2028. "Prepare for the worst, hope for the best" In de aanbiedingsbrief bij de meerjarenbegroting 2024-2027 gaven wij u al mee dat de komende jaren sprake is van grote onzekerheid op verschillende beleidsterreinen en op het gebied van financiën. Inmiddels is wel de Voorjaarsnota 2024 van het demissionaire kabinet verschenen. Ten opzichte van de septembercirculaire 2023 is hierin vanaf 2026 sprake van voordelen (of eigenlijk: minder nadelen), onder andere door het schrappen van de oploop van de opschalingskorting en het invoeren van een separate indexering van zorgkosten. Hier staat echter wel een eenmalige korting van het gemeentefonds in 2025 tegenover. Gevolg is dat het zogenaamde ravijn vanaf 2026 enigszins wordt gedempt, maar nog steeds een relatief groot gat laat zien. Voor 2025 betekent het besluit van het kabinet dat gemeenten minder geld uit het gemeentefonds ontvangen dan op grond van de septembercirculaire 2023 mocht worden aangenomen.
Ook de lopende onderhandelingen om te komen tot een nieuw kabinet hebben deze onzekerheid nog niet weg kunnen nemen. Dat maakt dat de financiële boodschap van deze kadernota geen positieve is. Voor het verschijnen van de Voorjaarsnota van het Rijk omschreef de VNG de financiële situatie voor gemeenten als “prepare for the worst, hope for the best.” En dit geldt nog steeds. Keuzes maken Om de financiële uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, en daarmee ook uitvoering te geven aan een door de gemeenteraad aangenomen motie, zijn we een traject gestart om voldoende mogelijkheden te inventariseren om meerjarig tot een structureel sluitende begroting te kunnen komen. De uitkomsten van dit traject zijn voor een deel opgenomen in deze kadernota en voor een deel bijgevoegd. Gezien hierboven geschetste financiële ontwikkelingen is keuze voor inzet van een deel van deze mogelijkheden wellicht al nodig voor de jaarschijf 2025. Voor de rest is dit mogelijk vanaf 2026 aan de orde. De kadernota is het p&c-document waarbij de gemeenteraad keuzes maakt over de inzet van beperkt beschikbare middelen voor de komende jaren. Het maken van keuzes over de inzet van bezuinigings- en besparingsmogelijkheden horen daar ook bij.
Om de juiste keuzes te kunnen maken is het nodig om al bij het behandelen van de kadernota een zo reëel mogelijk beeld te hebben of inschatting te maken van de verwachten ontwikkelingen en daarmee gemoeide financiële gevolgen voor 2025. Hierin zijn wij, naar onze mening, geslaagd bij het opstellen van deze kadernota. Vertrekpunt en aanpassingen De basis voor deze kaders wordt gevormd door de op 7 november 2023 vastgestelde begroting 2024 met de meerjarenraming. Deze begroting is structureel sluitend, waarbij vanaf de jaarschijf 2026 wel sprake is van een negatief saldo. Voor deze kadernota betekent dit dat de jaarschijf 2025 een positief en de jaren daarna een negatief saldo als vertrekpunt hebben. Vanuit dit vertrekpunt is geïnventariseerd op welke onderdelen bijstelling nodig is, waar we verwachten dat inkomsten en uitgaven gaan veranderen en welke investeringen op ons afkomen. De aanvragen zijn ingedeeld in de volgende categorieën: 1. Collegeprogramma : betreft invulling en uitwerking van de beleidsspeerpunten uit het Collegeprogramma 2. Noodzakelijk : betreft aanpassingen op basis van wettelijke voorschriften, reeds aangegane verplichtingen en/of reeds genomen besluiten. Dit kan zowel bestaand als nieuw beleid betreffen. 3. Beleidskeuze : betreft aanvragen die niet onder de andere categorieën vallen.
Door de hele kadernota heen zijn de aanvragen telkens met bovenstaande kleuren weergegeven, zodat duidelijk is tot welke categorie ze behoren. In bijlage 2 is een overzicht van alle aanvragen per categorie opgenomen.
5
Ook de investeringen voor de komende jaren zijn op basis van dezelfde hiervoor genoemde driedeling opgenomen in de kadernota. De hieruit voortvloeiende lasten in verband met rente en afschrijving (kapitaallasten) zijn ook verwerkt, voor zover deze van invloed zijn op het saldo van de exploitatie. Voor een aantal investeringen geldt dat het investeringen betreft die ten laste worden gebracht van voorzieningen of worden gedekt door tarieven. De structurele effecten vanuit de jaarrekening 2023 zijn, voor wat betreft de kapitaallasten (= rente en afschrijving), in lijn met voorgaande jaren, nu nog niet meegenomen. Zodra de jaarrekening 2023 door uw raad is vastgesteld, worden de kapitaallasten geactualiseerd en rechtstreeks verwerkt in de 2e tussentijdse rapportage 2024. Naast de saldi uit de meerjarenraming van de begroting 2024, zijn ook de financiële effecten uit de 1e tussentijdse rapportage 2024 meegenomen. Deze laat in alle jaarschijven een positief saldo zien. Dit is voornamelijk het gevolg van de hogere uitkeringen uit het gemeentefonds bij de september- en decembercirculaire 2023. Daarnaast is ook nog sprake van aanvragen en aanpassingen die leiden tot hogere structurele lasten en het positieve effect vanuit de circulaires enigszins temperen.
Om u zo goed mogelijk in staat te stellen om bij de kadernota afwegingen te maken en prioriteiten te stellen is het nodig dat de kadernota een zo reëel mogelijk financieel beeld geeft richting het opstellen van de begroting 2025. Daarom is, vooruitlopend op de nog te verschijnen meicirculaire 2024, ook een voorzichtige inschatting meegenomen van de gevolgen van deze circulaire. Zowel aan de baten- als aan de lastenkant. Dit is nader toegelicht in bijlage 1. Alle bouwstenen van deze kadernota tezamen leiden tot onderstaande meerjarige beeld. Hierin is te zien dat de financiële opgave voor de jaarschijf 2025 ruim € 3,1 miljoen bedraagt, oplopend naar € 10 miljoen in de daaropvolgende jaren. Zoals hiervoor aangegeven gaan we in en bij deze kadernota in op een aantal mogelijkheden om de voorziene tekorten, in de toekomst, op te kunnen lossen. Omschrijving
2025
2026
2027
2028
Structureel saldo meerjarenbegroting 2024
232
-9.948
-11.971
-11.971
Begrotingswijzigingen 2024
-
-
-
-
232
-9.948
-11.971
-11.971
Structureel saldo 1e Tussentijdse rapportage 2024
1.966
2.124
4.342
4.737
Saldo meerjarenbegroting 2024 na 1e Tussentijdse rapportage
2.198
-7.824
-7.629
-7.234
Structureel saldo meerjarenbegroting 2024 na wijzigingen
Aanpassingen beleid: Collegeprogramma
-150
-550
-550
-550
Noodzakelijk
-2.276
1.055
1.167
500
Beleidskeuze
-2.674
-2.775
-2.925
-3.249
Totaal aanpassingen kadernota
-5.100
-2.270
-2.308
-3.299
Structureel saldo kaders
-2.902
-10.094
-9.937
-10.533
Bedragen x € 1.000
Gezien het hiervoor genoemde geven de meerjarige saldi zoals gepresenteerd in deze kadernota een reële inschatting op basis van de op dit moment bekende gegevens. Maar, dit is uiteraard nog geen zekerheid ten aanzien van het uiteindelijke saldo van de meerjarenbegroting 2025-2028. Richting de begrotingsbehandeling in november worden de nu gepresenteerde saldi verder uitgewerkt en geactualiseerd.
6
1.1 Incidentele dekking ten laste van reserves In de kadernota 2024 hebben wij op deze plek aangegeven dat de regelgeving ten aanzien van het omgaan met incidentele baten en lasten de laatste jaren wat genuanceerder is geworden dan enkele jaren terug. Niet de periode van ramen van de betreffende lasten of baten is leidend, maar de aard ervan. Dit betekent dat per betreffende last of baat een nadere analyse nodig is van de aard van de post om te bepalen of deze in de aard wel of niet incidenteel is. Om geen onterecht positief beeld te geven van het verwachte structurele saldo voor 2025 en verder onttrekken we daarom vooralsnog zo min mogelijk incidentele lasten aan een reserve, maar verwerken we deze zoveel als mogelijk als structurele last. Indien daar aanleiding toe is zullen we dit in de begroting alsnog aanpassen.
1.2 Opbouw kadernota Voor de opzet van de kadernota 2025 is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij voorgaande kadernota’s. Eerst laat hoofdstuk 2 de financiële opbouw van het saldo van deze kadernota zien. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de aanpassingen op de meerjarenbegroting en de gevolgen die deze hebben. Dit betreft zowel beleidsmatige als financiële aanpassingen. Hoofdstuk 4 gaat in op de indeling van de begroting. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de bij het opstellen van de meerjarenraming 2025 te hanteren kaders en aandachtspunten toegelicht. Deze vinden hun oorsprong zowel in door externe partijen opgelegde regels als in interne, door ons zelf opgelegde, criteria. Daar behandelt hoofdstuk 6 ingegaan de de lokale heffingen. Tenslotte gaan we in hoofdstuk 7 in op het traject om te komen tot een structureel sluitende begroting. Daarna volgt nog een aantal bijlagen.
7
2. VERTREKPUNT MEERJARENBEGROTING 2025-2028 2.1 Saldo vertrekpunt kaders 2025 De voorliggende Kadernota 2025 brengt in beeld welke ontwikkelingen en voorstellen van invloed zijn op de nog op te stellen begroting 2025-2028. Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting 2025 is de jaarschijf 2025 uit de meerjarenbegroting 2024. In deze jaarschijf is sprake van een positief saldo. Zoals eerder toegelicht, worden wij vanaf 2026, net als alle gemeenten, geconfronteerd met een forse daling van de uitkering uit het gemeentefonds. Vanaf dat moment is sprake van het spreekwoordelijke "ravijn" en laat de begroting een tekort zien. Daarnaast leiden meerdere grote opgaven en onzekerheden ertoe dat het meerjarige beeld de nodige financiële uitdagingen met zich meebrengt. Voor deze kadernota betekent dit dat de jaarschijven vanaf 2026 een negatief saldo als vertrekpunt hebben. Ten opzichte van de saldi uit de meerjarenbegroting 2024-2027 is er vervolgens een aantal mutaties die leiden tot een bijgesteld structureel saldo voor de jaren 2025-2028. Deze mutaties betreffen de structurele effecten uit de 1e Tussentijdse rapportage 2024. In onderstaand overzicht zijn deze mutaties en de structurele saldi weergegeven. Jaarschijf
2025
2026
2027
2028
Saldo
232
-9.948
-11.971
-11.971
-
-
-
-
232
-9.948
-11.971
-11.971
Saldo 1e tussentijdse rapportage 2024
1.966
2.124
4.342
4.737
Structureel saldo begroting 2025 - 2028
2.198
-7.824
-7.629
-7.234
Begrotingswijzigingen 2024 Structureel saldo meerjarenbegroting 2024 na wijzigingen 1e Tussentijdse rapportage 2024
Bedragen x € 1.000
2.1.1 Ontwikkeling prijzen Als gevolg van meerdere factoren zien we de prijzen van nagenoeg alle producten en diensten de afgelopen jaren flink stijgen (=inflatie). Tijdens de coronacrisis in 2020 kwam de economie tot stilstand. Toen de economie daarna weer opstartte en de vraag naar allerlei producten en diensten toenam, konden bedrijven niet snel genoeg aan materialen en mensen komen om die te kunnen leveren. Daardoor ontstond een groot tekort aan producten en diensten. Vervolgens zorgden diverse crises in de wereld voor nog meer tekorten, vooral aan gas, olie en bepaalde soorten voedsel. Dit dreef de prijzen met als gevolg dat de exploitatielasten, investeringen en beheerplannen in onze begroting werden geraakt. In diverse voorgaande p&c-documenten zijn we hier uitgebreid op ingegaan. Inmiddels zien we dat de meeste prijzen, weliswaar op een hoger niveau, weer zijn gestabiliseerd. De verwachting is dan ook dat de prijsontwikkeling voor de komende jaren zich weer 'normaal' ontwikkelt, zonder extreme algemene stijging van prijzen. Loonontwikkeling Werknemers willen gecompenseerd worden voor het verlies in koopkracht. Vakbonden zijn daarom hogere looneisen gaan stellen en er worden cao's afgesloten met hogere lonen. Ook de krapte op de arbeidsmarkt leidt tot stijgende lonen. Bij 5.4 Salarisontwikkelingen is de verwachte cao-ontwikkeling voor 2025 opgenomen.
Ontwikkeling rente De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2022 en 2023 de rente meerdere malen verhoogd. Dit rentebeleid had als doel het verlagen van de toegenomen inflatie. In maart 2024 toonde de ECB zich positief over de ontwikkeling van de inflatie en de onderliggende prijsdruk. De ECB heeft de inflatieramingen verlaagd en verwacht dat de inflatie terugkeert naar rond 2% in 2025. Uit verdere opmerkingen van de ECB valt op te maken dat de eerste renteverlaging mogelijk in juni 2024 wordt 8
doorgevoerd. Gedurende 2024 zal naar verwachting ook de lange rente dalen. In de meerjarenbegroting 2024-2027 is gerekend met een rente van 3,3% voor nieuw aan te trekken geldleningen. In deze kadernota wordt voor de periode 2025-2028 gerekend met een rente van 3,0% voor nieuwe leningen.
2.2 Aanpassingen Ten opzichte van de begroting 2024 is sprake van een aantal aanpassingen. Dit betreft zowel exploitatie als investeringen. In het onderstaande worden de totalen per jaarschijf gepresenteerd. Een nadere toelichting op de individuele posten is opgenomen in bijlage 1. 2.2.1 Exploitatie Onderstaand is eerst een totaaloverzicht opgenomen van de lasten en dekking per programma. 2025
2026
2027
2028
-5.350
-2.498
-2.590
-3.757
Bestuur en ondersteuning
-453
1.695
1.524
852
Verkeer, vervoer en waterstaat
-227
-192
-192
-192
Onderwijs, sport, cultuur en recreatie
-719
-641
-598
-1.093
Lasten
Sociaal Domein
-3.926
-3.360
-3.324
-3.324
Volksgezondheid en milieu
-25
-
-
-
Dekking
250
228
282
458
-
228
282
458
Sociaal Domein
225
-
-
-
Volksgezondheid en milieu
25
-
-
-
-5.100
-2.270
-2.308
-3.299
Bestuur en ondersteuning
Eindtotaal Bedragen x € 1.000
2.2.2 Investeringen Onderstaand is per programma een overzicht opgenomen van het totaal van de investeringen per programma. Het betreft zowel nieuwe als vervangingsinvesteringen. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten zijn, voor zover van toepassing, verwerkt binnen onderdeel 2.2.1. Exploitatie. Investering
2025
2026
2027
2028
Bestuur en ondersteuning
-10.029
-2.128
-3.214
-1.619
-3.068
Verkeer, vervoer en waterstaat
-25.136
-6.234
-6.834
-6.034
-6.034
Onderwijs, sport, cultuur en recreatie
-71.959
-35.586
-9.751
-35
-26.587
Incidenteel
Volksgezondheid en milieu
-27.284
-6.821
-6.821
-6.821
-6.821
Eindtotaal
-134.408
-50.769
-26.620
-14.509
-42.510
Bedragen x € 1.000
2.3 Algemene dekkingsmiddelen Dekking van uitgaven kan op verschillende manieren plaatsvinden. Incidentele lasten kunnen incidenteel worden gedekt uit reserves of door incidentele baten. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten, tenzij expliciet anders vermeld. Voor uitgaven die betrekking hebben op periodiek onderhoud aan onze kapitaalgoederen (onder andere wegen, groen en gebouwen) wordt jaarlijks ‘gespaard’ door toevoeging van een bedrag aan de betreffende voorziening. In de begroting presenteren wij u een volledig overzicht van de uitgaven, inkomsten en dekking, waarbij wordt ingegaan op het structurele of incidentele karakter ervan.
9
Het belangrijkste onderdeel van de dekking van de uitgaven zijn de algemene uitkering en de opbrengst van gemeentelijke belastingen.
2.3.1 Algemene uitkering Volgens de provinciale kaders moet in de begroting 2025 minimaal uitgegaan worden van de in de meicirculaire 2024 gepresenteerde gegevens. Deze circulaire verschijnt over het algemeen pas eind mei of begin juni, waardoor het niet meer mogelijk is om de hierin opgenomen gegevens nog in deze kadernota te kunnen presenteren. U wordt daarom afzonderlijk over de meerjarige gevolgen van deze circulaire geïnformeerd, zodat u deze wel kunt betrekken bij de beraadslagingen over deze kadernota. Uiteraard worden de uitkomsten wel meegenomen bij het opstellen van de begroting 2025. Onderstaand kort een toelichting op een aantal onderdelen die nader worden uitgewerkt in de komende circulaires. Nieuwe indexering op basis groei bbp Tot 2022 gold voor de groei van het gemeentefonds de trap-op-trap-af-systematiek. Wanneer de rijksuitgaven stegen, groeide het gemeentefonds evenredig mee. Omgekeerd gold hetzelfde: daalden de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalde ook het gemeentefonds. Nadeel hiervan was dat het beeld van de rijksuitgaven tussen mei en september vaak fluctueerde, en daarmee ook de uitkering uit het gemeentefonds. Daarom is vorig jaar besloten om, vooruitlopend op een nieuwe systematiek, de jaarlijkse groei van het gemeentefonds te splitsen in een ‘volumedeel’ en een ‘LPO-deel’ (loon- en prijsontwikkelingen).
Het volumedeel staat voor de komende jaren vast, het LPO-deel groeit evenredig mee met de omvang van de inflatie. Valt de inflatie hoger uit, dan stijgt ook het LPO-deel. Valt de inflatie lager uit, dan daalt dit deel van de uitkering evenredig mee. De hiervoor gebruikte index is het gewogen gemiddelde van drie indices: de loonvoet sector overheid (60%), de index materiële overheidsconsumptie (20%) en de index overheidsinvesteringen (20%). Het voornemen hierbij was dat de groei van gemeentefonds tot en met 2025 nog slechts te wijzigen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Dit biedt gemeenten voor de komende jaren zekerheid over hun inkomsten en beschikbare vrije ruimte, ook wanneer de uitgaven van het Rijk achterblijven bij de ramingen. Vanaf 2027 zou het gemeentefonds dan worden geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). In de Miljoenennota van 2023 is deze indexering verder uitgewerkt. De volumeontwikkeling zou daarbij worden gebaseerd op een 8-jaars (historisch) gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. De verwachting is dat de accressystematiek hierdoor minder zal schommelen.
Voorjaarsnota 2024 Op 15 april 2024 is de voorjaarsnota 2024 van het Rijk verschenen hierin wordt de oploop van de opschalingskorting (voor onze gemeente €1,98 miljoen) die vanaf 2026 weer in de boeken staat structureel geschrapt. Het schrappen wordt gedaan in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024.
10
Het besluit tot het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te compenseren. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats. De financiële consequentie van het besluit van het kabinet is dat in het jaar 2025 het gemeentefonds eenmalig lager wordt vastgesteld. Voor Krimpenerwaard betreft dat een bedrag van eveneens € 1,98 miljoen. Het financiële probleem in 2025 wordt hiermee nog groter en is dan ook een pijnlijke zaak voor gemeenten. Er is ook gesproken over enkele inhoudelijke (budgettaire) thema’s zoals extra geld voor de indexering van de zorgkosten. Hiervoor is een reservering gemaakt vanaf 2026. Op basis van de voorjaarsnota 2024 van het Rijk hebben we een inschatting gemaakt van de verwachte stijging (inclusief loon- en prijsstijgingen) voor de jaren 2025 tot en met 2028. Voor onze gemeente betekent dit een aanpassing in 2025 van ca. € 4,5 miljoen oplopend tot € 6,8 miljoen in 2028. Vooruitlopend op de komende meicirculaire is deze aanpassing al meegenomen in deze kadernota.
Gevolgen nieuwe systematiek Hoewel de nieuwe financieringssystematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten door vergrijzing en infrastructuur (uitbreiding, vernieuwing, renovatie, onderhoud en beheer) op te vangen. Vanwege deze bedenkingen van de VNG en het IPO loopt er een discussie met de fondsbeheerders. Dit staat los van de hierboven beschreven ‘technische’ kant van de systematiek. Ravijnjaar vanaf 2026 De algemene uitkering uit het gemeentefonds laat in de jaren tot en met 2025 een flinke stijging zien ten opzichte van eerdere jaren. Deze stijging is het gevolg van de stijgende rijksuitgaven in verband met de grote maatschappelijke opgaven en (gedeeltelijke) compensatie voor gestegen lonen en prijzen.
De in bovenstaande figuur gepresenteerde terugval in Algemene uitkering na het jaar 2025 was al onderdeel van voorgaande circulaires en op basis daarvan ook verwerkt in onze meerjarenbegroting.
11
Vergelijking accres normeringssytematiek versus accres Miljoenennota 2024 bron: Antwoorden op Kamervragen over de Miljoenennota Accres Gemeentefonds in miljoen €
2023
2024
2025
Cumulatief accres o.b.v. trap op trap af
2.946
6.107
8.584 11.044 13.210 15.529
Cumulatief accres MILJOENENNOTA 2024
2.946
6.107
8.584
7.730
9.498 11.145
-
-
-
-3.314
-3.712
-4.384
1.000
1.000
1.000
-2.314
-2.712
-3.384
Verschil Structureel miljard Voorjaarsnota 2023 Verschil na correctie
-
-
-
2026
2027
2028
BTW compensatiefonds Er is een directe financiële koppeling tussen het BCF en het Gemeentefonds. Het is aan de gemeenten zelf om een reële meerjarenraming voor het BCF op te nemen. Hierbij geldt dat de realisatie 2023 uitgangspunt is voor de raming. Voor alle genoemde onderwerpen geldt dat de financiële gevolgen voor onze gemeente nog niet duidelijk zijn. Zodra er meer duidelijkheid is, nemen we dit mee bij het opstellen van de P&C documenten.
2.4 Risicobeheersing Op 1 november 2016 is de nota Risicomanagement vastgesteld door de gemeenteraad. In deze nota is bepaald dat er twee keer per jaar een volledige actualisatie van de risico’s wordt gedaan. Bij deze inventarisatie worden risico’s in beeld gebracht en zo mogelijk worden beheersmaatregelen geïmplementeerd. Begin 2024 is een volledig nieuwe risico-inventarisatie uitgevoerd. De uitkomsten zijn opgenomen in de jaarrekening 2023. Voor de begroting 2025 vindt opnieuw een actualisatie plaats. 2.4.1 Gevolgen opvang vluchtelingen Afgelopen februari was het 2 jaar geleden dat de oorlog in Oekraïne begon en helaas lijkt het einde nog niet in zicht. Ook 2 jaar na aanvang stromen er nog steeds Oekraïense vluchtelingen in de gemeentelijke opvang. Vanuit zowel de particuliere als ook de gemeentelijke opvang zijn de signalen over de opvang positief en er is een overzichtelijke en duidelijke organisatie opgericht om de instroom, huisvesting en begeleiding van de Oekraïense vluchtelingen vorm te geven. De lange termijn impact van deze vluchtelingenstroom blijft ook, zolang de oorlog voortduurt, ongewis. Het lijkt echter wel steeds aannemelijker dat voor een groot deel van de Oekraïense vluchtelingen een terugkeer naar het thuisland geen standaard keuze zal zijn. Men heeft hier inmiddels een leven opgebouwd met werk, school voor de kinderen en een eigen sociale netwerk.
De mogelijke impact hiervan op de voorzieningen in bijvoorbeeld het sociaal domein of de woningmarkt zijn nu nog onzeker. Tot op heden kunnen we wel stellen dat de Rijksoverheid ons conform belofte compenseert voor geleverde inspanningen om de opvang te realiseren en er daarmee geen directe druk op de begroting van de gemeente ontstaat. Voor de langere termijn is dit echter minder zeker. Naast de Oekraïense vluchtelingen is ook de druk op de reguliere asielvoorzieningen nog immer hoog. De spreidingswet asielzoekers is inmiddels in werking getreden en dit zal een behoorlijke inspanning vragen van de organisatie. Dit gepaard met een steeds verder stijgende taakstelling statushouders. Dit en de reeds bestaande krapte op de woningmarkt geven grote zorgen over de invulling van deze opgave voor ons, maar ook voor alle andere gemeenten. Voor de interne inzet met betrekking tot de opgave vluchtelingen en statushouders is er voor de jaren 2023 en 2024 al € 400.000 geraamd. In deze Kadernota wordt voorgesteld deze inzet vanaf 2025 structureel op te nemen. Het belangrijkste risico ziet met name toe op de impact van deze vluchtelingenstromen en toenemende taakstelling statushouders op de maatschappelijke voorzieningen en beschikbare woonruimte. Hiervoor is het op dit moment nog niet mogelijk een reële inschatting te maken en derhalve zal dit risico als PM opgenomen worden.
12
3. AANPASSINGEN MEERJARENBEGROTING 2024-2027 In dit hoofdstuk worden per begrotingsprogramma de cijfermatige aanpassingen voor de jaarschijven 2025-2028 weergegeven. Voor ieder programma geldt dat in wordt gegaan op de volgende onderdelen. Eerst is er een korte beschrijving van de inhoud van het programma, conform de voorgaande begrotingen. Daaronder worden per programma kort de voorziene ontwikkelingen voor de komende periode weergegeven. Deze leiden in enkele gevallen nu al tot nieuwe aanvragen en/of bijstelling van beleid. Vervolgens is er per programma een overzicht opgenomen met daarin de financiële meerjarige gevolgen voor de exploitatie, inclusief kapitaallasten en, indien van toepassing, een overzicht met de meerjarige investeringen. Bij de gevolgen voor de exploitatie is een onderscheid gemaakt tussen lasten en dekking en tussen incidenteel en structureel. Tevens zijn de lasten, zoals reeds toegelicht in de inleiding, ingedeeld in 2 categorieën: noodzakelijk en beleidskeuze. Een nadere toelichting op de afzonderlijke posten is opgenomen in bijlage 1.
3.1 Bestuur en ondersteuning Dit programma behandelt de overkoepelende taakvelden van het bestuur, de ondersteuning daarvan door de gemeentelijke organisatie en de relatie tussen de burger en het bestuur van de gemeente Krimpenerwaard. Betrokken en betrouwbaar in dienstverlening staat hierin centraal. De gemeente Krimpenerwaard staat voor een inwonergedreven dienstverlening. Speerpunten zijn: de vraag van de inwoner is leidend, snel, digitaal waar het kan en op maat waar nodig of gewenst. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor burgerzaken, dienstverlening, bestuurlijke samenwerking en ondersteuning van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Ontwikkelingen Bestuur en ondersteuning 2025 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen: Lokale ontwikkelingen: Juridisch risicomanagement De overheid ligt voortdurende onder een vergrootglas. De hoge norm waaraan burgers de gemeente houden, staat op gespannen voet met de toenemende complexiteit van het takenpakket van de gemeenten. Deze spanning brengt risico’s met zich mee. Financiële risico’s in de vorm van schadevergoeding en bestede uren aan langslepende conflicten. Imagoschade voor de gemeente en bestuurders. En niet in de laatste plaats het risico dat de gemeente niet de betrouwbare overheid is die ze zou moeten zijn.
In een tijd waarin maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een andere rol van de overheid, zoals toenemende vormen van burgerparticipatie, een meer in ketens samenwerkende gemeente, de toenemende digitalisering en de technologische ontwikkelingen die sneller gaan dan de regelgeving, is het systematisch bewaken van de juridische kwaliteit noodzakelijk. Voor al deze ontwikkelingen is de legitimiteit en rechtmatigheid van het handelen van openbaar bestuur van belang omdat deze in de juridische context besloten ligt. Daarom is juist nu het systematisch aandacht hebben voor de juridische kwaliteit van het handelen van de gemeente van groot belang. Dit bevestigt de noodzaak om de verbetering van de juridische kwaliteit te koppelen aan de bredere bedrijfsvoering van de gemeente. In 2024 zijn de eerste stappen gezet om een gemeente breed juridisch kwaliteitszorgsysteem op te zetten. Het ligt in de lijn der verwachting dat voor een goede uitvoering van een dergelijk systeem middelen en capaciteit in de nabije toekomst nodig is. Elektronische publicaties Voor de publicatie van alle officiële publicatiebladen op gestandaardiseerde wijze op officielebekendmakingen.nl moet sinds 1 juli 2021 de applicatie Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties (DROP) worden gebruikt. Door gebruik van DROP worden gemeenten volledig begeleid in het publiceren en consolideren van regelingen.
Zowel de invoer in DROP als het verzamelen en de redactie van de benodigde gegevens door de juridisch adviseurs van team Juridische Zaken is zeer 13
arbeidsintensief en tijdrovend. Gelet op een effectieve inzet van de schaarse juridische capaciteit is robotisering (RPA) wenselijk. Het is niet uitgesloten dat bij de effectuering van de robotisering financiële middelen nodig zijn. Dienstverlening: Inwoner centraal AMBITIE
Het is onze ambitie dat inwoners, ondernemingen en organisaties ook echt een verschil gaan merken in onze dienstverlening. We denken vanuit onze inwoners en streven naar meer nabijheid. We richten ons met name op zoveel mogelijk persoonlijk contact tussen bestuur, inwoners, organisaties en ondernemers. We zetten in op het eenvoudiger en sneller aanvragen van (digitale) producten en diensten.
ER-DOEL
We werken proactief aan een dienstverlening die meer op de vraag gericht is.
WE METEN
De klanttevredenheid via KlantinFocus. Algemene indicator is de driejaarlijkse burgerpeiling.
INSPANNINGEN 2025 2028
Als de vraag naar onze dagelijkse dienstverlening toeneemt, zetten we meer mensen in op de uitvoering. We investeren in datagedreven werken, waardoor we gerichter kunnen werken, sturen en verantwoorden.
MIDDELEN 2025
-
Burger- en overheidsparticipatie AMBITIE
Betere en meer gedragen besluitvorming door burger- en overheidsparticipatie.
ER-DOEL
We betrekken inwoners en ondernemers meer en beter bij initiatieven.
WE METEN
Het al dan niet realiseren van het digitaal participatieplatform. Het aantal ontwikkelde participatie-instrumenten. Het aantal burger- en overheidsparticipatietrajecten per jaar via het platform.
INSPANNINGEN 2025
We inventariseren de mening van onze inwoners via de driejaarlijkse burgerpeiling
INSPANNINGEN 2025 2028
We implementeren burger- en overheidsparticipatie als vast onderdeel van beleid, initiatieven en projecten.
MIDDELEN 2025
-
Realisatie nieuw gemeentekantoor AMBITIE
Het realiseren van een nieuwe huisvesting voor de gemeentelijke organisatie, gunstig gelegen en goed bereikbaar voor alle inwoners van de Krimpenerwaard.
ER-DOEL
We starten uiterlijk 2024 (onder voorbehoud van bezwaar en beroep) met de bouw van een ‘Huis voor de gemeente’ als centrale werk- en ontmoetingsplek.
WE METEN
De realisatie van de nieuwe huisvesting waarbij we rekening houden met de vastgestelde uitgangspunten.
INSPANNINGEN 2025 2028
Afronden van de bouw, de oplevering en het in gebruik nemen van de nieuwe huisvesting.
MIDDELEN 2025
-
14
Structureel sluitende begroting AMBITIE
We maken continu de afweging tussen inzet om onze ambities te bereiken, uitvoering van wettelijke taken, redelijke lasten voor onze inwoners en een gezonde financiële positie. Bij eventuele bezuinigingsscenario’s zijn participatie en draagvlak van belang.
ER-DOEL
We blijven een financieel stabiele en gezonde gemeente.
WE METEN
Structurele exploitatieruimte >=0% Netto schuldquote <=100%
INSPANNINGEN 2025
Verbeteren efficiëntie en informatievoorziening van de financiële processen en documenten door het werken met een nieuw financieel pakket.
INSPANNINGEN 2025 2028
Uitwerken mogelijkheden om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting.
MIDDELEN 2025
-
Samenwerking met andere overheden AMBITIE
De gemeente Krimpenerwaard werkt positief, vanuit een zelfbewustzijn en met oog voor eigen ambities, samen met andere overheden. Om zo doelen op het gebied van woningbouw en werkgebieden, de toekomst van het landelijk gebied, bereikbaarheid en gezamenlijke taken op het gebied van het sociaal domein dichterbij te brengen.
ER-DOEL
We bereiken meer samen met andere overheden.
WE METEN
-
INSPANNINGEN 2025
De regio realiseert in 2025 een concreet programma voor drie centrale opgaven van Midden-Holland: 1. duurzame groei 2. bereikbaarheid 3. economische vitaliteit Langs deze lijn worden regio-activiteiten geprioriteerd en resultaten inzichtelijk gemaakt. Hiertoe wordt de regio versterkt en ingericht als een overzichtelijk regionaal programmabureau.
INSPANNINGEN 2025 2028
We (blijven) participeren in regionale samenwerking, we lobbyen en trekken proactief samen op met andere overheden n om de Krimpenerwaard voor nu en in de toekomst vitaal te houden. We versterken de uitvoeringskracht in de regio.
MIDDELEN 2025
Structureel: 200.000
Aantrekkelijk werkgeverschap AMBITIE
Door zich te profileren als een aantrekkelijk werkgever wil de gemeente Krimpenerwaard nu en in de toekomst goed personeel behouden en werven.
ER-DOEL
We zijn een aantrekkelijker werkgever.
WE METEN
De instroom, doorstroom en uitstroom van personeel. Medewerkerstevredenheid.
INSPANNINGEN 2025 2028
Verdere uitrol van alle onderdelen van het strategisch P&O plan die een bijdrage leveren aan het aantrekkelijk werkgeverschap.
MIDDELEN 2025
-
15
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000) Rijlabels Incidenteel Beleidskeuze Dubbele exploitatielasten gemeentekantoren Dubbele exploitatielasten gemeentewerven Structureel Beleidskeuze Indexering voorziening gebouwenbeheerplan MJOP ICT 2024-2028 (afschrijving) Rentelasten Versterking regionale samenwerking Midden-Holland Wagenpark buitenruimte en handhaving (afschrijving) Noodzakelijk 0,5 fte beheer AV en overige applicaties Algemene uitkering Bijdrage gemeenschappelijke regelingen Cao-gevolgen Indexering baten Indexering lasten Eindtotaal DEKKING (x € 1.000) Rijlabels Structureel Bestemmingsreserve Dekking t.l.v. Egalisatiereserve ICT Eindtotaal INVESTERINGEN (x € 1.000) Rijlabels Incidenteel Beleidskeuze MJOP ICT 2024-2028 Wagenpark buitenruimte en handhaving Noodzakelijk Groot onderhoud gemeentelijke vastgoedobjecten in 2025 Eindtotaal
16
2025 -371 -371 -151 -220 -82 -301 -48 -53 -200 219 -56 4.500 -1.500 -1.125 800 -2.400 -453
2026 -151 -151 -151 1.846 -710 -48 -228 -220 -200 -14 2.556 -56 7.212 -1.500 -1.500 800 -2.400 1.695
2027 1.524 -1.144 -48 -282 -685 -200 71 2.668 -56 7.324 -1.500 -1.500 800 -2.400 1.524
2028 852 -1.928 -48 -458 -1.293 -200 71 2.780 -56 7.436 -1.500 -1.500 800 -2.400 852
2025 -
2026 228 228 228 228
2027 282 282 282 282
2028 458 458 458 458
2025 -2.128 -1.228 -1.118 -110 -900 -900 -2.128
2026 -3.214 -1.738 -211 -1.527 -1.476 -1.476 -3.214
2027 -1.619 -561 -561 -1.058 -1.058 -1.619
2028 -3.068 -1.105 -375 -730 -1.963 -1.963 -3.068
3.2 Veiligheid Binnen dit programma staat de gemeente Krimpenerwaard samen met bewoners, bedrijven en partners voor een gemeente die veilig is en voelt op het gebied van wonen, werken en leven. In het veiligheidsdomein heeft de gemeente vooral een regierol; de gemeente kan het echter niet alleen. Naast de hulpverleningsorganisaties, zoals politie en brandweer, hebben bedrijven en inwoners ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor onder andere het organiseren van de crisisbeheersing. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor onder andere onze deelname aan de Veiligheidsregio Hollands Midden, handhaving APV en crisisbeheersing. Ontwikkelingen Veiligheid 2025 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen: We zien dat er steeds meer taken over komen naar onze boa’s. Recent is bijv. de afhandeling van een aantal verkeersfeiten vanuit de politie overgekomen naar de boa’s, Het is afwachten wat dit in de toekomst gaat betekenen voor de prioritering en invulling van de boa-werkzaamheden. Lokale ontwikkelingen: Sinds najaar 2023 is er vaste bezetting op het onderwerp ondermijning. Er is duidelijk een versnelling gaande m.b.t. de aanpak, dit o.a. door het organiseren van integrale controles op bedrijventerreinen, Bibob aanpak, het opstellen van nieuw beleid art. 13b Opiumwet en het Samen Veilig Ondernemen project in het buitengebied.
Ondermijning AMBITIE
Wij borgen de structurele aanpak van ondermijnende criminaliteit.
ER-DOEL
We pakken ondermijning structureel beter aan.
WE METEN
Het percentage bestuurlijke rapportages, afkomstig van de politie, dat in behandeling wordt genomen.
INSPANNINGEN 2025 - We nemen 100% van de bestuurlijke rapportages van de politie in behandeling. 2028 We brengen Meld Misdaad Anoniem meer onder de aandacht bij inwoners en bedrijven. We geven voorlichting aan inwoners en collega’s over de verschillende onderwerpen op het gebied van ondermijning. Ook brengen we de aandachtsfunctionaris mensenhandel onder de aandacht. MIDDELEN 2025
17
-
Betrekken van inwoners en bedrijven bij veiligheid AMBITIE
Samen werken aan veiligheid met inwoners, bedrijven, organisaties en partners, waarbij de boa’s het visitekaartje zijn van de gemeente op het gebied van schoon, heel en veilig.
ER-DOEL
We nemen gezamenlijk meer verantwoordelijkheid voor veiligheid.
WE METEN
Groei aantal werkgroepen Samen Veilig Ondernemen (voorheen Keurmerk Veilig Ondernemen). Het aantal WhatsApp groepen Het aantal deelnemers aan burgernet
INSPANNINGEN 2025- We onderzoeken per kern of het mogelijk is om een Werkgroep Samen Veilig Ondernemen 2028 op te richten. In 2024 starten we minimaal 1 nieuwe werkgroep. De boa’s werken projectmatig en kerngericht. Ook brengen zij veiligheid onder de aandacht op sociale media. We vragen blijvend aandacht voor WhatsAppbuurtpreventie, Burgernet, Meld Misdaad Anoniem en andere burgerparticipatiemogelijkheden op het gebied van veiligheid. We gebruiken daarvoor onze sociale media kanalen actiever. MIDDELEN 2025
-
Digitale veiligheid AMBITIE
Vergroten van de bewustwording en weerbaarheid op het gebied van digitale veiligheid.
ER-DOEL
We vergroten de bewustwording en weerbaarheid op het gebied van digitale veiligheid.
WE METEN
Het aantal deelnemers aan het online spel HackShield.
INSPANNINGEN 2025 - We hebben jaarlijks minimaal 3 activiteiten op het gebied van digitale veiligheid. 2028 Wij gaan door met het aanbieden van HackShield. Eind 2024 heeft HackShield minimaal 600 deelnemers. We vragen op onze sociale media aandacht voor de verschillende onderwerpen op het gebied van digitale veiligheid, waaronder HackShield. Ook is digitale veiligheid een onderwerp bij de werkgroepen Samen Veilig Ondernemen. We onderzoeken hoe we de doelgroep ouderen en andere kwetsbare volwassen inwoners effectief voor kunnen lichten over digitale veiligheid. MIDDELEN 2025
-
Financieel overzicht Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen.
3.3 Verkeer, vervoer en waterstaat Binnen dit programma werkt de gemeente Krimpenerwaard samen met inwoners en bedrijven aan een zo goed mogelijk bereikbare en verkeersveilige gemeente voor alle vormen van vervoer. Door het versterken van het netwerk, beter benutten van de bestaande infrastructuur met aandacht voor de verkeersveiligheid en duurzame mobiliteit wordt een balans gevormd tussen bereikbaarheid en omgevingskwaliteit en duurzame mobiliteit in een gastvrije Krimpenerwaard. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van het verkeersbeleid en het onderhouden en in stand houden van de wegen, parkeervoorzieningen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en de havens.
18
Ontwikkelingen Verkeer, vervoer en waterstaat 2025 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen : We volgen de landelijke ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit. In samenwerking met de regio wordt toegewerkt naar een visie laadinfra en duurzame mobiliteit. Lokale ontwikkelingen: Met ingang van de winterdienstregeling 2024/2025 start de nieuwe OV-concessiehouder Qbuzz in de gemeente Krimpenerwaard.
Bereikbaarheid AMBITIE
Voor de vitaliteit van het gebied, voor bewoners en voor ondernemers, is een betere doorstroming van de ontsluitingen richting Gouda en Rotterdam belangrijk. We zetten in op een duurzame en complete aanpak van de mobiliteitsvraag. We hebben speciale aandacht voor specifieke en kwetsbare groepen in het kader van toegankelijkheid van het openbaar vervoer.
ER-DOEL
We versterken onze samenwerking om bereikbaarheid in brede zin te verbeteren.
WE METEN
Veranderingen in het aanbod van de wegcapaciteit van de auto en veranderingen in het aanbod van capaciteit van de alternatieven voor de auto.
INSPANNINGEN 2025
Er wordt verdere uitwerking gegeven aan de acties en projecten voortkomend uit het Omgevingsprogramma Mobiliteit.
INSPANNINGEN 2025 - We brengen bij iedere aanbesteding van concessies voor het openbaar vervoer de belangen 2028 in van de Krimpenerwaard en oefenen zoveel mogelijk invloed uit op de uitvraag. Dat doen we in regionaal verband (Midden Holland). We voeren het 10 punten plan bereikbaarheid Krimpenerwaard uit. MIDDELEN 2025
-
Verkeersveiligheid AMBITIE
We hechten veel waarde aan de verkeersveiligheid van onze gemeente. We zetten daarom in op veilige schoolfietsroutes, een adequate aanpak van onveilige situaties en het vergroten van het bewustzijn onder inwoners.
ER-DOEL
We willen de verkeersveiligheid in de Krimpenerwaard gericht verbeteren.
WE METEN
Ongevallendata (op basis van politieregistratie, gericht op wat er fout is gegaan). Risicobenadering verkeersveiligheid (op basis van studie adviesbureau DTV, gericht op wat er fout kan gaan).
INSPANNINGEN 2025 - Vaststellen en opstellen uitvoeringsprogramma van het Omgevingsprogramma Mobiliteit. 2028 Er wordt verdere uitwerking gegeven aan de acties en projecten voortkomend uit het Omgevingsprogramma Mobiliteit. MIDDELEN 2025
19
-
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x 1.000) Rijlabels Incidenteel Noodzakelijk IBOR Beleidsplan Structureel Beleidskeuze Indexering voorziening IBOR Eindtotaal
2025 -35 -35 -35 -192 -192 -192 -227
2026 -192 -192 -192 -192
2027 -192 -192 -192 -192
2028 -192 -192 -192 -192
INVESTERINGEN (x 1.000) Rijlabels Incidenteel Beleidskeuze Verkeersveiligheidsmaatregelen Veerweg Noodzakelijk IBOR 2025-2028 Eindtotaal
2025 -6.234 -200 -200 -6.034 -6.034 -6.234
2026 -6.834 -800 -800 -6.034 -6.034 -6.834
2027 -6.034 -6.034 -6.034 -6.034
2028 -6.034 -6.034 -6.034 -6.034
3.4 Economie Met dit programma stimuleert de gemeente het ondernemers- en vestigingsklimaat. In dit programma staan ook activiteiten gericht op het "op de kaart zetten" van de gemeente. Dit doen we samen met ondernemers, organisaties, provincie en andere gemeenten. In dit programma zijn middelen opgenomen voor de dienstverlening aan ondernemers, (samenwerkings)projecten van arbeidsmarkt en onderwijs, de herstructurering van bedrijfslocaties, investeringen in winkelgebieden, het stimuleren van snel internet en de transitie naar een toekomstbestendige landbouw. Ontwikkelingen Economie 2025 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen De Nederlandse economie blijkt weerbaar onder onrustige macro-economische omstandigheden. Tegelijkertijd is het economisch gebeeld gemengd. Het belang van een volwaardige maakindustrie (en het beperken van strategische afhankelijkheid) wordt steeds meer benadrukt door de Europese Unie. Digitalisering, voldoende vakbekwaam personeel en de circulaire economie vormen belangrijke opgaven. Het tekort aan vakbekwaam personeel in onder andere de (hoogwaardige) maakindustrie, de technische sector en de bouw blijft groot. Dit zijn belangrijke sectoren in Krimpenerwaard. Het is daarom belangrijk om te blijven werken aan een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Er komen grote opgaven op de landbouwsector af.
Via gebiedsprocessen in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) wordt gewerkt aan een toekomstbestendig, leefbaar, gezond en vitaal platteland. Om er voor te waken dat een top down benadering vanuit het Rijk en de provincie de overhand krijgt is het van belang dat de gemeente haar eigen positie inneemt in de gebiedsprocessen. Daarom werken we door aan de formulering van gemeentelijk beleid voor landbouw en initiëren we eigen onderzoek om het gemeentelijk perspectief op het Zuid Hollands Programma Landelijk Gebied te onderbouwen.
20
Lokale ontwikkelingen We zetten in op krachtig lokaal ondernemerschap in Krimpenerwaard. Dat vraagt onder andere ruimte voor de ontwikkeling van het lokaal gewortelde bedrijfsleven, een goede samenwerking met het onderwijs en een levensvatbare agrarische sector. Er wordt uitvoering gegeven aan de vastgestelde Bedrijventerreinenvisie Krimpenerwaard. We werken aan de Retailvisie die in 2025 in uitvoering komt. Het Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard gaat verder als Krimpenerwaard Werkt en wordt verder ontwikkeld om te blijven werken aan het bieden van kansen op de arbeidsmarkt en om zo het tekort aan vakbekwaam personeel in belangrijke sectoren in Krimpenerwaard te verminderen. Via gebiedsprocessen in het kader van NPLG verbinden we onze lokale ambities voor een toekomstbestendig en vitaal platteland aan de doelstellingen van het Rijk en de provincie. Hierbij hebben we aandacht voor korte (voedsel)ketens en economische perspectieven die het buitengebied versterken. We gaan aan de slag met opgaven op het gebied van wonen, werken en duurzaamheid om zo te werken aan vitale gemeenschappen, vitale kernen en een vitaal buitengebied.
Onderwijs en arbeidsmarkt AMBITIE
Wij blijven samen met onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven sterk inzetten op een goede afstemming tussen het onderwijs, het beschikbare arbeidspotentieel en de lokale werkgevers.
ER-DOEL
We willen de match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt verbeteren. Dit doen wij samen met onderwijsinstellingen en ondernemersorganisaties.
WE METEN
De resultaten van het gezamenlijke werkprogramma van de 3 O’s: overheid, onderwijs, ondernemingen.
INSPANNINGEN 2025
Uitvoeren van het deelproject “Versterken samenwerking ondernemers, onderwijs, overheid, gericht op versterken van een inclusieve arbeidsmarkt. Uitvoeren van het deelproject “Doorontwikkeling scholing”, gericht op onder meer het ontwikkelen van een bedrijfsschool voor de bouw/logistiek/techniek/zorg en de ontwikkeling van een Mbo-opleiding techniek
INSPANNINGEN 2025 - Uitvoeren van het deelproject “Branchegerichte pilots” met als doel het versterken van de 2028 samenwerking tussen onderwijs en ondernemers We monitoren of het ontwikkelde online platform voor leerlingen/studenten of werkenden en werkzoekenden woonachtig in Krimpenerwaard en omgeving voldoet aan de wensen MIDDELEN 2025
-
Agrarische sector AMBITIE
We denken mee over de versterking van het verdienmodel van de agrarische sector. Dit doen we samen met de agrarische ondernemers uit het gebied zelf. We werken hierbij intensief samen met provincie en waterschap. We werken samen aan de ontwikkeling naar een toekomstbestendige landbouw, met minder uitstoot van broeikasgassen en stikstof, hogere waterkwaliteit en met aandacht voor biodiversiteit.
ER-DOEL
We faciliteren een meer toekomstbestendige agrarische sector.
WE METEN
Aantal hectare bodemdalingremmende maatregelen (bron: gebiedsprocessen).
X
Aantal agrariërs dat deelneemt aan gebiedsprocessen (bron: gebiedsprocessen).
INSPANNINGEN 2025 - We continueren de faciliterende rol bij de gebiedsprocessen voor de planvorming NPLG 2028 (klimaat, stikstof, natuur). We verbinden onze lokale ambities aan de doelstellingen van het Rijk en de provincie. We brengen onze lokale ambities in in het NPLG proces. Deze lokale ambities zijn onder andere een toekomstbestendige landbouw en een duurzaam beheer van het buitengebied. Bodemdaling door veenverbranding leidt tot uitstoot van broeikasgassen MIDDELEN 2025
21
-
Ruimte voor bedrijvigheid AMBITIE
Wij zetten in op het realiseren van voldoende ruimte voor de ontwikkelingsmogelijkheden van lokale bedrijven. Hiervoor zorgen we voor een heldere bedrijventerreinenstrategie en actieve lobby richting de provincie.
ER-DOEL
We zetten in op meer ruimte voor de duurzame ontwikkeling van lokaal gebonden bedrijven.
WE METEN X
·Het aantal hectares bedrijventerrein. ·De (lokale en regionale) behoefte aan bedrijventerreinen.
INSPANNINGEN 2025 - We implementeren de bedrijventerreinenstrategie. Zo realiseren we meer ruimte voor de 2028 ontwikkeling van lokaal gebonden bedrijven. MIDDELEN 2025
-
Korte ketens in de agrarische sector AMBITIE
Voedselvoorziening is cruciaal, zeker gezien de ontwikkelingen in de wereld. Onze agrariërs hebben, in relatie tot de recreatieve mogelijkheden, hierbij in de gemeente Krimpenerwaard een belangrijke rol. We stimuleren dat meer (voedsel)producten uit ons gebied terecht komen bij onze inwoners. ‘Korte ketens tussen productie en verbruik maken de cirkel rond’.
ER-DOEL
We stimuleren dat meer voedselproducten uit ons gebied direct terechtkomen bij de klant.
WE METEN
-
INSPANNINGEN 2025 - We onderhouden een netwerk met: Voedselfamilie Krimpenerwaard, Rotterdam de Boer op 2028 en Cheese Valley. We koppelen initiatieven voor korte ketens aan initiatieven voor recreatie en toerisme (onder andere Stichting Promotie Krimpenerwaard). We kennen (leader)subsidies toe om initiatieven op het gebied van korte ketens en streekproducten te stimuleren. MIDDELEN 2025
-
Vitale winkelgebieden AMBITIE
Wij zetten in op versterking van de detailhandelstructuur en waar mogelijk het op peil houden van het huidige winkelaanbod.
ER-DOEL
We versterken de beleving en aantrekkelijkheid van onze winkelgebieden.
WE METEN
Het aantal winkels, het aantal vierkante meters winkelaanbod, leegstand, waardering (via tweejaarlijkse koopstromenonderzoek). (bron 2021: kso2021.nl)
INSPANNINGEN 2025 - We versterken de (onderlinge) samenwerking van en met winkeliersverenigingen via 2028 reguliere overleggen en via de bestaande samenwerkingsverbanden. Hierbij hebben we aandacht voor lokaal kopen. We bepalen in overleg met de winkeliersverenigingen welke acties nodig en haalbaar zijn. Dit doen wij aan de hand van de uitkomsten van het koopstromenonderzoek. Deze acties voeren wij uit. MIDDELEN 2025
22
-
Bodemdaling AMBITIE
We zetten ons in om bodemdaling te verminderen en wisselen hierover kennis uit.
ER-DOEL
We zetten binnen en buiten de bebouwde kom in op minder bodemdaling.
WE METEN
We monitoren de effecten en wisselen actief ervaringen uit met andere gemeenten.
INSPANNINGEN 2025 - We werken samen met Waterschappen en Provincie om bodemdaling in het landelijk gebied 2028 tegen te gaan. We nemen deel aan het platform Slappe Bodem. We experimenteren met de toepassing van (innovatieve) lichte ophoogmaterialen onder wegen en achterpaden. MIDDELEN 2025
-
Buitengebied AMBITIE
Samen met onze partners (waaronder de agrarische sector) zoeken we naar economische perspectieven die het buitengebied versterken. We staan positief tegenover maatwerkoplossingen. Bijvoorbeeld op het gebied van bouwvlakken, windmolens tot een ashoogte tot 15 meter voor eigen energie-opwek, herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing en nevenactiviteiten in onder andere de recreatieve sfeer. Bij te nemen maatregelen bij de inrichting van het buitengebied en het voldoen aan (bijvoorbeeld stikstof-) opgaven van het Rijk zijn de ambities vanuit de gemeente leidend, waarbij wij rekening houden met de belangen van het Rijk
ER-DOEL
We vinden meer economische perspectieven die het buitengebied versterken.
WE METEN
-
INSPANNINGEN 2025 - We stellen een omgevingsprogramma landbouw vast, waarin concrete plannen en 2028 processen zijn uitgewerkt. We kennen (Leader)subsidies toe om initiatieven te stimuleren die agrariërs economisch perspectief kunnen bieden. MIDDELEN 2025
-
Financieel overzicht Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen.
3.5 Onderwijs, sport, cultuur en recreatie In dit programma legt de gemeente Krimpenerwaard de basis voor het beleid om kinderen en jongeren gezond en veilig te laten (op)groeien in een stimulerende omgeving, zodat zij hun talenten kunnen ontwikkelen en volwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen. De gemeente is verantwoordelijk voor de voor- en vroegschoolse educatie, openbaar basisonderwijs, onderwijshuisvesting, onderwijsbeleid waaronder ook de afstemming van het passend onderwijs en leerlingvoorzieningen. Met dit programma stimuleert de gemeente tevens het culturele en sportieve klimaat. Dit draagt bij aan de goede gezondheid, talentontwikkeling en participatie van inwoners. Ook draagt het bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de gemeente. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van openbaar onderwijs, onderwijshuisvesting, onderwijsbeleid, leerlingzaken, de taakvelden Sportbeleid en activering, Sportaccommodaties, Culturele presentatie, -productie en -participatie, Musea Cultureel erfgoed, Media (waaronder het bibliotheekwerk), Openbaar groen en (openlucht) recreatie.
23
Ontwikkelingen Onderwijs, sport, cultuur en recreatie 2025 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen: Het onderwijs heeft de opdracht toe te werken naar inclusiever onderwijs, zodat kinderen zoveel mogelijk binnen het reguliere (basis)onderwijs kunnen blijven. Tegelijkertijd heeft het onderwijs ook te maken met de maatschappelijke opgave van kansen(on)gelijkheid. We hebben te maken met prestatiedruk en maakbaarheidsdenken. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt blijft een continue aandachtspunt. Sport, cultuur en recreatie worden steeds meer verbonden met andere beleidsterreinen uit zowel het sociaal domein als het ruimtelijk domein. Sport, cultuur en recreatie zijn een middel om de sociale en fysieke leefomgeving van mensen te verbeteren en daarmee het welzijn en welbevinden van mensen te verhogen. In het verlengde hiervan heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een aantal uitkeringen bedoeld voor het stimuleren van gezondheid, sport en bewegen, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis gebundeld in één Brede Regeling specifieke uitkering (SPUK). Door landelijk, regionaal en lokaal intensiever in te zetten op preventie en het versterken van de sociale basis proberen we de vraag naar zorg en ondersteuning (op langere termijn) te verminderen.
Dit vraagt – in samenhang – te investeren in bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid en gezond samenleven. Lokale ontwikkelingen: Krimpenerwaard wil voor haar inwoners een leefbare gemeente zijn met vitale gemeenschappen, vitale kernen en een vitaal buitengebied. Daarvoor gaat aantrekkelijke en passende woningbouw hand in hand met een sterke sociale basis. Een sterke sociale basis met daarin een afwisselend en robuust voorzieningenniveau. We zetten in op een beweegvriendelijke omgeving, ruimte voor ontmoeting, positieve gezondheid, eenduidig beheer en exploitatie, ontwikkeling van een integrale en lokale toegang, clustering van voorzieningen en het ondersteunen van vrijwilligersorganisaties. Hierbij werken we samen met circa 700 partners actief in de sociale basis. Denk daarbij aan bibliotheken, sport- en cultuuraanbieders, de GGD en het onderwijs. Vanuit het onderwijs is er in het najaar 2023 een pilot Inclusief onderwijs gestart op twee scholen in onze gemeente. Deze scholen werken, ieder op hun eigen manier, al inclusief en hebben de ambitie hierin verder te groeien. Als gemeente zijn we partner in deze pilot, waarin we samen met het onderwijs, kinderopvang en maatschappelijke partners ons inzetten voor een sterke pedagogische basis in gezinnen, scholen en wijken/kernen om kansengelijkheid te vergroten. We sturen op samenwerking en samenhang.