Kadernota 2023.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2023
Zaaknummer: 1931825847
Behorend bij raadsbesluit nr: 850785
2
Documentnummer: 855567
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ............................................................................................................................................ 3 1. Inleiding .................................................................................................................................................... 4 1.1 Incidentele dekking ten laste van reserves ................................................................................ 6 1.2 Opbouw kadernota ..................................................................................................................... 6 2. Vertrekpunt meerjarenbegroting 2023-2026 ......................................................................................... 7 2.1 Saldo vertrekpunt kaders 2023 .................................................................................................. 7 2.2 Aanpassingen ............................................................................................................................. 9 2.3 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................... 10 2.4 Risicobeheersing ...................................................................................................................... 12 3.
Aanpassingen meerjarenbegroting 2023-2026 ................................................................................... 14 3.0 Bestuur en ondersteuning ........................................................................................................ 14 3.1 Veiligheid .................................................................................................................................. 15 3.2 Verkeer, vervoer en waterstaat ................................................................................................ 16 3.3 Economie .................................................................................................................................. 16 3.4 Onderwijs .................................................................................................................................. 17 3.5 Sport, cultuur en recreatie ........................................................................................................ 17 3.6 Sociaal domein ......................................................................................................................... 18 3.7 Volksgezondheid en milieu ....................................................................................................... 19 3.8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing ............................................ 20 4.
Indeling begroting ................................................................................................................................. 22 4.1 Taakvelden ............................................................................................................................... 22 4.2 Paragrafen ................................................................................................................................ 23 5 Kaders voor de begroting 2023 ............................................................................................................. 24 5.1 Financieel toezicht .................................................................................................................... 24 5.2 Uitgaven ................................................................................................................................... 24 5.3 Inkomsten ................................................................................................................................. 24 5.4 Salarisontwikkelingen ............................................................................................................... 24 5.5 Investeringen ............................................................................................................................
25 5.6 Verbonden partijen ................................................................................................................... 26 5.7 Financiering .............................................................................................................................. 27 5.8 Subsidies .................................................................................................................................. 27 5.9 Sustainable Development Goals .............................................................................................. 27 5.10 Omgevingswet ........................................................................................................................ 28 6. Lokale heffingen .................................................................................................................................... 29 6.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) en overige ongebonden heffingen ................................. 29 6.2 Gebonden heffingen ................................................................................................................. 29 6.3 Ondernemersfondsen ...............................................................................................................
29 Bijlagen ....................................................................................................................................................... 30 Bijlage 1 - Toelichting op nieuw beleid ........................................................................................... 30 1.1 Exploitatie .................................................................................................................... 30 1.2 Investeringen ............................................................................................................... 32 Bijlage 2 - Nieuw beleid naar categorie .......................................................................................... 34
3
1. INLEIDING “Het college biedt de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenbegroting op een zodanig tijdstip, dat deze nota voor het zomerreces vastgesteld kan worden” (artikel 4 - Financiële verordening gemeente Krimpenerwaard 2022). Met het vaststellen van deze “kaders 2023” geeft de gemeenteraad richting mee aan het college voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2023-2026. Vorig jaar schreven we hier “dat het proces van het opstellen van de komende meerjarenbegroting zal worden gekenmerkt door de financieel onzekere tijden die gelden voor de meeste, zo niet alle gemeenten in Nederland.” Deze toen uitgesproken verwachting is nog steeds valide en ook van toepassing op het proces van de komende meerjarenbegroting. Zo zijn de toen benoemde oorzaken nog steeds actueel. De kosten binnen het sociaal domein blijven stijgen zonder dat het Rijk de gemeenten hierin adequaat en structureel tegemoet komt. De structurele effecten als gevolg van COVID-19 zijn ongewis. Hetzelfde geldt voor de uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds. Ook in dit dossier is de kogel nog niet definitief door de kerk. T en aanzien van de invoering van de Omgevingswet lijkt het dat de invoerdatum van 1 januari 2023 nu vaststaat, maar dat geldt nog niet voor de gevolgen voor onze begroting.
Deze staan nog allerminst vast. Bovenop de hiervoor genoemde onzekerheden hebben we vanaf dit jaar ook te maken met andere ontwikkelingen die zeker impact hebben op de financiën van onze gemeente. Ten eerste zijn er de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Naast het menselijke leed dat de oorlog veroorzaakt, zijn de gevolgen ook duidelijk merkbaar in prijsstijgingen van goederen en diensten. Ten tweede maakt de krapte op de arbeidsmarkt het lastiger om de benodigde personele capaciteit aan te kunnen trekken, zowel vast als tijdelijk. Ook vertaalt de krapte zich naar hogere kosten voor ingehuurde capaciteit. Ten derde zijn er de effecten van het regeerakkoord Rutte IV. In de eerste paar jaren krijgen gemeenten er weliswaar financiële middelen bij, maar vanaf 2026 dalen deze middelen weer. Bovendien gaan de extra middelen voor een groot deel op aan voornoemde prijsstijgingen en gestegen kosten binnen het sociaal domein. Tenslotte zien we dat er op dit moment sprake is van bijstelling van de kabinetsplannen, waar het risico op onderuitputting van de rijksuitgaven en/of bezuinigingen reëel is. Op een aantal van de genoemde onzekerheden en ontwikkelingen komen we verderop in deze kadernota nog terug. De basis voor deze kaders wordt gevormd door de op 9 november 2021 vastgestelde begroting 2022 met de meerjarenraming.
Deze begroting is structureel sluitend, waarbij alleen in de jaarschijf 2022 sprake is van een positief saldo. Voor deze kadernota betekent dit dat alle jaarschijven een negatief saldo als vertrekpunt hebben. Vanuit dit vertrekpunt is geïnventariseerd op welke onderdelen bijstelling nodig is, waar we verwachten dat inkomsten en uitgaven gaan veranderen en welke investeringen op ons afkomen. De aanvragen zijn ingedeeld in de volgende categorieën: 1. Noodzakelijk
:
2. Beleidskeuze
:
betreft aanpassingen op basis van wettelijke voorschriften, reeds aangegane verplichtingen en/of reeds genomen besluiten. Dit kan zowel bestaand als nieuw beleid betreffen. betreft aanvragen die niet onder de andere categorie valt.
Door de hele kadernota heen zijn de aanvragen telkens met bovenstaande kleuren weergegeven, zodat duidelijk is tot welke categorie ze behoren. In bijlage 2 is een overzicht van alle aanvragen per categorie opgenomen. De investeringen voor de komende jaren zijn op basis van dezelfde hiervoor genoemde tweedeling opgenomen in de kadernota. De hieruit voortvloeiende lasten in verband met rente en afschrijving (kapitaallasten) zijn ook verwerkt, voor zover deze van invloed zijn op het saldo van de exploitatie. Voor de meeste investeringen geldt dat het investeringen betreft die ten laste worden gebracht van voorzieningen of worden gedekt door tarieven. De structurele effecten vanuit de jaarrekening 2021 zijn, voor wat betreft de kapitaallasten (= rente en afschrijving), in lijn met voorgaande jaren, nu nog niet
4
meegenomen. Zodra de jaarrekening 2021 door uw raad is vastgesteld, worden de kapitaallasten geactualiseerd en rechtstreeks verwerkt in de 2e tussentijdse rapportage 2022. In verband met het aantreden van een nieuwe raad en een nieuw college zijn we terughoudend omgegaan met het opvoeren van nieuwe aanvragen en nieuw beleid. Insteek is dat nieuw beleid dat voortvloeit uit een nieuw collegeprogramma straks wordt meegenomen bij het opstellen van de begroting. Naast de saldi uit de meerjarenraming van de begroting 2022, zijn ook de financiële effecten uit de 1e tussentijdse rapportage 2022 meegenomen. Deze laat vanaf de jaarschijf 2023 een negatief saldo zien. Enerzijds leiden de hogere uitkeringen uit het gemeentefonds, vanuit de september- en decembercirculaire 2021 tot een voordeel in de 1e tussentijdse rapportage 2022. Anderzijds doen de verwachte structurele effecten met betrekking tot het sociaal domein dit voordeel weer teniet. Samen met de overige mutaties in de rapportage leidt dat tot een structureel nadelig saldo. Tezamen met de andere bouwstenen van deze kadernota leidt dat tot het onderstaande meerjarige beeld.
Omschrijving
2023
2024
2025
2026
Structureel saldo meerjarenbegroting 2022
-1.587
-1.664
-1.123
-1.123
Amendementen
-80
-80
-80
-80
Begrotingswijzigingen 2022
-102
-102
-102
-102
-1.769
-1.846
-1.305
-1.305
-817
-1.019
-979
-595
-2.586
-2.865
-2.284
-1.900
Structureel saldo meerjarenbegroting 2022 na wijzigingen Structureel saldo 1e Tussentijdse rapportage 2022 Saldo meerjarenbegroting 2022 na 1e Tussentijdse rapportage Aanpassingen beleid: Noodzakelijk
-45
-45
-45
-45
Beleidskeuze
-929
-904
-923
-928
Totaal aanpassingen kadernota
-974
-949
-968
-973
Beleidskeuze
25
-
-
-
Incidenteel saldo aanpassingen kadernota
25
-
-
-
-3.535
-3.814
-3.252
-2.873
Waarvan incidenteel:
Structureel saldo kaders Bedragen x € 1.000
Zoals uit het voorgaande wel blijkt geven de meerjarige saldi zoals gepresenteerd in deze kadernota nog geen zekerheid ten aanzien van het uiteindelijke saldo van de meerjarenbegroting 2023-2026. Het is nog te vroeg om daar op vooruit te lopen. Naast reeds genoemde onzekerheden, onduidelijkheden en ontwikkelingen is ook de uitkomst van de meicirculaire 2022 nog niet meegenomen in het saldo van deze kadernota en is ook de aanpassing van de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen nog niet verwerkt. Daarnaast voorzien wij ook aanpassingen die van invloed zullen zijn op de nu gepresenteerde meerjarensaldi. Aangezien deze aanpassingen niet beleidsarm zijn, hebben we ze nu niet meegenomen in deze kadernota. Mogelijk dat deze als uitwerking vanuit een nieuw coalitieakkoord en collegeprogramma later alsnog worden opgevoerd. Richting de begrotingsbehandeling in november worden de gepresenteerde meerjarige saldi verder uitgewerkt en geactualiseerd.
5
1.1 Incidentele dekking ten laste van reserves In het voorgaande wordt het structurele saldo als uitgangspunt gepresenteerd. Voor de incidentele aanvragen geldt dat deze vooralsnog ten laste van reserves worden gebracht. Hiermee zijn ze niet van invloed op het saldo van de exploitatie. In onderstaand overzicht is te zien voor welke bedragen er per programma en jaarschijf incidenteel een beroep wordt gedaan op de algemene en bestemmingsreserves. De betreffende aanvragen die hiermee worden gedekt, zijn wel toegelicht in deze nota. 2023
2024
2025
Algemene reserve*
25
-
-
2026 -
Volksgezondheid en milieu
25
-
-
-
Eindtotaal
25
-
-
-
Bedragen x € 1.000
* Vooralsnog is aangegeven dat de Algemene reserve wordt ingezet ter dekking van de betreffende onderliggende aanvragen. Of dit daadwerkelijk nodig is, hangt af van het uiteindelijke saldo van de meerjarenbegroting 2023. Indien het saldo toereikend is, hoeft voor de incidentele posten geen of een lager beroep te worden gedaan op de Algemene reserve.
1.2 Opbouw kadernota Voor de opzet van de kadernota 2023 is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij voorgaande kadernota’s. Eerst laat hoofdstuk 2 de financiële opbouw van het saldo van deze kadernota zien. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de aanpassingen op de meerjarenbegroting en de gevolgen die deze hebben. Dit betreft zowel beleidsmatige als financiële aanpassingen. Hoofdstuk 4 gaat in op de indeling van de begroting. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de bij het opstellen van de meerjarenraming 2023 te hanteren kaders en aandachtspunten toegelicht. Deze vinden hun oorsprong zowel in door externe partijen opgelegde regels als in interne, door ons zelf opgelegde, criteria. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de lokale heffingen. Daarna volgt nog een aantal bijlagen.
6
2. VERTREKPUNT MEERJARENBEGROTING 2023-2026 2.1 Saldo vertrekpunt kaders 2023 De voorliggende nota Kaders 2023 brengt in beeld welke ontwikkelingen en voorstellen van invloed zijn op de nog op te stellen begroting 2023-2026. Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting 2023 is de jaarschijf 2023 uit de meerjarenbegroting 2022. Deze jaarschijf laat een nadelig saldo zien. De overige jaarschijven zijn ook niet sluitend en vertonen derhalve een tekort. Zoals aangegeven leiden meerdere grote opgaven en onzekerheden ertoe dat het meerjarige beeld de nodige financiële uitdagingen met zich meebrengt. Voor deze kadernota betekent dit dat alle jaarschijven een negatief saldo als vertrekpunt hebben. Ten opzichte van de saldi uit de meerjarenbegroting 2022-2025 is er vervolgens een aantal mutaties die leiden tot een bijgesteld structureel saldo voor de jaren 2023-2026. Deze mutaties betreffen ten eerste de structurele effecten vanuit de 1e Tussentijdse rapportage 2022. Ten tweede zijn er in 2022 begrotingswijzigingen vastgesteld met een structurele doorwerking naar 2023 en verder. Genoemde mutaties leiden tot nieuwe structurele saldi die als vertrekpunt voor de meerjarenbegroting 2023-2026 dienen. In onderstaand overzicht zijn deze mutaties en de structurele saldi weergegeven. Jaarschijf
2023
2024
2025
2026
Structurele ruimte
-1.587
-1.664
-1.123
-1.123
Amendement A21-046 - bouwkosten
-79
-79
-79
-79
Amendement A21-047 - marktgelden
-2
-2
-2
-2
-1.667
-1.744
-1.203
-1.203
Saldo meerjarenbegroting 2022 Mutaties begroting Begrotingswijzigingen 2022 Structureel saldo meerjarenbegroting 2022 na wijzigingen
-102
-102
-102
-102
-1.769
-1.846
-1.305
-1.305
-812
-1.014
-974
-590
5
5
5
5
-817
-1.019
-979
-595
-2.586
-2.865
-2.284
-1.900
1e Tussentijdse rapportage 2022 Saldo 1e tussentijdse rapportage 2022 Waarvan incidenteel Structureel saldo 1e Tussentijdse rapportage 2022 Structureel saldo begroting 2023 - 2026 Bedragen x € 1.000
2.1.1 Gevolgen regeerakkoord In januari van dit jaar is de Startnota van het kabinet Rutte IV verschenen. Hierin wordt een nadere vertaling gemaakt van de financiële afspraken zoals die in het Regeerakkoord Rutte IV zijn opgenomen. Dit is vervolgens nader uitgewerkt in de maartbrief van het gemeentefonds. Met de raadsinformatiebrief van 12 april jl. bent u hierover geïnformeerd. De consequenties van deze startnota worden op zijn vroegst vertaald in de meicirculaire 2022 en zijn dan ook nog niet meegenomen in de saldi van deze kadernota. Wel presenteren we u onderstaand , gezien het belang van de budgettaire effecten, de voorlopige uitkomst van de maartbrief.
Jaarschijf
2023
2024
2025
2026
Uitkering Gemeentefonds
3.879
7.049
8.861
4.445
Prijsontwikkelingen
P.m.
P.m.
P.m.
P.m.
Gevolgen regeerakkoord Rutte IV
3.879
7.049
8.861
4.445
Verwachte gevolgen regeerakkoord Rutte IV
Bedragen x € 1.000
7
Hierbij moet nadrukkelijk worden opgemerkt dat het een eerste voorlopige uitkomst betreft van de uitkering die we ontvangen via het gemeentefonds. Er lijkt sprake van een voordelig effect, maar er is op dit moment nog veel onduidelijk over de lasten die hieruit bekostigd moeten worden. Zo moeten we rekening houden met hogere loon- en prijsstijgingen dan waarmee tot nu toe is gerekend. Ook kan de autonome kostenstijging in de jeugdzorg beslag leggen op de financiële ruimte. Daarnaast zullen gemeenten rekening moeten houden met verplichte cofinanciering op bepaalde beleidsterreinen. Voor de feitelijke effecten voor onze gemeente zullen we enerzijds moeten wachten op een definitieve doorrekening via een circulaire. Anderzijds is een goed beeld nodig van de structurele effecten van de huidige prijsontwikkelingen op onze begroting. Zie ook hierna bij 2.1.2 Prijsontwikkeling. Pas na de verschijning van een nieuwe circulaire en inzicht in de gevolgen van de prijsontwikkelingen hebben we betere informatie over de financiële ruimte voor onze gemeente en kan een discussie gevoerd worden over de besteding ervan. 2.1.2 Prijsontwikkeling De afgelopen paar jaar zien we de prijzen van veel goederen en diensten stijgen. Deze prijsstijging is het gevolg van meerdere factoren.
Door corona was er al een grote vraag naar bouwproducten die producenten nauwelijks konden bijbenen, met als gevolg hogere prijzen. Daar komt sinds eerder dit jaar de oorlog in Oekraïne nog bij. Veel grondstoffen komen uit Oekraïne en Rusland. De aanvoer hiervan is nu verstoord, wat de prijzen verder opdrijft. De pogingen om minder afhankelijk te worden van Russisch gas in combinatie met de onzekerheid over alternatieven hiervoor zorgen voor een forse stijging van de energie- en overige prijzen. Dit alles in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt zorgt voor een historisch hoge toename van de prijzen van goederen en diensten. De gehele maatschappij, van consumenten, tot bedrijven en instanties voelt deze inflatie in de portemonnee. In de begroting voor 2022 is op basis van de meicirculaire 2021 gerekend met een inflatiecorrectie van 1,6%, wat neerkomt op een bedrag van ongeveer € 1,2 miljoen. Zoals inmiddels bekend, gaan we het daar dit jaar niet mee redden. In de meicirculaire 2022 wordt het voor de begroting van 2023 te hanteren percentage voor prijsstijgingen bekend. Dit gaat echter alleen over de verwachte prijsstijging ten opzichte van 2022 en niet over de structurele gevolgen van het gestegen prijsniveau in 2022.
Zoals in het voorgaande reeds aangegeven is de extra uitkering uit het gemeentefonds als gevolg van het regeerakkoord grotendeels nodig om betreffende structurele gevolgen op te kunnen vangen. De gestegen prijzen raken de exploitatielasten van de hele gemeentelijke begroting. Wij lichten er enkele uit. Energielasten Bij onze eigen gemeentelijke gebouwen hebben we te maken met de gestegen energielasten. Dit geldt ook voor instellingen die door de gemeente worden gesubsidieerd, waardoor zij binnen hun exploitatie niet langer uitkomen met de ontvangen subsidies. Ook huishoudens ondervinden de financiële gevolgen van een hogere energienota. In 2022 zijn de minima door het Rijk, via de gemeente, voor een deel gecompenseerd. ICT-middelen De gemiddelde inflatie op ICT-middelen lag de afgelopen jaren al boven de gemiddelde inflatie. In de exploitatie is sprake van ca. € 2,1 miljoen aan jaarlijkse lasten voor hard- en software. Exploitatie buitenruimte De afgelopen jaren zijn de prijzen voor onderhoud in de buitenruimte fors gestegen. De arbeidskosten namen gemiddeld met 6% toe, terwijl de kosten voor materieel met gemiddeld 25% stegen. De huidige budgetten zijn niet toereikend voor dergelijke stijgingen. Naast de exploitatiebudgetten worden ook de meerjaren onderhoudsplannen en bijbehorende investeringsbudgetten geraakt door de prijsstijgingen.
IHP In 2018 is het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) vastgesteld. Daarin is opgenomen dat in 10 jaar gestart zou worden met 10 scholenbouwprojecten en dat daarvoor € 30 miljoen bouwkosten geraamd was. In 2021 is in het bouwproject voor Schoonhovens College (in combinatie met sporthal De Meent)
8
geconstateerd dat de prijsstijgingen in de bouw sinds 2018 al 40% waren. Voor dezelfde projecten als in 2018 vastgelegd zou al € 50 miljoen nodig zijn. Maar prijzen stijgen nog verder. Dit maakt kostenramingen en een meerjarenbegroting uitermate onzeker. Huisvesting gemeentekantoren en buitendienst Afhankelijk van de te kiezen variant zijn de kosten voor nieuwbouw van een nieuw gemeentekantoor geraamd op een bedrag tussen € 23,6 miljoen en € 27,3 miljoen. Voor de nieuwe huisvesting van de gemeentelijke buitendienst is een krediet gevoteerd van ca. € 3,9 miljoen. In de ramingen van beide projecten is rekening gehouden met risicomarges voor onvoorziene kosten, loon- en prijsstijgingen tot de bouw en tijdens de bouw. Ook hier geldt dat de huidige mate van prijsstijgingen de kostenramingen onzeker maken. Beheerplannen Net als bij de exploitatielasten voor ICT-middelen geldt ook voor de investeringen in hard- en software dat de kosten toenemen, waardoor de afschrijvingslasten toenemen. Het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) is in 2021 geactualiseerd en vastgesteld door de gemeenteraad. De hierin geraamde bedragen voor de uitvoering van projecten zijn niet gebaseerd op het huidige prijspeil. Afhankelijk van de ontwikkeling van de prijzen de komende periode, zullen de effecten vooral merkbaar worden bij de volgende actualisatie van het plan.
Voor de komende periode is de verwachting dat de kostenstijging nog kan worden opgevangen binnen de totale omvang van de voorziening. Voor het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) en het gebouwenbeheerplan geldt dat deze op korte termijn worden herzien. De recente prijsontwikkelingen hebben dan ook direct invloed op de hierin mee te nemen lasten. Voor gebouwen geldt dat dit leidt tot een hogere storting in de betreffende voorziening. Ten aanzien van riolering geldt dat de lastenstijging onderdeel zal zijn van de discussie over de tarieven van de rioolheffing. Op dit moment is nog niet volledig duidelijk wat de budgettaire effecten van alle voornoemde, en ook andere, onderdelen van onze begroting zijn voor 2023 en verder. Bij het opstellen van de begroting 2023 geldt dat we de dan bekende gevolgen van de prijsontwikkeling zoveel als mogelijk meenemen bij het bepalen van de benodigde meerjarenbudgetten.
2.2 Aanpassingen Ten opzichte van de begroting 2022 is sprake van een aantal aanpassingen. Dit betreft zowel exploitatie als investeringen. In het onderstaande worden de totalen per jaarschijf gepresenteerd. Een nadere toelichting op de individuele posten is opgenomen in bijlage 1. In verband met het aantreden van een nieuwe raad en een nieuw college is terughoudend omgegaan met het opvoeren van nieuw beleid. Insteek is dat nieuw beleid, voor 2023 en verder, dat voortvloeit uit een nieuw collegeprogramma straks wordt meegenomen bij het opstellen van de begroting. 2.2.1 Exploitatie Onderstaand is eerst een totaaloverzicht opgenomen van de structurele en incidentele lasten en dekking per programma.
9
2023
2024
2025
2026
Structureel
-949
-949
-968
-973
Lasten
-949
-949
-968
-973
Bestuur en ondersteuning
-582
-582
-582
-582
Sport, cultuur en recreatie
-45
-45
-64
-69
Sociaal Domein
-322
-322
-322
-322
Volksgezondheid en milieu
-
-
-
-
Incidenteel
-25
-
-
-
Lasten
-25
-
-
-
Volksgezondheid en milieu
-25
-
-
-
Eindtotaal
-974
-949
-968
-973
Bedragen x € 1.000
2.2.2 Investeringen Onderstaand is per programma een overzicht opgenomen van het totaal van de investeringen per programma. Het betreft zowel nieuwe als vervangingsinvesteringen. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten zijn, voor zover van toepassing, verwerkt binnen onderdeel 2.2.1. Exploitatie. Incidenteel
Investering
2023
2024
2025
2026
-68.066
-23.707
-13.643
-14.094
-16.622
Bestuur en ondersteuning
-5.580
-1.936
-738
-1.189
-1.717
Verkeer, vervoer en waterstaat
-31.948
-11.846
-6.034
-6.034
-8.034
Sport, cultuur en recreatie
-550
-400
-50
-50
-50
Volksgezondheid en milieu
-29.988
-9.525
-6.821
-6.821
-6.821
Eindtotaal
-68.066
-23.707
-13.643
-14.094
-16.622
Bedragen x € 1.000
2.3 Algemene dekkingsmiddelen Dekking van uitgaven kan op verschillende manieren plaatsvinden. Incidentele lasten kunnen incidenteel worden gedekt uit reserves of incidentele baten. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten, tenzij expliciet anders vermeld. Voor uitgaven die betrekking hebben op periodiek onderhoud aan onze kapitaalgoederen (onder andere wegen, gebouwen en openbare verlichting) wordt jaarlijks ‘gespaard’ door toevoeging van een bedrag aan de betreffende voorziening. In de begroting presenteren wij u een volledig overzicht van de uitgaven, inkomsten en dekking, waarbij wordt ingegaan op het structurele of incidentele karakter ervan. Het belangrijkste onderdeel van de dekking van de uitgaven zijn de algemene uitkering en de opbrengst van gemeentelijke belastingen. 2.3.1 Algemene uitkering Volgens de provinciale kaders moet in de begroting minimaal uitgegaan worden van de in de meicirculaire 2022 gepresenteerde gegevens. Deze circulaire verschijnt waarschijnlijk pas eind mei of begin juni, waardoor het niet meer mogelijk is om de hierin opgenomen gegevens nog in deze kadernota te kunnen presenteren. U wordt daarom afzonderlijk over de meerjarige gevolgen van deze circulaire geïnformeerd. Uiteraard worden de uitkomsten wel meegenomen bij het opstellen van de begroting 2023.
In 2023 verwachten we dat grote gevolgen zijn op de algemene uitkering omdat voor als nog de invoering van de nieuwe verdeling gepland staat op 1 januari 2023. Onderstaand kort een toelichting op een aantal onderdelen die nader worden uitgewerkt in de komende circulaires. Onderstaand kort een toelichting op een aantal onderdelen die nader worden uitgewerkt in de komende circulaires.
10
Regeerakkoord Op 10 januari 2022 heeft het rijk de startnota gepresenteerd. Deze nota vormt de financiële uitwerking van het regeerakkoord. De cijfers uit de startnota geven gemeenten geen directe aanleiding om nu al te bezuinigen. Wel moet er komende jaren rekening gehouden worden met hogere loon- en prijsstijgingen. Ook kan een autonome kostenstijging in de jeugdzorg, waarvan afgelopen jaren steeds sprake was, een beslag leggen op de ruimte. Daarnaast zullen gemeenten rekening moeten houden met verplichte cofinanciering op bepaalde beleidsterreinen, Dit zal dan ten laste van de financiële ruimte komen. De nota reikt tot en met 2026. In 2026 is ten opzichte van 2025 een sterke daling van de inkomsten vanuit het Rijk voorzien. De oorzaak hiervan is tweeledig. Enerzijds is dit het terugvallen van het accres naar een structureel niveau.
Anderzijds is dit het vervallen van het tijdelijk schrappen van de opschalingskorting.
Herverdeling gemeentefonds In juli 2021 heeft de minister van Binnenlandse Zaken mede namens de staatssecretaris van Financiën aan de VNG advies gevraagd over het aangepaste voorstel voor de herijking van het gemeentefonds. Sindsdien zijn er diverse ontwikkelingen geweest rondom de herijking van het gemeentefonds. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft in oktober 2021 advies gegeven, het ministerie heeft in december 2021 en januari 2022 een uitgebreide toelichting en aanvullende informatie over de berekening van het financiële effect van het verdeelvoorstel gepubliceerd. Mede op basis van deze informatie hebben
11
gemeenten op de algemene ledenvergadering van de VNG van 13 januari jl. met grote meerderheid gezamenlijk een advies (resolutie) vastgesteld. De strekking van dit advies is dat voordat er sprake kan zijn van invoering van het model, er volledig recht wordt gedaan aan de aanbevelingen in het ROB-advies, inclusief het ingroeipad. De eerder door het ministerie gegeven reactie gaat daarin nog niet ver genoeg; op basis van het advies van de ROB kan immers worden vastgesteld dat het nieuwe model nog niet aan alle eisen uit het beoordelingskader voldoet. Met name op het punt van uitlegbaarheid en kostenoriëntatie in het sociaal domein (naar de toekomst toe) zijn grote twijfels die volgens ons voor invoering weggenomen zouden moeten worden. Vooralsnog willen de fondsbeheerders de effecten van de invoering van het nieuwe verdeelmodel beperken. Het verschil mocht volgens de aanvankelijke opzet maximaal € 15 per inwoner per jaar zijn. Dat wordt in 2023, het eerste jaar, teruggebracht tot maximaal € 7,50 en bedraagt dan in totaal tot en met 2025 hooguit € 37,50 per inwoner in plaats van € 45.
BTW compensatiefonds Er is een directe financiële koppeling tussen het BCF en het Gemeentefonds. Het is aan de gemeenten zelf om een reële meerjarenraming voor het BCF op te nemen. Hierbij geldt dat de realisatie 2021, zoals deze is opgenomen in de circulaire 2022, uitgangspunt is voor de raming. Voor alle genoemde onderwerpen geldt dat de financiële gevolgen voor onze gemeente nog niet duidelijk zijn. Zodra er meer duidelijkheid is, nemen we dit mee bij het opstellen van de P&C documenten. 2.3.2 Ombuigingen Indien er binnen een jaarschijf sprake is van een financieel tekort als gevolg van nieuw beleid en/of investeringen, dan wordt een oplossingsrichting gehanteerd waarbij het uitgangspunt is dat ruimte wordt gezocht binnen de bestaande begroting of nieuwe inkomsten. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, wordt bij de begroting 2023-2026 een voorstel gedaan om een structureel sluitende meerjarenbegroting vast te kunnen stellen. Dit binnen de kaders van ons eigen financieel beleid en de vereisten van de toezichthouder.
2.4 Risicobeheersing Op 1 november 2016 is de nota Risicomanagement vastgesteld door de gemeenteraad. In deze nota is bepaald dat er twee keer per jaar een volledige actualisatie van de risico’s wordt gedaan. Bij deze inventarisatie worden risico’s in beeld gebracht en zo mogelijk worden beheersmaatregelen geïmplementeerd. Begin 2022 is een volledig nieuwe risico-inventarisatie uitgevoerd. De uitkomsten zijn opgenomen in de jaarrekening 2021. Voor de begroting 2023 vindt opnieuw een actualisatie plaats. 2.4.1 Gevolgen coronacrisis Sinds 2020 zijn we in ons land in de ban van het coronavirus. Dit coronavirus heeft grote gevolgen voor de samenleving en dat heeft en zal ook gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de financiën van onze
12
gemeente. In 2021 en 2022 is uitvoering gegeven aan het vaccinatieprogramma, waarmee we hopen dat we het coronavirus onder controle kunnen krijgen en houden. Op het moment van opstellen van deze kadernota was nog onvoldoende in beeld welke effecten dit voor 2023 zullen zijn en wat de omvang hiervan zal zijn. Op basis van 2020 en gedurende 2021 en 2022 zullen de gevolgen van de coronacrisis merkbaar zijn. We volgen de ontwikkelingen nauwgezet en bekijken periodiek wat de (financiële) impact voor onze gemeente is. Op basis van de dan bekende informatie proberen we een zo actueel mogelijk beeld te schetsen bij de begrotingsbehandeling. In de begrotingen 2021 en 2022 hebben we een aparte paragraaf COVID19 uitgewerkt. Op basis van de ontwikkelingen zullen we bepalen of een dergelijke paragraaf voor de begroting 2023 weer opgesteld zal worden. 2.4.2 Gevolgen Oekraïnecrisis Sinds februari 2022 worden we ook in Nederland geconfronteerd met de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Vanuit de gemeente Krimpenerwaard zijn er enorm veel particuliere initiatieven ontstaan om van betekenis te kunnen zijn voor ontheemde Oekraïners in de vorm van materiële en financiële steun, maar ook door als gastgezin te fungeren voor Oekraïense vluchtelingen.
De gemeente faciliteert hierin naar vermogen en daarnaast heeft ook de gemeente Krimpenerwaard vanuit het Rijk een verzoek gekregen om minimaal 140 vluchtelingen in de gemeente op te vangen. Om hieraan te kunnen voldoen is in ieder geval een noodopvang gerealiseerd in de sporthal de Meent in Schoonhoven en daarnaast zijn er voor de meer langdurige opvang twee locaties ingericht in Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek. De kosten die gemoeid gaan met de opvang worden in principe vanuit het Rijk gecompenseerd, maar de precieze uitwerking daarvan is nog onduidelijk. Naast de directe impact in de vorm van de opvang van Oekraïense vluchtelingen zien we ook meer indirecte effecten van de oorlog in de vorm van stijgende brandstofprijzen, stijging van voedselprijzen en ook een algemeen effect op de economie. Hoe dit zich precies verder zal ontwikkelen en welke gevolgen dit heeft voor onze inwoners wordt nauwlettend gevolgd in regionaal en landelijk overleg waarin de gemeente participeert. Daarmee hopen we ook tijdig de gevolgen van deze crisis voor 2023 en verder in beeld te hebben en deze op te kunnen nemen in de begroting 2023. Vooralsnog is er echter nog veel onzeker.
13
3. AANPASSINGEN MEERJARENBEGROTING 2023-2026 In dit hoofdstuk worden per begrotingsprogramma de cijfermatige aanpassingen voor de jaarschijven 2023-2026 weergegeven. Voor ieder programma geldt dat in wordt gegaan op de volgende onderdelen. Eerst is er een korte beschrijving van de inhoud van het programma, conform de voorgaande begrotingen. Daaronder worden per programma kort de voorziene ontwikkelingen voor de komende periode weergegeven. Deze leiden in enkele gevallen nu al tot nieuwe aanvragen en/of bijstelling van beleid. Vervolgens is er per programma een overzicht opgenomen met daarin de financiële meerjarige gevolgen voor de exploitatie, inclusief kapitaallasten en, indien van toepassing, een overzicht met de meerjarige investeringen. Bij de gevolgen voor de exploitatie is een onderscheid gemaakt tussen lasten en dekking en tussen incidenteel en structureel. Tevens zijn de lasten, zoals reeds toegelicht in de inleiding, ingedeeld in 2 categorieën: noodzakelijk en beleidskeuze. Een nadere toelichting op de afzonderlijke posten is opgenomen in bijlage 1.
3.0 Bestuur en ondersteuning Dit programma behandelt de overkoepelende taakvelden van het bestuur, de ondersteuning daarvan door de gemeentelijke organisatie en de relatie tussen de burger en het bestuur van de gemeente Krimpenerwaard. De behoefte van de inwoner staat in de dienstverlening centraal. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor burgerzaken, dienstverlening & burgerparticipatie, bestuurlijke samenwerking en ondersteuning van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Ontwikkelingen Als onderdeel van de ‘digitale agenda overheid’ investeren we in de innovatie van digitale middelen en dienstverlening en participatie, het beschermen van grondrechten en publieke waarden, de toegankelijkheid en begrijpelijkheid voor alle inwoners en persoonlijke dienstverlening. Dit leidt tot een open en transparante overheid waarin informatie en gegevens openbaar zijn, vrij te gebruiken en te delen. Financieel overzicht EXPLOITATIE 2023
2024
2025
2026
Structureel
-582
-582
-582
-582
Beleidskeuze
-582
-582
-582
-582
Raming vacatureruimte
-582
-582
-582
-582
Eindtotaal
-582
-582
-582
-582
Bedragen x € 1.000
14
INVESTERINGEN
Onderstaand zijn de investeringen voor dit programma opgenomen. 2023 2024
2025
2026
-1.936
-738
-1.189
-1.717
Beleidskeuze
-941
-298
-442
-442
MJOP ICT 2023-2026
-941
-298
-442
-442
Nieuwe huisvesting
P.m.
P.m.
P.m.
P.m.
Noodzakelijk
-995
-440
-747
-1.275
Groot onderhoud gemeentelijk vastgoed in 2023-2026
-995
-440
-747
-1.275
-1.936
-738
-1.189
-1.717
Incidenteel
Eindtotaal Bedragen x € 1.000
3.1 Veiligheid Binnen dit programma staat de gemeente Krimpenerwaard samen met bewoners, bedrijven en partners voor een gemeente die veilig is en voelt op het gebied van wonen, werken en leven. In het veiligheidsdomein heeft de gemeente vooral een regierol; de gemeente kan het echter niet alleen. Naast de hulpverleningsorganisaties, zoals politie en brandweer, hebben bedrijven en inwoners ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor onder andere het organiseren van de crisisbeheersing. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor onder andere onze deelname aan de Veiligheidsregio Hollands Midden, handhaving APV en crisisbeheersing. Ontwikkelingen Binnen het veiligheidsveld zien wij dat de aanpak van ondermijning een steeds grotere plaats inneemt. Indien nodig sluiten we woningen en bedrijven in het kader van de Opiumwet, bovendien hebben wij vanuit de recente wijzigingen in de APV meer mogelijkheden om op te kunnen treden. Voor 2022 zijn er financiële middelen beschikbaar gesteld om 1 fte in te zetten op ondermijning. Gedurende 2022 doen we dan ook ervaring op met deze manier van werken en bepalen we wat dit voor de toekomst betekent. Het boa team van de gemeente Krimpenerwaard bestaat op dit moment uit 6 fte. We zien dat steeds meer taken en bevoegdheden vanuit de politie over komen naar de gemeente.
De verwachting is dat deze ontwikkelingen zich gaan doorzetten. Financieel overzicht EXPLOITATIE
Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen. INVESTERINGEN
Voor dit programma zijn er geen aanvullende investeringen opgenomen.
15
3.2 Verkeer, vervoer en waterstaat Binnen dit programma werkt de gemeente Krimpenerwaard samen met inwoners en bedrijven aan een zo goed mogelijk bereikbare en verkeersveilige gemeente voor alle vormen van vervoer. Door het versterken van het netwerk, beter benutten van de bestaande infrastructuur met aandacht voor de verkeersveiligheid en duurzame mobiliteit wordt een balans gevormd tussen bereikbaarheid en omgevingskwaliteit en duurzame mobiliteit in een gastvrije Krimpenerwaard. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van het verkeersbeleid en het onderhouden en in stand houden van de wegen, parkeervoorzieningen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en de havens. Ontwikkelingen De ontwikkelingen voor 2023 en volgende laten zich samenvatten in de volgende punten:
Gevolgen bodemdaling voor de openbare ruimte Klimaatadaptatie (droogte en wateroverlast) Veiligheid in de openbare ruimte
Financieel overzicht EXPLOITATIE
Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen. INVESTERINGEN
Onderstaand zijn de investeringen voor dit programma opgenomen. 2023
2024
2025
2026
Incidenteel
-11.846
Beleidskeuze
-1.318
-
-
-
Infrastructuur De Meent en Schoonhovens college
-1.318
-
-
-
Noodzakelijk
-10.528
-6.034 -6.034 -8.034
Investeringen IBOR 2023-2026
-10.528
-6.034 -6.034 -6.034
Vervanging wagenpark
-
Eindtotaal Bedragen x € 1.000
-11.846
-6.034 -6.034 -8.034
-
-
-2.000
-6.034 -6.034 -8.034
3.3 Economie Met dit programma stimuleert de gemeente het ondernemers- en vestigingsklimaat. In dit programma staan ook activiteiten gericht op het "op de kaart zetten" van de gemeente. Dit doen we samen met ondernemers, organisaties, provincie en andere gemeenten. In dit programma zijn middelen opgenomen voor de dienstverlening aan ondernemers, (samenwerkings-) projecten van arbeidsmarkt en onderwijs, de herstructurering van bedrijfslocaties, investeringen in winkelgebieden, het stimuleren van snel internet en de transitie naar een toekomstbestendige landbouw. Ontwikkelingen De economische situatie is onzeker door internationale en geopolitieke ontwikkelingen en na de grote impact door de coronacrisis met bijbehorende steunmaatregelen vanuit de overheid. Door de coronacrisis is het recreëren in eigen land toegenomen en de verwachting is dat dit de komende jaren doorzet.
16
Het opleidingsniveau stijgt en daarmee zijn jongeren meer dan voorheen theoretischer opgeleid. Het tekort aan vakbekwaam personeel in onder andere de technische sector blijft groot. Een goede aansluiting tussen het onderwijs en arbeidsmarkt blijft een aandachtspunt. Financieel overzicht EXPLOITATIE
Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen. INVESTERINGEN
Voor dit programma zijn geen aanvullende investeringen opgenomen.
3.4 Onderwijs In dit programma legt de gemeente Krimpenerwaard de basis voor het beleid om kinderen en jongeren gezond en veilig te laten (op)groeien in een stimulerende omgeving, zodat zij hun talenten kunnen ontwikkelen en volwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen. De gemeente is verantwoordelijk voor de voor- en vroegschoolse educatie, openbaar basisonderwijs, onderwijshuisvesting, onderwijsbeleid waaronder ook de afstemming van het passend onderwijs en leerlingvoorzieningen. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van openbaar onderwijs, onderwijshuisvesting, onderwijsbeleid en leerlingzaken. Ontwikkelingen In 2021 is in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs € 935.964 beschikbaar gesteld voor aanvullende interventies in de voorschoolse periode, het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Dit doen we in samenwerking met scholen, kinderopvang, (jeugdgezondheids)zorg, bibliotheken en andere partijen. In eerste instantie zouden deze middelen tot en met 2023 besteed kunnen worden, maar recent is besloten deze termijn te verlengen tot en met 2025. Samen met het onderwijs zetten we in op de ontwikkeling naar Inclusiever onderwijs, zodat leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoefte steeds vaker naar dezelfde school kunnen, (zoveel mogelijk) in de dezelfde klas zitten, samen spelen of elkaar ontmoeten op het schoolplein.
Het is een langdurig traject wat op termijn invloed kan gaan hebben op het zorggebruik, leerlingenvervoer en onderwijshuisvesting. Financieel overzicht EXPLOITATIE
Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen. INVESTERINGEN
Voor dit programma zijn geen aanvullende investeringen opgenomen.
3.5 Sport, cultuur en recreatie Met dit programma stimuleert de gemeente het culturele en sportieve klimaat. Dit draagt bij aan de goede gezondheid, talentontwikkeling en participatie van inwoners. Ook draagt het bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de gemeente. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor de taakvelden Sportbeleid en activering, Sportaccommodaties, Culturele presentatie, -productie en -participatie, Musea Cultureel erfgoed, Media (waaronder het bibliotheekwerk), Openbaar groen en (openlucht) recreatie.
17
Ontwikkelingen Sport en bewegen wordt steeds meer verbonden met de andere beleidsterreinen uit het sociaal domein waarbij sport en bewegen steeds vaker wordt ingezet als middel. Daarnaast wordt sport en bewegen ook steeds meer verbonden met andere terreinen zoals het ruimtelijk domein. Zo komt er steeds meer aandacht voor een beweegvriendelijke buitenruimte. Financieel overzicht EXPLOITATIE 2023 2024
2025
2026
-45
-45
-64
-69
Beleidskeuze
-
-
-19
-24
Kapitaallasten inrichting Sporthal de Meent
-
-
-19
-19
Kapitaallasten materieel buitenruimte
-
-
-
-5
Noodzakelijk
-45
-45
-45
-45
Groenonderhoud Promen
-45
-45
-45
-45
Eindtotaal
-45
-45
-64
-69
2023 2024
2025
2026
Structureel
Bedragen x €1.000 INVESTERINGEN
Onderstaand zijn de investeringen voor dit programma opgenomen.
Incidenteel
-400
-50
-50
-50
Beleidskeuze
-350
-
-
-
Inrichting Sporthal de Meent
-350
-
-
-
Noodzakelijk
-50
-50
-50
-50
MJOP Materieel buitenruimte
-50
-50
-50
-50
Eindtotaal Bedragen x €1.000
-400
-50
-50
-50
3.6 Sociaal domein Dit Programma richt zich op de vraagstukken over welzijn, welbevinden van en (inkomens-) ondersteuning aan inwoners. We versterken de zelfredzaamheid en onderlinge verbondenheid van inwoners en bieden een vangnet waar nodig. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van de transformatieopgave (van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’), die volgt uit de transitie van de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Participatiewet. Ontwikkelingen De samenleving wordt steeds ingewikkelder. Voor (kwetsbare) doelgroepen wordt het steeds lastiger om mee te kunnen doen en is er sprake van steeds meer kansenongelijkheid: op school, werk(loosheid), inkomen en in het sociale leven. Deze ontwikkeling vraagt aandacht voor het creëren van gelijke kansen en inclusiviteit van de samenleving. De toenemende vergrijzing van de bevolking geeft meer druk op de vraag naar ondersteunende voorzieningen van de gemeente. De verwachting is dat zorgkosten in het Sociaal Domein verder zullen toenemen. Nog meer dan voorheen is de koers gericht op preventie, vroegsignalering en normalisering, het centraal stellen van de (hulp)vraag in plaats van het aanbod, het benutten van het eigen netwerk van inwoners in hun eigen woonkern en het inzet van de lokale basisinfrastructuur voor ondersteuning en zorg.
Deze koers wordt belangrijk voor de maatschappelijke partners in het preventief domein. Van elke partner wordt gevraagd om vanuit zijn eigen expertise bij te dragen aan deze koers.
18
De aantallen ondersteuningsvragen van inwoners die door onze medewerkers moeten worden afgehandeld zien we jaarlijks toenemen, ook de complexiteit neemt toe (met een nagenoeg gelijkblijvende formatie). Dit vraagt om een brede vraagverheldering om samen met de inwoner tot een duurzame oplossing te komen. Vaak is hiervoor op casusniveau samenwerken met verschillende maatschappelijkeen zorgpartners, van groot belang. Ook dit vraagt tijd. Dat betekent dat we opnieuw naar de inrichting van het werk moeten gaan kijken. Snel en simpel waar mogelijk, met aandacht tijd en expertise waar nodig. Feit is dat de uitvoering de afgelopen jaren onder forse druk staat en dat de toenemende vraag en complexiteit gevolgen heeft voor de structurele capaciteit en de omvang van de inhuur kan worden verlaagd. Financieel overzicht EXPLOITATIE 2023
2024 2025 2026
Structureel
-322
-322
-322
-322
Beleidskeuze
-322
-322
-322
-322
Huiselijk geweld
-30
-30
-30
-30
Wijk GGD
-42
-42
-42
-42
Kinderopvang plus
-50
-50
-50
-50
Jeugdondersteuner huisarts (JOH)
-50
-50
-50
-50
Robuustere samenwerking in de regio
-150
-150
-150
-150
Eindtotaal
-322
-322
-322
-322
Bedragen x €1.000 INVESTERINGEN
Voor dit programma zijn geen aanvullende investeringen opgenomen.
3.7 Volksgezondheid en milieu Binnen dit programma werkt de gemeente Krimpenerwaard aan het behouden en bevorderen van een gezonde en duurzame leefomgeving. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van taken op het gebied van volksgezondheid, milieu, klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie, biodiversiteit en dierenwelzijn. Ontwikkelingen Het aantal inwoners met dementie neemt toe. Dat is een maatschappelijke ontwikkeling waarop we als gemeente weinig tot geen invloed hebben. Mensen met dementie maken drie keer zoveel gebruik van zorg dan een vergelijkbare groep mensen zonder dementie. Meer dan de helft van de volwassenen heeft overgewicht en dat is tijdens de lockdowns alleen maar toegenomen. Het bevorderen van een gezonde leefstijl en sportaanbod verdient extra aandacht in een omgeving die uitnodigt om te sporten en te bewegen. Door alarmerende berichten van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change), nieuw Europees beleid en de ambities van het huidige kabinet worden nationale doelen voor klimaat en energie verder aangescherpt.
De omslag naar een meer duurzame leefomgeving is een omvangrijke opgave voor inwoners, bedrijven en organisaties in het belang van maatschappelijke doelen: CO2-reductie, behoud van biodiversiteit, verbetering van lucht-, water- en bodemkwaliteit, aanpassing aan een veranderend klimaat en leveringszekerheid van grondstoffen.
19
Landbouw, landgebruik en het tegengaan van bodemdaling blijven onverminderd belangrijke thema's in onze gemeente. We hebben hierbij oog voor de gezondheid van dieren en de natuur en slim gebruik van grondstoffen. Verschillende crises, pandemie en oorlog, volgen elkaar snel op. De actuele geopolitiek confronteert ons direct met onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de wereldwijde handel in grondstoffen. Deze ontwikkelingen vragen om intensivering van beleidsinzet en een versneld tempo van de transitie naar een duurzame en circulaire economie. Financieel overzicht EXPLOITATIE 2023
2024
2025
2026
Incidenteel
-62
-
-
-
Beleidskeuze
-25
-
-
-
Gemeentelijk hitteplan klimaatadaptatiestrategie
-25
-
-
-
Noodzakelijk
-37
-
-
-
IBP subsidie gebiedsprocessen Krimpenerwaard
-37
-
-
-
Totaal
-62
-
Incidenteel
37
-
-
-
Exploitatie
37
-
-
-
IBP subsidie gebiedsprocessen Krimpenerwaard
37
-
-
-
Totaal
37
-
Eindtotaal
-25
-
-
-
-
Dekking
Bedragen x € 1.000 INVESTERINGEN
Onderstaand zijn de investeringen voor dit programma opgenomen. 2023
2024
2025
2026
Incidenteel
-9.525 -6.821 -6.821 -6.821
Noodzakelijk
-9.525 -6.821 -6.821 -6.821
Investeringen vGRP 2023-2026
-9.525 -6.821 -6.821 -6.821
Eindtotaal Bedragen x € 1.000
-9.525 -6.821 -6.821 -6.821
3.8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Dit programma richt zich op ontwikkeling en behoud van een kwalitatief hoogwaardige woon-, werk- en leefomgeving. In dit programma zijn middelen opgenomen voor advisering op het gebied van wonen en de kwaliteit van de leefomgeving, het voeren van projecten en grondexploitaties, het faciliteren van ontwikkelingen van inwoners en ondernemers en het begeleiden van bestemmingsplannen en afgeven van en toetsen op omgevingsvergunningen. Door de introductie van Omgevingswet veranderen veel van de bestaande instrumenten en werkwijzen. Ontwikkelingen Per 1 januari 2023 worden de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw van kracht. Met de Omgevingswet veranderen de werkwijzen rondom ruimtelijke ontwikkelingen en gebruik. Met de Wet Kwaliteitsborging Bouw wordt de technische bouwtoetsing van de bouwwerken voor gevolgklasse 1 (onder meer grondgebonden woningen) overgeheveld naar (gecertificeerde) kwaliteitsbegeleiders voor de bouw zelf. Dit heeft gevolgen voor de wijze van toetsen en handhaving van
20
deze gebouwen. In de komende jaren is er sprake van een overgangsfase waarin zowel oudere omgevingsvergunningen als op de nieuwe leest gebaseerde omgevingsvergunningen langs komen en op verschillende wijze op toezicht zullen vragen. Legesinkomsten zullen hierdoor afnemen. De Omgevingwet houdt onder meer een kortere doorlooptijd in. Voor activiteiten waar de raad geen adviesrecht voor heeft afgesproken lopen wijzigingsprocedures voor het omgevingsplan via het college. Er ligt meer nadruk op een vooroverleg-fase, waarin afstemming kan plaatsvinden. Hiertoe zijn nieuwe werkwijzen opgebouwd binnen het programma Verandering Ruimtelijk Domein. Met de Omgevingswet vervalt een aantal eenvoudige kleinere vergunningen of meldingen. Verder wordt een aantal nieuwe taken overgeheveld naar de gemeenten: op het gebied van bodem, geluid en milieuactiviteiten. In de randstad is er sprake van een groot tekort aan woningen, waardoor er ook meer spanning op de woningmarkt in de Krimpenerwaard ontstaat. Vanuit het Rijk is de wens sterker de regie te voeren en dit doet zij via het opstellen van een Nationaal Programma Woningbouw, wat nieuwe instrumenten creëert op het gebied van woningbouw. Van belang is daarom opnieuw te kijken naar hoe de woningbehoefte in Krimpenerwaard zich ontwikkelt en hoe we daar zorg voor kunnen dragen. Financieel overzicht EXPLOITATIE
Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen. INVESTERINGEN
Voor dit programma zijn er geen aanvullende investeringen opgenomen.
21
4. INDELING BEGROTING 4.1 Taakvelden Om te voldoen aan de vereisten, zoals opgenomen in de herziening BBV, is de begroting vanaf de meerjarenbegroting 2019-2022 ingericht op basis van taakvelden. Het gebruik van deze uniforme taakvelden maakt het mogelijk om baten en lasten van activiteiten te aggregeren en met die van andere gemeenten te vergelijken. Samen met de informatie op www.waarstaatjegemeente.nl vormt de indeling naar taakvelden een goede basis en mogelijkheid voor de onderlinge vergelijking van gemeenten op soortgelijke onderdelen. Programma’s De programma-indeling is gebaseerd op de hoofdtaakvelden, zoals die in de herziening BBV worden gehanteerd. Hiermee wordt bereikt dat de programmabegroting meerjarig duurzaam vergelijkbaar wordt. Hantering van de hoofdtaakvelden als programma leidt tot de volgende programma-indeling: • Bestuur en ondersteuning • Veiligheid • Verkeer en vervoer • Economie • Onderwijs • Sport, cultuur en recreatie • Sociaal Domein • Volksgezondheid en milieu • Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV) Vooralsnog gaan we ook voor de meerjarenbegroting 2023-2026 uit van bovenstaande programmaindeling. Mochten er tijdens de coalitie- en/of collegeonderhandelingen andere afspraken over worden gemaakt, dan zal dit bij het opstellen van de begroting worden meegenomen.
4.1.1 Beleidsindicatoren In de afgelopen coalitieperiode is in de programma’s in de begroting gewerkt met ambities en daaraan gekoppelde doelen. Bij deze ambities en doelen hoorden indicatoren waarop door middel van beleid actief is gestuurd. Op dit moment is nog niet bekend op welke wijze doelen en beleid aan elkaar worden gekoppeld voor de nieuwe coalitieperiode. Dit wordt in de loop van het jaar verder ontwikkeld en uitgewerkt, zodat het in de meerjarenbegroting 2023 kan worden opgenomen. Daarnaast zijn gemeenten op grond van het BBV verplicht een basisset met overige indicatoren te presenteren. Deze worden ook in de begroting in de begroting opgenomen, maar hierop voeren wij geen actief beleid. Op grond van de wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van 5 maart 2016, moeten gemeenten voortaan in de programma’s de maatschappelijke effecten die met de verschillende programma’s worden beoogd, toelichten aan de hand van beleidsindicatoren. Bij ministeriële regeling is hiertoe een set van inmiddels nog 34 beleidsindicatoren verplicht gesteld (bij de introductie in 2016 waren dit er nog 39). Met de implementatie van de indicatoren worden raadsleden in staat gesteld om op maatschappelijke effecten te kunnen sturen. Bovendien wordt de onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten op deze manier vergroot.
Het staat gemeenten vrij om naast de verplichte indicatoren ook nog facultatieve indicatoren op te nemen. Dit kan eventueel op basis van een door de VNG hiertoe ontwikkelde set. Zoals hiervoor aangegeven, kiezen wij hier niet voor.
22
4.2 Paragrafen Er zijn 7 verplicht voorgeschreven paragrafen. Daarnaast staat het de gemeente vrij om naar eigen inzicht paragrafen toe te voegen teneinde een bepaald onderdeel van de begroting nader toe te lichten. In de begrotingen voor 2021 en 2022 hebben wij er voor gekozen een aparte paragraaf COVID-19 toe te voegen. Dit omdat de gevolgen van COVID-19 als een rode draad door alle programma’s lopen. Door het opnemen van een aparte paragraaf zijn de gevolgen van COVID-19 op één plek in de begroting inzichtelijk gemaakt in plaats van binnen alle programma’s afzonderlijk. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de komende maanden wordt bepaald of het ook in de begroting 2023 noodzakelijk is om weer een aparte paragraaf COVID-19 op te nemen. Dit geldt ook voor eventuele andere extra facultatieve paragrafen.
23
5 KADERS VOOR DE BEGROTING 2023 5.1 Financieel toezicht In de gemeentewet is geregeld dat het College van Gedeputeerde Staten (GS) toezicht houdt op de gemeenten. Voor de uitvoering hiervan volgt GS de financiële positie van onze gemeente en de ontwikkelingen die daarbij een rol spelen. Tot 2 jaar terug werden we door middel van een begrotingscirculaire geïnformeerd over alle relevante ontwikkelingen en actuele informatie over de wijze waarop de (meerjaren)begroting wordt beoordeeld vanuit het financieel toezicht. Deze circulaire was daarmee een aanvulling op het Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK) 2020 waarin de algemene kaders voor alle gemeenten zijn uitgewerkt. Op dit moment ziet GS geen andere aandachtspunten dan afgelopen jaar die aparte of aanvullende uitwerking behoeven. Daarom is besloten om ook dit jaar geen begrotingscirculaire uit te brengen. Wel is er per mail gecommuniceerd over een aantal actuele onderwerpen die vooral financieel technisch van aard zijn. Dit betreft onder andere. -
Algemene uitkering
-
-
Sociaal domein
-
-
Incidentele lasten en baten
-
-
Structurele reservemutaties
-
-
Taakstellingen
-
-
Gemeenschappelijke regelingen -
herijking gemeentefonds, opschalingskorting en BTWcompensatiefonds hoe om te gaan met de stelpost “uitkomst onderzoek Jeugdzorg” aandacht voor het verplichte overzicht en de toelichting erop reservemutaties die door de gemeente als structureel zijn geboekt, maar door de toezichthouder als incidenteel worden beoordeeld, worden gecorrigeerd geadviseerd wordt een aparte paragraaf op te nemen indien dit aan de orde is bijdrage baseren op minimaal de deelnemersbijdrage uit de ontwerpbegroting van de GR
Wanneer zich gedurende het jaar alsnog aandachtspunten voordoen die aanvullende uitwerking behoeven, dan wordt hierover apart gecommuniceerd.
5.2 Uitgaven De uitgaven worden geraamd op basis van constante prijzen. Er vindt een aanpassing van de uitgaven plaats op basis van de inflatiecorrectie zoals die is opgenomen in de meicirculaire 2022 van het gemeentefonds.
5.3 Inkomsten Ook de inkomsten worden geraamd op basis van constante prijzen. Er vindt een aanpassing van de inkomsten plaats op basis van de inflatiecorrectie zoals die is opgenomen in de meicirculaire 2022 van het gemeentefonds.
5.4 Salarisontwikkelingen Loonontwikkeling De personeelslasten worden binnen het meerjarenperspectief geraamd op basis van de geldende CAO afspraken. Uit ervaringscijfers van de afgelopen jaren blijkt dat, ingeval er nog geen CAO afspraken gelden, een trendmatige stijging van 2% per jaar realistisch is. Op basis van dit gegeven wordt in de meerjarenbegroting rekening gehouden met deze trend in de personeelslasten.
24
Ontwikkeling pensioenpremie Het bestuur van ABP bekijkt de ontwikkeling van de premie vanuit een meerjarenperspectief. Op basis van de huidige pensioenstelsel stijgt naar verwachting de premie voor het OP/NP in 2023. Een voordeel is dat op 31 december 2022 de VPL-regeling eindigt en er in 2023 geen VPL-premie meer van toepassing is. Dit kan gunstig zijn voor de premie OP/NP in 2023. Toch wordt rekening gehouden met een lichte stijging van 1% van de premie OP/NP. Een andere onzekere ontwikkeling voor de premie is dat de Pensioenwet wordt aangepast. Die treedt naar verwachting 1 januari 2023 in werking. In de periode van 2023 tot 2027 maken sociale partners en de pensioenuitvoerders afspraken om over te stappen van de huidige regeling naar de nieuwe regeling. 5.4.1 Vacatures De arbeidsmarkt is dusdanig krap geworden dat sommige vacatures lastiger of zelfs niet structureel zijn in te vullen. Om de betreffende noodzakelijke taken wel uit te kunnen voeren, vangen we dit zoveel als mogelijk op met inhuur van tijdelijke capaciteit. De kosten hiervoor dekken we uit de beschikbare openstaande vacatureruimte. Deze ruimte in de begroting ramen we sinds een aantal jaren echter niet meer tegen de maximale salaristrede, maar tegen een lagere.
Gezien de vaak langere termijn waarvoor tegenwoordig moet worden ingehuurd, in combinatie met de fors gestegen tarieven voor inhuur, is de begrote vacatureruimte inmiddels niet meer toereikend is om de inhuur van tijdelijke capaciteit te kunnen dekken. Om te zorgen voor meer financiële armslag ten behoeve van tijdelijke inhuur en daarmee continuïteit in de uitvoering van taken is het reëler om de vacatures in de begroting tegen de maximale trede te ramen. 5.4.2 Formatie en functiehuis Krimpenerwaard Vooruit! Om de organisatie wendbaarder en daadkrachtiger te maken is met Krimpenerwaard Vooruit! per 1 januari 2022 de organisatiestructuur aangepast. Voor de inrichting zijn drie uitgangspunten geformuleerd: medewerker centraal, teams als basis en twee managementlagen. In 2022 kijkt de organisatie welke ontwikkelingen er op de teams afkomen en of alle taken goed uitgevoerd kunnen worden. In combinatie met de invulling en uitvoering van ambities uit een nieuw coalitieakkoord en collegeprogramma kan dit leiden tot noodzakelijke aanpassingen van de formatie. Herwaardering functiehuis In de loop van 2022 vindt een herwaardering van het functiehuis plaats. Dit om na te gaan of het huidige functieboek uit 2014 nog actueel en marktconform is. Mogelijk dat dit gevolgen heeft voor de totale hoogte van de personele lasten.