CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2021.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Jaarstukken 202126.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

100

0

100

I0445 Onderhoud Schoonhoven Nee drukriolering/gemalen SC

Project wordt in 2022 afgerond en opgeleverd.

400

304

96

I0455 Vervanging riolering Bergambacht Nee Kadijkselaan BAB

Het project wordt in 2022 afgerond en opgeleverd.

1.205

904

301

I0457 Riolering Opperduit Lekkerkerk 5-11

Ja

Project geheel afgerond.

150

109

41

I0459 Voorbereidingskosten projecten riolering

-

Ja

Voorbereidingskosten worden niet meer in totaal aangevraagd, maar per project gebudgetteerd.

136

0

136

I0487 Gedragsbeïnvloeding verkeer

-

Nee

Dit betreft het pilot project 'weren doorgaand vrachtverkeer' IJsseldijk Noord. De kosten zijn via Midden Holland gedeclareerd. De verwachting is dat 25% van de kosten terugvloeien naar de gemeente. Verder zijn er verkeerseducatieve programma's bekostigd.

101

59

42

-101

-22

-79

I0497 Harm./lev. papierkarton container

-

Nee

Project start in 2022

800

I0511 Project ondergrondse containers

-

Nee

Project loopt door in 2022.

347

272

75

I0531 IJsseldijk Noord rioolput en pomp

Ouderkerk

Ja

Dit project is in 2021 gerealiseerd en afgerond.

258

214

44

I0595 H Dunantstraat /Meidoornstraat riolering

Bergambacht Nee

Ja

Project loopt enigszins uit vanwege werkzaamheden door de netbeheerder. Afronding project verwacht in de eerste helft van 2022.

3.960

181 3.779

2.301

1.104 1.197

50

50

I0596 Heemraadsweg e.o. Ouderkerk

Nee

Project loopt door in 2022.

I0606 Hekwerk begraafplaats OU

Nee

Het herstel van dit hekwerk is uitgesteld in overleg met het project dijkversterking KIJK. De werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens en na de periode dat de dijkversterking gaat plaatsvinden ter hoogte van deze begraafplaats.

73

Ouderkerk

800

I0611 Aanschaffen kraan tbv abs BA

Bergambacht Ja

I0638 Afvalpassen

-

Nee Start project 2022

115

I0646 Milieustraat

-

Nee Project is in het 4e kwartaal van 2021 van start gegaan.

380

2

378

I0407 Revitaliseren winkelcentrum noord SCH

Schoonhoven Nee Op 1 juni 2021 is het bestemmingsplan voor het terrein van Lidl e.o. vastgesteld en direct omgevingsvergunning verleend (gecoördineerde procedure). Beide documenten zijn onherroepelijk. in september is gestart met de bouw van de winkel en de 12 woningen. (leeg)

303

522

-219

0 -531

531

I0474 Middelgroot onderhoud riolering voorbereiding.

-

Eindtotaal

74

Kraan naar wens aangeschaft.

Nee Betreft een doorlopend hoofdkrediet. Enkele deelkredieten zijn uitgevoerd en worden afgesloten.

40

33

7 115

3.042 1.075 1.967

16.710 5.247 11.464

8. VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING

Inhoud programma Dit programma richt zich op ontwikkeling en behoud van een kwalitatief hoogwaardige woon-, werken leefomgeving. In dit programma zijn middelen opgenomen voor advisering op het gebied van wonen en de kwaliteit van de leefomgeving, het voeren van projecten en grondexploitaties, het faciliteren van ontwikkelingen van inwoners en ondernemers en het begeleiden van bestemmingsplannen en afgeven van en toetsen op omgevingsvergunningen. Door de introductie van Omgevingswet veranderen veel van de bestaande instrumenten en werkwijzen.

75

Beleidsspeerpunten AMBITIE

2.1 Huishoudensverdunning Wij zetten in op minimaal een gelijkblijvend inwoneraantal. Toekomstige woningbouw dient daarop gericht te zijn: met behoud van landelijk karakter en met bijzondere aandacht voor jongeren en toekomstbestendig wonen.

ER-DOEL

Vitale(re) kernen met een passend woningaanbod dat bijdraagt aan een gelijkblijvend inwoneraantal

SMART-DOEL

Tot 2022 worden per jaar 200 extra (duurzame en toekomstbestendige) woningen gebouwd

INDICATOR

Toename aantal duurzame en toekomstbestendige woningen o.b.v. de basisadministratie gebouwen Bron: Aantal verblijfsobjecten met bouwjaar in gebruik t niet in gebruik in BAG0-meting: In 2015 tot 2018 zijn er jaarlijks 226 verblijfsobjecten geregistreerd op deze bouwjaren, waarvan gemiddeld 221 in gebruik zijn genomen. Het aantal nieuwbouwwoningen in deze periode volgens het CBS kwam op 224 woningen, per saldo nam de voorraad, inclusief sloop, gemiddeld met 130 woningen per jaar toe

RESULTATEN EN INSPANNINGEN

Projecten en initiatieven op het gebied van woningontwikkelingen (bege)leiden die leiden tot (gemiddeld) 200 nieuwe woningen per jaar Via onderzoek en communicatie stimuleren van nieuwe initiatieven die aansluiten bij de "uitwerking van de woonvisie naar de kernen" en passen binnen de regionale agenda wonen

KOSTEN

Geen additionele kosten

VERANTWOORDING

In 2021 zijn er in totaal een 252 woningen nieuw gebouwd, wat heeft geleid tot een toename van de woningvoorraad met 197 woningen. (bron: voorlopige CBS cijfers). In totaal zijn vanaf 1 januari 2018 796 nieuwe woningen gerealiseerd, wat heeft geleid tot een toename van de woningvoorraad met 572 woningen. Een gemiddelde toename met 143 woningen / jaar in de periode tussen 1/1/2018 en 31/12/2021. Voor 2021 is daarbij gebruik gemaakt van de voorlopige cijfers van het CBS. Dit jaar is gewerkt aan de ontwikkeling van een afwegingsinstrument voor nieuwe woningbouwontwikkelingen en is (zie 8.2) in overleg met de provincie getreden om te komen tot voldoende beleidsruimte.

76

Beleidsspeerpunten AMBITIE

2.1 Huishoudensverdunning Wij zetten in op minimaal een gelijkblijvend inwoneraantal. Toekomstige woningbouw dient daarop gericht te zijn: met behoud van landelijk karakter en met bijzondere aandacht voor jongeren en toekomstbestendig wonen.

ER-DOEL

Meer ruimte voor maatwerk en economische en maatschappelijke initiatieven van inwoners, bedrijven en instellingen in het ruimtelijk domein

Sneller, pro-actiever en meer integraal besluiten over ruimtelijke initiatieven

SMART-DOEL

In 2021 is de Omgevingswet geïmplementeerd conform het VNG verandertype onderscheidend en waar mogelijk vernieuwend

In 2022 hebben we in 75% van de (beleids)ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving bedrijven, inwoners en organisaties actief betrokken

INDICATOR

Implementatie omgevingswet per 2021Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting 0-meting: Geen Kwalitatieve doelstelling

Percentage in de raad vastgestelde beleidsontwikkelingen in de fysieke leefomgeving waarbij inwoners, bedrijven en organisaties actief betrokken zijn Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting 0-meting: Geen - Kwalitatieve doelstelling

RESULTATEN EN INSPANNINGEN

1.Beleid, werkwijzen en processen inrichten volgens het VNG verandertype onderscheidend en vernieuwend 2. Start Omgevingsplan Krimpenerwaard 3..Omgevingsvisie Krimpenerwaard

1. Faciliteren van participatie bij beleidsprocessen en ruimtelijke initiatieven, 2.Uitvoering geven aan de kaderstelling ruimtelijke initiatieven

KOSTEN

Geen additionele kosten

Geen additionele kosten

VERANTWOORDING

In 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie vastgesteld. Dit is een grote mijlpaal in de implementatie van de Omgevingswet. Ook wordt gewerkt aan het casco van het Omgevingsplan. Dit casco is nodig om na inwerkingtreding van de Omgevingswet het tijdelijk omgevingsplan tot 2030 stapsgewijs te kunnen ombouwen naar een nieuw omgevingsplan.

In 2021 zijn participatiebeleid en een participatieverordening opgesteld. Op 21 december heeft de raad beide documenten vastgesteld.

77

Beleidsspeerpunten AMBITIE

8.2 Interactie stad en land Wij zoeken zelfbewust meer de verbinding met de steden en gaan op zoek naar kansen en win-win situaties voor stad en land, onder meer op het gebied van mobiliteit, levering van energie, gekwalificeerd personeel, wonen, recreatie en natuurbeleving

ER-DOEL

Beter etaleren van de kwaliteiten van de Krimpenerwaard om de aantrekkelijkheid als regionale samenwerkingspartner te vergroten

SMART-DOEL

In 2022 is de samenwerking met Midden-Holland, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, Grenzeloos samenwerken Alblasserwaard en de verbinding M-H/MRDH op gebied van duurzaamheid, recreatie en toerisme, mobiliteit en wonen versterkt

INDICATOR

Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting0-meting: Geen - Kwalitatieve doelstelling

RESULTATEN EN INSPANNINGEN

In 2021 wordt aan de hand van lobbyagenda met verschillende samenwerkingsverbanden en gemeenten samenwerking gezocht (afhankelijk van het onderwerp). Hierbij wordt breed gekeken naar samenwerkingen, dus naar Midden Holland en de Metropoolregio

KOSTEN

Geen additionele kosten

VERANTWOORDING

Dit jaar heeft zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau overleg met de provincie plaatsgevonden. Afgesproken is om beter vorm te geven aan de samenwerking voor vitale kernen en dus ook de juiste aandacht te geven aan wonen, werken en mobiliteit passend bij de identiteit van de kernen. In overleg wordt gezocht naar de juiste vorm en op welke manier maatwerk voor kernen in een plattelandsgebied meer vormgegeven kan worden. Het komend jaar gaan we dan ook gezamenlijk aan de slag.

78

Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. Verbonden Partijen - Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW)

79

Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van. Bedragen x €1.000 Exploitatie

Rekening 2020

Primitief 2021

Begroting 2021 Rekening 2021

SALDO 2021

8.1 Ruimte en leefomgeving

-1.662

-1.554

-2.141

-2.008

133

8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerrein.)

-7.507

-3.637

-6.337

-4.513

1.824

8.3 Wonen en bouwen

-3.250

-3.066

-4.733

-3.433

1.300

Totaal Lasten

-12.419

-8.257

-13.211

-9.954

3.256

Lasten

Baten 8.1 Ruimte en leefomgeving

851

361

1.175

1.248

74

9.409

3.883

6.743

5.138

-1.605

8.3 Wonen en bouwen

2.805

2.443

3.923

3.106

-817

Totaal Baten

13.065

6.686

11.841

9.492

-2.349

646

-1.571

-1.370

-462

908

-1.964

-403

-743

-685

58

8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerrein.)

Saldo van baten en lasten Stortingen 0.10 Mutaties reserves Onttrekkingen 0.10 Mutaties reserves

879

90

636

430

-207

Mutaties reserves

-1.086

-313

-107

-255

-148

Geraamd resultaat

-440

-1.884

-1.476

-717

759

Toelichting - 8.10 Ruimtelijke Ordening Het beheerplan Veenweide en de projecten Schoonhoven Noord, Galgoord, Gouderak Oost en Centrum Stolwijk vragen meer tijd dan verwacht. Uitgaven vinden daardoor pas in een volgend jaar plaats. Voor het project Galgoord is een subsidie van de provincie ontvangen die we bij de begroting nog niet hebben voorzien. Toelichting - 8.20 Grondexploitatie (niet-bedrijventerrein) Voor een toelichting wordt verwezen naar de paragraaf G. Grondbeleid. Toelichting - 8.30 Wonen en bouwen De uitkoopregeling van woningen onder de hoogspanningsverbindingen is officieel per 31 december 2021 geëindigd en op grond van deze regeling zijn uiteindelijk 15 woningen aangekocht. Vijf woningeigenaren hebben besloten geen gebruik te maken van de regeling. Voor de aangekochte percelen is gestart met de procedure om de bestemming ‘wonen’ te laten vervallen. De kosten en baten vallen tegen elkaar weg. Tijdens de pandemie is het aantal bouwactiviteiten fors toegenomen. Bij de gemeente is dit merkbaar in een toename van het aantal vergunningaanvragen. De inkomsten van de bouwleges stijgen evenredig mee. Daarmee sluiten we deze post in 2021 met € 427.000 positiever af dan verwacht. Om deze hogere opbrengst te kunnen realiseren is afgelopen jaar extra tijdelijke capaciteit ingehuurd. De betreffende lasten zijn verantwoord op taakveld 0.4 Overhead.

Toelichting - Storting/Onttrekking reserves Programma 8 Het saldo wordt veroorzaakt door een lagere onttrekking aan de reserves voor de projecten Centrumontwikkeling Stolwijk, Verandering Ruimtelijk Domein, plan Natuurgebied Veenweide, Galgoord en tot slot de resultaten uit de grondexploitatie. Per saldo heeft dit geen gevolgen voor het rekeningresultaat.

80

Projectbudgetten en investeringen (x & 1.000) Projectnaam

Kern(en)

Afsluiten Toelichting Jaarrekening Ja/Nee

Begroot Realisatie Saldi

I0104 Ontwikkeling Stolwijk Bovenkerkseweg

Ja

In juni 2021 heeft de raad voor deze ontwikkeling de grondexploitatie vastgesteld. Het krediet kan hierdoor worden afgesloten.

295

295

0

I0105 Ontwikkeling Haastrecht Galgoord & Kleine Betuwe

Nee

In 2021 is een voorschot voor een subsidie van de Provincie Z-H van 60k. Het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan was gepland in 2021 maar schuift op naar 2022 omdat het bereiken van overeenstemming tussen ontwikkelaar en bedrijven meer tijd kost. Op het moment dat het ontwerp ter inzage ligt wordt de verkenning afgesloten en daarmee ook dit krediet.

306

253

53

I0386 Verplaatsen kazerne/gem. werf Stolwijk

Ja

Heet restant krediet wordt gestort in de algemene reserve grondzaken, waaruit het krediet afkomstig is. Dit is mogelijk nu de grex Hoflaan in 2021 (waarvan grond t.b.v. bouw brandweerkazerne onderdeel uitmaakt) is vastgesteld.

50

40

10

I0464 Verkoop HSV woningen

Nee

De uitkoopregeling is 31-12-2021 geëindigd. De laatste drie woningen van de in totaal 15 woningen zijn aangekocht. Aan de Schuwacht zijn 6 woningen gesloopt. De woonbestemming moet nog gewijzigd worden. De aangekochte percelen worden weer verkocht.

I0478 Implementatie verandering ruimtelijk domein

-

Nee

I0483 Opstart aanpak bedrijventerrein Schoonhoven nrd.

Stolwijk

5.431

5.978

-547

-5.431

-5.993

562

Mijlpalen: vaststelling van de Omgevingsvisie, bestemmingsplan Schoonhoven, implementatie plansoftware omgevingsplan, aanbesteding VTH software, vaststelling delegatiebesluit omgevingsplan en advieslijst buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

1.991

1.723

268

Schoonhoven Nee

Met meerdere marktpartijen heeft in 2021 een verkenning van de haalbaarheid de transformatie naar woningbouw plaatsgevonden. Afronding van dit traject vindt plaats in 2022.

140

126

14

I0484 AZS terrein Schoonhoven

Schoonhoven Nee

In 2021 is gewerkt aan het integreren van de dijkverzwaring in het project Dit kan uiteindelijk toch niet samenvallen. De laatste vergunningen zijn eind 2021 verleend. Eerste kwartaal van 2022 wordt gestart met de sanering en de bouw.

I0574 Uitvoering ruimtelijke ontwikkeling Gouderak

Gouderak

Nee

I0578 Strategisch vastgoed

-

Nee

I0612 Bijdrage verplaatsing bibliotheek BAB I0661 Huisvesting Openbare Ruimte Eindtotaal

81

125

12

113

-125

-75

-50

In 2021 is gewerkt aan het prioriteren van deze woningbouwopgave bij de provincie Z-H door deze op de zg. 3-hectarenlijst te krijgen. Bestuurlijke besluitvorming hierover bij de Provincie wordt in 2022 verwacht.

100

85

15

In 2021 is de raad geïnformeerd over de strategische aankoop van het perceel Veerweg 8 in Bergambacht van de Provincie Z-H. Financiële verwerking vindt plaats op het moment dat het perceel definitief wordt geleverd en de koopsom wordt betaald, volgens planning uiterlijk begin 2023.

4.613

98

4.515

Bergambacht Ja

In 2021 is de verhuizing van de bibliotheek naar een tijdelijk onderkomen in het pand Pleinstraat 4 in BAB afgerond.

125

125

0

(leeg)

21 december 2021 krediet gevoteerd door de raad. Uitvoering vind plaats in 2022.

3.873

0

3.873

11.493

2.667

8.826

Nee

RECAPITULATIE VAN BATEN EN LASTEN Tabel baten en lasten (x 1.000) Exploitatie

Rekening 2020

Primitief 2021

Begroting 2021

Rekening 2021

SALDO 2021

Bestuur en ondersteuning Lasten

-26.845

-24.391

-26.281

-26.528

-247

Baten

121.484

96.125

101.184

102.435

1.251

Totaal Bestuur en ondersteuning

94.639

71.734

74.904

75.908

1.004

-5.001

-5.144

-5.447

-5.181

266

Veiligheid Lasten Baten Totaal Veiligheid

145

334

388

516

129

-4.856

-4.810

-5.059

-4.664

394

-10.394

-9.947

-10.349

-10.653

-304

Verkeer vervoer en waterstaat Lasten Baten

780

576

1.213

1.463

250

-9.614

-9.371

-9.135

-9.189

-54

Lasten

-1.902

-1.664

-1.577

-1.539

39

Baten

979

722

1.008

1.010

2

Totaal Economie

-923

-942

-570

-529

41

Lasten

-6.399

-6.550

-6.387

-6.360

27

Baten

988

1.149

1.337

1.614

278

-5.411

-5.401

-5.051

-4.746

305

Lasten

-10.800

-11.074

-13.188

-12.504

684

Baten

2.670

1.944

3.244

2.730

-513

Totaal Sport cultuur en recreatie

-8.130

-9.129

-9.944

-9.774

170

Lasten

-58.632

-52.293

-59.622

-59.701

-79

Baten

16.799

11.667

14.383

14.510

127

Totaal Sociaal domein

-41.833

-40.626

-45.239

-45.191

48

Lasten

-17.261

-17.409

-17.826

-17.862

-37

Baten

13.879

13.962

14.148

14.436

288

Totaal Volksgezondheid en milieu

-3.382

-3.447

-3.677

-3.426

251

Lasten

-12.419

-8.257

-13.211

-9.954

3.256

Baten

13.065

6.686

11.841

9.492

-2.349

646

-1.571

-1.370

-462

908

21.135

-3.564

-5.141

-2.074

3.067

Totaal Verkeer vervoer en waterstaat Economie

Onderwijs

Totaal Onderwijs Sport cultuur en recreatie

Sociaal domein

Volksgezondheid en milieu

volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing

Totaal volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing Saldo van baten en lasten

82

Exploitatie Stortingen

Rekening 2020

Primitief 2021

Begroting 2021

Rekening 2021

SALDO 2021

-33.604

-3.041

-14.786

-14.503

283

Onttrekkingen

12.468

6.605

19.927

17.702

-2.225

Mutaties reserves

-21.135

3.564

5.141

3.199

-1.942

-542

0

0

1.125

1.125

Geraamd resultaat Geraamd resultaat

83

INDICATOREN BBV indicatoren Taakveld

Naam indicator - eenheid

Krimpenerwaard Nederland

(conform Regeling beleidsindicatoren gemeenten) 1. Veiligheid

Diefstallen uit woning - Aantal per 1.000 inwoners

1,7

1,3

1. Veiligheid 1. Veiligheid

Geweldsmisdrijven - Aantal per 1.000 inwoners Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) - Aantal per 1.000 inwoners Verwijzingen Halt - Aantal per 1.000 jongeren Winkeldiefstallen - Aantal per 1.000 inwoners Functiemenging - % Vestigingen (van bedrijven) - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 tot en met 64 jaar Absoluut verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen Relatief verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsvers) - % deelnemers aan het VO en MBO onderwijs Niet-sporters - %

3,0 4,4

4,3 6,1

6 0,4 46,90% 161,3

11 1,8 53,20% 158,4

0 32 1,30%

2,4 26 1,70%

51,80%

49,30%

1% 4% 137

2% 6% 202

604,4

795,9

560

649

0%

1%

9,60%

10,50%

1,50%

1,10%

0,10%

0,30%

68,90%

68,40%

220,7

431,2

3,90%

17,60%

111

174

80,00% 3,6

70,10% 8,8

295 714

290 733

818

810

1. Veiligheid 1. Veiligheid 3. Economie 3. Economie 4. Onderwijs 4. Onderwijs 4. Onderwijs 5. Sport, cultuur en recreatie 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 6. Sociaal Domein 7. Volksgezondheid en Milieu 7. Volksgezondheid en Milieu 8. Vhrosv 8. Vhrosv 8. Vhrosv 8. Vhrosv 8. Vhrosv

84

Werkloze jongeren - % 16 t/m 22 jarigen Kinderen in uitkeringsgezin - % kinderen tot 18 jaar Lopende re-integratievoorzieningen - Aantal per 10.000 inwoners van 15-64 jaar Banen - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo - Aantal per 10.000 inwoners Jongeren met een delict voor de rechter - % 12 t/m 21 jarigen Jongeren met jeugdhulp - % van alle jongeren tot 18 jaar Jongeren met jeugdbescherming - % van alle jongeren tot 18 jaar Jongeren met jeugdreclassering - % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar Netto arbeidsparticipatie - % van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking Personen met een bijstandsuitkering - Aantal per 10.000 inwoners Hernieuwbare elektriciteit - % Omvang huishoudelijk restafval - Kg per inwoner Demografische druk - % Nieuw gebouwde woningen - Aantal per 1.000 woningen Gemiddelde WOZ-waarde - x € 1.000 Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden - in € Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in €

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn de inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. De belangrijkste daarvan zijn de opbrengsten Onroerende Zaak Belasting (OZB) en de uitkering uit het Gemeentefonds. Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere opbrengsten zonder specifiek bestedingsdoel, de belangrijkste hiervan staan in onderstaand overzicht weergegeven.

Specificatie uitkering Gemeentefonds (x €1.000)

Rekening 2021

Algemene uitkering Algemene uitkering compensatie corona Integratie uitkering Uitkering deelfonds sociaal domein Uitkering deelfonds sociaal domein compensatie corona Decentralisatie uitkering Decentralisatie uitkering compensatie corona

78.363 1.481 93 6.080 77 947 305

Totaal

87.346

Specificatie inkomsten uit Belastingen (x €1.000)

Rekening 2021

Onroerende Zaak Belasting Toeristenbelasting Hondenbelasting

11.770 234 76

Totaal

12.080

Specificatie inkomsten uit Deelnemingen (x €1.000)

Rekening 2021

Dividend Stedin Dividend BNG Winstdelingsregeling APPA Fonds

146 91 23

Totaal

260

85

Paragrafen

86

A. Lokale heffingen Algemeen In deze paragraaf lichten wij het beleid met betrekking tot de gemeentelijke heffingen toe. Het BBV vraagt in deze paragraaf om per heffing een overzicht op te nemen van de taakvelden waarvan lasten in de heffing zijn meegenomen. Algemeen De totale werkelijke opbrengst aan belastingen en overige heffingen bedraagt in 2021 circa € 28,6 miljoen. In onderstaande tabel zijn de opbrengsten van de lokale heffingen weergegeven: bedragen x € 1.000

Begroot

Werkelijk

Verschil

%verschil

Onroerendezaakbelastingen

11.825

11.770

-55

-0,5%

Rioolheffing

6.005

6.008

3

0,0%

Afvalstoffenheffing

6.360

6.369

9

0,1%

Hondenbelasting

76

76

-

0,0%

Toeristenbelasting

264

234

-30

-11,4%

Lijkbezorgingsrechten

1.005

1.127

122

12,1%

Leges

2.971

3.512

541

18,2%

Marktgelden

52

44

-8

-15,4%

Havengelden

82

38

-44

-53,7%

Kwijtschelding

-349

-352

-3

0,9%

28.291

28.826

535

1,9%

Het SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling) verzorgt de uitvoering van diverse heffingen voor de gemeente. Kostendekkendheid Bij diverse heffingen mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Bij de toe te rekenen kosten worden onder andere de kwijtschelding, de kosten van het SVHW en de kosten van toezicht meegenomen. De beleidsuren en uren van handhaving worden hierin niet meegenomen. Voor de belastingen geldt deze wettelijke eis niet. De opbrengst van de belastingen komt in de algemene middelen van de gemeente terecht. In verband met de BBV-voorschriften kijken we ook terug naar de in de begroting berekende kostendekkendheid van de heffingen. De kostendekkendheid is berekend voor afrekening naar de reserves en voorzieningen. Kostendekkendheid

Begroot

Werkelijk

Afvalstoffenheffing

100,0%

105,3%

Rioolheffing

91,5%

93,8%

Leges titel 1 / Alg. dienstverlening

58,6%

66,3%

Leges titel 2 / Omgevingsvergunningen

88,5%

102,1%

Leges titel 3 / horeca

3,7%

1,8%

Leges titel 3 / evenementen

3,0%

0,3%

Leges titel 3 / APV

58,1%

40,4%

Leges titel 3 / kinderopvang

4,5%

11,0%

Lijkbezorgingsrechten

61,0%

58,9%

Marktgelden

93,2%

49,1%

Havengelden

44,3%

20,9%

87

1. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB bestaan uit een eigenarenbelasting voor woningen en een eigenarenbelasting en gebruikersbelasting voor niet-woningen. De WOZ-waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De hoogte van de OZB is een combinatie van de WOZ-waarde van een pand en het vastgestelde tarief. Voor het bepalen van de tarieven wordt gebruik gemaakt van de WOZ-waarden volgens opgave van het SVHW. De geringe afwijking van 0,47% op het totaal wordt veroorzaakt door kleine afwijkingen in de waardeontwikkeling, de aantallen (het areaal) en de bezwaren. 2. Rioolheffing De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen. Uitgangspunt is dat de tarieven op totaalniveau kostendekkend zijn. De hoogte van de rioolheffing wordt bij woningen bepaald door de grootte van het huishouden (een- of meerpersoonshuishouden) en bij niet-woningen door de WOZ-waarde. Bij de rioolheffing wordt de kostendekkendheid weer 100% door de onttrekking aan de egalisatievoorzieningen. Dit jaar zijn de uitgaven voor het onderhoud lager uitgevallen dan begroot evenals de kosten van het beheer. Ook de kapitaallasten vallen lager uit dan begroot waardoor de werkelijke onttrekking aan de egalisatievoorziening minder is dan we begroot hadden. Begroot was afgerond € 610.188 en de werkelijk onttrekking bedraagt afgerond € 395.000.

3. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt is dat de tarieven op totaalniveau kostendekkend zijn. Deze heffing bestaat uit een vast deel en een variabel deel. Voor het restafval wordt een tariefdifferentiatie (diftar) toegepast; per inworp in de ondergrondse container en per lediging van een restafvalcontainer. De inkomsten afvalstoffenheffing zijn conform het begrote bedrag. De uitgaven zijn echter lager uitgevallen. Dit komt door lagere kosten voor het onderhoud van inzamelmiddelen en door een hogere papieropbrengst waardoor de netto-kosten voor verwerking van papier lager uitvallen. Naast de bestaande kosten zijn door de corona-maatregelen ook extra kosten (ca. € 89.000) gemaakt. Deze kosten worden echter niet meegenomen in de afrekening maar zijn terug te vinden in de paragraaf COVID-19. Het voordeel wordt, conform bestaand beleid, gestort in de egalisatievoorziening afval. 4. Hondenbelasting De houder van een hond betaalt hondenbelasting en de opbrengst wordt gestort in de algemene middelen van de gemeente. De opbrengst is nagenoeg gelijk aan de begroting. Dit was tevens het laatste jaar van de hondenbelasting; over 2022 wordt deze niet meer geheven. 5.

Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting voor personen die hier overnachten tegen een vergoeding. De opbrengst is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, waardoor de opbrengst per jaar varieert. De toeristenbranche heeft nadelige effecten ondervonden van COVID-19. De opbrengsten zullen daardoor naar verwachting lager uitvallen. We verantwoorden in de jaarrekening 2021 de te verwachte opbrengst over 2021 plus de afrekening over 2020. De opbrengst 2021 is nog niet gerealiseerd, omdat de aanslagen pas verstuurd kunnen worden na afloop van het jaar. Het aantal overnachtingen in 2021 wordt bij de aanbieders begin 2022 opgevraagd. Daarna worden de aanslagen 2021 opgelegd. De inkomst in 2021 wordt geschat op € 200.000. De afrekening over jaar 2020 viel positief uit waardoor we een extra opbrengst genereren van ca. € 34.000. De totale inkomst in 2021 bedraagt daardoor € 234.000. Begroot was € 264.000. 6. Lijkbezorgingrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor verleende diensten in verband met de begraafplaatsen.

88

Er hebben dit jaar meer begrafenissen plaatsgevonden dan begroot waardoor de inkomsten hoger uitvallen. De inkomsten voor de aankoop van een particulier graf worden gestort in de daarvoor bestemde reserve. In 2021 betrof dit ruim € 284.000; dit valt niet in het saldo van de jaarrekening. De afkoop van het onderhoud valt eveneens niet in het saldo en wordt gestort in de voorziening, omdat het gelden van derden zijn. Jaarlijks valt hiervan een deel vrij voor het onderhoud. 7. Leges Voor een gemeentelijke taak die in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven afgenomen wordt, worden leges betaald. Door de diversiteit van diensten is de legesverordening onderverdeeld in 3 titels. Titel 1: De leges zijn hoger uitgevallen dan begroot. Met name op het gebied van de kabels en leidingen. De kostendekkendheid is daardoor hoger. Titel 2: De inkomsten van de omgevingsvergunningen (bouwleges) zijn hoger uitgevallen dan begroot. De bouwactiviteiten namen in aantal en in financiële omvang niet af. Tevens is er sprake van een extra inkomst door aanslagen uit voorgaande jaren. Uiteindelijk is het resultaat ruim € 430.000 hoger dan begroot. Er zijn echter ook extra kosten gemaakt voor inhuur. De kostendekkendheid komt nu uit op 102%. Titel 3: De legesinkomsten zijn lager uitgevallen; vooral als gevolg van COVID-19. 8.

Marktgelden Voor het innemen van een standplaats op de markt worden marktgelden geheven. De inkomsten zijn lager dan begroot (circa € 8.600) met name door COVID-19 maar ook omdat er minder marktkramen zijn; de kostendekkendheid komt daardoor lager uit. 9. Havengelden Havengelden worden geheven over vaartuigen die gebruik maken van voorzieningen in of langs de haven in Ouderkerk aan den IJssel en Schoonhoven. De inkomsten in de haven van Ouderkerk zijn vrijwel conform begroting. De inkomsten in Schoonhoven zijn lager dan begroot. Het nadeel is ca. € 41.000. Dit komt met name door COVID-19. 10. Kwijtschelding Mensen met een minimuminkomen en geen of weinig vermogen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van diverse lokale heffingen. Er is dit jaar iets meer kwijtschelding verleend dan was begroot. Gedacht werd dat de gevolgen van COVID-19 voor onze samenleving ook gevolgen zou hebben voor het aantal kwijtschelding dat zou worden aangevraagd, maar dit lijkt mee te vallen. 11. Bedrijveninvesteringszone-heffingen (BIZ-heffing) Een bedrijveninvesteringszone is een afgebakend gebied zoals een winkelgebied of een bedrijventerrein waarbinnen ondernemers en/of de eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Voor de BIZ-heffing treedt de gemeente op als dienstverlener.

De opbrengst wordt uitgekeerd aan de BIZ-stichtingen en is daarom niet opgenomen bij het overzicht van de totale inkomsten. Deze stichtingen zorgen voor de plannen en de uitvoering ervan. Er is een BIZ-heffing voor het centrum van Bergambacht, een BIZ-heffing voor bedrijventerrein De Wetering in Bergambacht en een BIZ heffing voor het centrum van Schoonhoven. 12. Woonlasten De woonlasten bestaan uit de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de onderstaande tabel is de lastendruk in de gemeente Krimpenerwaard in 2021 weergegeven, voor zowel eigenaargebruikers als voor huurders. Het uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden.

89

Krimpenerwaard Koopwoning

Huurwoning

Meerpersoonshuishouden

Meerpersoonshuishouden

2020

2021

2020

OZB*

€309,38

€315,36

n.v.t.

n.v.t.

Afval**

€275,55

€289,35

€275,55

€289,35

Riool*

€248,00

€252,45

€248,00

€252,45

€832,93

€857,16

€523,55

€541,80

*

Er is uitgegaan van een WOZ-waarde van € 275.000 in 2020 en € 295.000 in 2021 (www.cbs.nl).

** Er is uitgegaan van 10 ledigingen van een restafvalvak van 240 liter 275000

90

2021

B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de gemeente Krimpenerwaard. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vraagt in deze paragraaf minimaal in te gaan op een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico’s en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Deze risicoinventarisatie wordt twee keer per jaar geactualiseerd (voor de begroting en voor de jaarrekening). Weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit bedoelen we al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Denk hierbij aan de algemene reserve en de reserve weerstandsvermogen. De reserve weerstandsvermogen is gebaseerd op de geïnventariseerde risico’s. Voor deze begroting onderscheiden we: Risico's (x € 1.000)

Bedrag

‘Reguliere’ risico’s

6.975

COVID-19 risico’s 2021 (zie paragraaf H)

442

Totaal

7.417

Het is onwaarschijnlijk dat alle geïnventariseerde risico’s zich tegelijkertijd in volle omvang voordoen. De gemeente Krimpenerwaard heeft ervoor gekozen om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen op 50% voor Reguliere risico’s en 10% voor COVID-19 risico’s. Hetgeen neerkomt op: Af te dekken risico's (x € 1.000)

Bedrag

50% van de geïdentificeerde ‘Reguliere’ risico’s

50% van € 6.975 =

3.488

10% van de COVID-19 risico’s

10% van € 0.442 =

44

Totaal af te dekken door middel van de reserve weerstandsvermogen

3.532

De totale weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: Weerstandscapaciteit (x €1.000) De algemene reserve

(x € 1.000) 11.111

De reserve weerstandsvermogen

3.532

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

14.643

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt weergegeven als een ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de gekwantificeerde risico’s.De weerstandscapaciteit bedraagt € 14.643. De geïnventariseerde risico’s bedragen € 7.417. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Dit verhoudingsgetal bedraagt derhalve 2.

91

Ratio

Waardering

Boven 2,0

uitstekend

Tussen 1,4 en 2,0

ruim voldoende

Tussen 0,8 en 1,4

matig

Tussen 0,6 en 0,8

onvoldoende

Onder 0,6

ruim onvoldoende

Het verhoudingsgetal 2 geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en wordt beoordeeld als uitstekend.

Risicomanagement Risicomanagement kent meerdere doelstellingen. In de nota Risicomanagement, die in oktober 2016 in de raad is vastgesteld, hebben wij de volgende doelstellingen benoemd: 1. Inzicht verkrijgen in de risico’s die wij als gemeente lopen. Dit zijn zowel financiële als nietfinanciële risico’s. Daarbij moeten beheersmaatregelen deze risico’s verminderen. 2. Vergroten van het risicobewustzijn van alle medewerkers binnen de gemeente in houding en gedrag. Risicobewustzijn moet onderdeel zijn van de bedrijfscultuur. 3. Beoordelen van het benodigde weerstandsvermogen. 4. Voldoen aan wet- en regelgeving (BBV). Bij risico’s maken we een onderscheid tussen risico’s die wel en risico’s die niet van belang zijn voor de weerstandscapaciteit. Bepaalde risico’s zijn niet van belang voor de weerstandscapaciteit als de begroting- en rekeningcyclus in orde is en we adequate beheersmaatregelen of (verlies)voorzieningen hebben getroffen. Risico’s die van belang zijn voor de weerstandscapaciteit zijn bijvoorbeeld bedrijfsrisico’s als grondexploitatie, de sociaaleconomische ontwikkelingen, garantieverplichtingen, schadeclaims en renterisico’s. De risico-inventarisatie is in het eerste kwartaal van 2022 geactualiseerd. De uitkomsten hiervan zijn in deze paragraaf verwerkt.

Inventarisatie van de risico's Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële tegenvallers. Om bij de inventarisatie een redelijke inschatting te kunnen maken van de kansen dat risico’s zich voordoen en de financiële consequenties, hebben we gebruik gemaakt van bandbreedtes. Bij de opzet van de bandbreedtes is rekening gehouden met de omvang van risicovolle situaties in Krimpenerwaard, afgezet tegen de schaal waarop Krimpenerwaard opereert. Klasse

Norm

Risico

1

Minder of 1 x per 10 jaar

10%

2

1 x per 5 - 10 jaar

30%

3

1 x per 2 - 5 jaar

50%

4

1 x per 1 - 2 jaar

70%

5

1 x per jaar of vaker

90%

Bij elk risico is geïnventariseerd welke beheersmaatregelen zijn getroffen die het risico verkleinen. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het maximaal financiële risico dat resteert. Met behulp van het percentage, behorend bij de klasse (bijvoorbeeld 10%), en het bedrag opgenomen bij “maximaal financieel gevolg restrisico” wordt het financiële gevolg voor de weerstandscapaciteit berekend. Hieronder een overzicht van de Reguliere Risico’s >= € 50.000 op basis van het op deze wijze berekende financiële gevolg.

92

Risico's = € 50.000 1 SD/SZ

- Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet

2.017

2 Gebiedsovk01

- Opgave natuur

1.500

3 SD04

- Financiële verplichtingen t.a.v. sport, cultuur en maatschappelijk voorzieningen kunnen leiden tot financiële risico's

940

4 RO09

- Risico a.g.v. uitvoeren projecten gebiedsontwikkeling en vastgoed

500

5 OW/FAC

- Forse stijging in de materiaal-en loonkosten in de bouw- en onderhoudssector maken projecten en onderhoud aanzienlijk duurder

500

6 Div

- Oekraïne-crisis en daaruit volgende risico's voor kosten gerelateerd op vluchtelingenopvang en prijsstijgingen

PM

7 GREX01

- Exploitatierisico's

288

8 OW01

- Beheeroverdracht Steinsedijk in Haastrecht

112

9 ALG01

- Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming

105

10 P&O06

- Wachtgeldregeling (vm) wethouders

90

11 S&I12

- Naleving (BIO-H18)

70

12 RO07

- Onvoldoende weerstandsvermogen bij Groenalliantie

13 Overige risico's Totaal

Toelichting geïnventariseerde risico's De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s bedraagt € 7,4 miljoen (€ 7 miljoen reguliere risico’s + € 0,4 miljoen COVID-19 risico’s). Bij de Begroting 2022 was dit € 7,6 miljoen. De verlaging van het risico met € 0,2 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door: de lagere COVID-19 risico’s (- € 0,2 miljoen), een verlaging bij het Sociaal Domein (- € 0,4 miljoen) omdat de effecten van de businesscase doelmatigheid nu structureel in de begroting verwerkt zijn inclusief reële raming van de totale kosten en een nieuw risico inzake de stijgende materiaal-en loonkosten in de bouw- en onderhoudssector (+ 0,5 miljoen). Daarnaast zijn er nog enkele andere risico's minimaal verlaagd of komen te vervallen. Hieronder volgt een toelichting op de risico’s van € 50.000 en groter. Toelichting geïnventariseerde reguliere risico’s 1- Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet Jeugd en Wmo De uitgaven voor Jeugdhulp en de Wmo voorzieningen worden jaarlijks zo reëel mogelijk begroot. Door het open einde karakter van deze voorzieningen bestaat het risico (€ 0,8 miljoen) dat de uitgaven een veelal niet te voorzien verloop hebben. Een toename van de kosten kan het gevolg zijn van mutaties in het volume en in de prijsafspraken.

Binnen de jeugdhulp wordt 70% van de indicaties buiten het gemeentelijk kanaal om afgegeven door directe verwijzers als huis- en jeugdartsen. Binnen het Sociaal Domein wordt aan verschillende leveranciers voorschotten betaald om de continuïteit van de dienstverlening te kunnen waarborgen. Het risico (€ 0,27 miljoen) bestaat dat betaalde voorschotten bij een faillissement van de dienstverlener niet meer kunnen worden verrekend. Op de businesscase doelmatigheid bestaat nog een risico ( € 0,12 miljoen) inzake het beoogde effect van de inzet Jeugdhulp Ondersteuner Huisartsen (JOH). Er is inmiddels één van de beoogde 2 JOH's in dienst en actief. De businesscase doelmatigheid zelf is in de tweede tussenrapportage 2021 structureel verwerkt in de begroting voorzien van een aangepaste reële raming van de budgetten. Bij de Wmo heeft de verlaging van de eigen bijdrage een aanhoudend aanzuigend effect op de maatwerkvoorzieningen. Er is sprake van een structurele toename van de Wmo uitgaven vanaf 2019. Naast het lagere abonnementstarief speelt ook de vergrijzing een rol. Daarnaast bestaat de kans dat niet tijdig gesignaleerd wordt dat inwoners (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn. Het risico ( € 0,14 miljoen) ontstaat als we door het niet tijdig signaleren te laat kunnen ingrijpen en geconfronteerd worden met hoge kosten.

Tot slot bestaat nog het risico ( € 0,2 miljoen) dat de uitgaven Jeugdzorg, als gevolg van de invoering van het woonplaatsbeginsel in de jeugdwet per 1 januari 2022, minder hard dalen dan de berekening van het Rijk aangeven. Het traject met het in kaart brengen van de effecten van de verschuiving van de zorgkosten is nog in volle gang en zal in 2022 grotendeels afgerond zijn.

93

57 796 6.975

Participatiewet De laatste jaren vertoont het cliëntenbestand een wat wisselende curve. In 2020 was er een aanzienlijke stijging, maar in 2021 weer een lichte daling. Het risico ( € 0,45 miljoen) bestaat uit het risico dat de uitkering vanuit het Rijk (BUIG) niet volstaat ter dekking van de lokale lasten. Bij een overschrijding tussen de 7,5% en 12,5% ten opzichte van de Rijksbijdrage komt de gemeente in aanmerking voor een compensatie van 50%. Pas bij een overschrijding van meer dan 12,5% worden de kosten gedekt vanuit de vangnetuitkering. 2- Gebiedsovereenkomst De gemeente heeft, samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de regie over de samenhangende opgaven in hun buitengebied. De provincie Zuid-Holland fungeert als opdrachtgever. In het tweede halfjaar van 2020 is met de andere twee overheden een addendum overeengekomen op de Gebiedsovereenkomst Veenweiden. Allereerst is de doorlooptijd van de overeenkomst verlengd tot en met 2026. Daarnaast zijn nieuwe afspraken gemaakt over het risico van overschrijding van het totaalbudget van € 95,1 miljoen voor dit project. Bij een overschrijding van het budget tot € 4 miljoen, is 50% voor rekening van de provincie en 50% voor rekening van de uitvoerende partijen (gemeente 75% en hoogheemraadschap 25%). Is de overschrijding meer dan € 4 miljoen, dan is dat volledig voor rekening van de provincie.

De aanspraak zal voor de gemeente, op basis van het addendum, nooit meer bedragen dan € 1,5 miljoen. Vóór het afsluiten van dit addendum was het risico voor de gemeente nog € 3 miljoen. Het gemeentelijk risico zal gedurende de realisatie van het project steeds beter en pas compleet na afronding van het project inzichtelijk zijn. 3 - Verplichtingen ten aanzien van sport, cultuur en overige maatschappelijk voorzieningen Op basis van in het verleden gemaakte afspraken heeft de gemeente verplichtingen ten aanzien van enkele maatschappelijke instellingen. De risico's worden sinds de jaarrekening 2020 ontleend aan de standenlijst voor maatschappelijke voorzieningen binnen het Sociaal domein. De actualisatie van de risico inschatting heeft ten opzichte van de begroting 2022 geen wijziging in het mogelijke risico ten laste van het weerstandsvermogen ten gevolg gehad. 4 - Uitvoeren projecten gebiedsontwikkeling en vastgoed De gemeente heeft een groot aantal ruimtelijke ontwikkelingsprojecten lopen. Alle projecten hebben een grote financiële omvang en hebben een looptijd van enkele jaren. Hierdoor zijn er dus ook risico’s. Voor veel projecten gaat de gemeente een samenwerkingsovereenkomst aan met een marktpartij, in veel gevallen in de vorm van een anterieure overeenkomst. Hierdoor liggen de financiële risico’s grotendeels bij de marktpartij.

De projecten bevinden zich in verschillende fasen, waardoor er sprake is van risicospreiding. Er is voor gekozen om niet voor elk project apart een risico uit te werken. Er is één risico uitgewerkt ten aanzien van de projecten met betrekking tot gebiedsontwikkeling en vastgoed. Hiervoor is een bedrag van € 0,5 miljoen opgenomen in de benodigde weerstandscapaciteit om de mogelijke risico's uit deze projecten op te kunnen vangen. 5 - Stijging materiaal- en loonkosten in de bouw- en onderhoudssector Er is de laatste jaren sprake van een aanzienlijke stijging in de materiaal- en loonkosten in de bouwen onderhoudssector. Dit geeft een risico (€ 0,5 miljoen) op zowel de onderhoudskosten als ook op de kosten van diverse ontwikkelingen in de vorm van bouwprojecten. Vanaf 2021 indexeren we de onderhoudskosten in het IBOR al jaarlijks op basis van het indexpercentage in de meicirculaire van het gemeentefonds. Maar deze indexatie is waarschijnlijk niet afdoende om de prijsstijgingen in de sector op te vangen. We zijn momenteel aan het overwegen hoe we dergelijke schommelingen in loon-en prijsontwikkelingen in de toekomst op kunnen vangen en op basis van welke kaders we dit kunnen doen. 6 - Oekraïne-crisis De crisis in Oekraïne geeft ook risico's in Nederland en ook in onze gemeente.

We zien dit al terug in de opvang van vluchtelingen uit het oorlogsgebied, in de stijgende prijzen van brandstoffen en wellicht heeft het op termijn nog meer gevolgen voor de economische situatie in Nederland. Gezien de recente opkomst van dit risico wordt er ook landelijk nog volop geïnventariseerd wat de mogelijke omvang van de effecten, ook voor lokale overheden, kan zijn. Wij als gemeente participeren hier actief in en actualiseren dit risico zodra er meer inzicht in de effecten is. Voor nu wordt het risico als PM post opgenomen. 7 - Grondexploitaties In de grondexploitaties zijn er verschillende soorten risico’s. Bijvoorbeeld: financieel, technisch, organisatorisch etc. Voor de jaarrekening 2021 zijn de risico’s geactualiseerd. Dit heeft geleid tot een 94

neerwaartse aanpassing van de benodigde weerstandscapaciteit ten opzichte van de begroting 2022. Belangrijkste oorzaken zijn het gereed komen van werkzaamheden in het complex Dorpshart en het afsluiten van het complex Tiendhoek II. Een gedeelte van deze risico’s (€ 2,0 miljoen) is opgenomen in de verliesvoorziening. Opname in de verliesvoorziening vindt plaats als het risico groter dan 50% wordt geacht en er sprake is van een verliesgevende exploitatie. Na verwerking in de risicovoorziening resteert een bedrag van € 287.996 aan risico’s waarvan € 143.998 is opgenomen in de weerstandscapaciteit. In paragraaf G – Grondbeleid wordt nader ingegaan op de grondexploitaties binnen onze gemeente en de gevormde reserves en voorzieningen. 8 - Steinsedijk Met ingang van 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. Vanwege de wetwijziging is door de Provincie een ontwerpbesluit opgesteld tot wijziging van de Waterverordening Rijnland en de Verordening Ruimte 2014, welke op 14 november 2018 is vastgesteld door de Provincie Zuid-Holland. Het Hoogheemraadschap van Rijnland (verder Rijnland) heeft op basis van dit besluit de legger regionale keringen en de legger primaire keringen geactualiseerd. Onderdeel van de wetswijziging is een wijziging in de normering van dijken.

De Steinsedijk in Haastrecht heeft daardoor voor een groot deel de waterkerende functie verloren en is dus formeel geen dijk meer. Dit betekent dat het hele dijklichaam in beheer en onderhoud door Rijnland aan de gemeente wordt overgedragen. Er is als coulanceregeling een bedrag van € 517.000 door Rijnland overgemaakt aan de gemeente voor het onderhoud. Het structurele risico berekend op € 112.000 gebaseerd op een investering van € 8.350.000 af te schrijven in 80 jaar. Er wordt momenteel hard gewerkt aan een investeringsplan waarmee er meer duidelijkheid komt over de gevraagde investering en dit risico kan komen te vervallen. 9 - Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming De gemeente is verplicht passende technische en organisatorische maatregelen te treffen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens van inwoners. Vanaf 25 mei 2016 geldt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en organisaties in de publieke en private sector hadden tot 25 mei 2018 de tijd voor het aanpassen van de bedrijfsvoering op de AVG. Organisaties die vanaf dat moment niet aan de AVG voldoen lopen boeterisico’s, die kunnen oplopen tot € 20 miljoen of maximaal 4% van de jaaromzet.

10 - Wachtgeldregeling (vm) wethouders De uitkering (wachtgeld) na het vervullen van een politiek ambt is voor politieke ambtsdragers geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Het recht op de uitkering bestaat ongeacht de reden van het aftreden. De termijn en hoogte van de uitkering zijn afhankelijk van de duur van alle voorafgaand aan het ontslag beklede politieke functies (de Appa-loopbaan) en van inkomsten uit een eventuele nieuwe functie. Daarnaast is ook sprake van recht op vergoeding van ten behoeve van outplacement. In verband met de nieuwe verkiezingen bestaat de mogelijkheid dat er een recht ontstaat op deze regeling wanneer bestuurders niet terugkeren in hun functie. In de begrotingscijfers vanaf 2022 is op basis van een inschatting van hoogte, duur en mogelijke inkomsten rekening gehouden met de hoogte van de uitkering. Dit bedrag ligt lager dan de maximaal mogelijke aanspraak. Het verschil is meegenomen in de risicoanalyse. 11 - Onvoldoende naleven van informatiebeleid en procedures Dit risico gaat over het voorkomen van schending van enige wetgeving, wettelijke en regelgevende of contractuele verplichtingen, en van beveiligingseisen om bijvoorbeeld hacks te voorkomen.

Het niet toezien op de naleving van het onlangs geactualiseerde informatiebeveiligingsbeleid kan tot gevolg hebben dat er wel regels zijn afgesproken en maatregelen zijn genomen, maar dat men er zich niet of onvoldoende aan houdt. Het bruto risico dat zich voor kan doen is aanzienlijk. We hebben echter vele beheersmaatregelen getroffen en monitoren deze zorgvuldig, waardoor het netto risico, de daadwerkelijke kans dat een risico zich voordoet met inbegrip van de beheersmaatregelen aanzienlijk lager ingeschat kan worden. 12 - Onvoldoende weerstandsvermogen Groenalliantie De provincie is per 1 januari 2018 uitgetreden. Door de uittreding van de provincie is er een onzekerheid voor de (structurele) financiële bijdrage ná 2025. Deze is ingeschat op € 457.000. Het risico voor Krimpenerwaard hierin is, op basis van het aantal inwoners, becijferd op € 57.000. Toelichting risico's COVID-19 De verwachting is dat er in 2022 ook nog een beperkt aantal compensatieregelingen zullen blijven bestaan voor afwikkeling van de uitloop van bestaande regelingen, vanwege de toezegging van het Rijk dat de COVID-19-kosten volledig gecompenseerd worden. Wij houden toch een slag om de arm 95

omdat het kan zijn dat, vanwege macro-systematiek in de verdelingen lokale issues, mogelijk toch niet alle kosten gedekt worden. Hierom nemen wij de geraamde risico’s voor 10% mee in de berekening van het weerstandsvermogen. Toelichting risico Remu-claim - Geen onderdeel van de reserve weerstandsvermogen Bij de verkoop van de aandelen Eneco is de zogenaamde REMU-claim buiten beschouwing gelaten. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid van deze claim blijft rusten bij de huidige aandeelhouders. De gemeente Utrecht, provincie e.a. zijn tegen de uitspraak van de rechter in hoger beroep gegaan. Op 8 december 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam een uitspraak gedaan in de REMU-zaak, alle grieven van de voormalige aandeelhouders van REMU zijn ongegrond verklaard en de claim is afgewezen. Er is echter in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. De behandeling is gestart in april 2021. Een ingesteld cassatieberoep neemt gemiddeld één jaar in beslag en bij de actualisatie van dit risico in maart 2022 was er dan ook nog geen zicht op een uitspraak op het beroep. De inschatting van het risico voor de gemeente Krimpenerwaard is maximaal € 1.386.000 (0,566 % van € 245 miljoen). Deze claim vormt daarmee wel een mogelijk risico maar deze komt dus niet ten laste van het weerstandsvermogen.

Als het risico zich voordoet wordt dit ten laste van de opbrengst van de verkoop van de aandelen Eneco gebracht. Kengetallen Gezien het stijgende belang van onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds meer divers wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het sociaal domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen. Om aan het voorgaande tegemoet te komen, schrijft het BBV een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen voor die moeten worden opgenomen in deze paragraaf. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. In de volgende tabel zijn de verplichte kengetallen, inclusief betreffende waarden voor onze gemeente opgenomen. Onder de tabel volgt een nadere toelichting per kengetal en wordt de link gelegd tussen waarden op de verschillende kengetallen. Kengetallen

Rekening

Begroting

Rekening

2020

2021

2021

Netto schuldquote

15%

43%

21%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

11%

37%

15%

Solvabiliteitsratio

43%

39%

33%

Structurele exploitatieruimte

0,4%

0,0%

0,3%

Grondexploitatie

1%

0%

-1%

Belastingcapaciteit

108%

110%

106%

Voor de toelichting per kengetal wordt gebruik gemaakt van het dashboard Financiële kengetallen van uw gemeente van het Ministerie van Binnenlands Zaken en Koninkrijkrelaties (https://findo.nl/dashboard/dashboard/gemeentelijke-rekening-kengetallen/). Daarbij worden de cijfers van de eigen gemeente geplaatst in de context met landelijke cijfers en de cijfers van de gemeentegrootte 50.000 tot 100.000 inwoners. Deze benchmark is gebaseerd op de cijfers Jaarrekening 2020.

96

Weerbaarheid: Kan de gemeente tegen een stootje?

97

Wendbaarheid: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende omstandigheden?

Toelichting per kengetal: Netto schuldquote: Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarop rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatieruimte. Een normale netto schuldquote ligt tussen de 0% en 90%. Een schuldquote tussen de 90% en 130% wordt als hoog beschouwd en mag niet verder toenemen. Een schuldquote hoger dan 130% wordt als te hoog beoordeeld en moet afgebouwd worden. De gemeente Krimpenerwaard bevindt zich met 15% bij de jaarrekening 2020 aan de onderkant van de normale marge en zit aanzienlijk lager dan het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang (61,4%). Bij de jaarrekening 2021 is het percentage beperkt gestegen naar 20%. Gecorrigeerde netto schuldquote: Dit kengetal is een aanvulling op bovenstaande waarbij er een correctie plaatsvindt door de verstrekte leningen mee te nemen. Dit om het effect van doorlenen inzichtelijk te maken. De marges zijn identiek en door het meenemen van de verstrekte leningen daalt de schuldquote van de gemeente Krimpenerwaard van 15% naar 11%. Bij de jaarrekening 2021 zijn de percentages respectievelijk 20% en 14%.

Solvabiliteit: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen en bestaat uit de hoogte van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal. Een ratio hoger dan 50% is het minst risicovol, een ratio tussen de 20% en 50% is neutraal en een ratio lager dan 20% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met 43% bij de jaarrekening 2020 tegen de grens van minst risicovol aan en scoort in vergelijking met het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (29,9%) beter. Bij de jaarrekening 2021 zien we een lichte daling naar 34%. Grondexploitatie: Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhouden tot de totale (geraamde) baten van de gemeente. Een score lager dan 20% is het minst risicovol, tussen de 20% en 35% is neutraal en hoger dan 35% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 1% bij de jaarrekening 2020 in de minst risicovolle categorie en loopt ook minder risico dan het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (9,4%). Bij de jaarrekening 2021 daalt dit percentage zelfs verder naar -1%. 98

Belastingcapaciteit: Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot de gemiddelde landelijke belastingdruk. Een score lager dan 100% geeft aan dat de lokale lasten lager zijn dan het landelijk gemiddelde en een score hoger dan 100% geeft aan dat de lokale lasten hoger zijn dan het landelijke gemiddelde. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 108% iets boven het landelijk gemiddelde en ook iets boven de score van het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (99%). In de jaarrekening 2021 zien we echter een lichte daling naar 106%. Dat wil dus zeggen dat in 2021 het gemiddelde landelijke tarief harder gestegen is dan het lokale tarief. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente is staat is de structurele lasten te dragen met structurele baten. Bij een negatief percentage zijn de structurele lasten hoger dan de structurele baten. Bij een positief percentage kan de gemeente de structurele lasten dragen met de structurele baten. Voor de gemeente Krimpenerwaard is het percentage 0,4% en dit laat dus zien dat wij de structurele lasten kunnen dragen met de structurele baten. Bij het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang is er meer positieve ruimte tussen de structurele lasten en de structurele baten (2,9%).

In de jaarrekening 2021 zien we een lichte stijging naar 0,9% voor de gemeente Krimpenerwaard.

99

C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn bezittingen van de gemeente die gedurende een lange periode gebruikt worden om een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke belang. Het onderhoud hiervan kost veel geld. Dit neemt dan ook een groot deel van de gemeentelijke begroting in beslag. Voor kapitaalgoederen zijn vaak langlopende investeringen vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen assetmanagement en risicomanagement. In deze paragraaf is het beleidskader opgenomen waarin het kwaliteitsniveau is vastgelegd waarop de kapitaalgoederen worden onderhouden, de aantallen en de financiële middelen die nodig zijn voor het in standhouden hiervan. De financiële consequenties zijn inzichtelijk gemaakt voor de komende jaren, waarbij we opmerken dat aanbestedingsvoordelen of -nadelen, gelet op de hoogte van de investeringen, grote invloed kunnen hebben op de financiën. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de rente. De kapitaalgoederen: worden onderverdeeld in de volgende drie categorieën. 1. Gebouwen 2.

Wegen, civiele kunstwerken, groen, water, openbare verlichting en speelvoorzieningen; samengevoegd in het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) 3. Riolering Op de pagina’s hierna is per categorie het beleidskader aangegeven. Ook is van 2021 de realisatie en van 2022, 2023 en 2024 de begroting weergegeven 1. Gebouwen Actueel beleidskader De gemeente beschikt over diverse, openbare en niet-openbare, gebouwen. In de begroting wordt voor deze gebouwen rekening gehouden met klein onderhoud en groot onderhoud. In het kort komt het er op neer dat er geen achterstallig onderhoud mag ontstaan. In 2017 heeft de raad het ‘Beheerplan gemeentelijk vastgoedbeheer 2017-2031’ vastgesteld. Dit vormt het beleidskader voor het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed voor de komende jaren. Het geactualiseerde beheerplan wordt medio 2022 ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Aantallen De gemeente is eigenaar van 118 gebouwen, inclusief de nog af te stoten gebouwen (31-12-2021). Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële middelen die beschikbaar zijn voor openbare gebouwen zijn gesplitst in dagelijks onderhoud (exploitatie) en een storting in een onderhoudsvoorziening. De dotatie in de voorziening om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren, wordt in 2022 herzien.

Voor de brandweerkazernes geldt dat het klein dagelijks onderhoud ten laste van de Veiligheidsregio komt. Onderdeel (x € 1.000)

2021 Begroot

Realisatie

2022

2023

2024

Begroot

Begroot

Begroot

Lasten in exploitatie

451

341

370

370

370

Dotatie voorziening Onderhoud gebouwen

891

891

891

886

886

1.153

648

1.523

929

440

Onttrekking uit de voorziening *

*Dit betreft de onttrekking conform de vastgestelde programmabegroting 2022. Voor het onderhanden werk verwijzen wij u naar het verloopoverzicht voorzieningen op de balans.

2. IBOR

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=5436b00d-4e2e-4c73-bd75-f380d61da6fb