gewaarmerkt Jaarrekening 2022.pdf
Tekst van het document
560
0
560
I0657 Rioolspuitwagens
-
Nee
Vooruitlopend op het opereren vanuit 1 werf i.p.v. 4 werven wordt 1 rioolspuitwagen aangeschaft. Deze is duurder vanwege meer flexibele inzet en hoge prijsstijgingen. Vandaar dat in de 1e tussenrapportage het verzoek tot samenvoegen van deze 2 kredieten zal worden aangevraagd om 1 spuitwagen aan te schaffen.
70
0
70
Middelgroot onderhoud Riolering
-
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
3.493
1.743 1.750
Overige vervanging (pers-)riolering e.d
Deels
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
3.571
2.199 1.371
Projectenboek 2018 - Riolering
-
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
1.909
1.995
-86
Projectenboek 2019 - Riolering
-
Ja
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
3.093
3.188
-95
Projectenboek 2020 - Riolering
-
Deels
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
8.713
5.281 3.432
Projectenboek 2021 - Riolering
-
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
7.014
809 6.205
Projectenboek 2022 - Riolering
-
Nee
zie par C. Onderhoud kapitaalgoederen - VGRP
6.008
76 5.931
37.479
17.390 20.088
Eindtotaal
62
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
ěȜɤ{QEBd2p5d{dj5L-çɤ`p5KjE6BɤQ`L5L-ɤLɤ djE6Bɤ{`L5p|5L-
Inhoud programma Dit programma richt zich op ontwikkeling en behoud van een kwalitatief hoogwaardige woon-, werken leefomgeving. In dit programma zijn middelen opgenomen voor advisering op het gebied van wonen en de kwaliteit van de leefomgeving, het voeren van projecten en grondexploitaties, het faciliteren van ontwikkelingen van inwoners en ondernemers en het begeleiden van bestemmingsplannen en afgeven van en toetsen op omgevingsvergunningen. Door de introductie van Omgevingswet veranderen veel van de bestaande instrumenten en werkwijzen.
63
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Beleidsspeerpunten AMBITIE
2.1 Huishoudensverdunning Wij zetten in op minimaal een gelijkblijvend inwoneraantal. Toekomstige woningbouw dient daarop gericht te zijn: met behoud van landelijk karakter en met bijzondere aandacht voor jongeren en toekomstbestendig wonen.
ER-DOEL
Vitale(re) kernen met een passend woningaanbod dat bijdraagt aan een gelijkblijvend inwoneraantal
SMART-DOEL
Tot 2022 worden per jaar 200 extra (duurzame en toekomstbestendige) woningen gebouwd
INDICATOR
Toename aantal duurzame en toekomstbestendige woningen o.b.v. de basisadministratie gebouwen Bron: Aantal verblijfsobjecten met bouwjaar in gebruik t niet in gebruik in BAG0meting: In 2015 tot 2018 zijn er jaarlijks 226 verblijfsobjecten geregistreerd op deze bouwjaren, waarvan gemiddeld 221 in gebruik zijn genomen. Het aantal nieuwbouwwoningen in deze periode volgens het CBS kwam op 224 woningen, per saldo nam de voorraad, inclusief sloop, gemiddeld met 130 woningen per jaar toe
RESULTATEN EN INSPANNINGEN
Projecten en initiatieven ogb van woningbouwontwikkelingen (bege)leiden die leiden tot (gem.) 130 nieuwe won. per jaar. Voor 2022 is het aantal woningen 150. In 2022: goede procesafspraken met de provincie. Via onderzoek en communicatie stimuleren van nieuwe initiatieven die aansluiten bij de "uitwerking van de woonvisie naar de kernen" en passen binnen de regionale agenda wonen
KOSTEN
Geen additionele kosten. Geen additionele kosten.
VERANTWOORDING
Volgens de voorlopige cijfers van het CBS is in de periode 2018-2022 de woningvoorraad met 881 woningen gegroeid. Gemiddeld genomen zijn per jaar 176 woningen toegevoegd. -
64
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Beleidspeerpunten AMBITIE
7. Verandering ruimtelijk domein Voor de implementatie van de Omgevingswet gaan wij werken volgens het onderscheidende en waar mogelijk vernieuwende VNG verandertype.
ER-DOEL
Meer ruimte voor maatwerk en economische en maatschappelijke initiatieven van inwoners, bedrijven en instellingen in het ruimtelijk domein
Sneller, pro-actiever en meer integraal besluiten over ruimtelijke initiatieven
SMART-DOEL
In 2021 is de Omgevingswet geïmplementeerd conform het VNG verandertype onderscheidend en waar mogelijk vernieuwend
In 2022 hebben we in 75% van de (beleids)-ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving bedrijven, inwoners en organisaties actief betrokken
INDICATOR
Implementatie omgevingswet per 2021Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting 0-meting: Geen Kwalitatieve doelstelling
Percentage in de raad vastgestelde beleidsontwikkelingen in de fysieke leefomgeving waarbij inwoners, bedrijven en organisaties actief betrokken zijn Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting 0-meting: Geen - Kwalitatieve doelstelling
RESULTATEN EN INSPANNINGEN
In 2022 is het werkproces en het casco Omgevingsplan conform het verandertype onderscheidend en vernieuwend ingericht
In 2022 wordt werkproces van de Omgevingswet geïmplementeerd. Ervaring opdoen met participatie onder de Omgevingswet. Rol van gemeente wordt adviseur voor initiatieven van inw. en derden
KOSTEN
Geen additionele kosten.
& 360.000 (incidenteel)
VERANTWOORDING
De Omgevingswet is vanuit de rijksoverheid uitgesteld. In 2022 is gewerkt aan een concept wijzigingsbesluit omgevingsplan voor de kern Berkenwoude. Dit wordt medio 2023 verder uitgebouwd naar een volwaardig wijzigingsbesluit voor de kern Berkenwoude. Dat dient vervolgens als opmaat voor alle dan volgende wijzigingen van het omgevingsplan, met ingang datum invoering Omgevingswet.
In 2022 is onder de huidige wetgeving gewerkt aan de voorbereiding op de Omgevingswet. Binnen lopende projecten is onder de huidige wetgeving verder ervaring opgedaan met participatie. Eind 2022 is er een adviseur burger en overheidsparticipatie aangenomen. Het intakeproces voor nieuwe initiatieven is uitgewerkt en de voorbereiding van de implementatie van de intaketafel is gestart.
Doorontwikkeling van het omgevingsplan Krimpenerwaard naar verandertype onderscheidend en vernieuwend in de periode 2024-2030.
65
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Beleidsspeerpunten AMBITIE
8.2 Interactie stad en land Wij zoeken zelfbewust meer de verbinding met de steden en gaan op zoek naar kansen en win-win situaties voor stad en land, onder meer op het gebied van mobiliteit, levering van energie, gekwalificeerd personeel, wonen, recreatie en natuurbeleving
ER-DOEL
Beter etaleren van de kwaliteiten van de Krimpenerwaard om de aantrekkelijkheid als regionale samenwerkingspartner te vergroten
SMART-DOEL
In 2022 is de samenwerking met Midden-Holland, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, Grenzeloos samenwerken Alblasserwaard en de verbinding M-H/MRDH op gebied van duurzaamheid, recreatie en toerisme, mobiliteit en wonen versterkt
INDICATOR
Bron: Beleidsinhoudelijke toelichting0-meting: Geen - Kwalitatieve doelstelling
RESULTATEN EN INSPANNINGEN
In 2022 wordt de lobbyagenda uitgevoerd en daar waar nodig aangepast.
KOSTEN
Geen additionele kosten.
VERANTWOORDING
Eind 2022 is opdracht verleend om te starten met het opstellen van een toekomstperspectief, als basis voor het formuleren van een strategische agenda. Het toekomstperspectief vormt een document voor de lobby om rijk en provincie te overtuigen dat het belangrijk is ruimte te geven voor ontwikkeling en te investeren in de Krimpenerwaard.
66
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Relatie met verbonden partijen Deelname in de volgende verbonden partij(en) draagt bij aan het uitvoeren van activiteiten en realiseren van de doelstellingen binnen dit programma. Voor verdere toelichting over de verbonden partijen verwijzen we u naar paragraaf F. Verbonden Partijen en bijlage 1. Verbonden Partijen - Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW)
Financieel overzicht In onderstaand overzicht zijn de totale financiën van dit programma weergegeven. De hiervoor gepresenteerde beleidsspeerpunten zijn hier onderdeel van. Bedragen x €1.000 Exploitatie
Rekening 2021
Primitief 2022
Begroting 2022 Rekening 2022
SALDO 2022
8.1 Ruimte en leefomgeving
-2.008
-1.997
-1.911
-1.511
400
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerrein)
-4.513
-8.884
-3.202
-1.744
1.458
8.3 Wonen en bouwen
-3.433
-3.893
-4.285
-4.965
-681
Totaal Lasten
-9.954
-14.774
-9.398
-8.220
1.178
Lasten
Baten 8.1 Ruimte en leefomgeving
1.248
361
361
339
-22
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerrein)
5.138
8.984
3.095
1.819
-1.276
8.3 Wonen en bouwen
3.106
2.835
3.987
4.761
774
Totaal Baten
9.492
12.180
7.442
6.919
-523
Saldo van baten en lasten
-462
-2.594
-1.955
-1.301
655
-685
-388
-1.607
-1.835
-228
0.10 Mutaties reserves
430
804
1.144
399
-746
Mutaties reserves
-255
416
-462
-1.436
-974
Geraamd resultaat
-717
-2.178
-2.418
-2.737
-319
Stortingen 0.10 Mutaties reserves Onttrekkingen
Toelichting - 8.10 Ruimtelijke Ordening De lagere lasten zijn opgebouwd uit € 280.000 minder inhuur door uitstel van de Omgevingswet. Daarnaast is € 117.000 minder uitgegeven aan advies- en onderzoekskosten en € 180.000 minder aan projecten, doordat de uitvoering langer duurt dan gedacht. (zie toelichting project- en investeringsbudgetten). Dit heeft ook als gevolg dat de opbrengsten anterieure overeenkomsten € 119.000 lager zijn dan begroot. Voor het project Tiendweijde te Lekkerkerk is € 113.000 aan meerkosten gemaakt. Toelichting - 8.20 Grondexploitatie (niet-bedrijventerrein) Voor een toelichting wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Toelichting - 8.30 Wonen en bouwen Er is een rijksregeling waarbij woningen bij hoogspanningsleidingen verplaatst moeten worden. De gemeente voert de regeling uit en koopt woningen aan. De baten en lasten zijn niet geraamd. In 2022 verklaart de inkomsten vanuit het rijk voor een groot deel de hogere baten. Door de aankoop zijn tevens de uitgaven hoger dan begroot. Daarnaast zijn er meer bouwaanvragen geweest, hetgeen leidt tot meer inkomsten voor een bedrag van € 225.000.
67
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Toelichting - Storting/Onttrekking reserves Programma 8 Het saldo wordt veroorzaakt door een lagere onttrekking en hogere stortingen aan de reserves voor de projecten in het kader van de omgevingswet die uitgesteld is Verandering Ruimtelijk Domein en optimalisering processen voor in totaal € 390.000, tevens heeft een lagere onttrekking voor woningbouwprojecten plaatsgevonden en tot slot resultaten uit de grondexploitatie. Per saldo heeft dit geen gevolgen voor het resultaat.
Projectbudgetten en investeringen (x & 1.000) Projectnaam
Kern(en)
Afsluiten Toelichting Jaarrekening Ja/Nee
I0105 Ontw. Htr. Galgoord & Kleine Betuw
Haastrecht
Nee
In 2023 nog open houden voor lopende adviestrajecten rond de vaststelling van het bestemmingsplan. Afsluiting verwacht in 2024.
I0464 Verkoop HSV woningen
-
Nee
I0483 Opst aanpak bedrijfsterrein Sch-Nrd
Schoonhoven Ja
Project kost meer tijd dan verwacht en loopt door in 2023
I0484 AZS terrein Schoonhoven
Schoonhoven Nee
I0574 Uitv. ruimtelijke ontw. Gouderak
Gouderak
Nee
I0578 Strategisch vastgoed
-
I0661 Huisvesting Openbare Ruimte I0658 Voorbereidingskrediet IJsbaan Nrd Eindtotaal
68
Begroot Realisatie Saldi 306
218
89
Project is nog niet afgerond
5.431
6.787
-1.356
-
-5.431
-7.000
1.569
140
126
14
De uitvoering is vertraagd en staat gepland in 2023.
125
13
112
-
-125
-75
-50
De werkzaamheden zijn nog niet helemaal afgerond.
100
87
13
Nee
Ook in 2023 en verder worden er onroerend goed transacties verwacht.
6.007
1.577
4.430
-
Nee
Project is in ontwerpfase.
3.873
54
3.819
Lekkerkerk
Nee
De voorbereidingen zijn gestart.
150
10.576
150
1.787
8.789
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
RECAPITULATIE VAN BATEN EN LASTEN Tabel baten en lasten (x 1.000) Bedragen x €1.000 Exploitatie
Rekening 2021
Primitief 2022
Begroting 2022
Rekening 2022
SALDO 2022
Bestuur en ondersteuning Lasten
-26.528
-25.401
-28.744
-27.366
1.377
Baten
102.435
101.787
112.604
115.185
2.581
Totaal Bestuur en ondersteuning
75.908
76.386
83.860
87.818
3.958
Lasten
-5.181
-5.011
-5.292
-4.971
321
Baten
516
183
313
282
-31
-4.664
-4.828
-4.979
-4.688
290
Lasten
-10.653
-9.996
-10.247
-10.557
-310
Baten
1.463
624
804
1.051
247
Totaal Verkeer vervoer en waterstaat
-9.189
-9.373
-9.444
-9.507
-63
Lasten
-1.539
-1.617
-1.322
-1.095
227
Baten
1.010
737
488
756
268
Totaal Economie
-529
-880
-834
-339
495
Lasten
-6.360
-6.614
-6.648
-6.481
167
Baten
1.614
1.214
1.175
1.556
381
Totaal Onderwijs
-4.746
-5.400
-5.474
-4.925
548
Lasten
-12.504
-10.573
-11.924
-11.536
388
Baten
2.730
1.278
2.425
2.424
-1
Totaal Sport cultuur en recreatie
-9.774
-9.295
-9.499
-9.112
387
Lasten
-59.701
-57.177
-68.657
-65.892
2.765
Baten
14.510
11.988
17.431
18.122
690
Totaal Sociaal domein
-45.191
-45.190
-51.225
-47.771
3.455
Lasten
-17.862
-18.068
-18.340
-18.562
-222
Baten
14.436
14.499
14.809
15.526
717
Totaal Volksgezondheid en milieu
-3.426
-3.569
-3.531
-3.036
495
Lasten
-9.954
-14.774
-9.398
-8.220
1.178
Baten
9.492
12.180
7.442
6.919
-523
Totaal volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing
-462
-2.594
-1.955
-1.301
655
-2.074
-4.742
-3.080
7.139
10.219
Stortingen
-9.913
-1.485
-6.772
-5.707
1.065
Onttrekkingen
11.934
3.496
9.112
8.093
-1.019
Totaal Bestuur en ondersteuning
2.022
2.011
2.340
2.386
46
Veiligheid
Totaal Veiligheid Verkeer vervoer en waterstaat
Economie
Onderwijs
Sport cultuur en recreatie
Sociaal domein
Volksgezondheid en milieu
volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing
Saldo van baten en lasten Bestuur en ondersteuning
69
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Verkeer vervoer en waterstaat Stortingen
-433
0
0
0
0
Onttrekkingen
648
424
241
241
0
Totaal Verkeer vervoer en waterstaat
215
424
241
241
0
-290
-114
-189
-189
0
24
264
371
287
-84
-266
150
182
98
-84
Economie Stortingen Onttrekkingen Totaal Economie Onderwijs Stortingen
-195
0
-75
-75
0
Onttrekkingen
354
296
639
580
-59
Totaal Onderwijs
159
296
564
505
-59
Stortingen
-1.352
-579
-1.412
-799
613
Onttrekkingen
2.887
997
1.768
1.378
-390
Totaal Sport cultuur en recreatie
1.535
418
357
579
222
Sport cultuur en recreatie
Sociaal domein Stortingen
-1.351
0
-1.685
-2.029
-344
Onttrekkingen
758
642
1.525
1.202
-323
Totaal Sociaal domein
-593
642
-159
-827
-667
Stortingen
-285
-255
-662
-683
-21
Onttrekkingen
667
641
680
640
-40
Totaal Volksgezondheid en milieu
382
385
18
-43
-61
Stortingen
-685
-388
-1.607
-1.835
-228
Onttrekkingen
430
804
1.144
399
-746
Totaal volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing
-255
416
-462
-1.436
-974
Mutaties reserves
3.199
4.742
3.080
1.503
-1.577
Geraamd resultaat
1.125
0
0
8.642
8.642
Volksgezondheid en milieu
volkshuisvesting RO & sted. vernieuwing
70
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
INDICATOREN Inleiding Onderstaand is de basisset van beleidsindicatoren opgenomen die op grond van het BBV verplicht is voorgeschreven. In tegenstelling tot de indicatoren die in de programma’s, onder beleidsspeerpunten zijn opgenomen, sturen wij op deze BBV indicatoren niet actief. Alleen als een indicator een directe link heeft met één of meerdere van de beleidsspeerpunten sturen wij hier actief op. In dat geval is de betreffende indicator ook meegenomen binnen één van de programma’s. Het doel van het verplicht opnemen van de BBV indicatoren is om begrotingen inzichtelijker te maken voor raadsleden die niet met financiën zijn belast en betere onderlinge vergelijkbaarheid van de gemeentebegrotingen mogelijk te maken. De meeste indicatoren zijn beschikbaar via de website www.waarstaatjegemeente.nl. Op deze site is het ook mogelijk om de indicatoren te vergelijken. Voor een aantal indicatoren geldt dat ze niet via landelijke bronnen beschikbaar zijn. Dit betreft de indicatoren die vallen onder het programma Bestuur en ondersteuning. Deze moeten dan ook door gemeenten zelf worden berekend. Op de volgende pagina’s zijn de voorgeschreven indicatoren onderverdeeld naar de programma’s van deze begroting. Hierbij zijn per indicator de score van Krimpenerwaard en Nederland gepresenteerd. Indicator Bevolkingsaantal Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Overhead
71
Realisatie 2022 57.062 7,46 6,7 € 720,93 21% 11,81%
Eenheid Aantal inwoners Aantal fte per 1.000 inwoners Aantal fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner % van de totale loonsom + totale kosten inhuur % van totale gerealiseerde lasten
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
72
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
73
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
74
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Taakveld
Naam indicator - eenheid
Krimpenerwaard
Nederland
(conform Regeling beleidsindicatoren gemeenten)
Vorig jaar
Nu
Vorig jaar
Nu
1. Veiligheid
Diefstallen uit woning - Aantal per 1.000 inwoners
1,7
1,1
1,3
1,4
1. Veiligheid
Geweldsmisdrijven - Aantal per 1.000 inwoners
3,0
2,6
4,3
4,6
1. Veiligheid
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) - Aantal per 1.000 inwoners
4,4
6,8
6,1
6
1. Veiligheid
Verwijzingen Halt - Aantal per 1.000 jongeren
6
9
11
8
1. Veiligheid
Winkeldiefstallen - Aantal per 1.000 inwoners
0,4
0,7
1,8
2,3
3. Economie
Functiemenging - %
46,90%
46,7% 53,20% 53,3%
3.Economie
Vestigingen (van bedrijven) - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 tot en met 64 jaar
161,3
167,2
158,4
165,1
4.Onderwijs
Absoluut verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen
0
0
2,4
2,7
4. Onderwijs
Relatief verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen
32
22
26
20
4. Onderwijs
Voortijdig schoolverlaters totaal (VO MBO)
1,30%
1,6%
1,70%
1,9%
5. Sport, cultuur en recreatie
Niet-sporters - %
51,80%
51,8% 49,30% 49,3%
6. Sociaal Domein
Werkloze jongeren - % 16 t/m 22 jarigen
1%
1%
2%
2%
6. Sociaal Domein
Kinderen in uitkeringsgezin - % kinderen tot 18 jaar
4%
4%
6%
6%
6. Sociaal Domein
Lopende re-integratievoorzieningen - Aantal per 10.000 inwoners van 15-64 jaar
137
139,1
202
197,7
6. Sociaal Domein
Banen - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar
604,4
597,5
795,9
805,5
6. Sociaal Domein
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo - Aantal per 10.000 inwoners
560
550
649
640
6. Sociaal Domein
Jongeren met een delict voor de rechter - % 12 t/m 21 jarigen
0%
1%
1%
1%
6. Sociaal Domein
Jongeren met jeugdhulp - % van alle jongeren tot 18 jaar
9,60%
9,6%
10,50% 10,7%
6. Sociaal Domein
Jongeren met jeugdbescherming - % van alle jongeren tot 18 jaar
1,50%
1,5%
1,10%
1,1%
6. Sociaal Domein
Jongeren met jeugdreclassering - % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
0,10%
0,1%
0,30%
0,3%
6. Sociaal Domein
Netto arbeidsparticipatie - % van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking
68,90%
74,1% 68,40% 72,2%
6. Sociaal Domein
Personen met een bijstandsuitkering - Aantal per 10.000 inwoners
220,7
220,7
7. Volksgezondheid en Milieu
Hernieuwbare elektriciteit - %
3,90%
11,1% 17,60% 26,8%
7.Volksgezondheid en Milieu
Omvang huishoudelijk restafval - Kg per inwoner
111
112
8.Vhrosv
Demografische druk - %
8. Vhrosv
Nieuw gebouwde woningen - Aantal per 1.000 woningen
3,6
11,6
8,8
9,3
8. Vhrosv
Gemiddelde WOZ-waarde - x € 1.000
295
331
290
317
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden - in €uro's
714
805
733
823
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in €uro's
818
921
810
905
75
80,00%
431,2
174
431,2
170
80,4% 70,10% 70,3%
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn de inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. De belangrijkste daarvan zijn de opbrengsten Onroerende Zaak Belasting (OZB) en de uitkering uit het Gemeentefonds. Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere opbrengsten zonder specifiek bestedelingsdoel, de belangrijkste hiervan staan in onderstaand overzicht weergegeven. Specificatie uitkering Gemeentefonds (x €1.000)
Rekening 2022
Algemene uitkering
91.343
Algemene uitkering compensatie corona
125
Integratie uitkering
220
Uitkering deelfonds sociaal domein
4.819
Uitkering deelfonds sociaal domein compensatie corona
0
Decentralisatie uitkering
2.373
Decentralisatie uitkering compensatie corona
81
Totaal
Specificatie inkomsten uit Belastingen (x €1.000)
98.961
Rekening 2022
Onroerende Zaak Belasting
12.162
Toeristenbelasting
246
Hondenbelasting
0
Totaal
Specificatie inkomsten uit Deelnemingen (x €1.000)
12.408
Rekening 2022
Dividend Stedin
72
Dividend BNG
116
Winstdelingsregeling APPA Fonds Totaal
76
7 195
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Paragrafen
77
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
A. Lokale heffingen Algemeen In deze paragraaf lichten wij het beleid met betrekking tot de gemeentelijke heffingen toe. Het BBV vraagt in deze paragraaf om per heffing een overzicht op te nemen van de taakvelden waarvan lasten in de heffing zijn meegenomen. Algemeen De totale werkelijke opbrengst aan belastingen en overige heffingen bedraagt in 2022 circa € 31,5 miljoen. In onderstaande tabel zijn de opbrengsten van de lokale heffingen weergegeven: bedragen x € 1.000
Begroot
Werkelijk
Verschil
%verschil
Onroerendezaakbelastingen
12.268
12.592
324
2,6%
Rioolheffing
6.088
6.148
60
1,0%
Afvalstoffenheffing
6.500
6.391
-109
-1,7%
Hondenbelasting
-
-
-
0,0%
Toeristenbelasting
264
246
-18
-6,8%
Lijkbezorgingsrechten
1.017
1.159
142
14,0%
Leges
4.967
5.189
222
4,5%
Marktgelden
49
42
-7
-13,6%
Havengelden
68
74
6
8,5%
Kwijtschelding
-359
-337
22
-6,1%
30.862
31.504
642
2,0%
Het SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling) verzorgt de uitvoering van diverse heffingen voor de gemeente. Kostendekkendheid Bij diverse heffingen mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Bij de toe te rekenen kosten worden onder andere de kwijtschelding, de kosten van het SVHW en de kosten van toezicht meegenomen. De beleidsuren en uren van handhaving worden hierin niet meegenomen. Voor de belastingen geldt deze wettelijke eis niet. De opbrengst van de belastingen komt in de algemene middelen van de gemeente terecht. In verband met de BBV-voorschriften kijken we ook terug naar de in de begroting berekende kostendekkendheid van de heffingen. De kostendekkendheid is berekend voor afrekening naar de reserves en voorzieningen. Kostendekkendheid
Begroot
Werkelijk
Afvalstoffenheffing
100,0%
104,8%
Rioolheffing
94,8%
93,3%
Leges titel 1 / Alg. dienstverlening
59,8%
67,7%
Leges titel 2 / Omgevingsvergunningen
88,9%
101,4%
Leges titel 3 / horeca
4,5%
5,1%
Leges titel 3 / evenementen
3,9%
2,4%
Leges titel 3 / APV
50,7%
22,3%
Leges titel 3 / kinderopvang
6,1%
7,8%
Lijkbezorgingsrechten
55,5%
59,6%
Marktgelden
74,8%
52,8%
Havengelden
50,6%
35,3%
78
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
1. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De OZB bestaan uit een eigenarenbelasting voor woningen en een eigenarenbelasting en gebruikersbelasting voor niet-woningen. De WOZ-waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De hoogte van de OZB is een combinatie van de WOZ-waarde van een pand en het vastgestelde tarief. Voor het bepalen van de tarieven wordt gebruik gemaakt van de WOZ-waarden volgens opgave van het SVHW. De afwijking van 2,6% op het totaal wordt veroorzaakt door afwijkingen in de waardeontwikkeling en de aantallen (het areaal) . 2. Rioolheffing De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen. Uitgangspunt is dat de tarieven op totaalniveau kostendekkend zijn. De hoogte van de rioolheffing wordt bij woningen bepaald door de grootte van het huishouden (een- of meerpersoonshuishouden) en bij niet-woningen door de WOZ-waarde. Bij de rioolheffing wordt de kostendekkendheid weer 100% door de onttrekking aan de egalisatievoorzieningen. Dit jaar zijn de uitgaven voor het onderhoud hoger uitgevallen dan begroot evenals de kosten van het beheer. De werkelijke onttrekking aan de egalisatievoorziening is door de extra kosten hoger dan we begroot hadden. Begroot was €335.000 en de werkelijk onttrekking bedraagt €427.000. 3.
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt is dat de tarieven op totaalniveau kostendekkend zijn. Deze heffing bestaat uit een vast deel en een variabel deel. Voor het restafval wordt een tariefdifferentiatie (diftar) toegepast; per inworp in de ondergrondse container en per lediging van een restafvalcontainer. De inkomsten afvalstoffenheffing zijn lager dan het begrote bedrag. De uitgaven zijn echter ook lager uitgevallen. Dit komt onder andere doordat er minder huisvuil is opgehaald en dit zorgt voor lagere kosten voor het verwerken van het huishoudelijk afval. Ook was de papieropbrengst hoger dan begroot. Het voordeel ad €224.820 wordt, conform bestaand beleid, gestort in de egalisatievoorziening afval. 4. Hondenbelasting Per 1 januari 2022 is de hondenbelasting afgeschaft. 5. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting voor personen die hier overnachten tegen een vergoeding. De opbrengst is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, waardoor de opbrengst per jaar varieert. We verantwoorden in de jaarrekening 2022 de te verwachte opbrengst over 2022 plus de afrekening over het jaar 2021. De opbrengst 2022 is nog niet gerealiseerd, omdat de aanslagen pas verstuurd kunnen worden na afloop van het jaar.
De inkomst in 2022 wordt geschat op € 225.000. De inkomst in 2022 wordt geschat op € 225.000. De afrekening over jaar 2021 viel positief uit waardoor we een extra opbrengst genereren van ca. € 20.500. De totale inkomst in 2022 bedraagt daardoor € 245.500. De realisatie is lager dan de begroting van € 264.250. 6. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor verleende diensten in verband met de begraafplaatsen. Er hebben dit jaar meer begrafenissen plaatsgevonden dan begroot waardoor de inkomsten hoger uitvallen. De inkomsten voor de aankoop van een particulier graf worden gestort in de daarvoor bestemde reserve. In 2022 betrof dit ruim € 276.000. Dit valt niet in het saldo van de jaarrekening. De afkoop van het onderhoud valt ook niet in het saldo en wordt gestort in de voorziening, omdat het gelden van derden zijn. Jaarlijks valt hiervan een deel vrij voor het onderhoud.
79
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
7. Leges Voor een gemeentelijke taak die in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven afgenomen wordt, worden leges betaald. Door de diversiteit van diensten is de legesverordening onderverdeeld in 3 titels. Titel 1: De leges zijn hoger uitgevallen dan begroot. Met name op het gebied van de kabels en leidingen. De kostendekkendheid is daardoor hoger. Titel 2: De inkomsten van de omgevingsvergunningen (bouwleges) zijn hoger uitgevallen dan begroot. De bouwactiviteiten namen in aantal en in financiële omvang niet af. Dit was bij de tussenrapportage al voorzien en verhoogd maar uiteindelijk is het resultaat nog € 169.000 hoger dan begroot. Er zijn echter ook extra kosten gemaakt voor inhuur. De kostendekkendheid komt nu uit op 101,4%. Titel 3: De legesinkomsten zijn lager uitgevallen; onder andere bij de evenementen. De inkomsten op evenementen zijn afgenomen omdat door Covid19, evenementen werden uitgesteld maar leges in 2020 al werden voldaan. Daarnaast zijn er steeds meer aanvragers die voldoen aan de legesvrijstelling. Ook het aantal staplaatsen (verkooppunten buiten de marktdagen) is afgenomen. 8. Marktgelden Voor het innemen van een standplaats op de markt worden marktgelden geheven. De inkomsten zijn lager dan begroot omdat er minder marktkramen zijn. Ook de kosten zijn incidenteel hoger door het inspectieplan dit jaar waardoor de kostendekkendheid lager uitkomt.
9. Havengelden Havengelden worden geheven over vaartuigen die gebruik maken van voorzieningen in of langs de haven in Ouderkerk aan den IJssel en Schoonhoven. De inkomsten in de haven van Ouderkerk en Schoonhoven zijn dit jaar weer vrijwel conform begroting. De kosten zijn echter toegenomen, waaronder de huurkosten van de kade en het water, waardoor de kostendekkendheid wel afneemt. 10. Kwijtschelding Mensen met een minimuminkomen en geen of weinig vermogen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van diverse lokale heffingen. Er is dit jaar iets minder kwijtschelding verleend dan was begroot. Gedacht werd dat de gevolgen van COVID-19 voor onze samenleving ook gevolgen zou hebben voor het aantal kwijtscheldingen dat zou worden aangevraagd. Dat zien we niet terug in de aanvragen kwijtschelding. 11. Bedrijveninvesteringszone-heffingen (BIZ-heffing) Een bedrijveninvesteringszone is een afgebakend gebied zoals een winkelgebied of een bedrijventerrein waarbinnen ondernemers en/of de eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Voor de BIZ-heffing treedt de gemeente op als dienstverlener. De opbrengst wordt uitgekeerd aan de BIZ-stichtingen en is daarom niet opgenomen bij het overzicht van de totale inkomsten. Deze stichtingen zorgen voor de plannen en de uitvoering ervan.
Er is een BIZ-heffing voor het centrum van Bergambacht, een BIZ-heffing voor bedrijventerrein De Wetering in Bergambacht en een BIZ heffing voor het centrum van Schoonhoven.
80
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
12. Woonlasten De woonlasten bestaan uit de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de onderstaande tabel is de lastendruk in de gemeente Krimpenerwaard in 2022 weergegeven, voor zowel eigenaargebruikers als voor huurders. Het uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden. Krimpenerwaard
OZB* Afval** Riool*
Koopwoning Meerpersoonshuishouden
Huurwoning Meerpersoonshuishouden
2021
2022
2021
2022
€311,00 €289,35 €252,45
€316,00 €293,70 €256,50
n.v.t. €289,35 €252,45
n.v.t. €293,70 €256,50
€852,80
€866,20
€541,80
€550,20
* Er is uitgegaan van een WOZ-waarde van €291.000 in 2021 en €318.000 in 2022 ** Er is uitgegaan van 10 ledigingen van een restafvalvak van 240 liter.
81
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de gemeente Krimpenerwaard. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vraagt in deze paragraaf minimaal in te gaan op een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico’s en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Deze risicoinventarisatie wordt twee keer per jaar geactualiseerd (voor de begroting en voor de jaarrekening). Daarnaast hebben we in onze nota Risicomanagement vastgesteld dat deze paragraaf een toelichting bevat van alle risico’s groter dan € 50.000. In de jaarrekening 2022 worden de COVID-19 risico's niet separaat benoemd. Voor zover er nog risico's optreden die gerelateerd zijn aan COVID-19 zijn deze geïntegreerd in bestaande risico's. Weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit bedoelen we al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Denk hierbij aan de algemene reserve en de reserve weerstandsvermogen. De reserve weerstandsvermogen is gebaseerd op de geïnventariseerde risico’s. Voor deze begroting onderscheiden we: Risico's (x € 1.000)
Bedrag
Geïnventariseerde risico’s
6.515
Totaal
6.515
Het is onwaarschijnlijk dat alle geïnventariseerde risico’s zich tegelijkertijd in volle omvang voordoen. De gemeente Krimpenerwaard heeft ervoor gekozen om de te reserveren weerstandscapaciteit te bepalen op 50% van het totaal aan geïnventariseerde risico’s. Hetgeen neerkomt op: Af te dekken risico's (x € 1.000) 50% van de geïnventariseerde risico’s
Bedrag 50% van € 6.515 =
Totaal af te dekken door middel van de reserve weerstandsvermogen
3.258
3.258
De totale weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: Weerstandscapaciteit (x €1.000)
(x € 1.000)
De algemene reserve De reserve weerstandsvermogen
12.764 3.258
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
16.021
82
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt weergegeven als een ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de gekwantificeerde risico’s. De weerstandscapaciteit bedraagt € 16.021. De geïnventariseerde risico’s bedragen € 6.515. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Dit kengetal geeft een momentopname op basis van de reservestanden eind 2022. Het verhoudingsgetal bedraagt derhalve 2,5. Ratio
Waardering
Boven 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 0,8 en 1,4 Tussen 0,6 en 0,8 Onder 0,6
uitstekend ruim voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Het verhoudingsgetal 2,5 geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en wordt beoordeeld als uitstekend.
Risicomanagement Risicomanagement kent meerdere doelstellingen. In de nota Risicomanagement, die in oktober 2016 in de raad is vastgesteld, hebben wij de volgende doelstellingen benoemd: 1. Inzicht verkrijgen in de risico’s die wij als gemeente lopen. Dit zijn zowel financiële als nietfinanciële risico’s. Daarbij moeten beheersmaatregelen deze risico’s verminderen. 2. Vergroten van het risicobewustzijn van alle medewerkers binnen de gemeente in houding en gedrag. Risicobewustzijn moet onderdeel zijn van de bedrijfscultuur. Een onderdeel hiervan is onder meer de frauderisico analyse en het plan van aanpak dat zich richt op gedrag binnen de organisatie. 3. Beoordelen van het benodigde weerstandsvermogen. 4. Voldoen aan wet- en regelgeving (BBV). Bij risico’s maken we een onderscheid tussen risico’s die wel en risico’s die niet van belang zijn voor de weerstandscapaciteit. Bepaalde risico’s zijn niet van belang voor de weerstandscapaciteit als de begroting- en rekeningcyclus in orde is en we adequate beheersmaatregelen of (verlies)voorzieningen hebben getroffen. Risico’s die van belang zijn voor de weerstandscapaciteit zijn bijvoorbeeld bedrijfsrisico’s als grondexploitatie, de sociaaleconomische ontwikkelingen, garantieverplichtingen, schadeclaims en renterisico’s. De risico-inventarisatie is in het eerste kwartaal van 2023 geactualiseerd.
De uitkomsten hiervan zijn in deze paragraaf verwerkt. Inventarisatie van de risico's Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële tegenvallers. Om bij de inventarisatie een redelijke inschatting te kunnen maken van de kansen dat risico’s zich voordoen en de financiële consequenties als de risico's zich voordoen, hebben we gebruik gemaakt van bandbreedtes. Bij de opzet van de bandbreedtes is rekening gehouden met de omvang van risicovolle situaties in Krimpenerwaard, afgezet tegen de schaal waarop Krimpenerwaard opereert. Klasse 1 2 3 4 5
83
Norm Minder of 1 x per 10 jaar 1 x per 5 - 10 jaar 1 x per 2 - 5 jaar 1 x per 1 - 2 jaar 1 x per jaar of vaker
Risico 10% 30% 50% 70% 90%
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Bij elk risico is geïnventariseerd welke beheersmaatregelen zijn getroffen die het risico verkleinen. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het maximaal financiële risico dat resteert. Met behulp van het percentage, behorend bij de klasse (bijvoorbeeld 10% bij klasse 1 risico's), en het bedrag opgenomen bij “maximaal financieel gevolg restrisico” wordt het financiële gevolg voor de weerstandscapaciteit berekend. Hieronder een overzicht van de Reguliere Risico’s >= € 50.000 op basis van het op deze wijze berekende financiële gevolg. Risico's = € 50.000 1 Gebiedsovereenkomst 2 Diverse risico's Sociaal domein 3 Verplichtingen t.a.v. sport, cultuur en overige maatschappelijk voorzieningen 4 Risico's inzake inflatie en loon- en prijsstijgingen in diverse sectoren 5 Grondexploitaties 6 Steinsedijk 7 Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming 8 Wachtgeldregeling (vm) bestuurders 9 Risico inbreuk informatiehuishouding 10 Impact (Oekraïense) vluchtelingenstroom 11 Overige risico's
1.500 1.343 1.317 1.100 130 112 105 85 70 PM 753
Totaal
6.515
Toelichting geïnventariseerde risico's De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s bedraagt € 6,5 miljoen. Bij de Begroting 2023 was dit € 6,4 miljoen. Ook al stijgt het totaalbedrag minimaal, er zijn wel enkele verschuivingen waarneembaar. De belangrijkste verlagingen zijn de verlaging van het risico inzake grondexploitaties -/- € 0,1 miljoen en de verlaging van risico's binnen het sociaal domein met betrekking tot invoering van het woonplaatsbeginsel en een daling van het risico met betrekking tot de participatiewet -/- € 0,3 miljoen. We zien daarentegen een verhoging van het risico inzake financiële verplichtingen maatschappelijke voorzieningen door de openstelling van de duurzaamheidslening + € 0,4 miljoen en een aanvulling van het algemene risico m.b.t. loon- en prijsstijgingen + 0,1 miljoen. Hieronder volgt een toelichting op de risico’s van € 50.000 en groter. Toelichting geïnventariseerde reguliere risico’s 1- Gebiedsovereenkomst De gemeente heeft, samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de regie over de samenhangende opgaven in hun buitengebied. De provincie Zuid-Holland fungeert als opdrachtgever. In het tweede halfjaar van 2020 is met de andere twee overheden een addendum overeengekomen op de Gebiedsovereenkomst Veenweiden. Allereerst is de doorlooptijd van de overeenkomst verlengd tot en met 2026.
Daarnaast zijn nieuwe afspraken gemaakt over het risico van overschrijding van het totaalbudget van € 95,1 miljoen voor dit project. Bij een overschrijding van het budget tot € 4 miljoen is 50% voor rekening van de provincie en 50% voor rekening van de uitvoerende partijen (gemeente 75% en hoogheemraadschap 25%). Is de overschrijding meer dan € 4 miljoen, dan is dat volledig voor rekening van de provincie. De aanspraak zal voor de gemeente, op basis van het addendum, nooit meer bedragen dan € 1,5 miljoen. Vóór het afsluiten van dit addendum was het risico voor de gemeente nog € 3 miljoen. Het gemeentelijk risico zal gedurende de realisatie van het project steeds beter, maar pas compleet na afronding van het project inzichtelijk zijn. 2- Diverse risico's Sociaal Domein De uitgaven voor Jeugdhulp en de Wmo voorzieningen worden jaarlijks zo reëel mogelijk begroot. Hierbij zijn trends uit eerdere jaren de basis voor de indicatie naar de toekomst toe. Door het open einde karakter van deze voorzieningen bestaat echter het risico (€ 0,8 miljoen) dat de uitgaven onvoorzien hoger zijn dan geprognosticeerd. Voor 2023 en verder is het daarbij lastig voorspelbaar of we de impact van Covid-19 achter ons laten en of dit zal betekenen dat de trends van voor Covid-19 zich zullen voortzetten.
Binnen de jeugdhulp wordt 70% van de indicaties buiten het gemeentelijk kanaal om afgegeven door directe verwijzers als huis- en jeugdartsen. Dit maakt ook dat er relatief
84
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
weinig grip op de kosten is. Onder meer het inzetten van de jeugdondersteuners huisartsen moet ons als gemeente meer handvatten geven om ook in deze kanalen meer inzicht en grip te krijgen. Met betrekking tot de jeugdhulp + en specifiek de gesloten jeugdzorg is een transformatie in het zorgaanbod in ontwikkeling. Er is een wens, gesteund door de landelijke politiek en het ministerie, om gesloten jeugdzorg naar een minimum terug te dringen en hiervoor alternatief zorgaanbod te ontwikkelen. Deze transformatie vraagt om het stellen van nieuwe kaders en een visie op dit herziene zorglandschap, maar vraagt ook van de zorgaanbieders een financiële inspanning om de transformatie vorm te geven. Gezien het feit dat gemeenten een zorgplicht hebben is er een noodzaak deze transformatie intensief te begeleiden. Daarnaast speelt het financieel risico dat zorgaanbieders voor de overbruggingsfase extra ondersteuning nodig hebben. Aangezien de huidige liquiditeitsondersteuning is voorzien van hypothecaire borgen is het risico momenteel nog minimaal (€ 0,1 miljoen). Daarnaast worden ook aan andere aanbieders binnen het sociaal domein voorschotten betaald om de continuïteit van de dienstverlening te kunnen waarborgen. Momenteel speelt dit specifiek nog bij één casus waarop het risico bestaat dat betaalde voorschotten bij een faillissement van de aanbieder niet meer kunnen worden verrekend.
Met deze aanbieder zijn inmiddels concrete afspraken gemaakt inzake aflossingsregelingen waardoor het maximale risico (€ 0,23 miljoen) gemitigeerd is. Bij de Wmo heeft de verlaging van de eigen bijdrage in de vorm van het abonnementstarief een aanhoudend aanzuigend effect op de maatwerkvoorzieningen. Er is sprake van een structurele toename van de Wmo uitgaven vanaf 2019. In 2021 is de inkomenstoets voor huishoudelijke hulp ingevoerd als onderdeel van de bepaling van de zelfredzaamheid voor aanvragers. Dit lijkt een preventieve werking te hebben gehad aangezien er een stagnatie op het aantal aanvragen huishoudelijke hulp te constateren is. Maar op basis van recente uitspraken van de bezwarencommissie n.a.v. een tweetal bezwaren heeft het college besloten dit lid in de verordening te schrappen zoals u ook medegedeeld per raadsinformatiebrief. Hierdoor kan er weer een hernieuwde stijging in met name de aanvragen huishoudelijke hulp ontstaan. Naast bovenstaande speelt ook de vergrijzing een rol in de toename van het aantal aanvragen. Door de groeiende groep ouderen bestaat de kans dat niet tijdig gesignaleerd wordt dat inwoners (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn. Het risico ( € 0,1 miljoen) ontstaat als we door het niet tijdig signaleren te laat kunnen ingrijpen en geconfronteerd worden met hoge kosten.
We zien ook dat de gestegen energielasten en de daarvoor in het leven geroepen energietoeslag maken dat er een breder beroep wordt gedaan op beschikbare minimaregelingen We zien van 2021 naar 2022 dan ook een toename in de verstrekking van minimaregelingen. Wanneer dit ook leidt tot directe kostenstijgingen zullen wij u hierover informeren via de reguliere P&C cyclus. Momenteel schatten we een risico van € 0,2 miljoen in met betrekking tot een stijgende vraag naar minimaregelingen. 3 - Verplichtingen ten aanzien van sport, cultuur en overige maatschappelijk voorzieningen Op basis van in het verleden gemaakte afspraken heeft de gemeente verplichtingen ten aanzien van enkele maatschappelijke instellingen. De risico's worden sinds de jaarrekening 2020 ontleend aan de standenlijst voor maatschappelijke voorzieningen binnen het Sociaal domein. De actualisatie van de risico inschatting heeft ten opzichte van de begroting 2023 enkele wijzigingen in het mogelijke risico ten laste van het weerstandsvermogen ten gevolg gehad. In 2023 is er voor maatschappelijke voorzieningen namelijk een mogelijkheid beschikbaar gesteld tot het aangaan van een duurzaamheidslening. Deze lening is er op gericht de exploitatielasten te verlagen door te investeren in duurzaamheidsmaatregelen.
Het afgeven van deze leningen, inclusief toetsing door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn), verhoogt het maximale risico met het totaalbedrag dat beschikbaar is gesteld voor deze maatregel (€ 1,5 miljoen). De toetsing en de waarborgen die bij de lening gevraagd worden verlagen dit risico echter. Daarnaast zijn de inschatting bij enkele voorzieningen herijkt waarmee het totale risico (€ 1,3 miljoen) per saldo hoger ligt dan bij de begroting 2023. De duurzaamheidsleningen en de daarmee genomen maatregelen leiden op termijn tot een verlaging van het overall risico aangezien hierdoor de exploitatielasten van maatschappelijke voorzieningen aanzienlijk kunnen dalen.
85
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
4 - Risico's inzake inflatie en loon- en prijsstijgingen in diverse sectoren In de begroting 2023 is voor het eerst een algemeen risico opgenomen met het oog op diverse ontwikkelingen gekoppeld aan de loon-en prijsstijgingen en de hoge inflatie. Het risico zit daarbij met name in de vraag of de diverse prijsstijgingen afdoende gecompenseerd worden binnen het gemeentefonds. Dit risico is nu geactualiseerd waarbij een onderverdeling is gemaakt tussen een drietal onderwerpen: Projecten: De projecten zijn grofweg in te delen in 3 categorieën te weten civiele (bouw)projecten, medewerking aan bouwprojecten ontwikkelaars en projecten waarvan de gemeente opdrachtgever is. Voor alle projecten is er sprake van risico's, maar de financiële risico's spelen zich met name af rond de projecten waar de gemeente zelf opdrachtgever is. Om de voortgang op lopende en komende projecten goed te monitoren is de organisatie, naast de reeds bestaande beheersmaatregelen, druk bezig een rapportagemethodiek te ontwikkelen die eenduidig is voor alle projecten. Deze rapportages moeten ook de basis vormen voor de actualisatie van de risico's op projecten in de P&C producten. Op basis van de huidige lopende projecten is er een risico inschatting gedaan van € 0,5 miljoen.
Onderhouds- en beheerkosten: Hoewel de grootste prijsstijgingen van grondstoffen en materialen zich in 2022 hebben voorgedaan, is het aannemelijk dat de prijsstijgingen, weliswaar in een wat afgevlakte vorm, zich blijven voortzetten. Het risico wordt voor de komende jaren ingeschat op € 0,3 miljoen. CAO-ontwikkelingen: Een ander deel van het risico zoals opgenomen bij de begroting 2023 bestond ook uit de onzekerheid over de CAO voor de ambtelijke organisatie. Inmiddels is daarover voor 2023 een akkoord bereikt tussen werkgevers en vakbonden. Er is echter slechts een CAO voor 1 jaar overeengekomen en daarmee blijft dit risico voor 2024 nog steeds bestaan. Bij de begroting 2024 zal er een indexatie op basis van CBS indexcijfers gemaakt worden en daarop zal vervolgens het aandeel van de CAO in dit risico herijkt worden. Voor nu schatten we het risico dat de indexatie conform CBS lager blijkt dan het resultaat van de nieuwe onderhandelingen op € 0,3 miljoen. 5 - Grondexploitaties In de grondexploitaties zijn er verschillende soorten risico’s te onderscheiden. Voorbeelden hiervan zijn financiële, technische of organisatorische risico’s. Voor de jaarrekening 2022 zijn deze risico’s geactualiseerd. De totale risicowaardering is bepaald op circa € 288.000,-. Dit is ongeveer € 43.000 meer dan verwacht bij het opstellen van de begroting 2023.
In die begroting werd er nog vanuit gegaan dat de beide grondexploitaties in Krimpen aan de Lek in 2022 afgesloten zouden worden. Inmiddels is duidelijk dat deze nog doorlopen in 2023. Voor het complex Tussen Dijk en Bakwetering is de risicowaardering vanwege de verwachte beperkte mutaties in het risicoprofiel in dit complex, nagenoeg ongewijzigd gebleven ten opzichte van de begroting 2023. De voortgang in het complex Hoflaan heeft ervoor gezorgd dat risico hiervan afgenomen is. Netto restant risico is € 0,1 miljoen. 6 - Steinsedijk Met ingang van 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. Vanwege de wetswijziging is door de Provincie een ontwerpbesluit opgesteld tot wijziging van de Waterverordening Rijnland en de Verordening Ruimte 2014, welke op 14 november 2018 is vastgesteld door de Provincie Zuid-Holland. Het Hoogheemraadschap van Rijnland (verder Rijnland) heeft op basis van dit besluit de legger regionale keringen en de legger primaire keringen geactualiseerd. Onderdeel van de wetswijziging is een wijziging in de normering van dijken. De Steinsedijk in Haastrecht heeft daardoor voor een groot deel de waterkerende functie verloren en is dus formeel geen dijk meer. Dit betekent dat het hele dijklichaam in beheer en onderhoud door Rijnland aan de gemeente wordt overgedragen.
Aangezien het dijklichaam in slechte staat van onderhoud verkeert, vordert de gemeente van Rijnland de kosten van herstel van het dijklichaam. De ramingen voor het herstel liggen tussen en € 6,5 en € 8,5 miljoen. Op grond van deze informatie is het risico berekend op € 112.000. 7 - Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming De gemeente is in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) en Wet politiegegevens (hierna: Wpg) verplicht passende technische en organisatorische maatregelen te treffen om ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens van burgers en haar medewerkers. De Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) kan organisaties die niet aan de AVG voldoen een boete opleggen van maximaal 20 miljoen euro of 4% van de jaaromzet. Bij overtreding van de Wpg kan de AP boetes opleggen welke zijn opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Afhankelijk van de aard van de overtreding kan een boete oplopen tot wel € 820.000,- per overtreding. Op basis van de genomen beheersmaatregelen is het risico bepaald op € 0,1 miljoen.
86
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
8 - Wachtgeldregeling (vm) bestuurders De uitkering (wachtgeld) na het vervullen van een politiek ambt is voor politieke ambtsdragers geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Het recht op de uitkering bestaat ongeacht de reden van het aftreden. De termijn en hoogte van de uitkering zijn afhankelijk van de duur van alle voorafgaand aan het ontslag beklede politieke functies (de Appa-loopbaan) en van inkomsten uit een eventuele nieuwe functie. Daarnaast is ook sprake van recht op vergoeding ten behoeve van outplacement. In de loop van 2022 heeft een aantal, inmiddels voormalige, bestuurders recht gekregen op een uitkering. In de begrotingscijfers vanaf 2022 is op basis van een inschatting van hoogte, duur en mogelijke inkomsten rekening gehouden met een uitkering aan wachtgeld van € 212.000. Dit bedrag ligt lager dan de maximale aanspraak. Het verschil is meegenomen in de risicoanalyse. De daadwerkelijke uitkering over 2022 is ruim € 90.000 hoger dan begroot. Dit hogere bedrag wordt conform de gehanteerde systematiek verrekend met de reserve weerstandsvermogen. Voor 2023 is de inschatting van hoogte, duur en mogelijke inkomsten geactualiseerd. Op basis hiervan is de risicoanalyse aangepast. Indien er sprake is van wijzigingen in de omvang van de aanspraken op een uitkering wordt dit meegenomen in de p&c-documenten in de loop van het jaar.
9 - Risico inbreuk informatiehuishouding Dit risico gaat over het voorkomen van schending van enige wetgeving, wettelijke en regelgevende of contractuele verplichtingen, en van beveiligingseisen om bijvoorbeeld hacks te voorkomen. Het niet toezien op de naleving van het onlangs geactualiseerde informatiebeveiligingsbeleid kan tot gevolg hebben dat er wel regels zijn afgesproken en maatregelen zijn genomen, maar dat men er zich niet of onvoldoende aan houdt. Het bruto risico dat zich voor kan doen is aanzienlijk. We hebben echter vele beheersmaatregelen getroffen en monitoren deze zorgvuldig, waardoor het netto risico, de daadwerkelijke kans dat een risico zich voordoet met inbegrip van de beheersmaatregelen aanzienlijk lager ingeschat kan worden. 10 - Impact (Oekraïense) vluchtelingenstroom Nog steeds woedt de oorlog in Oekraïne voort. We zien dan ook nog steeds Oekraïense vluchtelingen instromen in de gemeentelijke opvang. Vanuit zowel de particuliere als ook de gemeentelijke opvang zijn de signalen over de opvang positief en er is een overzichtelijke en duidelijke organisatie opgericht om de instroom, huisvesting en begeleiding van de Oekraïense vluchtelingen vorm te geven. Dit vraagt echter nog dagelijks een behoorlijke inspanning van het ambtelijk apparaat. De lange termijn impact van deze vluchtelingenstroom blijft ook, zolang de oorlog voortduurt, ongewis.
Recente peilingen onder de Oekraïense vluchtelingen geven wel een indicatie dat een steeds grotere groep ook na afloop van de oorlog het liefst in Nederland zou willen blijven. Men heeft hier inmiddels ook een leven opgebouwd met werk, school voor de kinderen en een eigen sociale netwerk. De mogelijke impact hiervan op de voorzieningen in bijvoorbeeld het sociaal domein of de woningmarkt zijn nu nog onzeker. Tot op heden kunnen we wel stellen dat de Rijksoverheid ons conform belofte compenseert voor geleverde inspanningen om de opvang te realiseren en er daarmee geen directe druk op de begroting van de gemeente ontstaat. Voor de langere termijn is dit echter minder zeker. Naast de Oekraïense vluchtelingen is ook de druk op de reguliere asielvoorzieningen nog immer hoog. De aangekondigde spreidingswet asielzoekers zorgt nog voor veel discussie en er is dan ook nog geen overeenstemming over de daadwerkelijke invoering hiervan. Ook op dit onderwerp is het zeer lastig in te schatten welke consequenties dit zal hebben voor ons als gemeente. Momenteel is het dan ook nog niet mogelijk om de financiële consequenties en risico's gericht in te schatten en wordt dit risico als PM post opgenomen.
Kengetallen Gezien het stijgende belang van onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds meer divers wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het sociaal domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen. Om aan het voorgaande tegemoet te komen, schrijft het BBV een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen voor die moeten worden opgenomen in deze paragraaf. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. In de volgende tabel zijn de verplichte kengetallen, inclusief betreffende waarden voor onze gemeente opgenomen. Onder de tabel volgt een nadere toelichting per kengetal en wordt de link gelegd tussen waarden op de verschillende kengetallen.
87
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Kengetallen
Rekening
Begroting
Rekening
2021
2022
2022
Netto schuldquote
21%
44%
20%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
15%
38%
14%
Solvabiliteitsratio
33%
32%
36%
Structurele exploitatieruimte
0,3%
0,4%
4,9%
Grondexploitatie
-1%
1%
0%
Belastingcapaciteit
106%
107%
102%
Voor de toelichting per kengetal wordt gebruik gemaakt van het dashboard Financiële kengetallen van uw gemeente van het Ministerie van Binnenlands Zaken en Koninkrijkrelaties (https://findo.nl/dashboard/dashboard/gemeentelijke-rekening-kengetallen/). Daarbij worden de cijfers van de eigen gemeente geplaatst in de context met landelijke cijfers en de cijfers van de gemeentegrootte 45.000 tot 60.000 inwoners. Tot voorheen was de benchmark op basis van het gemiddelde van gemeenten tussen de 50.000 - 100.000 inwoners. Deze benchmark is gebaseerd op de cijfers Jaarrekening 2021. Weerbaarheid: Kan de gemeente tegen een stootje?
88
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Wendbaarheid: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende omstandigheden?
89
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Toelichting per kengetal: Netto schuldquote: Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarop rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatieruimte. Een normale netto schuldquote ligt tussen de 0% en 90%. Een schuldquote tussen de 90% en 130% wordt als hoog beschouwd en mag niet verder toenemen. Een schuldquote hoger dan 130% wordt als te hoog beoordeeld en moet afgebouwd worden. De gemeente Krimpenerwaard bevindt zich met 21% bij de jaarrekening 2021 aan de onderkant van de normale marge en zit aanzienlijk lager dan het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang (59,5%). Bij de jaarrekening 2022 is het percentage beperkt gestegen naar 20%. Gecorrigeerde netto schuldquote: Dit kengetal is een aanvulling op bovenstaande waarbij er een correctie plaatsvindt door de verstrekte leningen mee te nemen. Dit om het effect van doorlenen inzichtelijk te maken. De verhouding tussen ons percentage en die van het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang zijn vrijwel identiek als bij de niet gecorrigeerde netto schuldquote en door het meenemen van de verstrekte leningen daalt de schuldquote van de gemeente Krimpenerwaard van 21% naar 15%. Bij de jaarrekening 2022 zijn de percentages respectievelijk 20% en 14%.
Solvabiliteit: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen en bestaat uit de hoogte van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal. Een ratio hoger dan 50% is het minst risicovol, een ratio tussen de 20% en 50% is neutraal en een ratio lager dan 20% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met 33% bij de jaarrekening 2021 midden in categorie B (neutrale score) en scoort in vergelijking met het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (35%) nagenoeg gelijk. Bij de jaarrekening 2022 zien we een lichte stijging naar 36%. Grondexploitatie: Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhouden tot de totale (geraamde) baten van de gemeente. Een score lager dan 20% is het minst risicovol, tussen de 20% en 35% is neutraal en hoger dan 35% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van -1% bij de jaarrekening 2021 in de minst risicovolle categorie en loopt ook minder risico dan het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (13%). Bij de jaarrekening 2022 is het percentage 0%. Belastingcapaciteit: Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot de gemiddelde landelijke belastingdruk.
Een score lager dan 100% geeft aan dat de lokale lasten lager zijn dan het landelijk gemiddelde en een score hoger dan 100% geeft aan dat de lokale lasten hoger zijn dan het landelijke gemiddelde. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 106% boven het landelijk gemiddelde en ook boven de score van het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (93,5%). In de jaarrekening 2022 zien we een daling naar 102%. Dat wil dus zeggen dat in 2022 het gemiddelde landelijke tarief harder gestegen is dan het lokale tarief. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente is staat is de structurele lasten te dragen met structurele baten. Bij een negatief percentage zijn de structurele lasten hoger dan de structurele baten. Bij een positief percentage kan de gemeente de structurele lasten dragen met de structurele baten. Voor de gemeente Krimpenerwaard is het percentage 0,3% en dit laat dus zien dat wij de structurele lasten kunnen dragen met de structurele baten. Bij het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang is er meer positieve ruimte tussen de structurele lasten en de structurele baten (4,2%). In de jaarrekening 2022 zien we een forse stijging naar 4,9% voor de gemeente Krimpenerwaard. Daarmee komen we dus boven het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang.
90
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn bezittingen van de gemeente die gedurende een lange periode gebruikt worden om een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke belang. Het onderhoud hiervan kost veel geld. Dit neemt dan ook een groot deel van de gemeentelijke begroting in beslag. Voor kapitaalgoederen zijn vaak langlopende investeringen vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen assetmanagement en risicomanagement. In deze paragraaf is het beleidskader opgenomen waarin het kwaliteitsniveau is vastgelegd waarop de kapitaalgoederen worden onderhouden, de aantallen en de financiële middelen die nodig zijn voor het in standhouden hiervan. De financiële consequenties zijn inzichtelijk gemaakt voor de komende jaren, waarbij we opmerken dat aanbestedingsvoordelen of -nadelen, gelet op de hoogte van de investeringen, grote invloed kunnen hebben op de financiën. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de rente. De kapitaalgoederen worden onderverdeeld in de volgende drie categorieën: 1. Gebouwen 2.
Wegen, civiele kunstwerken, groen, water, openbare verlichting en speelvoorzieningen; samengevoegd in het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) 3. Riolering Op de pagina’s hierna is per categorie het beleidskader aangegeven. Ook is van 2022 de realisatie en van 2023, 2024 en 2025 de begroting weergegeven 1. Gebouwen Actueel beleidskader De gemeente beschikt over diverse, openbare en niet-openbare, gebouwen. In de begroting wordt voor deze gebouwen rekening gehouden met klein onderhoud en groot onderhoud. In het kort komt het er op neer dat er geen achterstallig onderhoud mag ontstaan. In 2017 heeft de raad het ‘Beheerplan gemeentelijk vastgoedbeheer 2017-2031’ vastgesteld. Dit vormt het beleidskader voor het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed voor de komende jaren. Over het geactualiseerde beheerplan is in 2022 een positief besluit genomen. Aantallen De gemeente is eigenaar van 118 gebouwen (31-12-2022). Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële middelen die beschikbaar zijn voor openbare gebouwen, zijn gesplitst in dagelijks onderhoud (exploitatie) en een dotatie in een onderhoudsvoorziening. De dotatie in de voorziening om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren, is in 2022 herzien. Voor de brandweerkazernes geldt dat het klein dagelijks onderhoud ten laste van de Veiligheidsregio komt. Onderdeel (x € 1.000)