CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen, toelichting en regels, 16-04-2024

Raadsvergadering 16 april 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen33.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

46

Toelichting

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze bestemmingswijziging.

5.3

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, 'Boezems Kinderdijk' ligt circa 1 km vanaf het deelgebied Schuwacht 150, 152 en 154a in Lekkerkerk. Het Natura2000-gebied de 'Biesbosch' ligt op circa 11,1 km afstand hiervan.

In zuidoostelijke richting ligt op circa 5 km de 'Donkse Laagten'. Het Natura2000-gebied 'Oude Maas' ligt op circa 8,3 km ten zuidwesten van het deelgebied Noord 1, 1a, 1b in Krimpen aan de Lek. Het Natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein', bevindt zich op een afstand van circa 12 km ten noordoosten van het deelgebied IJsseldijk West 26 in Ouderkerk aan den IJssel. Sprake is van vervolgfuncties waar bebouwing wordt gesloopt en enkele nieuwe woningen worden toegevoegd. Met uitzondering van het Natura2000-gebied de 'Biesbosch' zijn deze gebieden niet stikstofgevoelig, met dien verstande dat de Polder Stein mogelijk binnenkort wel wordt aangewezen als stikstofgevoelig gebied. Er worden geen (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht als gevolg van deze vervolgfuncties. Het dichtstbijzijnde NNN ligt op 240 meter van deelgebied Schuwacht 150. Overige gebieden liggen op grotere afstand (figuur 5). De planontwikkelingen hebben geen nadelige gevolgen voor de ecologische hoofdstructuur.

Toelichting

47

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Figuur 5: NNN in de directe omgeving van het plangebied (deelgebieden met rode stippen aangeduid.) 5.3.1 Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het op circa 11,1 km zuidelijk gelegen Natura2000-gebied de 'Biesbosch' is een stikstofrelevant Habitatgebied. Het noordelijk gelegen Natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' is een Vogelrichtlijngebied. Dit gebied is nog niet stikstofgevoelig, maar wordt mogelijk binnenkort wel aangewezen als stikstofgevoelig gebied. In onderhavige situatie is er sprake van de vervangende nieuwbouw van twee woningen. De woningen worden overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gebouwd, zodat er geen toename van N-emissie plaatsvindt. Ten opzichte van de bestaande planologische situatie vindt er voorts geen toename van het aantal verkeersbewegingen plaats. Op basis van proefberekeningen door de toezichthouder Wet natuurbescherming in Zuid-Holland (Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, 22 februari 2023) is berekend dat er bij de bouw tot twee woningen geen effect op Natura2000 gebieden bestaat op meer dan 3.500 meter in het geval dat het tussenliggende gebied uit grasland bestaat. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000-gebied is 11,1 km. Voor deze effectbeschrijving is daarom geen berekening nodig.

Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: In het plangebied is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 5.3.2 Flora- en faunatoets Soortenbescherming Bij een bestemmingswijziging moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband zijn er voor de herontwikkelingslocaties ecologische onderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken worden per locatie toegelicht.

48

Toelichting

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

5.3.2.1 Noord 1, 1a, en 1b in Krimpen aan de Lek Ecologisch onderzoek In verband met de sloop van drie woningen in dit deelgebied heeft BK Bouw- & Milieuadvies B.V. te Dordrecht een ecologisch onderzoek uitgevoerd (rapport van 10 oktober 2018, projectnummer 183656, Bijlage 4). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden getrokken (overgenomen uit het rapport). Voor algemeen voorkomende beschermde soorten geldt dat ze niet ontheffingsplichtig zijn, mits de zorgplicht in acht wordt gehouden. Vogels Binnen het plangebied zijn broedvogels te verwachten. Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. Handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren, zijn eveneens niet toegestaan. Nestlocaties van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw worden gezien als jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats.

Voor de verstoring van deze verblijfplaatsen en belangrijk leef- of foerageergebied is ook buiten het broedseizoen een ontheffing noodzakelijk. Met de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied worden echter geen jaarrond beschermde nestlocaties verstoord of verwijderd. Gezien de grootte van de planlocatie en het ontbreken van de nestlocatie op of in de directe omgeving van het plangebied, kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen plannen geen effect hebben op het functionele leefgebied ten opzichte van de nestlocatie. Nader onderzoek of de aanvraag tot ontheffing voor (één van) deze soorten noodzakelijk is, is dan ook niet aan de orde. Vleermuizen Met betrekking tot de groep van vleermuizen wordt het gebouw als geschikt geacht voor bewoning. Vleermuizen zijn een zwaar beschermde soort en mogen niet verstoord worden. Jaarrond onderzoek naar vleermuizen is benodigd, op grond van toegankelijkheid voor vleermuizen en gunstige ligging ten opzichte van water en groen (NNN gebieden). Indien er sporen van verblijfplaatsen zijn, zal bepaald worden welke compensatiemaatregelen getroffen worden. Met compensatieplan zal een ontheffingsaanvraag ingediend worden op de verbodsbepalingen van de Wnb. Eventuele eerdere mitigerende en/of compenserende maatregelen zouden niet effectief zijn.

De verblijfplaatsen worden niet ingeruild door de eventueel aanwezige vleermuizen voor een vervangende tijdelijke verblijfkasten. Een nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk. Verder wordt niet verwacht dat andere strikt beschermde soorten voor zullen komen binnen de projectlocatie, nader onderzoek naar het voorkomen van andere soorten is dan ook niet noodzakelijk. Wel kunnen echter veranderingen in de situatie binnen het plangebied of in de planvorming altijd leiden tot andere inzichten en daarmee tot wijziging van deze conclusies. Soortgericht onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Als vervolg op het ecologisch onderzoek heeft Regelink Ecologie & Landschap te Wageningen een soortgericht onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw (rapport van 19 oktober 2019, Bijlage 5). Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport) Resultaten In het plangebied zijn geen zomer-, kraam- en/of paarverblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. Er zijn geen aanwijzingen voor winterverblijfplaats voor grotere aantallen vleermuizen. Het plangebied fungeert als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis. Het betreft geen essentieel foerageergebied op grond van het geringe aantal dieren, de korte aanwezigheid van de dieren tijdens het foerageren en de aanwezigheid van alternatieve foerageergebieden.

Nabij het plangebied zijn twee vliegroutes van gewone dwergvleermuis en laatvlieger aanwezig. Het is niet uitgesloten dat deze vliegroutes essentiële vliegroutes zijn. In het plangebied zijn geen nesten van huismus aanwezig. Het plangebied vormt geen leefgebied voor huismus. In het plangebied zijn geen nesten van gierzwaluw aanwezig.

Toelichting

49

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Effecten De ingreep heeft geen negatieve effecten op verblijven van vleermuizen. De ingreep heeft geen negatieve effecten op het gebruik van het foerageergebied en de vliegroutes, omdat de dijk en het water intact blijven. De ingreep heeft geen negatieve effecten huismus en gierzwaluw. Toetsing Met het uitvoeren van de werkzaamheden wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Gevolgen Er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor de werkzaamheden. Conclusie De Wet natuurbescherming vormt voor dit deelgebied geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. 5.3.2.2 Schuwacht 44, 46 en 48 in Lekkerkerk Ecologisch onderzoek In verband met de sloop van twee woningen in dit deelgebied heeft BK Bouw- & Milieuadvies B.V. te Dordrecht een ecologisch onderzoek uitgevoerd (rapport van 10 oktober 2018, projectnummer 183656, Bijlage 6). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden getrokken (overgenomen uit het rapport). Voor algemeen voorkomende beschermde soorten geldt dat ze niet ontheffingsplichtig zijn, mits de zorgplicht in acht wordt gehouden. Vogels Binnen het plangebied zijn broedvogels te verwachten.

Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. Handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren, zijn eveneens niet toegestaan. Nestlocaties van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw worden gezien als jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats. Voor de verstoring van deze verblijfplaatsen en belangrijk leef- of foerageergebied is ook buiten het broedseizoen een ontheffing noodzakelijk. Met de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied worden echter geen jaarrond beschermde nestlocaties verstoord of verwijderd. Gezien de grootte van de planlocatie en het ontbreken van de nestlocatie op of in de directe omgeving van het plangebied, kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen plannen geen effect hebben op het functionele leefgebied ten opzichte van de nestlocatie. Nader onderzoek of de aanvraag tot ontheffing voor (één van) deze soorten noodzakelijk is, is dan ook niet aan de orde.

Vleermuizen Met betrekking tot de groep van vleermuizen wordt het gebouw als geschikt geacht voor bewoning. Vleermuizen zijn een zwaar beschermde soort en mogen niet verstoord worden. Jaarrond onderzoek naar vleermuizen is benodigd, op grond van toegankelijkheid voor vleermuizen en gunstige ligging ten opzichte van water en groen (NNN gebieden). Een nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk. Verder wordt niet verwacht dat andere strikt beschermde soorten voor zullen komen binnen de projectlocatie, nader onderzoek naar het voorkomen van andere soorten is dan ook niet noodzakelijk. Wel kunnen echter veranderingen in de situatie binnen het plangebied of in de planvorming altijd leiden tot andere inzichten en daarmee tot wijziging van deze conclusies. Soortgericht onderzoek vleermuizen, gierzwaluw en huismus Als vervolg op het ecologisch onderzoek heeft Regelink Ecologie & Landschap te Wageningen een soortgericht onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen, gierzwaluw en huismus (rapport van 31 oktober 2019, Bijlage 7). Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport) Resultaten Het plangebied fungeert niet als (essentieel) foerageergebied voor vleermuizen.

50

Toelichting

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Langs het plangebied loopt een niet-essentiële vliegroute voor gewone dwergvleermuis. In het kraamseizoen is één zomerverblijf van gewone dwergvleermuis waargenomen. In het plangebied is één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aanwezig. Dit verblijf wordt mogelijk ook gebruikt als winterverblijfplaats in milde omstandigheden. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor kraam- of massawinterverblijven van vleermuizen. In het plangebied is een nest van huismus aanwezig. Direct buiten het plangebied zijn minimaal nog vier nesten van huismus aanwezig. De groene erfafscheiding tussen het plangebied en Schuwacht 48-52 en de hagen tussen het plangebied en de tuin van Schuwacht 56 functioneren als rust- en schuilplekken voor de nesten van huismus en zijn beoordeeld als essentieel leefgebied voor de huismus. Er zijn geen nesten van gierzwaluw aanwezig. Effecten De ingreep heeft geen negatieve effecten op het foerageergebied en de vliegroutes. Door de ingreep verdwijnen een zomerverblijfplaats en paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Door de ingreep verdwijnt een nestplek van huismus. Mogelijk leidt de ingreep indirect (achteraf) tot het verdwijnen van essentieel leefgebied van huismus. De opdrachtgever heeft aangegeven dat dit effect niet bij de sloop van toepassing is. De ingreep heeft geen negatief effect voor gierzwaluw.

Toetsing Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden art. 3.1 lid 1 en lid 4 en art. 3.5 lid 1 en 5 van de Wet natuurbescherming overtreden. Mogelijk leidt de ingreep achteraf / indirect ook tot het overtreden van art. 3.1 lid 4 door het verwijderen van essentieel leefgebied van de huismus. Vooralsnog wordt ervan uit gegaan dat het essentieel leefgebied behouden blijft. Vervolgstappen Voordat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, dient een mitigatieplan opgesteld te worden. In dit plan staat beschreven op welke manier de negatieve effecten worden verzacht dan wel worden voorkomen. Er is reeds een offerte voor dit deel opgesteld. Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Het mitigatieplan dient als onderbouwing bij de ontheffingsaanvraag. Na het verkrijgen van de ontheffing moet een ecologisch werkprotocol worden opgesteld. Als voorwaarde voor alle komende werkzaamheden wordt opgenomen dat de groene erfafscheiding en de hagen behouden dienen te blijven. Deze voorwaarde dient ook opgenomen te worden in eventuele koopovereenkomsten als delen van de grond verkocht worden. Indien de groene erfafscheiding en/of de hagen niet behouden kunnen worden, dienen vooraf nieuwe, gelijkwaardige (zowel in kwaliteit als omvang) groene zones gecreëerd te worden, alvorens de erfafscheiding en/of hagen mogen worden verwijderd.

Indien er geen gelijkwaardig groenzones worden terug geplant, dan dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden voor het verwijderen van de erfafscheiding en/of hagen. Beschikking ontheffing Wet natuurbescherming en ecologisch werkprotocol Als vervolg op de resultaten van het soortenonderzoek is een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Bij beschikking van 15 februari 2021 met kenmerk ODH-2021-0001558 hebben Gedeputeerde Staten de gevraagde ontheffing verleend. Vervolgens is op basis van het door Regelink Ecologie & Landschap te Wageningen opgestelde ecologisch werkprotocol van 19 februari 2019 (rapportnummer RA19406-03) de bebouwing gesloopt. Het ecologisch werkprotocol en de beschikking van Gedeputeerde Staten zijn opgenomen in Bijlage 8. Conclusie De Wet natuurbescherming vormt voor dit deelgebied geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

Toelichting

51

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

5.3.2.3 Schuwacht 146-154a in Lekkerkerk Ecologisch onderzoek In verband met de sloop van de woningen aan de Schuwacht 146, 148, 150, 152 en 154a in Lekkerkerk heeft Regelink Ecologie & Landschap te Wageningen voor deze deelgebieden een ecologisch onderzoek uitgevoerd (rapport van 3 februari 2020, rapportnummer RA19484-01, Bijlage 9). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek wordt geconcludeerd dat er een vervolgonderzoek nodig is naar huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Soortgericht onderzoek vleermuizen gierzwaluw en huismus Als vervolg op het ecologisch onderzoek heeft Regelink Ecologie & Landschap te Wageningen een soortgericht onderzoek uitgevoerd naar huismus, gierzwaluw en vleermuis (rapport van 17 december 2020, Bijlage 10). Uit de resultaten van dit onderzoek kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport) Algemeen Het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit de Kennisdocumenten Gierzwaluw en Huismus en het Vleermuisprotocol 2017, waardoor gesteld kan worden dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Resultaten in het plangebied In het plangebied zijn geen nesten van huismus aanwezig. Het plangebied heeft ook geen functie als foerageergebied of andere functie voor huismus.

In het plangebied zijn geen nesten van gierzwaluw aanwezig. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen, of aanwijzingen daarvoor, aangetroffen. Resultaten buiten het plangebied In het kraamseizoen is een kraamkolonie met meerdere kraamverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis waargenomen in Schuwacht 152f. Direct buiten het plangebied zijn in de paarperiode twee paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis waargenomen in Schuwacht 152c. Direct buiten het plangebied is een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aanwezig. Net buiten het plangebied is een vliegroute van gewone dwergvleermuis aanwezig, dit betreft een essentiële vliegroute. Effecten De ingreep heeft geen direct negatief effect op verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving. De ingreep heeft geen direct negatief effect op de essentiële vliegroute van gewone dwergvleermuis. Ook indirecte effecten op de verblijfplaatsen en de vliegroute worden niet verwacht. Toetsing Met het uitvoeren van de werkzaamheden wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Conclusie De Wet natuurbescherming vormt voor dit deelgebied geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Bij uitvoering van de bouwplannen wordt rekening gehouden met de in het rapport genoemde aanbevelingen.

5.3.2.4 IJsseldijk West 26 in Ouderkerk aan den IJssel Ecologisch onderzoek In verband met de sloop van de woning heeft Regelink Ecologie & Landschap te Wageningen voor dit deelgebied een ecologisch onderzoek uitgevoerd (rapport van 26 februari 2021, rapportnummer RA20588-01, 11). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek wordt geconcludeerd dat er een vervolgonderzoek nodig is naar huismus en vleermuizen. Soortgericht onderzoek huismus en vleermuizen Als vervolg op het ecologisch onderzoek heeft Regelink Ecologie & Landschap te Wageningen een soortgericht onderzoek uitgevoerd naar huismus en vleermuizen (rapport van 29 november 2021, Bijlage

52

Toelichting

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

12). Uit de resultaten van dit onderzoek kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport) Algemeen Het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit de Kennisdocument Huismus en het Vleermuisprotocol 2021, waardoor gesteld kan worden dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd. Resultaten Het plangebied heeft geen functie voor huismus. In het plangebied zijn geen zomer- en/of kraamverblijfplaatsen waargenomen. In het plangebied baltst een gewone dwergvleermuis, maar op basis van gedrag wordt er geen paarverblijfplaats in de woning van het plangebied verwacht. Er zijn geen aanwijzingen voor winterverblijfplaats voor grotere aantallen dieren. Het plangebied fungeert als foerageergebied voor enkele gewone dwergvleermuizen en een laatvlieger, het betreft geen essentieel foerageergebied. In het plangebied zijn geen vliegroutes waargenomen. In de omgeving van het plangebied is een kraamkolonie van gewone dwergvleermuis en een essentiële vliegroute van gewone dwergvleermuis aangetroffen. Effecten binnen plangebied De ingreep heeft geen direct of indirect negatief effect op verblijfplaatsen of leefgebied van huismus. De ingreep heeft geen direct of indirect negatief effect op verblijfplaatsen van vleermuizen. Effecten buiten plangebied De ingreep heeft geen effect op verblijfplaatsen en vliegroutes in de omgeving.

Toetsing Met de sloop van de woning en het eventueel verwijderen van groen wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden. Algemene zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Conclusie De sloop van de verschillende woningen is uitgevoerd op basis van ecologisch onderzoek. Resumerend kan worden geconcludeerd dat er vanuit gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan tegen deze planontwikkelingen. Bij uitwerking van bouwplannen zullen de in het rapport genoemde aanbevelingen worden overgenomen.

5.4

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

5.4.1 Kabels en leidingen In de directe nabijheid van het plangebied liggen hoogspanningsmasten van TenneT. Binnen het invloedsgebied hiervan wordt overeenkomstig het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' opgenomen met een hierbij behorende beschermende regeling. Voor het overige liggen er naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen planologisch relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen.

Toelichting

53

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

54

Toelichting

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.

6.2

Verbeelding

Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond (GBKN) schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven. Gekozen is voor een gedetailleerd bestemmingsplan.

6.3

Regels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 6.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 6.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.

Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. 6.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Artikel 3 Agrarisch met Waarden Enkele percelen hebben de bestemming 'Agrarisch met waarden'. De betreffende gronden maken deel uit van het waardevolle agrarische cultuurlandschap van het Groene Hart en worden gebruikt het behoud

Toelichting

55

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

en herstel van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Bebouwing is daarom niet toegestaan, tenzij op de verbeelding een bouwaanduiding is opgenomen voor bestaande gebouwen. Deze mogen uitsluitend als bijgebouw worden gebruikt. Omgevingsvergunning voor aanlegwerkzaamheden De regels voor de agrarische bestemming bevat een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van werkzaamheden, niet zijnde bouwwerkzaamheden. Dit betreft de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het opgenomen stelsel heeft als doel om de aanwezige en potentiële natuur- en landschapswaarden binnen deze bestemming te beschermen. Tevens mogen de vergunningplichtige werkzaamheden geen negatieve gevolgen hebben voor het landschap en/of de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Artikel 4 Bedrijf De op de verbeelding voor 'Bedrijf' aangeduide gronden zijn, met inachtneming van de nadere aanduidingen, bestemd voor gebouwen en andere voorzieningen ten behoeve van bedrijven. Aan de hand van de richtafstanden is binnen deze bestemming een milieuzonering opgenomen aan de hand waarvan wordt aangegeven welke categorie ter plaatse is toegestaan. De algemene toelaatbaarheid van bedrijvigheid bedraagt maximaal milieucategorie 2.

Een Staat van Bedrijfsactiviteiten van toegestane bedrijven is als Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen. Binnen de bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken. In de regels is onder meer de toegestane bouwhoogte van de hoofdgebouwen vastgelegd. Met betrekking tot de situering van de hoofdgebouwen zijn op de verbeelding bebouwingsvlakken ingetekend, waarin de hoofdgebouwen gesitueerd dienen te worden. Artikel 5 Bedrijventerrein Het in het plangebied gelegen bedrijf aan de IJsseldijk West 26 in Ouderkerk aan de IJssel is positief bestemd. Bedrijven tot en met categorie 3.2 zijn toegestaan binnen deze bestemming. Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. Een Staat van Bedrijfsactiviteiten van toegestane bedrijven is in Bijlage 2 opgenomen. Binnen de bestemming zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Artikel 6 Tuin De gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen, behorende bij de in de aangrenzende bestemming gelegen hoofdgebouwen. Op de gronden met deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan tot een hoogte van 2 meter, tenzij op de verbeelding een bouwaanduiding is opgenomen voor bestaande gebouwen. Deze mogen uitsluitend als bijgebouw worden gebruikt.

Artikel 7 Wonen De op de kaart voor 'Wonen' aangeduide gronden zijn, met inachtneming van de nadere aanduidingen, bestemd voor gebouwen en andere voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van personen. Binnen deze bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, zoals bijgebouwen, aan- of uitbouwen en andere bouwwerken. In de regels zijn onder meer de toegestane goot- en bouwhoogte van de hoofdgebouwen vastgelegd. Uitgangspunt is een maximum inhoudsmaat van de woning van 715 m³. Met betrekking tot de situering van hoofdgebouwen zijn op de verbeelding bouwvlakken ingetekend, waarin hoofdgebouwen gesitueerd dienen te worden. Voor bijbehorende bouwwerken is de maximale oppervlakte op de volgende wijze gerelateerd aan de perceelsgrootte: Grootte achtererfgebied Maximale gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen < 500 m² 50 m² 500 - 750 m² 75 m² 750 m² 100 m² Artikel 8 Leiding - Hoogspanningsverbinding Om het zakelijk recht rondom de boven- en ondergrondse hoogspanningslijnen veilig te stellen, is aan weerszijden van deze leidingen een dubbelbestemming opgenomen. Binnen deze bestemming mogen

56

Toelichting

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

geen bouwwerken worden opgericht, anders dan ten behoeve van deze leidingen. Artikel 9 en 10 Waarde - Archeologie 3 en 4 Het plangebied ligt in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarden. Hiervoor zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3 en 4' opgenomen met daaraan gekoppeld een omgevingsvergunningenstelsel. Artikel 11 Waterstaat - Waterkering De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' is overgenomen uit de geldende bestemmingsplannen. Op deze gronden mogen geen nieuwe gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, tenzij advies is ingewonnen bij het hoogheemraadschap. Artikel 12 Waterstaat - Waterstaatkundige functie Ten behoeve van regelgeving van Rijkswaterschap is langs de Lek en Hollandsche IJssel de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' opgenomen. Deze bestemming omvat het gebied dat in de Beleidslijn grote rivieren onder het stroomvoerend en het bergend regime valt. Het bestemmingsplan heeft hierbij met name een signalerende functie. Nieuwe ontwikkelingen in dit gebied dienen te worden getoetst aan het beleid van Rijkswaterstaat. 6.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Artikel 13 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot.

Artikel 14 Algemene bouwregels In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals extra bouwmogelijkheden voor kelders en ondergronds bouwen. Verder is opgenomen dat bebouwing ten minste 2 meter uit de slootranden dient te worden gesitueerd. Een en ander in lijn met de keur van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Artikel 15 Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Artikel 16 Algemene aanduidingsregels In de 'Algemene aanduidingsregels' zijn zones opgenomen die over verschillende bestemmingen heen liggen. Het betreft geluidzones rondom bedrijventerreinen, milieuzones voor boringsvrije zone en stilte. Artikel 17 Algemene afwijkingsregels Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Met een door het bevoegd gezag te verlenen afwijking kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoeringen voor bouwwerken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van de regels, worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd.

Artikel 18 Overige regels In lid 18.1 is een algemeen afwegingskader voor het toepassen van flexibiliteitsbepalingen en verlenen van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. Hieraan dient getoetst te worden bij aanvragen om binnenplanse afwijkingen en aanvragen om omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

Toelichting

57

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

In artikel 18.2 zijn de regels over parkeren opgenomen met verwijzing naar de CROW-publicatie 381 (december 2018). Als regel wordt uitgegaan van de maximum parkeernorm. Voorts is in dit artikel een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om te kunnen afwijken van de parkeernormen uit de CROW-publicatie 381. 6.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Artikel 19 Overgangsrecht Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 20 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

6.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.

Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. Conclusie Het bestemmingsplan is zodanig opgesteld met toelichting, regels en verbeelding dat handhaving op naleving hiervan goed mogelijk is.

58

Toelichting

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid en resultaten overleg

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente en initiatiefnemers/exploitanten van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. Tussen de gemeente en betreffende exploitanten zijn overeenkomsten gesloten in het kader van de uitkoopregeling van de Minister van Economische Zaken. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen om een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de overeenkomst. De economische uitvoerbaarheid is voldoende aangetoond.

7.2

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan door middel van een E-formulier bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aangemeld. Voorts is het ontwerp toegezonden aan een aantal vooroverleginstanties.

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor het ontwerpbestemmingsplan is de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft daartoe vanaf 13 december 2023 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn geen mondelinge en/of schriftelijke zienswijzen ingediend.

Toelichting

59

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

60

Toelichting

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Regels

Regels

61

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP2006BG014-VG01 van de gemeente Krimpenerwaard. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3 aan- en uitbouwen Een gebouw, in één bouwlaag en aangebouwd aan de (bedrijfs)woning, welk onderscheiden kan worden van de (bedrijfs)woning en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan de (bedrijfs)woning; functionele ondergeschiktheid is niet vereist. 1.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aan-huis-verbonden beroep Een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, kunstzinnig, ICT (internetverkoop) of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, dat in een woning (inclusief aan- en uitbouwen) wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, waarbij in ieder geval niet zijn begrepen reclame-uitingen. 1.7 achtergevel Gevel aan de achterzijde van een gebouw.

1.8 agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarop een bedrijfsmatige, op de markt gerichte productie plaatsvindt, welke een wezenlijke bijdrage levert aan de inkomensvorming. 1.9 ander bouwwerk Een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.10 archeologisch onderzoek Onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.11 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.12 bebouwingsgrens Een grens van een bouwperceel, welke niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen.

62

Regels

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

1.13 bebouwingspercentage Een binnen een bij het plan behorend geometrisch bepaald vlak of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van een deel van het bouwperceel, dan wel bouwvlak of bestemmingsvlak dat ten hoogste mag worden bebouwd; dit percentage heeft geen betrekking op ondergrondse parkeergarages. 1.14 Bed & Breakfast Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een Bed & Breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de eigenaren. 1.15 bedrijfswoning Een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting. 1.16 bedrijfsgebouwen Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.17 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, met uitzondering van bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; b.

bij gebruik: het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.18 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.19 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20 bevoegd gezag Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.21 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.22 bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand, gebouw, dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.23 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.24 bouwgrens De grens van een bouwvlak.

Regels

63

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

1.25 bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen. 1.26 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.27 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. 1.28 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.29 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.30 bruto vloeroppervlakte (b.v.o.) De gezamenlijke vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels, horeca of andere bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnruimte en overige dienstruimten. 1.31 dakkapel Een uitspringend venster als onderbreking in een dakvlak. 1.32 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop of verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen en diensten aan degenen die deze goederen en diensten kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Hieronder wordt mede begrepen een internetwinkel, waarbij de detailhandel uitsluitend plaatsvindt via een elektronische of schriftelijke opdracht verloopt. 1.33 detailhandel in volumineuze goederen Detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, in de vorm van detailhandel in auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair en naar de aard daarmee gelijk te stellen artikelen. 1.34 dienstverlening Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. 1.35 extensief dagrecreatief medegebruik Extensieve vorm van dagrecreatie, zoals wandelen, fietsen, vissen, picknicken en paardrijden, inclusief naar de aard en omvang daartoe behorende voorzieningen, zoals picknicktafels en informatieborden, waarbij de recreatievorm geen specifiek beslag legt op de ruimte. 1.36 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.37 grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf.

Grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.

64

Regels

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

1.38 hoofdgebouw Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.39 huishouden Eén of meer personen die een huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. Bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.40 kantoor Een (deel van een) gebouw dat door aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard. 1.41 mantelzorg Tijdelijke zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak, door personen uit diens omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. 1.42 nevenactiviteit Activiteit die uitsluitend uitgeoefend kan worden naast een feitelijk aanwezige hoofdfunctie en binnen bestaande bebouwing, en wat betreft vloeroppervlak en inkomensvorming ondergeschikt is aan die hoofdfunctie.

1.43 ondergeschikte detailhandel Op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit tot de bestemming behorende bedrijven, waarbij de detailhandelsfunctie in ruimtelijk, functioneel en bedrijfseconomisch opzicht ondergeschikt is aan de bedrijfsfunctie en waarbij de goederen functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten. 1.44 onderkomen Een voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel en soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken. 1.45 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.46 peil a. voor gebouwen op of langs een dijk: 1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de kruin van een dijk grenzen of waarvan de voorgevel binnen een afstand van 3 meter uit de kruin van de dijk is gelegen: de hoogte van de kruin van de dijk; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; b. voor gebouwen niet op of langs een dijk: 1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de openbare weg grenzen: de hoogte van de kruin van die openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; c. voor andere bouwwerken: 1.

de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

Regels

65

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

1.47 permanente bewoning Gebruik als hoofdverblijf als bedoeld in de Wet Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (Wet GBA), waaronder wordt verstaan: het gebruik als woning door eenzelfde persoon, (deel van) een gezin of samenwoning op een wijze die ingevolge het in de Wet GBA bepaalde noopt tot inschrijving in het persoonsregister van de gemeente en/of het in de periode van 1 november tot 15 maart meer dan 70 maal ter plaatse nachtverblijf houden, terwijl betrokkene niet elders daadwerkelijk over een hoofdverblijf beschikt. 1.48 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.49 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen. 1.50 seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub; al dan niet in combinatie met elkaar; een escortbedrijf wordt niet onder seksinrichting verstaan.

1.51 vee Alle dieren die door de mens worden gehouden, vetgemest of gefokt en die worden gebruikt voor de productie van voedsel (met inbegrip van vlees, melk en eieren), wol, bont, veren, huiden of enig ander product van dierlijke oorsprong. 1.52 volwaardig agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarin, gelet op het aantal dieren, hoeveelheid grond en/of inrichting, een volwaardige arbeidskracht gedurende het hele jaar een volledige dagtaak vindt en dat voldoende bestaansmogelijkheden biedt om duurzaam bij wijze van hoofdberoep te worden geëxploiteerd. 1.53 voldoende parkeergelegenheid Parkeergelegenheid voor auto's, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de gemiddelde parkeerkencijfers van CROW-publicatie 317 (oktober 2012) en diens rechtsopvolger(s), dan wel later door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels over parkeren. 1.54 voorgevel De naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.55 waarden De aan een bouwwerk, gebied of specifiek element in een gebied toegekende kenmerkende waarde op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, geografie, aardkunde, natuur, landschap en/of ecologie. 1.56 wonen Het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid conform de onderhavige begripsbepaling.

1.57 woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.58 wooneenheid Een zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen.

66

Regels

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 het bebouwingspercentage a. De in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing in een bouwvlak dan wel aanduidingsvlak tot de oppervlakte van dat bouwvlak dan wel aanduidingsvlak, per bouwperceel gemeten; b.

ingeval geen bouwvlak dan wel aanduidingsvlak is aangegeven wordt onder bebouwingspercentage verstaan de in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing tot de oppervlakte van het bestemmingsvlak, per bouwperceel gemeten. 2.7 ondergeschikte bouwonderdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversiering, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

Regels

67

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch aanverwant gebruik, zoals het beweiden van dieren, al dan niet in het kader van de agrarische bedrijfsvoering; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voormalig agrarisch bedrijf' uitsluitend het bestaande gebruik is toegestaan, met dien verstande dat de bedrijfswoning tevens door een derde mag worden bewoond; c. een bijgebouw, uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouw'; d. hobbymatig agrarisch gebruik; e. kleinschalige landschapselementen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. behoud en herstel van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden, waaronder begrepen ecologische oevers. h. extensief recreatief medegebruik; i. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen en paden. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd waarbij de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de 'specifieke vorm van agrarisch – voormalig agrarisch bedrijf' uitsluitend de bestaande agrarische bedrijfsgebouwen en daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen toegestaan, met dien verstande dat: 1.

ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouw' één bijgebouw is toegestaan, waarvan de maatvoering niet meer mag bedragen dan het bestaande gebouw. 3.2.1 Bestaande maatvoering Voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen als genoemd in 3.2, sub b geldt, het volgende: indien en voor zover de bestaande maatvoering en/of oppervlaktes en/of situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de genoemde maxima, dan wel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en/of opstallen voor: a. woondoeleinden en het bewonen van bedrijfsruimte, met uitzondering van de toegestane (bedrijfs)woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voormalig agrarisch bedrijf', met dien verstande dat het tevens verboden is bijgebouwen met de bouwaanduiding 'bijgebouw' te gebruiken of te laten gebruiken als zelfstandige woonruimte. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren:

68

Regels

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m², uitgezonderd ten aanzien van agrarische bouwvlakken; d. het aanbrengen of rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting en bomen. 3.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 3.4.1 is niet van toepassing voor werken en/of werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd ten dienste van de in lid 3.1 bedoelde bestemming; b. werken en werkzaamheden welke vanuit het oogpunt van te beschermen landschappelijke belangen van ondergeschikte betekenis zijn; c. betrekking hebben op normaal onderhoud en gebruik; d. betrekking hebben op normaal agrarisch gebruik; e. zien op het aanleggen van verhardingen ten behoeve van in- en uitritten; f. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; g. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning.

3.4.3 Voorwaarden van een omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in 3.4.1 kan slechts worden verleend indien en voor zover door de uitvoering van het werk of de werkzaamheid dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

Regels

69

bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen

Artikel 4

Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven vallende onder de categorieën 1 en 2 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'; b. ondergeschikte detailhandel; c. aan-huis-verbonden beroep, uitsluitend in de bedrijfswoning en bijgebouwen; d. groenvoorzieningen; e. wegen, paden en verhardingen; f. parkeervoorzieningen; g. nutsvoorzieningen, met de daarbij behorende: h. erven; i. bouwwerken; j. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen; k. duikers. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels. 4.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen mag niet worden vergroot; b. de goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum goothoogte' is aangegeven. Indien geen goothoogte is aangegeven, mag de goothoogte niet meer dan 6 m bedragen; c. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven. Indien geen bouwhoogte is aangegeven mag de bouwhoogte niet meer dan 10 m bedragen; d.

Indien uitsluitend een bouwhoogte is opgenomen mag de goothoogte niet meer bedragen dan de bouwhoogte. 4.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. bedrijfswoningen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. per bouwvlak is één bedrijfswoning toegestaan dan wel het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is geen bedrijfswoning toegestaan; d. de inhoud van bedrijfswoningen mag niet meer dan 715 m³ bedragen; e. de goothoogte van bedrijfswoningen mag niet meer dan 6 m bedragen; f. de bouwhoogte van bedrijfswoningen mag niet meer dan 10 m bedragen. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen, zoals aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak en achter (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning; b. de oppervlakte van bijgebouwen bij de woning mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is weergegeven, dan wel de bestaande oppervlakte met inachtneming van de bestaande lengte, breedte, goot- en bouwhoogte per bijgebouw; c. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen; d. de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 6 m bedragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=f27e2838-119b-4d95-aafa-cf824af17353