BP Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen, toelichting en regels, 16-04-2024
Tekst van het document
Bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Gemeente Krimpenerwaard Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling IDN: Status: Versie: Datum:
NL.IMRO.1931.BP2006BG014-VG01 Vastgesteld 01 16 april 2024
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 24 maart 2020 19 oktober 2023 5 december 2023 16 april 2024
VERSIE 2e versie 2e versie 1e versie 1e versie
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
4
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
9 9 9 10 11
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan 2.2 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.3 Nieuwe situatie 2.4 Verkeer en parkeren
13 13 15 15 16
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
17 17 20 25 26
Hoofdstuk4
31
4.1 4.2 4.3 4.4
Water
Inleiding Beleidskader rijk en provincie Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Waterhuishouding
31 31 32 33
Hoofdstuk5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Flora en fauna 5.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
35 35 44 47 53
Hoofdstuk6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Verbeelding 6.3 Regels 6.4 Handhaving bestemmingsplan
55 55 55 55 58
Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
59 59 59 59
Regels
61
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Toelichting
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
62 62 67
5
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Bedrijf Bedrijventerrein Tuin Wonen Leiding - Hoogspanningsverbinding Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterstaatkundige functie
68 68 70 72 74 75 77 79 82 85 86
Hoofdstuk3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
87 87 88 89 90 91 92
Hoofdstuk4 Artikel 19 Artikel 20
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
93 93 94
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Akoestischonderzoek
Bijlage 2
Bodemonderzoek Schuwacht 150-152 , Lekkerkerk
Bijlage 3
Rapport magneetveldzone
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek Noord 1, 1a en 1b, Krimpen aan de Lek
Bijlage 5
Soortenonderzoek Noord 1, 1a en 1b, Krimpen aan de Lek
Bijlage 6
Ecologisch onderzoek Schuwacht 44-48, Lekkerkerk
Bijlage 7
Soortenonderzoek Schuwacht 44-48, Lekkerkerk
Bijlage 8
Werkprotocol Schuwacht 44-46, Lekkerkerk
Bijlage 9
Ecologisch onderzoek Schuwacht 146-154a, Lekkerkerk
Bijlage 10
Soortenonderzoek Schuwacht 146-154a, Lekkerkerk
Bijlage 11
Ecologisch onderzoek IJsseldijk West 26, Ouderkerk aan den IJssel
Bijlage 12
Soortenonderzoek IJseldijk West 26, Ouderkerk aan den IJssel
Bijlagen bij regels Bijlage 1
6
Staat van bedrijfsactiviteiten
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Bijlage 2
Inhoudsopgave
Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerrein
7
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
8
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 1 januari 2017 is de 'Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding' (hierna: uitkoopregeling) van de Minister van Economische Zaken in werking getreden. De doelstelling van deze uitkoopregeling is het verminderen van het aantal woningen die loodrecht onder hoogspanningslijnen staan. De uitkoopregeling maakt het mogelijk dat gemeenten woningen die recht onder de draden van een hoogspanningsleiding staan aankopen als de eigenaren daarvoor kiezen. De gemeente krijgt de kosten vergoed door het Ministerie van Economische Zaken. In Nederland is nergens sprake van een onveilige situatie onder de draden van een hoogspanningsleiding, maar met de uitkoopregeling komt het kabinet tegemoet aan de maatschappelijke wens om bewoners de mogelijkheid te geven om niet langer te wonen onder een hoogspanningsleiding. Het college heeft in haar vergadering van 20 februari 2017 besloten om uitvoering te geven aan deze uitkoopregeling. Voorwaarde voor het verkrijgen van een subsidie op grond van de uitkoopregeling is dat de woonbestemming onttrokken wordt middels een wijziging van de bestemming. Wonen onder een hoogspanningslijn op deze locatie is dan niet meer mogelijk. In het kader van de uitkoopregeling hebben tot nog toe vijf bewoners/ eigenaren zich bij de gemeente aangemeld om van deze regeling gebruik te maken.
Met 12 eigenaren heeft de gemeente afspraken gemaakt over verwerving van de gronden. De gemeente heeft 12 woningen aangekocht met als doel deze te saneren. Enkele woningen zijn al gesloopt. De overige woningen zullen in 2023 worden gesloopt, dan wel worden onttrokken aan de woningvoorraad. Het gaat hier om de volgende deelgebieden: 1. Noord 1, 1a, en 1b in Krimpen aan de Lek; 2. Schuwacht 44, 46 en 48 in Lekkerkerk; 3. Schuwacht 146-148 in Lekkerkerk; 4. Schuwacht 150, 152 en 154a in Lekkerkerk; 5. IJsseldijk West 26 in Ouderkerk aan den IJssel. In het verlengde hiervan zijn met enkele eigenaren aanvullende afspraken gemaakt om de bedrijfswoning elders te herbouwen. Het betreft twee woningen in deelgebied 4. Om de nieuwe bestemmingen vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
De vijf deelgebieden liggen in het buitengebied van de gemeente Krimpenerwaard onder verschillende hoogspanningsverbindingen van TenneT. Het betreft de volgende verbindingen: a. 150 kV Krimpen - Waalhaven (deelgebieden 1) b. 380 kV Krimpen - Geertruidenberg (deelgebied 2); c. 380 kV Krimpen - Dordrecht (deelgebieden 3 en 4); d. 380 kV Krimpen - Bleiswijk (deelgebied 5). De hoogspanningsleidingen met deelgebieden zijn weergegeven in figuren 1a en 1b.
Toelichting
9
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Figuur 1a: Hoogspanningsleidingen. De deelgebieden zijn met een rode stip aangeduid.
Figuur 1b: Hoogspanningsleidingen. De deelgebieden zijn met een rode stip aangeduid.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen. nr. Bestemmingsplan 1-4 "Landelijk Gebied (voormalige gemeente Nederlek" 5. "IJsseldijk-West" "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard"
10
Raadsbesluit 14 juli 2020
Uitspraak Raad van State n.v.t.
17 december 2009 29 januari 2019
n.v.t. n.v.t.
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
1. Deelgebied Noord 1, 1a, en 1b in Krimpen aan de Lek Op het perceel Noord 1 is een bouwvlak opgenomen van een inmiddels gesloopte woning. De percelen Noord 1a en 1b zijn bestemd voor 'Wonen' met een bouwvlak voor 2 wooneenheden. Ook deze woningen zijn al gesloopt. 2. Deelgebied Schuwacht 44, 46 en 48 in Lekkerkerk Binnen de kadastrale percelen sectie D, nrs. 7581, 7580, 7579 en 7578 staat een blok van vier woningen. 3. Deelgebied Schuwacht 146-148 in Lekkerkerk Binnen het bouwvlak zijn 2 woningen toegestaan (sectie D, nrs. 7140/7407, 5425 en 5426). 4. Deelgebied Schuwacht 150, 152 en 154a in Lekkerkerk Op de percelen Schuwacht 150 en 152 staan bedrijfswoningen. Binnen de bestemming 'Bedrijf' is één bedrijfswoning toegestaan. De woning op nummer 154a heeft een woonbestemming. 5. Deelgebied IJsseldijk West 26 in Ouderkerk aan den IJssel Op dit perceel is in het bestemmingsplan 'IJsseldijk-West' een bedrijfswoning toegestaan. De woonbestemmingen op voornoemde percelen dienen te worden geschrapt om in aanmerking te komen voor een bijdrage op grond van de uitkoopregeling. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt voldaan aan de eis om van de betreffende deelgebieden de woonbestemming te schrappen, te weten binnen 5 jaar na uitkering op grond van de uitkoopregeling. Daarnaast wordt voor deelgebied 4 de verplaatsing/ herbouw van een bedrijfswoning mogelijk gemaakt.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijke beleid beschreven. De Waterparagraaf komt aan de orde in Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 omvat de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Toelichting
11
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
12
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
Uitgangspunten Bij het opstellen van dit onderhavige bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: Op basis van de uitkoopregeling dient uit planologisch-juridisch oogpunt geborgd te zijn dat de te slopen woningen niet meer zullen worden herbouwd onder de hoogspanningsleiding dan wel permanent aan de woonbestemming worden onttrokken. De bouwmogelijkheid die de thans geldende woonbestemming biedt dient om die reden van het plangebied verwijderd te worden. De her te bestemmen gronden krijgen een vervolgfunctie zoals 'Tuin', 'Agrarisch met waarden' (zonder bouwvlak) of een andere passende bestemming waar geen nieuwe woning is toegestaan. In deelgebied 4 wordt aan de rand van de magneetveldzone de herbouw van twee bedrijfswoningen toegestaan. Behoud en handhaving van de ter plaatse geldende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen, zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Krimpenerwaard dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij de geldende bestemmingsplannen voor het buitengebied. Doelstellingen De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het saneren van woningen in vijf deelgebieden in het kader van de uitkoopregeling voor het wonen onder een hoogspanningsverbinding.
In dat kader verplicht de uitkoopregeling dat niet alleen fysieke sloop plaatsvindt van de woningen, maar dat het ook voorkomen wordt dat het alsnog mogelijk is ter plaatse nieuwe woningen op te richten. Kort gezegd dient het bouwrecht op de plek van de betreffende woningen verwijderd te worden. Het bouwvlak dient om die reden van de bestemming 'Wonen' verwijderd te worden. 1. Deelgebied Noord 1, 1a, en 1b in Krimpen aan de Lek Het bouwvlak van de inmiddels gesloopte woning aan Noord 1 dient te worden geschrapt. De twee woningen Noord 1a en 1b zijn ook al gesloopt. Om herbouw onmogelijk te maken dienen de bouwvlakken van de woonbestemming van deze woonpercelen te worden gewijzigd in 'Tuin', waarbij een bestaande schuur kan worden gehandhaafd.
Rechts stonden de woningen Noord 1a en 1b. De schuur blijft gehandhaafd.
Hier stond de woning aan Noord 1.
2. Deelgebied Schuwacht 44, 46 en 48 in Lekkerkerk De bestemming 'Wonen' van nummer 48 dient te worden verwijderd. De woning kan als bijgebouw worden gebruikt voor de naastgelegen woning wanneer publiekrechtelijk wordt vastgelegd dat bewoning niet langer is toegestaan. De bestemming van de woningen aan de Schuwacht 44 en 46 dient te worden geschrapt. Deze gronden dienen te worden gewijzigd in 'Agrarisch', waarbij de bestaande schuur kan worden gehandhaafd.
Toelichting
13
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Rechts de woning Schuwwacht 48.
Achter deze woning staan nummers 44 en 46.
3. Deelgebied Schuwacht 146-148 in Lekkerkerk De bestemming van de twee woningen aan Schuwacht 146 en 148 dient te worden geschrapt. De woningen dienen vervolgens te worden gesloopt.
De te slopen woningen Schuwacht 146 en 148.
De woningen staan onder een hoogspanningslijn.
4. Deelgebied Schuwacht 150, 152 en 154a in Lekkerkerk De twee bedrijfswoningen op nummer 150 en 152 dienen te worden gesloopt. Het is mogelijk deze twee bedrijfswoningen verder vanaf de hoogspanningsleiding te herbouwen op een aangrenzend perceel. De woning Schuwacht 154a wordt eveneens gesloopt.
Schuwacht 154a.
Te slopen woningen Schuwacht 150 (rechts) en 152 (links).
5. Deelgebied IJsseldijk West 26 in Ouderkerk aan den IJssel De bedrijfswoning binnen de zone van 380 kV hoogspanningsverbinding dient te worden wegbestemd.
14
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Rechts bestaande te schrappen bedrijfswoning.
2.2
Deelgebied vanaf IJsseldijk West.
Bestaande situatie plangebied en omgeving
Veenweide Het grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandsche IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de dijklinten c.q. kleinschalige linten in het veenweidegebied met bruggetjes en knotwilgen met daarachter de ruimte met sloten en weilanden. Dijklint De bebouwing van alle deelgebieden bevindt zich in het buitengebied achter een dijklint. Het bebouwingslint achter het dijklichaam van de Lek en de Hollandsche IJssel kent een zeer divers gebruik: agrarische bedrijven, woningen en niet agrarische bedrijven liggen naast elkaar. Kenmerkend zijn de doorzichten van de bebouwingslinten naar het open veenweidegebied.
2.3
Nieuwe situatie
1. Deelgebied Noord 1, 1a, en 1b in Krimpen aan de Lek Het bouwvlak van de inmiddels gesloopte woning aan Noord 1, 1a en 1b krijgt de bestemming 'Tuin'. De bestaande schuur wordt met een bouwaanduiding opgenomen. Door middel van een specifieke gebruiksregel wordt vastgelegd dat wonen hier niet is toegestaan. 2. Deelgebied Schuwacht 44, 46 en 48 in Lekkerkerk De functie van 'Wonen' van het perceel sectie D, nr. 7578 (nummer 48) wordt gewijzigd in 'Tuin' waarbij de woning als bijgebouw kan worden gebruikt van de naastgelegen woning. Door middel van het opnemen van een specifieke gebruiksregel wordt vastgelegd dat Wonen hier niet is toegestaan. Achter dit woonblok staan aan de Schuwacht 44 en 46 twee woningen met een bouwvlak voor 2 woningen (sectie D, nrs. 7131 en 7132). Deze woonbestemming wordt gewijzigd in 'Tuin'. Het hierachter gelegen woonperceel, sectie D, nr. 5684 krijgt de bestemming 'Agrarisch met waarden' zonder bouwvlak. De schuur die er staat blijft gehandhaafd. 3. Deelgebied Schuwacht 146-148 in Lekkerkerk De bestemming van de twee woningen aan Schuwacht 146 en 148 wordt geschrapt. Deze bestemming wordt gewijzigd in 'Tuin'. 4. Deelgebied Schuwacht 150, 152 en 154a in Lekkerkerk Het voorste gedeelte langs de Schuwacht wordt gewijzigd in 'Agrarisch'. Het achterste gedeelte behoudt de bestemming 'Bedrijf' zonder bedrijfswoningen.
Noordoostelijk hiervan ligt een agrarisch perceel, sectie D, nr. 7663, welke gedeeltelijk wordt gewijzigd in 'Bedrijf' met een bouwvlak voor twee nieuwe
Toelichting
15
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
bedrijfswoningen. Daarnaast wordt de woonbestemming van het perceel Schuwacht 154a gewijzigd in 'Agrarisch' zonder bouwvlak. 5. Deelgebied IJsseldijk West 26 in Ouderkerk aan den IJssel Het bouwvlak en de functieaanduiding van één bedrijfswoning die binnen de zone van 380 kV hoogspanningsverbinding ligt wordt geschrapt.
2.4
Verkeer en parkeren
Verkeer De deelgebieden liggen aan buurt- dan wel gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom. De maximum snelheid op de Noord is 50 km/uur. Op de overige wegen is de maximum snelheid 60 km/uur. Deze ontwikkelingen zullen ten opzichte van de bestaande planologische situatie geen extra verkeer aantrekken. Er bestaan verkeerskundig geen bezwaren tegen deze vervolgfuncties. Noord. Schuwacht.
Schuwacht. IJsseldijk West. Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Krimpenerwaard. Op 29 januari 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan Parkeren Krimpenerwaard vastgesteld. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 381). De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 18.2, waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. Bij uitwerking van nieuwe bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. Voor zover sprake is van nieuwe (vervolgfuncties) zal bij een aanvraag omgevingsvergunning moeten worden aangetoond dat de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein kan worden gerealiseerd. In artikel 18.2 van het bestemmingsplan wordt dit geborgd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de minimale maatvoering wat nodig is om gebruik van parkeerruimte mogelijk te maken. De percelen waar nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden zijn zodanig van omvang dat voldaan kan worden aan de parkeerkencijfers van het gemeentelijke parkeerbeleid.
16
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding Op 1 januari 2017 is de 'Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding' in werking getreden. De uitkoopregeling maakt het mogelijk dat gemeenten woningen aankopen of laten verplaatsen, als de eigenaren daarvoor kiezen. Het gaat daarbij om woningen die recht onder de draden van een hoogspanningsverbinding staan. Woningeigenaren die gebruik willen maken van de uitkoopregeling kunnen zich tussen 1 januari 2017 en 1 juli 2021 melden bij hun gemeente. Het kabinet komt met de uitkoopregeling tegemoet aan de maatschappelijke wens om bewoners de mogelijkheid te geven om niet langer te wonen onder een hoogspanningsleiding. Als een woning voor uitkoop of verplaatsing in aanmerking komt, kiest de eigenaar daar zelf voor daarvan gebruik te maken. Niemand hoeft gedwongen te verhuizen. In Nederland is nergens sprake van een onveilige situatie onder de draden van een hoogspanningsleiding. De Europese Unie beveelt aan dat mensen niet bloot worden gesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microtesla. Alle voor het publiek toegankelijke plaatsen bij hoogspanningsleidingen (waaronder woningen) voldoen hier ruimschoots aan.
Een woning komt in aanmerking voor de uitkoopregeling als deze op de peildatum van 1 januari 2017 en op het moment van aanvraag: recht onder of tussen de draden van een hoogspanningslijn van 220 of 380 kV (kilovolt) staat, of recht onder of tussen de draden van een hoogspanningslijn van 50, 110 of 150 kV staat én buiten een bevolkingskern ligt, of recht onder of tussen de draden van een hoogspanningslijn van 110 of 150 kV staat en binnen een bevolkingskern ligt, waarbij de tracélengte korter is dan 1 kilometer (of 500 meter in geval van een eind- of tussenstation) Het gaat daarbij om de volle breedte van de draden die tussen de masten hangen, dus inclusief de buitenste draad, ook als dat een bliksemdraad is. De woning hoeft niet volledig onder de draden van een hoogspanningsleiding te staan, een klein deel van de woning volstaat ook. Wel moet de woning zelf of het woongedeelte van het pand onder of tussen de hoogspanningsleiding liggen en niet een losstaande schuur, garage of andere bijgebouwen, of de tuin van de woning. In twijfelgevallen kan in overleg met de gemeente een meting worden verricht. De uitkoopregeling is bedoeld voor woningen waar verkabeling of verlegging van de hoogspanningsverbinding niet aan de orde is. De gemeente geeft na aankoop van een woning en/of het perceel een nieuwe bestemming.
Uiterlijk vijf jaar na toekenning van een uitkering op grond van de regeling mag het perceel geen woonbestemming meer hebben. Als er geen andere bestemming mogelijk is voor de woning zal deze worden gesloopt. In het kader van de uitkoopregeling zijn de woningen die onder een hoogspanningsleiding liggen, door de bewoners verkocht aan de gemeente Krimpenerwaard. De gemeente heeft deze woningen aangekocht met als doel deze te slopen, dan wel een passende vervolgfunctie te geven. Inmiddels zijn er al 11 woningen gesloopt (waaronder Noord 1, 1a en 1b in Krimpen aan de Lek). Middels onderhavig bestemmingsplan wordt voldaan aan de eis om van de betreffende deelgebieden de woonbestemming te schrappen, te weten binnen 5 jaar na uitkering op grond van de uitkoopregeling. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot
Toelichting
17
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.
Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen.
Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd. Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Het plangebied is gelegen in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkelingen voorzien in de herontwikkeling van een aantal percelen, waarbij uitvoering wordt gegeven aan de 'Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding' zoals genoemd in paragraaf 3.1.1.
18
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze (14) belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Bij de herbestemming van het plangebied is het nationale belang van de elektriciteitsvoorziening relevant. Voorliggend plan saneert 12 woningen onder een hoogspanningsleiding.
Hierdoor verdwijnen er (toekomstige) belemmeringen voor een uitbreiding van de hoogspanningsleiding. Hiermee is het nationale belang van de elektriciteitsvoorziening voldoende verzekerd. 3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Dit betekent voor alle ruimtelijke plannen: 1. eerst kijken of er een regionale vraag is naar een bepaalde ontwikkeling; 2. vervolgens kijken of het bestaand stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt; 3. mocht nieuwbouw nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en bereikbaarheid. Sloop woningen De herbestemming van het plangebied behelst het saneren van 12 bestaande woningen. De woningen worden wegbestemd en gesloopt dan wel krijgen een passende vervolgfunctie waar wonen is verboden. Aangezien de herbestemming niet voorziet in het creëren van meer bouwmogelijkheden is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.
Verplaatsing woningen In deelgebied 4 worden twee bedrijfswoningen elders herbouwd naast de hoogspanningsleiding. Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Ladder, zodat een toetsing achterwege kan blijven. In paragraaf 3.2.2 wordt dit toegelicht.
Toelichting
19
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
3.1.5 Conclusie Rijksbeleid Dit bestemmingsplan geeft uitvoering aan één van de voorwaarden van de 'Regeling specifieke uitkering aankoop woningen onder een hoogspanningsverbinding' van de Minister van Economische Zaken om woningen met een financiële bijdrage te slopen die loodrecht onder hoogspanningslijnen staan. Hiervoor hebben zeven bewoners/eigenaars een overeenkomst gesloten met de gemeente. Het rijksbeleid laat zich verder niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. De initiatieven raken geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkelingen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater,
20
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart bestaat uit een aantal legenda-eenheden. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. Het plangebied ligt in het gebiedsprofiel Krimpenerwaard. In paragraaf 3.2.3 wordt hierop ingegaan. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De Laag van de Ondergrond (eerste laag) van alle deelgebieden wordt gevormd door rivierklei en veen in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil herkenbaar houden tussen komgronden en oeverwallen.
In de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen maakt het gebied onderdeel van het veen(weide) landschap. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. In het oosten van de provincie is het veengebied vermengd met oeverwallen en kommen van het rivierenlandschap. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen rekening houden met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Voorts dragen ontwikkelingen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/linten en niet in de veenweidepolders. Alle deelgebieden liggen aan een rivierdijk van een dijklint. De rivierdijken zijn lijnvormige, herkenbare structuurdragers in het landschap met als primaire functie het keren van water. De dijken worden periodiek aangepast aan de dan geldende veiligheidsnormen. Met name in het veengebied is er sprake van dichte lintbebouwing op of aan de dijk. Het doorgaand profiel van de dijk is een belangrijk uitgangspunt. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc.
kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Indien mogelijk worden recreatieve routes gekoppeld aan het water en/of de dijk. Richtpunten zijn: Het behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweidepolders. Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud of herstel van de openbaarheid van oevers. De vijf deelgebieden liggen tevens aan een dijklint: de bebouwing staat op of tegen de dijk. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit maken een verdere onderverdeling in linten en bieden een handreiking voor het omgaan met nieuwe bebouwing ter plaatse. Richtpunten zijn onder andere: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst.
Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie en de Laag van beleving is het plangebied niet specifiek benoemd. Toetsing aan kwaliteitskaarten In dit bestemmingsplan worden de bouwvlakken van 12 (bedrijfs)woningen geschrapt in het kader van de uitkoopregeling van de Minister van Economische Zaken met passende vervolgfuncties, waarbij twee bedrijfswoningen verder vanaf een hoogspanningleiding worden herbouwd. Bestaande bebouwing krijgt een passende vervolgfunctie voor zover deze niet worden gesloopt. Sprake is van een gebiedseigen ontwikkeling. Dit bestemmingsplan tast de richtpunten niet aan.
Toelichting
21
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De vervolgfuncties zijn in overeenstemming met de uitkoopregeling van de Minister van Economische Zaken. De uitgangspunten van het provinciaal ruimtelijk beleid worden niet aangetast. De richtpunten uit het provinciale omgevingsbeleid zijn niet in het geding. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II. In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt vervolgfuncties mogelijk overeenkomstig de uitkoopregeling van de Minister van Economische Zaken. Voor wat betreft de vervangende nieuwbouw van in totaal 3 bedrijfswoningen wordt het volgende opgemerkt. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang.
Twee (extra) woningen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt zijn niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt evenmin aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. Vanuit een goede ruimtelijke ordening zijn deze vervolgfuncties inpasbaar overeenkomstig de voorwaarden van de uitkoopregeling van de Minister van Economische Zaken. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen;
22
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. In artikel 6.9, lid 8 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, ontwikkelingen mogelijk kan maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. Het plangebied maakt op kaart 14 in bijlage II onderdeel uit van het buitengebied. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Op de Kwaliteitskaart maken alle deelgebieden onderdeel uit van het 'veen(weide)gebied'.
Er vinden alleen bestemmingswijzigingen plaats naar passende vervolgfuncties, waarbij 12 woningen in het kader van de uitkoopregeling worden gesaneerd. In één deelgebied vindt vervangende nieuwbouw van twee bedrijfswoningen plaats. Deze woningen worden landschappelijk ingepast binnen bestaande structuren/ achter het lint. Resumerend kan worden gesteld dat deze planontwikkelingen binnen de bestaande gebiedsidentiteit passen. Hier is sprake van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. De provinciale belangen zijn niet in het geding. Conclusie In dit bestemmingsplan worden overeenkomstig de uitkoopregeling van de Minister van Economisch Zaken de bouwvlakken van 12 woningen geschrapt. Voor twee bedrijfwoningen wordt vervangende nieuwbouw mogelijk gemaakt buiten de magneetveldzone van de betreffende hoogspanningsverbinding. Resumerend kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 3.2.3 Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Krimpenerwaard een gebiedsprofiel opgesteld.
Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. De nog gave aanwezigheid van de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en Tiendwegen is een bijzondere kwaliteit van de Krimpenerwaard.
De rand langs de Hollandsche IJssel heeft een diepe opstrekkende verkaveling vanaf de rivierdijk, maar de openheid is meer onderverdeeld dan langs de Lek. Blokboezems haaks op de rivier zorgen samen met beplante tiendwegen en kades voor een karakteristiek patroon in het landschap. De hoofdambities zijn uitgewerkt in gebiedsprofielkaarten waarin kort de karakteristiek, toekomstige ontwikkelingen en de in de Kwaliteitskaart vastgestelde ambities zijn genoemd. Aansluitend volgt een beschrijving van de karakteristiek en de aanvullende ambities per legenda-eenheid.
Toelichting
23
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Planontwikkeling in relatie tot Gebiedsprofiel In de gebiedsprofielkaarten maakt het plangebied onderdeel uit van de kaarten 'Onderscheidend rivierengebied' (deelgebieden 1 tot en met 5). 'Onderscheidend rivierengebied' Het plangebied bevindt zich achter de rivierdijk in het deelgebied 'Onderscheidend rivierengebied'. Het rivierenlandschap staat in Zuid-Holland onder grote invloed van de getijden van de zee, maar ligt voor een deel ook in het veenlandschap. De veenweide loopt tot aan de dijken. De dijken met dichte lintbebouwing vormen een sterke ruimtelijke begrenzing en een groot contrast met het open veenweidegebied. Langs de Hollandsche IJssel en Lek liggen buitendijkse gebieden op de plekken van voormalige kleiwinningen, zogenoemde zellingen. Naast natuurgebieden zijn er ook opgehoogde terreinen met (bedrijfs) bebouwing in het buitendijkse gebied. Ambities voor de rivierdijken zijn onder andere: Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de rivierdijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het rivierengebied. Versterken van het doorgaand profiel van de dijk. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc. kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing.
Behoud van belangrijke doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende (veenweide)landschap. De dijk van de Hollandsche IJssel en Lek hebben een smalle verschijningsvorm met steile taluds en veel bochten. Over de gehele lengte ligt de weg boven op de dijk, aan de kant van de Krimpenerwaard gevolgd door een doorgaand bebouwingslint aan de voet van de dijk. Alleen de dijk aan de noordkant van de IJssel is buiten de dorpen slechts incidenteel bebouwd. Door opeenvolgende, deels zeer recente, dijkversterkingen zijn dijk en aangrenzende bebouwing steeds meer met elkaar vervlochten geraakt. Er is beperkte ruimte voor verdere noodzakelijke dijkversterking. Aanvullende ambitie zijn onder andere: Bij nieuwbouw of herontwikkeling langs de dijk rekening houden met de ruimtelijke impact aan de overkant en vanaf het water. Herkenbaar houden karakteristiek dwarsprofiel van de dijk en aanhechting bebouwing aan de dijk. Op- en afritten zijn ondergeschikt aan de continuïteit van de dijk. Spiegeling planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De bestaande bebouwing in alle deelgebieden ligt aan de rivierdijk van een aaneengesloten lint langs de dijk. Er worden 12 woningen gesaneerd in het kader van de uitkoopregeling. Overbodig geworden woningen worden gesloopt, dan wel blijven in stand met nieuwe vervolgfuncties in de bestaande bebouwing.
Voorts worden twee woningen herbouwd in deelgebied 4. Het contrast tussen het verdichte dijklint en open veenweidegebied wordt verbeterd, omdat bebouwing wordt gesaneerd. Voor zover vervangende nieuwbouw plaatsvindt blijft het betreffende deelgebied beleefbaar. Doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de dijk blijven zoveel mogelijk behouden. Per saldo is er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Met dit bestemmingsplan wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte en van het veenweidekarakter, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Het tegengaan van verrommeling heeft hier prioriteit. Conclusie De vervolgfuncties zijn in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Krimpenerwaard, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het veenweidegebied, waarbij gelijktijdig uitvoering wordt gegeven aan de voorwaarden van de uitkoopregeling van de Minister van Economische Zaken.
24
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.
De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Krimpenerwaard De Krimpenerwaard ligt tussen de Hollandse IJssel en de Lek en is op een aantal punten fysiek bereikbaar vanuit de omliggende gemeenten in Midden-Holland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. Het heeft een groen karakter en wordt gekenmerkt door een vooral dorps en landelijk woonmilieu. Conclusie Er worden meerdere woningen gesloopt. Daarnaast vindt er vervangende nieuwbouw van twee bedrijfswoningen plaats in de dure koopsector. Dit levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in de gemeente Krimpenerwaard. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (3 woningen) niet te worden afgestemd met de regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.
Toelichting
25
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven met het oog op de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt. Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruit ziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. Belangrijke opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid.
De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes maken De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard en bijdragen aan haar toekomst. Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie. Conclusie De planontwikkelingen worden niet genoemd in de Omgevingsvisie, omdat op perceelsniveau geen uitspraken worden gedaan. Gesteld kan worden dat deze planontwikkelingen in overeenstemming zijn met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie, waarbij uitvoering wordt gegeven aan de uitkoopregeling van de Minister van Economische Zaken. 3.4.2 Woonvisie gemeente Krimpenerwaard 2023-2028 De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 4 juli 2023 de 'Woonvisie gemeente Krimpenerwaard 2023 2028' met de aansprekende titel 'Vitale kernen in het groen' vastgesteld. De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid dat door de gemeente de komende jaren wordt gevoerd.
Het bevat doelen en uitvoeringsacties op basis van vier thema's: beschikbaarheid & betaalbaarheid, aantrekkelijke & inclusieve nieuwbouw, wonen, zorg & welzijn en duurzaamheid. De woonvisie vormt een basis voor afspraken met bijvoorbeeld woningcorporaties en huurdersorganisaties. Ook bevat de woonvisie kaders en randvoorwaarden voor nieuwbouwplannen. De woonvisie kan op zichzelf gezien worden als een woonzorgvisie. Doelstellingen Woonvisie De woonvisie gaat over de integrale opgaven op de lokale woningmarkt. Wonen gaat niet alleen over stenen, maar is veel breder. De hoofddoelstelling is “het versterken van onze vitale kernen doordat iedereen beschikt over een prettige en passende woning, woon- en leefomgeving”. Om deze hoofddoelstelling te behalen is de woonvisie verder uitgewerkt in vier pijlers: Pijler 1 – beschikbaarheid en betaalbaarheid Pijler 2 – aantrekkelijke en inclusieve nieuwbouw Pijler 3 – wonen, zorg en welzijn Pijler 4 – duurzaamheid
26
Toelichting
bestemmingsplan Uitkoopregeling hoogspanningsverbindingen
Per pijler zijn de belangrijkste ontwikkelingen en doelen geschetst. In het uitvoeringsprogramma is uiteengezet hoe de gemeente deze doelen gaat behalen. In deze woonvisie zet de gemeente in op het versterken van de vitale kernen doordat iedereen beschikt over een passende woning en prettige en passende woon- en leefomgeving. De gemeente wil tot 2040 4.000 woningen bouwen. Locaties binnen de kernen zijn schaars. En waar er nog ruimte is wil de gemeente ook groen behouden. Daarom zal vooral aan de randen van de kernen moeten worden gebouwd. Hierbij heeft de gemeente aandacht voor de ruimtelijke en groene structuur die het mooie gebied kenmerkt. Van de 4.000 woningen wordt ingezet op 30% sociale huurwoningen. Ook zet de gemeente fors in op de bouw van middenhuur en betaalbare koopwoningen. In totaal moet 75% van de woningen in nieuwbouwplannen betaalbaar zijn. De nieuwe woonvisie heeft een andere boodschap dan onze woonvisie uit 2017. Zes jaar geleden sprak de gemeente de ambitie uit 3.000 woningen te bouwen en zag zij slechts behoefte aan 200 nieuwe sociale huurwoningen. Daarbij moest de hele opgave een plek krijgen binnen de bestaande grenzen van de kernen. In 2023 ziet de wereld er anders uit. De opgaves zijn groot.