BP Binnenstad Schoonhoven - deel 4 - Bijlagen bij Toelichting - deel 3 - 12, deel 1.pdf Advies nota Cultuurhistorie
Tekst van het document
Maar ’s winters dienden deze, dan kale, bomen als een windbreker tegen de gure oosten- en noordenwind. Rondom het perceel werd een windsingel aangeplant. De windsingels vormde in het vlakke laagveen een barrière tussen de boerderij en de stallen en het omringende landschap. De functie was zo eenvoudig als de naam doet vermoeden. Het breken van de wind op de relatief kale poldervlakten. Her en der komen ook meidoornhagen voor. Deze diende met name als afrastering voor het vee. In een tijdperk waarin er nog geen prikkel- of stroomdraad was, werden deze hagen gebruikt om het vee weg te houden bij de weg of een aangrenzend weilandje. Binnen het laagveengebied rondom Schoonhoven zijn de percelen echter van elkaar gescheiden door water, waardoor de meidoornhaag slechts zeer beperkt werd toegepast. In het klei op veen gebied direct rondom Schoonhoven lagen vele (hoogstam)
15 Cremers, Kaaij, Steenbergen (1981), p. 20.
16 Privétuinen van de gegoede burgers en adel, bedoeld voor ontspanning, plezier en het
verzamelen van planten.
23
boomgaarden. Een deel van deze boomgaarden zijn nog steeds te vinden op de opstrekkende kavels in de polder Bergambacht, Willige Langerak en de Noord- en Zuid-Zevender. In de meeste gevallen zijn deze direct naast of achter de woonpercelen gelegen. Een ander opvallend element is de houtsingel langs het eerste deel van de Lopikerweg. De hoogopgaande populieren maakten onderdeel uit van het hakhout van de stad Schoonhoven (afbeelding 6). 2.6.3. Beplanting binnen de vesting Binnen de stadgrenzen van Schoonhoven is de beplanting langs de Oude Haven, Voorhaven, Haven en Scheepmakershaven relevant voor de ruimtelijke kwaliteit. Deze vorm van beplanting in de openbare ruimte, waarbij op gelijke afstand van elkaar langs kades bomen werden geplant, is al op de oude 16e eeuwse kaarten zichtbaar. Hierbij valt wel op dat de Oude Haven een lagere beplantingsgraad had, dan op andere plekken. De onderlegger van de kadastrale minuut uit 1828 geeft aan dat deze bomen werden aangemerkt als hakhout voor de stad Schoonhoven en op enkele plekken ook als hakhout voor particulieren. De steden verdienden veel geld met het verkopen van de hout, maar binnenstedelijk was er weinig ruimte om percelen bos aan te leggen. Door integratie van de bomen langs de infrastructuur kon het stadsbestuur toch houtvoorraden aanleggen (afbeelding 5).
Afbeelding 5 Oude haven ca. 1915. Langs de kades staan kastanjes van verschillende leeftijden (Groene Hart archief , stamnummer 60559).
2.6.4. Koningslindes Een speciaal fenomeen zijn de kroningslindes die vanaf het ontstaan van het Koninkrijk bij iedere troonwisseling werden gepland. Schoonhoven heeft twee echte kroningslindes en twee lindes die verwijzen naar een speciale gebeurtenis binnen het Koninklijk Huis. Ze vertegenwoordigen een zichtbare traditie en een aanwijsbaar moment in de geschiedenis van het Koninklijk Huis. Afbeelding 5 Populieren langs de Lopikerweg, onderdeel van de historische hakhoutopstanden van de stad Schoonhoven (foto auteur 2013)
24
HOOFDSTUK 3 CULTUURHISTORISCHE HOOFDSTRUCTUUR EN OMGANGSVORMEN VOOR RUIMTELIJKE KERNKWALITEITEN GANGSVORMEN
De inventarisatie heeft geleid tot een cultuurhistorische hoofdstructuur van de gemeente Schoonhoven. Deze bestaat uit gebieden en (infra)structuren die in hoge mate één of meerdere van de cultuurhistorische thema’s vertegenwoordigen en daarmee tevens worden aangemerkt met een cultuurhistorisch hoge waardering. Uit de cultuurhistorische hoofdstructuur vloeien cultuurhistorische kernkwaliteiten voort. Zoals het woord kwaliteiten al aangeeft, betreft dit ruimtelijke karakteristieken die zorgen voor een hoge ruimtelijke kwaliteit binnen een omkaderd gebied en die kenmerkend zijn voor een bepaalde periode of ontwikkeling. Om de ruimtelijke kwaliteit te kunnen benutten en overdragen op navolgende generaties zijn algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd voor de omgang met deze waarden. Binnen de cultuurhistorische hoofdstructuur liggen individuele objecten met een intrinsieke waarde die gerelateerd zijn aan deze hoofdstructuur en de kernkwaliteiten ondersteunen en uitdragen. Een nadere uitwerking van de beleidsregels voor deze waarden staan in hoofdstuk 4.
3.1 MIDDELEEUWSE ONTGINNINGEN 3.1.1. Cultuurhistorische hoofdstructuur De hoofdstructuur van de Middeleeuwse ontginningen bestaat uit weteringen, tiendwegen, kades en verkavelingen. Hierdoor ontstaat een raster van water – en landwegen aangevuld met de specifieke strokenverkavelingen van het laagveengebied. De huis- en molenplaatsen, historische beplanting, ensembles en architectuur vormen de invulling van de hoofdstructuur. Tot de hoofdstructuur behoren de volgende ruimtelijke structuurelementen: A) Polderstructuren: - Bergambacht
-
Willige Langerak Zuid en Noord Zevender Restgebied ’t Hofland
B) Water(wegen): - Vlist - Voorne - Botersloot - Lopikerwetering (Zevender) - Achterwetering - Haven / Oude Haven C) Kades en landwegen: - Opweg (zowel noord-zuid lopende deel als oost-west lopende deel) - C.G. Roosweg / Kerkweg - Lopikerweg / Nassaukade - Oude Sidewende t.p.v. Populierenlaantje, incl. het fietspad tussen Nassaukade en M.A. Reinaldaweg - Tiendweg - Oude Haven / Dam / Haven - Lange Weistraat / Varkensmarkt 3.1.2. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten die bij dit thema horen zijn samen te vatten in de navolgende waarden. Hierbij is een overlap aanwezig met het thema Historisch Groen en Waterbeheer in de polders. Het historisch groen in de polder is integraal onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit en ruimtelijke inrichting van de polders rondom Schoonhoven. 1) Overwegend noord-zuid lopende infrastructuur bestaande uit wegen, natuurlijke waterlopen en weteringen en daar haaks op gelegen verkavelingspatronen bestaande uit kaden en opstrekkende kavels. 2) Aanwezigheid van strenge ontginningen, afgewisseld met een enkele restontginning met een vrijere kavelrichting.
25
Luchtfoto van Schoonhoven met een deel van de Lek, ca. 1920. Vermoedelijk een van de eerste, door de KLM uit een vliegtuig gemaakte opnamen. (Groene Hartarchief, streekarchief midden-Holland stamnummer 60277)
26
Panorama vanaf korenmolen "De Hoop" met Bartholomeuskerk en stadhuis, ca. 1925. (Groene Hartarchief, streekarchief midden-Holland stamnummer 26676)
3) De afwisselende aanwezigheid van rechte gegraven kades, kavelsloten en weteringen en daartegenover de zacht meanderende natuurlijke waterlopen van Vlist en Zevender. 4) Boerderijlinten langs de infrastructuur over land, waarin een afwisseling tussen bebouwde en onbebouwde kavels aanwezig is. 5) Overwegend haaks op de infrastructuur gelegen bebouwing. 6) Beplanting in de vorm van (knot)wilgen en geriefhout langs de hoofdinfrastructuur; 7) Hakhoutpercelen langs de kades langs de Vlist 8) Boerderijkavels met karakteristieke erfbeplanting in de vorm van leibomen of schaduwgevende bomen (veelal populieren) voor de voorgevel, laanbeplanting, windsingels en boomgaarden op aangrenzende percelen; 9) Rietlanden langs de natuurlijke waterlopen en weteringen, met name langs de Vlist zijn deze nog aanwezig: 10) Aanwezigheid van zichtassen vanaf de verschillende infrastructuren in het buitengebied op molens, de kerktoren van Schoonhoven en omliggende dorpen. De ruimtelijke kwaliteit binnen de gebieden wordt versterkt door de aanwezigheid van bruggen, hekwerken, historisch groen en karakteristieke architectonische ensembles en objecten langs de wegen. 3.1.3. Beleidsuitgangspunten voor de omgang met de kernkwaliteiten van de Middeleeuwse ontginningen Nieuwe toevoegingen in de betreffende gebieden moeten de hoofdstructuur en de kernkwaliteiten ondersteunen.
De lineaire inrichting van het landschap maakt het kwetsbaar voor toevoegingen die breken met deze heldere structuur en opbouw. De onderstaande uitgangspunten bieden houvast binnen de hoofdstructuur van de Middeleeuwse Ontginningen. - Continueren en benadrukken van de oostwestoriëntatie van de polderlinten, infrastructuur en waterlopen. - Continueren en benadrukken van de noordzuidoriëntatie van de polderlinten, infrastructuur en waterlopen.
-
-
-
Herkenbaar houden van de structuur van de haaks op de infrastructuur gelegen kavels. Voorkomen van samenvoeging van afzonderlijke kavels; In stand houden wegprofielen met verhoogde ligging, hakhout, en sloten (toetreding percelen door middel van bruggen). Onderscheid tussen gegraven en natuurlijke waterlopen in stand houden. Behouden en versterken van de karakteristieke agrarische erfindeling en beplanting (waaronder windsingels, koebochten, houtgeriefbosjes, laanbeplanting en boomgaarden) alsmede de beplanting van de oprijlanen waarbij de afleesbaarheid / herkenbaarheid (belevingswaarde) van de (oorspronkelijke) ruimtelijk-historische samenhang voorop staat. Behoud van de kenmerkende boerderijensembles op de kavels, bestaande uit diverse bebouwingstypologieën en gedifferentieerde oriëntatie van (bij)gebouwen. Behoud en herstel van ruimtelijke elementen zoals bruggen en hekwerken.
3.2 NEDERZETTINGEN, STADVORMING EN BEBOUWING 3.2.1. Cultuurhistorische hoofdstructuur De hoofdstructuur van het thema Nederzettingen, stadsontwikkeling en bebouwing bestaat uit de lineaire opbouw van stedelijke structuren binnen de vestingstad en de verbindingen tussen de buurtschappen rondom Schoonhoven. De hoofdstructuur geeft een beeld van de Vroege ontwikkeling van het kasteel, de stad en de buurtschappen tot aan het heden. Binnen deze structuur vallen: A) Infrastructuur: - Oude Haven/ Dam / Haven - Opweg - Tracé Stadhuisstraat – Carmelietenstraat – Meent - Tracé Lange Weistraat / Varkensmarkt - De Montignylaan - Lopikerweg
27
-
C.G. Roosweg / Kerkweg
B) Gebieden: - Landschapsstructuur ’t Hofland - Doelenplein - Terrein Hofstede Zevender - Structuur de Hem - Kern Willige-Langerak C) Waterwegen: - Oude Haven / Haven - Lek - Botersloot - Zevender - Vlist 3.2.2. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten die bij dit thema horen zijn samen te vatten in de volgende waarden: 1) Sterke lineaire structuur van de stad als gevolg bouw op de reeds bestaande ontginningenstructuur. Maatvoering historische kern terug te voeren op maatvoering oorspronkelijke kavels. 2) Afwijkende structuren o.a. in de Lange Weistraat / Varkensmarkt ten gevolge van aanwezige natuurlijke rivier de Zevender en de prestedelijke verbindingen met Willige Langerak en Bergambacht. 3) Openheid Doelenplein als onderdeel kasteelterrein en later marktveld. 4) Relatie tussen functie infrastructuur en inrichting van deze infrastructuur: onderscheid binnenstedelijke en meer landelijke wegprofielen. 5) Duidelijke positionering historische doorvoerroutes voor goederen en mensen naar de achterliggende polders via de landwegen Lopikerweg , C.G. Roosweg en Opweg en via de waterwegen Lek, Voorne/Vlist, Zevender en Botersloot.
28
6) Rijke, herkenbare, eigentijdse architectuur in de historische kern binnen de stadsvesten van Schoonhoven, die daardoor een afleesbaar ontwikkelingsbeeld laat zien. 7) Historische havengebied voorzien van grote (gemiddeld twee à drie bouwlagen), aanzienlijke panden met rijke detailleringen en ornamentiek onder een schilddak of achter lijstgevel. 8) Secundaire straten ten oosten en westen van de havens voornamelijk ingericht met kleinschalige arbeiderswoningen en bedrijvigheid met een sober karakter en enkele rijk geornamenteerde uitzonderingen. Gemiddeld één à twee bouwlagen onder een kap, overwegend haaks op de straatprofielen gelegen. 9) Karakteristieke overwegend laat 19e en 20e eeuwse architectuur langs de stadranden, buiten de omwalling van de Oude Singel en de Nieuwe Singel /Lopikersingel en binnen de Groene Singel. 10) In het landschap herkenbare structuren van de Hem en het versterkte huis te Zevender. De kernkwaliteiten en daarmee de ruimtelijke kwaliteit binnen Schoonhoven en dit thema worden in hoge mate ondersteunt door de individuele (gebouwde) objecten en ruimtelijke elementen zoals bruggen, hekwerken, e.d. Dat geldt tevens voor de objecten uit gerelateerde thema’s zoals de ‘Bedrijvigheid’ en ‘Historisch Groen’. 3.2.3. Beleidsuitgangspunten voor de omgang met de kernkwaliteiten van de Nederzettingen, stadsvorming en bebouwing.
Nieuwe toevoegingen binnen het historisch centrum en de achtergelegen straten moeten de hoofdstructuur en de kernkwaliteiten ondersteunen. De hiërarchie binnen de stedelijke ruimte dient gerespecteerd te worden en een dialoog aan te gaan met de ambachtelijke architectuur van de voorgaande eeuwen. De onderstaande uitgangspunten bieden houvast binnen de hoofdstructuur van het thema Nederzettingen, stadsontwikkeling en bebouwing:
Oude Haven (Foto auteur 2013)
Oude Singel , achtergevels Havenstraatsewal (Foto auteur 2013)
Kernkwaliteit 6: Verdediging van Stad en Land: ‘Duidelijke positionering van de bebouwing op de Havenstraatse Wal richting de stad met de achterkanten naar het water van de Oude Singel gericht’.
29
-
-
-
-
Cultuurhistorisch waardevolle structuren, complexen, ensembles en elementen langs de in de hoofdstructuur benoemde wegen koesteren en reguleren via de regels van het bestemmingsplan, waarbij de uitgangspunten zijn gericht op het benutten van de waarden bij eventuele ontwikkelingen. Cultuurhistorisch zeer waardevolle structuren, complexen, ensembles en elementen langs de in de hoofdstructuur benoemde wegen beschermen en benutten binnen de regelgeving van het bestemmingsplan en de monumentenverordening. Behouden en herkenbaar houden van de diversiteit in gebouwtypen en functies. Bij nieuwe ontwikkelingen aansluiten in maat en kwaliteit bij de historisch gegroeide stedenbouwkundige situatie. Bij nieuwe ontwikkelingen rondom de havens en de overige straten in de historische kern dienen de bestaande ruimtelijke kwaliteiten adequaat in beeld gebracht te worden. De bestaande, historische karakteristieken zijn het uitgangspunt. Uitgangspunt is bouwen met een kap, waarbij de nokrichting aan moet sluiten op de overwegend voorkomende richtingen (haaks op de weg). Afwijkingen dient vanuit de historische context onderbouwd te worden.
3.3 VERDEDIGING VAN STAD EN LAND 3.3.1. Cultuurhistorische hoofdstructuur De hoofdstructuur van dit thema bestaat uit de oude vormen van de stadsvesting rondom Schoonhoven. Deze liggen ingebed in de huidige stedelijke ruimte en zijn afleesbaar aan de loop van structuren, hoogteverschillen en bebouwing. De onderstaande structuren en wegen vormen dragers van de hoofdstructuur: A) Structuur Middeleeuwse stadsmuur: - Wal - Havenstraatse Wal / Oude Singel B) Structuur vesting:
30
-
Nieuwe Singel Groene Singel Spoorsingel Lopikersingel Langerakkerweg Halve Maan Grote Gracht
C) Bastions: - Bleekerbastion, huidige Stadspark - Kruittorenbastion t.p.v. R.K. kerk en begraafplaats aan de Wal 63 - Orangebolwerk t.p.v. de Algemene begraafplaats aan de Wal 3 - Bastion 3.3.2. Kernkwaliteiten De kernkwaliteit die voortkomen uit dit thema zijn: 1) Golvende structuur binnen de stedenbouwkundige inrichting van de historische kern, welke de buitenrand van de voormalige vesting volgt. 2) Diepe doorzichten naar het achterland vanaf de Groene Singel, Nieuwe Singel, Spoorsingel en vanaf Bleekers- en Kruittorenbastion. 3) Opvallende structuur met golvend karakter t.p.v. Halve Maan als ravelijn buiten de vesting. 4) Duidelijk verhoogde ligging binnen de stad van de Wal als voormalige beëindiging van de vesting. 5) Verhoogde positie van de Havenstraatse Wal, als begrenzing Middeleeuwse stadsmuur ten opzichte van de bebouwing aan de Oude Singel (later 19e/20e eeuwse stadsuitbreiding). 6) Duidelijke positionering van de bebouwing op de Havenstraatse Wal richting de stad met de achterkanten naar het water van de Oude Singel gericht. 7) Verhoogde ligging van de Algemene begraafplaats op de Wal ten opzichte van de omgeving als herkenbare grens van de voormalige vesting. 8) Herkenbare structuur van de stadsgracht en bastions ter plaatse van de Grote Gracht, Bleekersbastion en Kruittorenbastion.
Binnen dit thema is een beperkt aantal losse (gebouwde) objecten in de lijst met cultuurhistorische waarden opgenomen, die de structuur nader invullen en de kernkwaliteiten ondersteunen. 3.3.3. Beleidsuitgangspunten voor de omgang met de kernkwaliteiten van het thema Verdediging van Stad en Land Binnen dit thema zijn de karakteristieke structuren, hoogteverschillen en de doorzichten cruciaal voor de beleefbaarheid van de stad als een voormalige vestingstad. De algemene beleidsuitgangspunten zijn daarom op deze aspecten gericht. - Behoud en benutting van open doorzichten naar het achterland op de aangegeven singels en vanaf de bastions, via regulering in het bestemmingsplan. - Behoud van de hoogteverschillen in de stad tussen de voormalige positie van de Middeleeuwse stadsmuren en latere vestingswallen en de overige stadsdelen. - Behoud en benutting van de resterende golvende structuur van de oude loop van de vestinggracht. - Afleesbaar houden meer homogene structuur en architectuur in de jonge uitbreidingswijk buiten de Middeleeuwse stadsmuur en binnen de vestingstructuur. - Achterkanten tussen Havenstraatse Wal en Oude Singel blijven benaderen als achterkanten (d.m.v. informelere inrichting terreinen en benadering van gevels) ter herinnering aan de Middeleeuwse beëindiging van de stad.
3.4 WATERBEHEER 3.4.1. Cultuurhistorische hoofdstructuur De hoofdstructuur van dit thema bestaat uit de oude dijken langs de Lek en de inrichting van het landschap rondom de dijken. Samenhangend met dit thema wordt ook gekeken naar de bebouwing langs de Lekdijk en de groen inrichting van de dijk. De hoofdstructuur van het waterbeheer bestaat uit:
A) Dijklichamen waterbeheer rondom de Lek: - De Lekdijk - West - De Lekdijk – Oost - De Korte Dijk - Voorhaven - Haven oost en west - Dam - Dijklichamen aan weerszijden van de Veerpoort B) Waterbeheer in de polders: De hoofdstructuur van het waterbeheer binnen de polders valt samen met de hoofdstructuur van de Middeleeuwse ontginningen omdat deze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Derhalve wordt daarvoor verwezen naar paragraaf 3.1.. 3.4.2. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten behorende bij dit thema zijn direct gekoppeld aan de beschermende structuurelementen langs de Lek: 1) Hoogteverschil tussen de rijzende met gras begroeide dijklichamen (oost en west) ten opzichte van het achterliggende landschap en de stad. 2) Het onbebouwde karakter van de Lekdijk - Oost 3) In het stedelijk landschap herkenbare verhoogde dijklichaam van de Lekdijk - Oost tussen G.J. van Heuven Goedhartweg en de Wal, begroeid met hakhout. 4) De haaks op de dijklichamen gelegen bebouwing aan de Lekdijk west, dat door zijn ligging en positionering inspeelt op het aanwezige hoogteverschil. 5) Het doorlopende karakter van de Korte Dijk en Voorhaven, als onderdeel van de waterkering tegen de Lek. 6) Sluizen en hoogteverschil in de Haven en Oude Haven als onderdeel waterkering.
7) De uiterwaarden met ruige vegetatie bestaande uit riet, struiken en hoog opgaande bomen als onderdeel als herinnering aan het gebruik van de uiterwaarden als rietland en hakhoutbos.
31
3.4.3. Beleidsuitgangspunten voor de omgang met de kernkwaliteiten van het thema Waterbeheer - Instandhouding van het onbegroeide en onbebouwde karakter van de Lekdijk oost. - Herkenbaar en afleesbaar houden van de vloeiende stedenbouwkundig / landschappelijke lijn Lekdijk oost, Korte Dijk , Voorhaven en Lekdijk west. - Verhoogde dijklichaam van de Lekdijk oost tussen Wal en G.J. van Heuven Goedhartweg behouden als beleefbaar ruimtelijk dijkelement. - Versterken en benutten van de bebouwingstypologieën aan de Lekdijk west. - Instandhouding vegetatie in de uiterwaarden.
3.5 BEDRIJVIGHEID 3.5.1. Cultuurhistorische hoofdstructuur en omgang met waardevolle cultuurhistorische objecten Binnen het thema bedrijvigheid is er niet echt sprake van een hoofdstructuur. De verschillende typen bedrijven vormen stippen en vlekken op de kaart van Schoonhoven zonder duidelijke gemene deler of verbindende structuur. Om deze reden is er geen cultuurhistorische hoofdstructuur opgesteld. Voor de omgang met cultuurhistorisch waardevolle bedrijvigheid moet daarom gekeken worden naar de algemene omgangsregels voor de individuele objecten. Monumentenverordening en regels binnen het bestemmingsplan zullen hierbij leidend zijn.
3.6 HISTORISCH GROEN 3.6.1. Cultuurhistorische hoofdstructuur en omgang met waardevolle cultuurhistorisch waardevol groen Het historisch groen is niet een op zichzelf staand onderdeel. Waar er sprake is van samenhangend geheel tussen groenelementen is dit meestal het gevolg van een bepaalde ontwikkeling in een het gebied. Als gevolg hiervan is het groen met een cultuurhistorische waarde opgenomen binnen
32
de hoofdstructuur en de kernkwaliteiten van de overige thema’s, zoals de Middeleeuwse Ontginningen en het Waterbeheer. Voor de groene elementen met een hoge cultuurhistorische waarde, die niet direct het gevolg zijn van een grootschaliger ontwikkeling, moet gekeken worden naar de algemene beleidsregels voor historisch groen. Deze individuele waarden zijn terug te vinden op de cultuurhistorische waardenkaart en de lijst met cultuurhistorisch waardevolle gebieden, structuren en (gebouwde) objecten.
De Scheepmakershaven bij laag water gzien van achter de Korte Dijk richting brug Veerstraat, ca. 1900. (Groene hartarchieven, collectie streekarchief Hollands-Midden, stamnummer 60608)
Kastanjes langs het pad naar de steiger van de Rederij aan de Lek, Buiten de Veerpoort (foto auteur 2013)
Platanen aan de Scheepmakershaven (foto auteur 2013)
33
HOOFDSTUK 4 OMSCHRIJVING EN ALGEMENE OMGANGSREGELS CULTUURHISTORISCHE WAARDEN Naast de cultuurhistorische hoofdstructuur staan de losse objecten, structuren en elementen die invulling geven aan de hoofdstructuur. Zij ondersteunen of bepalen door hun stedenbouwkundig, landschappelijke en/of architectonische uitwerking de ruimtelijke kwaliteit binnen een bepaald deel van de stad. De geïnventariseerde cultuurhistorische waarden zijn onderverdeeld in hoge, middelhoge en lage cultuurhistorische waarden. De indeling zegt iets over de betekenis voor de gemeente Schoonhoven en de ruimtelijke kwaliteit. De waardering heeft daarnaast directe gevolgen voor de beoordelingswijze bij ontwikkelingen. Hiermee wordt voorkomen dat lage waarden op eenzelfde wijze worden benaderd als de hoge waarden. Het onderscheid in waardering is schematisch weergegeven in bijlage VI. In bijlage VII is de lijst van individuele (gebouwde) objecten opgenomen en voorzien van een waardering.
4.1 OMSCHRIJVINGEN VAN DE CULTUURHISTORISCHE WAARDEN Van de gebieden, structuren of objecten met een cultuurhistorische waardering is een beschrijving gemaakt. Het doel van deze omschrijvingen is de cultuurhistorische en ruimtelijke kenmerken inzichtelijk te maken. De omschrijvingen bieden daarmee een handvat ter ondersteuning van de denken ontwerprichtingen voor de omgang met de cultuurhistorische waarden bij ontwikkelingen. 4.1.1. Hoge cultuurhistorische waarden De hoge cultuurhistorische waarden zijn van grote betekenis voor Schoonhoven in zowel ruimtelijke als verhalende zin. Zij vertellen door hun typologie, stedenbouwkundige / landschappelijke en/of architectonische uitwerking een deel van het verhaal (als onderdeel van één of meerdere cultuurhistorische thema’s) van Schoonhoven. Omdat deze waarden zo
34
specifiek zijn, is er voor gekozen deze allemaal afzonderlijk te beschrijven. De waarderingslijst die hiervan het gevolg is, is als digitale bijlage bij dit document gevoegd. Enkele waarden hebben een dusdanig hoge architectonische, ruimtelijke of bouwhistorische waarde dat zij wel op de lijst met hoge waarderingen zijn opgenomen, maar dat aanvullend wordt geadviseerd deze aan te wijzen als gemeentelijk monument. Alleen dan kan de bijzondere waarde van deze objecten of structuren worden gegarandeerd voor volgende generaties. 4.1.2 Middelhoge en lage cultuurhistorische waarden Voor de middelhoge en lage cultuurhistorische waarden is gekozen deze niet allemaal afzonderlijk te omschrijven, maar een algemene omschrijving op te stellen. Dit is gekoppeld op lagere betekenis van deze objecten voor de ruimtelijke kwaliteit en het cultuurhistorisch beeld van Schoonhoven Deze gaat in op de aspecten die bijdragen aan de waardering van deze structuren en objecten. De beleidsregels zoals in 4.2.2 en 4.2.3 geformuleerd zijn van toepassing op de omschreven aspecten van de middelhoge en lage cultuurhistorische waarden.
4.1.3 Omschrijving middelhoge waarden De middelhoge cultuurhistorische waarden in de vorm van (gebouwde) objecten, zoals woon- en pakhuizen, boerderijen en boerderijcomplexen, hebben een beeldondersteunende rol richting rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en de hoge cultuurhistorische waarden. Ze spelen daarmee een belangrijke rol in de ruimtelijke kwaliteit van de kern van Schoonhoven en de gebieden daar omheen. Dit vloeit enerzijds voort uit de architectuurhistorische en/of stedenbouwkundig, landschappelijke karakteristieken en anderzijds uit de cultuurhistorische karakteristieken. Bij deze objecten is er sprake van een zekere mate van zeldzaamheid in functie, betekenis of architectonische uitwerking. De objecten zijn qua maat en schaal medebepalend in het ontwikkelingsbeeld van de stad. Dat betekent dat de opbouw van het object qua hoogte, breedte en architectonische uitwerking aansluit op de bestaande en overheersend voorkomende historische bebouwing. De cultuurhistorische waardering komt niet alleen voort uit de architectonische
en stedenbouwkundig landschappelijke karakteristieken, maar wordt mede bepaald door de rol van deze objecten in het ontwikkelingsverhaal van Schoonhoven. De functie van het object, de bewoner(s) en/of de positie van het gebouw in de geschiedenis van een straat of de stad of het platteland is een belangrijk waarderingselement. Vanwege de functie kan een bepaald object ook juist afwijkend zijn van de overwegend voorkomende stedenbouwkundig, landschappelijke en architectonische typologie. Bij de middelhoge waarden kan er ook sprake zijn van een oorsprong hoge cultuurhistorische waarde, welke door aanpassingen aan de oorspronkelijke situatie is aangetast in architectonische detailleringen. Hierdoor is de betekenis voor de ruimtelijke kwaliteit en afleesbaarheid van de historische ontwikkeling van Schoonhoven afgenomen. De waarde krijgt hierdoor een middelhoge waardering. Ruimtelijke karakteristieken - Stedenbouwkundige inpassing: Relatie tot de overige bebouwing (perceelsgewijze ontwikkeling / homogene straatwand), positionering, rooilijnen. - Landschappelijke inpassing: relatie met het landschap rondom de betreffende waarde; - Massaopbouw in aantal bouwlagen, oorspronkelijke aan- en uitbouwen, kapvorm en goothoogte; - Gevelindeling: open-dichtverhoudingen en richting van gevelopeningen (staande / liggende kozijnen), e.d.
- Materiaalgebruik; ambachtelijke materialen en verwerking op een voor het materiaal passende wijze; - Afleesbare functie, bewoner of onderdeel van de historie (typologie). N.B. De detailleringen en ornamentiek van de middelhoge waarden zijn ondergeschikt aan de massa en uitstraling. 4.1.4. Omschrijving lage waarden De lage cultuurhistorische waarden in de vorm van (gebouwde objecten), zoals woon- en pakhuizen, boerderijen en boerderijcomplexen hebben een
aansluitende waarde in het ontwikkelingsbeeld van Schoonhoven. De objecten spelen een ondergeschikte rol in de ruimtelijke kwaliteit van de opbouw van de stad en het landschap eromheen, maar vormen door hun opzet en uitwerking een passende stedenbouwkundige of landschappelijke omgeving voor de rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en hoge en middelhoge cultuurhistorische waarden. Ze hebben een lage zeldzaamheidswaarde. Deze waarden bestaan enerzijds uit de architectuurhistorische en/of stedenbouwkundig landschappelijke karakteristieken en anderzijds uit de verhalende kenmerken van het object. De objecten sluiten qua maat en schaal aan op het ontwikkelingsbeeld van de stad. Dat betekent dat de opbouw van het object qua hoogte, breedte en architectonische uitwerking overeenkomsten vertoond met de bestaande en overheersend voorkomende historische bebouwing. De waardering wordt daarnaast ondersteund door een bescheiden aanvullende verhalende rol die deze objecten in het ontwikkelingsverhaal van Schoonhoven spelen. De functie van het object, de plek in de geschiedenis of de bewoner(s) zijn aanleiding om extra aandacht te vragen voor het betreffende object bij veranderingen of vervanging.
Bij de lage waarden kan er ook sprake zijn van een oorsprong hoge cultuurhistorische waarde, welke door aanpassingen aan de oorspronkelijke situatie ernstig is aangetast in hoofdvorm dan wel architectonische detailleringen. Hierdoor is de afleesbaarheid van de functie en de betekenis voor de ruimtelijke kwaliteit ernstig afgenomen. De waarde krijgt hierdoor een lage waardering. Ruimtelijke karakteristieken - Stedenbouwkundige inpassing: Relatie met de overige bebouwing (perceelsgewijze ontwikkeling / homogene straatwand), rooilijnen; - Landschappelijke inpassing: relatie met het landschap rondom de betreffende waarde; - Massaopbouw in aantal (oorspronkelijke) bouwlagen, oorspronkelijke aan- en uitbouwen, kapvorm en goothoogte; - Afleesbare functie / onderdeel van de geschiedenis van Schoonhoven.
35
N.B. Het materiaalgebruik, de detailleringen en ornamentiek van deze lage waarden zijn ondergeschikt aan de massa.
naar reparatie van de slechte delen, waardoor behoud van overige delen gegarandeerd kan worden.
4.2 ALGEMENE BELEIDSREGELS VOOR DE OMGANG MET
- Authentiek materiaalgebruik bij vervanging: Indien materiaaldelen, constructies of structuren vervangen moeten worden voor nieuwe, wordt tot op detailniveau uitgegaan van gelijkwaardige materialen, constructies en structuren. Denk hierbij ook aan de samenstelling/opbouw van onder andere materiaal, detaillering, metselwijze, gevelafwerkingen en raamindelingen.
CULTUURHISTORISCHE WAARDEN De cultuurhistorische waarden worden in beginsel opgenomen in het stemmingsplan. Daarnaast is het noodzakelijk in beeld te brengen hoe met de waarden wordt omgegaan op het moment dat er een concrete aanvraag voor een ontwikkeling wordt ingediend. De algemene beleidsregels voor de omgang met cultuurhistorische waarden zijn richtinggevend. 4.2.1. Algemene Richtlijnen ‘Waarde - Cultuurhistorie 1’ (hoog), bestemmingsplan De richtlijnen voor ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’ geldt voor gebieden, structuren en objecten met een hoge cultuurhistorische waardering. Enkele richtlijnen zullen meer of minder van toepassing kunnen zijn, afhankelijk van het voorgestelde initiatief. - Oorspronkelijkheid: De historische gelaagdheid is wat een bepaald cultuurhistorisch gebied, structuur of object bijzonder maakt. Verlies van deze gelaagdheid, betekent daarom direct een verlies aan cultuurhistorische waarde. De gelaagdheid geldt voor materiaal, constructie en bouwgeschiedenis. Bij verandering en ontwikkeling is het noodzakelijk om de gelaagdheid en de afleesbaarheid daarvan te behouden en bij voorkeur te benutten. Bij realisatie van nieuwe onderdelen wordt gestuurd op een nieuwe eigentijdse laag die respect heeft voor het oude en een nieuwe waarde toevoegt aan het geheel. Reconstructie wordt over het algemeen niet gestimuleerd om ‘valse historie’ te voorkomen.
- Behoud gaat voor vernieuwen: Het vervangen van materialen, constructie en structuur (=de aanleg van een park en opbouw van gevels, e.d.) moet per te vervangen onderdeel goed onderzocht worden. Het uitgangspunt is dat oorspronkelijkheid boven vervanging gaat ook wanneer bepaalde onderdelen aan vervanging toe zijn. Waar mogelijk moet gezocht worden
36
- Structuur: De externe structuur van een gebouw of afgebakend gebied dient gerespecteerd te blijven. Dat betekent concreet dat bij ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de hoeken van gebouwen en de voor- en achtergevelrooilijn herkenbaar moet blijven. Dit betekent niet dat er geen aanpassingen mogen plaatsvinden, maar dat oorspronkelijke opzet en hoofdvorm beleefbaar blijft. - Structuur bij stedenbouwkundige ensembles en infrastructuur: Bij ensembles en infrastructuur speelt de structuur ook een belangrijke rol. De opbouw van gebieden en de samenhang tussen bebouwing en openbare ruimte dient gerespecteerd te worden. Binnen de kaders van de onderliggende structuur zijn ontwikkelingen mogelijk. Dit betekent dat de grote lijnen herkenbaar en afleesbaar moeten blijven en de verhouding tussen bebouwing en openbare ruimte gerespecteerd dient te worden. - Toevoegen van nieuwe laag: Bij het toevoegen van een nieuwe laag mag de cultuurhistorische waarde, zoals omschreven in de waardering niet aangetast worden. De nieuwe laag moet in materiaal, constructie en structuur gelijkwaardig zijn aan het oorspronkelijke laag (zoals gebied, structuur of object was bedoeld ten tijde van de realisatie). Er mag gezocht worden naar contrast, maar met in achtneming van historische opbouw en hiërarchie.
- Bouwhistorisch en cultuurhistorisch onderzoek: Aanvullend aan een ontwikkeling of verandering kan, indien aangegeven binnen de regelgeving van het bestemmingsplan, een bouwhistorisch of cultuurhistorisch onderzoek gevraagd worden. Eén van deze onderzoeken kan worden gevraagd naar aanleiding van onduidelijkheid over de monumentale of
Lekdijk – west 4
Lopikerstraat 7
Varkensmarkt 7, 9 en 11
Koestraat
37
cultuurhistorische waarde van een bepaald onderdeel in relatie tot de ontwikkeling. 4.2.2. Algemene Richtlijnen ‘Waarde - Cultuurhistorie 2’ (middelhoog), bestemmingsplan De richtlijnen voor ‘Waarde – Cultuurhistorie 2’ geldt voor gebieden, structuren en objecten met een middelhoge cultuurhistorische waardering. Enkele richtlijnen zullen meer of minder van toepassing kunnen zijn, afhankelijk van het voorgestelde initiatief. - Oorspronkelijkheid: Bij verandering en ontwikkeling is het noodzakelijk om de afleesbaarheid van de historische gelaagdheid van de betreffende cultuurhistorische waarde te behouden en daarmee het cultuurhistorische verhaal van de waarde inzichtelijke te houden / te benutten. Veranderingen dienen hier rekening mee te houden om de ondersteunende waarde binnen de stedenbouwkundige ruimte te garanderen. - Toevoegen van nieuwe laag: Bij het toevoegen van een nieuwe laag moet de oorspronkelijke cultuurhistorische waarde benut worden. Hiermee wordt bedoeld dat er rekenschap wordt genomen van de typologie, het cultuurhistorische verhaal en/of de gebruikte bouwstijl en dat deze als inspiratiebron wordt gebruikt voor de nieuwe laag. Daarbij moeten constructie en structuur in zekere mate gelijkwaardig zijn aan die van de betreffende cultuurhistorische waarde (oude laag).
- Structuur: De externe structuur van een gebouw of afgebakend gebied dient gerespecteerd te blijven. Dat betekent concreet dat bij ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de hoeken van gebouwen en de voor- en achtergevelrooilijn herkenbaar moet blijven. Dit betekent niet dat er geen aanpassingen mogen plaatsvinden, maar dat oorspronkelijke opzet en hoofdvorm beleefbaar blijft. - Structuur bij stedenbouwkundige ensembles en infrastructuur: Bij ensembles en infrastructuur speelt de structuur ook een rol. De opbouw van gebieden en de samenhang tussen (oorspronkelijke) bebouwing en openbare ruimte is het uitgangspunt voor ontwikkelingen.
38
- Aansluiting materiaal: Bij de ontwikkeling van middelhoge cultuurhistorische waarden is het onvermijdelijk om nieuwe materialen toe te voegen aan het bestaande. Afhankelijk van het soort ontwikkeling kan gekozen worden voor materialen met een eigentijdse uitstraling of materialen die nauw gerelateerd zijn aan het oorspronkelijke materiaal. Bij de keuze van materialen zijn de duurzaamheid en de ambachtelijke uitstraling ervan leidend. 4.2.3. Algemene Richtlijnen ‘Waarde - Cultuurhistorie 3’ (laag), bestemmingsplan De richtlijnen voor ‘Waarde – Cultuurhistorie 3’ geldt voor gebieden, structuren en objecten met een lage cultuurhistorische waardering. Deze waardering is daarom met name gericht op de attentiewaarde voor een bepaalde locatie of gebouw met een specifieke cultuurhistorische, stedenbouwkundige of architectuurhistorische waarde. Aanwezige cultuurhistorische waarden dienen ter inspiratie voor ontwikkelingen bij of aan deze objecten en strcuturen. Indien er sprake is van sloop, kunnen de oorspronkelijk karakteristieken van het gewaardeerde object of gebied hergebruikt worden om het nieuwe vorm te geven en aan te laten sluiten op de historische gelaagdheid van de stad. De nieuwe laag neemt daarbij de beeldondersteunende waarde over. 4.2.4.
Algemene Richtlijnen ‘Waarde – Cultuurhistorie 4’ (historisch groen), bestemmingsplan Voor beheer, verandering en vernieuwing van bomen en andere beplantingsvormen gelden aparte spelregels. Het lastige van dit type erfgoed is dat het leeft en dus ook ziek wordt of doodgaat. Ook voor deze groep geldt dat behoud voor vernieuwing gaat. Wanneer aantoonbaar wordt gemaakt aan de hand van een deskundigenrapport dat behoud van een groenelement niet mogelijk is, moet uitgegaan worden van herstel van het groenelement na verwijdering. Bij herstel wordt dezelfde soort teruggeplaatst, tenzij een deskundigenrapport uitwijst dat dit niet de juiste keuze is. De terug te plaatsen groenelementen dienen van enige omvang te zijn, zodat er geen grote gaten in een groenstructuur ontstaan. Beheer van groenelementen mag niet leiden tot blijvende schade aan de groenelementen: snoei- en onderhoudswerkzaamheden en behandeling met bestrijdingsmiddelen moeten zorgvuldig worden toegepast.
Bouwen, aanleggen of slopen op of bij percelen, structuren volgens de geschreven waardering van het gebied of het (gebouwde) object sprake is van aanwezigheid van historisch groen kunnen alleen doorgang vinden als met deze waarden rekening wordt gehouden. N.B. Deze regeling heeft geen betrekking op regulier onderhoud van tuinen, parken en lanen. Onderhoud, zoals het verwijderen van zaailingen, winteren zomersnoei, e.d. blijft mogelijk zonder omgevingsvergunning.
39
HOOFDSTUK 5 UITVOERING VAN HET BELEID Met deze adviesnota geeft de gemeente Schoonhoven aan welk beleid de gemeente wil voeren en welke ruimtelijke ambities er zijn op het gebied van cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening. Deze nota is een richtinggevend beleidsdocument dat nader uitgewerkt moet worden om tot uitvoer te kunnen worden gebracht. De benoemde beleidsvisie zal moeten worden uitgewerkt naar beleidsregels die juridisch toetsbaar zijn. De gemeente is voornemens na vaststelling van deze adviesnota door de raad de volgende projecten uit te voeren. De instrumenten die worden gekozen om de mogelijkheden voor benutting van het erfgoed vast te leggen zijn niet nieuw. Het betreft aanpassingen aan de bestaande documenten of deelherziening van deze documenten. De gekozen documenten bieden ruimte om de spelregels voor de omgang met het erfgoed te borgen op een plek die voor iedereen vroeg in het proces raadpleegbaar is.
5.1 PARAPLUBESTEMMINGSPLAN VOOR HET FACET CULTUURHISTORIE De eerste stap na het vaststellen van deze nota is het opstellen van een paraplubestemmingsplan voor het facet cultuurhistorie. Op basis van de inventarisatie en de bijbehorende waardenkaart zal in het parapluplan een beeld worden geschept van alle cultuurhistorisch relevante gebieden, structuren en objecten. Deze zullen worden opgenomen met een dubbelbestemming – waarde Cultuurhistorie. De waardering wordt gekoppeld aan de planregels. Hierbij zullen planregels worden opgesteld in de vorm van bouwregels, regels voor de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, en overige werkzaamheden en voor de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk. Deze laatste regels met betrekking tot sloop zullen sporadisch worden ingezet binnen het topgebied van het beschermd stadsgezicht en voor de cultuurhistorische waarden met een hoge tot zeer hoge waardering. Het betreft regels en géén sloopverbod.
40
De verhouding tussen de basisbestemming en de dubbelbestemming wordt geregeld door middel van een artikel met een duidelijke voorrangsbepaling. De gemeente hecht er belang aan dat er een mogelijkheid is voor het wijzigen van de regels door middel van een wijzigingsbevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders. De regels ten behoeve van de benuttingsmogelijkheden van het cultuurhistorisch erfgoed kunnen vragen oproepen met betrekking tot termen als ‘aantasting van cultuurhistorische waarden’. Om deze onduidelijkheden weg te nemen wordt een toets door de welstands- en monumentencommissie geïntroduceerd. Het college van burgemeester en wethouders vragen derhalve advies aan deze deskundigencommissie. Op basis van het advies van de deskundigen en de andere belangen die spelen bij een ontwikkeling, zal het college besluiten over een aanvraag om omgevingsvergunning. 5.1.1. Gradaties binnen regels Binnen de inventarisatie is een gradatie aan waardering aangebracht. Niet alle cultuurhistorische waarden hebben een even groot ruimtelijk of architectuur- en cultuurhistorische waarde. Dit moet ook nadrukkelijk naar voren komen in de spelregels voor de benutting. Om deze reden zullen vier dubbelbestemmingen met waarde – Cultuurhistorie 1, 2, 3 en 4 worden opgenomen in het bestemmingsplan.
De regels van deze vier bestemmingen worden afgestemd op de benuttingsruimte van het erfgoed. De vierde bestemming betreft het cultuurhistorisch groen. N.B. De huidige aanduiding karakteristiek voor vastgestelde gemeentelijke en rijksmonumenten zal ook in het paraplubestemmingsplan gehanteerd blijven.
5.2 BOUWEN IN AFWIJKING VAN HET BESTEMMINGSPLAN Geadviseerd wordt om tevens een uitvoeringskader op te stellen waarin wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met de aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen in afwijking van het bestemmingsplan’ en buitenplanse ontheffingen. Dit uitvoeringskader heeft alleen betrekking op ontwikkelingen binnen cultuurhistorisch waardevolle gebieden of aan cultuurhistorisch waardevolle objecten.
5.3 AANPALEND BELEID De cultuurhistorische waarden en de omgangsregels hebben tevens effect op andere beleidsterreinen. 5.3.1. Welstandsnota Een van de belangrijkste toetsingsinstrumenten voor de ruimtelijke en architectonische kwaliteit bij ontwikkelingen wordt uitgevoerd door de welstands- en monumentencommissie tijdens de welstandstoets. Het toetsingsinstrument dat daarbij hoort is de welstandsnota. In Schoonhoven is er sprake van een gebiedsgerichte welstandnota, hierdoor wordt in de toets gekeken naar de aanwezige gebiedskarakteristieken en de effecten van een ontwikkeling op deze karakteristieken. Onderzocht moet worden of het noodzakelijk is een paragraaf aan de welstandsnota toe te voegen die ingaat op de toetsingscriteria voor ontwikkelingen aan gebouwde objecten met een hoge, middelhoge of lage waardering. 5.3.2. Erfgoedverordening Binnen de vastgestelde erfgoednota is ruimte opgenomen voor het benoemen van 100 nieuwe gemeentelijke monumenten. Uit deze inventarisatie is een aantal objecten naar voren gekomen die als gevolg van de hoge architectuur- en cultuurhistorische waarden in aanmerking zouden komen voor een gemeentelijke monumentenstatus. Medio 2013 is reeds gestart met de aanwijzingsprocedure voor een twintigtal sierpanden.
Na vaststelling van deze nota zal nader bekeken worden of het wenselijk is de objecten die voortkomen uit deze inventarisatie ook aan te wijzen als gemeentelijk monument. 5.3.3. Erfgoednota en communicatie De uitvoering van deze adviesnota is op hoofdlijnen conform de erfgoednota 2012 – 2017. Hierdoor hoeft deze na vaststelling van dit beleid niet te worden aangepast. Het communicatietraject van de deze adviesnota zal het in de erfgoednota geplande traject volgen.
Het begrip goede ruimtelijke ordening is een breed begrip, waarin volgens jurisprudentie uit 2007 niet alleen ruimtelijk gerelateerde aspecten van architectuur maar ook welstandsaspecten zoals details, kleur, materiaalgebruik etc. ruimtelijk relevant kunnen zijn, als ze geacht worden in hoge mate bij te dragen aan de kwaliteit, namelijk aan het ‘voor de gemeenschap zo gunstig mogelijk geheel’. Een goede onderbouwing daarvan is uiteraard een voorwaarde. In beschermde stads- en dorpsgezichten zijn de waarden dusdanig op rijksniveau vastgelegd, dat dit een bewezen basis vormt voor het inbrengen van detaillering, kleur- en materiaalgebruik in de ruimtelijke ordeningsinstrumenten. (Uitspraak RvS 26 september 2007, nr. 200701448/1.)
Vlisterweg 22 (foto auteur)
41
5.4 VOORKOMENDE VRAGEN BIJ HET BELEID Het voorgestelde beleid heeft gevolgen voor de eigenaren van het gewaardeerde erfgoed. Dat geldt voor zowel de individuele objecten als bebouwing die binnen de cultuurhistorische hoofdstructuur ligt. Maar wat betekent het nu concreet? 5.4.1. Wat wijzigt er? Zoals binnen dit hoofdstuk is aangegeven, worden een aantal beleidsstukken aangepast dan wel uitgebreid om het gewenste resultaat te bereiken. Eigenaren krijgen hiermee te maken op het moment dat zij een ontwikkeling inzetten. Binnen het bestemmingsplan zullen zij regels aantreffen die van toepassing kunnen zijn op hun voorgestelde ontwikkeling. Deze kunnen gerelateerd zijn aan de stedenbouwkundige positie van een (gebouwd) object, bouwmassa, hoogte en/of breedte. Ook kan het betekenen dat er een omgevingsvergunningplicht voor de activiteit slopen gekoppeld wordt aan bepaalde objecten. Toch hoeft dit niet echt een wijziging te zijn van de oude situatie. Voor de gehele gemeente geldt reeds een bestemmingsplan en dat bevat regels waaraan bouwwerken moeten voldoen. Hierbij is reeds rekening gehouden met onder andere de bestaande ruimtelijke kwaliteit en de waarden van het beschermd stadsgezicht. Het nieuwe beleid betekent dus niet per definitie vermeerdering of verzwaring van de regels voor eigenaren. Op sommige punten kan dit echter wel het geval zijn.
Daarbij zijn de geformuleerde omgangsregels ontwikkelingsgericht opgesteld ter stimulering van de ruimtelijke kwaliteit en de aanwezige waarden. Het doel van het beleid is nadrukkelijk niet het tegengaan van ontwikkelingen. Verandering zijn immers inherent aan de ontwikkeling van Schoonhoven in de historie en in de toekomst. Ze dragen bij aan een economisch gezond woon- en werkklimaat. Het doel is daarom niet ontwikkelingen tegen te gaan, maar deze slechts te begeleiden. Daarnaast zal bij de welstandstoets rekening worden gehouden met het voorgestelde beleid. Op het moment dat een bouwplan op redelijke eisen van welstand wordt getoetst zal de cultuurhistorische waardering hierin betrokken worden. In de huidige situatie is de welstandsnota reeds gebiedsgericht en zijn de meeste waarden zoals opgenomen in deze nota
42
overeenkomstig het huidige beleid. Voor de losse objecten met een hoge waardering zal ook gekeken worden naar de architectonische uitwerking gerelateerd aan de cultuurhistorische waarden van een object bij ontwikkelingen. Dit kan een verzwaring betekenen van het huidige regime in de welstandsnota. 5.4.2. Wat wijzigt er niet? Ondanks enkele wijzigingen zijn er ook procedures die niet veranderen. Zo blijft in alle gevallen het vergunningsvrij bouwen, uitgezonderd aan rijks- en gemeentelijke monumenten, in stand. Ook de mogelijkheden voor het slopen van op de waardenkaart aangegeven cultuurhistorische waarden blijft mogelijk. Voor de hoge waarden zal deze activiteit mogelijk wel gekoppeld worden aan een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen. 5.4.3. Wat is nog het verschil tussen gemeentelijke monumenten en hoge cultuurhistorische waarden? In de tabel van bijlage VI wordt schematisch weergegeven wat de verschillen zijn tussen de verschillende gradaties in de aanwezige cultuurhistorische waarden. Bij gemeentelijke monumenten wordt gekeken naar alle aspecten van de betreffende waarde. In deze groep zitten objecten met bijzondere gevelelementen (bijvoorbeeld rijk geornamenteerde winkelpuien of zeer rijke baksteenarchitectuur of ornamentiek in de gevels), intacte interieurs, niet direct zichtbare bouwhistorische of cultuurhistorische (verhalende) waarden.
Dat zijn waardevolle aspecten aan een object die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit binnen Schoonhoven, maar lastig binnen de regels van het bestemmingsplan kunnen worden gereguleerd. Vanwege die hoge waarden is bescherming via de erfgoedverordening geëigend. De hoge cultuurhistorische waarden hebben op een aantal punten een gelijke waarde als de gemeentelijke monumenten, maar het accent ligt op exterieure aspecten die wel via het bestemmingsplan zijn te reguleren. Daarbij wordt meer gekeken naar de hoofdlijnen van het gebouw en haar uitwerking dan naar de specifieke details. Deze onderdelen worden wel binnen de welstandstoets getoetst, maar alleen indien het een vergunningplichtige activiteit is. Daarbij wordt niet gekeken naar het interieur van de objecten. Het verschil komt ook tot uiting in de
omschrijving van de hoge waarden, die veel beknopter is dan de beschrijving van gemeentelijke monumenten. 5.4.3. Waarom vindt Schoonhoven het voorgestelde beleid en de eventuele gevolgen voor eigenaren redelijk? Cultuurhistorische waarden zijn van algemeen belang en overstijgen daarmee het individuele belang van de eigenaar. Het behouden, benutten en versterken van de cultuurhistorische waarden dienen een algemeen doel. Zo dragen ze bij aan de kennis over het ontstaan en ontwikkelen van de gemeente Schoonhoven en vertellen ze over het leven in de voorgaande eeuwen. Daarmee heeft erfgoed en de cultuurhistorische waarden een wetenschappelijk nut. Deze kennis is niet alleen voor onze generatie waardevol. Het erfgoed gaat vaak al eeuwen mee en ook de generaties na ons moeten de mogelijkheid hebben te leren en te genieten van wat de cultuurhistorie heeft voortgebracht. Behouden, versterken en benutten doen we in eerste instantie dan ook voor de navolgende generaties. Maar daarnaast zijn de ruimtelijke aspecten van de cultuurhistorische waarden ook nu al van algemeen belang. De cultuurhistorische waarden zorgen voor een door velen gewaardeerde hoge ruimtelijke kwaliteit. Het voorgestelde beleid is bedoeld om deze ruimtelijke kwaliteit in stand te houden en te versterken. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor personen en bedrijven.
Ook zorgt het behoud van de historische karakteristiek voor aantrekkingskracht op het gebied van toerisme en recreatie binnen de gemeente. De ruimtelijke kwaliteit kan daarmee gekoppeld worden aan economische groei van de gemeente Schoonhoven. Iets waar alle eigenaren bij gebaat zijn.
43
BIJLAGEN I.
VI.
RIJKSBESCHERMD STADSGEZICHT SCHOONHOVEN LIJST VAN RIJKSMONUMENTEN LIJST VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTEN AANVULLENDE SELECTIECRITERIA OVERZICHT STEDELIJKE ONTWIKKELING VAN SCHOONHOVEN TABEL SCHEMATISCHE WEERGAVE
VII.
TOETSAPSECTEN LIJST CULTUURHISTORISCHE WAARDEN
II. III. IV. V.
DIGITALE BIJLAGEN 1. WAARDERINGSLIJSTEN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN 2. CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART
44
Bijlage I Beschermd stadsgezicht Schoonhoven
45
Bijlage II Overzicht rijksmonumenten Nr. 1 452390 2 33421 3 33419 4 33420 5 33425 6 33423 7 33424 8 33422 9 33426 10 526571 11 33427 12 33447 13 33429 14 33448 15 33430 16 33431 17 33449 18 33432 19 33450 20 33433 21 33434 22 33451 23 33435 24 33436 25 33452 26 33437 27 33453 28 33438 29 33428
46
Locatie Bij de Watertoren bij 25 Carmelietenstraat 11 Carmelietenstraat 7 Carmelietenstraat 9 Dam 10 Dam 5 Dam 8 Dam 9 Doelenplein 1 Doelenplein 12 Haven 1 Haven 10 Haven 11 Haven 12 Haven 13 Haven 15 Haven 16 Haven 17 Haven 18 Haven 19 Haven 21 Haven 22 Haven 23 Haven 25 Haven 26 Haven 27 Haven 28 Haven 29 Haven 3
Oorspronkelijke functie Nutsbedrijf Industrie Woonhuis Woonhuis Nijverheid Woonhuis Woonhuis Overheidsgebouw Militair verblijfsgebouw Bijgebouwen Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Kerk en kerkonderdeel Woonhuis Woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis
30 33454 31 33455 32 33440
Haven 30 Haven 32 Haven 41
33 33456 34 33441 35 33457 36 33458 37 33459 38 33460 39 33461 40 33442 41 33462 42 33445 43 526572 44 33463 45 33464 46 33443 47 33465 48 33466 49 33446 50 33444 51 33467 52 33468 53 33472 54 33473 55 33439 56 33551 57 33550 58 33549
Haven 44 Haven 45 Haven 46 Haven 48 Haven 50 Haven 52 Haven 54 Haven 57 Haven 58 Haven 6 Haven 61 Haven 62 Haven 64 Haven 65 Haven 66 Haven 68 Haven 6A Haven 73 Haven 78 Haven 82 Haven 84 Haven 84 Haven bij 35/37 Haven tegenover 43 Haven tegenover 43 Haven tegenover 77
Woonhuis Woonhuis Bestuursgebouw en onderdeel Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Boerderij Werk-woonhuis Werk-woonhuis Kerk en kerkonderdeel Kerk en kerkonderdeel Woonhuis Gedenkteken Brug Brug
59 33469 60 33509 61 33479 62 33480 63 33487 64 33488 65 33489 66 33490 67 33491 68 33492 69 33493 70 33494 71 33481 72 33482 73 33483 74 33484 75 33485 76 33474 77 33475 78 33476 79 33486 80 33477 81 33496 82 33495 83 526573 84 33478 85 33497 86 33498
Havenstraat 30 Kazerneplein 4 Koestraat 101 Koestraat 109 Koestraat 114 Koestraat 116 Koestraat 120 Koestraat 122 Koestraat 126 Koestraat 130 Koestraat 134 Koestraat 144 Koestraat 6 Koestraat 68 Koestraat 72 Koestraat 78 Koestraat 80 Koestraat 81 Koestraat 87 Koestraat 93 Koestraat 94 Koestraat 95 Korte Dijk 12 Korte Dijk 9 Korte Weistraat 12 Kruissteeg 2 Lange Weistraat 21 Lange Weistraat bij 4
87 526577 (526583) 88 526576 (526583) 89 526583
Lekdijk ong./TO de splitsing met de Tiendweg Lekdijk ong./TO de splitsing met de Tiendweg Lekdijk ong./TO de splitsing met de Tiendweg
Woonhuis Militair verblijfsgebouw Kapel Sociale zorg, liefdadigh. Woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Opslag Woonhuis Sociale zorg, liefdadigh. Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Nijverheid Woonhuis Industrie Vanwege onderdelen kerk Waterweg, werf en haven Waterweg, werf en haven Waterweg, werf en haven
90 33541 91 33504 92 33505 93 33500 94 33501 95 33506 96 33502 97 33503 98 33499 99 33507 100 33508 101 33516 102 526574 103 33517 104 33511 105 33518 106 33512 107 33513 108 33514 109 33519 110 33520 111 526575 112 33521 113 33522 114 33523 115 33515 116 33510 117 33544 118 526578 119 33528 120 33524 121 33525 122 33526 123 33527 124 33548
Lopikersingel bij 2 Lopikerstraat 10 Lopikerstraat 12 Lopikerstraat 13 Lopikerstraat 15 Lopikerstraat 20 Lopikerstraat 37 Lopikerstraat 49 Lopikerweg 32 Molenstraat 1 Nieuwe Singel 25 Oude Haven 10 Oude Haven 11 Oude Haven 12 Oude Haven 13 Oude Haven 14 Oude Haven 17 Oude Haven 19 Oude Haven 2 Oude Haven 20 Oude Haven 22 Oude Haven 28 Oude Haven 30 Oude Haven 32 Oude Haven 38 Oude Haven 4 Oude Haven 9 Oude Singel tegenover 144 Spoorsingel 2 Tol 11 Tol 3 Tol 6 Tol 8 Tol 9 Trompertswal bij 1
Gracht Werk-woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Opslag Woonhuis Woonhuis Horeca Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Nijverheid Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Kust- en oevermarkering Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Brug
47
125 33529 126 33539 127 33531 128 33532 129 33533 130 33535 131 33534 132 33536 133 33530 134 33537 135 33538 136 33545 137 33552
Veerstraat 1A Voorhaven 10 Voorhaven 15 Voorhaven 17 Voorhaven 19 Voorhaven 2 Voorhaven 23 Voorhaven 4 Voorhaven 5 Voorhaven 6 Voorhaven 8 Voorhaven en Scheepsmakershaven Voorhaven tegenover 1
138 33546
Wal 10
Woonhuis Woonhuis Opslag Woonhuis Woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Werk-woonhuis Woonhuis Woonhuis Waterweg, werf en haven Waterkering en doorlaat Fort, vesting en -onderdl
48
139 33540
Wal 3
Begraafplaats en -onderdl
140 525035
Wal 30
141 33542 142 511387
Wal 61 Wal 63
143 33547 144 33543 145 33471 146 33470 147 33553 148 33554 149 33555
Wal bij 9 Wal tegenover 40 Weergang bij 1 Weergang bij 1 De Montignylaan 28 De Montignylaan 18 Tiendweg 32
Vanwege onderdelen kerk Voorwerk Vanwege onderdelen kerk Gracht Omwalling Fort, vesting en -onderdl Fort, vesting en -onderdl Woonhuis Kerk en kerkonderdeel Boerderij
Bijlage III Overzicht gemeentelijke monumenten Adres Albrecht Beylinggracht 16 Albrecht Beylinggracht 26 Albrecht Beylinggracht 28 Albrecht Beylinggracht 30 Albrecht Beylinggracht 32 Albrecht Beylinggracht 34 Albrecht Beylinggracht 36 Albrecht Beylinggracht 38 Albrecht Beylinggracht 40 Albrecht Beylinggracht 42 Buiten de Veerpoort 1 eA02 Havenstraat 15 Havenstraat 47A Havenstraat 64 Havenstraatse Wal 15 Jan Kortlandstraat 11 Jan Kortlandstraat 13 Jan Kortlandstraat 15 Jan Kortlandstraat 2 Koestraat 11 Koestraat 146 Koestraat 148 Koestraat 150 Koestraat 21 Koestraat Korte Dijk 19 Kruispoortstraat 8 Lekdijk West 3
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50
Lopikerstraat 30 Lopikerstraat 38 Lopikerstraat 51 Lopikerweg 54 Olivier van Noortplein nabij 2a, b, c Opweg Oude Haven 21 Oude Haven 31 Oude Haven 8 Oude Singel 60 Oude Singel 92 Spoorsingel 11 Spoorstraat 6 Tol 12 Tol 2 Veerstraat 5 Wal 12 Wal 26b Wal 26c Wal 30 Wal 32 Wal 63
49
Bijlage IV Aanvullende criteria cultuurhistorische inventarisatie Schoonhoven Bij het selecteren van de gebieden, structuren en (gebouwde) objecten met een cultuurhistorische waarde is gebruik gemaakt van de onderstaande criteria. Het aantal criteria waar aan wordt voldaan, bepaalt de gradatie (hoog, middelhoog en laag) van waardering. Naast deze specifieke criteria zijn de landelijk gehanteerde algemene criteria voor inventarisaties van toepassing. Per thema Middeleeuwse ontginningen Gebieden en/of structuren die herinneren aan de ontwikkeling en ingebruikname van het gebied in en rondom Schoonhoven en: 1. Onderdeel zijn van de hoofdinfrastructuur en/of; 2. Een hoge mate van gaafheid bezitten en/of; 3. Als gevolg van de ruimtelijke karakteristieken directe associaties oproepen met een als zodanig herkenbare middeleeuwse ontginning. Met betrekking tot (gebouwde) objecten die binnen dit thema vallen: 4. Het (gebouwde) object heeft door zijn functie of typologie een directe relatie met de ontginningsgeschiedenis van de gemeente en/of; 5. Het (gebouwde) object maakt onderdeel uit van een vrijwel gaaf gebieds/ structuurensemble en/of; 6. Het (gebouwde) object bezit hoge architectuurhistorische waarden, dan wel interieurwaarde.
Nederzettingen, stadsontwikkeling en bebouwing Gebieden en/of structuren die herinneren aan de ontwikkeling van Schoonhoven vanaf de eerste nederzetting tot aan nu en: 1. Onderdeel zijn van de cultuurhistorische hoofdstructuur van de gemeente Schoonhoven en/of;
50
2. Door hun ruimtelijke karakteristiek het historische ontwikkelingsbeeld van Schoonhoven illustreren en/of; 3. Een hoge mate van gaafheid bezitten 4. Bijzondere cultuurhistorische waarde bezitten, waarbij de betekenis voor de gemeenschap duidelijk is omdat zij een cultureel, maatschappelijke of sociaal- economische betekenis heeft en/of; 5. Een (zeer) hoge landschappelijke of stedenbouwkundige waarde bezitten. Met betrekking tot (gebouwde) objecten die binnen dit thema vallen: 6. Onderdeel uitmaken van de cultuurhistorische hoofdstructuur van de gemeente en/of; 7. Het (gebouwde) object maakt onderdeel uit van een vrijwel gaaf stedenbouwkundig of architectonisch ensemble en/of; 8. Is van de hand van een voor de gemeente Schoonhoven relevante architect, aannemer of ontwikkelaar en/of; 9. Illustreert een bijzondere cultuurhistorische ontwikkeling binnen de gemeente en is derhalve van belang voor het ontwikkelingsbeeld binnen de gemeente en/of; 10. Heeft een hoge architectuurhistorische waarde, dan wel interieurwaarde. Waterbeheer Gebieden en structuren die herinneren aan de ontwikkeling van het waterbeheer in en rondom Schoonhoven en: 1. Onderdeel uitmaken van de cultuurhistorische hoofdinfrastructuur en/of; 2. Door hun ruimtelijke karakteristiek het historische ontwikkelingsbeeld van het waterbeheer binnen Schoonhoven illustreren en/of; 3.