CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Binnenstad Schoonhoven - deel 2 - Bijlagen bij Toelichting - deel 1 - 1 tm 6.pdf

Raadsvergadering 14 juli 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven25.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

62

Nautisch beheer (scheepvaartverkeer) Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat is volgens de Waterwet bevoegd voor zover het Rijk die bevoegdheden uitdrukkelijk in het Waterbesluit of waterregeling heeft toegedeeld. Voor het maken of behouden van werken, het plaatsen van vaste substanties of voorwerpen en het uitvoeren van werkzaamheden op of in rijkswateren, anders dan in overeenstemming met de functie, is een watervergunning vereist. Op de vergunningplicht bestaat een flink aantal uitzonderingen (zie artikel 6.12 Waterbesluit). De volgende handelingen zijn niet vergunningplichtig:  het bouwen van bouwwerken, voor zover de oppervlakte daarvan niet meer dan 30 m² bedraagt;  het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding;  het uitvoeren van onderhoud, aanleg, wijziging of overig gebruik van waterstaatswerken door of in opdracht van de beheerder;  het maken van werken om oeverafslag tegen te gaan;  het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende objecten in andere Rijkswateren dan de grote rivieren;  ontgrondingen;  aangewezen activiteiten in de waterregeling die van ondergeschikt belang zijn voor de veilige en doelmatige functievervulling van het oppervlaktewaterlichaam of een bijbehorend kunstwerk (artikel 6.11 Waterregeling). Deze niet-vergunningplichtige activiteiten zijn in het algemeen wel meldingsplichtig op grond van artikel 6.14 van de Waterregeling.

Als het gebruik van rijkswaterstaatswerken niet vergunningplichtig is, geldt er wel een zorgplicht. Deze algemene zorgplicht is vastgelegd in artikel 6.15 Waterbesluit. De zorgplicht houdt in dat handelingen zo moeten worden uitgevoerd dat: 'er geen vermijdbare nadelige gevolgen optreden voor het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam overeenkomstig de daaraan toegekende functies, voor de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam en voor het kustfundament er geen feitelijke belemmering optreedt voor vergroting van de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam, en de waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen van het oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van het gebruik zo klein mogelijk moet zijn of gecompenseerd moet worden'. In artikel 6.8 tot en met 6.10 en van de Waterregeling is deze zorgplicht verder uitgewerkt in algemene regels. Voorbeelden van die algemene regels zijn:  de stabiliteit van oeverconstructies mag niet in gevaar worden gebracht;  zichtlijnen voor de scheepvaart mogen niet worden gehinderd. Voor bepaalde aspecten van het gebruik kan de minister maatwerkvoorschriften stellen, ter specificatie van de algemene regels. Zo is het mogelijk om bij maatwerkvoorschriften te bepalen in welke periode werkzaamheden worden uitgevoerd, of dat het mogelijk moet zijn om het werk te verplaatsen door hoogwater.

Richtlijnen Vaarwegen 2017 Voor het (verkeerskundig) ontwerp van vaarwegen heeft Rijkswaterstaat de 'Richtlijn Vaarwegen 2017' opgesteld. Dit is een kaderstellende richtlijn, die richtlijnen bevat voor de afmetingen en de vormgeving van vaarwegen. Daarnaast bevat de richtlijn de zonering die nodig is om het profiel van de vaarweg te borgen. Rivierkundig Beoordelingskader (RBK) Het Rivierkundig Beoordelingskader (RBK) voor ingrepen in de Grote Rivieren beschrijft hoe Rijkswaterstaat bij de vergunningverlening rivierkundige effecten van voorgenomen ingrepen in de rivier bepaalt en beoordeelt. Het RBK is nodig als een vergunning in het kader van de Waterwet wordt aangevraagd of een projectplan Waterwet wordt opgesteld. Het toepassingsgebied van het RBK betreft

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

63

de grote rivieren in Nederland die in beheer zijn van het Rijk. De nu geldende en voorgeschreven versie van het rivierkundig beoordelingskader is versie 4.0, 23 januari 2017. Beleidslijn Grote Rivieren In het kader van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken is voor elke activiteit in het rivierbed een vergunning nodig. Daarnaast is een goede afweging in het ruimtelijk spoor (streekplannen en bestemmingsplannen) noodzakelijk om te voorkomen dat er bestemmingsplancapaciteit ontstaat voor activiteiten die niet, of slechts onder bepaalde voorwaarden, zijn toegestaan. Een goede doorwerking van het beleid vereist een adequate coördinatie tussen de ruimtelijke ordening en de toepassing van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. De Beleidslijn Grote Rivieren is het instrument dat daarvoor zorgt. De Beleidslijn grote rivieren is de opvolger van de Beleidslijn ruimte voor de rivier en bevat vanuit rivierkundig en ruimtelijk oogpunt een kader voor het beoordelen van de toelaatbaarheid van nieuwe activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. Het uitgangspunt van de beleidslijn is het waarborgen van een veilige afvoer en berging van rivierwater onder normale en onder maatgevende hoogwaterstanden. Doorwerking bestemmingsplan In dit bestemmingsplan ligt op de rivier de Lek en het buitendijks gelegen gebied de dubbelbestemming 'Waterhuishoudkundige functie'.

Hierin zijn beperkingen gelegd ten aanzien van het gebruik en het bouwen. In het buitendijks gebied ligt één ontwikkelingslocatie, namelijk het Dika-terrein. Voor dit gebied is als randvoorwaarde meegegeven, dat bij eventuele ontwikkelingen geen afbreuk mag worden gedaan aan de overstroombaarheid. In dit bestemmingsplan zijn de belangen van Rijkswaterstaat dus beschermd.

1.9

Ecologie

Toetsingskader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de geldende verbodsbepalingen die bij deze wet horen, kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Dit is anders indien uit de Wnb voortvloeit dat een passende beoordeling moet worden gemaakt. Deze dient te zijn verricht ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura-2000 gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn).

Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, of het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Wanneer deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

64

sociale of economische aard; de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. In de omgeving van Schoonhoven zijn de gebieden Uiterwaarden Lek en Broekvelden, Vettenbroek en polder Stein gelegen. 

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. In de omgeving van Schoonhoven beheert het Zuid-Hollands Landschap enkele natuurgebieden die tot het NNN behoren, bijvoorbeeld de Koeneschans bij Bonrepas. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.

Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Onderzoek en doorwerking bestemmingsplan Soortenbescherming Binnen het plangebied worden mogelijk ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij eventueel beschermde soorten kunnen worden bedreigd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient daarom rekening gehouden te worden met eventueel aanwezige beschermde dier- en plantensoorten. Voor ontwikkelingen die rechtstreeks mogelijk zijn, geldt altijd de algemene zorgplicht die is opgenomen in de Wet natuurbescherming. Voor de transformatiegebieden die in dit bestemmingsplan worden benoemd is in de regels opgenomen dat een onderzoek naar beschermde soorten randvoorwaardelijk is voor de ontwikkeling. Gebiedsbescherming Binnen het plangebied zijn geen delen van het Natuurnetwerk Nederland aanwezig. Wel is aangrenzend de Lek aanwezig.

Dit betreft ook een NNN gebied: zij behoort tot de grote rivieren, waarvoor Rijkswaterstaat bevoegd gezag is. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied Uiterwaarden Lek, 3 kilometer van het plangebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

65

Ontwikkelingen binnen dit bestemmingsplan mogen niet leiden tot aantasting van de waarden van een Natura 2000-gebied door stikstofdepositie. Daarom is een strijdig gebruik-regeling opgenomen (31.1). In 1.61 is een begripsomschrijving opgenomen wat verstaan dient te worden onder het begrip stikstofdepositie. Door middel van de genoemde bepalingen worden significante negatieve effecten op Natura 2000 gebieden uitgesloten. Wanneer door een bepaalde ontwikkeling wél een significant effect op een Natura 2000-gebied ontstaat door stikstofdepositie, kan worden afgeweken van bovenstaande bepaling mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie. Voorwaarde dat een natuurbeschermingsvergunning is verleend dan wel een verklaring van geen bedenkingen is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag.

1.10

Archeologie en cultuurhistorie

Toetsingskader Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Besluit ruimtelijke ordening Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van elk bestemmingsplan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied.

Onderzoek en doorwerking bestemmingsplan Archeologie De gemeente Krimpenerwaard beschikt over eigen archeologiebeleid met een eigen (inhoudelijk en bestuurlijk) afwegingskader. De b archeologische verwachtingskaart die bij het beleid hoort, geeft op perceelsniveau inzicht in het voorkomen van bekende en te verwachten archeologische waarden. Daarnaast bevat de kaart een informatielaag met mogelijke diepteligging van de te verwachten archeologie en bodemverstoring. De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor een archeologische beleidskaart: aan de verwachtingen worden regels gekoppeld die inzichtelijk maken waar geen onderzoek nodig is en waar wel. Deze beleidskaart vormt op zijn beurt de basis voor bestemmingsplannen en het toetsingskader voor de verlening van omgevingsvergunningen. Volgens de archeologische beleidskaart zijn ter plaatse van de binnenstad van Schoonhoven de volgende archeologische verwachtingswaarden aanwezig: (zie ook figuur 1).

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

66

Figuur 1 Uitsnede archeologische beleidskaart

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

67

De archeologische beleidskaart is in dit plan vertaald door verschillende dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie' op te nemen. Deze dubbelbestemmingen corresponderen met de genoemde beleidszones. Cultuurhistorie In het plangebied bevinden zich zowel rijks- als gemeentelijke monumenten. Rijksmonumenten worden beschermd via de Monumentenwet 1988, gemeentelijke monumenten via de Erfgoedverordening. De rijks- en gemeentelijke monumenten zijn opgenomen in de monumentenregisters. De binnenstad van Schoonhoven is daarnaast op 29 juli 1974 gedeeltelijk aangewezen als beschermd stadsgezicht (zie figuur 2). Het beschermd stadsgezicht betreft maar een beperkt deel van de historische binnenstad. Het westelijke deel van 'de Ster' bevat ook waardevolle structuren die beschermd dienen te worden. Verder bevindt zich aan de oostzijde een gebiedje rond de Halve Maan met waardevolle objecten. Daarom is ervoor gekozen dat deze gebieden dezelfde beschermde status krijgen als het beschermd stadsgezicht. Het uitgangspunt van dit bestemmingsplan is behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden. Dat uitgangspunt is in dit bestemmingsplan in hoofdstuk 2 benoemd. Verder zijn in de regels diverse beschermende regels opgenomen. Zo gelden beperkingen voor bouwen en aanlegwerkzaamheden. In dit plan is daarvoor de dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorie beschermd stadsgezicht' opgenomen.

Verder is in dit gebied een bouwregel opgenomen, waarin voor nieuwe hoofdgebouwen altijd een omgevingsvergunning voor afwijken nodig is. Daarbij kan worden geborgd dat de hoofdgebouwen passen binnen het de historische structuur. Ter inspiratie is de cultuurhistorische waardenkaart opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Deze is te vinden in Bijlage 13.

Figuur 2 Aanwijzing beschermd stadsgezicht Schoonhoven

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

68

1.11

Kabels en leidingen

Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en doorwerking bestemmingsplan Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Dit leidt dan ook niet tot borging in de regels van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

Bijlage 3 Nota inspraak- en overlegreacties

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

Nota inspraakreacties en vooroverlegreacties Chw-bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven

18 augustus 2020

Nota inspraakreacties en vooroverlegreacties Chw-bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven 18 augustus 2020

De binnenstad van Schoonhoven is in de 15e tranche van het Besluit uitvoering Crisis‐ en Herstelwet (artikel 7c opgenomen als pilotproject waarvoor innovatieve experimenten uitgevoerd kunnen worden door middel van een 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte'. Voor dit bestemmingsplan wil de gemeente Krimpenerwaard op verschillende aspecten ervaring op doen met de Omgevingswet. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om al een compleet omgevingsplan op te stellen. Het Chwbestemmingsplan voorziet ten eerste in het actualiseren van het bestemmingsplan en tegelijkertijd in het beschermen van de cultuurhistorische waarden. Daarnaast biedt het bestemmingsplan de mogelijkheid voor de ontwikkeling van het centrum voor de Zilver-as en de Lopikerstraat. Ook worden ontwikkelingen mogelijk gemaakt op het Dikaterrein en in de Spoorzone. Daarnaast verwacht de gemeente dat de locaties van het Bastion en Doelenplein in de nabije toekomst zullen transformeren. Onder voorwaarden wil de gemeente daaraan meewerken. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 10 juli tot en met 10 september 2019 ter inzage gelegen. Tevens heeft op 13 juni 2019 een inspraakavond voor de bewoners plaatsgevonden. In totaal hebben 12 personen en instanties inspraak- cq. overlegreacties ingediend, zie onderstaand overzicht.

In verband met de bescherming van persoonsgegevens, zijn de naam- en adresgegevens niet vermeld voor zover deze herleidbaar zijn tot natuurlijke personen. Inspraakreacties 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Indiener 1 Indiener 2 Indiener 3 Indiener 4 Indiener 5 Indiener 6

Vooroverlegreacties 7. Omgevingsdienst Midden-Holland 8. HDSR 9. HHSK 10. Rijkswaterstaat 11. Provincie Zuid-Holland 12. Veiligheidsregio Midden-Holland 13. Ministerie

1. Indiener 1 1.1

1.2

Inhoud inspraakreactie Verzocht wordt de huidige beperkingen bij het verlenen van de woonbestemming voor het kantoorpand aan de Spoorsingel 11 op te heffen, respectievelijk de voorwaarden voor deze bestemming gelijk te schakelen met die voor omringende woningen. Gevraagd wordt medewerking te geven aan het verlenen van ontheffing voor het maken van een uitrit voor het perceel Spoorsingel 11 naar de ventweg van de C.G. Roosweg.

Beantwoording Met de vorige eigenaar is afgesproken dat het kantoorpand een woonbestemming krijgt. Omdat geen verdere verstedelijking gewenst is, is op het perceel een ‘specifieke bouwaanduiding - geen bebouwing toegestaan ‘opgenomen. Een uitritvergunning wordt verleend op basis van de APV en valt buiten de reikwijdte van een bestemmingsplan. De gemeente ziet echter geen aanleiding om haar eerder ingenomen standpunt tot het weigeren van deze uitrit te herzien.

Conclusie inspraakreactie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2. Indiener 2 2.1

2.2

Inhoud inspraakreactie Ten aanzien van de ‘verruimde flexibiliteit inzake het loslaten van de maximale bouwhoogte’ en de relatie met de ‘inpasbaarheid’ is subjectief.

Transformatiegebied Dika-terrein spreekt van een ‘markant gebouw’, wat eveneens subjectief is.

Beantwoording In delen van het plan is inderdaad geen maximale bouwhoogte opgenomen. Dit geldt voor het historische centrum en het Dika-terrein. Buiten deze gebieden is wel een maximale maatvoering opgenomen. In de historische binnenstad is opgenomen dat de bebouwing moet aansluiten op aansluitende bebouwing. Dit is het uitgangspunt voor de nieuwe hoogte die bij de planvorming wordt geconcretiseerd alvorens een omgevingsvergunning kan worden aangevraagd.. Voor het Dika-terrein is bepaald dat de nieuwbouw qua vorm, massa en hoogte aansluit bij de te behouden schoorsteen en de omgeving (binnenstad en water). Daarmee zijn voor dit gebied de randvoorwaarden voor de ruimtelijke kwaliteit bepaald. Voor deze ontwikkelingen is overigens altijd een vergunning nodig; het gaat hier dus niet om directe mogelijkheden. De regels voor het DIKA-terrein zijn deels als een zogenaamde open norm geformuleerd. Hierbij zijn criteria en randvoorwaarden gegeven, waarbij de exacte invulling pas bij de vergunningverlening wordt getoetst. Mede naar aanleiding van deze reactie zullen deze criteria worden geobjectiveerd.

2.3

Destijds is een lobby gevoerd om een hoog gebouw op het Dika-terrein te plaatsen, hiertegen maakt indiener ernstig bezwaar

Er is inderdaad gepleit voor een flink hoger volume maar hiervan is afgezien. Vorm en massa van de herontwikkeling waaronder de bouwhoogte dienen aan te sluiten bij de criteria in het bestemmingsplan waarvan de schoorsteen als cultuurhistorische element een onder deel vormt.

Conclusie inspraakreactie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van bestemmingsplan.

3. Indiener 3 3.1.

Inhoud inspraakreactie De vraag is gesteld of in de bestemming wonen nog steeds het pand kan worden gebruikt als kantoor zoals reeds gebeurt.

Beantwoording Al het huidige bestaande gebruik mag worden voortgezet, voor zover dit legaal tot stand is gekomen. Als een pand derhalve binnen de woonfunctie nu legaal wordt gebruikt als kantoor, dan mag dat gebruik zonder meer worden voortgezet. Dat blijkt uit artikel 7.1 onder b. van het bestemmingsplan. Naar aanleiding van deze inspraakreactie wordt op het pand de aanduiding kantoor toegevoegd; het kan zowel voor wonen als voor kantoor gebruikt worden.

Conclusie inspraakreactie De inspraakreactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan: Op het pand Jacoba van Beierenstraat 6 wordt de aanduiding ‘kantoor’ opgenomen.

4. Indiener 4 4.1.

Inhoud inspraakreactie  Bij de reactie staat Carmelietentraat genoemd in plaats van Nes.  Er staat een aantal bedden genoemd van 6. Dit komt niet overeen met de ingediende ruimtelijke onderbouwing en kruimelvergunning. Het klopt dat er 3 B&B eenheden worden gerealiseerd maar met maximaal 4 bedden per eenheid.  Indiener is van mening dat het aantal bedden niet van belang is om op te nemen in de reactie.  De vraag over de functie van woning met bedrijf op 26 b is niet beantwoord.

Beantwoording Indiener reageert op de beantwoording van de ontvangen reacties naar aanleiding van de informatieavond op 13 juni 2019. De reactie wordt echter als inspraakreactie op het voorontwerp beschouwd. In het voorontwerp zijn bestaande legale niet-woonfuncties niet aangeduid. Deze worden overeenkomstig de planregels als bestaand en dus toegestaan beschouwd. De B&B functie is eerder verleend met behulp van art 2.12 lid 1 onder a3 Wabo (kruimel) in het voormalige atelier en in de panden aan de Carmelietenstraat 17 en 19. In totaal worden hier 6 bedden (3B&B eenheden/kamers) gerealiseerd. Dat is meer dan wat

‘algemeen mogelijk wordt gemaakt’ in het bestemmingsplan (zie lid 1.13) het BP hoeft niet aangepast te worden. Dat geldt ook voor bestaande legale bedrijfsfuncties, waarvan het bestaande legale gebruik gecontinueerd mag worden. Conclusie inspraakreactie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

5. Indiener 5 5.1

Inhoud inspraakreactie Indiener maakt bezwaar tegen de wijziging van de bestemming van het perceel Spoorsingel 7, waarbij de woonfunctie wordt omgezet naar een kantoorfunctie. Gemeente neemt aan dat de wijziging op het perceel Spoorsingel nr 11 wordt bedoeld

5.2

Van kantoor naar woning heeft tot effect dat meer bijgebouwen kunnen ontstaan, dit gaat ten koste van de openheid en ons uitzicht Conclusie inspraakreactie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Beantwoording Op dit moment vigeert de Beheersverordening Binnenstad Schoonhoven. Daarmee is de regeling uit het oorspronkelijke bestemmingsplan Binnenstad uit 2006 opnieuw van toepassing verklaard. Voor het perceel Spoorsingel 11 gold de bestemming wonen en tuin met kantoor De gemeente wenst mee te werken aan de bestemming wonnen met de specifieke bouwaanduiding geen bebouwing toegestaan om verdere bebouwing tegen te gaan. Door de aanduiding geen bebouwing toegestaan kunnen geen bijgebouwen worden gerealiseerd.

6. Indiener 6 6.1

Inhoud inspraakreactie Indiener is initiatiefnemer van De Oude Apotheek. Deze locatie is er voor inwoners, ondernemers, bedrijven en gemeente. Vanuit de Stichting De Oude Apotheek worden activiteiten georganiseerd die bijdragen aan het concept van de Zilveras. In haar reactie geeft indiener een aantal ideeën voor de Oude Apotheek. Dit zijn het serveren van koffie, thee en streekproducten op de begane grond, het verstrekken van informatie aan bezoekers, het verkopen van dagactiviteiten en arrangementen voor groepen, een terras voor de deur en een terras op het water (samen met de bakkerij). Daarnaast heeft initiatiefnemer een aantal dagactiviteiten. Conclusie inspraakreactie De inspraakreactie leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

Beantwoording De initiatieven die indiener benoemt passen binnen de uitgangspunten zoals opgenomen in het ambitiedocument Zilverstad met historische allure, dat ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan, en binnen de ambitie voor de Zilveras. Een aantal onderdelen valt echter buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. De concrete plannen die voor de Oude Apotheek voorgesteld worden zouden op basis van dit bestemmingsplan grotendeels direct mogelijk zijn. Wel zijn aan de terrassen voorwaarden verbonden. Specifiek voor het realiseren van een terras op het water is wel een vergunning nodig.

7. Omgevingsdienst Midden-Holland 7.1

7.2

Inhoud vooroverlegreactie De ODMH is gevraagd regels te formuleren voor het aspect bodem. Naar aanleiding van deze vraagt heeft zij op 14 november 2019 een advies gegeven. in dat advies geeft de ODMH een voorstel om op te nemen in de toelichting en voor artikel 22.2 van de regels. De ODMH heeft een aantal opmerkingen gemaakt over Hoofdstuk 3 ‘Duurzaamheid en klimaatadaptatie’ en een aantal specifieke opmerkingen gemaakt en vragen gesteld. Conclusie vooroverlegreactie De overlegreactie leidt tot de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan: - De toelichting zal in paragraaf 1.7 conform het tekstvoorstel worden aangepast; - Tekstwijziging van artikel 22.2 zal in de gewijzigde systematiek worden meegenomen; - Hoofdstuk 3 (Duurzaamheid) is aangepast.

Beantwoording Het tekstvoorstel voor de toelichting zal worden verwerkt in paragraaf 1.7 van de bijlage Omgevingsaspecten. Het tekstvoorstel voor de regels zal worden toegevoegd aan artikel 22.2. Wel zal dit in de systematiek van de regels herschreven worden. Door nieuwe inzichten zal de inhoud worden aangepast. Deze nieuwe inhoud zal met de Omgevingsdienst worden afgestemd.

8. Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR)

8.1. 8.2

8.3.

8.4

Inhoud vooroverlegreactie Het waterschap HDSR maakt in haar inspraakreactie opmerkingen over verbeelding, regels en toelichting. Verbeelding: Voor de regionale kering hoeft alleen de zone waterstaatswerk de dubbelbestemming te krijgen, nu heeft ook de beschermingszone een dubbelbestemming. Verbeelding: het waterschap adviseert voor de primaire kering het profiel van vrije ruimte op te nemen als dubbelbestemming Regels: In artikel 6 wordt gesproken over “wateroverlast in openbaar gebied”. Het waterschap adviseert deze wateroverlast te kwalificeren. In artikel 24.4.3 stelt dat het eigen terrein een waterbergend vermogen moet hebben voor een maatgevende bui. Artikel 6 spreekt over een maatgevende bui van maximaal 12 uur. Het is niet duidelijk of deze buien van verschillende grootte zijn; het waterschap vraag hier onderscheid in te maken. Ten aanzien van de regels: Artikel 27 gaat over de ontwikkeling van het DIKA-terrein. De primaire kering ligt langs dit terrein, en kan de mogelijkheden van dit terrein beperken. Het Hoogheemraadschap adviseert in artikel 27.4.2 op te nemen dat de primaire kering aan het gebied grenst en dat dit beperkingen met zich meebrengt. Verder verzoekt het waterschap

Beantwoording

Het ontwerp bestemmingsplan wordt hierop aangepast. Het deel van de kering dat in het plangebied ligt is grotendeels in beheer bij HHSK, slechts een klein deel is in beheer bij HDSR. Daarom wordt aangesloten bij de zone zoals opgenomen in de legger van HHSK. In het ontwerp bestemmingsplan wordt gekozen voor één definitie van maatgevende bui.

De beperkingen als gevolg van de waterkering zijn geregeld in artikel 20.6. Aan dit artikel wordt toegevoegd, nadat advies is gekregen van de waterbeheerder(s).

8.5

8.6

om in dit artikel op te nemen dat, mocht er een ontwikkeling plaats gaan vinden, zowel het waterschap HHSK als het waterschap HDSR om advies wordt gevraagd omtrent de ontwikkelingen. Ten aanzien van de toelichting: In paragraaf 2.3.4 wordt gesproken over watercompenserende maatregelen bij nieuwe ontwikkelingen. Het waterschap adviseert om deze compenserende maatregelen ook op te nemen bij herontwikkelingen.

De watercompenserende maatregelen zijn benoemd in artikel 6 (Duurzaamheid). Deze regels gelden voor alle activiteiten in het plangebied. Wel zal in de bestemmingen voor de transformatiegebieden een explicietere relatie met artikel 6 worden gelegd. Dit wordt gecorrigeerd.

Toelichting: in paragraaf 2.3.4 in de cursieve tekst is een foutje geslopen. Conclusie vooroverlegreactie De overlegreactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan: - de verbeelding wordt aangepast ter plaatse van de genoemde waterkering; - de definitie van maatgevende bui wordt gelijk getrokken; - aan de regels voor de waterkering wordt toegevoegd dat bij ontwikkelingen de waterbeheerders om advies wordt verkregen van de waterbeheerders; - de relatie met artikel 6 wordt expliciet gemaakt in de regels van het transformatiegebieden; - de genoemde tekst is gecorrigeerd.

9. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) 9.1

Inhoud vooroverlegreactie HHSK geeft in haar reactie aan geen opmerkingen op het plan te hebben. De overlegreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Beantwoording Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

10. Rijkswaterstaat

10.1 10.2 10.3

Inhoud vooroverlegreactie Rijkswaterstaat heeft een reactie gegeven op het concept voorontwerp bestemmingsplan. Daarin wordt ingegaan op de volgende punten. Rijkswaterstaat geeft een tekstvoorstel over Nautisch beheer. Ligplaatsbeleid: voor de rivier de Lek geldt een algemeen ligplaatsverbod. De vaarwegbeheerder heeft een ligplaatsbeleidplan ontwikkelt Ingevolge het Barro moet een vrijwaringszone worden opgenomen bij vaarwegen. Langs de Lek geldt een vrijwaringszone van 25 meter vanaf de begrenzingslijn van de vaarweg. Bij initiatieven binnen de zone moet worden aangetoond dat het functioneren van de vaarweg niet in het geding is. De vrijwaringszone geldt ook voor het vervoer van gevaarlijke stoffen

Beantwoording

Dit tekstvoorstel wordt opgenomen in de toelichting Het ligplaatsenbeleid voor de Lek valt buiten het regime van dit bestemmingsplan. In de vrijwaringszone, die onderdeel is van het Barro, zijn met dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen voorzien. Daarmee wordt invulling gegeven aan artikel 2.1.3 van het Barro. Er hoeft dus geen zone te worden opgenomen.

10.4

10.5 10.6

10.7

10.8

10.12

10.13

10.14 10.15 10.16

Langs vaarwegen zijn ook de Beleidsregels voor het plaatsen van windturbines op in of Deze beleidsregel valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. Overigens zijn dergelijke windturbines, gezien de historische situatie, niet over rijkswateren van toepassing. Zonnepanelen mogen geen hinder geven ten aanzien gewenst. Dit plan maakt deze ook niet mogelijk. van schittering op de vaarweg. Tekst op blz 34 is correct en mag blijven Dit wordt voor kennisgeving aangenomen. Dikaterrein ligt buitendijks en bevindt zich in het stroomvoerend regime. Conform beleidslijn In de regels is opgenomen dat deze ontwikkeling alleen toegestaan is Grote Rivieren zijn hier geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan tenzij sprake is van indien de beschikbaarheid van het oppervlak voor het watervoerend riviergebonden activiteiten of een zwaarwegend maatschappelijk belang (zoals duurzame oppervlak wordt geborgd ter plaatse (of door een gelijkwaardige energie). Voor andere activiteiten kan geen toestemming worden gegeven, tenzij deze oplossing). Daarmee wordt voldaan aan artikel 2.4 van het Barro. activiteiten meer ruimte voor de rivier opleveren. Gebiedsplan anno 2014 sloot woningbouw op het Dika terrein expliciet uit. In het Zie 10.6 voorontwerp is het van bedrijventerrein toch naar gemengd gewijzigd.

Dit past niet in de beleidslijn Grote Rivieren (tenzij meer ruimte wordt geboden aan de rivier) Voorstel regels als volgt aanpassen: Deze regel wordt voor de bestaande situatie aangevuld. 27.4.1 Stedenbouwkundige randvoorwaarden’’ het volgende toe te voegen: ‘’f: Het bestaande bouwvolume (in mᵌ’s en in m2) gelegen tussen NAP (p.m. GHW) en NAP (p.m. MHW) mag maximaal 10% toenemen ten opzichte van het bestaande bouwvolume.’’ Voorstel regels als volgt aanpassen: Zie 10.6 artikel ‘’27.4.2 Randvoorwaarden vanuit uitvoerbaarheid’’ als volgt te wijzigen: b. er dient voorzien te worden in voldoende watercompensatie. Een rivierkundig gebiedsplan dient te worden opgesteld en de daaruit voortvloeiende noodzakelijke rivierverruimende maatregelen dienen te worden uitgevoerd. De uitleg dient toegevoegd te worden aan de toelichting. Voorstel regels als volgt aanpassen: Dit is geborgd in artikel 19.8 (Daarin zijn regels voor bouwen in de gebieden Waterstaat – waterhuishoudkundige functie opgenomen). het volgende artikel toe te voegen: ‘’Alvorens over punt 27.4.2 onder b. te besluiten is positief advies van de betreffende waterbeheerder (RWS) noodzakelijk.’ Waterparagraaf ziet alleen op waterschapsbeleid. Een deel van het plangebied behoort De waterparagraaf wordt op dit punt aangevuld. tot het beheergebied van RWS. De waterparagraaf moet hierop worden aangepast.

Rijkswaterstaat vraag om artikel 17.3 aan te vullen en geeft hiervoor een tekstvoorstel Artikel 17.3 wordt hierop aangepast Op de kaart is niet goed te zien waar de dubbelbestemming Waterstaat precies ligt. Deze Deze dubbelbestemming ligt over het gehele buitendijkse gebied. moet over het gehele buitendijkse gebied liggen. Het bestemmingsplan hoeft hier niet op aangepast te worden. Conclusie vooroverlegreactie De overlegreactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. In de regels worden artikel 17.3 (wordt 18.3) en 26 (wordt 27) worden aangevuld. De waterparagraaf wordt uitgebreid, waarin uitgebreider wordt ingegaan op het beheersgebied van RWS.

11. Provincie Zuid-Holland 11.1

11.2

Inhoud vooroverlegreactie Detailhandel: In het plan is in artikel 27 een regeling opgenomen voor doorontwikkeling van het Dika-terrein. Een van de opgenomen bestemmingen is detailhandel. Het Dika-terrein grenst echter niet aan het bestaande centrum. Daarmee is de bestemming voor dit terrein op dit onderdeel strijdig met artikel 6.13 van de verordening. Verzoek is om dit aan te passen. Het plan bevat diverse waterkeringen. In het westelijk deel van het plangebied is een waterkering ex. artikel 6.22 van de verordening opgenomen. Deze waterkering ontbreekt echter op de verbeelding. Verzoek is om deze waterkering op te nemen in het ontwerpbestemmingsplan.

Beantwoording Het uitgangspunt is ondersteunende functies mogelijk te maken. Het is niet de bedoeling om teveel detailhandel mogelijk te maken. Het bestemmingsplan wordt hierop aangepast.

De globale ligging van deze regionale waterkering is opgenomen in de verordening. Deze zou vertaald moeten zijn in de legger van HHSK. Deze kering is daar echter niet meer in opgenomen. Uit navraag bij het HHSK blijkt dat dit geen kering is maar een peilscheiding; deze is foutief opgenomen in de verordening.

Conclusie vooroverlegreactie De overlegreactie leidt aanpassing van het bestemmingsplan; De mogelijkheid voor detailhandel wordt uit de regeling voor het Dika-terrein gehaald.

12. Veiligheidsregio Hollands-Midden Inhoud vooroverlegreactie Het voorontwerpbestemmingsplan loopt vooruit op de Omgevingswet. Daarom heeft de VRHM wij in de bijlage ons advies gegeven in het kader van een omgevingsvisie en de (fysiek) veilige leefomgeving.

Beantwoording De omgevingswet kent een omgevingsvisie, waarin de visie wordt vastgelegd, en een omgevingsplan. De omgevingsvisie vervangt de structuurvisie. Het bestemmingsplan wordt opgevolgd door het omgevingsplan. De opmerkingen die de VRHM maakt zijn daarom niet een op een te vertalen in de regels van dit bestemmingsplan. Wel wordt in de toelichting extra aandacht besteed aan deze aspecten.

Conclusie vooroverlegreactie De overlegreactie leidt tot aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan: Aan paragraaf 1.6 van de bijlage van het bestemmingsplan is een onderdeel fysieke veiligheid toegevoegd.

13. Ministerie 13.1

Inhoud vooroverlegreactie Veel onderzoeken zijn doorgeschoven naar vergunningverlening. Op grond van artikel 7c BuChw is dit mogelijk, echter moet wel worden aangetoond dat het plan niet evident

Beantwoording In de toelichting zal aandacht worden besteed aan de uitvoerbaarheid van het plan. Voor de ontwikkeling van het DIKA-terrein is inmiddels reeds een aantal onderzoeken uitgevoerd. Deze zullen worden toegevoegd aan de

onuitvoerbaar is. Dit blijkt nog niet uit de toelichting. Daarnaast kan een aantal onderzoeken niet doorgeschoven mogen worden, bijvoorbeeld stikstofdepositie en externe veiligheid.

13.2

13.3

13.4

13.5

13.6

13.7 13.8

Het bestaand gebruik en bestaande bebouwing zijn niet vastgelegd in of bij het plan. Voor bestaande bouwwerken wordt bijvoorbeeld verwezen naar legaal aanwezige bouwwerken ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. Zoals aangegeven is een aantal bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte vernietigd door de Raad van state doordat bestaande rechten niet goed waren geborgd. We raden jullie daarom aan nog eens goed te kijken naar het borgen van het bestaand gebruik en de bestaande bebouwing. In het plan is een aantal open normen opgenomen, die (nog) niet zijn uitgewerkt in een beleidsregel. Voorbeelden: artikel 16 sub a en b, 3.2.1, 3.2.3, 6.1.5 b. Doordat geen beleidsregel beschikbaar is, geeft dit minder handvatten voor verdere uitwerking en dit maakt dat het plan minder rechtszeker is. Dit is een afweging die mogelijk is, maar ook vragen kan oproepen Nieuwe ontwikkelingen: onderzoekslasten mogen worden verschoven, maar dan moeten wel de normen worden geborgd waarmee een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt geborgd en moet ook worden aangetoond dat het plan daarmee niet evident onuitvoerbaar is. De vraag is of bv de regeling voor de Spoorzone) in artikel 28.4.2a (a. Uit onderzoek moet blijken dat ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd en er geen waarden geschaad worden) hieraan voldoet.

Doelenplein: college krijgt bevoegdheid om mee te werken aan herontwikkeling. Op basis van welke procedure? Als dat via het BP verbrede reikwijdte is, welke kaders gelden dan? 5.1 (participatie): aangegeven is dat voor elke wijziging waarvoor een vergunningplicht geldt participatie plaats dient te vinden. Aangegeven is dat dit alleen gaat om wijzigingen waarvoor een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit vereist is. We raden jullie aan dit in de regels ook te benoemen. Met de Crisis- en herstelwet is het ook mogelijk om hogere waarden direct in het plan te regelen in plaats van een losse procedure. 3.2.1 stikstof nog relevant? Waarom trouwens verwijzingen naar nu geldende wetgeving? Bij activiteitenbesluit is het ‘in ieder geval’. Wat wordt hieronder verstaan er verder nog onder?

toelichting. Voor het aspect externe veiligheid aan de toelichting een inventarisatie van het aspect externe veiligheid toegevoegd. Hieruit zijn randvoorwaarden opgenomen voor de ontwikkellocaties. Voor stikstof is een regeling opgenomen, waarmee activiteiten die tot een significante toename op een Natura 2000-gebied leiden, als strijdig gebruik worden gezien. Het is de bedoeling geweest dat bestaand gebruik en de bestaande bebouwing legaal blijft. Daarvoor is de definitie van bestaand in 1.14 opgenomen. Dit begrip wordt waar nodig verduidelijkt.

In plaats van open normen, is gebruik gemaakt van een zorgplicht.

In de toelichting van het bestemmingsplan zal een nadere analyse worden opgenomen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het plan. Met name zal aandacht besteed worden aan externe veiligheid en geluid. In het plan worden ook hogere waarden opgenomen.

Deze regeling is uitgewerkt in een transformatiegebied; met een Omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit kan het college dit gebied wijzigen. Hiervoor zijn beoordelingsregels opgenomen. Deze regeling wordt op dit punt verduidelijkt. De regeling geldt alleen voor bestemmingsplanactiviteiten en afwijkingen. Er zijn beleidsregels in de maak. In 34.1 zijn hogere waarden opgenomen voor de gebieden Spoorzone en Dika-terrein. Voor stikstof wordt een strijdig gebruik-regeling opgenomen. De verwijzing naar het activiteitenbesluit wordt geschrapt.

13.9

13.10

13.11

3.2.1 Hoe moet deze regel worden uitgelegd: “een bijdrage moet worden geleverd aan de gemeentelijke ambities voor de binnenstad van Schoonhoven, zoals deze zijn geformuleerd in het ambitiedocument, zoals opgenomen in bijlage Bijlage 3 van de toelichting”. Bijlage 3 is best een lijvig document en lijkt deels al te voorzien in de doorwerking en regels en overige ‘opgaven’. Hoe weet je als initiatiefnemer welke bijdrage nodig is en wanneer het ‘voldoende’ is? 3.2.2 sub 1: voldoende parkeergelegenheid. Wat daaronder wordt verstaan is zowel opgenomen in 3.2.2 als 1.53 en spreekt elkaar deels tegen. In 1.53 wordt ook verwezen naar later vastgestelde beleidsregels. Te overwegen is om direct met een beleidsregel te werken en daarin te verwijzen naar de CROW-publicatie of dienst rechtsopvolger. In die beleidsregel kan dan ook het bepaalde in 3.2.2. sub 2 worden opgenomen, waarmee voorkomen wordt dat weer een afwijking moet worden verleend. 3.3. ruimer dan alleen doelstellingen => inpasbaarheid / leefbaarheid

13.12

4.2: Concreter maken welke aanwijzing? 5.1.2 nodig om op te nemen? Kan-bepaling en het is een handreiking. Lijkt meer op instructieregel aan het college

13.13 13.14 13.15 13.16

6.1.2 sub a onder d en sub b onder d: welke commissie? 6.1.2. groene daken staat er 2x in, ook bij zonnepanelen Is er een verschil tussen onder voorwaarde dat en met dien verstande dat 6.1.2 sub b onder b: wat wordt hier beoogd te regelen?

13.17

6.1.2 sub d: hebben jullie gekeken naar de vergunningsvrije mogelijkheden (Bor) in relatie tot een nadere eisen regeling? 6.1.5: zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit vernieuwende maatregelen voor energieopwekking, afvalscheiding of klimaatadaptatie, die ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan nog niet bekend of bewezen zijn, te realiseren =>

13.18

De regeling zal worden aangepast. Initiatieven dienen te voldoen aan het ambitiedocument Zilverstad met historische allure.

1.53 wordt geschrapt. 3.2.2 is een reguliere bestemmingsplanregeling voor parkeren. Voor dit plan wordt voorgesteld om de CROW-richtlijnen als uitgangspunt te blijven hanteren en geen aparte beleidsregel op te stellen. De opmerking is terecht. Het plan wordt op dit punt aangepast in die zin dat de naam van Hoofdstuk 2 Doelstelling en Inpasbaarheid komt te heten en dat de doelstelling en de inpasbaarheid in twee verschillende artikelen worden opgenomen. Met de aanwijzing in artikel 4.2. wordt bedoeld de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht. Dit zal worden verduidelijkt door het opnemen van een kruisverwijzing. Lid 5.1.2 wordt geschrapt. Op het moment dat er een beleidsregel wordt vastgesteld met betrekking tot participatie, zal deze mede als nadere invulling van het participatieartikel gaan dienen. Dit verwijst naar lid 1.26 Dit wordt aangepast Nee er is geen verschil, de formulering wordt op elkaar afgestemd. Het hoofdstuk Duurzaamheid en klimaatadaptatie is geheel herzien. Deze regeling komt niet meer voor.

Zie beantwoording onder 13.16 Zie 13.16.

13.19

Deze regeling is nu wellicht nog wel duidelijk, maar hoe zit het voortschrijdend inzicht? Wie maakt deze afweging? Initiatiefnemer of de gemeente? 6.2 sub a: wanneer is sprake van wateroverlast? Wat is een maatgevende bui?

Maatgevende bui wordt als begrip toegevoegd.

13.20

Wanneer is sprake van een innovatief woonconcept?

Dit gaat om vormen van wonen waarin het bestemmingsplan niet voorziet.

13.21 13.22

13.4 vergunningplicht horeca is niet goed gekoppeld 19.2.2 sub 2: waarom is hier een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit vereist? De opgenomen voorwaarden zijn toch voldoende concreet om zonder nader afwegingsmoment te kunnen toetsen? Bovendien geldt de bestemmingsplanactiviteit alleen voor gebruik, zoals die hier staat valt hij onder activiteit bouwen. 19.2.2 sub 3: wat toetst de commissie? De voorwaarden onder 2 zijn toch voldoende duidelijk om ambtelijk te kunnen toetsten? 19.3: bijbehorende bouwwerken en bijgebouwen worden door elkaar gebruikt 19.6: Waterstaat, waterkering: geen regels voor graven, etc? Idem bestemmingsplanactiviteit voor slopen? 22.2: is het uitvoeren van een inventarisatie voldoende? Als daaruit blijkt dat de grond vervuild is, wil je toch ook het gebruik kunnen reguleren? 23.1 sub 2: wordt hier geen omgevingsvergunning voor binnenplans afwijken bedoeld? De regeling voor evenementen is, gelet op jurisprudentie, nog niet voldoende rechtszeker. Denk bv aan max. aantal bezoekers, duur, maximale geluidsbelasting, etc. Art 25: deze bepaling is in strijd met de Winkeltijdenwet In 27.2.2 sub a is opgenomen dat aan de ambities in 27.3 moet worden voldaan. Deze ambities zijn allemaal open normen.

Hoe kan een initiatiefnemer dit aantonen? 27.4.1 sub d: waarom dan niet de hoogte noemen? Hoe weet een initiatiefnemer nu of hij wel/niet voldoet? In artikel 27 en 28 worden nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt (wonen). Hoe is geborgd dat hiervoor bv akoestisch onderzoek wordt gedaan? Dit geldt voor alle nieuwe ontwikkelingen die in het plan mogelijk worden gemaakt. 29: welke eisen/randvoorwaarden gelden hier?

Dit wordt gecorrigeerd. Het is gewenst om hier een vergunning tussen te plaatsen, enerzijds vanwege participatie, anderzijds vanwege planschade.

13.23 13.24 13.25 13.26 13.27 13.28 13.29 13.30 13.31 13.32 13.33

13.34

De inpasbaarheid in de omgeving. Dat kan ook te maken hebben met toegankelijkheid en gevelindeling. In het plan worden deze termen gelijk getrokken Deze worden toegevoegd aan artikel 22 (bodemroerende activiteiten) Deze opmerking wordt niet begrepen. Deze regeling is bedoeld als signaalfunctie Dat is juist, het plan wordt op dit punt aangepast. Deze regeling wordt aangepast. Deze regeling wordt verwijderd. De regeling voor het DIKA-terrein wordt herzien. De bouwhoogte zal concreet genoemd worden. Akoestische onderzoeken zullen worden toegevoegd. Ook worden hogere waarden in het plan opgenomen. Dit artikel is uitsluitend opgenomen als signaalfunctie, er wordt geen bevoegdheid bij het college neergelegd voor het verlenen van een vergunning. Desondanks zullen de ambities voor dit gebied in het artikel worden opgenomen. Zie hierboven bij 13.5

Conclusie vooroverlegreactie De inspraakreactie leidt tot aanpassing van bestemmingsplan.  Een aantal tekstuele aanpassingen is doorgevoerd en terminologie is gelijk getrokkken;  De toelichting is uitgebreid met een onderbouwing voor (oa) geluid en externe veiligheid;  De definitie van bestaand ( 1.14) is verduidelijkt;  De regeling voor de Spoorzone (Artikel 27 ) is geconcretiseerd;  De regeling voor het Doelenplein (artikel 28) is uitgewerkt als omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit;  De participatieregel (5.1) is aangescherpt. Artikel 5.1 onder 2 is geschrapt;  In het bestemmingsplan zijn hogere waarden opgenomen (artikel 34);  Voor het aspect Stikstof is artikel 31.1 onder e toegevoegd;  Artikel 3.2.1 onder c is aangepast naar een zorgplicht;  De definitie ‘Voldoende parkeergelegenheid’ is geschrapt;  De benaming van hoofdstuk 2 is aangepast;  Artikel 4.2 is verduidelijkt door het opnemen van een kruisverwijzing naar de aanwijzing;  Hoofdstuk 3 is geheel herzien;  Artikel 13.4 is anders opgezet, zodat de vergunningplicht voor horeca verduidelijkt is;  De bouwregels voor waterstaat – waterkering  Aan artikel 22 (bodemroerende activiteiten) zijn regels voor de Waterkering toegevoegd;  Artikel 23.1 onder 2 is aangepast (omgevingsvergunning voor afwijken);  De regeling voor evenementen is aangepast;  Artikel 25 (openingstijden) is geschrapt;

 De regeling voor het DIKA-terrein (artikel 26) is aangescherpt.

Belangrijkste (ambtshalve) wijzigingen in het bestemmingsplan       

Zorgplicht; Regels over duurzaamheid zijn aangepast; Hogere waarden opgenomen in het bestemmingsplan; Regeling evenementen is uitgebreid; Transformatiegebieden Doelenplein en Bastion toegevoegd; Kostenverhaal en planschade zijn geborgd; Parkeerregeling is verduidelijkt.

Bijlage 4 Ambitiedocument 'Zilverstad met historische allure'

Rho adviseurs voor leefruimte

193100.20150898

“Zilverstad met historische allure” Ambitiedocument Binnenstad Schoonhoven

identificatie

Planstatus

projectnummer:

datum:

status:

193100.201508.98

03-09-2018

…

projectleider:

ir. R.J.M.M. Schram

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

1.1. 1.2. 1.3.

3 4 4

Voorwoord Doel ambitiedocument Leeswijzer

2.

Participatie en proces

5

3.

De vijf ambities voor Schoonhoven

7

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.

7 10 13 16 19

4.

5.

Ambitie 1: een waardevolle binnenstad Ambitie 2: een leefbare binnenstad Ambitie 3: een duurzame binnenstad Ambitie 4: een ondernemende binnenstad Ambitie 5: een bereikbare en toegankelijke binnenstad

Overige acties en ontwikkelingen

21

4.1. 4.2. 4.3.

21 21 23

Overige acties Ontwikkellocaties En hoe verder?

Bijlagen

26

Bijlage 1: Verslag bijeenkomst 17 mei 2018 Bijlage 2: Acties bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Bijlage 3: Overige acties

26 26 26

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

193100.201508.98

2

Inhoudsopgave

193100.201508.98

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

3

1. Inleiding

1.1.

Voorwoord

De binnenstad van Schoonhoven is een bijzondere plek. Ze vervult belangrijke rollen: nationaal als toeristische trekpleister, regionaal als verzorgingscentrum en lokaal als leefomgeving. Er spelen veel belangen. Dat betekent voor de komende jaren dat er ook veel opgaven liggen, op allerlei gebieden en op allerlei schaalniveaus. Voor een deel zijn deze bekend en wordt daar al rekening mee gehouden. Maar er zijn ook opgaven die nog niet bekend zijn. Wensen vanuit ondernemers of bewoners, die ideeën hebben hoe de binnenstad nog beter kan worden. In dit document is dit vertaald aan de hand van vijf ambities. De ambities zijn beschreven alsof ze al zijn uitgevoerd. Kortom: een ideaal toekomstbeeld. De directe aanleiding is dat de gemeente Krimpenerwaard bezig is met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de binnenstad. Een bijzonder bestemmingsplan, want het loopt vooruit op een grote wetswijziging. In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet heeft als doel om regels voor ruimtelijke ontwikkelingen te vereenvoudigen. Dat betekent dat gemeenten de mogelijkheid krijgen om sneller mee te kunnen werken aan initiatieven die in de markt spelen. Vooruitlopend daarop kunnen gemeenten experimenteren in zogenaamde bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte.

De gemeente Krimpenerwaard heeft er voor gekozen om voor de binnenstad van Schoonhoven een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op te gaan stellen. Daarmee wil zij een plan maken dat de ruimte geeft aan ondernemers en inwoners om de ambities van Schoonhoven waar te maken. Dit document, waarin deze ambities geformuleerd worden, is daarvoor de eerste stap. Op 10 juli 2018 heeft de gemeenteraad besloten dat de culturele en fysieke positie van de binnenstad versterkt moet worden.

Luchtfoto binnenstad Schoonhoven (bron: Arcgis)

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

193100.201508.98

4

1.2.

Inleiding

Doel ambitiedocument

Dit ambitiedocument geeft inzicht in de opgaven die de komende jaren spelen in Schoonhoven. Een deel van de opgaven voor de binnenstad is bekend. Een concrete opgave is bijvoorbeeld de herontwikkeling van de Spoorzone, dat de komende jaren een volwaardig onderdeel van de binnenstad wordt. En er zijn abstractere opgaven, zoals de wens tot verduurzaming en de behoefte aan zorg. Maar er zijn ook vragen. Hoe is de bevolking over 10 jaar opgebouwd? En wat zijn de wensen van de ondernemers in een veranderende economie? En wat bieden we aan toeristen die Schoonhoven de komende jaren bezoeken. Juist door het formuleren van ambities komen deze opgaven in beeld. En is het mogelijk om daarop voorbereid te zijn. Enerzijds door het opstellen van een flexibel bestemmingsplan. En anderzijds door het uitvoeren van concrete acties. Zo is dit document ook opgesteld: er is een vijftal ambities geformuleerd. Aan deze ambities zijn acties gekoppeld. Een aantal acties zal worden opgenomen in regels van het nieuwe bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Voor enkele acties moet onderzoek gedaan worden naar de uitvoerbaarheid (zie hoofdstuk 4). Andere acties, die bijdragen aan het bereiken van de ambities, worden op andere manieren geagendeerd.

1.3.

Leeswijzer

Participatieproces De gemeente heeft dit ambitiedocument opgesteld in overleg met stakeholders. Er is een uitgebreid participatieproces doorlopen. Een beschrijving van het doorlopen participatieproces is opgenomen in hoofdstuk 2. De ambities In het participatieproces is veel informatie opgehaald. Er is gekozen om de informatie te inventariseren aan de hand van vijf hoofdambities. Dit zijn: een waardevolle binnenstad; een leefbare binnenstad; een duurzame binnenstad; een ondernemende binnenstad; een bereikbare en toegankelijke binnenstad. Deze ambities zijn in de hoofdstukken 3 uitgewerkt. Omdat deze ambities veelomvattend zijn, zijn ook subambities benoemd. De gemeente wil niet bij ambities blijven, maar juist tot actie overgaan. Daarom geeft het document ook aan hoe deze ambities waargemaakt kunnen worden. Dat zijn enerzijds regels die opgenomen worden in het nieuwe bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Anderzijds zijn acties gedefinieerd die geagendeerd kunnen worden in de komende raadsperiode. Op deze manier worden de ambities heel concreet en uitvoerbaar gemaakt. Ontwikkelingen In de binnenstad speelt ook een aantal concrete ontwikkelingen, waaronder de ontwikkeling van de Spoorzone. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 4.

193100.201508.98

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Participatie en proces

5

2. Participatie en proces

Inleiding In de binnenstad spelen veel belangen; het is een belangrijke plek voor economie, toerisme en ontspanning. Maar het is ook een woongebied. Met cultuurhistorische waarden. Gezien de soms tegenstrijdige belangen die spelen in de binnenstad is een heldere communicatie tussen alle stakeholders en een integrale belangenafweging van groot belang. Dat sluit ook aan bij de doelstelling van de Omgevingswet, waarbinnen participatie een grote rol krijgt toebedeeld. Daaraan is invulling gegeven bij de totstandkoming van dit ambitiedocument. De projectgroep heeft gesproken met een groot aantal partijen. Dat zijn enerzijds beleidsambtenaren en partijen als de provincie, de waterschappen, de omgevingsdienst, de veiligheidsregio en de GGD . Maar ook is gesproken met de burgers, ondernemers en verschillende belangengroeperingen van Schoonhoven. Al deze gesprekken hebben geleid tot dit document en krijgen een vervolg in de benoemde acties. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de diverse bijeenkomsten. Voorgeschiedenis Het nadenken over de opgaven van Schoonhoven is niet nieuw. Feitelijk is dit ambitiedocument een vervolg op het kernenbeleid, dat de gemeente Krimpenerwaard in 2017 heeft vastgesteld. Ook dit beleidsstuk is opgesteld in nauw overleg met de bewoners. Schoonhoven is tijdens deze kernavonden gekarakteriseerd als ‘Zilverstad met Historische allure’.

Daarbij zijn kenmerken als kleinschalig, authentiek en gemoedelijk benoemd. Het kernenbeleid en deze uitgangspunten zijn gehanteerd als vertrekpunt van dit ambitiedocument. De ambtelijke voorbereiding Medio 2017 is het project Omgevingsplan Binnenstad Schoonhoven opgestart met een kick-off bijeenkomst op 20 december 2016. Tijdens deze bijeenkomst hebben ambtenaren van de gemeente, na een introductie op de Omgevingswet, het gebied bezocht en de opgaven doorgenomen. Vervolgens is gebrainstormd over de thema’s die spelen in Schoonhoven. Met de opbrengst is de projectgroep aan de slag gegaan. De feitelijke start heeft plaatsgevonden op 26 juni 2017. Tijdens deze werkbijeenkomst hebben de beleidsambtenaren in een pitch vanuit verschillende vakgebieden aangegeven welke opgaven er in Schoonhoven spelen. Naar aanleiding van deze bijeenkomsten is geconcludeerd dat de thema’s te categoriseren zijn in een aantal hoofdthema’s: woonstad, economie, duurzaamheid en mobiliteit. Op 18 september 2017 heeft vervolgens een bijeenkomst plaatsgevonden waaraan ook de externe partners, te weten de Provincie Zuid-Holland, de Veiligheidsregio, de waterschappen, de omgevingsdienst en de GGD, deelgenomen hebben. Deze partijen hebben in een pitch vanuit hun perspectief gereageerd op deze thema’s. Vervolgens is gediscussieerd over de thema’s. Aan de hand van deze sessie zijn de thema’s aangescherpt.

Dit vormde de aanleiding om het gesprek met de belanghebbenden in Schoonhoven aan te gaan.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

193100.201508.98

6

Participatie en proces

Participatie Op 14 november 2017 is een debatavond georganiseerd in ‘De Overkant’ (in Schoonhoven). De opkomst voor deze avond was met ruim 100 deelnemers, zowel burgers, ondernemers als raadsleden, boven verwachting. Doel van deze avond was om van de aanwezigen te horen wat zíj willen bereiken in Schoonhoven. Aan de deelnemers is gevraagd wat zij goed vinden aan de binnenstad en welke punten zij juist verbeterd willen zien. Vervolgens is na een introductie op de opgave en de Omgevingswet nader gediscussieerd over de vier thema’s. Daarnaast is op 15 januari 2018 een gesprek geweest met de jongerenraad, om ook te weten welke opgaven zij zien. Deze twee bijeenkomsten hebben geleid tot een eerste concept van het ambitiedocument. Dit document is gepubliceerd op de gemeentelijke website. Uit het eerste concept van het ambitiedocument zijn een aantal ‘spanningsvelden’ naar voren gekomen. Op 17 mei 2018 is een tweede avond georganiseerd in De Ark in Schoonhoven, waar de aanwezigen zijn uitgedaagd om over deze spanningsvelden na te denken. Uitdaging daarbij was om dit met verschillende ‘petten’ te doen: zowel vanuit de positie van bezoekers, als vanuit de positie van ondernemers, inwoners en bestuurders. Tijdens deze avond is ook gekeken naar de gewenste invulling van de Spoorzone.

Deze bijeenkomst heeft geleid tot een opbrengst die is gebruikt om het ambitiedocument, dat nu voor u ligt, af te ronden. De bijeenkomst van 17 mei is wederom goed bezocht.

Het ambitiedocument wordt aangeboden aan het college en aan de gemeenteraad. Na vaststelling door de gemeenteraad vormt het de basis voor het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte.

Impressie participatie en proces

193100.201508.98

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

7

3. De vijf ambities voor Schoonhoven

3.1.

Ambitie 1: een waardevolle binnenstad

Schoonhoven heeft een unieke binnenstad. In het kernenbeleid is Schoonhoven benoemd als ‘Zilverstad met historische allure’. Vanwege de hoge cultuurhistorische waarde is de binnenstad aangewezen tot beschermd stadsgezicht, en een groot aantal panden als monument. Aan de stadsplattegrond is nog goed afleesbaar dat Schoonhoven is gebouwd als vestingstad, met stadsmuren, haven, poorten, stadswallen en bastions. Niet voor niets was de stad een belangrijk onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=8da9ef40-b6c2-4d0f-8623-1e7581f796fd