CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024 met verwerkte aanpassingen H2 en H4

Beeldvorming R&F (RZ) 7 januari 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: documenten25.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Er sprake is van een reconstructie of (her)inrichting of Er sprake is van een nieuwbouwlocatie waarbij de fase woonrijp maken nog is afgerond;

d. Onderhoud aan inritten op gemeentegrond geschiedt door de gemeente.

4.2 Binnen de bebouwde kom Voor inritten binnen de bebouwde kom gelden een aantal specifieke uitgangspunten, onderverdeeld in particulier bestaand, particulier nieuwbouw en bedrijfsmatige inritten. Algemeen: -

De aanleg van een inrit op gemeentegrond wordt door of namens de gemeente uitgevoerd, in verband met uniformiteit en aansprakelijkheid. Er mag dus niet zelf overgegaan worden tot het aanleggen van een inrit.

Particuliere inritten op bestaande locaties: -

De constructie wordt bepaald door de gemeente en bestaat in principe uit: o o o

Inritblokken; Verlaagde trottoirbanden; Inritblokken (hoekstukken) met tussenliggende betonstraatstenen. Voor de standaard inritconstructies zie bijlage 3.

Particuliere inritten op nieuwbouwlocaties: -

In de fase woonrijp maken legt de gemeente of projectontwikkelaar uit eigen beweging en op eigen kosten een standaard inrit aan voor woningen met een garage of carport; De exacte locatie van de inrit wordt door de gemeente bepaald aan de hand van het door de gemeente vastgestelde matenplan; Indien een wijziging (tweede inrit of verbreden) van de standaard inrit na de fase woonrijp maken wordt aangevraagd, geldt dat de kosten voor de aanleg van de wijziging in rekening worden gebracht bij de aanvrager. Hiervoor is dan een nieuwe inritvergunning nodig. 88

Afmetingen inritbreedte enkele particuliere inrit Breedte inrit op eigen terrein Maximale breedte inrit openbaar gebied 2,5 meter 3,5 meter 3,0 meter 4,0 meter 3,5 meter 4,5 meter 4,0 meter 4,5 meter 4,5 meter 4,5 meter

Afmetingen inritbreedte dubbele particuliere inrit Breedte inrit op eigen terrein Maximale breedte inrit openbaar gebied 5,0 meter 6,0 meter 5,5 meter 6,5 meter 6,0 meter 6,5 meter 6,5 meter 6,5 meter 7,0 meter 6,5 meter

Afmetingen inritbreedte dubbele particuliere inrit t.b.v. twee woningen Breedte inrit op eigen terrein (2 woningen) Maximale breedte inrit openbaar gebied 5,0 meter 6,0 meter 6,0 meter 7,0 meter 7,0 meter 8,0 meter 8,0 meter 8,0 meter

Bedrijfsmatige inritten: Kavelbreedte bedrijvenperceel Maximale breedte inrit/maximaal aantal < 32,0 meter 8,0 meter/1 stuk < 32,0 meter 4,0 meter/2 stuks* 89

32,0 -64,0 meter 8,0 meter/2 stuks > 64,0 meter 8,0 meter/3 stuks * Indien het één in- en één uitrit (beide éénrichting) betreft. In de uitvoering dient echter duidelijk naar voren te komen dat het twee aparte inritten zijn. De maximale breedte is 8 meter voor beide inritten samen. De constructie wordt bepaald door de gemeente en bestaat in principe uit: o o o o o

Fundering van 25 cm; Brekerzand 5 cm; Grijze betonklinkers of het aanwezige type bestrating; Zware opsluitbanden of trottoirbanden gesteld in betonspecie; Voor de standaard inritconstructies zie bijlage 3.

4.3 Buiten de bebouwde kom (uitsluitend voor gemeentelijke wegen. Bij wegen van andere wegbeheerders zoals bijv. PZH en HHSK wordt doorverwezen naar hun eisen). Voor inritten buiten de bebouwde kom/inritten naar landbouwpercelen gelden een aantal specifieke uitgangspunten: -

-

Voor inritten buiten de bebouwde kom geldt dat de aanvrager de inrit zelf mag (laten) aanleggen voor eigen rekening. Hier zijn voorwaarden aan verbonden. Als er gegraven wordt moet er een KLIC melding gedaan worden. De KLIC melding kan worden gedaan via www. Kadaster.nl/klic. Voor vragen is het Kadaster telefonisch bereikbaar op telefoonnummer 0800-0080; De constructie bestaat in principe uit: o o o o o

-

Fundering van 25 cm; Brekerzand 5 cm; Grijze betonklinkers of het aanwezige type bestrating; Zware opsluitbanden of trottoirbanden gesteld in betonspecie; Er mag geen gesloten verharding (asfalt en of beton) worden aangebracht.

De inrit moeten voldoende breed aangelegd worden om zo schade aan de verhardingen, bermen en groenstroken te voorkomen; De eigenaar dient na aanleg zijn inrit goed te beheren, zorg te dragen voor een goed gebruik van de inrit en schade zoveel mogelijk te voorkomen; Indien de eigenaar zijn inrit niet goed beheerd wordt de inrit door en op kosten van de eigenaar hersteld; Ingeval de inrit over een sloot/watergang gaat, dient er tevens een dam met duiker (of een brug) aangelegd te worden. Het kan zijn dat hiervoor een watervergunning aangevraagd moet worden of een melding gedaan moet worden bij waterschap op basis van de Keur. Ook kan het zijn dat u toestemming dient te krijgen van de gemeente als eigenaar/aangelande van de sloot/watergang.

90

4.4 Verplaatsen inrit Ook hiervoor geldt dat er een vergunning moet worden aangevraagd. De aanvraag wordt getoetst aan de weigeringsgronden, alsmede aan de uitgangspunten van dit hoofdstuk, waarbij de volgende aanvullende bepalingen tevens in acht worden genomen: a. de te vervallen inrit moet worden verwijderd door of in opdracht van de gemeente Krimpenerwaard. De kosten voor het verplaatsen van de inrit zijn dan voor de aanvrager en bedragen € 160,- (exclusief B.T.W., prijspeil 2017) per strekkende meter breedte aan te leggen inrit. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de index welke gebruikt wordt bij het opstellen van de begroting (afkomstig uit de mei-circulaire van het Rijk. b. de vrijgekomen ruimte van de vervallen inrit dient te worden hersteld naar de omgevingssituatie door of in opdracht van de gemeente Krimpenerwaard. Deze kosten zijn voor de aanvrager en worden per geval bepaald.

91

Hoofdstuk 10 Participatie Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA is participatie niet automatisch verplicht. Dit vormt een aanvraagvereiste waarbij het antwoord op de vraag of participatie heeft plaatsgevonden ook 'nee' mag zijn. Een uitzondering hierop zijn de activiteiten die zijn aangewezen in de Lijst activiteiten waarop participatieplicht rust, die kan worden vastgesteld door de gemeenteraad. Verder zijn de uitzonderingen wanneer participatie verplicht is in de beleidsregels aangegeven. Voor deze activiteiten moet participatie worden toegepast voordat de aanvraag wordt ingediend. De aanvrager moet bevestigen dat participatie is toegepast en een verslag hiervan indienen bij de aanvraag. Het college beoordeelt de participatie. Als laatste hoofdstuk? Verwijzen naar dit hoofdstuk in andere beleidsregels.

92

Hoofdstuk 11 Slotbepalingen 10.1 Inwerkingtreding Na invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 treedt dit BOPA-beleidsstuk in werking.

10.2 Overgangsrecht Initiatieven die voor inwerkingtreding van de Omgevingswet in gang zijn gezet mogen volgens het oude recht worden afgerond. Voor vergunningen geldt dat het moment van aanvragen bepalend is of de procedure volgens het oude recht mag worden afgerond (art. 4.3 Invoeringswet Omgevingswet), een aanvraag die is ingediend voor of uiterlijk op 31 december 2023 wordt behandeld volgens het oude recht. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari worden initiatieven behandeld volgens het nieuwe recht onder de Omgevingswet.

10.3 Omgevingsvergunning van rechtswege (Lex Silencio Positivo)

De vergunning van rechtswege is komen te vervallen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

93

10.4 Hardheidsclausule Het college kan afwijken van deze beleidsregels, als er sprake is van: a. een kennelijke fout in het omgevingsplan; b. een onvoorziene maatschappelijke ontwikkeling in het kader van het algemeen belang, zoals onderwijs, gezondheidszorg en religieuze doeleinden; c. een aantoonbare en verifieerbare sociale- en/ of medische noodzaak (objectieve onderbouwing van een regionaal indicatieorgaan, of arts niet zijnde de huisarts); d. gewijzigde ruimtelijke inzichten en/ of recente jurisprudentie; e. stedenbouwkundige karakter/ ruimtelijke kwaliteit van de aanvraag met betrekking tot de directe woon- en leefomgeving, én

een van deze omstandigheden voor één of meer belanghebbenden gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen. Het college kan, onverlet het bepaalde in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, van deze beleidsregel afwijken, als strikte toepassing van de beleidsregel voor één of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen. Van een dergelijke onevenredigheid kan sprake zijn als aan een aantoonbaar en concreet maatschappelijk of andersoortig belang meer gewicht moet worden toegekend dan aan de ruimtelijke belangen, zoals in deze beleidsregel beoogd.

10.5 Citeertitel

Dit beleid wordt aangehaald als: BOPA-beleid gemeente Krimpenerwaard 2024.

94

Bijlagen Bijlage 1: Hoofdstuk 3 Nieuwe woningen buitengebied Krimpenerwaard Specifieke voorwaarden die van toepassing zijn bij de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing. De geldende bestemmingsplannen Voor het buitengebied zijn meerdere bestemmingsplannen vastgesteld. Binnen deze geldende bestemmingsplannen zijn verschillende regels opgenomen voor een goede ruimtelijke ordening. Hierin zijn bouwregels opgenomen voor het bouwen van onder andere woningen, bedrijfsgebouwen en erfbebouwing. De bouwregels stellen voorwaarden aan bijvoorbeeld de bouwhoogte, het aantal m2, rooilijnen, nokrichtingen en bouwvlakken. Maar ook worden er in het bestemmingsplan eisen gesteld aan het behoud en herstel van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden, zoals de locatie van beschermde stads-en dorpsgezichten, ecologische oevers en de openheid, het verkavelingspatroon c.q. slotenpatroon en doorzichten. De nota ruimtelijke kwaliteit De identiteit en beleving van de omgeving komen samen in het begrip ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit heeft betrekking op onder meer landschap, stedenbouw, architectuur, openbare ruimte en erfgoed. In de nota ruimtelijke kwaliteit zijn binnen verschillende niveaus en gebieden criteria opgeschreven waaraan plannen worden getoetst.

Voor de gebieden wordt er onderscheid gemaakt tussen verschillende gebieden in de kernen en het landelijk gebied. Deze gebiedsgerichte welstandscriteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. De welstandscriteria zijn onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de bouwmassa, de architectonische uitwerking en materiaal en kleur. Op basis van de gebiedscriteria kan binnen de grenzen van het bestemmingsplan een gewogen oordeel gevormd worden over bouwplannen. De provinciale omgevingsverordening Zuid-Holland De provincie heeft instructieregels opgesteld voor het invullen van nieuwe bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Ook wordt er gekeken of het gaat om een inpassing, aanpassing of transformatie van de locatie. Binnen de beschermingscategorie 3, zijnde buitengebied, kunnen ontwikkelingen plaatsvinden die vallen onder de noemer inpassen, aanpassen en transformeren. 95

Binnen de beschermingscategorie 2, zijnde recreatiegebied en belangrijk weidevogelgebied, kunnen in beginsel ontwikkelingen plaatsvinden die vallen onder de noemer inpassen en aanpassen. Binnen de beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed en Natuur Netwerk Nederland, kunnen in beginsel alleen ontwikkelingen plaatsvinden die vallen onder de noemer inpassen. Daarnaast heeft de provincie voor de Krimpenerwaard de ruimtelijke kwaliteit in het gebiedsprofiel, de kwaliteitskaart en de cultuurhistorische atlas in kaart gebracht. Krimpenerwaards Kookboek In het kader van de Omgevingswet wil de gemeente bij nieuwe initiatieven vroegtijdig met de initiatiefnemers in gesprek. Hierbij willen we hen graag enthousiast maken om bij te dragen aan het versterken van de kwaliteiten van het landschap en de ontwikkeling van het buitengebied van de Krimpenerwaard. Het landschap is het resultaat van eeuwen ontwikkeling en vertelt het verhaal van het ontstaan van de Krimpenerwaard en haar cultuurhistorie. Het Krimpenerwaards Kookboek is een inspiratiekader dat het verhaal vertelt en richting geeft aan het gesprek met initiatiefnemers. Met het Krimpenerwaards Kookboek biedt de gemeente initiatiefnemers zowel informatie als een bron van inspiratie om ontwikkelingen op de juiste smaak te bereiden. Hierin zijn voor de zes belangrijkste ontwikkelingen ‘recepten’ ontwikkeld.

Deze recepten maken gebruik van ‘ingrediënten’ (ordening) en ‘kruiden’ (inpassing) die kenmerkend zijn voor de Krimpenerwaard. De recepten laten zien hoe met de nieuwe ontwikkeling kan worden ingespeeld op de kenmerken van de plek. Ook hoe de ontwikkeling zodanig kan worden uitgewerkt dat daarmee niet alleen de ruimtelijke kwaliteiten behouden blijven, maar ook nieuwe kwaliteiten wordt toegevoegd. Idealiter wordt ons gebied met toevoeging van de juiste ingrediënten en kruiden ruimtelijk, sociaal, economisch en/of ecologische interessanter.

96

Bijlage 2: Hoofdstuk 10 Inrittenbeleid Bijlage 2.1 Situatietekeningen

Figuur A Enkele particuliere inritten

97

Figuur B Dubbele particuliere inritten

98

Figuur C Tweede particuliere inrit

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=16dfe8cd-e2a0-42e1-9a73-d4e6c178deef