Bijlage: Eindrapport Doe Mee-onderzoek naar de Energiebesparingsplicht - opleverdatum op pag. 2 i.v.m. schrijffout gecorrigeerd naar januari 2025
Tekst van het document
21 Zie https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2024Z06214&did=2024D14401, Memorie van
Toelichting, blz. 38.
30
•
Er gaat veel energie verloren gaat in de papieren werkelijkheid van de informatieplicht: het voldoen aan de informatieplicht betekent niet dat er ook daadwerkelijk energiebesparende maatregelen worden genomen.
Onderstaande paragrafen beschrijven de resultaten uit de enquêtes die zijn ingevuld door de omgevingsdiensten.
4.2 Zicht op de organisaties die vallen onder de EBP en de informatieplicht De omgevingsdiensten is gevraagd of zij inzicht hebben in het aantal bedrijven dat valt onder de EBP en de informatieplicht. De omgevingsdiensten hebben deze vraag beantwoord voor zowel de gemeenten als de provincies waar zij voor werken. Bij iets meer dan de helft (54%) van de ondervraagde gemeenten en provincies geven de omgevingsdiensten aan gedeeltelijk zicht te hebben. Bij de overige ondervraagde gemeenten en provincies (46%) geeft de omgevingsdienst aan volledig zicht te hebben. Volgens de ODMH is er gedeeltelijk zicht op het aantal bedrijven dat valt onder de EBP en de informatieplicht in Krimpenerwaard. Als toelichting waarom de informatie (soms) ontbreekt, geeft de ODMH aan: “Deze informatie wordt niet jaarlijks, openlijk, gedeeld/beschikbaar gesteld. De gegevens zijn elk jaar anders.”
Figuur 4.1 Zicht op het aantal organisaties
Uit een van de groepsgesprekken die is gehouden met omgevingsdiensten tijdens het Doe Meeonderzoek blijkt dat het zicht op welke bedrijven aan de verplichtingen moeten voldoen beperkt is en dat het veel capaciteit kost om de bedrijven te achterhalen, volgens de omgevingsdiensten. De belangrijkste reden waarom de informatie (soms) ontbreekt is volgens de omgevingsdiensten dat zij geen inzicht hebben in energieverbruiksgegevens van bedrijven. Omgevingsdiensten geven aan dat het aanleveren van gegevens door netbeheerders kan helpen om volledig inzicht te krijgen (zie het in paragraaf 3.3 genoemde nieuwe artikel in de Omgevingswet dat dit mogelijk zou maken). Andere redenen die genoemd worden voor het gebrek aan inzicht: “Niet ieder bedrijf of instelling die onder de informatieplicht energiebesparing valt, levert een rapportage aan via het e-loket van RVO. Bovendien zijn die rapportages niet altijd volledig, zijn bedrijven zich niet altijd bewust dat zij aan de verplichtingen moeten voldoen en/of is de data uit eigen controles vaak gedateerd en betreft het niet het gehele bedrijvenbestand.” (bron: eindrapportage Doe Mee-onderzoek)
31
Manieren om zicht te krijgen op het aantal organisaties Hoe komen de omgevingsdiensten aan informatie over het aantal bedrijven dat moet voldoen aan de EBP en de informatieplicht? De omgevingsdiensten geven aan dat ze in de meeste gevallen a) zelf informatie verzamelen en/of b) deze informatie downloaden vanuit RVO.nl. De ODMH doet naar eigen zeggen beiden om aan informatie te komen over Krimpenerwaard.
Figuur 4.2 Informatiebronnen voor aantallen organisaties Gevraagd naar (andere) acties om inzicht te krijgen over het aantal bedrijven geeft de ODMH aan dat de ODMH het volgende doet in Krimpenerwaard: • Langsgaan • Contact opnemen • De milieutoezichthouders vragen het op tijdens de controle. Dit kan 1 x in de 5 jaar zijn bijvoorbeeld. Andere omgevingsdiensten geven aan dat zij: • Via regulier toezicht informatie verzamelen • Een database hebben opgesteld vanuit verschillende bronnen (Kamer van Koophandel, EPonline22, BAG23 en informatie vanuit energiepartners) • Zelf inschattingen maken o.b.v. oppervlakte, type bedrijf en gemiddelde verbruikscijfers (de omgevingsdiensten Midden- en West-Brabant en DCMR doen dit bijvoorbeeld via een ‘voorspelmodel’)
Zicht op niet-naleving Onderstaande figuur geeft aan in hoeverre omgevingsdiensten aangeven zicht hebben op de mate waarin organisaties zich niet aan de informatieplicht energiebesparing houden. De ODMH zegt gedeeltelijk zicht te hebben op de mate waarin bedrijven zich niet aan de informatieplicht houden. Dit is bij de meeste deelnemers (72%) het geval.
22 EP-Online is de officiële landelijke database waarin energielabels en energieprestatie-indicatoren van
gebouwen zijn opgenomen. 23 Basisregistratie Adressen en Gebouwen
32
Figuur 4.3 Zicht op het niet naleven van de informatieplicht
Als reden waarom de informatie over het niet-naleven soms ontbreekt, noemt de ODMH: “Omdat wij niet 100% inzichtelijk hebben welke bedrijven boven de normen zitten.” Dit hangt samen met het eerdergenoemde gebrek aan verbruiksgegevens vanuit de netbeheerders.
4.3 Uitvoering van het toezicht Manieren van toezicht houden De omgevingsdiensten is gevraagd op welke manier zij toezicht houden op de uitvoering van de EBP en de informatieplicht. De meeste omgevingsdiensten voeren hiervoor specifieke energiecontroles uit aan de hand van de erkende maatregelenlijst. De ODMH doet dit ook op deze wijze. Uit de eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek blijkt dat veel omgevingsdiensten aangeven dat zij vanaf 2023 vaker werken met een team van gespecialiseerde toezichthouders die alleen energiecontroles uitvoeren. Vanaf 2023 zijn de taken namelijk specifiek belegd bij omgevingsdiensten; daarvoor maakten energiecontroles bij veel omgevingsdiensten deel uit van de reguliere integrale milieucontrole. Uit het verdiepende interview met de gemeente blijkt dat bij de ODMH eveneens gespecialiseerde medewerkers zijn aangetrokken om deze controles uit te voeren. Naast de specifieke energiecontroles geeft de ODMH aan nog op een andere manier te handhaven, namelijk door (met name in de corona-periode) administratieve controles uit te voeren.
33
Figuur 4.4 Toezicht op de uitvoering van de EBP en de informatieplicht
Controlecyclus Bijna de helft (44%) van de omgevingsdiensten geeft aan 5 tot 10 jaar nodig te hebben om alle organisaties te controleren. De ODMH geeft dit ook aan. Iets meer dan 1 op de 3 (36%) omgevingsdiensten zegt hiervoor 2 tot 5 jaar nodig te hebben.
Figuur 4.5 Cycluslengte van de controle van de EBP en de informatieplicht
Opgelegde sancties Aan de omgevingsdiensten is gevraagd hoeveel organisaties een ‘vooraankondiging last onder dwangsom’ of overige repressieve handhaving hebben ontvangen tussen 2019 en 2023. In de meeste gevallen (69 keer) werd er een hersteltermijn opgelegd door de omgevingsdienst, gevolgd door een vooraankondiging last onder dwangsom (48 keer).
34
De ODMH geeft aan dat er geen sancties zijn opgelegd. De toelichting die de ODMH hierbij geeft: “Als wij een overtreding zien, krijgen ze een jaar de tijd. Daarna de 1e hercontrole. Nog fout? Dan na 2 maanden de 2e hercontrole. Altijd voldeden de bedrijven, dus we hoefden nooit verder te gaan dan een hercontrole.” De ODMH licht verder toe dat de ODMH rekening houdt met de situatie van de ondernemer, zoals het opleggen van maatwerk als het dat jaar niet goed uitkomt om de investering te doen.
Figuur 4.6 Opgelegde sancties
4.4 Zicht op de effecten van de EBP Zicht op de mogelijke besparingen Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 kan de EBP leiden tot vermindering van het energiegebruik (gas en elektra), maar ook tot CO2-reductie. In de enquête is gevraagd of de omgevingsdiensten zicht hebben op het energiebesparingspotentieel, oftewel de energie die mogelijk bespaard kan worden. De meeste omgevingsdiensten (55%) geven aan geen zicht te hebben op het besparingspotentieel. De ODMH sluit zich hierbij aan. In de toelichting geeft de ODMH hierbij een nuancering aan. Volgens de ODMH is er wel een beeld van het besparingspotentieel aan de hand de informatieplichtmeldingen en de energiecontroles. Hieruit kan de ODMH opmaken welke energiemaatregelen er nog niet getroffen zijn bij een organisatie en wat het energiegebruik is. Het is echter niet mogelijk om het energiebesparingspotentieel aan te geven in kwh, m3 gas, CO2 reductie. Dit komt volgens de ODMH omdat omgevingsdiensten controleren op de aanwezigheid van de verplichte energiemaatregelen, maar geen besparingsberekeningen uitvoeren. De ODMH geeft aan dat de ODMH “op basis van eigen gevoel en cijfers van RVO” inschat dat er in de informatieplichtronde (2019-2023) ongeveer tussen 10-20% gemiddeld per bedrijf bespaard kon worden.
35
In het groepsgesprek van het Doe Mee-onderzoek gaven omgevingsdiensten aan dat informatie over het besparingspotentieel niet altijd als opdracht bij de omgevingsdiensten wordt uitgevraagd, waardoor er geen capaciteit en/of middelen beschikbaar zijn om deze informatie in kaart te brengen.
Figuur 4.7 Zicht op energiebesparingspotentieel
Zicht op gerealiseerde besparingen Vervolgens is gevraagd of de omgevingsdiensten inzicht hebben in de gerealiseerde energiebesparing dankzij de EBP. Het merendeel (60%) van de omgevingsdiensten zegt dit niet te hebben. De ODHM geeft eveneens aan dit inzicht niet te hebben. Een aantal omgevingsdiensten heeft aangegeven dat het in 2019 t/m 2021 geen wettelijke taak was van de omgevingsdienst om dit inzicht te geven, volgens de eindrapportage van het Doe Meeonderzoek.
Figuur 4.8 Zicht op de gerealiseerde energiebesparing Uit de eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek blijkt dat een aantal omgevingsdiensten inzicht kan geven in de totaal gerealiseerde energiebesparing specifiek per gemeente en provincie. Vaker komt het voor dat omgevingsdiensten een berekening maken voor de hele regio.
Zicht op de genomen maatregelen Tot slot is aan de omgevingsdiensten gevraagd welke maatregelen er daadwerkelijk door organisaties zijn getroffen in de periode 2019 tot en met 2023. Zoals besproken in hoofdstuk 1 bevat de Erkende Maatregelenlijst maatregelen op het gebied van faciliteiten, gebouwen en processen.
36
Uit de eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek blijkt dat omgevingsdiensten aangeven dat zij het type getroffen maatregelen niet monitoren. Daarentegen konden sommige andere omgevingsdiensten zeer specifiek aangeven welke maatregelen zijn getroffen. De meeste omgevingsdiensten geven aan dat het met name gaat om gebouwmaatregelen. Voorbeelden van veelvoorkomende maatregelen zijn het isoleren van leidingen en het vervangen van verlichting. De ODMH heeft aangegeven dat de genomen maatregelen “zeer divers” zijn, waarbij het met name gebouwmaatregelen betreft die genomen zijn.
37
Bijlage 1: Bevindingen Algemene Rekenkamer over de energiebesparingsplicht De Algemene Rekenkamer heeft (zoals gemeld in paragraaf 1.3) tegelijkertijd met het Doe Meeonderzoek onderzoek gedaan naar de energiebesparingsplicht. Onderstaande bevindingen van de Algemene Rekenkamer zijn overgenomen vanuit de eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek.
Bevindingen onderzoek Algemene Rekenkamer De Algemene Rekenkamer onderzoekt, parallel aan het DoeMee-onderzoek, de sturing van de minister voor Klimaat en Energie op de energiebesparingsplicht en de resultaten van de verplichting op landelijk niveau. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek voor het DoeMee-onderzoek zijn: • De opbrengsten van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht blijven achter bij de doelstellingen of streefwaarden van het kabinet, gebaseerd op prognoses van TNO en PBL. De doelstelling was in 2013 – 2014 (vanuit het Energieakkoord) dat de plicht ca. 35 petajoule (PJ)24 energiereductie zou opleveren. In de Klimaat en Energie Verkenning van 2020 wordt echter ingeschat dat ca. 7 PJ energie is bespaard in 2020. • Voor zover hier zicht op is, voldoen bedrijven sinds 2008 structureel niet (volledig) aan de energiebesparingsplicht en informatieplicht. Het doel van de minister dat er 100% naleving is onder bedrijven die onder de energiebesparingsplicht vallen wordt daarmee niet behaald. • Doelen die het kabinet heeft gesteld op het gebied van handhaving van de energie-besparingsplicht lijken ook niet gehaald. Een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) uit 2016 stelt dat afgesproken is dat bedrijven eens per 4 jaar worden bezocht en gecontroleerd.
Echter blijft, op basis van dit uitgangspunt, het jaarlijks aantal uitgevoerde controles sterk achter. • Uit verschillende evaluaties blijkt dat omgevingsdiensten onvoldoende functioneren en niet goed geëquipeerd zijn hun taken uit te voeren. Financieel zijn er daarnaast onvoldoende middelen beschikbaar om de door het kabinet en minister aangegeven aantal jaarlijkse controles uit te voeren. • De Algemene Rekenkamer stelt vast dat zij niet ex post de kosteneffectiviteit van de plicht kan nagaan. Wel stelt zij vast dat de baten (mogelijk) zijn overschat (hoeveelheid gerealiseerde energiebesparing) en de omvang van de ingeschatte kostenposten (bijvoor-beeld middelen voor toezicht en handhaving) zeker zijn onderschat.
24 Een petajoule (PJ) staat gelijk aan 31,6 miljoen kubieke meter aardgas of 278 miljoen kilowattuur elektriciteit.
38
Bijlage 2: Bevindingen interne processen ODMH versus andere omgevingsdiensten Deze bijlage geeft een overzicht van de antwoorden van de omgevingsdiensten op vragen die naar de mening van de Rekenkamer betrekking hebben op interne processen bij de omgevingsdienst (grafieken aangeleverd door het onderzoeksbureau). De Rekenkamer Krimpenerwaard heeft bij elke grafiek met een logo aangegeven welk antwoord de ODMH heeft gekozen voor Krimpenerwaard in de enquête. Daarnaast heeft de Rekenkamer Krimpenerwaard een toelichtende tekst geschreven bij de grafieken en daar waar relevant passages opgenomen zoals de ODMH deze heeft ingevuld in de enquête, om zo de gevonden resultaten te verduidelijken.
EBP als taakveld Onderstaande figuur geeft weer of de EBP als apart taakveld (specifiek werkgebied binnen een organisatie) onderdeel is van het VTH25-stelsel bij de omgevingsdiensten. Dit is volgens de meeste omgevingsdiensten (92%) het geval. Ook de ODMH geeft aan dat de EBP een apart taakveld is.
Figuur B2.1 EBP als specifiek werkgebied binnen de organisatie
Informatie verzamelen over niet-naleving De ODMH meldt dat de ODMH aan informatie komt over de mate waarin bedrijven zich niet aan de informatieplicht houden door: a) Zelf informatie te verzamen b) Deze informatie te downloaden bij het e-loket van RVO.nl en te combineren met bedrijven waarvan de ODMH weet dat ze aan de energiebesparingsplicht moeten voldoen Bij de meeste andere deelnemers verloopt de informatieverzameling op soortgelijke wijze.
25 VTH staat voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
39
Figuur B2.2 Informatiebronnen voor het niet naleven van de informatieplicht
Acties die de ODMH zelf onderneemt om de informatie boven tafel te krijgen over het niet-naleven zijn dezelfde als voor het inzicht verkrijgen in de aantallen bedrijven die vallen onder de EBP. Namelijk: langsgaan, contact opnemen, via de milieutoezichthouders. Net als de meeste andere omgevingsdiensten geeft de ODMH aan dat de ODMH contact legt met bedrijven die niet voldoen aan de informatieplicht door een brief / e-mail te sturen, telefonisch of door persoonlijk langs te gaan.
Figuur B2.3 Gebruikte manieren om in contact te komen met niet-nalevers van de informatieplicht
40
Prioritering van organisaties die gecontroleerd worden Onderstaande figuur laat zien welke prioriteiten gesteld worden door de omgevingsdiensten met betrekking tot welke organisaties gecontroleerd worden met betrekking tot de energie-besparingsplicht. Een groot deel van de omgevingsdiensten geeft aan prioriteiten te stellen op basis van a) de rubricering die RVO toevoegt aan de informatieplicht rapportages 26 of b) op basis van een eigen risicoanalyse die specifiek gericht is op de energiebesparingsplicht. De ODMH geeft aan niet te prioriteren. De ODMH geeft hierbij de volgende toelichting: “Omdat de bedrijven bijna nooit de info-plicht correct invullen, hebben we ervoor gekozen om overal langs te gaan.”
Figuur B2.4 Prioritering binnen de te controleren organisaties
26 Toelichting vanuit de eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek: Het digitale loket van RVO maakt
automatisch een code aan, de zogenaamde rubriceringscode. De omgevingsdienst kan op basis van deze code besluiten om locatie(s) te controleren, omdat bijvoorbeeld blijkt dat het bedrijf nog veel erkende maatregelen moet uitvoeren en/of beperkt aan de energiebesparingsplicht voldoet.
41