Bijlage: Eindrapport Doe Mee-onderzoek naar de Energiebesparingsplicht - opleverdatum op pag. 2 i.v.m. schrijffout gecorrigeerd naar januari 2025
Tekst van het document
“Wat je bespaart, hoef je niet op te wekken”
Resultaten Doe Mee-onderzoek naar de Energiebesparingsplicht
Rekenkamer Krimpenerwaard Januari 2025 Contact met de Rekenkamer: Telefoon: 14 0182 / 06-57096899 E-mail: Rekenkamer@krimpenerwaard.nl Website: www.krimpenerwaard.nl/rekenkamer
2
Inhoudsopgave
Bestuurlijke Nota ................................................................................................................................... 4 Achtergrondinformatie over de EBP en informatieplicht ...................................................................... 4 Centrale vraag en onderzoeksopzet .................................................................................................... 4 Bevindingen ......................................................................................................................................... 5 Conclusies............................................................................................................................................ 6 Aanbevelingen ..................................................................................................................................... 7 Bestuurlijke reactie ............................................................................................................................... 8 Nawoord ............................................................................................................................................. 11 1. Inleiding ............................................................................................................................................
12 1.1 Wat is de energiebesparingsplicht? ............................................................................................. 12 1.2 Relevantie van het onderzoek ..................................................................................................... 13 1.3 Doe Mee-onderzoek .................................................................................................................... 13 1.4 Centrale vraag en onderzoeksopzet ............................................................................................ 14 1.5 Leeswijzer .................................................................................................................................... 14 2. Omvang EBP in Krimpenerwaard en binnen de ODMH ............................................................... 15 2.1 Aantal EBP-plichtigen in Krimpenerwaard ................................................................................... 15 2.2 Aantal EBP-plichtigen bij de ODMH ............................................................................................ 15 2.3 Begrote uren EBP en informatieplicht bij de ODMH .................................................................... 17 2.4 Uitgevoerde activiteiten EBP door de ODMH .............................................................................. 18 3.
Bevindingen gemeente Krimpenerwaard versus andere gemeenten ........................................ 19 3.1 Rolverdeling en taakomschrijving ................................................................................................ 19 3.2 Sturing en uitvoering .................................................................................................................... 21 3.3 Informatievoorziening vanuit de omgevingsdienst ....................................................................... 23 3.4 Informatieverzoeken vanuit de gemeenteraad ............................................................................ 27 4. Bevindingen ODMH versus andere omgevingsdiensten ............................................................ 29 4.1 Context: de rol van de omgevingsdiensten bij de EBP en informatieplicht ................................. 29 4.2 Zicht op de organisaties die vallen onder de EBP en de informatieplicht ................................... 31 4.3 Uitvoering van het toezicht........................................................................................................... 33 4.4 Zicht op de effecten van de EBP ................................................................................................. 35 Bijlage 1: Bevindingen Algemene Rekenkamer over de energiebesparingsplicht ......................
38 Bijlage 2: Bevindingen interne processen ODMH versus andere omgevingsdiensten ............... 39
3
Bestuurlijke Nota Achtergrondinformatie over de EBP en informatieplicht De energiebesparingsplicht (EBP) houdt in dat bedrijven en instellingen 1 die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom en/of 25.000 m3 aardgas gebruiken verplicht zijn om energiebesparende maatregelen te nemen. Het gaat hierbij specifiek om investeringen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend. De energiebesparingsplicht bestaat sinds 1993. Per 1 juli 2019 is daar de informatieplicht bij gekomen. De informatieplicht houdt in dat de organisaties die vallen onder de EBP eens in de vier jaar actief informatie moeten verstrekken over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. Het bevoegd gezag voor het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsplicht was en is vrijwel altijd de gemeente. De gemeente is sinds 1 juli 2023 verplicht het mandaat voor toezicht en handhaving aan de omgevingsdienst te geven. Voor de gemeente Krimpenerwaard is dit de Omgevingsdienst Midden-Holland (verder in dit rapport: de ODMH). Ondanks de wettelijke voorschriften en het verplichte mandaat aan de omgevingsdienst is er wel beleidsruimte om afspraken te maken met de omgevingsdienst over de kwaliteit van de uitvoering van de EBP en de terugkoppeling van informatie.
Ook kan de gemeente zelf mensen in dienst nemen die aanvullende taken verrichten of kan de gemeente extra middelen beschikbaar stellen om energiebesparing te stimuleren. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om hierbij kaders te stellen en te controleren of het toezicht en de handhaving op de EBP naar wens verloopt.
Centrale vraag en onderzoeksopzet Dit onderzoek is een zogeheten Doe Mee-onderzoek. Bij een Doe Mee-onderzoek doen meerdere rekenkamers tegelijkertijd onderzoek naar hetzelfde onderwerp. Dit maakt het mogelijk de resultaten van de gemeente te spiegelen aan de resultaten van andere ondervraagde gemeenten aan het onderzoek. De vraag die centraal staat in dit onderzoek is: Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies bij het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing en wat zijn daarvan de resultaten? Het onderzoek is uitgevoerd door een extern onderzoeksbureau, in opdracht van de Vereniging van Rekenkamers. Om de centrale vraag te beantwoorden is gebruik gemaakt van documentstudie, enquêtes bij de deelnemende gemeenten, provincies en omgevingsdiensten en groepsgesprekken met gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. In het geval van de gemeente Krimpenerwaard hebben zowel de gemeente als de ODMH een vragenlijst ingevuld. De Rekenkamer Krimpenerwaard (hierna te noemen: Rekenkamer) heeft de eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek en de ingevulde enquêtes gebruikt om het nu voorliggende, op maat gemaakte rapport voor de gemeente Krimpenerwaard te maken.2 De Rekenkamer heeft hiertoe aanvullend documentonderzoek gedaan en een verdiepend interview gehouden met een beleidsadviseur van de gemeente.
De Algemene Rekenkamer heeft tegelijkertijd met het Doe Mee-onderzoek onderzoek gedaan naar de energiebesparingsplicht. De bevindingen van de Algemene Rekenkamer zijn opgenomen in Bijlage 1.
1 In dit rapport houden we de term “organisaties” aan voor deze bedrijven en instellingen. 2 Het eindrapport is hier te bekijken: https://www.rekenkamers.nl/wp-content/uploads/2024/11/Eindrapport-
DoeMee-2024.pdf
4
Bevindingen In totaal zijn er 270 organisaties in de gemeente Krimpenerwaard die moeten voldoen aan de EBP.3 Dit is 3,5% van het aantal bedrijven in de gemeente. In het hele werkgebied van de ODMH zijn er 1875 organisaties die gecontroleerd moeten worden, omdat ze vallen onder de EBP. De ODMH beschrijft elk jaar in het ‘Jaarplan Milieu’ hoeveel uur er begroot wordt voor het toezicht op de energiebesparing bij organisaties. Sinds 2020 is dit voor Krimpenerwaard ruim 800 uur per jaar. De ODMH zet deze uren in zowel voor energiecontroles bij organisaties als voor algemene zaken rondom energiebesparing, zoals voorlichting. De gemeente Krimpenerwaard geeft aan dat de rollen en taken van de gemeente en de ODMH met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en de informatieplicht op dit moment helder zijn. Gemeenten zijn verplicht het mandaat voor toezicht en handhaving op de energiebesparings-en informatieplicht aan hun omgevingsdienst te geven. Daarbij kan de gemeente een opdrachtomschrijving formuleren aan de omgevingsdienst. De meeste (70%) ondervraagde gemeenten in het Doe Meeonderzoek hebben dit gedaan. De gemeente Krimpenerwaard heeft dit niet gedaan, omdat de gemeente vindt dat de EBP onderdeel is van de basistaak van de omgevingsdienst en het daardoor niet nodig is een aanvullende opdracht te formuleren.
De gemeente stuurt op de toezicht en handhaving van de EBP en informatieplicht door periodiek (vier keer per jaar) te overleggen met de ODMH. Een gemeente kan zelf toezichthouders in dienst hebben om toe te zien op (een deel van de) EBPplicht, naast de taken die sinds 1 juli 2023 bij de omgevingsdienst zijn belegd. Het gaat daarbij om nietbasistaken zoals informatieverzameling. Iets meer dan een kwart (26%) van de gemeenten heeft deze. De gemeente Krimpenerwaard heeft niet voor eigen toezichthouders gekozen. De gemeente geeft daarbij aan dat er wel gekeken wordt of er projecten zijn die de wettelijke taken kunnen versterken of ondersteunen en maakt daarbij gebruik van de duurzaamheidsambassadeur vanuit de ODMH. De gemeente Krimpenerwaard heeft geen afspraken gemaakt met de ODMH over hoe informatie wordt teruggekoppeld over de EBP. In het verdiepende interview geeft de gemeente aan dat zij hierover in gesprek is met de ODMH. Krimpenerwaard ontvangt een jaarlijkse eindrapportage van de ODMH met daarin een beschrijving van de activiteiten die hebben plaatsgevonden op het gebied van de EBP. Krimpenerwaard geeft aan dat de informatie over de uitvoering in de rapportages niet adequaat is, omdat de informatie op hoofdlijnen is en niet toegesneden op Krimpenerwaard. Tevens bevat de rapportage geen informatie over de bereikte resultaten.
Er zijn volgens de gemeente Krimpenerwaard geen vragen of opmerkingen gekomen vanuit de gemeenteraad over de EBP. Dit is in de meeste ondervraagde gemeenten ook niet voorgekomen. Naar eigen zeggen heeft de ODMH gedeeltelijk zicht op het aantal bedrijven dat valt onder de EBP en de informatieplicht in de gemeente Krimpenerwaard. Deels komt dit doordat ODMH, net als andere omgevingsdiensten, momenteel geen inzicht heeft in verbruiksgegevens van organisaties. Er is een wetsvoorstel in de maak dat dit in de toekomst mogelijk zou kunnen maken. 4
3 Bron: CBS, voorlopige cijfers 2022 uit “Aantal adressen en energieleveringen van bedrijven en instellingen naar
verbruiksklasse en gemeente, 2021-2022” (cijfers zijn afgerond op vijftallen) 4 Het betreft hier een nieuw artikel in de Omgevingswet (artikel 18.25a) waarmee het voor het bevoegd
gezag (gemeente en provincies) mogelijk wordt gemaakt om gegevens over het energieverbruik die nodig zijn voor het toezicht en handhaving van de EBP op te vragen bij de netbeheerders of andere gegevensverstrekkers. 5
Om toezicht te houden op de uitvoering van de EBP voert de ODMH, net als de meeste andere omgevingsdiensten, specifieke energiecontroles bij organisaties uit. Hiervoor zijn gespecialiseerde toezichthouders aangenomen. De ODMH voert ook administratieve controles (op papier) uit. De ODMH geeft aan 5 tot 10 jaar nodig te hebben om alle EBP-plichtige organisaties te controleren. Er zijn (nog) geen sancties opgelegd door de ODMH. Volgens de ODMH was dit niet nodig, omdat alle organisaties na hercontrole een tijd later de overtredingen hadden opgelost. De ODMH geeft aan gedeeltelijk zicht te hebben op het besparingspotentieel (de totale hoeveelheid energie die mogelijk bespaard kan worden): de ODMH heeft geen inzicht in hoeveel energie bespaard kan worden (gerekend in kWh stroom, m3 aardgas of CO2-besparing), maar heeft wel inzicht in welke energiemaatregelen er nog niet getroffen zijn bij een organisatie. De ODMH geeft aan dat de ODMH “op basis van eigen gevoel en cijfers van RVO” inschat dat er in de informatieplichtronde (2019-2023) ongeveer tussen 10-20% gemiddeld per bedrijf bespaard kon worden. De ODMH heeft geen inzicht in de daadwerkelijk gerealiseerde energiebesparing. Het merendeel van de omgevingsdiensten zegt dit niet te hebben.
Conclusies Hoofdconclusie: De Rekenkamer is van oordeel dat de informatievoorziening vanuit de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) aan de gemeente Krimpenerwaard over de Energiebesparingsplicht (EBP) verbeterd kan worden. De ODMH is een gemeenschappelijke regeling. De EBP is een basistaak die verplicht wordt uitgevoerd door de ODMH. Het College heeft tot op heden geen aanvullende eisen gesteld aan de informatievoorziening. De gemeenteraad heeft hier evenmin om gevraagd. In de volgende conclusies gaan we hier stapsgewijs verder op in. Gevolgd door enkele aanbevelingen die naar de mening van de Rekenkamer voor meer grip van de gemeente(raad) op dit dossier kan zorgen. Conclusie 1: Krimpenerwaard heeft geen afspraken gemaakt met de ODMH over de invulling van de wettelijke taak ten aanzien van de EBP. De reden hiervoor is, zo werd desgevraagd aangegeven, dat de gemeente de beschrijving van de wettelijke taak afdoende vindt. Conclusie 2: Krimpenerwaard heeft geen afspraken gemaakt met de ODMH over de monitoringsen verantwoordingsinformatie ten aanzien van de EBP. Doordat de gemeente de beschrijving van de wettelijke taak afdoende vindt (zie conclusie 1), zijn er geen separate afspraken gemaakt over de terugkoppeling van informatie. Conclusie 3: De informatievoorziening vanuit de ODMH over de EBP zou naar de mening van de gemeente Krimpenerwaard verbeterd kunnen worden.
Krimpenerwaard geeft aan dat de ontvangen rapportages van de ODMH over de EBP niet volledig adequaat zijn, omdat de rapportages teveel op hoofdlijnen blijven. In het verdiepende interview geeft de gemeente aan dat de gemeente in gesprek is met de ODMH om de informatievoorziening te verbeteren. De ODMH rapporteert nu vaak op productgroepen (Projecten en Regionaal toezicht & handhaving), terwijl de gemeente gerapporteerd wil zien welke controles zijn uitgevoerd. Conclusie 4: De gemeenteraad heeft tot op dit moment zijn kaderstellende en controlerende rol waar het EBP betreft niet genomen. Tot dusver heeft de raad geen vragen gesteld over de uitvoering of de bereikte resultaten ten aanzien van de EBP.
6
Aanbevelingen Aan de gemeenteraad Aanbeveling 1: Ga als gemeenteraad met elkaar in gesprek of een aanvullende opdracht (op de wettelijke taak) nodig is voor de ODMH. Bepaal vervolgens welke informatie de raad graag wil ontvangen van het College over de EBP. Overleg welke informatie zinvol is om de kaderstellende en controlerende rol goed te kunnen uitvoeren. Relevante vragen hierbij zijn of de geleverde informatie in de reguliere begroting en eindrapportage volstaat en zo niet, welke aanvullende informatie gewenst is en met welke frequentie. Denk bij aanvullende informatie bijvoorbeeld aan het gewenste kwaliteitsniveau, een beschrijving van concrete activiteiten of KPI’s (bijvoorbeeld over het aantal uit te voeren energiecontroles). Maak hier duidelijke afspraken over met het College. Aan het college Aanbeveling 2: Formuleer, na overleg met de gemeenteraad, zo nodig een duidelijke opdracht aan de ODMH ten aanzien van de EBP. Indien het de wens van de gemeenteraad is om te komen tot een aanvullende opdracht aan de ODMH ten aanzien van de EBP, is de volgende stap om in overleg te treden met de mede-deelnemers van de ODMH, duidelijke afspraken te maken en de gemeenteraad over de uitkomst hiervan te informeren. Aanbeveling 3: Maak afspraken met de ODMH over de monitorings- en verantwoordingsinformatie waar het de EBP betreft conform de wensen van de gemeenteraad.
Ga hierover allereerst in gesprek met de overige ODMH-gemeenten. Leg vervolgens vast welke informatie de ODMH-gemeenten willen ontvangen en met welke periodiciteit. Dit kan in de vorm van een rapportage, maar bijvoorbeeld ook door het opzetten van een online monitoringstool (dashboard).
7
Bestuurlijke reactie
8
9
10
Nawoord De Rekenkamer bedankt het college en de ambtelijke organisatie voor de uitgebreide reactie. Het college stelt diverse aanvullingen en gewenste wijzigingen voor. Hieronder gaan we in op een aantal door het college gedane voorstellen. 1. Tekstuele wijzigingen in het feitenrelaas In een regulier Rekenkamer-onderzoek vindt er ambtelijk wederhoor plaats op het gedeelte van het rapport dat de feiten bevat, waarbij de ambtelijke organisatie het rapport controleert op onjuistheden. Omdat het hier om een Doe Mee-onderzoek betreft heeft de ambtelijke organisatie in eerdere fase (nog voor het verschijnen van het rapport) een controle gedaan op de bevindingen vanuit de vragenlijst. Het college constateert dat er in de tekst van het rapport dat is uitgestuurd voor bestuurlijk wederhoor nog enkele onvolkomenheden zaten. De Rekenkamer heeft deze zaken aangepast in het nu voorliggende definitieve rapport. Onderstaand kunt u zien welke aanpassingen dit zijn geweest. Blz.
Opmerking
Verwerking
4 en 15
“Of” moet zijn “en/of”
✓ Aangepast
4
Zin m.b.t. ODMH is onduidelijk
✓ Deze zin is verplaatst
5
Bronvermelding ontbreekt bij het aantal bedrijven
✓ Bronvermelding toegevoegd
6
Spelfout EBP
✓ Aangepast
17
Label C-plicht wordt door de gemeente zelf uitgevoerd
✓ Voetnoot aangevuld
2. Het college stelt dat de onderzoeksvraag beter aangepast had kunnen worden van de zinsnede “Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies” naar “Welke inspanningen hebben gemeenten en provincies gepleegd (…) over de periode 1 juli 2019 tot 1 juli 2023” Het is gebruikelijk dat met rekenkameronderzoek wordt teruggekeken. De periode waar dan naar wordt gekeken maakt onderdeel uit van de afbakening van het onderzoek. De vraagstelling en afbakening van het onderzoek maakt onderdeel uit van de landelijke aanpak van het onderzoek zoals ontwikkeld door de Vereniging van Rekenkamers in samenwerking met de Algemene Rekenkamer, zoals ook terug te vinden is in de landelijke rapportage. Gedurende deze hele periode (en nu nog steeds) voerde de ODMH de onderzochte taak voor de gemeente Krimpenerwaard uit. Het al dan niet opnemen van de afbakening in de vraagstelling heeft daarom geen gevolgen voor het onderzoek of de bevindingen, conclusies en aanbevelingen. 3. Het college geeft aan dat ze conclusie 1 “Krimpenerwaard heeft geen afspraken gemaakt met de ODMH over de invulling van de wettelijke taak ten aanzien van de EBP” liever wil formuleren als “Krimpenerwaard heeft afgesproken dat de ODMH de uitvoering van de wettelijke taak ten aanzien van de EBP doet.” In het rapport staat aangegeven dat Krimpenerwaard de beschrijving van de wettelijke taak afdoende vindt.
Hierdoor zijn er geen afspraken gemaakt over de informatievoorziening. In de bestuurlijke reactie op aanbeveling 2 en 3 geeft het College verder aan dat ze een duidelijke opdracht wil formuleren aan de ODMH. Daaruit leiden wij af dat het college toch een nadere opdrachtverlening van de wettelijke taak wenst. Nogmaals bedanken wij het college en de organisatie voor de feitencheck en de bestuurlijke reactie. Met het rapport hopen wij het (belangrijke) onderwerp energiebesparingsplicht voldoende bij de raad en andere betrokkenen onder de aandacht te brengen.
11
1. Inleiding 1.1 Wat is de energiebesparingsplicht? De energiebesparingsplicht (EBP) houdt in dat organisaties die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom en/of 25.000 m3 aardgas gebruiken verplicht zijn om energiebesparende maatregelen te nemen. Het gaat hierbij specifiek om investeringen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend. De maatregelen die genomen kunnen worden, zijn te vinden in de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML).5 Maatregelen worden in deze lijst ingedeeld in 3 onderdelen: • Faciliteiten. Voorbeelden: Vervang op een lichtmast de armaturen met spaarlampen of gasontladingslampen door LED-armaturen, pas een energiezuinige koelinstallatie toe voor de koeling van serverruimten, plaats zonnepanelen op het dak. • Gebouwen. Voorbeelden: Isoleer spouwmuren van gebouwen, pas naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische warmtepomp toe, pas een regeling toe op de verlichting, zodat deze buiten gebruikstijden niet onnodig brandt. • Processen. Voorbeelden: Zuig warme lucht af bij grote warmteproducerende apparaten zodat de ruimte minder hoeft te worden gekoeld, isoleer de wanden van hoge temperatuur procesvaten om warmteverlies te beperken, plaats een warmtewisselaar om de restwarmte in koelwater te benutten.
Ontwikkelingen binnen de energiebesparingsplicht De energiebesparingsplicht bestaat sinds 1993 (onder de Wet Milieubeheer). Per 1 juli 2019 is daar de informatieplicht bij gekomen. De informatieplicht houdt in dat de organisaties die vallen onder de EBP eens in de vier jaar actief informatie moeten verstrekken over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. Per maatregel uit de hierboven genoemde EML dient een organisatie aan te geven of het deze maatregel wel of niet heeft uitgevoerd. In de huidige informatieronde gold dat uiterlijk 1 december 2023 de rapportage ingeleverd moest zijn bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Per 1 juli 2023 is de energiebesparingsplicht aangescherpt. Het gaat niet alleen maar om maatregelen die energie besparen, maar ook om maatregelen die zorgen voor een lagere CO 2-uitstoot. Bijvoorbeeld het opwekken van hernieuwbare energie. Daarnaast vallen meer organisaties onder de plicht. Per 1 januari 2024 valt de energiebesparingsplicht onder de Omgevingswet. Veel regels over energiebesparing zijn niet veranderd. De belangrijkste verandering is dat de regels over energiebesparing nu opgesplitst zijn in milieubelastende activiteiten en activiteiten rond bestaande gebouwen.6
Toezicht en handhaving Het bevoegd gezag voor het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsplicht was en is vrijwel altijd de gemeente. In sommige gevallen (met name bij zeer grote organisaties/energiegebruikers of locaties met een milieubelastende activiteit) ligt het bevoegd gezag bij de provincie of het Rijk (bij mijnbouwlocaties of defensielocaties). De gemeente is sinds 1 juli 2023 verplicht het mandaat voor toezicht en handhaving aan de omgevingsdienst te geven.
5 https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiebesparingsplicht/eml. Voor bepaalde bedrijven met een jaarlijks
energiegebruik vanaf 10 miljoen KWh stroom of 170.000 m3 aardgas geldt de EML-systematiek alleen voor de gebouwen, niet voor de faciliteiten en processen. Zij hebben een ‘onderzoeksplicht energiebesparing’ voor de faciliteiten en processen. 6 Voor meer informatie zie: https://iplo.nl/thema/energiebesparing/ontwikkelingen-wetgeving/veranderd/
12
Beleidsruimte De omgevingsdienst is een wettelijk verplichte gemeenschappelijke regeling en de EBP is een wettelijk verplichte taak die de omgevingsdienst moet uitvoeren, een zogeheten ‘basistaak’. Deze verplichtingen betekenen echter niet dat een gemeente geen beleidsruimte heeft op dit onderwerp. Er kunnen afspraken worden gemaakt met de omgevingsdienst over de kwaliteit van de uitvoering van basistaken en de terugkoppeling van informatie daarover. Dit geldt ook voor de EBP. De gemeente kan in het jaarprogramma afspreken met de ODMH: • Hoeveel organisaties per jaar gecontroleerd worden; • Wanneer er terugkoppeling plaatsvindt over de uitvoering en de behaalde resultaten van de EBP; • Op welke wijze deze terugkoppeling plaatsvindt (mondeling, rapportage, online dashboard). Ook is het mogelijk dat de gemeente eigen medewerkers in dienst heeft die aanvullende taken verrichten op het gebied van de EBP, zoals het verzamelen van informatie. Daarnaast kan de gemeente extra middelen beschikbaar stellen die energiebesparing door organisaties extra stimuleren. De gemeenteraad kan besluiten wel of niet extra middelen uit te trekken voor de EBP.
1.2 Relevantie van het onderzoek De energievoorziening is een ‘hot issue’. Door netcongestie kunnen huizen en bedrijven niet altijd meer aangesloten worden op het stroomnet. Daarnaast is er politieke onrust over de plaatsing van windmolens en zonneparken, over de hoge kosten van het verzwaren van het stroomnet en de transitie naar gasloos. Het besparen van energie is daardoor een zeer relevant thema. Energievraag die weggenomen kan worden door besparing, ontlast het net en spaart het milieu. Zo komt er meer ruimte op het stroomnet voor andere gebruikers of groei bij bedrijven, is er minder nieuwe opwek nodig en wordt het stroomnet ontlast. De EBP is een reeds bestaand instrument om bedrijven en instellingen hierin hun rol te laten nemen. Het effect van deze plicht is echter tot op heden beperkt. De doelstelling was in 2013 – 2014 dat de plicht ongeveer 35 petajoule (PJ)7 energiereductie zou opleveren. In de Klimaat en Energie Verkenning van 2020 wordt echter ingeschat dat ca. 7 PJ energie is bespaard in 2020. 8 Dit onderzoek heeft dan ook een agenderende functie: het op de agenda krijgen van dit onderwerp bij de gemeenten. De Rekenkamer Krimpenerwaard onderschrijft dit belang en heeft daarom besloten dit rapport uit te brengen.
1.3 Doe Mee-onderzoek Dit onderzoek is een zogeheten Doe Mee-onderzoek. Bij een Doe Mee-onderzoek doen meerdere rekenkamers tegelijkertijd onderzoek naar hetzelfde onderwerp. Dit maakt het mogelijk de resultaten van de gemeente te spiegelen aan de resultaten van andere deelnemende gemeenten aan het onderzoek. De Rekenkamer Krimpenerwaard heeft in het verleden meegedaan aan verschillende Doe Meeonderzoeken, te weten “Informatievoorziening aan burgers” (2017), “De implementatie van het VNverdrag Handicap in gemeentelijk beleid” (2019), “Meldingen openbare ruimte” (2020) en “Toezicht en handhaving op openbare orde en veiligheid” (2021). Het voorliggende Doe Mee-onderzoek is georganiseerd vanuit de Vereniging van Rekenkamers. Dit Doe Mee-onderzoek richt zich primair op welke inspanningen gemeenten, provincies en omgevingsdiensten verrichten op het toezien en handhaven van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Daarbij hoort ook kijken naar hoe het toezicht is georganiseerd en 7 Een petajoule (PJ) staat gelijk aan 31,6 miljoen kubieke meter aardgas of 278 miljoen kilowattuur elektriciteit. 8 Bron: Onderzoek Algemene Rekenkamer naar de EBP (zie bijlage 1).
13
naar de resultaten die deze inspanningen teweeg brengen. De analyse betreft de periode van 1 juli 2019 tot juli 2023. Parallel aan het DoeMee-onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer onderzoek uitgevoerd uit naar het landelijke beleid op het gebied van de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing. Beide onderzoeken zijn zoveel mogelijk op elkaar afgestemd en daar waar relevant is gebruik gemaakt van de gegevens uit het andere onderzoek. De resultaten uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer is te vinden in Bijlage 1.
1.4 Centrale vraag en onderzoeksopzet De vraag die centraal staat in dit onderzoek is: Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies bij het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing en wat zijn daarvan de resultaten? Om de centrale vraag te beantwoorden heeft het onderzoeksbureau dat is aangetrokken door de Vereniging van Rekenkamers gebruik gemaakt van documentstudie en enquête bij gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. Bij de documentstudie ging het bijvoorbeeld om begrotingen, jaarplannen, jaarverslagen en andere relevante (interne) documenten. In de enquêtes is onder andere gevraagd naar de afspraken die een gemeente heeft gemaakt met de omgevingsdienst ten aanzien van de EBP en de terugkoppeling van informatie daarover. Voor het Doe Mee-onderzoek zijn 111 gemeenten ondervraagd. De uitkomsten van de enquêtes zijn door het onderzoeksbureau geduid door aanvullende documentstudie en groepsgesprekken met gemeenten, provincies en omgevingsdiensten. De bevindingen zijn door het onderzoeksbureau samengevat in een overkoepelende eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek9 met de resultaten van alle gemeenten, provincies en omgevingsdiensten.
De Rekenkamer heeft deze eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek, tezamen met de ingevulde vragenlijsten door de gemeente Krimpenerwaard en de ODMH, gebruikt als input om te komen tot deze voorliggende rapportage. Verder heeft de Rekenkamer, om de context beter te kunnen schetsen en duiden, aanvullend bronnenonderzoek gedaan, bijvoorbeeld door cijfers te raadplegen van het CBS. Daarnaast heeft de Rekenkamer een verdiepend interview gehouden met een beleidsadviseur van de gemeente.
1.5 Leeswijzer Voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van Krimpenerwaard en de ODMH in relatie tot de uitkomsten bij andere gemeenten en omgevingsdiensten. Om een idee te krijgen van hoeveel organisaties moeten voldoen aan deze plicht beschrijft hoofdstuk 2 de omvang van de EBP in Krimpenerwaard en binnen de ODMH. Hoofdstuk 3 beschrijft de gevonden resultaten van Krimpenerwaard ten opzichte van andere gemeenten. Hoofdstuk 4 geeft de bevindingen bij de ODMH ten opzichte van andere omgevingsdiensten.
9 Het eindrapport is hier te bekijken: https://www.rekenkamers.nl/wp-content/uploads/2024/11/Eindrapport-
DoeMee-2024.pdf
14
2. Omvang EBP in Krimpenerwaard en binnen de ODMH Zoals eerder beschreven zijn organisaties die meer dan 50.000 kWh aan elektriciteit en/of meer dan 25.000 m3 aardgas verbruiken verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen.
2.1 Aantal EBP-plichtigen in Krimpenerwaard Op basis van het verbruik maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een indeling in middelgrote, grote en zeer grote instellingen. In onderstaande tabel wordt weergegeven hoeveel organisaties dit zijn in Krimpenerwaard en dus hoeveel organisaties moeten voldoen aan de EBP. Tabel 2.1: Aantal organisaties in Krimpenerwaard dat moet voldoen aan EBP Aantal EBP-plichtigen in Krimpenerwaard10 Middelgroot: Adressen met een elektriciteitslevering van 50 001 t/m 200 000 kWh en aardgaslevering van 0 t/m 75 000 m 3, of een elektriciteitslevering van 0 t/m 200 000 kWh en aardgaslevering 25 001 t/m 75 000 m 3. Groot: Adressen met een elektriciteitslevering van 200 001 t/m 10 000 000 kWh en aardgaslevering van 0 t/m 170 000 m3, of een elektriciteitslevering van 0 t/m 10 000 000 kWh en aardgaslevering 75 001 t/m 170 000 m 3 Zeer groot: Adressen met een elektriciteitslevering van meer dan 10 000 001 kWh of een aardgaslevering van meer dan 170 001 m3. Totaal aantal organisaties dat moet voldoen aan de EBP
210
55
5
270
In totaal zijn er 270 organisaties in Krimpenerwaard die moeten voldoen aan de EBP. Het grootste gedeelte daarvan valt in de categorie “middelgroot”. Er zijn 5 “zeer grote” organisaties. De ODMH geeft aan dat er in de gemeente Krimpenerwaard 1 bedrijf is dat onder de bevoegdheid van de Provincie valt.
Rekenvoorbeeld mogelijke besparing Krimpenerwaard Stel dat 50% van de organisaties in Krimpenerwaard die moeten voldoen aan de EBP een besparing weten te bereiken van 10%. Dan komt dit neer op een besparing van: • Elektriciteit: minimaal 675.000 kWh (namelijk 50% van 270 organisaties x 10% van minstens 50.000 kWh) • Gas: minimaal 337.500 m3 (namelijk 50% van 270 organisaties x 10% van minstens 25.000 kWh) Om de elektriciteitsbesparing in context te plaatsen: Stel dat de opbrengst van een zonnepaneel 400 kWh per paneel per jaar is.11 De bovengenoemde besparing van 675.000 kWh staat dan gelijk aan wat 1688 zonnepanelen kunnen opwekken.
2.2 Aantal EBP-plichtigen bij de ODMH De energiebesparingsplicht geldt voor bedrijven en maatschappelijke instellingen vanaf een bepaald energiegebruik per locatie. Het kan hierbij gaan om allerlei soorten organisaties, zoals zorginstellingen, 10 Bron: CBS, voorlopige cijfers 2022 uit “Aantal adressen en energieleveringen van bedrijven en instellingen naar
verbruiksklasse en gemeente, 2021-2022” (cijfers zijn afgerond op vijftallen) 11 https://www.gaslicht.com/zonnepanelen/opbrengst
15
scholen, agrarische ondernemingen, enzovoorts. De omgevingsdienst houdt toezicht of deze organisaties de EBP naleven en handhaaft als dit niet het geval is. In het geval van Krimpenerwaard is dit de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH). De ODMH werkt naast Krimpenerwaard voor de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Om het aantal organisaties die moeten voldoen aan de EBP in Krimpenerwaard in perspectief te plaatsen (en om een beeld te krijgen van de omvang van de taak voor de ODMH) geeft onderstaande grafiek de aantallen organisaties die moeten voldoen aan de EBP weer die vallen onder het werkgebied van de ODMH. Tabel 2.2: Aantal organisaties dat moet voldoen aan EBP bij de ODMH
Krimpenerwaard Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Waddinxveen Zuidplas Totaal
Totaal aantal bedrijven12
Waarvan EBPplichtig
% EBP-plichtig
7770 15030 5680 9280 4270 6895 48925
270 530 215 360 210 290 1875
3,5% 3,5% 3,8% 3,9% 4,9% 4,2% 3,8%
In het hele werkgebied van de ODMH zijn er 1875 organisaties die moeten voldoen aan de EBP. De meeste EBP-plichtigen bevinden zich in Alphen aan den Rijn, namelijk 530. In Krimpenerwaard valt 3,5% van de bedrijven onder de EBP. Het aandeel organisaties dat binnen de regio moet voldoen aan de EBP schommelt tussen de 3,5% en de 4,9%. Krimpenerwaard heeft samen met Alphen aan den Rijn het minste aandeel EBP-plichtigen. In Waddinxveen is dit aandeel het hoogst. Onderstaande figuur geeft de aantallen EBP-plichtigen uitgesplitst naar de categorieën middelgroot, groot en zeer groot (zie tabel 2.1 voor de definities van die categorieën).
0%
10%
20%
30%
Krimpenerwaard
40%
50%
60%
70%
80%
78%
90% 100%
20%
Alphen aan den Rijn
72%
25%
Bodegraven-Reeuwijk
67%
33%
Gouda
68%
29%
Waddinxveen
64%
Zuidplas
29%
52% Middelgroot
33% Groot
2% 3% 0% 3% 7%
16%
Zeer groot
Figuur 2.1 Categorieën organisaties die moeten voldoen aan de energiebesparingsplicht Bij alle gemeenten bestaan de EBP-plichtigen voor het merendeel uit middelgrote bedrijven. Zuidplas heeft een relatief groot aandeel grote en zeer grote organisaties binnen de EBP-plichtigen. BodegravenReeuwijk heeft geen zeer grote organisaties die vallen onder de EBP. 12 Bron: CBS, voorlopige cijfers 2024, https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/81575NED/table?dl=AD677
16
2.3 Begrote uren EBP en informatieplicht bij de ODMH De ODMH heeft in zijn ‘Jaarplan Milieu’ opgenomen hoeveel uur er begroot wordt voor het toezicht op de energiebesparing bij organisaties. Deze uren vallen onder twee producten van de ODMH die naast de EBP ook andere activiteiten bevatten: • Projecten voor Krimpenerwaard • Regionaal toezicht en handhaving op energiebesparing bij bedrijven Deze producten worden onder de tabel toegelicht. Eventuele bestuurlijke handhavingstrajecten die voortkomen uit het toezicht op energiebesparing (de sanctie die een organisatie krijgt bij het niet naleven van de EBP) vallen niet onder deze uren. Deze worden via een andere productcode ‘afgerekend’. Onderstaande tabel geeft het aantal begrote uren per product, zoals weergegeven in de jaarplannen. Tabel 2.3 Aantal begrote uren toezicht energiebesparing (bron: Jaarplannen Milieu ODMH 2019-2023) 2019
2020
2021
2022
2023
Projecten Krimpenerwaard
190
859
874
859
859
Toezicht energiebesparing regionaal
233
232
228
226
224
Projecten voor Krimpenerwaard In 2019 geeft de ODMH aan dat de begrote uren op deze post voornamelijk besteed zullen worden aan energiecontroles op scholen. Vanaf medio 2019 valt onder dit product de Omgekeerde Bewijslast, oftewel: de informatieplicht. De begrote uren op de post Projecten nemen daardoor toe met ingang van 2020. Vanaf 2021 meldt de ODMH expliciet in de jaarplannen dat de EBP onder dit product valt. Het jaarplan van 2022 en 2023 beschrijft dat de ODMH zich wil focussen op bedrijventerreinen en integraal alle aspecten van energiebesparen wil meenemen. Dit betekent dat naast de wettelijke zaken, zoals de EBP en de informatieplicht alsmede de label C-plicht13, de ODMH ook wil kijken naar niet-wettelijke zaken om de CO2-besparing te versnellen.
Regionaal toezicht en handhaving op energiebesparing bij bedrijven In 2019 vallen volgens de ODMH onder het regionaal toezicht en handhaving: de uitvoering van de EED (Europese Energie Efficiency Richtlijn) 14 en de Omgekeerde Bewijslast (de informatieplicht) die vanaf half 2019 in werking trad. In de jaarplannen 2020 tot en met 2023 geeft de ODMH aan dat de ODMH wil zorgen voor afstemming en kennisdeling met de overige omgevingsdiensten uit Zuid-Holland. Daarnaast voert de ODMH periodiek overleg met de gemeenten en omgevingsdiensten uit Nederland op bredere onderwerpen zoals mobiliteit.
13 Per 1 januari 2023 moet een kantoor een geregistreerd energielabel C of beter hebben om nog als kantoor
gebruikt te mogen worden. De gemeente Krimpenerwaard geeft in de bestuurlijke reactie aan dat niet de ODMH maar de gemeente zelf de taak omtrent de label C-plicht uitvoert. 14 Voor meer informatie zie: EED-auditplicht (rvo.nl)
17
2.4 Uitgevoerde activiteiten EBP door de ODMH De ODMH heeft ten behoeve van dit onderzoek informatie aangeleverd over hoeveel bedrijven er de afgelopen jaren zijn bezocht om te controleren op de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing. Daarnaast heeft de ODMH aangegeven hoeveel uren daaraan zijn besteed. Deze gegevens zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 2.4 Aantal controles en uren EBP en informatieplicht door de ODMH voor Krimpenerwaard 2019
2020
2021
2022
2023
Controles
17
103
55
74
64
Uren*
200
859
814
699
759
* alleen de uren die besteed zijn aan de EML controles De ODMH licht toe dat het aantal uur niet helemaal in verhouding staat met het aantal controles. Zo is er volgens de ODMH in 2019 veel tijd gestopt in voorlichting, stimulering en communicatie. De ODMH geeft daarbij aan dat er brieven zijn verstuurd, energiegegevens zijn verzameld, dat er op bedrijventerreinen energiescans zijn uitgevoerd (een uitgebreide analyse wat het bedrijf kon doen aan energiebesparing) en dat er branchegerichte bezoeken zijn afgelegd. Een project betrof het bezoeken van scholen en hen voorlichting geven over energiebesparende maatregelen. De gemeente gaf in het verdiepende interview aan dat hier diverse energiebesparende maatregelen mee konden bewerkstelligd, zoals het niet verwarmen van een schoolgebouw in de vakanties. Vanaf 2020 is de ODMH begonnen met de daadwerkelijke controles. De ODMH heeft daarbij aanvullende ondersteuning ontvangen vanuit het ministerie waardoor er extra capaciteit bij kon komen om organisaties te controleren. Gelet op de coronacrisis heeft de ODMH in die periode de informatieplicht vanaf papier beoordeeld. De ODMH beschrijft in de jaarrapportage 2021 de volgende werkwijze voor het toezicht op de EBP: “Na een energiecontrole ontvangt de ondernemer een brief van de ODMH met een lijst van de energiemaatregelen die de ondernemer nog moet uitvoeren.
Maatregelen die op elk (zelfstandig) moment toepasbaar zijn moeten binnen een jaar worden uitgevoerd. Andere in de lijst genoemde maatregelen hoeven pas bij een renovatie of nieuwbouw worden toegepast. Na dat jaar controleren we de uitvoering van de direct toepasbare maatregelen. Als bij een hercontrole blijkt dat een ondernemer energiemaatregelen niet kon uitvoeren door de coronamaatregelen, dan houden we hier rekening mee. Na de hercontrole ontvangt de ondernemer een tweede brief van de ODMH met de nieuwe termijn voor de uitvoering van deze energiemaatregelen.” De ODMH geeft in de jaarrapportage 2022 aan dat de ODMH met ingang van 2022 bedrijven actief van alle informatie omtrent energiebesparing voorziet. De ODMH wijst daarbij de bedrijven onder andere op duurzaam beheer en onderhoud, subsidiemogelijkheden en duurzame mobiliteit.
18
3. Bevindingen gemeente Krimpenerwaard versus andere gemeenten De gemeenten waarvan de Rekenkamers deelnamen aan het onderzoek hebben een enquête ontvangen. De enquête had als doel om zicht te krijgen op de manier waarop gemeenten het toezicht en de handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht hebben georganiseerd. In totaal hebben 111 gemeenten waaronder Krimpenerwaard de enquête ingevuld. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de antwoorden van ondervraagde gemeenten. De grafieken zijn aangeleverd door het onderzoeksbureau. De Rekenkamer Krimpenerwaard heeft bij elke grafiek met een logo weergegeven welk antwoord Krimpenerwaard heeft aangegeven in de enquête. Daarnaast heeft de Rekenkamer Krimpenerwaard een toelichtende tekst geschreven bij de grafieken en daar waar relevant citaten opgenomen gebaseerd op wat Krimpenerwaard heeft ingevuld in de enquête, om zo de gevonden resultaten te verduidelijken.
3.1 Rolverdeling en taakomschrijving Er is allereerst gevraagd of de rollen en taken van de gemeente en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de energiebesparings- en de informatieplicht op dit moment helder zijn. Krimpenerwaard heeft aangegeven dat de rolverdeling voor alle betrokken partijen helder is. De meeste ondervraagde gemeenten (100 van de 111 gemeenten) geven hetzelfde aan.
Figuur 3.1 Rolverdeling De gemeenten kregen vervolgens de vraag voorgelegd of de opdracht op de toezicht en handhaving van de EBP aan de omgevingsdienst is opgenomen in de gemeentelijke begroting. Ongeveer driekwart van de ondervraagde gemeenten geeft aan dat dit in hun begroting is opgenomen. Krimpenerwaard geeft dat ook aan. Uit het interview met de gemeente blijkt dat de EBP niet is uitgewerkt in de begroting: voor de EBP staan er geen andere geldstromen in de gemeentelijke begroting dan die vanuit het Rijk komen. Bij de gemeenten waar de EBP is opgenomen in de begroting is vervolgens gevraagd op welke wijze het in de begroting van gemeenten is opgenomen (waarbij meerdere antwoorden mogelijk waren). Bijna de helft van de gemeenten geeft aan dat de EBP-taak is opgenomen onder het overkoepelende 19
onderwerp ‘omgevingsdiensten’. Krimpenerwaard geeft aan dat dit onder het overkoepelende onderwerp ‘milieu’ staat. De gemeente geeft aan dit voortkomt uit het verleden, toen de energiebesparingsplicht nog onder de Wet Milieubeheer viel.
Figuur 3.2 Onderdeel binnen de begroting
Uit de eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek blijkt dat sommige gemeenten en provincies naast de financiële bijdrage vanuit het Rijk voor de EBP een aanvullende financiële bijdrage hebben geleverd. Hierdoor hadden sommige omgevingsdiensten een hoger budget voor het uitvoeren van toezicht en handhaving op de EBP en de informatieplicht. De gemeente Krimpenerwaard heeft alleen gebruik gemaakt van de landelijke geldstromen. Gemeenten zijn verplicht het mandaat voor toezicht en handhaving op de energiebesparings-en informatieplicht aan hun omgevingsdienst te geven. In het geval van Krimpenerwaard is dat de ODMH. Daarbij kan de gemeente een opdrachtomschrijving formuleren aan de omgevingsdienst. In de enquête is gevraagd of een gemeente dit heeft gedaan. De meeste (70%) ondervraagde gemeenten geven aan dat zij een opdracht hebben geformuleerd voor de omgevingsdienst over hoe de toezicht en handhaving op de EBP ingevuld moet worden. Dit kan bijvoorbeeld door de werkzaamheden te benoemen in een opdrachtformulier. Krimpenerwaard behoort tot de 20% van de gemeenten die geen opdracht heeft geformuleerd. Een aantal gemeenten, waaronder Krimpenerwaard, noemt als reden dat dit onderdeel is van de basistaak van de omgevingsdienst en het daardoor niet nodig is een aanvullende opdracht te formuleren. In het
20
verdiepende interview geeft de gemeente aan dat de EBP een wettelijke taak is waarbij de gemeente weinig ruimte heeft voor lokale beleidsinvulling.
Figuur 3.3 Opdrachtformulering
3.2 Sturing en uitvoering Er is gevraagd of er door de gemeente acties ondernomen worden om te sturen op de taak van de omgevingsdiensten waar het toezicht en handhaving van de energiebesparings- en informatieplicht betreft. Gemeenten kunnen hierbij op verschillende manieren sturing geven aan de omgevingsdienst. De volgende twee instrumenten worden het meest genoemd door de ondervraagde gemeenten: 1) Voortgangsrapportages (41% van de ondervraagde gemeenten) 2) Periodiek overleg over de voortgang (25% van de ondervraagde gemeenten). Krimpenerwaard geeft aan het tweede instrument te gebruiken: periodiek overleg over de voortgang. In het verdiepende interview licht de gemeente toe dat er vier keer per jaar overleg is met de ODMH. Hierbij wordt gesproken over specifieke projecten, het opstellen van het jaarplan en de voortgang ten opzichte van het jaarplan. De EBP is daar een onderdeel van.
21
Figuur 3.4 Sturingsacties
Een gemeente kan zelf toezichthouders in dienst hebben om toe te zien op (een deel van de) EBPplicht, naast de taken die sinds 1 juli 2023 bij de omgevingsdienst zijn belegd. Het gaat daarbij om nietbasistaken zoals informatieverzameling. De meeste ondervraagde gemeenten (68%) zeggen de toezicht en handhaving over te laten aan de omgevingsdienst, zo ook Krimpenerwaard. Krimpenerwaard geeft daarbij wel aan dat er gekeken wordt of er projecten zijn die de wettelijke taken kunnen versterken of ondersteunen. De gemeente geeft aan dat er een duurzaamheidambassadeur is vanuit de ODMH voor de regio. Daarmee kan de gemeente accenten leggen, bijvoorbeeld extra informatiebijeenkomsten (inloopavonden) voor bedrijventerreinen of winkelstraten. De gemeente geeft bijvoorbeeld aan samen met de duurzaamheidsambassadeur op verschillende manieren te kijken hoe winkels zuiniger kunnen omgaan met energie, zoals het sluiten van de voordeur. Iets meer dan een kwart (26%) van de gemeenten geeft zelf invulling aan de toezicht en handhaving van de EBP en informatieplicht. Uit de eindrapportage blijkt dat drie gemeenten aangeven dat zij eigen toezichthouders hebben die toezien op de niet-basistaakbedrijven.
Activiteiten die hierbij worden genoemd: • Energiegegevens opvragen die de omgevingsdienst kan gebruiken voor toezicht en handhaving • Toezicht op kantoorgebouwen die over minimaal energielabel C dienen te beschikken • Communiceren, stimuleren en adviseren ten aanzien van de verplichtingen • Externe partijen inschakelen voor ‘stimulerend toezicht’ en het begeleiden van • bedrijven bij het nemen van maatregelen • Het aanbieden van duurzaamheidsscans aan bedrijven Daarnaast zijn er twee gemeenten die toezicht en handhaving op de verplichtingen ook na 1 juli 2023 (toen het mandaat overging naar de omgevingsdienst) nog zelf uitvoeren. Uit de eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek blijkt dit met name te komen doordat de omgevingsdienst nog in de opstartfase zat voor de EBP (onder andere doordat de budgetten voor 2023 al eerder toegekend waren).
22
Figuur 3.5 Eigen invulling
3.3 Informatievoorziening vanuit de omgevingsdienst Een gemeente kan afspraken maken met de omgevingsdienst over de monitorings- en verantwoordingsinformatie met betrekking tot de EBP. Dit kan in de eerdergenoemde opdrachtformulering of op een andere manier, bijvoorbeeld via (tussen)rapportages of jaarverslagen. Ongeveer de helft van de ondervraagde gemeenten geeft aan deze afspraken te hebben gemaakt. Het merendeel van deze gemeenten geeft aan de afspraken over informatievoorziening niet in de opdracht, maar op een andere manier te hebben vastgelegd. Er wordt daarbij vaak aangegeven dat in dit geval monitoring en verantwoording plaatsvinden via periodieke rapportages en/of jaarrapportages, of dat periodiek overleg plaatsvindt. Iets minder dan de helft van de gemeenten die afspraken heeft gemaakt over de informatievoorziening geeft aan deze afspraken te hebben vastgelegd in de opdracht die ze geformuleerd hebben aan de omgevingsdienst.
Het eindrapport van het Doe Mee-onderzoek geeft hier een voorbeeld van: “In de kwartaalrapportages zien we graag op welke wijze het reguliere energietoezicht heeft plaatsgevonden en op welke wijze de SPUK15 middelen zijn ingezet voor de gemeente X (denk onder andere aan het inzichtelijk maken van de CO2-reductie).” Uit de eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek blijkt dat sommige gemeenten en provincies KPI’s hebben afgesproken waar de omgevingsdienst over dient te rapporteren, bijvoorbeeld het aantal uitgevoerde energiecontroles, het aantal overtredingen, het aantal geïnventariseerde bedrijven en/of het aantal aangeschreven bedrijven in het kader van de informatieplicht.
15 SPUK staat voor Specifieke Uitkering. Dit is een uitkering van het Rijk aan gemeenten en provincies. De
uitkering is bedoeld om bepaald (specifiek) beleid van de Rijksoverheid uit te voeren.
23
Een kwart van de gemeenten, waaronder Krimpenerwaard, heeft naar eigen zeggen geen afspraken gemaakt over de monitorings- en verantwoordingsinformatie voor de EBP. In het verdiepende interview geeft de gemeente aan dat de gemeente in gesprek is met de ODMH hierover. De ODMH rapporteert nu vaak op de in hoofdstuk 2 genoemde productgroepen (Projecten en Regionaal toezicht & handhaving). De gemeente wil gerapporteerd zien welke controles zijn uitgevoerd.
Figuur 3.6 Monitoring en verantwoording
Manieren van terugkoppeling Aan alle ondervraagde gemeenten (ook degenen die aangaven geen afspraken te hebben gemaakt over de monitorings- en verantwoordingsinformatie) is gevraagd op welke wijze ze informatie ontvangen over de resultaten van de handhaving van de EBP door de omgevingsdienst. Ruim de helft van de ondervraagde gemeenten zegt een jaarlijkse eindrapportage te ontvangen met daarin de resultaten die de omgevingsdienst boekt op het gebied van de toezicht en handhaving van de EBP. Ook Krimpenerwaard, die geen afspraken heeft gemaakt over terugkoppeling, ontvangt een dergelijke rapportage.16 Circa de helft van de ondervraagde gemeenten geeft aan ook periodieke tussenrapportages te ontvangen.
16 De 12-maandsrapportage over 2022 is hier te bekijken:
https://odmh.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=7551c54896ae46b689626b0a7c513943
24
Figuur 3.7 Wijze van terugkoppeling
Terugkoppeling over de uitvoering De ondervraagde gemeenten is gevraagd of de rapportages van de omgevingsdienst adequate informatie geven over de uitvoering van de toezicht en handhaving op de EBP en informatieplicht. De ondervraagde gemeenten zijn redelijk kritisch over de inhoud van deze rapportages: 30% geeft aan dat de informatie deels adequaat is en 9% geeft aan dat de informatie niet adequaat is. 38% geeft aan dat de informatie in de rapportages adequaat is. Een “best practice” vanuit de eindrapportage: Een gemeente licht toe dat zij transparant uitgelegd krijgt van de omgevingsdienst welke werkzaamheden zij hebben uitgevoerd, hoeveel bedrijven nog niet hebben voldaan aan de verplichtingen en wat de vervolgacties zijn. Krimpenerwaard behoort tot de gemeenten die aangeven dat de informatie over de uitvoering in de rapportages niet adequaat is. De toelichting die hierbij gegeven wordt is: “De informatie is op hoofdlijnen en op regioniveau, niet lokaal.”
25
Figuur 3.8 Terugkoppeling over de uitvoering
Terugkoppeling over de bereikte resultaten Naast bovenstaande vraag over de uitvoering is ondervraagde gemeenten ook gevraagd of de rapportages van de omgevingsdienst aan de ondervraagde gemeenten adequate informatie geven over de bereikte resultaten, bijvoorbeeld de reductie in CO2 en vermindering gas- of elektriciteitsgebruik. Ten aanzien van de informatievoorziening over de bereikte resultaten zijn de ondervraagde gemeenten erg kritisch: 12% geeft aan dat de rapportages daarover adequate informatie geven. Meer dan de helft (54%) geeft aan dat de informatie niet adequaat is (30%) of deels adequaat (24%). 14% van de gemeenten ontvangt naar eigen zeggen geen rapportages hierover. Volgens Krimpenerwaard geven de rapportages geen adequate informatie over de bereikte resultaten. De gemeente licht hierbij toe dat er niet over de resultaten wordt gerapporteerd.
26
Figuur 3.9 Terugkoppeling over de bereikte resultaten
Een aantal gemeenten geeft aan dat zij met hun omgevingsdienst werken aan het inzichtelijk maken van de bereikte resultaten, bijvoorbeeld door het opzetten van een monitoringstool of dashboard. Een gemeente heeft een app speciaal ontwikkeld voor het inschatten van de bereikte CO 2-reductie. Een andere gemeente geeft aan dat inzicht in de energie-verbruiksgegevens zou kunnen worden verkregen door een wetsartikel dat momenteel voorbereid wordt. 17 Met dit nieuwe artikel in de Omgevingswet (artikel 18.25a) wordt het voor het bevoegd gezag (gemeente en provincies) mogelijk gemaakt om gegevens over het energieverbruik die nodig zijn voor het toezicht en handhaving van de EBP op te vragen bij de netbeheerders of andere gegevensverstrekkers.
3.4 Informatieverzoeken vanuit de gemeenteraad Er is gevraagd aan de ondervraagde gemeenten of er weleens vragen of opmerkingen zijn gekomen vanuit de gemeenteraad over de uitvoering van toezicht en handhaving op de EBP door de omgevingsdiensten. Het merendeel (60%) van de gemeenten geeft aan dat er geen vragen of opmerkingen zijn gekomen vanuit de gemeenteraad met betrekking tot de uitvoering van de EBP. Ook Krimpenerwaard geeft dit aan.
17 Het is nog onbekend wanneer dit wetsvoorstel zal worden behandeld.
27
Figuur 3.10 Vragen/opmerkingen vanuit de raad over de uitvoering
Er is vervolgens gevraagd of de gemeenteraad vragen heeft gesteld of opmerkingen heeft gemaakt over de bereikte resultaten van de EBP. Een kwart van de gemeenten geeft aan dat dit heeft plaatsgevonden. Bij twee op de drie gemeenten, waaronder Krimpenerwaard, is dit naar eigen zeggen niet gebeurd.
Figuur 3.11 Vragen/opmerkingen vanuit de raad over de resultaten
28
4. Bevindingen ODMH versus andere omgevingsdiensten Hoofdstuk 3 beschreef de resultaten van de enquête die is uitgestuurd naar alle ondervraagde gemeenten. De omgevingsdienst behorende bij een ondervraagde gemeente heeft eveneens een enquête ontvangen. Voor Krimpenerwaard is dit de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH). In totaal hebben de omgevingsdiensten 133 enquêtes ingevuld (voor zowel gemeenten als provincies).18 Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de antwoorden van de omgevingsdiensten (grafieken aangeleverd door het onderzoeksbureau). De Rekenkamer Krimpenerwaard heeft bij elke grafiek met een logo aangegeven welk antwoord de ODMH heeft gekozen voor Krimpenerwaard in de enquête. Daarnaast heeft de Rekenkamer Krimpenerwaard een toelichtende tekst geschreven bij de grafieken en daar waar relevant passages opgenomen zoals de ODMH deze heeft ingevuld in de enquête, om zo de gevonden resultaten te verduidelijken. De Rekenkamer heeft in dit hoofdstuk de grafieken uit de eindrapportage opgenomen die naar haar mening relevant zijn voor de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Grafieken die volgens de Rekenkamer gaan over interne processen bij de omgevingsdienst zijn opgenomen in Bijlage 2. Dit hoofdstuk begint met het schetsen van de rol van de omgevingsdienst ten aanzien van de EBP en de informatieplicht, om de gevonden resultaten in context te plaatsen.
4.1 Context: de rol van de omgevingsdiensten bij de EBP en informatieplicht De rol van de omgevingsdiensten door de tijd heen: de invloed van het Rijk De EBP bestaat al sinds 1993. Per 1 juli 2019 is daar de informatieplicht bij gekomen. Het bevoegd gezag voor het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsplicht was en is vrijwel altijd de gemeente. De gemeente is sinds 1 juli 2023 verplicht het mandaat voor toezicht en handhaving aan de omgevingsdienst te geven. Daarvoor bepaalde de gemeente zelf in hoeverre deze taken bij de omgevingsdienst werden belegd en hoeveel zij daarvan zelf uitvoerde. De eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek constateert het volgende: “Uit de voortgangsrapportages van verschillende omgevingsdiensten blijkt dat de controle op en informatievoorziening over energiebesparing een lange opstartfase kende, onder andere door het ontbreken van financiële dekking in de beginjaren. Door wijzigingen in de wet- en regelgeving rondom de energiebesparingsplicht zijn de taken van omgevingsdiensten verbreed. Sinds 2019 moeten bedrijven voldoen aan de informatieplicht, vanaf 1 juli 2023 is ook de onderzoeksplicht energiebesparing ingevoerd en is de energiebesparingsplicht opgenomen in het basispakket van omgevingsdiensten. Hiervoor is extra capaciteit nodig.
De middelen die omgevingsdiensten beschikbaar hebben voor het uitvoeren van het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsplicht en informatieplicht zijn de afgelopen jaren toegenomen, onder andere door extra financiële regelingen vanuit het Rijk, zoals de VUE 19 en SPUK THE20. In de focusgroepen is door gemeenten en provincies aangegeven dat het soms onduidelijk is waar het landelijke geld uiteindelijk terecht komt en aan wordt besteed. Verschillende SPUK-regelingen maken het diffuus waar provincies, gemeenten en omgevingsdiensten precies van zijn en wie welke verantwoordelijkheid draagt.” 18 In totaal zijn 111 gemeenten en 12 provincies onderdeel van het DoeMee-onderzoek 2024. Omdat voor
sommige provincies meerdere omgevingsdiensten de toezicht en handhaving uitvoeren, ligt het aantal door omgevingsdiensten ingevulde enquêtes hoger dan het aantal deelnemende gemeenten en provincies (namelijk 133). 19 VUE = Versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht 20 SPUK THE = Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht
29
Het Rijk is van plan de financiële bijdrage aan het toezicht op de energiebesparingsplicht vanaf 2027 een structureel karakter te geven. Dit hangt af van een evaluatie van de bestaande ‘Regeling toezicht energiebesparingsplicht’ in 2024 of 2025.21
Gemeentelijke invloed op de activiteiten van de omgevingsdienst In de groepsgesprekken is aangegeven dat de gemeentelijke (of provinciale) ambities bepalen hoeveel prioriteit de EBP krijgt. Een gemeente (of provincie) kan zelf extra middelen beschikbaar stellen voor de EBP, bovenop de financiële middelen vanuit de Rijksoverheid. Uit de eindrapportage van het Doe Meeonderzoek blijkt deze mogelijkheid vooral te worden toegepast op provinciaal niveau. Bijvoorbeeld door een provinciaal energiebesparingsakkoord op te stellen en vervolgens een provinciale subsidie beschikbaar te stellen voor initiatieven die hierbinnen passen. Deelnemende overheden hebben in de groepsgesprekken aangegeven dat de SPUK-regelingen en subsidies vanuit provinciale akkoorden van de afgelopen jaren opschaling in de uitvoering mogelijk hebben gemaakt. De omgevingsdiensten geven aan dat het tijdelijke karakter van een subsidie het lastig maakt om continuïteit te behouden in de uitvoering (het aantrekken van vaste medewerkers en versnellen in de uitvoering).
Samenwerking tussen omgevingsdiensten Uit het Doe Mee-onderzoek blijkt dat omgevingsdiensten landelijk samenwerken op het gebied van energiebesparing. Ook wordt er op regionaal niveau met elkaar samengewerkt. Volgens de gemeente Krimpenerwaard doet de ODMH dit ook, met name met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Enkele producten die zijn voortgekomen uit deze samenwerkingen tussen omgevingsdiensten zijn: • Een gezamenlijk product voor energietoezicht • Afspraken over handhavingstermijnen en dwangsombedragen • Een conceptbrief voor aanschrijving in het kader van de informatieplicht • Een ‘voorspelmodel’ met het verwachte energieverbruik van bedrijven op basis van ervaringscijfers
Knelpunten volgens Omgevingsdiensten In de groepsgesprekken is deelnemende overheden gevraagd naar knelpunten die zij in toezicht en handhaving op de verplichtingen ervaren (naast de al benoemde knelpunten in de enquête die later in dit hoofdstuk aan bod komen). De eindrapportage van het Doe Mee-onderzoek geeft aan dat de omgevingsdiensten de volgende knelpunten hebben aangedragen: • Complexe wet- en regelgeving, waardoor het veel tijd kost de juiste mensen bij omgevingsdiensten te vinden en op te leiden. De huidige krapte op de arbeidsmarkt maakt het extra moeilijk. • Energiecontroles zijn een veel technischere variant van toezicht dan de gemiddelde toezichthouder gewend is uit te voeren. • De gesprekspartners (bedrijven) zijn vaak niet in staat technische vragen te beantwoorden. • Het is lastig om veranderingen in het energieverbruik te herleiden tot genomen energiebesparende maatregelen. Dit wordt bijvoorbeeld beïnvloed door vele andere factoren, waaronder toe- of afname in productie, innovaties in productieprocessen, koude winters en/of ontwikkelingen in de (wereld)economie. • Het takenpakket van de omgevingsdiensten blijft zich uitbreiden.