Bijlage 3 BP Toelicht en Regels Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Tekst van het document
Waterbeheerplan 2016-2021 Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan HHSK 2016-2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. Het hoogheemraadschap houdt het land veilig en bewoonbaar, nu en in de toekomst, en draagt bij aan de leefbaarheid van het gebied. Het beheer en onderhoud zijn gericht op het vergroten van de toekomstbestendigheid van het (afval)watersysteem. Bij grote investeringen in nieuwe infrastructuur en de aanleg van woon- of werkgebieden, denkt het Hoogheemraadschap actief mee met initiatiefnemers over de mogelijke gevolgen van hun plannen voor overstromingsrisico's, wateroverlast, de waterkwaliteit en de afvalwaterketen.
28
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
In het waterbeheerplan staan 10 doelen van het Hoogheemraadschap omschreven. Deze doelen hebben onder andere betrekking op waterveiligheid, optreden bij incidenten en het onderhouden van de waterkering. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Planspecifiek Voorliggend plan omvat de wijziging van het bedrijfstype binnen een bedrijfsbestemming en de verschuiving van het bestemmingsvlak naar de achterzijde van het perceel ten behoeve van opslag van het bedrijf. Hiervoor wordt het achterterrein verhard met circa 1.850 m2. Het voorterrein blijft onverhard en krijgt de bestemming 'Agrarisch met waarden'.
Per saldo neemt het bestemmingsvlak 'Bedrijf' niet in omvang toe. De bestaande watergangen rondom het perceel blijven gehandhaafd. Het hemelwater dat op de verharding terecht komt wordt afgevoerd naar open water / de omliggende watergangen. In de bestaande situatie is een deel van het bedrijfsterrein niet verhard. Het Hoogheemraadschap heeft op 2802-2019 een vergunning verleend voor het aanbrengen en hebben van verhard oppervlak en het dempen en graven van een overige watergang ter plaatse. Deze vergunning is opgenomen als bijlage 2. De werkzaamheden zijn reeds afgerond. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.
Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
29
maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Om te onderzoeken of voorliggend plan effect kan hebben op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten flora en fauna, is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 3. Gebiedsbescherming In de omgeving van het plangebied is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Donkse Laagten'. Dit gebied ligt op ruim 7 kilometer afstand van het plangebied. Door de geringe omvang van de ontwikkeling (de bestemmingswijziging en een uitbreiding van bebouwing van een bedrijf) en de afstand tot het te beschermen gebied, kan het optreden van significante negatieve effecten worden uitgesloten. De meest nabijgelegen NNN-gebieden betreffen de Berkenwoudse driehoek (op 750 meter in noordelijke richting) en Loetbos (op 1400 meter in zuidelijke richting). De beoogde natuurbeheertypen betreffen overwegend weidevogelgrasland en hoog- en laagveenbos.
De afstand en tussenliggende bebouwing in combinatie met de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling leiden naar verwachting niet tot effecten op de doelstellingen van deze NNN-gebieden. Ook zal het plan geen effect hebben op weidevogels. Om de toename van stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden te onderzoeken is een Aeriusberekening uitgevoerd (zie bijlage 4). Uit de berekening blijkt dat er zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van toename van stikstofdepositie. Soortenbescherming Met onderhavig initiatief wordt het bestemmingsvlak uitgebreid aan de achterzijde van het perceel. Deze grond is in gebruik als regulier agrarisch grasland, volgens een pachtovereenkomst voor een periode van steeds één jaar. De conclusie uit het ecologisch onderzoek (bureaustudie en locatiebezoek) is dat er geen noodzaak is voor het aanvragen van een ontheffing of het uitvoeren van vervolgonderzoek, mits aan een aantal mitigerende en compenserende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan; dempen van de watergang buiten het broedseizoen van vogels (begin maart - eind juli) en buiten de periode van ei- en larvaal stadium van amfibieën (maart - mei); bij demp- en graafwerkzaamheden de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen nemen met het oog op de eventuele aanwezigheid van de rugstreeppad.
geen opslag van grond en zandhopen in het broedseizoen of afwerken in een taludhelling <45°; voorafgaand aan het uitvoeren van werken in de periode maart - juli een broedvogelcheck uitvoeren; uitstralend licht tijdens de bouwactiviteiten voorkomen; dempen van de watergang met verstoring vooraf en opdrijvend dempen naar open slooteinde om eventueel aanwezige vissen te verplaatsen (ecologisch werkprotocol). Daarnaast geldt te alle tijden de algemene zorgplicht voor flora en fauna. De doodlopende sloot op het middenperceel is overigens inmiddels gedempt met inachtneming van bovenstaande voorwaarden. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
30
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied blijft op dezelfde wijze ontsloten via de twee bestaande inritten. De hoofdontsluiting ligt aan de oostzijde van het plangebied aan de Oosteinde en is de in- en uitrit voor het bedrijf. Daarnaast is er een secundaire in- en uitrit voor de bestaande bedrijfswoning, die ook alleen ten behoeve van de woning kan worden gebruikt. In de voorgaande situatie was er in het plangebied een handelsbedrijf in siervissen en siervogels met detailhandel gevestigd. Met voorliggend plan wordt de vestiging van een hoveniers- en aannemingsbedrijf mogelijk gemaakt. De bedrijfsactiviteiten zullen hoofdzakelijk op locaties elders plaatsvinden. Het bedrijf was voorheen gevestigd op een nabijgelegen locatie aan het Westeinde, op ca. 300 meter afstand van dit plangebied. Het aantal verkeersbewegingen in de omgeving neemt met onderhavig plan niet substantieel toe. In het plangebied geldt het 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard', waarbij de gemiddelde parkeerkencijfers van de CROW-publicatie 'toekomstbestendig parkeren' als norm worden gehanteerd. In het plangebied is voldoende ruimte om op eigen terrein te parkeren en aan de norm te voldoen. Voor de locatie van de parkeerplaatsen wordt verwezen naar de inrichtingstekening in bijlage 2 van de regels.
Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
31
Planspecifiek Cultuurhistorie Het plangebied ligt in een cultuurhistorisch waardevol veenweidegebied en bebouwingslint en in het gebied dat is aangeduid als 'kroonjuweel cultureel erfgoed'. Met voorliggend plan wordt een bedrijfsbestemming omgezet en het bestemmingsvlak iets uitgebreid aan de achterzijde van het perceel. Het geheel wordt landschappelijk ingepast (zie de beschrijving in paragraaf 2.2 en de kaart in bijlage 2 bij de regels), waardoor de bestaande cultuurhistorische waarden van het veenweidelandschap, het lint en het 'kroonjuweel cultureel erfgoed' behouden blijven met de voorgenomen ontwikkeling (zie ook paragraaf 3.2). Archeologie Onderstaand is een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Krimpenerwaard weergegeven. Hierop is te zien dat de voorzijde van het plangebied 'Waarde Archeologie 3' heeft. Hierbij geldt een onderzoeksverplichting bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld. De achterzijde van het plangebied heeft 'Waarde - Archeologie 6'. Hierbij geldt een onderzoeksverplichting bij bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 3 meter onder het maaiveld.
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Krimpenerwaard
Voorliggend plan betreft het wijzigen van het bedrijfstype binnen de bestemming 'Bedrijf' en een uitbreiding van het bestemmingsvlak. Deze uitbreiding leidt tot een toename van de verharding. Deze blijft echter onder de grens van 2.500 m2 en 3 meter diep. Daarom is er geen archeologisch onderzoek nodig voor de voorgenomen ontwikkeling. In het bestemmingsplan Buitengebied 2011 had het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Volgens de systematiek van de archeologisch beleidskaart gelden in voorliggend bestemmingsplan de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 6'. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.
32
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. Het kostenverhaal (planschade) is verzekerd door middel van een anterieure overeenkomst. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.
Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
33
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voor de bestemmingen en de opzet van de regels is aangesloten bij de systematiek van het bestemmingsplan "Buitengebied 2011" van de voormalige gemeente Bergambacht. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen en bijzonderheden: 'Agrarisch met waarden'; met ter plaatse van de functieaanduiding 'ontsluiting' de in-/uitrit van het achterliggende bedrijf met de bestemming 'Bedrijf'. Tevens is met een aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - ontsluiting bedrijfswoning' de in-/uitrit van de bedrijfswoning aangegeven; 'Bedrijf'; met daarbinnen een bedrijfswoning en de functieaanduiding 'opslag'. Het bedrijf krijgt de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemers- en hoveniersbedrijf'. Het maximaal te bebouwen oppervlak bedraagt 2.440 m² (= de aanwezige bebouwing + 500 m² nieuwbouw); 'Water'; met ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' een brug ten behoeve van de in-/uitrit van het bedrijf en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - ontsluiting bedrijfswoning' een brug uitsluitend ten behoeve de in-/uitrit van de woning; ; Dubbelbestemming 'Leiding - Riool';
34
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 6'; De landschappelijke inpassing is als voorwaardelijke verplichting opgenomen.
Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
35
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan is onheroepelijk als er daags na afloop van de tervisielegging geen beroep is ingesteld.
Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan in werking daags na afloop van de tervisielegging, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het initiatief is voorgelegd aan de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het Hoogheemraadschap heeft op 28-02-2019 een vergunning verleend voor het aanbrengen en hebben van verhard oppervlak en het dempen en graven van een overige watergang ter plaatse. Deze vergunning is opgenomen als bijlage 2.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Op 3 december 2019 heeft de initiatiefnemer over zijn verzoek tot ruimtelijke inpassing een informatief gesprek gehad met omwonenden die zicht hebben op het terrein. Van dit gesprek is een verslag gemaakt (zie bijlage 6). Er zijn met name opmerkingen gemaakt over de uitstralingseffecten (geluid en licht). De initiatiefnemer heeft aangegeven deze signalen aan te pakken. Op 31 maart 2020 is als aanvulling op het buurtgesprek de gemeenteraad door 10 bewoners op de hoogte gesteld van hun ideeën over het bedrijf. De bewoners hebben in de brief drie opties genoemd: 1. doorzetten van de herziening van het bestemmingsplan met de mogelijkheid van uitbreiding van de bebouwing; 2. het bestendigen van de huidige situatie; 3. verhuizen naar een bedrijventerrein. Zij geven aan zich niet tegen optie 1 te zullen verzetten als aan de volgende randvoorwaarden wordt voldaan: a. maximeren van de bebouwing tot de huidige omvang; b. geen extra verharding; c. geen hogere milieucategorie in het bestemmingsplan, maar alleen het huidige bedrijf toestaan; d. aanpassing van de bebouwing om lichthinder te voorkomen. e. het aanbrengen van een groenwal om lichthinder te voorkomen.
36
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Antwoord: ad a. Het maximeren van de bebouwing tot de huidige omvang beperkt de bedrijfsvoering te veel. Het bedrijf heeft behoefte aan uitbreiding van gebouwen om materieel te stallen. Dit is noodzakelijk om de levensduur van apparatuur te verlengen. Een deel van het materieel kan prima buiten worden opgeslagen en dat gebeurt ook. In de planregels is opgenomen dat een totale oppervlakte van 2.440 m² aan bebouwing is toegestaan (bestaande bebouwing 1.940 m² + 500 m² nieuwbouw). ad b. Binnen de bestemming 'Bedrijf' mogen de gronden van verharding worden voorzien. Dat was in het vigerende plan ook zo. De oppervlakte van het bestemmingsvlak neemt met voorliggend plan significant af (van 1,14 ha naar 0, 89 ha, oftewel een afname van 2.500 m²). Verharding van het terrein is noodzakelijk voor het stallen van materieel en om te beschikken over voldoende manoeuvreerruimte. ad c. De milieucategorie voor het te vestigen bedrijf is 3.1 (conform wat het vigerende bestemmingsplan maximaal toestaat) en beperkt tot een 'aannemers- en hoveniersbedrijf'. ad d. De verlichting is naar aanleiding van de opmerkingen van omwonenden aangepast. ad e.
Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat binnen 1,5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de landschapselementen uit het inrichtingsplan, zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels, moeten zijn aangelegd en in stand worden gehouden. De gevraagde groenwal is niet mogelijk omdat langs het perceel een leidingentracé loopt. Groenblijvende beplanting is niet wenselijk omdat deze niet gebiedseigen is. Het gesprek en de aanvullende ideeën van de omwonenden leiden niet tot de conclusie dat de inpassing van het bedrijf aan de Dorpsstraat 1 ruimtelijk onaanvaardbaar is. Daarbij wordt tevens overwogen dat het bedrijf voorheen al aan dezelfde weg in deze kern was gevestigd en dat heeft niet geleid tot signalen van onaanvaardbare overlast en/of onveiligheid.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 21 januari 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er drie zienswijzen ingediend. In de Nota van beantwoording zienswijzen (bijlage 7) zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. Hierbij is ook aangegeven op welke punten dit heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
37
38
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Bijlagen bij de toelichting
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
39
40
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
41
42
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Bijlage 2
Vergunning Hoogheemraadschap
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
43
44
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Bijlage 3
Ecologisch onderzoek
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
45
46
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Bijlage 4
Aeriusberekening
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
47
48
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Bijlage 5
Aanmeldnotitie m.e.r.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
49
50
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Bijlage 6
Verslag informatiebijeenkomst
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
51
52
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Bijlage 7
Nota van beantwoording zienswijzen
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
53
54
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Regels
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
55
56
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: plan: het bestemmingsplan Dorpsstraat 1, Berkenwoude met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP1903BG013VG01 van de gemeente Krimpenerwaard. bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. aannemers- en hoveniersbedrijf: een bedrijf dat gericht is op dienstverlening voor de (openbare) buitenruimte zoals weginspectie en onderhoud, groenvoorziening, onkruid/ongediertebestrijding, winterdiensten, verkeersincidentmanagement, reinigingswerk, schadeherstel etc. afhankelijke woonruimte: een ruimte in of bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waarin uit het oogpunt van mantelzorg een gedeelte van de huisvesting van één of meer personen is ondergebracht.
agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarop een bedrijfsmatige, op de markt gerichte productie plaatsvindt, welke een wezenlijke bijdrage levert aan de inkomensvorming; met betrekking tot deze voorschriften worden onder het begrip agrarisch bedrijf niet begrepen agrarische hulp- of nevenbedrijven en landelijke bedrijven; ambachtelijk bedrijf: een bedrijf dat bedrijfsmatig geheel of overwegend door middel van handwerk goederen vervaardigt, bewerkt, herstelt en/of installeert; archeologische waarde: de aan een gebied toegerekende waarden in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden; bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
57
bed & breakfast: overnachtingsaccommodatie voor toeristisch en kortstondig verblijf gevestigd in een woonhuis of bijgebouw, gerund door de bewoners van het huis, met maximaal vijf kamers. bedrijfsbebouwing: bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen, carports en overkappingen. bedrijfsmatige activiteiten in de woning: het bedrijfsmatig verrichten van werkzaamheden op ambachtelijke wijze geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; bedrijfswoning: een woning in of bij een bedrijfsgebouw die behoort bij en ten dienste staat van het ter plaatse gevestigde bedrijf. beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden.
beroepsmatige activiteiten in de woning: het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch gebied of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; bestaand (in relatie tot bebouwing): bebouwing aanwezig ten tijde van de in artikel 3.8 van de Wet op de ruimtelijke ordening bedoelde terinzagelegging van het (ontwerp) bestemmingsplan; bestaand (in relatie tot gebruik): gebruik dat bestaat ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan. bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. bijgebouw: een gebouw behorende bij en ruimtelijk ondergeschikt aan een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, met een aan dat hoofdgebouw ondergeschikte functie;
58
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. bouwgrens: de grens van een bouwvlak. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
cultuurhistorische waarde: belang in geschiedkundig opzicht; onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het occupatiepatroon en de bebouwing; cultuurhistorische waardevolle bebouwing: bebouwing met cultuurhistorische waarde waarbij naast het hoofdgebouw tevens de aangebouwde voormalige bedrijfsgedeelten die, gelet op de oorspronkelijke functie en bouwwijze, een wezenlijk onderdeel uitmaken van de oorspronkelijke (bedrijfs)bebouwing; hieronder vallen niet latere aan- of uitbouwen zonder cultuurhistorische waarde; detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. geluidhinderlijke inrichtingen: categorieën van inrichtingen als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder, uitgewerkt in artikel 2.4. van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, (Stb. 1993, 50); geluidgevoelig object: woningen alsmede andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder (hierna:"Wgh") en artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder.
hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken;
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
59
insteek (van een watergang): de snijlijn van het maaiveld en het beloop van een watergang; internetverkoop: verkoop van artikelen via internet, waarbij op het perceel alleen opslag/magazijnruimte voor deze artikelen aanwezig is en waarbij de artikelen (eventueel per post) bij de klant worden thuis bezorgd; kap: een dakafdekking van een gebouw waarbij bij een horizontale projectie, ten minste 50% van het gebouw wordt afgedekt met hellende dakvlakken; kantoor: een ruimte welke door haar indeling en inrichting is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden; landschappelijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; loonbedrijf: een agrarisch hulp- of nevenbedrijf dat uitsluitend of overwegend is gericht op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van agrarische werktuigen en apparatuur of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van agrarische werktuigen of apparatuur; manege: een bedrijf dat gericht is op het lesgeven in paardrijden aan derden en daarvoor paarden en / of pony´s houdt, zulks in combinatie met een of meer van de volgende activiteiten of voorzieningen: het in pension houden van paarden en / of pony´s, functiegebonden horeca (kantine, foyer en dergelijke), verenigingsaccommodaties en het houden
van wedstrijden en andere evenementen; mantelzorg: het bieden van zorg aan iemand die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/ of sociale vlak op vrijwillige basis en buiten een georganiseerd verband; natuurwaarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied; ondergeschikte nevenactiviteit: een ondergeschikt bestanddeel dat minder dan 50% van de totale activiteiten van een bedrijf in omvang van bedrijfsgebouwen (in m3), in oppervlak van het bouwvlak (in m2) en in omzet bedraagt; onderkomen: voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuig, ark, kampeermiddel en soortgelijk verblijfsmiddel, voor zover deze niet als bouwwerk is aan te merken; paardenbak: een omheind stuk grond ten behoeve van het trainen van paarden;
60
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
paardenhouderij: het houden van paarden en pony´s ten behoeve van: a. het produceren van deze dieren, geschikt voor bepaalde taken zoals hengstenstations, opfokbedrijven, handelsstallen en africht- en trainingsstallen (productiegerichte paardenhouderij); b. het gebruiken van dieren, zoals ten behoeve van pensionstallen, verhuurbedrijven, rijscholen en maneges (gebruiksgerichte paardenhouderij); peil: a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het door de gemeente vastgestelde peil ter plaatse van de te realiseren hoofdtoegang van het gebouw; c.
voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde: de hoogte van het maaiveld ter plaatse bij voltooiing van de bouw; plattelandswoning een woning behorend tot of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf, die bewoond mag worden door een persoon of diens huishouden die geen functionele binding heeft met agrarische bedrijf waartoe het in het verleden heeft behoord zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen. seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d.
een seksclub of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel; statische opslag opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven en niet bestemd zijn voor handel. tuincentrum: een detailhandelsvestiging waar de volgende goederen ten verkoop worden aangeboden: boomkwekerijproducten, planten, kamerplanten, (bloem)bollen, knollen, zaden en snijbloemen, gewasbeschermingsmaterialen, meststoffen, grondproducten; attributen voor de verfraaiing en het onderhoud van tuinen, zoals tuingereedschappen en daarbij benodigde hulpmaterialen, zoals bestratingsmateriaal, potterie voor binnen en buiten, tuinhout en vijvermateriaal; tuinmeubilair, tuinhuisjes en kassen en tevens de niet direct branche-eigen artikelen: dieren en dierbenodigdheden, decoratie voor binnenen buitenshuis, seizoensartikelen en lunchroom met dien verstande dat maximaal 20% van de verkoopvloeroppervlakte gebruikt mag worden voor deze artikelen;
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
61
verkoopvloeroppervlakte: de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank; voldoende parkeergelegenheid: parkeergelegenheid voor auto's, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de gemiddelde parkeerkencijfers van CROW-publicatie 744 (Parkeerkencijfers 2024) en diens rechtsopvolger(s), dan wel later door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels over parkeren; windturbine: een bouwwerk voor het omzetten van de energie van bewegende lucht in andere energievormen, waaronder begrepen elektriciteit en warmte; woning: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden; zorgboerderij: een agrarisch bedrijf dat zorgvragers (verstandelijk of lichamelijk gehandicapten, (ex)psychiatrische cliënten, cliënten uit de verslavingszorg of zorgbehoevende ouderen) onder meer dagbesteding, een begeleide werkplek of arbeidstraining biedt.
62
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: afstand: van een gebouw tot de zijdelingse kadastrale perceelsgrens wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens; bebouwde oppervlakte: van een bouwperceel, bebouwingsvlak of ander terrein wordt gemeten buitenwerks en boven peil, met dien verstande, dat de grondoppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgeteld; bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; bouwvlakken en bestemmingsvlakken: bij het meten van bebouwing ten opzichte van bebouwingsvlakken of bestemmingsvlakken op de kaart wordt gemeten vanuit het hart van de grenzen van deze vlakken; goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
63
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. reële grondgebonden graasdierbedrijven met inachtneming van het bepaalde onder c b. agrarisch aanverwant gebruik zoals het beweiden van dieren, al dan niet in het kader van de agrarische bedrijfsvoering met inachtneming van het bepaalde onder c; c. het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde bestaande uit de openheid, het verkavelingspatroon dan wel slotenpatroon en graslandvegetaties; d. water; e. kleinschalige landschapselementen; f. extensief recreatief medegebruik; g. een toegangsweg ten behoeve van de ontsluiting van het achterliggende bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; h. een toegangsweg ten behoeve van de ontsluiting van de bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - ontsluiting bedrijfswoning'. met de daarbij behorende voorzieningen, een en ander voor zover de doelen zoals genoemd onder e en f zijn afgestemd op de doelen zoals genoemd onder a tot en met d. 3.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van afrasteringen mag maximaal 1 m bedragen; 2.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan afrasteringen, mag maximaal 1,5 m bedragen; 3. de oppervlakte mag maximaal 5 m2 bedragen. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1 Verboden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, buiten het bouwvlak de navolgende werken en / of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 100 m²; b. het aanleggen van waterbassins en mestbassins; c. het dempen, graven en vergraven van watergangen, hieronder mede begrepen het aanleggen van dammen en bruggen; d. het scheuren van grasland; e. het benutten van gronden ten behoeve van de teelt van ruwvoedergewassen anders dan gras; f. de aanleg van wandel- en fietspaden; g. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen; h. het ophogen van de gronden; i. het beplanten van gronden met bomen of andere houtopstanden met meer dan één gebiedseigen boom per kavel.
64
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
3.3.2 Uitzondering Het in lid 3.3.1 van dit artikel vervatte verbod geldt niet voor: a. het uitvoeren van werken en werkzaamheden, welke uit een oogpunt van te beschermen belangen en ruimtelijke uitstraling van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken en het werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van de aanleg van de landschapselementen uit het inrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 2 Landschappelijke inpassing van de regels. 3.3.3 Toelaatbaar De werken en werkzaamheden als bedoeld in: a. lid 3.3.1 sub a zijn slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke of cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige belangen van de gronden alsmede de belangen met betrekking tot aangrenzende bestemmingen; ; b. lid 3.3.1 sub b, c, e, f, h en i zijn slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke of cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige belangen van de gronden; c.
lid 3.3.1 sub g zijn slechts toelaatbaar, indien de oeverbeschoeiingen maximaal 20 cm boven het waterpeil zijn gelegen; 3.3.4 Advies Met betrekking tot de beoordeling van de toelaatbaarheid van werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.3 onder b winnen burgemeester en wethouders advies in bij een landschapsdeskundige en, voor zover het gaat om het dempen, graven en vergraven van watergangen, tevens bij de waterbeheerder.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
65
Artikel 4
Bedrijf
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven met bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze regels; b. een aannemers- en hoveniersbedrijf, gericht op dienstverlening voor de (openbare) buitenruimte zoals weginspectie en onderhoud, groenvoorziening, onkruid/ongediertebestrijding, winterdiensten, verkeersincidentmanagement, reinigingswerk, schadeherstel etc, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemers- en hoveniersbedrijf'. 4.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de oppervlakte van de bedrijfsbebouwing mag maximaal 2.440 m² bedragen; c. er mag één bedrijfswoning worden gebouwd; d. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 m; e. de hoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 8 m; f. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan de bestaande inhoud; g. de oppervlakte aan bijgebouwen bij bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 50 m2; h. in afwijking van het bepaalde onder d mag de goothoogte van bijgebouwen bij bedrijfswoningen niet meer bedragen dan 3 m; i. in afwijking van het bepaalde onder e mag de hoogte van bijgebouwen bij bedrijfswoningen niet meer bedragen dan 6 m; j.
indien ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het bestemmingsplan de goothoogte en/of hoogte van gebouwen afwijkt van het bepaalde onder d, e, h en i gelden de bestaande maten voor deze gebouwen als maximum; k. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten hoogste mag bedragen: 1. binnen het bouwvlak: 5 m; 2. buiten het bouwvlak: 1 m. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijkende goothoogte Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder d ten behoeve van een goothoogte van ten hoogste 6 m, indien zulks voor een doelmatige bedrijfsuitoefening noodzakelijk is. Burgemeester en wethouders vragen in het kader van de beoordeling van het afwijken bij een omgevingsvergunning advies bij een ter zake deskundige. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Aantal bedrijven Per bouwvlak mag ten hoogste één bedrijf worden gevestigd. 4.4.2 Opslag Ter plaatse van de aanduiding 'opslag' is uitsluitend statische opslag ten behoeve van het bedrijf toegestaan.
66
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
4.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Gronden en bouwwerken mogen overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dan binnen 18 maanden nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden de landschapselementen uit het inrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels, zijn aangelegd en in stand worden gehouden. 4.4.4 Afvalinzameling en verwerking Afvalinzameling, afvalverwerking en het opslaan van huis- of bedrijfsafval afkomstig van derden is niet toegestaan. 4.4.5 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in artikel 4.1 is het dempen van watergangen in strijd met de bestemming. 4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Dempen watergang Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 4.4.5 en met een omgevingsvergunning het dempen van watergangen toestaan, mits: a. het te dempen water wordt gecompenseerd met een nieuw te graven water met ten minste hetzelfde bergend vermogen; b. een ecologisch werkprotocol ter goedkeuring is voorgelegd aan het bevoegd gezag, waarvoor het bevoegd gezag advies inwint van een ecoloog; c. de werkzaamheden worden uitgevoerd conform het goedgekeurde ecologische werkprotocol.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
67
Artikel 5
Water
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en de waterhuishouding; b. waterberging; c. extensieve dagrecreatie; d. behoud van de ecologische waarde; e. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' een brug ten behoeve van de ontsluiting van het achterliggende bedrijf in de bestemming 'Bedrijf'; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - ontsluiting bedrijfswoning' een brug ten behoeve van de ontsluiting van uitsluitend de bedrijfswoning van het achterliggende bedrijf in de bestemming ‘Bedrijf’; met de daarbij behorende voorzieningen, zoals bruggen, duikers, coupures en dammen. 5.2 Bouwregels Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een hoogte van maximaal 2 m. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning oeverbeschoeiingen aan te brengen. 5.3.2 De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 5.3.1 zijn uitsluitend toelaatbaar indien de oeverbeschoeiingen voor maximaal 20 cm boven het waterpeil liggen.
68
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Artikel 6
Leiding - Riool
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden alsmede een strook ter breedte van 5 m aan weerszijden van de bestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van een rioolwatertransportleiding. De belangen van deze dubbelbestemming zijn primair ten opzichte van de belangen van de andere daar voorkomende bestemmingen. 6.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 m. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Omgevingsvergunning voor bouwwerken Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen onder de voorwaarde dat de belangen in verband met de betrokken leiding hierdoor niet wordt geschaad. 6.3.2 Advies Alvorens omtrent de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1 te beslissen, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen bebouwing de belangen in verband met de leiding niet worden geschaad.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 6.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen of bomen; b. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk; f. diepploegen; g. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; h. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; i. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 6.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 6.4.1 is niet van toepassing op: a. het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezig leidingen; b. normale onderhoudswerkzaamheden van geringe omvang, of andere werken gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van de leiding; c. andere werken en/of werkzaamheden, uit een oogpunt van ruimtelijke ordening van niet ingrijpende betekenis. 6.4.3
Voorwaarden
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
69
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 kan slechts worden verleend indien door de uit te voeren werkzaamheden, dan wel de daaraan direct of indirect te verwachten gevolgen, geen schade aan de leidingen wordt veroorzaakt. 6.4.4 Advies Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 advies inwinnen bij de leidingbeheerder.
70
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
Artikel 7
Waarde - Archeologie 3
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden in verband met ontginningsassen en dijk- en polderlinten (inclusief dijk/kade), waarbij de bestemming 'Waarde Archeologie 3' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 7.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: 7.2.1 Verbod Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 3' mede bestemde gronden. 7.2.2 Uitzonderingen Het in lid 7.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; c. bebouwing waarvan de diepte niet meer bedraagt dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; d. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m² en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; e.
de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 7.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 7.3.2 aan de vergunning. 7.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.3.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
71
7.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.3.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 7.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen; c. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. het aanleggen van drainage; f. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het aanbrengen van diepwortelende bomen en/of beplanting; h.
het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; i. het veranderen van het grondwaterpeil; j. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden. 7.4.2 Uitzonderingen Het in lid 7.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd op gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. het archeologisch onderzoek betreffen, of; c. een diepte hebben van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, of; d. een gezamenlijke oppervlakte hebben van niet meer dan 100 m², of; e. het normale onderhoud en beheer betreffen, of; f. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; g. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 7.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b.
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden als gevolg van de werken of werkzaamheden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 7.4.4 aan de vergunning.
72
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
7.4.4 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 7.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 7.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.
Dorpsstraat 1, Berkenwoude
73
Artikel 8
Waarde - Archeologie 6
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden met de middelhoge archeologische verwachting in verband met holoceen afgedekt rivierenlandschap, stroomgordels Benschop riviersysteem en zeer diep gelegen afgedekte rivierduinen, waarbij de bestemming 'Waarde Archeologie 6' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 8.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 8.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: 8.2.1 Verbod Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 6' mede bestemde gronden. 8.2.2 Uitzonderingen Het in lid 8.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 3 meter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; c. bebouwing waarvan de diepte niet meer bedraagt dan 3 meter onder het bestaande maaiveld en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; d.
bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 2.500 m² en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; e. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. 8.3 Afwijken van de bouwregels 8.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 8.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 8.3.2 aan de vergunning. 8.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.3.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.