Bijlage 2_Ontwerp onderbouwing Noord 25 Krimpen aan de Lek
Tekst van het document
Omgevingsvergunning NOORD 25, KRIMPEN AAN DE LEK Gemeente Krimpenerwaard
STATUS:
ONTWERP
DATUM:
6 januari 2026
IMRO IDN:
NL.IMRO.1931.Noord25KadL-ON01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER De Haay Bouwwerken B.V. Van Markenstraat 28 2941 BX Lekkerkerk
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 5 september 2025
VERSIE 2e versie
6 januari 2026
3e versie
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
3
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
4
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Inhoudsopgave Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend omgevingsplan 1.4 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 1.5 Leeswijzer
7 7 7 7 9 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande situatie omgeving 2.2 Bestaande situatie plangebied
11 11 12
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren
15 15 17
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
19 19 22 29 30
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding
39 39 39 40 41
Hoofdstuk6 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
43 43 57 59 62
Hoofdstuk7 Participatie 7.1 Advies raad en verplichte participatie 7.2 Participatie omgeving 7.3 Bestuurlijk vooroverleg 7.4 Vaststellingsprocedure 7.5 Bezwaar/ Beroep
63 63 63 63 63 63
Hoofdstuk8 Financiële haalbaarheid 8.1 Kostenverhaal 8.2 Nadeelcompensatie
65 65 65
Hoofdstuk9 Belangenafweging en conclusie 9.1 Toetsing initiatief aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties
67 67
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
5
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
9.2 9.3
Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning Conclusie
67 67
Bijlagen bij goede onderbouwing fysieke leefomgeving Bijlage 1
Akoestisch onderzoek omgevingslawaai en wegverkeerslawaai
Bijlage 2
Akoestischonderzoek geluidwering
Bijlage 3
Verkennend en nader bodemonderzoek
Bijlage 4
Notitie stikstofberekeningen
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
6
Inhoudsopgave
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel Noord 25 in Krimpen aan de Lek staat een verouderde bedrijfsloods. Het perceel is bestemd voor wonen waar één woning is toegestaan. Initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfsloods te slopen en hiervoor in de plaats vier woningen terug te bouwen (twee twee-onder-één-kapwoning). De woningen zijn bedoeld voor de doelgroep doorstromers waaraan veel behoefte is. Er zijn vanuit oogpunt van de fysieke leefomgeving geen beletselen om vier woningen in het bebouwingslint mogelijk te maken. Ten behoeve hiervan is een goede onderbouwing naar de effecten van de fysieke leefomgeving opgesteld als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning, waarin wordt aangetoond dat het oprichten van vier woningen vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties inpasbaar is.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Noord 25 in Krimpen aan de Lek. Aan de oostzijde van het plangebied staat een woning. In westelijke richting ligt een tuin met verderop een bedrijfswoning met bedrijfsloods. Aan de overzijde van de Noord ligt een groengebied met aan weerszijden hiervan woningen. Aan de zuidzijde ligt de sliksloot die is verbonden met rivier de Nieuwe Maas. Het plangebied en omgeving is aangeduid in figuur 1.
Figuur 1: Situering plangebied en omgeving.
1.3
Vigerend omgevingsplan
Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. Gemeenten krijgen een overgangsperiode om hun omgevingsplan om te vormen naar een volwaardig omgevingsplan. Deze periode loopt tot 1 januari 2032. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan is ontstaan na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
7
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
wordt het ‘omgevingsplan van rechtswege’ of ‘tijdelijk deel’ genoemd. Feitelijk gaat het om dezelfde bestemmingsplannen die dan één omgevingsplan vormen. Voor het plangebied geldt het omgevingsplan van rechtswege. Bestemmingsplan “Landelijk gebied (voormalige gemeente Nederlek)" "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard"
Raadsbesluit 14 juli 2020
Uitspraak Raad van State n.v.t.
29 januari 2019
n.v.t.
Het plangebied ligt in het omgevingsplan van rechtswege 'Landelijk gebied (voormalige gemeente Nederlek)', waarin het perceel is bestemd voor 'Wonen' (figuur 2). Binnen het bouwvlak is één woning toegestaan. De gevraagde planontwikkeling is in strijd met de bouw- en gebruiksregels van het omgevingsplan van rechtswege, omdat er vier woningen worden opgericht, deels buiten het bouwvlak. Mitsdien is het oprichten van vier woningen is in strijd met de bouw- en gebruiksregels. Aan het verzoek kan medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Nederlek'. Plangebied rood omkaderd.
8
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
1.4
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Op grond van artikel 5.1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten) van de Omgevingswet is het verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek voor het oprichten van vier woningen dient op grond van artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit algemeen) te worden aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Verder dient het plan te worden getoetst aan de instructieregels van het rijk en de provincie. In verband hiermede is een goede onderbouwing naar de effecten van de fysieke leefomgeving noodzakelijk als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Hierin moet worden aangetoond dat het initiatief niet in strijd is met de fysieke leefomgeving. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van dit plan op haar omgeving. Daarnaast wordt ook ingegaan op de relevante milieuaspecten, de uitvoerbaarheid en de juridisch-planologische consequenties. Eveneens wordt ingegaan op de resultaten van de omgevingsdialoog. Op deze wijze wordt de haalbaarheid van deze planontwikkeling aangetoond.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bouwplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 is de Waterparagraaf opgenomen. Hoofdstuk 6 omvat de aspecten fysieke leefomgeving en milieu. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de participatie. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de financiële haalbaarheid. De onderbouwing wordt in hoofdstuk 9 afgerond met een belangenafweging en conclusie.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
9
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
10
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Bestaande situatie omgeving
Veenweide Het grondgebied van de Krimpenerwaard bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandsche IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de dijklinten c.q. kleinschalige linten in het veenweidegebied met bruggetjes en knotwilgen met daarachter de ruimte met sloten en weilanden. Bebouwingslinten De bebouwing in het buitengebied bevindt zich in een aantal bebouwingslinten die over het gehele grondgebied te vinden zijn en die min of meer buurtschappen vormen. De bebouwingslinten kennen een zeer divers gebruik: voornamelijk woningen en in mindere mate agrarische bedrijven en niet agrarische bedrijven. Omgeving plangebied Het plangebied ligt in het bebouwingslint van de Noord tussen Krimpen aan de Lek en Krimpen aan de IJssel. De Noord is een bebouwd lint op de grens tussen het open veenweidegebied en de uiterwaarden van de Nieuwe Maas. Ter plaatse van het plangebied ligt aan de zuidzijde de Sliksloot met aansluitend het gezoneerde bedrijventerrein De Zaag en natuurgebied de Zaag.
Dit gebied is bereikbaar via de westelijk gelegen brug over de Sliksloot. Langs de Noord liggen hoofdzakelijk woningen met enkele (agrarische) bedrijven. Aan de oostzijde van het plangebied staat een woning. In westelijke richting ligt een tuin met verderop een bedrijfswoning met bedrijfsloods. Aan de noordzijde ligt achter de lintbebouwing het veenweidegebied. Woningen ten oosten van het plangebied. Woningen ten westen van het plangebied.
Woning aan overzijde van de Noord.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
De Sliksloot, gezien vanaf de brug.
11
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
2.2
Bestaande situatie plangebied
2.2.1 Ruimtelijke en functionele structuur De planlocatie is gelegen aan de Noord 25 in Krimpen aan de Lek. Aan de oostzijde van het plangebied staat een woning. In westelijke richting ligt een tuin met verderop een bedrijfswoning met bedrijfsloods. Op het perceel staat een voormalige bedrijfsloods. Het terrein is verhard met stelconplaten. Aan de achterzijde ligt de Sliksloot. De locatie wordt ontsloten op de Noord. Een situatietekening van de bestaande toestand is opgenomen in figuur 3.
Figuur 3: Situatietekening plangebied met omgeving.
12
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
De bedrijfsloods gezien vanaf de oostzijde.
Achterzijde van de bedrijfsloods.
Planlocatie gezien vanaf de brug over de Sliksloot.
Het verhard terrein aan achterzijde van de bedrijfsloods.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
13
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
14
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
De bedrijfsloods met verharding wordt gesloopt om plaats te maken voor vier grondgebonden woningen. De vier woningen zijn georiënteerd op de Noord en de Sliksloot. Het ontwerp omvat twee verschillende volumes. Een volume met de kaprichting evenwijdig aan de weg en een volume met de kaprichting haaks op de weg. De omliggende bebouwingen hebben ook verschillende kaprichtingen. Qua korrelgrootte voegen de volumes zich ook goed tussen bestaande woningen. In het plan is zoveel mogelijk symmetrie vermeden waardoor het twee woningen lijken in plaats van vier woningen. Raamopeningen zitten op andere plaatsen en zijn anders van vorm en hebben andere raamindelingen. Op de begane grond aan de dijkzijde zijn de gevelopeningen royaal waardoor het een vriendelijk en open karakter krijgt. De dakvormen zijn mansardekappen waardoor de woningen een landelijke uitstraling krijgen. De kleuren van de gevels en de daken zijn verschillend waardoor de volumes een extra eigen uitstraling krijgen. Ingetogen vormgeving van kozijnen, raamindelingen en metselwerkdetails geven de nodige verfijning die passend is bij het dorpse karakter van de lintbebouwing. De voorterreinen vormen samen met de gebouwde omgeving het kenmerkende dorpse karakter. Om het dorpse karakter te benadrukken is hier een grote boom op het open stuk tussen de parkeerplaatsen ontworpen.
De plattegrond van de nieuwe situatie is opgenomen in figuur 4. In figuur 5 zijn aanzichttekeningen opgenomen van de vier woningen. Enkele artist impressions van de vier woningen is weergegeven in figuur 6.
Figuur 4: Nieuwe situatie begane grond plangebied.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
15
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Figuur 5: Aanzichttekeningen van nieuwe situatie (boven voorzijde en onder achterzijde).
Figuur 6: Artist impression van de nieuwe situatie (boven vanaf de Noord en onder vanaf de Sliksloot).
16
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1 Verkeer De planlocatie wordt vanaf de Noord ontsloten. De bestaande uitrit komt te vervallen. In de plaats hiervan komen twee nieuwe uitritten. In oostelijke richting is het centrum van Krimpen aan de Lek bereikbaar. In westelijke richting ligt Krimpen aan de IJssel. Op de Noord is de maximum snelheid 60 km/uur.
Noord ter hoogte van plangebied.
Bestaande uitrit naar planlocatie.
Verkeersgeneratie Het toevoegen van 4 woningen brengt een geringe toename van de verkeersgeneratie met zich mee in en rond het gebied. Daartegenover vervalt het (vracht)verkeer van en naar de bedrijfsloods. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 744 kencijfers voor verkeersgeneratie. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de verstedelijkingsgraad 'matig stedelijk' en 'buitengebied'. In tabel 3.1 is de verkeersgeneratie opgenomen die vanwege de ontwikkeling wordt veroorzaakt. Tabel 3.1: verkeersgeneratie van planontwikkeling. CROW-categorie aantal Functie koop, huis Totaal
twee-onder-één-kap
4
CROWverkeersgeneratie 8,2
Totale verkeersgeneratie 32,8 33 (afgerond)
De ontwikkeling brengt een gemiddelde verkeersgeneratie van afgerond 33 voertuigbewegingen per etmaal met zich mee. De nieuwe woningen worden aan de noordzijde ontsloten op de Noord richting Krimpen aan de Lek en Krimpen aan de IJssel, waarbij gebruik wordt gemaakt van twee nieuwe uitritten. De toename vindt verspreid over de dag plaats. Deze is verkeerskundig dermate laag dat mag worden verondersteld dat het verkeer opgaat in het reguliere verkeersbeeld en niet leidt tot (nieuwe) knelpunten op gebied van verkeersafwikkeling. 3.2.2 Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Krimpenerwaard. Op 29 januari 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan Parkeren Krimpenerwaard vastgesteld. Dit betekent dat moet worden voldaan aan thans de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2024 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 744). De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2 Parkeerkencijfers CROW-publicatie 744. Functies Norm buitengebied, matig stedelijk Koop, huis, twee-onder-één-kap 1,8 per woning (gemiddeld)
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
Aandeel bezoekers 0,2 per woning
17
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Op basis van deze normering ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.3). Tabel 3.3: Parkeerbalans nieuwe situatie. Parkeernorm Functies Koop, huis, twee-onder-één-kap 2,0 Totaal
Aantal 4
Totaal 8,0 8,0 pp
Op eigen terrein zijn na de herinrichting van het plangebied 8 parkeerplaatsen aanwezig. Deze zijn aangeduid in figuur 4. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. Door middel van het opnemen van voorwaarden in de omgevingsvergunning wordt het aanleggen en de instandhouding van de parkeerplaatsen geborgd.
18
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. De NOVI is een instrument van de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving.
Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit.
Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot aanvraag omgevingsvergunning In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd. Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
19
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Het plangebied ligt in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De ontwikkeling voorziet in het oprichten van vier grondgebonden woningen. Vanuit een evenwichtige toedeling van functies is wonen passend zonder dat verderop gelegen milieubelastende activiteiten worden beperkt. Dit is toegelicht in paragraaf 6.1.2. 4.1.2 Instructieregels rijk (AMvB's) Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor deze aanvraag omgevingsvergunnging is alleen het Bkl van belang.
Voor de volgende onderwerpen gelden er op grond van het Bkl instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan: De dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden(§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Toetsing aan instructieregels Deze aanvraag omgevingsvergunning maakt het oprichten van vier woningen mogelijk. Een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking vindt plaats in paragraaf 4.1.3. De bescherming van de waterbelangen wordt toegelicht in paragraaf 4.1.4.
Een beoordeling aan milieu en gezondheid is opgenomen in paragraaf 6.1. Hier is aangetoond dat deze belangen voldoende zijn beschermd. Verder blijkt uit de resultaten in paragraaf 6.1.6 dat in het plangebied de veiligheid is gewaarborgd. De waterbelangen zijn voldoende meegewogen in paragraaf 5.4. Deze ontwikkeling is niet in strijd met de instructieregels. 4.1.3 Besluit kwaliteit leefomgeving Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt op grond van lid 2 met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen
20
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. In lid 4 is bepaald dat als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, die beoordeling alleen tot doel heeft na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat in de toelichting van een omgevingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede fysieke leefomgeving door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Bkl. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de ladder, zoals deze vanaf 1 januari 2024 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Wanneer een plan buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd moet worden aangetoond waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor deze nieuwe ontwikkeling. Dit vloeit voort uit onder andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Deze aanvraag omgevingsvergunning maakt vier woningen mogelijk op een woonperceel in een bebouwingslint waar al één woning is toegestaan. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Bkl is niet nader gedefinieerd. Het moet echter gaan om een ontwikkeling in de fysieke leefomgeving van enige omvang.
Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Dit wordt toegelicht in paragraaf 4.2.2. 4.1.4 Beleidsregels grote rivieren 2025 De 'Beleidsregels grote rivieren 2025' (afgekort: Bgr 2025) is op 1 februari 2025 in werking getreden. In de Bgr 2025 is er één regime met uniforme regels voor het rivierbed van kracht. Deze regels zijn nagenoeg gelijk aan de regels van het voormalig stroomvoerend regime. Voor het voormalig bergend regime geldt dat het 'ja, mits' principe wordt vervangen door het 'nee, tenzij' principe voor niet-riviergebonden activiteiten, zoals dat voorheen in het stroomvoerend regime al van kracht was. Door de verwachte hogere rivierafvoeren en een stijgende zeespiegel is het belangrijk om terughoudend te zijn met ruimtelijke ontwikkelingen in het gehele rivierbed; daarmee wordt het onderscheid tussen 'stroomvoerend' en 'bergend' onwenselijk. Bovendien blijkt de rol van gebieden tijdens hoogwater vaak complexer dan alleen stroomvoerend of bergend.
Andere wijzigingen hebben te maken met: het aanscherpen van de voorwaarden voor het uitbreiden of het slopen en vervangen van bouwwerken het verduidelijken van de regels over activiteiten van ondergeschikt belang; het verduidelijken van de regels over tijdelijke en periodieke activiteiten; het uitbreiden van de opsomming van riviergebonden activiteiten met drinkwaterwinning en aquathermie; de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Toetsing initiatief aan Bgr 2025 Deze aanvraag omgevingsvergunning maakt vier woningen mogelijk op een woonperceel in een bebouwingslint waar al één woning is toegestaan. In verband hiermede heeft overleg plaatsgevonden met
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
21
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Rijkswaterstaat. Dit heeft geleid tot een privaatrechtelijke toestemming van het Rijksvastgoedbedrijf waarin middels een akte van verhuring het gebruik van de ondergrond van oppervlaktewater aan de locatie in de sliksloot nabij adres Noord 25 te 2931 SJ Krimpen aan de Lek vanaf 1 juni 2025 wordt geregeld. Met inachtneming hiervan zijn er geen belemmeringen vanuit de Beleidsregels grote rivieren 2025. 4.1.5 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Bkl. Het oprichten van vier woningen betreft geen stedelijke ontwikkeling, zodat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 18 februari 2025 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. Bij het maken van ruimtelijke keuzes wil de provincie meer gaan prioriteren op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. De provincie onderzoekt hoe er kan worden gestuurd op brede welvaart, inclusief welzijn en welbevinden. Dit betekent dat water en bodem nog meer sturend worden gehanteerd als randvoorwaarde voor een veilige, toekomstbestendige ontwikkeling van Zuid-Holland. En dit betekent dat er een toekomstbestendige economie wordt nagestreefd met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. Daarbij wordt voorrang gegeven aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde.
Een duurzame economie richt zich op circulariteit, energietransitie en natuurinclusiviteit. Een inclusieve economie houdt rekening met het klein-, middenen grootbedrijf, in alle regio's en voor werkgevers en -nemers. Zo wordt ook het belang bewaakt om inwoners een eigen inkomen te laten verdienen, ook op de lange termijn. Dit betekent bovendien dat ruimte beter zal worden beschermd om provinciale ambities, wettelijke verplichtingen en doelen te realiseren. De nieuwe koers zal in samenspraak met medeoverheden en andere stakeholders, zowel thematisch als gebiedsgericht, nog nader worden uitgewerkt. Het is de bedoeling om de resultaten daarvan stapsgewijs in het Omgevingsbeleid van de provincie te verankeren door de ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes hierop aan te passen. De ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes zijn: 1. Samenwerken aan Zuid-Holland 2. Bereikbaar Zuid-Holland 3. Schone energie voor iedereen 4. Een welvarend Zuid-Holland 5. Naar vitale balans water, natuur en landbouw 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland 7. Gezond en veilig Zuid-Holland. In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit.
Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit.
22
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. De Kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland. Bij elk gebiedskenmerk zijn richtpunten geformuleerd, waar rekening mee moet worden gehouden. De Kwaliteitskaart met de bijbehorende richtpunten zijn een middel om vroeg in het planvormingsproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. De kaart is opgebouwd uit vier lagen: laag van de ondergrond laag van de natuur- en cultuurlandschappen laag van de stedelijke occupatie laag van de cultuurhistorie Alle lagen hebben een relatie met elkaar. De laag van de ondergrond gaat over de bodem en de natuurlijke landschapsvormende processen. De laag van de cultuur- en natuurlandschappen behandelt de laag van het zichtbare landschap. Deze laag wordt gevormd door eeuwenlang grondgebruik door de mens. De laag van de stedelijke occupatie bestaat uit het stedelijk weefsel van wonen, werken, voorzieningen en de onderlinge netwerken.
Tot slot gaat de laag van de cultuurhistorie over de herkenbaarheid van de geschiedenis van Zuid-Holland. Kwaliteitskaart Op de Kaart Ondergrond ligt het plangebied in een rivierdeltacomplex - rivierklei/veen. De komgronden en oeverwallen van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie, aan de randen van het veenweidelandschap. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere en drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap; het reliëf, de occupatie en het gebruik. Op de Kaart cultuur- en natuurlandschappen maakt het gebied onderdeel van het veenweidelandschap aan een dijklint (rivierdijk) (figuur 7). Linten vormen een belangrijk onderdeel van het Zuid-Hollandse landschap. Ze worden gevormd door lineaire, deels aaneengesloten bebouwing langs lineaire structuren zoals wegen, waterwegen of dijken. Op veel plaatsen hebben de linten een sterke relatie met het omliggende landschap. Op andere plaatsen zijn de linten ingesloten in andere bebouwing. Ook komt er verspreid liggende bebouwing langs (polder)wegen voor, waar de afstand tussen de bebouwing relatief groot is. Deze verspreid liggende bebouwing staat niet op de Kwaliteitskaart, maar er gelden wel richtpunten voor.
De meeste bebouwingslinten zijn van cultuurhistorische betekenis en worden vaak gebruikt als recreatieve route. Ontwikkelingen langs de linten dienen daarom zeer zorgvuldig ingepast te worden. Op de Kwaliteitskaart zijn voornamelijk de linten in het buitengebied aangegeven. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit zijn onder andere: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Waar mogelijk behouden van de doorzichten vanaf de weg op het achterliggende landschap. Kleinschalige nieuwe ontwikkelingen langs linten zijn mogelijk indien er sprake is van de functieverandering van de bebouwing van een perceel, bijvoorbeeld van een agrarische functie naar een woonfunctie. Linten behouden hun lineaire karakter waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Ontwikkelingen dienen te passen in het karakter van het lint. Dit betekent dat de ontwikkeling aansluit op het profiel van het lint, de maat en schaal van de bebouwing en de mate van transparantie van het lint. Er is respect voor de historische gaafheid van het lint. Rivierdijk Door de provincie Zuid-Holland stromen verschillende rivieren, waaronder de Lek die overgaat in de Nieuwe Maas. Deze rivier stroomt voordat ze uitmondt in de Delta door diverse landschappen.
Rivierdijken zijn vrij hoge, robuuste dijken die aan weerszijden van een rivier zijn aangelegd om ervoor te zorgen dat het rivierwater binnen de rivierloop blijft. De rivierdijken hebben altijd een primaire waterkerende functie. Rivierdijken zijn vaak van oudsher de verkeersontsluiting in het gebied en in veel gevallen zijn de dijken ook de basis geweest voor nederzettingen. Er ontstonden lintdorpen aan deze dijken en die zijn vaak uitgegroeid tot dorpen of steden.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
23
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
De dijken zijn lijnvormige, herkenbare structuurdragers in het landschap met als primaire functie het keren van water. De dijken worden periodiek aangepast aan de dan geldende veiligheidsnormen. Met name in het veengebied is er sprake van dichte lintbebouwing op of aan de dijk. Het doorgaand profiel van de dijk is een belangrijk uitgangspunt. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc. kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Indien mogelijk worden recreatieve routes gekoppeld aan het water en/of de dijk. De lintbebouwing op of direct aan de dijk maakt de dijkversterkingsopgave vaak complex en relatief kostbaar. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit zijn o.a.: Het doorgaand profiel van de dijk is een belangrijk uitgangspunt. Bij dijkversterkingen en andere ontwikkelingen aan de dijk is er aandacht voor de continuïteit van de dijk en het dijkprofiel. Zo blijft de dijk als lijnelement herkenbaar. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de (veenweide)polders. Nieuwe bebouwing op of aan de bestaande dijk wordt zodanig uitgevoerd dat deze de waterkerende functie van de dijk versterkt.
Nieuwbouw is niet zomaar mogelijk, dit moet passen binnen beleid voor waterveiligheid. Behouden van de doorzichten vanaf de dijk over de rivier en op het achterliggende landschap. Nieuwe bebouwing krijgt een voorkant aan de rivier. Buitendijks worden geen nieuwe bebouwing aangelegd, tenzij deze reeds bestaande buitendijkse bebouwing vervangen en rekening wordt gehouden met de rivierdynamiek en natuurwaarde. Op de kaart stedelijke occupatie is het plangebied aangeduid als 'Stads- en dorpsranden' (figuur 7). De Noord maakt onderdeel uit van het provinciaal hoofdfietsnetwerk. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. De stads- en dorpsranden van de provincie zijn plekken met bijzondere potentie voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het zijn overgangsplekken waar de contrasten tussen de stad en het buitengebied goed beleefd kunnen worden. In deze gebieden is nadrukkelijk aandacht nodig voor de doorgaande landschappelijke structuren, de recreatieve verbindingen tussen stad en land en het ontwerp en de inrichting van de stads- en dorpsrand zelf. Ontwikkelingen in deze randen vragen daarom om extra aandacht voor een zorgvuldige inpassing en een optimale ruimtelijke kwaliteit. Denk hierbij aan: logische ontsluitingsstructuur, inpassing wateropgave, oriëntatie van de bebouwing, verzachting beeld door beplanting.
Ook kan gedacht worden aan stadslandbouw, aanleg van voedselbossen en groengebieden aan de rand. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit: ontwikkelingen in stads- en dorpsranden moeten bijdragen aan een goede overgang tussen stad en buitengebied, met aandacht voor doorgaande landschappelijke structuren, toegankelijkheid, recreatieve verbindingen tussen stad en land en het ontwerp van de stads- en dorpsrand zelf. Op de kaart Cultuurhistorie is het plangebied niet specifiek aangeduid.
Figuur 7: Links uitsnede Kwaliteitskaart ''Cultuur- en Natuurlandschappen' en rechts uitsnede kaart 'Stedelijke occupatie' .
24
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Toetsing aan kwaliteitskaarten De aanvraag omgevingsvergunning maakt vier woningen mogelijk op een bestaand woonperceel waar al één woning is toegestaan. De dijk blijft als lijnelement herkenbaar. De nieuwe bebouwing wordt geplaatst binnen het bestaande dijklint. Het toevoegen van vier woningen draagt bij aan de leefbaarheid en vitaliteit van het bebouwingslint. Deze ontwikkeling valt onder de noemer gebiedseigen ontwikkeling. Er wordt in voldoende mate rekening gehouden met de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het oprichten van vier woningen is in overeenstemming met de ambitie sterke steden en dorpen in Zuid-Holland. Daarvoor moeten er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek zijn. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 15 december 2021 de 'Zuid-Hollandse Omgevingsverordening' vastgesteld. Op 1 juli 2025 is geconsolideerde versie in werking getreden. In de verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht.
Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Omgevingswet opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 7.45 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in te gaan op de motivering in op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Deze aanvraag omgevingsvergunning maakt het oprichten van vier woningen mogelijk in een bebouwingslint. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Bkl is niet nader gedefinieerd. Het moet echter gaan om een ontwikkeling in de fysieke leefomgeving van enige omvang. Het oprichten van zes woningen in een dorp wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 5.129g van het Bkl te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 4.4.2, terwijl deze herontwikkeling vanuit de fysieke leefomgeving inpasbaar is, omdat de woningen aansluiten bij de bestaande lintbebouwing.
De verstedelijkingsladder vormt geen belemmering voor het bouwplan. Ruimtelijke kwaliteit De regels voor ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd in paragraaf 7.3.7. Deze paragraaf is van toepassing op nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen. Op grond van artikel 7.43c van de Omgevingsverordening (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) kan een omgevingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
25
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Dit bouwplan maakt vier woningen mogelijk op een bestaand woonperceel waar al één woning is toegestaan. Een herontwikkeling naar wonen met vier grondgebonden woningen is passend in het bebouwingslint. Deze ontwikkeling op perceelsniveau valt onder de noemer 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. Bij de herinrichting van het perceel is de historische context leidend voor de architectuur van de bebouwing. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies op locaties. Deze functie is in overeenstemming is met de provinciale belangen. Beschermingscategorie 3 'Buitengebied' Het plangebied maakt op grond van artikel 7.42, lid 3 onderdeel uit van het buitengebied in beschermingscategorie 3 (figuur 8). Een omgevingsplan voor een locatie met beschermingscategorie 3 als bedoeld in artikel 7.42, derde lid, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder soort inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43h.
Op grond hiervan kan een omgevingsplan voor een locatie in het Buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Toetsing plan aan beschermingscategorie 3 In dit geval is sprake van de functie lintzone waar wonen is toegestaan. Hiermee hebben Gedeputeerde Staten al eerder ingestemd. De ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten worden verbeterd, omdat het lint wordt opgewaardeerd. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. Dit valt onder de noemer inpassing. Er is geen strijd met deze artikelen van de Omgevingsverordening.
Hoofdfietsnetwerk en lange afstand wandelpaden In artikel 7.79b (behoud en versterking hoofdfietsnetwerk en lange afstand wandelpaden) is opgenomen dat een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening houdt met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk en de lange afstand wandelpaden. Het belang van vaker en verder fietsen en het belang van meer mensen die meer lopen, zijn ook provinciale belangen. In de verordening zijn daarom de wandel- en fietsnetwerken vastgelegd die van provinciaal belang zijn. In bijlage II is de Noord als hoofdfietsnetwerk aangeduid (figuur 8). Deze route is opgenomen, omdat deze een verbinding vormt tussen verschillende kernen. Toetsing aan hoofdfietsnetwerk De vier woningen liggen ten zuiden van de Noord. Het bouwplan heeft geen invloed op het hoofdfietsnetwerk. De instructieregels van de provincie worden gerespecteerd.
26
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Figuur 8: Links uitsnede kaart 16 'Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën' en rechts kaart 26 'Hoofdfietsnetwerk en lange wandelpaden' (artikel 7.79b) van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 7.3.6a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 7.41a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Deze planontwikkeling maakt vier woningen mogelijk op een woonperceel waar al één woning is toegestaan. De ruimtelijke- en beeldkwaliteit wordt opgewaardeerd. De provinciale belangen zijn niet in het geding.
Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 7.45 van de Omgevingsverordening (ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 7.43c, lid 1 (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit); het plangebied ligt buiten de geometrische begrenzing van het hoofdfietsnetwerk, zoals genoemd in artikel 7.79b van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Gelet hierop is er geen strijd met de instructieregels van de provincie. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.2.3 Gebiedsprofiel Krimpenerwaard De provincie Zuid-Holland heeft voor de Krimpenerwaard een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken.
Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
27
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Landschappelijke eenheden Samen met de Lopikerwaard vormt de Krimpenerwaard het grootste aaneengesloten veenweidegebied van Nederland. De nog gave aanwezigheid van de middeleeuwse verkaveling, met de lange lijnen van kaden, weteringen en Tiendwegen is een bijzondere kwaliteit van de Krimpenerwaard. Het middendeel van de Krimpenerwaard heeft een gevarieerd en kleinschalig landschapsbeeld door de aanwezigheid van linten met wegbeplantingen, eendenkooien en pestbosjes. Het plangebied ligt aan een hoofdweg op een dijk. Ambitiebeeld Ambitiebeeld is het koesteren van het uitgestrekte veenweidegebied en de relatieve openheid met het eeuwenoude kavelpatroon in landbouw- en natuurgebied. Ook behoud en versterken van het contrast tussen onbebouwde wegen en verdichte oost-west georiënteerde linten en de verschillen in symmetrie respectievelijk asymmetrie tussen de linten onderling maken hiervan onderdeel uit. De hoofdambities zijn uitgewerkt in gebiedsprofielkaarten waarin kort de karakteristiek, toekomstige ontwikkelingen en de in de Kwaliteitskaart vastgestelde ambities zijn genoemd. Aansluitend volgt een beschrijving van de karakteristiek en de aanvullende ambities per legenda-eenheid. Planontwikkeling in relatie tot Gebiedsprofiel In de gebiedsprofielkaarten maakt het plangebied onderdeel uit van de kaart 'Linten blijven linten'. Deze wordt hieronder beschreven.
Linten blijven linten De bebouwing van het landelijke gebied is geconcentreerd in de linten. Door de ontginning vanuit de rivieren hebben de linten een oost-west oriëntatie. De linten zorgen voor een geleding van het landschap in noord-zuid richting en lange open ruimtes in oost-west richting. De linten in het gebied zijn in twee categorieën te onderscheiden: dijklinten en veenlinten. Binnen deze twee categorieën wordt verder gedifferentieerd. Als ambitie wordt aangehouden: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat er op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. De Noord ligt aan een ingesloten dijklint. De dijklinten lopen door tot in de dorpen. De bebouwing staat op de dijk of, door eerdere dijkverhogingen, net onder het huidige dijkniveau. Het karakter van het dijklint is stenig zonder beplanting. Waar dichte bebouwingswanden ontstaan zijn, verdwijnt de visuele relatie vanaf de weg naar het water. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing.
Aanvullende ambities zijn: Continuïteit van het dijklint binnen en buiten het dorp beleefbaar houden. Herkenbaar houden van het lint waarlangs het dorp gegroeid is. Asymmetrisch profiel handhaven: buitendijks op dijkniveau, binnendijks vaak lager.
28
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Krimpenerwaard Het plangebied ligt ten zuiden van de Noord aan een ingesloten dijklint. De landschappelijke dynamiek wordt verbeterd, omdat de schuur plaatsmaakt voor vier woningen die in de lengte van de verkavelingsstructuur worden gebouwd. Het dijklint wordt opgewaardeerd. Het contrast tussen het dijklint en de aan de noordzijde gelegen veenweidegebied blijft beleefbaar. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud en herstel van openheid, van rust en stilte en van het veenweidekarakter, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Conclusie Het plan is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Krimpenerwaard. De ontwikkeling levert een bijdrage levert aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het dijklint.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen. De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer.
De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma. De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Krimpenerwaard De Krimpenerwaard ligt tussen de Hollandse IJssel en de Lek en is op een aantal punten fysiek bereikbaar vanuit de omliggende gemeenten in Midden-Holland en de metropoolregio Rotterdam – Den
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
29
omgevingsvergunning Noord 25, Krimpen aan de Lek
Haag. Het heeft een groen karakter en wordt gekenmerkt door een vooral dorps en landelijk woonmilieu. Conclusie Er worden vier woningen op het perceel Noord 25 toegevoegd in de dure koopsector, waarvan er één bij recht is toegestaan. Dit levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in de gemeente Krimpenerwaard. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (netto toevoeging drie woningen) niet te worden afgestemd met de regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven met het oog op de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruit ziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. Belangrijke opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid.
De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes maken De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard en bijdragen aan haar toekomst. Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie. Waarden per gebied De Krimpenerwaard ligt tussen drie rivieren, dicht bij stedelijke gebieden en is onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. Het buitengebied van de gemeente Krimpenerwaard is op de ene plek agrarisch, op de andere meer natuur en op een ander deel is er veel bedrijvigheid of toerisme. Er is goed onderscheid te maken tussen de verschillende deelgebieden met elk hun eigen waarden. Nieuwe ontwikkelingen dienen zo veel mogelijk aan te sluiten op de waarden in het gebied en deze waar mogelijk te versterken. Om inspiratie te geven zijn voor ieder deelgebied kansen benoemd.