CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: BP Westeinde 30 Berkenwoude toelichting en regels versie 12-11-2025

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Vaststellen BP Westeinde 30 Berkenwoude (vervolg op eerdere bijeenkomsten)48.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden PM2,5 25 µg/m3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3 3 PM10 40 µg/m n.v.t. 50 µg/m 24-uursgemiddelde Mag 35x per jaar worden overschreden De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: a. de plannen niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde; b. de luchtkwaliteit ten gevolge van de plannen (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; c. de plannen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; d. het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Verder is er met deze wijziging een wettelijke basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit opgesteld. Luchtkwaliteit en goede ruimtelijke ordening Naast de bovenstaande bepalingen wordt in de Wet Luchtkwaliteit een relatie gelegd met de Wet ruimtelijke ordening, in de zin van dat bij een nieuwe ontwikkeling er sprake moet zijn van een "goede ruimtelijke ordening". Een dergelijke afweging wordt uiteindelijk gemaakt in samenspraak met de andere milieuaspecten.

Gekeken naar het aspect luchtkwaliteit kan gesteld worden dat de huidige grenswaarden geen absolute bescherming bieden – ook onder de normen kunnen, vooral bij gevoelige groepen gezondheidseffecten optreden. In het algemeen geldt voor een goede luchtkwaliteit - hoe verder van een drukke weg (de belangrijkste bron van luchtvervuiling) hoe beter. Onderzoek luchtkwaliteit Voor de toetsing of het plan in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit is van belang met welke functies het plangebied wordt uitgebreid. In het gebied al aanwezige functies worden niet

30

Toelichting

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

meegerekend bij het bepalen van de verkeersaantrekkende werking van het plan. Ten opzichte van de bestaande situatie is er alleen sprake van een functiewijziging zonder dat er nieuwbouw plaatsvindt. De NSL monitoringstool, die behoort bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, is geraadpleegd voor 2018 en de diverse prognosejaren (2020 en 2030) in de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie langs het Westeinde. Volgens de NSL monitoringtool is de concentratie NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie op de rekenpunten ruim onder de grenswaarden. Geconcludeerd wordt dat de Wlk de uitvoering van het project niet in de weg staat. Conclusie In het algemeen kan worden gesteld dat als in de huidige situatie aan de grenswaarden wordt voldaan, ook in toekomstige jaren wordt voldaan. Deze ontwikkeling maakt een functiewijziging mogelijk van agrarische doeleinden naar woondoeleinden. Voor dit plan is de NSL monitoringtool geraadpleegd. Volgens de NSL monitoringtool is de concentratie NO2, PM10 en PM2,5 op de rekenpunten ruim onder de grenswaarden, zodat er geen gevolgen zijn voor deze bestemming. Hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen) staat deze planontwikkeling dan ook niet in de weg.

4.1.6 Externe veiligheid Wettelijk kader Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: Het Plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico's verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Onderzoek/ beoordeling Transport gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de modaliteiten binnenwater, spoor, weg en door buisleidingen.

Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de transportas dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Transport over water Er ligt in de omgeving van het plangebied geen hoofdvaarweg, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er is dus geen beperking voor het plangebied. Transport over spoor Er ligt in de omgeving van het plangebied geen spoorbaan. Er is dus geen beperking voor het plangebied. Wegtransport Er ligt in de directe omgeving van het plangebied (binnen 200 meter) geen rijksweg of provinciale weg met een route gevaarlijke stoffen, zodat deze planontwikkeling geen belemmering vormt. De Benedenberg zelf is ook niet opgenomen als een route gevaarlijke stoffen. Transport per buisleiding Voor risico-afstanden van hogedruk gasleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Hierbij dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in het Besluit. Ten oosten van het plangebied liggen twee aardgastransportleidingen van de Gasunie: een leiding (A-553) met een diameter van 36 inch en een druk van 66,2 bar (600 m ten oosten van het plangebied) met een inventarisatieafstand GR van 430 m;

Toelichting

31

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

een leiding (A803) met een diameter van 48 inch en een druk van circa 80 bar (490 m ten oosten van het plangebied) met een inventarisatieafstand van 580 m. Rondom de aardgastransportleidingen ligt conform artikel 14 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) een belemmeringenstrook van 5 m aan weerszijden van het hart van de leiding. Binnen deze belemmeringenstroken gelden beperkingen ten aanzien van het gebruik van de gronden ter bescherming van de aardgastransportleidingen. De leidingen zijn weergegeven in figuur 8. De populatiedichtheid in het buitengebied is zodanig laag, dat de eventuele beperkte verhoging van het aantal mensen dat in het gebied verblijft, niet leidt tot een vergroting van het groepsrisico. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarmee de populatiedichtheid toeneemt. Een berekening van het groepsrisico wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Hiermee is het groepsrisico voldoende verantwoord. Inrichtingen Binnen de 10-6 contour van een risicovolle inrichting mogen geen kwetsbare bestemmingen geplaatst worden. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de EV relevante inrichtingen dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld.

In de nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevante inrichtingen gevestigd, zodat het GR hier geen belemmering vormt. Risicokaart De Risicokaart geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Op de Risicokaart (figuur 7) zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle bedrijven gevestigd, zodat er geen belemmeringen zijn voor deze planontwikkeling.

Figuur 7: Uitsnede Risicok aart (plangebied zwart aangeduid). Conclusie Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven.

32

Toelichting

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Er zijn vanuit spoor-, vaarwegen, wegtransport, buisleidingen en inrichtingen geen beperkingen voor het plangebied. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), Besluit externe veiligheid Buisleidingen (BEVB) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) staat de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg.

4.2

Waterparagraaf

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten. In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld.

In dit programma beschrijft het hoogheemraadschap haar visie en ambities voor het waterbeheer voor de komende jaren. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 2022-2027 ook specifieke ambities en doelen. Deze worden in aan de hand van de volgende drie thema's uiteengezet: 1. Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. Door de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat blijft het mogelijk om de taken in de toekomst goed uit te voeren. Het vasthouden van regenwater kan helpen verdroging te bestrijden, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. Waar nodig zullen ook dijken versterkt moeten worden. 2. Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen. Het hoogheemraadschap wil de eigen bijdrage aan klimaatverandering verkleinen en het hergebruik van grondstoffen vergroten. In samenwerking met andere partijen wil het hoogheemraadschap ook een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vergroting van de biodiversiteit. 3. Water en waterschap als onderdeel van de samenleving. Het hoogheemraadschap staat in dienst van de gebruikers en wil vanuit die verbondenheid samen aan de wateruitdagingen werken. Tevens wil zij graag het waterbewustzijn vergroten en het versterken van participatie.

Digitalisering en innovatie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol. Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap heeft op 27 juni 2012 het Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren. Toetsingscriteria Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen plannen: kleine, middelgrote en grote ruimtelijke ontwikkelingen. Onderstaand is per type toegelicht hoe HHSK omgaat met de typen ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Kleine plannen: Plannen met een verhardingstoename tot 500 m² 2. Middelgrote plannen: Plannen met een verhardingstoename groter dan 500 m² en kleiner dan 10

Toelichting

33

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

3. Grote plannen:

hectare bruto planoppervlak Een plan groter dan 10 hectare bruto planoppervlak

Kleine plannen Voor kleine ruimtelijke ontwikkelingen met een verhardingstoename is geen compensatie noodzakelijk. Kleine plannen hebben een gering effect op de waterhuishouding. Daarnaast bestaat er een zekere onzekerheid in berekening door de invoergegevens, berekeningsmethode en gevolgen van de klimaatsverandering. Door rekening te houden met de onzekerheid en om onevenredige belasting van de organisatie door dergelijke plannen te voorkomen, wordt compensatie voor een geringe verhardingstoename kwijtgescholden. Deze kwijtschelding, namelijk de aftrek van 500 m² verhardingstoename, geldt in verband met gelijkheid voor alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen het beheergebied van HHSK. Onderzoek/ beoordeling Veiligheid en waterk eringen De ontwikkeling is niet van invloed op de veiligheidssituatie in het plangebied. De bebouwing ligt buiten de kern- beschermingszones van een waterkering. Waterhuishoudk undige situatie Het projectgebied maakt onderdeel uit van de Polder Berkenwoude. Langs het Westeinde ligt een hoofdwatergang. Verder liggen er aan de noordoost-, noordwest- en zuidwestzijde van het plangebied overige watergangen (figuur 8). Binnen de beschermingszones vinden geen bouwactiviteiten plaats. Toekomstige situatie Onderhavig plangebied bestaat uit een bestemmingsvlak voor wonen en agrarisch.

Er is uitsluitend sprake van functiewijzigingen, waarbij circa 30 stelconplaten en 500 m² betonnen verharding is verwijderd. Deze omzetting gaat niet gepaard met extra bebouwing of verharding. In totaal neemt de verharding met circa 600 m² af. Dit betekent dat op grond van de richtlijnen van het hoogheemraadschap geen watercompensatie nodig is. Afvalwaterketen en riolering Het hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Afvalwater is aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering overeenkomstig de door de gemeente gestelde eisen. Conclusie De Watertoets is via www.dewatertoets.nl op 27 juni 2020 (dossiercode 20200627-40-23672) uitgevoerd. De samenvatting is opgenomen in Bijlage 1. Op basis hiervan is geconcludeerd dat er geen waterstaatkundige belangen zijn. Het hoogheemraadschap geeft daarom een positief wateradvies. Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen de gevraagde planontwikkelingen.

34

Toelichting

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Figuur 8: Uitsnede Legger oppervlak tewatersystemen.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. 4.3.1 Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland In de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (provincie Zuid-Holland) is het gebied niet specifiek aangeduid.

Er is onderscheid gemaakt in drie kleuren categorieën (drie tinten bruin). De toekenning van een (zeer) grote, redelijke of lage kans op sporen (kleuren donker-, middel- en lichtbruin) heeft betrekking op de relatieve dichtheid van archeologische vondsten die in een bepaald gebied verwacht wordt. De witte gebieden hebben een lage trefkans. De plankaart (zie figuur 9) laat zien dat er in dit deelgebied pas een grote kans op archeologische sporen is dieper dan 5 m maaiveld (basis holoceen) in oude stroomgordels en geulafzettingen in de Formatie van Echteld.

Toelichting

35

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Figuur 9: Gecombineerde Waardenk aart CHS provincie Zuid-Holland (plangebied zwart omlijnd). 4.3.2 Gemeentelijke beleidsnota archeologie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de Archeologienota Krimpenerwaard vastgesteld. Deze nota schept duidelijkheid over de archeologische waarden binnen de gemeente en geeft richtlijnen over de omgang hiermee. Op grond van de archeologische beleidskaart (zie figuur 10) heeft het gebied een lage (WA-6), middelhoge (WA-3) en hoge trefkans (WA-2), waarbij in beginsel een onderzoekseis geldt voor bodemingrepen groter dan respectievelijk 2.500 m², 100 m² en 50 m². Een archeologisch onderzoek kan achterwege worden gelaten, omdat er in het plangebied geen bodemingrepen plaatsvinden. Het is niet volledig uit te sluiten dat binnen het plangebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van toekomstig grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld voor deze planontwikkeling. Hiermee is dit bestemmingsplan uitvoerbaar ten aanzien van archeologie.

36

Toelichting

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Figuur 10: Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart (plangebied zwart omlijnd). 4.3.3 Cultuurhistorie Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In het plangebied staat een woning die geen monumentale en cultuurhistorische waarde heeft. Verder is er alleen sprake van een functiewijzigingen zonder dat er aanpassingen plaatsvinden op het perceel. Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld voor deze planontwikkeling.

4.4

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap.

Toelichting

37

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Onderzoek/ beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het Natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein', bevindt zich op een afstand van circa 8,3 km ten noorden van het plangebied. In zuidwestelijke richting ligt op circa 7,4 km de 'Boezems Kinderdijk'. Het Natura2000-gebied 'Donkse Laagten' ligt circa 7,2 km zuidelijker. Sprake is alleen van functiewijzigingen op bestaande percelen, zodat deze Natura2000-gebieden niet worden beïnvloed. Evenmin worden (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht als gevolg van deze functiewijzigingen. Ten noorden van het plangebied ligt bestaande en nieuwe natuur van Natuurnetwerk Nederland op minimaal 380 m afstand (figuur 11). Ook heeft de planontwikkeling geen nadelige gevolgen voor de ecologische hoofdstructuur.

Figuur 11: NNN in de directe omgeving van het plangebied (plangebied met rode stip aangegeven.) Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het op 8,3 km noordelijk gelegen 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' en zuidelijk gelegen Natura2000-gebieden 'Donkse Laagten' en 'Boezems Kinderdijk' betreffen Vogelrichtlijngebieden. Dit zijn niet stikstofrelevante Habitatrichtlijngebieden, met dien verstande dat dat de Polder Stein waarschijnlijk binnenkort wordt aangewezen als habitatrichtlijngebied. Daarnaast zijn delen van de zuidelijk gelegen 'Uiterwaarden Lek' aangeduid als Natura2000-gebied. Ten opzichte van de bestaande planologische situatie is er geen sprake van extra verkeersbewegingen, omdat er uitsluitend functiewijzigingen plaatsvinden zonder dat de bebouwing toeneemt. Gesteld kan worden dat er geen toename van N-emissie plaatsvindt. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor de natuur vallen hierdoor op voorhand uit te sluiten. Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bestemmingsplan geen belemmering.

38

Toelichting

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

4.4.1 Effect vergunnen activiteiten Onderhavig initiatief voorziet uitsluitend in functiewijzigingen van het plangebied. Er vinden geen kap- of snoeiwerkzaamheden plaats van aanwezig groen. De kans is dan ook nihil dat de voorgenomen activiteiten een schadelijk effect hebben op beschermde soorten. Dit in combinatie met voortzetting van het gebruik maakt dat hier geen te beschermen ecologische waarden verwacht worden. Om deze reden wordt vanuit een goede ruimtelijke ordening nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Algemene zorgplicht De Wet natuurbescherming bepaalt dat eenieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor flora of fauna veroorzaakt, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Wanneer er toch beschermde soorten worden gevonden, dan zal hiervoor tijdig ontheffing worden aangevraagd. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd er vanuit de gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan voor deze planontwikkeling.

4.5

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

4.5.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen planologisch relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

Toelichting

39

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

40

Toelichting

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.

5.2

Verbeelding

Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond (GBKN) schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven. Gekozen is voor een gedetailleerd bestemmingsplan.

5.3

Regels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de regels van het nu geldende bestemmingsplan. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 5.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn onder andere de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel.

In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 5.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen. Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.

Toelichting

41

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

5.3.2 Bestemmingsregels Agrarisch met Waarden Artikel 3 Het noordelijke gedeelte van het plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden'. De betreffende gronden maken deel uit van het waardevolle agrarische cultuurlandschap van het Groene Hart en worden gebruikt het behoud en herstel van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met uitzondering van een schuilgelegenheid voor dieren ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding solitaire stalruimte' is verder geen bebouwing toegestaan. Voor de moestuin is een functieaanduiding opgenomen op de verbeelding. Op gronden ter plaatse van de aanduiding 'openheid' is het beplanten van gronden met bomen of andere houtopstanden niet toegestaan in verband met behoud van open uitzicht. Dit is mede opgenomen naar aanleiding van de resultaten van een mediationtraject. Omgevingsvergunning voor aanlegwerk zaamheden De regels voor de agrarische bestemming bevat een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van werkzaamheden, niet zijnde bouwwerkzaamheden. Dit betreft de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het opgenomen stelsel heeft als doel om de aanwezige en potentiële natuur- en landschapswaarden binnen deze bestemming te beschermen.

Tevens mogen de vergunningplichtige werkzaamheden geen negatieve gevolgen hebben voor het landschap en/of de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Wonen Artikel 4 De op de kaart voor 'Wonen' aangeduide gronden zijn, met inachtneming van de nadere aanduidingen, bestemd voor gebouwen en andere voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Binnen deze bestemming is een hoofdgebouw toegestaan. In de planregels is onder meer de toegestane hoogte van het hoofdgebouw en de maximale inhoud hiervan vastgelegd. Met betrekking tot de situering van het hoofdgebouw is op de verbeelding een bouwvlak ingetekend, waarin een hoofdgebouw gesitueerd dient te worden. Buiten het bouwvlak zijn bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) toegestaan. Hierbij geldt dat de gronden buiten het bouwvlak voor maximaal 50% mogen worden bebouwd tot een maximum van 50 m². In aanvulling daarop is voor de hooiberg een specfieke bouwaanduiding opgenomen met een maatvoering voor de goot- en bouwhoogte die gelijk is aan de bestaande hoogten. Binnen de bestemming ‘Wonen’ is bij recht de uitoefening van een beroep aan huis mogelijk tot maximaal 40% van de oppervlakte van het hoofdgebouw met een maximum van 50 m².

Belangrijke voorwaarden zijn dat de activiteit moet worden uitgeoefend door de bewoner van de woning, er geen nadelige invloed mag ontstaan op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte mag optreden. Via een afwijking onder voorwaarden is ook een bedrijf aan huis mogelijk tot een oppervlakte van maximaal 30% van de bebouwing tot een maximum van 40 m². De voorwaarden zijn gelijk aan die voor het uitoefenen van een beroep aan huis. Artikel 5, 6 en 7 Waarde - Archeologie 2, 3 en 6 Op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde archeologische beleidsadvieskaart zijn in het bestemmingsplan de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2, 3 en 6' opgenomen om de in het plangebied voorkomende zone met archeologische (verwachtings)waarden juridisch-planologisch te beschermen. In de dubbelbestemmingen is aangegeven in welke mate en onder welke voorwaarden werkzaamheden zijn toegestaan. De opgelegde beperkingen zijn opgelegd om te voorkomen dat (mogelijk) voorkomende archeologische waarden worden aangetast. Van de mogelijkheden die de onderliggende bestemming biedt voor de uitvoering van (bouw)werkzaamheden kan pas gebruik worden gemaakt indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat als gevolg van de geplande werkzaamheden geen schade wordt toegebracht aan archeologische waarden.

Aan een te verlenen omgevingsvergunning kunnen voorwaarden worden verbonden die er op gericht zijn om archeologische resten te behouden. Deze voorwaarden kunnen ook gericht zijn op de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd. Verlangd kan worden dat de werkzaamheden plaatsvinden onder archeologische begeleiding.

42

Toelichting

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

5.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Artikel 9 Algemene bouwregels In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, kelders en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels Artikel 10 In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Aan toepassing van de afwijkingsbevoegdheid dient een belangenafweging ten grondslag te liggen. Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. Artikel 12 Overige regels In de 'Overige regels' zijn de regels over parkeren opgenomen met verwijzing naar de CROW-publicatie 381 (december 2018). Als regel wordt uitgegaan van de maximum parkeernorm.

Voorts is in dit artikel een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om te kunnen afwijken van de parkeernormen. 5.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Overgangsrecht Artikel 13 Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Slotregel Artikel 14 Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

5.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende k enbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd.

Toelichting

43

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijk e regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4. Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. Conclusie Het bestemmingsplan is zodanig opgesteld met toelichting, regels en verbeelding dat handhaving op naleving hiervan goed mogelijk is.

44

Toelichting

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid en resultaten overleg

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. Het betreft een particulier voornemen waarvan de lasten door initiatiefnemer zullen worden gedragen. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale, regionale en gemeentelijke uitgangspunten. Er is geen sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 Wro, juncto artikel 6.2.1 Bro. Dit houdt in dat er geen exploitatieplan behoeft te worden vastgesteld. Wel is tussen initiatiefnemer en gemeente een planschadeovereenkomst aangegaan teneinde de planschaderisico's voor de gemeente af te dekken. De ambtelijke kosten worden gedekt door de leges. Hiermee is de ontwikkeling economisch uitvoerbaar.

6.2

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp bestemmingsplan door middel van een E-formulier bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aangemeld. Gedeputeerde Staten hebben geen aanleiding gezien om inhoudelijk op het plan te reageren. De Watertoets is doorlopen via de Watertoets.nl. Hieruit bleek dat er vanuit waterhuishoudkundige overwegingen geen bezwaren zijn. De resultaten zijn verwerkt in paragraaf 4.2. In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening heeft het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard per brief van 20 oktober 2020 laten weten dat het plan geen nadelige invloed heeft op de watersystemen en er vanuit het Hoogheemraadschap geen bezwaren bestaat tegen (de vaststelling) van het plan.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor onderhavig ontwerpbestemmingsplan is de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft daartoe vanaf 10 maart 2021 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn 14 schriftelijke zienswijzen ingediend. Deze zijn beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen, zoals opgenomen in Bijlage 2.

Toelichting

45

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

46

Toelichting

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Bijlagen bij toelichting

Bijlagen bij toelichting

47

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Bijlage 1 Watertoets

48

Bijlagen bij toelichting

datum 27-6-2020 dossiercode 20200627-40-23672 Geachte heer/mevrouw, U heeft, via www.dewatertoets.nl, een watertoets uitgevoerd voor een plan binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Op basis van de door u verstrekte gegevens concluderen wij dat er geen waterstaatkundige belangen zijn. Het hoogheemraadschap geeft daarom een positief wateradvies.

Wij verzoeken u in de waterparagraaf* van het plan een verwijzing te maken naar deze watertoets. Hoogachtend, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Maasboulevard 123 3063 GK Rotterdam Telefoon: 010 45 37 335 E-mail: info@hhsk.nl * De waterparagraaf is een verplicht onderdeel van het bestemmingsplan. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de effecten die het plan heeft op het watersysteem, de waterkeringen, afvalwatersituatie en de daaraan gelieerde uitvoering van de taken van het hoogheemraadschap.

www.dewatertoets.nl

datum 27-6-2020 dossiercode 20200627-40-23672 Tekenen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? nee Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Krimpenerwaard

Vragen: Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging betreft van bestaande bebouwing zonder dat de bebouwing wordt uitgebreid? ja Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? nee Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee

Afbeelding plangebied en eventueel geraakte kaartlagen. www.dewatertoets.nl

bestemmingsplan Westeinde 30, Berkenwoude

Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijzen

Bijlagen bij toelichting

51

NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN ( O ntw e rp ) be st em min gsp la n W es te ind e 3 0, B er k enw o ud e Het ontwerpbestemmingsplan ‘Westeinde 30, Berkenwoude’ heeft vanaf 10 maart 2021 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn kon een ieder schriftelijke en/of mondeling zienswijze bij de gemeenteraad indienen. Binnen de termijn zijn 14 zienswijzen ontvangen. Daarnaast bestaat er aanleiding voor enkele ambtshalve aanpassingen. De zienswijzen worden behandeld in onderdeel A van deze nota, de ambtshalve wijzigingen in onderdeel B. A ZIENSWIJZEN Namens of door de volgende partijen zijn zienswijzen ingediend: 1 Bos Van Eck Advocaten Mediators, namens indieners 1 en 2; 2 Stichting Achmea Rechtsbijstand, namens indiener 3; 3 Indiener 3 op eigen titel; 4-14 Indieners 4 tot en met 14 (gelijkluidende zienswijzen). Ten aanzien van de ontvankelijkheid De zienswijzen zijn binnen de termijn van tervisielegging ontvangen. De zienswijze van indiener 3 is pro forma ingediend. Binnen de gestelde aanvullingstermijn is geen aanvulling ontvangen. Nadien zijn door reclamant 3 evenwel nog nadere stukken toegezonden. Deze zijn volledigheidshalve betrokken in de beoordeling.

Ten aanzien van de inhoud en beoordeling De ingekomen zienswijzen naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan zijn hieronder puntsgewijs samengevat en vervolgens beantwoord. Dit op basis van de hierboven vermelde volgorde. Daarbij zijn zienswijzen 2 en 3 samengevoegd (beiden indiener 3). Samengevoegd zijn ook de gelijkluidende zienswijzen van indieners 4 tot en met 14. Per punt is aangegeven of dit heeft geleid tot aanpassingen van het plan. Zie nsw ijz e 1 – Na me ns ind i ene r s 1 e n 2 S am e nv a tt i n g 1. A an p as s in g v a n h et b e s te m m in gs pl a n t ij d e ns l o pe n de ger ec ht e l ij k e pr oc e dur es is e e n on ev en re d ig e i nm e n gi n g i n d ez e proc e d ures ; 2. Cl i ë nt en he b be n g e ag eer d t eg e n e en t e n o n rec h t e v er le e nd e om g ev in gs v erg u n ni n g v oor de a a n pl a nt v a n k no tw i l ge n e n e e n ec o l o gis c h e o ev er ; 3. Er z ij n g er ec h te l ij k e pr oc e d ur es op g es t art m et b e trek k i n g t o t d e i n s trij d m et he t b es t e m m in gs p la n g ep l a ats te mo es tu i n, aa n ge br ac ht e l au ri er h aa g e n a an g eb rac ht e v erh ar d in g .

He t on ts t e mt d a t i n te g ens te l l in g t ot u i tv o er i ng v an de v er p l ic ht i ng t ot ha n dh av i ng b es l ot e n wor dt om de s tr ij d ig e ac t iv it e it e n o p he t perc e e l m id d e ls e en b es t e mm i n gs p l an t e l e g a lis er e n ;

4. Ui t bre i d in g v a n d e wo on b es t e mm i n g v or mt e en on ev enr e d ig e aa n tas t in g v a n d e c u lt uur h is t or is c he - en la n ds c h a pp e l ij k e w a ard e op he t p erc e e l ; 5. E en g ro ot de e l v a n d e agr ar is c he bes te m m i n g wor d t do or d e wo o nb es t e m mi n g o pg e s l ok t . De u i tbr e i d in g o m s tr ij d i ge ac t iv it e it e n te le g a l is e ren v orm t e e n on ev enr ed i g e aa n tas t in g v a n de la n ds c h a pp e l ij k e e n c u lt u urh is tor is c h e w aar d e o p h et p erc ee l ; 6. He t v r ij e u itz ic ht v a n c l ië n te n o p e en a gr ar is c he k av e l m e t ger i n ge ac t iv it e it e n e n z ee r ge ri ng e (g e en) be b ou w in g wor d t he n m i d de ls de v oor g en o me n a a np as s in g v a n h et b es t e m m in gs p la n o nt n om e n ; 7. He t p la n o lo g is c h f ac i l i ter e n v an ee n B e d & Br eak f as t h e ef t on ev en re d ig e g ev ol g e n v o or de om w on e nd e n ; 8. Le g a lis a ti e v a n d e i l l e ga l e m o es t u in v or m t e en on ev enr e d ig e aa n tas t in g v a n d e l an d s c ha p pe l ij k e wa ar de v an he t p la n ge b i ed ; 9. In d e p l an t oe l ic ht i ng w ord t d e m oes t ui n a a ng em erk t a ls a grar is c h aa nv erw a nt g e br uik . D at is onj u is t .

E e n mo e s tu i n is ev i de n t ge l i ee rd a a n d e wo o nb es t e mm i n g. I n 2 01 1 is do or d e ge m ee n ter a ad ex p l ic i e t op g em erk t d at h et ge bru ik a ls mo es t u i n n ie t p as t i n h et k arak t er is t i ek v e en we i d el a n ds c h a p. Verz oc ht wor dt de in 20 1 1 i ng es l ag e n we g t e v o lg e n m et h e t oo g o p c ons is te n t be l e id en m oes t ui n en bi n n en d e b es t e mm i n g A gra ris c h me t w aar d en ni e t to e t e s ta a n ; 10 . De u i tbr e i d in g v a n m o ge l ij k he d en bi n ne n d e bes t em m i ng ‘ Ag rar is c h e me t w aar d en ’ v or m t e en o n ev e nr ed i g e aa n tas t in g v a n de la n ds c h a pp e l ij k e w aar d e n i n he t p l an g eb i ed ; 11 . De pr i m a ire ac t iv it e it u it h et ge l de n de bes t e m mi n gp l a n, ‘ re ë le gro n d ge b on d en a gr ar i s c he gra as d ier b edr ij v e n m et i n ac h t ne m i ng v an he t b ep a al d e o nd e r c ’ is g es c hr a pt . Da t ho u dt in d a t r e ël e gro n d ge b on d en g ra as d ier b edr ij v i gh e i d n ie t l an g er m og e l ij k is o p he t p erc e e l Wes te i n de 3 0 e n h et p l an g eb i e d aa n h et bu i te n ge b i e d is o nt trok k e n ; 12 .

De k o p pe l i ng t us s e n a gra ris c h e a anv er wa nt ge br u ik e n he t be h ou d v a n d e l a nds c ha p pe l ij k e e n c u lt uur h i s tor is c he w a ar de is i nt egr a a l g es c hr a pt ; 13 . De h o ut o ps t an d e n en bo m en w or d en in he t on tw er p bes te m m in gs p l an t e n on rec ht e g e le g a lis e er d ; 14 . La n gs d e oev er g e l eg e n a an d e n o ord o os t e l ij k e z ij de v a n h et p la n ge b ie d z ij n k n ot w i l ge n g ep l a nt . Dez e w o rde n i n d i t on tw er p bes te m m in gs p l an a a ng e du i d a ls o n h err oe p el ij k v er g un d e en ge l eg a l is eer d e b ep l an t in g . Da t is n i et h e t gev a l ; 15 . De b e l an g en v an c li ë n te n z ij n o nv o l do e n de me e ge w og e n. Z ij he b be n b e la n g b ij d e v as ts te l l i ng v a n e e n b e s te m m in gs pl a n wa ar i n de la n ds c h a pp e lij k e - e n c u lt u ur his t or is c he w a ard e n wo rd t ge ë er bi e d ig d e n d e b e s te m m in g ‘ A gr ar is c h e me t w aar d en ’ be h ou d en bl ij ft . D ie p l an o l og is c he s t a tus is on d er de e l v a n he t wo o ng e no t n u d ez e e e n w ij d e b l ik , o p en h e id en r us t i ge wo o no m gev i n g ga ra n d eer t ; 16 . P la ns c h ad e k a n wo rd e n v o ork o m en do or h et v as ts te l l en v an e e n a lt ern a ti e f p la n ; 17 .

V erz oc h t wor d t he t b e s te m m in g pl a n n i et v as t t e s t e l le n, da n w el ee n b es t e m mi n gs pl a n v as t t e s t el l e n op bas i s v a n e en de u gd e l ij k e

B ea nt w oor d i ng

1.

2.

3.

4.

be l a ng e na fw e g in g e n de la n ds c h a pp e l ij k e - e n c u lt u urh is tor is c h e wa ar de n t e b eh o ud e n. O n der a n d ere in h e t k ad er v a n d e i n ge d ie n d e v erz oek e n o m ha n dh av i ng is a ls o nd erd e e l h ierv a n o ok b e oor d e el d o f s trij d ig h e de n m et he t ge l d en d e bes t em m i ng s p la n p l an o l og is c h k un n en w or d en in g ep a s t. N u d at n a ar he t o or de e l v a n d e ge m ee n te mo g el ij k is , is i n d at k a d er e en be s te m m in gs pl a n v oor b er ei d . Da ar b ij is ov er i g ens t o t t w ee k ee r t oe ‘e e n p as o p de p la ats ’ g e m aak t. Eers t i n v er b an d m et ee n d oor de g e m ee nt e ge ï ni t ie er d e po g i ng t ot m e di a ti o n t us s e n p art ij e n e n n ad i e n n og ee n d o or d e bes t uurs r ec h t er ge d a an v o or s te l t ot m e di a ti o n. N a da t de bes tu urs r ec ht er h e ef t l at e n we te n d at me d ia t io n n i et d o or a l le be tr ok k e n p art ij en wer d g ew ens t is h e t v oo rb ere i d e on tw er p bes te m m in gs p l an t er i nz ag e g e le g d. Di t l i gt b ij d e b es t u urs rec h t er e n do or l oo p t e en ei g en proc es . De k no tw i l ge n w or de n m e t he t v o or li g g en d e bes te m m in gs pl a n n i et ge l e ga l is eer d .

Ne t a ls i n he t n u g el d en d e b e s te m m in gs pl a n g e ld t op de loc at i e v a n d e k no tw i l ge n d e b es t e m m i ng ‘A gr ar is c h me t wa ar de n ’ e n g el d t h ier v oor ee n v er g un n i ngs t e ls e l v o or h et pl a nt e n v an bo m en . D atz e lf de ge l dt v oor he t a an l eg g en v an oev er b es c h o ei i n g v oo r z ov er d i e m eer da n 2 0 c m b ov e n h e t wa ter p e i l z ij n ge l eg e n. D e r e ge l i ng v oor he t u itv oer e n v a n d ez e z og e na a m de w erk en , ge e n b ou ww erk z ij n de , e n w erk z a a mh e d en b in n en d e b es t e m m in g ‘ A gr ar is c h e m et w a ar de n ’ is é é n o p éé n ov er g e no m en u i t h et g e ld e nd e b es t e mm i n gs p la n. Er is v erz oc ht om ha n dh av i ng . D it v erz o ek i s a fg e wez e n. In m id d e ls l oo p t er e en b er oe ps proc e d ure b ij de r ec h tb a nk . Da ar na as t z ij n er o p 7 a pr i l 20 2 1 o mg ev i ngs v erg u n ni n ge n v er le e nd v oor d e m o es tu i n, a a ng e br ac h te la u ri erh a ag en v erh ar d in g . Dez e v er g un n i ng e n z ij n mo m e nt ee l o n de rd e el v an e e n bez w are n proc e d ure . D ez e proc e dur es v o l g en e e n e ig e n pa d .

Zo als al aa n ge g ev e n b ij p un t 1 v a n d ez e z ie n s wij z e l i gt n a as t e e n be g i ns e l p l ic h t to t h an d hav i n g ook de v r aa g v oor of gec o ns t at e er de s tr ij d i gh e de n k u n ne n w ord e n g el e ga l is e erd . Nu da arv a n v o lg e ns de ge me e nt e is g e b lek e n o n ts t aa t d aar u it de aa n l ei d i ng om e e n o nt wer p bes t em m i ngs p la n i n pr oc ed ur e te bre n g en . De u i tbr e i d in g v a n d e wo o nb es t e m mi n g e n d e i np as s i ng v a n d e mo es tu i n e n s c h ui l g el eg e nh e i d he b b en w e in i g i nv l o ed op d e l an ds c ha p pe l ij k e wa ar de n . He t v erk av e l i ngs pa tr oo n v er a nd er t n ie t en de le n gt es lo te n d i e b e el d be p a le n d z ij n, w ord e n b eh o ud e n. D e ma a t en w e i ds h e i d v a n h et p o ld er l an ds c ha p w ord t h i er m i ni m aa l aa n ge t as t a a ng ez i en e r a l e e n wo n i ng m e t er f aa n wez i g is o p h et perc e e l e n he t n i et e e n l ee g d o orz ic h t b etr ef t aa n h et v ee n l in t m et enk e l e on t gi n n in gs as . He t g aa t h ie r om ee n u it bre i d i ng v a n d e bes t em m i ng w o ne n a a n h et l i nt , w aar b ij h et c on tr as t t us s e n v erd ic ht e li n te n e n h et o p en p o l der l a nds c h ap b e ho u de n b l ij f t.

D e u it bre i d i ng n a ar ac ht er en ho u dt rek e n in g m et d e d i ep te v an h e t k av e l , wa n t i n he t l i nt z ij n er a l m eer d er e wo onk av e ls en agr ar is c he ( bo u w)p erc e le n d i e d ie p er h et l a n ds c h a p i n s tek e n.

De ra n d tus s e n d orp e n v e en we i d e l oo p t i n e en r ec h te l ij n p ar a l le l me t d e v erk av e l i ng of ha ak s er o p. Wo o nb e b ou w in g e n be dr ij v en ter re i ne n s t a an me t v o or - of ac h t er k an t n aar he t l an ds c ha p. D e ‘z ij k a nt ’ v a n h et d or p p ara l l e l aa n d e v erk av el i n g he e ft g e en s p ec if i ek e gre ns e n l i gt da n o ok n ie t v as t . La n ds c h a pp e l ij k e pa tr on e n z o als po l d ers l o te n l op e n v a ak do or tus s e n de be b ou w in g . De ra n d b eh o ud t b ij d e u it br ei d i ng v an d e wo o nb es t e m mi n g e en z ac h t e, w at err ij k e en gro e n e ov er g a ng n a ar he t l a nds c h ap , wa ar b ij l a nds c h ap p e l ij k e p atr on e n, z o a ls wa ter g a ng e n, k a d es of rij e n k n ot wi l g en z o rg e n v o or ee n v erw ev i ng v a n b e bo uw i ng e n l a nds c h a p. D e z ic ht l ij n e n v an u i t he t dor p n a ar h et l a nd s c h ap la n gs l an ds c h ap p el ij k e s tr uc tur e n z o als s l ot en w or d en d o or d e u i tbr e id i n g v a n de w o on b e s t e mm i n g en he t i np as s en v a n d e m o es tu i n e n s c hu i l ge l e ge n h e id n i et aa n ge tas t. Tot s lo t z ij n k ar ak t er is ti ek e l an ds c ha ps e le m e nt e n r e lev a nt v o or d e l an ds c ha p pe l ij k e wa ar de .

D it z ij n e l e me nt e n d ie , tez a me n m e t he t v erk av e l i ngs p atr o on , d e s truc t uur en h e t aa n z i en v a n h et l an ds c ha p b ep a l en en he t l a nds c h ap k e n m er k en , z o a ls ee n de nk oo i e n, p es t- e n g eri e fb os j es , p o el e n , k l ei n e h is t or is c he wa ter e n, k n o tb o me n , s i ng e ls e n ho u tw a l le n, na t uurv r i e nd e l ij k e oev ers . Di e z ij n ev e nw e l n ie t a an wez i g o p h e t perc e e l of w or de n do or h et p la n n i et a a n ge t as t . V oor w a t be tr ef t d e c u lt u urh is t oris c h e w aar d en ga at he t o m a l le l an ds c ha p pe l ij k e e le m en t en d i e h et g ev o lg z ij n v an m e ns el ij k ha n de l e n i n h et v er l ed en , b ij v o or b ee l d v erk a v e li n gs p a tro n en , pes t bos j es , la n dg o ed e renz o n es of o n tg i nn i n gs as s e n. De c u l tu ur h is t or is c he at l as g ee ft a a n d at d e wa ar de n h o og z ij n me t a ls k e n merk : v e en on t gi n n in g, z on e m et v ee n pu tt e n. D i t be tr ef t he t h art v an h e t v ee n we i de l a nds c h ap , h et ‘k ro o nj u w ee l ’ wa ar b ij ee n o pv a l l e nd e g av e s tr ok env erk av e l in g , me t v e e np ut t en en ee n de nk oo i e n aa n wez i g is . Di t g eb i e d s c oor t d aa ro m z e er ho o g.

He t m id d e ng e bi e d v a n d e Kr i m pe n erw a ard is e e n r u im t el ij k e ee n he i d m et ee n h e ld e re b egr e nz in g d i e b es t aa t u it l an ds c he i d in gs k ad e n, v aar t en e n v li e te n. D e c o p e - v erk av e li n g e n he t w at ers y s t e em z ij n no g gr ot e n de e ls i nt ac t e n b ep a l en d v o or d e ma a t v an de o p e nh e id , h et r eg e l ma t ig e l a nds c ha ps pa tr oo n (op g e bo uw d u i t ac h t er ee nv o lg e ns ee n o n tg i n n in gs bas is , op e n ge b i ed e n e e n ac ht erg rens ) en de o os t - w es t ge or i ën t eer d e ne d erz ett i n gs s tr uc t u ur . H e t c e ntr u mg e bi e d h ee ft ee n w at err ij k k arak t er. Erf b ep l an t in g, r ij e n k n ot w il g e n en he t o pg a an d gr o en v an ee n de nk oo i e n en ger i ef b os j es mak e n h e t v l ak k e v ee n we i de l a nds c h ap e rv aa rb a ar. D e k i l om e t ers l an g e be b ou w in gs l i nt en c on t ras t er en me t d e o pe n h e id v a n h et v ee n we i de g e bi e d e n h eb b en do or d e v e l e op en s pa t ies in h e t l in t ee n s t erk e r e l a t ie me t he t l a nds c h ap . Ui t ga n gs p u nt is om bij o nt w ik k e l i ng e n z o we l de s tr uc tu ur a ls ook v an fy s i ek e e le m en t en (g e bo u we n, w a ter l o pe n, k a d es , e .

d.) t e be h ou d en en v ers t erk en v an d o or h et h erk e nb a ar h ou d en v an d e ru im t el ij k e k e nm erk e n h ierv a n (v erk av e l i ngs p atr o on , o pe n he i d, be b ou w in gs s truc t uur , pro f ie l v an k a d es , w e g en en w at er l op e n).

Ru i mt e l ij k e o n tw ik k el i ng e n d ie pas s e n b in n e n g en o em d u it ga n gs p u nt z ij n in pr i nc i p e m og e l ij k . I n h et p l an g eb i e d k o me n v ee n pu tt e n e n ee n d en k oo i e n n ie t v o or. D e g av e s trok e nv erk av e li n g w o rdt d o or d e u it br e id i ng v a n d e wo o nb es t e m mi n g e n d e i np as s i ng v a n d e m o e s t u in en s c hu i l ge l e ge n he i d n i et a a ng et as t. O p dez e l o c at i e p as t d e be o og d e r u i mt e l ij k e o n tw ik k el i n g b in n en de b ov e n g e no e md e u it ga n gs p u nt e n. 5. De u i tbr e i d in g v a n d e wo o nb es t e m mi n g b edr aa g t c irc a 2. 2 50 m². De h e lf t d aa rv a n b etr e ft d e to er i t tus s e n W es te i nd e 2 6 e n 2 8 en he t d ee l ac h ter W es t e i nd e 2 6. D e t oe ri t is d e (e n ig e) t o eg a ngs w eg to t h et w oo n pe rc e e l W es t e in d e 3 0. H et li g t o m d ie r ed e n v o or d e ha n d d it o n de rd e el t e l at e n z ij n v an d e w o on bes t em m i ng . In de s tro ok ac ht er Wes te i n de 26 is v an u it he t v er l ed e n a l v er har d i ng (erf t oe g an g, pa ar de n b ak ) e n bo u ww erk en ( o. a. e e n s c h uur en e e n ho o i ber g) a a nw ez ig .

H i er is v a n l a nds c h ap p e l ij k e w a ard e g e en s prak e d i e v er l ore n g a at d o or te r p la ats e d e wo o nb es t e m mi n g u it te br e i de n . A an d e b es ta a nd e h oo i b erg k an i n c u lt u urh is tor is c h opz ic ht bov e nd i e n en i ge w a ar de w or de n t oe gek e nd nu d i e v er w ij s t na ar d e v o or ma l i ge ag rar is c h e (b e dr ij fs ) fu nc ti e v a n h et p erc e el . De h o o ib er g wo rd t p os it i ef bes te m d. V oor he t ov er ig e v i n dt d e u it br e id i n g aa n ac ht erz ij d e p l aa ts . D e wo o nb es t e m mi n g w ord t da ar c i rc a 1 6 m ¹ di e p er d an d e b es ta a nd e wo o nb es t e m mi n g e n e r o nts t aa t z o e en r ec h t e e n l og is c he gre ns tus s e n de bes te m m in g en ‘ Wo n en ’ e n ‘ A gr ar is c h m et w aa rd e n’ . Zo als be a nt wo or d b ij p un t 4 v a n d ez e z ie ns w ij z e le i dt di t n i et t ot ee n a a nt as t i ng v an de l a nds c h ap p e l ij k e e n/ o f c u lt uur h is t or is c he wa ar de n . 6. V oor o p wo rd t g es t e ld da t er g e en r ec h t o p v rij u itz ic ht b es ta a t en da t i n h et a l g em e en a an ee n g e ld e nd bes te m mi n gs p l a n ge e n b lij v e nd e rec ht e n k u nn en w or d en o n tl e en d .

O p gr on d v a n ge w ij z i g de p la n ol o g is c he inz ic ht e n e n na af w eg i n g v an be l a ng e n k un n en an d ere r eg e ls v oor gro n de n w or de n v as t g es t e ld . Ter h o og te v an d e ac h ter tu i n v a n c l i ën t en b l i j ft d e a grar is c h e bes t em m i ng o n ge w ij z i gd . D e k orts te afs ta n d en v an d e ac ht er tu i n v an de in d ie n ers v a n d e z i ens w ij z e t ot de a a ng e du i d e m oes tu i n e n s c hu i l ge l e ge n he i d l i gg en op res p ec t i ev el ij k 4 5m ¹ en 60 m¹ . G e le t op dez e a fs t an d , er g e en ge b ou we n z ij n t oes ta a n ter p l a ats e v a n de aa n du i d in g ‘ m oes t u i n’ en d e m a atv o er in g v an de s c hu i l ge l e ge n he i d b ep erk t is to t e en o p p erv l ak t e v a n 6 m² e n ee n bo u wh o og te v an 2m¹ i s v a n e en s ig n if ic a nt e of o n ev e nr e di g e aa n tas t in g v a n h et v r ij e u itz ic ht g e en s prak e . 7. O p b as is v an he t g em ee n te l ij k to er is tis c h re c rea t ie f b e le i d w ord t i n bes t em m i ngs p l an n e n a l g eru i m e tij d v i a re ge l i ng e n v o orz ie n i n mo g e l ij k h ed e n v o or B e d & Bre ak f as t ( h ie rn a B & B) b ij o nd er a n der e wo o nb es t e m mi n g en . O ok i n h et n u g e ld e n d e b es t em m i ngs p l an is h ierv o or e en r eg e l in g op g en o m en .

Da ar v ia ee n a fw ij k in g (n e e, t e nz ij ), t erw ij l i n d e me er ac t ue l e b es t e mm i ngs p la n ne n d i t i n h et ho o fd g eb o uw b i n ne n de w o on b es t e mm i n g is t oe g es t a an a ls w or dt v o ld a an a a n d e ge br u ik s re g e ls (j a, mi t s ). O p b as is v an de ac tu e le pl a no l o g is c h e

i nz ic h te n is in h e t on t wer p v a n d e v o orl i g ge nd e h erz i en i ng aa ns l ui t in g g ez oc h t b ij d i e ‘j a, m i ts ’ s y s t e m at i ek , z o a ls d ie nu in p la n ne n w ord t g eh a nt e erd . De b e wo n ers / e ig e na ar h e bb e n , g e lez e n d e z i ens w ij z e n o p d it pu n t, a a ng e gev e n n ie t d e a mb i t ie t e h e bb e n de w o n in g bes c h ik ba ar t e w il l e n s te l l en v o or B &B . D e r eg e l in g w or dt o m d i e red e n g es c hr a pt . 8. Zo als aa n ge g ev e n i n d e b ea nt w oor d i ng v a n p un t 4 v a n d ez e z i ens w ij z e is ge e n s pr ak e v an a a nt as t i n g v a n d e l an ds c ha p pe l ij k e wa ar de . 9. In e e n m oes tu i n w ord e n g ew as s e n g et e e ld . I n z ov err e is h et ge br u ik v erw a nt a a n a gra ris c h g e bru ik w a ar i mm ers o ok g ew as s en (k un n e n) wor d en ge te e ld . E en mo es tu i n is e c ht er n i et g er ic ht o p de be dr ij fs m at i ge pro d uc t i e v a n ge w as s e n, m aar v oor ‘e i g en ’ c ons u mp t i e . I n z ov err e is h et ni e t d irec t p as s en d i n d e a gr aris c h e bes t em m i ng . In di e o m s ta n di g he i d is er v o or g ek oz e n o m b i nn e n de agr ar is c he b es te m m in g h et g e br uik v an ee n m o es t u in v ia ee n aa n du i d in g s p ec if i ek t oe t e s t aa n .

V oor w a t be tr ef t d e v e rwij z i n g na ar d e b e oor de l i ng v an e e n z i ens w ij z e u i t 20 1 1 ov er h et o nt w erp v an h e t n u g e ld e nd e bes t em m i ngs p la n w or dt o p ge m erk t da t d it in der t ij d g i n g ov er e en mo es tu i n o p e en a n de r p erc ee l e n a n der e s i t ua t ie . B ov en d i en is op bas is v a n d e h u id i g e i nz ic h te n e n b e le i ds k ad ers e e n af w eg i ng ge m aak t ov er d e s i tu a ti e o p W es te i nd e 3 0. Z i e da arv o or ook de be a nt wo or d in g v a n p u nt 4 v an d ez e z i ens w ij z e. 10 . De u i tbr e i d in g v a n m o ge l ij k he d en bi n ne n d e bes t em m i ng ‘ Ag rar is c h m et w a ard e n ’ be p erk t z ic h t o t he t ge br u ik v a n ee n mo es tu i n e n e en g e bo uw d e s c hu i l ge l e ge n he i d ter pl a ats e v a n d e be tr ef fe n de aa n du i d in g e n . Z o als b ij pu nt 4 v an dez e z i e ns w ij z e a l is b ea n tw oo rd is a ls g ev o l g d aa rv a n g ee n s p rak e v an e e n (on ev e nre d ig e) a a nt as ti n g v a n de la n ds c ha p pe l ij k e wa ar de n . 11 . De b es te m m in g ‘ A gr ar i s c h m et w aa rd e n’ in h et g e l de n de bes t em m i ngs p la n h e ef t be tr ek k i n g o p e en gr oo t g eb i e d wa ar b in n en o ok a gr ar i s c he bo uwv l ak k en z ij n o p ge n om e n.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=b7ac4d9f-455f-4d4a-9079-afeaed29f52e