Bijlage 2: 6_voorlopige_jaarstukken_2020_vrhm.pdf
Tekst van het document
60
83
46
* beroeps en kantoorpersoneel
Het ziekteverzuim is in 2020 gedaald van 6,18% tot 4,65%. In 2020 is het ziekteverzuim in alle categorieën (kort, middellang en langdurig) afgenomen. In 2019 was ten opzichte van 2018 een toename zichtbaar als gevolg van de toename van het langdurig verzuim. INDICATOR Facturen en declaraties < 30 dagen betaald (%)
2018
2019 71
2020 79
88
Informatieveiligheid De VRHM hanteert met ingang van 2020 de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) norm en niet langer de BIG (Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten) norm. Om deze reden kunnen de uitkomsten niet worden vergeleken met vorig jaar. Een belangrijk verschil tussen BIG en BIO is dat BIO nadrukkelijk risk-based is. Per systeem moeten beveiligingsmaatregelen op basis van risico’s worden geïmplementeerd. De VRHM is reeds riskbased bezig. Zo worden risico’s gebruikt bij het classificeren van data in een systeem.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 26
Programma Meldkamer Brandweer Hollands Midden (MBHM) 3.1 Algemeen Wijzigingswet Meldkamer De Wijzigingswet Meldkamer is in werking getreden op 1 juli 2020. Hierdoor is het beheer van de meldkamer formeel overgedragen van de veiligheidsregio’s naar de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS; zelfstandig organisatieonderdeel binnen de politie). Op grond van een convenant was het beheer van de meldkamer al per 1 januari 2020 overgedragen aan de LMS, vooruitlopen op de formele inwerkingtreding van de Wijzigingswet. Regeling hoofdlijnen beleid en beheer meldkamers Ook de regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid betreffende de hoofdlijnen van beleid en beheer van meldkamers, waaronder de multidisciplinaire sturing en de beleids- en beheercyclus voor de vaststelling van het beleids- en bestedingsplan, is in werking getreden op 1 juli 2020. Deze regeling vormt de basis voor een nieuw samenwerkingsconvenant tussen alle partijen op de meldkamer Den Haag. Dit convenant is in (ambtelijk) concept gereed. De samenwerkingsovereenkomst wordt besproken in de vergadering van de Bestuurlijke Stuurgroep GMK Den Haag (BSG) in maart 2021. De Ambtelijke Stuurgroep (ASG) stelt de BSG voor de overeenkomst ambtelijk, en niet bestuurlijk, af te handelen. De BSG moet daarmee dan wel akkoord gaan.
Op 1 juni 2020 is een Convenant meldkamers Ambulancezorg met afspraken tussen RDOG Hollands Midden sector RAV Hollands Midden en RAV Haaglanden inzake wederzijdse dienstverlening tussen meldkamers ambulancezorg in werking getreden. Overgang brandweercentralisten Hollands Midden in dienst van politie naar Veiligheidsregio Haaglanden / Overgang centralisten, project MKB Het onderzoek naar de overgang van brandweercentralisten van de politie naar de Veiligheidsregio Haaglanden (het gaat hier om de voormalige brandweercentralisten van Hollands Midden die in 2011 zijn ondergebracht bij de politie) is afgerond, maar hieruit zijn enkele arbeidsvoorwaardelijk verschilpunten naar voren gekomen die in overleg met de landelijke politie nog opgelost moeten worden. De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet bekend. Hierin dienen nog keuzen gemaakt te worden, waarbij formeel de politie de latende partij is en de Veiligheidsregio Haaglanden in principe de ontvangende partij. Echter, de VRHM is verantwoordelijk voor haar bijdragen (zowel bestuurlijk, operationeel als financieel) aan de meldkamer brandweer/veiligheidsregio. Deze meldkamer wordt samen met de Veiligheidsregio Haaglanden ingevuld.
Structurele invulling van de CaCo-rol op de meldkamer Den Haag Het onderzoek naar een structurele invulling van de CaCo-rol op de meldkamer en het selectieproces voor vier nieuwe vaste CaCo’s en voor de flexibele schil van de CaCo’s is in 2020 afgerond. De CaCo-rol wordt vanaf april 2021 24/7 ingevuld op de meldkamer. De CaCo-rol wordt ingevuld binnen de meldkamer brandweer/veiligheidsregio. Hierbij wordt ook gekeken naar de positionering van de meldkamer brandweer/veiligheidsregio i.r.t. de beide brandweerkorpsen. Voor de komende drie jaar levert de politie een substantiële financiële bijdrage aan de invulling van de CaCo-rol. Dit biedt de mogelijkheid om voor de periode erna een structurele oplossing in beeld te brengen (na deze drie jaar de invulling van de CaCo-rol te laten plaatsvinden binnen het reguliere budget c.q. formatie van de meldkamer).
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 27
Financien GMK Haaglanden Nu het beheer is overgedragen aan de LMS-organisatie heeft de politie zich op het standpunt gesteld dat de werkelijke bezetting en daarbij behorende actuele salariskosten vanaf 2020 aan de VRHM in rekening gebracht worden, in plaats van de afgesproken (personele- en materiële) lumpsum. Dit betekent een substantiële, niet begrote, verhoging van ongeveer € 300.000. Gedurende de huidige beleidsplanperiode 2020-2023 kan deze verhoging binnen het financieel kader, als gevolg van verwachte incidentele onderuitputting van kapitaallasten gedurende deze periode, worden opgevangen. Achterblijvende kosten Meldkamer Brandweer Hollands Midden (Leiden, Roosevelstraat) Het laatste dossier betreffende de afhandeling van de frictiekosten van de oude GMK aan de Rooseveltstraat, namelijk de vergoeding vanuit de RDOG/RAV, is ook afgerond. Het bedrag is op de resterende boekwaarde van de oude GMK, gelijk de overige verkregen vergoedingen van de frictiekosten (politie en JenV), afgeboekt.
3.2 Wijze van realisatie van de beleidsvoornemens in 2020 Wat willen wij bereiken Maatschappelijk effect Directe toegang tot hulp van de hulpdiensten
Strategisch doel
Operationeel doel
Het bestuur van VRHM heeft de beschikking over een gemeenschappelijke meldkamer die is ingesteld en in stand wordt gehouden ten behoeve van de brandweertaak, de geneeskundige hulpverlening, het ambulancevervoer en de politietaak
De MK BrW HM heeft een faciliterende en informerende taak aan de besturen in de veiligheidsregio De RAV zorgt voor het in standhouden van de meldkamer voor ambulancezorg De korpschef van de Nationale Politie zorgt voor het in standhouden van de meldkamer voor politie
Faciliteren nietspoedeisende ambulancezorg Burgers in nood sneller en efficiënter te helpen en de ambulancezorg, brandweer, marechaussee en politie beter te faciliteren bij hulpverlening en bij bestrijding van crisis en rampen
Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS), een ‘dedicated’ organisatieonderdeel binnen de politie
Samenvoegen regionale meldkamers
Ontwikkelen multidisciplinaire samenwerking
Wat gaan wij ervoor doen Prestaties Het uitoefenen van de kernfuncties: - Intake - Regie - Informatievoorziening - Opschaling - Ontvangen, registreren en beoordelen van alle acute hulpvragen voor brandweer, geneeskundige hulpverlening, ambulancevervoer en politie - Het bieden van een adequaat hulpaanbod, en het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten Ontvangen en registreren van het zogenaamde ´besteld vervoer´ Van 25 naar 10 meldkamerlocaties (2020) komen. De LMS organiseert, met en voor de hulpdiensten, een landelijk beheerd, 24/7 bereik- en beschikbaar netwerk van maximaal tien operationeel en technisch met elkaar verbonden meldkamerlocaties Gericht op het landelijk ontwikkelen van de multidisciplinaire samenwerking en taakuitvoering voor de meldkamer van de toekomst aangaande: - Multi-intake - Landelijke functionaliteit - Multidisciplinaire
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Realisatie Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Pagina 28
opschaling
Vernieuwing netwerk C2000
Implementatie van het nieuwe Ja netwerk
Prestatieverloop en kengetallen 2020
In de tabel is het totaal opgenomen van alle spoedtelefonie binnen de GMK Den Haag van de veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands Midden (Politie, Brandweer, MKA/RAV). Onder spoed wordt verstaan: alle doorverbonden 112-telefonie (mobiel + vast), respons op burgernetlijnen en spoedlijnen ten behoeve van meldingen van professionele partners zoals huisartsen, particuliere alarmcentrales en openbaarvervoerbedrijven.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 29
3.3 Lasten en baten Vanuit de politie is gesteld dat met het inwerking treden van het Overdrachtsdossier per 1 januari 2020 en de Wijzigingswet per 1 juli 2020, de SLA met een lumpsum voor alle kosten tussen VRHM en politie verdwijnt (aangezien de beheergelden over zijn gegaan naar de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS)). De bezetting van de brandweer-centralisten voor Hollands Midden is al jaren, ook al ten tijde van de meldkamer aan de Rooseveltstraat, substantieel hoger dan de begrote formatie. De begroting is hierop nooit aangepast. Multidisciplinaire Intake (MDI) zou de oplossing (efficiency) hiervoor geweest zijn. Er komt, na de overgang brandweer-centralisten van politie naar Veiligheidsregio Haaglanden (VRH), een nieuwe (structurele) afspraak tussen VRHM en VRH over de financiering van het personeel. E.e.a. betekent momenteel een substantiële, niet begrote, verhoging van ongeveer € 300.000. Gedurende de huidige beleidsplanperiode 2020-2023 kan deze verhoging binnen het financieel kader, als gevolg van verwachte incidentele onderuitputting van kapitaallasten gedurende deze periode, worden opgevangen. Begrotingstechnisch wordt deze administratief ‘opgelost’ door overheveling van een deel van de inwonerbijdrage van de programma-taak Brandweer en Risico- en Crisisbeheersing naar programma-taak Meldkamer Brandweer Hollands Midden vanaf begroting 2022.
Programmabegroting 2020
Lasten en baten MBHM
Realisatie 2020
Taakveld
Primair
Wijziging
Saldo
Lasten
Product Alarmering Uitvoering convenant Subtotaal Lasten
1.1
859.000 859.000
-
859.000 859.000
1.184.842 1.184.842
Dekkingsbronnen: Gem. bijdragen Ov. Baten - primair Subtotaal Baten
1.1 1.1
-859.000 -859.000
-
-859.000 -859.000
( x € 1.0 0 0 )
Voor bestemming Mutatie reserves Na bestemming Vennootschapsbelasting Resultaat na belasting
0.10
-
Saldo
Verschil Saldo
1.184.842 1.184.842
-325.842 -325.842
-859.400 -30.000 -889.400
-859.400 -30.000 -889.400
400 30.000 30.400
295.442 295.442
-295.442 -295.442
Baten
-
-
1.184.842 1.184.842
-889.400 -889.400
-
-
1.184.842
-889.400
295.442
-295.442
0.9 0.11
Exclusief overhead Overhead
-
-
-
1.184.842
-889.400
295.442
-295.442
Inclusief overhead
-
-
-
1.184.842
-889.400
295.442
-295.442
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 30
3 Programma Oranje Kolom
4.1 Algemeen De in de gemeenschappelijke regeling VRHM deelnemende gemeenten bundelen hun krachten steeds meer op het gebied bevolkingszorg en zorgen met het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing (BGC) voor verdere professionalisering hiervan. Dit gebeurt in operationele zin en in de advisering aan het AB en/of DB. In de VRHM is de wettelijk voorgeschreven functie van coördinerend functionaris opgenomen in de formatie van het BGC. Deze functionaris is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis. In de bestuurlijke rapportages en in het jaarbericht legt deze functionaris rekening en verantwoording af aan het AB over het gevoerde beleid en beheer in diens rol als coördinerend functionaris en over de werkzaamheden die uitgevoerd worden door het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing (BGC). In 2020 heeft het BGC veel inzet gepleegd ten behoeve van de aanpak van de Covid-crisis. Daarnaast is een kennisbank ingericht voor adviseurs crisisbeheersing van de gemeenten, is gewerkt aan de versterking van crisiscommunicatie in het eerste uur en zijn verschillende (online) opleidingen verzorgd. Ook is een werkgroep opgericht om te komen tot een herziening van de gemeentelijke crisisbeheersing.
4.2 Wijze van realisatie van de beleidsvoornemens in 2020 Wat willen wij bereiken Maatschappelijk effect Strategisch doel Hulpverlening Realistische hulpverlening bij rampen en crises voor niet- of verminderd zelfredzamen die aansluit bij het verwachtingspatroon van de samenleving
Deze hulpverlening is informatie gestuurd, risico- en omgevingsgericht
Wat gaan wij ervoor doen Operationeel doel
Prestaties
Realisatie
Een (sub)regionale hulpverleningsor ganisatie die opgeleid, geoefend en ervaren is om de bevolkingszorgp rocessen communicatie, publieke zorg, ondersteuning, omgevingszorg en nafase zo efficiënt en effectief mogelijk uit te voeren
Uitvoeren jaarlijks werkplan Bevolkingszorg plus het opstellen en uitvoeren van het programma bevolkingszorg 2020-2023
Deels
Afronding peerreviews en monitoren prestatiekader Bevolkingszorg en het ontwikkelen van een nieuwe wijze van meten en monitoren.
Deels
Jaarlijks opleidings- en oefenprogramma voor bevolkingszorgfunctionarissen Actualisering Planvorming Certificering van bevolkingszorgfunctionarissen (vakbekwaamheid vergroten)
Ja
Verstrekken piketvergoedingen - Sectie Bevolkingszorg - Informatiemanager BT - Informatiecoördinator TBZ - Crisiscommunicatie - Onderhoud OOV-Alert - Onderhoud Crisisapp - Landelijke afdracht Vakbekwaamheid - Samenwerking en het onderhouden van contacten met MOV-ers
Ja
Ja Ja
Ja
Realisatie/toelichting op afwijking Werkplan 2020 is grotendeels uitgevoerd als gepland, echter door Covid-19 en uitval van 1 van de medewerkers van het BGC (deels) zijn niet alle doelstellingen behaald. De volgende onderdelen zijn niet afgerond: - maken van een dashboard voor Bevolkingszorg - wel is een eerste concept hiervoor opgeleverd samen met
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 31
Control; - ontwikkelen van prestatie-indicatoren – wel zijn strategische doelstellingen opgesteld en concept-indicatoren, welke in 2021 nader uitgewerkt worden met de afdeling proces-en projectondersteuning. - LEAN-traject mbt processen BGC is verplaatst naar 2021 (afhankelijk van Covid-19) – Dit heeft een lagere prio. - Vakbekwaamheids-registratie is opgepakt met RCB en een ‘tool’ hiervoor is getest. Om dit verder op te pakken met IM zal een voorstel worden opgesteld met RCB, welke begin 2021 de besluitvorming in gebracht zal worden. - Inzicht in beleidscycli van gemeenten: een projectplan hiervoor is opgesteld door afdeling strategie en beleid, uitvoering vindt in 2021 plaats. - Inzet BZ in niet opgeschaalde situaties: een scenario-uurtje hiervoor is voorbereid, het eerste scenario-uur wordt in 2021 gegeven. Ontwikkelen nieuwe wijze van meten: prestatiekader BZ is afgerond en op aanvraag kan opnieuw het kader worden ingevuld. Er is ook een monodisciplinaire evaluatietool opgesteld. Wat nog moet worden opgepakt is het door ontwikkelen van het dashboard Bevolkingszorg. Crisiscommunicatie Tijdige en adequate overheidscommunicati e bij van rampen of crises dragen bij aan de zelfredzaamheid in de samenleving en kunnen maatschappelijke onrust doen beperken.
De burgemeester wordt ondersteund door een 24/7 operationele regionale crisiscommunic atieorganisatie.
De crisiscommunic atieorganisatie is opgeleid, en geoefend om de crisiscommunic atie efficiënt en effectief uit te (doen) voeren door de burgemeester.
Uitvoeren jaarlijks werkplan van de regionale werkgroep risico- en crisiscommunicatie
Deels
Opstellen van een nieuw plan van aanpak voor crisiscommunicatie in het eerste uur.
Ja
Afstemming met afdeling risico- en crisisbeheersing over overdracht van taken en samenwerking over risico- en crisiscommunicatie.
Ja
Realisatie/toelichting op afwijking Uit het werkplan risico- en crisiscommunicatie is een groot aantal onderwerpen opgepakt en afgerond in 2020. Wat (mede vanwege Covid-19) is blijven liggen is: crisiscommunicatie in de nafase en het convenant met de regionale omroep (moet geactualiseerd worden). Verder is een aantal punten niet afgerond: versterken zelfredzaamheid (dit wordt deels opgepakt via de nieuwe crisiswebsite Hollandsmiddenveilig en er is een werkgroep zelfredzaamheid).
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 32
4.3 Lasten en baten Programmabegroting 2020
Lasten en baten OK
Realisatie 2020 Baten
Saldo 553.980 553.980
Verschil Saldo 61.020 61.020
-609.000 -66.000 -13.275 -688.275
-609.000 -66.000 -13.275 -688.275
13.275 13.275
553.980
-688.275
-134.295
74.295
-60.000
553.980
-688.275
-134.295
74.295
-
-60.000
553.980
-688.275
-134.295
74.295
-60.000 60.000
-
-60.000 60.000
553.980 81.002
-688.275
-134.295 81.002
74.295 -21.002
-
-
-
634.981
-688.275
-53.294
53.293
Taakveld 1.1
Primair 615.000 615.000
Wijziging -
Saldo 615.000 615.000
1.1 1.1 1.1
-609.000 -66.000 -675.000
-
-609.000 -66.000 -675.000
-60.000
-
-60.000
-60.000
-
-60.000
Exclusief overhead Overhead Inclusief overhead
( x € 1.0 0 0 )
Uitvoering programma Subtotaal Lasten Dekkingsbronnen: Gem. bijdragen Rijksbijdrage (BDUR) Ov. Baten - primair Subtotaal Baten Voor bestemming Mutatie reserves Na bestemming Vennootschapsbelasting Resultaat na belasting
Lasten 553.980 553.980
0.10 0.9 0.11
Het programma Oranje Kolom is binnen het budgettaire kader van de begroting 2020 gerealiseerd. De lagere kosten ten opzichte van de begroting worden voornamelijk veroorzaakt doordat er niet realistisch geoefend kon worden in 2020.
Kerngegevens Formatie 2020
Fte
Coördinerend Functionaris
0,40
Beleidsmedewerker
2,40
Ondersteunend medewerker
0,70
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 33
4 Overzicht Overhead
5.1 Algemeen Overhead bestaat uit alle loonkosten van de met name genoemde zogenaamde PIOFACH-functies, ook de ICT kosten van alle PIOFACH-systemen, alle huisvestingskosten, de uitbestedingskosten bedrijfsvoering en naar rato de rentekosten die niet zijn toe te delen aan de taakvelden in het primaire proces. Dat betekent dat in ieder geval de kosten in verband met de volgende elementen tot kosten van overhead worden gerekend en moeten worden opgenomen: - Financiën, toezicht en controle organisatie - Personeel en Organisatie - Inkoop (incl. aanbesteding en contractman.) - Interne en externe communicatie - Juridische zaken - Bestuurszaken en bestuursondersteuning - Informatievoorz. en automatisering PIOFACH - Facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging) - Documentaire informatievoorziening (DIV) - Managementondersteuning primair proces
Prestatieverloop en kerngegevens De totale overheadkosten 2020 bedragen € 12,3 mln. zijn € 0,9 mln. lager dan begroot. De voornaamste oorzaken zijn de verschillen tussen de begrote overheadkosten op de onderdelen ‘Personeel en organisatie’ ( € 0,6 mln.) en Facilitaire zaken en Huisvesting ( € 0,4 mln.). De lagere lasten op het onderdeel ‘Personeel en organisatie’ wordt voornamelijk veroorzaakt door de vacatureruimte gedurende het 2020. Het verschil bij het onderdeel Facilitaire zaken en Huisvesting wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere afschrijvingslasten op uitgestelde investeringen/ projecten. Overhead naar organisatieonderdeel (x € 1.000) Financiën, Toezicht en Controle
Begroting 2020
Realisatie 2020
795
948
3.680
3.033
Inkoop, aanbesteding, contractman.
274
272
Interne en externe communicatie
435
609
Bestuurszaken en bestuursondersteuning
371
370
Informatievoorziening en automatisering
2.654
2.580
Facilitaire zaken en Huisvesting
1.304
880
144
154
Leidinggevenden primair proces en MO
3.534
3.486
Totaal Overhead
13.190
12.332
Personeel en organisatie
Documentaire informatievoorziening
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 34
Overhead als % totale begroting VRHM 23,0 22,5
%
22,0 21,5 21,0 20,5 2018
Overhead
2019
2020
2018
2019
2020
(x € 1 mln.) Huisvesting
0,18
0,21
0,19
Salarissen
7,09
8,05
8,16
Overige P-kosten
2,64
2,23
1,80
ICT
1,17
1,52
1,54
Overig overhead
0,52
0,42
0,64
Totaal
11,60
12,43
12,33
De totale Overheadkosten bedragen € 12,33 mln. en zijn in lijn met 2019. Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie. Apparaatskosten
2018
2019
2020
(x € 1 mln.) Huisvesting (kant.)
0,18
0,21
0,19
Huisvesting (prim.)
6,60
6,04
6,57
Subtotaal
6,78
6,25
6,76
Salarissen (prim.)
23,95
24,35
25,64
Salarissen (overh.)
7,09
8,06
8,16
Subtotaal
31,04
32,41
33,80
Ov.P-kosten
2,64
2,44
1,80
ICT (overh.)
1,17
1,52
1,54
Ov. overhead
0,52
0,43
0,64
Subtotaal
4,33
4,39
3,98
Totaal
42,16
43,05
44,54
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 35
De totale apparaatskosten bedragen in 2020 € 44,54 mln. en zijn met € 1,49 mln. toegenomen ten opzichte van 2019. De oorzaak is de toename van de salarislasten met € 1,39 mln. Conform de CAO zijn de salarissen op 1 januari 2020, op 1 juli 2020 en op 1 oktober 2020 met 1% gestegen. Apparaatskosten
2018
P/inwoner (€)
54,01
2019
2020
54,71
56,07
De beperkte toename van de kosten per inwoner wordt veroorzaakt door de toename van de apparaatskosten (+ 2,1%). Het inwoneraantal is eveneens toegenomen (+0,9%). Externe inhuur
2018
2019
2020
(x € 1 mln.) Totaal inhuur
1,30
0,87
1,02
Inhuur als % loonsom
4,17
2,69
3,04
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 36
5 Paragrafen
5.1 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (artikel 11 BBV) 6.1.1 Algemeen Op grond van het Besluit BBV bestaat het weerstandsvermogen uit de relatie tussen: • De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de VRHM beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. • Alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf betreffende weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste: • Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit. • Een inventarisatie van de risico's. • Het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico's. In de afgelopen jaren heeft de VRHM in het jaarbericht en in de begroting een gelijkluidende paragraaf opgenomen omdat beide documenten in dezelfde bestuursvergadering worden vastgesteld. In de paragraaf weerstandsvermogen worden vermeld: • De risico’s van materieel belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. • Het weerstandsvermogen en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van risico’s van materieel belang met het weerstandsvermogen kunnen worden opgevangen. Een nieuw Regionaal Beleidsplan 2020-2023 is opgesteld en op basis van dit beleidsplan zal een nieuwe risico-inventarisatie worden opgesteld.
6.1.2 Inventarisatie weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen is de mate waarin onvoorziene tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt. Het weerstandsvermogen kan worden uitgedrukt als de verhouding tussen de reëel aanwezige weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde (en gekwantificeerde) risico's. De weerstandscapaciteit is de optelsom van in de organisatie aanwezige middelen om dit soort tegenvallers op te vangen. Deze middelen bestaan uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves, de stille reserves en ook uit de nog niet ingevulde begrotingsruimte en de post onvoorzien. De belangrijkste component van de weerstandscapaciteit is het (vrije) eigen vermogen, dat wil zeggen de vrije componenten van de algemene reserve en van de bestemmingsreserves. De algemene reserve van de VRHM kent geen geoormerkte bestanddelen en is daarmee in haar geheel inzetbaar voor het afdekken van de financiële consequenties van risico’s. Ultimo 2020 bedraagt het saldo van de algemene reserve (voor resultaatbestemming 2020) € 932.000. Daarnaast beschikt de VRHM over bestemmingsreserves, waarvan de aard, de bestemming en het verloop in de Nota reserves 2017-2018 zijn aangegeven. De Nota reserves 20172018 was vorig jaar met 1 jaar verlengd en gold ook voor 2019.
In verband met de bijzondere omstandigheden in 2020 als gevolg van de Covid-19-crisis, is er in 2020 geen nieuwe Nota reserves
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 37
opgesteld. In het 1ste kwartaal 2021 zal de nieuwe Nota reserves 2020-2023 ter besluitvorming aan het Dagelijks Bestuur worden aangeboden. Het beleid van de VRHM is er op gericht te werken met een structureel sluitende exploitatiebegroting en de bestemmingsreserves in te zetten waarvoor zij zijn ingesteld. In de bestemmingsreserves is daarom geen ‘vrij besteedbare ruimte’ opgenomen die benut kan worden als een risico manifest zou worden. 6.1.3 Inventarisatie risico’s In onderstaande overzicht zijn de risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.
Uit het resultaat van de uitgevoerde risicosimulatie (Monte-Carlosimulatie) volgt dat het voor 90% (norm NARIS) zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 917.322 (benodigde weerstandscapaciteit). Covid-19 De uitbraak van Covid-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact gehad op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidde tot ongekende omstandigheden. Het (pandemie) risico was niet meegenomen bij de risico-inventarisatie en de mogelijke financiële impact. In 2020 is gebleken dat Covid-19 geen financieel effect op het weerstandsvermogen heeft gehad. Gebleken is dat de hogere kosten die verband hielden met Covid-19 niet opwogen tegen de lagere ‘minderkosten’. Covid19 heeft derhalve geen negatieve impact gehad op het weerstandsvermogen. Zie hiervoor ook de (bijlage) ‘verantwoording Covid-19 kosten’.
6.1.4 Beleid over weerstandscapaciteit en risico´s Risicomanagement is erop gericht de schadelijke gevolgen van in kaart gebrachte risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit kan worden gedaan door het vermijden van het risico (opheffen van de oorzaak), het verminderen van de impact van het risico (terugbrengen netto verwachte omvang en/of terugbrengen waarschijnlijkheid) of het overdragen van het risico (bijvoorbeeld door te verzekeren). De VRHM heeft diverse verzekeringspolissen afgesloten voor aansprakelijkheid, ongevallen personeel, schade aan opstallen, bedrijfsinventarissen en materieel. De VRHM voldoet hiervoor premie en kent per schade een beperkt eigen risico. Als de verwachte impact van het risico naar verhouding erg klein is, kan er ook voor gekozen worden het risico te accepteren. Als dat risico zich dan voordoet, draagt de VRHM de gevolgen zelf. Daar waar de VRHM een risico heeft verzekerd, maakt dit geen onderdeel meer uit van het vraagstuk rond het weerstandsvermogen. Immers het financieel risico is afgedekt en bij een derde, een verzekeringsmaatschappij, belegd.
6.1.5 Beoordeling verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie Het weerstandsvermogen is de mate waarin onvoorziene tegenvallers kunnen worden opgevangen De aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten staan er garant voor dat de VRHM te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen (art. 51 6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 38
gemeenschappelijke regeling VRHM). Daarmee is het weerstandsvermogen in principe altijd 100%. Maar de VRHM heeft hierin ook een eigen verantwoordelijkheid en acht het vanuit normale bedrijfsvoering onwenselijk om telkens als zich een onverwachte tegenvaller voordoet, de deelnemende gemeenten aan te moeten spreken om financieel bij te springen. Daarom kiest zij ervoor zelf een zekere weerstandscapaciteit op te bouwen die afdoende dient te zijn om (de belangrijkste) onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen.
6.1.6 Financiële kengetallen
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 39
Het weerstandsvermogen is afgenomen van 1,58 tot 1,01. Ondanks de daling is de VRHM (theoretisch) in staat om de financiële consequenties van de geïdentificeerde risico’s zelf op te vangen. De netto risico’s zijn gelijk gebleven en de algemene reserve is per saldo afgenomen met € 523.000: enerzijds de onttrekking van € 725.000 en anderzijds de toevoeging van € 202.000 in 2020 naar aanleiding van de resultaatbestemming 2019. Op basis van onderstaande normtabel bevindt het weerstandsvermogen van de VRHM zich in categorie ‘C’ en kwalificeert zich hiermee als ‘voldoende’. Waardering
Ratio A B C D E F
> 2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 < 0.6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de VRHM ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote daalt van 24% tot 17% en is hiermee verder verbeterd. De oorzaken van de afname zijn voornamelijk een afname van de schulden en de toename van de baten. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de VRHM aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De solvabiliteitsratio is, als gevolg van een toename van het eigen vermogen, gestegen van 15% tot 19%. Het eigen vermogen is voornamelijk gestegen door de toename van het (positieve) jaarrekeningresultaat. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is (structurele baten en lasten vergeleken met de totale baten). De structurele exploitatieruimte bedraagt 4,6% en laat in 2020 een sterke positieve ontwikkeling zien. De oorzaak is dat de toename van de totale baten en de afname van de incidentele baten, zodat de structurele baten zijn toegenomen.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 40
5.2 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen (artikel 12 BBV) De financiële verordening schrijft ten aanzien van het onderhoud van de kapitaalgoederen het volgende voor: − Tenminste eens in de vier jaar wordt het meerjarig onderhoudsplan voor het (de) bedrijfsgebouw(en) in eigendom geactualiseerd om de noodzaak tot aanpassing van de jaarlijkse storting in de voorziening groot onderhoud gebouwen vast te stellen; − Bij de begroting en de jaarstukken doet het Bestuur verslag over de voortgang van het geplande onderhoud aan bedrijfsgebouwen en, als de actualisering van het meerjarig onderhoudsplan daartoe aanleiding geeft, van de (financiële) gevolgen daarvan. De VRHM beschikt niet over de kapitaalgoederen wegen, riolering, water en groen. In de sfeer van gebouwen, inventaris, voertuigen en redgereedschappen is wel sprake van onderhoud van kapitaalgoederen. 6.2.1 Onroerend goed Object Brandweerkazerne Loods Crisisruimte RBT Crisisruimte ROT Voormalige GMK, kantoorpand Parkeerterrein Kantoorgebouw TNT Post ROB
Locatie 11 locaties Leiden, Gooimeerlaan 25 Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Rooseveltstraat 4a Leiden, Schipholweg 130 Waddinxveen, Noordeinde 48
Eigendomsvorm Volledig eigendom Opstal Gemeente Leiden Gemeente Leiden Volledig eigendom Volledig eigendom Volledig eigendom, inmiddels bouwlocatie Opstal
Bodegraven, nieuwbouw In 2020 is de nieuwbouw van de brandweerkazerne gerealiseerd en op 27 november 2020 in gebruik genomen. De officiële opening vindt mogelijk in 2021 plaats. Leiden, Rooseveltstraat 4a In januari 2020 is door het directieteam het besluit genomen om deze locatie voor minimaal 10 jaar aan te houden en de kantoorlocaties ingrijpend te verbouwen. De verbouwing is gepland in 2021. Leiden, Schipholweg 130 De start van de nieuwbouw heeft vertraging opgeleverd als gevolg van beroepsprocedures tegen de nieuwbouw van de kazerne Leiden-Noord. In het derde tertiaal van 2020 is de bouw gestart en is op 13 november 2020 de officiële eerste paal geslagen. Naar verwachting wordt de brandweerkazerne in het derde tertiaal 2022 in gebruik genomen. Leimuiden, verbouw In 2020 is de koopovereenkomst ondertekend en daarmee de brandweerkazerne overgedragen aan de VRHM. Door een aantal oorzaken is de verbouwing vertraagd. De planning is dat de verbouwing in het tweede tertiaal van 2021 wordt gerealiseerd. Driebruggen, nieuwbouw De huidige brandweerkazerne van Driebruggen wordt gehuurd van een particuliere partij. Deze partij wilt het huidige terrein ontwikkelen voor woningen, waardoor er samen met de gemeente gezocht is naar een nieuwe locatie voor de brandweerkazerne. 6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 41
Schoonhoven, verbouwing Door het uitblijven van een geschikte nieuwbouwlocatie is de bovenverdieping van de kazerne Schoonhoven ingrijpend verbouwd. Een aantal werkzaamheden is door zelfwerkzaamheid van vrijwilligers uitgevoerd. Stolwijk, nieuwbouw In 2020 is het directieteam akkoord gegaan met de nieuwbouw voor Stolwijk. Het programma van eisen is afgestemd op het aantal vrijwilligers van deze brandweerkazerne. Voorschoten, verbouwing De verdieping van de brandweerkazerne is evenals in Schoonhoven ingrijpend verbouwd, mede ook door zelfwerkzaamheid van vrijwilligers. Waddinxveen, verbouwing In 2020 is met de gemeente afgesproken dat zowel de brandweerkazerne als het realistisch oefencentrum tot 2030 op de huidige locatie blijven. De komende jaren wordt gezocht naar een nieuwe locatie. Daarnaast zijn met de gemeente afspraken gemaakt om de brandweerkazerne te verduurzamen en wordt er komend jaar groot onderhoud uitgevoerd. Zwammerdam, nieuwbouw MFA De voorbereidingen voor de nieuwbouw van de Multifunctionele accommodatie (MFA) in Zwammerdam verlopen gestaag. De huidige brandweerkazerne staat op het terrein van Ipse de Bruggen. Zij hebben medio 2020 aangegeven dat het terrein in 2021 wordt verkocht aan een projectontwikkelaar. Samen met de gemeente wordt gezocht naar een tijdelijke locatie voor de huisvesting van de brandweer totdat de bouw van de MFA gereed is.
Het is, mede in verband met bezwaren door bewoners, nog onduidelijk wanneer de MFA wordt opgeleverd. Duurzaamheid In het Klimaatakkoord (2010) is afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 met 49% moet zijn verminderd. De VRHM investeert extra met energiebesparende maatregelen, zoals zonnepanelen, warmtepompen, met name bij de nieuwbouw en verbouw van brandweerkazernes. Het streven is om energieneutraal (ENG) te bouwen wat verder gaat dan bijna energieneutraal (BENG), maar ook te bouwen zonder afhankelijk te zijn van aardgas. Voorziening groot onderhoud De voorziening groot onderhoud is gebaseerd op de uitgevoerde schouw. Hierbij is voor de komende 20 jaar aangegeven welke werkzaamheden per jaar per eigendomskazerne uitgevoerd moeten worden en een inschatting van de kosten. Jaarlijks wordt een vast bedrag aan de voorziening gedoteerd om, uitgaande van de stand van de voorziening per 31-12-2018, alle voorziene werkzaamheden aan de eigendomskazernes uit te kunnen voeren. Voorzien was dat in 2020 in totaal € 23.500 aan onderhoudsactiviteiten zou worden uitgevoerd. In 2020 is uiteindelijk voor in totaal € 21.600 aan onderhoudsactiviteiten uitgevoerd. De werkzaamheden hadden betrekking op: - Schilderwerk buitenkant; - Reiniging van de buitenkant; - Vervanging zonwering en - Vervanging van lampen voor LED-lampen.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 42
De stand van de voorziening groot onderhoud bedraagt per 31-12-2020 € 112.859. In voorgaande jaren zijn er geen onttrekkingen geweest. In de laatste maanden van 2020 gestart met het opstellen van een ‘huisvestingsvisie’, waarbij is gestart met het omschrijven van een aantal pijlers voor 2021. Er is gewerkt aan het vastleggen van een duurzaamheidsambitie (voor de gehele organisatie) en er is een eerste opzet van een stappenplan voor verduurzamen van vastgoed geschreven. Dit stappenplan start in 2021 onder andere met het verduurzamen van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Uiteindelijk leidt het tot een MJOP met onderhouds- en verduurzamingsmaatregelen. Dagelijks (gebruikers)onderhoud in kazernes en werkplaatsen Voor alle belangrijke kapitaalgoederen zijn in 2014 onderhoudsplannen vastgesteld en in 2020 geactualiseerd daar waar dit nodig was. Een belangrijk gedeelte van het onderhoud op mobiliteit en PFU (inspecties, klein onderhoud) voeren de gebruikers zelf in de kazernes uit. Om wachturen van het 24-uurs beroepspersoneel optimaal in te zetten, worden het onderhoud aan ademlucht, de reiniging van bluspakken, slangen en klein onderhoud aan de kazernes en voertuigen door deze collega’s uitgevoerd. Met ingang van januari 2019 is het onderhoudsprogramma “Bumper tot Bumper” ingevoerd en in het verslagjaar 2020 aangepast en verbeterd.
Dit behelst het onderhoud en controle aan de bepakking van alle tankautospuiten en andere grote voertuigen. Werkplaatsen zijn hiervoor voldoende geoutilleerd en voldoen aan de vigerende veiligheidseisen, ook aan de speciale vereisten die de Covid-19 pandemie van ons vraagt. De werkzaamheden binnen dit programma zijn in het verslagjaar opnieuw uitgebreid. Omdat de beschikbaarheid van 24-uurs personeel voor onderhoud altijd fluctueert, is er dagelijks facilitair personeel dat zich bezig houdt met onderhoud op de PFU-locaties en spoedeisend technisch onderhoud op locaties. Op een tweetal kazernes is een strategische voorraad ten behoeve van extreme weersomstandigheden voorhanden. Om het onderhoud en controle van alle brandweerslangen mogelijk te maken, is in 2019 een slangenwerkplaats in Alphen aan den Rijn ingericht en in 2020 operationeel gemaakt. Hiertoe is een slangen was- en controlemachine aangekocht en geïnstalleerd. Het werk in twee mobiliteitswerkplaatsen wordt volledig door 24-uurs personeel gedaan. In 2020 zijn alle werkprocessen ten aanzien van mobiliteit, PFU en logistiek opnieuw beschouwd en verbeterd. Hier zijn de medewerkers van Beheer en Onderhoud en de 24-uurs dienst betrokken geweest. Met deze procesbeschrijvingen wordt het eenduidig werken versterkt en de efficiency verbeterd.
6.2.2 Mobiliteit
A. Vervanging redvoertuigen In 2018 is het officiële startsein gegeven voor de vervanging van redvoertuigen. De publicatie voor de Europese aanbesteding heeft plaatsgevonden. De aanbesteding is voltooid in 2020 en in 2021 wordt het eerste voertuig verwacht. B. Tankautospuiten Eind 2020 is het contract getekend voor de levering van 45 nieuwe tankautospuiten. Eind 2021 zal de eerste worden geleverd. C. Watertransportsysteem 500
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 43
Eind 2020 is het contract getekend voor de levering van 3 nieuwe waterwagens met een watertransport-systeem 500. De levering staat voor eind 2021 gepland. D. Autoladders Medio 2020 is het contract getekend voor de levering en onderhoud van 7 nieuwe autoladders. Eind 2021 zal de eerste worden geleverd.
E. Nieuwe werkvoertuigen voor Vakbekwaamheid en Beheer&Onderhoud De in 2019 bestelde voertuigen zijn in het verslagjaar 2020 afgeleverd en naar volle tevredenheid in gebruik genomen.
Financieel Onderhoudslasten (x € 1.000) Gebouwen Vervoermiddelen Persoonlijke functionele uitrusting Totaal
2018
2019
2020
746
618
1.261
1.367
1.388
1.293
250
191
224
2.363
2.197
2.778
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 44
5.3 Paragraaf financiering (artikel 13 BBV) 6.3.1 Risicobeheer van de financieringsportefeuille Het risicobeheer is opgenomen onder de treasury functie. De doelstelling van de treasury functie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s. • Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie. • Het minimaliseren van de rentekosten en het maximaliseren van de renteopbrengsten. Het Treasury statuut vormt het kader voor het uitvoeren van de treasury functie onder de voorwaarden: • Gelden worden alleen uitgezet bij het Ministerie van Financiën in verband met de heersende Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden; • Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee of meerdere financiële instellingen. • Er wordt geen gebruik gemaakt van derivaten. • De VRHM verstrekt zelf geen geldleningen. Met het oog op de voorgenomen nieuwe investeringen zal op basis van de liquiditeitsplanning worden beoordeeld tot welk bedrag aanvullende geldleningen benodigd zijn. Bij aanschaf van duurzame goederen worden de aangegane geldleningen qua looptijd zoveel mogelijk afgestemd op de economische levensduur van die activa.
• Het enkel voor beleggingsdoeleinden kopen van aandelen is in de verordening uitgesloten, behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak. Aandelen zullen nooit worden gekocht zonder voorafgaand advies van het DB. De VRHM is te typeren als een geld vragende instelling en treedt niet als partij op om eventueel tijdelijk overtollige middelen om te zetten in beleggingsproducten. De VRHM houdt zich aan de in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden vermelde normen ten aanzien van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Binnen de taken van der VRHM is geen sprake van grondexploitatie.
6.3.2 Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. Een GR mag twee kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2020 weergegeven: Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Gemiddeld netto Ruimte of vlottende schuld Kasgeldlimiet Overschrijding -9.752 -23.751 -14.114 -32
4.731 4.731 4.731 4.731
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
-14.483 -28.482 -18.845 -4.763
Pagina 45
In heel 2020 was er sprake van een vordering en daardoor geen sprake van een overschrijding van het kasgeldlimiet. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden.
6.3.3 Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de renterisiconorm in 2020 weergegeven: Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2020
Begrotingstotaal (primitief) Wettelijk percentage Renterisiconorm Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen) Ruimte onder renterisiconorm
2019
57.696
56.426
20%
20%
11.539 -4.439 7.100
11.285 -7.452 3.833
Het bedrag aan langlopende leningen, waarover de VRHM een renterisico loopt, blijft ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO), zoals blijkt uit de tabel. 6.3.4 Financiering De ontwikkeling van de leningenportefeuille is in onderstaande tabel gegeven: Ontwikkeling leningenportefeuille (bedragen x € 1.000) Stand per 1 januari 2020 Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen Stand per 31 december 2020
2020
22.686 -4.439 18.247
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 46
Overzicht leningenportefeuille BNG Leningnummer BNG 40.102390 BNG 40.106332 BNG 40.106460 BNG 40.106461 BNG 40.106462 BNG 40.110863 BNG 40.110864 NWB 10030215 BNG 40.113461 Totaal
Hoofdsom Loop- Einddatum Rente tijd 2.500.000 20 15-12-2026 4,00% 2.300.000 10 27-1-2021 3,11% 1.000.000 10 24-2-2021 3,46% 3.930.000 10 24-2-2021 4,00% 3.230.000 9 24-2-2020 3,89% 4.000.000 7 1-12-2023 0,28% 3.000.000 15 1-12-2031 0,88% 4.000.000 20 1-8-2039 0,57% 7.000.000 20 19-12-2039 0,45% 30.960.000
Saldo 1-1-2020 875.000 345.000 150.000 3.144.000 2.584.000 2.285.714 2.400.000 3.902.439 7.000.000 22.686.153
Nieuw
Aflossing
-
125.000 230.000 100.000 98.250 2.584.000 571.429 200.000 195.122 335.410 4.439.210
Rente boekjaar 34.737 1.166 3.102 122.422 15.146 6.808 22.764 21.502 30.591 258.240
Saldo 31-12-2020 750.000 115.000 50.000 3.045.750 1.714.286 2.200.000 3.707.317 6.664.590 18.246.943
In 2020 zijn geen nieuwe geldleningen aangetrokken. Een lening met een looptijd welke was gekoppeld aan een verkoop van een kazerne is versneld afgelost. Inmiddels is besloten de kazernes niet terug te verkopen aan gemeenten. 6.3.5 Rentemethodiek en renteresultaat Voor de toerekening van de rentelasten maakt de VRHM gebruik van de rente-omslag-methode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen. Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten aan de hand van de stand van de investeringen toegerekend aan de prestaties. De achterliggende gedachte is hierbij dat de gehanteerde omslagrente een reëel percentage is. Hieronder een overzicht van het renteresultaat:
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 47
Renteresultaat (bedragen x € 1.000)
2020
De externe rentelasten De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
258 258
Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
258
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Rente over het eigen vermogen en de voorzieningen
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
258
Aan taakvelden toegerekende rente
-258
Renteresultaat op het taakveld Treasury
-
Bij de gehanteerde rentesystematiek wordt de betaalde rente omgeslagen over het totaal aan activa. Voor 2020 bedraagt dit 0,9%. Dit percentage wordt de omslagrente genoemd. Omslagrente (bedragen x € 1.000)
2020
Aan taakvelden toe te rekenen rente Waarde vast activa per 1 januari 2020 Gemiddelde rente
258 28.565 0,90%
Keuze voor de omslagrente
0,90%
6.3.6 Schatkistbankieren
Op grond van de wet Verplicht schatkistbankieren houdt VRHM haar overtollige middelen gedurende het jaar aan bij de schatkist. Het gemiddelde saldo van de overtollige middelen van een kwartaal mag het drempelbedrag niet overschrijden. Dat is in 2020 ook niet gebeurd.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 48
Berekening (bedragen x € 1.000) 2020
Drempelbedrag
433 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
274
315
302
324
Ruimte onder het drempelbedrag
159
118
130
109
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
Berekening dempelbedrag
Begrotingstotaal verslagjaar
57.696
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
57.696
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
nihil
Drempelbedrag
433
Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal
25.227
28.673
27.828
29.804
92
91
92
92
274
315
302
324
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
6.3.7 Overig
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 49
Complexe financiële producten De VRHM maakt geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten. Geldstromenbeheer De betalingen van de gemeente vinden zo veel mogelijk via de BNG plaats. Met de BNG is daartoe een ruime kredietfaciliteit van € 2 miljoen overeengekomen.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 50
6.4 Paragraaf verbonden partijen (artikel 15 BBV lid 2 BBV) a. Naam en vestigingsplaats Veiligheidsregio Hollands Midden, Leiden b. Openbaar belang dat behartigd wordt De Veiligheidsregio behartigt, op grond van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling, de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: • De brandweerzorg. • Het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer. • De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. • De multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. • De samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding. c. Belang per gemeente
Naam gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal
Aantal Inwoner Percentage stemmen bijdrage 6 2 4 2 2 4 3 6 2 2 2 3 2 2 2 2 1 3 50
12% € 6.347.244 4% € 2.168.265 8% € 4.565.723 4% € 1.180.078 4% € 1.701.361 8% € 3.449.348 6% € 3.282.503 12% € 9.935.450 4% € 1.638.492 4% € 1.402.183 4% € 1.550.814 6% € 2.882.073 4% € 1.304.128 4% € 1.947.365 4% € 1.344.608 4% € 1.473.975 2% € 648.390 6% € 2.338.728 100% € 49.160.728
Percentage 13% 4% 9% 2% 3% 7% 7% 20% 3% 3% 3% 6% 3% 4% 3% 3% 1% 5% 100%
Bovenstaande gegevens worden indicatief verstrekt aan gemeenten. Conform Artikel 51 van de Gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRHM geldend per 1 januari 2014 staan gemeenten garant voor exploitatie- en begrotingstekorten van de VRHM.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 51
Artikel 51 Waarborg/Garantstelling 1. 2.
3.
De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet. De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant voor de Veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.
d. Omvang van het vermogen1 Eigen vermogen 1/1/2020 Eigen vermogen 31/12/2020 Vreemd vermogen 1/1/2020 Vreemd vermogen 31/12/2020
€ 6.220.815 € 7.923.167 € 35.914.017 € 34.129.600
e. Omvang van het financiële resultaat 20201 Voorlopig resultaat 2020
6.5
€ 2.150.619
positief
Paragraaf bedrijfsvoering (artikel 14 BBV)
De verantwoording is opgenomen onder ‘Deelprogramma Bedrijfsvoering’ (blz. 20). Dit is conform de indeling van de programmabegroting 2020.
1 Op basis van de Voorlopige Jaarstukken 2020, voor accountantscontrole. De definitieve cijfers kunnen hier van afwijken. 6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 52
Jaarrekening 2020
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 53
Balans per 31 december 2020 Activa
31-12-2020
31-12-2019
(x € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut Totaal Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal
26.164
28.565 26.164
8.252
Totaal vaste activa
28.565
8.553 8.252
8.553
34.416
37.118
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen ´s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Totaal Liquide middelen - Kassaldi - Banksaldi Totaal
201
323
6.151 6
3.219 6.358
2 309
3.543
7 300 311
Overlopende activa - Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
967
Totaal vlottende activa
Totaal activa
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
307
1.187 967
1.187
7.637
5.036
42.053
42.154
Pagina 54
Passiva
31-12-2020
31-12-2019
932 4.841 2.151
1.455 4.221 546
(x € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen - Reserves a. Algemene reserve b. Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat Totaal
7.924
Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Voorziening ter egalisatie van kosten Totaal
7.207 1.070
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van a. Binnenlandse banken en overige financiële instellingen b. Openbare lichamen Totaal
18.247
6.222
7.827 949 8.277
Totaal vaste passiva
8.776
22.685 18.247
22.685
34.448
37.683
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Overige schulden Totaal Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren a. Voorschotten van het Rijk Totaal
6.607
3.343 6.607
890
1.023
108
Totaal vlottende passiva
Totaal passiva
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
3.343
105 998
1.128
7.605
4.471
42.053
42.154
Pagina 55
Overzicht van baten en lasten over 2020 Programmabegroting 2020 ( x € 1.0 0 0 )
LASTEN Brandweer en crisisbeheersing
Totaal Brandweer en crisisbeheersing MBHM Totaal MBHM Oranje Kolom Totaal Oranje Kolom Overhead Totaal Overhead Onvoorzien Totaal Lasten BATEN (Algemene dekkingsmiddelen) Rijksbijdrag (BDUR) Bijdragen van derden Gemeentelijke bijdr, primair Gem bijdr, Veiligheidshuis Totaal Baten Voor bestemming Mutatie reserves Brw en Crisisb Mutatie reserves MBHM Na bestemming VPB Na belasting
Realisatie 2020
Taakveld
Primair
Wijziging
Saldo
Lasten
0.1 0.5 1.1 1.2 8.3
50 801 41.942 188 50
95 -
50 801 42.037 188 50
43.031
95
859 859 615 615 13.191 13.191 57.696
Baten
Verschil Saldo
Saldo
82 261 41.123 203 33
82 261 41.123 203 33
-32 540 914 -15 17
43.126
41.702
41.702
1.424
95
859 859 615 615 13.191 13.191 57.791
1.185 1.185 554 554 11.898 11.898 55.338
1.185 1.185 554 554 11.898 11.898 55.338
-326 -326 61 61 1.293 1.293 2.453
95 -95 -
-6.099 -1.545 -49.107 -193 -56.944 847 -847 -
55.338 55.338 -
-6.314 -1.668 -48.866 -193 -57.041 -57.041 -448 -57.489
0.9
-6.099 -1.545 -49.107 -193 -56.944 752 -752 -
-6.314 -1.668 -48.866 -193 -57.041 -1.702 -448 -2.151 -
215 123 -241 97 2.549 -399 2.151 -
0.11
-
-
-
55.338
-57.489
-2.151
2.151
1.1 1.1 0.4 0.8
1.1 1.1 1.1 1.2
0.10 0.10
Het resultaat voor 2020 komt uit op € 2.150.619 positief. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door € 2.453.000 lagere lasten, want de opbrengsten zijn per saldo nagenoeg gelijk aan de programmabegroting. De personele lasten voor kantoor- en beroepspersoneel blijven ruim binnen budget. De ruimte wordt met name veroorzaakt door vacatureruimte gedurende het jaar. Ook zijn de kosten voor bovenschaligheid en bovenformativiteit wat afgenomen vanwege verloop van personeel. Binnen de materiële lasten is ook sprake van een onderschrijding. Een van de oorzaken is het doorschuiven van een aantal geplande investeringen. Verder zien we ook een onderschrijding binnen opleiden en oefenen, als gevolg van het tijdelijk stilleggen van het oefenprogramma. Ook op overige onderdelen heeft COVID invloed op de uitgaven. De bijdrage uit de voorziening voor de FLO is tevens op de overhead verantwoord € 617.000. Er is ook € 399.000 minder onttrokken aan de reserves. Het extra bedrag vanwege de uitstel van nieuw Leiden-Noord bleek gezien het jaarrekeningresultaat 2020 niet nodig (€ 436.500). Zie voor meer toelichting de taakveldoverzichten per programma.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 56
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1. 2.
3.
4.
5.
De jaarrekening is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Indien er sprake is van (eenmalige) effecten van grote omvang dient een verplichting opgenomen te worden.
Materiële vaste activa: Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in de maand na ingebruikname van de activa. De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren: Soort activum Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Overige bedrijfsmiddelen
6. 7.
8.
9.
Jaren 5-40 5-15 5-20
Voor het bepalen van de afschrijvingstermijnen is het bepaalde in artikel 9.5 lid 9 Waarderen en afschrijven van vaste activa van het Financieel Statuut VRHM van toepassing. De minimale activeringsgrens is € 25.000 voor aangeschafte (groep) activa vanaf 1 januari 2017. Financiële vaste activa: Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen de contante waarde. Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen. De voorziening voor egalisatie van de onderhoudskosten is gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren grootonderhoud aan de kapitaalgoederen. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in het jaarverslag is het beleid nader uiteengezet. De voorziening FLO wordt gewaardeerd tegen contante waarde. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. De voorziening FLO wordt gewaardeerd tegen contante waarde.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 57
10.
Vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Na wijziging van het BBV op 10 juli 2007 omvatten de overlopende passiva ook de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede voorschotbedragen voor overdrachten met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren en waarvoor bij niet-besteden een terugbetalingsverplichting bestaat.
6.1 bijlage concept voorlopige jaarstukken 2020 VRHM 16032021 versie DB
Pagina 58
Toelichting op de balans per 31 december 2020 (bedragen x € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa (bedragen x € 1.000) Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Overige materiële vaste activa Totaal
Saldo 1-1-2020 4.492 13.978 7.384 2.711 28.565
Investe- Desinvesteringen steringen
Afschrijvingen
Bijdragen van Afwaarderden deringen
2.743 2.366 923 363 3.651
2.743
788 1.455 650 2.893
402 14 14
402
Saldo 31-12-2020 1.749 15.154 6.838 2.424 26.164
De VRHM heeft alleen vaste activa met economisch nut in eigendom. Investeringen De investeringen in gebouwen bestonden uit onderhanden projecten voor de nieuwbouw aan de Schipholweg in Leiden € 770.000 en de kazerne Bodegraven € 1,3 miljoen (inclusief 2019 totaal € 1,4 miljoen). In 2020 is voor bijna € 600.000 aan dienstbussen, € 243.000 aan dienstvoertuigen en € 81.000 in piketvoertuigen geïnvesteerd. Onder de post 'overige materiële vaste activa' zijn investeringen verantwoord voor de ICT-projecten Vakbekwaamheid en Inzet Management Systeem (VIMS)-nazorg (€ 133.000), Zaak, Omgevings- en Risicogericht werken (€ 339.000) en Facilitair Management Systeem (FMS) (€ 170.000). Desinvesteringen De desinvestering gronden en terreinen bestaat uit de verkoop van de grond aan de Schipholweg. Tevens zijn er appartementsrechten ontstaan voor de nieuwe brandweerkazerne en appartementen. Bijdragen van derden Deze bijdrage is de verkoopprijs van een voertuig. Afwaarderingen Voor de frictiekosten van de oude Meldkamer in Leiden aan de Rooseveltstraat is van de RAV een bijdrage ontvangen van € 402.000.