CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Verordening Jeugd en Wmo Krimpenerwaard 2026 - aangepast na commissiebehandeling

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Verordening Jeugdhulp en Wmo 202619.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De bewerkelijkheid van de woning is niet van invloed op de hoogte van de indicatie en er wordt standaard geen extra aantal minuten (meer inzet) afgegeven. d. De omvang van de woning is niet van invloed op de hoogte van de indicatie en er wordt standaard geen extra aantal minuten (meer inzet) afgegeven.

21

e. Strijkvrije kleding is een voorliggende voorziening en/ of algemeen gebruikelijke voorziening en daardoor bestaat er geen noodzaak voor een strijkvoorziening. f. De boodschappendienst (o.a. digitale bezorgingsdienst supermarkten) is een voorliggende en/of algemeen gebruikelijke voorziening en daardoor bestaat er geen noodzaak voor een boodschappen voorziening. g. Het aantal minuten wordt naar boven afgerond naar 5 hele minuten.

4.1.3 Beschermd wonen Wmo 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van beschermd wonen. De inwoner heeft deze woonvorm nodig als gevolg van psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. De doelstellingen van beschermd wonen zijn herstel, werken aan een stabiel leven, veilig en gezond wonen, meer op de eigen benen leren staan en het weer meedoen aan de maatschappij. 2. De toegang tot beschermd wonen vindt plaats via de gemeente Gouda. 3. Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van beschermd wonen nodig hebben, gelden de regels over beschermd wonen die zijn vastgelegd in de verordening en de nadere regels van centrumgemeente Gouda: Zorg en ondersteuning (Wmo) | Gemeente Krimpenerwaard

4.1.4 Maatschappelijke opvang Wmo 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. Dit als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld. Met maatschappelijke opvang wordt ook de Vrouwenopvang en Jongeren Onder Dak bedoeld. 2. De toegang tot maatschappelijke opvang vindt plaats via de gemeente Gouda. 3. Buiten kantoortijden kan de inwoner zich direct melden bij de partij die de opvang in Gouda uitvoert. 4. Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels over maatschappelijke opvang die zijn vastgelegd in de verordening van Gouda zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Gouda: Zorg en ondersteuning (Wmo) | Gemeente Krimpenerwaard

4.1.5 Beschut wonen Wmo 1. De gemeente zorgt er voor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van beschut wonen. Beschut wonen is bedoeld voor bewoners die uitstromen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verblijfszorg jeugdzorg én om instroom te voorkomen. 2. Beschut wonen is een woonvorm met een gemeenschappelijke ruimte, waar begeleiding doordeweeks op vaste momenten aanwezig is en daarbuiten 24-uurs bereikbaar. 3. Bij beschut wonen is het uitgangspunt scheiden van wonen en zorg. Dit betekent dat de inwoner zelf de huur betaalt. De inwoner kan in aanmerking komen voor beschut wonen als de inwoner 18 jaar of ouder is en door psychiatrische problematiek, psycho-sociale problematiek, Ivbproblematiek, verslaving of een combinatie hiervan niet zelfstandig kan wonen. Er is 24-uurs bereikbaarheid nodig, de hulpvraag van de inwoner kan worden uitgesteld. 4. De gemeente beoordeelt of de inwoner in aanmerking komt voor beschut wonen. Er is wel een regionale plaatsingscommissie voor beschut wonen en een regionale wachtlijst.

4.2 Mantelzorg

22

Inwoners die mantelzorg verlenen kunnen bij het mantelzorgsteunpunt van WelZijn Krimpenerwaard terecht voor informatie, advies en ondersteuning: Zorg en ondersteuning (Wmo) | Gemeente Krimpenerwaard

4.2.1 Ondersteuning mantelzorger Wmo 1 De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die mantelzorg geven, hulp-op-maat kunnen krijgen als zij niet meer in staat zijn om de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat zij overbelast raken. 2. De hulp-op-maat houdt in dat een professionele hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode overneemt, dat er ondersteuning voor de zorgvrager of respijtzorg wordt ingezet of dat een pgb wordt verstrekt om hulp in te kopen die kan worden ingezet om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten.

4.2.2 Mantelzorgwaardering Wmo 1. De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering beschikbaar. De mantelzorgwaardering is een blijk van waardering voor het werk van de mantelzorger. Ook onderstreept de mantelzorgwaardering het belang van mantelzorgers voor de samenleving. 2. De mantelzorgwaardering wordt verstrekt in de vorm van een Krimpenerwaardcadeaubonnen ter waarde van € 100,00 (tarief per 1 juli 2023). Voor het actuele tarief kan de inwoner terecht op de website van de gemeente: Zorg en ondersteuning (Wmo) | Gemeente Krimpenerwaard

4.2.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering Wmo 1. Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door de mantelzorger of de inwoner die hulp ontvangt. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. de mantelzorg wordt minimaal drie maanden verleend met minimaal acht uur per week; b. de inwoner die hulp ontvangt is inwoner van de gemeente Krimpenerwaard. Deze voorwaarde geldt niet voor de mantelzorger; c. de mantelzorger verleent intensieve hulp; d de mantelzorger geeft geen betaalde hulp aan de inwoner. 2. De mantelzorgwaardering moet worden aangevraagd bij WelZijn Krimpenerwaard via een aanvraagformulier. 3. De mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd in de periode tussen 1 maart en 1 november van het lopende jaar. 4 Elke mantelzorger kan maximaal 1 waardering ontvangen.

4.3

Meedoen in de samenleving

Wmo | Jeugdwet 1. Inwoners die vanwege een beperking, een psychisch of psychosociaal probleem hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving (participatie), kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Artikel 2.3.3. van deze verordening is hierbij van toepassing. 2. De hulp-op-maat moet een passende bijdrage leveren, zodat inwoners zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. 3. De gemeente kan in ieder geval de volgende vormen van hulp geven: dagbesteding, persoonlijke begeleiding en logeeropvang/logeerverblijf. Ook kunnen vervoersvoorzieningen en een rolstoel er voor zorgen dat de inwoner meer in contact kan staan met anderen. Naast deze vormen van hulp kan de gemeente andere vormen van jeugdhulp inzetten die niet in deze verordening beschreven worden. Hierbij kan het onder andere gaan om behandeling, diagnostiek en GGZ verblijf en crisiszorg (voor een overzicht van de hulp-op-maat voorzieningen zie artikel 1.5.2. van deze verordening).

23

4.4

Dagbesteding

Wmo | Jeugdwet 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de dag goed in te vullen hulp-op-maat kunnen krijgen (dagbesteding). De hulp-op-maat houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten onder begeleiding, voor een of meer dagdelen per week. De dagbesteding kan ook worden ingezet om de mantelzorger of in het geval voor jeugd; de ouder, te ontlasten en om de inwoner een mogelijkheid te bieden om sociale contacten aan te gaan. 2. Een inwoner kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening dagbesteding, als: a. hij ondersteuning nodig heeft bij het vergroten van zijn netwerk om eenzaamheid tegen te gaan; b. het noodzakelijk is om personen die hulp verlenen aan de inwoner te ontlasten; c. hij niet in staat is om deel te nemen aan gangbare activiteiten voor invulling van de dag, zoals werk, scholing of vrijetijdsbesteding; d. hij structuur en veiligheid nodig heeft om zelfredzaam te blijven en zelf de regie te kunnen houden; e. het noodzakelijk is om de inwoner aan te sporen tot zingevende activiteiten; f. de inwoner ondersteuning nodig heeft bij het zich eigen maken van werknemersvaardigheden. 3. De dagbesteding wordt voor maximaal 9 dagdelen per week toegekend.

Het maximale aantal van 9 dagdelen per week wordt alleen toegekend als er sprake van ernstige omstandigheden of overbelasting van de mantelzorger. 4. Bij de toekenning van dagbesteding wordt rekening gehouden met de volgende factoren: a. welk resultaat behaald dient te worden en wat het te verwachten ontwikkelingsperspectief is; b. welke omvang en duur noodzakelijk is, rekening houdend met:  hoe vaak de ondersteuning noodzakelijk is (aantal dagdelen per week);  wat verwacht mag worden, wat is gebruikelijk in de maatschappij;  voor dagbesteding bij jeugd geldt dat een jeugdige ook "gewoon" thuis moet kunnen en mogen zijn. Het aantal dagdelen, zoals bij 3 beschreven, geldt voor jeugdigen niet. Voor schoolgaande jeugdigen geldt als norm een maximum van 6 dagdelen per week. 5 De inwoner die in aanmerking wil komen voor dagbesteding moet het volgende kunnen:  mee kunnen doen in een dagelijkse structuur;  kunnen functioneren in een groep;  uitvoeren van (arbeidsmatige) activiteiten;  aangaan van sociale (werk)relaties;  opvolgen van instructies.

4.5

Persoonlijke begeleiding

Wmo | Jeugdwet 1. De inwoner met een beperking of een chronisch, psychisch of psychisch sociaal probleem kan in aanmerking komen voor begeleiding via de Wmo. Artikel 2.3.3. van deze verordening is hierbij van toepassing. 2. De inwoner tot 18 jaar kan in aanmerking komen voor begeleiding via de Jeugdwet als er sprake is van a. een (licht) verstandelijke beperking; b. een zintuigelijke beperking; c. een lichamelijke beperking; d. een somatische aandoening (zoals een chronische ziekte); e. psychosociale problematiek; f. een psychiatrische aandoening of een psychische aandoening. Artikel 2.3.3. van deze verordening is hierbij van toepassing. 3. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de normale dagelijkse activiteiten te doen, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners begeleid worden bij

24

deze activiteiten (persoonlijke begeleiding). Het betekent dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, het ondersteunen bij de administratie en het omgaan met financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over, maar ondersteunt de inwoner. 4. Een inwoner kan in aanmerking komen voor persoonlijke begeleiding als hulp-op-maat als hij ondersteuning nodig heeft in relatie tot een of meerdere van de volgende criteria: a. het krijgen of behouden van structuur of regie; b. het aanleren van praktische vaardigheden; c. het behoud of de vergroting van de zelfstandigheid; d. het aanleren van sociale vaardigheden; e. het leren omgaan door de gezinsleden met de beperkingen die de inwoner heeft; f. het verkrijgen en behouden van huisvesting. 5. De ondersteuning kan tevens de vorm hebben van een waakvlamfunctie, waarbij periodiek in de gaten wordt gehouden of de behaalde resultaten nog steeds aanwezig zijn en of er aanvullende ondersteuning nodig is. 6. Ondersteuning voor de in het vorige lid bedoelde waakvlamfunctie kan slechts aan de orde zijn als er geen sprake is van een indicatie voor nachtelijk toezicht en huisvesting.

4.6 Logeeropvang en logeerverblijf Wmo | Jeugdwet 1. De gemeente kan hulp-op-maat verstrekken voor logeeropvang en logeerverblijf. Deze hulp-opmaat kan voor een korte duur verstrekt worden. Er moet dan worden voldaan aan een van de volgende voorwaarden: a. de inwoner heeft een somatische, psycho-sociale, psychogeriatrische, psychische, verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke aandoening of handicap; b. het ontlasten van de mantelzorger, ouder/verzorger, danwel de persoon die intensieve hulp aan de inwoner levert is noodzakelijk; 2. De gemeente kan logeeropvang of logeerverblijf toekennen als tijdelijke opvang voor mensen met een ziekte, beperking, een psychische aandoening, psycho-sociale problematiek of dementie. Het is bedoeld om mantelzorgers of ouders/verzorgers te ontlasten. Ook als er sprake is van een acute dreiging voor overbelasting van mantelzorgers of ouders/verzorgers kan logeeropvang of logeerverblijf worden toegekend. 3. Als er sprake is van een acute dreiging voor de inwoner, en logeeropvang of logeerverblijf kan een tijdelijke oplossing bieden, kan logeeropvang of logeerverblijf eveneens door de gemeente worden toegekend.

4.7 Vervoersvoorziening Wmo | Jeugdwet 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die vanwege een beperking in mobiliteit onvoldoende mogelijkheden heeft om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op-maat kan krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer in de regio als zij geen gebruik kunnen maken van het Openbaar Vervoer. Zo kunnen zij meedoen met recreatieve, sociale, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen doen. De zelfredzaamheid van de inwoner wordt met de vervoersvoorziening vergroot. De vervoersvoorziening kan bestaan uit het aanbieden van de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer of het gebruikmaken van een vervoermiddel. 2. Bij een vervoersvoorziening gaat het om: a. het zich verplaatsen in de directe woonomgeving; b. het zich verplaatsen over een langere afstand in de regio (de regio van het collectieve taxivervoer).

25

3. De gemeente kan collectief taxivervoer als hulp-op-maat verstrekken. Deze collectieve voorziening gaat voor op andere vervoersvoorzieningen. 4. Het collectieve taxivervoer kan niet worden gebruikt voor het reizen naar de plek waar de inwoners deelnemen aan een activiteit van de gemeente om de dag in te vullen, of om te werken. 5. Alleen als de inwoner aan kan tonen dat hij vanwege zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectieve taxivervoer kan de gemeente inwoners een bijdrage in de kosten geven voor: a. het gebruik van een taxi, van maximaal € 3.210,00 per jaar. Betaling vindt achteraf plaats op basis van een overzicht van de gemaakte kosten. b. het gebruik van een rolstoeltaxi, van maximaal € 4.178,00 per jaar. Betaling vindt achteraf plaats op basis van een overzicht van de gemaakte kosten. c. belastingvrije kilometervergoeding tot maximaal 2000 kilometer per jaar. 6. De inwoner is zelf, eventueel met behulp van het eigen netwerk, verantwoordelijk voor het vervoer naar de dagbesteding voor Wmo. Het vervoer wordt bij dagbesteding voor Wmo verzorgd door de organisatie van de dagbesteding als de inwoner niet zelf of met hulp van het eigen netwerk bij de locatie van de dagbesteding kan komen. Als de hiervoor genoemde vormen van vervoer niet mogelijk of passend zijn, dan wordt samen met de inwoner gekeken naar de goedkoopst adequate oplossing.

Als een kilometervergoeding door de gemeente verstrekt wordt dan wordt deze toegekend op basis van de belastingvrije kilometervergoeding. Uitgangspunt is dat de dagbesteding/dagbehandeling in de nabijheid van de woonomgeving is. 7. Als blijkt dat begeleiding tijdens vervoer naar en van de dagbesteding noodzakelijk is, worden de reiskosten van één begeleider vergoed. 8. Een vervoersvoorziening voor een jeugdige is noodzakelijk als ouders en/of de jeugdige niet in staat zijn op eigen kracht, of met behulp van hun sociaal netwerk, vervoer te organiseren naar de locatie van de jeugdhulp. Om te beoordelen of hier gebruik van kan worden gemaakt, doet de consulent onderzoek naar de mogelijkheden in het sociaal netwerk en de eigen kracht. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er onvoldoende mogelijkheden zijn in de eigen kracht en het sociaal netwerk, wordt gebruik gemaakt van een berekeningsformule. De berekeningsformule is opgenomen in de nadere regels Jeugd onder bijlage 1. 9. Als er sprake is van recht op een vervoersvoorziening op basis van het achtste lid en de zorgaanbieder het vervoer niet organiseert, dan kan de jeugdige of zijn ouders een beroep doen op een vervoersvoorziening. Dit kan zijn een kilometervergoeding op basis van de belastingvrije kilometervergoeding of een vergoeding op basis van het tarief Openbaar Vervoer.

Voornoemde vergoedingen worden alleen berekend over de kilometers daarbij jeugdige vervoerd wordt. Ook kan de gemeente taxivervoer regelen en betalen. 10. Als vervoer wordt ingezet voor een jeugdige dan is dit gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van de jeugdige met, waar mogelijk, als doel dat zij uiteindelijk zelfstandig kunnen reizen met het Openbaar Vervoer of fiets. Vervoer voor een jeugdige wordt niet ingezet als er sprake is van: a. vervoer van en naar school; b. vervoer van school naar niet geïndiceerde dagbesteding of zorgboerderij, bijvoorbeeld speciale buitenschoolse opvang; c. vervoer naar logeren/kortdurend verblijf. De verantwoordelijkheid voor het vervoer naar logeren/kortdurend verblijf is in principe een eigen verantwoordelijkheid. 11. Als blijkt dat begeleiding tijdens vervoer naar en van de jeugdhulplocatie noodzakelijk is, worden de reiskosten van één begeleider vergoed voor de ritten waarbij de jeugdige aanwezig is. 12. Voor het van bepalen van de afstand waarover de belastingvrije kilometervergoeding wordt berekend maakt de gemeente gebruik van de routeplanner ANWB en wordt uitgegaan van de kortste route. 13. De gemeente kan in de nadere regels aanvullende voorwaarden opnemen over dit artikel en over de mogelijkheden van begeleiding bij vervoer. 14. Alle bedragen die in dit artikel worden genoemd gelden op 1 juli 2023.

Voor actuele tarieven kan de inwoner terecht op de website van de gemeente: Zorg en ondersteuning (Wmo) | Gemeente Krimpenerwaard

4.7.1 Scootmobiel 26

Wmo De gemeente kan aan de inwoner een scootmobiel verstrekken. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. een scootmobiel is ter vervanging van de loop- en/of de fietsfunctie; b. de inwoner is in staat om zelfstandig op en van de scootmobiel te stappen; c. de inwoner heeft een vervoersbehoefte in de directe woonomgeving van de woning binnen de gemeente of woonkern; d. er moet een stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt, aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden. De scootmobiel dient gestald te worden in een daarvoor geschikte, overdekte, geventileerde ruimte (alleen bij natte accu's); en e. de inwoner is in staat om — na instructie - op veilige wijze gebruik te maken van een scootmobiel. f. indien de inwoner gebruik kan maken van de hulpmiddelenpool van Stichting WelZijn Krimpenerwaard, wordt er geen scootmobiel of driewielfiets verstrekt. g. indien de inwoner in een doelgroepen- of appartementengebouw woont, wordt er geen stalling verstrekt door de gemeente. Dit is de verantwoordelijkheid van de woningeigenaar, VVE en of woningcorporatie.

4.7.2 Handbike Wmo De gemeente kan aan de inwoner een handbike verstrekken. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. de inwoner is aangewezen op een rolstoel; b. de inwoner is in staat zich met behulp van een handbewogen (sport) rolstoel over een redelijke afstand te verplaatsen; c. de inwoner heeft de voorziening nodig in verband met een specifieke verplaatsingsbehoefte, die niet op een andere manier kan worden opgelost; d. er dient een toegevoegde waarde te zijn als de handbike als verplaatsingsvoorziening in en om de woning of voor grotere afstanden wordt verstrekt.

4.7.3 Autoaanpassing Wmo 1. Als de inwoner door beperkingen niet in staat is om openbaar vervoer te bereiken en/of te gebruiken kan de gemeente een autoaanpassing toekennen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. de inwoner kan geen gebruik maken van een andere vervoersvoorziening of de autoaanpassing is de goedkoopste aanpassing van het vervoerprobleem; b. er geldt een afschrijvingstermijn van ten minste zeven jaar, de auto moet dan ook een levensduur van minimaal zeven jaar hebben. Een uitzondering hierop zijn de voorzieningen die naar een andere auto overgezet kunnen worden. 2. Er wordt geen autoaanpassing verstrekt als de inwoner de autoaanpassing voor het werk gebruikt.

4.8 Rolstoel Wmo 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet kunnen verplaatsen in en om de woning, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik. 2. Om in aanmerking te komen voor een (elektrische) rolstoel gelden de volgende voorwaarden: a. de inwoner is langdurig aangewezen op zittend verplaatsen; b. de inwoner heeft medisch aantoonbare beperkingen die dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en waarvoor loophulpmiddelen, die zelf gekocht kunnen worden of via de zorgverzekeringswet verstrekt worden niet volstaan; c. de inwoner kan veilig deelnemen aan het verkeer; d. de woning van de inwoner is toegankelijk en doorgankelijk voor een rolstoel of kan met weinig middelen worden aangepast.

27

4.9 Sportvoorzieningen Wmo De inwoner kan in aanmerking komen voor een sportvoorziening als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de inwoner maakt ook in het dagelijks leven gebruik van een loophulpmiddel of een verplaatsingshulpmiddel; b. de inwoner is zonder sportvoorziening niet in staat om te sporten.

4.10 Vervanging vervoermiddel, rolstoel en sportvoorziening Wmo Als de inwoner hulp-op-maat wil en het gaat om vervanging van een eerder door de gemeente verstrekte rolstoel, vervoermiddel of sportvoorziening, dan kan de gemeente dit alleen doen als de voorziening: a. technisch is afgeschreven. De gemeente gaat hierbij uit van de economische afschrijvingsduur van de voorzieningen zoals deze verstrekt worden bij hulp in natura; b. verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om, of c. geen oplossing meer is voor de problemen die de inwoner ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer in de regio, of voor het beoefenen van sport.

4.11 Wat is de eigen bijdrage? Wmo 1. De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp, zolang de inwoner gebruik maakt van die hulp of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt. Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag genoemd in artikel 2.1.4 lid 3 Wmo 2015 (algemene voorzieningen) en/of artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 (hulp-op-maat voorzieningen). Dit bedrag sluit aan bij het landelijk vastgesteld bedrag. 2. De inwoner betaalt geen eigen bijdrage aan het CAK voor:  rolstoelen;  verhuiskostenvergoeding;  woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen voor minderjarigen met een beperking;  sportvoorzieningen;  collectief taxivervoer. 3. De eigen bijdrage kan worden verlaagd of gestopt als: a. de inwoner een inkomen heeft van minder dan 120% van de bijstandsnorm; b. de inwoner problematische schulden heeft, voorwaarde is dat de inwoner deelneemt aan een gemeentelijk of wettelijke schuldregeling; c. de inwoner zorgmijder is en de gemeente het inzetten van hulp van groot belang vindt. 4.

De actuele hoogte van de eigen bijdrage voor de kosten van collectief taxivervoer kan de inwoner inzien op de website van de Groene Hart Hopper: https://groeneharthopper.nl/tarieven/ en via de gemeente website: Zorg en ondersteuning (Wmo) | Gemeente Krimpenerwaard 5. De actuele hoogte van de eigen bijdrage voor de kosten van collectief taxivervoer wordt jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd in de nadere regels van de gemeente Krimpenerwaard. 6. Inwoners die gebruik maken van beschermd wonen als zorg in natura betalen de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Bij de berekening van de eigen bijdrage voor beschermd wonen telt ook het vermogen mee zoals spaargeld, beleggingen of een tweede woning. Het vermogen boven het toetsbedrag alleenstaand of met partner telt mee voor de eigen bijdrage. Het CAK telt hiervan 4% bovenop bij het inkomen. Voor de actuele bedragen en percentages kan de inwoner terecht op de website van het CAK: https://www.hetcak.nl/veelgestelde-vragen/eigenbijdrage/toetsbedrag-vermogen/ en via de gemeente website: Zorg en ondersteuning (Wmo) | Gemeente Krimpenerwaard

28

7. Voor hulp uit de Jeugdwet geldt geen eigen bijdrage.

4.12 Tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken Wmo 1. Wettelijke grondslag: Artikel 2.1.7 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 geeft de gemeente Krimpenerwaard de bevoegdheid om een financiële tegemoetkoming te verstrekken aan personen met beperkingen of chronische psychische of psychosociale problemen, die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben. 2. Meerkosten chronisch zieken en inwoners met een beperking: Deze voorziening is er voor inwoners uit Krimpenerwaard met een laag inkomen die chronisch ziek zijn of een beperking hebben en hierdoor hoge ziektekosten hebben. De inwoner is 18 jaar of ouder en heeft een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm geldt niet. Inwoners met een wettelijke- of minnelijke schuldsanering hebben geen draagkracht. Ook het inkomen waar beslag op is gelegd telt niet mee voor de berekening van de draagkracht. Er vindt geen vermogenstoets plaats. De consulent Werk en Inkomen voert deze voorziening met betrekking tot de tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken uit. 3. Deze regeling staat verder uitgewerkt in de beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2024.

5

De vormen van de hulp

De hulp die de gemeente geeft is in principe 'hulp in natura': de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld begeleiding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven of een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen. In deze verordening zijn voorwaarden genoemd voor hulp-op-maat, deze gelden in principe voor alle vormen van hulp, tenzij in deze verordening hiervan wordt afgeweken. Voor de verschillende vormen van hulp kunnen ook extra voorwaarden in deze verordening worden opgenomen.

5.1 Hulp in natura

Wmo | Jeugdwet 1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt de hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt. 2. De gemeente ziet erop toe dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft en de inwoner informeert over alles wat belangrijk is om te weten over het product. 3. De gemeente ziet erop toe dat de leverancier van een dienst de kwaliteitseisen, zoals opgenomen in de contracten, nakomt. 4. De prijs van de hulp in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. Het tarief voor hulp in natura wordt, als het geen uurtarief is, omgerekend naar een tarief per uur. De tarieven die in het contract zijn opgenomen kunnen worden geïndexeerd volgens de gemaakte afspraken. 5. De maximale bedragen voor de hulp in natura kan de inwoner raadplegen via de website van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo Midden-Holland (GRJW): Informatie over de huidige contracten | GR JW

5.2 Hulp in geld Wmo | Jeugdwet 1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner, dan moet het geld wel worden terugbetaald.

29

2. De gemeente zorgt ervoor dat zij de betaling aan de inwoner doet binnen een kalendermaand nadat de gemeente een besluit heeft genomen over de betaling, tenzij anders is afgesproken. 3. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven. In bepaalde gevallen kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm of aan een ander persoon betalen. 4. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. 5. De gemeente kan betalingen doen, zonder dat de inwoner daar met een besluit over wordt geïnformeerd. De gemeente laat de inwoner dan op een andere geschikte manier weten van het betalingsbesluit.

5.3 5.3.1

Persoonsgebonden budget Voorwaarden

Wmo | Jeugdwet 1. In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat. De voorwaarden uit de Wmo, Jeugdwet. de nadere regels en in de voorwaarden uit deze paragraaf gelden bij de beoordeling van het recht op een pgb. 2 Als het gaat om een pgb aanvraag voor jeugdhulp motiveert de inwoner waarom de hulp in natura niet voldoet. 3. De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-budgetplan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen, de hoogte van het tarief en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren, op kwaliteit toetsen en als de inwoner aan de voorwaarden voldoet van het eerste lid zal de gemeente daarna het pgb toekennen. De inwoner is verplicht om van het model pgb-budgetplan gebruik te maken en te ondertekenen dat door de gemeente aan de inwoner wordt verstrekt. 4. De gemeente kent een pgb pas toe als zij vindt dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet de taken die bij het pgb horen op een goede manier kunnen uitvoeren. De gemeente vindt de inwoner of zijn vertegenwoordiger in ieder geval niet in staat om aan pgb verbonden taken (het beheren en uitvoeren van taken) verantwoord te kunnen uitvoeren als er sprake is van: a. problematische schuldenproblematiek; b.

ernstige verslavingsproblematiek; c. aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; d. een aanmerkelijke verstandelijke beperking; e. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; f. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; g. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; h. twijfels op overige gronden over de pgb-vaardigheid; i. gebleken overbelasting; j. als er sprake is van een indicatie voor hulp bij financiën of administratie; k. een situatie waarin de vertegenwoordiger zelf hulp-op-maat ontvangt. 5. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of vertegenwoordigers en een vrij besteedbaar bedrag; b. reiskosten; c. bonussen; d. het voeren van een pgb-administratie; e. hulp bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en f. kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s).

30

6. De inwoner moet het pgb-budget besteden aan de doelen zoals beschreven in het ondersteuningsplan en de hulp die via het besluit is toegekend. Een overschrijding van het budget komt voor rekening van de inwoner. 7. De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties: a. hulp in een spoedeisende situatie; b. uit het door de inwoner ingediende pgb-budgetplan blijkt dat de kwaliteit van de hulp onvoldoende gewaarborgd is. De gemeente voert hierbij een controle uit naar de kwaliteit van de aanbieder. c. uit het door de inwoner ingediende pgb-budgetplan blijkt niet dat hulp voldoende zal bijdragen aan het resultaat dat de hulp moet bereiken. De gemeente voert hierbij een controle uit naar de kwaliteit van de hulpverlener. d. de inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de pgb-beheerder is dezelfde persoon als de hulpverlener of werkt voor dezelfde organisatie als de hulpverlener. e. de inwoner kan het pgb niet zelf beheren en in de omgeving van de inwoner is geen andere persoon die dit beheer kan overnemen. De gemeente beoordeelt hierbij of de inwoner of de andere personen voldoende vaardigheden hebben om het pgb te beheren. 8. U mag geen vast maandloon afspreken met uw zorgverlener(s). Uw zorgverlener wordt alleen na een declaratie van de geleverde uren uitbetaald.

5.3.2 Kwaliteitseisen aan het pgb Wmo | Jeugdwet De kwaliteit van de formele hulp die met het pgb ingekocht wordt moet minimaal voldoen aan de eisen die de gemeente stelt aan de gecontracteerde zorgaanbieders die vergelijkbare hulp leveren. Verder zijn de kwaliteitseisen voor zowel de formele als informele hulp zoals genoemd in de nadere regels, Wmo en Jeugdwet van toepassing: Nadere regels Wmo Krimpenerwaard 2024 | Lokale wet- en regelgeving en Nadere regels Jeugdhulp Krimpenerwaard 2024 - informatie | Lokale wet- en regelgeving

5.3.3

Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk

Wmo | Jeugdwet 1 Bij de beoordeling of sprake is van hulp die het sociale netwerk zonder betaling kan bieden en of bij wijze van uitzondering de inzet van het sociale netwerk met een pgb betaald kan worden, spelen in elk geval de volgende aspecten een rol: a. het type hulp dat wordt geleverd; b. de frequentie van de hulp; c. een tijdelijke hulpvraag of hulp over een lange periode; d. is het mogelijk dat de hulpverlener een keer kan overslaan; e. kwaliteit van de hulp; f. heeft de persoon uit het sociaal netwerk de minimale noodzakelijke opleiding voor de te verstrekken hulp als het gaat om begeleiding; g. de persoon uit het sociaal netwerk is niet overbelast, en er is ook geen sprake van een dreigende overbelasting; h. de persoon uit het sociaal netwerk kan kwalitatief goede hulp bieden en planmatig te werken. 2. Hulp door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien. 3. De gemeente kan in de nadere regels bepalen voor welke vormen van hulp het sociaal netwerk niet ingezet kan worden.

5.3.4

Hoogte en tarief pgb

Wmo | Jeugdwet 1. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp.

31

a. van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de le of 2e graad van de inwoner:  personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), die beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en die voldoet aan de kwaliteitscriteria, of;  personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en voldoen aan de kwaliteitscriteria. b. informele hulp is:  hulp die geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in het eerste lid onder a;  hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in het eerste lid onder a, maar bloed- of aanverwanten in de le of 2e graad zijn van de inwoner. 2. Uitgangspunt is dat het tarief van een pgb niet hoger is dan de hoogte van het tarief van de zorg in natura.

Indien er meerdere tarieven gehanteerd worden in dezelfde categorie van ingekochte zorg in natura, dan geldt het laagste CAO-tarief. 3. Binnen de Wmo heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp: a. hulp bij het huishouden:  de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief.  de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan het wettelijke minimum uurloon, rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. b. auto-aanpassing:  voor een auto-aanpassing geldt dat de hoogte van het pgb wordt bepaald op basis van de laagste kostprijs voor de noodzakelijke aanpassingen aan de hand van twee offertes, daarbij moet worden voldaan aan een programma van eisen van de gemeente. De gemeente kan een tegenofferte opvragen.  de kosten van de noodzakelijke aanpassingen worden gebaseerd op de goedkoopst aanpasbare auto;  de autoaanpassingen en de daarmee eventueel samenhangende kosten worden bepaald aan de hand van door de inwoner opgevraagde twee onafhankelijke offertes, waarbij de prijs van de leverancier die de goedkoopst adequate voorziening kan leveren doorslaggevend is.

De gemeente is gemachtigd om een tegenofferte op te vragen, waarbij de economisch meest voordelige offerte uitgangspunt is voor verdere besluitvorming. De gemeente houdt bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhoudskosten, (inclusief keurings-, en reparatiekosten) en verzekeringskosten.  opties over de uitrusting van de auto, zoals automatische transmissie, stuurbekrachtiging en airco, zijn van vergoeding uitgesloten. c. sportvoorziening:  voor een sportvoorziening geldt dat het pgb wordt bepaald op basis van de laagste kostprijs aan de hand van twee offertes, daarbij moet worden voldaan aan een programma van eisen van de gemeente. De gemeente kan een tegenofferte opvragen. De gemeente houdt bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhoudskosten, (inclusief keurings-, en reparatiekosten) en verzekeringskosten. d. het bezoekbaar maken van een woning in de gemeente Krimpenerwaard voor de inwoner die zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling in de gemeente Krimpenerwaard. Het bezoek voor de inwoner is noodzakelijk voor het hebben van structurele sociale contacten en de inwoner de woning niet op een normale manier kan bereiken. De aanpassing moet uitgevoerd worden

32

door een erkende aannemer. De hulp-op-maat wordt berekend op basis van de laagste kostprijs aan de hand van twee offertes, maar daarbij moet wel worden voldaan aan een programma van eisen van de gemeente. De gemeente kan een tegenofferte opvragen. De maximale kosten bedragen € 7.000,00. e. vervoersvoorzieningen, rolstoel, hulpmiddelen, roerende woonvoorzieningen en woningaanpassingen: voor deze producten geldt dat het pgb maximaal het bedrag is dat de gemeente zou betalen voor de hulp in natura. De gemeente houdt bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhoudskosten , (inclusief keurings-, en reparatiekosten) en verzekeringskosten. De gemeente kan een programma van eisen opstellen waaraan de voorziening moet voldoen. f. losse woonvoorzieningen: de gemeente stelt het bedrag voor de losse woonvoorziening vast op basis van een door de gemeente goedgekeurde offerte. Het bedrag kan verhoogd worden met kosten voor onderhoud of reparatie bij elektrische voorzieningen. Als de gemeente een onderhoudscontract heeft met een leverancier voor onderhoud en reparatie, gelden de prijzen uit dat onderhoudscontract. g. Voor de voorzieningen die worden genoemd in het derde lid onder b tot en met f geldt dat de kosten die zijn ontstaan door nalatigheid van de inwoner niet worden vergoed. 4.

Binnen de Jeugdwet heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp: a. behandeling: de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief. 5. Binnen de Wmo en Jeugdwet heeft de gemeente verschillende pgb tarieven voor de volgende vormen van hulp: a. individuele begeleiding:  de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief.  de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt het uurtarief dat gelijk is aan het wettelijk minimum uurloon inclusief vakantiegeld en vakantie-uren als het gaat om begeleiding Jeugdhulp en Wmo. b. dagbesteding: de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief. c. logeeropvang en logeerverblijf ter ontlasting van mantelzorger/time-outvoorziening:  de persoon die in dienst is van een zorgaanbieder, of als professioneel freelancer of zelfstandige zonder personeel werkzaam is, ontvangt maximaal het laagste hulp in natura tarief.

 de persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk ontvangt een tegemoetkoming van maximaal € 42,50 per etmaal met een maximum van € 129,- per kalendermaand. d. eigen vervoer van en naar dagbesteding;  de vergoeding wordt berekend op basis van de belastingvrije kilometervergoeding. 6. Het voor de inwoner geldende maximale tarief per uur, dagdeel of etmaal, zoals wordt vastgesteld op de dag van de toekenning, blijft gedurende de looptijd van de toekenning ongewijzigd, met uitzondering van eventuele indexaties van de bedragen. 7. Als de uitgaven aan hulp hoger zijn dan het door de gemeente pgb tarief, betaalt de inwoner zelf het verschil. 8. Als de informele of formele hulpverlener de hulp wil aanbieden tegen een lager tarief dan de tarieven die in dit artikel worden genoemd, is het mogelijk van de tarieven van dit artikel af te wijken. De gemeente neemt in het besluit op dat een lager tarief wordt verstrekt, en dat dit tarief op verzoek van de inwoner is vastgesteld. 9. Alle bedragen die in dit artikel worden genoemd gelden op 1 juli 2023. De gemeente kan de tarieven indexeren. Voor actuele tarieven kan de inwoner terecht op de website van de gemeente: Zorg en

33

ondersteuning (Wmo) | Gemeente Krimpenerwaard en Informatie over de huidige contracten | GR JW .

5.3.5 Verantwoording pgb 1. De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. De gemeente kan hierbij het gebruik van een standaard evaluatieverslag verplicht stellen. 2. Als een inwoner hulp in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is.

5.3.6 Opschorten pgb De gemeente kan aan de Sociale Verzekeringsbank vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen, totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: a. de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; b. de inwoner niet langer aangewezen is op de voorziening; c. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; of d. de inwoner het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.

6

Afspraken tussen inwoner en gemeente

Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de voorziening beëindigen en/of terugvorderen.

6.1 Hoe gaan we met elkaar om? 6.1.1

De rol van de gemeente

Wmo | Jeugdwet | Awb 1. De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner heeft, om zijn hulpvraag te bespreken, altijd recht op een gesprek op het gemeentekantoor, bij de inwoner thuis, of telefonisch. c. De gemeente helpt de inwoner om zijn hulpvraag bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie. d. De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. f. De gemeente respecteert de privacy van de inwoner. g. De gemeente maakt binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. h. De gemeente wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp. i. De gemeente wijst de inwoner op de mogelijke hulp van de onafhankelijke cliëntondersteuner. 2. De gemeente reageert op een professionele manier als een gedraging van de inwoner ontoelaatbaar is. De gemeente zorgt voor het volgende: a.

De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over:

34

 zijn rechten en plichten;  wat er van hem wordt verwacht;  welke gedraging niet deugt;  wat de reactie van de gemeente is op de gedraging; en  waarom de gemeente tegen de gedraging optreedt. b. De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren. De inwoner kan dat op de volgende manier doen:  telefonisch;  in een persoonlijk gesprek met de medewerker op het gemeentekantoor;  schriftelijk;  digitaal;  via e-mail. c. De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij:  de ernst van het ontoelaatbare gedrag;  de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden;  de persoonlijke situatie van de inwoner; en  dringende redenen. d. De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente de dienstverlening zal voortzetten (in het geval de hulp is stopgezet).

6.1.2 De rol van de inwoner Wmo | Jeugdwet | Awb 1. De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn hulpvraag. De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn hulpvraag op te lossen. b. De inwoner werkt mee aan de oplossing van zijn hulpvraag als de gemeente hulp verleent. c. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. 2. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn hulpvraag zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft binnen twee weken nadat de gemeente om de informatie heeft gevraagd van de inwoner. c. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente.

6.2 Beëindigen en terugvorderen voorziening 6.2.1 Beëindiging voorziening Wmo | Jeugdwet 1. De gemeente kan een voorziening beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. er gebruik gemaakt kan worden van een andere voorziening; c. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; d. de voorziening is verstrekt op grond van (bij Wmo-hulp met opzet) aangeleverde onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner;

35

e. de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; f. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; g. de inwoner niet binnen zes maanden, of vijftien maanden bij een woningaanpassing gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is; h. de inwoner met een pgb niet in het hoofdverblijf verblijft: het pgb kan dan na 6 weken worden beëindigd. 2 Als de inwoner in een ziekenhuis of instelling verblijft wordt de lopende pgb tot maximaal een maand na opname doorbetaald aan de zorgverlener. Na deze maand wordt de situatie opnieuw beoordeeld en wordt door de gemeente besloten welke hulp noodzakelijk is, welke financiering daarbij passend is. Het pgb kan dan beëindigd worden. 3. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).

6.2.2

Terugvordering voorziening

Wmo | Jeugdwet | Burgerlijk Wetboek 1. De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Ook het pgb dat is verstrekt voor hulp kan door de gemeente worden teruggevorderd. Ook kan een verstrekte voorziening worden opgehaald. Terugvorderen of een voorziening ophalen kan vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de redenen voor beëindiging die genoemd worden in artikel 6.2.1., eerste lid, onder c, d, e, en f van deze verordening. 2. De vordering kan worden geïnd door middel van verrekening, als bedoeld in artikel 3.3 lid 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

6.3 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 6.3.1 Controle Jeugdwet 1 Wmo 1. De gemeente kan controleren of de inwoner recht heeft op een voorziening en of hij de juiste voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. Bij de controle worden de methodes van controle zorgvuldig toegepast en de gemeente gaat zorgvuldig om met de informatie van de inwoner. Voor de controle kan de gemeente gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij het UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; c. signalen en tips van organisaties of particulieren; d. andere passende onderzoeksmethoden. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij beëindiging van de voorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. De gemeente gaat ook na of de voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.

6.3.2

Voorkomen van fraude

Wmo I Jeugdwet De gemeente treft de nodige maatregelen om de doelmatigheid en rechtmatigheid van de verstrekte hulp-op-maat en pgb’s te waarborgen en misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: 1. De gemeente informeert inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten, en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.

36

2. De gemeente zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; 3. De gemeente verricht zo nodig, al dan niet met tussenkomst van derden, onderzoek bij aanbieders die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente Krimpenerwaard onderhouden; 4. De gemeente maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; 5. De gemeente beperkt waar nodig de looptijd van de indicaties en voert periodiek controles uit bij indicaties; 6. De gemeente bezoekt inwoners en locaties, waarbij door middel van een schouw een feitelijk onderzoek gedaan wordt naar de ervaringen met en de uitvoering van de geboden ondersteuning; 7. De gemeente monitort het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen; 8.

De gemeente voert een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een pgb op: • de regiemogelijkheden van de inwoner of degene die de inwoner als vertegenwoordiger wenst in te schakelen; • de kwaliteit van de invulling van het door de inwoner te overleggen pgb-plan, mede met het oog op de te bereiken resultaten; • de kwaliteit van de door de inwoner in te schakelen hulpverlener.

6.3.3

Privacy

Wmo I Jeugdwet Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

6.3.4 Toezichthouders

Wmo I Jeugdwet 1. De gemeente wijst een of meer toezichthouders aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd. 2. De toezichthouder kan op basis van eigen en onafhankelijk inzicht een werkprogramma opstellen.

6.3.5

Beleidsplan

Wmo I Jeugdwet 1. De gemeente stelt een regionaal beleidsplan toezicht en handhaving vast. In dat plan legt de gemeente vast hoe zij fraude aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners en zorgaanbieders zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2. In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente precies met toezicht en handhaving bedoelt; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over hun rechten en plichten (voorlichting); c. welke maatregelen hoe en wanneer ingezet kunnen worden; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude en fouten tegen te gaan.

7

Kwaliteit, inkoop en aanbesteding

De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten.

37

7.1

Kwaliteit

Wmo I Jeugdwet 1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste effect voor de inwoner wordt bereikt. 2. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier; of b. een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als ondergrens voor een inschrijving en voor een daaropvolgende overeenkomst met een leverancier. 3. De diensten en producten: a. passen bij de behoeften, de persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; d. respecteren de rechten van de inwoner; e. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd; f. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt medegedeeld. 4. De kwaliteitseisen die bij de regionale inkoop zijn vastgesteld zijn van toepassing.

7.2

Inkoop en aanbesteding

Wmo I Jeugdwet | Gemeentewet 1. De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 7.1, derde lid van deze verordening. 2. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij: a. diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en b. als zij personeel hebben, dat zij zich als werkgever houden aan de regels van het arbeidsrecht. 3. De gemeente houdt bij het vaststellen van prijzen rekening met: a. het soort dienst of product; b. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskrachten; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; e. reis- en opleidingskosten; f. het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten; g. andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen.

8

Van oud naar nieuw

In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen. Met regelmaat wordt beoordeeld of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is.

8.1 Onderzoek naar de werking van de verordening Gemeentewet 1. De gemeente onderzoekt periodiek of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die de gemeente wil bereiken. Om dat te kunnen nagaan verzamelt de gemeente systematisch informatie

38

over alles wat van belang is om tot een goede evaluatie te komen. De gemeente houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 2. De gemeenteraad bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de verordening aan als dat nodig is.

8.2 Uitvoeringsregels Gemeentewet De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels hebben de vorm van een (nadere) regeling. Nadere regels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet.

8.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) Gemeentewet De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening, als toepassing van die bepaling volgens de gemeente een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.

8.4 Intrekken oude verordeningen Gemeentewet De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat:  Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024.

8.5 Overgangsrecht Gemeentewet 1. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 8.4 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe, tenzij de Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026 gunstiger is voor de inwoner. 2. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026, worden afgehandeld conform de nieuwe verordening.

8.6 Ingangsdatum en naam Gemeentewet 1. Deze verordening en de bijlagen wordt genoemd: Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

9

Begrippen

In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?  Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is.  Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik.  Ook staan er voor de duidelijkheid ook enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven.

39

 Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen. algemene voorziening: dienst en/of product dat voor iedereen (van een bepaalde doelgroep) toegankelijk en/of verkrijgbaar is, zonder toets of beschikking. andere voorziening: een voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Jeugdwet. Awb: algemene wet bestuursrecht beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap, die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. bijstandsnorm: de norm zoals beschreven in artikel 20, 21, 22, 23 en 24 van de Participatiewet. collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). collectieve voorziening: diensten of activiteiten die bedoeld zijn voor met specifieke kenmerken. De gemeente Krimpenerwaard stelt richtlijnen op wie voor deze voorzieningen in aanmerking komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=7638da9a-6e06-4d65-a7b9-905fdd4a5628