CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Kadernota 2027

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Kadernota 2027 en meerjarenraming20.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.1.1 Beleidsindicatoren De ambities uit het collegeprogramma zijn per programma uitgewerkt naar doelen, indicatoren, inspanningen en exploitatielasten. Op de in de programma’s opgenomen indicatoren sturen wij door middel van beleid actief. Daarnaast zijn gemeenten op grond van het BBV verplicht een basisset met overige indicatoren te presenteren. Deze worden ook in de begroting in de begroting opgenomen, maar hierop voeren wij geen actief beleid. Op grond van de wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van 5 maart 2016, moeten gemeenten voortaan in de programma’s de maatschappelijke effecten die met de verschillende programma’s worden beoogd, toelichten aan de hand van beleidsindicatoren. Bij ministeriële regeling is hiertoe een set van beleidsindicatoren verplicht gesteld. Met de implementatie van de indicatoren worden raadsleden in staat gesteld om op maatschappelijke effecten te kunnen sturen. Bovendien wordt de onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten op deze manier vergroot. Het staat gemeenten vrij om naast de verplichte indicatoren ook nog facultatieve indicatoren op te nemen. Dit kan eventueel op basis van een door de VNG hiertoe ontwikkelde set. Maar hier kiezen wij niet voor.

4.2 Paragrafen Met ingang van het jaar 2023 zijn er 8 verplicht voorgeschreven paragrafen. De Openbaarheidsparagraaf is er als laatste verplichte bijgekomen. In artikel 3.5 van de Wet Open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.

25

Daarnaast staat het de gemeente vrij om naar eigen inzicht paragrafen toe te voegen om een bepaald onderdeel van de begroting nader toe te lichten. Sinds de jaarrekening 2022 kiezen wij ervoor om een aparte paragraaf Opvang vluchtelingen op te nemen. Aangezien dit thema nog steeds actueel is, zullen we deze paragraaf ook weer opnemen in de komende begroting. Ook nemen wij de aanvullende paragraaf 'Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder' op. Hierin worden de maatregelen beschreven die we moeten nemen of voornemens zijn te nemen om de verwachte financiële gevolgen van de kortingen door het Rijk het hoofd te kunnen bieden. Het opnemen van deze paragraaf sluit aan bij een eerder ontvangen begrotingsadvies vanuit de VNG. Indien alle gemeenten dit op een min of meer soortgelijke wijze inzichtelijk maken, ontstaat landelijk een goed totaaloverzicht van de keuzes die gemeenten moeten maken. In de komende begroting zullen we in deze paragraaf de maatregelen presenteren waarvan uw raad, in het kader van het traject om te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting, heeft aangegeven dat ze kunnen worden ingezet.

26

5 KADERS VOOR DE BEGROTING 2027 5.1 Financieel toezicht In de Gemeentewet is geregeld dat het College van Gedeputeerde Staten (GS) toezicht houdt op de gemeenten. Voor de uitvoering hiervan volgt GS de financiële positie van onze gemeente en de ontwikkelingen die daarbij een rol spelen. Jaarlijks worden wij door onze toezichthouder geïnformeerd over de actuele onderwerpen en aandachtspunten waarop onze (meerjaren)begroting wordt beoordeeld. Dit is een aanvulling op het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK2020). Enkele van de onderwerpen en aandachtspunten zijn: Financiële ontwikkelingen Gemeentefonds Bij de beoordeling van de (meerjaren)begroting 2027-2030 worden de bedragen uit de mei- of septembercirculaire 2026 gehanteerd. De in de begroting gehanteerde loon- en prijsstijging moet minimaal aansluiten op de in de betreffende circulaire gepubliceerde indexen. Herijking gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds volledig herzien. Het doel van het Rijk is een stabiel verdeelmodel dat zoveel mogelijk aansluit bij de kosten van de gemeenten. Een ‘ingroeipad’ zorgt ervoor dat de gevolgen van de herziening beperkt blijven. Tot en met 2027 blijven de financiële gevolgen beperkt tot maximaal € 37,50 per inwoner. Dat geldt voor alle gemeenten. Daarbij maakt het niet uit of een gemeente voordeel of nadeel heeft van het nieuwe verdeelmodel.

Met een verwacht voordeel groter dan € 37,50 mag nog geen rekening worden gehouden. Het daadwerkelijke voordeel kan kleiner uitvallen. Voor 2027 hebben de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de staatssecretaris van Financiën voorstellen gedaan om de verdeling van het gemeentefonds te actualiseren en te verbeteren. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) werd gevraagd over deze voorstellen advies uit te brengen. Volgens de ROB zijn de voorstellen helaas nog niet goed genoeg. De verdeling moet onder andere rekening houden met de huishoudens met de laagste inkomens. Ook moet beter rekening worden gehouden met de inkomsten die de gemeenten zelf kunnen verwerven. Dat is in deze voorstellen nog onvoldoende het geval. De ROB denkt wel dat er aanpassingen mogelijk zijn, waardoor dit wel kan. De bedragen in de meicirculaire 2026 zijn leidend voor verwerking in de gemeentelijke begrotingen 2027 en meerjarenraming 2028-2030. Jeugdzorg Op basis van de uitspraak van de onafhankelijke commissie Van Ark hebben gemeenten via het Gemeentefonds extra middelen voor de jaren 2026 en 2027 en met terugwerkende kracht voor de jaren 2023 en 2024 ontvangen. De commissie Van Ark zal begin 2027 een uitspraak doen voor de jaren vanaf 2028. Het is niet toegestaan om vooruit te lopen op deze uitspraak.

Indien de gemeente hiervoor een stelpost opneemt in haar begroting, dan wordt deze gecorrigeerd door de toezichthouder. Specifieke aandachtspunten Bezuinigingen Het is belangrijk dat bezuinigingen (of: stelposten, ombuigingen, taakstelling en/of verwerving van extra inkomsten) zowel benoemd als concreet toegelicht worden. Bezuinigingen die onvoldoende hard (specifiek) zijn onderbouwd, of waarbij onvoldoende duidelijk kan worden gemaakt of deze tijdig te realiseren zijn, worden door de toezichthouder bijgesteld op het structurele saldo. Bezuinigingen bij verbonden partijen De begroting van een gemeenschappelijke regeling (GR), zoals deze door het algemeen bestuur is vastgesteld, is voor het toezicht leidend. Dit betekent dat we geen taakstellingen voor de GR op mogen nemen in onze (meerjaren)begroting als het algemeen bestuur hier (nog) geen besluit over heeft genomen.

27

Begrotingssaldo In het kader van transparantie is het belangrijk dat het structurele begrotingssaldo onderdeel uitmaakt van het raadsvoorstel, de aanbiedingsbrief of de inleiding van de begroting. Het structurele begrotingssaldo dient voor zowel het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming inzichtelijk gepresenteerd te worden. Naast het structureel en reëel evenwicht dient de begroting ook formeel in evenwicht te zijn. Dit houdt dat alle lasten gedekt zijn door baten. De begroting kan een tekort tonen op één of meerdere jaren. Indien sprake is van een tekort in het begrotingsjaar (maar wel een positief structureel en reëel evenwicht) dient in het raadsbesluit te worden opgenomen hoe het tekort in het begrotingsjaar wordt gedekt. Surplus algemene reserve Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van de geïnventariseerde risico's. Van dit vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan een gemeente jaarlijks 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Hiervoor gelden echter wel drie voorwaarden:   

Ten eerste dient de gemeente voldoende weerstandscapaciteit te behouden (de weerstandsratio moet minimaal 1,0 bedragen) Ten tweede moet de solvabiliteit groter dan of gelijk aan 20% zijn in het jaar van inzet Ten derde moeten de structurele onttrekkingen aan de algemene reserve worden opgenomen in het overzicht van structurele reservemutaties.

Voorafgaand aan eventuele inzet dient dit met de toezichthouder te worden afgestemd.

5.2 Uitgaven De uitgaven worden geraamd op basis van constante prijzen. Er vindt een aanpassing van de uitgaven plaats op basis van de inflatiecorrectie zoals die is opgenomen in de meicirculaire 2026 van het gemeentefonds. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft medio maart 2026 het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 gepubliceerd. Hierin gaat het CPB voor de jaarschijf 2027 uit van een indexering van de prijzen met 2,5% ten opzichte van 2026. In deze kadernota hanteren wij vooralsnog deze prijsindex.

5.3 Inkomsten Ook de inkomsten worden geraamd op basis van constante prijzen. Er vindt een aanpassing van de inkomsten plaats op basis van de inflatiecorrectie zoals die is opgenomen in de meicirculaire 2026 van het gemeentefonds. Net als aan de uitgavenkant hanteren we in deze kadernota vooralsnog het in het CEP gepresenteerde prijsindexcijfer van 2,5% voor 2027 om de baten mee aan te passen.

5.4 Personele lasten Er zijn diverse interne en externe ontwikkelingen die van invloed zijn op de personele lasten voor volgend jaar. Onderstaand worden de belangrijkste toegelicht. De inhuurkosten nemen toe door de gewijzigde cao-afspraken voor flexpersoneel, waardoor tarieven voor tijdelijke krachten structureel hoger worden. Daarnaast wordt er in 2027 een nieuwe cao afgesloten voor vast personeel. Samen zorgen deze factoren voor een stijgende druk op het personeelsbudget en een noodzaak om strategisch te sturen op formatie, inzet en arbeidsmarktbeleid.

28

5.4.1 Salarisontwikkelingen Loonontwikkeling De personeelslasten worden in het meerjarenperspectief geraamd op basis van de actuele cao-afspraken. De loonstijgingen uit de cao 2024–2025 (circa 7,5%) zijn volledig verwerkt in de begroting. Voor 2027 en 2028 wordt gerekend met een gematigder loonontwikkeling, passend bij de landelijke prognoses en de afbouw van de hoge inflatie. In de huidige meerjarenraming wordt voor 2027 een stijging van 1,6% aangehouden en voor 2028 een beperkte aanvullende stijging. Hiermee blijft de loonontwikkeling in lijn met de verwachte cao-afspraken en de reeds opgenomen begrotingskaders. 31 maart 2027 loopt de huidige cao af. Zodra er een nieuwe cao is afgesloten kunnen we meer exacte uitspraken doen over loonontwikkelingen vanaf 2027. Sociale lasten In algemene zin is het de verwachting dat de sociale lasten zullen stijgen (vanaf 2026/2027), hoofdzakelijk als gevolg van hogere premies voor arbeidsongeschiktheid en werkhervatting. Aangezien deze afhankelijk zijn van instroom en er ook bewegingen gaande zijn dat deze lasten weer dalen (eventuele verkorting WW duur) kunnen we hier geen concreet bedrag aan koppelen. Ontwikkeling functiehuis Ons functiehuis is in 2023 herijkt. Vervolgens dient dit structureel onderhouden te worden.

Dit betekent dat er met regelmaat gekeken moet worden in hoeverre de eisen die aan functies gesteld worden nog overeenkomen met de HR21 indelingen en bijbehorende salarisschalen. Vanaf 2026 wordt hier eens in de drie jaar naar gekeken. Waar functie indelingen tot op heden incidenteel plaats vonden, gaat dit vanaf 2026 eens in de drie jaar meer geclusterd en gestructureerd gebeuren. En dat zal leiden tot enkele incidentele schaalverhogingen, eens in de drie jaar, waar dat voorheen meer continu gebeurde. Dit betekent, met ingang van 2026, ook eens in de drie jaar een (mogelijke) structurele verhoging van loonkosten, in plaats van dat dit jaarlijks gebeurt. Voor de langere termijn brengt deze nieuwe aanpak geen extra kosten met zich mee. Ontwikkeling pensioenpremie Na een periode van stijgende pensioenpremies zijn de premies in 2025 stabiel gebleven. De lichte verhoging van de franchise heeft geleid tot een beperkte daling van de totale pensioenlasten. Met het oog op de stelselwijziging die in 2027/2028 wordt ingevoerd, is de verwachting dat de premies tot aan de overgang stabiel blijven. Voor 2026 en 2027 wordt daarom geen premiestijging voorzien. Vanaf 2028 kan de premieontwikkeling wijzigen als gevolg van de nieuwe pensioenregeling, maar hierover is op dit moment nog geen concrete raming mogelijk.

Vervallen 3e ziektejaar Sinds 1 januari 2024 ontvangen medewerkers in het eerste ziektejaar 100% van hun salaris en in het tweede ziektejaar 70%. De doorbetaling van een derde ziektejaar is vervallen. Hierdoor blijven de kosten gedurende de eerste twee ziektejaren gelijk, terwijl de lasten bij langdurige arbeidsongeschiktheid op termijn verder afnemen.

5.4.2 Vacatures en recruitment De verwachting is dat de krappe arbeidsmarkt de komende jaren aanhoudt, mede door landelijke vergrijzing, tekorten in specifieke vakgebieden en de vergrijzing binnen onze eigen organisatie. Dit leidt tot een hogere uitstroom en meer specialistische vacatures. Het recruitmentbeleid richt zich daarom steeds meer op specifieke doelgroepen. Het aantal vacatures blijft stijgen, onder andere door veranderingen in het politieke en maatschappelijke landschap, zoals binnen het sociaal domein en door de invoering van de Omgevingswet. Het werk verandert en vraagt om andere, vaak specialistische profielen. Bij schaarste wordt uitgeweken naar externe inhuur en ook steeds vaker naar het opleiden van medewerkers. Deze oplossingen kosten tijd en geld en vergroten de werkdruk voor zittende medewerkers.

29

Gerichte arbeidsmarktcommunicatie wordt steeds belangrijker, bijvoorbeeld door betere online zichtbaarheid. De recente implementatie van een nieuw recruitmentsysteem en een vernieuwde WerkenBij-website draagt hieraan bij; we zien direct al een toename in het aantal sollicitanten, we verwachten dat deze trend doorzet. Dit onderstreept het belang van blijvende investeringen in een stevig recruitmentbeleid en een sterk werkgeversmerk. In het strategisch HR-beleidsplan ligt de nadruk daarnaast niet alleen op werving en selectie, maar ook op behoud van medewerkers, onder andere via een goed onboardingprogramma en ontwikkelmogelijkheden.

5.4.3 Aanvragen formatie en inhuur Bij veel vraagstukken speelt de discussie over de rol van de gemeente. Vanuit de samenleving en de politiek wordt steeds vaker een beroep gedaan op de gemeente om verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijkertijd is het steeds lastiger om grenzen te stellen. De gemeente kan, gezien de complexiteit, budgetten en beschikbare capaciteit, in feite alleen het vangnet zijn, maar de verwachtingen liggen hoger. Dit brengt risico’s met zich mee voor de kwaliteit van dienstverlening én voor onze positie als aantrekkelijke werkgever. Door landelijke voorschriften, regionale afspraken en eigen ambities neemt de hoeveelheid werk toe, waardoor extra formatie en inhuur noodzakelijk zijn. Deze uitbreidingen zetten ondersteunende teams en budgetten onder druk, zoals P&O, Financiën en ICT. Daarom werken we sinds 2023 met een opslag bij aanvragen voor extra capaciteit. Per extra fte formatie en inhuur bedraagt deze opslag respectievelijk € 25.000 en € 10.000. De opslag wordt centraal geraamd op het taakveld overhead binnen het programma Bestuur en ondersteuning. Verder zorgen ontwikkelingen in cao’s voor flexpersoneel voor hogere inhuurtarieven, omdat loonstijgingen en het principe van gelijke beloning direct worden doorberekend door bureaus.

Daarnaast verdwijnen goedkopere constructies zoals payroll, waardoor gemeenten vaker duurdere vormen van inhuur moeten gebruiken. Dit leidt tot een structurele stijging van de totale inhuurkosten.

5.5 Investeringen Basis voor de op te nemen investeringen vormt het geactualiseerde overzicht van investeringen, jaarschijf 2027-2029, uit de begroting 2026. Daarnaast is ook sprake van nieuw aangeleverde investeringswensen (zie ook 2.2.2). Vervangingsinvesteringen worden, volgens de voorschriften, tegen de historische kostprijs opgenomen. Mocht er sprake zijn van hogere of lagere vervangingskosten, dan wordt dit in de begroting toegelicht.

5.5.1 Meerjaren Investeringsplan De komende jaren staan er flinke investeringen op de agenda voor onze gemeente. Deze investeringen vragen om een goed afwegingskader en een goed inzicht in de financiële gevolgen hiervan. Daarom werken wij sinds enige tijd met een meerjaren investeringenplan (MIP). Begin vorig jaar hebben wij u hierover geïnformeerd en u meegenomen in de inzet van het MIP als hulpmiddel om jaarlijks afwegingen en keuzes te (kunnen) maken. Uitgangspunten MIP Het MIP geeft op totaalniveau en per investering in de begrotingsperiode (en voor de jaren daarna) inzicht in: - verwachte investeringspieken - liquiditeitsbehoefte (planning van de uitgaven over de jaren) - schuldquote ; totale schuld ten opzichte van batenkant van de begroting - lasten exploitatie; rente en afschrijving

30

Onderscheid tussen technische en bestuurlijke MIP Het technische MIP betreft een inzicht van verwachte en mogelijke investeringen in de komende ca. 10 jaar. Dit gebruiken we om meerdere jaren vooruit te kijken en te kunnen anticiperen op toekomstige investeringspieken, (financiële) gevolgen en financieringsbehoefte. Het bestuurlijke MIP kijkt 4 jaar vooruit en wordt vertaald in deze kadernota en de (meerjaren)begroting. Bestuurlijke MIP – nieuwe investeringen Als opmaat naar de begroting 2027 wordt in deze kadernota rekening gehouden met een aantal investeringsaanvragen. In onderstaand overzicht is hiervan een overzicht opgenomen. Tevens is hierin aangegeven in welk jaar de afschrijvingslasten, indien van toepassing, starten. De mutaties uit de 1e Tussentijdse rapportage 2026 zijn hierin nog niet meegenomen. Voor een volledig overzicht van en nadere toelichting op deze investeringen wordt verwezen naar bijlage 1.

Bedrag Investeringen (x € 1.000)

2027

Energieopslagsysteem gemeentekantoor Bergambacht

235

MJOP ICT

495

2028

2029

2030 Gevoteerd Jaarschijf* 2028

500

127

Renovatie sportvelden

2028 73

2030

Programma Riolering & Klimaatadaptatie

6.821

6.821

6.821

6.821

2028

Vervanging wagenpark en materieel

1.500

800

650

190

2028

Verkeersveiligheidsmaatregelen project Capellelaan

440

2028

Verkeersmaatregelen Tussenlanen in Bergambacht

110

2028

IHP 2.0

15.319

8.510

27.857

IBOR 2026-2029

6.034

6.034

6.034

6.034

Totaal

30.954 22.665 13.632

40.975

83

2028

T.l.v. voorziening N.v.t 83

*Betreft het eerste jaar van afschrijving indien sprake is van meerdere investeringen

Technisch MIP In het technisch MIP nemen we naast alle lopende (goedgekeurde) investeringen ook de in de komende jaren te verwachten investeringen mee. Per investering verdelen we de uitgaven over de looptijd van de betreffende investering. Hiermee ontstaat een totaaloverzicht van de in de komende jaren uit te geven middelen per jaarschijf. Op basis hiervan kunnen we, zoals hiervoor al aangegeven vroegtijdig in het proces anticiperen op verwachte toekomstige investeringspieken. Daarnaast betrekken we deze ontwikkelingen al zoveel als mogelijk bij het bepalen van onze toekomstige liquiditeitsplanning en daaruit volgende financieringsbehoefte. Zie hiervoor ook onderdeel 5.7 Financiering. In onderstaand overzicht treft u de uitwerking van het technisch MIP voor de komende jaren aan. Naast de in deze kadernota opgenomen investeringsaanvragen spelen er nog meer ontwikkelingen die op termijn (mogelijk) leiden tot een investeringsbedrag.

31

Categorie

2026

2027

2028

2029

2030 2031-2036 Totaal

IBOR

54.319

24.829

16.889

11.295

2.660

29.719

139.711

PR&K

2.014

2.086

4.153

6.199

6.841

40.244

61.536

IHP

11.405

15.283

13.612

11.572

9.067

35.293

96.231

Accommodaties

6.421

2.803

2.399

784

1.606

7.232

21.246

Bedrijfsvoering

5.247

3.872

3.121

2.159

1.972

17.046

33.416

Overig

18.105

6.643

507

160

1.615

83

27.113

Totaal

97.511

55.516

40.679

32.169

23.761

129.617

379.253

Bedragen x € 1.000

5.5.2 Integraal Afstemmoment Projecten Het werken met het IAP is ingegeven door de grote ambities die we hebben op het gebied van woningbouw en realiseren van bedrijventerreinen. De hiermee gemoeide investeringen zijn nu onderdeel van de reguliere P&C-cyclus. Door te werken met het IAP ontstaat één integraal overzicht van lopende ontwikkelprojecten. In het IAP 2026 zijn hier de civiele projecten en de nieuwbouw van scholen aan toegevoegd om op deze manier een nog integraler beeld te krijgen van de lopende projecten. De tijdshorizon voor de projecten in het IAP ligt relatief ver weg in de toekomst. Veel doelstellingen zijn gericht op 2030 en zelfs daarna. Het IAP kijkt dan ook verder vooruit dan de begrotingscyclus. Met de ruimtelijke opgaven zijn in de nabije toekomst grote investeringen gemoeid. Maar dit geldt ook voor investeringen op andere terreinen. Daarom is een gedegen financiële strategie nodig; het MIP. Het IAP is hier belangrijke input voor.

5.5.3 Vervangingsinvesteringen Voor een goed financieel beleid is het van belang dat de lasten van de vervangingsinvesteringen opgenomen zijn in de meerjarenbegroting. Voor vrijwel alle vervangingsinvesteringen zijn inmiddels beheerplannen opgesteld die financieel vertaald zijn in de huidige meerjarenbegroting. Voorbeelden hiervan zijn IBOR-beheerplannen, IHP, ICT-plannen, materieelplan buitenruimte en beheerplan gemeentelijk vastgoed.

5.5.4 Vrijval kapitaallasten Vrijval van kapitaallasten ontstaat wanneer een volledig afgeschreven actief nog in gebruik is en in de begroting kapitaallasten voor het (vervangend) actief zijn opgenomen. Daarnaast kan het ook zo zijn dat een volledig afgeschreven actief nog in gebruik is en er in de begroting nog geen rekening is gehouden met vervanging van het betreffende actief. In beide gevallen ontstaat er ruimte in de exploitatie. In het eerste geval gedurende het begrotingsjaar en in het tweede geval bij het opstellen van de begroting voorafgaand aan het begrotingsjaar. Hoewel het tweede geval aantrekkelijk lijkt doordat er ruimte ontstaat in de begroting, kan het in de toekomst tot onwenselijke situaties leiden. Immers, als vervanging van het betreffende actief wel aan de orde is, is het hiervoor bestemde budget (kapitaallasten) al als vrije ruimte ingezet voor andere doeleinden. Om onbedoelde en ongewenste fluctuaties in de omvang van de kapitaallasten tegen te gaan zullen we er in de begroting voor zorgen dat de betreffende ruimte beschikbaar blijft voor kapitaallasten. Tenzij er daadwerkelijk geen sprake is van vervanging van het betreffende actief.

32

5.5.5 Beheerplannen IBOR In de Kadernota ontving u in eerdere jaren een meerjarenplanning voor de stortingen en onttrekkingen ten behoeve van het meerjarenonderhoud binnen het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR 2.0). Deze meerjarenplanning nemen wij dit jaar op conform IBOR 2.0, dat betrekking heeft op de periode 2021– 2025. In 2026 werken wij aan het opstellen van een nieuw beheerplan. Dit nieuwe IBOR heeft betrekking op de periode 2026–2030. De definitieve financiële consequenties hiervan worden verwerkt bij de vaststelling van IBOR 3 en vervolgens meegenomen in de begroting 2027. Gebouwenbeheerplan In de Kadernota ontving u doorgaans een meerjarenplanning voor de onttrekkingen ten behoeve van het meerjarenonderhoud (gebouwen). Deze meerjarenplanning nemen wij dit jaar niet op, omdat wij zoals we u hebben geïnformeerd in de raadsinformatiebrief (rib) van 28 januari 2025 bezig zijn met het opstellen van het nieuwe beheerplan. Het nieuwe gebouwenbeheerplan heeft betrekking op de periode 2027–2041 en treedt in werking per 1 januari 2027. De structurele financiële effecten voor de meerjarenbegroting 2027 en verder zijn bij het opstellen van de Kadernota nog niet definitief. De verwachting is dat het nieuwe gebouwenbeheerplan medio 2026 aan uw raad wordt aangeboden ter vaststelling.

Bij die besluitvorming wordt uw raad tevens gevraagd een besluit te nemen over de financiële verwerking van het beheerplan in de meerjarenbegroting vanaf 2027.

5.6 Verbonden partijen In de begroting 2027-2030 worden de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen waarbij de gemeente Krimpenerwaard is aangesloten verwerkt. Met de “financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden” bepalen de gemeenten in de regio Hollands-Midden vooraf een uniform financieel kader voor de jaarlijks toe te passen prijsindexatie in de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen in deze regio. De begrotingen van alle gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente Krimpenerwaard deelneemt worden getoetst aan deze vastgestelde kaders. De kaders voor de begroting 2027 zijn op 30 oktober 2025 door de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke regelingen van de gemeenten in Hollands Midden besproken. De kaders voor de begroting 2027 betreffen: 

De indexering voor personele lasten bedraagt 4,53% en voor materiële lasten 2,6%. Deze indices zijn gebaseerd op de verwachtingen van het Centraal Planbureau voor 2027. Er is ook rekening gehouden met correcties voor de ontwikkelingen in de jaren 2025 en 2026.

In de begrotingen en jaarrekeningen dient standaard een paragraaf op te worden genomen over de toepassing van de vastgestelde indexering. Deze paragraaf dient te worden verdeeld naar economische categorieën (percentage van personeel, materieel en overige) en een paragraaf met een analyse van de risico's in relatie tot de omvang van het weerstandsvermogen.

Voor de gemeenschappelijke regelingen waar de regiogemeenten bestuurlijk een meerderheid vormen gelden de afspraken als dwingend. Dit betreft de volgende gemeenschappelijke regelingen:  Veiligheidsregio Hollands Midden  Omgevingsdienst Midden-Holland  Hecht  Jeugd en Wmo Midden-Holland  Regio Midden-Holland De overige gemeenschappelijke regelingen waarbij de regiogemeenten geen meerderheid in het bestuur vormen maar waaraan de gemeente Krimpenerwaard wel deelneemt zijn geïnformeerd over de vastgestelde kaders. Daarbij zijn deze gemeenschappelijke regelingen er op gewezen dat hun begrotingen zullen worden getoetst aan de hiervoor genoemde kaders.

33

5.6.1 GR Regio Midden-Holland De regio Midden-Holland gaat in 2026 over naar een versterkt regiobureau en werkt aan een strategische agenda. Personeel wat nu is ondergebracht bij de deelnemende gemeenten (ca. 7 fte) gaat over naar het regiobureau. Eerder is de formatie van de regio versterkt met 5,5 fte. Het regiobureau zal gevestigd worden in het Midden-Holland huis in Gouda en diverse diensten betrekken van het ook in dit huis gevestigde ODMH. Dit heeft tot gevolg dat de omvang van de begroting van de regeling stijgt met de kosten voor het salaris, bijkomende kosten en kosten voor huisvesting, ICT en andere noodzakelijke diensten. In 2027 is de verwachting dat de strategische agenda is vastgesteld na overleg met alle raden en de drie integrale programmalijnen worden ingericht als basis voor het handelen van de regio.

5.7 Financiering Om een goed beeld te krijgen van lange termijn-opgaven wordt vanaf 2023 een meerjaren investeringsplan (MIP) opgesteld. Het MIP wordt periodiek geactualiseerd als onderdeel van de begrotingscyclus en geeft vervolgens een actueel beeld van de investeringen die de komende jaren nodig zijn. Per onderliggend project is door de projectleiders een inschatting gemaakt van de start en de looptijd en de met het project gemoeide kosten. Dit leidt tot onderstaand overzicht.      

Investeringen 2026 Investeringen 2027 Investeringen 2028 Investeringen 2029 Investeringen 2030 Investeringen 2031-2036 Totaal

€ 97,5 miljoen € 55,5 miljoen € 40,7 miljoen € 32,2 miljoen € 23,8 miljoen € 129,6 miljoen € 379,3 miljoen

Op basis van ervaringen weten we dat er voorafgaand aan of tijdens de uitvoering sprake kan zijn van tegenvallers of onvoorziene gebeurtenissen die ertoe leiden dat een project uitloopt in de tijd. Dit is ook van invloed op de omvang van de benodigde financiering. Om te voorkomen dat we rekening houden met meer externe financiering, en daarmee te hoge rentelasten, dan nodig, passen we op bovenstaande investeringsbedragen een correctie toe van 25%. Voorgaande betekent dat we vooralsnog rekening houden met het aantrekken van langlopende geldleningen van in totaal ruim € 200 miljoen in de periode 2026-2030. Uitgangspunt daarbij is een kapitaalmarktrente van 3,2%. De jaarlijkse rentelasten die hieruit voortvloeien zijn meegenomen in de cijfers van deze kadernota. De huidige geopolitieke ontwikkelingen zijn ook van invloed op de kapitaalmarktrente en hiermee mogelijk ook op de uiteindelijk in de begroting op te nemen rentelasten. Op grond van regelgeving wordt rente toegerekend (omgeslagen) aan taakvelden. De meest recente berekening resulteert in een omslagpercentage dat in lijn ligt met de 1,4% die is gehanteerd in de begroting 2026. Deze omslagrente wordt voorlopig gehanteerd voor de meerjarenbegroting 2027-2030. Voor alle gehanteerde uitgangspunten geldt dat deze bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2027-2030 worden geactualiseerd.

Indien dit tot aanpassingen leidt, worden deze meegenomen in de begroting. De uitgangspunten en richtlijnen voor het treasurybeleid zijn vastgelegd in de Financiële verordening. De regels voor de uitvoering van de treasuryfunctie zijn opgenomen in het Treasurystatuut. In het statuut wordt onder andere inzicht gegeven in de inrichting en borging van de financieringsfunctie en de uitgangspunten van het risicobeheer.

34

5.7.1 Kengetallen Het aantrekken van nieuwe geldleningen om de projecten in de komende jaren te kunnen financieren heeft ook effect op enkele financiële kengetallen. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatieruimte. Door het aantrekken van nieuwe leningen neemt deze druk toe en stijgt de netto schuldquote. Een schuldquote tussen 90% en 130% wordt als hoog beschouwd. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin een gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen en bestaat uit de hoogte van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal. Deze verhouding daalt als gevolg van het aantrekken van nieuwe geldleningen. Een solvabiliteit tussen 20% en 50% is neutraal. Daarnaast is een solvabiliteit ≥ 20% één van de voorwaarden die worden gesteld om 10% van het surplus van de algemene reserve in te mogen zetten als structurele dekking in de begroting In onderstaande tabel is, op basis van een aantal aannames, een inschatting opgenomen van de ontwikkeling van genoemde kengetallen voor de komende jaren. Hierin zijn de gevolgen van de verwachte toename van de leningenportefeuille als gevolg van geplande investeringen terug te zien.

Hoe verder in de toekomst, hoe meer onzeker de gepresenteerde kengetallen zijn. Het gaan dan ook meer om het beeld, dan om het exacte percentage. Bij het opstellen van de meerjarenbegroting zullen we de kengetallen actualiseren en de verwachte ontwikkeling monitoren.

2027

2028

2029

2030

Netto Schuldquote

86%

100%

107%

111%

…

129%

2036

Solvabiliteit

27%

24%

24%

23%

…

20%

5.8 Subsidies Uw gemeenteraad heeft tijdens de begrotingsraad van november 2025 het subsidiebudget voor 2027 en verder vastgesteld. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de septembercirculaire. Definitieve vaststelling volgt bij de begrotingsbehandeling. In dit geval betreft het de budgetruimte voor 2028. Dit budget vormt de basis voor de jaarlijkse subsidieverlening. Tevens heeft uw gemeenteraad het college gemandateerd tot het verdelen van dit budget over de diverse subsidieregelingen. De basis voor de subsidieplafonds van het opvolgende jaar wordt gevormd door de vastgestelde plafonds van het jaar ervoor. Eventuele (incidentele) wijzigingen worden binnen de P&C-cyclus meegenomen. Voor instellingen die zich om uiteenlopende redenen niet lenen voor subsidiëring vanuit een van de subsidieregelingen wordt gewerkt met begrotingssubsidies.

35

5.9 Omgevingswet Bij de komst van de Omgevingswet was al duidelijk dat deze stelselwijziging ingrijpende gevolgen heeft voor de gehele organisatie. Daarom is in eerdere jaren een financiële reservering getroffen om de noodzakelijke veranderopgaven organisatiebreed te kunnen ondersteunen. De beschikbare middelen zijn in het bijzonder bedoeld voor de inhuur van specialistische capaciteit die nodig is voor het opbouwen, actualiseren en beheren van het omgevingsplan. Het gaat hierbij onder meer om een GEO-specialist, planjurist, regelanalist/toepasbare regelspecialist en andere inhoudelijke experts die bijdragen aan de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het plan. Daarnaast zijn financiële middelen gereserveerd voor projectmanagement en programmatische ondersteuning, onder andere voor de doorontwikkeling van de omgevingsvisie en de samenhang met andere beleidsprogramma’s. Ook wordt geïnvesteerd in opleidingen, kennisoverdracht en interne begeleiding, zodat medewerkers in alle domeinen kunnen werken volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet en de nieuwe werkwijzen duurzaam worden geborgd.

Tot slot kan de reservering worden ingezet voor aanvullende activiteiten die voortkomen uit de verdere implementatie, zoals het verbeteren van gegevensbeheer, het versterken van participatieprocessen, het door ontwikkelen van interne werkprocessen en het waar nodig aanpassen van ondersteunende ICT-functionaliteiten. We werken aan de verdere professionalisering en structurele inbedding van het nieuwe stelsel. De beleidscyclus onder de Omgevingswet borgen we structureel in de begroting. De implementatie vraagt een meerjarige programma-aanpak en extra capaciteit; de financiële consequenties worden richting de begroting nader uitgewerkt.

36

6. LOKALE HEFFINGEN 6.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) en overige ongebonden heffingen Onroerende-zaakbelastingen en toeristenbelasting zijn algemene belastingen. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belastingen in de algemene middelen komen en vrij besteedbaar zijn. De gemeenteraad bepaalt waarvoor deze opbrengsten worden ingezet, de opbrengsten zijn niet gelabeld.

6.1.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De OZB wordt geheven over de waarde van de onroerende zaken in de gemeente, de zogenoemde WOZ-waarde. De opbrengst, en niet de tarieven, van de OZB wordt jaarlijks verhoogd met de inflatie. Bij de OZB gaan we uit van de totale opbrengst van het voorgaande jaar bij een gelijkblijvend areaal.

6.1.2 Toeristenbelasting Bij de toeristenbelasting wordt jaarlijks het tarief verhoogd op basis van de inflatiecorrectie. Vanaf 2026 wordt toeristenbelasting geheven voor alle overnachtingen tegen betaling (op land en op water) tegen hetzelfde tarief, dus voor overnachtingen op land en voor overnachtingen op water. Dit zou kunnen leiden tot een bijstelling van de begrote opbrengst.

6.2 Gebonden heffingen Algemeen Afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges, lijkbezorgingsrechten, marktgelden, standplaatsgelden en havengelden zijn gebonden heffingen. Uitgangspunt is dat deze heffingen kostendekkend zijn, tenzij de tarieven dan aanzienlijk hoger zijn dan bij vergelijkbare gemeenten in de regio. Kostendekkendheid houdt in dat de tarieven zodanig vastgesteld worden dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten. Deze wettelijke eis van maximale kostendekkendheid betekent niet dat de afzonderlijke tarieven per heffing maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. Een individueel tarief kan meer dan 100% kostendekkend zijn, maar daar staat dan een ander tarief met een lager percentage tegenover. In de begroting nemen wij een overzicht op van de kostendekkendheid per heffing. De wijze van de berekening van de overhead bij de tarieven is bepaald in onze financiële verordening.

6.2.1 Afvalstoffenheffing Bij de berekening van de tarieven voor de afvalstoffenheffing gaan we uit van 100% kostendekkende tarieven. Eventuele structurele gevolgen uit de tussenrapportages 2026 worden ook verwerkt in de tarieven 2027. Het afval scheiden is een succes, maar leidt tot de zogenoemde diftar-paradox. De afname van het aantal ontgrendelingen van de inzamelcontainers en het aantal ledigingen van minicontainers leidt tot een een daling van de variabele inkomsten (variabele tarief). Daar staan onvoldoende financiële opbrengsten tegenover. Dit kan ertoe leiden dat in de toekomst het vaste tarief meer zal moeten stijgen dan het variabele tarief om kostendekkende tarieven te hanteren.

37

Het kabinet heeft aangekondigd dat de afvalstoffenbelasting (de heffing op het verbranden van afval) en de daaraan gekoppelde CO2-heffing de komende jaren significant zullen stijgen. Deze stijgingen zijn bedoeld om afvalverbranding te ontmoedigen en recycling te stimuleren. Daarom zijn er in het omgevingsprogramma Grondstoffen maatregelen opgenomen om te zorgen voor minder restafval. Een van deze maatregelen is het minder vaak ophalen van het restafval. Hiermee wordt de stijging van de afvalstoffenheffing beperkt. Tevens zal er veel aandacht worden besteed aan voorlichting en communicatie om het recyclen meer te stimuleren. De ontwikkeling van het nieuwe afvalbrengstation is in volle gang. De grond is aangekocht en de rentelasten zijn al verwerkt in het tarief. De bouw van het brengstation neemt wat langer tijd in beslag en die kapitaallasten zien we pas terug in de tarieven van 2028.

6.2.2 Rioolheffing Bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing gaan we uit van 100% kostendekkende tarieven. De gevolgen van de investeringen uit het Omgevingsprogramma Riolering en Klimaatadaptatie 2025-2028 worden meegenomen in de tarieven rioolheffing. Ook eventuele structurele gevolgen uit de tussenrapportages 2026 worden verwerkt in de tarieven 2027.

6.2.3 Leges Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wordt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in stappen ingevoerd. Als eerste is deze wet gaan gelden voor nieuwbouw van bouwwerken waarvoor de gevolgen bij falen beperkt zijn (gevolgklasse 1). Dit betreft woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. De Wkb geldt nog niet voor verbouw van bouwwerken in gevolgklasse 1. Uit proefprojecten blijkt dat de kosten relatief hoog zijn. De minister gaat in overleg met gemeenten, kwaliteitsborgers en marktpartijen om tot een praktische oplossing te komen. Ook voor bouwwerken in gevolgklasse 2 (o.a. bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijs- en woongebouwen) en gevolgklasse 3 (o.a. gebouwen hoger dan 70 meter, metrostations en ziekenhuizen) gaat de Wkb op een later moment gelden. Bijstelling leges VTH Naar aanleiding van de bijstelling in de 2e Tussentijdse rapportage 2025 is onderzocht in hoeverre de geraamde legesopbrengsten in het kader van de Omgevingswet structureel dan wel incidenteel van aard zijn. Er bestaat een onderscheid tussen een structureel basisniveau aan legesopbrengsten vanuit reguliere vergunningverlening en incidentele fluctuaties als gevolg van grotere projecten of pieken in bouwactiviteiten. Richting de programmabegroting 2027 lopen er twee trajecten.

Enerzijds verbeteren we het initiatievenproces om sneller en beter van initiatief tot aanvraag te komen. Daarnaast wordt de ramingssystematiek verder aangescherpt door structureel informatie te koppelen tussen de voortgang van projecten en vergunningverlening en de financiële prognoses. Daarmee ontstaat een beter onderbouwd inzicht in het initiatievenproces, de kosten van het initiatieven- en aanvraagproces, de verwachte legesopbrengsten en kunnen afwijkingen eerder worden gesignaleerd en bestuurlijk worden betrokken. We werken hierbij aan een systeem van 100% kostendekkendheid.

6.2.4 Havengelden Havengelden worden geheven voor het gebruik van de havens en de aangeboden voorzieningen.

38

6.2.5 Markt- en standplaatsgelden Marktgelden worden geheven voor het hebben van een standplaats op een (gewoonlijk periodiek gehouden) markt. Dit zijn de dag- of weekmarkten waar bijvoorbeeld eetwaren en textielwaren voor consumenten te koop zijn. Met ingang van 2026 worden ook standplaatsgelden geheven. Standplaatsgelden worden geheven voor het hebben van een standplaats buiten de markt en op een voor de openbare dienst bestemde en aangewezen (stand)plaats.

6.2.6 Lijkbezorgingsrechten Ook voor de lijkbezorgingsrechten geldt dat deze niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. In de gemeente Krimpenerwaard ligt de kostendekkendheid daar ruim onder. In 2025 was de kostendekkendheid begroot op 58% maar in 2026 zijn er bezuinigingen doorgevoerd waardoor de kostendekkendheid nu inmiddels uitkomt op 68%. Indien gewenst kan de kostendekkendheid verhoogd worden door bijvoorbeeld een stijging van de tarieven.

6.3 Ondernemersfondsen Ondernemers in een winkelgebied of een bedrijventerrein kunnen voor het financieren van gezamenlijke initiatieven een lokaal ondernemersfonds oprichten. Financiering kan in de vorm van een BIZ-heffing op grond van de Wet op de bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ). Als de gemeente akkoord gaat met het door de ondernemers opgestelde BIZ-plan en er is voldoende draagvlak, heft de gemeente een BIZbijdrage van de ondernemers in het betreffende gebied. De gemeente keert de opbrengst uit aan de BIZstichting. Wij hebben een BIZ Bergambacht Centrum (2026-2030), een BIZ Bergambacht Bedrijventerrein De Wetering (2026-2030) en een BIZ Schoonhoven Centrum (2024-2028).

6.4 Overzicht lokale lastendruk 6.4 Overzicht lokale lastendruk Bij de lokale lastendruk nemen we de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing mee in de berekening. In onderstaand overzicht worden de woonlasten 2026 van Krimpenerwaard vergeleken met omliggende gemeenten. Deze woonlasten zijn berekend met behulp van de Lokale Lasten Calculator 2026 van het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Bij de berekening is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde, een tweepersoonshuishouden met een gemiddelde hoeveelheid afval en bij de rioolheffing van een gemiddeld waterverbruik indien het tarief bepaald wordt door het waterverbruik. In de tabel is te zien dat de woonlasten in de gemeente Krimpenerwaard, zowel regionaal gezien als ten opzichte van het landelijk gemiddelde nog altijd relatief laag zijn, zonder dat dit ten koste gaat van ons voorzieningenniveau. Het Rijk en gemeenten praten over een nieuwe of aangepaste financieringssystematiek. De wens is om tot een nieuwe wijze van bekostigen te komen, waarbij verruiming van het lokale belastinggebied een te onderzoeken onderdeel is.

39

2026 Gemeente

OZB

afvalstoffenheffing

rioolheffing

woonlasten

Krimpenerwaard

€443

€303

€289

€1.035

Bodegraven-Reeuwijk

€602

€455

€338

€1.395

Gouda

€448

€393

€573

€1.415

Krimpen aan den IJssel

€423

€420

€280

€1.123

Lopik

€661

€344

€315

€1.320

Molenlanden

€391

€477

€250

€1.118

Nieuwkoop

€539

€364

€244

€1.147

Oudewater

€579

€285

€444

€1.308

Waddinxveen

€435

€393

€251

€1.079

Zuidplas

€508

€347

€235

€1.090

Landelijk gemiddelde

€470

€359

€240

€1.069

40

7. STRUCTUREEL SLUITENDE BEGROTING Bij de behandeling en vaststelling van de meerjarenbegroting 2026-2029 op 11 november 2025 heeft uw gemeenteraad besloten tot de inzet van een flink aantal bezuinigingsmaatregelen. Door inzet van deze maatregelen, oplopend tot ruim € 3,3 miljoen, is het gelukt om een meerjarenbegroting structureel sluitend te maken in de jaarschijf 2029. Zoals uit de deze kadernota wel blijkt, is er nog steeds sprake van grote meerjarige financiële uitdagingen. Dit maakt dat de tot nu toe ingezette bezuinigingsmaatregelen niet voldoende ruimte opleveren om ook de meerjarenbegroting 2027-2030 structureel te kunnen sluiten. Voor een aantal van de nieuwe aanvragen geldt dat de mogelijkheden van eventuele dekking nog verder worden onderzocht en uitgewerkt richting de begroting. Het voorstel is om voor de dekking van de verwachte tekorten uit te gaan van de volgende mogelijkheden:    

Inzet van de volgende maatregelen op de in november 2025 door de gemeenteraad vastgestelde lijst van bezuinigingsmaatregelen Inzet van 10% van het surplus van Algemene reserve vrij vermogen Verhogen van de opbrengst ozb Een combinatie van bovenstaande mogelijkheden

Ten aanzien van de lijst met bezuinigingsmaatregelen geldt wel dat deze richting de begroting nog geactualiseerd wordt. Het kan zijn dat onderliggende bedragen en aantallen ten opzichte van een jaar geleden wat afwijken.

41

6E-ɤ Bijlage 1 – Aanvragen en bijstellingen 1.1 Exploitatie Bestuur en ondersteuning (x € 1.000)

2027 2028 2029 2030

Structureel

484

-515 -1.198 -1.708

Bijdrage gemeenschappelijke regelingen

-745

-740

-733

-733

Vooruitlopend op de ontvangst van de begrotingen 2027 van de gemeenschappelijke regelingen houden we rekening met een toename van de bijdrage met ongeveer 4%. Dit is conform de afspraken die hierover binnen de Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen zijn gemaakt.

-745

-740

-733

-733

Indexering baten

900

900

900

900

En vindt een aanpassing van de inkomsten plaats op basis van inflatiecorrectie zoals die is opgenomen in de meicirculaire 2026 van het Gemeentefonds. Net als aan de uitgavenkant hanteren we in deze kadernota vooralsnog het in het CEP gepresenteerde prijsindexcijfer van 2,5% voor 2027 om de baten mee aan te passen. We hebben onder andere de baten voor Ozb, riool- en afvalstoffenheffing in de berekening betrokken.

900

900

900

900

Indexering lasten

-2.500 -2.500 -2.500 -2.500

Er vindt een aanpassing van de uitgaven plaats op basis van de inflatiecorrectie zoals -2.500 -2.500 -2.500 -2.500 die is opgenomen in de meicirculaire 2026 van het Gemeentefonds. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft in maart 2026 het Centraal Economisch Plan (CEP) gepubliceerd. Hierin gaat het CPB voor de jaarschijf 2027 uit van een indexering van de prijzen met 2,5% ten opzichte van 2026. In deze kadernota hanteren wij vooralsnog deze prijsindex. Indexering voorziening gebouwenbeheer

-54

-54

-54

-54

Om te anticiperen op toekomstige areaaluitbreidingen en prijsstijgingen ten opzichte van het huidige beheerplan worden hiervoor lasten opgenomen ter grootte van respectievelijk 1% en 2,5% van de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening.

-54

-54

-54

-54

Algemene uitkering

3.611 3.453 3.015 3.101

Op basis van de in het Centraal Economisch Plan 2026 gepresenteerde verwachte 3.611 3.453 3.015 3.101 indexering hebben we een voorzichtige inschatting gemaakt van de verwachte stijging voor de jaren 2027 tot en met 2030. Hierin zitten nog geen aanpassingen van aantallen, aanpassingen van rekentarieven WOZ etc. Voor onze gemeente betekent dit een aanpassing ca € 3 miljoen. Vooruitlopend op de komende meicirculaire is deze aanpassing al meegenomen in deze kadernota. Gevolgen Cao

-1.100 -1.100 -1.100 -1.100

Er vindt een aanpassing van de salarislasten plaats op basis van de verwachte -1.100 -1.100 -1.100 -1.100 ontwikkeling van de loonvoet sector overheid zoals die is opgenomen in de meicirculaire 2026 van het Gemeentefonds. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft in maart 2026 het Centraal Economisch Plan (CEP) gepubliceerd. Hierin gaat het CPB voor de jaarschijf 2027 uit van een stijging van de lonen met 4% ten opzichte van 2026. Op grond van de lopende cao is in de begroting vanaf 2027 al rekening gehouden met een stijging van de salarislasten met 1,6%. Daarom hanteren we in deze kadernota vooralsnog een stijging van 2,4%. Rentelasten

930

102

-45

-559

Op basis van de investeringsplanning voor de komende jaren is de liquiditeitsbehoefte geïnventariseerd en zijn de aan te trekken leningen hierop aangepast. In combinatie met het feit dat in 2025 geen langlopende geldleningen zijn aangetrokken,leidt dit op de kortere termijn tot lagere verwachte rentelasten. Vanaf 2029 stijgen de verwachte rentelasten weer.

930

102

-45

-559

42

(x € 1.000)

2027 2028 2029 2030

Lidmaatschap P-10 gemeenten

-20

-20

-20

-20

De gemeente Krimpenerwaard is lid geworden van de P10: een samenwerking van 34 plattelandsgemeenten in Nederland. De speerpunten van de P10 sluiten inhoudelijk goed aan bij het toekomstperspectief Vitaal Krimpenerwaard. Met dit lidmaatschap is het mogelijk sneller kennis uit te wisselen en is er beter toegang te krijgen tot de VNG, Rijk en EU. Dit betekent een versterking van de bestuurlijke slagkracht en netwerk van de gemeente om zo beter voor ons belang op te komen. Daarnaast biedt het netwerk “kennisuitwisseling, ontmoeting en inspiratie” en het vergroten van het netwerk van de ambtelijke organisatie. Het betreft hier alleen de lidmaatschapskosten van de P10, niet de kosten van personele inzet. Afgesproken is het lidmaatschap na 3 jaar (begin 2030) te evalueren.

-20

-20

-20

-20

Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek

-30

-30

-30

-30

Volgens de ARBO wet zijn we verplicht een PAGO frequent aan te bieden en ook frequent een Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) uit te voeren. Uit de RI&E (2024) zijn geen grote gezondheidsrisico’s naar voren gekomen, tegelijkertijd moeten we voldoen aan de ARBOwet en hebben we de wens een goed werkgever te zijn. Het voorstel is daarom dat elke medewerker eens per 5 jaar recht heeft op een PAGO, vanaf komend jaar. Daarnaast zullen we de RI&E ook moeten blijven herhalen. Als we uitgaan van een totale deelname aan de PAGO van 80 % (over 5 jaar) en eens per 5 jaar een RI&E, dan betekent dit een structurele toename van 30 k aan ARBO budget. Medewerkers in functies die een grotere fysieke component hebben, denk aan de collega’s van de buitendienst, kunnen indien gewenst vaker een PAGO krijgen

-30

-30

-30

-30

Vervanging wagenpark 2027-2030 (afschrijving)

0

-158

-263

-335

Conform het meerjarenvervangingsplan wordt een deel van het gemeentelijke wagenpark vervangen om de continuïteit, veiligheid en doelmatigheid van de bedrijfsvoering te borgen. Indien technisch en operationeel mogelijk gaan we over tot de aanschaf van elektrisch materieel zodat wij invulling geven aan de duurzaamheidsdoelstellingen.

0

-158

-263

-335

Vervanging materieel 2027-2030 (afschrijving)

0

-30

-30

-40

Conform het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) zetten wij in op tijdige vervanging van materieel om continuïteit en doelmatige afschrijving te borgen. Indien technisch en operationeel mogelijk gaan we over tot de aanschaf van elektrisch materieel zodat wij invulling geven aan de duurzaamheidsdoelstellingen.

0

-30

-30

-40

Preventie onrechtmatige aanbestedingen

-186

0

0

0

Ter voorkoming van onrechtmatige aanbestedingen heeft Berenschot een voorlopige analyse gemaakt van onze inkoopfunctie. Zij adviseren de capaciteit bij de sectie Inkoop onderdeel team JZ uit te breiden. Vooruitlopend op de definitieve analyse vragen we nu om tijdelijke uitbreiding van de formatie om inzicht te krijgen wat structureel nodig is.

-186

0

0

0

MJOP ICT 2027-2029 (afschrijving)

0

-154

-321

-363

Dit MJOP ICT is bestemd voor ICT hardware vervangingen. Voor de jaren 2027-2029 staan veel vervangingen op de planning. Deze investeringsbedragen zijn benodigd om deze vervangingen te realiseren.

0

-154

-321

-363

Energieopslagsysteem gemeentekantoor Bergambacht (afschrijving)

0

-16

-16

-16

Het nieuwe gemeentekantoor in Bergambacht wordt zonder een extern energieopslagsysteem gerealiseerd. Dit ligt in lijn met het programma van eisen voor het nieuwe gemeentekantoor. Na het vaststellen van het programma van eisen zijn er veranderingen in wetgeving en op de energiemarkt ontstaan. Gezien de salderingsregeling per 1-1-2027 komt te vervallen, de huidige energieontwikkeling op de energiemarkt en in het kader van netcongestie, wordt geadviseerd om naast het nieuwe gemeentekantoor een extern energieopslagsysteem in de vorm van een accupakket te realiseren. Hiervoor is een investeringsbedrag nodig van € 235.000 excl. BTW.

0

-16

-16

-16

Leren en opleidenbudget

-100

-100

-100

-100

Het is voor onze organisatie belangrijk om te investeren in de ontwikkeling van medewerkers. Volgens het A&O fonds is een percentage van 1,6 procent van de loonkosten als budget voor L&O een gemiddeld budget voor gemeenten.

-100

-100

-100

-100

43

(x € 1.000)

2027 2028 2029 2030

Het voorstel is om het budget te verhogen met € 100.000. Hiermee komt het budget dan op 1,6% van de loonsom. Er zijn twee componenten die maken dat dit nodig is: Er worden dit jaar meer kosten verwacht door trainingen in kader van de omgevingswet. Dit zijn prijzige trainingen (beperkt aantal aanbieders). En teams zijn serieuzer aan de slag gegaan met teamontwikkeling. Dit is in lijn met de visie op leren en ontwikkelen en draagt bij aan behoud van medewerkers en effectiviteit van de organisatie. . MJOP ICT 2027-2029 (dekking reserve ICT)

0

154

321

363

Dit MJOP ICT is bestemd voor ICT hardware vervangingen. Voor de jaren 2027-2029 staan veel vervangingen op de planning. Deze investeringsbedragen zijn benodigd om deze vervangingen te realiseren.

0

154

321

363

Positionering gemeente

-222

-222

-222

-222

We werken aan de positionering van de gemeente, inzet op regionale samenwerking en de lobbystrategie. Hiervoor is het nodig dat we inzetten op extra capaciteit ten behoeve van strategische advisering en communicatie. Een eerste inschatting is dat dit 1,5 fte vraagt. Verwacht wordt dat deze structurele inzet zich uit zal betalen in extra inkomsten, in de vorm van subsidies.

-222

-222

-222

-222

Eindtotaal

484

-515 -1.198 -1.708

Veiligheid Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen.

44

Verkeer, vervoer en waterstaat (x € 1.000)

Structureel

2027 2028 2029 2030 -39

-72

-91 -110

Verkeersveiligheidsmaatregelen project Capellelaan in Ammerstol

0

-11

-11

-11

Voor de toepassing van een GOW30-weginrichting in het IBOR-project Capellelaan in Ammerstol wordt een investeringskrediet van €440.000 aangevraagd. De gemeente streeft ernaar binnen de bebouwde kom zowel op erftoegangswegen als op gebiedsontsluitingswegen een snelheidsregime van 30 km/h te realiseren. Door in dit project een 30 km/h weginrichting toe te passen, wordt werk met werk gecombineerd en wordt aangesloten bij het, nog vast te stellen, Omgevingsprogramma Mobiliteit (OPM).

0

-11

-11

-11

Uitbesteden gladheidsbestrijding

-39

-39

-39

-39

Het college heeft besloten de gladheidsbestrijding vanaf het komende seizoen extern te organiseren. Door deze wijziging vervallen aan de gemeentelijke kant een aantal structurele werkzaamheden en verantwoordelijkheden. Hierdoor kan de nieuwe werkwijze binnen de bestaande middelen worden opgevangen. Met deze aanpak borgt het college continuïteit, kwaliteit en tijdige inzet bij gladheidsbestrijding, terwijl de druk op de betrokken medewerkers hiermee wordt verminderd.

-39

-39

-39

-39

Verkeersmaatregelen Tussenlanen in Bergambacht (afschrijving)

0

-3

-3

-3

Voor het toepassen van verkeersmaatregelen in het (IBOR-)project Tussenlanen in Bergambacht wordt een investeringskrediet van €110.000 aangevraagd. Deze maatregelen dragen bij aan het realiseren van een veilige en toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte. Waar mogelijk wordt werk met werk gecombineerd, zodat de uitvoering aansluit bij de gemeentelijke ambitie om binnen de bebouwde kom een uniform en verkeersveilig snelheidsregime te hanteren. Hiermee wordt tevens aangesloten bij de beleidsrichting zoals opgenomen in het, nog vast te stellen, Omgevingsprogramma Mobiliteit (OPM).

0

-3

-3

-3

Groot onderhoud / vervangingen Openbare verlichting 2027-2030 (afschrijving)

0

-12

-24

-36

De aanvraag valt binnen het vastgestelde IBOR 2 beleid. De definitieve financiële consequenties worden verwerkt bij de vaststelling van het IBOR 3 en meegenomen in de begroting 2027. De vervanging wordt geactiveerd en over een periode van 25 tot 40 jaar afgeschreven. Dit leidt tot afschrijvings- en rentelasten in de exploitatie.

0

-12

-24

-36

Vervangingen Civiele kunstwerken 2027-2030 (afschrijving)

0

-7

-14

-21

De aanvraag valt binnen het vastgestelde IBOR 2 beleid. De definitieve financiële consequenties worden verwerkt bij de vaststelling van het IBOR 3 en meegenomen in de begroting 2027. De vervanging wordt geactiveerd en over een periode van 25 tot 40 jaar afgeschreven. Dit leidt tot afschrijvings- en rentelasten in de exploitatie.

0

-7

-14

-21

-39

-72

-91 -110

Eindtotaal

Economie Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen.

45

Onderwijs, sport, cultuur en recreatie (x € 1.000)

Structureel

2027 2028 2029 2030 0 -269 -269 -812

Dodenherdenking onderdeel van subsidie Cultuur

-10

-10

-10

-10

Per 2027 kunnen Oranjeverenigingen voor de kosten m.b.t. organisatie van een Dodenherdenking aanvragen via de subsidieregeling Cultuur. Voorheen werden deze kosten via het Kabinet bekostigd.

-10

-10

-10

-10

Dodenherdenking onderdeel van subsidie Cultuur (dekking exploitatie)

10

10

10

10

Per 2027 kunnen Oranjeverenigingen voor de kosten m.b.t. organisatie van een Dodenherdenking aanvragen via de subsidieregeling Cultuur. Voorheen werden deze kosten via het Kabinet bekostigd.

10

10

10

10

IDO en IDO+ toevoegen aan Begrotingssubsidie

-91

-91

-91

-91

De SPUK IDO en de IDO+ worden met ingang van het subsidiejaar 2027 toegevoegd aan de Begrotingssubsidie van de Bibliotheek.

-91

-91

-91

-91

IDO en IDO+ toevoegen aan Begrotingssubsidie (dekking exploitatie)

91

91

91

91

De SPUK IDO en de IDO+ worden met ingang van het subsidiejaar 2027 toegevoegd aan de Begrotingssubsidie van de Bibliotheek.

91

91

91

91

IHP 1.0 - Kiezel en Kei (nieuwbouw) - SCH (afschrijving)

0

0

0 -270

De raad heeft op 6 februari 2024 het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) vastgesteld. Hierin is onder meer een meerjarenplanning opgesteld voor nieuwbouw en renovaties van de schoolgebouwen in Krimpenerwaard. De raad heeft tegelijkertijd met de vaststelling van het IHP besloten om de financiële gevolgen van deze meerjarenplanning vanaf kadernota 2025 te verwerken in de P&C-documenten. Jaarlijks wordt een actuele inschatting gemaakt van het benodigde investeringsbudget en de periode waarin realisatie plaatsvindt. Dat is voor nu het uitgangspunt om financieel te verwerken. In de praktijk van de uitvoering van projecten zal blijken of hier afwijkingen ontstaan (vertraging / versnelling).

0

0

0 -270

IHP 2.0 - Driestar college (renovatie) - LKK (afschrijving)

0

0

0 -273

De raad heeft op 6 februari 2024 het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) vastgesteld. Hierin is onder meer een meerjarenplanning opgesteld voor nieuwbouw en renovaties van de schoolgebouwen in Krimpenerwaard. De raad heeft tegelijkertijd met de vaststelling van het IHP besloten om de financiële gevolgen van deze meerjarenplanning vanaf kadernota 2025 te verwerken in de P&C-documenten. Jaarlijks wordt een actuele inschatting gemaakt van het benodigde investeringsbudget en de periode waarin realisatie plaatsvindt. Dat is voor nu het uitgangspunt om financieel te verwerken. In de praktijk van de uitvoering van projecten zal blijken of hier afwijkingen ontstaan (vertraging / versnelling).

0

0

0 -273

Indexering subsidieplafonds 2028

0 -269 -269 -269

Bij de begrotingsraad voor de begroting 2027 zullen tevens de subsidieplafonds voor 2028 worden vastgesteld. Daarvoor moeten de huidige subsidieplafonds van 2027 worden verhoogd met een indexpercentage voor het boekjaar 2028.

0 -269 -269 -269

Eindtotaal

0 -269 -269 -812

46

Sociaal Domein (x € 1.000)

2027 2028 2029 2030

Structureel

-725 -325 -325 -325

Eigen bijdrage Wmo

-500 -100 -100 -100

De invoering van de inkomensafhankelijk eigen bijdrage schuift op naar 1 januari 2028. -500 -100 -100 -100 Reden is enerzijds dat het traject om de wet te wijzigen eerst controversieel was verklaard als gevolg van de kabinetswissel. Anderzijds neemt het nu meer tijd in beslag neemt dan oorspronkelijk gepland, waardoor eerst 2026 en daarna 2027 niet haalbaar blijken. Aan de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage is een uitname uit het gemeentefonds gekoppeld per 2028. Door het opschuiven van de invoering, betekent dat in de begroting een nadeel van € 500.000 in 2027 en € 100.000 in de jaren erna. Hier tegenover staat wel een lagere uitname uit het gemeentefonds. De inkomensafhankelijke eigen bijdrage is een van de belangrijkste maatregelen om de gemeentelijke Wmo-dienstverlening beschikbaar te houden voor inwoners die hulp en ondersteuning het hardst nodig hebben en niet vanuit ‘eigen kracht’ kunnen organiseren. Uitbreiding subsidiebudget SPT

-530 -530 -530 -530

De inzet binnen de Integrale toegang die het SPT uitvoert alsmede de huur voor 3 locaties wordt financieel ondergebracht binnen de begrotingssubsidie. De mutatie hiervoor verloopt budgetneutraal ten laste van het budget van de Integrale Toegang.

-530 -530 -530 -530

Extra capaciteit uitvoering

-225 -225 -225 -225

De caseload Participatiewet is in twee jaar gestegen van 791 naar 940 dossiers, terwijl de -225 -225 -225 -225 complexiteit van de casuïstiek blijft toenemen. Daarnaast vragen de Participatiewet in Balans en de uitvoering van de RooO (meer in lijn met de Participatiewet, o.a. eigen bijdrage, invordering en terugvordering) om extra inzet. De verwachting is dat het klantenbestand verder groeit door de achterstand in de taakstelling, de instroom van statushouders en de overgang van de RooO richting de Participatiewet. De huidige caseload per medewerker aan zowel de inkomens‑ als werkkant is te hoog, waardoor taken blijven liggen en onvoldoende kan worden ingespeeld op wetswijzigingen, klant‑in‑beeldgesprekken en rechtmatigheidsonderzoeken. De aangevraagde extra formatie is noodzakelijk om nu de wettelijke taken zorgvuldig uit te voeren, maar is nog niet voldoende om ook de verwachte toekomstige groei op te vangen. Uitbreiding subsidiebudget SPT (dekking exploitatie)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=b07aaad1-a0b0-42c7-aa94-9d7ae920091b