Bijlage 1 - Kadernota 2027
Tekst van het document
Kadernota 2027
2
Zaaknummer:
Behorende bij raadsbesluit nr:
Documentnummer:
19311815912
1885834
1893300
INHOUDSOPGAVE Kadernota 2027 ............................................................................................................................................. 1 Inhoudsopgave .............................................................................................................................................. 3 1. Inleiding ..................................................................................................................................................... 5 1.1 Incidentele dekking ten laste van reserves ................................................................................ 7 1.2 Opbouw kadernota ..................................................................................................................... 7 2. Vertrekpunt meerjarenbegroting 2027-2030 ............................................................................................. 8 2.1 Saldo vertrekpunt kaders 2027 .................................................................................................. 8 2.2 Aanpassingen ............................................................................................................................. 9 2.3 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................
10 2.4 Risicobeheersing ...................................................................................................................... 12 3. Aanpassingen meerjarenbegroting 2027-2030 ....................................................................................... 14 3.1 Bestuur en ondersteuning ........................................................................................................ 14 3.2 Veiligheid .................................................................................................................................. 16 3.3 Verkeer, vervoer en waterstaat ................................................................................................ 17 3.4 Economie .................................................................................................................................. 18 3.5 Onderwijs, sport, cultuur en recreatie....................................................................................... 19 3.6 Sociaal domein ......................................................................................................................... 21 3.7 Volksgezondheid en milieu ....................................................................................................... 22 3.8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing ...................................................... 24 4.
Indeling begroting .................................................................................................................................... 25 4.1 Taakvelden ............................................................................................................................... 25 4.2 Paragrafen ................................................................................................................................ 25 5 Kaders voor de begroting 2027 ................................................................................................................ 27 5.1 Financieel toezicht .................................................................................................................... 27 5.2 Uitgaven ................................................................................................................................... 28 5.3 Inkomsten ................................................................................................................................. 28 5.4 Personele lasten ....................................................................................................................... 28 5.5 Investeringen ............................................................................................................................
30 5.6 Verbonden partijen ................................................................................................................... 33 5.7 Financiering .............................................................................................................................. 34 5.8 Subsidies .................................................................................................................................. 35 5.9 Omgevingswet .......................................................................................................................... 36 6. Lokale heffingen ...................................................................................................................................... 37 6.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) en overige ongebonden heffingen ................................. 37 6.2 Gebonden heffingen ................................................................................................................. 37 6.3 Ondernemersfondsen ............................................................................................................... 39 3
6.4 Overzicht lokale lastendruk ...................................................................................................... 39 7. Structureel sluitende begroting ................................................................................................................ 41 Bijlagen ........................................................................................................................................................ 42 Bijlage 1 – Aanvragen en bijstellingen ........................................................................................... 42 1.1 Exploitatie .................................................................................................................... 42 1.2 Investeringen ............................................................................................................... 50
4
1. INLEIDING In onze Financiële verordening is opgenomen dat wij u jaarlijks een kadernota aanbieden met daarin een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Met het vaststellen van deze kadernota 2027 geeft u als gemeenteraad richting mee aan het college voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2027-2030. Geopolitieke ontwikkelingen Ontwikkelingen op het wereldtoneel hebben een directe en toenemende impact op de lokale gemeentelijke praktijk. Gemeentelijk beleid is niet zozeer direct verweven met internationale ontwikkelingen, maar ondervindt hier, indirect, wel de gevolgen van. Dit geldt zowel voor ons als gemeentelijke organisatie als voor onze inwoners, instanties en bedrijven. De wereldwijde ontwikkelingen manifesteren zich op diverse manieren. Onzekerheid zorgt voor stijging van prijzen van goederen, diensten en geld. In combinatie met andere ontwikkelingen zet dit de gemeentelijke financiën onder druk. Er zijn grote investeringen nodig op het gebied van klimaatadaptatie en energietransitie. Ook de eisen op het gebied van veiligheid als gevolg van meer datagestuurd werken en digitalisering vragen meer inspanningen van de gemeente. Dat geldt ook voor het huisvestingsvraagstuk. Woningbouwopgave De gemeente Krimpenerwaard heeft de ambitie om 4.000 woningen te bouwen tot 2040.
De woningbouwopgave vraagt structurele versterking van de gemeentelijke organisatie op het gebied van beleid, projectmanagement, uitvoering en ondersteuning. Dit vraagt organisatiebreed om een substantiële uitbreiding van de formatie voor de komende 15-20 jaar. Capaciteit is niet de enige uitdaging. Voor het kunnen realiseren van de benodigde extra woningen zijn we sterk afhankelijk van andere overheden. Sociaal domein Binnen het Sociaal domein werken we aan een transformatie van de lokale zorgopgave. Met de verdere uitrol van het lokaal team (voorheen integrale toegang) streven we er, waar mogelijk, naar te normaliseren, collectiveren (het omzetten van individuele hulpvragen naar gezamenlijke oplossingen en preventieve activiteiten in de wijk) en de eigen netwerken te vergroten. Tezamen met de verschillende maatregelen vanuit de Hervormingsagenda Jeugd en de maatregelen als gevolg van de korting op het gemeentefonds ligt er een complexe uitdaging om de zorgkosten beheersbaar en houdbaar te houden. Dit is noodzakelijk gezien de toenemende complexiteit van zorgvragen en de landelijke toename aan zorgvraag tegen dalende beschikbare zorgcapaciteit. We zijn in deze veranderopgave sterk afhankelijk van partners in het zorglandschap, maar ook van de Rijksoverheid waar het gaat om financiering en kaderstelling van bijvoorbeeld de reikwijdte van de Jeugdwet.
Gemeentefonds Het aanvankelijk voor 2026 voorziene ravijnjaar is verschoven naar 2028. Dit betekent dat gemeenten vanaf dan te maken krijgen met een aanzienlijke daling in inkomsten uit het Gemeentefonds, gecombineerd met stijgende kosten in de jeugdzorg en Wmo. Het uitstel naar 2028 kan worden gevoeld als een adempauze, maar de financiële uitdagingen voor gemeenten blijven onverminderd groot. Dat zien we ook terug in de cijfers die wij in deze kadernota presenteren. Toenemende druk op de organisatie Door alle ontwikkelingen blijkt het steeds moeilijker om alle ballen in de lucht te houden. De werkdruk binnen de organisatie neemt toe op alle fronten. Enerzijds zien we dat alleen al het voldoen aan wettelijke taken het uiterste vraagt van de beschikbare capaciteit en anderzijds willen we ook nog invulling geven aan onze gemeentelijke ambities op diverse terreinen. Te vaak zien we dat dit lijnrecht tegenover elkaar staat als we keuzes moeten maken, met de nodige gevolgen voor medewerkers en managers. Dit beeld wordt bevestigd door de A&O monitor die laat zien dat we als organisatie weinig vet op de botten hebben qua formatie. In combinatie met de druk op de arbeidsmarkt maakt dit dat we realistisch moeten zijn in de verhouding tussen ambitie en capaciteit.
5
Vertrekpunt en aanpassingen De basis voor deze kaders wordt gevormd door de op 11 november 2025 vastgestelde begroting 2026 met de meerjarenraming. Onderdeel van deze begroting zijn een groot aantal door de gemeenteraad gekozen en geprioriteerde bezuinigingsmaatregelen. Door verwerking hiervan is de begroting in de jaarschijf 2029 structureel sluitend. De jaren tot en met 2028 laten nog tekorten zien. Vanuit dit vertrekpunt is geïnventariseerd op welke onderdelen bijstelling nodig is, waar we verwachten dat inkomsten en uitgaven gaan veranderen en welke investeringen op ons afkomen. Dit leidt tot een aantal aanvragen en bijstellingen die zijn opgenomen in deze kadernota. Voor alle nu gepresenteerde aanvragen en bijstellingen geldt dat ze door ons als onvermijdelijk worden beoordeeld. Enerzijds omdat het moet om te voldoen aan wet- en regelgeving. Anderzijds omdat duidelijk is dat we het moeten regelen, omdat er anders op termijn onoverkomelijke problemen ontstaan. Dit geldt zowel voor de mutaties in de exploitatie als voor de opgevoerde investeringen. Voor de uit de investeringen voortvloeiende lasten in verband met rente en afschrijving (kapitaallasten) geldt dat ze ook zijn verwerkt voor zover deze van invloed zijn op het saldo van de exploitatie.
Voor een aantal investeringen geldt dat het investeringen betreft die ten laste worden gebracht van voorzieningen of worden gedekt door tarieven. De structurele effecten vanuit de jaarrekening 2025 zijn, voor wat betreft de kapitaallasten (= rente en afschrijving), in lijn met voorgaande jaren, nu nog niet meegenomen. Zodra de jaarrekening 2025 door uw raad is vastgesteld, worden de kapitaallasten geactualiseerd en rechtstreeks verwerkt in de 2e Tussentijdse rapportage 2026. In maart van dit jaar zijn gemeenteraadsverkiezingen gehouden. In verband met het aantreden van een nieuwe raad en een nieuw college is terughoudend omgegaan met het opvoeren van nieuwe aanvragen en nieuw beleid. Om u zo goed mogelijk in staat te stellen om bij de kadernota afwegingen te maken en prioriteiten te stellen is het nodig dat de kadernota een zo reëel mogelijk financieel beeld geeft richting het opstellen van de begroting 2027. Daarom is, vooruitlopend op de nog te verschijnen meicirculaire 2026, ook een voorzichtige inschatting meegenomen van de gevolgen van deze circulaire. Zowel aan de baten- als aan de lastenkant. Dit is nader toegelicht in bijlage 1. Alle bouwstenen van deze kadernota tezamen leiden tot onderstaande meerjarige beeld. Hierin is te zien dat de financiële opgave voor de jaarschijf 2027 bijna € 4,4 miljoen bedraagt en oploopt tot ruim € 7,1 miljoen in 2030.
Omschrijving
2027
2028
2029
2030
Structureel saldo meerjarenbegroting 2026 na inzet bezuinigingen
-231 -1.820
47
47
1e Tussentijdse rapportage 2026 Structureel saldo 1e Tussentijdse rapportage 2026
-3.217 -3.381 -3.549 -3.603
Structureel saldo begroting 2027 - 2030
-3.448 -5.201 -3.502 -3.556
Structurele aanpassingen Structurele aanpassingen
-2.410 -1.811 -2.513 -3.585
Totaal aanpassingen kadernota
-2.410 -1.811 -2.513 -3.585
Waarvan incidenteel
1.500
Structureel saldo begroting 2027 - 2030
-4.358 -7.012 -6.015 -7.141
Bedragen x € 1.000
Met de in deze kadernota gepresenteerde saldi en aanvragen geven we een reële inschatting van de op dit moment bekende gegevens. Dit biedt echter nog geen zekerheid ten aanzien van het uiteindelijke saldo van de meerjarenbegroting 2027-2030. Richting de begrotingsbehandeling in november worden de nu gepresenteerde saldi verwerk uitgewerkt en geactualiseerd.
6
Bezuinigingsmaatregelen Bij de behandeling en vaststelling van de meerjarenbegroting 2026-2029 op 11 november 2025 heeft uw gemeenteraad besloten tot de inzet van een flink aantal bezuinigingsmaatregelen. Door inzet van deze maatregelen, oplopend tot ruim € 3,3 miljoen, is het gelukt om een meerjarenbegroting structureel sluitend te maken in de jaarschijf 2029. Uitgangspunt was dat we hiermee ook voor komende jaren een solide basis voor een structureel sluitende begroting hebben. Echter als gevolg van diverse ontwikkelingen, waaronder de achterblijvende rijksinkomsten, is nog steeds sprake van grote meerjarige financiële uitdagingen. Dit maakt dat de tot nu toe ingezette bezuinigingsmaatregelen niet voldoende ruimte opleveren om ook de meerjarenbegroting 2027-2030 structureel te kunnen sluiten. In hoofdstuk 7 doen we u een voorstel voor inzet van mogelijkheden om ook voor 2027 te komen tot een structureel sluitende begroting.
1.1 Incidentele dekking ten laste van reserves Eerder hebben wij op deze plek aangegeven dat de regelgeving ten aanzien van het omgaan met incidentele baten en lasten de laatste jaren genuanceerder is geworden dan enkele jaren terug. Niet de periode van ramen van de betreffende lasten of baten is leidend, maar de aard ervan. Dit betekent dat per betreffende last of baat een nadere analyse nodig is van de aard van de post om te bepalen of deze in de aard wel of niet incidenteel is. Om geen onterecht positief beeld te geven van het verwachte structurele saldo voor 2027 en verder onttrekken we daarom vooralsnog zo min mogelijk incidentele lasten aan een reserve, maar verwerken we deze zoveel als mogelijk als structurele last. Indien daar aanleiding toe is zullen we dit in de begroting alsnog aanpassen.
1.2 Opbouw kadernota Voor de opzet van de kadernota 2027 is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij voorgaande kadernota’s. Eerst laat hoofdstuk 2 de financiële opbouw van het saldo van deze kadernota zien. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de aanpassingen op de meerjarenbegroting en de gevolgen die deze hebben. Dit betreft zowel beleidsmatige als financiële aanpassingen. Hoofdstuk 4 gaat in op de indeling van de begroting. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de bij het opstellen van de meerjarenraming 2026 te hanteren kaders en aandachtspunten toegelicht. Deze vinden hun oorsprong zowel in door externe partijen opgelegde regels als in interne, door ons zelf opgelegde, criteria. Daarna behandelt hoofdstuk 6 de lokale heffingen. Tenslotte gaan we in hoofdstuk 7 in op het traject om te komen tot een structureel sluitende begroting. Daarna volgt nog een bijlage.
7
2. VERTREKPUNT MEERJARENBEGROTING 2027-2030 2.1 Saldo vertrekpunt kaders 2027 De voorliggende Kadernota 2027 brengt in beeld welke ontwikkelingen en voorstellen van invloed zijn op de nog op te stellen begroting 2027-2030. Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting 2027 is de jaarschijf 2027 uit de meerjarenbegroting 2026. In deze jaarschijf is sprake van een nadelig saldo. Het meerjarenperspectief op het gebied van gemeentefinanciën is al enkele jaren uiterst negatief. Vorig jaar, bij de meicirculaire, is er incidenteel enige lucht gecreëerd door het Rijk. Hierdoor is het ravijnjaar 2026 weliswaar afgewend, maar is dit verschoven naar 2028. Ten opzichte van de saldi uit de meerjarenbegroting 2026-2029 is er een aantal mutaties die leiden tot een bijgesteld structureel saldo voor de jaren 2027-2030. Deze mutaties betreffen de structurele effecten uit de 1e Tussentijdse rapportage 2026. Na verwerking van deze mutaties hebben alle jaarschijven een negatief saldo als vertrekpunt. In onderstaand overzicht zijn deze mutaties en de structurele saldi weergegeven.
Omschrijving
2027
2028
2029
2030
-231
-1.820
47
47
Structureel saldo 1e Tussentijdse rapportage 2026
-3.217
-3.381
-3.549
-3.603
Saldo meerjarenbegroting 2026 na 1e Tussentijdse rapportage
-3.448
-5.201
-3.502
-3.556
Begrotingswijzigingen 2026 Structureel saldo meerjarenbegroting 2026 na inzet bezuinigingen
Bedragen x € 1.000
2.1.1 Ontwikkeling prijzen De Nederlandse economie groeit de komende jaren gematigd. De koopkracht stijgt in 2026, maar de overheidsfinanciën verslechteren en geopolitieke spanningen zorgen voor grote onzekerheid over het economische beeld. Dat blijkt uit het nieuwste Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB). Volgens het CPB groeit de Nederlandse economie met 1,4% in 2026 en 1,1% in 2027, na een groei van 1,9% in 2025. Die groei wordt vooral gedragen door hogere uitgaven van huishoudens en toenemende overheidsbestedingen. Op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 houden we voor de jaarschijf 2027 vooralsnog rekening met stijging van de prijzen met 2,5% ten opzichte van 2026. Loonontwikkeling Werknemers willen gecompenseerd worden voor het verlies in koopkracht. Vakbonden zijn daarom hogere looneisen gaan stellen en er worden cao's afgesloten met hogere lonen. Ook de krapte op de arbeidsmarkt leidt tot stijgende lonen. Bij 5.4 Personele lasten is de verwachte cao-ontwikkeling vanaf 2027 opgenomen. Ontwikkeling rente De Europese Centrale Bank (ECB) houdt de rente begin 2026 stabiel op 2%, aangezien de inflatie in de eurozone rond het streefdoel van 2% ligt en de economie stabiel oogt. Na eerdere verlagingen wordt verwacht dat de huidige renteverlagingscyclus is beëindigd.
Wel zien we dat ontwikkelingen in de afgelopen maanden ervoor zorgen dat de rentetarieven op de kapitaalmarkt weer stijgen. In de meerjarenbegroting 2026-2029 is gerekend met een rente van 3,0% voor nieuw aan te trekken geldleningen. In deze kadernota stellen we dit vooralsnog bij naar 3,2%. Voorafgaand aan het opstellen van de begroting 2027 wordt bezien of de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt aanleiding geven om het gehanteerde percentage bij te stellen.
8
2.2 Aanpassingen Ten opzichte van de begroting 2026 is sprake van een aantal aanpassingen. Dit betreft zowel exploitatie als investeringen. In het onderstaande worden de totalen per jaarschijf gepresenteerd. Een nadere toelichting op de individuele posten is opgenomen in bijlage 1.
2.2.1 Exploitatie Onderstaand is eerst een totaaloverzicht opgenomen van de lasten en dekking per programma.
2027
2028
2029
2030
Bestuur en ondersteuning
484
-669
-1.519
-2.071
Verkeer, vervoer en waterstaat
-39
-72
-91
-110
Onderwijs, sport, cultuur en recreatie
-101
-370
-370
-913
Sociaal Domein
-1.255
-855
-855
-855
Volksgezondheid en milieu
-1.728
-228
-228
-228
Volkshuisvesting, leefbaarheid en stedelijke vernieuwing Lasten
-630
-630
-630
-630
-3.269
-2.824
-3.693
-4.807
Bestuur en ondersteuning
0
154
321
363
Onderwijs, sport, cultuur en recreatie
101
101
101
101
Sociaal Domein
530
530
530
530
Volksgezondheid en milieu
228
228
228
228
Dekking
859
1.013
1.180
1.222
-2.410
-1.811
-2.513
-3.585
Bedragen x € 1.000
2.2.2 Investeringen Onderstaand is per programma een overzicht opgenomen van het totaal van de investeringen per programma. Het betreft zowel nieuwe als vervangingsinvesteringen. De hiermee gemoeide kapitaallasten zijn, voor zover van toepassing, verwerkt binnen onderdeel 2.2.1. Exploitatie.
Investering
2027
2028
2029
2030
Bestuur en ondersteuning
4.497
2.230
1.300
777
190
Verkeer, vervoer en waterstaat
24.686
6.584
6.034
6.034
6.034
Onderwijs, sport, cultuur en recreatie
51.760
15.319
8.510
0
27.931
Volksgezondheid en milieu
27.284
6.821
6.821
6.821
6.821
Eindtotaal
108.227
30.954
22.665
13.632
40.976
Bedragen x € 1.000
9
2.3 Algemene dekkingsmiddelen Dekking van uitgaven kan op verschillende manieren plaatsvinden. Incidentele lasten kunnen incidenteel worden gedekt uit reserves of door incidentele baten. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten, tenzij expliciet anders vermeld. Voor uitgaven die betrekking hebben op periodiek onderhoud aan onze kapitaalgoederen (onder andere wegen, groen en gebouwen) wordt jaarlijks ‘gespaard’ door toevoeging van een bedrag aan de betreffende voorziening. In de begroting presenteren wij u een volledig overzicht van de uitgaven, inkomsten en dekking, waarbij wordt ingegaan op het structurele of incidentele karakter ervan. De belangrijkste onderdelen van de dekking van de uitgaven zijn de algemene uitkering en de opbrengst van gemeentelijke belastingen.
2.3.1 Algemene uitkering Volgens de provinciale kaders moet in de begroting 2027 minimaal uitgegaan worden van de in de meicirculaire 2026 gepresenteerde gegevens. Deze circulaire verschijnt over het algemeen pas eind mei of begin juni, waardoor het niet meer mogelijk is de hierin opgenomen gegevens nog in deze kadernota te presenteren. U wordt daarom afzonderlijk over de meerjarige gevolgen van deze circulaire geïnformeerd, zodat u deze wel kunt betrekken bij de beraadslagingen over deze kadernota. Uiteraard worden de uitkomsten wel meegenomen bij het opstellen van de begroting 2027. Onderstaand volgt kort een toelichting op een aantal onderdelen die nader worden uitgewerkt in de komende circulaires. Gemeenten ontvangen ruim de helft van hun inkomsten via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het gemeentefonds wordt jaarlijks aangepast om stijgende kosten door inflatie, loonontwikkeling, bevolkingsgroei en welvaart op te vangen. Sinds 2024 is het fonds daarvoor gekoppeld aan de nominale ontwikkeling van het bbp. Deze jaarlijkse bijstelling heet accres en bestaat uit een prijs-accres (de geraamde ontwikkeling van het prijspeil bbp en corrigeert zo voor inflatie) en een reëel-accres (de volumegroei van het bbp in de afgelopen acht jaar, zodat de fondsgroei stabiel aansluit bij structurele uitgavenontwikkelingen).
Bij het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming zagen de meeste gemeenten vanaf 2026 grote tekorten. Dit kwam voornamelijk door dat met ingang van dat jaar de algemene uitkering terugloopt. Het zogenaamde ravijnjaar. Het ravijnjaar 2026 ontstond door een combinatie van factoren. De overgang van de oude 'trap op, trap af'-systematiek naar een nieuwe financieringssystematiek op basis van het bruto binnenlands product (bbp) zou leiden tot een abrupte terugval in inkomsten. De eerder aangekondigde opschalingskorting van bijna € 1 miljard zou worden heringevoerd. En de extra middelen voor jeugdzorg die vanaf 2022 beschikbaar waren gesteld, liepen af. De Voorjaarsnota 2025 bracht uiteindelijk de verlossing. Het kabinet-Schoof besloot tot een substantiële ingreep door in totaal circa € 3 miljard extra beschikbaar te stellen voor de periode 2025-2027. De opschalingskorting werd definitief geschrapt en er kwam structureel € 414 miljoen per jaar bij voor jeugdzorg vanaf 2026. In de meicirculaire en vervolgens de septembercirculaire 2025 werden deze toezeggingen nagekomen. 2028: het nieuwe ravijn De extra middelen die in de Voorjaarsnota zijn toegezegd, zijn grotendeels tijdelijk. De € 414 miljoen extra voor jeugdzorg vanaf 2026 is geen structurele oplossing, maar een demping van het acute probleem. Vanaf 2028 staan namelijk opnieuw bezuinigingen op de agenda.
Ook de algemene uitkering laat vanaf 2028 een minder rooskleurig beeld zien. De volumegroei van het bbp is de afgelopen jaren lager geweest dan verwacht, en die lagere groeicijfers werken door in het accres vanaf 2028. Waar gemeenten in 2025 en 2026 nog profiteren van relatief hoge inflatie- en volumegroei, vlakt dat beeld daarna af.
10
Jeugdzorg Gemeenten zijn wettelijk verplicht om zorgtaken uit te voeren, ook als ze daar onvoldoende geld voor krijgen van het Rijk. Uiteraard proberen gemeenten zo efficiënt mogelijk te werk gaan om kosten te besparen. De Hervormingsagenda Jeugd (2023) is daar een voorbeeld van, volgens VNG een ambitieus plan om de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Helaas gaat dat laatste niet lukken, constateert de onafhankelijke adviescommissie-Van Ark in januari 2025 in haar advies. De commissie Van Ark adviseert daarom om de besparingen voorlopig terug te draaien en gemeenten voldoende middelen te geven om de jeugdzorgtaken gewoon uit te kunnen voeren. Het tweede advies wordt begin 2027 verwacht. Voorjaarsnota 2026 Op 27 maart 2026 is de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk verschenen. De belangrijkste onderwerpen daarin voor gemeenten zijn de ontwikkelingen van loon, prijs- en volume-indexatie, de gevolgen van het uitstel vervanging abonnementstarief Wmo, schrappen van de Huishoudelijke hulp en de Decentralisatie Uitkering Capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). In de Voorjaarsnota is het accres voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het bbp volgens het CEP door het CPB.
De gemeente ontvangt een bijdrage voor klimaat- en energiebeleid, zoals het aardgasvrij maken van wijken, het instellen van een zero-emissie zone en het aanleggen van zonneweiden of windparken. De verwachting is dat in 2027 dezelfde gemeenten een bijdrage krijgen als in 2026, maar licht geïndexeerd. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo is voorzien per 1 januari 2028. Dit betekent dat de geplande besparing in 2027 vervalt. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Voor mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. De voorjaarsnota laat nog een aantal andere (veelal kleinere) mutaties zien, die een beperkt effect zullen hebben op het financieel meerjarenbeeld van de gemeenten. Deze aanpassingen zullen worden meegenomen bij de verwerking van de meicirculaire 2026. Op basis van de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk hebben we een inschatting gemaakt van de verwachte stijging (inclusief loon- en prijsstijgingen) voor de jaren 2027 tot en met 2030. Voor onze gemeente betekent dit een aanpassing in 2027 van ca. € 6 miljoen aflopend tot € 0,5 miljoen in 2030. Vooruitlopend op de komende meicirculaire is deze aanpassing al meegenomen in deze kadernota.
Ravijnjaar vanaf 2028 De Voorjaarsnota 2026 bevestigt een voorzichtig financieel beeld voor gemeenten. De beperkte accresgroei en het uitblijven van aanvullende middelen betekenen dat de druk op de meerjarenbegroting toeneemt. Voor 2027 laat de algemene uitkering weliswaar een hogere stand zien, maar dit komt voornamelijk door incidentele middelen, zoals de CDOKE-middelen en het uitstellen van de vervanging van het abonnementstarief Wmo naar 1 januari 2028. Deze verhoging is dus tijdelijk van aard. Bovendien moeten hier ook lasten tegenover staan, waardoor het netto-effect voor onze begroting afwijkt. Na 2027 zet de daling van de algemene uitkering weer door. Deze neerwaartse lijn wordt bovendien versterkt door het schrappen van huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo, wat leidt tot een structurele korting op het gemeentefonds.
11
De bovenstaande grafiek laat het verschil zien van het meerjarige verloop op basis van de voorjaarsnota 2026 ten opzichte van de decembercirculaire 2025. BTW-compensatiefonds (BCF) Er is een directe financiële koppeling tussen het BCF en het Gemeentefonds. Het is aan de gemeenten zelf om een reële meerjarenraming voor het BCF op te nemen. Hierbij geldt dat de realisatie 2025 uitgangspunt is voor de raming. Voor alle genoemde onderwerpen geldt dat de financiële gevolgen voor onze gemeente pas verwerkt worden in de meicirculaire 2026. Zodra er meer duidelijkheid is, nemen we dit mee bij het opstellen van de P&C documenten.
2.4 Risicobeheersing De nota Risicobeheersing en Weerstandsvermogen is in juni 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze nota is bepaald dat er twee keer per jaar een volledige actualisatie van de risico’s wordt gedaan. Bij deze inventarisatie worden risico’s in beeld gebracht en worden zo mogelijk beheersmaatregelen geïmplementeerd. Begin 2026 zijn alle risico's geactualiseerd. De uitkomsten zijn opgenomen in de jaarrekening 2025. Voor de begroting 2027 vindt opnieuw een actualisatie plaats.
12
2.4.1 Gevolgen opvang vluchtelingen Gemeenten lopen financiële en uitvoeringsrisico’s doordat de instroom van vluchtelingen en statushouders hoog blijft terwijl bekostiging door het Rijk, wetgeving en landelijke beleidskeuzes onzeker zijn. Voor zowel Oekraïense ontheemden als asielzoekers en statushouders zijn de huidige capaciteit en financiering ontoereikend. Er is sprake van een achterstand op de taakstelling voor statushouders. Tegelijkertijd staat de uitvoering van de inburgering en de opvang vluchtelingen onder druk en vraagt de complexiteit van problematiek om inzet vanuit meerdere gemeentelijke uitvoeringsdomeinen. Dit vergroot de druk op de ambtelijke capaciteit en de benodigde inzet van middelen.
2.4.2 Regio Deal De gemeente Krimpenerwaard is aangesloten bij de Regio Deal “Waarden van het Groene Hart”. Inzet van deze Regio Deal richt zich op vitale kernen, vitale landbouw en het iconisch landschap. In totaal is de regiodeal goed voor € 18 miljoen aan Rijksgelden. De hiermee gemoeide uitvoeringskosten zijn opgenomen in de begroting. De gemeente Krimpenerwaard is betrokken bij aanvragen voor ca. € 4,2 miljoen rijksbijdragen aan projecten/programma’s in de komende 4 jaar. Als de cofinanciering niet wordt gerealiseerd, loopt de gemeente het risico dat (een deel van) de bijdrage van de projecten, dat via onze begroting loopt, moet worden terugbetaald.
13
3. AANPASSINGEN MEERJARENBEGROTING 2027-2030 In dit hoofdstuk worden per begrotingsprogramma de cijfermatige aanpassingen voor de jaarschijven 2026-2029 weergegeven. Voor ieder programma geldt dat in wordt gegaan op de volgende onderdelen. Eerst is er een korte beschrijving van de inhoud van het programma, conform de voorgaande begrotingen. Daaronder worden per programma kort de voorziene ontwikkelingen voor de komende periode weergegeven. Deze leiden in enkele gevallen nu al tot nieuwe aanvragen en/of bijstelling van beleid. Vervolgens is er per programma een overzicht opgenomen met daarin de financiële meerjarige gevolgen voor de exploitatie, inclusief kapitaallasten en, indien van toepassing, een overzicht met de meerjarige investeringen. Bij de gevolgen voor de exploitatie is een onderscheid gemaakt tussen lasten en dekking en tussen incidenteel en structureel. Een nadere toelichting op de afzonderlijke posten is opgenomen in bijlage 1.
3.1 Bestuur en ondersteuning Dit programma behandelt de overkoepelende taakvelden van het bestuur, de ondersteuning daarvan door de gemeentelijke organisatie en de relatie tussen de inwoners en het bestuur van de gemeente Krimpenerwaard. Betrokken en betrouwbaar in dienstverlening staat hierin centraal. De gemeente Krimpenerwaard staat voor een inwonergedreven dienstverlening. Speerpunten zijn: de vraag van de inwoner is leidend, snel, digitaal waar het kan en op maat waar nodig of gewenst. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor burgerzaken, dienstverlening, bestuurlijke samenwerking en ondersteuning van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad.
Ontwikkelingen Bestuur en ondersteuning 2027 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen Gemeenten zijn voor het grootste deel van hun inkomsten afhankelijk van het Rijk. Als dat minder wordt, merken gemeenten dat meteen. Er is een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds aangekondigd en vooruitlopend daarop een korting vanaf 2026 op het gemeentefonds doorgevoerd. Tot een nieuwe systematiek is het nog niet gekomen waardoor er landelijk nog steeds sprake is van dreigende meerjarige tekorten. In 2024 heeft het wetsvoorstel voor aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): de Wet versterking waarborgfunctie Awb, ter consultatie voorgelegen. Het wetsvoorstel moet het wetgevingstraject nog verder doorlopen. Wanneer dit gebeurt is nog onduidelijk. De VNG voorziet dat de bijkomende kosten voor de uitvoering van deze wet hoger zullen zijn dan de mogelijke besparingen, wat resulteert in hogere structurele uitvoeringskosten. De vaststelling van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en het daarmee samenhangende Cyberbeveiligingsbesluit (Cbb) en wijzigingen in de BIO2 is vertraagd en wordt nu medio 2026 verwacht. De implementatie van deze wet en bijbehorend besluit zullen capaciteit en middelen vragen waarbij er nog altijd geen aanleiding is te verwachten dat er vanuit het Rijk compensatie zal volgen.
AI biedt kansen op het verbeteren en optimaliseren van de dienstverlening. Zo zijn er ontwikkelingen om met AI het klantcontact te ondersteunen of met luchtfoto's het beheer van de openbare ruimte beter te ondersteunen. Als organisatie kunnen we versnellen op het gebruik maken van AI binnen de gestelde kaders en normen. De afgelopen jaren is het aantal wettelijke verplichtingen op het gebied van privacy en openbaarheid aanzienlijk toegenomen. Daarbij zien we een duidelijke stijging in het aantal – vaak complexe – verzoeken op basis van deze wetgeving. De afhandeling ervan vraagt een disproportionele inspanning van onze organisatie. Er is een beperkte capaciteit om de verzoeken binnen de wettelijke termijn te behandelen. Het gaat veelal om duizenden pagina's die gescreend, beoordeeld en geanonimiseerd moeten worden. 14
Lokale ontwikkelingen Om de grote financiële opgave voor onze gemeente het hoofd te kunnen bieden, is een traject gestart om voldoende mogelijkheden te inventariseren om de meerjarenbegroting 2026 structureel in evenwicht te brengen. Bij de behandeling van de kadernota 2026 zijn hiertoe door uw gemeenteraad keuzes gemaakt en is een prioritering vastgesteld. Afhankelijk van de betreffende keuze loopt de implementatie en uitwerking ervan door in de komende jaren. De doorontwikkeling/versterking van de regio Midden-Holland krijgt concreet gestalte door de inrichting van de nieuwe governance, het opstellen van de strategische agenda en jaarplannen, de inrichting/huisvesting van het regiobureau. In 2026 sluit de gemeente zich aan bij de P10. Daarnaast wordt gewerkt aan de positionering van de gemeente, de inzet op regionale samenwerking en de lobbystrategie. Voor deze trajecten wordt de komende periode onderzocht hoeveel inzet vanuit de organisatie noodzakelijk is en of er een bepaald budget gereserveerd zou moeten worden. Tenslotte werken we samen met de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Lopik, Vijfheerenlanden, Molenlanden aan de uitvoering van de Regio Deal “Waarde(n) van het Groene Hart” (2026–2029). De Regio Deal is een financiering die bedoeld is om de brede welvaart in het gebied van de samenwerkende gemeenten te versterken.
In het programma van de Regio Deal ligt het accent op (1) Vitale kernen en buitengebied met sterke gemeenschappen, (2) Toekomstbestendige landbouw en een breed economisch perspectief, (3) Een gezond iconisch landschap met een hoge belevingswaarden en (4) verbinding tussen de pijlers en pijler-overstijgende activiteiten.
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000)
Structureel
2027 484
2028
2029
2030
-669 -1.519 -2.071
Algemene uitkering
3.611
3.453
3.015
3.101
Bijdrage gemeenschappelijke regelingen
-745
-740
-733
-733
0
-16
-16
-16
Energieopslagsysteem gemeentekantoor Bergambacht (afschrijving) Gevolgen Cao Indexering baten Indexering lasten
-1.100 -1.100 -1.100 -1.100 900
900
900
900
-2.500 -2.500 -2.500 -2.500
Indexering voorziening gebouwenbeheer
-54
-54
-54
-54
Leren en opleidenbudget
-100
-100
-100
-100
Lidmaatschap P-10 gemeenten
-20
-20
-20
-20
0
-154
-321
-363
Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek
-30
-30
-30
-30
Positionering gemeente
-222
-222
-222
-222
Preventie onrechtmatige aanbestedingen
-186
0
0
0
Rentelasten
930
102
-45
-559
0
-30
-30
-40
0
-158
-263
-335
MJOP ICT 2027-2029 (afschrijving)
Vervanging materieel 2027-2030 (afschrijving) Vervanging wagenpark 2027-2030 (afschrijving) Eindtotaal
15
484
-669 -1.519 -2.071
DEKKING (x € 1.000)
2027 2028
2029
2030
Structureel
0
154
321
363
Reserve ICT
0
154
321
363
MJOP ICT 2027-2029 (dekking reserve ICT)
0
154
321
363
Eindtotaal
0
154
321
363
INVESTERINGEN (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Incidenteel
-2.230
-1.300
-777
-190
Energieopslagsysteem gemeentekantoor Bergambacht
-235
0
0
0
MJOP ICT 2027-2029
-495
-500
-127
0
Vervanging materieel 2027-2030
-300
0
-100
-190
Vervanging wagenpark 2027-2030
-1.200
-800
-550
0
Eindtotaal
-2.230
-1.300
-777
-190
3.2 Veiligheid Binnen dit programma staat de gemeente Krimpenerwaard samen met bewoners, bedrijven en partners voor een gemeente die veilig is en voelt op het gebied van wonen, werken en leven. In het veiligheidsdomein heeft de gemeente vooral een regierol; de gemeente kan het echter niet alleen. Naast de hulpverleningsorganisaties, zoals politie en brandweer, hebben bedrijven en inwoners ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor onder andere het organiseren van de crisisbeheersing. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor onder andere onze deelname aan de Veiligheidsregio Hollands Midden, handhaving APV en crisisbeheersing.
Ontwikkelingen Veiligheid 2027 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen De urgentie om maatschappelijke weerbaarheid te vergroten is de afgelopen jaren sterk toegenomen, onder meer als gevolg van toenemende geopolitieke spanningen en hybride (oorlogs) dreigingen. Uiteraard blijven wij dat ook monitoren. Het boa bestel blijft landelijk aandacht vragen. Hierbij is er aandacht voor zowel de huidige organisatievorm als voor de inhoud van het werk. Lokale ontwikkelingen De regierol bij de aanpak van ondermijning is alleen maar toegenomen. Dit is zichtbaar in bekende vormen van ondermijning zoals drugs- en mensenhandel, maar daarnaast ook in andere vormen zoals zorgfraude, arbeidsuitbuiting en criminaliteit met een onlinecomponent. Het aantal meldingen rondom woonoverlast, burenruzies, huiselijk geweld en dergelijke neemt toe. Door deze ontwikkelingen komt er een steeds grotere opgave voor de gemeente. Een integrale aanpak met onze partners is hierbij van groot belang. In het kader van onze lokale aanpak zijn we bezig met de realisatie van een lokale zorg- en veiligheidskamer. Dit is conform de regionale afspraken in het kader van een sluitende zorg- en veiligheidsketen en de aansluiting op het zorg- en veiligheidshuis. In onze gemeente moeten we bouwen aan een weerbare samenleving.
We gaan investeren in de kracht van onze inwoners door in te zetten op preventie en zelfredzaamheid.
16
Financieel overzicht Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen.
3.3 Verkeer, vervoer en waterstaat Binnen dit programma werkt de gemeente Krimpenerwaard samen met inwoners en bedrijven aan een zo goed mogelijk bereikbare en verkeersveilige gemeente voor alle vormen van vervoer. Door het versterken van het netwerk, beter benutten van de bestaande infrastructuur met aandacht voor de verkeersveiligheid en duurzame mobiliteit wordt een balans gevormd tussen bereikbaarheid en omgevingskwaliteit en duurzame mobiliteit in een gastvrije Krimpenerwaard. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van het verkeersbeleid en het onderhouden en in stand houden van de wegen, parkeervoorzieningen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en de havens.
Ontwikkelingen Verkeer, vervoer en waterstaat 2027 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen: Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol in het bereikbaar houden van Zuid- Holland. Behoeften en wensen van reizigers sluiten nog niet altijd aan bij het aanbod van OV en vragen om meer flexibiliteit. Tegelijkertijd groeit het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in de provincie. De beschikbare ruimte, verkeersveiligheid en leefbaarheid in stedelijk gebied staan steeds meer onder druk en vragen een OVsysteem dat veilig, efficiënt en duurzaam is. De provincie Zuid-Holland heeft daarom de wens om samen met haar partners een toegankelijk en breed gedragen OV-visie op te stellen. In de visie zullen onder andere de ontwikkelingen en gewenste beleidsrichtingen in de wereld van mobiliteit, openbaar vervoer en daarvoor relevante maatschappelijke ontwikkelingen worden geschetst. Het doel is om de uitgangspunten van deze visie te gebruiken als input voor OV-ontwikkelingen van nu en in de toekomst, zodat een aantrekkelijk OV-systeem ontstaat dat goed past bij de maatschappelijke opgaven. De provincie ZuidHolland werkt momenteel ook aan een herzien fietsplan vanaf 2026 dat aansluit op de fietsambities in het gebied. Lokale ontwikkelingen: Op 4 juli 2023 is de nieuwe woonvisie van de gemeente Krimpenerwaard vastgesteld.
De Krimpenerwaard zet in op de bouw van 4.000 woningen in de periode 2023-2040. Hierbij streeft de gemeente ernaar om de komende jaren in alle kernen woningen te bouwen. In 2026 worden de uitbreidingslocaties verder uitgewerkt en zijn het bereikbaar en verkeersveilig houden van de bestaande als wel de nieuwe woonomgevingen aandachtspunten. Er wordt samen met partners gewerkt aan het versterken van onze dijken. De komende jaren vraagt dit inzet van middelen.
17
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000)
2027 2028 2029 2030
Structureel Groot onderhoud / vervangingen Openbare verlichting 2027-2030 (afschrijving) Uitbesteden gladheidsbestrijding
-39
-72
-91 -110
0
-12
-24
-36
-39
-39
-39
-39
Verkeersmaatregelen Tussenlanen in Bergambacht (afschrijving)
0
-3
-3
-3
Verkeersveiligheidsmaatregelen project Capellelaan in Ammerstol
0
-11
-11
-11
Vervangingen Civiele kunstwerken 2027-2030 (afschrijving)
0
-7
-14
-21
-39
-72
-91 -110
Eindtotaal
INVESTERINGEN (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Incidenteel
-6.584
-6.034
-6.034
-6.034
Groot onderhoud / vervangingen Openbare verlichting 2027-2030
-430
-430
-430
-430
-5.204
-5.204
-5.204
-5.204
Verkeersmaatregelen Tussenlanen in Bergambacht
-110
0
0
0
Verkeersveiligheidsmaatregelen project Capellelaan in Ammerstol
-440
0
0
0
Vervangingen Civiele kunstwerken 2027-2030
-400
-400
-400
-400
-6.584
-6.034
-6.034
-6.034
IBOR 2027-2030
Eindtotaal
3.4 Economie Met dit programma stimuleert de gemeente het ondernemers- en vestigingsklimaat. In dit programma staan ook activiteiten gericht op het "op de kaart zetten" van de gemeente. Dit doen we samen met ondernemers, organisaties, de0020provincie en andere gemeenten. In dit programma zijn middelen opgenomen voor de dienstverlening aan ondernemers, (samenwerkings)projecten van arbeidsmarkt en onderwijs, de herstructurering van bedrijfslocaties, investeringen in winkelgebieden, het stimuleren van snel internet en de transitie naar een toekomstbestendige landbouw.
Ontwikkelingen Economie 2027 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen De economie groeit de komende jaren licht (1,2%–1,6%), maar blijft kwetsbaar door geopolitieke onzekerheden en aanhoudende arbeidskrapte. De vraag naar mbo-geschoolde arbeidskrachten blijft structureel hoog, vooral in onderwijs, techniek, ICT, zorg, veiligheid en openbaar bestuur. Vergrijzing remt de werkgelegenheidsgroei. Het Rijk trekt €20 miljard uit voor de landbouw, met een sterke focus op stikstofreductie via doelsturing en een gebiedsgerichte aanpak. Het beleid richt zich op het herstarten van de vergunningverlening, een vrijwillige uitkoopregeling, en innovatie voor een duurzamer, "natuurinclusief" perspectief. Lokale ontwikkelingen We werken samen met de provincie, waterschap en gebiedspartijen door aan uitvoering van het ZuidHollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG), waar toekomstbestendige landbouw onderdeel van is. Binnen de Regio Deal en ZH-PLG worden projecten uitgevoerd om de transitie van de landbouw in Krimpenerwaard verder vorm te geven. 18
Na jaren van overschot aan kantoorruimte in de regio/lokaal is er sinds 2024/2025 een kentering te zien. In de regio is een tekort ontstaan aan kwalitatieve kantoorruimte. De vraag groeit verder, waardoor zowel nieuwe locaties als revitalisering van bestaande bedrijventerreinen noodzakelijk zijn, ondanks beperkte schuifruimte. Horeca en winkelgebieden staan onder druk. Dalende huurprijzen moeten leegstand beperken en starters ondersteunen. Online verkoop blijft hoog, terwijl grote webshops meer fysieke winkels openen.
Financieel overzicht Voor dit programma zijn geen aanvullende aanvragen opgenomen.
3.5 Onderwijs, sport, cultuur en recreatie In dit programma legt de gemeente Krimpenerwaard de basis voor het beleid om kinderen en jongeren gezond en veilig te laten (op)groeien in een stimulerende omgeving, zodat zij hun talenten kunnen ontwikkelen en volwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen. De gemeente is verantwoordelijk voor de voor- en vroegschoolse educatie, openbaar basisonderwijs, onderwijshuisvesting, onderwijsbeleid waaronder ook de afstemming van het passend onderwijs en leerlingvoorzieningen. Met dit programma stimuleert de gemeente tevens het culturele en sportieve klimaat. Dit draagt bij aan de goede gezondheid, talentontwikkeling en participatie van inwoners. Ook draagt het bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de gemeente. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van openbaar onderwijs, onderwijshuisvesting, onderwijsbeleid, leerlingzaken, de taakvelden sportbeleid en activering, sportaccommodaties, culturele presentatie, -productie en -participatie, musea, cultureel erfgoed, media (waaronder het bibliotheekwerk), openbaar groen en (openlucht) recreatie.
Ontwikkelingen Onderwijs, sport, cultuur en recreatie 2027 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen Het onderwijs heeft de opdracht toe te werken naar inclusiever onderwijs, zodat kinderen zoveel mogelijk binnen het reguliere (basis)onderwijs kunnen blijven. Tegelijkertijd heeft het onderwijs ook te maken met de maatschappelijke opgave van kansen(on)gelijkheid. We hebben te maken met prestatiedruk en maakbaarheidsdenken. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt blijft een continu aandachtspunt.
Sport, cultuur en recreatie worden steeds meer verbonden met andere beleidsterreinen uit zowel het sociaal domein als het ruimtelijk domein. Sport, cultuur en recreatie zijn een middel om de sociale en fysieke leefomgeving van mensen te verbeteren en daarmee het welzijn en welbevinden van mensen te verhogen. In het verlengde hiervan heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een aantal uitkeringen bedoeld voor het stimuleren van gezondheid, sport en bewegen, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis gebundeld in één Brede Regeling specifieke uitkering (SPUK). Door landelijk, regionaal en lokaal intensiever in te zetten op preventie en het versterken van de sociale basis proberen we de vraag naar zorg en ondersteuning (op langere termijn) te verminderen. Dit vraagt – in samenhang – te investeren in bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid en gezond samenleven.
19
Voor leefbare en vitale kernen zijn identiteit en herkenbaarheid van groot belang. Cultureel erfgoed vertelt het verhaal van het ontstaan en de ontwikkeling van onze leefomgeving. Dit erfgoed draagt bij aan de verbondenheid van inwoners met hun omgeving en versterkt tegelijkertijd de culturele en recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente. Naast bescherming van de omgevingskwaliteit ligt de nadruk steeds meer op het benutten en beleven van erfgoed en op participatie. Door inwoners, verenigingen en lokale organisaties actief te betrekken bij het waarderen en zichtbaar maken van het cultureel erfgoed blijft dit een levend en betekenisvol onderdeel van onze gemeenschap.
Lokale ontwikkelingen De gemeente Krimpenerwaard wil voor haar inwoners een leefbare gemeente zijn met vitale gemeenschappen, vitale kernen en een vitaal buitengebied. Daarvoor gaat aantrekkelijke en passende woningbouw hand in hand met een sterke sociale basis. Een sterke sociale basis met daarin een afwisselend en robuust voorzieningenniveau. We zetten in op een beweegvriendelijke omgeving, ruimte voor ontmoeting, positieve gezondheid, eenduidig beheer en exploitatie, ontwikkeling van een integrale en lokale toegang, clustering van voorzieningen en het ondersteunen van vrijwilligersorganisaties. Hierbij werken we samen met diverse partners die actief zijn in de sociale basis. Denk daarbij aan bibliotheken, sport- en cultuuraanbieders, de GGD en het onderwijs.
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Structureel
-101
-370
-370
-913
Dodenherdenking onderdeel van subsidie Cultuur
-10
-10
-10
-10
IDO en IDO+ toevoegen aan Begrotingssubsidie
-91
-91
-91
-91
IHP 1.0 - Kiezel en Kei (nieuwbouw) - SCH (afschrijving)
0
0
0
-270
IHP 2.0 - Driestar college (renovatie) - LKK (afschrijving)
0
0
0
-273
0
-269
-269
-269
-101
-370
-370
-913
Indexering subsidieplafonds 2028 Eindtotaal
DEKKING (x € 1.000)
2027 2028 2029 2030
Structureel
101
101
101
101
Exploitatie
101
101
101
101
Dodenherdenking onderdeel van subsidie Cultuur (dekking exploitatie)
10
10
10
10
IDO en IDO+ toevoegen aan Begrotingssubsidie (dekking exploitatie)
91
91
91
91
Eindtotaal
101
101
101
101
20
INVESTERINGEN (x € 1.000)
2027
Incidenteel Bijstellen investeringen cf MJOP Sportvelden Bijstellen investeringen cf MJOP Sportvelden (dekking reserve Sport)
2028 2029
2030
-15.319 -8.510
0
-27.858
0
0
0
-73
0
0
0
73
-3.762
0
0
0
IHP 2.0 - De Rank (nieuwbouw) - SCH
0
0
0
-8.593
IHP 2.0 - De Vlieger (nieuwbouw) - SCH
0
0
0
-5.922
IHP 2.0 - Driestar college (renovatie) - LKK
-6.829
0
0
0
IHP 2.0 - Emmaschool (nieuwbouw) - SCH
-4.728
0
0
0
IHP 2.0 - Gemini college (renovatie) - LKK
0 -8.510
0
0
IHP 2.0 - Kon. Wilheminaschool (vernieuwbouw) - LKK
0
0
0
0
IHP 2.0 - Polsstok (renovatie) - BKW
0
0
0
0
0
0
0
-13.343
-15.319 -8.510
0
-27.858
IHP 2.0 - De Krullevaar (nieuwbouw) - SCH
IHP 2.0 - Schoonhovens college AP (renovatie) - SCH Eindtotaal
3.6 Sociaal domein Dit programma richt zich op de vraagstukken rond welzijn, welbevinden van inwoners en (inkomens-) ondersteuning aan inwoners. We versterken de zelfredzaamheid en onderlinge verbondenheid van inwoners en bieden een vangnet waar nodig. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van de transformatieopgave (van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’), die volgt uit de transitie van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet.
Ontwikkelingen Sociaal domein 2027 Landelijke ontwikkelingen Landelijk vindt een brede hervorming plaats binnen zorg, ondersteuning en participatie; Integraal Zorgakkoord (IZA), Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO), Hervormingsagenda Jeugd, Participatiewet in balans en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). De kern is een beweging richting ondersteuning in en rond het normale leven: dit doen we door te normaliseren, collectiveren en preventie. Professionele inzet wordt gerichter en proportioneel ingezet. Deze koers is inhoudelijk noodzakelijk én ingegeven door stijgende kosten, arbeidsmarktkrapte en toenemende vraag. Met het AZWA wordt de focus verbreed naar welzijn en het sociaal domein. Gemeenten, zorg- en welzijnspartijen werken samen aan het versterken van de sociale basis, het voorkomen van zorgvraag en het bevorderen van zelf- en samenredzaamheid. Het sociaal domein wordt daarmee nadrukkelijk gepositioneerd als randvoorwaarde voor de houdbaarheid van het zorgstelsel. Hoe we dit binnen de regio Midden-Holland vormgeven, is uitgewerkt in het transformatieplan Gedeelde zorg. Binnen Wmo en Jeugd ligt de nadruk op afbakening en beheersing: meer algemene voorzieningen, meer inzet op eigen kracht en scherpere begrenzing van jeugdhulp.
Nieuwe kabinetsplannen vragen van gemeenten dat zij instroom beperken, de sociale basis versterken en tegelijkertijd kosten beheersen. Dit leidt tot keuzes in prioritering en omvang van voorzieningen binnen krappe financiële kaders. Lokale ontwikkelingen In de gemeente Krimpenerwaard richten we ons op normaliseren, collectiveren en preventie, met als doel problemen eerder en lichter op te pakken en zwaardere zorg te voorkomen. Om dit te realiseren, zet de gemeente verschillende middelen en instrumenten in: 21
Keuzes voor een structureel houdbare begroting met prioriteit voor preventie en collectieve voorzieningen;
Uitvoering Participatiewet in Balans: meer vertrouwen, maatwerk en participatie; Een sterke, integrale lokale toegang (lokaal team) met normaliseren als grondhouding; Sport, bewegen en positieve gezondheid als onderdeel van de sociale basis via een gemeentelijke sportorganisatie; Uitvoering van het regionale transformatieplan Gedeelde Zorg
Deze inzet maakt de landelijke beweging lokaal concreet en zorgt voor ondersteuning dichter bij het gewone leven. De nieuwe manier van werken in het sociaal domein levert inhoudelijke resultaten op: professionals handelen anders, ondersteuning vindt meer in de leefomgeving plaats en de ketensamenwerking verbetert. De financiële effecten blijven echter achter. Gedrags- en systeemverandering kost tijd, waardoor daling van instroom en zwaardere zorg pas later zichtbaar wordt. Daarnaast zijn delen van de Wmo- en jeugdhulpkosten moeilijk te beïnvloeden door tariefstijgingen en enkele hoogcomplexe casussen. Dit drukt de zichtbaarheid van transformatie-effecten. De ingezette koers blijft noodzakelijk, maar het is realistisch te erkennen dat de financiële resultaten trager volgen dan de begrote taakstellingen
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Structureel
-1.255
-855
-855
-855
Eigen bijdrage Wmo
-500
-100
-100
-100
Extra capaciteit uitvoering
-225
-225
-225
-225
Uitbreiding subsidiebudget SPT
-530
-530
-530
-530
-1.255
-855
-855
-855
Eindtotaal
DEKKING (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Structureel
530
530
530
530
Exploitatie
530
530
530
530
Uitbreiding subsidiebudget SPT (dekking exploitatie)
530
530
530
530
Eindtotaal
530
530
530
530
3.7 Volksgezondheid en milieu Binnen dit programma werkt de gemeente Krimpenerwaard aan het behouden en bevorderen van een gezonde en duurzame leefomgeving. In dit programma zijn de middelen opgenomen voor het uitvoeren van taken op het gebied van volksgezondheid, milieu, klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie, biodiversiteit en dierenwelzijn.
22
Ontwikkelingen Volksgezondheid en milieu 2027 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen Landelijk wordt ingezet op een versnelling van klimaatadaptatie en een waterrobuuste inrichting van Nederland. Tegelijkertijd is er een ambitie uitgesproken om het primaire grondstoffengebruik in 2030 te halveren. Dit wordt gerealiseerd via een circulaire economie die inzet op preventie, hergebruik en recycling van materialen. Een andere landelijke ontwikkeling is de uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid, o.a. voor textiel, luiers en incontinentiemateriaal. Daarnaast wil Nederland minder afhankelijk worden van buitenlandse energiebronnen. Daarom ligt de focus op het opwekken van hernieuwbare energie, het besparen van energie en het aanpakken van netcongestie. Ook op het gebied van gezondheid wordt ingezet op preventie en vitaliteit. De uitvoering van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) staat hierbij centraal, met aandacht voor thema’s zoals mentale gezondheid, een gezond gewicht en het vitaal ouder worden. Lokale ontwikkelingen Deze landelijke ambities vertalen zich ook naar de lokale context. Binnen de gemeente en de regio wordt gewerkt aan uitvoering van de klimaatmaatregelen, conform het vastgestelde scenario "Versneld aan de slag." De inspanningen op het gebied van klimaatadaptatie worden voortgezet.
De afvalinzameling wordt aangepast in lijn met de nieuwe producentenverantwoordelijkheden. Dit draagt niet alleen bij aan een betere afvalscheiding, maar leidt mogelijk ook tot een lagere afvalstoffenheffing voor inwoners. De voortgang op het gebied van duurzame energieopwekking loopt via de Regionale Energiestrategie Midden-Holland. Daarnaast wordt actief gecommuniceerd en ondersteuning geboden aan inwoners en ondernemers om energie te besparen. Tot slot krijgt het Uitvoeringsprogramma Gezondheid 2024–2027 een vervolg, waarin dezelfde thema’s als in het GALA centraal staan. De opgaven rond water, bodem en energie nemen sterk toe en vragen om een integrale strategische lijn richting ruimtelijke ontwikkeling en gebiedsprocessen. Binnen de huidige formatie ontbreekt structurele capaciteit om deze opgave te verbinden met woningbouw, landschap en infrastructuur; daarom geven wij een winstwaarschuwing voor extra beleidscapaciteit.
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Incidenteel
-1.500
0
0
0
NNN- gebiedsovereenkomst
-1.500
0
0
0
Structureel
-228
-228
-228
-228
Uitvoering omgevingsprogramma afval en grondstoffen
-228
-228
-228
-228
-1.728
-228
-228
-228
Eindtotaal
DEKKING (x € 1.000)
2027 2028 2029 2030
Structureel
228
228
228
228
Tarieven Afvalstoffen
228
228
228
228
Uitvoering omgevingsprogramma afval en grondstoffen (dekking tarief afvalstoffen)
228
228
228
228
Eindtotaal
228
228
228
228
23
INVESTERINGEN (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Incidenteel
-6.821
-6.821
-6.821
-6.821
Progr. Riolering & Klimaatadaptatie 2027-2030
-6.821
-6.821
-6.821
-6.821
Eindtotaal
-6.821
-6.821
-6.821
-6.821
3.8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Dit programma richt zich op ontwikkeling en behoud van een kwalitatief hoogwaardige woon-, werk- en leefomgeving. In dit programma zijn middelen opgenomen voor advisering op het gebied van wonen en de kwaliteit van de leefomgeving, het uitvoeren van projecten en grondexploitaties, het faciliteren van ontwikkelingen door inwoners en ondernemers en het begeleiden van bestemmingsplannen en afgeven van en toetsen op omgevingsvergunningen. Door de introductie van de Omgevingswet veranderen veel van de bestaande instrumenten en werkwijzen.
Ontwikkelingen Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing 2027 Algemene (landelijke/regionale) ontwikkelingen Naar verwachting wordt per 1 juli 2026 of 1 januari 2027 de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting ingevoerd. Deze wet geeft het Rijk, provincies en gemeenten meer sturingsmogelijkheden voor wat, waar en voor wie er gebouwd wordt. Gemeenten worden verplicht een volkshuisvestingsprogramma op te stellen en moeten minimaal twee derde betaalbare woningen realiseren, waaronder ten minste 30% sociale huur. Ook wordt het opnemen van urgentiecategorieën in een huisvestingsverordening verplicht. Provincies krijgen de bevoegdheid om in te grijpen als gemeenten onvoldoende bijdragen aan de regionale woonopgave. Lokale ontwikkelingen Door de (verwachte) invoering van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting moet de huisvestingsverordening opnieuw worden geactualiseerd. De invoering van de wet heeft mogelijk ook gevolgen voor onze Woonvisie / Programma Volkshuisvesting en beleid over wonen op erven. Getoetst moet worden in hoeverre de huidige Woonvisie / Programma Volkshuisvesting voldoet aan de richtlijnen van deze wet en welke actualisatie ons programma nodig heeft.
Financieel overzicht EXPLOITATIE (x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
Structureel
-630
-630
-630
-630
Inhuur tbv realisatie wonen en bedrijventerreinen
-580
-580
-580
-580
Inzet van doorstromingsinstrumenten
-50
-50
-50
-50
Eindtotaal
-630
-630
-630
-630
24
4. INDELING BEGROTING 4.1 Taakvelden Om te voldoen aan de vereisten, zoals opgenomen in de herziening BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), is de begroting vanaf de meerjarenbegroting 2019-2022 ingericht op basis van taakvelden. Het gebruik van deze uniforme taakvelden maakt het mogelijk om baten en lasten van activiteiten te aggregeren en met die van andere gemeenten te vergelijken. Samen met de informatie op www.waarstaatjegemeente.nl vormt de indeling naar taakvelden een goede basis en mogelijkheid voor de onderlinge vergelijking van gemeenten op soortgelijke onderdelen. Programma’s Grotendeels gebaseerd op de hoofdtaakvelden hanteren we onderstaande programma's in de begroting. • Bestuur en ondersteuning • Veiligheid • Verkeer en vervoer • Economie • Onderwijs, sport cultuur en recreatie • Sociaal domein • Volksgezondheid en milieu • Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing