CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Cultuurhistorische verkenning Hofland-Noord Schoonhoven

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Tussenstap haalbaarheidsonderzoek Schoonhoven Hofland14.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

STICHTING IN ARCADIË

Polder Het Hofland te Schoonhoven Historische verkenning met waardeverwachting 14 juli 2025

Polder Het Hofland te Schoonhoven Historische verkenning met waardeverwachting 14 juli 2025 Opdrachtgever

Verenigde eigenaren Hofland-Noord

Rapportage

A3 formaat

In opdracht van de Verenigde eigenaren Hofland-Noord Contactpersoon: dhr. J. Posner

STICHTING IN ARCADIË Daam Fockemalaan 22 3818 KG Amersfoort 033 4480035 www.stichtinginarcadie.nl 14 juli 2025 Projectmedewerkers Stichting In Arcadië Ir P. Verhoeff landschapsarchitect BNT M. Wolak, landschapsarchitect BNT en historicus Ir J.D. Tump, landschapsarchitect M. Bos, BASc beheerspecialist groen erfgoed Alle foto’s zijn gemaakt door Stichting In Arcadië, tenzij anders vermeld. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op welke manier dan ook, zonder schriftelijke toestemming van Stichting In Arcadië.

Studiegebied Polder Het Hofland

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

INHOUD 1. Aanleiding en methodologie

7

2. Historische ontwikkeling

11

2. 1 Vroegste geschiedenis 2.2 Middeleeuwen: Het ontstaan van het polderlandschap en de stad Schoonhoven 2.3 1545: Aanleg van de stadswallen en een wandeling met uitzicht 2.4 19e eeuw: Ontmanteling van de vestingwerken en inrichting als openbare groene ruimte 2.5 1900 - 1940: Polder Het Hofland als uitzicht 2.6 1945 - 2025: Na-oorlogse stedelijke ontwikkeling

3. Actuele situatie: analyse en waardeverwachting 3.1 Inleiding 3.2 Monumentenstatus 3.3 Actuele situatie 3.4 Analyse en interpretatie 3.5 Waardeverwachting cultuurhistorie

13 15 21 27 31 37

41

43 45 47 61 63

1. Aanleiding en methodologie

STICHTING IN ARCADIË

8

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

STICHTING IN ARCADIË

14 juli 2025

Aanleiding en doel

Methodologie historisch onderzoek

De gemeente Krimpenerwaard onderzoekt momenteel op verschillende locaties in de gemeente of er ruimte is voor woningbouw. Het noordelijk deel van polder Het Hofland in Schoonhoven, dat momenteel is ingericht als een kleinschalig veenweidegebied, behoort tot de selecteerde locaties. De gemeente onderzoekt met samen met haar partner ‘Verenigde eigenaren HoflandNoord’ de haalbaarheid van het ontwikkelen van deze locatie voor woningbouw. Onderdeel van dit haalbaarheidsonderzoek is een historisch onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van dit poldergebied. Het voorliggende rapport voorziet hierin. Conform de ‘Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek’ van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) is gekozen voor de werkmethode ‘Historische verkenning met waardeverwachting’ (quickscan).

Het historisch onderzoek wordt uitgevoerd conform de methodiek Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2012), de onderzoeksvorm historische quickscan met waardeverwachting bestaat uit:

Studiegebied Het studiegebied omvat het noordelijke del van polder Het Hofdland te Schoonhoven. Het studiegebied wordt begrensd door: de sloot langs het Vinkenpad (N, O), het fietspad ten noorden van de rondweg G.J. van Heuven Goedhartweg (N210) en rivier de Vlist (W). Het studiegebied wordt in haar ruimere context onderzocht.

◦ Landschapshistorisch en cultuurhistorisch onderzoek Het historisch onderzoek omvat kaart-, literatuur- en beperkt archiefonderzoek. Het resultaat is een beschrijving van de ontwikkelingsgeschiedenis van het studiegebied aan de hand van de meest vormende tijdsperiodes. Het onderzoek zal zich richten op de ontwikkeling van de terreininrichting (o.a. groene aspecten, zoals beplantingstypen) en op de ruimtelijke structuur van het plangebied (o.a. verkaveling-, weg-, water en bebouwingsstructuur). Buiten het studiegebied liggende belangrijke structuren en zaken die een historisch of ruimtelijk verband hebben met het terrein, zijn in het onderzoek meegenomen. ◦ Beschrijving en inventarisatie actuele situatie Deze onderzoeksfase richt zich op de actuele situatie. Het huidige landschap is door veldinventarisatie vastgelegd in kaarten, beschrijvingen en foto’s. De inventarisatie omvat een overzicht van de huidige landschapsinrichting (o.a. bouwkundige elementen, paden, waterlopen, beplantingsstructuren en reliëf). ◦ Cultuurhistorische analyse en waardeverwachting Deze onderzoeksfase omvat de synthese van het historisch onderzoek en de actuele situatie en resulteert in een waardeverwachting van de actuele situatie van de verschillende gebiedsonderdelen en de daarin aanwezige relicten en structuren.

Een specifieke architectuur- en bouwhistorische waardeverwachting van de voorkomende individuele bouwwerken is geen onderdeel van dit onderzoek.

Polder Het Hofland vanaf het fietspad langs de N210, op de achtergrond het voormalige gemaal K. Vinke en dienstwoning.

9

2. Historische ontwikkeling

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

ontgonnen veenvlakte

terp

‘Hoogt van Zevender’

stroomgordel

rivierkomvlakte

rivierkam- en oeverwal De geomorfologische kaart van Schoonhoven en omgeving. Het studiegebied ligt in een rivierkomvlakte en is aangegeven met het rode kader. DINOloket

12

doorbraakwaaier

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

STICHTING IN ARCADIË

14 juli 2025

2. 1 Vroegste geschiedenis Polder Het Hofland ligt ten noordoosten van de kern van Schoonhoven aan de Lek en maakt onderdeel uit van de Rijn-Maasdelta en haar meanderende stroomgordel. De rivier had een brede stroomgordel, die werd gekenmerkt door een grillig patroon van zich splitsende en weer samenkomende geulen (vlechtend rivierpatroon). De Lek heeft zich vermoedelijk kort voor het begin van de jaartelling gevormd uit een overstromingscomplex (crevasse) van de Rijn, waarbij de Rijn steeds verder meanderend doordrong in het moerassige veengebied. Ongeveer 10.000 jaar geleden liep de laatste ijstijd ten einde en begon het Holoceen. De vlechtende Rijn kon de stijgende zeespiegel met moeite ‘bijhouden’ en er ontstond een hogere bedding en meerdere zijtakken (waaronder de Lek). De dynamiek van de rivieren resulteerde in de omgeving van Schoonhoven in zwakke oeverwallen van klei. In nagenoeg de hele Krimpenerwaard tussen de Lek en de Hollandse IJssel bevindt zich een uitgestrekt veengebied1, aangeduid als bosveen, aan de oppervlakte. Slechts langs de rivieren de Lek en de Hollandse IJssel is het veen door klei afgedekt. Deze laag is bij Schoonhoven ongeveer een meter dik, in Het Hofland nog maar een halve meter. De ondergrond van deze klei- en veenlaag bestaat uit zand uit het Pleistoceen dat zich bij Schoonhoven ongeveer 11 meter beneden N.A.P. bevindt.

Het grensvlak van zand en klei en veen is in de buurt van Schoonhoven vrij geaccidenteerd. Als gevolg daarvan ligt op een aantal plaatsen dit zand aan de oppervlakte. Een van zo’n zandopduiking of ‘donk’ ligt op de ‘Hoogt van Zevender’, twee kilometer ten noordoosten van Schoonhoven.2 Het veengebied wordt doorsneden door veenrivieren die naar de Lek en Hollandse IJssel afwateren en het overtollige water van het veen daarnaar afvoeren. Dat kon in die tijd vanwege de hogere ligging van het veen ten opzichte van de rivieren. Voordat men zich hier vestigde lagen de centrale delen van het veengebied zelfs enige meters boven het niveau van de rivieren. De Vlist en de Zevender zijn zulke veenrivieren. De Vlist ontspringt volgens Vink ter hoogte van het gemaal, de plek van de Hoflandse molen aan de noordoostzijde van Het Hofland. De Vlist stroomt noordwestwaarts af naar Haastrecht waar hij in de Hollandse IJssel uitmondt.3 Een andere veenstroom is de Zevender. Dit riviertje vindt zijn oorsprong in het uitgebreide veenmoeras van de Lopikerwaard en stroomt via het noordoosten van Schoonhoven naar de Lek.4 In het eerste hoofdstuk ‘Vervattende Stads Grond, en Waterstroomen’ van zijn boek Beschryving der Stadt Schoonhoven beschrijft Henricus van Berkum in 1762 onder andere de geschiedenis van de Lek en andere wateren rondom Schoonhoven.

Hierin beschrijft hij dat de Vlist een oorspronkelijke kreek van de rivier de IJssel is (nu de Hollandse IJssel). Dat betekent dat de Vlist niet bij de molen ontsprong, maar dat hij daar ophield. De Zevender (Sevender, die hij een ‘klein Vlietje’ noemt) loopt, is een ‘sprangje’ van de Lopiker Wetering, die ook een oorspronkelijk veenriviertje was. De Zevender mondt via Schoonhoven in de Lek uit.5

De rivieren zetten langs hun oevers zand en klei af, dat resulteerde in de oeverwallen en stroomruggen. Dit is ook bij de Lek gebeurd, alhoewel ter hoogte van Schoonhoven deze oeverwal relatief smal is gebleven. De Vlist en de Lopiker Wetering/Zevender hebben eveneens een dunne smalle stroomgordel van klei afgezet langs hun oevers. Deze stroken liggen iets hoger dan het omringende lage land. Bij hoog water overstroomden de rivieren, waarbij de randen van de veengebieden overdekt werden met een meer of minder dikke kleilaag. In het centrum van de Krimpenerwaard ontbreekt een dergelijke laag rivierklei. Gedurende de bronstijd (3300-1200 v. Chr.) en ijzertijd (1200-500 v.Chr.) vindt de vroegste bewoning plaats op de donken (zoals de donken bij Berg Ambacht6 7), de oeverwallen en stroomruggen. Er is geen bewijs gevonden dat er ter hoogte van Schoonhoven vroege bewoning heeft plaatsgevonden, aannemelijk is dat men zich ook hier gevestigd heeft. Meerdere nederzettingen uit de middenbronstijd zijn gelokaliseerd bij Zijderveld op de Zijderveldse stroomrug.8 Archeologische vondsten tonen aan dat de hoger gelegen stroomruggen al vroeg bewoning kenden. Toen de Romeinen in het rivierengebied neerstreken troffen zij al een, voor die tijd, redelijk dichtbevolkt gebied aan. Romeinse invloed is ook in de buurt van Schoonhoven geweest, getuige de vondst van een Romeinse munt.9

13

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

Situatie verkaveling in ca. 1250, afwateringsrichting en waterkering Schoonhoven en omgeving. Historische Stedenatlas van Nederland, dl 5, p.7, opgenomen in Cult His, ‘Adviesnota cultureelerfgoed, gemeente Schoonhoven’ (2014) pg 11.

14

14 juli 2025

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

STICHTING IN ARCADIË

14 juli 2025

2.2 Middeleeuwen: Het ontstaan van het polderlandschap en de stad Schoonhoven Ontginning

Gedurende de vroege middeleeuwen (500-1000) concentreert de bewoning zich nog steeds op de hooggelegen oeverwallen en stroomruggen. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond, dat er ook al heel vroege ontginningen zijn geweest in het centrale deel van de Krimpenerwaard, als het ware bovenop het veenkussen. Deze woonplaatsen werden spoedig verlaten en hebben geen relatie met de huidige inrichting. Daaruit blijkt dat de omstandigheden voor bewoning kennelijk niet goed genoeg waren om permanent te blijven wonen.10 In het veengebied ontstaat geleidelijk aan een nederzettingspatroon van langgerekte dorpen met loodrecht daarop de lange, smalle kavels van de boeren die op de kop hun boerderijen situeren. Aanvankelijk hebben de boeren het recht hun kavels onbeperkt naar achteren te verlengen. De percelen worden steeds verder doorgetrokken in het veengebied, net zolang tot men op de landinwaarts gelegen ‘wildernis’ of een andere ontginning stuit. Onder andere Haastrecht behoort tot een van de oudste ontginningen van de Krimpenerwaard. Tijdens de 11e en 12e eeuw worden de gronden van het rivierengebied van Utrecht vaak via leenheren ontgonnen. Voor Het Hofland zijn de Utrechtse kerken van Sint Maarten en Sint Marie van het Sticht Utrecht verantwoordelijk.

Schoonhoven ligt op de grens van land van de heren van Holland en van de leenheren van het Sticht Utrecht, het bestuursorgaan waarvan de bisschop van Utrecht de hoogste bestuurder was. Volgens oorkonden van de gouw (een Frankische bestuurlijke eenheid) Lake en Isla uit de jaren 944, 1046 en 112211 is het aannemelijk dat de Krimpenerwaard en de Lopikerwaard tot de gouw Lek en IJssel hebben behoord. In 944 verkregen de Utrechtse kerken van St. Maarten en St. Marie het gezag in deze gouw van de graaf Waldger en diens zoon Ratbod dit in leen gehouden hadden. Dit overheidsgezag zal zicht uitgestrekt hebben over de toenmaals ontgonnen als ook over de nog niet ontgonnen gebieden.12 De huidige opzet en structuur van de Krimpenerwaard ontstaat in deze periode. De oeverwallen van de Lek wordt de basis voor het verkavelingspatroon van Bergambacht en Willige-Langerak. De kleinere rivieren de Vlist en de Voor-Zevender (Lopikerwaard) worden de basis voor de ontginning en landbouwkundige inrichting van de landinwaarts gelegen wildernis. Er worden regelmatig gevormde ontginningsblokken (zogeheten cope-ontginningen) in het nog onontgonnen veen uitgezet, waarvan de polders Bonrepas ten noorden van Schoonhoven, Vlist-Westzijde en Vlist-Oostzijde mooie voorbeelden zijn. De afstand van ontginningsbasis tot achtergrens bij copeontginningen was ongeveer 1250 meter.

Na de ontginning wordt de grond uitgegeven aan de boeren die hier in de 11e en 12e eeuw per hoeve jaarlijks een klein bedrag voor moesten opbrengen. In de 13e en 14e eeuw blijken de ‘cope’ voorwaarden te zijn gewijzigd. In deze periode worden aanzienlijk grotere bedragen per morgen als pacht geëist.13 Bij de ontginning van het veengebied zijn sloten gegraven. Deze zijn noodzakelijk voor het bewerken van het land, afvoer van regenwater en daling van het hoge grondwaterpeil. Het maaiveld daalt hierdoor echter, een proces dat inklinking genoemd wordt. In de 11e en 12e eeuw zijn verdere maatregelen zoals het aanleggen van zijkaden en achterkaden (ook wel zijdwenden of zuwen genoemd) daardoor noodzakelijk. Ook worden extra weteringen gegraven en sluizen aangelegd (13e -15e eeuw).14

In 1119 is de Botersloot gegraven om een verbinding te creëren tussen de Lek bij Schoonhoven en de Hollandse IJssel bij Haastrecht via de Vlist. Over de naamgeving van dit water gaan verschillende theorieën. Hugo Botter, de zoon van Jan Botter die in 1078 Heer van Arkel is geworden, trouwt met Henrica, dochter van heer Dirk van Amersfoort. Deze schoonvader geeft Hugo in 1119 een stuk land te leen om makkelijker van de Lek naar Haastrecht te komen, dat ook aan de zonen van de Heer van Arkel toebehoort.15 De naam van de sloot, die nu Botersloot genoemd wordt, werd echter ook al in de Bloise rekeningen (o.a. van Jan van Blois (ca 1342-1381), graaf van Blois en Heer van Schoonhoven) Botersloot genoemd.16 De Botersloot begrenst Het Hofland aan de westzijde en gaat loodrecht naar het zuiden door het centrum van Schoonhoven naar de Lek. Tegelijkertijd vinden er regelmatig overstromingen plaats door de Lek waardoor het water van de veenrivieren moeilijker af kan wateren op de Lek. Van Berkum stelt dat de Lopikse Wetering en de Zevender binnen Schoonhoven zijn afgedamd, de namen Dam en Kortendam zouden daarnaar genoemd zijn.

De bewijzen hiervoor vindt hij in de ‘Jaarboeken van afdammingen’ van het jaar 1165 en 1173.17 De Vorne, gegraven voor de afwatering van Het Hofland tussen de Zevender en het eindpunt van de Vlist (ter hoogte van de molen aan de noordoostkant van Het Hofland), wordt voor het eerst vermeld in 125418 als de westelijke grens van Vijftienhoeven, het huidige Noord-Zevender. Vervolgens meldt een oorkonde van 1272 dat de landen van Willige-Langerak, Cabouw en Vijfhoeven van Herbaren van de Lede, heer van Haastrecht, een afwatering op de Hollandse IJssel verkrijgen via de Vlist. Hierbij zou het water van de Zevender in de Vorne geleid worden en van de Vorne in de Vlist. De bovenloop van de Vlist vanaf de molen tot ca. 200 m ten noorden van de Voornebrug is vergraven. De scherpe bocht in de Vlist ter hoogte van deze brug duidt hier ook op.19 De ontginning van het dorp Bergambacht ten westen van Schoonhoven vindt plaats vanuit de noordelijke oeverwal van de Lek. Het verkavelingspatroon is zeer regelmatig noord zuid gericht en bereikt in het oostelijk deel van de ontginning een lengte van ca. 3500 m. De Vlist is de oostelijke grens van de Bergambachtse ontginning. Dit betekent dat ook Het Hofland tot deze ontginning behoorde.

Dit laatste wordt bevestigd door een rentmeestersrekening van Gouda en Schoonhoven uit het midden van de 15e eeuw.20 Het Hofland is te beschouwen als een restgebied, loodrecht verkaveld op de Vorne en de Botersloot. Daarmee is deze verkaveling de enige oost-west gerichte verkaveling van dit deel van de Krimpenerwaard. De gegraven Vorne ten zuiden van de Vlist en de Zevender vervolledigen de begrenzing van de Bergambachtse ontginning. De oostelijk van Het Hofland gelegen gronden van Willige-Langerak zijn ook vanuit de Lekoever ontgonnen. Vanwege de loop van de Zevender zijn aan de westzijde de kavels 750 m lang, oostelijk richting Jaarsveld loopt dit op tot 1350 m.21 Ook Nesse, ten westen van Willige-Langerak (nu aan de zuidoostkant binnen de bebouwde kom van Schoonhoven) is een restgebied. Nesse zal als restgebied omstreeks het midden van de 12e eeuw ontgonnen zijn, net als Cabouw, dat ook een restgebied was. Door de geringe ‘landtijns’ (belasting)zal de uitgifte van percelen van Cabouw niet later zijn dan de tweede helft van de 12e eeuw. Dit betekent dat de ontginning van Willige-Langerak niet later gebeurd zal zijn dan aan het einde van de 11e eeuw.22

15

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

STICHTING IN ARCADIË

Reconstructie van de bewoningskern Schoonhoven en omgeving in het einde van de 13e eeuw. J.C. Visser (1964), pg. 74.

16

14 juli 2025

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

STICHTING IN ARCADIË

De ontgonnen gronden worden overwegend ingericht en gebruikt als weiland. De hogere delen worden gebruikt voor bewoning, moestuin, boomgaarden en enkele bouwlanden. De oevers van de waterlopen en de overhoeken langs wegen zijn meestal beplant met riet, wilgen en hakhout. Dit hakhout werd gebruikt als brandhout en voor het vervaardigen van gebruiksvoorwerpen. In 1233 wordt Otto, broer van de Hollandse graaf Floris de IV, bisschop van Utrecht. Floris laat voor Otto een dijk aanleggen langs de Lek van Amerongen tot Schoonhoven. Dit is de eerste keer dat de naam Schoonhoven geschreven staat.23 Door deze dijk kan het water van de Krimpener- en Lopikerwaard nog moeilijker afwateren op de Lek. De afdamming in 1285 van de IJssel bij Nieuwendam, zorgt ervoor dat nu al het water van de Rijn door de Lek gaat stromen. Dit betekent meer water en meer overstromingen. In 1274 wordt enkele tientallen meters ten oosten van de kerk van Willige-Langerak een ‘Oude Sidewende’ aangelegd, als gezamenlijke waterkering voor Willige-Langerak en Cabouw.24

Het ontstaan van Schoonhoven Op de grens van Holland en Utrecht, bij de monding van de Zevender ontwikkelt zich vanaf het jaar 1000 de eerste bewoning van Schoonhoven. De plek is van strategisch belang in de strijd tussen de Bisschoppelijke macht van Utrecht en de heersers van het toenmalige Holland. Het Sticht Utrecht heeft gedurende de 13e eeuw recht op een gedeelte van het grondgebied van Schoonhoven.25 In het tweede of derde decennium van de 13e eeuw verwerft Jan van de Lede na een boedelscheiding gronden ten noorden van de Lek. Dit bezit omvat Haastrecht met Vlist, Zuid-Polsbroek en Cabouw, naast de oostelijke delen van Bergambacht en Stolwijk. Tot Bergambacht hoorde het restgebied dat als Hofland bekend gaat staan. Omstreeks dezelfde tijd zal Jan van de Lede ook de beschikking hebben gekregen over het mondingsgebied van de Zevender, dat nog tot het Sticht Utrecht gerekend kon worden. In de scheg tussen de hoeven van Bergambacht en de Zevender sticht Jan van de Lede een vestiging. Een strategisch centrum voor zijn goederen en bezittingen die kan worden aangeduid als ‘hoeve’ of ‘hof’.26 In 1247 wordt Schoonhoven voor het eerst vermeld. In dat jaar noemt Jan van de Lede zich heer van de Lede, naar het stamgoed van het geslacht. Jan moet vóór 1258 overleden zijn, aangezien zijn zoon Hugo Botter zich dan heer van de Lede noemt.

Hij overlijdt vóór 1280, aangezien zijn weduwe in dat jaar met Zweder van Zuilen trouwt. Dat is ook het jaar dat Schoonhoven voor het eerst als stad beschreven staat. Op 3 mei 1280 beleent de graaf van Holland, Floris V de Zeeuwse edelman Nicolaas van Cats met Schoonhoven. Hij hield echter ook een deel van Schoonhoven in leen van de bisschop van Utrecht. De oorkonde waarin dit vermeld staat, wordt als de eerste echte vermelding van Schoonhoven als stad beschouwd. Schoonhoven heeft niet zoals andere grafelijke steden waaronder Haarlem (1245) en Montfoort (1329) een stadsrechtbrief gekregen.27 Van Berkum meldt dat het zeker is dat Schoonhoven voor het eerst in het jaar 1280 stad genoemd wordt in een brief van Bisschop Jan van Nassau. Het is dus niet bekend van wie en wanneer Schoonhoven stadrechten heeft gekregen.28 Nicolaas van Cats sterft rond de winter van 1282-83. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Nicolaas II van Cats.29 Floris V wordt in 1296 vermoord, en opgevolgd door zijn minderjarige zoon Jan I van Holland die in 1299 kinderloos overlijdt. Zijn moeder hertrouwt met de graaf van Henegouwen en zo wordt hun zoon Jan II van Avesnes (1287-1304), ook graaf van Henegouwen en Holland. Henegouwen ligt in het huidige grensgebied van België en Frankrijk.

Deze Jan van Avesnes staat Schoonhoven in 1300 toe om zich te ‘omvesten’.30 Aan de heerschappij van de Van Catsen kwam een einde nadat Nicolaas II van Cats (die ook bezittingen in Zeeland had) partij had gekozen voor de Vlamingen. De inwoners van Schoonhoven keerden zich tegen hem en belegerden zijn kasteel. Jan van Avesnes, steunde de

14 juli 2025

inwoners van Schoonhoven en gaf toestemming de ‘poort’ [Schoonhoven] te omvesten. In 1304 namen de Schoonhovenaren Nicolaas II Cats gevangen. De lenen van Van Cats vervielen zo aan Jan van Avesnes van de grafelijkheid van Holland. De jongere zoon van Jan II van Avesnes, Jan (1288-1356), draagt ook de titel ‘van Beaumont’. Hij zal veel gebieden in Utrecht, Holland en Zeeland verwerven. Jan van Beaumont heeft in 1312 het vervallen Schoonhovense slot laten herbouwen.31 In die tijd heeft Schoonhoven al een aarden wal en smalle gracht, rond 1320 heeft Jan van Beaumont de stad vergroot en een stenen muur eromheen laten oprichten.32 de rekeningen van de graven van Blois geven inzicht in hoe Jan van Beaumont, Jan van Blois en zijn broer Guy deze gebieden beheren.

Jan van Beaumont erkent op 12 maart 1320 dat hij het gerecht van Lopik en van Zevender in lijfpacht zal nemen van het kapittel van Sint Marie in Utrecht.33 Daarmee is de vraag van Van Berkum opgelost, die zich erover verwonderde waarom er in een verdrag uit 1279 nog sprake was dat Schoonhoven een ‘ghemeenre’ stad was van de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht, terwijl er in de 14e eeuw niets meer van Stichtse rechten bleek te bestaan.34 Vervolgens krijgen op 4 mei 1322 de inwoners van Schoonhoven van Willem III, de graaf van Holland en broer van Jan van Beaumont, het privilege vrij langs de tollen van Holland te mogen varen met hun handelsgoederen. De vaarverbindingen die er in vorige eeuwen tussen de Lek, de Hollandse IJssel, de Vlist, de Lopiker Wetering en de Zevender met Vorne en de Botersloot zijn gemaakt, geven de gelegenheid deze voordeel ten volle te benutten. Door aan de ene kant het water te benutten voor de handel tussen de Lek en de IJssel en aan de andere kant de noodzaak bestond tot beveiliging van het hoge water van de Lek heeft tot een complexe waterstaatkundige situatie in en om Schoonhoven geleid. De Vlist en de Zevender hadden een gescheiden peil. De haven stond in open verbinding met de Lek, waarvan de verzwakte waterkering nodig verbetering behoefde. Door de Botersloot kwam een deel van het stadswater in verbinding met de Vlist.

Het overige deel van het stadswater staat echter in verbinding met de Zevender, waarvan het peil met dat van de Vlist verschilt.35 In 1349 geeft Jan van Henegouwen toestemming om een sluis in de dam in de stad te leggen.36 De Zevender krijgt op 2 maart 1349 een uitwatering in de Lek met behulp van een spuisluis in de Dam. Deze is voorzien van wachtdeuren en biedt de mogelijkheid om met een schil vanuit de Zevender in de Lek te komen. Jan van Beaumont heeft alleen een dochter en wijst bij zijn overlijden in 1356 zijn kleinzoon Jan van Blois aan als heer van Schoonhoven en Gouda. Deze wordt jonker Jan en draagt als zijn eerste titel ‘hvan Schoonhoven en Gouda’. Na het overlijden van zijn vader en oudste broer zal hij op zijn beurt de titel ‘graaf van Blois’ erven. Hij is vóór 1342 geboren en nog jong als hij in 1358 aankomt op zijn kasteel Schoonhoven waar hij zal blijven wonen. Hij beheert de Hollandse en Zeeuwse goederen tot zijn overlijden in 1381. Na hem doet zijn jongste broer Guy dat tot zijn dood in 1397. Bij gebrek aan wettelijke erfgenamen vervallen de goederen daarna weer aan de grafelijkheid Holland. 37 De rekeningen geven inzicht in de aard van de Schoonhovense bezittingen van Jan van Blois en daarmee een beeld van hoe zijn landschap eruitzag.38 Hij verbetert het kasteel en het bouwhuis. Om het kasteel beter te verdedigen zijn er grachten omheen gegraven.

Een deel wordt gevormd door de Zevender die aan de oostkant van het kasteel stroomt.39 Het bouwhuis bevindt zich ten zuidwesten van het kasteel, door een brug over de gracht met elkaar verbonden. Dit bouwhuis is in gebruik als stal, opslag van veevoer en slaapplek van knechten. Ook zijn in de diverse vertrekken verschillende ambachten gevestigd waaronder een smederij. Er is een voorburcht en een Marktveld bij het kasteel behoort. Dit Marktveld ligt ten zuiden van de gebouwen en hun eilanden ten oosten van de Oude Haven. In 1363 wordt de muur aan het Marktveld gebouwd. Deze muur maakt onderdeel uit van de latere verdedigingsmuur met torens rondom de stad.

17

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

Reconstructietekening uit het einde van de 19e eeuw van het kasteelterrein te Schoonhoven door ds. P. van Willenswaard (1864-1928). H.A. Verhoef (2016), pg. 100.

18

14 juli 2025

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

Het kasteel is voorzien van uitgebreide (moes)tuinen. Rondom het kasteel bevinden zich drie appelen perenboomgaarden. Een ervan grenst aan de oostzijde van de Oude Haven [een straat ten westen van de Botersloot binnen het centrum van Schoonhoven]. Ook is er een boomgaard aan de zuidzijde in Het Hofland. [Op een kaart van 1552 wordt duidelijk dat deze boomgaard op strook tussen de Vorne en de oostelijke sloot van Het Hofland ligt.] In deze boomgaard bevinden zich een duifhuis en een prieel, en ook de gevangenistoren heeft daar een plaats. Het kasteel bezit ook een gemetseld valkhuis (p 98) waarvoor Jan van Blois een valkenier in dienst heeft genomen (p 68). In 1363 wordt ergens op het bezit een kooi gemaakt voor twee gekregen pauwen. Verder is er de warmoeshof en een wijngaard, vermoedelijk ook aan de noordzijde van de gracht van het kasteel, op de grond van Het Hofland. Voor de warmoeshof is gedurende decennia ‘moeder Floren’ verantwoordelijk. Zij zorgt voor het zaaien en planten. Voor het grove tuinwerk zoals spitten, maaien en kruien worden mannen ingehuurd. In 1364 worden voor de warmoeshof 1200 planten gekocht, plus peterselie en kervelzaad. In de rekeningen spreekt men ook over een ‘koolhof’ ‘waar allerlei groenten worden verbouwd’. Mogelijk is dit een ander woord voor warmoeshof.

Om de warmoeshof heen is een gevlochten hordenhaag geplaatst van 42 roeden lang en vier voet hoog (175 m lang en 1.20 m hoog). De wijngaard ligt achter de stal in het zuiden van Het Hofland. [De wijngaard is op de kaart van 1552 nog aanwezig. Hij wordt aangeduid met de hoofd letter G]. De druiven worden niet voor wijn geteeld, maar gebruikt om verjuus te maken. Verjuus wordt gebruikt men bij het koken als saus of om wijnazijn te maken. Er is ook een druivenpers aanwezig. Een deel van Het Hofland is meestal verhuurde, een ander deel wordt zelf gebruikt om vee te weiden en hooi te winnen.40 In 1372 wordt er ook een gedeelte beplant met hennep en graag. Van de hennep wordt touw gemaakt.41 In 1359 wordt melding gemaakt van schutters in Schoonhoven. De oorspronkelijke doelen (oefenterrein) van de schutterij ligt op Het Hofland.42 In de voorburcht worden koeien gestald en het Marktveld zal ook een plek zijn om koeien te weiden, aangezien er in 1363 mest uit de voorburcht en van het Marktveld naar de boomgaard in Het Hofland vervoerd wordt. Uit de boomgaard en het griend van Het Hofland wordt gebruikshout gehaald. Van het rijshout van het griend worden dat jaar onder andere horden gemaakt. Er wordt een nieuwe sloot op Het Hofland gegraven vanaf de ‘botersloet … langhes de single doer die grient’ naar het ‘nuwen hof’ gekruid.

Rondom de boomgaard waar de hooi- en strobergen staan wordt in 1364 een gracht gegraven. Naar Het Hofland toe wordt tenslotte een valbrug gemaakt. Het Hofland is in dat jaar verdeeld in acht kampen.43

14 juli 2025

Op 15 juli 1518 is er een grote stadsbrand waarbij een groot deel van de stad en het kasteel in vlammen opgaat. Het kasteel wordt gedeeltelijk opgebouwd. Rond 1522 bestaan er plannen om een nieuw kasteel te bouwen aan de oever van de Lek buiten de stadsmuur. De bouw van dit kasteel is nooit verder gekomen dan de fundering omdat in 1528 Karel V het Sticht Utrecht en de stad Schoonhoven onder het gezag van zijn centrale regering te plaatsen, waardoor een kasteel als grensverdediging overbodig werd. In 1540 is het kasteelterrein een grote ruïne. De regeringsraad van Karel V verplicht de omringende dorpen om de bergen puin en aarde op het terrein en in de grachten weg te halen. Het kasteelterrein is daarna begroeid met riet. In 1547 geeft Karel V het terrein van het kasteel en de voorburcht in erfpacht aan de stad Schoonhoven.47

De stadsbewoners profiteren van de aanwezigheid van Jan van Blois in Schoonhoven. Tijdens zijn leven groeit de stad. Er wordt gebouwd en er komen enkele nieuwe staten bij zoals de Korte Weistraat, en Nes. Het stratenpatroon uit deze tijd is honderden jaren hetzelfde gebleven.44 Jan van Blois blijft op het kasteel van Schoonhoven wonen en overlijdt op 18 mei 1381. Zijn broer Guy komt naar Schoonhoven als de nieuwe heer van de Hollandse leengoederen. Na 1390 verblijft hij permanent in Blois. Als hij in 1397 overlijdt aanvaardt zijn echtgenote de erfenis niet vanwege grote schulden. De Hollandse leengoederen, waaronder Schoonhoven vallen terug aan de graaf van Holland, dan Albrecht van Beieren.45 Jacoba van Beieren (gravin van Holland en Zeeland, gravin van Hemegouwen,1401-1436) laat de stadsmuur die Jan van Beaumont heeft laten bouwen rond 1320 in 1418 verbeteren. De Blauwe Toren stamt uit deze tijd, evenals een ‘tamelyke breede gragt, waar van de oude Cingel nog een gedeelte is’.46 Tijdens zijn leven heeft Jan van Blois regelmatig oorlog gevoerd met Gelderland. Het einde van de 15e en het begin van de 16e eeuw heerst angst voor invallen en brandstichting door de Gelderse troepen. Het kasteel wordt verwaarloosd. Wel wordt er nog landbouw bedreven op de kasteelgronden. Het dak van de stal wordt nog gerepareerd.

Het kasteel wordt in kleine delen bewoonbaar en klaar voor verwachte belegering gemaakt.

19

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

STICHTING IN ARCADIË

14 juli 2025

Uitsnede van de kaart van Jacob van Deventer uit 1545, Schoonhoven en omstreken. Nationaal Archief, inv.nr. NL-HaNA_4. DEF_1.10.

Polder Het Hofland Voorne Opweg

Zevender

Botersloot

vml. kasteelterrein

20

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

2.3 1545: Aanleg van de stadswallen en een wandeling met uitzicht De kaart van Jacob Van Deventer toont de situatie van Schoonhoven en omgeving rond 1545. De relatie tussen de verschillende wateren, wegen en bebouwing die in de afgelopen eeuwen zijn ontstaan, worden in deze kaart voor het eerst inzichtelijk. De stadsmuur en haar torens omgeeft de bebouwing van Schoonhoven, versterkt door een gracht. De Botersloot die vanuit de Vlist via het centrum van de stad naar de Lek stroomt en de Lopiker Vaart met de Zevender die de stad aan de noordoostzijde binnenstroomt, zijn met de stadsgrachten verbonden. De Vlist die bij de molen verlengd wordt met de Vorne tot de Zevender zorgt voor de wateromsluiting van Het Hofland. Tussen de stad en Het Hofland bevindt zich het eiland van riet waar het kasteel en voorburcht heeft gestaan. Langs de wateren zijn paden gerealiseerd. De stippen op deze paden zijn vermoedelijk een teken van laanbomen langs de wegen. De Opweg ten westen van de Botersloot is een kade die de ontginning van Bergambacht beschermt. Deze kades komen ook langs de Vlist voor. Ten oosten van de Botersloot loopt een ad naar het noorden, evenals ten oosten van de Vorne richting de molen. Ten westen van de stad zijn moestuinen en boomgaarden aangelegd.

Deze zijn ook aan de oostzijde van de stad en aan de noordkant van de gracht ten westen van de Botersloot gerealiseerd, deels op grondgebied van de dorpen Bergambacht in het westen en Willige Langerak in het oosten. Langs deze wegen staat verspreide bebouwing met boogaarden en moestuinen, geconcentreerd aan de noord- en westzijde van Schoonhoven. Deze bebouwing en de situatie van Het Hofland is meer gedetailleerd in een kaart van Het Hofland en omgeving uit 1552. Polder Het Hofland is door sloten geleed in zeven weilanden en drie ander percelen aan de zuid- en oostrand. De percelen worden door een sloot omrand, waar de oost-west gerichte sloten op uitkomen. Deze omsluitende sloot is gescheiden van de Botersloot door een smal pad of sleetpaadje in het gras van waaruit men de percelen en de molen kan bereiken. Deze molen wordt later de Hoflandse of Eerste Molen genoemd. In 1556 wordt iets noordelijker aan de oostzijde van de Vlist op de rand van de Polder Noord-Zevender een andere molen gebouwd, later de Tweede Molen, Voormolen of Kleine Molen genoemd. Deze loost het water uit de sloten van de Polder Noord-Zevender op de Vlist. Het smalle land tussen Vorne en de omringende sloot is in gebruik als boomgaard, mogelijk een van de boomgaarden van het vroegere kasteel. Via een brug over de Vorne kan men dit land bereiken over het pad ten oosten van de Vorne.

Een hoeve met hooiberg bevindt zich aan de zuidkant van dit perceel. Men kan hiervandaan via de weg langs de noordzijde van de Zevender de stad bereiken. De belijning in de kavels H en G doen vermoeden dat hier de moestuinen van het kasteel gelegen zijn, met G als mogelijke locatie van de wijngaard. Langs de Opweg zijn laanbomen ingetekend, de weg langs Vorne en Vlist wordt niet door een bomenrij begeleid.

Kaart van Het Hofland (1552). Nationaal Archief, inv. nr. NL-HaNA_4. VTH_2436

21

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

N

Kaart van Schoonhoven door Jaen Blaeu (1649). Het studiegebied ligt ten noorden van deze kaart. National Library of Scotland.

22

Kaart van SchoonhovenNieuwpoort door J.B. Prevost (1727). Nationaal Archief

STICHTING IN ARCADIË

N

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

De bolwerken compleet (1772).z Nationaal Archief, inv. nr. NL-HaNA_4. OPV_S78.

23

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

N

Kaart van de Oude Hollandse Waterlinie uit 1731. Polder Het Hofland (in het rode kader) ligt het te inunderen gebied ten oosten van de Vlist. Nationaal Archief, inv. nr. HaNa.4.OSK_H22

24

Overlay van de middeleeuwse stad en de 17e eeuwse vestingwerken. J.C. Visser (1964), figuur 12.

14 juli 2025

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

De in de Middeleeuwen aangebrachte stadsmuur bleek tijdens de Nederlandse opstand (Tachtigjarige oorlog) in slechte staat te verkeren. Al in 1582 werd gestart met de aanleg van nieuwe en betere versterkingen. In deze jaren werd het Orangebolwerk (t.p.v. de huidige alg. begraafplaats), het Blockbolwerk, het kruittorenbolwerk en de tussengelegen omwalling aangelegd.48 in 1588 zijn aan de oostzijde van de stad drie bolwerken aangelegd.49 50 Ook wordt er meer verdedigd aan de zuidkant van de stad waar verschillende poorten voor toegangsregulering zorgen. De Vrouwenpoort aan de westkant is in 1571 opgericht. In 1591 volgt de Lopikerpoort aan de oostkant van de stad en de Veerpoort aan de zuidkant in 1601 gebouwd.51 De vesting Schoonhoven werd in 1672 onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. De Oude Hollandse waterlinie was tussen 1672 en 1815 een militaire verdedigingslinie die bestond uit een reeks van vestingen, waartussen polders lagen die onder water konden worden gezet (geïnundeerd). In de omgeving Schoonhoven betroffen dit de polders ten oosten van de Vlist (aan de noord en oostzijde van Schoonhoven). Ook de polder Het Hofland, direct te noorden van de vesting, behoorde tot het te inunderen gebied. De nieuwe wallen met de verbrede grachten zijn gedetailleerde weergegeven op de kaart van Joan Blaeu uit 1649.

De wallen zijn met (laan)bomen beplant, evenals de weg langs de oostelijke stadsmuur. Op de hoekpunten van de stadsmuur zijn drie molens opgericht. Op het kasteeleiland dat verder nog uit riet bestaat, is een hoeve gebouwd. Rondom de stad bevinden zich de moestuinen en boomgaarden van de stadsbewoners, Ook aan de rand van Het Hofland, waar de warmoeshof, de wijngaard en de boomgaard van Jan van Blois ooit lagen is dit het geval. Vooral de wegen aan de oostzijde van de omgrachting, behorende tot de gemeente Willige Langerak, zijn met bomenrijen beplant. T.D. Moor beschrijft een wandeling in en rondom Schoonhoven rond 1783, waarbij hij in dichtvorm weergeeft wat hij ziet en in een uitgebreide lijst voetnoten veel historische informatie noteert. Mogelijk heeft hij deze informatie overgenomen uit het in 1762 verschenen boek van Henricus van Berkum, Beschryving der Stadt Schoonhoven, dat 616 bladzijden plus een register telt. De uitbreiding van de andere bolwerken aan de noord en westzijde van Schoonhoven vindt plaats naar aanleiding van het rampjaar 1672 en wordt in 1673 voltooid.52 Moor weet te melden dat in 1672 de vestingwerken aanzienlijk zijn versterkt toen de Franken tot Schoonhoven waren genaderd.53 In het jaar 1672 krijgt Schoonhoven een vestingfunctie toebedeeld in de (Oude) Hollandse Waterlinie. De polders ten oosten van Het Hofland worden als inundatiegebied aangewezen.

Eind 17e eeuw zijn de vestingwerken afgerond, maar aan de ravelijnen, die daarbuiten liggen is nog tot ver in de 18e eeuw gewerkt. De vesting is aangelegd volgens het Oud-Hollands stelsel.54 De vestingwerken met de wallen, grachten en singels omsluiten sindsdien de hele stad. De tuinen die ten westen van de stadsmuur gracht lagen, liggen sindsdien binnen de omwalling. De ‘Oude Gragt’ vormt de oostelijke grens van deze groene strook.

14 juli 2025

Moor noteert ‘Deze wallen leveren ook een aller aangenaamst gezigt en wandeling’. Zijn wandeling voert over een ‘groene ring omboord met helder vocht’.55 Richting Willige-Langerak kan de stedeling langs groenbezoomde wegen of dichte lommerpaden verpozen. Hij wordt op de plek van het overblijfsel van het kasteel geduid en vraagt zich af of dat de plek is, of ergens anders. Er is niets te zien.56 Aan de overzijde van de gracht kan hij de ‘groene boogen en thuinen van vermaak en wellust beoogen’. Ten westen hiervan wordt linnen verbouwd en is de bleek. Verderop richting Oudewater grazen de koeien.57 De Kruispoort bevindt zich aan de noordkant van de stad en is in 1673 gebouwd. Men kan hierdoor naar Gouda en de Vlist gaan. Een uur gaans hier vandaan was een leprahuis en een ‘Buitenstad’ dat ergens halverwege de 16e eeuw is afgebrand.58 Deze plek is aan de zuidwestzijde van de Botersloot, aangezien Moor beschrijft dat en nu (1783) alleen tuinen en een herberg staan, op de plek waar de weg ‘ter rechterhand aan d’ oude Botersloot, aan welkers overkant het Hofland is geleegen waar op een moole en een schutters doele pleegen te staan, maar waar van thans geen spoor te vinden is.’59 De genoemde herberg is ook als ‘stadsherberg’ beschreven, gelegen tussen het zuidelijk gedeelte van de Opweg en de Botersloot, voor de gracht en de poort naar de stad.

Mogelijk heeft er dus ook een molen op Het Hofland gestaan, waarin 1783 niets meer van te vinden is. Moor is er overigens van overtuigd dat de naam Botersloot, die in de tweede helft van de 18e eeuw nog gebezigd wordt voor deze sloot, afkomstig is van ‘het oude geslacht der Botters’. Ook schrijft hij Het Hofland toe aan de voorvaderen van de keizerlijke majesteit, de graaf van Holland, die het land verkregen hadden bij het uitsterven dan de stam van de ‘oude Heeren van Schoonhoven’. Moor wandelt vanaf een brug [hij noemt geen naam] over de ‘Langewal’ terug richting de stad. Deze is met ‘keegelzand’ bestrooid en goed onderhouden. Ten westen van deze laan bevinden zich ‘bosschen van jeuchdig houtgewas’. In de verte staat af en toe een huis of boerderij met erf.60 Alle bomen om Schoonhoven en op de ‘dreeven’ en wallen zijn in 1770 gekapt en verkocht, waarna de wallen rondom de stad weer met een dubbele rij jonge iepen zijn beplant.61 Moor wandelt over de wallen naar de Lekdijk. Buiten de vestingmuur geniet hij van de tuinen en hoven die men op de cingels en ook ander aan de voet van de vestingmuur heeft ‘beplant, bepoot, bezaeyd met bloemen, moes en vruchten … roos en hyacinth …’. Op de vesting staat een korenmolen. Bij de Lek, aan het begin van de haven is in 1762 een ‘goede en sterke sluis’ gebouwd.

De haven, ‘ ’t middelpunt der Stad’ is omvangrijk, de visbrug waar de afslag plaatsvindt een belangrijke plek. Schoonhoven staat bekend om zijn goede en geliefde zalm die in de Lek gevangen wordt. De haven is beplant met leilindes, die ook nog klein zijn na de kaalkap van 1770. De dijk langs de Lek noemt Moor de ‘Stichtse dijk’ die in 1783 pas is vernieuwd. Namen van waterlopen veranderen nog wel eens door de eeuwen heen. Zo heet de Botersloot bij zijn ontstaan tot aan de Lek hetzelfde, naarmate Schoonhoven zich als stad ontwikkelde is de loop van deze sloot binnen de stad nog belangrijker geworden, qua functie en breedte en is hij in het noordelijke gedeelte Oude Haven gaan heten en in het zuidelijk gedeelte Nieuwe Haven. Op de kaart van 1772 wordt de Botersloot de Vliet genoemd.

25

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

N

26

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

2.4 19e eeuw: Ontmanteling van de vestingwerken en inrichting als openbare groene ruimte In de loop van de 19e eeuw worden de vestingwerken van Schoonhoven ontmanteld en vinden er veel stedelijke ontwikkelingen en vernieuwingen plaats. Een van deze ontwikkelingen is de geleidelijke transformatie van het noordoostelijke deel van de voormalige vestingwerken (de voormalige kasteellocatie) tot een gebied met openbare stedelijke voorzieningen, zoals een park met mogelijkheid tot rondwandelen met uitzicht over Polder Het Hofland. Deze transformatie is te volgen aan de hand van een reeks van kaarten. In 1828 zijn er in Schoonhoven Kadastrale Minuutplannen gemaakt, met de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) waarin beschreven wordt wat de functie van de verschillende percelen zijn, wie de eigenaar is, de grootte en diverse andere gegevens.62 Uit het Minuutplan en de OAT is op te maken dat het zuidelijke deel van Polder Het Hofland nog steeds ingericht is als ‘tuinen’. De beschrijvingen van de afzonderlijke percelen vermelden tuinen met tuinhuizen, boomgaarden en hakhout. De eigenaren zijn particulieren die in Schoonhoven wonen: een notaris, twee predikanten en een vrouw, Elizabeth de Boer. In het meest zuidwestelijke deel staat het enige woonhuis van Het Hofland met een tuin en boomgaard van metselaar W. Littel Wouterszoon.

De andere percelen van Het Hofland zijn in het begin van de 19e eeuw alle in gebruik als weiland, behalve perceel 49 dat een hooiland is. Ook de eeuwenoude boomgaard die er vanaf de kasteeltijd al was tussen de oostelijke sloot van Polder Het Hofland en de Vorne is een weiland geworden. Op het Minuutplan wordt de weg aan de west-, noord- en oostzijde van Polder Het Hofland tot aan de molen Het Hofland als kade aangegeven. Deze dient ook als toegangsweg van de molen. Langs de Vlist die aan de noordwestzijde van Polder Het Hofland naar het noorden afbuigt richting bevinden zich aan beide kanten wegen die ook als kades een waterwerende functie voor de polders aan weerszijden hadden. De westelijke weg sluit over de Voornebrug aan op de Opweg ten westen van Polder Het Hofland. Deze Opweg is tevens een kade die de polder van Bergambacht aan de oost- en noordzijde omsluit. Aan de oostzijde van de Vlist en de Molen Vliet/Vorne is op het Minuutplan van Polder Noord Zevender geen pad aangegeven. De Tweede of Voormolen daar zal over de weilanden bereikbaar zijn geweest.

Linkerpagina: montage van vijf Kadastrale Minuutplans in de omgeving van polder Het Hofland. Zevender MIN06095A02, Schoonhoven MIN08186C01, Schoonhoven MIN08186B01, Schoonhoven het Hofland MIN08186A01 en Bergambacht MIN08017C03. Beeldbank RCE.

Op het Minuutplan van Het Hofland is tevens de strook ten westen van de Botersloot aangegeven. De meeste percelen zijn ook van verschillende particulieren. De noordelijke percelen zijn in gebruik als weiland. In het zuidelijk deel bevinden zich tuinen, huizen en erven plus een boomgaard. Een bijzondere plek is het meest zuidelijke gedeelte. Hier is een huis, erf, tuin en boomgaard met zelfs een ‘Bosch vermaak’, alle toebehorend aan kastelein A. Stekelenburg. Dit moet wel haast de herberg zijn die al vele eeuwen op deze locatie gevestigd is. Dat dit zuidelijke puntje aan de overkant van de omgrachting van Schoonhoven belangrijk is gebleven voor de stad wordt bewezen door het feit dat ‘Schoonhoven de Stad’ de eigenaar is van de kavels rondom het bezit van de kastelein. Deze worden omschreven als erf, ‘water als erf’ en aan bij de weg naar de poort als erf en ‘weg als boschhakhout’ aan de westzijde van de Botersloot.

De andere waterlopen die Polder Het Hofland omsluiten worden op het Minuutplan als volgt benoemd: de Vlist in het noorden, die ten zuiden van de molen de ‘Molenvliet’ wordt genoemd (de Vorne) en de Lopiker Vaart aan de zuidoostzijde van Polder Het Hofland (Zevender). De zuidkant van deze Lopiker Vaart is in bezit van ‘de Polder van Willige Langerak met ‘water visscherij’ als functie. De oevers van deze vaart zijn ook van de Polder Willige Langerak en in gebruik als boschhakhout. Aan de buitenkant van de bolwerken is langs de gracht een strook die in de OAT als ‘Cingel’ staat omschreven. Op deze strook bevindt zich een gebogen wandelpad. Er zullen bomen en andere beplantingen langs gestaan hebben; ter weerszijden van de paden is ‘boschhakhout’ weergegeven. Deze gronden zijn eigendom van de gemeente. Het water van de Zevender en de gracht is als visscherij geregistreerd. De percelen in de noordoosthoek tussen de Zevender en een aftakking ervan zijn eigendom van de Erven Jan Kort (nr. 62-74). Hier staan een huis en erf, schuur en erf, er zijn tuinen en drie weidepercelen die als blekerij dienst doen. De perceelnummers 75-80 zijn in bezit van Cornelis Oosterbosch. Hun functies worden beschreven als huis en erf, tuin en enkele andere erven. Ten westen van de Zevender is perceel 59 eigendom van de stad en in gebruik als ‘Tuin van Vermaak’.

Hier is een parkstructuur met gebogen paden ingetekend. Nr. 60 is een huis. Zuidelijker daarvan is Het Plein dat naar het volgende bolwerk leidt en dat met de omringende percelen als ‘publieke wandeling’ beschreven staat. Hier is duidelijk sprake van een openbare strook die voor het recreatieve genoegen van de burgers ingericht is. Vanuit het wandelpad aan de rand van de bolwerken kan men de met laanbomen omzoomde pad aan de buitenkant van de gracht zien en onder de bomen door Het Hofland en de andere plekken met tuinen en boomgaarden ontwaren. De Veldminuutkaart van 1850-1864 is in kleur en laat voor Het Hofland een vergelijkbare situatie als in 1828 zien. Als toevoeging op deze kaart zijn de bomen langs de buitenweg van de gracht om Schoonhoven, evenals bij de Opweg en de Vorne/Vlist duidelijk opgenomen. Deze kaart toont visueel wat bij het Minuutplan van enkele decennia geleden beschreven is. Zowel de rand van de bolwerken als aan de buitenrand van de omgrachting zijn openbare wandelgebieden waar men kan wandelen onder de bomen en van de moestuinen en boomgaarden genieten. Reeds aan het einde van de 19e eeuw is gestart met de ontmanteling van de vestingwerken en het dempen van het westelijke deel van de gracht.63 Ten oosten van de brug naar de Opweg en Het Hofland blijft de gracht bestaan. Het bolwerk dat ten zuiden van Het Hofland ligt heeft een open en inrichting.

Ten zuidoosten daarvan is op het zogeheten keizersbolwerk in 1872 de grote katholieke Sint-Bartholomeüskerk gebouwd. De bijbehorende begraafplaats en processietuin is in hetzelfde jaar aangelegd. Het laatste kwart van de 19e eeuw hebben verder geen grote veranderingen in het noordoostelijk deel van Schoonhoven plaatsgevonden. Ook Polder Het Hofland is hetzelfde gebleven.

Tussen de ‘Opweg’ en de Botersloot wordt de smalle strook ook door diverse functies in gebruik genomen; van zuid naar noord door huis en erf, boomgaard, tuin, bouwland, boschhakhout, hooiland, bouwland en boschhakhout. De Botterslot zelf en het zuidelijkste perceel boschhakhout is van de ‘Schoonhoven de Stad’, waarbij bij het woord sloot als gebruik ook visscherij vermeld staat. De stad had dus het visrecht op deze sloot.

27

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

Veldminuut 1850-1864. Nationaal Archief collectie ZuidHolland.

28

STICHTING IN ARCADIË

Topografische kaart 1877. Topotijdreis

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

Topografische kaart 1898. Topotijdreis

29

STICHTING IN ARCADIË

30

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

2.5 1900 - 1940: Polder Het Hofland als uitzicht In het begin van de 20e eeuw worden aan de zuidrand van het moestuinengedeelte in het zuiden van Het Hofland reen aantal rijtjeswoningen gebouwd. Een deel van de oude tuinen blijft aanwezig. Op de voormalige kasteellocatie worden de particuliere erven, tuinen, blekerij en enkele gebouwen in het eerste kwart van de 20e eeuw veranderd in een openbaar wandelpark. Van 1917 tot 1920 heeft de bekende tuinarchitect en dendroloog Leonard Anthony Springer (1855-1940) voor de gemeente Schoonhoven een plan gemaakt voor de nieuwe aanleg van ‘park op de voormalige vesting’, gevolgd in 1920 door een ‘beplantingsadvies’ voor de Spoorstraat en omgeving en een nieuwe aanleg voor het ‘Plantsoen Stationsplein, zoals de projectnamen duiden. 64 De Spoorstraat ligt westelijk van de Spoorsingel aan de noordwestrand van de stad. Deze loopt in oostelijke richting tot de kruising met de Pleinweg, waarna hij in oostelijke richting overgaat in de Stationsstraat. Deze drie wegen komen samen op het Stationsplein. De Stationsstraat komt op het noordoostelijk bolwerk uit. Springer heeft daarmee de noordelijke groene gordel binnen de vroegere grachten van de stad vormgegeven.

Aan de stadskant is hier een park met de landschaps-stijlkenmerken van Springer aangelegd, waarbij de brede gracht een prominente rol speelt als beleefbaar waterelement van het Springerpark. Een gebogen padenstructuur, bomen, heestergroepen en glooiende grasvelden zijn de belangrijkste kenmerken van dit park. De bolwerkvorm is nog subtiel aanwezig. Vanaf het park is zicht op de Singel met haar laanbomen aan de overkant van de gracht. Op de locatie Opweg 2 bevindt zich nog steeds de stadsherberg (nu: Brasserie Springer). In de polder Het Hofland wordt in 1926 de Hoflandse Molen (Eerste of Voorste Molen) vervangen door een elektrisch gemaal met bemalingsgebouw op de romp van de oude molen. Dit gemaal vervangt meerdere wipmolens. Het wordt genoemd naar Klaas Vink, burgemeester van Willige Langerak en secretaris én voorzitter van het waterschap Willige Langerak. Het bemalingsgebouw is ontworpen in Amsterdamse School-stijl door architect J. Sloth Blaauboer van architectenbureau Hasselt & de Koning.65 Twee jaar later wordt de Tweede Molen (Achter Molen of Kleine Molen) gesloopt die de Polder van Willige Langerak bemaalde.66 67 Het gemaal bemaalt dan de polders Willige Langerak, Cabauw, Zuid-Zevender en Vijf Hoeven. Er wordt bij vermeld dat Polder Het Hofland gratis werd meebemaald. Het gemaal loost op de Vlist, net als de molen vroeger.

Via een smal paadje over de kade aan de oostkant van de Vorne kunnen de molens bereikt worden vanuit Schoonhoven. Op de luchtfoto is een ophaalbrug zichtbaar die het gemaal vanuit dit pad bereikbaar maakt. Samen met het gemaal is ook het huis ten zuiden van het gemaal en de ophaalbrug gebouwd.

Luchtfoto van Schoonhoven en omgeving (ca. 1930). Het Springerpark en de singels zijn net aangeplant. Op het weiland in de polder is een voetbalveld aangelegd (stippellijn). NIMH 2011-1084

Links de Hoflandse of Voorste Molen, rechts de Achterste of Kleinste molen (ca. 1910). Coll. Ron Kuijf

In de 19e eeuw worden de poorten afgebroken, de grachten drooggemaakt en vestingmuren geslecht. Alleen de singel met haar boombeplanting geeft in 1933 de grens van de stad Schoonhoven aan. De Veerpoort bij de Lek wordt gespaard en in een van de eerste decennia van de 20e eeuw gerestaureerd. Schoonhoven heeft behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden door de plaatselijke bevolkingstoename. Toenemend verkeer vraagt om betere en bredere wegen en er is speelruimte voor de jeugd nodig. De moerassige grachten wil men dempen om hygiënische redenen. Hierdoor dreigt de vestinggordel aan de oostzijde ook bijna geheel te verdwijnen. De Drooge Gracht en de Beerengracht die de vestingwerken omringden, worden in 1933 gedempt. Aan de westzijde zal de Groene Singel door de ophoging van de Drooge Gracht en de annexatie van een gedeelte van Bergambacht verdwijnen. De buitenste rij iepen van de Singel zal verdwijnen. Het gedeelte van de Zevender binnen Schoonhoven wordt in 1933 gedempt. Hij stroomde soms zichtbaar, soms onzichtbaar door de stad heen. Men legt op het tracé van deze veenrivier een riolering aan. 68 In de zuidelijke helft van Het Hofland is in 1930 een voetbalveld met clubhuis aangelegd. Een sloot is iets verlegd om het westelijke doel. Het veld is te bereiken via een pad vanaf de Opweg aan de noordzijde van de sloot die ten noorden van de Singel ligt.

31

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

Links: Luchtfoto uit 1930 / 1940. De bomen in de parken en singels zijn inmiddels groot. NIMH 2011-3721

Rechts: Luchtfoto uit ca. 1935. Aan de westzijde van Schoonhoven zijn meer woningen gebouwd. NIMH 2011-3721

32

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

33

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

STICHTING IN ARCADIË

Topografische kaart 1898. Topotijdreis

34

14 juli 2025

Rechterpagina: ‘Kom der gemeente Schoonhoven’. Uit deze kaart wordt duidelijk hoe de voormalige bolwerken werden ingericht. In het westen worden de gronden weergegeven die bestemd zijn voor industrie en woningbouw. Aan de oostzijde is het Springerpark aangelegd. Polder Het Hofland fungeert als een open polderzicht vanuit het Springerpark. Streekarchief Midden-Holland (1936), inv.nr. NL-GdSAMH_0054_1177

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

35

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

Uitbreidingsplan ten westen van Het Hofland, 1952. Gemeente Schoonhoven.

Op de veldwerkkaart (1951) is de kadastrale herinrichting weergegeven voor de aanleg van de G.J. van Heuven Goedhartweg / N210. De rode lijnen geven de contouren van de weg weer, ook is de brug over de Botersloot aangeduid. Kadaster

36

STICHTING IN ARCADIË

POLDER HET HOFLAND - HISTORISCHE VERKENNING MET WAARDEVERWACHTING

14 juli 2025

2.6 1945 - 2025: Na-oorlogse stedelijke ontwikkeling Na de Tweede Wereldoorlog groeit Schoonhoven geleidelijk uit tot haar huidige omvang. Buiten de stadswallen ontstaan twee grote uitbreidingswijken, één in de polder Bergambacht en één in de polder Willige Langerak. Polder Het Hofland ligt hier tussen als open groene ruimte en krijgt een functie als sportpark, open landschap en wandelgebied.

Tegen het eind van de jaren 1980 is de woonwijk nog verder richting Bergambacht uitgebreid. Ten zuiden van Het Hofland is een fietspad aangelegd dat bij de Opweg begint en langs de Zevender/ Lopikerwetering aansluit op de kade, de oude ontginningsweg, die naar Cabouw, Lopik en verder oostwaarts voert. Ten oosten van de tennisvelden zijn er nog enkele nieuwe aangelegd.

Na de Tweede Wereldoorlog worden er stappen ondernomen om oplossingen te creëren voor de opvang van de woningnood door de bevolkingstoename en een betere infrastructuur om het toegenomen autoverkeer tegemoet te komen. De snelwegen A2 van Amsterdam naar Utrecht is grotendeels klaar en de voorbereidingen voor een aansluitende netwerk van de A2 met het rivierengebied ten zuidenwesten van Utrecht zijn in volle gang. In 1951 koopt de Provincie ZuidHolland gronden aan voor een tracé over Polder Het Hofland.69 De nieuwe provinciale weg UtrechtLopik-Schoonhoven die door het zuidelijke gedeelte van Het Hofland loopt, wordt in november 1954 in gebruik genomen. 70

Halverwege de jaren 1970 is een rijtje woningen langs de oostzijde van de Populierenlaan van Willige Langerak verrezen. In 1995 is deze uitbreiding uitgegroeid tot een omvangrijke nieuwe woonwijk tussen de provinciale weg en de Tiendweg bij de Lek. Deze stadsuitbreiding zet zich verder door in de volgende jaren.

De provinciale weg voorziet ook in de ontsluiting van een nieuwe woonwijk die in het begin van de jaren 1950 gepland wordt ten westen van Polder Het Hofland. Het plan is ontworpen door het architectenbureau van de bekende Pieter Verhagen (1882-1950) die veel na-oorlogse stedenbouwkundige plannen heeft gemaakt. Het uitbreidingsplan wordt op 5 november 1952 door de gemeenteraad van Schoonhoven vastgesteld. In 1959 is de uitvoering voltooid. Volgens de tekening is het nog steeds mogelijk om via de Opweg de binnenstad van Schoonhoven te bereiken. Hiervoor lijkt een overgang over de N210 voorzien te zijn. Op de eerstvolgende topografische kaart waar de wijk en de provinciale weg ingetekend is, heeft men deze historische weg onderbroken en iets meer naar het westen een gelijkvloerse aansluiting met de Pleinweg en de N210 verbonden. De zuidzijde van deze weg wordt grotendeels door een beplantingsstrook visueel gescheiden van het zuidelijk gedeelte van Het Hofland. Deze strook wordt doorgezet langs het noordelijk stukje van de Botersloot en de noordkant van de Singel. Zo wordt het zicht van het Springerpark op de wegen ontnomen. De oorspronkelijke wijk van Verhagen is eind jaren ’60 met een westelijke uitbreiding vergroot. In 1969 voorziet een parallelweg of ventweg ten zuiden van de N210 in de bereikbaarheid van de wijken en Schoonhoven door aansluitingen op bestaande straten.

In de jaren 1960 is ook het zuidelijk gedeelte van de Botersloot met beplanting afgeschermd. Op de topografische kaart van 1969 is de aansluiting naar de smalle strook weiland in het oosten van Het Hofland tussen de Vorne en de omsluitende sloot van de polder duidelijk aanwezig. Zo kan men het gemaal goed bereiken. In de oksel van deze aansluiting is een bosje aangeplant. Plannen om een zwembad in Het Hofland te realiseren, worden rond 1960 niet doorgezet.71 Ten noorden van de Singel wordt een pad vanaf de singel naar het oosten doorgetrokken. In de bocht wordt een tennisbaan met clubhuis aangelegd, door groen omzoomd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=83f3fa45-11f0-44cb-9d33-819b452618f1