CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - 1e wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Krimpenerwaard milieuthema's

Beeldvorming R&F (RZ) 23 september 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Eerste wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Krimpenerwaard m.b.t. milieuthema's15.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTEBLAD

Officiële uitgave van de gemeente Krimpenerwaard

1e wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Krimpenerwaard milieuthema's 1e wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Krimpenerwaard milieuthema's

Artikel I

Concept

De 1e wijziging van het omgevingsplan gemeente Krimpenerwaard, mileuthema's, wordt vastgesteld zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II [Gereserveerd]

Artikel III Dit besluit treedt in werking op de dag waarop dit bekend wordt gemaakt. -

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Bijlage A A

Concept

Artikel 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.1 Begripsbepalingen 2 1. Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. 1 2. Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn vanovereenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in Bijlage I Begripsbepalingen daarvan is afgeweken. 3.

In aanvulling op het bepaalde in het eerste en tweede lid, geldt voor de regels die behoren tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan dat de begripsbepalingen uit dat tijdelijke deel onverkort van toepassing blijven.

4.

In aanvulling op het bepaalde in het eerste en tweede lid zijn daar waar een TAM-omgevingsplan geldt de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in dat TAM-omgevingsplan van toepassing op de regels in dat TAM-omgevingsplan.

5.

Als een begripsbepaling in het tijdelijk deel van het omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan afwijkt van een begripsbepaling, opgenomen in Bijlage I Begripsbepalingen, dan is op de begripsbepaling in het tijdelijk deel van het omgevingsplan of het TAM-omgevingsplan van toepassing op de desbetreffende regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan of TAMomgevingsplan.

B Hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 2 [Gereserveerd] Doelen en omgevingswaarden [Gereserveerd]

Afdeling 2.1 Doelen omgevingsplan Artikel 2.1 Doelen omgevingsplan Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet gericht op: a. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. Het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. Het waarborgen van de veiligheid; d. Het beschermen van de gezondheid; e. Het beschermen van het milieu; f. Het duurzaam veilig stellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. Het beschermen van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. Het behoud van cultureel erfgoed; i. De natuurbescherming; j. De instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; k. Het tegengaan van klimaatverandering; l. Het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; m. Het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken;

2

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; o. Het beheren van infrastructuur; p. Het beheren van watersystemen; q. het beheren van geohydrologisch en geothermische systemen en ecosystemen; r. Het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; s. Het beheren van natuurlijke hulpbronnen; t. Het beheren van natuurgebieden; u. Het gebruiken van bouwwerken; v. Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte van personen; w. Het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; x. Het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; y. Het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; z. Het bieden van voldoende fysieke en milieuruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan woonactiviteiten; aa. Het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; ab. Het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; ac. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; ad. Het bieden van voldoende woonruimte; ae. Het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; af. Het doelmatig beheren van afvalstoffen; ag. Het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ah.

Het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ai. Het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; aj. Het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; ak. Het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; al. Het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; am. Het vergroten van de natuurbeleving en recreatie waarden, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; an. Het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; ao. Het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ap. Het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; aq. Het realiseren van een woongebied dat ontsloten is met openbaar vervoer; ar. Het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; as. Het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; at. Het realiseren van een veilig woongebied; au. Het realiseren van een energieneutraal woongebied; av. Het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; aw. Het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied; ax. Het beschermen van natuurgebieden; ay. Een hoge kwaliteit van het openbaar gebied; az. Het voorkomen van geluidhinder; ba. Het waarborgen van de veiligheid van het publiek van natuurgebieden en recreatieterreinen; bb.

Een veilige en doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van het afvalwater.

Concept

n.

Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden [Gereserveerd]

Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden Artikel 2.2 Omgevingswaarde bodem [Gereserveerd] C Het opschrift van hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 3 Programma's [Gereserveerd gereserveerd]

3

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

D Hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Concept

Hoofdstuk 4 [Gereserveerd] Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving [Gereserveerd]

Afdeling 4.1 Thematische aanwijzingen Paragraaf 4.1.1 Milieu Subparagraaf 4.1.1.1 Algemeen Artikel 4.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot milieu.

Artikel 4.2 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot milieu gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om: 1. het beschermen tegen milieuverontreiniging; 2. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; 4. een doelmatig beheer van afvalstoffen; 5. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder; 6. het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet; 7. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; 8. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 9. het vervullen van de maatschappelijke functies door watersystemen; 10. het beschermen van de duisternis en het donkere landschap; of 11. het voorkomen of beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar een activiteit.

Subparagraaf 4.1.1.2 Bodem Artikel 4.3 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over activiteiten met betrekking tot de bodem.

Artikel 4.4 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot bodem gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem; c. het beschermen en verbeteren van de grondwaterkwaliteit; d. het doelmatig benutten van de bodem; e. het zuinig gebruik van grondstoffen; en f. het doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 4.5 Aanwijzing zettingsgevoelig gebied Er is een Zettingsgevoeliggebied.

Artikel 4.6 Het leiden van afvalwater door een olieafscheider Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.4, wordt bij het leiden van afvalwater door een olieafscheider in Zettingsgevoeliggebied voldaan aan Subparagraaf 5.2.2.1.

4

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Artikel 4.7 Het toepassen van grond en baggerspecie Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.4, wordt bij het op of in de bodem toepassen van grond of baggerspecie voldaan aan Subparagraaf 5.2.2.2.

Concept

Artikel 4.8 Het terugplaatsen van grond bij werk in kabel- en leidingentracés Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.4, wordt bij het tijdelijk uitnemen van grond bij werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen (inclusief rioleringen) tot een diepte van 2 meter beneden maaiveld voldaan aan Subparagraaf 5.2.2.3.

Artikel 4.9 Het wijzigen van gebruiksruimte waardoor een bodemgevoelige locatie ontstaat Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.4, wordt bij het wijzigen van gebruik van een locatie, waardoor een bodemgevoelige locatieontstaat, voldaan aan Subparagraaf 5.2.2.4.

Subparagraaf 4.1.1.3 Niet-industriële voedselbereiding Artikel 4.10 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over activiteiten met betrekking tot niet-industriële voedselbereiding.

Artikel 4.11 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot niet-industriële voedselbereiding gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van de veiligheid; c. het beschermen van de natuur; d. het beperken van de luchtverontreiniging; en e. het doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 4.12 Niet-industriële voedselbereiding Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.11, wordt bij het bereiden van niet-industrieel voedsel met de volgende apparatuur: a. keukenapparatuur; b. grootkeukenapparatuur; c. een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of d. een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW, voldaan aan Paragraaf 5.2.3.

Afdeling 4.2 Gebiedstypen [gereserveerd] [Gereserveerd] E Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 5 [Gereserveerd] Activiteiten [Gereserveerd]

Afdeling 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik Met uitzondering van Afdeling 5.1 en Paragraaf 5.2.1 is een paragraaf in dit hoofdstuk alleen van toepassing voor zover dat in Hoofdstuk 4 is bepaald.

5

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Artikel 5.2 Normadressaat Aan Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Concept

Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften 1.

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.

2.

Een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.

3.

Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.

4.

Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.

5.

Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.

6.

Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.

Artikel 5.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als bedoeld in dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Artikel 5.5 Algemene gegevens bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.

Artikel 5.6 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.

Artikel 5.7 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat

6

1.

Voordat de naam of het adres, bedoeld in Artikel 5.5 of Artikel 5.6, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

2.

Ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Concept

Artikel 5.8 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders 1.

Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in dit hoofdstuk en maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgevingen de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

2.

Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.

Artikel 5.9 Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning In aanvulling op de Algemene aanvraagvereisten in artikel 7.3 Omgevingsregeling, worden bij het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de wet, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: [gereserveerd]

Artikel 5.10 Gelijkwaardige maatregelen (algemeen) [Gereserveerd]

Artikel 5.11 Informeren over een ongewoon voorval [Gereserveerd]

Artikel 5.12 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval 1.

Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.

2.

Het eerste lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5.13 Informeren over bijzondere omstandigheden die geen ongewoon [Gereserveerd]

Artikel 5.14 Maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving [Gereserveerd]

Artikel 5.15 Omgevingsvergunning afwijken van regels in dit omgevingsplan [Gereserveerd]

Artikel 5.16 Algemene beoordelingsregel [Gereserveerd]

Artikel 5.17 Inherente afwijkingsmogelijkheden [Gereserveerd]

Afdeling 5.2 Milieubelastende activiteiten

7

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Paragraaf 5.2.1 Algemene bepalingen

Concept

Artikel 5.18 Algemeen toepassingsbereik

8

1.

Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.

2.

Deze afdeling is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.

3.

Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.

Artikel 5.19 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 2. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; 3. het voorkomen van verspreiding van verontreinigde grond; 4. het behoud van gebruiksmogelijkheden van grond en de bodem; en 5. een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 5.20 Specifieke zorgplicht 1.

De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4 houdt voor de activiteiten, bedoeld in Artikel 5.18 in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.

2.

De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in ieder geval ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en b. de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

3.

De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, voor zover die ziet op het tweede lid van dit artikel, is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Concept

Artikel 5.21 Aanleveren onderzoeksgegevens bodem

9

De resultaten van het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en het voorafgaand bodemonderzoek, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden verstrekt in het bestandformaat XML conform de vigerende versie van het protocol SIKB0101.

Paragraaf 5.2.2 Bodem Subparagraaf 5.2.2.1 Leiden van afvalwater door een olieafscheider Artikel 5.22 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het leiden van afvalwater door een olieafscheider in een Zettingsgevoeliggebied.

Artikel 5.23 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van de kwaliteit van de bodem; en c. het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen van het beheer van afvalwater.

Artikel 5.24 Plaatsen peilbuis 1.

In de directe nabijheid van een olieafscheider wordt een peilbuis geplaatst.

2.

De peilbuis wordt geplaatst door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

3.

De positie van de peilbuis wordt bepaald aan de hand van: a. de opbouw en samenstelling van de bodem; b. de stand en stromingsrichting van het grondwater; en c. de aanwezigheid en invloed van een oppervlaktewaterlichaam en grondwateronttrekkingsactiviteiten.

4.

De peilbuis is horizontaal gelegen op een afstand: a. van minder dan 2 m gelegen van de influentzijde van de olieafscheider; of b. die redelijkerwijs zo kort mogelijk is.

5.

De peilbuis wordt snijdend met de grondwaterspiegel geplaatst.

Artikel 5.25 Bemonsteren peilbuis 1.

Een peilbuis wordt uiterlijk binnen 2 maanden na plaatsing bemonsterd.

2.

Na de eerste bemonstering wordt de peilbuis ten minste eenmaal per twee jaar bemonsterd.

3.

De bemonstering, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt plaats door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectieinstantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

4.

De monsters worden onderzocht door een laboratorium met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 3000.

5.

De monsters worden onderzocht op aanwezigheid van: a. minerale oliecomponenten volgens NEN-EN-ISO 9377-2; en b. vluchtige aromaten volgens NEN-EN-ISO 15680.

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Concept

Artikel 5.26 Informatieplicht bemonstering 1.

Binnen een maand na afloop van de bemonstering wordt aan het bevoegd gezag een rapportage van die bemonstering verstrekt.

2.

De rapportage voldoet aan de normen voor een verslag, bedoeld in de NEN 5740.

3.

De resultaten van de bemonstering worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML, overeenkomstig de geldende versie van het protocol SIKB0101.

Artikel 5.27 Nader onderzoek 1.

Als uit de resultaten van de bemonstering blijkt dat het grondwater is verontreinigd tot boven de waarden voor nader onderzoek, bedoeld in tabel Artikel 5.27, wordt binnen 2 maanden een nader onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de verontreiniging. Tabel Artikel 5.27 Waarden voor nader onderzoek Stof

Waarden voor nader onderzoek in µg/l

Benzeen

15,1

Ethylbenzeen

77

Tolueen

504

Xylenen (som)

35,1

Naftaleen

35

Minerale olie

325

2.

Het nader onderzoek voldoet aan de NTA 5755.

3.

Het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

4.

De laboratoriumanalyse wordt verricht door een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS 3000.

Artikel 5.28 Informatieplicht nader onderzoek 1.

Binnen een maand na afloop van het nader onderzoek wordt aan het bevoegd gezag een rapportage van dat onderzoek verstrekt.

2.

De rapportage voldoet aan de normen voor een rapportage, bedoeld in de NTA 5755.

3.

De resultaten van de bemonstering worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML, overeenkomstig de geldende versie van het protocol SIKB0101.

Artikel 5.29 Herstelplicht

10

1.

Als de bodem door een activiteit als bedoeld in Artikel 5.22 is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van de rapportage nader onderzoek, bedoeld in Artikel 5.27 de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit; b. de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgesteld op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 25c, derde lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of c. de kwaliteitsklasse landbouw/ natuur, bedoeld in artikel 25d, van het Besluit bodemkwaliteit.

2.

Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Concept

Artikel 5.30 Informatieplicht herstel 1.

Ten minste 5 dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in Artikel 5.29 Herstelplicht, wordt het bevoegd gezag geïnformeerd over de begindatum.

2.

Ten hoogste 5 dagen na afloop van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in Artikel 5.29 Herstelplicht, wordt het bevoegd gezag geïnformeerd over de einddatum.

3.

Ten hoogste vier weken na beëindiging van de herstelwerkzaamheden wordt aan het bevoegd gezag een evaluatieverslag volgens BRL SIKB 6000 verstrekt dat in ieder geval de resultaten van de milieukundige begeleiding bevat, bestaaande uit de onderdelen: a. processturing, met daarbij in ieder geval een opsomming van bijzondere omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de herstelwerkzaamheden; en b. verificatie van het eindresultaat van de herstelwerkzaamheden.

Artikel 5.31 Onderhoud olieafscheider De olieafscheider wordt onderhouden en geïnspecteerd conform NEN-EN 858-2:2003.

Subparagraaf 5.2.2.2 Toepassen van grond en baggerspecie Artikel 5.32 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het op of in de bodem toepassen van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5.33 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van de kwaliteit van de bodem; c. het voorkomen van bestrijding van verontreinigde grond; d. het behoud van gebruiksmogelijkheden van grond en de bodem; en e. het doelmatig beheren van afvalstoffen.

Artikel 5.34 Maatwerkregel kwaliteitseisen toepassen grond en baggerspecie In afwijking van de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden de kwaliteitseisen, bedoeld in de in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan opgenomen Nota bodembeheer Midden-Holland 2023.

Artikel 5.35 Maatwerkregel kwaliteitseisen verspreiden grond en baggerspecie In afwijking van de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1278 van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden de kwaliteitseisen, bedoeld in de in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan opgenomen Nota bodembeheer Midden-Holland 2023.

Subparagraaf 5.2.2.3 Terugplaatsen grond bij werk in kabel- en leidingentracés Artikel 5.36 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het tijdelijk uitnemen van grond bij werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen (inclusief rioleringen) tot een diepte van 2 meter beneden maaiveld.

Artikel 5.37 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van de kwaliteit van de bodem; en c. het doelmatig beheren van afvalstoffen.

Artikel 5.38 Maatwerkregel terugplaatsen grond bij werk in kabel- en leidingentracés In afwijking van artikel 4.1222a eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 4.1230a eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving, hoeft bij een activiteit, als bedoeld in Artikel

11

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

5.36, grond na het tijdelijk uitnemen van die grond niet in hetzelfde ontgravingsprofiel te worden teruggebracht.

Subparagraaf 5.2.2.4 Wijzigen van gebruiksfunctie waardoor een bodemgevoelige locatie ontstaat

Concept

Artikel 5.39 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het wijzigen van het gebruik van een locatie waardoor een bodemgevoelige locatie ontstaat.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing voor zover daarin is voorzien in Paragraaf 22.2.4.

Artikel 5.40 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid.

Artikel 5.41 Informatieplicht Ten minste vier weken voor het wijzigen van het gebruik zoals bedoeld in Artikel 5.39 worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een voorafgaand bodemonderzoek, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in Artikel 22.30 wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

Artikel 5.42 Kwaliteitseisen bodemkwaliteit In het kader van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties en ter bescherming van de gezondheid wordt een bodemgevoelige locatie uitsluitend toegestaan als de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld Artikel 22.30, of als uit de gegevens en bescheiden blijkt dat het aannemelijk is dat sanerende of beschermende maatregelen worden getroffen waardoor gezondheidsrisico’s worden weggenomen.

Artikel 5.43 In gebruik nemen bodemgevoelige locatie bij overschrijding Een bodemgevoelige locatie wordt pas in gebruik genomen nadat het bevoegd gezag is geïnformeerd over de wijze waarop sanerende of beschermende maatregelen, als bedoeld in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn getroffen.

Paragraaf 5.2.3 Niet-industriële bereiding van voedsel Artikel 5.44 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen met: a. keukenapparatuur; b. grootkeukenapparatuur; c. een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of d. een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing als een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 5.45 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. een doelmatig beheer van afvalwater; c. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; en d. het beschermen van het milieu, waaronder:

12

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

1. 2. 3.

het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; een doelmatig beheer van afvalstoffen; en het voorkomen of beperken van geurhinder.

Concept

Artikel 5.46 Informatieplicht 1.

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in Artikel 5.44, eerste lid, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; 2. de ligging en de indeling van de gebouwen; 3. het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 4. de ligging van de bedrijfsriolering; en 5. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2.

Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die wonen of werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 5.47 Lozen van afvalwater 1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.

3.

Als niet in een vuilwaterriool kan worden geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen.

4.

Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd.

5.

Afvalwater dat afkomstig is van een voertuig of andere mobiele installatie waarin voedsel wordt bereid, wordt niet geloosd.

6.

Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door: a. een vetafscheider en slibvangput die voldoet aan NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 en met een capaciteit van ten minste 2 l/s; of b. een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.

7.

In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.

8.

Bewijzen van het legen en reinigen van de vetafscheider en slibvangput worden gedurende ten minste 5 jaar bewaard.

Artikel 5.48 Voorkomen of beperken van geurhinder 1.

13

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder worden afgezogen dampen en gassen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd:

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

a.

Concept

b.

ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd; of geleid door een ontgeuringsinstallatie.

2.

Dampen die vrijkomen bij het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur door frituren, bakken in olie of vet of grillen, anders dan met houtskool, worden afgezogen en geleid door een vetvangend filter.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing: a. op het bereiden van voedingsmiddelen met keukenapparatuur; en b. als het mogelijke effect van de geuremissie van de uittredende lucht van een afzuiginstallatie beperkt blijft tot een gezoneerd industrieterrein, op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluitbedrijventerrein met minder dan één geurgevoelig gebouw per hectare.

4.

Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: a. een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of b. voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 5.49 Maatwerkvoorschriften 1.

Bij maatwerkvoorschrift kan, in afwijking van Artikel 5.47, vijfde lid, toegestaan worden dat afvalwater dat afkomstig is van een voertuig of andere mobiele installatie waarin voedsel wordt bereid, wordt geloosd op het vuilwaterriool.

2.

Bij maatwerkvoorschrift kan, in afwijking van Artikel 5.47, zesde lid, toegestaan worden dat afvalwater wordt geloosd zonder een vetafscheider en slibvangput, indien gelet op het vetgehalte in het te lozen afvalwater in combinatie met de hoeveelheid te lozen afvalwater, het lozen geen nadelige gevolgen heeft voor de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater.

F Het opschrift van hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud [Gereserveerd] G Het opschrift van hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen [Gereserveerd] H Het opschrift van hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 8 Procedureregels [Gereserveerd] I Het opschrift van hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 9 Handhaving [Gereserveerd]

14

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

J Het opschrift van hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Concept

Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie [Gereserveerd]

15

K Het opschrift van hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 11 Overgangsrecht [Gereserveerd] L Het opschrift van hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 12 Slotbepalingen [Gereserveerd] M Paragraaf 22.3.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 22.3.15 Niet-industriële voedselbereiding Artikel 22.196 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen met: a. keukenapparatuur; b. grootkeukenapparatuur; c. een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of d. een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW. Vervallen

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing als een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat, met uitzondering van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht. Vervallen

Artikel 22.197 Gegevens en bescheiden 1.

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in Artikel 22.196 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; 2. de ligging en de indeling van de gebouwen; 3. het gebruik van de te onderscheiden ruimten; 4. de ligging van de bedrijfsriolering; en 5. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. Vervallen

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Concept 16

2.

Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. Vervallen

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die wonen of werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht. Vervallen

Artikel 22.198 Water 1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool. Vervallen

2.

Als niet in een vuilwaterriool kan worden geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen. Vervallen

3.

Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd. Vervallen

4.

Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door: a. een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; of b. een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd. Vervallen

5.

In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider. Vervallen

Artikel 22.199 Geur 1.

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder worden afgezogen dampen en gassen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd: a. ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd; of b. geleid door een ontgeuringsinstallatie. Vervallen

2.

Dampen die vrijkomen bij het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur door frituren, bakken in olie of vet of grillen, anders dan met houtskool, worden afgezogen en geleid door een vetvangend filter. Vervallen

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing: Vervallen a. op het bereiden van voedingsmiddelen met keukenapparatuur; en b. als het mogelijke effect van de geuremissie van de uittredende lucht van een afzuiginstallatie beperkt blijft tot een gezoneerd industrieterrein, op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluitbedrijventerrein met minder dan één geurgevoelig gebouw per hectare.

4.

Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: a. een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of b. voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Concept

Vervallen

17

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

N Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Concept

Bijlage I Begripsbepalingen aansluitafstand

afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

AS SIKB 2000

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018;

bebouwingsgebied

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

concentratiegebied geurhinder en veehouderij

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

bodemgevoelige locatie

Bodemgevoelige locatie als bedoeld in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving of een locatie waar als gevolg van het (toekomstig) gebruik sprake is van een verhoogde kans op blootstelling aan de grond, of 2. kinderspeelplaats, openbare of commerciële kinderspeelplaats, scholen, kinderopvang of vergelijkbare kinderspeelplaats waar redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er kinderen in de leeftijd tot 7 jaar spelen, of 3. grote moestuin groter dan 200 m2.

BRL SIKB 2000

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013;

BRL SIKB 7000

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015;

distributienet voor warmte

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

concentratiegebied geurhinder en veehouderij

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

geurgevoelig object

a. gebouw 1.dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2.dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3.dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of

18

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Concept

b.geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd; distributienet voor warmte

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

gezoneerd industrieterrein

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

geurgevoelig object

a. gebouw 1.dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2.dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3.dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of b.geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a.varkens, kippen, schapen of geiten; en b.als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1.rundvee tot 24 maanden; 2.kalkoenen; 3.eenden; of 4.parelhoenders;

gezoneerd industrieterrein

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

ISO 11423-1

ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;

landbouwhuisdieren zonder met geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren. landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a.varkens, kippen, schapen of geiten; en b.als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1.rundvee tot 24 maanden; 2.kalkoenen; 3.eenden; of 4.parelhoenders;

straatpeil

a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

19

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

Concept 20

NEN 5725

NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;

NEN 5740

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;

NEN 6090

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;

NEN 6578

NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;

NEN 6589

NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019;

NEN 6965

NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;

NEN-EN 858-1 A1

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;

NEN-EN 858-2

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;

NEN-EN 872

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;

NEN-EN 1825-1

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;

NEN-EN 1825-2

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties kleiner dan of gelijk aan 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;

NEN-EN 12673

NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;

NEN-EN 16693

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015;

NEN-EN-ISO 2813

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Concept 21

NEN-EN-ISO 5667-3

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 5815-1

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

NEN-EN-ISO 5815-2

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;

NEN-EN-ISO 9377-2

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;

NEN-EN-ISO 9562

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-EN-ISO 10301

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;

NEN-EN-ISO 10523

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;

NEN-EN-ISO 11885

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;

NEN-EN-ISO 12846

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-1

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-2

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15587-2

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15680

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;

NEN-EN-ISO 15682

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;

NEN-EN-ISO 17294-2

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Concept

2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;

22

NEN-EN-ISO 17852

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;

NEN-EN-ISO 17993

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;

NEN-ISO 15705

NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;

NEN-ISO 15923-1

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;

warmteplan

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

straatpeil

a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

warmteplan

Concept

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

(van 22-9-2025 15:50)

O Na bijlage I wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Concept

Bijlage II Overzicht Informatieobjecten zettingsgevoeliggebied /join/id/regdata/gm1931/2025/gio6e3059b6-dbc5-4bdc-a4c87f54be31be89/nld@2025-11-25;2 P Na sectie 1.1 worden elf secties ingevoegd, luidende:

Subparagraaf 5.2.2.1 Leiden van afvalwater door een olieafscheider Een olie/benzine afscheider is bedoeld voor de verwijdering van minerale oliën en vetten en bezinkbare delen (slib) uit afvalwater. Deze afvalstoffen mogen niet op de riolering of oppervlaktewater geloosd worden en dienen uit het afvalwater afgescheiden te worden. Vanwege de zettingsgevoeligheid van de bodem is er risico op lekkage door kapotte aansluitingen. Hiervoor is het van belang dat de werkzaamheid van de olieafscheider op regelmatige basis gecontroleerd wordt.

Artikel 5.24 Plaatsen peilbuis Lid 1: In de buurt van een olieafscheider wordt altijd een peilbuis geplaatst. Lid 2: De peilbuis wordt geplaatst door een gecertificeerd bedrijf. Lid 3: De bodem en het grondwater bepaalt de plaats van de peilbuis. Lid 4: De peilbuis ligt maximaal 2 meter van de olieafscheider of, als dit niet mogelijk is, zo dichtbij mogelijk. Lid 5: De peilbuis wordt zo geplaatst dat deze deels boven de grondwaterspiegel uitsteekt. Op deze wijze kunnen de drijvende bestanddelen altijd bemonsterd worden.

Artikel 5.25 Bemonsteren peilbuis Lid 1: Uiterlijk binnen twee maanden na plaatsing wordt de peilbuis bemonsterd door een gecertificeerd bedrijf. Lid 2: De peilbuis wordt ten minste eenmaal per twee jaar bemonsterd door een gecertificeerd bedrijf. Lid 3: De peilbuis wordt bemonsterd door een gecertificeerd bedrijf. Lid 4: Het laboratorium wordt gedaan door een gecertificeerd bedrijf. Lid 5: De monsters worden onderzocht op de aanwezigheid van minerale oliecomponenten en vluchtige aromaten zoals beschreven in de NEN-EN-ISO normen. Lid 6: Het nader onderzoek wordt binnen een maand opgeleverd. Lid 7: De rapportage moet voldoen aan de richtlijnen zoals beschreven in de NEN 5740. Lid 8: De resultaten dienen ook digitaal verstrekt worden. Hierbij wordt voldaan aan de richtlijnen beschreven in het protocol SIKB0101.

23

Concept

(van 22-9-2025 15:50)

Artikel 5.27 Nader onderzoek Lid 1: Als uit de resultaten van de bemonstering blijkt dat er waarden overschreden worden zal er nader onderzoek uitgevoerd worden.

Concept

Lid 2: Het nader onderzoek moet voldoen aan richtlijnen zoals genoemd in de NTA 5755. Lid 3: Het nader onderzoek wordt gedaan door een gecertificeerd bedrijf. Lid 4: Het laboratorium of inspectie-instantie wordt gedaan door een gecertificeerd bedrijf. Lid 5: Het nader onderzoek wordt binnen een maand opgeleverd. Lid 6: De rapportage moet voldoen aan de richtlijnen zoals beschreven in de NTA 5755. Lid 7: De resultaten dienen ook digitaal verstrekt worden. Hierbij wordt voldaan aan de richtlijnen beschreven in het protocol SIKB0101

Artikel 5.29 Herstelplicht Lid 1: De NEN 5740 is de Nederlandse norm voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. Deze norm schrijft voor hoe bij een bodemonderzoek naar eventuele verontreinigingen hoeveel boringen en hoeveel peilbuizen gezet moeten worden. Het aantal boringen en peilbuizen is namelijk afhankelijk van de oppervlakte van een perceel, de conditie van het perceel onverdacht ((weiland) of verdacht (industrieterrein oude binnensteden) en de grootte van ondergrondse olietanks. Lid 2: Het herstel wordt gedaan door een gecertificeerd bedrijf. Lid 5: Het aan te leveren evaluatieverslag dient te voldoen aan richtlijnen.

Artikel 5.31 Onderhoud olieafscheider Volgens NEN-EN 858-2:2003 moet het onderhoud gebeuren door vakkundig personeel. Een diploma is niet nodig. Praktijkervaring wel. Onderhoud kan dus ook door de ondernemer of een medewerker van het bedrijf. Het bevoegd gezag oordeelt of de persoon vakbekwaam is.

Subparagraaf 5.2.2.2 Toepassen van grond en baggerspecie Het gebied specifiek beleid uit de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, de bijbehorende bodemkwaliteitskaart (BKK) en de bodemfunctieklassenkaart (BFK) vallen onder het overgangsrecht. Daarmee is de juridische doorwerking geborgd. Voor de zichtbaarheid in het omgevingsplan is het wenselijk een ‘haakje’ aan te brengen. Dit is een tijdelijke oplossing. Uiterlijk 2030 moet alle regelgeving met een fysieke component uit de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023 zijn omgezet naar regels voor het omgevingsplan. In de regio Midden-Holland zijn de kwaliteitseisen voor het toepassen van grond en baggerspecie minder streng dan de regelgeving in het Bal. Binnen de regio wordt een lagere bodemkwaliteit toegestaan. Als er grond wordt toegevoegd op een locatie met bodemvreemd materiaal (andere hoeveelheid, bijmengingen of kwaliteit dan al in de bodem zat) worden minder strenge eisen gesteld. Grond is binnen de regio zeer waardevol en dient daar waar mogelijk binnen de regio te blijven. Door het opnemen van deze regel gelden in afwijking van de kwaliteitseisen in het Bal de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=dcae995c-c840-4fc1-8dba-e37dad259f61