BIJL - update Buca Huisvesting gemeentekantoren - volledige versie sheets 20201015.pdf
Tekst van het document
Onderzoek effecten coronacrisis op businesscase gemeentekantoren
Experts in huisvesting en vastgoed
14 oktober 2020
Inhoudsopgave
1. Samenvatting • Situatie en vraagstelling • De genomen stappen
2. De verwachte trends en ontwikkelingen • Impact van coronacrisis op het individu/ de medewerker • Impact van coronacrisis op een kantoorhoudende organisatie • Resultaten medewerkersenquête op hoofdlijnen (exclusief evaluatie flexwerken)
3. Het huisvestingsconcept en de impact van de coronacrisis op het huisvestingsconcept (postcorona) • Vanuit het perspectief van de organisatie en sturing • Vanuit het perspectief van de dienstverlening
4. Ruimtelijke effecten • Herziening ruimteprogramma
5. Projectie herziend huisvestingsconcept op 4 scenario’s (inclusief doorrekening financiële effecten) • Verschillenanalyse pre-corona en post-corona
6. Terugvaloptie: fase 3 houdt langer aan (meerdere jaren) Bijlagen: • Nadere toelichting - beoordeling criteria • Resultaten medewerkersenquête
Samenvatting - Situatie en vraagstelling - De genomen stappen - Overzicht scores
3
Samenvatting Situatieschets en vraagstelling Situatie •
De versoepeling van de Corona-restricties maken sinds sep. 2020 meer activiteiten mogelijk in de gemeentekantoren. Hiertoe is de notitie opgesteld ‘Intelligente op- en doorstart in gemeente Krimpenerwaard’ d.d. 15 mei 2020 waarin vier fases worden geschetst: • Mei/juni 2020 in fase 2 • Per 1 sep. 2020 in fase 3 • Het is onduidelijk hoelang fase 3 aanhoudt en wanneer fase 4 (post-Corona) in kan gaan
•
De verwachting voor de lange termijn (fase 4) is dat men ook dan niet terug gaat naar het ‘oude normaal’ maar dat blijvende langetermijneffecten het gevolg zijn.
Vraagstelling betreft fase 4:
Vraagstelling indien fase 3 toch lang aanhoudt:
•
Wat betekent dit voor het huisvestingsconcept?
•
Wat betekent dit voor de flexfactor?
Welke maatregelen dienen te worden getroffen om de bestaande huisvesting langer in gebruik te houden?;
•
Wat wordt de balans kantoorwerk/thuiswerk?
•
Op welke manier dient de gemeente als werkgever het thuiswerken te ondersteunen?
•
Wat wordt de balans in dienstverlening (op gemeentekantoor vs. op locatie of aan huis)?
•
Welk effect heeft deze fase op reizen (woon-werk, huisbezoek en dienstreizen)
>> Projectie op vier scenario’s business case
•
Wat zijn de noodzakelijke ruimtelijke ingrepen die geen uitstel dulden?
•
Welke maatregelen dienen te worden getroffen om label C in 2023 te bereiken voor Schoonhoven, Bergambacht en deel Stolwijk?
•
Welke maatregelen dienen te worden getroffen of zijn getroffen ter ondersteuning van het thuiswerken c.q. werken op afstand?
Samenvatting De genomen stappen Wat
Hoe
1.
Vaststellen laatste externe en interne inzichten ontwikkelingen Coronacrisis m.b.t. fase 3 (korte termijn) en fase 4 (lange termijn)
• •
Bureauonderzoek diverse bronnen, recente publicaties en eigen onderzoek Input uit: evaluatie flexwerken door gemeente Krimpenerwaard + overleg met betreffende onderzoeker over uitkomsten
2.
Uitwerken aangepast huisvestingsconcept voor fase 4 / postCorona
• • •
Interviewronde (digitaal): 3 x voor resp. werken op kantoor (incl. College), dienstverlening en Raad Uitwerking huisvestingsconcept door HEVO Werksessie 1 met diverse betrokkenen gemeente (digitaal of fysiek) c.q. projectteam
3.
Ruimtelijke effecten fase 4 • Herziening ruimteprogramma • Herziening uitgangspunten bereikbaarheid en parkeren
• •
Aanpassing ruimteprogramma door HEVO Werksessie 2 met projectteam t.b.v. toetsing bijgesteld ruimteprogramma
4.
Projectie fase 4 op 4 scenario’s: • Verschillen analyse pre-Corona en fase 4 • Doorrekening financiële effecten
• • • •
Toepassing bijgesteld huisvestingsconcept en ruimteprogramma op scenario 3 (ideaalsituatie) Afwijkingen bij toepassing op scenario’s 1, 2 en 4 Bijwerken investeringskostenraming en TCO-berekeningen Werksessie 3. met projectteam over conclusies en aanbevelingen
5.
“Terugvaloptie”: fase 3 houdt langere tijd aan (meerdere jaren)
• In interviewronde voor fase 4 meenemen: • Ruimtelijke maatregelen die geen uitstel dulden (denk aan BOB-model) • Aanvullende ruimtelijke ingrepen voor Corona-proof kantoor lange termijn • Overleg vastgoed/facilitair (1x) – digitaal: • Vaststellen noodzakelijke grote technische ingrepen die geen uitstel dulden (MJOP?) • Welke maatregelen om label C in 2023 te bereiken voor Schoonhoven, Bergambacht en deel Stolwijk? • Overleg met HR over ondersteuning thuiswerken • Doorrekening financiële effecten (ruimtelijke ingrepen en bedrijfsvoering)
Business case feb. 2020
Overzicht scores scenario’s
Scenario 3: nul-op-de-meter met betonskelet of circulaire houtskeletbouw
Criterium
Weging
Groen Geel Rood
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Duurzaamheid Dienstverlening Organisatie en sturing Financieel Herontwikkelingspotentieel Bereikbaarheid Multifunctionaliteit Totaal Voorkeursscenario • Mede op basis van weging criteria nader te bepalen. • Scenario 3 lijkt vooralsnog het best te scoren; variant met circulair houtskelet scoort nog beter dan met betonskelet.
6
Corona-effecten fase 4
Overzicht scores scenario’s
Scenario 3: nul-op-de-meter met betonskelet of circulaire houtskeletbouw
Criterium
Weging
Groen Geel Rood
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Duurzaamheid Dienstverlening* Organisatie en sturing* Financieel* Herontwikkelingspotentieel* Bereikbaarheid* Multifunctionaliteit Totaal *De coronacrisis heeft geen impact op de beoordeling van de scenario’s t.o.v. elkaar op deze criteria; onderliggende scores kunnen zich wel wijzigen Voorkeursscenario • Mede op basis van weging criteria nader te bepalen. • Scenario 3 lijkt vooralsnog het best te scoren.
7
De verwachte trends en ontwikkelingen
- Impact van coronacrisis op het individu/de medewerker - Impact van coronacrisis op een kantoorhoudende organisatie - Resultaten medewerkersenquête op hoofdlijnen
8
Impact van coronacrisis op het individu/de medewerker Diverse publicaties o.m. Radboud Universiteit
9
Impact van coronacrisis op een kantoorhoudende organisatie verwachte trends en ontwikkelingen
Versnelde popularisering van digitaal, plaats- én tijdonafhankelijk werken
Extra aandacht voor hygiëne en de gezondheid en het welzijn van medewerkers
Heroverweging benodigd kantooroppervlak door thuiswerken
Toegevoegde waarde van smart building wordt beter zichtbaar
Heroverweging variatie aan typen werkplekken op kantoor
Andere mobiliteitsoverwegingen
10
Impact van coronacrisis op een kantoorhoudende organisatie verwachte trends en ontwikkelingen
Versnelde popularisering van digitaal, plaats- én tijdonafhankelijk werken • Er wordt anders gekeken naar de rol die het kantoor speelt bij het mogelijk maken van werk. De coronacrisis heeft laten zien dat werken vanaf een andere locatie ook goed mogelijk is. Het succes daarvan is mede afhankelijk van hoe duidelijk en open er over dit onderwerp wordt gecommuniceerd en hoe goed medewerkers hierin worden ondersteund. • Organisaties dienen aandacht te besteden aan de juiste technologische ondersteuning, de organisatiecultuur en bijbehorende verwachtingen om een goede balans te creëren tussen thuis werken en op kantoor werken. Daarnaast moet er aandacht blijven voor de werknemer, qua productiviteit, betrokkenheid en gezondheid, ongeacht waar hij/zij werkzaam is. • Door de coronacrisis is de digitalisering in een stroomversnelling gekomen. Dit heeft impact op gemeentelijke afdelingen zoals Ruimtelijke Ordening en Burgerzaken, maar ook op het contact met inwoners in het sociaal domein. Veel bedrijfsprocessen en dienstverleningen zijn versneld blijvend gedigitaliseerd, waardoor digitaal, plaats- én tijdonafhankelijk werken beter wordt ondersteund.
11
Impact van coronacrisis op een kantoorhoudende organisatie verwachte trends en ontwikkelingen
Heroverweging benodigd kantooroppervlak door thuiswerken • Door een versnelde popularisering van digitaal, plaats- én tijdonafhankelijk werken zal thuiswerken steeds meer het nieuwe normaal gaan worden. Medewerkers zullen bewuster nadenken over waarom en wanneer ze naar kantoor gaan. Echter, de behoefte om naar kantoor te gaan zal blijven bestaan. Organisaties dienen er aandacht aan te besteden dit aantrekkelijk te maken en mogelijk te houden. Daarnaast leent niet iedere thuissituatie zich voor thuiswerken en is het ook persoonsafhankelijk of thuiswerken effectief is en prettig werkt (zie sheet ‘Impact van coronacrisis op het individu/de medewerker’). • Doordat thuiswerken steeds meer onderdeel zal worden van de bedrijfscultuur en manier van werken, is de behoefte aan werkplekken op kantoor minder hoog. Dit heeft direct impact op de flexfactor, mits er afspraken worden gemaakt over het gedeeld gebruik van de werkplekken op kantoor. Immers, als alle medewerkers op dezelfde dagen thuiswerken en op kantoor werken, dan blijft de behoefte aan werkplekken op die piekdagen erg hoog en heeft dit geen impact op de flexfactor.
12
Impact van coronacrisis op een kantoorhoudende organisatie verwachte trends en ontwikkelingen
Heroverweging variatie aan typen werkplekken op kantoor Er ontstaan meer extremen op kantoor. In de recente kantoorontwikkelingen volgde de kantoorwerkplek al de activiteiten die iemand verricht resulterend in een variatie aan werkplekvormen passend bij wat iemand op een dag doet. Van rumoerige werkplekken waar ontmoeting een nadrukkelijke plek krijgt tot rustige werkplekken of stiltezones waar men ongestoord kan werken: • Mensen hebben bij het thuiswerken vooral het 'live' contact met collega's gemist. Er is sterke behoefte aan ontmoeting en 'live' samenwerking. Ook na de coronaperiode blijft het belangrijk om deze activiteiten op kantoor te faciliteren. • De concentratiewerkplekken hebben, voor diegenen die al weer op kantoor komen, ineens een belangrijke tweede functie gekregen. Als men op kantoor komt voor het ontmoeten van collega’s of externen zit men tussendoor ook geregeld in digitaal overleg. Hiervoor zijn open of halfopen ruimten niet geschikt. Er zal dus een sterkere behoefte zijn aan concentratieplekken. Daarnaast dient de audiovisuele apparatuur in project- en vergaderruimten hierop ingericht te worden. De extremen in het kantoorconcept (rust en rumoer) worden belangrijker. Een plek voor ontmoeting en een plek om 'hybride' te kunnen werken. 13
Impact van coronacrisis op een kantoorhoudende organisatie verwachte trends en ontwikkelingen
Extra aandacht voor hygiëne en de gezondheid en het welzijn van medewerkers • Bij het ontwerp van nieuwe kantoorruimte zal meer aandacht worden besteed aan het verkleinen van de kans op overdracht van ziektes. Dit kan mogelijk impact hebben op de clustering van typen werkplekken en faciliteiten, maar ook op de werknemersdichtheid. Men dient echter te voorkomen dat deze nieuwe clustering en werknemersdichtheid eraan bijdragen dat medewerkers te veel van elkaar worden afgezonderd. Het sociale contact op de werkvloer wordt immers een steeds belangrijkere reden voor medewerkers om naar kantoor te gaan. • Het aanpassen van de klimaatinstallaties in het pand kan een positieve impact hebben op de gezondheid van de medewerkers. Het zuiveren van de lucht wordt immers belangrijker dan ooit om de kans op overdracht van ziektes te verkleinen.
14
Impact van coronacrisis op een kantoorhoudende organisatie verwachte trends en ontwikkelingen
Toegevoegde waarde van smart building wordt beter zichtbaar Slimme kantoren zijn uitgerust met een groot aantal IoT-sensoren waarmee een grote hoeveelheid aan informatie over het gebruik kan worden verzameld en aangestuurd. Enkele toepassingen waarvan de toegevoegde waarde steeds groter zal worden, zijn: - Reservering van werkplekken. - Aanvraag schoonmaak van werkplekken.
- Werkplekgebonden aansturing van het klimaat. - Het touchless bedienen van bijvoorbeeld het koffieapparaat of de printer.
15
Impact van coronacrisis op een kantoorhoudende organisatie verwachte trends en ontwikkelingen
Andere mobiliteitsoverwegingen • Wanneer het hybride werken een vast onderdeel van het werkpatroon wordt, zullen we flexibeler omgaan met de reisbewegingen. Waarom zouden we immers in de file gaan staan als we ook eerst een paar uurtjes vanuit huis kunnen werken? • Mogelijk dat de hoeveelheid reisbewegingen in zijn algemeenheid zal afnemen. Het digitaal ontmoeten heeft immers zijn effectiviteit bewezen. Dit geldt niet alleen voor de medewerkers maar ook voor inwoners die na de coronaperiode de gemeente digitaal weten te ‘vinden’.
16
Resultaten medewerkersenquête op hoofdlijnen
Eerste analyses deskundigen en enquêtes onder enkele honderden gemeentelijke medewerkers (verschillende enquêtes uitgevoerd in periode juni t/m september 2020):
• • • • • • •
Zekere mate van thuiswerken blijft (voor wie dat kan) Het Nieuwe Werken blijft, meer ‘Activiteitgerelateerd Werken nieuwe stijl’ Meer ruimte voor ontmoeting Meer ruimte voor samenwerking/projectgroepen Meer ruimte voor digitaal samenwerken (= ook concentratieplek) Minder reguliere Arbo-werkplekken Plaats- en tijdonafhankelijk werken maximaal gefaciliteerd
(zie bijlage voor de resultaten van de medewerkersenquête gemeente Krimpenerwaard)
17
Het huisvestingsconcept en de impact van de coronacrisis op het huisvestingsconcept (post-corona) - Vanuit het perspectief van de organisatie en sturing - Vanuit het perspectief van de dienstverlening
18
Huisvestingsconcept vanuit het perspectief van de organisatie en sturing (1) Ambtelijke organisatie
• Huisvesting moet helpen capaciteit beter te benutten • Huisvesting visitekaartje organisatie: inwoner, ondernemer en vooral ook arbeidsmarkt • Vraagt huisvestingsconcept dat wendbaarheid kan ‘accommoderen’: huisvesting o.b.v. activiteitgerelateerd werken uitbouwen; meer variatie in werkplekvormen, met name voor geconcentreerd werk en bellen • Vindbaarheid en bereikbaarheid collega’s onderling evenals resultaatsturing essentieel • Vanuit medewerkers sterke voorkeur voor centrale locatie
Medewerkers hebben het thuiswerken als zodanig prettig ervaren dat zij ook na de coronacrisis meer willen thuiswerken. Doordat thuiswerken steeds meer zal voorkomen, gaat de thuiswerkplek ook een rol spelen in het visitekaartje richting de arbeidsmarkt.
Extra behoefte aan semi-gesloten, multifunctionele werkplekken voor onder andere geconcentreerd werken, digitaal overleg of bellen. Door het thuiswerken tijdens de coronacrisis is de resultaatgerichte sturing als vanzelf geïntroduceerd, evenals het digitaal vinden en bereiken van collega’s. Vindbaarheid op kantoor wordt minder belangrijk. Medewerkers komen in het vervolg vooral naar kantoor om elkaar te ontmoeten, daarmee blijft de voorkeur voor een centrale locatie aanwezig. Een centrale locatie ondersteunt de samenhorigheid en verbondenheid in de organisatie.
Huisvestingsconcept vanuit het perspectief van de organisatie en sturing (1)
• Huisvesting moet helpen capaciteit beter te benutten • Huisvesting visitekaartje organisatie: inwoner, ondernemer en vooral ook arbeidsmarkt • Vraagt huisvestingsconcept dat wendbaarheid kan ‘accommoderen’: huisvesting o.b.v. activiteitgerelateerd werken uitbouwen; meer variatie in werkplekvormen, met name voor geconcentreerd werk en bellen • Vindbaarheid en bereikbaarheid collega’s onderling evenals resultaatsturing essentieel • Vanuit medewerkers sterke voorkeur voor centrale locatie
Raad en college Het dient voor inwoners altijd mogelijk te zijn raadsvergaderingen bij te kunnen wonen. Dit betekent dat een fysieke werkomgeving een vereiste is voor het organiseren van deze vergaderingen. Daarnaast verdwijnt de dynamiek bij een digitaal overleg, wat niet bevorderend werkt in de besluitvorming. De uitgangspunten van voor de coronacrisis blijven in stand voor de raad en het college. 20
Huisvestingsconcept vanuit het perspectief van de organisatie en sturing (2) Basisgegevens personeel en flexfactor Situatie Krimpenerwaard per 1 nov 2019
Flexfactor
Medewerkers en werkplekken:
Voor nieuwbouw uitgaan van:
• Vast 413 waarvan 374 werkzaam in gemeentekantoren
• Flexfactor 0,75 algemeen.
• Extern: 80ter waarvan 65van werkzaam in Uitgangspunten bepaling de flexfactor: gemeentekantoren • Medewerkers blijven ook na de coronacrisis meer • Voor business case rekenen met 439 medewerkers thuiswerken. • 330 werkplekken huidigemaar flexfactor • Thuiswerken is geen→ vereiste, een is 0,75 mogelijkheid. • Onevenwichtige verdeling gebruik huidige ruimte: • •
Schoonhoven/Stolwijk/Bergambacht: te druk Lekkerkerk: structureel ruimte beschikbaar
Voor nieuwbouw en handhaving bestaande kantoren in • ICT: grotendeels ‘thinvan: clients’, aantal laptops relatief overige scenario’s uitgaan klein maar groeit snel; investeren in ICT betekent • Flexfactor 0,6. en betere benutting beschikbare meer flexibiliteit ruimte
• Flexfactor 0,70 waarbij medewerkers (naast werkcafé) ook gebruik maken van grote ontvangsthal voor informeel overleg, samenwerking en ontmoeting; efficiencymogelijkheden centrale huisvesting benutten. • In beide situaties uitgaan van hetzelfde totale ruimtebeslag. Handhaving bestaande kantoren in overige scenario’s: • Flexfactor 0,75. • Aandacht voor privacygevoelig werk.
21
Huisvestingsconcept vanuit het perspectief van de dienstverlening
• Minder reistijd = meer tijd voor dienstverlening en collegiale samenwerking • Minder locaties of centralisatie betekent ook dat de inwoner - als hij/zij voor meerdere diensten naar de gemeente komt - maar naar één locatie hoeft te komen • Centralisatie mogelijk zelfs i.c.m. ‘integrale ingang’ versterkt mogelijkheid om dienstverleningsproducten, zorg e.a. op elkaar af te stemmen en integraal aan te bieden aan inwoners • Eén locatie bevordert de kwaliteit van de dienstverlening juist
Doordat inwoners gestimuleerd worden diensten digitaal af te nemen tijdens de coronacrisis heeft dit geleid tot een versnelling van de dienstverleningsprocessen en de afhandeling ervan.
Het aantal klantencontacten neemt af. Hiervan was ook voor de coronacrisis al sprake. De coronacrisis heeft laten zien dat fysiek klantencontact noodzakelijk blijft. Niet alle inwoners zijn digitaal vaardig en huisbezoeken (sociaal domein) laten meer zien van een situatie dan bij digitaal contact het geval is. Daarnaast is voor het verlenen van bepaalde producten identificatie noodzakelijk. Een deel van de werkzaamheden kan echter ook vanuit thuis plaatsvinden. Gezien het bovenstaande blijft de behoefte aanwezig om dit op één locatie te centraliseren.
Ruimtelijke effecten - Herziening ruimteprogramma
23
Herziening ruimteprogramma Uitgangspunten ruimteprogramma versie d.d. 10 december 2019 (pre-coronacrisis) Pre-coronaperiode
PRIMAIRE WERKOMGEVING (arbo) Basiswerkplek
Concentratiewerkplek
4-6 pers. Projectruimte/bibliotheek
100
medewerkers
0,75
flexfactor
75
arbo werkplekken (primaire werkomgeving)
aantal ruimten 55
m2 norm/ ruimte 8
442
20
6
118
0
8
0
m2
75 SECUNDAIRE WERKOMGEVING Belplek (1p)
6
2
12
Aanlandplek
2
4
10
Overleg/- samenwerkplek (2p) (open en gesloten)
8
8
67
Vergaderruimten (6-8p)
5
20
96
Pantry incl. informele overlegplek
2
20
43
Service-unit
1
12
13
Berging werkvloer incl. garderobe
2
12
26
OVERIGE
m2 totaal
826
m2/wp
11
Business case feb. 2020
Ruimteprogramma Versie d.d. 10 dec. 2019
Functiegroep
Toelichting
Ambtelijke organisatie
Op basis van aantallen medewerkers, werkplekconcept (inclusief flexfactor 0,75) met variatie aan werkvormen en eventuele bijzonderheden. Werkplekken/’vlek’ burgemeester, wethouders en gemeentesecretaris. 1 griffier; griffiemedewerkers in ruimteprogramma ambtelijke organisatie
College van B&W + gem. secr. Griffie Raadzaal e.a.
Uitgaande van 31 raadsleden, voorzitter, griffier, 6 wethouders, 1 gemeentesecretaris, # ambtenaren, # publiek; berging & kleedruimte
Buitendiensten
Buiten scope
KCC / publiekscentrum
Conform dienstverleningsvisie (in ontwikkeling) (bij flexfactor 0,70 extra oppervlak beschikbaar voor publieksruimte)
Vergaderruimten
Diverse vormen inclusief fractiekamers en collegekamer
Overige functies
Keuken, werkcafé, archief, opslag, patch-/server-/testruimten ICT, facilitair, post/repro, BHV, horizontale verkeersruimten, etc. Uitgangspunt: bij 4 locaties geen restaurant/werkcafé maar pantry's.
Restruimten
Kelders en zolders in huidige situatie niet nuttig in gebruik
Totaal NO*
* NO = Nuttig Oppervlak ofwel het ‘zuivere gebruiksoppervlak’ zonder constructies, verticale verkeersruimten en technische ruimten
Totaal bvo
Scenario 1
Scenario’s 2 & 3
Scenario 4
‘Nulsituatie’
Ruimtebeslag (m² NO*) 4 locaties
Ruimtebeslag (m² NO*) 1 locatie
Ruimtebeslag (m² NO*) 2 locaties (hybride)
Bestaande situatie (m² NO*) 4 locaties
3.448
3.448
4.369
301
301
301
226
237 (315)
177 (315)
197 (315)
581
412
274
274
Opgenomen in de 4.369 m²: rij 2
857
971
1.033
1.290
3.448 (NB: dit cijfer geeft een ‘genormeerd’ ruimtebeslag weer bij grootschalige herinrichting conform duurzaamheid)
(1.372 functie n.t.b.)
1.040
6.495
6.391
6.493
7.506
7.859
7.734
7.856
9.231
NB: in de huidige situatie is er ‘restruimte’. Hoewel de ruimtestaat van scenario ‘normatief’ op een lager bedrag uitkomt is in de investeringskostenraming wel gerekend met vernieuwbouw van het totale, huidige vloeroppervlak; immers, de ‘schil’ en de installatietechniek zijn wel aanwezig voor dit vloeroppervlak.
Herziening ruimteprogramma Uitgangspunten ruimteprogramma post-coronacrisis Post-coronaperiode 100
medewerkers
0,75
flexfactor
75
arbo werkplekken (primaire werkomgeving)
aantal ruimten 46
m2 norm/ ruimte 8
366
Concentratiewerkplek
19
6
113
4-6 pers. Projectruimte/bibliotheek
11
8
84
PRIMAIRE WERKOMGEVING (arbo) Basiswerkplek
m2
75 SECUNDAIRE WERKOMGEVING Belplek (1p)
6
3
18
Aanlandplek
12
4
47
Overleg/- samenwerkplek (2p) (open en gesloten)
6
12
70
Vergaderruimten (6-8p)
5
20
94
Pantry incl. informele overlegplek
2
20
43
Service-unit
1
12
13
Berging werkvloer incl. garderobe
2
OVERIGE
12
26
m2 totaal
872
m2/wp
12
Herziening ruimteprogramma Verschil in uitgangspunten ruimteprogramma pre- en post-coronacrisis
Pre-coronaperiode
PRIMAIRE WERKOMGEVING (arbo) Basiswerkplek
Concentratiewerkplek
4-6 pers. Projectruimte/bibliotheek
Post-coronaperiode
Post-coronaperiode
100
medewerkers
100
medewerkers
100
medewerkers
0,75
flexfactor
0,75
flexfactor
0,6
flexfactor
75
arbo werkplekken (primaire werkomgeving)
75
arbo werkplekken (primaire werkomgeving)
60
arbo werkplekken (primaire werkomgeving)
aantal ruimten 55
m2 norm/ ruimte 8
442
aantal ruimten 46
m2 norm/ ruimte 8
20
6
118
19
0
8
0
11
m2
75
Verschil m2
Verschil #
Toelichting
366
aantal ruimten 37
m2 norm/ ruimte 8
293
0
-10
Immers; voor de basiswerkzaamheden kun je ook thuis blijven
6
113
15
6
90
0
-1
Het totale aantal plekken blijft gelijk. Echter voorheen bestond dit aantal uit een combinatie van concentratiewerkplekken in een bibliotheek en 1-persoons concentratiewerkplekken. Na de corona-periode bestaat dit aantal nog enkel uit 1persoons concentratiewerkplekken.
8
84
8
8
68
0
11
Je komt met name naar kantoor om te ontmoeten en om samen te werken
3
14
1
0
Meer (langdurige) digtale overleggen met beeld> vraagt om een andere inrichting van de werkplek
m2
75
m2
60
SECUNDAIRE WERKOMGEVING Belplek (1p)
6
2
12
6
3
18
5
Aanlandplek
2
4
10
12
4
47
9
4
38
0
9
Tussen de overleggen en de afstemming met collega's is er ruimte nodig om kort aan te landen. Wanneer er geen sprake is van weekspreiding fungeren de aanlandplekken als buffer. Dit aantal aanlandplekken is aanvullend op de aanlandplekken in het werkcafé (centrale voorzieningen).
Overleg/- samenwerkplek (2p) (open en gesloten)
8
8
67
6
12
70
5
12
56
4
-3
Het aantal arboconforme samenwerkplekken is toegenomen. Een overleg met 2p in een gesloten ruimte kan ook in een arboconforme samenwerkplek plaatsvinden > de nieuwe werkomgeving vraagt om extra multifunctionaliteit.
Vergaderruimten (6-8p)
5
20
96
5
20
94
4
20
75
0
-1
Pantry incl. informele overlegplek
2
20
43
2
20
43
2
20
34
Service-unit
1
12
13
1
12
13
1
12
10
Berging werkvloer incl. garderobe
2
12
26
2
12
26
2
12
OVERIGE
21
m2 totaal
826
m2 totaal
872
m2 totaal
698
m2/wp
11
m2/wp
12
m2/wp
12
Ter illustratie: voorbeeld concentratiewerkplek en belplek
28
Herziening ruimteprogramma
Corona-effecten fase 4
Ruimteprogramma post-coronacrisis
Functiegroep
Toelichting
Ambtelijke organisatie
Op basis van aantallen medewerkers, werkplekconcept (inclusief flexfactor 0,6) met variatie aan werkvormen en eventuele bijzonderheden. Werkplekken/’vlek’ B&W en gemeente-secretaris. 1 griffier; griffiemedewerkers in ruimteprogramma ambtelijke organisatie
College B&W + gem.secr./Griffie
Scenario 1
Scenario’s 2 & 3
Scenario 4
‘Nulsituatie’
Ruimtebeslag (m² NO*) 4 locaties
Ruimtebeslag (m² NO*) 1 locatie
Ruimtebeslag (m² NO*) 2 locaties (hybride)
Bestaande situatie (m² NO*) 4 locaties
3.077
3.077
4.369
301
301
301
226
237
177
197
581
412
274
274
Opgenomen in de 4.369 m²: rij 2
3.077
Raadzaal e.a.
Uitgaande van 31 raadsleden, voorzitter, griffier, 6 wethouders, 1 gemeentesecretaris, # ambtenaren, # publiek; berging & kleedruimte
Buitendiensten
Buiten scope
KCC / publiekscentrum
Conform dienstverleningsvisie (in ontwikkeling) (bij flexfactor 0,55 extra oppervlak beschikbaar voor publieksruimte)
Vergaderruimten
Diverse vormen inclusief fractiekamers en collegekamer
Overige functies
Keuken, werkcafé, archief, opslag, patch-/server-/testruimten ICT, facilitair, post/repro, BHV, etc. Uitgangspunt: bij 4 locaties geen restaurant/werkcafé maar pantry's.
841
895
957
1.290
Sanitair en horizontale verkeersruimten
1.148
1.115
1.134
In overige functies
Restruimten
Kelders en zolders in huidige situatie niet nuttig in gebruik
Totaal NO*
* NO = Nuttig Oppervlak ofwel het ‘zuivere gebruiksoppervlak’ zonder constructies, verticale verkeersruimten en technische ruimten
Totaal bvo
(1.372 functie n.t.b.)
1.040
6.016
5.839
5.941
7.506
7.279
7.065
7.188
9.231
NB: in de huidige situatie is er ‘restruimte’. Hoewel de ruimtestaat van scenario ‘normatief’ op een lager bedrag uitkomt is in de investeringskostenraming wel gerekend met vernieuwbouw van het totale, huidige vloeroppervlak; immers, de ‘schil’ en de installatietechniek zijn wel aanwezig voor dit vloeroppervlak.
Herziening ruimteprogramma
Corona-effecten fase 4
Verschil in ruimteprogramma: pre-coronacrisis minus post-coronacrisis
Toelichting Ambtelijke organisatie College B&W + gem.secr./Griffie
Op basis van aantallen medewerkers, werkplekconcept met variatie aan werkvormen en eventuele bijzonderheden. Werkplekken/’vlek’ B&W en gemeente-secretaris. 1 griffier; griffiemedewerkers in ruimteprogramma ambtelijke organisatie
Scenario 1
Scenario’s 2 & 3
Scenario 4
Ruimtebeslag (m² NO*) 4 locaties
Ruimtebeslag (m² NO*) 1 locatie
Ruimtebeslag (m² NO*) 2 locaties (hybride)
- 371
- 371
- 371
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Raadzaal e.a.
Uitgaande van 31 raadsleden, voorzitter, griffier, 6 wethouders, 1 gemeentesecretaris, # ambtenaren, # publiek; berging & kleedruimte
Buitendiensten
Buiten scope
KCC / publiekscentrum
Conform dienstverleningsvisie (in ontwikkeling) (bij flexfactor 0,55 extra oppervlak beschikbaar voor publieksruimte)
Vergaderruimten
Diverse vormen inclusief fractiekamers en collegekamer
Overige functies
Keuken, werkcafé, archief, opslag, patch-/server-/testruimten ICT, facilitair, post/repro, BHV, etc. Uitgangspunt: bij 4 locaties geen restaurant/werkcafé maar pantry's.
- 16
- 76
- 76
Sanitair en horizontale verkeersruimten
- 92
- 105
- 105
- 479
- 552
- 552
- 580 (7%)
- 669 (9%)
- 668 (9%)
Restruimten
Kelders en zolders in huidige situatie niet nuttig in gebruik
Totaal NO*
* NO = Nuttig Oppervlak ofwel het ‘zuivere gebruiksoppervlak’ zonder constructies, verticale verkeersruimten en technische ruimten
Totaal bvo
NB: in de huidige situatie is er ‘restruimte’. Hoewel de ruimtestaat van scenario ‘normatief’ op een lager bedrag uitkomt is in de investeringskostenraming wel gerekend met vernieuwbouw van het totale, huidige vloeroppervlak; immers, de ‘schil’ en de installatietechniek zijn wel aanwezig voor dit vloeroppervlak.
Projectie herziend huisvestingsconcept op 4 scenario’s (inclusief doorrekening financiële effecten) - Verschillenanalyse pre- en post-coronacrisis
31
Scenario’s*
Scenario
Toelichting
1.
Handhaving van de huidige vier gemeentekantoren; voldoen aan wettelijke vereisten duurzaamheid op langere termijn; ruimtelijke ingrepen ten behoeve van functionele werkomgeving lange termijn (vergelijkbaar met andere scenario’s)
2.
Centralisatie op één bestaande locatie (Lekkerkerk); uitbreidingen (ordegrootte 5.000 m² bvo) en maatregelen om te voldoen aan wettelijke vereisten duurzaamheid op langere termijn
3.
Centralisatie op één nieuwbouwlocatie; optimalisatie ruimtelijk en met betrekking tot duurzaamheid op langere termijn
4.
Hybride model; in principe handhaving van twee van de bestaande locaties met verdeling naar publiek hart en ambtelijk hart/College (grofweg in ruimtebeslag verhouding 1/5 - 4/5)
NB: scenario 1 is niet het handhaven van de ‘nulsituatie’. Immers, investeren in duurzaamheid, betere manieren van werken en invullen van andere ambities zoals op het gebied van dienstverlening zijn noodzakelijk voor de langere termijn en vormen de uitgangspunten vanuit de bestuursopdracht. Ook voor een eerlijke vergelijking met andere scenario’s is ruimtelijk investeren in scenario 1, meer dan alleen in duurzaamheidsmaatregelen, noodzakelijk. *Raadspresentatie d.d. 18 februari 2020
32
Toetsingskader (criteria en weging)*
Criterium
Toelichting
Duurzaamheid
• Verbetering duurzaamheidsscore gebouwniveau en conformiteit met Klimaatwet • Reductie autokilometers (CO2) • Voorbeeldfunctie: duurzaam gemeentekantoor als referentiebeeld/imago
Dienstverlening
Versterkt het huisvestingsconcept de dienstverlening aan de inwoner? (digitalisering en ‘aan huis’)
Organisatie en sturing
Bedrijfsvoering, aantrekkelijke werkgever, gezonde werkomgeving
Financieel
• •
‘Total Cost of Ownership’ gebouwen en financieringsmogelijkheden Effect op organisatorische lasten (reistijd en reiskosten)
Herontwikkelingspotentieel
• •
Financiële opbrengst Andere voordelen voor de gemeente (bijvoorbeeld ruimte voor woningbouw)
Bereikbaarheid
• • •
Reistijd OV / auto (inwoners en woon-werk medewerkers) Parkeren Overlast omgeving
Multifunctionaliteit
College van B&W en raad, horeca, bibliotheek, afval, gemeentewerken, opslag BOA’s, relatie met buitendienst (afdeling BOR)
*Raadspresentatie d.d. 18 februari 2020
Weging?
33
Business case feb. 2020
Overzicht scores scenario’s
Scenario 3: nul-op-de-meter met betonskelet of circulaire houtskeletbouw
Criterium
Weging
Groen Geel Rood
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Duurzaamheid Dienstverlening Organisatie en sturing Financieel Herontwikkelingspotentieel Bereikbaarheid Multifunctionaliteit Totaal Voorkeursscenario • Mede op basis van weging criteria nader te bepalen. • Scenario 3 lijkt vooralsnog het best te scoren; variant met circulair houtskelet scoort nog beter dan met betonskelet.
34
Corona-effecten fase 4
Overzicht scores scenario’s
Scenario 3: nul-op-de-meter met betonskelet of circulaire houtskeletbouw
Criterium
Weging
Groen Geel Rood
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Duurzaamheid Dienstverlening* Organisatie en sturing* Financieel* Herontwikkelingspotentieel* Bereikbaarheid* Multifunctionaliteit Totaal *De coronacrisis heeft geen impact op de beoordeling van de scenario’s t.o.v. elkaar op deze criteria; onderliggende scores kunnen zich wel wijzigen Voorkeursscenario • Mede op basis van weging criteria nader te bepalen. • Scenario 3 lijkt vooralsnog het best te scoren.
35
Duurzaamheid (1)
Business case feb. 2020
Groen Geel Rood
Scenario 3: Nul-op-de-meter met betonskelet Criteria en scenario’s GPR Gebouw Maximale reductie CO2 energiegebruik in 2050 t.o.v. heden (om te voldoen aan de Klimaatwet en het eigen beleid gemeente t.a.v. CO2-reductie in 2050) Totaalsaldo CO2-footprint van bouw en exploitatie over periode van 40 jaar levensduur gebouw (x 1.000 kg)
Weging
Nulsituatie
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
6,1
7,7
8,2
8,5
8,1
n.v.t.*
90%
90%
100%
89%
n.v.t.*
7.979
9.384
9.517
9.465
Totaal Onderbouwing: • GPR-berekening: zie betreffend rekenmodel en overzicht sheet 61. • Ontwikkeling energieverbruik t.o.v. Klimaatwet (mei 2019): maximaal mogelijke reductie van CO2 voor gebouwgebonden en gebruiksgebonden installaties ofwel mate waarin het energieverbruik van de gemeentekantoren kan voldoen aan eisen Klimaatwet en eigen beleid gemeente t.a.v. reductie CO2 in 2030/2050 (zie nadere toelichting sheet 62). Doelstelling Klimaatwet is minimaal 95% CO2-reductie en doelstelling gemeente is 100% CO2-reductie in 2050. • Totaalsaldo CO2-footprint: opgebouwd uit CO2-footprints voor bouw en exploitatie (energiegebruik) + reductie autokilometers; zie toelichting sheet 63 - 66) • *Handhaving nulsituatie is geen optie aangezien de gemeente aan de Klimaatwet en de eigen doelstelling moet voldoen; bij voorzetting van huidige situatie wordt de CO2-footprint in 40 jaar 12,275 miljoen kg CO2 (zie sheet 63/64 voor een vergelijking met de CO2-footprint van de andere scenario’s).
36
Corona-effecten fase 4
Duurzaamheid (1) Groen Geel Rood
Scenario 3: Nul-op-de-meter met betonskelet Criteria en scenario’s GPR Gebouw Maximale reductie CO2 energiegebruik in 2050 t.o.v. heden (om te voldoen aan de Klimaatwet en het eigen beleid gemeente t.a.v. CO2-reductie in 2050) Totaalsaldo CO2-footprint van bouw en exploitatie over periode van 40 jaar levensduur gebouw (x 1.000 kg)
Weging
Nulsituatie
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
6,1
7,7
8,2
8,4
8,1
n.v.t.*
90%
91%
100%
89%
n.v.t.*
7.876
8.447
7.766
9.501
Totaal Onderbouwing: • GPR-berekening: zie betreffend rekenmodel en overzicht sheet 61. • Ontwikkeling energieverbruik t.o.v. Klimaatwet (mei 2019): maximaal mogelijke reductie van CO2 voor gebouwgebonden en gebruiksgebonden installaties ofwel mate waarin het energieverbruik van de gemeentekantoren kan voldoen aan eisen Klimaatwet en eigen beleid gemeente t.a.v. reductie CO2 in 2030/2050 (zie nadere toelichting sheet 62). Doelstelling Klimaatwet is minimaal 95% CO2-reductie en doelstelling gemeente is 100% CO2-reductie in 2050. • Totaalsaldo CO2-footprint: opgebouwd uit CO2-footprints voor bouw en exploitatie (energiegebruik) + reductie autokilometers; zie toelichting sheet 63 - 66) • *Handhaving nulsituatie is geen optie aangezien de gemeente aan de Klimaatwet en de eigen doelstelling moet voldoen; bij voorzetting van huidige situatie wordt de CO2-footprint in 40 jaar 12,275 miljoen kg CO2 (zie sheet 63/64 voor een vergelijking met de CO2-footprint van de andere scenario’s).
37
Duurzaamheid (2)
Business case feb. 2020
Groen Geel Rood
Scenario 3: Nul-op-de-meter met circulaire houtskeletbouw Criteria en scenario’s GPR Gebouw Maximale reductie CO2 energiegebruik in 2050 t.o.v. heden (om te voldoen aan de Klimaatwet en het eigen beleid gemeente t.a.v. CO2-reductie in 2050) Totaalsaldo CO2-footprint van bouw en exploitatie over periode van 40 jaar levensduur gebouw (x 1.000 kg)
Weging
Nulsituatie
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
6,1
7,7
8,2
8,5
8,1
n.v.t.*
90%
90%
100%
89%
n.v.t.*
7.979
9.384
7.357
9.465
Totaal Onderbouwing: • GPR-berekening: zie betreffend rekenmodel en overzicht sheet 61. • Ontwikkeling energieverbruik t.o.v. Klimaatwet (mei 2019): maximaal mogelijke reductie van CO2 voor gebouwgebonden en gebruiksgebonden installaties ofwel mate waarin het energieverbruik van de gemeentekantoren kan voldoen aan eisen Klimaatwet en eigen beleid gemeente t.a.v. reductie CO2 in 2030/2050 (zie nadere toelichting sheet 62). Doelstelling Klimaatwet is minimaal 95% CO2-reductie en doelstelling gemeente is 100% CO2-reductie in 2050. • Totaalsaldo CO2-footprint: opgebouwd uit CO2-footprints voor bouw en exploitatie (energiegebruik) + reductie autokilometers; zie toelichting sheet 63 - 66) • *Handhaving nulsituatie is geen optie aangezien de gemeente aan de Klimaatwet en de eigen doelstelling moet voldoen; bij voorzetting van huidige situatie wordt de CO2-footprint in 40 jaar 12,275 miljoen kg CO2 (zie sheet 63/64 voor een vergelijking met de CO2-footprint van de andere scenario’s).
Corona-effecten fase 4
Duurzaamheid (2) Groen Geel Rood
Scenario 3: Nul-op-de-meter met circulaire houtskeletbouw Criteria en scenario’s GPR Gebouw Maximale reductie CO2 energiegebruik in 2050 t.o.v. heden (om te voldoen aan de Klimaatwet en het eigen beleid gemeente t.a.v. CO2-reductie in 2050) Totaalsaldo CO2-footprint van bouw en exploitatie over periode van 40 jaar levensduur gebouw (x 1.000 kg)
Weging
Nulsituatie
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
6,1
7,7
8,2
8,5
8,1
n.v.t.*
90%
90%
100%
89%
n.v.t.*
7.876
8.447
6.018
9.501
Totaal Onderbouwing: • GPR-berekening: zie betreffend rekenmodel en overzicht sheet 62. • Ontwikkeling energieverbruik t.o.v. Klimaatwet (mei 2019): maximaal mogelijke reductie van CO2 voor gebouwgebonden en gebruiksgebonden installaties ofwel mate waarin het energieverbruik van de gemeentekantoren kan voldoen aan eisen Klimaatwet en eigen beleid gemeente t.a.v. reductie CO2 in 2030/2050 (zie nadere toelichting sheet 63). Doelstelling Klimaatwet is minimaal 95% CO2-reductie en doelstelling gemeente is 100% CO2-reductie in 2050. • Totaalsaldo CO2-footprint: opgebouwd uit CO2-footprints voor bouw en exploitatie (energiegebruik) + reductie autokilometers; zie toelichting sheet 64 - 66) • *Handhaving nulsituatie is geen optie aangezien de gemeente aan de Klimaatwet en de eigen doelstelling moet voldoen; bij voorzetting van huidige situatie wordt de CO2-footprint in 40 jaar 12,275 miljoen kg CO2 (zie sheet 63/64 voor een vergelijking met de CO2-footprint van de andere scenario’s).
39
Dienstverlening
Business case feb. 2020
Groen Geel Rood
Criteria en scenario’s
Weging
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Dienstverlening aan huis, naar inwoner toe Effectief klantcontact Digitalisering Totaal Onderbouwing • Scenario 1 scoort matig op verwachte toekomstige situatie waarin de dienstverlening aan huis c.q. naar de inwoner gebracht wordt. Immers, door de handhaving van vier gemeentekantoren gaat er bij een gelijkblijvend personeelsbestand nog steeds veel tijd verloren aan het reizen tussen de vier locaties. Dit is tijd die anders ingezet kan worden t.b.v. de dienstverlening wanneer gekozen wordt voor centralisering op één locatie, waardoor scenario’s 2 en 3 relatief gunstig scoren. Scenario 2 scoort dan wel iets minder dan scenario 3 omdat de locatie Lekkerkerk voor medewerkers nog gemiddeld veel reistijd zal betekenen naar de verschillende kernen. We gaan ervan uit dat scenario 4, ook al heeft dit één publiek hart, toch iets minder scoort dan scenario’s 2 en 3 omdat medewerkers meer reistijd hebben en die tijd niet in dienstverlening kunnen steken. • Ook het effectief klantcontact wordt niet positief beïnvloed in scenario 1. In de ‘nulsituatie’ wordt de dienstverlening al vanuit twee locaties verzorgd (namelijk Stolwijk en Bergambacht), wat net zoveel reistijd met zich meebrengt voor inwoners als in een centraal model (scenario’s 2 en 3). Immers, uit de reistijdanalyse blijkt dat Bergambacht en Stolwijk gelijk scoren op het punt bereikbaarheid/reistijd.
Scenario 4 wordt ongunstiger omdat dan Lekkerkerk naar verwachting een van de locaties wordt vanwaar diensten verleend worden (gesteld dat in dit scenario er op twee, als inwoners naar locaties publieksbalies komen), wat een negatief effect heeft op de gemiddelde reistijd. Scenario’s 2 en 3 verhelderen de situatie van klantcontact omdat er nog maar één locatie is waarr het gemeentehuis moeten komen (wat door digitalisering steeds minder wordt), ze alle diensten bij elkaar en niet versnipperd vinden. • Op het punt digitalisering scoren alle scenario’s gelijk; immers, digitaal contact is plaats- en tijdonafhankelijk.
Corona-effecten fase 4
Dienstverlening Groen Geel Rood
Criteria en scenario’s
Weging
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Dienstverlening aan huis, naar inwoner toe Effectief klantcontact Digitalisering Totaal Onderbouwing • Scenario 1 scoort matig op verwachte toekomstige situatie waarin de dienstverlening aan huis c.q. naar de inwoner gebracht wordt. Immers, door de handhaving van vier gemeentekantoren gaat er bij een gelijkblijvend personeelsbestand nog steeds veel tijd verloren aan het reizen tussen de vier locaties. Dit is tijd die anders ingezet kan worden t.b.v. de dienstverlening wanneer gekozen wordt voor centralisering op één locatie, waardoor scenario’s 2 en 3 relatief gunstig scoren. Scenario 2 scoort dan wel iets minder dan scenario 3 omdat de locatie Lekkerkerk voor medewerkers nog gemiddeld veel reistijd zal betekenen naar de verschillende kernen. We gaan ervan uit dat scenario 4, ook al heeft dit één publiek hart, toch iets minder scoort dan scenario’s 2 en 3 omdat medewerkers meer reistijd hebben en die tijd niet in dienstverlening kunnen steken. Doordat het wenselijk blijft om voor dienstverlening ook na de coronaperiode een fysieke werkomgeving te creëren blijft het criterium actueel en de beoordeling gelijk. • Ook het effectief klantcontact wordt niet positief beïnvloed in scenario 1.
In de ‘nulsituatie’ wordt de dienstverlening al vanuit twee locaties verzorgd (namelijk Stolwijk en Bergambacht), wat net zoveel reistijd met zich meebrengt voor inwoners als in een centraal model (scenario’s 2 en 3). Immers, uit de reistijdanalyse blijkt dat Bergambacht en Stolwijk gelijk scoren op het punt bereikbaarheid/reistijd. Scenario 4 wordt ongunstiger omdat dan Lekkerkerk naar verwachting een van de locaties wordt vanwaar diensten verleend worden (gesteld dat in dit scenario er op twee, als inwoners naar locaties publieksbalies komen), wat een negatief effect heeft op de gemiddelde reistijd. Scenario’s 2 en 3 verhelderen de situatie van klantcontact omdat er nog maar één locatie is waarr het gemeentehuis moeten komen (wat door digitalisering steeds minder wordt), ze alle diensten bij elkaar en niet versnipperd vinden. Zie toelichting bullet 1. • Op het punt digitalisering scoren alle scenario’s gelijk; immers, digitaal contact is plaats- en tijdonafhankelijk.
Organisatie en sturing
Business case feb. 2020
Groen Geel Rood
Criteria en scenario’s
Weging
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Bedrijfsvoering Aantrekkelijke werkgever / concurrentiepositie arbeidsmarkt Gezonde werkomgeving Totaal Onderbouwing • De bedrijfsvoering wordt substantieel positief beïnvloed bij centralisering. De tijd die wordt bespaard door het vervallen van het reizen tussen de locaties (tussen 3.000 en 4.500 uur) kan ingezet worden voor een effectievere en efficiëntere bedrijfsvoering. Het werken in elkaars nabijheid bevordert de onderlinge samenwerking en communicatie. Men kan elkaar gemakkelijker vinden, loopt minder risico per ongeluk op een verkeerde locatie te zijn en heeft meer tijd voor dienstverlening. • Een moderne nieuwbouwlocatie, die ruimtelijk en op het gebied van duurzaamheid gedurende vele jaren blijft voldoen aan de actuele eisen, past bij het verwachtingspatroon van jongere generaties en maakt de concurrentiepositie van de gemeente op de arbeidsmarkt sterker. Tevens zal dit de retentie van medewerkers positief beïnvloeden. • Een moderne nieuwbouwlocatie, die ruimtelijk en op het gebied van duurzaamheid gedurende vele jaren blijft voldoen aan de actuele eisen, scoort tevens goed als gezonde werkomgeving.
Het is aangetoond dat kantoorhuisvesting waarin medewerkers zelf kiezen wat voor werkplek past bij de activiteiten van de dag, waar een goed binnenklimaat heerst en waar ruimte is voor sociale interactie een positieve bijdrage levert aan de gezondheid, het welbevinden en de productiviteit van de medewerkers. Scenario 3 scoort vanzelfsprekend het best. Maar aangezien in scenario 2 een gedeelte nieuw wordt gebouwd en de bestaande huisvesting verder verbeterd wordt, scoort ook dit scenario ‘groen’.
42
Corona-effecten fase 4
Organisatie en sturing Groen Geel Rood
Criteria en scenario’s
Weging
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Bedrijfsvoering Aantrekkelijke werkgever / concurrentiepositie arbeidsmarkt Gezonde werkomgeving Totaal Onderbouwing • De bedrijfsvoering wordt substantieel positief beïnvloed bij centralisering. De tijd die wordt bespaard door het vervallen van het reizen tussen de locaties (tussen 3.000 en 4.500 uur) kan ingezet worden voor een effectievere en efficiëntere bedrijfsvoering. Het werken in elkaars nabijheid bevordert de onderlinge samenwerking en communicatie. Men kan elkaar gemakkelijker vinden, loopt minder risico per ongeluk op een verkeerde locatie te zijn en heeft meer tijd voor dienstverlening. Doordat medewerkers ook in de toekomst meer vanuit huis gaan werken neemt de hoeveelheid reistijd af. Echter blijft de beoordeling van het criterium gelijk. • Een moderne nieuwbouwlocatie, die ruimtelijk en op het gebied van duurzaamheid gedurende vele jaren blijft voldoen aan de actuele eisen, past bij het verwachtingspatroon van jongere generaties en maakt de concurrentiepositie van de gemeente op de arbeidsmarkt sterker. Tevens zal dit de retentie van medewerkers positief beïnvloeden. De beoordeling blijft gelijk. Echter, de mate waarin de gemeente tegemoetkomt aan het creëren van een fijne thuiswerkplek gaat een (grotere) rol spelen in de concurrentiepositie.
• Een moderne nieuwbouwlocatie, die ruimtelijk en op het gebied van duurzaamheid gedurende vele jaren blijft voldoen aan de actuele eisen, scoort tevens goed als gezonde werkomgeving. Het is aangetoond dat kantoorhuisvesting waarin medewerkers zelf kiezen wat voor werkplek past bij de activiteiten van de dag, waar een goed binnenklimaat heerst en waar ruimte is voor sociale interactie een positieve bijdrage levert aan de gezondheid, het welbevinden en de productiviteit van de medewerkers. Scenario 3 scoort vanzelfsprekend het best. Maar aangezien in scenario 2 een gedeelte nieuw wordt gebouwd en de bestaande huisvesting verder verbeterd wordt, scoort ook dit scenario ‘groen’. Ook na de coronaperiode blijft ventilatie van de werkomgeving een aandachtspunt ter voorkoming van verspreiding van ziektes.
43
Financieel (1)
Business case feb. 2020
Groen Geel/oranje Rood
Scenario 3: Nul-op-de-meter met betonskelet Criteria en scenario’s
Weging
Nulsituatie
Bedragen in € mln excl. BTW
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Investeringskosten (eenmalig)
n.v.t.
18,577
27,353
25,643
25,517
TCO/Totaal jaarlijkse exploitatielasten gebouw (kap.lasten + gebouwexpl.)
1,017
1,098
1,414
1,293
1,355
0
0
- 0,240
- 0,240
- 0,120
Totaal saldo jaarlijkse exploitatielast
1,017
1,098
1,174
1,053
1,235
Versnelde afschrijving boekwaardes / desinvesteringen (per 2019)
n.v.t.
4,261
0,928
0
2,233
0
0
- 0,245
- 0,245
- 0,120
Reductie effecten bedrijfsvoering
Totaal Overig: reductie reistijdverliezen
Onderbouwing • Investeringskosten: zie sheets 67 t/m 70 voor een toelichting op de renovatie- en nieuwbouwwerkzaamheden; de hoge investeringen voor scenario’s 2 en 4 worden verklaard door het forse bouwvolume dat in Lekkerkerk wordt toegevoegd in combinatie met de drie parkeerlagen (in scenario 3 parkeren op maaiveld). • Totaal jaarlijkse exploitatielasten: de investeringen zijn hierin via de kapitaallasten (rente en afschrijvingen) verdisconteerd; verder bestaan deze uit de gebouwexploitatielasten (meerjarenonderhoud, energie, schoonmaak, verzekeringen etc.). Voor het vastgoed dat nog wel in eigendom is maar niet in gebruik, wordt leegstandsbeheer ingezet. • Voor vertaling investeringen naar jaarlasten actuele rekenrente 0,9% gehanteerd; mogelijke hogere rentelasten in de toekomst laten jaarlasten substantieel stijgen (zie sheet 70). • Boekwaardes investeringen sinds 2014 worden, indien van toepassing, versneld afgeschreven. Voor scenario 3 is deze 0, immers bestaande panden worden verkocht, niet afgeschreven. • Organisatorische lasten: de directe, locatiegebonden personele lasten; reistijdverliezen omgerekend naar kosten personele capaciteit en reiskosten (zie sheet 72);
Corona-effecten fase 4
Financieel (1) Groen Geel/oranje Rood
Scenario 3: nul-op-de-meter met betonskelet Criteria en scenario’s
Weging
Nulsituatie
Bedragen in € mln excl. BTW
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Investeringskosten (eenmalig)
n.v.t.
18,17
25,39
23,71
23,134
TCO/Totaal jaarlijkse exploitatielasten gebouw (kap.lasten + gebouwexpl.)
1,017
1,06
1,3
1,191
1,237
0
0
- 0,24
- 0,24
- 0,12
Totaal saldo jaarlijkse exploitatielast
1,017
1,06
1,06
0,951
1,117
Versnelde afschrijving boekwaardes / desinvesteringen (per 2019)
n.v.t.
4,261
0,928
0
2,234
0
0
- 0,110
- 0,110
- 0,055
Reductie effecten bedrijfsvoering
Totaal Overig: reductie reistijdverliezen
Onderbouwing • Investeringskosten: zie sheets 67 t/m 70 voor een toelichting op de renovatie- en nieuwbouwwerkzaamheden; de hoge investeringen voor scenario’s 2 en 4 worden verklaard door het forse bouwvolume dat in Lekkerkerk wordt toegevoegd in combinatie met de drie parkeerlagen (in scenario 3 parkeren op maaiveld). • Totaal jaarlijkse exploitatielasten: de investeringen zijn hierin via de kapitaallasten (rente en afschrijvingen) verdisconteerd; verder bestaan deze uit de gebouwexploitatielasten (meerjarenonderhoud, energie, schoonmaak, verzekeringen etc.). Voor het vastgoed dat nog wel in eigendom is maar niet in gebruik, wordt leegstandsbeheer ingezet. • Voor vertaling investeringen naar jaarlasten actuele rekenrente 0,9% gehanteerd; mogelijke hogere rentelasten in de toekomst laten jaarlasten substantieel stijgen (zie sheet 70). • Boekwaardes investeringen sinds 2014 worden, indien van toepassing, versneld afgeschreven. Voor scenario 3 is deze 0, immers bestaande panden worden verkocht, niet afgeschreven. • Organisatorische lasten: de directe, locatiegebonden personele lasten; reistijdverliezen omgerekend naar kosten personele capaciteit en reiskosten (zie sheet 72); saldo toevoegen 45 thuiswerkvergoeding (na Corona) en vermindering forensenvergoeding nader te bepalen.
Financieel (2)
Business case feb. 2020
Groen Geel/oranje Rood
Scenario 3: Nul-op-de-meter met volledig circulaire houtskeletbouw Criteria en scenario’s
Weging
Nulsituatie
Bedragen in € mln excl. BTW
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Investeringskosten (eenmalig)
n.v.t.
18,577
27,353
29,157
25,517
TCO/Totaal jaarlijkse exploitatielasten gebouw (kap.lasten + gebouwexpl.)
1,017
1,098
1,414
1,413
1,355
0
0
- 0,240
- 0,240
- 0,120
Totaal saldo jaarlijkse exploitatielast
1,017
1,098
1,174
1,173
1,235
Versnelde afschrijving boekwaardes / desinvesteringen (per 2019)
n.v.t.
4,261
0,928
0
2,233
0
0
- 0,245
- 0,245
- 0,120
Reductie effecten bedrijfsvoering
Totaal Overig: reductie reistijdverliezen
Onderbouwing • Investeringskosten: zie sheets 67 t/m 70 voor een toelichting op de renovatie- en nieuwbouwwerkzaamheden; de hoge investeringen voor scenario’s 2 en 4 worden verklaard door het forse bouwvolume dat in Lekkerkerk wordt toegevoegd in combinatie met de drie parkeerlagen (in scenario 3 parkeren op maaiveld). • Totaal jaarlijkse exploitatielasten: de investeringen zijn hierin via de kapitaallasten (rente en afschrijvingen) verdisconteerd; verder bestaan deze uit de gebouwexploitatielasten (meerjarenonderhoud, energie, schoonmaak, verzekeringen etc.). Voor het vastgoed dat nog wel in eigendom is maar niet in gebruik, wordt leegstandsbeheer ingezet. • Voor vertaling investeringen naar jaarlasten actuele rekenrente 0,9% gehanteerd; mogelijke hogere rentelasten in de toekomst laten jaarlasten substantieel stijgen (zie sheet 70). • Boekwaardes investeringen sinds 2014 worden, indien van toepassing, versneld afgeschreven. Voor scenario 3 is deze 0, immers bestaande panden worden verkocht, niet afgeschreven. • Organisatorische lasten: de directe, locatiegebonden personele lasten; reistijdverliezen omgerekend naar kosten personele capaciteit en reiskosten (zie sheet 72);
Corona-effecten fase 4
Financieel (2) Groen Geel/oranje Rood
Scenario 3: nul-op-de-meter met volledig circulaire houtskeletbouw Criteria en scenario’s
Weging
Nulsituatie
Bedragen in € mln excl. BTW
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Investeringskosten (eenmalig)
n.v.t.
18,17
25,39
26,92
23,134
TCO/Totaal jaarlijkse exploitatielasten gebouw (kap.lasten + gebouwexpl.)
1,017
1,06
1,30
1,30
1,237
0
0
- 0,24
- 0,24
- 0,12
Totaal saldo jaarlijkse exploitatielast
1,017
1,06
1,06
1,06
1,117
Versnelde afschrijving boekwaardes / desinvesteringen (per 2019)
n.v.t.
4,261
0,928
0
2,234
0
0
- 0,110
- 0,110
- 0,055
Reductie effecten bedrijfsvoering
Totaal Overig: reductie reistijdverliezen
Onderbouwing • Investeringskosten: zie sheets 67 t/m 70 voor een toelichting op de renovatie- en nieuwbouwwerkzaamheden; de hoge investeringen voor scenario’s 2 en 4 worden verklaard door het forse bouwvolume dat in Lekkerkerk wordt toegevoegd in combinatie met de drie parkeerlagen (in scenario 3 parkeren op maaiveld). • Totaal jaarlijkse exploitatielasten: de investeringen zijn hierin via de kapitaallasten (rente en afschrijvingen) verdisconteerd; verder bestaan deze uit de gebouwexploitatielasten (meerjarenonderhoud, energie, schoonmaak, verzekeringen etc.). Voor het vastgoed dat nog wel in eigendom is maar niet in gebruik, wordt leegstandsbeheer ingezet. • Voor vertaling investeringen naar jaarlasten actuele rekenrente 0,9% gehanteerd; mogelijke hogere rentelasten in de toekomst laten jaarlasten substantieel stijgen (zie sheet 70). • Boekwaardes investeringen sinds 2014 worden, indien van toepassing, versneld afgeschreven. Voor scenario 3 is deze 0, immers bestaande panden worden verkocht, niet afgeschreven. • Organisatorische lasten: de directe, locatiegebonden personele lasten; reistijdverliezen omgerekend naar kosten personele capaciteit en reiskosten (zie sheet 72); saldo toevoegen 47 thuiswerkvergoeding (na Corona) en vermindering forensenvergoeding nader te bepalen.
Herontwikkelingspotentieel
Business case feb. 2020
Groen Geel Rood
Criteria en scenario’s (bedragen in € mln)
Weging
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Opbrengst uit marktwaarde ‘as is’ Opbrengst uit indicatieve grondwaarde bij alternatieve bestemming Maatschappelijke opbrengst (wonen, zorg, economie, retail, andere maatschappelijke voorzieningen) Totaal Onderbouwing Corona heeft geen impact op de beoordeling van het herontwikkelingspotentieel. • Financiële aspecten: het saldo van de boekwaardes enerzijds en de opbrengst van de eventuele marktwaardes bij verkoop of bij herontwikkeling anderzijds valt in de meeste scenario’s neutraal uit. • Het herontwikkelingspotentieel heeft voornamelijk een maatschappelijke betekenis.
48
Corona-effecten fase 4
Herontwikkelingspotentieel Groen Geel Rood
Criteria en scenario’s (bedragen in € mln)
Weging
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Opbrengst uit marktwaarde ‘as is’ Opbrengst uit indicatieve grondwaarde bij alternatieve bestemming Maatschappelijke opbrengst (wonen, zorg, economie, retail, andere maatschappelijke voorzieningen) Totaal Onderbouwing Corona heeft geen impact op de beoordeling van het herontwikkelingspotentieel. • Financiële aspecten: het saldo van de boekwaardes enerzijds en de opbrengst van de eventuele marktwaardes bij verkoop of bij herontwikkeling anderzijds valt in de meeste scenario’s neutraal uit. • Het herontwikkelingspotentieel heeft voornamelijk een maatschappelijke betekenis.
49
Bereikbaarheid
Business case feb. 2020
Groen Geel Rood
Criteria en scenario’s
Weging
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Reistijd per auto (inwoner) Reistijd per auto (medewerker) Reistijd OV (inwoner & medewerker) Parkeren Overlast omgeving Totaal Onderbouwing • Per auto: voor zowel inwoners als medewerkers scoren de locaties Bergambacht en Stolwijk het best (minste gemiddelde reistijd); dat betekent dat een nieuwbouwscenario dat uitgaat van een van deze twee kernen het best scoort. De slechte scores van Lekkerkerk en Schoonhoven maken dat deze twee gemiddeld ongunstig tot zeer ongunstig scoren. Doordat scenario 4 voor medewerkers uitgaat van Lekkerkerk scoort het op dat punt ongunstig. Maar voor de publieksfuncties in Stolwijk scoort de reistijd voor inwoners gunstig. • OV: de analyse is vrijwel vergelijkbaar met die voor het OV omdat ook hier geldt dat Bergambacht en Stolwijk het best scoren. Alleen scenario 4 scoort wat ongunstiger dan reizen per auto omdat Stolwijk wat slechter scoort op OV. • Parkeren: zie de resultaten in de tabel op sheet 76: in de twee centrale scenario’s is het mogelijk het parkeren op te lossen; in scenario 2 betekent de bouw van de parkeerdekken t.o.v. het maaiveld-parkeren van scenario 3 nog een extra investering en is daarmee wat ongunstiger. In de scenario’s 1 en 4 lossen we het parkeerprobleem niet of deels op. Overlast omgeving: de hinder die omwonenden ondervinden van al het verkeer van en naar het gemeentekantoor.
In scenario’s 2 en 4 is overlast voor de inwoners van Lekkerkerk zeer fors. In scenario 1 verspreidt het probleem zich en scenario 3 kan geoptimaliseerd worden op de juiste locatie.
Corona-effecten fase 4
Bereikbaarheid Groen Geel Rood
Criteria en scenario’s
Weging
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Reistijd per auto (inwoner) Reistijd per auto (medewerker) Reistijd OV (inwoner & medewerker) Parkeren Overlast omgeving Totaal Onderbouwing Corona heeft geen impact op de beoordeling van de bereikbaarheid. In scenario’s 2 en 3 hoeven minder parkeerplaatsen gerealiseerd te worden dan voor de coronacrisis. Dit effect is terug te zien op de financiële sheet. • Per auto: voor zowel inwoners als medewerkers scoren de locaties Bergambacht en Stolwijk het best (minste gemiddelde reistijd); dat betekent dat een nieuwbouwscenario dat uitgaat van een van deze twee kernen het best scoort. De slechte scores van Lekkerkerk en Schoonhoven maken dat deze twee gemiddeld ongunstig tot zeer ongunstig scoren. Doordat scenario 4 voor medewerkers uitgaat van Lekkerkerk scoort het op dat punt ongunstig. Maar voor de publieksfuncties in Stolwijk scoort de reistijd voor inwoners gunstig. • OV: de analyse is vrijwel vergelijkbaar met die voor het OV omdat ook hier geldt dat Bergambacht en Stolwijk het best scoren. Alleen scenario 4 scoort wat ongunstiger dan reizen per auto omdat Stolwijk wat slechter scoort op OV. • Parkeren: zie de resultaten in de tabel op sheet 76: in de twee centrale scenario’s is het mogelijk het parkeren op te lossen; in scenario 2 betekent de bouw van de parkeerdekken t.o.v. het maaiveld-parkeren van scenario 3 nog een extra investering en is daarmee wat ongunstiger.
In de scenario’s 1 en 4 lossen we het parkeerprobleem niet of deels op. Overlast omgeving: de hinder die omwonenden ondervinden van al het verkeer van en naar het gemeentekantoor. In scenario’s 2 51 en 4 is overlast voor de inwoners van Lekkerkerk zeer fors. In scenario 1 verspreidt het probleem zich en scenario 3 kan geoptimaliseerd worden op de juiste locatie.
Multifunctionaliteit
Business case feb. 2020
Groen Geel Rood
Criteria en scenario’s
Weging
gunstig suboptimaal ongunstig
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
(4 kantoren bestaand)
(centraal bestaand)
(nieuwbouw)
(hybride model)
Ruimte voor aanvullende functies Ruimte voor samenwerking ketenpartners Totaal Onderbouwing • In scenario’s die uitgaan van het gebruik van de bestaande gemeentekantoren is er in beginsel nauwelijks tot geen ruimte om functies toe te voegen. Immers, nu al is het ruimtegebruik in Bergambacht, Stolwijk en Schoonhoven zeer intensief. Enige ruimte zou er in Lekkerkerk gerealiseerd kunnen worden wanneer men het ruimtegebruik wat zou herschikken. • In scenario’s 2 en 4 zijn er beperkte mogelijkheden wanneer er nog meer bouwvolume in Lekkerkerk wordt toegevoegd. Echter, dit heeft een negatief effect op de investeringskosten en de jaarlijkse exploitatielasten van het gebouw evenals op de duurzaamheidsscore (meer m² in gebruik dan strikt noodzakelijk voor de gemeentelijke organisatie zelf). • Scenario 3 is gunstig omdat de optimalisatie van het vloeroppervlak nog ruimte laat om - door te werken met een iets lagere maar gezien de kwaliteit van de nieuwbouw nog steeds verantwoorde flexfactor - functies toe te voegen of onderdak te bieden aan ketenpartners zodat samenwerking mogelijk is.