CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL Toelichting en Regels bestplan Middelblok 107 - 109, Gouderak

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan Middelblok 107-109 Gouderak18.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het hoogheemraadschap houdt het land veilig en bewoonbaar, nu en in de toekomst, en draagt bij aan de leefbaarheid van het gebied. Het beheer en onderhoud zijn gericht op het vergroten van de toekomstbestendigheid van het (afval)watersysteem. Bij grote investeringen in nieuwe infrastructuur en de aanleg van woon- of werkgebieden, denkt het Hoogheemraadschap actief mee met initiatiefnemers over de mogelijke gevolgen van hun plannen voor overstromingsrisico's, wateroverlast, de waterkwaliteit en de afvalwaterketen. In het waterbeheerplan staan 10 doelen van het Hoogheemraadschap omschreven. Deze doelen hebben onder andere betrekking op waterveiligheid, optreden bij incidenten en het onderhouden van de waterkering. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan.

De watertoets bestaat uit twee onderdelen:  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Planspecifiek Voorliggend plan betreft een bestemmingswijziging van een bedrijf en de uitbreiding van het bouwvlak. Het plan voorziet in een toename aan verhard oppervlak. De toename van het verhard oppervlak bedraagt maximaal 3.000 m². De vrije voet voor verhardingstoename waarbinnen niet gecompenseerd hoeft te worden is 500 m². Van de te compenseren verhardingstoename (2.500 m²) moet 10% gecompenseerd worden in te graven water. Door de sloot aan de achterzijde aan te brengen en de sloot aan de oostzijde te verbreden wordt er 250 m² gecompenseerd. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig. Bij het verharden/bebouwen van de gronden zal een melding/vergunning worden aangevraagd ten behoeve van het te compenseren water.

28

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Het hemelwater zal worden afgevoerd via het oppervlaktewater. Om te voorkomen dat het hemelwater verontreinigd raakt, zullen niet-uitlogende materialen worden toegepast. Het vuilwater wordt afgevoerd via het bestaande riool. Het plan is uitvoerbaar op het aspect water.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Voor onderhavig plan is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 3. De belangrijkste conclusies ten aanzien van gebiedsbescherming en soortenbescherming worden hieronder beschreven. Gebiedsbescherming In de omgeving van het plangebied betreft het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de Reeuwijkse plassen. Dit gebied ligt op ruim 4,5 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot het te beschermen gebied, kan het optreden van significante negatieve effecten als gevolg van geluid, trillingen, licht etc. worden uitgesloten.

Een toename van stikstofemissie als gevolg de verplaatsing/uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten kan wel tot op grotere afstand effect hebben op de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied. Daarom zijn voor het plan een tweetal stikstofberekeningen uitgevoerd. Deze zijn opgenomen in bijlage 4 (voor de aanleg- en bouwwerkzaamheden) en bijlage 5 (voor het nieuwe gebruik). Uit de Aerius-berekeningen blijkt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen bijdrage aan de stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar veroorzaakt op de Natura-2000 gebieden in de omgeving. Omdat de stikstofdepositie niet toeneemt is er geen sprake van significante effecten in Natura 2000-gebied als gevolg van het plan.

Middelblok 107 - 109, Gouderak

29

Soortenbescherming In het onderzoekrapport wordt geconcludeerd dat er geen effecten zullen optreden die van invloed zijn op beschermde soorten, mits tijdens de uitvoering rekening wordt gehouden met een aantal preventieve en mitigerende maatregelen. Deze preventieve en/of mitigerende maatregelen zijn:  Voer een broedvogelcheck uit als het (opgeslagen) materiaal tijdens het broedseizoen wordt geruimd;  Voorkom uitstralen van bouwplaatsverlichting voor vleermuizen;  Verwijderen houtsnippers in april;  Zand- en grondhopen beschermen tegen intreden van amfibieën en/of verwijderen in de periode apriloktober;  Tijdens de werkzaamheden dient de algemene zorgplicht voor flora en fauna in acht te worden genomen. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Voorliggend initiatief betreft de bestemmingswijziging van een bedrijf van agrarisch naar niet-agrarisch en de uitbreiding van het bouwvlak in combinatie met het realiseren van bedrijfsgebouwen. De bedrijfsactiviteiten veranderen niet wezenlijk, met dien verstande dat de agrarische activiteit vervalt. De uitbreiding van het bouwvlak heeft vooral als doel om de opstallen die aan de Middelblok 113 wegvallen te compenseren. Deze opstallen worden enkel gebruikt voor het stallen van voertuigen en machines die in de huidige situatie aan de Middelblok 113 worden gestald. Voorliggend plan heeft daarom geen extra verkeersbewegingen op de Middelblok tot gevolg aangezien de outillage van het bedrijf niet wijzigt. Het plangebied blijft op dezelfde wijze ontsloten via de Middelblok. In het plangebied geldt het 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard', waarbij de gemiddelde parkeerkencijfers van de CROW-publicatie 'toekomstbestendig parkeren' als norm worden gehanteerd. In het plangebied is voldoende ruimte om op eigen terrein te parkeren. Dit betreft met name de parkeerbehoefte van eigen werknemers. Voor de ligging van de parkeerplaatsen wordt verwezen naar de inrichtingstekening in bijlage 2 van de regels. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard

30

Middelblok 107 - 109, Gouderak

blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Het plangebied ligt in een cultuurhistorisch waardevol veenweidegebied en dijklint. Het plan betreft een bestemmingswijziging en de uitbreiding van het bouwvlak om bedrijfsbebouwing te kunnen toevoegen. De uitbreiding vindt plaats aan de achterzijde van het perceel. Dit past bij het verkavelingspatroon van het lint. Vanaf de dijk zal de nieuwe bedrijfsbebouwing nauwelijks zichtbaar zijn door de al aanwezige bebouwing en beplanting. De bestaande doorzichten tussen de bebouwing door vanaf de dijk naar het achterland blijven intact.

Gezien de omvang van het achterliggende poldergebied en de relatief beperkte uitbreiding kan gesteld worden dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het veenweidelandschap. Met de voorgenomen ontwikkeling blijven de cultuurhistorische kwaliteiten van het veenweidelandschap en het dijklint behouden. Archeologie Het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Onderstaand is een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Krimpenerwaard weergegeven. Hierop is te zien dat de voorzijde van het plangebied 'Waarde Archeologie 3'. Deze categorie betreft de middeleeuwse bewoningslinten langs o.a. de Hollandsche IJssel, waarvoor een (zeer) hoge verwachting geldt ten aanzien van verspreide bewoning uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd (met name huisplaatsen en boerderijen). In dit gebied geldt een onderzoeksverplichting voor bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld. Met voorliggend plan zullen aan de voorzijde van het plangebied geen bodemingrepen plaatsvinden.

Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Krimpenerwaard

Middelblok 107 - 109, Gouderak

31

Op bovenstaande afbeelding is te zien dat de achterzijde van het plangebied 'Waarde Archeologie 6' heeft. Hiervoor geldt een onderzoeksverplichting bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 3 meter onder het maaiveld. Met voorliggend plan wordt het bouwvlak aan de achterzijde van het perceel uitgebreid ten behoeve van de realisatie van bedrijfsgebouwen. De reeds bestaande en de nieuwe bedrijfsbebouwing zal in totaal een gezamenlijke oppervlakte hebben van maximaal 2.500 m 2. Er is daarom geen archeologisch onderzoek nodig voor de voorgenomen ontwikkeling. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' wordt in onderhavig plan overgenomen. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.

4.6

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen zijn: transportleidingen voor gevaarlijke stoffen, gastransportleidingen (druk van 10 atmosfeer en hoger), watertransportleidingen en rioolpersleidingen met een regionale functie en optisch vrije paden. In onderhavig plangebied is geen sprake van de hierboven genoemde kabels en leidingen. Het plan is uitvoerbaar op het gebied van kabels en leidingen.

4.7

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

32

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voor de bestemmingen en de opzet van de regels is aangesloten bij de systematiek van het bestemmingsplan "Middelblok" (2011) van de voormalige gemeente Ouderkerk. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen en bijzonderheden:  'Bedrijf'; waarbij bouwvlakken worden opgenomen voor de bestaande en nieuwe gebouwen. Met een specifieke functieaanduiding - 1 wordt specifiek voor dit bedrijf omschreven welke bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgevoerd.  Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'; voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden.  Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'.  De landschappelijke inpassing is als voorwaardelijke verplichting opgenomen. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Middelblok 107 - 109, Gouderak

33

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Verslag inspraak en vooroverleg

Het bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg toegezonden aan de diverse instanties. In de Nota van beantwoording reacties vooroverleg in bijlage 6 zijn de reacties kort samengevat en beantwoord. Op een aantal punten heeft dit geleid tot aanvullingen in de toelichting van het plan.

6.3

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 16 september 2020 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Er zijn drie zienswijzen ingediend. Deze zijn in de Nota van beantwoording zienswijzen in bijlage 7 samengevat en van een antwoord voorzien. Tevens is aangegeven op welke onderdelen dit heeft geleid tot aanpassing van het plan.

34

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Bijlagen bij de toelichting

Middelblok 107 - 109, Gouderak

35

36

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Bijlage 1

Advies Abc

Middelblok 107 - 109, Gouderak

37

38

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

Middelblok 107 - 109, Gouderak

39

40

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

Middelblok 107 - 109, Gouderak

41

42

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Bijlage 4

Stikstofberekening aanlegfase

Middelblok 107 - 109, Gouderak

43

44

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Bijlage 5

Stikstofberekening voorgenomen gebruik

Middelblok 107 - 109, Gouderak

45

46

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Bijlage 6

Nota beantwoording reacties vooroverleg

Middelblok 107 - 109, Gouderak

47

48

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Bijlage 7

Nota beantwoording zienswijzen

Middelblok 107 - 109, Gouderak

49

50

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Regels

Middelblok 107 - 109, Gouderak

51

52

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan het bestemmingsplan Middelblok 107 - 109, Gouderak met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP1904BG010VG01 van de gemeente Krimpenerwaard. 1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 Aan- of uitbouw Een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een woning dat door haar indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van een woning. 1.4 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 Aaneengebouwd Blokken van meer dan twee aaneengebouwde woningen. 1.7 Agrarisch bedrijf Een onderneming, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.8 Agrarisch aanverwant bedrijf Een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven en groene en recreatie functies in het buitengebied zonodig met behulp van werktuigen en apparatuur of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van werktuigen of apparatuur.

Kenmerkende werkzaamheden zijn cultuurtechnische werken en grondverzet, meststoffendistributie en agrarisch loonwerk. 1.9 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10 Bebouwingspercentage Het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 1.11 Bedrijf Een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, niet zijnde zelfstandige detailhandel. 1.12 Bedrijfsgebonden detailhandel Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het bedrijfsproces, waarbij de detailhandelsfunctie naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de bedrijfsfunctie. 1.13 Bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer (agrarische) bedrijfsactiviteiten. 1.14 Bedrijfswoning Een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein bestemd voor de huisvesting van één huishouden waarvan huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is.

Middelblok 107 - 109, Gouderak

53

1.15 Bestaand Ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.16 Bijgebouw Een bij een woning behorend gebouw, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat niet voor bewoning is bestemd. 1.17 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.18 Bestemmingsplan 'Middelblok' Het bestemmingsplan 'Middelblok' met identificatienummer NL.IMRO.0644.BP1022MI002-VG01 en vastgesteld op 30 juni 2011. 1.19 Bestemmingsplan 'Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard' Het bestemmingsplan 'Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard' met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP1804BG008-VG01 en vastgesteld op 05 maart 2019. 1.20 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.22 Bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.23 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24 Bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel. 1.25 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.26 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.27 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.28 Erf Al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat, blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst. 1.29 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.30 Gebruiken Gebruiken, doen gebruiken of laten gebruiken. 1.31 Hoofdgebouw Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken.

54

Middelblok 107 - 109, Gouderak

1.32 Kantoor Gebouw of deel daarvan dat gebruikt wordt voor de bedrijfsmatige verlening van diensten op administratief, financieel, ontwerptechnisch, juridisch of ander daarmee gelijk te stellen gebied. Bij een bedrijfsgebonden kantoor staat de dienstverlening ten dienste van en is verbonden aan de uitoefening van bedrijfsactiviteiten. Bij een zelfstandig kantoor is dat niet het geval. 1.33 Nutsvoorziening Voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, gemaalgebouwtjes, bemalingsinstallaties, bergbezinkbassins, gasreduceerstations, telefooncellen, etc. 1.34 Onderkomen Een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voorzover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent. 1.35 Overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.36 Peil 1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg, ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het bestaande terrein, zoals aanwezig ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan, ter plaatse van die hoofdtoegang; 3. het Nieuw Amsterdams Peil (NAP) indien het gebouw of het bouwwerk, geen gebouw zijnde, is gelegen in of op de grens van het water.

1.37 Seksinrichting De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.38 Staat van Bedrijfsactiviteiten De Staat van bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.39 Stedenbouwkundige Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake stedenbouw. 1.40 Voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.41 Voorgevelrooilijn Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.42 Vrijstaand Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.43 Woning Een hoofdgebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Middelblok 107 - 109, Gouderak

55

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 De afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens Vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de perceelsgrens. 2.2 De breedte van een gebouw Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat. 2.3 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 De inhoud van een bouwwerk Tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.7 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

56

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf -1': uitsluitend een loonbedrijf in agrarisch- en agrarisch aanverwant loonwerk, werk in grond-, weg- en waterbouw alsmede werk in groenvoorziening, behorende tot categorie 3.1 van de bij deze regels gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 1). b. verhardingen, parkeervoorzieningen, water, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming, waaronder begrepen nutsvoorzieningen; c. bedrijfsgebonden kantoren; d. bedrijfsgebonden detailhandel; met dien verstande dat: e. parkeren in het kader van de bedrijfsvoering dient op eigen terrein plaats te vinden; f. per bedrijfsperceel het kantooroppervlak ten hoogste 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak mag bedragen, tot ten hoogste 2000 m2; g. zelfstandige detailhandel niet is toegestaan, behoudens indien het detailhandel betreft die reeds bestond op het moment van ter inzage legging van het ontwerp van het plan; alsmede voor: h. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': een bedrijfswoning; 3.2 Bouwregels De gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak worden opgericht; b.

aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen zowel binnen als buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht, met dien verstande dat deze achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning of de bedrijfsgebouwen moeten zijn gelegen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht, met dien verstande dat buiten het bouwvlak geen overkappingen mogen worden opgericht; d. de oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' is aangegeven; e. de inhoud van een woning, inclusief aan- en uitbouwen en exclusief bijgebouwen en ondergrondse kelders (met uitzondering van ruimten aanwezig tussen de begane grondvloer en het aansluitend afgewerkt terrein), bedraagt ten hoogste 650 m3 behoudens dat indien de woning ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan een grotere inhoud had, deze inhoud als zodanig is toegestaan; f. het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' weergegeven; g. de gezamenlijke oppervlakte van bij eenzelfde bedrijfswoning behorende aan- en uitbouwen, en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 50 m2; h.

de goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' en 'maximum bouwhoogte' is aangegeven;

Middelblok 107 - 109, Gouderak

57

i.

de goothoogte en/of bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste:

j. k.

bebouwing dient op minimaal 3 meter uit de boveninsteek van de watergang gebouwd te worden; het bepaalde in artikel 8 Algemene bouwregels.

3.3 Nadere eisen 3.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, de vorm, de afmetingen, dakbeëindiging, kapvorm en bouwhoogte van bebouwing. 3.3.2 Deze nadere eisen mogen slechts worden gesteld indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is, vanuit: a. milieuhygiënisch, verkeerskundig, ecologisch, landschappelijk, natuurwetenschappelijk en cultuurhistorisch oogpunt, één en ander mede gelet op de aard van de bedrijfsvoering en de ligging, alsmede de omvang van het bedrijf; b. het behoud van de bebouwingskarakteristiek van de omgeving; c. het behoud van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Het is verboden de gronden buiten het bouwvlak voor zover gelegen voor de naar de openbare weg gekeerde bouwgrenzen of op minder dan 3 meter afstand gemeten vanuit de bestemmingen 'Water - 2' of 'Agrarisch' in het bestemmingsplan 'Middelblok' of de bestemmingen 'Agrarisch met waarden' of 'Natuur-Extensief agrarisch medegebruik' in het bestemmingsplan 'Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard' te gebruiken: a. voor het opslaan van goederen voor bedrijfsdoeleinden; b. als opslagplaats van hout- en aannemersmaterialen ; c. als opslagplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen.

3.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Binnen 2 jaar nadat de omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw bedrijfsgebouw is verleend, dienen de beplantingsmaatregelen ten behoeve van de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels, uitgevoerd te zijn en zodanig in stand gehouden te worden dat blijvend sprake is van een landschappelijke inpassing.

58

Middelblok 107 - 109, Gouderak

3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1.1 onder a ten behoeve van de vestiging van bedrijven in categorie 1 en 2 van de in bijlage 1 van deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel bedrijven die niet worden genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, indien en voor zover: a. deze bedrijven naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn aan bedrijven, die genoemd zijn in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. Bevi-inrichtingen niet zijn toegestaan; c. vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan; d. bedrijven die zijn opgenomen in de lijst van inrichtingen als bedoeld in artikel 41 Wet Geluidhinder niet zijn toegestaan; e. er moet worden voldaan aan de milieuaspecten in het kader van de milieuwetgeving. 3.5.2 Procedureregels Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.5.1 kan schriftelijk advies ingewonnen worden bij een milieudeskundige, met betrekking tot de vraag of aan de in het desbetreffende artikel genoemde criterium voor het afwijken van de gebruiksregels is voldaan.

Middelblok 107 - 109, Gouderak

59

Artikel 4

Waarde - Archeologie 3

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden van gronden met een (zeer) hoge archeologische verwachting in verband met ontginningsassen en dijk- en polderlinten (inclusief dijk/kade), waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 4.2.1 Verbod Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 3' mede bestemde gronden. 4.2.2 Uitzonderingen Het in lid 4.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; c. bebouwing waarvoor bodemingrepen plaatsvinden die een diepte van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld en een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 100 m² hebben en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; d.

de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 4.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 4.3.2aan de vergunning. 4.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.3.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

60

Middelblok 107 - 109, Gouderak

4.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.3.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen; c. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. het aanleggen van drainage; f. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het aanbrengen van diepwortelende bomen en/of beplanting; h. het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; i.

het verlagen van het grondwaterpeil; j. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen , diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden. 4.4.2 Uitzonderingen Het in lid 4.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd op gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. het archeologisch onderzoek betreffen, of; c. een diepte van niet meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld en een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 100 m² hebben, of; d. het normale onderhoud en beheer betreffen, of; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; f. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 4.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden als gevolg van de werken of werkzaamheden niet worden verstoord, of; c.

op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 4.4.4 aan de vergunning.

Middelblok 107 - 109, Gouderak

61

4.4.4 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 4.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.

62

Middelblok 107 - 109, Gouderak

Artikel 5

Waarde - Archeologie 6

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden van gronden met een middelhoge archeologische verwachting in verband met holoceen afgedekt rivierenlandschap, stroomgordels Benschop riviersysteem, en zeer diep gelegen afgedekte rivierduinen (onbekende verwachting), waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 5.2.1 Verbod Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 6' mede bestemde gronden. 5.2.2 Uitzonderingen Het in lid 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 3 meter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; c. bebouwing waarvoor bodemingrepen plaatsvinden die een diepte van niet meer dan 3 meter onder het bestaande maaiveld en een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.500 m² hebben en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; d.

de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 5.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 5.3.2 aan de vergunning. 5.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

Middelblok 107 - 109, Gouderak

63

5.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen; c. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. het aanleggen van drainage; f. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het aanbrengen van diepwortelende bomen en/of beplanting; h. het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; i.

het verlagen van het grondwaterpeil; j. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden. 5.4.2 Uitzonderingen Het in lid 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd op gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 3 meter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. het archeologisch onderzoek betreffen, of; c. een diepte van niet meer dan 3 meter onder het bestaande maaiveld en een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.500 m² hebben, of; d. het normale onderhoud en beheer betreffen, of; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; f. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 5.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden als gevolg van de werken of werkzaamheden niet worden verstoord, of; c.

op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 5.4.4 aan de vergunning.

64

Middelblok 107 - 109, Gouderak

5.4.4 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.

Middelblok 107 - 109, Gouderak

65

Artikel 6

Waterstaat - Waterkering

6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 De voor 'Waterstaat – Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen(en), mede bestemd voor: a. werken ten behoeve van de waterkering; b. de waterhuishouding met de daarbij behorende voorzieningen; c. voorzieningen ten dienste van de geleiding en beveiliging van het scheepvaartverkeer. 6.1.2 Voor zover op de verbeelding dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering'; b. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'; c. tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming. 6.2 Bouwregels De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. ten behoeve van deze bestemming mogen uitsluiten bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd tot een bouwhoogte van maximaal 3 m; b. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet worden gebouwd. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6, lid 2, onder b indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterstaatsbelangen of de belangen van de waterkering.

6.3.2 Procedureregel Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. 6.4 Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningvereiste Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven of ophogen van gronden met meer dan 0,3 m; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; c. het aanleggen van oppervlakteverhardingen; d. het aanleggen van een vooroeverconstructie. 6.4.2 Uitzonderingsbepaling Het in artikel 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. werken en/of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan in uitvoering zijn; c. werken en/of werkzaamheden die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

66

Middelblok 107 - 109, Gouderak

6.4.3 Toelaatbaarheid Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden welke het plan beoogt te beschermen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 6.4.4 Procedureregel Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden verkrijgen burgemeester en wethouders een advies van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

Middelblok 107 - 109, Gouderak

67

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Bebouwingsvrije zone langs water Onverminderd het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mag op en in gronden: a. die zijn gelegen binnen een afstand van 5 m vanuit de bestemming 'Water – 2' in het bestemmingsplan 'Middelblok'; gemeten vanaf de bovenkant van de taluds, niet worden gebouwd zonder voorafgaande toestemming van burgemeester en wethouders, zoals bedoeld in het hiernavolgende lid. 8.2 Algemene afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen, na advies te hebben ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard voor zover het betrekking heeft op bestemming 'Water – 2' in het bestemmingsplan 'Middelblok', bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 ten behoeve van het bouwen tot aan de bestemmingsgrens van desbetreffende gronden. 8.3 Procedureregel Bij het afwijken van de bouwregels als bedoeld in artikel 8.2 zijn de algemene procedureregels van toepassing zoals opgenomen in artikel 13 van deze regels.

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Algemeen verbod op strijdig gebruik Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de bestemming. 9.2 Bijzonder gebruiksverbod Het is in ieder geval verboden bouwwerken en gronden te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken: a. als seksinrichting; b. als standplaats voor onderkomens, alsmede wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van detailhandel; c. als kampeerterrein, caravanterrein en dagcamping; d. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; e. als opslagplaats van hout en aannemersmaterialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; f. als terrein voor het al dan niet ten verkoop opslaan en opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, danwel geheel of ten dele uit gebruikte onderdelen samengestelde motorvoertuigen of aanhangwagens c.q. onderdelen daarvan, welke bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn; g. voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport, alsmede voor het crossen met motorvoertuigen en bromfietsen; h. voor (mest)bassins;

68

Middelblok 107 - 109, Gouderak

i. voor bewoning ter plaatse van vrijstaande bijgebouwen; behoudens voor zover anders is bepaald in de specifieke gebruiksregels zoals opgenomen in de artikelen in hoofdstuk 2. 9.3 Uitzonderingen bijzonder gebruiksverbod Het in het artikel 9.2 bepaalde is niet van toepassing op: a. het (tijdelijke) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; 9.4 Algemene afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder artikel 9.1 indien strikte toepassing van die bepalingen zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 9.5 Procedureregel Bij het afwijken van de gebruiksregels als bedoeld in artikel 9.4 zijn de algemene procedureregels van toepassing zoals opgenomen in artikel 13 van deze regels.

Artikel 10

Algemene aanduidingsregels

10.1 geluidzone - industrie Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' gelden de volgende regels: a. De bouw van een woning of een gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, alsmede in artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder, is binnen deze geluidzone niet toegestaan, tenzij: 1. een besluit tot vaststelling van een hogere grenswaarde voor de betrokken woning of voor het betrokken gebouw vóór de vaststelling van dit plan is verleend; 2. uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op enige gevel van de betrokken woning of het betrokken gebouw niet hoger zal zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. 10.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van: a. het verwijderen van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie', mits geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen aanwezig dan wel toegestaan zijn; b. het wijzigen van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' mits: 1. de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein van de gevels van dit geluidsgevoelige object niet hoger zal zijn dan de voorkeursgrenswaarde of een vastgesteld hogere grenswaarde. 2. als gevolg van wijziging in gebruik, bedrijfsvoering, regelgeving of vergunningverlening hiertoe aanleiding bestaat.

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

11.1 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van de regels in dit bestemmingsplan voor: a. afwijkingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits de afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages, met uitzondering van de oppervlakte zoals genoemd in artikel 3.2 onder d en de goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen zoals opgenomen op de verbeelding en gekoppeld aan artikel 3.2 lid h;

Middelblok 107 - 109, Gouderak

69

b.

c.

d.

e.

f.

het aanbrengen van geringe aanpassingen in de plaats en de richting van bouwgrenzen, geen bestemmingsgrens zijnde, mits deze nodig zijn in verband met afwijkingen en onnauwkeurigheden van de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie, dan wel nodig zijn in verband met de juiste inpassing van de gebouwen binnen bouwvlakken, waarbij de grenzen met niet meer dan 5 m worden verschoven; het overschrijden van de grenzen van het bouwvlak naar iedere zijde grenzend aan het openbare gebied door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 2 m; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 m, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m2 en de bouwhoogte maximaal 3 m zal bedragen; voor zover deze overschrijding van grenzen niet leidt tot wijziging van bestemmingen of onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een oppervlakte van ten hoogste 25 m2 en een goothoogte van niet meer dan 4 m ten dienste van het openbaar nut, zoals schakelhuisjes, wachthuisjes, telefooncellen en gasdrukregel- en gasdrukmeetstations; het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=bb74dcfb-a1c0-4df3-989f-842a1f4ac59a