BIJL TOELICHTING Bestemmingsplan IJsselgaarde
Tekst van het document
46
in de nieuwe situatie afgevoerd via het gemeentelijk gemengd rioleringsstelsel ter hoogte van de IJssellaan. Hiervoor wordt een nieuwe aansluiting aangevraagd. De technische uitwerking van de benodigde aansluiting op het rioleringsstelsel zal plaatsvinden in de uitwerking van de bouwaanvraag. De bestaande bedrijfsaansluiting vervalt. Hergebruik van hemelwater bij woningen kan in beperkte mate plaatsvinden door middel van de opvang van gietwater voor de tuin. Het overtollig water vloeit af via omliggende kavelsloten, en via de zuidelijk gelegen hoofdwatergang naar het gemaal aan de IJsseldijk. Het plangebied wordt ook in de nieuwe situatie ontsloten via een uitrit op de IJssellaan. De woningen zullen worden verwarmd met warmtepompen (gesloten bron systeem).
Figuur 15
Uitsnede Legger wateren (bron. Keur Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard)
Conclusie Voor de bouw- en aanlegwerkzaamheden binnen het plangebied is geen watervergunning noodzakelijk. Voor de aansluiting van de tijdelijke bouwweg op de primaire waterkering IJsseldijkNoord is een watervergunning noodzakelijk en een omgevingsvergunning op basis van het aanlegvergunningstelsel voor werkzaamheden binnen de beschermingszone van een primaire waterkering. Er vindt geen uitbreiding plaats van verhard oppervlak binnen het plangebied. De extra verharding als gevolg van de bouwweg is tijdelijk van aard. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. De woningen worden opgericht buiten de beschermingszone van de nieuw aangelegde leggerwatergang en buiten de beschermingszone van de primaire waterkering de IJsseldijk. Het Hoogheemraadschap heeft per mail van augustus 2022 aangegeven dat ze waterstaatkundig geen bezwaar heeft tegen het inrichtingsplan. Voor het aanleggen van een brug dient te worden aangesloten op de Algemene regels uit de Keur. Het wateradvies is opgenomen in bijlage 6 en 9.
4.9
Externe veiligheid
Het doel van het externe veiligheidsbeleid is het beheersen van risico’s door opslag en transport van milieugevaarlijke stoffen afkomstig van industriële activiteiten. Tot risicobronnen behoren inrichtingen en transportroutes waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
47
luchthavens. Het wettelijk kader voor de beoordeling van risico’s van transport van gevaarlijke stoffen is sinds april 2015 vastgelegd in de Besluit Externe Veiligheid Transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en risicovolle bedrijvigheid zijn normen voor het Plaatsgebonden Risico (PR) en het Groepsrisico (GR) van belang. Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur.
In gebieden met een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar zijn geen nieuwe kwetsbare objecten toegestaan. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Vervoer gevaarlijke stoffen Het externe veiligheidsbeleid ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over water en (spoor)wegen is sinds 2015 vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes en de Regeling Basisnet. Op basis van het Bevt is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar, voor beperkt kwetsbare objecten in nieuwe situaties geldt een richtwaarde van 10-6 per jaar. De Regeling Basisnet stelt risicoplafonds langs hoofdtransportroutes vast. Per trajectdeel is aangegeven of er sprake is van een plasbrandaandachtsgebied. Nieuwbouw van kwetsbare objecten is
niet
toegestaan
binnen
de
afstanden
van
het
plaatsgebonden
risico.
Binnen
de
plasbrandaandachtsgebieden (zone van 30 meter) gelden aanvullende eisen uit het Bouwbesluit 2012. Als nieuwbouw binnen het invloedsgebied (200 meter) van een transportroute komt, is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. 4.9.1
Beoordeling plangebied
Het plangebied bevindt zich in een bestaand dijklint. Woningen zijn geen activiteiten met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Een woning is volgens het Bevi een kwetsbaar object. Inrichtingen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich op basis van de Risicokaart Zuid-Holland geen inrichtingen met een veiligheidsrisico.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
48
Vervoer gevaarlijke stoffen Over de Hollandse IJssel vindt in beperkte mate vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6 contour) voor binnenvaart reikt niet tot over de oeverlijn. Voor de Hollandse IJssel is geen plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6 contour) vastgesteld. Tevens behoeft voor de Hollandse IJssel geen verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Buisleidingen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een veiligheidsrisico geldt.
Figuur 16
Uitsnede risicokaart (plangebied rood gearceerd)
Ontplofbare oorlogsresten Circa 10 tot 15% van de munitie uit de Tweede Wereldoorlog is als blindganger in de bodem achtergebleven. Als er gewerkt wordt in de bodem kan dit gevaar opleveren. Uit eerder uitgevoerd grootschalig vooronderzoek blijkt dat het plangebied onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Verder onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is volgens ODMH (beoordeling november 2021) niet noodzakelijk. Hoewel er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, kan ODMH niet met zekerheid stellen dat die er niet zijn. Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn passende maatregelen nodig. Bouwkundige maatregelen Geadviseerd wordt om bij de bouw van de woningen uit te gaan van centraal afsluitbare mechanische ventilatie. In geval zich een calamiteit in de omgeving voordoet waarbij giftige (rook)gassen vrijkomen kan door het uitschakelen van ventilatie worden voorkomen dat giftige dampen naar binnen worden gezogen. Op de daken worden zonnepanelen geplaatst, hierbij wordt een extra kans op brand geïntroduceerd. Om de kans op brand te verkleinen wordt geadviseerd de uitgangspunten van de ‘Handreiking advies veilige PV- systemen’ bij onder meer het aanleggen en onderhoud van systemen te hanteren.
Bereikbaarheid hulpdiensten en beschikbaarheid bluswatercapaciteit Een adequate bluswatervoorziening bestaat uit offensief en defensief bluswater. Een goede bereikbaarheid van zowel de bluswatervoorziening als de incidentlocatie zijn randvoorwaarden voor een effectieve en efficiënte incidentbestrijding door de brandweer. Bij nieuwe ruimtelijke Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
49
ontwikkelingen beoordeelt de gemeente welke beheersmaatregelen van toepassing zijn en welke mate van veiligheid wordt geaccepteerd. De eindverantwoordelijkheid voor de toetsing van de beschikbare bluswatervoorziening en de bereikbaarheid van het plangebied ligt bij de gemeente. De veiligheidsregio kan advies uitbrengen. Voor het toetsen van de bereikbaarheid en de bluswatercapaciteit is door de Veiligheidsregio Hollands- Midden de ‘Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid uit 2019’ opgesteld met daarin algemeen geldende richtlijnen. De beschikbare middelen zijn echter ook afhankelijk van andere factoren en partijen, zoals de levering van (drink)water door het waterleveringsbedrijf. Gezamenlijk met de waterleidingbedrijven, de gemeenten en de brandweer is het regionale project ‘Gezamenlijk realiseren toekomstbestendige bluswatervoorziening’ uitgevoerd. Met behulp van scenario’s is een regionaal bluswaterplan opgesteld. Daar waar een ondergrondse brandkraan (offensieve bluswatercapaciteit) een debiet van maximaal 30 m3/uur kan leveren wordt een ‘gestapeld concept’ toegepast om het debiet te kunnen verhogen. Door de inzet van een watertransportvoertuig (WTS) met een watertank van 8.000- 10.000 liter met aanvoerslangen om een afstand van 500 meter te overbruggen kan voldoende bluswater worden geleverd.
De afspraken uit het project zijn vastgelegd in het ‘Convenant bluswatervoorziening VRHM’. De externe veiligheidsparagraaf is voor beoordeling en advies voorgelegd aan de veiligheidsregio Hollands-Midden. In de vooroverlegreactie van de veiligheidsregio in december 2021 is aangegeven dat de opkomsttijd van de brandweer naar het plangebied met circa 4 minuten wordt overschreden. Geadviseerd wordt om aanvullende brandveiligheidsvoorzieningen bij de bouw mee te laten nemen. Hierbij kan gedacht worden aan extra rookmelders in de diverse verblijfsruimten. Dit ten behoeve van een snelle alarmering bij een beginnende brand en daarmee de verkleining van de kans op slachtoffers. Ten aanzien van de bereikbaarheid voor hulpvoertuigen en de capaciteit van de bluswatervoorzieningen is in maart 2023 aanvullend advies gegeven door de veiligheidsregio. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende aspecten van belang. De woningen binnen het plangebied zijn niet via een tweede onafhankelijke route bereikbaar. Binnen het plangebied is wel een keermogelijkheid aanwezig voor hulpvoertuigen met een buiten draaicirkel van 10 meter en een binnenbochtstraal van 5,5 meter. Deze draaicirkels worden niet gehaald bij de entree van het plangebied. De afstand tussen de voorzijde van het plangebied en de keerlus bedraagt ca 105 meter in plaats van de voorgeschreven 80 meter.
De beoogde situatie wijkt af van de richtlijnen in de ‘Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid’. De lengte van de straat tot de keermogelijkheid voor hulpdiensten wordt door de veiligheidsregio als acceptabel beoordeeld. De entree van het plangebied is verruimd. De entree is nu voldoende breed om het maatgevende voertuig (de WTS-500) vanaf zuidelijke richting toegang te geven tot het plangebied. De wegen binnen het plangebied hebben (bijna) overal een minimale wegbreedte van 5,5 meter. Dit is beoordeeld als voldoende bereikbaar mits ook bij werkzaamheden aan een weggedeelte altijd één weghelft bruikbaar is. In de bestaande situatie is een offensieve bluswatervoorziening aanwezig in de vorm van een brandkraan nabij het plangebied ter hoogte van de IJssellaan 24a. Op basis van het project ‘Toekomstige bluswatervoorziening’ is overeengekomen dat de afstand tussen een ondergrondse brandkraan en de brandweeringang ten hoogste 100 meter mag bedragen. Binnen het plangebied zal op basis van advies van de Veiligheidsregio (minimaal) een extra brandkraan met een capaciteit van minimaal 30 m3/uur worden geïnstalleerd ongeveer ter hoogte van het speelveld. De technische uitwerking waaronder de capaciteit van de brandkraan dient nader te worden overlegd met het waterleveringsbedrijf Oasen.
In de algemene gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die toeziet op de aanleg van de brandkraan.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
50
Figuur 17
Locatie tweede brandkraan
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De veiligheidsparagraaf is in het kader van het vooroverleg beoordeeld door de Veiligheidsregio. De bluswatercapaciteit en bereikbaarheid van het plangebied zijn in maart en april 2023 passend bevonden door de Veiligheidsregio Hollands-Midden binnen de afspraken uit het project ‘Gezamenlijk realiseren toekomstbestendige bluswatervoorziening’.
4.10 Verkeer en parkeren In de beoogde situatie zal het plangebied worden ontsloten via de IJssellaan. De weg kan worden gekarakteriseerd als een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een maximale toegestane snelheid van 30 km/uur. Een erftoegangsweg is bedoeld en ingericht om erven en parkeerplaatsen te bereiken en is niet geschikt voor doorgaand verkeer. De IJssellaan sluit aan beide kanten aan op de IJsseldijk-Noord. Het wegprofiel bestaat uit een smalle (6,5m breed) enkelbaans weg zonder gemarkeerd voet- of fietspad, het wegdek van de IJssellaan bestaat uit asfalt. Het gedeelte van de IJssellaan ten zuiden van het plangebied is privaat terrein en in eigendom van de eigenaren van de aanliggende woningen. Op de rijbaan worden voertuigen geparkeerd. Het wegdek van de IJssellaan is in de uitgangssituatie aan vervanging toe. Het asfalt is gescheurd en het wegprofiel is met name aan de noordelijke helft verzakt. In de loop der jaren zijn scheuren steeds pleksgewijs gerepareerd. De IJsseldijk-Noord maakt onderdeel uit van de dijkversterkingsmaatregelen van het project KIJK (Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard).
Binnen het project KIJK wordt de IJsseldijk op verschillende manieren versterkt door onder meer het plaatsen van een damwand als hulpconstructie voor de stabiliteit van de dijk, het versterken van de dijk door extra grond toe te voegen en/ of de realisatie van een nieuwe dijk tegen de huidige dijk aan ('asverschuiving'). In 2018 is een voorkeursalternatief vastgesteld door het bestuur van het waterschap. In samenhang met het dijkherstelproject KIJK wordt de IJssellaan gerenoveerd. De uitvoering van het KIJK project staat thans gepland voor de periode 2023- 2028. Aangezien de IJssellaan aan beide zijden aansluit op de IJsseldijk-Noord, beoogt de gemeente de IJssellaan te repareren in samenhang met de uitvoering van de dijkherstelwerkzaamheden. De geplande werkzaamheden aan de IJssellaan bestaan uit het plaatselijk ophogen van uitgezakte wegstukken, het vervangen van de riolering en het vervangen van het wegdek. Het wegprofiel (waaronder de wegbreedte) blijft ook in de nieuwe situatie gelijk. De geplande dijkversterkende Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
51
maatregelen en de herstelwerkzaamheden van de IJssellaan vallen buiten de reikwijdte van onderhavige ontwikkeling. Naar aanleiding van inspraakreacties van omwonenden op het voorontwerp bestemmingsplan is de toekomstige verkeerskundige situatie in maart 2022 nader onderzocht door DTV Consultants. Hierbij is ook de verkeersveiligheid betrokken. De memo is opgenomen als bijlage 8 van deze toelichting. Gemiddelde verkeersgeneratie In de uitgangssituatie zijn aan de IJssellaan 38 woningen gelegen en een loods. In de huidige situatie bestaat de gemiddelde verkeersintensiteit op de IJssellaan op basis van kentallen (CROW) naar verwachting uit circa 283,8 voertuigbewegingen per etmaal. In de uitgangssituatie zal een loods met een oppervlakte van circa 1530m2 en twee woningen gemiddeld 65,8 + 16,4 verkeersbewegingen aantrekken per etmaal. Vanwege de slechte onderhoudsstaat van de IJssellaan zijn in de uitgangssituatie met de eigenaar van de loods mondelinge afspraken gemaakt om het aantal verkeersbewegingen van vrachtverkeer te beperken. In de praktijk bestond de recente verkeersgeneratie van de loods uit gemiddeld 20,6 voertuigbewegingen per etmaal waarvan circa 22% vrachtverkeer betrof.
De verkeersbewegingen op basis van kentallen voor een dergelijke bedrijfsoppervlakte uitgaande van de maximale mogelijkheden die het huidige bestemmingsplan rechtstreeks biedt vallen met circa 65,8 bewegingen per etmaal aanzienlijk hoger uit. In de beoogde situatie zal de te verwachten verkeersgeneratie volgens de geldende kentallen (CROW) voor een ‘weinig stedelijke gemeente’ op basis van de te realiseren woningtypen uit gemiddeld 231,8 verkeersbewegingen per etmaal bestaan. De verkeersbewegingen van het bouwbedrijf, waaronder het vrachtverkeer, zullen vervallen. Met het vervallen van de bedrijfsbestemming worden ook de ter plaatse mogelijke (vracht)verkeersbewegingen duurzaam beperkt. Naar verwachting zal de verkeersgeneratie in de toekomst voor de huidige en de nieuwe woningen bestaan uit circa 450 motorvoertuigen per etmaal. Er is sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de uitgangssituatie. Vanuit verkeerskundig oogpunt is sprake van een passende situatie. De verkeersveiligheid als gevolg van de bouw- en aanlegactiviteiten zullen worden beoordeeld in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor de bouw van de woningen.
Verkeersveiligheid Om een inschatting te kunnen maken van de verkeersveiligheid is in de verkeerskundige beoordeling aangesloten bij de richtlijnen ‘Duurzaam Veilig’ op basis van het ‘Startprogramma Duurzaam Veilig Verkeer’ ontstaat in een samenwerking tussen het Rijk, Provincies, samenwerkende gemeenten en wegbeheerders. Het uitgangspunt is voor erftoegangswegen dat bij lage snelheden en voldoende zicht op andere weggebruikers, in principe sprake is van een verkeersveilige situatie. Van belang voor de verkeersveiligheid is of het zicht op andere weggebruikers voldoende is en of de inrichting van de weg herkenbaar is als erftoegangsweg. Het aantal extra voertuigbewegingen in de IJssellaan van de 31 nieuwe woningen zal op basis van kentallen circa 232 bewegingen per etmaal bedragen. Een te verwachten verkeersgeneratie van ca 450 verkeersbewegingen per etmaal in totaal is volgens de richtlijnen van het duurzaam veilig convenant een acceptabel verkeersaantal voor een erftoegangsweg. Onder de 6000 mvt/ etmaal hoeven volgens eerdergenoemd convenant bij een erftoegangsweg geen aanvullende verkeersmaatregelen genomen te worden. Bij lage snelheden kan in deze gevallen op basis van de algemene richtlijnen in principe worden uitgegaan van een passende situatie wat betreft de verkeersintensiteit.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
52
De IJssellaan is een erftoegangsweg met verouderd profiel passend bij een bebouwingslint. De weg is smal en heeft geen wegmarkering. De straat wordt gebruikt door zowel voetgangers, fietsers als gemotoriseerd verkeer. Er is geen wegmarkering of gescheiden voet-, of fietspad. De IJssellaan is echter ingericht als erftoegangsweg en als zodanig herkenbaar. Er is ook in de nieuwe situatie sprake van lage snelheden. De nieuwe verkeersbewegingen van de 31 extra woningen zullen overwegend bestaan uit personenwagens. Ter hoogte van de inrit wordt een passeerstrook aangelegd. Ten opzichte van het voorontwerp bestemmingsplan is de eerder beoogde vrijstaande woning aan de entree van het plangebied vervallen en anders ingevuld. In de nieuwe situatie is het zicht op andere weggebruikers verbeterd en is er sprake van voldoende overzicht bij het in- en uitrijden van het plangebied. Er is in de beoogde situatie sprake van een verkeersveilige situatie volgens de uitgangspunten van het beoordelingskader ‘Duurzaam veilig’. Voor de aansluiting op de IJsseldijkNoord aan weerszijden van de weg wordt geadviseerd om ook in de nieuwe situatie te zorgen dat voldoende zicht op de IJsseldijk-Noord bestaat. De verkeersveiligheid gedurende de uitvoering van de bouwen aanlegwerkzaamheden wordt beoordeeld in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen.
Parkeren Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij een bouwplan alleen rekening behoeft te worden gehouden met de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Een eventueel bestaand tekort kan hierbij buiten beschouwing worden gelaten. Op basis van de kengetallen van het CROW (publicatie 381: toekomstbestendig parkeren d.d. december 2018) kan worden uitgegaan van een ‘niet stedelijk’ gebied. Voor de parkeervraagberekening zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: Voor de 27 tussen/ hoekwoningen geldt een parkeernorm van 2 pp per woning; Voor de 2 twee-onder-één-kap woningen geldt een parkeernorm van 2,2 pp per woning; Voor de 2 vrijstaande woningen geldt een parkeernorm van 2,3 pp per woning. De bovenstaande parkeernormen zijn inclusief het aandeel bezoekers. De parkeervraag van bewoners en bezoekers (63 parkeerplaatsen) varieert gedurende de week. Op basis van aanwezigheidspercentages is de parkeervraag op een werkdagavond het grootst (56 parkeerplaatsen). Bij realisatie van tenminste 56 parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt invulling gegeven aan de parkeervraag. De vrijstaande woning aan de entree van het plangebied is anders ingevuld waardoor aan de voorzijde extra parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Tabel 3. Aanwezigheidspercentages (CROW-publicatie 381- 2018)
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
53
Tabel 4. Aantal benodigde parkeerplaatsen plangebied
Parkeervraag Werkdag
Koopavond Zaterdag Zondag Alles 100%
Totaal Ochtend Middag Avond Nacht
Bewoners Bezoekersaandeel 28 26,9 0,93 29 26,9 1,86 56 48,3 7,44 54 53,7 0 50 43,0 6,51 38 32,2 5,58 51 43,0 7,44 45 37,6 6,51 63 53,7 9,30
Binnen het plangebied worden 59 parkeerplaatsen aangelegd. In het ontwerp zijn 46 collectieve (deels openbare) parkeerplaatsen opgenomen en worden 13 parkeerplaatsen gerealiseerd op privéterrein. Parkeerplaatsen op privéterrein in de vorm van een oprit of een garage mogen niet volledig worden opgenomen in de parkeerberekening. Deze parkeerplaatsen op privéterrein worden voor respectievelijk 0,8 en 1,8 opgenomen in de parkeerbalans. Op basis van de parkeernormering worden 57,6 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt de parkeervraag binnen het plangebied ingevuld. Voor de parkeerplaatsen op privéterrein geldt een instandhoudingsplicht. Deze is opgenomen in de planregels. Tabel 5. Parkeerbalans in ontwerpbestemmingsplan
Bouwverkeer Omwonenden hebben gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan door middel van een aantal inspraakreacties. Veel van de woningen aan de zuidelijke helft van de IJssellaan zijn niet onderheid en alleen gefundeerd op palen. Bewoners maken zich zorgen over het effect van bouwverkeer voor de aanleg van de woningen op de bestaande huizen. De staat van het wegdek is niet goed waardoor hinder door trillingen zal worden versterkt. Met het voorheen gevestigde bouwketenbedrijf bestonden mondelinge afspraken met bewoners over de intensiteit en aanrijroute van vrachtverkeer. De vrachtbewegingen als gevolg van de geplande bodemsanering en het af- en aanvoeren van bouwmaterialen in combinatie met de gebrekkige staat van het wegdek leidt tot zorgen over scheurvorming in de woningen als gevolg van trilling. Om schade door trilling te voorkomen zullen verkeersbewegingen van groot verkeer die samenhangen met de bouw en het bouwrijp maken van de woningen plaatsvinden over een nieuwe aan te leggen (tijdelijke) bouwweg. De aanleg en gebruik van deze bouwweg, en het verwijderen van de bouwweg na het gereedkomen van de woningen, is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
54
Conclusie De toekomstige verkeersgeneratie past binnen de verwerkingscapaciteit van de omliggende wegen. De te verwachten toename van voornamelijk licht verkeer ter plaatse past binnen de richtlijnen voor duurzaam veilig wegbeheer. Het bouwverkeer wordt via een tijdelijke bouwweg ontsloten. De verkeerssituatie die samenhangt met de uitvoering van de bouw- en aanlegwerkzaamheden wordt beoordeeld in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor de bouw van de woningen. Een bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om deze uitvoeringsaspecten te reguleren. Aanleg en gebruik van de bouwweg zijn als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. In de toekomstige inrichting van het plangebied is invulling gegeven aan de te verwachten berekende parkeerbehoefte door de aanleg van 59 parkeerplaatsen. Uitgaande van een parkeerbehoefte van 56 parkeerplaatsen en een berekende parkeercapaciteit van 57,6 parkeerplaatsen leidt de nieuwe ontwikkeling niet tot een vergroting van de parkeervraag in de IJssellaan.
4.11 Technische infrastructuur De omgeving is aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur en andere nutsvoorzieningen (riolering, water, elektra). De bestaande bedrijfsaansluitingen zullen worden afgesloten en vervangen voor nieuwe aansluitingen voor de woningen. Het huishoudelijk afvalwater in de nieuwe situatie zal worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering aan de IJssellaan. Dit betreft een gemengd systeem. De nieuwe aansluiting zal voldoen aan de voorwaarden uit de gemeentelijke ‘Verordening rioolaansluiting gemeente Krimpenerwaard’ en het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan Krimpenerwaard 2017-2021’. Het leidingentracé voor het plangebied zal ter hoogte van de IJssellaan worden aangelegd. Bij de aanleg van de aansluitingen van de nieuwe woningen zal worden voldaan aan alle bouwtechnische en gemeentelijke regelgeving zoals het Bouwbesluit 2012. De technische uitwerking en toetsing vindt plaats binnen de omgevingsvergunningprocedure voor het onderdeel bouwen. Voor aanvang van de werkzaamheden zal een KLIC-melding worden gedaan. Ter hoogte van kadastraal perceel Ouderkerk aan den IJssel, sectie A, nummer 4077 wordt het leidingentracé aangelegd. Deze gronden mogen alleen worden ingeplant met lage beplanting in verband met de bescherming en bereikbaarheid van de leidingen. Het transformatorgebouw wordt aansluitend aan de achtertuin van een woonperceel gerealiseerd.
Ca 25 woningen aan de zuidzijde van de IJssellaan zijn niet onderheid. In de bouwfase worden voorzorgsmaatregelen genomen om deze woningen zo min mogelijk te belasten. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden wordt een 0-meting uitgevoerd. Woningen worden voorzien van een trillingsmeter. De nieuwe ontwikkeling vindt zo veel mogelijk plaats op basis van het bestaande maaiveldniveau. De grondwaterstand wordt zo min mogelijk verlaagd om schade te voorkomen. In de bouwfase wordt zo veel mogelijk uitgegaan van trillingsarme en geluidsarme technieken. Hiertoe is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan. In de anterieure overeenkomst is opgenomen dat de toe te passen hei- en funderingstechnieken goedkeuring van de gemeente vereisen. Het terrein wordt niet voorbelast. Het bestaande maaiveld wordt zoveel mogelijk gehandhaafd. Het te ontwikkelen perceel zal niet worden opgehoogd. Alleen zal het gebied waar nodig worden geëgaliseerd. Daar waar in de huidige situatie al een overbrugging noodzakelijk is met betrekking tot de omliggende percelen, zal in de nieuwe situatie worden zorggedragen voor een technisch goede aansluiting.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
55
4.12 Invloed bestaande woonomgeving Met onderhavig bestemmingsplan wordt beoogd om een bedrijventerrein in een woonomgeving om te vormen tot woningbouwlocatie. In de uitgangssituatie is sprake van een uit de ontwikkeling van het gebied ontstane situatie. Tegenwoordig wordt een andere woon- en leefkwaliteit nagestreefd en wordt de huidige menging van functies als ongewenst beschouwd. Met de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten en de transformatie naar een woonomgeving, wordt tevens de aanwezige bodemverontreiniging gesaneerd. Met de functiewijziging wordt tevens voor de lange termijn geregeld dat het terrein niet meer door een nieuwe bedrijfsmatige functie in gebruik wordt genomen. In de beoogde situatie wordt voor de lange termijn voorzien in een passende functie. Met de invulling van het perceel naar een woonerf met 31 grondgebonden woningen in verschillende prijsklassen en in een landelijke setting, wordt invulling gegeven aan de doelstelling om het bestaand stedelijk gebied optimaal te benutten op een wijze die past bij de karakteristiek van het landschap. Om de bestaande woningen zoveel mogelijk te ontzien tijdens de bouwfase zijn aanvullende maatregelen opgenomen in de vorm van een tijdelijk aan te leggen bouwweg. Met de bouwweg wordt het plangebied rechtstreeks ontsloten op de IJsseldijk-Noord.
4.13 Vormvrije MER -beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter dat het in feite onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarden geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Om die reden is gekozen om de drempelwaarden indicatief te maken. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de toelichting van een bestemmingsplan.
Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Plangebied Onderliggend bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 31 woningen mogelijk. Met de ontwikkeling is sprake van een activiteit zoals benoemd in categorie D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ van het Besluit mer. De (indicatieve) drempelwaarde voor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling bedraagt voor deze activiteit het oprichten van minimaal 2000 woningen of ontwikkelingen met een oppervlakte van 100ha of meer. Om de milieugevolgen ten gevolge van de geplande ontwikkeling in beeld te brengen zijn diverse onderzoeken verricht. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in de andere paragrafen van dit hoofdstuk. Conclusie
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
56
Uit hoofdstuk 4 en de bijbehorende onderzoeken is gebleken dat er, gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen en het gebied waarop het effect zou kunnen hebben, geen sprake is van significante milieugevolgen. Ten behoeve van de ontwikkeling is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld op basis waarvan het college een besluit neemt. Het M.e.r.-beoordelingsbesluit zal worden toegevoegd aan de bijlagen van onderliggende bestemmingsplan.
4.14 Provinciale milieubelangen Provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid vier provinciale milieubelangen. Hieronder leest u welke dit zijn en hoe de voorgenomen ontwikkeling zich verhoudt tot deze belangen: Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied. Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een HMC-bedrijventerrein. Afname van HMC- locaties is derhalve niet aan de orde. - Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling is niet gelegen in een invloedsgebied Groepsrisico van een EVrelevante risicobron. De voorgenomen ontwikkeling is derhalve niet in strijd met de provinciale milieubelangen.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
57
5.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Met onderliggende ontwikkeling is sprake van een woningbouwontwikkeling zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Hiermee is er in beginsel sprake van een ontwikkeling waarvoor een exploitatieplan opgesteld dient te worden. Op grond van artikel 6.12 lid 2 Wro zal voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan tussen gemeente en initiatiefnemer een anterieure overeenkomst voor de grondexploitatie worden gesloten. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten van grondexploitatie voldoende verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan vastgesteld te worden. In de anterieure overeenkomst zijn tevens bepalingen met betrekking tot planschade, uitvoering van de noodzakelijke bodemsanering en afspraken omtrent gebruik en aanleg van de tijdelijke bouwweg opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventuele planschade niet voor rekening van de gemeente is, maar wordt verhaald op de initiatiefnemer. Voor belanghebbenden bestaat na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de mogelijkheid om een (gemotiveerde) aanvraag voor een tegemoetkoming in schade in te dienen. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
58
6.
JURIDISCHE PLANOPZET
6.1
Inleiding
Doel van dit bestemmingsplan is het opstellen van een juridisch-planologische regeling ten behoeve van de ontwikkeling van een 31 grondgebonden woningen. Sinds 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Hiermee dienen bestemmingsplannen in digitale vorm (RO-standaarden) te worden vastgesteld. De planregels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. De planregels zijn gebaseerd op het bestemmingsplan ‘IJsseldijk-Noord 2005’ geconsolideerd 8 juli 2008.
6.2
Bestemmingen
Aan het plangebied worden de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: Wonen De nieuwe woningen beschikken over een woonbestemming. De bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de woonbestemming zijn gebaseerd op de regels van het bestemmingsplan ‘IJsseldijk-Noord 2005’. Afwijkende maatvoeringen zijn opgenomen in bijlage 5 van de planregels. Binnen de woonbestemming zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen in totaal 31 woningen gerealiseerd kunnen worden in de vorm van vrijstaande woningen, drie-onder-één-kapwoningen, halfvrijstaande of aaneengebouwde woningen. Groen De openbare groenvoorziening en de nieuw aan te leggen landschapselementen waaronder de knotwilgen zijn bestemd met een groenbestemming. Het oprichten van erf- en terreinafscheidingen binnen de groenbestemming is niet toegestaan om het groene karakter van het woongebied te waarborgen. Verkeer Aan de centrale erftoegangsweg, de collectieve parkeervoorzieningen en het transformatorgebouw voor de elektriciteitsvoorziening is de bestemming ‘Verkeer’ toegekend. Binnen de gronden van de verkeersbestemming mogen geen obstakels worden aangebracht die de bereikbaarheid voor hulpdiensten belemmeren. Water De omliggende watergangen en de natuurvriendelijke oever worden bestemd met waterbestemming.
een
Dubbelbestemming Waarde- Archeologie -3 Op het gedeelte van het perceel met deze bestemming gelden regels ter behoud en bescherming van mogelijk aanwezige archeologische resten in de bodem. Voor deze gronden is het aanlegvergunningenstelsel van toepassing. Vrijwaringszone- Molenbiotoop De bescherming van de windvang van de molen in Kortenoord is geborgd door middel van deze gebiedsaanduiding.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
59
7.
DE PROCEDURE
Voor de vaststelling van het bestemmingsplan wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. Voorafgaande aan de formele inspraakprocedure zal een voorontwerp bestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Aan het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en de omgevingsdienst wordt om een advies gevraagd. Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De eventuele zienswijzen zullen beoordeeld worden en aanvullend in dit bestemmingsplan worden opgenomen.
7.1
Reacties vooroverleg
Aan de hand van het voorontwerp van het bestemmingsplan is het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro worden gevoerd. Vooroverleg heeft plaatsgevonden op basis van een tweetal informatiebijeenkomsten voor omwonenden en de publicatie van een (voor)ontwerpbestemmingsplan. De reacties van de wettelijke partners zijn verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 1 december 2021 tot en met 11 januari 2022 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende de terinzagelegging zijn inspraakreacties ingediend en reacties van de vooroverlegpartners ontvangen. De reacties afkomstig van de wettelijke vooroverlegpartners N.V. Nederlandse Gasunie, TenneT TSO B.V., Dunea, Oasen N.V., de Veiligheidsregio Hollands- Midden, het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimperenwaard (HHSK), Provincie Zuid- Holland, en de Omgevingsdienst Midden- Holland zijn verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. De reacties zijn weergegeven in de Nota van beantwoording inspraakreacties en vooroverleg in bijlage 9 van het bestemmingsplan. Hiermee is invulling gegeven aan het betrekken van burgers en maatschappelijke organisaties bij de plannen.
7.2
Omgevingsdialoog
De wijze waarop de gemeente Krimpenerwaard omgaat met het betrekken van andere partijen in ruimtelijke procedure is vastgelegd in de ‘Verordening participatie en uitdraagrecht gemeente Krimpenerwaard 2021’ en het ‘Participatiebeleid Krimpenerwaard 2021’. Als gevolg van de destijds geldende Coronamaatregelen was een fysieke informatiebijeenkomst niet mogelijk. In klein verband en telefonisch heeft overleg plaatsgevonden tussen gemeente en een aantal omwonenden. Door de initiatiefnemer is op 21 december 2021 een digitale bijeenkomst voor omwonenden georganiseerd. Gedurende de bijeenkomst is het inrichtingsplan stedenbouwkundig en procesmatig toegelicht. Er was ruimte voor omwonenden om vragen te stellen. Naar aanleiding van de vele vragen is besloten om een vervolgbijeenkomst te organiseren. Een deel van de vragen is in een later stadium schriftelijk beantwoord. Van de bijeenkomst is een verslag opgesteld en gepubliceerd op de website www.ijsselgaarde.nl. In april 2022 heeft een tweede (fysieke) bijeenkomst plaatsgevonden voor omwonenden. Als gevolg van de eerste bijeenkomst is de beoogde inrichting van het gebied aangepast. Gedurende de bijeenkomst is de aangepaste inrichting gepresenteerd en met bewoners overlegd. Tevens is informatie gegeven over de uitvoering van de noodzakelijke bodemsanering en de wijze waarop grond zal worden afgevoerd.
In september 2022 heeft een derde informatiebijeenkomst plaatsgevonden voor omwonenden. Tijdens de bijeenkomst is de wijze waarop de inspraakreacties zijn verwerkt en geborgd in het
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
60
ontwerpbestemmingsplan toegelicht en met omwonenden besproken. Tijdens de bijeenkomst hebben een aantal omwonenden een eigen presentatie gegeven onder meer ingaande op het parallel lopende herinrichtingstraject van de IJssellaan (KIJK-project).
7.3
Inspraakreacties
Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn 9 inspraakreacties ingediend door 8 bewoners van de IJssellaan (1 reactie betreft een aanvulling op een eerdere inspraakreactie). Als gevolg van de reacties is het ontwerpbestemmingsplan aangepast. Een volledig overzicht is opgenomen in bijlage 9. Binnen het ontwerpbestemmingsplan zijn onder meer de volgende onderdelen aangepast: In de nieuwe inrichtingstekening is de vrijstaande woning aan de entree van het plangebied vervallen. Door het plangebied aan de oostzijde te vergroten ontstaat ruimte voor het anders invullen van deze woontitel en kunnen extra parkeerplaatsen worden aangelegd. De huidige watergang aan de oostzijde van het perceel zal worden verlegd in oostelijke richting; Vanwege de huidige staat van de IJssellaan worden verkeersbewegingen van vrachtverkeer tijdens de bouwwerkzaamheden en bodemsaneringswerkzaamheden via een nieuw aan te
-
leggen tijdelijke bouwweg vanaf de IJsseldijk-Noord rechtstreeks op het plangebied ontsloten. De IJssellaan blijft hierdoor vrij van zwaar verkeer. Hiermee worden bestaande woningen aan de IJssellaan zo min mogelijk belast met geluidshinder, verkeershinder en trillingshinder door de werkzaamheden. In de planregels zijn verschillende voorwaardelijke verplichtingen opgenomen die toezien op het beperken van hinder en schade in de sanerings- en bouwfase; Er zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd naar de milieusituatie en ruimtelijke inpasbaarheid. Door een onafhankelijk bureau heeft een onderzoek naar de verkeerskundige situatie plaatsgevonden. Er heeft aanvullend bodemonderzoek plaatsgevonden, er is aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd.
7.4
Zienswijzen
Op het ontwerpbestemmingsplan zijn 4 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn beoordeeld, gewogen en hebben geleid tot een aantal aanpassingen van het bestemmingsplan. De aanpassingen ten opzichte van het ontwerpplan dragen bij aan een technisch betere uitvoering van het plan. De aard en omvang van de aanpassingen is kleinschalig, er is geen sprake van een wezenlijk ander plan. De aanpassingen zijn derhalve als ambtshalve wijzigingen opgenomen. Het huidige plan brengt geen verandering mee in gebruik van het perceel als dorps en groen woonerf voor maximaal 31 grondgebonden woningen. De omvang van de aanpassingen is in relatie tot de volledige ontwikkeling beperkt. Een volledig overzicht van zienswijzen met reactie en de gevolgen voor het plan is weergegeven in de Nota van beantwoording zienswijze en ambtshalve wijzigingen zoals opgenomen in bijlage 11.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
61
BIJLAGEN
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
62
1.
Inrichtingsplan
RoosRos Architecten d.d. Mei 2023
2. Rapportage akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai De Roever Omgevingsadvies d.d. Mei 2022
3. Stikstofdepositieberekening De Roever Omgevingsadvies d.d. Maart 2023
4. Flora- en faunaonderzoeken A Rapportage verkennend Flora- en faunaonderzoek Florauna Natuuradvies d.d. Juli 2021 B Rapportage aanvullend verkennend Flora- en faunaonderzoek Veldbiologische Werken d.d. Maart 2022 C Rapportage nader onderzoek soorten Veldbiologische Werken d.d. September 2022
5. Digitale watertoets Invoergegevens www.dewatertoets.nl d.d. Augustus 2021
6. Wateradvies planstudie Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard d.d. Augustus 2022
7. Verkennend en aanvullend bodemonderzoek en asbestinventarisatie A. Milieuadviesbureau Adverbo november 2021 B. Rapportage aanvullend nader bodemonderzoek d.d. Mei 2022
8. MEMO verkeerskundig onderzoek DTV Consultants d.d. Maart 2022
9. Nota van Beantwoording inspraakreacties en vooroverleg 10. M.e.r.-beoordelingsbesluit d.d. 27 september 2022
11. Nota van Beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
63
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
64