BIJL TOELICHTING Bestemmingsplan IJsselgaarde
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
TOELICHTING Juni 2023
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
Titel
: Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
Kenmerk
: NL.IMRO.1931.BP2108BG054-VG01
Gemeente
: Krimpenerwaard
Vastgesteld d.d.
:
Ontwerp
: 29 september 2022
Voorontwerp
: 25 november 2021
Versie 8 juni 2023
Auteur
: F.G.P. Savelkouls Buro Kours Versterplein 1 5262 AA Vught
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
-INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 2. 2.1 2.2 2.3 3. 3.1 3.2 3.3 4.
INLEIDING................................................................................................. 6 AANLEIDING EN DOEL ................................................................................ 6 LOCATIE ................................................................................................... 6 PLANBESCHRIJVING .................................................................................. 7 GEBIEDSANALYSE...................................................................................... 7 STEDENBOUWKUNDIGE KARAKTERISTIEK .................................................... 9 BEOOGDE SITUATIE ................................................................................. 10 BELEID..................................................................................................... 13 RIJKSBELEID........................................................................................... 13 PROVINCIAAL BELEID............................................................................... 16 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................. 20 OMGEVINGSASPECTEN............................................................................. 30
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE ........................................................ 30 DUURZAAM BOUWEN ............................................................................... 34 GELUID .................................................................................................. 35 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 36 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 37 BODEM ................................................................................................... 40 FLORA EN FAUNA ..................................................................................... 41 WATER ................................................................................................... 44 EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 47 VERKEER EN PARKEREN............................................................................ 51
4.11 4.12 4.13 4.14
TECHNISCHE INFRASTRUCTUUR ................................................................ 55 INVLOED BESTAANDE WOONOMGEVING ..................................................... 56 VORMVRIJE MER -BEOORDELING ............................................................... 56 PROVINCIALE MILIEUBELANGEN ................................................................ 57
5.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ......................................................... 58
6.
JURIDISCHE PLANOPZET ......................................................................... 59
6.1 6.2 7.
INLEIDING .............................................................................................. 59 BESTEMMINGEN ...................................................................................... 59 DE PROCEDURE ........................................................................................ 60
7.1
REACTIES VOOROVERLEG ......................................................................... 60
7.2
OMGEVINGSDIALOOG .............................................................................. 60
7.3 7.4
INSPRAAKREACTIES................................................................................. 61 ZIENSWIJZEN ......................................................................................... 61
BIJLAGEN ........................................................................................................... 62 1.
INRICHTINGSPLAN................................................................................... 63
2.
RAPPORTAGE AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ................... 63
3. 4.
STIKSTOFDEPOSITIEBEREKENING ............................................................. 63 FLORA- EN FAUNAONDERZOEKEN .............................................................. 63
A RAPPORTAGE VERKENNEND FLORA- EN FAUNAONDERZOEK .................................. 63 B RAPPORTAGE AANVULLEND VERKENNEND FLORA- EN FAUNAONDERZOEK .............. 63
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
4
C RAPPORTAGE NADER ONDERZOEK SOORTEN ...................................................... 63 5. DIGITALE WATERTOETS ........................................................................... 63 6. WATERADVIES PLANSTUDIE...................................................................... 63 7. VERKENNEND EN AANVULLEND BODEMONDERZOEK EN ASBESTINVENTARISATIE63 8. MEMO VERKEERSKUNDIG ONDERZOEK ....................................................... 63 9. NOTA VAN BEANTWOORDING INSPRAAKREACTIES EN VOOROVERLEG ........... 63 10. M.E.R.-BEOORDELINGSBESLUIT ................................................................ 63 11. NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN .. 63
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De planlocatie is gelegen aan de IJssellaan in Ouderkerk aan den IJssel. Binnen het perceel is in de uitgangssituatie een voormalig bouwketenbedrijf (groothandel in bouwmaterialen) met grootschalige bedrijfsbebouwing aanwezig. Het bedrijf bevindt zich in een woonomgeving. In de beoogde situatie zal het bedrijf feitelijk en planologisch worden beëindigd en plaatsmaken voor een woonerf met 31 woningen. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘IJsseldijk-Noord 2005’ (vastgesteld geconsolideerd op 8 juli 2008). Aan het planperceel zijn de bestemmingen ‘Bedrijfsdoeleinden II’ en ‘Groendoeleinden beplantingsstrook’ en een woonbestemming toegekend. In het geldende bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen om in de beoogde functiewijziging te kunnen voorzien. Met onderhavige partiele herziening van het geldende bestemmingsplan wordt een planologisch kader opgesteld op basis waarvan de ontwikkeling van een dorps en groen woonerf met 31 grondgebonden woningen mogelijk wordt. Op basis van een in werking getreden bestemmingsplan kunnen de benodigde vergunningen voor woningbouw worden verleend. In onderliggende toelichting worden de plannen beschreven en worden de milieukundige en ruimtelijke randvoorwaarden beoordeeld.
1.2
Locatie
De planlocatie bevindt zich aan het bebouwingslint van de IJsseldijk aan Ouderkerk aan den IJssel, binnen het deelgebied aan de IJsseldijk-Noord. Kadastraal is de locatie bekend als Ouderkerk aan den IJssel, sectie A, nummers 4278, 3160, 3377, 4151 (deels) en 4077 (deels). Het planperceel bedraagt circa 1 hectare. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het plangebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Figuur 1
Kadastrale percelen met begrenzing plangebied in rode arcering.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
6
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1
Gebiedsanalyse
Het plangebied is gelegen in de Krimpenerwaard aan het polderlint van de IJssellaan ten oosten van de IJsseldijk-Noord. De Krimpenerwaard is een van de grootste aaneengesloten veenweidegebieden van Nederland. Met de IJsseldijk wordt de laaggelegen Krimpenerwaard beschermd tegen hoog water uit de Hollandse IJssel. Op de historische oeverwallen en donken langs de rivieren hebben de eerste bewoners van het gebied zich gevestigd. Langs de rivierdijk concentreert zich daarom van oudsher de bebouwing in lintvormige structuren. De IJsseldijk heeft ook in het hedendaagse landschap een belangrijke structuurdragende en functionele betekenis. Naast de waterkerende functie en de landschappelijke waarde van de dijken, zorgen ze ook voor belangrijke verkeerskundige ontsluitingen van het gebied. Kenmerkend voor de huidige landschappelijke structuur langs de IJsseldijk-Noord zijn de sterke contrasten tussen compacte bebouwingslinten, de open rivier en het open agrarische landschap. Ook de strookvormige verkavelingsstructuur van percelen met lange smalle kavels (slagenverkaveling) is nog duidelijk herkenbaar aanwezig in het landschap. De kavels liggen haaks op de dijk en worden gescheiden door kavelsloten. In het verleden zijn langs de IJssel op meerdere plekken grootschalige bedrijfslocaties gerealiseerd waar bouwstoffen werden gewonnen op oorspronkelijk buitendijks gelegen kleiafzettingen.
Deze vaak langdurig industrieel gebruikte ‘zellingen’ hebben inmiddels een bijbehorende en bedrijfsmatige inrichting. Veel zellingen zijn in het verleden opgehoogd met baggerslib of afval. Deze aan de bouwketen gerelateerde locaties zijn, vergelijkbaar met het voormalige bouwketenbedrijf op de planlocatie, vaak op korte afstand van historische woongebieden gelegen. Op enkele plaatsen langs de huidige IJsseldijk-Noord zijn meer intensieve bedrijfsfuncties met meer grootschalige bebouwing gevestigd. Verspreid over de hele lengte van de IJsseldijk komen woningen voor. Op een aantal plaatsen is bebouwing geconcentreerd tot een buurtschap zoals bij de IJssellaan en de Lage Weg. Het overgrote deel van de aanwezige bebouwing in de omgeving heeft een woonfunctie met hier en daar een agrarisch bedrijf. De bebouwing van het buurtschap IJssellaan is vergroeid geraakt met de bebouwing aan de IJsseldijk-Noord. De sterk verdichte delen van de IJsseldijk hebben het karakter van een stadsrandzone gekregen. Als gevolg van de perceelsgewijze ontwikkeling van het lint zijn de bestaande woningen sterk individueel onderscheidend van elkaar. De woningen hebben verschillende bouwstijlen en zijn verschillend in maatvoering. Aan de IJssellaan staan vooral vrijstaande woningen en enkele blokken met aaneengebouwde woningen.
De huidige bebouwing aan de IJssellaan vormt, na de verschillende inbreidingen sinds de naoorlogse periode in noordelijke richting, een zeer compacte en vrijwel ononderbroken structuur. Binnen het plangebied is sinds omstreeks 1960 grootschalige bedrijfsbebouwing aanwezig in de vorm van een aantal loodsen en verharding voor de opslag van materialen bij een bouwketenbedrijf. Van de locatie is bekend dat de ondergrond is verontreinigd als gevolg van de toepassing van industrieel afval (shredder) als ophoogmateriaal. Deze verontreiniging zal als onderdeel van de ontwikkeling worden gesaneerd. De bedrijfslocatie grenst direct aan woonpercelen. Het bedrijfsterrein is in de uitgangssituatie landschappelijk afgeschermd ten opzichte van de open polder met een windsingel op de perceelgrens. De huidige windsingel geeft beperkt ruimte voor zichtlijnen tussen het plangebied en de open agrarische gronden.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
7
Figuur 2
1900
2000 Figuur 3
Omgeving plangebied (ruimtelijkeplannen.nl)
1950
2020 Situatie 1900-2020 (bron. Topotijdreis)
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
8
2.2
Stedenbouwkundige karakteristiek
De karakteristiek van een gebied wordt bepaald door de samenhang tussen cultuurhistorische, stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische waarden. Uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is dat deze aansluiten bij de aanwezige gebiedskwaliteiten en deze waar mogelijk versterken. De structuurbepalende algemene uitgangspunten voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn beschreven in de Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017. Met deze nota is voor de Krimpenerwaard een integraal welstandsbeleid opgesteld. De nota dient niet als strikt toetsingskader, maar als richtinggevend afwegingskader bij het maken van plannen voor gebouwen en gebieden. Per deelgebied kan de invloed van ontwikkelingen worden vergeleken met de beschreven gebiedskwaliteiten. In onderliggende paragraaf zijn de belangrijkste structuurdragende elementen beschreven. In het kader van de ontwikkeling van het plangebied op basis van de Nota ruimtelijke kwaliteit een projectgericht beeldkwaliteitsplan opgesteld welke als toetsingskader voor de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen zal dienen. In paragraaf 3.3 is een uitgebreide toets aan het welstandsbeleid opgenomen. Karakteristiek voor het landschapstype van de Krimpenerwaard zijn de lange lijnen van kaden, bebouwingslinten, weteringen en tiendwegen. Het cultuurlandschap van de Krimpenerwaard is in de loop der eeuwen voortdurend aangepast.
De historische structuur van lange lijnen met diepe open kavels en bebouwingslinten is hierbij bewaard gebleven. De identiteitsdragende elementen in het gebied waar nieuwe ontwikkelingen op aan dienen te sluiten bestaan uit: het landschappelijke contrast tussen compacte (dijk)linten en het open landelijk gebied. In het landelijk gebied liggen langgerekte dorpslinten en buurtschappen en een meer centraal gelegen veenweidegebied met een kleinschalig stedenbouwkundig karakter. Binnen percelen staat de hoofdbebouwing aan de openbare weg, schuren en stallen bevinden zich aan de achterzijde van het perceel. Wegen en linten worden veelal begeleid door bomen en sloten. Tussen de bebouwing zijn zichtlijnen aanwezig van bewoond gebied naar het open landschap en van en naar de dijken. Nieuwe bebouwing vervangt zo veel mogelijk de bestaande functies en bebouwing. Het plangebied maakt, volgens de systematiek van de Nota Ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017, onderdeel uit het rivierengebied langs de Hollandsche IJssel en volgens de begrenzing op de gebiedenkaart voor een klein deel van het landelijk gebied. Aan de bestaande bebouwingslinten is een bijzonder welstandsniveau toegekend. Het landelijk gebied is gewaardeerd met een ‘gewoon’ welstandsniveau. Uitgangspunt voor bouwplannen is het tenminste handhaven van de aanwezige kwaliteit.
Met name ten aanzien van bouwplannen aan ‘voorkanten’ (zichtlocaties) worden aanvullende voorwaarden gesteld (‘ja-mits’ principe). Het huidige beleid ten aanzien van bebouwingslinten is gericht op behoud van de lintvormige structuren. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het landschap van de ‘Hollandsche IJssel’ en het landelijk gebied zijn randvoorwaarden opgenomen in de Nota ruimtelijke kwaliteit. De belangrijkste randvoorwaarden zijn als volgt: Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; -
De hoofdoriëntatie van de bebouwing, de mate van afwisseling en individualiteit in massa in
-
combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren zijn belangrijke toetsingscriteria; Nieuwe bebouwing draagt bij aan het behoud van het landelijke karakter door een passende schaal, maat, materiaalgebruik en detaillering;
-
Hoofdgebouwen staan aan de voorzijde van de kavel, met de voorgevel naar de straat, grootschalige bebouwing ligt op het achterterrein;
-
Rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen, doorzichten naar het achterland blijven behouden.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
9
In paragraaf 2.3 is beschreven op welke wijze de ontwikkeling aansluit op de stedenbouwkundige karakteristiek van het omliggende gebied.
Figuur 4
Uitsnede Nota ruimtelijke kwaliteit gebiedenkaart: Hollandsche IJssel (bron. Nota ruimtelijke
kwaliteit)
2.3
Beoogde situatie
Voor de beoogde ontwikkeling van het woongebied zijn een inrichtingsplan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld (d.d. mei 2023). Het inrichtingsplan is toegevoegd in bijlage 1 van de toelichting. In het beeldkwaliteitsplan zijn de architectonische details en kaders voor het ontwerp van de woningen verder uitgewerkt. De uitgangspunten voor het beeldkwaliteitsplan en het inrichtingsplan zijn onderstaand weergegeven. Structuur omgeving De thans binnen het plangebied aanwezige bedrijfsfunctie met bijbehorende bebouwing past niet bij een woonomgeving en de karakteristieke kleinschalige dorpse structuur van het rivierengebied. Als gevolg van de nieuwe ontwikkeling zal de bedrijfsfunctie worden gestaakt en wordt de grootschalige bedrijfsbebouwing met de bedrijfsmatige verharding voor de opslag van bouwmaterialen verwijderd. Tevens zal hierbij de aanwezige bodemverontreiniging worden gesaneerd. In de nieuwe situatie wordt zo veel mogelijk binnen de contouren van het voormalige bedrijfsperceel gebouwd. De ontwikkeling maakt ook een beperkte uitbreiding mogelijk richting het agrarisch gebied. Met de beoogde verkaveling van het gebied wordt tweedelijns bebouwing mogelijk gemaakt ten opzichte van de aanwezige lintbebouwing aan de IJssellaan. Het huidige bebouwingslint bestaat uit eerstelijns bebouwing.
Doordat het bestaande bebouwde gebied langs de IJssellaan zich reeds heeft uitgebreid tot aan de perceelsgrenzen van de woningen aan de IJsseldijk-Noord, heeft zich in landschappelijk opzicht één bebouwingscluster gevormd. De oorspronkelijke linten van de IJssellaan en de IJsseldijkNoord zijn door de diverse perceelsgewijze inbreidingen aan elkaar gegroeid. Door de tweedelijns Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
10
uitbreiding aan de IJssellaan is daardoor sprake van een beperkt effect op de bestaande bebouwingsstructuren van linten, dijken en kavels in het gebied. De ontwikkeling vindt hoofdzakelijk plaats binnen de contour van de huidige bedrijfslocatie. De bestaande afschermende beplantingsstrook tussen bedrijfsbebouwing en het open gebied komt in de nieuwe situatie terug als knotwilgenrij om een woonomgeving. Woningtypologie Aan de huidige IJssellaan zijn grondgebonden gezinswoningen met tuin in een meer traditionele en aaneengesloten structuur aanwezig. Door de perceelsgewijze ontwikkeling en diverse uitbreidingen van hoofdgebouwen is hier een grote variatie aan bebouwingsstijlen- en typen ontstaan. Met de nieuwe ontwikkeling wordt aangesloten op het karakter van de bestaande woningen aan de IJssellaan door de realisatie van grondgebonden gezinswoningen met tuin in een landelijke uitstraling. De situering van de woningen op korte afstand van de straat, de ordening van het woonerf en het gebruik van traditionele materialen sluiten aan op de gebiedstypologie. In de beoogde situatie worden 31 grondgebonden woningen opgericht in de vorm van 24 tussen/hoekwoningen, 1 twee-onder-één-kapwoning, 1 drie-onder-één-kapwoning en 2 vrijstaande woningen. Binnen het programma worden woningen in diverse prijsklassen aangeboden. Woningen zijn voorzien van twee bouwlagen en een kap.
De bouwstijl en het gekozen materiaalgebruik hebben een landelijk karakter. De beoogde rij- en hoekwoningen in het plangebied zijn opgedeeld in meerdere kleinere woonblokken. De vrijstaande woningen met grotere volumes worden aan de achterzijde van het woonerf gerealiseerd. De verschillende woonblokken zijn in detaillering en vormgeving enigszins onderscheidend van elkaar om seriematigheid te voorkomen. Hoofdgebouwen staan op korte afstand van de straat en zijn gelegen aan een gedeeld erf met collectieve parkeerplaatsen, groen- en speelvoorzieningen. Inrichting woonerf Er worden 46 collectieve parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied waarvan 15 openbare parkeerplaatsen aan de entreezijde. Tevens worden er een 13-tal parkeerplaatsen op privéterrein aangelegd. Hiermee wordt de toename aan de parkeerbehoefte door de ontwikkeling binnen de plangrenzen ingevuld. In paragraaf 4.10 is een toets aan de geldende parkeernota opgenomen. Kenmerkend voor de Krimpenerwaard zijn de vele doorzichten naar de open polder. De locatie ligt op de grens met het open landelijk gebied. Centraal in het plangebied wordt een onbebouwde oostwest georiënteerde toegangsweg aangelegd die verwijst naar de structuur van een traditioneel boerenerf. Deze centrale as verbindt als gezamenlijk erf de diverse bebouwingseenheden en de collectieve voorzieningen.
De as vormt tevens een zichtlijn over het plangebied richting het open agrarisch gebied. Het erf wordt in de nieuwe situatie opnieuw begrensd met groene en blauwe landschapselementen in de vorm van knotwilgen langs een brede watergang met natuurvriendelijke oever. Hiermee komt de bestaande afschermende groenstructuur van het huidige bedrijfsperceel in de nieuwe situatie terug. De huidige kavelsloot wordt verlegd in oostelijke richting, hierbij verbreed en natuurvriendelijk ingericht door de aanleg van een oever met een flauw talud. Aan de oostzijde van het planperceel, in het verlengde van de toegangsweg wordt een brug met een uitkijkpunt gerealiseerd. De openbare parkeerruimte aan de entree van het plangebied wordt ingepast met leilindes. De aan te leggen landschapselementen zijn weergegeven in een beplantingsplan. De aanleg en instandhouding worden geborgd in de planregels door middel van een voorwaardelijke verplichting en de toekenning van een groenbestemming.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
11
Versterking ruimtelijke kwaliteit Met de beoogde functiewijziging van een grootschalige bedrijfslocatie naar een groen en dorps woonerf wordt bijgedragen aan een passende herontwikkeling van een overtollige bedrijfslocatie binnen een woonomgeving. De beoogde inbreiding vindt (overwegend) plaats binnen de bestaande bebouwde contour en draagt hiermee bij aan zuinig ruimtegebruik. In de beoogd situatie worden zichtrelaties tussen erf en open poldergebied teruggebracht. In de nieuwe situatie blijft het kenmerkende contrast tussen open buitengebied en bebouwingslint behouden en wordt zorggedragen voor een passende afronding tussen stad en land.
Figuur 5
Uitsnede situatietekening Beeldkwaliteitsplan IJsselgaarde RoosRos Mei 2023
Conclusie Het beeldkwaliteitsplan is positief beoordeeld door de Commissie ruimtelijke kwaliteit op de wijze waarop het plan aansluit bij de gebiedsgerichte criteria uit het welstandsbeleid zoals beschreven in de Nota ruimtelijke kwaliteit. De voor het bestemmingsplan relevante onderdelen zoals de inrichting van het erf, het aantal woningen, de bouwwijze en de maximale maatvoering zijn vastgelegd in de planregels. De verdere bouwtechnische en stedenbouwkundige uitwerking waaronder het kleur- en materiaalgebruik en de geveldetaillering vindt plaats in de voorbereiding van de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Het beeldkwaliteitsplan wordt als projectgebonden uitwerking van de Nota ruimtelijke kwaliteit separaat vastgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingskader voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het onderdeel bouwen.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
12
3.
BELEID
In dit hoofdstuk worden de actuele ruimtelijke beleidskaders weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Novi
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de grote nationale opgaven. De NOVI benoemt nationale belangen, geeft richting op vier prioriteiten en maakt keuzes. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de omgevingsvisie de status hebben van een Nationale Omgevingsvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; -
Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Plangebied De ontwikkeling van een wooncluster (overwegend) binnen de bebouwde kom van Ouderkerk aan den IJssel is kleinschalig van aard en niet strijdig met het Rijksbelang. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid zoals opgenomen in de NOVI.
3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vastgesteld op 13 maart 2012. De SVIR geeft een integraal kader voor de Rijksdoelen en de nationale belangen op het gebied van ruimte en mobiliteit en vervangt onder meer de Nota Ruimte. Het beleidskader schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt van de SVIR is om de ruimtelijke ordening te decentraliseren en regelgeving zo veel mogelijk te vereenvoudigen. De SVIR benoemt 13 nationale belangen die worden weergegeven in de Nationale ruimtelijke hoofdstructuur. De SVIR benoemd hierbij drie hoofddoelen: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door versterking van de ruimtelijkeconomische structuur; -
Het verbeteren en behouden van de bereikbaarheid;
Waarborgen van een leefbare en veilige woonomgeving. De nationale belangen uit het SVIR-belangen worden juridisch beschermd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Conclusie Het initiatief is kleinschalig en heeft geen betrekking op één van de Rijksbelangen die zijn opgenomen in de SVIR. Het initiatief past dan ook binnen de beleidskaders van de SVIR. Op alle ruimtelijke ontwikkelingen is een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming van
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
13
toepassing. Hieraan wordt voor woningbouwplanning invulling gegeven door de ladder voor duurzame verstedelijking. Aan deze ladder wordt navolgend getoetst. 3.1.2
Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening
Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening heeft de minister voor een beperkt aantal onderwerpen algemene regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Sinds 1 oktober 2012 maakt de ladder voor duurzame verstedelijking onderdeel uit van het Besluit ruimtelijke ordening. Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
Middels de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling beoordeeld op welke wijze er invulling wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik. In de beoordeling dienen de volgende rechtsvragen te worden beantwoord: a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Indien een vraag negatief wordt beantwoord, dan is beantwoord of wordt voldaan aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik en hoeft de ladder niet verder te worden doorlopen. Stedelijke ontwikkeling Op basis van jurisprudentie is sprake van een stedelijke ontwikkeling aangezien er meer dan 11 woningen mogelijk worden gemaakt. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Met de beoogde transformatie van bedrijfslocatie naar woonlocatie is tevens sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Binnen het woonerf worden rijwoningen, drie-onder-één-kapwoningen, halfvrijstaande woningen en vrijstaande woningen gerealiseerd in verschillende prijsklassen en voor verschillende doelgroepen.
Woonbehoefte In 2017 heeft de gemeenteraad de Woonvisie ‘Krimpenerwaard; Kerngericht’ vastgesteld. In de loop van 2023 zal de Woonvisie worden geactualiseerd op basis van meer recent woonbehoefteonderzoek (Primos 2019). Centrale doelstelling in het gemeentelijke woonbeleid is dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud van vitale kernen. In de gemeente is sprake van een behoefte aan meer woningen op basis van de lokale en regionale vraag. De groei van het aantal huishoudens overstijgt de natuurlijke groei op de middellange termijnen. De groei zal naar verwachting (Primos 2019) tot 2030 ongeveer 1700 huishoudens bedragen en tot 2040 verder toenemen naar een groei van 2650
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
14
huishoudens. De Krimpenerwaard is een aantrekkelijk vestigingsgebied voor doorstromers en gezinnen uit de regio Midden-Holland met een voorkeur voor een groen woonmilieu nabij voorzieningen. Binnen de gemeente en de kern Ouderkerk aan den IJssel is tot 2025 een plancapaciteit van respectievelijk 1400 en 99 woningen. Tot 2030 beoogt de gemeente minimaal 3000 woningen te realiseren om tegemoet te komen aan de vraag. De extra benodigde plancapaciteit van 1600 woningen dient onder meer bij te dragen aan de vitaliteit van de kernen, het bevorderen van doorstroming en de ontwikkeling van aantrekkelijke woonmilieu’s. De ontwikkeling van het plangebied past binnen de kwantitatieve doelstelling. De beoogde woningen dienen tevens in kwalitatief opzicht aan te sluiten bij de actuele woonbehoefte. Nieuwe ontwikkelingen in en aan de bestaande bebouwingslinten dienen te passen binnen de bestaande groene en dorpse karakteristiek en daarbij een verbinding te leggen tussen groene ruimte en bebouwd gebied. Er is behoefte aan woningen die een bijdrage leveren aan de lokale doorstroming op de woningmarkt waaronder met name betaalbare en levensloopbestendige (nultreden)woningen. Met de beoogde ontwikkeling worden koopwoningen in verschillende prijssegmenten en bouwtypen toegevoegd aan de woningvoorraad.
Binnen het plangebied worden starterswoningen, rijwoningen, vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en drie-onder-een-kap-woningen gerealiseerd. Het woningbouwprogramma bestaat uit: 24 rijwoningen waarvan 7 starterswoningen die via een koopinstapregeling worden aangeboden in het goedkope koopsegment voor ca. €250.000), 6 rijwoningen (tot ca €450.000), 12 middeldure koopwoningen (€450.000- €600.000) en 6 koopwoningen in het dure segment (vanaf €600.000). Met de beoogde ontwikkeling wordt aangesloten op de actuele behoefte aan groen en landelijk wonen in onder meer het betaalbare segment. Stedelijk gebied Het beter benutten van het bestaand stedelijk gebied is één van de speerpunten van het provinciaal beleid. Verdichting, herstructurering en transformatie met behoud van een goede ruimtelijke kwaliteit staan hierbij centraal. Uitbreiding van de woningvoorraad vindt in beginsel plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. Met de beoogde functiewijziging wordt een als zodanig bestemde en ingerichte bedrijfslocatie getransformeerd naar een woonlocatie. De ontwikkeling vindt hoofdzakelijk plaats binnen de contouren van het bestaand stads- en dorpsgebied zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Om een betere stedenbouwkundige aansluiting te kunnen realiseren, wordt de begrenzing van het stedelijk gebied verruimd met circa 21,5 meter.
Met deze vergroting zullen de tuinen van de aangrenzende woonkavels met een diepte van 8,5 meter worden uitgebreid. De resterende ruimte krijgt een groene en blauwe inrichting. Als gevolg van de voorgenomen verruiming ontstaat binnen het plangebied ruimte voor een betere situering van parkeerplaatsen en een verkeerskundig betere aansluiting op het bebouwingslint. Er is sprake van een beperkt nieuw ruimtebeslag. Met de beperkte toename van het stedelijk ruimtebeslag is sprake van duurzaam ruimtegebruik. De laddertoets is hiermee doorlopen. Conclusie Onderhavige ontwikkeling heeft geen betrekking op één van de nationale belangen uit de ruimtelijke hoofdstructuur. De beoogde ontwikkeling maakt een 31-tal woningen mogelijk. Een dergelijke kleinschalige ontwikkeling past in principe binnen de kaders van het Barro. Doorwerking van de rijksregels vindt plaats in het vigerende bestemmingsplan. Met de ontwikkeling is sprake van een transformatie van een grootschalige bedrijfslocatie naar een bestemming die in schaal en functie aansluit op de aanliggende kleinschalige dorpse woonomgeving. Onderhavige ontwikkeling past binnen de beleidsregels van het Barro.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
15
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsverordening en Omgevingsvisie Zuid-Holland
Vanaf 1 april 2019 zijn de Zuid- Hollandse Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening in werking getreden. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vormen de kaderstellende instrumenten voor het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Binnen het huidige omgevingsbeleid is het sectorale beleid samengevoegd in één digitaal raadpleegbaar systeem. In de Omgevingsverordening vinden de ruimtelijke structurele beleidsopgaven uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd april 2023) doorwerking. De centrale doelstelling van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Voor het plangebied zijn met name de regels voor verstedelijking en de bescherming van het landschap van belang. Verstedelijking In een bestemmingsplan waarin een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient een zorgvuldige afweging te worden gemaakt over de locatiekeuze. Hierin dienen ook de landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied te worden betrokken en de effecten van de ontwikkeling daarop. Het verstedelijkingsbeleid van de provincie is gericht op een concentratie van bebouwing en voorzieningen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Door het bundelen van investeringen en ontwikkelingen in het stedelijk gebied, blijft de kwaliteit behouden en versterkt.
De provincie beoogt om het bestaande stads- en dorpsgebied beter te benutten door middel van verdichting, herstructurering en transformatie. De provincie streeft naar een compact en samenhangend bebouwd gebied waarin de ruimte optimaal wordt benut. Het plangebied bevindt zich voor een (klein) deel ook in het buitengebied. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met een woonfunctie mogelijk maakt, buiten bestaand stad- en dorpsgebied, dient rekening te houden met een zo hoog mogelijke woningdichtheid. In kwalitatieve zin dient aangesloten te worden bij de karakteristiek van de omgeving. Kleinschalige stedelijke ontwikkelingen (onder de 3 hectare) die niet (volledig) binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied worden gerealiseerd voor zover deze aansluiten op bestaand stedelijk gebied en de landschappelijke kwaliteit behouden. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn op basis van de Omgevingsverordening mogelijk na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Aan een ontwikkeling dient ook op regionale schaal zowel in kwantitatieve en kwalitatieve zin behoefte te zijn. Beoordeling Het plangebied maakt hoofdzakelijk onderdeel uit van het Bestaand Stads- en dorpsgebied. Verdichting van een woongebied past binnen de provinciale beleidsdoelstellingen.
In oostelijke richting vindt een beperkte uitbreiding binnen het landelijk gebied plaats als gevolg van de aanleg van woonpercelen met de mogelijkheid tot het oprichten van bijbehorende bouwwerken bij woningen. Aan de IJssellaan is in de uitgangssituatie een dorps woonmilieu aanwezig met grondgebonden woningen in rijenpatroon, geschakelde- en vrijstaande woningen. Met onderhavige functiewijziging wordt een bedrijventerrein met grootschalige bebouwing binnen een terrein met (ernstige) bodemverontreiniging in een woongebied gesaneerd en omgevormd naar een kleinschalige woonomgeving met landelijke bebouwing. De beoogde ontwikkeling sluit wat betreft de gebruiksintensiteit en schaal van bebouwing beter aan bij de bestaande woonfuncties en bijbehorende bebouwing. Met de ontwikkeling blijft het landschappelijk contrast tussen het lint en het achterliggende open agrarisch gebied behouden door het opnieuw aanleggen van een groenstrook met kavelsloot. In de nieuwe situatie worden de voor het gebied kenmerkende zichtlijnen tussen bebouwd gebied en open landschap teruggebracht. De beoogde woningen passen binnen de regionale woningbouwafspraken zoals in de navolgende paragraaf wordt behandeld.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
16
Behoud en versterken landschap Het uitgangspunt van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid is om de invloed op het landschap van ruimtelijke ontwikkelingen vroegtijdig in het proces mee te laten wegen en integraal te benaderen. In artikel 6.9 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is opgenomen dat een bestemmingsplan in een ruimtelijke ontwikkeling kan voorzien, mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo tenminste gelijk blijft. De gebiedsidentiteit is de basis voor nieuwe ontwikkelingen. In een bestemmingsplan wordt een afweging over de gekozen locatie en de invloed op het gebied opgenomen. De mate van impact van een ontwikkeling op een gebied wordt beoordeeld op basis van drie typen ontwikkelingen die zich onderscheiden in aard en schaal. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de gebiedskwaliteit, hoe groter de ruimtelijke impact en hoe groter het provinciaal belang. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende typen ruimtelijke ontwikkelingen (artikel 6.9 lid 5 Omgevingsverordening Zuid-Holland): 1. Inpassen: de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau en past binnen de aard en schaal van het gebied. de ontwikkeling houdt rekening met de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit waarbij de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft; 2.
Aanpassen: de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en veroorzaakt een wijziging op structuurniveau. Er zijn structuurversterkende maatregelen nodig om het verlies aan ruimtelijke kwaliteit te compenseren waarbij de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft; 3. Transformeren: er ontstaat een nieuwe gebiedsidentiteit: de ontwikkeling voegt structuur toe en er ontstaat een nieuwe kwaliteit. Beschermingscategorie Voor het beoordelen van de invloed van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied gaat de provincie uit van een drietal beschermingscategorieën. De eerste twee categorieën wijzen gebieden aan met uitzonderlijke kwaliteiten. Aan ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden gelden strikte randvoorwaarden. Het plangebied ligt voor een klein deel in het buitengebied aangemerkt als beschermingscategorie 3 (algemene richtlijnen). Binnen deze derde beschermingscategorie is geen aanleiding voor bijzondere maatregelen of betrokkenheid van de provincie op voorhand op basis van het karakter van het gebied. In een ruimtelijke ontwikkeling kan worden voorzien mits: ‘de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast’, (art 6.9a lid 1 Omgevingsverordening Zuid-Holland). In de motivering van een ontwikkeling worden de volgende kwaliteiten betrokken: a.
de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Impact op het landschap De
provincie
heeft
de
gebiedsprofielen
verder
uitgewerkt
in
een
kwaliteitskaart
(www.gebiedsprofielen.zuid-holland.nl). De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking. De kwaliteitskaart is opgebouwd op basis van de lagenbenadering. Deze maakt onderscheid in de volgende lagen: laag van de ondergrond; cultuur- en natuurlandschappen; stedelijke occupatie en de beleving. In de Omgevingsvisie Zuid-Holland zijn de gebiedstypen en richtpunten per deelgebied (stedelijk gebied en buitengebied) gespecificeerd. De provincie zet in op het versterken en benutten van de verschillen tussen de vier groepen landschappen: kustlandschap, veen(weide) landschap, deltarivierenlandschap en stedelijk landschap. De gebiedsprofielen zijn geen toetsingskader maar bieden een handvat om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact van een ontwikkeling is. Voor elk landschapstype zijn richtpunten opgesteld waarmee de wijze waarop een ontwikkeling zich kan Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
17
voegen (inpassen) in het landschap wordt beschreven. Indien aan deze richtpunten wordt voldaan, dan is er sprake van ‘inpassen’. Beoordeling De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het verstedelijkingsbeleid. Met het herontwikkelen van een bedrijfslocatie tot een groene en dorpse woonomgeving is sprake van een situatie die in gebruiksintensiteit en bebouwingsstructuur beter aansluit op de aanliggende woonomgeving. Als gevolg van de ontwikkeling worden ook bijbehorende bouwwerken bij woningen mogelijk gemaakt buiten het Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD). Hierdoor past de ontwikkeling niet binnen alle richtpunten uit beschermingscategorie 3. Een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden mits ‘de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast’. De aard en schaal van de nieuwe woonfunctie past bij de bestaande dorpse woonomgeving. Het gebruik van de locatie wordt in de nieuwe situatie minder intensief doordat woningen een lagere milieu-uitstraling naar de omgeving hebben en de huidige verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer op de lange termijn plaatsmaken voor lichte voertuigen. De landschapselementen op de perceelgrens die in de uitgangssituatie de afronding van het bebouwd gebied aangeven, komen als structuur terug in de nieuwe situatie.
Hiermee wordt ook in de nieuwe situatie zorggedragen voor een goede contactkwaliteit tussen bebouwd gebied en open landelijk gebied. De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en veroorzaakt een beperkte wijziging op structuurniveau. Er zijn structuurversterkende maatregelen opgenomen in het plan om het verlies aan ruimtelijke kwaliteit te compenseren waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. En is sprake van een ontwikkeling die de omgeving zal ‘aanpassen’ met per saldo behoud van gebiedskwaliteit. Een uitgebreide afweging van de impact van de ontwikkeling ten opzichte van de gebiedsidentiteit volgens de lagenbenadering is opgenomen in paragraaf 4.1 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de beleidsdoelstellingen zoals vastgelegd binnen de Omgevingsverordening en de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Per saldo is sprake van het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit. Er wordt voldaan aan artikel 6.9 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
18
Figuur 6
Uitsnede
Omgevingsvisie
Zuid-Holland:
Bestaand
stads-
en
dorpsgezicht
(bron.ruimtelijkeplannen.nl)
Figuur 7
Uitsnede kaart 14, Omgevingsverordening Zuid-Holland: beschermingscategorie 3
(d.d. 1 april 2023)
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
19
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Krimpenerwaard De Omgevingsvisie Krimpenerwaard is vastgesteld op 14 juli 2021 en vormt het ruimtelijke beleidskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. De visie vervangt geldende structuurvisies welke onder de Wro zijn opgesteld. In de omgevingsvisie komen de lange termijn en ruimtelijke relevante doelstellingen uit de economische, ecologische en sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen samen. Centrale beleidsdoelstelling is een toekomstgerichte Krimpenerwaard met vitale kernen, een krachtig buitengebied passend bij de identiteit van het gebied. De identiteit van de Krimpenerwaard, deelgebieden en de kernen is uiteengezet in de vorm van de ‘Krimpenerwaarden’. Voor het plangebied is van belang dat de Krimpenerwaard een landelijk en dorps woonmilieu biedt in een regio met veel grote steden. Het groene landschap met de kleine kernen en buurtschappen met vaak hechte gemeenschappen en aan het landschap gebonden recreatie heeft een onderscheidend karakter van de stedelijke gebieden. In het landschap is de cultuurhistorische ontstaansgeschiedenis van de veenweidepolder in het Groene Hart nog herkenbaar aanwezig. Karakteristiek voor het veenweidegebied is onder meer het historische verkavelingspatroon met langgerekte percelen en zichtlijnen van en naar de dijklinten.
Kenmerkend voor het deelgebied van het landschap aan de IJssel is het lange vrijwel aaneengesloten woon- en werklint langs de IJssel met lange, smalle kavels vanaf de rivierdijk en het uitzicht vanaf de dijk en de woon- werklinten, over het landschap en de IJssel. Ter hoogte van de planlocatie geldt de beleidsdoelstelling: ‘duurzaam leven’. Centraal staat hierin het versterken van de linten en het ontwikkelen van een meer divers woningaanbod. De planlocatie bevindt zich aan de IJsseldijk-Noord ten noordwesten van de kern Lageweg. De IJsseldijk-Noord vormt de verbindende as tussen de verschillende kernen langs de Hollandse IJssel. De dijklinten veranderen als gevolg van sociaal- economische ontwikkelingen. De functie van de dijken voor de economische sector (grondstoffen en agrarische activiteiten) neemt in betekenis af. De recreatieve functie van de Hollandse IJssel en het buitengebied neemt toe. Het hergebruik van de voormalige bedrijfslocaties binnen de bestaande bebouwde omgeving als woningbouwlocatie wordt als wenselijke ontwikkeling gezien. Voorwaarden voor herontwikkeling zijn onder meer dat wordt aangesloten op bestaande bebouwingsstructuren en dat de nieuwe woningen geen belemmering vormen voor omliggende activiteiten.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
20
Figuur 8
Uitsnede Omgevingsvisie Krimpenerwaard: IJsselstreek
Beoordeling Met de beoogde ontwikkeling wordt aangesloten op de doelstellingen uit de Omgevingsvisie Krimpenerwaard. Het ontwikkelen van verschillende woonmilieu’s die aansluiten bij het rustige landelijke gebied is één van de in de omgevingsvisie benoemde kansen voor de gemeente, waarmee ook de regio wordt versterkt. Een vrijkomend bedrijfsperceel van een voormalig bouwketenbedrijf in een dijklint wordt herontwikkeld als dorpse en groene woonomgeving. Het woonerf past in korrelgrootte en de gekozen verkavelingsstructuur binnen de karakteristiek van het veenweide landschap. Binnen het plangebied worden grondgebonden woningen mogelijk gemaakt in diverse prijsklassen. Met het initiatief wordt een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse door sanering van grootschalige bebouwing en een milieubelastende functie in een woonlint. De ontwikkeling draagt bij aan het bevorderen van de doorstroming op de woonmarkt door de realisatie van een divers woonaanbod en het realiseren van een aantrekkelijk dorps woonmilieu voor starters en doorstromers binnen de lokale woningmarkt. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de ruimtelijke doelstellingen zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie Krimpenerwaard.
3.3.2 Nota ruimtelijke kwaliteit De gemeente Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de ‘Nota ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017’ vastgesteld. De nota vervangt de welstandsnota’s van de verschillende kernen. Middels de nota wordt beoogd om het welstandsbeleid uit de verschillende voormalige gemeenten te harmoniseren en tevens te dereguleren. Op basis van het beleid wordt voor een groot aantal gebieden een soepel beoordelingsniveau gehanteerd. In de Nota ruimtelijke kwaliteit is aan de omgeving van het plangebied, als onderdeel van een historisch bebouwingslint aan de Hollandse IJssel, een bijzondere ruimtelijke gebiedskwaliteit toegekend (Gebied 2B). Uitgangspunt voor ontwikkelingen in het landschap is dat duurzaam beheer van de ruimtelijke structuren en elementen het uitgangspunt is. Het gebruik en de belevingswaarde en het behoud van cultuurhistorische waarden zijn hierbij een bijzonder uitgangspunt.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
21
De bebouwingslinten dragen door de historische concentratie van bebouwing in belangrijke mate bij aan het karakter van de gemeente. Structuurbepalend voor de linten is het zicht op het omliggende landschap. Ontwikkelingen in de linten dienen bij te dragen aan het behoud en versterken van de kwaliteit van de linten. Nieuwe ontwikkelingen vervangen zo veel mogelijk de bestaande functies en bebouwing. Tevens dient nieuwe bebouwing de lokale identiteit te versterken door onder meer een passende schaal, maat en verkaveling. De korrelgrootte van bebouwing, de ordening binnen percelen, het contrast en de zichtrelatie met het open landschap dienen bij nieuwe ontwikkelingen aan te sluiten op de bestaande karakteristiek. Voor verschillende gebieden, waaronder deelgebied 2B waar het plangebied onderdeel van uit maakt, zijn richtlijnen opgesteld voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bebouwing in het deelgebied van de Hollandse Ijssel (gebied 2B) dient volgens deze richtlijnen individueel onderscheidend te zijn met een eenvoudige opbouw en per kavel een duidelijk onderscheid tussen hoofdmassa, uitbreidingen en bijgebouwen. Bebouwing heeft een landelijk, dorps karakter en het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel. Volgens de gebiedenkaart maakt het plangebied onderdeel uit van het landschap van de Hollandse Ijssel.
Deze gebieden kennen een bijzonder beschermingsniveau vanuit het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Belangrijke hoofdambities binnen de Krimpenerwaard zijn: Versterken van het contrast tussen de randen langs de rivieren en het middengebied, en het contrast tussen buitendijks en binnendijks gebied anderzijds; Koesteren van het uitgestrekte veenweidegebied en de relatieve openheid met het -
cultuurhistorische waardevolle opstrekkende kavelpatroon; Behouden en versterken van het contrast tussen onbebouwde wegen en verdichte linten; Herkenbaar houden van het landschappelijke verschil tussen het kleinschalige middengebied en de grootschalige ontginningsgebieden langs de rivier; Versterken van de zichtrelaties tussen dijken en het omliggende landschap.
Beoordeling Binnen de ontwikkeling van het plangebied van bedrijfslocatie naar woonerf wordt aangesloten op het kleinschalige karakter van de bestaande woonomgeving. De nieuwe bebouwing is grondgebonden en sluit in bouwstijl en korrelgrootte aan bij de bestaande bebouwing. In de bouwwijze, vormgeving en detaillering van de woningen is sprake van enige afwisseling en een traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Binnen het woonerf worden meerdere kleinschalige woonblokken gerealiseerd die direct zijn gelegen aan een gedeeld erf met
collectieve
parkeerplaatsen, groen- en speelvoorzieningen. De contactzone tussen bebouwd gebied en open buitengebied wordt versterkt door de aanleg van landschapselementen en het terugbrengen van zichtlijnen. Hiermee wordt een overgangszone aangelegd tussen de bestaande compacte en sterk versteende structuur aan de Ijssellaan en het open kleinschalige weidegebied. Voor de ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld welke beoordeeld door de Commissie ruimtelijke kwaliteit. De commissie is positief over de stedenbouwkundige opzet van de ontwikkeling. De voor het bestemmingsplan relevante aandachtspunten van de commissie zijn geborgd in de planregels. De bouwkundige en architectonische uitwerking van de woningen vindt plaats in de voorbereiding van de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen van de woningen. Het beeldkwaliteitsplan geldt als toetsingskader voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen van de woningen. Het beeldkwaliteitsplan wordt separaat vastgesteld als uitwerking van de Nota ruimtelijke kwaliteit.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
22
Figuur 9
Uitsnede Nota ruimtelijke kwaliteit Krimpenerwaard 2017 (plangebied zwart omkaderd)
Conclusie Met de stedenbouwkundige inrichting van het plangebied, de bouwstijl en de detaillering van de woningen wordt aangesloten op de bestaande karakteristiek van het dijklint. Het inrichtingsplan is positief beoordeeld door de Commissie ruimtelijke kwaliteit.
3.3.3 Bestemmingsplan De planologische kaders voor de ontwikkeling van de planpercelen zijn vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan ‘IJsseldijk-Noord 2005-geconsolideerd’ (vastgesteld 13 december 2007, Gedeputeerde staten 8 juli 2008). Op basis van het vigerende bestemmingsplan is aan de voormalige bedrijfslocatie de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden II’ toegekend met een bouwvlak. De bedrijfsbestemming is omgeven door de bestemming ‘groendoeleinden’ ten behoeve van de groene inkadering van de bedrijfslocatie. Aan de voorzijde van het planperceel aan de IJssellaan is reeds een woonbestemming ‘woondoeleinden’ aanwezig met bouwvlak, de mogelijkheid om 2 woningen op te richten. De bestemming is voorzien van de bouwaanduiding ‘w4’ ten behoeve van de maximum goothoogte. Deze woningen zijn reeds gesloopt. Ten zuiden van de bedrijfslocatie zijn agrarische gronden gelegen met de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwaarde’. Gronden binnen deze bestemming zijn aangewezen voor agrarisch gebruik in samenhang met het behoud en herstel van de natuurlijke- en landschappelijke waarden. Binnen een groot deel van het agrarisch gebied in de omgeving wordt op basis van de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwaarde’ de teelt van ruwvoer uitgesloten om het open weidekarakter te kunnen behouden.
Landschappelijke ingrepen zoals het omzetten van grasland naar andere agrarische grondgebruiksvormen en het dempen van sloten zijn vergunningplichtig en derhalve opgenomen in het aanlegvergunningstelsel.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
23
Een deel van het plangebied is tevens voorzien van de aanduiding ‘molenbeschermingszone’ ten aanzien van de bescherming van de molenbiotoop voor de molen ‘Windlust’ aan de overzijde van de Hollandse IJssel aan de Kortenoord. Beoordeling Het oprichten van 31 grondgebonden woningen is niet rechtstreeks mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid of afwijkingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan de beoogde woningbouw mogelijk kan worden gemaakt. Conclusie De beoogde ontwikkeling is mogelijk op basis van een herziening van het bestemmingsplan ‘IJsseldijk Noord 2005’. De ruimtelijke en milieukundige inpasbaarheid van het initiatief op de locatie is onderzocht in hoofdstuk 2, 3 en 4.
Figuur 10
Uitsnede
Bestemmingsplan
‘IJsseldijk-Noord
2005-geconsolideerd’:
‘Bedrijfsdoeleinden’,
‘Agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwaarde’ en ‘groendoeleinden’
3.3.3 Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard’, vastgesteld op 29 januari 2019 van kracht. Een functiewijziging is mogelijk mits ter plaatse wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de geldende CROW-normering of wanneer op een andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Op basis van de kengetallen van het CROW (publicatie 381: toekomstbestendig parkeren d.d. december 2018) kan voor de kern Ouderkerk aan den IJssel worden uitgegaan van een ‘niet stedelijk’ gebied. Voor de parkeervraagberekening zijn Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
24
de volgende uitgangspunten aangehouden: Voor de 27 tussen/ hoekwoningen geldt een parkeernorm van 2 pp per woning; Voor de 1 twee-onder-één-kap woning en de drie-onder-één-kap woning geldt een parkeernorm van 2,2 pp per woning; Voor de 2 vrijstaande woningen geldt een parkeernorm van 2,3 pp per woning. De bovenstaande parkeernormen zijn inclusief het aandeel bezoekers. De parkeervraag van bewoners en bezoekers varieert gedurende de week. Op basis van aanwezigheidspercentages is de parkeervraag op een werkdagavond het grootst (56 parkeerplaatsen). Binnen het plangebied worden 59 parkeerplaatsen gerealiseerd. Op basis van het inrichtingsplan worden 31 collectieve parkeerplaatsen binnen het collectieve woonerf, 13 parkeerplaatsen op privéterrein en 15 parkeerplaatsen aan de voorzijde van het plangebied aangelegd. Parkeerplaatsen op privéterrein in de vorm van een oprit of een garage mogen niet volledig worden opgenomen in de parkeerberekening. Deze parkeerplaatsen op privéterrein worden voor respectievelijk 0,8 en 1,8 opgenomen in de parkeerbalans. In de planregels is voor de parkeerplaatsen op privéterrein een instandhoudingsplicht opgenomen. Zie tevens paragraaf 4.10. Conclusie In de toekomstige inrichting van het plangebied is invulling gegeven aan de te verwachten parkeerbehoefte.
3.3.4 Woonvisie Krimpenerwaard In 2017 heeft de gemeente Krimpenerwaard de ‘Woonvisie Krimpenerwaard: kerngericht!’ vastgesteld. In de woonvisie worden lange termijn doelstellingen weergegeven tot 2030. De Woonvisie is gebaseerd op woonbehoefteonderzoek en huishoudensprognoses (Attrivé en Primos 2015). In de ‘Notitie Uitwerking woonvisie naar kernen’ (vastgesteld 24 september 2019) zijn de doelstellingen uit de Woonvisie verder uitgewerkt per kern op basis van geactualiseerde prognoses (ABF Research 2018 en Primos 2017). De Woonvisie wordt thans geactualiseerd op basis van meer recent woonbehoefteonderzoek (Primos 2019). Landelijke trend sociaal-maatschappelijke trend In de afgelopen decennia is er landelijk sprake van een trend van zogenaamde ‘dubbele’ vergrijzing als gevolg van een stijgende gemiddelde leeftijd van bewoners en de trek van jongere huishoudens naar stedelijke regio’s (de zogenaamde ‘ontgroening’). Wanneer het aantal gezinnen in de meer landelijke kernen afneemt en de bevolking vergrijst neemt ook het aantal bewoners dat gebruik maakt van lokale voorzieningen af. Als essentiële voorzieningen verdwijnen komt de leefbaarheid onder druk te staan. Het vasthouden van voldoende basisvoorzieningen door te zorgen voor een voldoende gedifferentieerde huishoudenssamenstelling is een belangrijke doelstelling binnen gemeentelijke woningbouwprogramma’s geworden.
Het woningbouwaanbod (het aantal en type woningen) en het voorzieningenniveau neemt namelijk een belangrijke positie in, in de keuze van mensen om zich te vestigen. Regionale huishoudensontwikkeling Op basis van het regionaal woonbehoefteonderzoek en huishoudensprognoses (Primos 2015 en 2017) zoals ook opgenomen in de huidige Woonvisie blijkt dat in de Krimpenerwaard, ten opzichte van eerdere ramingen, een toenemend aantal bewoners afziet van een trek naar de stad en ervoor kiest om in het landelijk gebied te blijven wonen. Tegelijkertijd groeit het aantal huishoudens in de gemeente als gevolg van een geboorteoverschot en gezinsverdunning. Naar verwachting zal op basis van de meest actuele prognose (‘Notitie uitwerking woonvisie naar kernen’) het aantal huishoudens in de Krimpenerwaard tot 2030 toenemen met circa 1700 huishoudens en tot 2040 met circa 2650 huishoudens.
Bestemmingsplan ‘IJsselgaarde Ouderkerk aan den IJssel’
25
Doelstellingen woningbouwbeleid Om in samenhang met de huidige sociaal maatschappelijke ontwikkelingen een evenwichtige bevolkingsgroei en vitale kernen te behouden en ontwikkelen, staan in het gemeentelijk woningbouwbeleid een vijftal thema’s centraal: 1. Positionering in de regio 2. Betaalbaar en beschikbaar 3. Duurzame gebouwde omgeving 4. Wonen-welzijn-zorg 5. Bouwen aan vitale kernen Bovenstaande thema’s vormen het afwegingskader voor nieuwe woningbouwplannen. Voor de ontwikkeling zijn met name de thema’s ‘betaalbaar en beschikbaar’ en ‘bouwen aan vitale kernen’ van belang. Deze kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woningen wordt hierna verder verantwoord ten opzichte van de beoogde woningen. Gemeentelijke basisinfrastructuur Het realiseren van een passend voorzieningenniveau per kern (de basisinfrastructuur) is een belangrijk middel om de sociale basis te versterken. Door het bieden van een goede sociale basis en een laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning binnen de eigen kern, wordt ontmoeting gestimuleerd, wordt eenzaamheid voorkomen en worden de mogelijkheden voor mensen om zelfredzaam te blijven geoptimaliseerd. Het behouden van een sterke basisinfrastructuur op kernniveau weegt mee in de gemeentelijke keuzes over het volkshuisvestingsbeleid.