BIJL 3 t_NL.IMRO.1931.BP2202DK057-VG01 (par. 4.8 aangevuld met ecologisch onderzoek)
Tekst van het document
Planspecifiek Met het beoogde initiatief wordt een nieuw gemeentehuis gerealiseerd. De werkzaamheden hebben mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna, beschermde natuurgebieden en/of beschermde houtopstanden. Derhalve is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (Blom Ecologie, d.d. 25 maart 2022, revisie d.d. 29 maart 2023, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 11). Soortenbescherming Uit de quickscan flora en fauna volgt dat er aanvullend onderzoek uitgevoerd dient te worden naar vleermuizen, heikikkers en grote modderkruipers. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart - 15 juli). In aanvulling op de quickscan flora en fauna en vanwege het feit dat het overtreden (c.q. wegnemen van vaste rust- en verblijfplaatsen) van de enkele verbodsbepalingen onder de Wnb vooraf niet uitgesloten kan worden, is een notitie opgesteld waarin ingegaan wordt op de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan (Blom Ecologie, d.d. 27 januari 2023, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 12).
Op basis van deze notitie kan geconcludeerd worden dat het verwijderen van groenstructuren, het dempen van watergangen, de bouw van een gemeentehuis en realisatie van parkeerplaatsen uitvoerbaar is. Ten aanzien van soortenbescherming geldt dat de aanwezigheid van beschermde soorten als vleermuizen, heikikker en/of grote modderkruiper gemitigeerd kan worden. Het ligt in de lijn der verwachting dat, indien vorengenoemde soorten aanwezig zijn c.q. de planlocatie een essentiële functie heeft, een beschikking in het kader van de Wnb verkregen kan worden. Naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming is een aanvullend ecologisch onderzoek naar vleermuizen, heikikkers en grote modderkruipers uitgevoerd (Blom Ecologie, d.d. 29 juni 2023, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 23). Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform de bepalingen in het meeste actuele vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de bomenrij in het plangebied deels functioneert als essentiële vliegroute voor vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis). Deze bomenrij wordt bij de beoogde ingreep weggenomen.
De beoogde ingreep leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de artikel 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen van essentiële vliegroute) van de Wet natuurbescherming Er dient ten aanzien van vleermuizen een ontheffing van de Wet natuurbescherming verkregen te zijn alvorens de bomenrij verwijderd kan worden. Het onderzoek naar heikikkers en grote modderkruipers is uitgevoerd conform de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017 en 2021). Tijdens het onderzoek zijn geen individuen aangetroffen van de heikikker of grote modderkruiper. Tevens is in de watergangen geen eDNA van de heikikker of grote modderkruiper
41
aangetoond. Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek blijkt dat de watergangen in de planlocatie geen functie heeft voor de heikikker en de grote modderkruiper. Het dempen van de watergangen zal derhalve niet leiden tot negatieve effecten op de soorten. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is daardoor niet noodzakelijk. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie inzichtelijk gemaakt te worden. Met uitzondering van de zuid- en westzijde van het plangebied, die tot het Natuurnetwerk Nederland behoort, maakt het plangebied geen onderdeel uit van bij provinciale verordening aangewezen beschermde gebieden. Zoals beschreven wordt in toelichting paragraaf 3.2.2 behoort de zuid- en westzijde van het plangebied tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, leggen de provincies nieuwe natuur aan. De provincies zijn verantwoordelijk voor begrenzing en ontwikkeling van het NNN en stellen hier beleid voor op. Het NNN is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor planten en dieren.
Robuuste leefgebieden voor flora en fauna zijn nodig om het uitsterven van soorten te voorkomen. Het netwerk is er daarnaast ook voor rust en recreatie, voor mensen die willen genieten van de schoonheid van de natuur. Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot aantasting of beperking van de natuurdoelen. De status als NNN is niet verankerd in de natuurwetgeving, maar het belang dient in de planologische afweging een rol te spelen. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden als het NNN geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt natuurontwikkeling op de gronden binnen het plangebied die tot het NNN behoren juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Stikstofberekening Om aan te tonen wat de mogelijke effecten van het voorgenomen plan op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn, is een onderzoek naar stikstofdepositie voor de aanlegfase en de gebruiksfase middels AERIUS Calculator (Langelaar Milieuadvies, d.d. 5 maart 2023, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 13) uitgevoerd. Het plangebied ligt op circa 8,6 kilometer afstand van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied “Uiterwaarden Lek”. Het dichterbijgelegen Natura 2000gebied “Donkse Laagten” heeft geen stikstofgevoelige delen.
In de berekening voor de aanlegfase zijn de emissies vanwege de inzet van machines en transportbewegingen tijdens het bouwrijp maken, het bouwen van het gemeentehuis en het woonrijp maken van het plangebied meegenomen. Uit de AERIUS-berekening voor de aanlegfase blijkt dat er voor de Natura 2000-gebieden geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Bij de berekening voor de gebruiksfase is uitgegaan van 775 voertuigbewegingen per etmaal, die grotendeels vallen onder de categorie ‘licht verkeer’. Bij de berekening is uitgegaan van 8 voertuigbewegingen van zwaar verkeer en 768 in licht verkeer per etmaal. Uit de AERIUS-berekening voor de gebruiksfase blijkt dat er voor de Natura 2000-gebieden geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Voor het plan hoeft ingevolge artikel 2.8 van de Wnb geen passende beoordeling gemaakt te worden vanwege stikstofdepositie. Houtopstanden In het plangebied zijn houtopstanden aanwezig. Voor deze houtopstanden geldt bij kap geen meldingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Conclusie Gelet op het voorgaande is het plan met het oog op de Wet natuurbescherming uitvoerbaar.
42
4.9 Archeologie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Planspecifiek De gemeente Krimpenerwaard heeft een archeologische beleidskaart voor haar grondgebied op laten stellen. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de Atlas Archeologie van de Omgevingsdienst Midden-Holland.
Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart (plangebied globaal zwart omkaderd)
Op de bovenstaande kaart is te zien dat het plangebied tot de categorieën 2, 4 en 5 behoort. Ter plaatse van het gemeentehuis geldt een (zeer) hoge verwachting waarbij een onderzoeksplicht geldt voor bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 1,5 meter (categorie 5). Voor de categorieën 2 en 4 geldt een onderzoeksplicht vanaf respectievelijk 50 m² en 1.000 m² (oppervlakte) en 0,3 meter (diepte). Voor de beoogde ontwikkeling is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (ODMH, d.d. mei 2022, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 14). In het verleden zijn binnen en direct rondom het plangebied acht archeologische onderzoeken uitgevoerd. Er is één behoudenswaardige vindplaats ontdekt in de zuidelijke helft van het plangebied. Op een hoge smalle oost-west georiënteerde rug, een uitloper van een grote rivierduin, zijn onder andere resten van vuursteen, verbrand en onverbrand bot en houtskool aangetroffen. Er is slechts sprake van een dunne vondststrooiing en niet van een duidelijke vondst- of afvallaag. Binnen het plangebied worden uitsluitend in de zuidelijke helft archeologische resten verwacht. Hier zal de oost-west georiënteerde zandrug waarschijnlijk doorlopen. Voor het overige deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting. Dit houdt in dat voor de bouw van het gemeentehuis geen verder archeologisch onderzoek nodig is.
43
Ter hoogte van de bekende vindplaats gaan bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Bij graafwerkzaamheden dieper dan 2 m-mv en heiwerkzaamheden is archeologisch vervolgonderzoek nodig om de archeologische resten veilig te stellen. In het geval van heien bestaat het archeologisch onderzoek uit het mechanisch voorboren van de heipalen. De verkregen boorkernen worden geanalyseerd. Bij sloopwerkzaamheden mogen heipalen niet uit de grond getrokken worden. Deze moeten worden afgeknipt. In het voorliggende bestemmingsplan is een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ opgenomen voor uitsluitend het zuidelijke deel van het plangebied. Archeologisch onderzoek is nodig bij diepe graafwerkzaamheden (dieper dan 2 meter) en het heien. Conclusie Gezien het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling geen belemmering zal ondervinden van het aspect archeologie. De gronden in het plangebied zijn in het voorliggende bestemmingsplan, conform het archeologisch bureauonderzoek, voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'.
4.10 Cultuurhistorie Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Ruimtelijke plannen zijn een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Planspecifiek In het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Tevens bevindt het plangebied zich niet in een gebied van hoge cultuurhistorische waarde. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling geen belemmering zal ondervinden van het aspect cultuurhistorie.
4.11 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. 4.11.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek Met het voorliggende plan wordt een nieuw gemeentehuis gerealiseerd. Voor de planlocatie is een onderzoek naar de verkeersintensiteiten van de beoogde ontwikkeling uitgevoerd (Iv-Infra, d.d. 31 mei 2022, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 15).
44
Verkeersgeneratie De navolgende tabel toont de verkeersgeneratie van de ontwikkeling. Onderdelen gemeentehuis Gemeentehuis zone 1 Gemeentehuis zone 2 Gemeentehuis zone 3 Primaire werkomgeving Overig (verkeersruimten, sanitair, constructie)
totaal m² 1084
norm min. 15,4
norm max. 17,7
/100 10,8
generatie minimaal 166,9
generatie maximaal 191,9
294
7,9
9,6
2,9
23,2
28,2
363
7,9
9,6
3,6
28,7
34,8
3062
7,9
9,6
30,6
241,9
294,0
2360
7,9
9,6
23,6
186,4
226,6
691 919
775 1.031
Etmaal (weekdag) Etmaal (werkdag)
Verkeerstoename Verkeer dat door het nieuwe gemeentehuis wordt gegenereerd zal zorgen voor een verkeerstoename op de parallelweg van de N210, Veerweg, N210 en N207. De exacte verdeling zal afhangen van de herkomst van bezoekers en personeel. Aangenomen kan worden dat de meeste bezoekers en personeel van binnen de gemeente komen. Uitgaande van de ligging binnen de gemeente is het aannemelijk dat het meeste verkeer van en naar het gemeentehuis via de Veerweg naar de N210 en N207 rijdt. Voor de verkeersberekening wordt aangenomen dat 75% op de kruising parallelweg N210-Veerweg van/naar het noorden rijdt en 25% naar het zuiden. Op de rotonde Veerweg-N210-N207 wordt uitgegaan van een evenredige verdeling over de richtingen. Er zal niet of nauwelijks sprake zijn van extra gemotoriseerd verkeer dat via de parallelweg in westelijke richting rijdt. In oostelijke richting is er op de parallelweg (tussen het gemeentehuis en de Veerweg) sprake van een toename van maximaal 1.031 voertuigen op een werkdag. Deze 1.031 voertuigen komen terecht op de overige wegen en splitsen zich daar over de richtingen. Onder het kopje 'verkeerstoename zwarte voertuigen parallelweg' wordt ingegaan op de verkeerstoename aan zware voertuigen op de parallelweg en de effecten daarvan.
Op basis van de memo van Iv-Infra, waarin de verkeerstoename op gemiddelde weekdagen in 2030 is berekend, worden indicatief volgende toenamen aan verkeer verwacht:
• • • • •
N210 west toename: 1,7%; N210 oost toename: 1,2%; N210 noord toename: 1,7%; Veerweg ten noorden van parallelweg toename: 11,3%; Veerweg ten zuiden van parallelweg: 3,8%.
Op de N210 en N207 is de toename van verkeer per richting vanaf de rotonde gezien 250-300 voertuigbewegingen per etmaal, waarvan gesteld kan worden dat dit relatief beperkt is (minder dan 2% toename ten opzichte van de huidige intensiteit). Op de Veerweg noord is de toename circa 12%. Hier is de impact het grootst. De ontsluiting van het gemeentehuis via de parallelweg naar de Veerweg richting de rotonde N210 vormt een knelpunt ten aanzien van de verkeersafwikkeling, gezien de huidige inrichting. Het aspect verkeer vormt geen onoverkomelijke belemmering, maar om tot een vlotte en veilige verkeersafwikkeling te komen zijn aanvullende verkeersmaatregelen noodzakelijk.
45
Verkeerstoename zware voertuigen parallelweg Uit de mechanische telling die in mei 2022 is uitgevoerd blijkt dat er gemiddeld 23 zware voertuigen (langer dan 7,0 m) per etmaal (werkdag) op de parallelweg van de N210 rijden (beide rijrichtingen gecombineerd). Daarbij is sprake van een vlakke verdeling van die intensiteiten over de dag (werkdag) (zie navolgende afbeelding). Er rijden maximaal drie zware voertuigen per uur over de parallelweg. Dat geldt ook voor de maatgevende spitsperiodes.
De verwachte toekomstige toename aan transportbewegingen van en naar het pompstation van Dunea aan de Provincialeweg 1 is 90 + 40 = 130 ritten per jaar (oftewel 260 bewegingen per jaar). Gemiddeld gezien is dat minder dan één beweging per dag. Ervan uitgaande dat één rit op dezelfde dag heen en terug rijdt, resulteert dat in maximaal twee bewegingen per dag. Een dermate beperkte toename van zwaar verkeer heeft geen merkbaar effect op de gemiddelde verkeersafwikkeling. Bovendien is de kans dat deze voertuigen in de spitsen (piekmomenten) rijden op basis van de huidige verdeling klein. Voor wat betreft de gewenste ‘vrije doorloop’ van zware voertuigen zal de komst van het gemeentehuis de gemiddelde reistijd voor zware voertuigen van/naar Dunea niet of nauwelijks beïnvloeden. De nieuwe kruising biedt een vlottere en veiligere doorstroming dan de bestaande inrichting en kan het nieuwe verkeer goed afwikkelen. Mocht er op incidentele piekmomenten toch een wachtrij ontstaan, dan zal dat alleen zijn tussen de aansluiting van het gemeentehuis en de kruising parallelweg-Veerweg. De maximale wachtrijlengte kan daardoor hoogstens ca. 70 meter zijn. De vertraging zal in die gevallen ruim onder de 120 seconden vallen, wat in de regel als acceptabel wordt beschouwd. De kans dat een zwaar voertuig van/naar Dunea in een wachtrij komt te staan is echter bijzonder klein.
Op de parallelweg tussen de aansluiting van het nieuwe gemeentehuis en de aansluiting van Dunea wordt nauwelijks extra verkeer verwacht als gevolg van het gemeentehuis, omdat de hoofdrijbaan van de N210 voor alle bestemmingen sneller zal zijn. Ook de kleine verkeerstoename van/naar Dunea door zware voertuigen is geen aanleiding om hier maatregelen te treffen. Ontsluiting en verkeersafwikkeling Het nieuwe gemeentehuis wordt ontsloten via de parallelweg van de N210. Via de parallelweg rijdt het verkeer via het kruispunt parallelweg N210-Veerweg-tankstation naar de Veerweg, N210 en N207. Er is een memo opgesteld met betrekking tot de ontsluiting/verkeersafwikkeling en langzaam verkeersverbindingen (Iv-Infra, d.d. 22 december 2022, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 16). Uit de memo blijkt dat dat de bestaande vormgeving van het kruispunt parallelweg N210-Veerweg mogelijk tot afwikkelingsproblemen/wachtrijvorming leidt. Vanwege de korte afstand tussen de turborotonde N210N207 en het kruispunt parallelweg N210-Veerweg, in combinatie met de bajonetaansluiting naar het tankstation, is de bestaande vormgeving hier extra gevoelig voor. De bajonetaansluiting is daarnaast een punt van aandacht voor wat betreft de verkeersveiligheid.
Een dergelijke kruispuntvorm kan leiden tot onverwachte verkeersbewegingen, onoverzichtelijkheid van het kruisingsvlak en onduidelijkheid ten aanzien van de voorrangsverlening. Daarmee neemt de kans op (afdek)ongevallen toe. Dit effect wordt versterkt door de verkeerstoename als gevolg van het nieuwe gemeentehuis. Om deze aandachtspunten te
46
verbeteren is het wenselijk de kruising parallelweg N210-Veerweg-tankstation om te vormen naar een viertakskruispunt. De aansluiting van de parallelweg op de Veerweg schuift daarbij op in zuidelijke richting. De langzaam verkeersverbindingen zijn onderdeel van de verkeerskundige scan geweest. Het nieuwe gemeentehuis is middels bestaande verbindingen bereikbaar voor langzaam verkeer. Echter niet alle verbindingen hebben het gewenste niveau voor wat betreft de oversteekbaarheid en verkeersveiligheid. Veel bezoekers maken echter buiten de spitsperiodes gebruik van diensten waarvoor ze naar het gemeentehuis moeten. Op die momenten is de oversteekbaarheid aanzienlijk beter. Om de situatie voor langzaam verkeer te bevorderen is in overleg met de wegbeheerder (provincie ZuidHolland) onderzocht of de zuidelijke fietsoversteek van de rotonde N210-N207 kan worden verplaatst naar de nieuw in te richten kruising parallelweg N210-Veerweg. Het fietspad langs de N210 wordt daarmee achter het tankstation gelegd en de bestaande oversteek komt te vervallen. Bijkomend voordeel is dat er geen conflictpunt meer is bij de uitrit van het tankstation. Dit is een kansrijke maatregel die de grootste stroom voetgangers en fietsers van en naar het gemeentehuis (en omliggende functies) bedient. Deze oplossing wordt in overleg met de wegbeheerder en de eigenaar van het tankstation verder uitgewerkt.
Het nemen van maatregelen om de verkeersveiligheid van de Veerweg te verbeteren maken geen direct onderdeel uit van het voorliggende bestemmingsplan. Provincie en gemeente zijn echter wel positief in gesprek over een eventuele overdracht van (het beheer van) de Veerweg aan de gemeente. Het voordeel hiervan is dat de gemeente in dat geval zelf prioriteit kan geven aan verbetermaatregelen ten behoeve van de veiligheid. 4.11.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen.
Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeren is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard' (vastgesteld op 29 januari 2019). Hierin wordt verwezen naar de gemiddelde parkeernormen van het CROW en dient op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid voorzien te worden. Planspecifiek Parkeerbehoefte Met de ontwikkeling van het plan moet er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd worden. Voor de beoogde ontwikkeling is een parkeerbehoefteberekening uitgevoerd (IV-Infra, d.d. 31 mei 2022, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 15). Met de beoogde ontwikkeling wordt een gemeentehuis gerealiseerd. Het gemeentehuis krijgt meerdere functies waarvoor verschillende parkeernormen gelden. De onderstaande tabel toont de parkeerbehoefte. In totaal moeten er maximaal 212 parkeerplaatsen gerealiseerd worden.
47
Onderdelen gemeentehuis Zone 1: openbaar (dienstverlening met baliefunctie) Zone 2: Semi (kantoor zonder baliefunctie) Zone 3: Privé (kantoor zonder baliefunctie) Primaire werkomgeving (kantoor zonder baliefunctie) Subtotaal Verkeersruimte horizontaal (20%) Verkeersruimte verticaal + technische ruimten (10%) Sanitair Constructie (10%) Subtotaal Totaal Afgerond totaal
totaal m² 1084
norm min. 3,3
norm max. 3,8
norm pp min. 35,8
norm pp max. 41,2
294
2,3
2,8
6,8
8,2
363
2,3
2,8
8,3
10,2
3062
2,3
2,8
70,4
85,7
960 576
2,3 2,3
2,8 2,8
121,3 22,1 13,2
145,3 26,9 16,1
173 651
2,3 2,3
2,8 2,8
4,0 15,0 54,3
4,8 18,2 66,1
175,6 176
211,4 212
7163
Met de beoogde ontwikkeling wordt een nieuwe parkeerplaats gerealiseerd achter de overheidsdiensten gelegen aan de Veerweg en een parkeerplaats ten oosten van het beoogde gemeentehuis. In totaal worden er met de beoogde ontwikkeling circa 210 parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen zijn te bereiken via de toekomstige ontsluiting van het gemeentehuis op de parallelweg.
4.12 Duurzaamheid Het Rijk sluit aan bij de Europese doelstelling om te komen tot een 49 % reductie van de CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. In 2030 dient verder de bijdrage van duurzame energie 32 % van het totale energieverbruik te zijn. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam en CO2-neutraal zijn. De gebouwde omgeving is goed voor 40 % van het totale energieverbruik in Nederland, heeft een groot besparingspotentieel en kan daardoor een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de bovengenoemde doelstellingen, ook op de langere termijn. Nederland in 2050 vrij van aardgas Op 7 december 2016 is de energieagenda gepubliceerd door minister Kamp. De agenda schetst het beleid na 2023 dat moet leiden tot een vrijwel CO2-neutrale economie in Nederland in 2050. De agenda beschrijft de overgang naar een gasloze maatschappij. Verwarming van huizen en kantoren zal worden overgenomen door duurzame energiebronnen en koken zal in de toekomst uitsluitend nog elektrisch gebeuren. De Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) schrijft voor dat nieuwbouw per 1 juli 2018 gasloos uitgevoerd dient te worden. Energie (BENG) De rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw.
Tot 31 december 2020 werd de energie-efficiëntie uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Hierbij werd gestreefd naar EPC = 0,0, waarbij een gebouw energieneutraal is. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De eisen houden in dat nieuwe woningen (bijna) energieneutraal gebouwd moeten worden. De BENG kijkt naar de energie prestatie van een gebouw aan de hand van de drie energieprestatie-indicatoren: 1. 2. 3.
de energiebehoefte indicator; de primaire fossiele energie-indicator; en het aandeel hernieuwbare energie.
48
Milieuprestatie Gebouwen (MPG) De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw en is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100 m². Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. Planspecifiek Met de beoogde ontwikkeling wordt ingezet op een duurzame ontwikkeling van het nieuwe gemeentehuis. Te denken valt aan onder andere maatregelen op gebouwniveau en maatregelen die toegepast kunnen worden bij de inrichting van de (openbare) buitenruimte. Dit om in te zetten op minder en andere vormen van energiegebruik, het tegengaan van hittestress, het voorkomen van wateroverlast, het bevorderen van de biodiversiteit, het stimuleren van bewegen en ontmoeten. Met de beoogde ontwikkeling is de ambitie om een gemeentehuis te bouwen met het energielabel A. Het gebouw dient circulair en energieneutraal gebouwd te worden en wordt zo ontworpen dat het voldoet aan een GPR-score van 8,5. Daarmee liggen de ambities hoger dan de wettelijke eisen uit het Bouwbesluit 2012. Er wordt onder andere gekeken naar mogelijkheden van nieuwe energievormen en het toepassen van groene daken en gevels.
De inrichting van de (openbare) buitenruimte dient zo groen mogelijk te zijn om hittestress tegen te gaan, bij te dragen aan het zo lang mogelijk vasthouden van water en de biodiversiteit (o.a. door middel van de keuze beplanting en het plaatsen van insectenhotels) te vergroten.
49
5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
5.3 Planregels De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk II geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk III geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk II. Ten slotte regelt hoofdstuk IV de overgangs- en slotbepalingen. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de SVBP 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemming op alfabetische volgorde. Ook dit hoofdstuk kent een standaardopbouw:
• • • • • • •
bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
50
5.4 Wijze van bestemmen Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het geldende bestemmingsplan 'Dorpsgebied'. Navolgend worden per artikel de belangrijkste aspecten beschreven. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Hiervoor is aangesloten bij de SVBP 2012. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Maatschappelijk Voor het gehele plangebied wordt de bestemming 'Maatschappelijk' opgenomen. Binnen deze bestemming zijn maatschappelijke voorzieningen in de vorm van overheidsvoorzieningen mogelijk. Om te regelen dat de gronden primair bestemd zijn voor het beoogde gemeentehuis zijn er naast overheidsvoorzieningen daaraan ondergeschikte (maatschappelijke) voorzieningen mogelijk.
Dit betreft overige maatschappelijke voorzieningen, horeca ten dienste van maatschappelijke voorzieningen en expositie en verkoop van de met maatschappelijke voorzieningen samenhangende artikelen. Daarnaast is ondergeschikte duurzame energieopwekking, waaronder begrepen luifels met zonnepanelen, toegestaan binnen de bestemming. Tevens zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen mogelijk, zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, groen en water. Ten aanzien van de bouwregels is bepaald dat gebouwen en overkappingen, met uitzondering van luifels met zonnepanelen, uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd, dat op de verbeelding is aangegeven. Het bouwvlak mag tot een bebouwingspercentage van 60% bebouwd worden, wat op de verbeelding is aangegeven. De goot- en bouwhoogte van gebouwen mag, zoals tevens op de verbeelding is aangeduid, respectievelijk maximaal 14 en 16 meter bedragen. Er is een regeling opgenomen op basis waarvan burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen aan maatregelen die toezien op het beperken van de veiligheidsregio's vanwege het nabijgelegen LPGtankstation en de N210, waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. In de specifieke gebruiksregels worden eisen gesteld aan een daktuin en/of dakterras, voor het geval dat een dergelijke voorziening op het beoogde gemeentehuis wordt gerealiseerd.
Daarnaast zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor het aanbrengen van voldoende gevelwering, zodat het binnenniveau niet meer dan 40 dB bedraagt en sprake is een goed werkklimaat, en het treffen van klimaatdadaptieve maatregelen. Ook voor het verhogen van de rookmelderdichtheid, het plaatsen van afschakelbare ventilatie, een inrichting overeenkomstig het inpassingsplan (bestemming 'Maatschappelijk'), de natuurontwikkeling (bestemming 'Natuur') en het aanleggen en instandhouden van voldoende parkeergelegenheid zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. De voorwaardelijke verplichtingen voor de inpassing van het nieuwe gemeentehuis binnen de bestemming 'Maatschappelijk' en de natuurontwikkeling binnen de bestemming 'Natuur' (artikel 3.4.5) geldt dat die binnen respectievelijk 24 en 36 maanden na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de bouw van het gemeentehuis aangelegd en in stand gehouden moeten worden, om de gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' te mogen gebruiken en geen strijdigheid met het voorliggende bestemmingsplan te laten ontstaan. Zowel voor de inpassing binnen de bestemming 'Maatschappelijk' als de natuurontwikkeling binnen de bestemming 'Natuur' wordt verwezen naar een bijlage bij de regels. Binnen
51
de kaders die volgen uit deze bijlagen kunnen de inpassing van het gemeentehuis en de natuurontwikkeling uitgewerkt worden. Artikel 4 Natuur De gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren zijn als 'Natuur' bestemd. Op deze gronden wordt in de toekomst natuur aangelegd. De gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden, in de vorm van een natuurgebied met uitsluitend de natuurbeheertypen die in de bijlage bij de regels zijn opgenomen. Daarnaast zijn watergangen en andere waterpartijen, waterhuishoudkundige voorzieningen, oevers, dammen, bruggen, extensief recreatief medegebruik en nutsvoorzieningen mogelijk. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Verder is een 'aanlegstelsel' opgenomen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Artikel 5 Waarde - Archeologie Deze dubbelbestemming is toegekend aan een klein deel in het zuiden van het plangebied. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat in dit deel van het plangebied sprake is van een archeologische waarde. Alvorens er grondbewerkingen volgens de onderliggende bestemmingen kunnen plaatsvinden die de vrijstellingsgrenzen (2 meter -mv) overschrijden, moet er nader archeologisch onderzoek plaatsvinden om te bezien of er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Als er wel archeologische waarden worden aangetroffen zal bekeken moeten worden hoe die het beste zeker gesteld kunnen worden. Deze onderzoeksplicht/vergunningplicht is uitgezonderd voor het normale beheer en onderhoud van de gronden, evenals voor gronden waarvan kan worden aangetoond dat reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 6 Antidubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bepalingen over bouwen opgenomen. Deze bepalingen hebben betrekking op bestaande afwijkende maatvoeringen, overschrijden van bouwgrenzen en ondergronds bouwen. Bij ondergronds bouwen dient tevens voldaan te worden aan de eisen die volgen uit de ligging in een grondwaterbeschermingsgebied (zie artikel 8). Artikel 8 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen in het kader van de boringsvrije zone. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen om af te wijken van hetgeen is bepaald in het bestemmingsplan.
Artikel 10 Parkeren In dit artikel is bepaald dat in voldoende parkeergelegenheid voorzien moet worden, waarbij wordt verwezen naar de gemiddelde normen van het CROW. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht In deze regels wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik. Artikel 12 Slotregel Als laatste wordt de slotregeling opgenomen. Deze regeling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsregeling.
52
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid Wro of naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, 2º en 3°van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
• • •
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek Het beoogde gemeentehuis wordt op initiatief van de gemeente Krimpenerwaard gerealiseerd. De financiële verantwoordelijkheid voor het project en het daarbij horende risico wordt volledig gedragen door de gemeente. De raad van de gemeente Krimpenerwaard heeft op 14 maart 2023 het realisatiebudget beschikbaar gesteld voor het gemeentehuis, inclusief het budget voor de aankoop van de grond en de inrichting van de buitenruimte, waaronder de aanleg van het parkeerterrein en de ontsluiting van het gemeentehuis. Ook de inrichting van de gronden met de bestemming 'Natuur' wordt hieruit bekostigd. De economische uitvoerbaarheid van het plan is derhalve verzekerd. Over de verwerving van de gronden waarop het gemeentehuis is beoogd heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met de huidige grondeigenaar. De gronden waarop de parkeerplaatsen ten behoeve van het gemeentehuis worden aangelegd zijn eigendom van Groenalliantie Midden-Holland/Staatsbosbeheer. Deze gronden blijven in eigendom bij deze partij. Groenalliantie stemt in met de inrichting en het gebruik van deze gronden voor parkeerdoeleinden door de gemeente. Met Groenalliantie is een overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat de gemeente zorgt voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van de parkeerplaatsen.
Er is een intentieovereenkomst gesloten tussen de gemeente Krimpenerwaard, de provincie Zuid-Holland en de eigenaar van de gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren en met het voorliggende bestemmingsplan de bestemming 'Natuur' krijgen.
53
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Algemeen Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub c Wro overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerp bestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Participatie Op 13 juni 2022 heeft er een bewonersbijeenkomst plaatsgevonden in Zalencentrum De Waard in Bergambacht. Tijdens deze avond is een presentatie gegeven en zijn de plannen voor het nieuwe gemeentehuis gepresenteerd. Het verslag van de bijeenkomst is als bijlage bij de toelichting gevoegd (gemeente Krimpenerwaard, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 17). Op 17 oktober 2022 heeft een tweede informatieavond plaatsgevonden in Zalencentrum De Waard in Bergambacht. Op deze avond is het voorontwerp bestemmingsplan toegelicht. Daarnaast is een aantal onderwerpen waar op de eerste bijeenkomst aandacht voor werd gevraagd nader uitgelicht. De vragen die tijdens de informatieavond zijn gesteld zijn en de antwoorden daarop zijn als bijlage bij de toelichting gevoegd (gemeente Krimpenerwaard, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 18). Op 6 februari 2023, tijdens de periode van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan, heeft een derde informatieavond plaatsgevonden in de vorm van een inloopbijeenkomst. Op deze avond is het ontwerp bestemmingsplan toegelicht. Daarnaast is een aantal onderwerpen die op de tweede bijeenkomst aan bod kwam nader toegelicht. Deze onderwerpen betreffen met name de ontsluiting van het gemeentehuis en een veilige bereikbaarheid van de parkeerplaats.
Er is uitgelegd dat de bewoners over de uitwerking en planvorming van de maatregelen op de hoogte worden gehouden. De veelgestelde vragen tijdens deze avond met een gemeentelijke reactie zijn opgenomen in een bijlage bij de toelichting (gemeente Krimpenerwaard, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 19). 6.2.2 Vooroverleg en inspraak In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro is het voorontwerp bestemmingsplan voorgelegd worden aan de wettelijke vooroverlegpartners. Tegelijkertijd is een ieder de mogelijkheid geboden om een inspraakreactie op het voorontwerp bestemmingsplan in te dienen. De vooroverleg- en inspraakreacties zijn in de nota van beantwoording vooroverleg- en inspraakreacties samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien (gemeente Krimpenerwaard, d.d. 9 december 2022, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 20).
54
6.2.3 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 18 januari 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn drie zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn in de nota van beantwoording zienswijzen samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien (gemeente Krimpenerwaard, d.d. 7 augustus 2023, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 21).
55