BIJL 3 t_NL.IMRO.1931.BP2202DK057-VG01 (par. 4.8 aangevuld met ecologisch onderzoek)
Tekst van het document
bestemmingsplan
Gemeentehuis Provincialeweg 5a, Bergambacht Gemeente Krimpenerwaard
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.1931.BP2202DK057-VG01
Datum:
2023-08-07
Contactpersoon Buro SRO:
dhr. R van der Made | dhr. F. Polderman
Kenmerk Buro SRO:
SR220080
Opdrachtgever:
Gemeente Krimpenerwaard
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 6 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 7
2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 10
3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 14 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 14 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 16 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 24
4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 27 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 27 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 29 4.3 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 30 4.4 Geluid ................................................................................................................................................................ 31 4.5 Bedrijven en milieuzonering.............................................................................................................................. 32 4.6 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 35 4.7 Waterhuishouding.............................................................................................................................................
38 4.8 Ecologie ............................................................................................................................................................. 41 4.9 Archeologie ....................................................................................................................................................... 43 4.10 Cultuurhistorie ................................................................................................................................................ 44 4.11 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................................... 44 4.12 Duurzaamheid ................................................................................................................................................. 48
5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 50 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 50 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 50 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 51
6 Uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................... 53 6.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................................................... 53 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 54
3
4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 21 december 2021 besloten een centrale huisvesting van de gemeentelijke kantoor- en vergaderfuncties (gemeentehuis) te willen realiseren. Op 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad positief besloten over de locatie en het concept stedenbouwkundig plan. De beoogde locatie is het gebied Veerweg en omgeving in Bergambacht. Dit onder andere vanwege de centrale ligging in de gemeente Krimpenerwaard, de zichtlocatie en de prominente ligging langs hoofdwegen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van een nieuw gemeentehuis voor de gemeente Krimpenerwaard aan de Veerweg en de aanleg van een nieuwe natuurgebied. De planlocatie is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011', vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Bergambacht op 13 december 2011. Het realiseren van een gemeentehuis en de natuurontwikkeling is volgens het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Om het beoogde plan juridisch-planologisch mogelijk te maken is een partiële herziening van het bestemmingsplan nodig, waarin een bestemmingswijziging naar 'Maatschappelijk' en 'Natuur' wordt doorgevoerd en de beoogde functies mogelijk worden gemaakt. De beoogde ontwikkeling is onderdeel van een grotere ontwikkeling die plaatsvindt nabij de Veerweg.
Hiermee wordt de milieustraat verplaatst, de buitendienst uitgebreid en worden de bestaande brandweerkazerne, het politiebureau, de ambulancepost en eventueel de vrachtwagenparkeerplaats ingepast. Onderhavig bestemmingsplan voorziet enkel in de realisatie van het gemeentehuis met de bijbehorende parkeergelegenheid en de realisatie van de natuurontwikkeling.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt op circa 300 meter van het centrum van Bergambacht en ligt aan de rotonde van de provinciale wegen N210, N207 en N478 (Veerweg). Bergambacht is onderdeel van de gemeente Krimpenerwaard. Het plangebied is kadastraal bekend als de kadastrale gemeente Bergambacht, sectie A, perceelnummers 5711, 5712, 6087, 7869, 9417, 9418 en 9419. De oppervlakte van het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is circa 5 ha. De navolgende afbeeldingen tonen globale ligging en begrenzing van het plangebied.
Globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: Google Maps)
5
Globale begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: Google Maps)
Het plangebied ligt binnen de boringsvrije zone van het zuiveringsstation Rodenhuis aan de N210 (zie ook toelichting paragraaf 3.2.2). Om die reden zijn, naast de regels van het voorliggende bestemmingsplan, ook de regels uit de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland 2021 voor boringsvrije zones van toepassing.
1.3 Geldend bestemmingsplan Voor de planlocatie geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011', vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Bergambacht op 13 december 2011. Tevens geldt voor het plangebied het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard', vastgesteld door de raad van de gemeente Krimpenerwaard op 29 januari 2019. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het geldende bestemmingsplan.
Uitsnede geldend bestemmingsplan, plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
In het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' heeft het oostelijke deel van het plangebied de bestemming 'Bedrijf - Voorlopig nutsvoorziening'. Op 1 januari 2015 is de bedrijfsbestemming hier te komen vervallen en geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Voor een klein deel in het noordwesten van het plangebied
6
geldt de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening'. Deze gronden zijn uitsluitend bestemd voor waterwinwerken. Met het paraplubestemmingsplan 'Parkeren Krimpenerwaard' zorgt de gemeente voor een gemeentedekkende regeling voor parkeren. Voor de parkeernormen wordt verwezen naar de CROW-publicatie 317 van oktober 2012 ('Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'). Het paraplubestemmingsplan biedt de gemeente de mogelijkheid om bij nieuwbouwplannen of wijzigingen eisen te stellen aan het aantal parkeerplaatsen en om plannen te toetsen aan de richtlijnen van het CROW voor parkeren. De herontwikkeling van het plangebied en de realisatie van het gemeentehuis met bijbehorende voorzieningen en de realisatie van het natuurgebied is in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2011'. Het realiseren van een gemeentehuis en het realiseren van natuur is niet mogelijk in de bedrijfsbestemming. Derhalve dient een herziening van het bestemmingsplan vastgesteld te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden achtereenvolgens de huidige situatie en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante nationale, provinciale, en gemeentelijke beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van (voor)overleg en inspraak zijn opgenomen.
7
2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in de gemeente Krimpenerwaard nabij de kern Bergambacht. De gemeente Krimpenerwaard heeft ruim 57.000 inwoners en bestaat uit een veenweidegebied met daarin de dorpskernen Ammerstol, Bergambacht, Berkenwoude, Gouderak, Haastrecht, Krimpen aan de Lek, Lekkerkerk, Ouderkerk aan den IJssel, Schoonhoven, Stolwijk, Vlist en een aantal buurtschappen. De totale oppervlakte van Krimpenerwaard is 161 km². Bergambacht heeft circa 5.000 inwoners en ligt enkele honderden meters ten noorden van de Lek. De omgeving rondom het beoogde gemeentehuis wordt gekenmerkt door de structuur van het open polderland en volgt de natuurlijke richting van de rivier de Lek. Deze structuur is te herkennen aan de historische wegen/watergangen, zoals de Molenlaan, de Kadijk en de Nieuwe Wetering, die in oostwestelijke richting gelegen zijn. De Provincialeweg N210 ligt parallel aan deze polderstructuur en doorsnijdt het dorp Bergambacht. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van het plangebied vanuit de lucht.
Impressie plangebied, gezien vanuit de lucht
Langs de doorgaande weg N210 zijn bij de rotondes grotere/bijzondere gebouwen gesitueerd waarmee deze herkenningspunten vormen langs deze weg. Het plangebied ligt ook op zo’n prominente plek, aan de rotonde met de N210 en N207-N478, welke Gouda met de rivier de Lek verbindt. Het open polderlandschap direct ten westen en zuiden van het plangebied is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze gronden zijn in eigendom van waterwinbedrijf Dunea om de toekomstige drinkwatervoorziening te garanderen. De bebouwing van het waterwinbedrijf ligt op circa 380 meter ten westen van het plangebied. Daarmee ligt het opgespannen tussen de Veerweg aan de oostzijde en het terrein van Dunea aan de westzijde. Kenmerkend voor het plangebied is het aanwezige slotenpatroon dat onderdeel uitmaakt van het open polderlandschap. Deze versterken het beeld van de landschappelijke structuur.
8
Onderstaande afbeelding toont een impressie van de locatie gezien vanaf de zijde van de N210 (noordzijde).
Impressie huidige situatie vanaf noordzijde (bron: Buro SRO, september 2022)
Het plangebied zelf is geheel onbebouwd en betreft een veenweidegebied. Aan de noordzijde van het plangebied, aan de overzijde van de N210, bevindt zich een klein bebouwingscluster van twee agrarische bedrijven. Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een oprit naar de Veerweg. Ten oosten van het plangebied zijn meerdere overheidsdiensten aanwezig, waaronder een gemeentewerf, vrachtwagenparkeerplaats en een brandweerkazerne. Tevens is hier een milieustraat aanwezig. De milieustraat zal in de toekomst een andere locatie krijgen binnen Bergambacht. Recentelijk is ook een nieuw kantoorgebouw gerealiseerd voor de politie van Krimpenerwaard. Achter het cluster van overheidsdiensten bevindt zich een wandelpad (Lekweidepad), die in het zuiden uitkomt bij de Lekdijk. De strook achter het cluster van overheidsdiensten is tevens onderdeel van het plangebied.
9
Onderstaande afbeelding toont een impressie van de locatie gezien vanaf de noordoostzijde, met uiterst links het politiebureau.
Impressie huidige situatie vanaf noordoostzijde (bron: Buro SRO, september 2022)
2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt het plangebied ingericht ten behoeve van het nieuwe gemeentehuis. Behorend bij het gemeentehuis wordt een nieuwe parkeerplaats aangelegd. De ontwikkeling maakt onderdeel uit van de grotere herontwikkeling genaamd 'Locatie Veerweg'. Hiermee wordt de milieustraat verplaatst, de buitendienst uitgebreid en worden de bestaande brandweerkazerne, het politiebureau, de ambulancepost en eventueel de vrachtwagenparkeerplaats ingepast. Het deel in de zuid- en westzijde van het plangebied valt binnen het Natuurnetwerk Nederland en wordt op termijn ingericht als natuurgebied. Met onderhavig bestemmingsplan wordt ook de toekomstige aanleg van natuur juridisch-planologisch geregeld en wordt gestreefd naar een evenwichtig ruimtelijk kader waarin naast natuur ook de drinkwaterbelangen van Dunea zijn meegewogen.
10
De onderstaande afbeelding toont een tekening van de beoogde situatie van de locatie aan de Provincialeweg, waarbij het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan rood omkaderd is.
Inpassingsplan (plangebied rood omkaderd, bron: Buro SRO, d.d. 14 december 2022)
Inpassingsplan (plangebied rood omkaderd, bron: Buro SRO, d.d. 14 december 2022)
Met de ontwikkeling wordt een nieuw gemeentehuis van de gemeente Krimpenerwaard gerealiseerd. De keuze voor een nieuw gemeentehuis heeft twee hoofdredenen. In de huidige situatie zijn de taken van de gemeente verdeeld over vier verschillende locaties in vier verschillende kernen. Zo staat de hoofdvestiging van de gemeentelijke dienstverlening in Stolwijk, maar zetelt het gemeentebestuur in Schoonhoven. De huidige kantoren van de buitendienst en de gemeentehuizen kosten veel geld en energie en passen niet
11
meer bij de huidige manier van werken en dienstverlening. Ten tweede voldoen de locaties die nu aanwezig zijn in Stolwijk, Lekkerkerk, Schoonhoven en Bergambacht niet maar aan de duurzaamheidseisen. Dit geldt met name voor de gebouwen in Bergambacht en Schoonhoven, die niet voldoen aan energielabel C. Alle kantoorgebouwen in Nederland moeten vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben, in 2030 energielabel A en in 2050 moeten kantoorgebouwen vrijwel CO2-neutraal en aardgasvrij zijn. Om aan de duurzaamheidseisen te voldoen en om de taken van de gemeente te centraliseren is voor een nieuwe centrale locatie gekozen in de Krimpenerwaard. In het nieuwe gemeentehuis worden alle gemeentelijke kantoor- en vergaderfuncties gecentraliseerd. Het gemeentehuis zal onder andere over het gemeentekantoor, de raadszaal, publieke voorzieningen zoals een centrale ontvangstkamer en wachtgebieden, een werkcafé en een trouwzaal beschikken. Het nieuwe gemeentehuis komt op een prominente plek te staan, bij de kruising van de provinciale wegen, en maakt onderdeel uit van het maatschappelijk cluster met de brandweer, politie, gemeentewerf en vrachtwagenparkeerplaats. Onderstaande afbeelding geeft een 3D-impressie van het beoogde gemeentehuis weer.
3D-impressie plangebied (bron: Ector Hoogstad Architecten en DOOR architecten, d.d. 17 november 2022)
Openbare ruimte en groeninrichting Met de ontwikkeling van het nieuwe gemeentehuis en de buitendienst wordt het gehele cluster samenhangend binnen de context van het landschap ingepast. Extra aandacht dient te gaan naar het entreegebied van het gemeentehuis, alsmede de toegang vanaf de Veerweg. Dit moet een toegankelijke en aantrekkelijke oversteekplaats worden, niet alleen verkeersveilig. De inrichting van de (openbare) buitenruimte wordt zo groen en duurzaam mogelijk om maximaal bij te dragen aan extra water, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het parkeerveld nabij de entree dient zo groen mogelijk te worden uitgevoerd met een gazon en een open bomenstructuur. Er wordt zo min mogelijk verharding toepast en gedeeltelijk gebruik gemaakt van halfverharding. Daar waar mogelijk wordt extra groen aangelegd, in samenhang met de nadere uitwerking van het gebouw. Aan de west- en zuidzijde vormen de bestaande watergangen de overgang naar het NNN-gebied. Deze overgangen dienen zorgvuldig te worden ontworpen om een zo natuurlijk en groen mogelijke overgang te bieden naar het toekomstige water- en bosrijke gebied. Voor het gebied waaraan in het voorliggende bestemmingsplan de bestemming 'Maatschappelijk' is toegekend is een inpassingsplan gemaakt waarin de ambities ten aanzien van klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit een plek krijgen (Buro SRO, d.d.
14 december 2022, zie bijlagen bij
12
toelichting, bijlage 2). Hierbij is aangesloten bij het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. De (landschappelijke) inpassing is een belangrijke onderdeel van de beoogde ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De aanleg en instandhouding van de inpassing is via een voorwaardelijke verplichting gewaarborgd in het bestemmingsplan. Het inpassingsplan geeft de sfeer en ambitie aan van het plangebied en de randen en overgangen naar aanpalende gebieden, waaronder het NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland). Het streven is een aantrekkelijk natuurinclusieve inrichting die groen, natuurlijk, uitnodigend en biodivers is, in aansluiting op het NNN-gebied. Natuurontwikkeling Het NNN-gebied direct aansluitend aan de bestemming 'Maatschappelijk', ten zuiden van het nieuwe gemeentehuis, wordt bestemd voor natuur. In dit bestemmingsplan wordt de natuurontwikkeling met de bestemming 'Natuur' juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. De concrete uitwerking en uitvoering wordt gefaseerd opgepakt met het aangrenzende NNN-gebied ten zuiden van de provinciale weg en in overleg met de verschillende grondeigenaren en beheerders. Om voldoende zekerheid te bieden dat het NNN-gebied ingericht gaat worden als natuur waarin ook de drinkwaterbelangen zijn veilig gesteld, hebben de provincie Zuid-Holland, de gemeente en waterwinbedrijf Dunea een intentieovereenkomst gesloten.
Hierin is vastgelegd dat via een nadere verkenning wordt toegewerkt naar een ruimtelijk kader en inpassingsplan dat voldoende ruimte biedt voor de beoogde natuurontwikkeling met de bijbehorende recreatieve functie en waarin de (toekomstige) belang in het kader van de drinkwatervoorziening zijn meegenomen. De natuurontwikkeling is publiekrechtelijk geborgd met een voorwaardelijke verplichting in de regels van het voorliggende bestemmingsplan. Verkeer en parkeren Een zorgvuldige gevormde entree en verkeersveilige kruising aan de Veerweg zorgt voor de ontsluiting, vanaf de parallelweg, van het nieuwe gemeentehuis. Aan de oostzijde van het gemeentehuis worden meerdere parkeerplaatsen gerealiseerd. Achter het politiebureau en de brandweerkazerne langs, tot aan het zuidelijke deel van de gemeentewerf, wordt een strook met parkeerplaatsen gerealiseerd. Hier bevindt zich het overgrote deel van het parkeren. Er wordt tevens een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd richting de Veerweg over het (toekomstige terrein van de gemeentelijke buitendienst. In toelichting paragraaf 4.11.1 wordt de toekomstige verkeerssituatie voor wat betreft de ontsluiting en de verkeersveiligheid nader toegelicht. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd als haaksparkeervakken, waarbij de bestaande bomen zoveel als mogelijk worden ingepast. Parkeervakken worden uitgevoerd in grasbetonstraatstenen of vergelijkbaar.
De parkeervakken worden bij voorkeur direct afgewaterd op het aangrenzende water en/of groen. In toelichting paragraaf 4.11.2 wordt de parkeerbehoefte nader toegelicht. Duurzaamheid Met de beoogde ontwikkeling worden meerdere maatregelen genomen omtrent duurzaamheid. In toelichting paragraaf 4.12 worden deze duurzaamheidsmaatregelen nader toegelicht. De ambitie is om het gemeentehuis te bouwen met het energielabel A. Het gebouw dient circulair en energieneutraal gebouwd te worden dat voldoet aan een GPR-score van 8,5. Hierbij kan worden gedacht aan nieuwe energievormen en het toepassen van groene daken en gevels. Het terrein rondom het gemeentehuis wordt klimaatadaptief ingericht. Hierbij kan gedacht worden aan veel groen om hittestress tegen te gaan en om water zo lang mogelijk vast te houden. Meer groen zorgt ook voor een verrijking van de biodiversiteit.
13
3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016, 1 januari 2017 en 1 december 2020 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek Het Barro is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die
14
3.
4.
ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Het voorliggende bestemmingsplan maakt een nieuw gemeentehuis mogelijk met een oppervlakte van circa 7.200 m² bvo. Het plangebied bevindt zich niet in het bestaand stedelijk gebied. Omdat de ontwikkeling buiten bestaande stedelijk gebied plaatsvindt en omdat er sprake is van een nieuwe stedelijk ontwikkeling dient beargumenteerd wat de behoefte is aan de ontwikkeling en waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte voorzien kan worden. Behoefte Met de beoogde ontwikkeling wordt een nieuw gemeentehuis gerealiseerd. Er is behoefte aan een nieuw gemeentehuis, omdat de gebouwen van de gemeente die nu aanwezig zijn in Stolwijk, Lekkerkerk, Schoonhoven en Bergambacht niet maar aan de duurzaamheidseisen voldoen. Alle kantoorgebouwen in Nederland moeten vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben, in 2030 energielabel A en in 2050 moeten kantoorgebouwen vrijwel CO2-neutraal en aardgasvrij zijn. De gemeente heeft de optie om de huidige bebouwing van de gemeente te verbouwen of om een nieuw gemeentehuis te bouwen op een centrale locatie.
De gemeente geeft vanuit duurzaamheidsoverwegingen de voorkeur aan het realiseren van een nieuw gemeentehuis, maar ook vanuit het oogpunt van een goede dienstverlening en bedrijfsvoering. Niet alleen wil de gemeente een duurzaam nieuw gemeentehuis realiseren. Tevens is er de behoefte om het gemeentehuis op een centrale locatie in de gemeente te realiseren. Krimpenerwaard is sinds 1 januari 2015 een gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De gemeente Krimpenerwaard heeft circa 56.000 inwoners en 12 woonkernen. De gemeente is een samenvoeging van de gemeenten Nederlek, Ouderkerk, Vlist, Bergambacht en Schoonhoven. De taken van de gemeente zijn nu verdeeld over vier locaties in vier verschillende kernen. Zo staat de hoofdvestiging van de gemeentelijke dienstverlening in Stolwijk, maar zetelt het gemeentebestuur in Schoonhoven. De huidige kantoren van de buitendienst en de gemeentehuizen kosten veel geld en energie en passen ook niet meer bij de huidige manier van werken en dienstverlening. Om de taken van de gemeenten één centrale locatie te geven en om aan de toekomstige duurzaamheidsvereisten te kunnen voldoen is besloten een nieuw gemeentehuis te realiseren. De gemeentekantoren die in Stolwijk, Lekkerkerk, Schoonhoven en Bergambacht aanwezig zijn worden daarmee vervangen.
De vrijkomende locaties van de gemeente Krimpenerwaard zullen worden getransformeerd ten behoeve van de bouw van sociale huurwoningen, al dan niet in combinatie met maatschappelijke functies en/of detailhandel. Locatiekeuze Bij de verkenning voor het nieuwe gemeentehuis zijn meerdere scenario’s onderzocht. Hierin is geconcludeerd dat nieuwbouw op een nieuwe locatie, centraal gelegen in de Krimpenerwaard, de meest optimale oplossing is uit oogpunt van duurzaamheid, dienstverlening, bedrijfsvoering, bereikbaarheid voor personeel en inwoners en financiën. De verkenning gaat uit van de keuze voor een geschikte locatie van het
15
nieuwe gemeentehuis binnen het zoekgebied Bergambacht-Stolwijk. De raad heeft met haar besluiten van 2 juni 2021 en 21 december 2021 ingestemd met de conclusies van de verkenning en het college van burgemeester en wethouders opdracht gegeven een voorstel te doen voor de locatie van het gemeentehuis binnen de door haar vastgestelde nota van uitgangspunten. In deze nota is het gebied Veerweg in Bergambacht aangewezen als voorkeurslocatie, aangezien dit aan alle uitgangspunten van de nota kan voldoen. Deze conclusie is in lijn met het in 2021 uitgevoerde onderzoek naar een geschikte locatie voor het gemeentehuis binnen het zoekgebied Bergambacht-Stolwijk. Hierin zijn meerdere locaties in en rond deze kernen onderzocht en beoordeeld op criteria die belangrijk zijn om een voorziening als een gemeentehuis op een goede wijze te laten functioneren (zie bijlagen bij toelichting, bijlage 3). Het gebied Veerweg als een randstedelijke locatie voldoet het meest. Een gemeentehuis van een gemeente met circa 57.000 inwoners vraagt om een ruimte van 1 tot 1,5 ha voor een goede inpassing van het gebouw (ca. 7.200 m² bvo) met de bijbehorende voorzieningen, parkeerplaatsen en een goede een veilige ontsluiting. Conclusie van het onderzoek is dat een dergelijke ruimte binnen de verdichte stedelijke kernen van Bergambacht en Stolwijk niet is te vinden.
Ook moet worden voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking van een gemeentehuis leidt tot overlast in de al drukke kernen, vandaar de voorkeur voor een locatie in de minder belaste randstedelijke zone. De gemeente Krimpenerwaard bestaat uit 12 woonkernen die verspreid liggen in een gebied van circa 16.000 ha. De provinciale wegen N210 en N207 zijn cruciale verbindingsassen in het gebied, belangrijk voor een goede en snelle verbinding tussen de kernen voor alle verkeer en het openbaar vervoer. Het gebied Veerweg is als voorkeursgebied aangemerkt voor het gemeentehuis, mede omdat dit gebied centraal in de Krimpenerwaard ligt, op de kruising van de belangrijkste verbindingsassen N210 en N207. De voorkeur (mede) uit oogpunt van dienstverlening is voorts dat het gemeentehuis wordt gebouwd in de nabijheid van andere overheidsdiensten. Hieraan wordt voldaan, omdat in het gebied Veerweg ook de buitendienst wordt gehuisvest en ook de politie en de brandweer in het gebied zijn gehuisvest. Om aan alle voorwaarden van de raad te kunnen voldoen, zoals een goede zichtbaarheid vanaf de N-wegen en een goede inpassing van het gebouw met alle benodigde voorzieningen zoals voldoende parkeerruimte, is de keuze definitief bepaald op het gebied aan de noordwestelijke rand van het gebied Veerweg.
De raad heeft op 5 juli 2022 ingestemd met deze locatie en het concept stedenbouwkundig plan vastgesteld. Conclusie Gezien het voorgaande, waaruit volgt dat er een behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling is, niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte voorzien kan worden en de betreffende locatie als passend wordt beschouwd, kan geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:
•
het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;
• •
de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;
• •
de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; de groene ruimte en de groenblauwe structuur;
het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur
16
• •
het bodem- en watersysteem; energie.
In aanvulling hierop toont de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond indicatief de ruimtelijke situatie van de ondergrond. 2.
Ambities en sturing
De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:
• • • • • •
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level
3.
Omgevingskwaliteit
Naar een levendig meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:
•
Een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken.
•
Een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit.
•
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.
4.
Beleidskeuzes
De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Planspecifiek 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur is voor het beoogde initiatief niet specifiek van belang gezien de aard en omvang van het initiatief. 2.
Ambities en sturing
De ambities van de provincie zijn niet specifiek van toepassing voor het beoogde initiatief, maar vormen tevens geen belemmering voor de ontwikkeling.
17
3.
Omgevingskwaliteit
Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit wel van belang. Hiervoor zullen de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. Laag van de ondergrond Op de kaart van de 'Laag van de ondergrond' is het plangebied aangewezen als 'rivierdeltacomplex rivierklei/veen'. Bij ontwikkelingen in het rivierengebied dient het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar gehouden te worden. Het hoogteverschil nabij het plangebied is echter geleidelijk en er is geen duidelijke oeverwal te onderscheiden. De verschillen tussen komgronden en oeverwallen zijn ter plaatse van het plangebied niet herkenbaar. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied bevindt zich in een 'veen(weide)landschap'. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de verkavelingspatronen. Richtpunten voor het veenlandschap zijn:
• • • • •
Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.
Met de beoogde ontwikkeling wordt er een gemeentehuis ten westen van Bergambacht gerealiseerd. Bij de ontwikkeling komt het verkavelingspatroon zoveel mogelijk terug in het stedenbouwkundig plan. De hoofdopzet van het plan is geënt op het onderliggende polderlandschap en de huidige watergangen en polderslagen vormen bij de ontwikkeling het uitgangspunt. De bestaande watergangen worden zoveel als mogelijk gehandhaafd, waar nodig verbreed en voorzien van natuurvriendelijke oevers. Het gemeentehuis vormt één maatschappelijk cluster met de andere overheidsvoorzieningen ten oosten van het plangebied en wordt ingepast binnen een aantrekkelijk landschap. Daarnaast is het plangebied gelegen nabij de rotonde N207-N210 en de kern Bergambacht. Wel is er sprake van een aantasting van de maat en weidsheid van het veenweidelandschap. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden en nieuwe bebouwing dient niet in de veenweidepolders te worden geplaatst maar in aansluiting op bestaande structuren en linten. Het nieuwe gemeentehuis wordt op de koppen van kavels geplaatst van nu nog open veenweidegebied, waardoor bepaalde doorzichten worden belemmerd en er een wezenlijke ruimtelijke ingreep aan de rand van het buitengebied plaats vindt. Zoals eerdere aangegeven wordt het beoogde gemeentehuis zoveel als mogelijk in het landschap ingepast.
Daarnaast wordt het terrein ten zuiden van het beoogde gemeentehuis als 'Natuur' bestemd. Dit betreft de eerste fase van de natuurontwikkeling. De ambitie is om het naastgelegen gebied in de toekomst verder in te richten als natuur. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat de beoogde ontwikkeling zoveel als mogelijke rekening houdt met de richtpunten van het veenweidelandschap. Laag van stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen in stads- en dorpsranden. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, waar de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen, waar de nabijheid van voorzieningen gecombineerd is met het vrije zicht en waar direct contact is met het buitengebied. Het uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Er wordt onderscheidt gemaakt
18
tussen drie type 'overgangskwaliteiten'. Bij de beoogde ontwikkeling wordt een 'contact' gerealiseerd. Het nieuwe gemeentehuis en de buitendienst wordt het gehele cluster samenhangend binnen de context van het landschap ingepast. Dit is nader uitgewerkt in het bijgevoegde inpassingsplan (Buro SRO, d.d. 14 december 2022, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 2). Het gebouw staat op een groene voet en is wordt opgedeeld in drie volumes, afgestemd op het onderliggende polderlandschap. De vormgeving en materialisatie van het nieuwe gemeentehuis maakt nadrukkelijk de verbinding met de identiteit en patronen van het aanliggende veenweidelandschap en de hoofdrichting daarvan. Dit draagt bij aan de herkenbaarheid van het landschap. De hoofdvorm van het nieuwe gemeentehuis is gebaseerd op de aanwezige poldersloten in het landschap. Deze worden letterlijk naar binnen gehaald. Aan de west- en zuidzijde vormen de bestaande watergangen een overgangszone naar het NNN-gebied. Het gebied dat aangewezen is als NNN-gebied krijgt een water- en bosrijke uitstraling en zal hiermee van groot belang zijn voor de versterking van de biodiversiteit in het gebied.
De overgangszone tussen het NNN-gebied en de maatschappelijke bestemming dient uitgevoerd te worden als een natuurlijke overgang en dient zorgvuldig te worden ontworpen om een zo natuurlijk en groen mogelijke overgang te bieden naar dit water- en bosrijke gebied. 4.
Beleidskeuzes
De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze 'behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Het plangebied valt binnen het gebiedsprofiel 'Krimpenerwaard'. Voor elk gebiedsprofiel zijn meerdere kaarten beschikbaar. Hieronder worden alleen de voor het plangebied relevante kaarten besproken die een aanvulling vormen op de reeds genoemde aspecten van de kwaliteitskaart: Veenweide met rivierinvloed Het plangebied is gelegen in veenweidegebied met rivierinvloed. De veenweidepolders lopen door tot aan de rivierdijken. Het hoogteverschil is geleidelijk en er is geen duidelijke oeverwal te onderscheiden. Wel is door de directe invloed vanuit de rivier hier meer klei in de bodem aanwezig en liggen de gronden hierdoor iets hoger. De ambitie voor de veenweide met rivierinvloed is het contrast tussen verdichte dijklinten op de oeverwal en het open veenweidegebied beleefbaar houden en de doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de wegen op de dijk zoveel mogelijk behouden. Het plangebied is niet gelegen op een dijk of aan een dijklint.
Het zicht vanaf de dijk op het open landschap wordt met de beoogde ontwikkeling niet aangetast. Weg door stad en land Twee grote N-wegen doorsnijden de Krimpenerwaard, de N207 in noord-zuid en de N210 in oost-west richting. Het plangebied is gelegen aan beide N-wegen, wat een belangrijke bijdrage levert aan de goede ligging van het plangebied. De ambities voor de N-wegen van de provincie zijn onder andere om het doorstroomkarakter en autonome ligging van N-weg te versterken (beplanten met bomenrijen of open) en om de ruimte tussen een N-weg en lintbebouwing open te houden. Met de beoogde ontwikkeling wordt de autonome ligging en het doorstroomkarakter van de N210 en de N207 niet aangetast. Bij de rotondes langs deze doorgaande weg zijn vaak grotere/bijzondere gebouwen gesitueerd welke herkenningspunten vormen langs deze weg. Het plangebied ligt ook op zo’n prominente plek. Het plangebied bevindt zich niet aan een lintweg. De ruimte tussen een N-weg en lintbebouwing is met de beoogde ontwikkeling niet in het geding. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. Hoewel er met de beoogde ontwikkeling sprake is van strijdigheid met richtpunten van het veenweidelandschap, is met de toevoeging van de natuurontwikkeling aan het plangebied sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Derhalve kan gesteld worden dat de ruimtelijke kwaliteit verbetert en er zoveel als mogelijk wordt aangesloten bij de gebiedsprofielen.
19
De beoogde herontwikkeling van het plangebied past binnen de Omgevingsvisie en is in lijn met de provinciale ambities. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 1 april 2023 in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsvisie. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Milieubeschermingsgebied voor water De planlocatie ligt in een milieubeschermingsgebied voor grondwater als bedoeld in artikel 1.2 lid 2 sub a van de Wet milieubeheer. Op kaart 5 bij de Omgevingsverordening zijn de milieubeschermingsgebieden voor grondwater aangeduid. Op deze kaart wordt onderscheid gemaakt in waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones en boringsvrije zones. Het plangebied ligt in een boringsvrije zone, die het laagste beschermingsregime kent. In de Omgevingsverordening worden geen eisen gesteld aan bestemmingsplannen ten aanzien van de ligging in een milieubeschermingsgebied voor grondwater. In de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland 2021 worden wel beperkingen opgelegd aan een milieubeschermingsgebied voor grondwater.
In een boringsvrije zone is voor graafwerkzaamheden dieper dan 4 meter onder het maaiveld een ontheffing van de Provinciale milieuverordening nodig. Verder geldt dat werkzaamheden, die uitgevoerd kunnen worden zonder dat de weerstand van de scheidende laag minder wordt, gemeld kunnen worden door de initiatiefnemer. Als de weerstand wel minder wordt, dan dient voor de ingreep een ontheffing aangevraagd te worden. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 lid 5 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.
b.
c.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.
Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van transformeren, omdat het beoogde plan niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit van het veenweidegebied. Derhalve dient een integraal ontwerp opgesteld te worden. In toelichting paragraaf 2.2 is het stedenbouwkundig plan en inpassingsplan weergegeven en beschreven. Bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan is aandacht geweest voor de inpassing in en de overgang naar de omgeving. In aanvulling hierop zijn de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en de gebiedsprofielen in toelichting paragraaf 3.2.1 toegelicht. Hieruit blijkt dat het beoogde plan zoveel mogelijk voldoet aan de richtpunten.
20
Het gemeentehuis en de bijbehorende parkeervoorzieningen worden binnen de bestemming 'Maatschappelijk' ruimtelijk ingepast. Daarnaast wordt dit versterkt met de natuurontwikkeling op de gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. De richtpunten voor het veenweidelandschap zullen, samen met de doelstellingen voor het Natuurnetwerk Nederland, betrokken worden bij de uitwerking van de natuurontwikkeling. Artikel 6.9 lid 7 beschrijft dat, om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen, het nodig kan zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Voor het deel van het plangebied met de maatschappelijke bestemming is een inpassingsplan opgesteld (Buro SRO, d.d. 14 december 2022, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 2). Dit is nader toegelicht in toelichting paragraaf 2.2. Met een voorwaardelijke verplichting wordt de inpassing binnen de bestemming 'Maatschappelijk' geborgd. Er is tevens gekozen om de natuurontwikkeling ten zuiden van het beoogde gemeentehuis mee te nemen als integraal onderdeel van dit bestemmingsplan. De natuurontwikkeling op de aangrenzende gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland zijn opgenomen in het plangebied en krijgen met de beoogde ontwikkeling een natuurbestemming. Hiermee wordt natuurontwikkeling voor deze gronden juridisch-planologisch geregeld.
De voorziene natuurontwikkeling in dit (deel)gebied dient binnen het totaalplan als een essentiële aanvullende ruimtelijke maatregel om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te verbeteren. Voor een goede integrale natuurontwikkeling is het van groot belang dat de natuurontwikkeling en het toevoegen van kenmerkende landschapselementen voor de gronden binnen het bestemmingsplan integraal wordt opgepakt met de ontwikkeling van de overige gronden binnen het NNN-gebied ten zuiden van de Provincialeweg (N210), die buiten het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan vallen. Hierbij wordt gestreefd naar een evenwichtig ruimtelijk kader waarin naast natuur ook de drinkwaterbelangen van Dunea goed zijn meegewogen. De betrokken partijen werken via een nadere verkenning toe naar een ruimtelijk kader en inpassingsplan dat voldoende ruimte biedt voor de beoogde natuurontwikkeling met de bijbehorende recreatieve functie waarin ook de (toekomstige) drinkwaterbelangen van Dunea zijn meegewogen. De percelen die in het voorliggende bestemmingsplan bestemd worden als 'Natuur' worden integraal meegenomen in deze verkenning.
Om voldoende zekerheid te bieden dat het NNN-gebied ingericht zal worden als natuur is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het voorliggende bestemmingsplan en hebben Dunea, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Krimpenerwaard een intentieovereenkomst getekend waarin de drie belanghebbende partijen afspraken vastleggen over de aanleg van de natuur op betreffende gronden. Beschermingscategorie Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waarvoor beschermingscategorie 3 geldt. In artikel 6.9a van de omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een locatie in het buitengebied in een ruimtelijke ontwikkeling kan voorzien, mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig worden aangetast. In de motivering moeten de volgende kwaliteiten betrokken worden: 1. 2. 3. 4.
de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.
In toelichting paragraaf 3.1.3 is gemotiveerd waarom er is gekozen voor een locatie buiten bestaand staden dorpsgebied. De hoofdopzet van de beoogde ontwikkeling is geënt op het onderliggende polderlandschap. De huidige watergangen en polderslagen vormen daarbij het uitgangspunt. De structuur van het landschap wordt dan ook zo veel mogelijk behouden. Het plangebied bevindt zich naast meerdere overheidsdiensten. Het beoogde nieuwe gemeentehuis is een uitbreiding van de bestaande structuur. Hierbinnen zijn zowel de bestaande aanwezige als nieuwe functies ingepast. Daarmee ontstaat één maatschappelijk cluster van diverse (overheids)voorzieningen binnen een aantrekkelijk landschap. Een
21
schaal, passend bij de Veerweg, Provincialeweg (N210) en de overgang met het landelijk gebied van Bergambacht, is het uitgangspunt. Het nieuwe gemeentehuis komt op een prominente plek te staan bij de kruising van de provinciale wegen en maakt onderdeel uit van het cluster met de brandweer, politie, gemeentewerf en vrachtwagenparkeerplaats. Met de ontwikkeling van het nieuwe gemeentehuis en de buitendienst wordt het gehele cluster samenhangend binnen de context van het landschap ingepast. De overgangen tussen de natuurontwikkeling en de maatschappelijke bestemming worden zorgvuldig ingepast en sluiten aan op de bestaande watergangen. Enkele hiervan worden verbreed en voorzien van, in breedte verlopende, natuurvriendelijke oevers. Het onderliggende polderlandschap vormt de hoofdstructuur van het plan en zorgt voor de verbindingen met de groene- en waterrijke randen. Gezien het bovenstaande kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling de openheid en het groene karakter van de het landschap niet onevenredig aantast. Natuurnetwerk Nederland De zuid- en westzijde van het plangebied is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN, beschermingscategorie 1). Dit deel van het plangebied wordt integraal ingericht ten behoeve van natuurontwikkeling. Een deel van het gebied krijgt met het voorliggende bestemmingsplan een natuurbestemming.
Het NNN-gebied wordt in de toekomst ingericht als natuurgebied met een groene en waterrijke inrichting met inachtneming van een mogelijke toekomstige uitbreiding van de drinkwatervoorziening. Deze groene en waterrijke inrichting draagt bij aan de gewenste diversiteit en levert bijdragen aan de flora en fauna (biodiversiteit), noodzakelijke wateropgave en klimaatadaptatie. Deze opgave wordt samen met de provincie Zuid-Holland en de grondeigenaren opgepakt en verder uitgewerkt. De aanleg van nieuwe natuurgebieden door het omvormen van agrarische gebieden in bijvoorbeeld moerasof bosgebieden wordt per saldo als kwaliteitsverbetering beschouwd. De bestemming 'Natuur' die met het voorliggende bestemmingsplan aan de gronden die tot NNN behoren wordt toegekend, draagt bij aan ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. De daadwerkelijke aanleg van de natuur en het behoud van de mogelijkheid tot aanleggen van drinkwatervoorzieningen is zeker gesteld met de voorwaardelijke verplichting die is opgenomen in de regels van het voorliggende bestemmingsplan en de intentieovereenkomst tussen Dunea, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Krimpenerwaard. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.9e lid 1. Compensatie als bedoeld in lid 4 is niet benodigd bij de aanleg van nieuwe natuurgebieden.
Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de volgende eisen: a.
b.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X.
Bij het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.3 ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking, waaruit volgt dat de betreffende stedelijke ontwikkeling in een behoefte voorziet. Sub b is niet van toepassing, omdat de woningbouwlocatie per saldo kleiner dan 3 hectare. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.
22
(Zelfstandige) kantoren Artikel 6.11 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland heeft betrekking op (zelfstandige) kantoren: 1.
2.
Een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe kantoren op gronden: a. binnen de grootstedelijke top- en centrumlocaties, waarvan de plaats indicatief geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 10 in bijlage II; b. binnen de OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties, waarvan de plaats indicatief geometrisch en verbeeld op kaart 10 in bijlage II, mits is aangetoond dat de behoefte aan kantoren groter is dan de nog onbenutte plancapaciteit voor kantoren op de desbetreffende locatie; c. binnen de bijzondere locaties, waarbij de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 10 in bijlage II, mits passend in het profiel van deze locaties. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. kantoren die in overeenstemming zijn met een actuele regionale visie die is aanvaard door gedeputeerde staten; b. kleinschalige zelfstandige kantoren tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m² per vestiging; c. kantoren met een lokaal verzorgingsgebied; d. bedrijfsgebonden kantoren met een bruto vloeroppervlak dat minder bedraagt dan 50% van het totale bruto vloeroppervlak van het bedrijf; en e. functiegebonden kantoren bij een luchthaven, een haven of een veiling.
Er is bij de planlocatie geen sprake van een locatie als bedoeld in artikel 6.11 lid 1. Dat betekent dat aan (één van de voorwaarden van) lid 2 voldaan moet worden om het plan in overeenstemming met de Omgevingsverordening te laten zijn. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een nieuw gemeentehuis mogelijk. Voor toevoeging van kantoren groter dan 1.000 m² bvo per vestiging buiten de concentratielocaties (in Midden-Holland de Spoorzone Gouda) geldt dat kantoren met een lokaal verzorgingsgebied zoals bedoeld in artikel 6.11 lid 2 onder c (bijvoorbeeld gemeentehuizen of bankfilialen) kunnen worden toegevoegd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een gemeentehuis mogelijk en voldoet daarmee aan artikel 6.11. Risico's van klimaatverandering In artikel 6.27a van de Omgevingsverordening is opgenomen dat rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: 1. 2. 3. 4.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte.
Wateroverlast door overvloedige neerslag De planlocatie bevindt zich in een omgeving waar voldoende infiltratiemogelijkheden zijn. Rond het plangebied zijn verschillende watergangen aanwezig. Daarnaast wordt er ook nieuw oppervlakte water gerealiseerd en wordt de rest van het plangebied groen ingericht. Verdere maatregelen om wateroverlast door overvloedige neerslag tegen te gaan worden op deze locatie niet nodig geacht. Overstroming De kans op overstromingen is per locatie anders. Overstromingen vanuit rivieren, meren of zeeën kunnen voor grote overlast zorgen. Het is dan ook van belang dat de overstromingskans zo klein mogelijk is. Uit het raadplegen van de klimaatatlas Zuid-Holland blijkt dat voor het plangebied een kleine kans op overstromingen van tussen de 1/300 per jaar en 1/3.000 per jaar geldt. Het thema overstromingen is gelet op de aard en omvang van het initiatief verder niet van belang.
23
Hitte Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waar hittestress een minder belangrijk rol speelt dan in het stedelijk gebied. Toch zijn er met de beoogde ontwikkeling meerdere maatregelen getroffen die hittestress tegengaan. Het plangebied wordt groen ingericht en in het gebied om het gemeentehuis wordt nieuw oppervlaktewater aangelegd. Het planten van nieuwe bomen zorgt voor meer groen en schaduw en het aanbrengen van water brengt koelte. Dit levert een bijdrage aan het tegengaan van hittestress. Droogte Droogte leidt tot een verhoogde watervraag en toenemende watertekorten, wat een langdurig effect op grond- en oppervlaktewaterstanden heeft. Langdurige droogte kan leiden tot bijvoorbeeld schade aan funderingen, verdroging van groen, een slechte oppervlaktewaterkwaliteit, versnelde bodemdaling en hittestress. Om droogte te voorkomen kunnen onder andere eisen gesteld worden aan het openbaar groen, oppervlaktewater en de gewenste grondwaterstand. Door water binnen en rondom het plangebied vast te houden wordt droogte tegengegaan. In de huidige situatie zijn er al verschillende watergangen aanwezig rond het plangebied. Door het plangebied verder groen in te richten wordt een bijdrage geleverd aan het vasthouden van water. Overig Naast de bovenstaande risico's is bodemdaling voor de planlocatie van belang.