BIJL 3 Bijlagen bij plantoelichting Bestemmingsplan Steinsedijk 33 Haastrecht
Tekst van het document
- muurvegetaties Mossen & korstmossen
Broedvogels
Vleermuizen
Habitat geschikt
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffing
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee N.v.t.
Nee N.v.t.
Nee Nee
Nee Nee
- algemeen
Nee
Mogelijk
Nee
Nee
- jaarrond beschermd - vliegroute - foerageergebied - kraamverblijven
Nee
Nee Mogelijk Mogelijk Nee
Nee
Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
- winterverblijven
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Grondgebonden zoogdieren
Amfibieën
Nee
Mogelijk
Nee
Nee
Vissen Reptielen
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Vlinders & libellen Overige ongewervelden Algemene zorgplicht Wnb
N.v.t. Nee
N.v.t. Nee
Nee Nee
Nee Nee
Algemene zorgplicht flora & fauna Ja
Gebiedsbescherming Natura 2000 Programmatische aanpak Stikstof (PAS) Natuur Netwerk Nederland Weidevogelkerngebied
Opmerkingen
Slopen van de melkstal buiten het broedseizoen van de boerenzwaluw ( 15 maart – 01 september); Rooien van beplantingen buiten het broedseizoen 1 maart – 1 juli; Geen opslag van grond en zandhopen in het broedseizoen of afwerken in taludhelling < 45 graden; Voorafgaand aan uitvoeren van werken in de periode maart-juli een broedvogelcheck uitvoeren; Het voorkomen van uitstralend licht tijdens de bouw activiteiten
Geen opslag van grond en zandhopen in de periode dat rugstreeppadden de overwintering locatie betrekken of afschermen met een amfibieënraster in de periode oktober -maart;
Algemene zorgplicht voor flora en fauna geldt voor alle in het wild levende planten en dieren in Nederland (art 1.11 Wnb). Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient dan ook steeds rekening te worden gehouden met flora en fauna. Bij aantreffen van dieren dienen deze voorzichtig buiten de projectlocatie op een geschikte plaats te worden gebracht. Bij twijfel dient ecologisch advies te worden ingewonnen. Geadviseerd wordt relevante genoemde maatregelen onder de paragraaf algemene zorgplicht toe te passen.
Afstand tot
Ingreep verstorend
Vergunning plichtig
1235 m n.v.t. 1020 m 150 m
Nee n.v.t. Nee Nee
Nee Nee Nee Nee
Opmerkingen
Overige relevante zaken N.v.t.
Tabel 3. Samenvatting bevindingen QuickScan Wet Natuurbescherming Steinsedijk 33 Haastrecht
19
10]
Gebruikte bronnen
Gebied specifieke Literatuur Boogaard B. van den, R.G. Verbeek & J.D. Buizer [2019]: Icoonsoorten Zuid-Holland, projecten en maatregelen voor icoonsoorten in de provincie Zuid-Holland Bruinsma T. [21012]: QuickScan Flora en faunawet en aanvullend vleermuisonderzoek locatie Kruiswijk Vlist ATKB-Rapport-Breda Bruijnzeel L.W. & L.G.M. Schotman [2011]: Onderbouwing verstoringsafstanden voor weidevogelpopulaties. A&W rapport 1642/Alterra rapport 2184 Buisman D. & R.J.S. Terlouw, [diverse jaren]: Kartering territoria boomvalk in de Krimpenerwaard Buisman, D. & R.J.S. Terlouw [1969-heden]: Natuurregistraties in de Krimpenerwaard e.o. Archief Bui-TeGewoon| groenprojecten Emond D., J. van Zundert & P.J. de Gier [2017]: Natuurverkenning krachtige IJsseldijken Bureau Waardenburg B.V. rapport nr. 2017-004 Gemeente Krimpenerwaard [2016]: Gemeentelijk bomen beleidsplan 2016 Natuur en vogelwerkgroep Krimpenerwaard (2020):Uilen nieuwsbrief 2022 Programmabureau Veenweiden Krimpenerwaard (2018): Inrichtingsplan Krimpenerwaard, 2018 Programmabureau Veenweiden Krimpenerwaard Ridder, R. de& A. Bijlmer [2013]: Versnipperingsgevoelige soorten behouden in de Krimpenerwaard Analyse van de effecten van herijkingsopties. Dienst Landelijk gebied. Struijk R.P.J.H., Leeningen R.A. & Wagensveld T.
van [2020]: Actualisatie verspreiding kamsalamander, rugstreeppad en heikikker ZH RAVON – rapport 2018-49 Terlouw R.J.S. [2015]: Locatie bezoek vleermuis registratie St. Gabriël-klooster te Haastrecht 20150606 Veldregistratie Bui-TeGewoon | groenprojecten Terlouw R.J.S. [2018]: Vleermuis scan Overtuin Bisdom van Vliet BTG.RAPP. 2018/61 Terlouw R.J.S. [2019]: Nulmeting weidevogels en weidevogelhabitat drie polders oostelijk van Haastrecht BTG.RAPP.2019/47 Geraadpleegde websites: www.ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ahn4 www.bodemdata.nl www.boerenbunder.nl www.boerenlandvogelsnederland.nl www.bom.services.geodesk.nl/bom_2018/index. www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap www.collectiefkrimpenerwaard.nl www.eis.nl www.googleearth.nl www.hhsk.nl
www.ndff.nl www.nvwk.nl www.kenniscentrumweidevogels www.atlas.odmh.nl/html5viewer www.opentopo.nl www.pdok/viewer.nl www.ravon.nl www.RUG/stikstofgevoeligenatuur www.sovon.nl www.staatsbosbeheer.nl
www.veenweidenkrimpenerwaard.nl www.vleermuisnet.nl www.vzz.nl www.waarneming.nl www.weidehofkrimpenerwaard.nl www.zuid-holland.nl/interactievekaarten/ www.zuidhollandslandschap.nl
20
BIJLAGEN BIJLAGE 1.
Verantwoording ecologische deskundigheid - Bui-TeGewoon | groenprojecten
Definitie deskundig ecoloog (Bron: Dienst Regelingen, van het Ministerie van Economische zaken). Het ministerie van Economisch zaken, verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis moet zijn opgedaan doordat de deskundige: Op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of Op MBO niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt de Flora- en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau wat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen, Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied voor soortenmonitoring en/of bescherming.
Verantwoording deskundigheid Bui-TeGewoon, groenprojecten. De ecologische begeleiding namens de opdrachtgever is uitbesteed aan bureau Bui-TeGewoon | groenprojecten. Vanuit dit bureau zullen de werkzaamheden worden gecoördineerd en het ecologisch deel worden uitgevoerd door de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft specialisatie ontwikkeld in inrichting en beheer van natuur en landschap in het algemeen. Ten opzichte van flora en fauna heeft Terlouw kennis van vrijwel het gehele soortspectrum, waarbij specialisatie is ontwikkeld in vogels, amfibieën, zoogdieren en ongewervelden. Terlouw is aangesloten bij o.a. SOVON, Vogelbescherming Nederland, RAVON, VZZ, KNNV, EIS Nederland en Stichting Partner. Voor deze organisaties is hij actief als vrijwilliger, waarvan voor SOVON gedurende 26 jaar een districtscoördinatorschap is vervuld. Vanuit zijn basisprofessie als medewerker van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en een dienstverband van 22 jaar als regiohoofd bij de Stichting het Zuid-Hollands Landschap heeft hij vanaf 1988 kennis opgedaan m.b.t. natuurbeheer en inrichting van natuurterreinen. Sedert 2012 voert Terlouw een zelfstandig ecologisch advies- en onderzoeksbureau waarvoor inmiddels voor meer dan zestig opdrachtgevers opdrachten zijn uitgevoerd. Administratieve taken rondom de ecologische begeleiding worden verzorgd door mevrouw A.
Buisman van Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman heeft ruim 12 jaar ervaring in administratie, verpachting, cartografie en bureaustudies in natuur en landschap gerelateerde projecten, die zijn opgedaan tijdens een dienstverband bij de Stichting Het ZuidHollands Landschap en bij Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman is aangesloten en actief als vrijwillig inventarisatiemedewerker bij o.a. SOVON, voor welke organisatie zij 11 jaar als assistent districtscoördinator heeft opgetreden. Buisman is als mede-eigenaar verbonden aan Bui-TeGewoon | groenprojecten.
20
BIJLAGE 2. Beknopte levering NDFF
22
IN OPDRACHT VAN:
VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK STEINSEDIJK 33 TE HAASTRECHT
LAWIJN advies & management Rapportnr.: 22.4872-A1 december 2022
Opdrachtgever Verstoep B.V. Opaalstraat 5 2872 ZR Schoonhoven Opdrachtnemer LAWIJN Advies & Management Noordzijdseweg 127 3415 RA Polsbroek Vestiging veldwerkafdeling Dijnselburgerlaan 1-4a 3705 LP Zeist Telefoonnr. : 0182 - 30 76 01 Telefaxnr. : 0847 - 23 78 19 e-mail : info@lawijnadvies.nl Rapport Kenmerk Datum
: 22.4872-A1 : 23 december 2022
Opsteller / projectleider dhr. ing. H. (Herman) van Wijngaarden
Kwaliteitscontrole: mw. drs. ing. F. (Erica) Broeder
KWALITEITSVERKLARING LAWIJN Advies & Management verricht bodemonderzoek conform BRL SIKB 2000. Het bedrijf is hiervoor gecertificeerd volgens ISO 9001 en BRL SIKB 2000 (Protocollen 2001, 2002 en 2018). De werkzaamheden zijn op basis van dit certificatieschema uitgevoerd door (een) erkende veldwerker(s). Er hebben geen afwijkingen op het certificatieschema plaatsgevonden. LAWIJN Advies & Management is op geen enkele manier gelieerd aan de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzochte locatie. De projectleider en veldwerker(s) verklaren dat de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. Bij eventuele klachten op de uitvoering van de activiteiten binnen de reikwijdte van het kwaliteitsmanagementsysteem dient de opdrachtgever zich in eerste instantie te wenden tot LAWIJN Advies & Management en in tweede instantie tot de certificerende instelling.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
INHOUD
blz.
1 INLEIDING............................................................................................................................................. 1 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................. 2 2.1 Locatiegegevens ........................................................................................................................ 2 2.2 Historische gegevens ................................................................................................................. 3 2.3 Gegevens bodemonderzoek ...................................................................................................... 4 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................... 4 2.5 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................ 5 3 UITVOERING VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN....................................................... 7 3.1 Algemeen.................................................................................................................................... 7 3.2 Veldwerk .....................................................................................................................................
7 3.3 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ............................................................................ 7 3.4 Monster- en analyseselectie....................................................................................................... 9 4 RESULTATEN EN INTERPRETATIE VAN HET ONDERZOEK ........................................................ 11 4.1 Algemene begrippen en toetsingskader................................................................................... 11 4.2 Grond........................................................................................................................................ 12 4.3 Asbest....................................................................................................................................... 14 4.4 Grondwater ............................................................................................................................... 15 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................................................ 16 5.1 Conclusies ................................................................................................................................ 16 5.2 Aanbevelingen .......................................................................................................................... 16
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
TABELLEN
blz.
1. Overzicht slootdempingen, perceel Steinsedijk 33 .............................................................................. 4 2. Overzicht bodemonderzoeklocaties, omgeving perceel Steinsedijk 33............................................... 4 3. Geohydrologisch overzicht................................................................................................................... 5 4. Onderzoekstrategie.............................................................................................................................. 6 5. Boringen en diepten van zintuiglijk waargenomen verontreinigingen.................................................. 8 6. Gegevens grondwater.......................................................................................................................... 8 7. Overzicht van grond(meng)monsters en analyses .............................................................................. 9 8. Overzicht van (meng)monsters en analyses op asbest..................................................................... 10 9. Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grond (mg/kg d.s.)................................................ 12 10. Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten asbest (mg/kg d.s.) .................................................. 14 11.
Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grondwater (µg/l).................................................. 15 BIJLAGEN
1 Topografische kaart en kadastrale kaart met ligging onderzoekslocatie 2 Situatietekening onderzoekslocatie 3 Beschrijving boorprofielen 4 Analyserapporten 5 Toetsing analyseresultaten aan normen Wet bodembescherming 6 Oude topografische kaarten 7 Historische bodeminformatie omgevingsdienst Midden-Holland 8 Informatie archief gemeente Krimpenerwaard (tekeningen bouw- en Hinderwetvergunning 1984, 1985) 9 Foto’s onderzoekslocatie
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
1
INLEIDING
Op de locatie Steinsedijk 33 te Haastrecht is in opdracht van Verstoep B.V. te Schoonhoven een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de NEN 5740 / NEN 5707. De aanleiding voor het bodemonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingvergunning voor de bouw van twee nieuwe woningen en een bijgebouw. Het doel van het bodemonderzoek is aantonen of op de onderzoekslocatie sprake is van een bodemverontreiniging. Leeswijzer In het voorliggende rapport komt eerst het vooronderzoek met de onderzoekshypothese aan de orde. Vervolgens wordt de uitvoering van het bodemonderzoek beschreven. Ten slotte komen, na de presentatie van de resultaten van het onderzoek en een interpretatie van deze resultaten, de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek aan bod.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
1 / 17
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek is verricht volgens de NEN 5725 richtlijn, aan de hand van een locatiebezoek, een interview met de huidige eigenaar, en archiefgegevens van de gemeente Krimpenerwaard / omgevingsdienst Midden-Holland en de provincie Zuid-Holland. In onderstaande paragrafen zijn de verkregen gegevens samengevat beschreven. 2.1
Locatiegegevens
Adres (postcode) Gemeente Kadastrale gegevens Eigenaar Huidig gebruik Coördinaten Onderzocht oppervlakte
: Steinsedijk 33, Haastrecht (2851 GB) : Krimpenerwaard : gemeente Haastrecht, sectie G, nummer 171 : H. Nap : agrarisch erf; ligboxenstal, hooischuur, erf : X - 113.560 Y - 446.480 2 : circa 3.800 m
In bijlage 1 zijn een topografische en kadastrale kaart met de ligging van de locatie opgenomen. Ligging en gebruik De locatie is gelegen in een agrarisch gebied / buitengebied aan de noordoostzijde van de bebouwde kom van Haastrecht. De locatie is aan de zuidzijde ontsloten op de Steinsedijk. Onderstaand wordt een overzicht gegeven van het gebruik van de percelen in de omgeving. Noordzijde
kuilvoeropslag, mestopslag, weiland
Oostzijde
woonkavel, veehandel (Steinsedijk 35; J.H. Nap)
Zuidzijde
openbare weg (Steinsedijk)
Westzijde
weiland, woonkavel (Steinsedijk 31a)
Aan de oostzijde en de westzijde wordt de locatie begrensd door sloten. Indeling locatie De locatie is in gebruik als argrarisch erf. De boerderij is gesitueerd op het zuidelijk gedeelte van de locatie. De boerderij is in gebruik als woonhuis (zuidelijk gedeelte) en stalling/berging met een kleine werkplaats (noordelijk gedeelte). Ten oosten van de boerderij bevindt zich een paardenstal. Op het middengedeelte van de locatie bevindt zich een hooischuur, annex wagenberging. Op het noordelijk gedeelte van het erf bevindt zich een ligboxenstal, met een aangebouwde machineberging en een inpandige manegebak. De oprit aan de zuidzijde van de locatie is verhard met klinkers. Het middengedeelte en het noordelijk gedeelte van het erf zijn verhard met beton en stelconplaten. De vloeren van de aanwezige gebouwen zijn voornamelijk verhard met beton. Alleen het vloergedeelte van de machineberging aan de zuidzijde van ligboxenstal is verhard met stelconplaten. Langs de oostzijde van de ligboxenstal ligt een verhard kavelpad (stelconplaten). De terreinstrook aan de westzijde van de stal is onverhard. In bijlage 2 is een situatietekening van de onderzoekslocatie opgenomen. Toekomstige inrichting De onderzoekslocatie betreft het middengedeelte en het noordelijk gedeelte van het erf. De eigenaar is voornemens om op het noordelijk gedeelte van het erf twee nieuwe woningen te realiseren.
De nieuwe woningen zullen voor een groot deel worden gesitueerd ter plaatse van de bestaande ligboxenstal. Ter hoogte van het middengedeelte van het erf zal een nieuw bijgebouw worden gerealiseerd.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
2 / 17
Locatie-inspectie Tijdens de locatie-inspectie zijn op de locatie geen verdachte plekken in de vorm van verzakkingen, plaatselijke ophogingen of brandplaatsen waargenomen. Ook zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen waargenomen. In bijlage 9 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.
2.2
Historische gegevens
Historisch gebruik e e Op oude topografische kaarten uit de 19 en de 20 eeuw blijkt dat op de percelen langs de Steinsedijk van oudsher bebouwing aanwezig is (lintbebouwing in agrarisch gebied / dijkbebouwing). Op een topografische kaart uit 1876 is reeds bebouwing zichtbaar ter plaatse van onderhavige locatie. De oorspronkelijke bebouwing bevond zich op het zuidelijk gedeelte van de locatie. Volgens Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) dateert de bestaande boerderij op de locatie uit 1891. De ligboxenstal en de hooischuur op het noordelijk gedeelte en het middengedeelte van de locatie dateren, respectievelijk, uit 1984 en 1990 gebouwd. De paardenstal ten oosten van de boerderij is in 2012 nieuw gebouwd. e
Zoals blijkt uit oude topografische kaarten uit de 20 eeuw is de locatie in het verleden niet in gebruik geweest als boomgaard, of ten behoeve van glastuinbouw. In bijlage 6 is een kopie van de topografische kaarten uit 1876, 1936, 1981 en 1989 opgenomen. Asbest Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de aanwezige gebouwen en toegepaste bouwmaterialen op de locatie. Gebouw
Situering (NOZW)
Ligboxenstal, met noord machineberging midden 2 Hooischuur (oostzijde) 1
Wanden
Dakbedekking
asbestcement golfplaten asbestcement damwandprofiel golfplaten baksteen
Dakgoten
ja oost: ja west: nee
Terreinverharding omgeving oost: stelconplaten west: onverhard oost: onverhard west: beton
Bodem verdacht voor asbest nee nee
Vanwege het langdurige gebruik van de locatie, en de aanwezigheid van een oude terreinverharding, bestaat voor de bovenlaag van de locatie wel kans op historische diffuse verontreiniging met asbest. Bedrijfsactiviteiten en olietanks In januari 1982 is door de gemeente Krimpenerwaard een Hinderwetvergunning afgegeven voor het oprichten van een melkrundvee- en mestvarkenshouderij. In mei 1985 is een wijzigingvergunning afgegeven in verband met de bouw van de ligboxenstal. Op 1 april 1996 is een wijzigingsmelding ingediend in het kader van de Wet milieubeheer voor het houden van melkrundvee en paarden/pony’s. Het houden van mestvarkens is hierbij komen te vervallen. Op 23 oktober 1998 is een wijzigingsmelding ingediend voor het verbeteren van de machineberging. Hierbij is een nieuwe machineberging gerealiseerd aan de zuidzijde van de ligboxenstal. Op de locatie is sprake van de aanwezigheid van een bovengrondse dieselolietank, met een inhoud van 1.200 liter. De tank staat opgesteld in de werkplaats in het achterhuis van de boerderij (vanaf mei 2011). In het verleden bevond de bovengrondse dieselolietank zich op het middengedeelte van het erf, ter hoogte van de westzijde van de hooischuur.
Voor zover bekend bij de eigenaar en de gemeente Krimpenerwaard / omgevingsdienst Midden-Holland is ter plaatse van onderzoekslocatie, en in de directe omgeving, geen sprake van de aanwezigheid van (voormalige) ondergrondse olietanks. Activiteiten omgeving Ter plaatse van de aangrenzende percelen zijn, behalve agrarische activiteiten, geen andere specifieke (voormalige) bedrijfsactiviteiten bekend.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
3 / 17
Slootdempingen e Op oude topografische kaarten is tot het begin van de jaren ’80 van de 20 eeuw een voormalige sloot zichtbaar op het middengedeelte van de locatie (van noordelijke in zuidelijke richting, met een uitloper in oostelijke richting). Voor de voormalige sloot is een registratie bekend in het archief van de omgevingsdienst Midden-Holland. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven. Tabel 1
Overzicht slootdempingen, perceel Steinsedijk 33
Registratiecode
Ligplaats (ligging)
Periode demping
Dempingmateriaal
Status / toelichting
Volgens informatie van de eigenaar is de demping bij agrarisch afval en/of takkenNoordelijk de ligboxenstal uitgevoerd tijdens de bouw in 1984. bossen, huishoudelijk afval, I.v.m. de aanleg van de mestkelder onder de stal is ZH062309823 gedeelte erf 1981-1984 industrieel en bedrijfsafval, (noord-zuid) op deze plaats geen dempingmateriaal toegepast bouw- en sloopafval (aanlegdiepte mestkelder: 1.9 m).
In bijlage 6 is een kopie van de topografische kaarten uit 1876, 1936, 1981 en 1989 opgenomen. In bijlage 8 is een kopie van de tekening van de bouwaanvraag van de ligboxenstal uit 1984 opgenomen, alsook een kopie van de tekening van de Hinderwetvergunning uit 1985. 2.3
Gegevens bodemonderzoek
Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Krimpenerwaard (regio Midden-Holland) ligt de onderzoekslocatie in Zone 10: ‘Lintbebouwing Krimpenerwaard’. Voor deze zone is bekend dat in de bovengrond diffuse licht verhoogde gehaltes kwik, lood, molybdeen, zink en PAK kunnen voorkomen, en in de ondergrond licht verhoogde gehaltes molybdeen. Voorgaand bodemonderzoek In augustus 1997 is op de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, in verband met de aanvraag van een bouwvergunning voor de machineberging aan de zuidzijde van de ligboxenstal (Consulmij b.v., kenmerk: BB.97.178). Tijdens het bodemonderzoek zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met lood, zink, PAK en minerale olie geconstateerd. In de ondergrond is in een lichte verontreiniging met lood aangetroffen. In het dempingmateriaal van de voormalige sloot is bijmenging van resten puin, grind en plaatselijk kooldeeltjes waargenomen. In het dempingmateriaal zijn analytisch lichte verontreinigingen met lood, nikkel, zink, PAK en minerale olie geconstateerd. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties arseen en chroom gemeten. Bodemonderzoek omgeving In de omgeving van de onderzoekslocatie is één bodemonderzoeklocatie bekend. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven. Tabel 2
Overzicht bodemonderzoeklocaties, omgeving perceel Steinsedijk 33.
Locatienaam / adres
Ligging
Locatiecode
Verrichte onderzoeken, periode
Steinseweg 31a
west
ZH193100151
Bijzonder inventariserend onderzoek, 1990
Status beoordeling / vervolg [verdachte activiteit] voldoende gesaneerd [slootdemping]
De historische bodeminformatie van de omgevingsdienst Midden-Holland is in bijlage 7 opgenomen. 2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
De geohydrologische opbouw van het gebied waarbinnen de locatie is gesitueerd, is weergegeven in tabel 3, op de volgende pagina. De gegevens zijn afkomstig van de Grondwaterkaart van Nederland, inventarisatierapport Gorinchem, kaartblad 38 West (Dienst Grondwaterverkenning TNO, 1984).
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
4 / 17
Tabel 3
Geohydrologisch overzicht Typering
Ligging in meters t.o.v. NAP
Lithologie
Formatie
deklaag
-1
tot
- 11
klei, veen
Westland
1e watervoerend pakket
- 11
tot
- 31
matig grove tot uiterst grove zanden
Kreftenheye, Sterksel
1e scheidende laag
- 31
tot
- 69
matig fijne tot uiterst fijne slibhoudende zanden
Kedichem
2e watervoerend pakket
- 69
tot
- 91
matig fijne tot uiterst grove zanden
Harderwijk
matig fijne tot uiterst fijne slibhoudende zanden
Tegelen
e
2 scheidende laag
beneden - 91
De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket heeft een westelijke richting. Volgens de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland (april 2019) ligt de onderzochte locatie niet in een grondwaterbeschermingsgebied. 2.5
Hypothese en onderzoeksstrategie
Hypothese De kwaliteit van de bodem op het terreindeel bij de voormalige bovengrondse dieselolietank aan de westzijde van de hooischuur is, vanwege mors- en/of lekverliezen, mogelijk aangetast met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Het dempingmateriaal van de voormalige sloot op het noordelijk gedeelte van de locatie is, afhankelijk van de herkomst en samenstelling van het materiaal, mogelijk verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie. Gerelateerd aan mogelijke puinbijmenging bestaat tevens kans op diffuse verontreiniging met asbest in de dempinglaag van de voormalige sloot. Vanwege het historische gebruik van de locatie, c.q. de ligging van de locatie binnen zone 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard kunnen in de grond diffuse verhoogde gehaltes voor zware metalen, PCB, PAK en minerale olie worden gemeten. Vanwege het langdurige gebruik van de locatie bestaat tevens kans op diffuse verontreiniging met asbest in de bovengrond, mede gerelateerd aan eventuele puinbijmenging in de grond. Onderzoeksstrategie Het onderzoek is opgezet naar de richtlijnen van de NEN 5740 / NEN 5707, volgens de strategie voor diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE). Het onderzoek ter plaatse van de verdachte deellocaties is gericht op de verdachte bodemlagen en de potentieel verontreinigende stoffen.
Het opgeboorde materiaal wordt per te onderscheiden laag bemonsterd, in trajecten van maximaal 0.5 meter. De boringen worden doorgezet tot 0.5 meter onder een zintuiglijk waarneembare verontreiniging. Voorafgaand aan de inspectie- en monsterneming van de bodem zal een visuele inspectie van het maaiveld plaatsvinden. Aan de hand van de resultaten van de visuele inspectie kan aanleiding bestaan om de onderzoekstrategie aan te passen.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
5 / 17
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de uit te voeren werkzaamheden en analyses. Tabel 4
Onderzoekstrategie.
Terreindeel
Chemisch onderzoek
Veldwerk / Aantal boringen
Beton / tot 0.5 én tot 0.5 én met Grond peilbuis asfalt m -mv m -gws
Algemene bodemkwaliteit
Opmerkingen
Grondwater
-
12 (*A)
4
1
6x STgr 6x LOS
(*B)
3x analyse bovengrond, 2x analyse ondergrond, 1x analyse grondwater
Slootdemping (ca. 500 m2)
-
-
4 (*C, *D)
1 (*B)
2x STgr 2x LOS
1x STgw (*B)
-
Voormalige b.g. dieselolietank
-
-
-
1 (*B)
1x MO 1x OS
1x STgw (*B)
-
Onderzoek asbest, verhard terreindeel erf (ca. 2.000 m2)
-
12 (*D)
-
-
2x ASB
2
(ca. 3.300 m )
1x ASB
mv / gws (*A) (*B) (*C) (*D) STgr STgw MO ASB LOS
-
maaiveld / grondwaterspiegel. boringen worden doorgezet tot 0.5 meter beneden terreinverharding. onderzoek grondwater zal worden gecombineerd. boringen worden doorgezet tot onderzijde slootdemping. inspectiegat (30 x 30 cm), gecombineerd met boringen algemene bodemkwaliteit. standaardpakket grond (NEN / SIKB): droge stof, 9 zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10 VROM), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie. standaardpakket grondwater (NEN / SIKB): 9 zware metalen, minerale olie (GC), vluchtige aromaten (styreen, benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), gechloreerde koolwaterstoffen, incl. vinylchloride. minerale olie. asbest in fijne fractie (< 20 mm), optioneel analyse grove fractie. lutum / organische stof.
De bij het vooronderzoek verzamelde informatie wordt gebruikt voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek, en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
6 / 17
3 3.1
UITVOERING VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN Algemeen
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de geldende NEN- en NPR-normen bij bodemonderzoek (BRL2000). Bij het veldwerk is het opgeboorde materiaal beoordeeld op samenstelling, en is gelet op eventueel zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. Het grondwater is eveneens zintuiglijk beoordeeld. 3.2
Veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd op 13 oktober 2022, door de voor BRL SIKB 2000 erkende boormeester J.R. den Boer. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in totaal 23 boringen uitgevoerd op de locatie: - 15 boringen verspreid over de locatie (nummers 1 t/m 15); - 1 boring op het terreindeel bij de bovengrondse dieselolietank (nummers 16); - 7 boringen op het terreindeel bij de voormalige sloot (nummers 21 t/m 27), waarvan 3 boringen aan de zijkanten voor de horizontale begrenzing (nummers 24, 26 en 27). Het opgeboorde materiaal is bemonsterd in trajecten van circa 0.5 meter. De boringen in de bovengrond zijn verricht met een ongelakte Edelmanboor en een ongelakte grindboor. Voor de bemonstering van de ondergrond is gebruik gemaakt van een ongelakte Edelmanboor en een ongelakte guts. Bij de boringen 1, 2 en 6 t/m 15 zijn gaten gegraven in de bovenlaag (30 x 30 cm), voor inspectie van het verhardingmateriaal op asbestverdachte bestanddelen. Vanwege de waarneming van stukjes plaatmateriaal in de onderlaag bij de boringen 21 en 23 is besloten om het onderzoek op asbest ter plaatse van de voormalige sloot uit te voeren door middel van inspectiesleuven (afmetingen: 200 x 50 cm; SL21, SL22, 2 SL23 en SL25), volgens de strategie voor nader onderzoek (1 inspectiesleuf per 200 m ).
Op het maaiveld van de onderzoekslocatie zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. De plaatsen van de boringen / inspectiegaten worden weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Voor de bemonstering van het freatisch grondwater zijn de boringen 16 en 23 verder uitgediept en afgewerkt met een peilbuis. De filterdelen zijn omhuld met een nylon filterkous en gegloeid filtergrind. Het freatisch grondwater is bemonsterd op 20 oktober 2022, door de voor BRL SIKB 2000 erkende boormeester J.R. den Boer. Voor de bepaling van de concentratie zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd over een 0,45 µm filter en aangezuurd tot pH 2. 3.3
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
Grond De bovengrond van de locatie bestaat uit matig tot sterk humeuze, matig tot sterk zandige klei. In de ondergrond, vanaf 0.3 à 0.8 meter beneden maaiveld, wordt matig tot sterk siltige klei aangetroffen, dat op een diepte van 0.8 à 2.0 meter beneden maaiveld overgaat in (kleiig) veen. In de bovenlaag onder de bestrating bevindt zich een opgebrachte laag matig fijn zand, met een laagdikte variërend van circa 30 tot 80 cm. Het dempingmateriaal ter plaatse van de voormalige sloot bestaat uit siltig matig fijn zand, met bijmenging van resten puin, hout en afval. De geroerde dempinglaag strekt zich uit tot een diepte van 1.5 à 2.0 meter beneden maaiveld. Voor een nadere beschrijving van de aangetroffen bodemlagen en de trajecten van monstername, wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. De in milieuhygiënisch opzicht aan het bodemmateriaal zintuiglijk waargenomen bijzonderheden worden weergegeven in tabel 5, op de volgende pagina.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
7 / 17
Tabel 5
Boringen en diepten van zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Terreindeel
Boring / inspectiegat
Einddiepte (m -mv)
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Locatie
01 *
1,10
0,00 - 0,80
sporen puin
02 *
0,90
06 *
2,00
07 *
1,80
sporen puin, sporen grind sporen puin
0,00 - 0,30
sporen puin
0,30 - 0,70
zwak puinhoudend
0,10 - 0,30
sporen puin, sporen grind
0,30 - 0,80
zwak puinhoudend sporen grind
08 *
2,00
0,00 - 0,50
09 *
0,60
0,00 - 0,10
sterk tapijtsnippers
0,10 - 0,50
zwak tapijtsnippers
0,50 - 0,60
obstructie op 0.6 m
10 *
2,50
0,00 - 0,10
sterk tapijtsnippers
0,10 - 0,30
zwak tapijtsnippers
0,30 - 0,80
sporen puin, sporen grind, sporen tapijt
11 *
1,50
0,40 - 0,70
matig puinhoudend
12 *
2,00
0,50 - 0,80
zwak puinhoudend
13 *
1,90
0,40 - 0,70
matig puinhoudend
14 *
1,70
0,40 - 0,90
uiterst puinhoudend
15 *
2,20
0,60 - 1,10
sterk puinhoudend
1,10 - 1,70
zwak puinhoudend
0,40 - 0,80
matig puinhoudend, sporen hout
1,00 - 1,50
sporen puin
0,50 - 1,00
sterk puinhoudend, sporen plastic en afval, 4 st. plaatmateriaal (180 gr.)
1,00 - 1,50
zwak puinhoudend, sporen plastic, sporen afval
1,50 - 2,00
zwak puinhoudend, sporen plastic, sporen hout
16
2,00
Slootdemping 21 **
22 ** 23 **
24 *
25 **
* / **
0,00 - 0,40 0,40 - 0,90
2,50
2,00 2,50
1,50
2,00
0,00 - 0,20
sterk tapijtsnippers
0,50 - 1,00
sterk puinhoudend (brokken)
0,50 - 1,00
sterk puinhoudend, sporen hout, 11 st. plaatmateriaal (3.800 gr.)
1,00 - 1,50
uiterst puinhoudend, 8 st. plaatmateriaal (890 gr.)
1,50 - 2,00
sterk puinhoudend, sporen aardewerk, 8 st. plaatmateriaal (820 gr.)
0,10 - 0,50
zwak puinhoudend
0,70 - 1,20
matig puinhoudend
1,20 - 1,50
sporen puin, gestaakt op 1.5 m (ivm kabels en leidingen)
0,50 - 1,00
zwak puinhoudend, sporen grind
inspectiegat / inspectiesleuf
Grondwater In onderstaande tabel zijn de grondwatergegevens opgenomen. Tabel 6
Gegevens grondwater Peilbuis
Nummer
Grondwaterstand
Zuurgraad
Geleidbaarheid (EC)
Troebelheid
(m-mv)
(pH)
(mS/cm)
(NTU)
Filtertraject (m-mv)
PB16
1.0 - 2.0
0.57
7.3
1.53
19.3
PB23
1.5 - 2.5
0.80
7.4
1.88
16.5
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
8 / 17
Tijdens de monstername vertoonde het freatisch grondwater geen afwijkende geur of kleur. De gemeten zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) zijn voor grondwater in deze regio als normaal te beschouwen. 3.4
Monster- en analyseselectie
De fysische en chemische analyses zijn uitgevoerd door de milieulaboratoria Eurofins Analytico en Eurofins Acmaa. Beide laboratoria zijn gecertificeerd door de ‘Raad voor Accreditatie’ (RvA). De voorbehandeling van de analysemonsters is uitgevoerd volgens AS3000. Grond Vanwege de wisselende samenstelling van het dempingmateriaal is besloten om voor het terreindeel bij de slootdemping per boring een apart monster in te zetten voor analyse op het standaardpakket grond. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de grond(meng)monsters welke ter analyse bij het laboratorium zijn aangeboden. Tabel 7
Overzicht van grond(meng)monsters en analyses
Monstercode
Deelmonsters 01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,40) 06 (0,00 - 0,30) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 05 (0,15 - 0,50) 11 (0,15 - 0,40) 12 (0,15 - 0,50) 14 (0,15 - 0,40) 15 (0,15 - 0,60) 09 (0,10 - 0,50) 10 (0,10 - 0,30) 01 (0,50 - 0,80) 02 (0,40 - 0,90) 06 (0,30 - 0,70) 07 (0,80 - 1,30) 11 (0,40 - 0,70) 15 (0,60 - 1,10) 12 (0,50 - 0,80) 13 (0,40 - 0,70) 16 (0,10 - 0,40) 16 (0,40 - 0,80) 21 (0,15 - 0,50) 23 (0,15 - 0,50)
MM1
MM2
MM3
MM4
MM5 MM6 MM7 MM8
Analyses
Motivering / Opmerkingen
STgr, LOS
monsters van bovengrond t.p.v. onverharde terreindelen; matig tot sterk zandige klei, bijmenging sporen puin, grind
STgr, LOS
monsters van zandige bovenlaag onder bestrating, verspreid over onderzoekslocatie; matig fijn zand, zintuiglijk geen afwijkingen
STgr, LOS
monsters van bovenlaag t.p.v. manegebak; matig fijn zand, zwakke bijmenging tapijtsnippers
STgr, LOS
monsters van ondergrond t.p.v. onverharde terreindelen, noordelijk gedeelte locatie; uiterst tot sterk siltige klei, zwakke bijmenging puinresten
STgr, LOS STgr, LOS MO STgr, LOS
monsters van geroerde laag zandige klei in ondergrond, zuidoostelijk gedeelte locatie; sterk zandige klei, matige tot sterke bijmenging puinresten monsters van geroerde laag siltig zand in ondergrond, zuidoostelijk gedeelte locatie; matig siltig, fijn zand; zwakke tot matige bijmenging puinresten monsters van bovenlaag bij voormalige bovengrondse dieselolietank; matig fijn zand, zwakke bijmenging puinresten, zintuiglijk geen oliewaarneming monsters van zandige bovenlaag onder bestrating t.p.v. slootdemping; matig fijn zand, zintuiglijk geen afwijkingen monster van geroerde laag in ondergrond aan noordzijde van voormalige sloot; matig siltig, matig fijn zand, sterke bijmenging puinresten, sporen plastic en afval
B21 (0.5-1.0)
21 (0,50 - 1,00)
STgr, LOS
B22 (0.5-1.0)
22 (0,50 - 1,00)
STgr, LOS
monster van geroerde laag in ondergrond ter hoogte van midden voormalige sloot; matig siltig, matig fijn zand, sterke bijmenging puinresten (brokken)
B23 (0.5-1.0)
23 (0,50 - 1,00)
STgr, LOS
monster van geroerde laag in ondergrond aan zuidzijde van voormalige sloot; matig siltig, matig fijn zand, sterke bijmenging puinresten (brokken, grof)
B23 (1.5-2.0)
23 (1,50 - 2,00)
STgr, LOS
monster van diepere onderlaag aan zuidzijde van voormalige sloot; matig siltig, matig fijn zand, sterke bijmenging puinresten, sporen aardewerk
B24 (0.7-1.2)
24 (0,70 - 1,20)
STgr, LOS
monster van laag zandige klei in ondergrond, t.b.v. zuidelijke begrenzing voormalige sloot; matig humeuze, sterk zandige klei, matige bijmenging puinresten
B25 (0.5-1.0)
25 (0,50 - 1,00)
STgr, LOS
monster van geroerde laag in ondergrond aan oostzijde van voormalige sloot; matig siltig, matig fijn zand, zwakke bijmenging puinresten, sporen grind
STgr MO
Standaardpakket grond (NEN / SIKB) Minerale olie
LOS
Lutum / Organische stof
Het standaardpakket-grond (NEN / SIKB) omvat de volgende analyses: droge stof, 9 zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10 VROM), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (GC). Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
9 / 17
Asbest Vanwege het aantreffen van stukjes asbestverdacht plaatmateriaal in de onderlaag bij de inspectiesleuven SL21 en SL23 is besloten om voor het terreindeel bij de slootdemping een aantal separate analyses van de fijne en de grove fractie uit te voeren. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de (meng)monsters welke ter analyse bij het laboratorium zijn aangeboden. Tabel 8
Overzicht van (meng)monsters en analyses op asbest
Monstercode
Deelmonsters
Analyses ASBf
Opmerkingen
ASBv
MM A1
11 (0,40 - 0,70) 15 (0,60 - 1.10)
#
MM A2
12 (0,50 - 0,80) 13 (0,40 - 0,65)
#
SL21
21 (0,50 - 1,00)
#
#
SL23
23 (0,50 - 1,00)
#
#
monsters van geroerde kleiige laag in ondergrond, zuidoostelijk gedeelte locatie (erf/algemeen); matige tot sterke bijmenging puinresten, visueel geen asbestverdachte bestanddelen monsters van geroerde zandige laag in ondergrond, zuidoostelijk gedeelte locatie (erf/algemeen); zwakke tot matige bijmenging puinresten, visueel geen asbestverdachte bestanddelen verdacht monster van dempinglaag aan noordzijde van voormalige sloot; sterke bijmenging puinresten, sporen plastic en afval, 4 st. plaatmateriaal (180 gr.) verdacht monster van dempinglaag aan zuidzijde van voormalige sloot; sterke bijmenging puinresten, sporen plastic en afval, 11 st. plaatmateriaal (3.800 gr.)
#:
Geanalyseerde pakketten/parameters
ASBf
Analyse asbest fijne fractie < 20 mm (NEN5898)
ASBv
Materiaalverzamelmonster grove fractie > 20 mm (NEN5896)
Grondwater Het grondwatermonster uit de peilbuis PB16 is geanalyseerd op minerale olie (GC) en vluchtige aromaten. Het grondwatermonster uit de peilbuis PB23 is geanalyseerd op het standaardpakket-grondwater (NEN / SIKB). Dit pakket omvat de volgende analyses: 9 zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie (GC), vluchtige aromaten & gechloreerde koolwaterstoffen, inclusief vinylchloride.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
10 / 17
4 4.1
RESULTATEN EN INTERPRETATIE VAN HET ONDERZOEK Algemene begrippen en toetsingskader
Om de mate van verontreiniging van de grond en het grondwater te kunnen beoordelen, dienen de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters te worden getoetst aan normen zoals deze zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Per 1 juli 2013 is de Circulaire bodemsanering 2013 in werking getreden. De interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn opgenomen als bijlage 1 in de Circulaire. Streefwaarden (grondwater en grond) / Achtergrondwaarden (grond; AW2000) Indien het concentratieniveau kleiner of gelijk is aan de streefwaarden / achtergrondwaarden is sprake van een duurzame bodemkwaliteit waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier niet zijn verminderd. Indien concentratie-overschrijdingen ten opzichte van de streefwaarde / achtergrondwaarde worden aangetoond, wordt de bodem (grond en grondwater) bestempeld als licht verontreinigd. Toetsingscriterium ten behoeve van nader onderzoek / Tussenwaarde Het toetsingscriterium voor de noodzaak van een nader onderzoek is als volgt gedefinieerd: - in grond: de helft van de som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde; - in grondwater: de helft van de som van de streefwaarde en de interventiewaarde. Bij overschrijding van dit toetsingscriterium bestaat in principe een noodzaak tot nader onderzoek.
Indien concentratie-overschrijdingen ten opzichte van deze toetsingswaarde worden aangetoond, wordt de bodem (grond en grondwater) bestempeld als matig verontreinigd. Interventiewaarden Interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige verminderingen of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij concentraties boven de interventiewaarde kan er sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. In principe bestaat bij een geval van ernstige bodemverontreiniging een saneringsnoodzaak, zoals bedoelt in de Wet bodembescherming. De interventiewaarden voor grond zijn humaan- en ecotoxicologisch onderbouwd. De interventiewaarden voor grondwater zijn afgeleid van de interventiewaarden voor grond. Indien concentratie-overschrijdingen ten opzichte van de interventiewaarde worden aangetoond, wordt de bodem (grond en grondwater) bestempeld als sterk verontreinigd. Voor de parameter barium is per 1 april 2009 alleen een interventiewaarde van kracht, specifiek voor situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging. Asbest De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale samenstellingswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van de grond/puin bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s.
Deze asbestnorm is ook van toepassing voor bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. De vastgestelde normwaarde geldt voor het gewogen asbestgehalte. De toetsing van het gewogen asbestgehalte dient op de volgende wijze te worden uitgevoerd: (10 x gehalte amfibool asbest) + (gehalte serpentijn asbest) = < 100 mg/kg d.s. Chrysotiel (wit asbest) betreft serpentijn asbest, de overige asbestsoorten zijn amfibolen (hoofdzakelijk amosiet en crocidoliet). Verkennend onderzoek asbest NEN 5707 Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Wanneer het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.
De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
11 / 17
Geval van ernstige bodemverontreiniging Bij een historische verontreiniging (verontreiniging ontstaan voor 1 januari 1987) wordt bepaald of het een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. Volgens de Circulaire bodemsanering is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten 3 3 concentratie van minimaal 25 m bodemvolume in het geval van een bodemverontreiniging, of 100 m poriënverzadigd bodemvolume in het geval van grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met een concentratie aan asbest boven de interventiewaarde, onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Conform de richtlijnen van de Wet bodembescherming bestaat voor een geval van ernstige bodemverontreiniging een saneringsnoodzaak. Voor nieuwe verontreinigingen (verontreiniging ontstaan na 1 januari 1987) is in de regel artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) van toepassing. De achtergrond- en interventiewaarden voor zware metalen en organische verbindingen in de grond zijn afhankelijk van het percentage lutum en/of organische stof van de grond. Derhalve dienen de gemeten gehaltes in de grond hiervoor te worden gecorrigeerd (gestandaardiseerd gehalte).
4.2
Grond
Analyseresultaten In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de toetsing van de gemeten analyseresultaten van de grond aan de normen uit de Leidraad bodembescherming, in mg/kg droge stof. Tabel 9
Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grond (mg/kg d.s.)
Monstercode
Lutum (%)
Org. Stof (%)
Analyse
Overschrijdingen >AW
klasse BBK >T
>I
MM1; B1, 2, 6, 7, 8 (0.0-0.5)
10,6
13,8
STgr
cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK
-
-
Industrie
MM2; B5, 11-15 (0.15-0.6)
<2,0
<0,7
STgr
PCB
-
-
Industrie
MM3; B9, 10 (0.1-0.5)
<2,0
1,2
STgr
-
-
-
AW
MM4; B1, 2, 6, 7 (0.3-1.3)
25,8
16,2
STgr
-
-
Wonen
8,2
5,9
STgr
-
-
Industrie
2,6
2,3
STgr
-
-
Industrie
(2)
<0,7
MO
-
-
-
-
MM8; B21, 23 (0.15-0.5)
<2,0
<0,7
STgr
PCB
-
-
AW
B21 (0.5-1.0)
4,8
8,3
STgr
kobalt, kwik, lood, zink, PAK, minerale olie
-
-
Industrie
B22 (0.5-1.0)
2,5
3,2
STgr
PAK
-
-
AW
B23 (0.5-1.0)
4,5
4,9
STgr
lood, zink, PCB, PAK, minerale olie
-
-
Industrie
B23 (1.5-2.0)
3,6
4,6
STgr
nikkel, lood, zink, PAK, minerale olie
-
-
Industrie
B24 (0.7-1.2)
8,7
5,8
STgr
kwik, lood, zink, PAK
-
-
Industrie
STgr
koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK, PCB
-
-
Industrie
MM5; B11, 15 (0.4-1.1) MM6; B12, 13 (0.4-0.8) MM7; B16 (0.1-0.8)
B25 (0.5-1.0) STgr MO > AW >T >I
4,7
3,7
kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK, minerale olie cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, zink, PCB, PAK, minerale olie
: standaardpakket grond (NEN / SIKB). : minerale olie. : overschrijding van de achtergrondwaarde (aw2000). : overschrijding van de toetsingswaarde voor nader onderzoek. : overschrijding van de interventiewaarde.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
12 / 17
Algemene bodemkwaliteit De licht verhoogde gehaltes zware metalen, PCB, PAK en minerale olie in de mengmonsters van de boven- en de ondergrond ter plaatse van het erfgedeelte (MM1, MM4, MM5 en MM6) kunnen vermoedelijk worden gerelateerd aan de aangetroffen bodemvreemde bestanddelen (resten puin en grind), alsook aan de diffuse licht verhoogde achtergrondgehaltes in BKZ10, c.q. het historische gebruik van de locatie. Het licht verhoogde PCB-gehalte in het mengmonster van de zandige bovenlaag onder de bestrating (MM2) kan vermoedelijk worden gerelateerd aan de oorspronkelijke herkomst van het materiaal. In het mengmonster van de bovenlaag ter plaatse van de manegebak (MM3), wordt voor geen van de onderzochte parameters een toetsingswaarde overschreden. Zintuiglijk is zwakke bijmenging van tapijtsnippers waargenomen. Voormalige bovengrondse dieselolietank In het mengmonster van de bovenlaag op het terreindeel bij de voormalige bovengrondse dieselolietank (MM7) is analytisch geen verontreiniging met minerale olie geconstateerd. De analyseresultaten vormen een bevestiging van de zintuiglijke waarnemingen.
Slootdemping De licht verhoogde gehaltes zware metalen, PCB, PAK en minerale olie in de monsters van de onderlaag van de voormalige slot (B21 t/m B25) kunnen vermoedelijk worden gerelateerd aan de herkomst en samenstelling van het dempingmateriaal (zwakke tot sterke bijmenging puinresten, sporen plastic, afval en hout). De gemeten gehaltes in de geanalyseerde monsters van de dempinglaag van de voormalige sloot zijn in grote lijnen vergelijkbaar met de gemeten gehaltes in de geroerde lagen in de boven- en de ondergrond van het erfgedeelte (MM1, MM5, MM6). Het licht verhoogde PCB-gehalte in het mengmonster van de zandige bovenlaag (MM8) vermoedelijk worden gerelateerd aan de oorspronkelijke herkomst van het materiaal. Zintuiglijk zijn geen afwijkingen waargenomen. Indicatieve toetsing normen Besluit Bodemkwaliteit Bij toetsing van de analyseresultaten aan de normen van het Besluit bodemkwaliteit wordt de kwaliteit van de geroerde lagen in de boven- en de ondergrond van de locatie overwegend beoordeeld als klasse Industrie. De kwaliteit van de ongeroerde zandige bovenlaag onder de bestrating wordt indicatief beoordeeld als klasse AW.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
13 / 17
4.3
Asbest
Analyseresultaten In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de gemeten asbestgehaltes in de grond, in mg/kg droge stof. De analyseresultaten zijn als bijlage 4 aan het rapport toegevoegd. Tabel 10
Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten asbest (mg/kg d.s.)
Monster / inspectiesleuf MM A1; GT11, 15 (0.4-1.1) MM A2; GT12, 13 (0.4-0.8)
Aantal stukjes
Gewicht stukjes (gr.)
Serpentijn grove fractie (mg/kg d.s.)
-
-
-
-
-
-
SL21 (0.5-1.0)
3 (h)
170
38
SL23 (0.5-1.0)
11 (h)
3800
750
n.a.
asbestgehalte < detectielimiet (niet aantoonbaar);
(h) / (n)
hechtgebonden / niet hechtgebonden; asbestgehalte > detectielimiet.
38 770
Amfibool
fijne fractie (mg/kg d.s.) n.a.
grove fractie (mg/kg d.s.)
fijne fractie (mg/kg d.s.)
Asbest, totaal gewogen (mg/kg d.s.)
-
n.a.
-
n.a.
3,1
n.a.
-
n.a.
38
15,0
-
n.a.
770
3,1
<2
overschrijding interventiewaarde / restconcentratienorm.
Interpretatie Aan de hand van de verkregen onderzoekresultaten blijkt dat in de geroerde dempinglaag in de ondergrond bij inspectiesleuf SL23 (0.5-1.0 m), aan de zuidzijde van de planlocatie, sprake is van een sterke verontreiniging met asbest. Het sterk verhoogde gehalte wordt grotendeels veroorzaakt door materiaal in de grove fractie. In de geroerde dempinglaag in de ondergrond bij inspectiesleuf SL21 (0.5-1.0 m), aan de noordzijde van de voormalige sloot, is een lichte verontreiniging met asbest geconstateerd. Het gemeten asbestgehalte wordt geheel veroorzaakt door materiaal in de grove fractie (3 stukjes asbesthoudend plaatmateriaal). In de geroerde dempinglaag in de ondergrond bij de inspectiesleuven SL22 en SL25, zijn visueel geen asbestverdachte bestanddelen waargenomen. Bij het onderzoek ter plaatse van het erfgedeelte is in de geroerde laag siltig zand in de ondergrond aan de zuidoostzijde van de planlocatie plaatselijk nog een licht verhoogd asbestgehalte gemeten (MM A2). In het mengmonster van de laag zandige klei in de ondergrond bij de inspectiegaten GT11 en GT15 is analytisch geen verontreiniging met asbest aangetoond (MM A1). Aan de hand van de verkregen onderzoekresultaten manifesteert de sterke verontreiniging met asbest zich ter plaatse van het zuidelijk gedeelte van de voormalige sloot (SL23).
In de bovenlaag op het terreindeel bij de voormalige sloot zijn visueel geen asbestverdachte bestanddelen waargenomen. Op basis van de contouren van het zuidelijk gedeelte van de voormalige sloot bedraagt de verspreiding2 oppervlakte van de sterke verontreiniging circa 180 m . Uitgaande van een laagdikte van 1.0 à 1.5 meter (maximaal traject 0.5-2.0 m) bedraagt de omvang van de sterke verontreiniging met asbest in het 3 dempingmateriaal indicatief circa 200 à 275 m . De contour van de voormalige sloot en de sterke verontreiniging met asbest wordt weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
14 / 17
4.4
Grondwater
Analyseresultaten In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de toetsing van de gemeten analyseresultaten van het grondwater aan de normen uit de Leidraad bodembescherming, in µg/liter. Tabel 11
Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grondwater (µg/l) Componenten
Zware metalen
Vluchtige Aromaten
Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen
Overige stoffen
x -0.26 360
Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Naftaleen Styreen Dichloormethaan Trichloormethaan Tetrachloormethaan Trichlooretheen Tetrachlooretheen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Vinylchloride 1,1-dichlooretheen 1,2-dichloorethenen (som) Dichloorpropanen (som) Minerale olie
Peilbuis PB16 x x x x x x x x x ---0,26 0,34 -x x x x x x x x x x x x x --
Peilbuis PB23
360 ----17 ------------------------
Toetsingswaarden S (S+I)/2 I 50 340 630 0,40 3,2 6 20 60 100 15 45 75 0,05 0,18 0,30 5 150 300 15 45 75 15 45 75 65 430 800 0,2 15 30 7,0 500 1000 4,0 77 150 0,2 35 70 0,01 35 70 6,0 150 300 0,01 500 1000 6,0 200 400 0,01 5 10 24 260 500 0,01 20 40 7,0 450 900 7,0 200 400 0,01 150 300 0,01 65 130 0,01 2,5 5,0 0,01 5 10 0,01 10 20 0,8 40 80 50 325 600
: niet geanalyseerd. : geen overschrijding streefwaarde/detectielimiet. : overschrijding van de streefwaarde. : overschrijding van de toetsingswaarde voor nader onderzoek.
Interpretatie In het grondwater uit peilbuis PB16, op het terreindeel bij de voormalige bovengrondse dieselolietank, zijn licht verhoogde gehaltes xyleen en naftaleen gemeten. Voor minerale olie is geen verontreiniging aangetoond in het grondwater. Voor de matig verhoogde concentratie barium in het grondwater uit peilbuis PB23 geldt vermoedelijk dat (deels) sprake is van een verhoogde achtergrondwaarde. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat voor barium, in het grondwater in klei- en veengebieden, concentraties worden gemeten tot 150 à 200 µg/l. Voor de licht verhoogde concentratie molybdeen in het grondwater kan, op basis van de beschikbare gegevens, geen duidelijke oorzaak worden gegeven.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
15 / 17
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Op de locatie Steinsedijk 33 te Haastrecht is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd, in verband met de voorgenomen bouw van twee nieuwe woningen en een bijgebouw op de locatie. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de NEN 5740 / NEN 5707. 5.1
Conclusies
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd:
♦
Algemene bodemkwaliteit In de bovengrond van de locatie, zijn lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK geconstateerd. Zintuiglijk is bijmenging van sporen puin en grind waargenomen in de bovengrond.
♦
In de ondergrond van de locatie zijn lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, zink, PCB, PAK en minerale olie geconstateerd. Zintuiglijk is zwakke bijmenging van puinresten waargenomen.
♦
Bij het onderzoek op asbest is in de geroerde laag in de ondergrond plaatselijk een lichte verontreiniging met asbest geconstateerd.
♦
In het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is een lichte verontreiniging met molybdeen aangetroffen, en is een matige verhoogde concentratie barium gemeten, welke vermoedelijk kan worden beschouwd als een verhoogde achtergrondwaarde.
♦
Voormalige bovengrondse dieselolietank In de bovengrond op het terreindeel bij de voormalige bovengrondse dieselolietank is, zowel zintuiglijk als analytisch, geen verontreiniging met minerale olie geconstateerd.
♦
In het grondwater bij de bovengrondse dieselolietank is een lichte verontreiniging met xyleen en naftaleen aangetroffen. Voor minerale olie is geen verontreiniging aangetoond in het grondwater.
♦
Slootdemping In de geroerde dempinglaag op het terreindeel bij de voormalige sloot, zijn analytisch lichte verontreinigingen met kobalt, kwik, lood, nikkel, zink, PCB, PAK en minerale olie geconstateerd.
♦
Bij het onderzoek op asbest is in de geroerde dempinglaag ter plaatse van het zuidelijk gedeelte van de voormalige sloot een sterke verontreiniging geconstateerd. De sterke verontreiniging met asbest wordt met name veroorzaakt door materiaal in de grove fractie (hechtgebonden; chrysotiel). De sterke verontreiniging strekt zich uit tot een diepte van 1.0 à 1.5 meter (maximaal traject 0.5-2.0 m).
♦
Uitgaande van een verspreidingoppervlakte van circa 180 m en een laagdikte van 1.0 à 1.5 meter, wordt de omvang van de sterke verontreiniging met asbest in de dempinglaag van de voormalige 3 sloot indicatief geschat op circa 200 à 275 m .
♦
In het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is een lichte verontreiniging met molybdeen aangetroffen, en is een matige verhoogde concentratie barium gemeten, welke vermoedelijk kan worden beschouwd als een verhoogde achtergrondwaarde.
5.2
2
Aanbevelingen
Ten aanzien van de sterke verontreinigingen met asbest in de ondergrond op het terreindeel bij de voormalige sloot is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In het kader van de voorgenomen herinrichting van de locatie bestaat hiervoor een saneringsnoodzaak. Voor de uitvoering van saneringswerkzaamheden dient vooraf een saneringsplan / BUS-melding te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag, op basis waarvan een beschikking kan worden genomen omtrent de voorgestelde saneringsmaatregelen.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht
16 / 17
Indien bij herinrichting of graafwerkzaamheden op de locatie licht verontreinigde grond of verhardingmateriaal zal vrijkomen, buiten de contouren van de sterke verontreiniging, dient er rekening mee te worden gehouden dat hiervoor beperkte hergebruikmogelijkheden bestaan. De toepassingsmogelijkheden voor dit materiaal op een andere locatie dienen te worden bepaald aan de hand van de voorwaarden van het Besluit Bodemkwaliteit en/of de voorwaarden van de Bodemkwaliteitskaart van de van de gemeente Krimpenerwaard (regio Midden-Holland).
23 december 2022 Behandeld door:
ing. H. van Wijngaarden, Lawijn Advies & Management.
Rapportnr.: 22.4872-A1, december 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek Steinsedijk 33 te Haastrecht