BIJL 3 Bijlagen bij plantoelichting Bestemmingsplan Steinsedijk 33 Haastrecht
Tekst van het document
Beeldkwaliteitskader nieuwe woningen Steinsedijk 33 Haastrecht Stedenbouw • •
De woningen en bijgebouwen worden zo gesitueerd dat het zicht naar het open veenweidegebied behouden blijft. Elk gebouw is een eigen element met eigen kwaliteiten, maar tevens is er sprake van eenheid op het erf.
Architectuur • • •
De gebouwen bestaan uit een eenvoudige, langwerpige massavorm met zadeldak. De architectuur van de gebouwen is stoer, schuur-achtig en heeft een sobere detaillering. Het materiaalgebruik bestaat hoofdzakelijk uit baksteen of hout met een toepassing van gedekte-/aardkleuren.
Erfinrichting • •
De nieuwe en bestaande woningen gezamenlijk worden via één erfpad ontsloten. De sloten en boomgaard versterken de kavelrichting.
Referentiebeelden nieuwe woning
Laarseweg 24-1, 8171 PR Vaassen (T) (T) 0578 0578 –- 76 90 60 • KvK 082 04 400 www.sainadvies.nl • info@sainadvies.nl
Notitie Project:
Steinsedijk 33, Haastrecht
Betreft:
Geluidsbelasting vanwege wegverkeer
Kenmerk:
2022-3111-b4021/2606
Datum:
6 september 2022
Inleiding Om de realisatie van enkele nieuwe woningen mogelijk te maken op het perceel aan Steinsedijk 33 in Haastrecht, wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. De nieuwe woningen (komen te) liggen binnen de geluidszone van de Steinsedijk. Daarom is in het kader van de ruimtelijke onderbouwing om een akoestisch onderzoek gevraagd. Er is onderzocht of de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de nieuwe woningen voldoet aan de wettelijke eisen.
Wettelijk kader In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn regels opgenomen voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals bijvoorbeeld woningen) door wegverkeer op gezoneerde wegen 1. Het gaat daarbij om de geluidsbelasting in het maatgevende toekomstige jaar. In het algemeen is dit het jaar 10 jaar na realisatie of na het uitvoeren van het akoestisch onderzoek. De Wet geluidhinder kent een voorkeursgrenswaarde. Als aan deze waarde wordt voldaan, is er voor de Wet geluidhinder geen belemmering voor het bouwplan. Onder voorwaarden is een hogere grenswaarde mogelijk. Deze voorwaarden volgen uit de Wet geluidhinder en uit de 'Beleidsregel Hogere waarden, 2018 regio Midden-Holland' van 9 oktober 2018 (verder: HGW-beleid) die op 21 februari 2019 is vastgesteld door de gemeente Krimpenerwaard. Voor zover relevant wordt hier bij de bespreking van de berekeningsresultaten nader op ingegaan. Voor nieuwe woningen buiten de bebouwde kom gelden de volgende grenswaarden 2,3: • Voorkeursgrenswaarde: 48 dB; • Maximale grenswaarde: 53 dB. Op grond van de Wet geluidhinder mogen, alvorens te toetsen aan de grenswaarden, op de berekende geluidsbelastingen enkele correcties worden toegepast4. Er geldt een generieke correctie van 5 dB als het gaat om wegverkeer met een snelheid van minder dan 70 km/u en (minimaal) 2 dB 5 als het gaat om wegverkeer met een snelheid van 70 km/u of meer.
Daarnaast geldt er een correctie die afhankelijk is van het soort wegdek van 1 dB of 2 dB voor wegverkeer met een snelheid van 70 km/u of meer.
1
De breedte van de zone, gemeten vanaf de rand van de weg, is opgenomen in artikel 74 Wgh.
2
Op grond van artikel 82 en artikel 83 lid 1 Wgh.
3
Op grond van artikel 76 Wgh gelden deze grenswaarden niet voor de bestaande bedrijfswoning.
4
Op grond van artikel 110g Wgh. De hoogte van de correctie volgt uit artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.
5
Afhankelijk van de geluidsbelasting bedraagt de correctie 3 dB of 4 dB.
pagina 1 van 3
Onderhavige plan In de huidige situatie is op de planlocatie een agrarisch bedrijf gevestigd, met daarbij een bedrijfswoning. Plan is om het perceel anders in te richten, in het kader van “ruimte voor ruimte”. In de onderzochte situatie worden alle bedrijfsgebouwen gesloopt. In plaats daarvan worden twee nieuwe vrijstaande woningen gebouwd. Ook wordt de karakteristieke boerderij gesplitst: de bestaande bedrijfswoning in het voorste deel (straatzijde) wordt omgezet naar een reguliere woning; in het achterste deel wordt een nieuwe woning gerealiseerd. De planlocatie ligt buiten de bebouwde kom, aan de Steinsedijk. Er zijn geen andere wegen waarvan de geluidszone het plangebied deels) overlapt.
Verkeersgegevens De weg- en verkeersgegevens van de Steinsedijk zijn voor het jaar 2030 aangeleverd door de Omgevingsdienst Midden-Holland. Er is aangegeven, dat deze gegevens gebruikt kunnen worden voor het jaar 2033. De verkeersgegevens in detail zijn opgenomen in bijlage 1.
Berekening De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de geplande woning is berekend volgens de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012. Het gebruikte programma is Geomilieu V2022.2 revisie 2 van dgmr. De weg- en verkeersgegevens zijn aangeleverd als shape-bestanden. Deze zijn rechtstreeks geïmporteerd in het rekenprogramma, in een groep. Vervolgens zijn de rijlijnen samengevoegd waar mogelijk, voorzien van een unieke “Naam” en in oostelijke richting verlengd. Aan de groep is een groepsreductie toegekend van 5 dB, overeenkomstig de generieke correctie die mag worden toegepast. De berekeningsresultaten, inclusief groepsreductie, zijn nu direct te toetsen aan het wettelijke kader. De correctie die wegdekafhankelijk is, wordt door Geomilieu automatisch toegepast. In het rekenmodel is verder rekening gehouden met mogelijk reflecterende bebouwing nabij de nieuwe woningen. Ook zijn de nieuwe woningen en de boerderij gemodelleerd. Voor de ligging van een kadastrale kaart en van de op 15 augustus 2022 aangeleverde informatie over het plan 1. Het rekenmodel rekent met een standaard absorptiefractie van 0,0 (akoestisch reflecterend). Er zijn geen akoestisch (deels) absorberende gebieden gemodelleerd. Hierdoor is de berekende geluidsbelasting hoger dan de feitelijke geluidsbelasting (worst-case benadering).
Ter visuele oriëntatie zijn enkele akoestisch reflecterende gebieden ingevoerd. Dit heeft geen invloed op de berekeningsresultaten. De verhoogde ligging van de Steinsedijk is gemodelleerd met hoogtelijnen. Daarnaast zijn enkele hoogtelijnen ingevoerd voor een correct verloop van het maaiveld nabij de nieuwe woningen en, voor zover relevant, tussen de nieuwe woningen en de weg. De hoogtes zijn gebaseerd op het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN4). Tot slot zijn toetspunten gemodelleerd op de bebouwingsgrenzen van de nieuwe woningen. Hiermee 1
Bestand ‘3586 Nap 25-05-2022.pdf’ en bijgaande mail. De achterste woning komt 5 meter dichterbij de straat dan op de tekeningen op bladzijde 10 en 11 is weergegeven.
kenmerk 2022-3111-b4021/2606 pagina 2 van 3
wordt de invallende geluidsbelasting berekend op 1,5 m hoogte (begane grond) en 4,5 m hoogte (verdieping). In bijlage 1 zijn de invoergegevens van het rekenmodel en een weergave van het rekenmodel opgenomen.
Resultaten In tabel 1 zijn de hoogste berekende geluidsbelastingen weergegeven. In bijlage 2 zijn de rekenresultaten meer gedetailleerd weergegeven. Tabel 1: Geluidsbelasting Lden in dB, incl. 5 dB aftrek Omschrijving
Geluidsbelasting
Nieuwe woning in boerderij
43 dB
Voorste nieuwe woning
40 dB
Achterste nieuwe woning
40 dB
De berekende geluidsbelasting is op alle drie de nieuwe woningen lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er zijn geen verdere procedures in het kader van de Wet geluidhinder nodig. Gezien de hoogte van de geluidsbelasting wordt deze aanvaardbaar geacht.
Conclusies • •
De nieuwe woningen kunnen gerealiseerd worden zonder verdere procedures in het kader van de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting wordt aanvaardbaar geacht.
Bijlage(n):
1. 2.
kenmerk 2022-3111-b4021/2606 pagina 3 van 3
Gegevens rekenmodel (incl. verkeersgegevens) Resultaten
Bijlage 1 Gegevens rekenmodel (incl. verkeersgegevens)
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Naam 01 02
Sain milieuadvies
VL 2033 Steinsedijk 33 - Haastrecht (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Steinsedijk Steinsedijk
Groep Steinsedijk Steinsedijk
ISO M. -3,20
ISO_H 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief
Type Verdeling Verdeling
Hbron 0,75 0,75
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Sain milieuadvies
Helling 0 0
Wegdek W0 W0
Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek
V(LV(D)) 60 60
V(LV(A)) 60 60
V(LV(N)) 60 60
V(MV(D)) 60 60
V(MV(A)) 60 60
V(MV(N)) 60 60
V(ZV(D)) 60 60
V(ZV(A)) 60 60
V(ZV(N)) 60 60
Lengte 600,96 200,95
6-9-2022 12:21:30
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Naam 01 02
Sain milieuadvies
VL 2033 Steinsedijk 33 - Haastrecht (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Steinsedijk Steinsedijk
Totaal aantal 806,00 1061,00
%Int(D) 6,58 6,58
%Int(A) 3,90 3,88
%Int(N) 0,68 0,68
%LV(D) 97,02 96,56
%LV(A) 98,82 98,63
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Sain milieuadvies
%LV(N) 97,28 96,86
%MV(D) 1,98 2,64
%MV(A) 0,79 1,05
%MV(N) 1,81 2,41
%ZV(D) 1,00 0,80
%ZV(A) 0,39 0,32
%ZV(N) 0,91 0,73
X-1 113916,98 113484,35
Y-1 446662,92 446253,88
6-9-2022 12:21:30
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Sain milieuadvies
VL 2033 Steinsedijk 33 - Haastrecht (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam 01 02 03 11 12
Omschr. nieuwe woning zuid nieuwe woning zuid nieuwe woning zuid nieuwe woning noord nieuwe woning noord
Groep ------
Maaiveld -1,27 -1,38 -1,29 -1,40 -1,43
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Hoogte C ------
Hoogte D ------
Hoogte E ------
Hoogte F ------
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
X 113568,35 113561,22 113570,98 113577,58 113570,06
Y 446439,51 446441,09 446445,72 446464,88 446467,69
13 B2a B2b B3a B3b
nieuwe woning noord woning in boerderij woning in boerderij woning in boerderij woning in boerderij
------
-1,44 -1,06 -1,00 -0,76 -0,80
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 -1,50 --
4,50 -4,50 -4,50
------
------
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
113579,11 113596,22 113598,08 113607,30 113605,21
446471,83 446405,72 446406,75 446411,97 446410,95
B4
woning in boerderij
--
-1,01
Relatief
1,50
4,50
--
--
--
--
Ja
113594,72
446421,35
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Sain milieuadvies
6-9-2022 12:21:30
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Sain milieuadvies
VL 2033 Steinsedijk 33 - Haastrecht (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam 01 02 03 04 05
Omschr. nieuwe woning nieuwe woning reflecterend woonboerderij woonboerderij
Hoogte 6,00 6,00 2,50 2,00 7,50
Maaiveld -1,37 -1,39 -1,20 -1,00 -1,00
Hdef. Relatief Relatief Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
Zwevend False False False False False
Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 2k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 4k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 8k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
X-1 113563,18 113572,66 113626,33 113589,36 113594,82
Y-1 446437,18 446462,59 446461,06 446418,07 446420,61
06
woonboerderij
5,65
-1,00
Eigen waarde
0 dB
False
0,80
0,80
0,80
0,80
0,80
0,80
0,80
0,80
113591,06
446419,12
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Sain milieuadvies
6-9-2022 12:21:30
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Naam 01 02 03 04
Sain milieuadvies
VL 2033 Steinsedijk 33 - Haastrecht (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Steinsedijk Steinsedijk erfverharding woonboerderij
Bf 0,00 0,00 0,00 0,00
X-1 113918,53 113484,88 113627,31 113600,13
Y-1 446660,96 446251,43 446375,44 446425,30
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Sain milieuadvies
6-9-2022 12:21:30
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Sain milieuadvies
VL 2033 Steinsedijk 33 - Haastrecht (hoofdgroep) Lijst van Hoogtelijnen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam 01 01 02 02 03
Omschr. Steinsedijk Steinsedijk Steinsedijk Steinsedijk omgeving
04 05
omgeving woonboerderij
ISO_H --3,20 3,20 -1,70
Lengte 599,81 602,07 199,91 201,98 512,60
Vormpunten 29 29 23 23 5
X-1 113915,37 113918,59 113483,80 113484,90 113518,89
Y-1 446664,96 446660,88 446256,42 446251,33 446291,49
---
407,14 106,80
7 9
113679,94 113620,02
446438,02 446390,34
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: Sain milieuadvies
6-9-2022 12:21:30
Bijlage 2 Resultaten
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Zuidbroek 138 Bergambacht
Steinsedijk 33 Haastrecht
IN OPDRACHT VAN
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Steinsedijk 33 Haastrecht R.J.S. Terlouw
COLOFON:
© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2022/25 Ouderkerk aan den IJssel, juni 2022 Auteur : R.J.S. Terlouw In opdracht van : Verstoep BV-Schoonhoven Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
INHOUDSOPGAVE
1]
Inleiding en doel
3.
2]
Locatie plangebied
3.
3]
Doel en centrale vraagstelling
4.
4]
Criteria 4.1. Algemene criteria 4.2. Reikwijdte
4. 4. 5.
5]
Werkwijze
5.
6]
Voorgenomen ontwikkeling
7.
7]
Bureaustudie & veldonderzoek 7.1. Beschermde natuurwaarden 7.2. Soort bescherming 7.3. Raadpleging overige bronnen 7.4. Locatie bezoek
7. 7. 9. 9. 11.
8]
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en –situaties 8.1. Algemeen 8.2. Habitat 8.3. Soorten en omstandigheden
15 15. 15. 16.
9]
Conclusies
19.
10]
Gebruikte bronnen
20.
BIJLAGEN. 1. 2.
Verantwoording ecologische deskundigheid – Bui-TeGewoon | groenprojecten Beknopte levering NDFF
1
2
1]. Inleiding en doel Op de locatie Steinsedijk 33 te Haastrecht is een melkveebedrijf met paarden stalling aanwezig. Er worden voorbereidingen getroffen om de stal voor het melkvee te slopen en een schuur te slopen. De stal voor de paarden en de historische boerderij op het erf worden gehandhaafd. Voorafgaand aan een ruimtelijke procedure is ecologische informatie nodig om de voorgenomen ontwikkeling te onderbouwen. Hiervoor is het noodzakelijk om een QuickScan Wet Natuurbescherming op te stellen. De QuickScan moet inzicht geven in het mogelijk voorkomen van beschermde natuurwaarden op de te ontwikkelen locatie, alsmede of het ontwikkelingsplan effecten heeft op beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van de voorgenomen maatregel. Wanneer het aannemelijk is dat er beschermde soorten en/of situaties aanwezig zijn kan aanvullend onderzoek noodzakelijk blijken alvorens ontheffing kan worden aangevraagd. Bij ruimtelijke ontwikkeling geldt dit voor soorten die zijn geplaatst in tabel 1 (beschermingsregiem soorten vogelrichtlijn), tabel 2 (beschermingsregiem soorten habitatrichtlijn) of tabel 3 (beschermingsregiem andere soorten) van de Wet Natuurbescherming of soorten en situaties die anderszins een vergelijkbare beschermde status hebben. Voor de verstoring of aantasting van beschermde natuurwaarden kan een ontheffing ex. artikel 3.3 van de Wet Natuurbescherming nodig zijn.
Een QuickScan Wet Natuurbescherming heeft een verkennend karakter, dit houdt in dat bij mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten aanvullend onderzoek noodzakelijk kan zijn in de activiteit periode van de soort. Voor sommige soorten zijn hiertoe meerdere bezoeken noodzakelijk en/of is onderzoek in een vastgestelde periode van het jaar vereist. Verstoep, Bouwadvies-Architectuur-Ontwikkeling B.V. heeft Bui-TeGewoon | groenprojecten verzocht een QuickScan Wet Natuurbescherming uit te voeren voor bovenvermelde locatie om de mogelijke aanwezigheid van soorten te verkennen en de effecten op beschermde gebieden te beoordelen. De onderhavige rapportage geeft de resultaten van deze QuickScan weer. 2]. Locatie plangebied Steinsedijk 33 valt in zijn geheel binnen het kilometerhok met nummer 113- 446 en is gelegen langs de Steinsedijk ten noorden van de kern Haastrecht (gemeente Krimpenerwaard). Aan de noordzijde grenst het projectgebied aan de Steinsedijk met aangrenzend de uiterwaard van de Hollandse IJssel. Aan de zuidzijde is polder Stein zuid gelegen. Een polder met een slagen verkaveling van circa 700 meter diepte. De projectlocatie is weergegeven in onderstaand topografisch en kadastraal kaartbeeld.
Figuur 1. Ligging plangebied en kadastrale situatie
3
Een luchtfoto is opgenomen als figuur 2.
Figuur 2. Luchtfoto projectgebied (bron: Google earth)
3] Doel en centrale vraagstelling De QuickScan Wet Natuurbescherming wordt uitgevoerd om te bepalen of de geplande ontwikkeling passend kan worden uitgevoerd, of eventueel aanvullend onderzoek noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen eventueel moeten worden toegepast om tot een passende uitvoering te kunnen komen. De centrale vraagstelling is vierledig en luidt als volgt: · Zijn er voldoende ecologische gegevens beschikbaar omtrent het voorkomen van (zwaarder) beschermde flora en fauna in het projectgebied; Is er in het gebied habitat aanwezig waar (zwaarder) beschermde soorten voor kunnen komen; Heeft de voorgenomen ontwikkeling effect op beschermde gebieden in de invloedsfeer van het projectgebied; Zijn de beoogde werkzaamheden en maatregelen passend binnen de Wet natuurbescherming uitvoerbaar. 4] Criteria 4.1. Algemene criteria Op de onderhavige QuickScan zijn de volgende criteria van toepassing: Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een deskundige ecoloog die voldoet aan de hiervoor gestelde criteria.
Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd door Bui-TeGewoon | groenprojecten, de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft ruim 30 jaar ervaring in verschillende functies als ecoloog en als regiohoofd terreinbeheer bij een natuur beherende organisatie (bijlage 1); Gegevens gebruikt ten bate van het onderzoek dienen objectief te zijn verkregen en uit betrouwbare bronnen voort te komen; De kwaliteit van het onderzoek dient aan de hand van de rapportage te kunnen worden beoordeeld door het bevoegd gezag; Omtrent de uitkomsten van het onderzoek dient begrijpbaar voor opdrachtgever en/of gebruiker te worden gerapporteerd; Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum.
4
4.2. Reikwijdte In deze ecologische Quick Scan wordt getoetst aan de soortbescherming en gebiedsbescherming van de Wet Natuurbescherming. Daarnaast wordt getoetst of er negatieve effecten zijn te verwachten op beschermde gebieden. Soortbescherming Onderzocht wordt of mogelijk verbodsbepaling uit de Wet Natuurbescherming worden overtreden bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden of gebiedsontwikkeling. De toetsing vindt plaats op vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1), habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5), andere soorten uit de wet Natuurbescherming (artikel 3.10) en het zorgplichtartikel (artikel 1.11). Gebiedsbescherming Er wordt onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. In de Wet Natuurbescherming gaat dat om Natura 2000-gebieden (artikel 2.7) of bijzondere nationale gebieden. Daarnaast wordt rekening gehouden met provinciaal beleid zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de provinciale verordening belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur. Een wat grotere afstand tussen projectgebied en beschermd gebied betekent niet altijd dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op soorten die buiten een beschermd gebieden verblijven, de “externe werking” of effecten door depositie van stikstof.
Indien negatieve effecten op beschermde gebieden niet uitgesloten kunnen worden, is vervolg onderzoek nodig, zoals een ‘voortoets’ of ‘NNN-toetsing’. Deze nadere toetsing maakt geen onderdeel uit van deze Quick Scan. Ook het aanvragen van een ontheffing maakt geen onderdeel uit van een ecologische Quick Scan. Beoordeling Indien negatieve effecten op beschermde soorten of gebieden niet uitgesloten kunnen worden, wordt in eerste instantie beoordeeld of deze kunnen worden gemitigeerd of gecompenseerd. Ook wordt beoordeeld of effecten kunnen worden voorkomen door de werkzaamheden onder een ecologisch protocol uit te voeren. Hiervoor worden adviezen verstrekt die ter beoordeling kunnen worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht wordt dit vermeldt, de criteria waaraan dit dient te voldoen worden hierbij benoemd. Eventueel nader onderzoek maakt geen onderdeel uit van de onderhavige Verkenning Wet Natuurbeheer. Ook het aanvragen van een ontheffing maakt hier geen onderdeel van uit. 5]. Werkwijze Ten bate van de Quick Scan heeft zowel een bureauonderzoek als locatieonderzoek plaatsgevonden. Nadat een opdracht tot QuickScan is verkregen wordt in een oriënterend gesprek met bewoner en/of opdrachtgever de voorgenomen ontwikkeling verkend en worden plandocumenten als bijvoorbeeld aanwezige bouw- en inrichtingstekeningen ingezien.
Aansluitend vindt een bureaustudie plaats waarbij het gebied wordt verkend aan de hand van topografische atlassen, de websites “OpenTopo” en “Google Earth”. Gelet wordt op aanwezige gebieden, elementen en habitats als kleine landschapselementen, watergangen, en structuren als bijvoorbeeld bomenrijen, die aanwijzingen kunnen geven voor mogelijk gebiedsgebruik door fauna. Aan de hand van de bodemkaart en de website van het waterschap worden o.a. drooglegging, vigerend waterpeil en bodemsituaties beoordeeld. Speciale aandacht wordt besteed aan de aanwezigheid van mogelijk ingraafbare bodem als stroomruggen en zandopduikingen, die bijvoorbeeld in verband met het voorkomen van rugstreeppad kunnen worden gebracht en gebieden met een geringe drooglegging of extensief grondgebruik die habitat kunnen bieden aan beschermde flora en fauna. Om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden effect kunnen hebben op beschermde natuurgebieden, wordt gekeken of het projectgebied planologisch beschermd is en of er beschermde gebieden rond het projectgebied aanwezig zijn. De ligging wordt bepaald door gebruik te maken van de kaartmachines van het ministerie van Economische Zaken m.b.t. wettelijk beschermde gebieden en het raadplegen van de websites van de provincie.
5
Om het mogelijk voorkomen van flora en fauna te beoordelen wordt bij aanvang standaard een zogenaamde “beknopte levering” bij het NDFF geraadpleegd. Naast de beknopte levering wordt via verschillende zoekfuncties gericht gezocht naar mogelijke inventarisaties en rapportages van natuur en landschap uit het recente verleden. De website waarneming.nl wordt gecheckt op vermelde waarnemingen van soorten uit de Habitat- en Vogelrichtlijn alsmede Rode lijst soorten voor een periode tot vijf jaar terug. Verspreidingsatlassen van gegevens verzamelende organisaties worden geraadpleegd waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de onderzoeksperiode van deze atlassen, voorafgaand aan publicatie, veelal leidt tot gegevens ouder dan 5 jaar die in sommige situaties als onvoldoende recent moeten worden beoordeeld. In diverse archieven en zoekmachines wordt gezocht naar relevante informatie met betrekking tot natuur en landschap in de afgelopen vijf jaar. De resultaten worden benut voor het opstellen van een checklist met mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of situaties. De op deze wijze verkregen lijst van mogelijk aanwezige soorten wordt vergeleken met de vermelde aantallen per soortgroep uit de beknopte levering NDFF. Bovenstaande activiteiten leidt tot de definitieve lijst met mogelijk aanwezige soorten en habitats die als checklist wordt gehanteerd bij het locatiebezoek.
Op basis van de volgens bovenstaande systematiek opgestelde lijst van (mogelijk) aanwezige soorten wordt een locatiebezoek gepland en uitgevoerd waarbij rekening wordt gehouden met tijdens het bureauonderzoek gevonden specifieke aandachtsvelden. Het terreinbezoek wordt opgesplitst in twee delen. In het eerste deel wordt de feitelijke situatie van het projectgebied en de aanwezige habitat gekarteerd. Hierbij worden (indien aanwezig) aantekeningen gemaakt van breedte en diepte van watergangen, aanwezige vegetatietypen waarbij, indien relevant, ook de kruidenrijkdom van graslanden, de botanische kwaliteit van oevervegetaties en de aanwezigheid van watervegetaties wordt beoordeeld. Aanwezigheid van bomen en houtopstanden en hier binnen eventuele aanwezigheid van holte bomen (als mogelijke verblijfplaats voor fauna) of lijnvormige structuren (migratieroute voor vleermuizen) worden eveneens geregistreerd. Nadat het projectgebied is verkend op basis van de aanwezige habitat wordt een tweede ronde door het projectgebied gemaakt. Tijdens deze rondgang wordt op voor beschermde soorten geschikt beoordeelde locaties/habitats, gericht naar tabel 1, 2 en 3 soorten volgens de Wet Natuurbescherming, gezocht. Opstallen en kunstwerken als bijvoorbeeld bruggen worden gecheckt op muurplanten, holten en aanwezige nesten (bijv.
voor huismussen geschikte daken, boerenzwaluwen onder bruggen, etc.) en bereikbare / inkruipbare ruimten als (plafonds / spouwmuren) en aanwezigheid van sporen van bijvoorbeeld vleermuizen en vogels (mest/ braakballen/prooiresten/etc.). Houtopstanden worden gecheckt op (jaarrond) beschermde nesten en geschiktheid als broedhabitat. Holte bomen worden met een spiegellamp of boomcamera gecontroleerd. Indien watergangen onderdeel uitmaken van de ontwikkelingslocatie wordt de geschiktheid voor beschermde soorten visueel beoordeeld. Indien watergangen waarin mogelijk beschermde soorten aanwezig kunnen zijn tot het projectgebied behoren, wordt met behulp van een standaard steeknet een eerste proefbemonstering uitgevoerd conform de hiervoor geldende protocollen van RAVON (amfibieën & vissen) en mollusken (Stichting Anemoon). Hierbij worden o.a. specifiek geschikte habitats voor beschermde vissoorten en platte schijfhoren bemonsterd. Van gevonden schijfhorenslakken wordt thuis een monster met behulp van een binoculair (10-30x) gedetermineerd om eventuele aanwezigheid van bijvoorbeeld platte schijfhoorn vast te kunnen stellen. Graslanden en oevervegetaties worden beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde plantensoorten en als broedhabitat. Indien soorten als bijvoorbeeld ringslang, rugstreeppad, vleermuizen, groene glazenmaker, waterspitsmuis, etc.
mogelijk voorkomen op de ontwikkelingslocatie kan aanvullend onderzoek worden geadviseerd. Wanneer het voorkomen van beschermde soorten of situaties wordt aangetoond of niet valt uit te sluiten, worden afhankelijk van de bevindingen voorstellen opgesteld voor aanvullend onderzoek of de aanvraag van een ontheffing. Ook kan het treffen van mitigerende maatregelen of uitvoering volgens een ecologisch werkprotocol worden geadviseerd. Dit kan zowel gericht zijn op soorten, situaties als het type van de werkzaamheden.
6
6]. Voorgenomen ontwikkeling Vanuit de opdrachtgever, Verstoep B.V., is de voorgenomen ontwikkeling toegelicht. Onderstaande informatie is hierbij verkregen: De locatie Steinsedijk 33 Haastrecht betreft een agrarische bedrijf met 40 melkkoeien en een pensionstalling voor 18 paarden. Het voornemen is om op termijn de agrarische bedrijfsvoering te beëindigen waarbij de melkstal en een schuur worden gesloopt en het erf wordt opgeschoond door het verwijderen van sleufsilo’s en betonvloeren voor de opslag van grasbalen. De karakteristiek, waardevolle boerderij en de stalruimte voor de paarden zullen worden gehandhaafd, en mogelijk deels een andere indeling verkrijgen. De wens is de locatie her in te richten met gebruikmaking van de ruimte voor ruimte regeling. Hierbij worden er twee ruimte voor ruimte woningen herbouwd op zodanige wijze dat het agrarisch ensemble wordt gehandhaafd. Op het erf wordt een groene inrichting nagestreefd. De voorgenomen ontwikkeling is weergegeven in figuur 3.
Figuur 3. Bestaande situatie en voorgenomen ontwikkeling Steinsedijk 33 Haastrecht
7]
Bureaustudie en veldonderzoek 7.1] Beschermde natuurwaarden Gebiedsbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt o.a. de bescherming van natuurgebieden in Nederland. Het gaat daarbij om de bescherming van gebieden van nationaal belang (de Beschermde Natuurmonumenten) en van internationaal belang (Natura 2000). In een groot aantal gevallen overlappen de Beschermde Natuurmonumenten de gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000gebied. De waarden die behoren bij het Beschermd Natuurmonument zijn dan meegenomen in het Natura 2000 ontwerp of concept aanwijzingsbesluit. Beschermde Natuurmonumenten in de zin van de wet in de directe omgeving van de projectlocatie betreft N2000 Reeuwijkse plassen en polder Stein op circa 1235 meter in noordelijke richting. N2000 gebied Lekuiterwaarden is gelegen 9.950 meter in zuidoostelijke richting (figuur 4). Beëindiging van de veehouderij op de projectlocatie zal een positieve ontwikkeling geven op N2000 gebied Reeuwijkse plassen. Er zijn geen effecten, van uit de externe werking, te verwachten op de foerageergebieden van vogelsoorten waarvoor de Reeuwijkse Plassen als vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling worden geen effecten verwacht op N2000 gebieden.
7
Nationaal Natuur Netwerk Het meest nabij gelegen NNN-gebieden betreft de NNN Hoge Boezem achter Haastrecht op circa 1000 meter ten zuiden van de projectlocatie. Hoge Boezem achter Haastrecht is begrenst als veenmoeras, zoete plas, rietland en nat grasland. Tussen de projectlocatie zijn de dijkweg Steinsedijk, rivier de Hollandse IJssel, Provincialeweg N228 een enkele woningen langs genoemde wegen aanwezig. Op iets grotere afstand zijn o.a. de NNN gebieden Steins Groen, polder Stein Noord, Benschopperboezem en Bilwijk gelegen. Voor al deze gebieden geldt dat er als gevolg van afstand en tussenliggende structuren en elementen in combinatie met verstoringsgevoeligheid / storingsafstanden geen effecten vanuit de voorgenomen ontwikkeling op deze gebieden zijn te verwachten. De afstand tot en aard & omvang van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt door ons beoordeeld als geen effect veroorzakend op de doelstellingen van genoemde NNN gebieden. Begrenzing leefgebied open grasland Graslandgebieden rondom de projectlocatie zijn door de provincie Zuid-Holland begrenst als leefgebied open grasland en opgenomen in de provinciale verordening waardevol weidevogelgebied. Binnen deze gebieden kunnen pakketten voor weidevogels en grasland natuur worden gesloten door het Collectief Agrarisch Beheer.
Ten noorden ligt op circa 150 meter achter het bebouwingslint een begrenzing vanuit de provinciale verordening weidevogels in polder Stein-zuid. De begrenzing houdt reeds rekening met de verwachte verstoringsafstand vanuit het bebouwingslint en komt overeen met te verwachte verstoringsafstanden van een open lintbebouwing in de literatuur (Bruijnzeel L.W. & L.G.M. Schotman [2011]). In het gebied zijn slechts op zeer beperkte schaal pakketten vanuit het agrarisch natuur- en landschapsbeheer voor weidevogels gesloten. Als gevolg van de wijziging van agrarische bedrijvigheid naar wonen zal de gebruiksintensiteit van het erf naar verwachting verminderen. Ten zuiden is in polder Groot Keulenvaart het gedeelte ten zuiden van de Tiendweg begrenst vanuit de provinciale verordening waardevol weidevogelgebied. Deze begrenzing is o circa 1000 meter afstand van de voorgenomen ontwikkeling gelegen. Tussen het projectgebied en de begrenzing zijn de dijkweg Steinsedijk, rivier de Hollandse IJssel, Provincialeweg N228 een enkele woningen langs genoemde wegen aanwezig. Groot Keulevaart heeft een matige weidevogeldichtheid (Terlouw R.J.S., [2019]-BTG.RAPP.2019/47).
De voorgenomen activiteiten veroorzaken geen vergroting van het effect op gebieden met een weidevogel doelstelling. Overige natuurdoelen van het leefgebied open grasland betreffen oever- en graslandvegetaties en zijn niet verstoringsgevoelig. Zie voor kaartbeelden figuur 4. Als gevolg van de aard en omvang van de werkzaamheden en de bestaand aanwezige verstoringszone van het aangrenzende gebied voor weidevogels, die niet wordt versterkt of vergroot, wordt geen effect van de voorgenomen ontwikkeling op weidevogels of andere natuurdoelen verwacht.
Figuur 4. Ligging projectgebied ten opzichten van beschermde natuurgebieden
8
7.2] Soort bescherming Beknopte levering NDFF Via het raadplegen van het Natuurloket m.b.v. de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) is beoordeeld welke informatie over het voorkomen van beschermde soorten aanwezig is en met welke volledigheid soorten in het gebied zijn onderzocht. De geleverde gegevens hebben betrekking op het voorkomen van soorten gedurende de periode 2011–2021. De NDFF rapportage van kilometer hok 113 – 446 waarbinnen de projectlocatie is gelegen betreft nummer HNL-2022/33 d.d. 13 juni 2022 en laat zien dat het gebied voor vaatplanten, broedvogels, wintervogels, amfibieën en dagvlinders als goed onderzocht wordt beoordeeld. Als redelijk onderzocht worden de soortgroepen vleermuizen landzoogdieren en vissen gemeld in de beknopte levering. Alle overige soortgroepen scoren een slechte of onbepaalde onderzoekintensiteit. Op basis hiervan moet de beschikbare ecologische informatie van het atlasblok waar binnen de projectlocatie is gelegen als redelijk tot goed onderzocht worden beoordeeld. Uit de groep van de vleermuizen worden drie soorten en voor amfibieën twee soorten uit de Habitatrichtlijn voor het atlasblok vermeld. Voor de ‘Wet Natuurbescherming-andere soorten’ landzoogdieren (6) en amfibieën (5) gemeld. Voor de vogelrichtlijn zijn 31 soorten broedvogels en 105 soorten wintervogels vastgesteld.
Als rode-lijst soorten worden vaatplanten (3), vleermuizen (1), landzoogdieren (2), broedvogels (4) en amfibie (1) soorten vermeld. De resultaten van de beknopte levering zijn samengevat in tabel 1. De rapportage is integraal opgenomen als bijlage 2. Soort groepen
Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Land zoogdieren Vleermuizen Vogels - broedvogels -
wintervogels
Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen en krekels Over. ongewervelden
Onderzoek status NDFF
Wet Natuurbescherming
Rode lijst
Habitat richtlijn
Vogelrichtlijn
goed slecht slecht onbepaald redelijk redelijk goed
3 0 0 0 2 1
0 0 0 0 6 0
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 3
4
goed
0
0
31
0
0
105
0
goed niet redelijk goed slecht slecht slecht onbepaald niet
1 0 0 0 0 0 0 0 0
5 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
2 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 1. Voorkomen van beschermde soorten per soortgroep in kilometer hok 113-446 volgens NDFF
7.3.] Raadpleging overige bronnen Naast het beoordelen van de beknopte levering is de website Waarnemingen.nl bezocht en is gericht gezocht op voor het plangebied relevant geachte soorten voor de periode 01 januari 2016 tot heden. Voor de soortgroepen broedvogels, zoogdieren, vleermuizen, vissen en amfibieën zijn de verspreidingskaarten op de websites van RAVON, SOVON, VZZ, Vleermuisnet & EIS-Nederland beoordeeld en zijn de verspreidingsatlassen van deze soorten geraadpleegd. Opgemerkt wordt dat de periode van gegevens verzamelen voor veel publicaties en atlassen langer dan vijf jaar terug is geweest.
9
Via gerichte zoektermen is actief gezocht naar publicaties en rapporten met betrekking tot inventarisaties en soorten uit het gebied. Door RAVON is in opdracht van provincie Zuid-Holland de verspreiding van ringslang, heikikker en rugstreeppad in beeld gebracht (Struijk R.P.J.H., Leeningen R.A. & Wagensveld T. van, 2020). Voor de polders ten oosten van de Vlist, waaronder polder Bonrepas waarbinnen de projectlocatie is gelegen, heeft in 2019 een uitgebreid weidevogel onderzoek plaatsgevonden, waarbij tevens gebiedskenmerken zijn vastgelegd (Terlouw R.J.S., 2019-BTG.RAPP.2019/47). Met betrekking tot vleermuizen werd een rapportage uit 2021 aangetroffen. Het betreft een aanvullend onderzoek voor een locatie aan de Oost Vlisterdijk op circa 4000 meter ten zuiden van de projectlocatie. Hierbij zijn als foeragerende soorten in het gebied de laatvlieger, ruige- en gewone dwergvleermuis vastgesteld (Bruinsma, 2012). Van de kern Haastrecht en de aangrenzende Overtuin Bisdom van Vliet zijn meerdere gegevens bekend. De resultaten, alsmede een overzicht van vleermuis onderzoek in de kern Haastrecht, is opgenomen in de rapportage “Vleermuis scan Overtuin Bisdom van Vliet” (Terlouw R.J.S., 2018, BTG.RAPP. 2018/61). Hierbij zijn zeven vleermuissoorten geregistreerd. Naar verwachting zullen vleermuizen uit Haastrecht in de ruime omgeving foerageren.
De projectlocatie valt hierbij ruimschoots binnen de actieradius van alle aangetroffen soorten. Ten slotte is het natuurarchief van Bui-TeGewoon | groenprojecten geraadpleegd. In dit archief bevinden zich registraties van waarnemingen, inventarisaties & onderzoek en natuurrapportages uit de periode 1969 tot heden in het bijzonder m.b.t. de Krimpenerwaard en Vijfheerenlanden. Relevante onderwerpen die werden aangetroffen betreffen Voor de Haastrechtse woonwijk Stein-noord die zich tussen de Hollandse IJssel en de Steinsedijk bevindt zijn meerder broedlocaties van de huismus en huiszwaluw bekend. Deze woonwijk bevindt zich op circa 400 meter in westelijke richting van de projectlocatie (Natuurregistraties Buisman en Terlouw, 1969heden). In 2019 heeft een broedvogelkartering in opdracht van het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard van o.a. nabij gelegen polder Groot Keulevaart plaatsgevonden (Terlouw R.J.S., 2019 – BTG.RAPP. 2019/47). Een registratie van vleermuizen in het St. Gabriel-klooster langs de N228 (Bezoek verslag Terlouw 20160606) en een groot aantal losse waarnemingen en bezoekverslagen uit de directe omgeving van projectgebied (Natuurregistraties Bui-TeGewoon | groenprojecten, div. jaren).
De lintbebouwing langs de Steinsedijk is tussen Gouda en Hekendorp in 2020 verkend op aanwezige habitat voor provinciale aandachtsoorten en rode lijstsoorten ten bate van een tweetal natuurinrichting plannen bij agrarische bedrijven in dit lint. Geconstateerd is dat de lintbebouwing langs de Steinsedijk een rijke erffauna gemeenschap heeft. In het bijzonder voor de soortgroepen broedvogels (zwaluwen, huismus, grauwe vliegenvanger, boomkruiper, spotvogel, torenvalk, etc.), (kleine) zoogdieren (egelwezel-vleermuizen) en amfibieën (groene kikker, kleine watersalamander) vormt de lintbebouwing een belangrijke habitat (Archief Bui-TeGewoon | groenprojecten).
10
7.4.] Locatie bezoek Op 22 juni 2022 heeft een omgevingsbezoek plaatsgevonden in de ruime omgeving van de projectlocatie om te beoordelen of mogelijke effecten van het ontwikkelingsplan op natuurwaarden binnen het projectgebied en/of in de directe omgeving kunnen optreden. Aansluitend is de projectlocatie bezocht, waarbij de betrokken locatie en opstallen, zowel in- als uitwendig, zijn geïnspecteerd en beoordeeld op aanwezige of mogelijk aanwezige soorten en habitats. A – Opstallen Alle opstallen zijn afzonderlijk van elkaar beschreven in de onderhavige rapportage. Om de locaties inzichtelijk te maken zijn deze van een locatie nummering voorzien die is opgenomen als figuur 5.
Figuur 5. Nummercodering van de betrokken opstallen t.b.v. beschrijvingen
Opstal 1 betreft een grote stalruimte. Het noordelijke gedeelte wordt gebruikt als machine stalling en als overdekte rijbak voor de gestalde paarden elders op het erf. Het zuidelijke deel van de stal is de melkstal voor koeien. In een afzonderlijk deel wordt hier ook het jong en droog rundvee gestald. De opstal heeft vanaf het maaiveld een opbouw van metselwerk tot een hoogte van circa 1.00 meter. De bovenbouw is uitgevoerd in gegolfd plaatstaal en gaat over in een golfplaten dak. De overgang van wanden naar dak is aan beide kopgevels afgedicht met een afdichtende lat en niet in of onderkruipbaar. In de zijgevels zijn ventilatie stroken en ramen opgenomen. Alle ramen en ventilatiestroken zijn voorzien van een gaas afdichting. De muren zijn enkelwandig en zonder spouw, plafond of onderkruipbare fundering. Dakplaten zijn koud op de balklaag bevestigd. De stal staat veelal open en is hierdoor toegankelijk voor dieren. In het noordelijke deel in gebruik als machine berging en overdekte rij bak voor de pensionpaarden werden geen sporen van recent gebruik door dieren aangetroffen. Het zuidelijke deel waar het melkvee wordt gestald is uitsluitend via de achtergevel toegankelijk waar de stal deuren vrijwel permanent open staan. In de stal werden foeragerende spreeuwen en Turkse tortelduiven waargenomen. In de stal waren tevens zeven bewoonde nesten van de boerenzwaluw aanwezig.
Een fotobeeld is weergegeven als figuur 6.
11
Figuur 6. Foto impressie opstal nr. 1 – Melkstal en overdekte paardrijbak
Op basis van de vliegbewegingen van de boerenzwaluwen is ook de paardenstal die niet wordt gesloopt bezocht. In deze stal werden 18 bewoonde nesten van de boerenzwaluw aangetroffen. Er waren nog tal van ongebruikte locaties die op vergelijkbare plaatsen als waar nesten waren gebouwd (figuur 7). Op basis hiervan is vastgesteld dat op het erf alternatieve nestgelegenheid voor de boerenzwaluwen in de melkstal beschikbaar zullen zijn.
Figuur 7. Paardenstal die blijft behouden (18 nesten boerenzwaluw)
Opstal 2 is een vrij staande schuur van circa 10*10 meter. De schuur is opgebouwd van staalplaten wanden op een betonnen vloer. Ook het dak is van gegolfd plaatstaal. Er is geen spouw, plafond of onderkruipbare fundering aanwezig. Inpandig betreft het één ruimte die in gebruik is als wagenberging en voor een kleine stro opslag. De opstal is toegankelijk voor dieren via de overgangen tussen wand en dak en de veelal open staande deur. De opstal is inpandig gecontroleerd op de aanwezigheid van dieren en sporen die wijzen op recent gebruik door dieren zoals nestrestanten, vogelmest, vleermuiskeutels, afgebeten vleugels van vleermuis prooien en braakballen. Deze zijn niet aangetroffen. Een fotobeeld is weergegeven als figuur 8.
Figuur 8. Foto impressie opstal nr.2 – Schuur annex wagenberging
12
De delen van het erf met een betonplaat ten bate van opslag van voedergewas en de aanwezige sleufsilo’s hebben een lettercode in figuur 5. Zowel locatie a als b betreft sleufsilo’s die zijn opgebouwd van betonnen wanden en zijn voorzien van een betonnen vloer Er is geen overkapping of onderkruipbare fundering aanwezig. Op locatie a zijn de twee westelijke sleufsilo’s omgebouwd tot open paardenboxen (figuur 9). De beide silo’s aan de westzijde worden gebruikt voor vaste mest opslag.
Figuur 9. Sleufsilo’s locatie A als paardenstal en voor mestopslag
Locatie b betreft eveneens een sleufsilo van betonnen wanden en een gestorte betonvloer, zonder overkapping. In deze sleufsilo is kuilgras en zand ten bate van de rijbak voor de paarden opgeslagen. Tijdens het bezoek werd geen gebruik door dieren vastgesteld. Beide locaties zijn ongeschikt voor dieren om zich te vestigen.
Figuur 10. Sleufsilo’s voor kuilvoer
Locatie c betreft een door houtgewas omgrenst erfdeel met deels een half verharding. Het terrein wordt gebruikt voor de opslag van kuilgras. Het heeft deels een vegetatie van ruigtekruiden vegetatie met kruiden van enigszins ruderale en verstoorde bodem als grote brandnetel, grove grassen en tredplanten als brede weegbree, varkensgras en schijfkamille. Het terrein zal worden gebruikt dor algemene soorten insecten en ongewervelden als leefgebied en als foerageergebied door vogels en kleine zoogdieren (figuur 11). Locatie d is een met hekwerk van locatie c afgescheiden buiten rijbak voor paarden. De rijbak heeft een zandbodem waarop in de randen enige ruige vegetatie heeft ontwikkeld (figuur 12). Ook hier is langs de randen houtgewas aanwezig. De gebruiksmogelijkheden voor dieren zijn gelijk aan locatie c.
Figuur 11. Balen opslag (locatie c)
Figuur 12. Rijbak paarden met ruige rand (locatie d)
13
B] - Erf De erf verharding bestaat vrijwel geheel uit betonverharding doormiddel van stelcon platen. De betonverharding is geïnspecteerd en als niet onderkruipbaar beoordeeld. Overige delen van het erf bestaan uit gazon gras met een beperkte ingroei van algemene kruiden als madeliefje, paardenbloem, en tijmbladige ereprijs. De oevers langs watergangen zijn deels kort gemaaid en deels meer structuurrijk met algemene oeverplanten als gele lis en liesgras. Aan de zuidwestzijde van de melkstal is een kleine siertuin met speeltoestellen voor kinderen aanwezig. Deze locatie zal niet worden gewijzigd tijdens de voorgenomen ontwikkeling (figuur 13a). Verspreid op het terrein zijn solitaire bomen aanwezig het betreft o.a. zwarte els, zomereik, schietwilg, hazelaar, paardenkastanje en gewone es (figuur 13b). Aanwezige bomen zijn geïnspecteerd op (jaarrond) beschermde nesten, en voor dieren toegankelijke boomholten. Deze zijn niet aangetroffen. Aan de noordzijde is een waterpartij aanwezig die deels is verland met riet en grote lisdodde (figuur 13c). Aangrenzend is een elzenbosje aanwezig wat met enige regelmaat op een hoogte van circa 6 meter wordt afgeknot. Binnen het projectgebied zullen geen watergangen worden gedempt. Mogelijk worden nieuwe watergangen in het terrestrische vlak aangelegd bij de detail inrichting van het gebied. Deze ingreep is niet kwetsbaar voor waterorganismen.
Streven is om bij de ontwikkeling zoveel mogelijk van de bestande beplanting te behouden. Na ontwikkeling zal het gebied met een landschappelijke aanplant worden heringericht. Tijdens de veldbezoeken zijn winterkoning, vink, merel, houtduif, boerenzwaluw, wilde eend en witte kwikstaart waargenomen op het erf of in de directe omgeving hiervan. Aanwezigheid van broedende vogels kan daardoor niet op voorhand worden uitgesloten. Indien beplanting moet worden verwijderd kan dit uitsluitend buiten het broedseizoen plaatsvinden.
Figuur 13. Impressie erf (van links naar rechts 13a / 13b / 13c)
C.] - Omgeving De projectlocatie is gelegen in een open lintbebouwing langs de Steinse dijk (figuur 10). Veel opstallen langs deze weg zijn geschikt voor erf bewonende dieren als o.a. huismussen, zwaluwen en vleermuizen. Uit een landschap – ecologische verkenning uit 2020 komt naar voren dat de buurtschap een goed ontwikkelde erffauna gemeenschap bezit, waaronder vele rode lijst soorten en soorten met jaarrond beschermde nesten (Archief Bui-TeGewoon, 2020).
14
8]
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en situaties 8.1.] Algemeen In het projectgebied en de directe omgeving (beïnvloeding aspecten) worden op basis van uitgevoerd bronnenonderzoek, archiefmateriaal, de regionale ligging, de aanwezige habitats en het migratiegedrag van diersoorten, een aantal beschermde soorten of situaties mogelijk aanwezig geacht. Deze tijdens de Quick Scan te onderzoeken soortgroepen en soorten zijn met een korte onderbouwing weergegeven in tabel 2 en vormde de basis voor het onderzoeksplan tijdens het locatie bezoek.
Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Zoogdieren land vleermuizen Vogels broedvogels wintervogels Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen/krekels Over. ongewervelden Algemene Zorgplicht
Onderzoek status NDFF
Check uitvoeren
goed slecht slecht onbepaald redelijk redelijk goed goed goed niet redelijk goed slecht slecht slecht onbepaald niet
ja niet niet niet ja ja ja niet ja ja niet niet niet niet niet niet niet ja
Mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of omstandigheden op basis van landschapstypen (laagveen en rivierengebied)
Let ook op muurplanten Geen wet NB soorten te verwachten Geen wet NB soorten te verwachten Geen wet NB soorten te verwachten Check op verblijfsplaatsen Check op verblijfs-, paar-, voortplantings-, foerageer- en migratiehabitat Check opstallen en begroeiingen op broedvogels en beschermde nesten Geen NB soorten te verwachten Let op overwinteringshabitat Let op potentiële verblijfplaatsen Geen water in plangebied betrokken Geen habitat beschermde soorten aanwezig
Geen water in plan betrokken (larven) Geen geschikt habitat aanwezig Uitsluitend platte schijfhoren mogelijk, maar geen water in plan betrokken Vast onderdeel QuickScan Wet Natuurbescherming
Tabel 2. Onderzoeksplan bij locatie bezoek mogelijk aanwezige beschermde soorten en situaties
Op basis van deze analyse is tijdens het bureauonderzoek gericht gezocht naar aanvullende informatie en waarnemingen uit de periode 01-01-2015 tot heden via de website Waarneming.nl. Uit deze check is geen aanvullende informatie verkregen. Tijdens het locatiebezoek is, naast het totaal beeld, extra gelet op habitat en/of omstandigheden waarbij mogelijk aanwezige soorten uit deze soortgroepen zouden kunnen voorkomen. 8.2.] Habitat Zoals beschreven in paragraaf 7.2 tot 7.5 zijn onderstaande biotopen niet in het projectgebied aanwezig of worden niet door de voorgenomen ontwikkeling beïnvloed: Water gerelateerde fauna (vissen, larven libellen en amfibieën, platte schijfhoren); Rietlanden; Sprinkhanen (geen schrale en bloemrijke vegetaties aanwezig); Dagvlinders, libellen (geen habitat aanwezig). Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen effect zal hebben op soorten uit bovengenoemde soortengroepen of die zijn gebonden aan genoemde habitats. De aanwezige habitat waar mogelijk effecten kunnen optreden bij de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten en situaties vanuit de Wet natuurbescherming betreffen vaatplanten (vegetaties & muren), winterschuilplaatsen (amfibieën, ringslang, vleermuizen, landzoogdieren), broedvogels (beplantingen, gebouwen) en vleermuizen (foerageer-, migratie-, paar-, verblijfs- & voortplantingshabitat).
15
8.3.] Soorten en omstandigheden In de onderhavige paragraaf worden alleen de resultaten van soorten en omstandigheden nader beschreven die op basis van bovenstaande onderzoeken mogelijk aanwezig kunnen zijn, het betreft: Vaatplanten Aan de muren van de betrokken opstallen zijn geen muurplanten aangetroffen. Een deel van de projectlocatie is verhard betonmaterialen. Het niet verharde deel bestaat uit gazons, kruidachtige vegetatie met grassen, oevers langs watergangen enkele struwelen en opgaande bomen en ruderale planten in een open bedekking. Er zijn geen (beschermde) planten aangetroffen. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel vaatplanten zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Landzoogdieren Het terrein is niet geschikt voor zwaarder beschermde soorten landzoogdieren. Algemene soorten zoogdieren als muizen, mol en bruine rat zullen naar verwachting aanwezig zijn binnen de projectlocatie. Voor niet zwaarder beschermde, maar als kwetsbaar beoordeelde, soorten biedt het terrein mogelijk habitat aan egel, bunzing en wezel. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er bij uitvoering van het ontwikkelingsplan geen belemmeringen vanuit het onderdeel zoogdieren in de Wet natuurbescherming optreden.
Vanuit het zorgvuldigheidsbeginsel wordt geadviseerd, bij slopen van opstallen en het verwijderen van rommelbulten en ruigten vooraf de werklocatie actief te verstoren, zodat eventueel aanwezige dieren worden verjaagd. Vleermuizen Voor het atlasblok waar binnen de projectlocatie is gelegen worden drie soorten vleermuizen gemeld in de NDFF documentatie. De nabijgelegen kern van Haastrecht heeft een diverse vleermuisfauna waarbij zeven soorten zijn aangetroffen (Terlouw R.J.S., 2018, BTG.RAPP. 2018/61). Tijdens een habitatverkenning van de lintbebouwing van de Steinsedijk is bekend dat meerdere erven langs deze weg potentie hebben als verblijfslocatie voor vleermuizen. Het lint van erven heeft daarnaast een hoge habitat kwaliteit als vliegroute en foerageergebied. Delen van het erf van de projectlocatie zijn eveneens beoordeeld als geschikt foerageergebied voor vleermuizen. De bij de projectontwikkeling betrokken opstallen zijn geïnspecteerd op aanwezigheid van vleermuizen, sporen die op (recent) verblijf wijzen als keutels, afgebeten vleugels van prooidieren, etc. en/of geschikte locaties voor vleermuizen om zich te vestigen. Er zijn tijdens dit bezoek geen vleermuizen, sporen van vleermuizen of mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen.
Wij sluiten de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in of om de projectlocatie op basis van onze waarnemingen uit. Als gevolg van een aantal als potentieel geschikt beoordeelde opstallen in de directe omgeving, de als geschikt beoordeelde omgevingshabitat als vliegroute en foerageer habitat kan migratie en foerageren van vleermuizen in de nabijheid van de projectlocatie niet worden uitgesloten. Om verstoring van migrerende en foeragerende vleermuizen te voorkomen dient bij de ontwikkeling terughoudend met bouwplaats verlichting te worden omgegaan. Indien bouwplaats verlichting noodzakelijk is, dient te worden gewerkt met gerichte lichtbronnen zonder uitstraling effect. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat de betrokken opstallen ongeschikt zijn als winter-, kraam- & paarverblijfplaats of anderszins geschikt zijn voor verblijvende vleermuizen. Foerageer- en migratiehabitat is in de directe omgeving aanwezig. Om verstoring te voorkomen dient zo veel als mogelijk te worden afgezien van bouwplaats verlichting. Indien dit als nog noodzakelijk wordt bevonden dient met gerichte lichtbronnen en afschermingsmaatregelen voor uitstralend licht te worden gewerkt.
16
Broedvogels en jaarrond beschermde nesten De opstallen zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van sporen die wijzen op het gebruik door vogels. Alleen in de melkstal werd gebruik door vogels vastgesteld. Het betreft foerageren van Turkse tortelduiven en spreeuwen op voerresten en de nest locaties van zeven boerenzwaluwen. Nesten van de boerenzwaluw zijn gerangschikt onder categorie 5 jaarrond beschermde nesten in de Wet natuurbescherming. Voor onder deze categorie gerangschikte soorten geldt dat ze tot de algemene broedvogels behoren, maar ze kwetsbaar kunnen zijn omdat ze jaarlijks naar dezelfde locatie of het zelfde nest terugkeren en/of in kolonieverband tot broeden komen. Jaarrond beschermde nesten onder categorie 5 mogen worden verwijderd buiten de gebruiksperiode door de vogels mits wordt aangetoond dat er geen zwaarwegende omstandigheden zijn die behoud van de nestlocatie noodzakelijk maken. Dit is in de onderhavige situatie niet het geval. In een direct aangrenzende paardenstal die niet zal worden geamoveerd zijn tijdens de onderhavige QuickScan Wet natuurbescherming 18 bewoonde nesten van de boerenzwaluw aangetroffen. In de stal is geconstateerd dat er nog voldoende vergelijkbare locaties zijn als waar reeds nesten zijn gebouwd. De aangetroffen boerenzwaluwen in de te slopen melkstaal kunnen daardoor in de directe nabijheid een nieuwe geschikte locatie betrekken.
Naast de zeven aangetroffen broedparen in de melkstal is er daarnaast nog ruim voldoende mogelijkheden beschikbaar indien de populatie zal groeien. Slopen van de stal kan uitsluitend plaatsvinden buiten de periode dat boerenzwaluwen gebruik maken van de nestplaatsen. Deze periode is bepaald op half april tot begin september. Op het erf zijn op enkele plaatsen beplantingen en meerdere solitaire bomen aanwezig. Er is geen voornemen om bomen of anderszins beplantingen te verwijderen, behalve enkele direct tegen de melkstaal aanstaande exemplaren. Preventief zijn alle beplantingen gecontroleerd op aanwezigheid van nesten. Er zijn in de beplantingen geen (jaarrond) beschermde nesten of anderszins beschermde situaties aangetroffen. Indien beplantingen worden verwijderd/gerooid of werken in de directe omgeving van deze locaties noodzakelijk dient dit buiten het broedseizoen plaat te vinden op basis van het potentiele soortspectrum is het broedseizoen voor de erfbeplantingen vastgesteld op 1 maart – 1 juli. In alle gevallen geldt dat bij verwijderen van beplantingen gedurende het broedseizoen vooraf een vogelcheck door een ecoloog noodzakelijk is. Indien ten bate van de bouw ontgraven grond of zandige bouwmaterialen in depot worden gezet dient te worden voorkomen dat deze wordt benut door oeverzwaluwen. Geadviseerd wordt om geen grondof zandmateriaal in hopen op te slaan.
Indien dit noodzakelijk is in dient dit in een flauw taludhelling (<45 graden) of in een laag depot te worden afgewerkt. Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen ontheffing aanvraag voor het onderdeel broedvogels en jaarrond beschermde nesten noodzakelijk is, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt en of voorafgaand aan werkzaamheden een broedvogelcheck op de te bewerken locaties wordt uitgevoerd. Als preventieve maatregelen dient de aanwezigheid van op hopen geplaatste bouwmaterialen als zand, grind en grond in de periode half maart eind juli te worden voorkomen. Indien materialen in deze periode moeten worden geplaatst dienen ze in flauw talud of als laag depot te worden afgewerkt. Amfibieën en ringslang Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van geschikte habitat voor amfibieën en ringslang. Er is geen water in het projectplan betrokken. Larvale stadia van amfibieën kunnen daardoor worden uitgesloten. De landhabitat is als ongeschikt beoordeeld voor amfibieën en ringslang. Ingraafbare bodem of onderkruipbare funderingen voor overwinteren zijn niet aanwezig. Indien tijdens de bouw, bijvoorbeeld ten bate van het ontgraven van de funderingen, grond in depot wordt geplaatst of bouwmaterialen als los gestort materiaal worden opgeslagen dient te worden voorkomen dat zich hierin amfibieën of ringslangen vestigen voor de overwinteringsperiode.
Het plaatsen van een amfibieënscherm rondom eventueel aanwezige grond- of zandhopen gedurende de periode oktober-maart wordt als preventieve maatregel geadviseerd. Geconcludeerd is dat er geen belemmeringen zijn van uit de soortgroep amfibieën met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden.
17
Algemene zorgplicht voor wilde flora- en fauna Conform de Wet natuurbescherming geldt voor alle soorten een zorgplicht (artikel 1.11). Voor de voorgenomen werkzaamheden worden geen andere situaties verwacht dan bij de beoordeling van soortgroepen en situaties is beschreven. Er is dan ook geen aanleiding om extra maatregelen vanuit de algemene zorgplicht te treffen anders dan hierboven vermeld. Wel is het steeds raadzaam om tijdens de bouwactiviteiten alert te zijn op de aanwezigheid van fauna en indien dieren worden gesignaleerd deze zorgvuldig te verplaatsen naar een veilige locatie in de omgeving en advies in te winnen bij een ecoloog. Als algemene beschermende en mitigerende maatregelen voor het onderhavige projectgebied worden de volgende onderdelen geadviseerd: Het steeds voorhanden hebben van enkele emmers of kuipen om eventueel aangetroffen dieren apart te kunnen zetten. Indien dieren tijdelijk worden opgeslagen dienen deze binnen maximaal één uur na de vondst te worden uitgezet op een geschikte locatie voor de soort buiten het projectgebied.
Eventueel opgeslagen dieren in kuipen dienen op een beschutte en schaduwrijk plaats te worden bewaard; Het voorkomen of beperken van bouwplaats verlichting en indien dit noodzakelijk is het toepassen van een gerichte lichtbron met voorkoming van zij- of boven uitstraling; Het beperken van opslag van bouwmaterialen als grond, zand, etc. in hopen tijdens de bouwperiode. Indien tijdelijk in depot plaatsen van zand- en/of grond noodzakelijk is dient vestiging van fauna te worden voorkomen door: afschermen van opgeslagen grond en zand in depot met een amfibieënraster in de periode september maart; Het laten uitvoeren van een broedvogelcheck indien beplanting moet worden gerooid in de periode half maart-half juli; Het op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij aantreffen van mogelijk beschermde situaties m.b.t. de Wet Natuurbescherming.
18
9] Conclusie De ontwikkelingslocatie gelegen aan de Steinsedijk 33 te Haastrecht, gelegen op het kadastrale perceel Haastrecht sectie G nummer 171 is zowel administratief als door middel van veldonderzoek beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en situaties in het kader van de Wet Natuurbescherming en op de ligging ten opzichte van Beschermde Natuurgebieden. Gebleken is dat er geen effecten zullen optreden die van invloed zijn op beschermde gebieden. M.b.t. soortbescherming leiden de bevindingen niet tot de noodzaak voor het aanvragen van een ontheffingen en of een specialistisch vervolg onderzoek, mits aan mitigerende en compenserende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan. De conclusies zijn onderstaand tabelmatig samengevat, aanbevelingen ten bate van preventieve of mitigerende maatregelen zijn bij de betreffende soortgroepen puntsgewijs weergegeven. Samenvattende tabel QuickScan Steinsedijk 33 Haastrecht Soortgroep (beschermde soorten) - algemeen Vaatplanten